Skip to main content

MORA_20201016_ADV_advies programmadecreet 2021.pdf

Page 1

Advies Voorontwerp van programmadecreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2021 Brussel, 16 oktober 2020

Mobiliteitsraad Vlaanderen  Wetstraat 34-36, 1040 Brussel  T +32 2 209 01 11 info@mobiliteitsraad.be  www.mobiliteitsraad.be


Advies programmadecreet begroting 2021

Adviesvraag: Voorontwerp van programmadecreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2021 Adviesvrager: Matthias Diependaele - Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed Ontvangst adviesvraag: 9 oktober 2020 Adviestermijn: 10 dagen Goedkeuring MORA: 16 oktober 2020

Contactpersonen:

Nico Milo – nmilo@serv.be Hans Bonnarens – hbonnarens@serv.be

2


Advies programmadecreet begroting 2021

Inhoud Inhoud .................................................................................................................................. 3 Inleiding ............................................................................................................................... 4 Advies .................................................................................................................................. 5 1

SubsidiĂŤring schoolroutes langs gemeentewegen ............................................. 5

1.1

Situering ................................................................................................................. 5

1.2

Advies..................................................................................................................... 6

2

Aanpassing verkeersfiscaliteit ............................................................................. 6

2.1

Situering ................................................................................................................. 6

2.2

Advies..................................................................................................................... 7

3


Advies programmadecreet begroting 2021

Inleiding De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed vroeg de MORA op 9 oktober ’20 om spoedadvies over het voorontwerp van programmadecreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2021. De MORA geeft geen advies over het gehele programmadecreet maar focust op de elementen uit het voorontwerp van decreet die betrekking hebben op de domeinen mobiliteit en openbare Werken. Meer in het bijzonder gaat het over: 1. Hoofdstuk 3 (art. 12) over de subsidiëring van schoolroutes langs gemeentewegen 2. Hoofdstuk 7 (art. 81 – 88) over de aanpassing van de verkeersfiscaliteit

4


Advies programmadecreet begroting 2021

Advies De Raad formuleert volgende opmerkingen en aanbevelingen.

1

Subsidiëring schoolroutes langs gemeentewegen

1.1

Situering

Het Programmadecreet 2019 bepaalde dat een vast gedeelte van het Verkeersveiligheidsfonds bestemd werd voor het veiliger maken van schoolomgevingen. In zijn advies over dit programmadecreet1 verklaarde de MORA zich voorstander van het voorzien van deze voorbehouden enveloppe. De regelgeving voor het subsidiëren van gemeenten voor het inrichten van veilige schoolomgevingen werd finaal vastgelegd in het Besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2019. Sinds de start van dit subsidiereglement hebben alle Vlaamse gemeenten samen al meer dan 600 keer een beroep gedaan op deze subsidieregeling2.

Meer nadruk op routedenken Onveilige schoolomgevingen zijn vaak niet de enige drempel voor leerlingen die te voet of met de fiets naar school willen gaan. Ook op de routes van en naar de school zijn er vaak zeer onveilige verkeerssituaties. Eén zwakke schakel kan bepalen of een route gebruikt wordt, alle goede investeringen in de omgeving van een school ten spijt. In zijn Mobiliteitsrapport 20193 vroeg de MORA een eerste maal om veel gebruikte routes mee te nemen in het verkeersveiligheidsbeleid. Lokale besturen en ook de vervoerregio’s moeten een rol kunnen spelen in het identificeren van onveilige routes en het plannen van ingrepen. De Vlaamse overheid moet deze financieel en beleidsmatig ondersteunen. Het recente Mobiliteitsverslag 20204, dat volledig focuste op de mogelijkheden om het fietsgebruik significant te laten toenemen, legde nog meer nadruk op het routedenken, zowel voor woonschool- als woon-werkroutes. Fietsinfrastructuurbeleid draait nu nog te vaak rond de aanleg van individuele fietsprojecten door verschillende infrastructuurbeheerders en hun specifieke prioriteiten. De Raad vroeg om deze fragmentarische aanpak te veranderen naar een grensoverschrijdende route- of ketenaanpak.

1

MORA, Advies voorontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019, goedgekeurd op 22 oktober 2018.

2

Minister Lydia Peeters, toespraak op Vlaams Fietscongres, 6 oktober 2020.

3

MORA, Mobiliteitsrapport 2019. Goedgekeurd op 24 mei 2019, https://www.mobiliteitsraad.be/sites/default/files/documenten/MobiRapport2019_20190726_web.pdf

4

MORA, Mobiliteitsverslag 2020. Goedgekeurd op 26 juni 2020, https://www.mobiliteitsraad.be/sites/default/files/documenten/Mobiverslag%2020200915.pdf

5


Advies programmadecreet begroting 2021

1.2

Advies

Subsidiëring schoolroutes De Raad vindt het uitermate positief dat de Vlaamse Regering in artikel 12 van het Programmadecreet 2021 kiest om de bestaande subsidieregeling voor veilige schoolomgevingen uit te breiden naar schoolroutes langs gemeentewegen. Om deze nieuwe regelgeving zo doeltreffend en efficiënt mogelijk te maken vraagt de MORA om volgende aandachtspunten verder uit te werken: Creëer een duidelijke definitie van het concept ’schoolroute’ om verwarring bij Vlaamse en lokale overheden te vermijden. Zorg ervoor dat de aanvraagprocedure eenvoudig is. Dit moet zorgen voor een snellere realisatie op het terrein maar moet ook garanties kunnen bieden op een kwaliteitsvolle realisatie. • Voor de uitvoering van maatregelen moet op Vlaams niveau niet alleen voldoende budget worden uitgetrokken maar de aanvrager op lokaal niveau moet aangespoord worden om de voorgestelde maatregelen uitgebreid te kaderen binnen het lokale beleid. Een bredere analyse over de verkeersveiligheid, de gewenste modal shift, de relatie met bestaande methodieken om duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid te bevorderen en de ontwikkeling van lokale netwerken voor voetgangers- en fietsverkeer is hierbij een belangrijk hulpmiddel. Ook verwijzingen naar gerelateerde strategieën rond parkeerbeleid, snelheidsbeleid en (wijk-) circulatie zijn essentieel. Verbind aan deze definitie een werkwijze om schoolroutes te bepalen en responsabiliseer de actoren die hiervoor verantwoordelijk zijn. • Definieer de verwachtingen ten aanzien van de lokale besturen m.b.t. de scholenroutekaart. Moet deze opgesteld worden voor hun volledige grondgebied? • Welke rol kunnen de vervoerregio’s opnemen bij het identificeren en remediëren van onveilige routes? Dragen zij een verantwoordelijkheid in het uittekenen van gemeentegrensoverschrijdende routes? • Is het aan de scholen om zelf onveilige routes identificeren? Kunnen zij hiervoor de gemeente dan wel de vervoerregio aanspreken?

2

Aanpassing verkeersfiscaliteit

2.1

Situering

Het voorontwerp van programmadecreet Hoofdstuk 7 afdeling 4 regelt de aanpassing van de jaarlijkse verkeersbelasting en de belasting op inverkeerstelling aan de nieuwe Europese verbruiks- en emissietest WLTP. Die nieuwe emissietest verving de oude uitstoottest NEDC en zorgt voor een meer realistische berekening van de CO2-uitstoot. Uitgangspunt bij deze aanpassing is dat de totale belastingdruk niet verhoogt. Maar ook dat het ‘vervuiler betaalt’-principe blijft gelden en dus vervuilende wagens op het vlak van de verkeersfiscaliteit duurder worden, terwijl de aanschaf van meer milieuvriendelijke wagens fiscaal aantrekkelijker zal worden.

6


Advies programmadecreet begroting 2021

Voor de jaarlijkse verkeersbelasting voor personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden ingeschreven, wordt de berekening van het tarief van de belasting in functie van de CO2-parameter aangepast. Voor de voertuigen die voor de eerste keer worden ingeschreven na 31 december 2020 zal de BIV berekend worden volgens een nieuwe formule in functie van nieuwe CO2-emissienormen opgelegd door de Europese Unie. De nieuwe formule moet voor een beter sturend effect richting minder vervuilende voertuigen zorgen. Het programmadecreet heft verder de vrijstelling van de verkeersbelasting voor aardgas (CNG en LNG) en plug-in hybrides (met maximale CO2-uitstoot van 50 gram per km) op. De vrijstelling blijft wel gelden voor voertuigen die reeds zijn ingeschreven vóór 1 januari 2021. Volledig elektrisch rijden blijft vrijgesteld. Voor tweedehandsvoertuigen (uiterlijk ingeschreven op 31 december 2020) verandert niets in de verkeersfiscaliteit.

2.2

Advies

Programmadecreten niet het aangewezen instrument voor belangrijke hervormingen in de verkeersfiscaliteit De MORA stelt vast deze aanpassing van de verkeersfiscaliteit andermaal gebeurt via het programmadecreet dat voor advies wordt voorgelegd via de spoedprocedure met een adviestermijn van tien dagen. De Raad wees er in 20155 op dat deze werkwijze het maatschappelijk debat onmogelijk maakt. Het MORA-secretariaat verkreeg ditmaal wel ter voorbereiding van het advies de onderliggende tabellen die de effecten en de impact van de aanpassing onderbouwden, en is ervan op de hoogte dat er met een zeer beperkte groep stakeholders werd overlegd. Volgens de Raad is het echter aangewezen om voor aanpassingen zoals deze een volwaardig participatief proces op te zetten. Dit biedt immers de mogelijkheid om de verdere vergroening van de automobiliteit te kaderen in een integrale visie op fiscaliteit en autogebruik en –bezit en hiervoor een draagvlak te bekomen. Bovendien verkleint dit de kans op aberraties bij de toepassing op het terrein.

Overgang naar WLTP in de verkeersbelasting De aanpassing van de Europese verbruiks- en emissietesten voor voertuigen zou ertoe leiden dat bij ongewijzigde fiscale regelgeving veel voertuigen plots een hogere belasting zouden moeten betalen. De in het voorontwerp van programmadecreet voorgestelde aanpassing maakt dat er voor de gebruiker geen significante verhoging komt van de verkeersfiscaliteit voor gelijkaardige voertuigen. De MORA vindt dan ook dat de voorgestelde aanpassing van de verkeersfiscaliteit in functie van de overgang van de NEDC-testprocedure voor CO2-uitstoot naar de WLTP-methode evenwichtig is en rechtszekerheid biedt voor de huidige gebruikers van personenwagens.

5

Advies voorontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016, Brussel, 23 oktober 2015

7


Advies programmadecreet begroting 2021

Budgetneutraliteit als uitgangspunt. In de memorie van toelichting bij het programmadecreet wordt geciteerd uit het Vlaams Regeerakkoord “In de verkeersfiscaliteit vergroenen we het wagenpark via de invoering vanaf 2021 van de nieuwe Europese verbruiks- en emissietest (WLTP) voor voertuigen, maar verhogen we de belastingdruk niet. Meer vervuilende wagens worden duurder, milieuvriendelijkere wagens goedkoper.” De uitwerking van de voorgestelde aanpassing komt in belangrijke mate tegemoet aan het eerste uitgangspunt van het Vlaams Regeerakkoord, met name een maximaal budgetneutrale aanpassing van de regelgeving, en wordt er minder accent gelegd op de aanscherping van het ‘vervuiler betaalt’-principe. De complexe technische omzetting van de bestaande regelgeving samen met het realiseren van een zo groot mogelijke budgetneutraliteit maakt dat bij de inschatting van de budgettaire impact gewerkt wordt met gemiddelden, medianen en extrapolaties. De Raad stelt vast dat deze aanpak leidt tot grote verschillen in BIV tussen verschillende types voertuigen van hetzelfde merk. Deze verschillen worden uiteraard groter bij de voertuigen in de luxesegmenten. Hier doen zich forse schommelingen voor van de BIV voor quasi dezelfde modellen. De MORA raadt aan de effecten hiervan op de budgettaire inkomsten goed in kaart te brengen.

De effecten grondig evalueren en indien nodig bijsturen Het Vlaams Klimaatplan stelt dat vanaf 2030 alle nieuw verkochte personenwagens koolstofarm moeten zijn, waarvan minstens de helft emissievrij. Om deze doelstelling te realiseren moet de overheid de markt stimuleren onder meer via de Vlaamse verkeersbelasting. Het ondersteunen van de aankoop en het gebruik van zero-emissievoertuigen dient volgens het Klimaatplan te gebeuren via een hervorming van de verkeersfiscaliteit tegen 2021. In het federale regeerakkoord schrijft de nieuwe federale regering zich volledig in in de klimaatambities van Parijs en in de Europese Green Deal. Het is de ambitie om tegen 2030 de broeikasgasuitstoot met 55% te verminderen en tegen 2050 België klimaatneutraal te maken. Het akkoord voorziet een uitfasering van de verkoop van niet-zero-emissie auto's. Op termijn zal uitsluitend de verkoop van zero-emissiewagens worden toegestaan. Nieuwe bedrijfswagens moeten emissievrij zijn tegen 2026. De Raad stelt zich dan ook de vraag of de voorgestelde hervorming volstaat om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de realisatie van de hierboven geformuleerde doelstellingen. De MORA heeft in eerdere adviezen gesteld dat er een verschuiving van belasting op bezit naar belasting op gebruik moet plaatsvinden. Om de reële impact van de verkeersfiscaliteit op de vergroening van de automobiliteit te kunnen inschatten is een grondige evaluatie nodig. De MORA vraagt om de effecten van de aanpassing te evalueren en ook af te toetsen in een breder kader. Daarbij is ook een evaluatie van de sociale en economische effecten voor verschillende maatschappelijke groepen aangewezen. Op basis van dergelijke evaluatie moet worden nagegaan of en in welke mate de maatregelen concreet bijdragen aan de doelstellingen van het Vlaams Regeerakkoord maar ook wat de bijdrage is aan de klimaatdoelstellingen zoals geformuleerd in het Vlaams Klimaatbeleidsplan en aan de doelstellingen van het mobiliteitsbeleid.

Vrijstellingen Het voorontwerp van programmadecreet bepaalt dat de vrijstelling van de verkeersbelasting voor aardgas (CNG en LNG) en plug-in hybrides (met maximale CO2-uitstoot van 50 gram per km) 8


Advies programmadecreet begroting 2021

wordt opgeheven. De vrijstelling blijft wel gelden voor voertuigen die reeds zijn ingeschreven vóór 1 januari 2021 of aangekocht voor 1 oktober 2020. De MORA stelt wel vast dat volledig elektrisch aangedreven wagens vrijgesteld blijven van de verkeersbelasting en de BIV. In eerdere adviezen gaf de MORA aan geen voorstander te zijn van een blijvende fiscale vrijstelling. Voor deze vrijgestelde voertuigen geldt dat ze noch op bezit, noch op gebruik worden belast. De Raad erkent dat deze tijdelijke vrijstellingen kunnen bijdragen tot een snellere adaptatie van elektrische voertuigen in het wagenpark, maar pleit in de eerste plaats voor een technologieneutrale fiscaliteit waarbij de voertuigen fiscaal worden beoordeeld op hun werkelijke milieuimpact. Daarom pleit de Raad ervoor dat de Vlaamse Regering beleidsmatig op de technologische evolutie anticipeert en nu al een tijdspad voorziet voor rechtvaardig sturende fiscaliteit.

Werk maken van een gelijke behandeling voor leasewagens Gezien onze staatsstructuur zijn de voorgelegde aanpassingen alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. Daarom hebben leasingwagens een ander belastingregime. Zo vormen CO2 en Euronorm geen onderdeel van de berekeningsbasis van de BIV en de verkeersbelasting voor leasemaatschappijen. Het feit dat leasingmaatschappijen, die in Vlaanderen meer dan 30% uitmaken van de nieuw ingeschreven voertuigen op jaarbasis, nog steeds een ander belastingregime kennen dan wat geldig is voor andere bedrijven en voor particulieren die gevestigd zijn in het Vlaamse Gewest, vormt een rem op de ambitie van de Vlaamse Regering voor de vergroening van het wagenpark. Indien de Vlaamse Regering een efficiënt en sturend fiscaal beleid wil voeren moet zij voor alle voertuigen die op haar grondgebied zijn ingeschreven dezelfde regels kunnen toepassen. Daarom dringt de MORA erop aan dat de Vlaamse Regering zo snel mogelijk met de federale overheid en de twee andere gewesten een samenwerkingsakkoord sluit om deze uitzonderingsregel op te kunnen heffen.

Onrechtvaardigheden wegwerken Ten slotte stelt de Raad vast dat er ook na deze aanpassingen nog enkele onrechtvaardigheden blijven in de fiscale behandeling van sommige voertuigcategorieën. Zo zijn pick-ups wanneer ze ingeschreven zijn als ‘lichte vrachtwagen’, vrijgesteld van belasting op inverkeerstelling ook als ze voor privaat vervoer gebruikt worden en is de verkeersbelasting lager voor deze groep van voertuigen. Ook oldtimers verschijnen meer en meer in het Vlaamse straatbeeld voor regulier gebruik en niet voor het bijwonen van manifestaties of occasionele ritten waarvoor ze een preferentieel regime genieten. De MORA vraagt dat de verschillende fiscale voorkeursbehandelingen weggewerkt worden in een volgende aanpassing van de verkeersfiscaliteit.

9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
MORA_20201016_ADV_advies programmadecreet 2021.pdf by Vlaanderen-be - Issuu