Skip to main content

gevolgenvandeeuuitbreiding_onderzoeksvoorstel.pdf

Page 1

Gevolgen van de EUuitbreiding voor de Vlaamse arbeidsmarkt Projectvoorstel

In het kader van het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma 2003

K.U.Leuven en IDEA Consult Brussel, 6 mei 2003

1


Inhoud van dit onderzoeksvoorstel 1. Promotor 2. Titel 3. Samenvatting van het onderzoeksvoorstel 4. Thema en topic waarbij dit projectvoorstel aansluit 5. Gedetailleerd tijdsschema 6. Financieel plan 7. Valorisatie van de onderzoeksresultaten 8. Relevante onderzoeksprojecten 9. Samenstelling onderzoeksteam 10. Suggesties voor mogelijke referees

Bijlage 1: uitgebreide beschrijving van het onderzoeksproject Bijlage 2: bibliografie Bijlage 3: CV van de onderzoekers

2


1. Promotor Promotor:

Prof. Dr. Filip Abraham Departement Economie K.U.Leuven Naamsestraat 69 3000 Leuven tel: 016/32.68.33 fax: 016/32.67.96 E-mail: Filip.Abraham@econ.kuleuven.ac.be Web: www.econ.kuleuven.ac.be

CoÜrdinator: Dr. Valentijn Bilsen IDEA Consult n.v. Congresstraat 37 – 41, bus 3 B-1000 Brussel Tel: 02/282.17.16 Fax: 02/282.17.15 E-mail: Valentijn.Bilsen@ideaconsult.be Web: www.ideaconsult.be

2. Titel De gevolgen van de EU-uitbreiding voor de Vlaamse arbeidsmarkt.

3


3. Samenvatting van het onderzoeksvoorstel De doelstelling van het project kan als volgt omschreven worden: Het aanreiken van bouwstenen voor het ontwikkelen van doeltreffende en samenhangende maatregelen die enerzijds de negatieve gevolgen van EU-uitbreiding op de Vlaamse arbeidsmarkt minimaliseren en anderzijds de opportuniteiten ten volle benutten, en dit gegeven de Europese context. Met dit onderzoek willen we een antwoord kunnen bieden op onder meer de volgende beleidsrelevante vragen: ยง

Wat zijn de recente institutionele ontwikkelingen op het vlak van vrij verkeer van werknemers naar aanleiding van de EU-uitbreiding? Welke zijn de uitdagingen van (im)migratie uit de kandidaat lidstaten? Welke zijn de eventuele opportuniteiten?

ยง

Wat is de actuele toestand inzake arbeidsmigratie tussen Vlaanderen en de kandidaat-lidstaten (en vice versa)? Hoe ziet de arbeidsmarktsituatie eruit in de kandidaat lidstaten? Wat is de situatie van Vlaanderen in vergelijking met andere Europese landen?

ยง

Wat is de verwachte netto toestroom uit het Oosten in de Vlaamse arbeidsmarkt na de toetreding van de kandidaat lidstaten? Wat is de samenstelling van deze stroom in termen van leeftijd, opleiding, instroom en uitstroom? Gaat het om definitieve of tijdelijke migratie? Mogen we een druk op de lonen verwachten, en zo ja in welke segmenten van de arbeidsmarkt? Welke sectoren zijn het meest gevoelig? Wat verklaart de migratie naar Vlaanderen?

ยง

Wat zijn de belangrijkste hefbomen waarop het beleid kan steunen? Wat zijn de beperkingen en randvoorwaarden? Welke ruimte bestaat er voor regionaal arbeidsmarktbeleid gegeven het Europees raamwerk? Wat zijn de voor- en nadelen van verschillende beleidsopties? Wat is het beleid in de overgangsfase in onze buurlanden na toetreding van de kandidaat lidstaten in mei 2004?

Om de studie uit te voeren, wordt het onderzoeksproces opgedeeld in vijf stappen. Onderstaande figuur geeft een schematisch overzicht van de verschillende onderzoeksstappen. Hiernavolgend beschrijven we bondig het resultaat van elke stap.

4


Figuur 1 stappenplan

STAP 1 : Wettelijke - institutioneel kader STAP 2 : Empirische evidentie STAP 3 : Impactanalyse voor Vlaanderen STAP 4 : Beleidsanalyse STAP 5 : Beleidsaanbevelingen Stap 1 Het wettelijk en institutioneel kader Het resultaat van deze eerste stap is een overzicht van de institutionele en wetgevende aspecten die zich op Europees niveau hebben voorgedaan naar aanleiding van de komende EU-uitbreiding en die een impact hebben op de migratieproblematiek. Speciale aandacht gaat daarbij naar maatregelen die de migratiestromen beĂŻnvloeden naar samenstelling en volume, alsook naar de sociaal-economische gevoeligheden die zich in het debat hieromtrent voordoen. In dit deel geven we ook het standpunt en maatregelen van de Europese Commissie weer. Stap 2 De empirische evidentie Hier geven we aan hoe groot de actuele migratiestromen tussen Vlaanderen en de kandidaat lidstaten is, alsook de kenmerken van de samenstelling van deze migratiestromen. We kijken eveneens naar de arbeidsmarktsituatie in de kandidaat lidstaten. Deze stap geeft een overzicht van de belangrijkste conclusies van EUuitbreidingsstudies voor andere Europese landen en voor de EU in haar geheel. Speciale aandacht gaat hierbij naar de ervaringen uit de vorige EU-uitbreidingsrondes, in het bijzonder deze met Spanje, Portugal en Griekenland. Het resultaat van deze stap is een inzicht in de cruciale elementen en leereffecten in de EU-uitbreiding.

5


Stap 3 Een impactanalyse voor Vlaanderen De impact analyse resulteert in 1) een schatting van de te verwachten migratiestromen tussen Vlaanderen en de kandidaat-lidstaten, met detaillering naar samenstelling en 2) in een inschatting van de effecten op de Vlaamse arbeidsmarkt met aanduiding van de mogelijke gunstige en ongunstige evoluties en de kritische factoren die deze evoluties aansturen. Stap 4 Beleidsanalyse De beleidsanalyse resulteert in een overzicht van beleidsmaatregelen die in onze buurlanden worden genomen n.a.v. de EU-uitbreiding op het vlak van migratie. Gegeven het EU-beleidskader wordt de ruimte voor een regionaal en lokaal beleid nagegaan. Op basis van de resultaten van de impactanalyse worden de mogelijke beleidsinstrumenten gedefinieerd. Stap 5 Beleidsaanbevelingen Deze stap resulteert in een reeks beleidsaanbevelingen met vermelding van voor- en nadelen op de werking van de Vlaamse arbeidsmarkt. Het resultaat is een set van coherente en duurzame beleidsmaatregelen die de negatieve gevolgen voor de Vlaamse arbeidsmarkt minimaliseren en de opportuniteiten benutten.

6


4. Thema en topic waarbij dit projectvoorstel aansluit Dit onderzoeksvoorstel past binnen het vierde meerjarenthema van de VIONAonderzoeksagenda 2001-2004: de werking van de arbeidsmarkt en zijn instituties. Binnen dit thema wordt de nadruk gelegd op: §

Het ontwikkelen van geïntegreerde maatregelen en het afstemmen van de beleidsinstrumenten, gegeven de bevoegdheden van de verschillende overheidsniveau’s en de subregionale actoren

§

Het verwerven van inzicht in het functioneren van de arbeidsmarkt met speciale aandacht voor toepasbaarheid voor evaluatie en ondersteuning van het Europese, regionale en lokale arbeidsmarktbeleid.

Het voorstel behandelt de eerste topic: de gevolgen van de EU-uitbreiding voor de Vlaamse arbeidsmarkt. Dit onderzoek heeft als doel de bouwstenen aan te reiken voor het ontwikkelen van doeltreffende en samenhangende maatregelen die enerzijds de negatieve gevolgen van EU-uitbreiding op de Vlaamse arbeidsmarkt minimaliseren en anderzijds de opportuniteiten ten volle benutten, en dit gegeven de Europese context.

7


5. Gedetailleerd tijdsschema De totale doorlooptijd voor het project bedraagt 12 maanden. Indien het project kan aanvangen op 1 oktober 2003, zal het worden afgerond tegen eind september 2004. Een latere startdatum kan implicaties hebben voor de datum van de oplevering van het eindrapport. De doorlooptijd voor elk van de afzonderlijke delen van de studie staat aangegeven in de onderstaande tabel. Na het afronden van delen 1 en 2 (eind december 2003) wordt een eerste interimrapport afgewerkt. Een tweede interimrapport is voorzien na het derde deel van de studie (einde mei 2004). Het eindrapport wordt voorgesteld eind augustus / begin september 2004 en vervolgens afgewerkt tegen eind augustus 2004. Tabel 1: tijdschema

Sep

€

aug

jun

•

Jul

mei

apr

ma

feb

jan

2004 dec

nov

okt

2003

€

Startvergadering Deel 1 Wettelijk – institutioneel kader Deel 2 Empirische evidentie Interim-rapport 1 Deel 3 Impactanalyse voor Vlaanderen Interimrapport 2

•€

Deel 4 Beleidsanalyse Deel 5 Beleidsaanbevelingen Voorlopige versie eindrapport Afwerking en oplevering eindrapport

(•= rapportage

•€ •

€= formeel overlegmoment)

8


7.6. Valorisatie van de onderzoeksresultaten Delen van het onderzoeksrapport of samenvattingen van de belangrijkste resultaten kunnen gepubliceerd worden in tijdschriften met beleidsrelevante artikels en/of met brede maatschappelijke toegang zoals het tijdschrift OverWerk van het Steunpunt W.A.V, Trends Review, Economische en Statistische Berichten (ESB) en het Tijdschrift voor Economie en Management. Bepaalde delen kunnen ook als working paper van het Centrum voor Economische StudiĂŤn of in de reeks ‘Leuvense Economische Standpunten’ van de K.U.Leuven worden gepubliceerd. Deze rapporten worden immers ruim verspreid, bijvoorbeeld ook naar bibliotheken en in het buitenland. Het eindrapport zal worden voorgesteld tijdens een openbare workshop met vertegenwoordigers van de overheid, sociale partners en andere relevante partijen. Gegeven de internationale dimensie van de EU-uitbreidingsproblematiek stellen we voor een goed geplaatste spreker van de Europese Commissie uit te nodigen, alsook een aantal experten op dit vlak uit de buurlanden. De interactie tussen de Europese, de (inter)nationale en de Vlaamse en lokale spelers in het beleidsveld kan een interessante meerwaarde betekenen voor dit project. 8.7. Relevante lopende onderzoeksprojecten Project (naam, omschrijving)

Financierende organisatie

Einddatum

De uitbreiding van de Europese Unie en Ministerie van planning, Oktober 2003 de gevolgen voor de Portugese economie Portugal, Departement Regionale Ontwikkeling Onderzoek naar de mogelijkheden voor Ministerie van de Vlaamse 2003 Vlaanderen in het kader van de Europese Gemeenschap Structuurfondsen na 2006 Verkenning van arbeidsmarktontwikkelingen en beleidsuitdagingen 2004-2010

VIONA arbeidsmarkt- November onderzoeksprogramma van 2003 de Vlaamse Regering

Mogelijkheden en beperkingen voor het VIONA arbeidsmarkt- Oktober 2003 gebruik van fiscale instrumenten in het onderzoeksprogramma van Vlaamse werkgelegenheidsbeleid de Vlaamse Regering Vademecum local employment strategies

Europese Commissie, DG Juni 2003 Werkgelegenheid

Een studie van de determinanten van Europese Commissie, DG Oktober 2003 regionale competitiviteit Regionaal Beleid Stimulering en verbetering van de KMO Senter

Internationaal Januari 2005

9


bedrijfsomgeving in Slovakije

Nederland

Onderzoek naar de tewerkstellingseffecten van internationale handel voor BelgiĂŤ

DWTC

2003

10


9.8. Samenstelling onderzoeksteam Het onderzoeksteam zal bestaan uit: Prof. Dr. Filip Abraham en Dr. Valentijn Bilsen (een uitgebreid CV van de onderzoekers is opgenomen in bijlage). De kracht van het team steunt op de combinatie van drie specifieke competenties: 1) een diepgaande en praktische kennis van de EU-uitbreidingsproblematiek in het bijzonder m.b.t. de arbeidsmarkt, 2) kennis van de Midden- en Oost-Europese economieën en 3) ervaring met het ontwikkelen van maatregelen ter ondersteuning van het beleid op Vlaams en andere niveau’s en kennis van het Vlaamse beleidsveld. •

Prof. Dr. Filip Abraham

Professor Filip Abraham studeerde aan de Katholieke Universiteit Leuven en behaalde in 1987 een doctoraat in de economische wetenschappen aan de University of Michigan, Ann Arbor in de Verenigde Staten. Hij is thans decaan van de Faculteit Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen van de KUL, waar hij internationale economie en Europese Integratie doceert. Tevens is hij hoogleraar internationaal zakenwezen in de University of Rochester MBA programma’s in Nijenrode (Nederland) en Bern (Zwitserland). Daarvoor was hij onder meer verbonden aan de University of Michigan en het Internationaal Muntfonds. Hij is titularis van de Fortis Leerstoel over Europese integratie en voert reeds meerdere jaren beleidsgerichte onderzoeksopdrachten uit voor de Europese Commissie, de Belgische en Vlaamse overheid en verscheidene privé-instellingen en federaties. Filip Abraham’s expertise ligt op het vlak van loonvorming, arbeidsmarktproblematiek en internationale competiviteit op regionaal, nationaal en Europees vlak. Hij is de auteur van een ruime lijst van wetenschappelijke en beleidsgerichte publicaties over deze onderwerpen. Eén van zijn recente onderzoeksdomeinen betreft de gevolgen van de EU uitbreiding op de internationale handel en werkgelegenheid in Vlaanderen, waarover hij in 2002 een boek schreef. Prof. Abraham neemt actief deel aan het economische debat in België en Vlaanderen. In 1994 werd hij tot lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven verkozen. In 1995 werd hij lid van het Instituut van de Nationale Rekeningen. Prof. Dr. Filip Abraham zal optreden als promotor en wetenschappelijk begeleider van de studie. Selectie van publicaties:en onderzoeksrapporten -

Abraham, F., Konings,J., Veugelers, R., Van Hove,J. and I. Vansteenkiste (2002) De Nieuwe EU: de Doodsteek voor de Vlaamse Economie. Acco Leuven. Abraham, F., Brock, E. (2003), “Sectoral Employment Effects of Trade an Productivity in Europe”, Applied Economics, vol 35, p. 223-238.

11


-

Abraham, F. and J. Konings (1999) “Does the Opening of Central and Eastern Europe Threaten Employment in the West?” The World Economy, vol. 22 no 4, p 585-601.

-

Abraham, F., Stuyck, J. and E. Terryn (eds.) (2002) The European Union and Central and Eastern European Countries. Leuven University Press. Abraham, F. (2002) “Global and European Labor Costs,” Tijdschrift voor Economie en Management vol XLVII no 3, p 373-398.

•

Dr. Valentijn Bilsen

Valentijn Bilsen, richt zicht vooral op projecten in verband met Oost-Europa, EUuitbreiding, ondernemerschap, alsook op economische impactanalyse, haalbaarheidsstudies en strategiebepaling. Valentijn behaalde zijn doctoraatstitel aan de K.U.Leuven over “Ondernemerschap en private sector ontwikkeling in de Centraal Europese transitielanden”. Hij leidde een internationaal onderzoeksteam, gefinancierd door de Europese Commissie, en leverde tal van bijdragen aan verscheidene onderzoeksnetwerken. Momenteel is hij Senior Consultant bij IDEA. Voordien werkte hij aan de K.U.Leuven, Licos – Centre for Transition Economics en aan de University of Cambridge, Centre for Business Research. Hij publiceerde over ondernemerschap, bedrijfsherstructurering, privatisering, directe buitenlandse investeringen, regionale economie, alsook over job creatie en destructie in Centraal Europese landen. Dr. Valentijn Bilsen zal optreden als coördinator van het project. Selectie van publicaties en onderzoeksrapporten -

“Job Creation, Job Destruction and Growth of Newly Established, Privatized and State Owned Enterprises: Survey Evidence from Bulgaria, Hungary and Romania”, Journal of Comparative Economics, vol. 26., 1998, pp. 429 – 445, met J., Konings

-

“Entrepreneurship and private sector development in Central European transition countries”, doctorale dissertatie, Katholieke Universiteit Leuven, 2001, 188 pp.

-

“The Enlargement of the European Union and the Effects for the Portuguese Economy”, IDEA Consult in opdracht van het Ministerie van Planning, Departement Regionale ontwikkeling Portugal, januari 2003, 131 pp., samen met V. Minne en K. Molenberghs

-

“A Study on the Factors of Regional Competitiveness”, IDEA Consult in opdracht van de Europese Commissie, DG Regionaal Beleid, maart 2003, 61 pp., samen met Cambridge Econometrics en ECORYS.

-

“Regional Aspects of Competitiveness”, IDEA Consult in opdracht van de Europese Commissie DG Enterprise, april 2003, 59 pp., samen met Cambridge Econometrics, ECORYS, en WIFO. 12


13


Bijlagen Bijlage 1: Uitgebreide beschrijving van het onderzoeksproject 1. Probleemstelling 2. Doelstelling en inhoud van het project 3. Beleidsrelevantie

1


1

Probleemstelling

De uitbreiding van de Europese Gemeenschap met tien kandidaat lidstaten heeft belangrijke gevolgen voor de huidige lidstaten. Heel wat studies hebben de gevolgen voor de EU-15 in zijn geheel of voor aparte lidstaten berekend en gedocumenteerd, zie bijvoorbeeld Baldwin et al., 1997, Boeri et al. 2002, Boeri en Brücker, 2000, 2001, Breuss, 2001, Brücker en Weise, 2001, Heijdra et al., 2002, Hille en Straubhaar, 2001, Keuschnigg, et al. 1999, Keuschnigg en Kohler, 1999, Kok, 2003, Lejour et al., 2001, Nahuis, 2002. Specifiek voor Vlaanderen is in vergelijking hiermee relatief weinig gekend. De studie van Prof. F. Abraham et al., 2002 onderzocht de effecten op het gebied van handel en directe buitenlandse investeringen. De auteurs berekenden ook de daarmee gepaard gaande tewerkstellingseffecten op de Vlaamse arbeidsmarkt, zowel in zijn geheel als voor verschillende sectoren. Simonis en Lambrecht, 2001, maakten een eerste schatting van de EU-uitbreiding voor België. Evenwel, hun berekeningen steunen op de samenstelling en grootte van de migratiestromen uit de kandidaat lidstaten in het verleden en op de schattingen van Boeri en Brücker, 2000, die inmiddels verouderd zijn. Bovendien steunen de schattingen van Simonis en Lambrecht op de impliciete hypothese van een onveranderd migratiebeleid, hetgeen op het moment van hun studie een redelijke werkhypothese was, gezien toen nog geen zekerheid over de toetredingsdatum bestond en het toetredingsproces nog alle richtingen uitkon. Hier is inmiddels heel wat evolutie in gekomen. De toetredingsdatum is gekend en de vooruitzichten zijn beter te bepalen. Op de jongste top van Kopenhagen werd beslist dat onder meer Hongarije, Polen, Tsjechië, Slovenië en Slowakije op 1 mei 2004 kunnen toetreden. De andere landen, zoals Bulgarije, Roemenië worden later verwacht. Dit betekent dat er momenteel, minder dan 1 jaar voor de toetreding van de economisch belangrijkste kandidaat lidstaten, nog geen enkele actuele studie en schatting is van de gevolgen van de EU-uitbreiding op de Vlaamse arbeidsmarkt, in het bijzonder wat betreft de effecten via het mechanisme van de migratie. Het effect van vrij verkeer van werknemers op de Vlaamse arbeidsmarkt is tot nu toe onvoldoende verkend. Het is duidelijk dat de Belgische resultaten niet zonder meer kunnen toegepast worden op de Vlaamse arbeidsmarkt, temeer ook omdat er substantiële verschillen zijn tussen de regionale arbeidsmarkten. Het institutioneel kader in verband met de EU-uitbreiding is de laatste twee jaar heel wat verandert en zoals bijvoorbeeld de top in Kopenhagen, december vorig jaar. De praktische implicaties hiervan op de Vlaamse arbeidsmarkt zijn vooralsnog niet onderzocht. Wil men een coherent en doeltreffend Vlaams en lokaal arbeidsmarktbeleid voeren dat de uitdagingen van de EU-uitbreiding niet alleen het hoofd biedt, maar deze ook positief weet te benutten, dienen de gevolgen van de EU-uitbreiding op de Vlaamse arbeidsmarkt systematisch in kaart gebracht te worden met een duidelijke formulering van de beleidsimplicaties.

2


2

Doelstelling en inhoud van het project

De doelstelling van het project kan als volgt omschreven worden: Het aanreiken van bouwstenen voor het ontwikkelen van doeltreffende en samenhangende maatregelen die enerzijds de negatieve gevolgen van EU-uitbreiding op de Vlaamse arbeidsmarkt minimaliseren en anderzijds de opportuniteiten ten volle benutten, en dit gegeven de Europese context. Met dit onderzoek willen we een antwoord kunnen bieden op onder meer de volgende beleidsrelevante vragen: §

Wat zijn de recente institutionele ontwikkelingen op het vlak van vrij verkeer van werknemers naar aanleiding van de EU-uitbreiding? Welke zijn de uitdagingen van (im)migratie uit de kandidaat lidstaten? Welke zijn de eventuele opportuniteiten?

§

Wat is de actuele toestand inzake arbeidsmigratie tussen Vlaanderen en de kandidaat-lidstaten (en vice versa)? Hoe ziet de arbeidsmarktsituatie eruit in de kandidaat lidstaten? Wat is de situatie van Vlaanderen in vergelijking met andere Europese landen?

§

Wat is de verwachte netto toestroom uit het Oosten in de Vlaamse arbeidsmarkt na de toetreding van de kandidaat lidstaten? Wat is de samenstelling van deze stroom in termen van leeftijd, opleiding, instroom en uitstroom? Gaat het om definitieve migratie of tijdelijke? Mogen we een druk op de lonen verwachten, en zo ja voor welk segment van de arbeidsmarkt? Welke sectoren zijn het meest gevoelig? Wat verklaart de migratie naar Vlaanderen?

§

Wat zijn de belangrijkste hefbomen waarop het beleid kan steunen? Wat zijn de beperkingen en randvoorwaarden? Welke ruimte bestaat er voor regionaal arbeidsmarktbeleid gegeven het Europees raamwerk? Wat zijn de voor- en nadelen van verschillende beleidsopties? Wat is het beleid in de overgangsfase in onze buurlanden na toetreding van de kandidaat lidstaten in mei 2004?

Om de studie uit te voeren, wordt het onderzoeksproces opgedeeld in vijf stappen. Deze stappen zijn opgezet vanuit een coherent analysekader dat toelaat de verschillende sociaal-economische effecten van de uitbreiding te definiëren en hun onderlinge relatie te bestuderen. Hiernavolgend lichten we eerst het algemeen analysekader toe. Vervolgens geven we de opeenvolgende stappen weer met telkens de doelstelling, de inhoud en aanpak en het resultaat.

3


3

Het analysekader

Teneinde het onderzoeksproject “Gevolgen van de EU-uitbreiding voor de Vlaamse arbeidsmarkt� effectief te laten verlopen, is het van groot belang om te vertrekken van een coherent denk- en analysekader. De hooflijnen van dit kader worden hiernavolgend toegelicht (zie Figuur 2). Figuur 2 Een schematische voorstelling van het analysekader TOESTAND/ DETERMINANTEN

PROCESSEN

TOESTAND/ DETERMINANTEN

EU - 15

(IM)MIGRATIE

KANDIDAAT LIDSTATEN

BBP per Capita Werkloosheidsgraad Lonen Koopkracht Afstand Scholingsgraad Kwalificaties

BBP per Capita Werkloosheidsgraad Lonen Koopkracht Afstand Scholingsgraad Kwalificaties

HANDEL

DIRECTE BUITENLANDSE INVESTERINGEN

STRUCTUURFONDSEN

De uitbreiding van de Europese Unie met de kandidaat lidstaten impliceert de integratie van twee relatief sterk verschillende economische blokken. Het BBP per capita in koopkrachtpariteiten voor de 12 kandidaat-lidstaten is slechts 38 % van het EU-15 gemiddelde. Toen Griekenland, Portugal en Spanje in 1980 toetraden was hun BBP per capita in koopkrachtpariteiten 66%, (Fidrmuc et al, s.d.). Ook in termen van werkloosheid zijn de verschillen aanzienlijk. Recente cijfers van de Europese Commissie (2003) geven aan dat de lange termijn werkloosheidsgraad in de kandidaatlidstaten gemiddeld 7.6% van de actieve bevolking bedraagt. In de EU-15 bedraagt deze 3.1%. Deze verschillen brengen sociaal-economische aanpassingsprocessen met zich mee. De EU-uitbreiding heeft gevolgen voor de handelsstromen, kapitaalsstromen (directe buitenlandse investeringen) en voor bevolking (migratie). De relatie tussen deze aanpassingsprocessen wordt gekenmerkt door een trade-off. Men kan stellen dat naar gelang de handel en de directe buitenlandse investeringen met de kandidaat lidstaten toeneemt, de economische groei toeneemt en daardoor de druk op emigratie naar de EU15 afneemt, en vice versa. Met andere woorden naargelang de integratie van de kandidaat lidstaten succesvol verloopt, en deze landen verder convergeren naar het EU15 gemiddelde, zal de aanpassing via migratie zich minder opdringen. Anderzijds kan men ook opmerken dat er een zekere complementariteit tussen de aanpassingstromen kan bestaan. Toenemende handel en directe buitenlandse investeringen kan een bepaald

4


type emigratie met zich meebrengen, dat evenwel van totaal verschillende aard is. Men mag verwachten dat in geval van migratie ten gevolge van economische achterstand, de stroom van migranten meer werkzoekenden bevat dan in het geval van economische inhaalbewegingen. De complementaire migratiestromen zijn waarschijnlijk eerder van tijdelijke aard en bevatten een hoger percentage van personen die ervaring en lering in de EU-15 willen opdoen om dit dan later in hun land van oorsprong toe te passen. De determinanten van de aanpassingsprocessen kunnen gevonden worden in de economische toestandsvariabelen van beide economieën, zoals aangeduid in bovenstaande figuur. Hierin kunnen we push- en pullvariabelen onderscheiden, alnaargelang zij de emigratie stimuleren, dan wel de immigratie. De selectie van de determinanten hangt uiteraart ook af van de theoretische denkschool. Zo zullen studies van neoclassieke inslag de nadruk leggen op loonverschillen. De Human Capital benadering gebruikt de werkloosheidsgraad en de afstand als verklarende variabelen. Zij worden beschouwd als een maatstaf van respectievelijk de kans op het vinden van een job en transport- en verhuiskosten. De netwerk-migratie benadering neemt ook de bestaande ‘stock’ van migranten op bij de set van verklarende variabelen, als een proxy om de (familie-) netwerk effecten te ondervangen, (Hille en Straubhaar, 2001). Het overheidsoptreden is een belangrijke determinerende factor in het aanpassingsproces. We kunnen de overheidsmaatregelen onderverdelen in bijvoorbeeld twee groepen. De eerste groep betreft de maatregelen die zowel op supra-nationaal als op nationaal en internationaal vlak genomen worden om de stroom van migranten te beheersen en te kanaliseren. Daarbij denken we aan het EU-migratie beleid, zie bijoorbeeld Barros, 2001 en Bifl, 2001, alsook aan de beleidsmaatregelen van de andere EU-15 landen. De tweede groep van overheidsmaatregelen zijn de structuurfondsen die in het kader van het EU cohesiebeleid naar de kandidaat lidstaten toevloeien. Zo mag er bijvoorbeeld van uitgegaan worden dat in de nieuwe programmeringperiode van de Structurele Fondsen 2007 –2013 de steun die de nieuwe lidstaten ontvangen 4 % van hun BBP zal bedragen. Structuurfondsen hebben een directe invloed op het handelspatroon en op de directe buitenlands investeringen in de kandidaat lidstaten en kunnen onder meer langs deze weg economische groei en cohesie helpen bevorderen1 . Dit heeft indirect een weerslag op het type migratie alsook op het volume.

4

Het plan van aanpak

In wat volgt geven we aan hoe we op basis van bovenstaand analysekader het onderzoeksproject gaan uitwerken. Daartoe voorzien we een opbouw in vijf stappen. Tabel 2 geeft een overzicht van dit projectplan met aanduiding van de stappen, de doorlooptijd, de te ondernemen taken en het beoogde resultaat. 1

De resultaten van empirische studies over het effect van structuurfondsen zijn niet eenduidig. Cross-sectie studies met vrij geaggregeerde gegevens vinden geen effect, zie bijvoorbeeld Boldrin en Canova, 2002. Doch studies die gebruik maken van panel data en rekening houden met specifieke landen effecten vinden een positieve impact, zie bijvoorbeeld, Ederveen et al., 2002a en 2002b.

5


De samenhang tussen de verschillende stappen is weergegeven in onderstaande figuur. Zoals visueel voorgesteld genereren de stappen 1 (het wettelijk-institutioneel kader) en 2 (de empirische evidentie) de bouwstenen voor de impactanalyse (stap 3). Samen met de resultaten van de beleidsanalyse (stap 4) vormt de uitkomst van de impactanalyse het basismateriaal voor de opmaak van de conclusies en de beleidsaanbevelingen (stap 5). Figuur 3: Logische samenhang van de projectstappen

Stap 1: Juridisch – institutioneel kader

Stap 2: Empirische evidentie

Stap 3: Impactanalyse Vlaanderen

Stap 4: Beleidsanalyse

Stap 5: Beleidsaanbevelingen en conclusies

6


Tabel 2 Plan van aanpak “Gevolgen van de EU-uitbreiding voor de Vlaamse arbeidsmarkt” Stappen Stap 1 Wettelijk en institutioneel kader

Stap 2 Empirische evidentie

Stap 3 Impactanalyse

Stap 4 Beleidsanalyse

Doorlooptijd

1 mnd

3 mnd

Taken ♦

Analyse van EU-regelgeving mbt vrij verkeer van personen en

♦

Overzicht van planning en inhoud van integratiepad EU25

♦

Beleid van de kandidaat lidstaten i.v.m. vrij verkeer van personen

♦

overzicht van arbeidsmarktsituatie in MOE-landen

♦

analyse van actuele migratie- , investerings-, en handelsstromen tussen Vl/B en de landen van de MOE

♦

analyse van studies van vorige uitbreidingen, bijzonder de EU uitbreiding van 1980 met Spanje, Griekenland en Portugal

♦

analyse van studies van EU25 in andere landen

♦

overleg met visiegroep

♦

raming van verwachte effecten voor de Vlaamse arbeidsmarkt

♦ ♦

positionering van migratie-effect tav globaal integratie-effect (migratie, Tussentijds rapport met de resultaten van de investeringen en handel) impactanalyse sensitiviteitsanalyse

♦

overleg met visiegroep

♦

interviews met 4 experten en 4 beleidsverantwoordelijken in andere EU-15 landen

♦

interview met EC-verantwoordelijken

♦

analyse van beleidsdocumenten

♦

opmaak leereffecten voor Vlaams arbeidsmarktbeleid

4 mnd

3 mnd

Resultaat Overzicht van de relevante institutionele en wetgevende aspecten op EU niveau en in de kandidaat lidstaten die migratie mede bepalen

Tussentijds rapport met bouwstenen voor de impactanalyse

Bouwstenen voor beleidsformulering

7


Stappen

Stap 5 Conclusies en aanbevelingen

Doorlooptijd

1 mnd

Taken ♦

integratie van resultaten van impact- en beleidsanalyse

♦

afstemming met uitdagingen voor Vlaamse arbeidsmarkt 2004-2010

♦

Concept-eindrapport

♦

Overleg met visiegroep

♦

Finalisering eindrapport

♦

Organisatie van valorisatie-workshop

Resultaat

Eindrapport ‘Gevolgen van de EU-uitbreiding voor de Vlaamse arbeidsmarkt’

8


Stap 1 Het wettelijk en institutioneel kader 1.1. Doel Het doel van deze eerste stap is de juridisch – institutionele omgeving te schetsen die bepalend is voor de effecten van de EU-uitbreiding en voor de migratie- en stromen van arbeidskrachten in het bijzonder. We willen daarbij een antwoord formuleren op onder meer de volgende vragen: §

Wat zijn de recente institutionele ontwikkelingen op het vlak van vrij verkeer van werknemers n.a.v. de EU-uitbreiding op Europees vlak?

§

Wat is de reactie van de kandidaat lidstaten op vlak van arbeidsmarktbeleid en toetredingsstrategie?

§

Hoe verloopt het EU-25 integratiepad op institutioneel vlak? Wat zijn daarbij de cruciale mijlpalen?

1.2. Werkwijze Om deze vragen te beantwoorden gebruiken we desk-research en interviews. De desk-research bestaat erin de relevante documentatie i.v.m. de institutioneeljuridische aspecten van de EU-uitbreiding te analyseren en een inzicht in de complexe economisch – politiek beleidsprocessen te verkrijgen. De analyse gebeurt vanuit het oogpunt van de relevantie voor de potentiële invloed op de stroom van werknemers, zowel qua volume als qua samenstelling. Speciale aandacht gaat ook naar de sociaaleconomische spanningsvelden, zoals immigratie en het netwerk van sociale voorzieningen in de EU-15. De belangrijkste bron is de Europese Commissie (Top van Kopenhagen, Acquis Communautaire, en het EU programma voor het wegwerken van de belemmeringen van migratie). In deze stap zullen we ook interviews doen bij EU beleidsmakers ten einde een inzicht te krijgen over de verwachte ontwikkelingen, de EU-visie, en over aspecten die volgens de analyse van de (beleids-)documenten bijkomende bevraging vergen. Zo voorzien we onder meer een interview bij Dhr. Alexander Italianer, Kabinetshef van Dhr. Günter Verheugen, Commissaris DG Uitbreiding. Ook de lopende onderzoeken m.b.t. de gevolgen van de EU-uitbreiding op de Portugese economie kan relevante informatie opleveren. 1.3 Resultaat Het resultaat van stap 1 is een overzicht van de institutionele en wetgevende aspecten op Europees niveau die een impact hebben op de migratieproblematiek en op het vrij verkeer van werknemers.

9


Stap 2: Empirische evidentie op basis van beschikbare studies: facts & figures 2.1. Doel Het doel van stap 2 is tweeledig: 1) een inzicht te bekomen in de feitelijke economische toestand in de EU-15 en in de kandidaat lidstaten, 2) een analyse en overzicht van de bestaande studies en schattingen omtrent de effecten van de EUuitbreiding op de EU-15 landen in hun geheel of voor aparte landen. 2.2. Werkwijze Stap 2 zal onderverdeeld worden in vijf sub-stappen. 1. Analyse en kwantificering van de arbeidsmarkt in de kandidaat lidstaten en van de relevante economische omgevingsvariabelen. Zo zullen ondermeer bevolkingsstructuur, participatiegraad, sectoriĂŤle verdeling van de tewerkstelling, opleiding en opleidingshiaten, werkloosheid zullen worden onderzocht. Speciale aandacht gaat hierbij naar de jeugdwerkloosheid en naar de vraagzijde van de arbeidsmarkt die instaat voor de jobcreatie. 2. Een situering van de arbeidsmarktsitutatie in Vlaanderen met specifieke aandacht voor de kritische onevenwichten (arbeidsparticipatiegraad, kansarme groepen, knelpuntvacatures). 3. Een analyse van de actuele migratiestromen tussen de kandidaat-lidstaten en Vlaanderen, met speciale aandacht naar samenstelling, specifieke elementen die de Vlaamse regio voor de buitenlandse immigrant aantrekkelijk maken, en voor de jaarlijkse evolutie van het volume. 4. Een analyse van de ervaringen van de vorige EU-uitbreidingen. Vooral de ervaring van de EU-uitbreiding van 1980 met Spanje, Portugal en Griekenland zijn interessant omdat het eveneens landen betrof met een aanzienlijk lager BBP per capita. Anderzijds dient wel rekening gehouden te worden met verschillen met de huidige situatie. Zo was er vanuit de mediterrane landen reeds een aanzienlijke migratiestroom voordat de feitelijke toetreding plaatsvond als oplossing om de feitelijke capaciteitsproblemen in de EU-lidstaten op te vangen. 5. Een analyse van de bestaande schatttingsresultaten en studies over de effecten van de EU-uitbreiding. Hierbij vergelijken we systematisch de methodologie, het gebruikte datamateriaal en de resultaten. Voor een beknopt overzicht van studies verwijzen we naar de bibliografie. In deze stap maken we optimaal gebruik van de OESO statistieken, (zie OESO, 2001 en 2003), de EBRD en van de Eurostat gegevens, (zie bijvoorbeeld Europese Commissie, 2003)

10


2.3. Resultaat Het resultaat van deze empirische stap is een kwantitatief beeld van de arbeidsmarkten in Oost-Europa en Vlaanderen en van de actuele migratiestromen tussen beide markten. Deze stap biedt ook een overzicht en analyse van de reeds bestaande schattingen en studies over de impact van de EU-uitbreiding op de EU-15 lidstaten, zowel in hun geheel als voor bepaalde lidstaten.

Stap 3: Impactanalyse voor Vlaanderen 3.1. Doel Het doel van de impactanalyse is een schatting te bekomen van de migratiestromen naar Vlaanderen vanuit de kandidaat-lidstaten en van de effecten op de arbeidsmarkt. We willen een antwoord bieden op de volgende vragen: §

Wat is de verwachte netto toestroom uit de kandidaat lidstaten naar Vlaanderen en naar de Vlaamse arbeidsmarkt?

§

Wat is de samenstelling van deze stroom in termen van leeftijd, opleiding, in- en uitstroom?

§

Betreft het tijdelijke dan wel permanente migratie?

§

Mogen we een druk op de lonen verwachten en zo ja voor welke segmenten van de arbeidsmarkt?

§

Wat zijn de verklarende factoren van de migratiestromen naar Vlaanderen en welke kunnen fungeren als beleidshefbomen?

3.2. Werkwijze De impactanalyse gebeurt in twee stappen: 1) een meta-analyse van migratieelasticiteiten en 2) een scenario analyse. Gegeven het juridisch-institutioneel beleidskader en het socio-economisch feitenmateriaal dat we in vorige stappen analyseerden kunnen we de impact van de migratie stromen ten gevolge van de EU-uitbreiding op de Vlaamse arbeidsmarkt met behulp van een meta-analyse uitwerken. We maken hierbij optimaal gebruik van de meest recente en methodologisch sterk gefundeerde schattingen. Stap 2 levert een reeks van coëfficiënten op die de elasticiteiten weergeven van bepaalde verklarende variabelen op de migratiestromen of op een onderdeel ervan en dit voor verschillende landen. Bovendien correspondeert elk van deze elasticiteiten met een set van impliciete hypothesen. Deze combinatie van hypothesen enerzijds en karakteristieken van landen anderzijds geeft een set van elasticiteiten waarmee een range van mogelijke migratiestromen kan worden uitgewerkt. De onderliggende hypothesen kunnen worden getoetst en vergeleken met de huidige situatie op de Vlaamse arbeidsmarkt en in de kandidaat lidstaten, hetgeen toelaat de bevindingen te klasseren in 11


waarschijnlijkheidsklassen. Deze analyse kan zowel voor de totale migratiestroom als voor bepaalde onderdelen worden uitgevoerd. Overeenkomstig het eerder geschetste analysekader zijn de determinanten die worden weerhouden BBP per capita, de werkloosheidsgraad, lonen, koopkracht, afstand, scholingsgraad, kwalificaties en de stock van migranten in Vlaanderen die uit de kandidaat-lidstaten afkomstig zijn. Voor het effect van de migratiestromen op de Vlaamse arbeidsmarkt wordt gebruik gemaakt van een scenario analyse. Gegeven de kenmerken van Vlaamse arbeidsmarkt, en de geschatte migratiestromen kunnen in combinatie met de voor de hand zijnde beleidsopties effect scenario’s worden opgesteld. Zo kan bijvoorbeeld het effect van structuurfondsen worden ingeschat, alsook de effecten die genomen kunnen worden in de overgangsperiode van zeven jaar na toetreding van de kandidaat lidstaten. Hierbij wordt ook een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd die de gevoeligheid van de resultaten aan bepaalde factoren inschat. Dit laat ons toe de kritieke scenario’s en de meest gunstige scenario’s te onderscheiden en de factoren te bepalen die het resultaat sturen. 3.3. Resultaat Het resultaat van deze stap is een schatting van de migratiestromen tussen Vlaanderen en de kandidaat-lidstaten, met detaillering naar samenstelling en een inschatting van de effecten op de Vlaamse arbeidsmarkt met aanduiding van de gunstige en ongunstige scenario’s en de kritische onderliggende bepalende factoren. Het effect van de migratiestromen kan worden vergeleken met de effecten van wijzigende handelsstromen en met de effecten van de directe buitenlandse investeringen2 .

Stap 4: Beleidsanalyse 4.1. Doel Het doel van de beleidsanalyse is het beleid van de buurlanden m.b.t. de EU-uitbreiding te analyseren en de nodige lessen hieruit te trekken. We kijken daarbij in eerste instantie naar Duitsland, Nederland, en het Verenigd Koninkrijk. We willen een antwoord bieden op de vragen: §

Wat is het beleid (in de overgangsfase) van onze buurlanden?

§

Wat zijn de voor- en nadelen?

§

Wat zijn eventuele gevolgen, oversijpelingseffecten, van het beleid in de buurlanden voor de Vlaamse arbeidsmarkt?

§

Welke ruimte bestaat er voor een Vlaams regionaal beleid ten aanzien van de EUuitbreiding binnen het Europees raamwerk?

2

Zoals bijvoorbeeld de potentiële delocalisatie-effecten die hier uit kunnen voortvloeien.

12


4.2. Werkwijze In stap 1 werd reeds het EU-beleidskader geschetst, alsook de reactie van de kandidaatlidstaten hierop. Stap 3 geeft de schattingen van de effecten op de arbeidsmarkt weer op basis van verschillende scenario’s met aanduiding van de cruciale factoren die de resultaten sturen en een identificering van de gunstige en ongunstige scenario’s. Gezien Vlaanderen ingebed is in een Europese eengemaakte markt is het van belang ook het beleid in onze buurlanden in kaart te brengen en de nodige lering hieruit te trekken. Bovendien is het niet denkbeeldig dat het beleid van de buurlanden ook een effect heeft op de Vlaamse arbeidsmarkt via selectiemechanismen. Om het beleid van onze buurlanden in kaart te brengen doen we in eerste instantie beroep op experten uit het buitenland. We doen een bevraging naar onder meer de volgende topics: §

Welk beleid voeren de buurlanden gedurende de overgangsperiode van zeven jaar na toetreding van de kandidaat-lidstaten?

§

Wat is de achterliggende visie?

§

Hoe gaan zij om met het (mogelijk) dilemma tussen arbeidsmobiliteit en toegang tot de verzorgingsstaat?

§

Wat is de relatie met de situatie op de binnenlandse arbeidsmarkt?

§

Wat zijn de praktische gevolgen van het gevoerde beleid op werking van de arbeidsmarkt?

Het bestaand actief netwerk van rechtstreekse contacten omvat de volgende experten en beleidsverantwoordelijken: §

Voor Nederland Prof. Dr. Willem Molle, Erasmus Universiteit Rotterdam

§

Voor Duitsland Prof. Dr. Wilhelm Kohler, Universiteit van Linz en Prof. Dr. Thomas Straubhaar, Universiteit van Hamburg en voorzitter van het Hamburg Institute of International Economics.

§

Voor het Verenigd Koninkrijk Prof Dr. Patrick Paul Walsh, Trinity College Dublin

§

Voor de Europese Commissie: Dr. Alexander Italianer, kabinetshef van Dhr. Günter Verheugen, Commissaris DG uitbreiding, Europese Commissie.

13


4.3. Resultaat De beleidsanalyse resulteert in een overzicht van beleidsmaatregelen die in onze buurlanden worden genomen n.a.v. de EU-uitbreiding op het vlak van migratie. Gegeven het EU-beleidskader wordt de ruimte voor een regionaal en lokaal beleid nagegaan. Op basis van de resultaten van de impactanalyse worden de mogelijke beleidsinstrumenten gedefinieerd.

Stap 5: Conclusies en beleidsaanbevelingen 5.1. Doel Het doel is de resultaten van de impact- en van de beleidsanalyse te integreren en te komen tot een reeks beleidsaanbevelingen die de werking van de Vlaamse arbeidsmarkt moet optimaliseren in het licht van de EU-uitbreiding. 5.2.Werkwijze De input voor de conclusies en de beleidsaanbevelingen komen van enerzijds stappen 1, 3 en 4. Stap 3 geeft reeds aan welke determinanten en variabelen mogelijke kandidaten kunnen zijn voor beleidsmaatregelen. In stap 4 krijgen we een beeld van de beleidsmaatregelen in de ons omringende landen. Stap 1 geeft het EU beleidsraamwerk. In de vijfde stap kunnen we de potentiÍle beleidsmaatregelen vergelijken en aftoetsen met het Europees beleidskader en met de maatregelen in onze buurlanden. Speciale aandacht gaat daarbij naar de duurzaamheid van de maatregelen en de interne consistentie met het bestaande beleid. Daarbij willen we ook een koppeling maken met de uitdagingen van de Vlaamse arbeidsmarkt, zoals ze gedefinieerd zijn in het lopend VIONA onderzoek 2004 – 2010. 5.3. Resultaat Deze laatste stap resulteert in een reeks beleidsaanbevelingen met vermelding van voor- en nadelen op de werking van de Vlaamse arbeidsmarkt. We willen daarbij een set van een coherente en duurzame beleidsmaatregelen komen die enerzijds negatieve gevolgen voor de Vlaamse arbeidsmarkt minimaliseren en anderzijds opportuniteiten benutten.

de tot de de

14


5

Beleidsrelevantie

Met de uitbreiding van 15 naar 25 lidstaten staat de EU voor de grootste uitbreiding ooit in zijn geschiedenis. Bovendien zal deze uitbreiding naar de EU 25 met de landen van Midden-en Oost-Europa door de grote welvaartsverschillen de sociale en economische cohesie binnen de EU onder sterke druk zetten. Enkele cijfers illustreren deze uitdaging: -

de nieuwe EU-uitbreiding maakt dat de bevolking van de EU met een vijfde toeneemt, de oppervlakte met een kwart, het BBP daarentegen slechts met minder dan een twintigste;

-

met de uitbreiding zal 25% van de Europese bevolking (116 miljoen mensen) leven in een gebied met een BBP dat lager is dan 75% van het Europees gemiddelde;

-

3 miljoen jobs dienen in de nieuwe lidstaten gecreëerd te worden alvorens zij op het niveau van de huidige 15 kunnen gebracht worden.

Het mag duidelijk zijn dat de EU door de integratie met de landen van Midden- en OostEuropa voor een groot aanpassingsproces staat. Zoals in ons voorstel aangegeven zal dit aanpassingsproces zich ook laten voelen op de Vlaamse arbeidsmarkt. De meest directe impact zal zich uiten via het vrij verkeer van personen of met andere woorden de migratiestromen, waar dit voorstel zich op toespitst. De meerwaarde van dit onderzoeksproject voor het Vlaams arbeidsmarktbeleid situeert zich dan ook onder meer op volgende vlakken: 1. Vooreerst zullen we kunnen aangeven wat de richting en – binnen welbepaalde marges- de omvang van de te verwachten effecten op de Vlaamse arbeidsmarkt zullen zijn van de EU-uitbreiding, en dit zowel globaal als naar specifieke profielen (opleiding, beroepen,…). Deze analyse zit vervat in stap 3 van ons onderzoeksvoorstel. 2. Via de beleidsanalyse zullen we een goed inzicht verwerven in en leereffecten kunnen opdoen voor de aanpak van de migratiestromen bij enkele andere WestEuropese landen. Naast Nederland stellen we voor om die landen in het onderzoek te betrekken die naar verwachting onder sterke migratiedruk zullen komen te staan, waar reeds onderzoek naar dit thema verricht is én die reeds anticiperend beleid hebben ontwikkeld zoals Duitsland, en Engeland. In elk van deze landen hebben we contactpersonen, gespecialiseerd in deze materie. 3. In onze conclusies en beleidsaanbevelingen zullen we inzoomen op de betekenis van de EU-uitbreiding voor het Vlaams arbeidsmarktbeleid. Hierbij kunnen we een link maken met het lopend VIONA-onderzoek ‘Verkenning van arbeidsmarktontwikkelingen en beleidsuitdagingen 2004-2010’. Topics die daarbij aan bod kunnen komen, zijn: 15


-

de betekenis van de migratiestromen voor het halen van de norm van 70%werkzaamheidsgraad in Vlaanderen;

-

de impact voor de arbeidsmarktpositie van kansengroepen, lagergeschoolden, alsook de toenemende diversiteit op de werkvloer;

-

de betekenis voor de aanhoudende knelpuntvacatures, of ook nog de veroudering (en na 2010 daling) van de beroepsbevolking;

-

het effect inzake differentiatie van arbeidsmarktpatronen,‌

zoals

16


Bijlage 2: Bibliografie Abraham, F., Konings, J.,Veugelers, R., Van Hove, J., Vansteenkiste, I., 2002, De nieuwe EU: de doodsteek voor de Vlaamse economie?, Acco, Leuven, 118 pp. Baldwin, R.E., Francois, J.F., Portes, R.E., 1997, EU enlargement: small costs for the west, big gains for the east, Economic Policy, April 1997, pp. 127 – 176. Barros, L., 2001, Europe Agreements, Accession Strategy and the European Union’s New Migration Policy, in: OESO, 2001, Migration Policies and EU Enlargement, The Case of Central and Eastern Europe, OESO, Parijs, pp. 119 – 130. Bifl, G., 2001, Migration Policies in Western Europe and the EU-Enlargement, in: OESO, 2001, Migration Policies and EU Enlargement, The Case of Central and Eastern Europe, OESO, Parijs, pp. 155 - 168. Boeri, T., et al. 2002, Who’s Afraid of the Big Enlargement? Economic and Social Implications of the European Union’s Prospective Eastern Expansion., CEPR Policy Paper No. 7, 64 pp. Boeri, T., Brücker, H., 2000, The Impact of Eastern Enlargement on Employment and Labour Markets in the EU Member States, Final Report, European Integration Consortium, DIW, CEPR, FIEF, IAS, IGIER, Berlin 2000. Boeri, T., Brücker, H., 2001, Eastern Enlargement and EU-Labour Markets: Perceptions, Challenges and Opportunities, IZA Discussion Paper No. 256, 17 pp. Boldrin, M., Canova, F., 2002, Regional Policies and EU Enlargement, in: Regional Policy, Growth and Use of EU Structural Funds, The World Bank, Washington D.C, forthcoming. Breuss, F., 2001, Macroeconomic Effects of EU Enlargement for Old and New Members, Vienna University of Economics and Business Administration, 22 p. Brücker, H. and C. Weise, 2001, EU Eastern Enlargement: Sealing Off or Regulated Opening Up? Transition Periods for Free Movement of Workers, Economic Bulletin 9/2001. Coppel, J., Dumont, J.-C., Visco, I., 2001, Trends in immigration and economic consequences, OECD Economics Department Working Paper No. 284, OECD Paris, 30 pp. Ederveen, S., Gorter, J., 2002a, Does European cohesion policy reduce regional disparities? An empirical analysis, CPB Discussion Paper, No. 15, 22 pp.

17


Ederveen, S., Gorter, J., de Mooij, R., Nahuis, R., 2002b, Funds and Games. The Economics of European Cohesion Policy., CPB, The Hague, 103 pp. Europese Commissie, 2003, Towards an Enlarged European Union. Key Indicators on Member States and Candidate Countries, Brussel. Fidrmuc, J., Mundschenk, S., Traistaru, I., Von Hagen, J., s.d., European Union Enlargement: Economic Consequences and Perspectives for the European Union, Center for European Integration Studies, 22 pp. Garnier, P., 2001, Foreign Workers from Central and Eastern European Countries in some OECD European countries: Status and Social Protection, in: OESO, 2001, Migration Policies and EU Enlargement, The Case of Central and Eastern Europe, OESO, Parijs, pp. 131 – 150. Heijdra, B.J., Keuschnigg, C., Kohler, W., 2002, Eastern Enlargement of the EU: Jobs, Investment and Welfare in Present Member Countries, CESifo Working Paper No. 718 (7), 51 pp. Hille H., Straubhaar, T., 2001, The Impact of the EU-Enlargement on Migration Movements and Economic Integration: Results of Recent Studies in: OESO, 2001, Migration Policies and EU Enlargement, The Case of Central and Eastern Europe, OESO, Parijs, pp. 79 – 100. Keuschnigg, C. M. Keuschnigg and W. Kohler, 1999, Eastern Enlargement to the EU: Economic Costs and Benefits for the EU Present Member States? Germany, Final Report of study XIX/B1/9801, 45 p. Keuschnigg, M. and W. Kohler, 1999, Eastern Enlargement to the EU: Economic Costs and Benefits for the EU Present Member States? The case of Austria, Final Report of study XIX/B1/9801, Comissão Europeia, 36 p. Kok, W., 2003, Enlarging the European Union. Achievements and Challenges. Report of Wim Kok to the European Commission, European University Institute and Robert Schuman Centre for Advanced Studies, 84 pp. Lejour, A.M., de Mooij, R.A., Nahuis, R., 2001, EU enlargement: Economic implications for countries and industries. CPB Netherlands Bureau for Economic Policy Analysis, 49 pp. Nahuis, R., 2002, One size fits all? Accession to the Internal Market; an industry level assessment of EU enlargement, CPB, Netherlands OESO, 2001, Migration Policies and EU Enlargement. Eastern Europe. OESO, Parijs, 192 pp.

The Case of Central and

OESO, 2003, Trends in International Migration, Continuous Reporting System on Migration, SOPEMI, Annual Report 2002 Edition, OESO, Parijs, 372 pp.

18


Simonis, D., Lambrecht, M., 2001, Some Economic Implications of Eastern EU Enlargement for Belgium, Trade, FDI, Migrations, Federaal Planbureau Working Paper 7-01, 68 pp. Straubhaar, T., 2002, Migration and Labour Mobility in an Enlarged European Union, in: Stuyck, J., Abraham, F., Terryn, E. (eds.) The European Union and Centraland Eastern European Countries, Leuven Law Series 17, Faculty of Economics and Applied Economics, Faculty of Law, K.U.Leuven, pp. 39-66. Verschueren, H., 2002, Free Movement of Persons and Enlargement: the Negotiations on the Legal Acquis, in: Stuyck, J., Abraham, F., Terryn, E. (eds.) The European Union and Centraland Eastern European Countries, Leuven Law Series 17, Faculty of Economics and Applied Economics, Faculty of Law, K.U.Leuven, pp. 67 – 80.

19


Bijlage 3 de onderzoekers Filip ABRAHAM

Address:

Office: C.E.S., Naamsestraat 69, 3000 LEUVEN, Belgium ph. 32-476-23 05 28 (mobile) 32-16-32.66.09 (office) fax 32-16-32.66.10 e-mail filip.abraham@econ.kuleuven.ac.be

LIST OF PUBLICATIONS 1. Journal Articles a. In English Abraham, F., Brock, E. (2003), “Sectoral Employment Effects of Trade an Productivity in Europe”, Applied Economics, vol 35, p. 223-238. Abraham, F. (2002) “Global and European Labor Costs,” Tijdschrift voor Economie en Management vol XLVII no 3, p 373-398. Abraham, F. and E. Brock (2002) “Sectoral Employment Effects of Trade and Productivity in a Small Open Economy” Tijdschrift voor Economie en Management vol XLVII no 2, p 167-204. Abraham, F and G. Dewit (2000) “Export Promotion via Official Export Insurance,” Open Economies Review, vol. 11 no 1, p 5-26.3 Abraham,F., De Bruyne, K. and I. Van der Auwera (2000) “Will Wage Policy Succeed in Euro-land? The Case of Belgium” Cahiers Economiques de Bruxelles no 168, p. 443-480. Abraham, F. (1999) “A Policy Perspective on European Unemployment,” Scottish Journal of Political Economy, vol. 46 no 4, p 350-366. Abraham, F. and J. Konings (1999) “Does the Opening of Central and Eastern Europe Threaten Employment in the West?” The World Economy, vol. 22 no 4, p 585-601.

3

This paper was awarded the Open Economies Review Second Prize Award for best article in 2000

20


Abraham, F. and J. Van Rompuy (1999) “Is Belgium ready for EMU? A look at national, sectoral and regional developments” De Economist 147, no 3, p 337-352. Abraham, F (1998) “Is the European Model Still an Option?” CEMS Business Review vol 2 no 4, p 227-236. Abraham, F (1998) “The euro: Why does it Matter for Asia,” Economic Bulletin, vol 27 no 12, p 5-8. Abraham, F, Buyst E, and S. Geyssens (1997) “Trade Integration in the Twentieth Century: What does Belgian History Tell us?” Weltwirtschaftliches Archiv, 133/4, p 708-736. Abraham, F. and G. Dewit (1997) “A case of Sectoral Export Promotion: Export Insurance Subsidies in Belgium,” Tijdschrift voor Economie en Management, vol XII no 4, p 425-442 . Abraham, F. (1996) “Regional Adjustment and Wage Flexibility in the European Union,” Regional Science and Urban Economics 26, p 51-75. Abraham, F and P. Van Rompuy (1995) “ Regional Convergence in the European Monetary Union,” Papers in Regional Science, vol 74(2), p 125-142. Abraham, F and N. Verret (1995) “Strategic Subsidies in the European Union: Is MITI a Myth”? Cahiers d’économie. Centre Universitaire Luxembourg, p 1-22. Abraham, F. (1994) “Social Protection and Regional Convergence in a European Monetary Union,” Open Economies Review 5, p 89-115. Abraham, F (1993) “Do We Need a European Social Dimension ?” Economie V, Centre Universitaire de Luxembourg, p 55-65.

Cahiers d'

Abraham, F and P. Van Rompuy (1992) “Convergence-Divergence and the Implications for Community Structural Policies,” Cahiers Economiques de Bruxelles, no 135, p 279-318. Abraham, F., Couwenberg, I. and G. Dewit (1992) “Towards an EC Policy on Export Financing Subsidies: Lessons from the 1980's and Prospects for Future Reform,” The World Economy, vol 15 no 3, p 389-405. Abraham, F., Leliaert, H. and D. Heremans (1991) “Foreign Dependence of Individual Stock Prices: The Role of Aggregate Product Market Developments,” Open Economies Review 2, 1-26. Van Rompuy, P., Abraham, F. and D. Heremans (1991) “Economic Federalism and the E.M.U.,” European Economy. Special Edition no 1, p 107-135. Abraham, F (1991) “Building Blocks of Europe's Single Market,” Tijdschrift voor Economie en Management 36, p 395-416.

21


Abraham, F (1991) “Building Blocks of the Single Market: The Case of Mutual Recognition, Home Country Control and Essential Requirements,” Economia 1, no 1, p 2-9. Abraham, F. (1990) “Financial Liberalization and Fiscal Harmonization in Europe's Single Market,” Cahiers d' Economie III, Centre Universitaire de Luxembourg, P 213. Abraham, F., Deardorff, A.V. and R.M. Stern (1988) “The Impact of Tariffs on Profits in the United States and other Major Trading Countries,” Weltwirtschaftliches Archiv 124(4), p. 623-634. Abraham, F., Deardorff, A.V. and R.M. Stern (1987) “Consequences of an Import Surcharge: Theory and Empirical Evidence for the U.S.” Journal of Policy Modeling 9(2), p. 285-309. Abraham, F. (1985) “Efficiency, Predictability and News on the Foreign Exchange Markets: Floating Exchange Rates versus Adjustable E.M.S. Rates,” Weltwirtschaftliches Archiv 121, no 1, 18-32. Abraham, F., Abraham, J.P. and Y. Lacroix-Destree (1984), The European Monetary System, The European Currency Unit and the Banking World, Revue de la Banque, February special issue.

b. In Dutch Abraham, F (2001) “Globalisering: Troef of Bedreiging,” (Globalisation: threat or opportunity) Tandheelkundige Tijdingen, vol 29(4),p 233-238. Abraham, F (2000) “Kwaliteit van het Overheidsapparaat en Europa als Springplank” (The quality of public services and the impact of European Integration) Nieuwsbrief van het Standpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming. Jubileumnummer, 10è jaargang nr 4, p 40-44. Abraham, F and C. De Becker (1999) “Groeideterminanten van de Grote Limburgse Ondernemingen,”(Growth determinants of large companies in Limburg) Tijdschrift voor Economie en Management vol. XLIV, 4, p 467-506 . Abraham, F. (1998) “De Arbeidsmarkt in de EMU: Struikelblok of Sleutel tot Succes ?” (Labor markets in EMU: Hurdle or Key to Success?), Tijdschrift voor Economie en Management vol. XLIII, 3, p 419-434. Abraham, F., Konings, J and R. Veugelers (1998) “Schept het Innovatiebeleid Jobs ?” (Does innovation policy create jobs ?) Trends Review no 2, p 20-27. Abraham, F. and J. Van Rompuy (1997) “Loonbeleid in de Europese Monetaire Unie”, (Wage Policies in the European Monetary Union) Leuvense Economische Standpunten 1997/88.

22


Abraham, F. and P.Van Rompuy (1996), “Het Concurrentievermogen van de Belgische Economie in Micro- en Macro-Economisch Perspectief,”(The micro- and macroeconomics of Belgian Competitiveness) in Leuvense Economische Standpunten 1996/87. Abraham, F., G. Van Camp and H. Dewachter (1993) “Zijn Beleggingsbladen een Goede Belegging, (Is Stock Investment Advice a Good Investment?) “ Tijdschrift voor Economie en Management, p 453-464. Abraham, F. (1993) “Internationale Concurrentie en Werkgelegenheid. Arbeidsvriendelijk is ons Loonbeleid,” (International Competition Employment), Leuvens Economisch Standpunt no 1993/74.

Hoe and

Abraham, F., Craps, B. and H. Dewachter (1992) “Aandelenkoersen en Opiniepeilingen, (Stock Prices and Election Polls),” Economische Statistische Berichten, no 3853, p 325-327. Abraham, F. (1988) “Nationale Vakbonden, Interprofessionele Loonakkoorden en Economische Politiek (National Unions, Central Wage Agreements and Economic Policy),” Leuvense Economische Standpunten, 1988/44.

2. Books and Research Volumes a. In English Abraham, F., Stuyck, J. and E. Terryn (eds.) (2002) The European Union and Central and Eastern European Countries. Leuven University Press. Abraham, F. (2002) “Regional Adjustment and Convergence in Euro-land,” in Meeusen, W. and J. Villaverde (eds) Convergence Issues in the European Union. Edgar Elgar: Cheltenham, p 9-22. Abraham, F. (2001) “Growth Differentials in euro-land,” in Smets, J. and M. Dombrecht (eds) How to Promote Economic Growth in the Euro Area. Edgar Elgar Publishing: Cheltenham, p 291-298. Abraham, F., Stuyck, J. and E. Terryn (eds.) (2000) Financial Services and Financial Markets in Europe: Changes and Adjustment . Leuven University Press. Abraham,F., De Bruyne, K. and I. Van der Auwera (2000) “Challenges for Successful Wage Setting in Europe”, in Ooghe, H., Heylen, F., Vander Vennet, R. and J. Vermaut (eds.), The Economic and Business Consequences of the EMU. A Challenge for Governments, Financial Institutions and Firms, Kluwer Academic Publishers, Boston-Dordrecht-London, p.181-209 Abraham, F. (2000) “Regional Competition in the European Union,” in Batey, P.W.J. and P. Friedrich (eds.) Regional Competition: Advances in Spatial Science. Springer: Berlin, p 247-259.

23


Abraham,F., Stuyck,J. and F. Vanistendael (eds.) (1999) Tax Policy and the Impending Economic and Monetary Union. Leuven University Press. Abraham, F., Stuyck, J. and E. Ballon (eds.) (1998) Privatisations and Public Procurement in the European Union. Leuven University Press. Abraham, F and A. Thompson (1997) “Stock Market Evaluations of a European Monetary Union,” in Maskus, K., Hooper, P, Leamer, E. And J.D. Richardson (eds) Quiet Pioneering: Robert M. Stern and his International Economic Legacy. The University of Michigan Press, p 283-312. Abraham, F., De Bruijn, G.M, Griffejoen, Thiel, V. (1997) Distribution: The Single Market Review. Office for Official Publications of the European Communities and Kogan Page Publishers. Abraham, F., Stuyck, J. and C. Goemans (eds.) (1996) Subsidies and Competition in the European Economy. Leuven University Press. Abraham, F and N. Verret, (1996) “Strategic Subsidies and International Competitiveness,” in Abraham, F., Stuyck, J. and C. Goemans (eds) Subsidies and Competition in the European Economy. Leuven University Press. Abraham, F. (1996) “Economic Federalism and European Union,” in Pacolet, J. Social Protection and the European Economic and Monetary Union. Avebury, p 89-108. Abraham, F., Deketelaere, K. and J. Stuyck (eds) (1995) Recent Economic and Legal Developments in European Environmental Policy Leuven University Press. Abraham, F. (1995) “Belgium as a Small Open Economy in the Core of Europe” VATT Government Institute for Economic Research Discussion Papers no 109. Helsinki. Abraham, F (1994) “Regional Adjustment and Wage Flexibility in the European Union” in Krugman, P and A. Venables (eds) The Location of Economic Activity: New Theories and Evidence. CEPR: London, p 445-476. Abraham, F (1993) “The Social Dimension of an Integrated EC-Nordic Area,” in Lundberg, L. and J. Fagerberg ed. European Integration: A Nordic Perspective. Avebury: Aldershot, p 313-331. Abraham, F (1992) “Labour Migration,” in Van Meerhaeghe M.A.G. ed: Belgium and EC Membership Evaluated. Pinter Publishers London, p 139-144. Abraham, F. (1990), The Effects on Intra-Community Competition of Export Subsidies to Third Countries: The Case of Export Credits, Export Insurance and Official Development Assistance. Commission of the European Communities: Luxembourg.

24


Abraham, F. (1990) 4 “Wage Norms and Europe's Single Market,” in Modelling the Labour Market. Proceedings of the Meeting of the Applied Econometrics Association in Strasbourg, p 275-290. Abraham, F., Deardorff, A.V. and R.M. Stern (1990) “Consequences of an Import Surcharge: Theory and Empirical Evidence for the U.S.” in Deardorff A.V. and R.M. Stern ed. Computational Analysis of Global Trading Arrangements. The University of Michigan Press: Ann Arbor, p 129-148. Abraham, F., Deardorff, A.V. and R.M. Stern (1990) “The Impact of Tariffs on Profits in the United Sates and other Major Trading Countries,” in Deardorff A.V. and R.M. Stern ed. Computational Analysis of Global Trading Arrangements. The University of Michigan Press: Ann Arbor, p 167-180. Abraham, F. (1989), Unions and the Government - What Does Economic Theory (not) Tell Us?, in Okonomie und Gesellschaft, Jahrbuch 7, Campus Verlag: New York, p. 95-115. b. In Other Languages Abraham, F. (2003) “Comparatieve Voordelen” (Comparative Advantage) in Theo Peeters: Beleidsgericht Vrijdenker. Lannoo: Tielt, p 15-20. Abraham, F., Konings,J., Veugelers, R., Van Hove,J. and I. Vansteenkiste (2002) De Nieuwe EU: de Doodsteek voor de Vlaamse Economie. (The impact of the EU extension on the Flemish Economy). Acco Leuven. Abraham, F., De Bruyne,K. and I. Van Der Auwera (2000) “Reflecties over Loonvorming in euroland. Wordt het Belgisch Macro-economisch Loonbeleid een succes? (Wage formation in euroland: Will Belgian Macro-economic Wage Policy Be a Success?)” in Ooghe, H., Heylen, F. and R. Vander Vennet (eds) EMU: dé Uitdaging. 24è Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres, p 297-323. Abraham, F and C. De Becker (1999) “Sleutels voor Groei: Een Econometrische Analyse van de Top 500 Limburgse Ondernemingen” (Determinants of Growth: An Econometric Analysis of the TOP 500 companies in Limburg), VKW Limburg. Abraham, F. (1999) “De Invoering van de Euro en het Sociale Europa” (The Introduction of the euro and the European Social Dimension), Federatie van Algemene Bouwaannemers. Abraham, F. and E. Brock (1998) “Globalisering, Innovatie en Werkgelegenheid in de Belgische industrie” (Globalisation, Innovation and Employment in Belgian Industry) in De Bondt, R. and R. Veugelers (eds) Informatie en Kennis in de Economie. Referatenboek 23è Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres. Universitaire Pers: Leuven, p 337-356.

4

This paper was discussed extensively by the IMF Survey of September 24, 1990.

25


Abraham, F. (1998) “De Toekomst van het Sociaal Overlegmodel,” (The Future of the Belgian System of Collective Bargaining) Sociaal-Economische Nieuwsbrief, Extra Nummer November 1998, p 10-14. Abraham, F and J. Van Rompuy (1997) “Sociaal en Inkomensbeleid in de EMU (Social and Incomes Policies in EMU” in Jager, H. (ed) De EMU in Breed Perspectief (A broad view on EMU). Preadviezen van de Koninklijke Vereniging voor de Staatshuishoudkunde 1997. Lemma: Utrecht 5 . Abraham, F and J. Van Rompuy (1997) De Sociale Overlegeconomie op een Keerpunt. (The Collective Bargaining System at a Cross-road), Vlaams Economisch Verbond. Abraham, F and N. Verret (1996) De Internationale Positie van de Belgische Economie in Toekomstperspectief (The Belgian International Position Tomorrow). Verbond van Belgische Ondernemingen. Abraham, F, Tharakan, M., Sleuwaegen, L and J. Van Overtveldt (1995) De Belgische Economie: Op Zoek naar Een Strategisch Plan. (The Belgian Economy: In Search of a Strategic Plan ) Roularta Books. Abraham, F (1995) “De Verschuivingen in de Internationale Omgeving “ (Global Changes) in Abraham, F, Tharakan, M., Sleuwaegen, L en J. Van Overtveldt (eds.) De Belgische Economie: Op Zoek naar Een Strategisch Plan. Roularta books, p 2344. Abraham, F (1995) “Werkt de Belgische Arbeidsmarkt” (Does the Belgian Labor Market Function ? in Abraham, F, Tharakan, M., Sleuwaegen, L en J. Van Overtveldt (eds.) De Belgische Economie: Op Zoek naar Een Strategisch Plan. Roularta books, p 169-195. Abraham, F. (1995) “Bedenkingen bij de Relatie tussen Sociale Zekerheid en Concurrentievermogen (Social Security and Competitiveness)” in Despontin, M and M. Jegers (eds) De Sociale Zekerheid Verzekerd ? Notulenboek van het 22ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres. VUB Press. Abraham, F (1994) “Delocalisatie,” (Delocalisation) in Internationale Concurrentie en Delokalisatie. Verslagboek, Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, p 9-13. Abraham, F (1993) “L’ Union Européene Conduit-Elle au Féderalisme ?” (Does European Union lead to Federalism ?) in Du Franc Poincaré à l’ ECU,” Comité pour l'Histoire Economique et Financière de La France. Imprimerie Nationale de La France, p 751-768. Abraham, F. and A. Van Poeck (1989), “Het Macroeconomisch Beleidsveld van de Kleine Open Economie (The Scope for Macroeconomic Policy in a Small Open

5

This article was reprinted in Deleeck, H. and P.J. Besseling (1998) Sociale Zekerheid en de Euro. Cap Gemini, ten Hagen&Stam Uitgevers : Den Haag, p36-58. It was also reprinted in Studiegroep voor Europese Politiek (1999) De euro en de Toekomst van het Europese Maatschappijmodel. Intersentia: Antwerpen, p 115-134.

26


Economy),” in Referaten van het Negentiende Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres: Mundialisering van de Economie, p. 181-208.

BILSEN Valentijn Marie Jan

IDEA Consult Congresstraat 37-41, bus 3 1000 Brussels Belgium Phone: +32 2 282 17 16 Valentijn.Bilsen@ideaconsult.be www.ideaconsult.be

Fax: ++32 2 282 17 15

1. Publications “Tien jaar financiële stromen tussen de Gewesten in België” (Ten years of inter-regional financial flows in Belgium) in: Leuvense Economische Standpunten, no. 45, 1988, 28 pp., with P. Van Rompuy “Methodologische aspecten van de regionalisering van de overheidsinkomsten en uitgaven 1975 - 1985, deel I: Algemene methodologie” (Methodological aspects in determining the regional components of the government income and outlays 19751985, part I: General methodology) in: Public Economics Research Papers, Centre for Economic Studies, Catholic University of Leuven, no. 14, 1991, 34 pp., with P. Van Rompuy “Economie: van opgave tot uitkomst” (Economics: from question to answer), Leuven University Press, 1992, 380 pp., with A. Carlier, A., Decoster, A., Denys, H., Heens, C., Van de Voorde and B., Verheijen. “Regionalisering van de Sociale Zekerheid” (Regional aspects of the Social Security) in: Leuvense Economische Standpunten, no. 68, 1993, 21 pp., with P. Van Rompuy “Methodologische aspecten van de regionalisering van de overheidsinkomsten en uitgaven 1975-1985, deel II: De rekening van de niet-regionale overheid” (Methodological aspects in determining the regional components of the government income and outlays 1975-1985, part II: The accounts of the federal and local governments), Centre for Economic Studies, Catholic University of Leuven, 1993, 150 pp., with P. Van Rompuy

27


“The Possibilities and Problems of Co-operation between Flemish and Central European Institutions and Companies in Research and Innovation. The Situation in Central Europe.” LICOS - Centre for Transition Economics, Catholic University of Leuven, 1993, 150 pp., with W., Biesbrouck and M., Jackson “The Possibilities and Problems of Co-operation between Flemish and Central European Institutions and Companies in Research and Innovation. Conclusions and recommendations.” LICOS - Centre for Transition Economics, Catholic University of Leuven, 1993, 49 pp., with W., Biesbrouck and M., Jackson “The relation between privatization and company performance, and the problem of adverse selection”, paper presented at the ACE Conference on ‘Company Management and Capital Market Development in the Transition’, Prague, 24-26 April 1993, 23 pp. “The enterprise sector in transition and regional development in Central Europe. An evolutionary view” Paper presented at the ACE Conference on ‘The Redevelopment of Regions Expected to Experience Severe Impacts from Technological and Environmental Reconstruction’, Katowice, 24-27 September 1993, 13 pp. “The Opening of the Polish Economy: Opportunities or Obstacles for the New Enterprise Sector?” paper presented at the conference of the Institute of Economic Sciences, University of Wroclaw, on: ‘The Opening of the Polish Economy 19901993’, 17-18 November 1993, 15 pp. Book Review: “A.B. Atkinson, J. Micklewright, 1992, Economic transformation in Eastern Europe and the distribution of income, Cambridge University Press” in: Russian and East European Finance and Trade, Fall 1993, vol. 29, p. 98 - 102 “Privatization, Company Management and Performance: A Comparative Study of Privatization Methods in the Czech Republic, Hungary, Poland and Slovakia” in: Jackson, M., Bilsen, V., (eds.), 1994, Studies on the transition in Central and Eastern Europe. Volume II: Company Management and Capital Market Development in the Transition., Avebury, Aldershot, pp. 35 – 56 “Studies on the transition in Central and Eastern Europe. Volume II: Company Management and Capital Market Development in the Transition”, Avebury, Aldershot, 1994, 304 pp., with M., Jackson (eds.) “Central Europe and New Possibilities of Integration into the European Economic Space: the Initiative of Flanders” in: Papers from the International Conference of the Institute of Economics, Slovak Academy of Sciences on: “European Economic Area and Visegrad Countries Economic Relations”, Bratislava, 1994, pp. 84 - 95, with W., Biesbrouck and M., Jackson “Foreign capital market financing and enterprise development in Poland”, Onderzoeksrapport nr. 7, Centrum voor Economische Vorming en Onderzoek, Handelshogeschool Antwerpen, January 1995, 24 pp., with W., Lagae “Private sector development and self-employment in Poland: empirical evidence”, paper presented at the international conference on Industrial Organisation and Entrepreneurship in Transition, 5-8 June 1995, Varna, Bulgaria, 15 pp., with W., Biesbrouck 28


“The Impact of Foreign Capital on the Private Enterprise Development in Poland: a Survey”, LICOS – Centre for Transition Economics, Working Paper, no. 47, 1995, 25 pp., with W., Lagae “The Importance of SME’s in Restructuring with an Application to Poland” in: Dimitrov, M. and Todorov, K., (eds.), Industrial Organisation and Entrepreneurship in Transition., Sofia, Informa Intellect, 1996, pp. 163 - 176, with W., Biesbrouck “Job creation Job Destruction and Growth of Newly Established Private Firms in Transition Economies: Survey evidence on job creation, destruction and reallocation for Romania, Bulgaria and Hungary”, LICOS – Centre for Transition Economics, Catholic University of Leuven, Working Paper, no. 59/1996, 35 pp., with J., Konings "The Enterprise Survey for Bulgaria, Hungary, Romania and Slovakia, 1996. Questionnaire, variables, data entry, quality control and coding of the answers”, LICOS – Centre for Transition Economics, Catholic University of Leuven, 51 pp. “The Slovenian Enterprise Survey 1996. Sample set-up, questionnaire, variables, data entry, quality control and coding of the answers.”, LICOS – Centre for Transition Economics, Catholic University of Leuven, 1997, 51 pp., with S., Janssens “The 1996 Phare-Ace enterprise survey for Hungary. Sample selection and interview experience”, LICOS - Centre for Transition Economics, Catholic University of Leuven, 1997, 11 p., with J., Karsai “The determinants of self-employment in transition economies: a regional study for Poland”, LICOS - Centre for Transition Economics, Catholic University of Leuven, 1997, 30 pp. “Job creation, job destruction and growth of newly established, privatized and stateowned enterprises in transition economies: survey evidence from Bulgaria, Hungary, and Romania”, The Davidson Institute Working Paper Series No. 106, Davidson Institute Ann Arbor (Michigan), 1997, 27 pp., with J., Konings “The Foreign Capital Inflow and Private Enterprise Development in Poland: a Survey” in: Communist Economies and Economic Transformation.” vol. 9, no. 4, 1997, pp. 449-467, with W., Lagae “Economic Change in Cities, Urban Competitive Advantage and the Prospect for the British Urban System: Concepts, Theory and Literature”, Mimeo, ESRC Cities: Competitiveness and Cohesion Programme, Economic Change in Cities, Influences on Urban Competitive Advantage and the Prospects for the British Urban System, Cambridge, 1998, 36 pp. “Methodology used in constructing the data sets for Economic Change in Cities, Urban Competitive Advantage and the Prospect for the British Urban System”, Mimeo, ESRC Cities: Competitiveness and Cohesion Programme, Cambridge, 1998, 33 pp. “Job Creation, Job Destruction and Growth of Newly Established, Privatized and State Owned Enterprises: Survey Evidence from Bulgaria, Hungary and Romania”, Journal of Comparative Economics, vol. 26., 1998, pp. 429 – 445, with J., Konings “Growth and Entrepreneurship in De Novo, Privatised and State Owned Enterprises: Evidence from a Panel Survey for the CIS Countries. Questionnaire, variables, data

29


entry and coding of the answers” TACIS-ACE T95-4095-R working paper, 1998, 24 pp. with E., Mitina “Foreign Direct Investment and Enterprise Performance in Transition Countries. Evidence from Russia and Ukraine” Centre for Business Research Working Paper no. 144, 37 pp., presented at the 14th Annual Congress of the European Economic Association, September 1999, 33 pp., with P., Van Maldegem “Financing firm start-up, and restructuring in transition countries: Evidence from Belarus, Ukraine and Russia”, Centre for Business Research Working Paper no. 150, 1999, 23 pp., with E., Mitina “Final Report of the TACIS-ACE project No. T95-4095-R on Growth and Entrepreneurship in De Novo, Privatised, and State Owned Enterprises: Evidence from a Panel Survey for the CIS Countries”, University of Cambridge, Centre for Business Research, 1999, 45 pp. “Regionale verschillen en convergentie in een federale monetaire unie” (Regional differences and convergence in a federal monetary union), Bedrijfskunde. vol. 72, no. 3, 2000, pp. 6 - 22, with P., Vanhoudt and E., Buyst “Uitgebreide regionale rekeningen volgens ESR95. Vierde tussentijds rapport ” (Extended Flemish Regional Accounts according to the ESA95 system of national accounts, fourth interim report), Centre for Economic Studies, Catholic University of Leuven, 2000, 45 pp., with E., Buyst and W., Haine “Uitgebreide regionale rekeningen volgens ESR95. Eindrapport” (Extended regional accounts according to the ESA95 system of national accounts, Final Report), Centre for Economic Studies, Catholic University of Leuven, 2000, 243 pp., with E., Buyst, W., Haine and A., Soete “Uitgebreide regionale rekeningen volgens ESR95 en een regionale input-outputtabel voor Vlaanderen” (Extended Flemish Regional Accounts according to the ESA95 system of national accounts and a regional input-output table for Flanders), Centre for Economic Studies Discussion Paper no. 00.29, Catholic University of Leuven, 2000, 72 pp., with E., Buyst “De effecten van de dioxinecrisis. Een input-outputanalyse” (The effects of the Belgian Dioxin Poisoning Crisis. An Input-Output Analysis), Centre for Economic Studies, Catholic University of Leuven, 2001, 25 pp., with E. Buyst “Uitgebreide regionale rekeningen volgens ESR95 en een regionale input-outputtabel voor Vlaanderen” (Extended regional accounts according to ESA95 and a regional input-output table for Flanders), paper presented at the conference of the department of planning and statistics of the Flemish government administration and published in: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap 2001, Vlaanderen gepeild! De Vlaamse overheid en burgeronderzoek (Flanders Gauged! The Flemish Government and Research about its Citizens), Brussels, 31 pp., with E., Buyst “Een macro-economische analyse van de woningmarkt in Vlaanderen en de effectiviteit van het overheidsbeleid” (A macroeconomic analysis of the housing market in Flanders and the effectiveness of the government policy), Centre for Economic Studies, Catholic University of Leuven, 2001, 20 pp., with E., Buyst 30


“Entrepreneurship and private sector development in Central European transition countries”, doctoral dissertation, Catholic University of Leuven, 2001, 188 pp. “The Enlargement of the European Union and the Effects for the Portuguese Economy”, IDEA Consult in opdracht van het Ministerie van Planning, Departement Regionale ontwikkeling Portugal, januari 2003, 131 pp., samen met Minne, V. en Molenberghs, K. “A Study on the Factors of Regional Competitiveness”, IDEA Consult in opdracht van de Europese Commissie, DG Regionaal Beleid, maart 2003, samen met Cambridge Econometrics en ECORYS, 61 pp. “Regional Aspects of Competitiveness”, IDEA Consult in opdracht van de Europese Commissie DG Enterprise, april 2003, samen met Cambridge Econometrics, ECORYS, en WIFO, 59 pp.

31


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
gevolgenvandeeuuitbreiding_onderzoeksvoorstel.pdf by Vlaanderen-be - Issuu