Vlaanderen is milieu
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie jaarrapport 2018
VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ
www.vmm.be
DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018 Samenstellers Afdeling Lucht, Milieu en Communicatie, VMM Dienst Lucht Inhoud Dit rapport beschrijft de resultaten van de metingen in 2018 in de Antwerpse agglomeratie. De VMM mat er de polluenten stikstofoxides, fijn stof en zwarte koolstof. De meetresultaten van deze polluenten werden getoetst aan de Europese regelgeving. We toetsten de resultaten ook aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Verder bespreekt het rapport de trend van de afgelopen jaren voor de gemeten polluenten en de trend in de uitstoot en worden de voornaamste bronnen van de polluenten besproken. Het belang van houtverbranding en het effect van het invoeren van de lage-emissiezone op de concentraties in de Antwerpse agglomeratie werd eveneens onderzocht. Wijze van refereren Vlaamse Milieumaatschappij (2019), Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018 Verantwoordelijke uitgever Bernard De Potter, Vlaamse Milieumaatschappij Vragen in verband met dit rapport Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst Tel: 053 72 62 10 info@vmm.be Depotnummer D/2019/6871/015
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 2
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
SAMENVATTING In 2015 sloten de stad Antwerpen en de VMM een overeenkomst af om de luchtkwaliteit te meten en te beoordelen naar aanleiding van de invoering van de lage-emissiezone op 1 februari 2017. Hiertoe startte de VMM in 2015 drie nieuwe meetplaatsen op: Park Spoor Noord (R803), Belgiëlei (R805) en Groenenborgerlaan (R817). In november 2016 volgde de vierde meetplaats Antwerpen-Ring (R804), ter hoogte van de op- en afrit Borgerhout richting Nederland. Op al deze meetplaatsen meet de VMM fijn stof (PM 10 , PM 2,5 en zwarte koolstof) en stikstofoxiden (NO 2 en NO). De overeenkomst bepaalt dat de VMM jaarlijks een rapport over de luchtkwaliteit opstelt waarin de bovengenoemde polluenten van de nieuwe meetplaatsen worden besproken samen met deze van de reeds bestaande meetplaatsen Borgerhout-achtergrond (R801), Borgerhout-straatkant (R802), AntwerpenLinkeroever (AL01), Antwerpen-Luchtbal (M802) en Hoboken (HB23). Dit rapport beschrijft de resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen in 2018. De vermelde emissiedata zijn voor het jaar 2017 en hebben betrekking op de zone Antwerpse agglomeratie zoals afgebakend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in het kader van de richtlijn 2008/50/EG. De emissiegegevens in dit rapport werden verzameld op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag (IMJV) en modelberekeningen. De berekening van de verkeersemissies binnen de Antwerpse agglomeratie gebeurt op basis van een propagatiemodel dat gebruik maakt van de emissies van het totale Vlaamse wagenpark. Bovenstaande emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van de LEZ. 1. Stikstofdioxide – NO 2 Emissies Binnen de Antwerpse agglomeratie is in 2017 72 % van de NO x (NO 2 )-emissies te wijten aan verkeer. 60 % van de totale emissies is te wijten aan wegverkeer en 6 % aan de scheepvaart. Andere relevante sectoren zijn de industrie (10 %), de huishoudens (8 %) en handel en diensten (8 %). In 2017 bedroeg de NO x (NO 2 )-emissie in de Antwerpse agglomeratie 4.955 ton. Dit is 4 % van de totale Vlaamse NO x (NO 2 )-uitstoot. Tussen 2005 en 2017 zijn de NO x (NO 2 )-emissies in de Antwerpse agglomeratie met 39 % gedaald. Deze daling is grotendeels te danken aan de verminderde emissies door het wegverkeer. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit De Europese jaargrenswaarde en WGO-jaaradvieswaarde van 40 µg/m³ werd in 2018 op geen enkele automatische meetplaats overschreden. De Europese uurgrenswaarde voor NO 2 en de WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden werd op alle meetplaatsen gerespecteerd. Sinds 2017 werd NO 2 in de Antwerpse agglomeratie op 19 bijkomende locaties gemeten met behulp van passieve samplers. Deze meetmethode resulteert in indicatieve jaargemiddelden die we kunnen toetsen aan de Europese jaargrenswaarde. In 2018 lag op 7 van de 19 meetplaatsen het indicatieve jaargemiddelde hoger dan 40 µg/m³. In 2017 overschreden nog 12 van de 19 meetplaatsen de jaargrenswaarde.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
3
Ook de ATMO-Street modelkaart toont overschrijdingen van de jaargrenswaarde aan in de Antwerpse agglomeratie. Trend luchtkwaliteit Vanaf 2012 zien we voor alle meetplaatsen een lichte daling in de NO 2 -jaargemiddelden. Voor de meetstations met een lange tijdreeks zijn de concentraties in de periode 2008-2018 met zo’n 19 tot 29 % gedaald. De concentraties in 2018 volgen de dalende trend van de afgelopen jaren. 2. Fijn stof – PM 10 Emissies In de Antwerpse agglomeratie is 63 % van de emissies van primair PM 10 in 2016 te wijten aan huishoudens. Meer bepaald 55 % van de emissies is een gevolg van huishoudelijke verwarming en dan vooral de verbranding van hout in open haarden en kachels. De sector verkeer was de tweede belangrijkste bron met 25 %. Meer concreet was 19 % van de totale emissies afkomstig van het wegverkeer. In 2017 stootte de zone Antwerpse agglomeratie 918 ton primair PM 10 uit. Dit was 4 % van de Vlaamse primaire PM 10 -emissies dat jaar. Tussen 2005 en 2017 zijn de emissies van primair PM 10 in de Antwerpse agglomeratie met 26 % gedaald. Deze daling is vooral te danken aan minder emissies door het wegverkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. De niet-uitlaatemissies stegen licht door het toenemend aantal voertuigen. De emissies door huishoudens fluctueerden in het verleden, maar de laatste jaren zien we ook hier een daling. Fijn stof in de omgevingslucht bestaat niet enkel uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties. Secundair fijn stof wordt in de atmosfeer gevormd uit voorloperverbindingen. De belangrijkste precursoren zijn ammoniak (NH 3 ), stikstofoxides (NO x ) en zwaveldioxide (SO 2 ) en verschillende semivluchtige organische verbindingen. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit De Europese grenswaarden voor PM 10 werden gerespecteerd op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. De WGO-advieswaarden werden echter overschreden op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Ook in de rest van Vlaanderen werden de WGO-advieswaarden op bijna alle plaatsen overschreden. Trend luchtkwaliteit Op de meetstations met een voldoende lange tijdreeks zien we een daling van 17 tot 27 % tussen 2008 en 2018. Globaal daalden de PM 10 -jaargemiddelden geleidelijk over de periode 2008-2018. In 2018 zijn de PM 10 jaargemiddelden op de meeste meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie hoger dan in 2017. Ook in de rest van Vlaanderen zagen we een gelijkaardige stijging. Dit is allicht het gevolg van de weersomstandigheden in 2018: 2018 was warm en droog waardoor er minder vervuiling werd uitgewassen en er meer heropwaaien (resuspensie) van stof was, wat zorgde voor hogere concentraties.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 4
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
3. Fijn stof – PM 2,5 Emissies In 2017 is 70 % van de emissies van primair PM 2,5 in de Antwerpse agglomeratie te wijten aan de sector huishoudens. Meer concreet is 60 % van de emissies toe te schrijven aan gebouwenverwarming, voornamelijk aan houtverbranding. De sector verkeer is met 20 % de tweede grootste bron van primaire PM 2,5 -emissies. 15 % van de totale emissies is afkomstig van het wegverkeer. Hiervan is de helft afkomstig van niet-uitlaatemissies. De primaire PM 2,5 -emissies in de zone Antwerpse agglomeratie bedroeg in 2017 819 ton. Dit is 6 % van de totale Vlaamse primaire PM 2,5 -emissies. Tussen 2005 en 2017 zijn de emissies van primair PM 2,5 in de Antwerpse agglomeratie met 28 % gedaald. Zoals voor PM 10 is deze daling vooral te danken aan minder uitlaatemissies door het wegverkeer. Vroeger schommelde het verloop van de emissies door huishoudens gekoppeld aan strengere winters; de laatste jaren zien we ook hier een daling. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit De Europese jaargrenswaarde voor PM 2,5 werd gerespecteerd op alle meetplaatsen. De WGO-advieswaarden voor jaargemiddelden en dagwaarden werden overschreden op alle meetplaatsen. Dit was ook zo op de overige meetplaatsen in Vlaanderen. Trend luchtkwaliteit Over de periode 2007-2017 daalden de PM 2,5 -jaargemiddelden geleidelijk. Zo zien we in Borgerhout (R801), waar we over een volledige tijdreeks beschikken, een daling van 36 % tussen 2008 en 2018. Op de meeste plaatsen in de Antwerpse agglomeratie zijn de jaargemiddelden van 2018 gelijk aan de concentraties van 2017. 4. Zwarte koolstof/Elementair koolstof Zwarte koolstof en elementair koolstof zijn zeer sterk aan elkaar verwante componenten. Door de verschillende meetmethode zit er toch een variatie in de gemeten hoeveelheden. Emissies In de Antwerpse agglomeratie draagt de sector huishoudens 51 % bij aan de emissies van elementair koolstof (EC) in 2016. Meer in detail kunnen we 49 % van de totale EC-emissies toewijzen aan de huishoudelijke verwarming en meer bepaald de verbranding van hout in open haarden en kachels. De sector verkeer is de tweede grootste bron met 43 %. Wegverkeer is verantwoordelijk voor 38 % van de totale EC-emissies. EC wordt vooral gevormd wordt door de verbranding van fossiele brandstoffen, met dieseluitstoot als één van de grootste bronnen. Het aandeel van verkeer is bij EC veel groter dan bij PM 10 of PM 2,5 . De emissies van elementair koolstof in de zone Antwerpse agglomeratie bedroeg in 2017 122 ton. Dit is 6 % van de totale Vlaamse EC-emissies. De emissies van elementair koolstof zijn tussen 2005 en 2017 met 53 % gedaald. Dit is vooral te danken aan een daling van de emissies door het verkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. Ook de emissies door huishoudens bevatten heel wat elementair koolstof. De emissies van deze
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
5
sector fluctueren van jaar tot jaar door meteorologische omstandigheden, waarbij strenge winters zorgen voor een verhoogd verbruik van fossiele brandstoffen en brandhout. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit Er bestaan momenteel geen Europese normen of WGO-advieswaarden voor zwarte koolstof. Trend luchtkwaliteit De meetstations vertonen een dalende trend in de concentraties van zwarte koolstof in de periode 20082018. Zo zien we in Borgerhout (R801) een daling van 54 % tussen 2008 en 2018. De daling in 2018 volgt de dalende trend van de afgelopen jaren. Voor zwarte koolstof werden er grotere verschillen gemeten tussen de verschillende meetplaatsen. De hoogste concentratie in 2018 werd gemeten aan de Antwerpse Ring (R804), gevolgd door de verkeersgerichte meetplaatsen Borgerhout-straatkant (R802) en Belgiëlei (R805). Het meetstation Linkeroever (AL01) mat het laagste jaargemiddelde. 5. UFP De gemiddelde UFP-concentratie (10-100 nm) op de meetplaats Borgerhout-achtergrond bedroeg 8.432 deeltjes/cm3 in 2018. Dit was 10 % hoger dan in 2017, maar gelijkaardig aan het gemiddelde van 2013-2017, In een stedelijke omgeving wordt wegverkeer beschouwd als de belangrijkste bron van ultrafijne deeltjes. In 2018 droegen deeltjes met een diameter van 10-20 nm 34 % bij aan het ultrafijn stof. Deeltjes met een grootte van 20-30 nm en 30-50 nm droegen respectievelijk 20 % en 23 % bij aan de UFP-concentratie. Deeltjes in de grootteklassen 50-70 nm en 70-100 nm waren samen goed voor zo’n vierde van de UFP-concentratie. De relatieve verdeling van de UFP-grootteklassen in 2018 was quasi identiek als in 2017. De relatieve bijdrage van 10-20 nm deeltjes tot UFP is licht gestegen van 28 % in 2013 tot 34 % in 2018. 6. Houtverbranding Op 4 meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie werd in 2018 zwarte koolstof gemeten met een aethalometer (Magee AE33). Dit toestel kan de bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (BC) bepalen. We berekenden ook de bijdrage van houtverbranding aan PM 10 . De relatieve bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (% BC wb in BC) was het grootste op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (22%) en het laagste op de meetplaats Antwerpen-Ring (10 %). Op meetplaatsen Antwerpen-Belgiëlei (R805) en Antwerpen-Park Spoor Noord (R803) was deze telkens 17 %. In 2017 hadden we ook gegevens voor de meetplaatsen Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) en Antwerpen-Ring (R804). De relatieve bijdragen van houtverbranding aan zwarte koolstof op deze meetplaatsen in 2018 zijn hoger dan deze gemeten in 2017 (respectievelijk 13 % en 3 %). De absolute concentraties zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding zijn het hoogst op de meetplaats AntwerpenBelgiëlei (R805), gevolgd door Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817). Dit geldt zowel voor het ganse jaar 2018 als voor de wintermaanden van 2018. De relatieve bijdrage van houtverbranding aan PM 10 bedroeg voor het volledige jaar 2018 6 % op de meetplaatsen Antwerpen-Ring (R804) en Antwerpen-Park Spoor Noord (R803) en 8 % op de meetplaatsen Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) en Antwerpen-Belgiëlei (R805). De bijdrage ligt tussen de 9 en 13 % in de wintermaanden en tussen de 4 en 5 % in de zomermaanden. Zoals voor zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding zijn de PM 10 -concentraties te wijten aan houtverbranding het hoogst op de meetplaats \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 6
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Antwerpen-Belgiëlei (R805), gevolgd door Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817). Op jaarbasis meten we hier respectievelijk 2,1 en 1,8 µg/m3. In de winter respectievelijk 3 en 2,7 µg/m3 7. Effect invoering lage-emissiezone Het is moeilijk om een wetenschappelijk onderbouwde, algemene uitspraak te doen over het lokaal nettoeffect van de LEZ op de concentraties NO 2 en zwarte koolstof. De concentraties in de omgevingslucht zijn immers afhankelijk van meteorologische parameters. Zo was het in de zomer van 2018 uitzonderlijk warm en droog gedurende lange tijd, wat een effect zal gehad hebben op de luchtvervuiling. Ook zullen bepaalde verkeersmaatregelen binnen de LEZ, zoals bijvoorbeeld de heraanleg van de Leien (de ‘knip’) die startte in juni 2017, leiden tot andere verkeersstromen in de binnenstad en tot meer of minder verkeer in de omgeving van de vaste meetplaatsen. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met het effect van het anticiperend gedrag van de mensen om te voldoen aan de voorwaarden van de LEZ. De invoering van de LEZ werd immers al 2 jaar eerder aangekondigd. Bijkomend zal de LEZ in Antwerpen ook leiden tot een wijziging van het wagenpark buiten de LEZ en daar ook de concentraties beïnvloeden. Om het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen te beoordelen zou men een vergelijking moeten kunnen uitvoeren van de trend van de concentraties binnen de LEZ met de trend van de concentraties binnen een sterk vergelijkbare stedelijke omgeving waar er geen LEZ ingevoerd is. Op deze manier kan de impact van het weer en van de autonome vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen op de concentraties worden ingeschat en zou men een netto-effect van de LEZ kunnen berekenen. Verkeersgerichte metingen in andere steden zijn echter beperkt en ook in deze steden zijn er vaak maatregelen of initiatieven die een impact hebben op de luchtkwaliteit. De NO 2 -concentraties zijn op de meetplaatsen in de LEZ tussen de 2 % en de 11 % gedaald tussen 2016 en 2018. Voor de overige meetstations in Vlaanderen, zonder de 8 meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2018 ten opzichte van 2016 op bepaalde meetstations een stijging tot 6,1 % en op andere meetstations een daling tot 26,4 %. Wanneer we dalingen van de NO 2 -concentraties in 2018 ten opzichte van 2017 en ten opzichte van 2016 vergelijken met deze van de overige meetplaatsen in Vlaanderen zijn er geen eenduidige aanwijzingen dat de LEZ een extra lokale daling van de NO 2 -concentraties heeft teweeggebracht. De dalingen liggen binnen de range die we elders in Vlaanderen waarnemen. De concentraties zwarte koolstof zijn op de meetplaatsen in de LEZ tussen de 11 % en de 29 % gedaald tussen 2016 en 2018. Voor de overige meetstations in Vlaanderen, zonder de 7 meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2018 ten opzichte van 2016 een relatieve daling tussen 6,5 % en 21,6 %. Wanneer we dalingen van de concentraties zwarte koolstof in 2018 ten opzichte van 2017 vergelijken met deze van de overige meetplaatsen in Vlaanderen zien we geen duidelijke aanwijzingen dat de concentraties overal binnen de LEZ sneller gedaald zijn dan op de andere meetplaatsen in Vlaanderen. Bekijken we de daling in 2018 ten opzichte van 2016, dan zien we wel dat de concentraties op de meetplaats R802 en R801, beide gelegen aan de verkeersrijke Plantin en Moretuslei, meer dalen dan elders. Op andere meetplaatsen in de LEZ zien we dat effect niet.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
7
INHOUD 1 Inleiding .......................................................................................................................................................14 2 Het meetnet ................................................................................................................................................16 3 Stikstofoxiden ..............................................................................................................................................20 3.1 Emissie van stikstofoxiden (uitgedrukt als stikstofdioxide) (NO x (NO 2 )) .............................................20 3.2 NO 2 -concentraties ...............................................................................................................................22 3.2.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................22 3.2.2 Passieve samplers ........................................................................................................................24 3.2.3 ATMO-Street model .....................................................................................................................27 3.2.4 Studie CurieuzeNeuzen ................................................................................................................29 3.2.5 Toetsing aan de grenswaarden ....................................................................................................31 3.2.6 Pollutierozen ................................................................................................................................32 3.3 NO-concentraties .................................................................................................................................35 3.3.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................35 3.3.2 Pollutierozen NO ..........................................................................................................................36 4 Fijn stof ........................................................................................................................................................39 4.1 Emissie van PM 10 ..................................................................................................................................39 4.2 PM 10 -concentraties ..............................................................................................................................41 4.2.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................41 4.2.2 ATMO-Street model .....................................................................................................................42 4.2.3 Toetsing aan de grenswaarden ....................................................................................................44 4.2.4 Pollutierozen ................................................................................................................................46 4.3 Emissie van PM 2,5 .................................................................................................................................49 4.4 PM 2,5 -concentraties .............................................................................................................................51 4.4.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................51 4.4.2 ATMO-Street model .....................................................................................................................52 4.4.3 Toetsing aan de grenswaarden ....................................................................................................54 4.4.4 Chemische samenstelling van PM 2,5 ............................................................................................55 4.4.5 Pollutierozen ................................................................................................................................56 4.5 Emissies van elementair koolstof .........................................................................................................59 4.6 Concentraties zwarte koolstof .............................................................................................................61 4.6.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................61 4.6.3 ATMO-Street model .....................................................................................................................63 4.6.4 Toetsing aan de regelgeving ........................................................................................................65 4.6.5 Pollutierozen ................................................................................................................................65 4.7 Ultrafijn stof (UFP)................................................................................................................................68 4.7.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................68 4.8 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof en PM 10 ..............................................................69 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 8
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
4.8.1 Methode ......................................................................................................................................69 4.8.2 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof en PM 10 ......................................................71 4.8.3 Dagverloop in de winter- en zomermaanden ..............................................................................77 4.8.4 Bijdrage van houtverbranding in functie van de windrichting ....................................................83 5 Effect van de invoer van de lage-emissiezone op de concentraties ...........................................................85 5.1 Inleiding ................................................................................................................................................85 5.2 Vergelijking 2018 ten opzichte van 2016 en 2017 ...............................................................................86 5.3 Besluit ...................................................................................................................................................91 6 Besluit ..........................................................................................................................................................95 Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2005) ................................98 Beschrijving van de polluenten ....................................................................................................99 Overzicht luchtkwaliteitsnormen ...............................................................................................102 Methodiek ..................................................................................................................................105
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
9
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1 : Overzicht van de automatische meetplaatsen en gemeten polluenten in de Antwerpse agglomeratie in 2018 ..............................................................................................................................................................17 Tabel 2 : Overzicht van de NO 2 -meetplaatsen passieve samplers in 2018 ......................................................18 Tabel 3: NO 2 -jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 (µg/m³) ....................................................................................................................................................23 Tabel 4: Aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO 2 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008-2018........................................................................................................32 Tabel 5: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 (µg/m³) .............................................................................................................................................................35 Tabel 6: PM 10 -jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 (µg/m³) ....................................................................................................................................................41 Tabel 7: Aantal dagen met PM 10 -concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008-2018 ..............................................................................................................................44 Tabel 8: PM 2,5 -jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 (µg/m³) ....................................................................................................................................................51 Tabel 9: Aantal dagen met PM 2,5 -concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008-2018 ..............................................................................................................................54 Tabel 10: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 (µg/m³) ...........................................................................................................................62 Tabel 11 : Datum van ingebruikname van de aethalometer op de verschillende meetplaatsen ....................69 Tabel 12 : Absolute en relatieve bijdrage van houtverbranding (BCwb) aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof (BC) en PM 10 ....................................................................................................................................... 73 Tabel 13 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2018 ten opzichte van 2016 en 2017 voor NO 2 (µg/m³) ............................................................................................................................... 87 Tabel 14 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2018 ten opzichte van 2016 en 2017 voor zwarte koolstof (µg/m³) .............................................................................................................87 Tabel 15: Grenswaarden en alarmdrempel voor NO 2 en kritiek niveau voor NO x (richtlijn 2008/50/EG)....102 Tabel 16: Advieswaarden voor NO 2 en kritiek niveau voor NO x (WGO 2000 en 2005).................................103 Tabel 17: Regelgeving voor PM 10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005) .......................................................103 Tabel 18: Europese regelgeving voor PM 2,5 (2008/50/EG) ............................................................................104 Tabel 19: Advieswaarden voor PM 2,5 (WGO 2005) ........................................................................................104
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 10
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
LIJST VAN FIGUREN Figuur 1: Kaart afbakening luchtkwaliteitszone Antwerpse agglomeratie (BEF02A) .......................................15 Figuur 2: Ligging meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie .......................................................................19 Figuur 3: Aandeel van de sectoren in de NO x (NO 2 )-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2017 ...........20 Figuur 4: Trend van de NO x (NO 2 )-emissies in de Antwerpse agglomeratie, 2005-2017 ................................21 Figuur 5: NO 2 -jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 ..................................................................................................................................................................24 Figuur 6: Indicatieve NO 2 -jaargemiddelden met passieve samplers in Antwerpen voor 2017-2018 (µg/m³) 25 Figuur 7: Ligging en resultaten van de passieve samplers in Antwerpen, 2018 ..............................................26 Figuur 8: Gemodelleerd NO 2 -jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2018 ...................................28 Figuur 9: CurieuzeNeuzen: Overzicht van de gemiddelde NO 2 -concentratie (µg/m³) voor 12 steden in Vlaanderen, voor de gehele stad en opgedeeld naar stadscentrum en buitenstad ........................................30 Figuur 10: CurieuzeNeuzen: Overzicht van de indicatieve jaargemiddelden voor Antwerpen .......................30 Figuur 11: CurieuzeNeuzen: Overzicht van het aantal meetlocaties in overschrijding (%) voor 12 steden in Vlaanderen, voor de gehele stad en opgedeeld naar stadscentrum en buitenstad ........................................31 Figuur 12: Pollutieroos voor NO 2 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 (µg/m³) .....33 Figuur 13: Pollutierozen NO 2 voor de meetplaatsen van de Antwerpse agglomeratie in 2018 ......................34 Figuur 14: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 ..................................................................................................................................................................35 Figuur 15: Pollutieroos voor NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 (µg/m³).......36 Figuur 16: Pollutierozen NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 ..........................38 Figuur 17: Aandeel van de sectoren in de primaire PM 10 -emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2017...39 Figuur 18: Trend van primaire PM 10 - emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 2005 – 2017 ...............................................................................................................................................................40 Figuur 19: PM 10 - jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 ...............................................................................................................................................................42 Figuur 20: Gemodelleerd PM 10 -jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2018 ...............................43 Figuur 21: Aantal dagen met een PM 10 -concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 .....................................................................................................45 Figuur 22: Aantal dagen met een PM 10 -concentratie > 50 µg/m³ gesorteerd per maand op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 ............................................................................................................45 Figuur 23: Pollutieroos voor PM 10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 (µg/m³) ...46 Figuur 24: Pollutierozen PM 10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 .......................48 Figuur 25: Aandeel van de sectoren in de emissies primair PM 2,5 in de Antwerpse agglomeratie in 2017.....49 Figuur 26: Trend van primaire PM 2,5 -emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 2005-2017.........................................................................................................................................................50 Figuur 27: PM 2,5 -jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 ...............................................................................................................................................................51 Figuur 28: Gemodelleerd PM 2,5 -jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2018...............................53
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
11
Figuur 29: Aantal dagen met een PM 2,5 concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008-2018........................................................................................................55 Figuur 30: Chemische samenstelling van PM 2,5 in Borgerhout-achtergrond (R801), 2016-2018 (µg/m³) .......56 Figuur 31: Pollutieroos voor PM 2.5 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 (µg/m³) ......57 Figuur 32: Pollutierozen PM 2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 ......................58 Figuur 33: Aandeel van de sectoren in de EC-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2017......................59 Figuur 34: Trend van de emissies van elementair koolstof door verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 2005-2017 .................................................................................................................................60 Figuur 35: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018.........................................................................................................................................62 Figuur 36: Gemodelleerd jaargemiddelde zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2018 ...............64 Figuur 37: Pollutieroos voor zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 (µg/m³) .............................................................................................................................................................65 Figuur 38: Pollutierozen concentraties zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2018 ....................67 Figuur 39: Aantal ultrafijnstofdeeltjes per grootteklasse op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801), 2013-2018 (deeltjes/cm³) .................................................................................................................................68 Figuur 40: Gemiddeld dagverloop van ultrafijn stof (10-100 nm deeltjes/cm³) op de meetplaats Borgerhoutachtergrond (R801) op weekdagen (links) en in het weekend (rechts), 2013-2018 ........................................69 Figuur 41: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) in 2017 en 2018, op de meetplaats Antwerpen-Park Spoor Noord (R803) ............................................73 Figuur 42: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804). Voor de maanden februari en maart zijn geen gegevens beschikbaar..............................................................................................................................74 Figuur 43: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) ............................................................74 Figuur 44: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817)..........................................75 Figuur 45: PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Park Spoor Noord (R803) ..............................................................................................................75 Figuur 46: PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804). Voor maanden febr en mrt zijn geen gegevens beschikbaar voor PM10_wb.............76 Figuur 47: PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) .............................................................................................................................76 Figuur 48: PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) ...........................................................................................................77 Figuur 49: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) voor de wintermaanden 2018 ......................................................79 Figuur 50: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) voor de zomermaanden 2018 ......................................................80 Figuur 51: Dagverlopen van PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 voor de wintermaanden 2018 .......................................................................................................................................81
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 12
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 52: Dagverlopen van PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 voor de zomermaanden 2018........................................................................................................................................82 Figuur 53: Pollutieroos voor zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en voor zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstof (BC ff ) in 2018 (µg/m3) ..................................................................................83 Figuur 54: Pollutieroos PM afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 in 2018 (µg/m3) ........84 Figuur 55: Daling in de jaargemiddelde concentraties in functie van de jaargemiddelde concentratie voor NO 2 (2018 versus 2017 en 2018 versus 2016) voor de meetstations in de Antwerpse agglomeratie ....................88 Figuur 56: Daling in jaargemiddelde concentraties ifv jaargemiddelde concentratie voor zwarte koolstof (2018 versus 2017 en 2018 versus 2016) voor de meetstations in de Antwerpse agglomeratie...................89 Figuur 57: Daling in de jaargemiddelde NO 2 -concentraties in 2018 ten opzichte van 2017 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2017(bovenste figuur) en in 2018 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 (onderste figuur) voor alle Vlaamse meetstations ..............................93 Figuur 58: Daling in de jaargemiddelde concentraties zwarte koolstof in 2018 ten opzichte van 2017 functie van de jaargemiddelde concentratie in 2017(bovenste figuur) en in 2018 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 (onderste figuur) voor alle Vlaamse meetstations .........................94
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
13
1 INLEIDING In dit rapport bespreken we de luchtconcentraties en emissies van een aantal polluenten in de Antwerpse agglomeratie. We toetsen de concentraties van 2018 aan de Europese regelgeving en aan de WGO-advieswaarden. Ook de trend wordt besproken. De emissiegegevens in dit rapport werden verzameld door de Emissie-inventaris Lucht van de VMM op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag en modelberekeningen. Meer uitleg over de methodiek van de emissie-inventaris is te vinden in bijlage 4. De meest recente data die momenteel beschikbaar zijn, zijn de emissiecijfers voor het jaar 2017. Afbakening luchtkwaliteitszone Antwerpse agglomeratie De emissiegegevens hebben betrekking op de zone Antwerpse agglomeratie zoals deze werd afgebakend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in het kader van de richtlijn 2008/50/EG. Met de agglomeratie Antwerpen (luchtkwaliteitszone BEF02A) worden volgende districten bedoeld: Antwerpen (min 6 sectoren die tot de zone Antwerpse haven behoren), Berchem, Borgerhout, Deurne, Ekeren, Merksem en Wilrijk. Het district Berendrecht-Zandvliet-Lillo wordt niet weerhouden wegens het industriële karakter ervan. Dit district valt volledig in de zone Antwerpse haven. Het district Hoboken valt volledig binnen de zone Antwerpse agglomeratie. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor de zware metalen. Hierbij wordt de wijk Moretusburg in Hoboken als een aparte zone gedefinieerd. De speciale beschermingszones die in VLAREM II (artikel 1.1.2) rond Antwerpen gedefinieerd werden, namelijk Antwerpen, Borsbeek, Edegem, Mortsel, Schoten, Wijnegem en Wommelgem werden toegevoegd aan de zone Antwerpse agglomeratie. Zwijndrecht werd wegens het industriële karakter toegevoegd aan de zone Antwerpse haven. Figuur 1 toont de afbakening van de zone Antwerpse agglomeratie.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 14
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 1: Kaart afbakening luchtkwaliteitszone Antwerpse agglomeratie (BEF02A)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
15
2 HET MEETNET In het kader van het invoeren van de lage-emissiezone (LEZ) werden op vier nieuwe plaatsen in Antwerpen metingen opgestart in de periode 2015-2016: — — — —
Park spoor Noord (R803), Antwerpen-Ring (R804), ter hoogte van het op- en afrittencomplex Borgerhout richting Nederland, Antwerpen-Belgiëlei (R805), Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817).
De meetplaats R804 werd in november 2016 opgestart, de andere waren al in 2015 operationeel. De LEZ werd ingevoerd vanaf 1 februari 2017. De meetresultaten van deze meetplaatsen vergelijken we met de meetresultaten van de overige vaste meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie: — — — — —
Hoboken (HB23), Antwerpen-Linkeroever (AL01), Borgerhout-achtergrond (R801), Borgerhout-straatkant (R802), Antwerpen-Luchtbal (M802).
M802 ligt strikt genomen in de zone Antwerpse Haven, maar wordt ook hier mee besproken. Voor de berekening van de windroos en de pollutierozen gebruikten we de meteorologische metingen van Antwerpen-Luchtbal (M802). We bespreken in dit rapport de polluenten: — PM 10 , — PM 2,5 , — zwarte koolstof (BC) en — stikstofoxiden (NO 2 en NO). De specificaties over onder meer het meetprincipe en de meetonzekerheid zijn terug te vinden in bijlage 1. Tabel 1 geeft een overzicht van de automatische meetplaatsen en de parameters die gemeten worden. Naast de code vermelden we ook het adres, het type meetstation en de Lambertcoördinaten van de meetplaats.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 16
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Tabel 1 : Overzicht van de automatische meetplaatsen en gemeten polluenten in de Antwerpse agglomeratie in 2018 Meetplaats Code
Naam
Lamb X
Lamb Y
PM 10
PM 2,5
Antwerpen-Linkeroever
Wandeldijk, Antwerpen
voorstedelijk-industrieel
214046
HB23
Hoboken
Curiestraat, Antwerpen (Hoboken)
voorstedelijk-industrieel
148054
206698
M802
Antwerpen-Luchtbal
Havanastraat, Antwerpen
voorstedelijk-industrieel
153884
216790
R801
Borgerhout-achtergrond
Plantin en Moretuslei, Antwerpen (Borgerhout)
stedelijk-achtergrond
154407
R802
Borgerhout- straatkant
Plantin en Moretuslei, Antwerpen (Borgerhout)
stedelijk-verkeer
R803
Antwerpen-Park spoor Noord
Viséstraat, Antwerpen
R804*
Antwerpen-Ring
R805 R817
AL01
Adres
Classificatie meetplaats (IPR) 1
Zwarte koolstof
NO 2
NO
-
211080
154396
211055
stedelijk-achtergrond
154172
213191
Ring - Afrit Borgerhout
stedelijk- nvt
155119
210695
Antwerpen- Belgiëlei
Belgiëlei, Antwerpen
stedelijk-verkeer
153689
210922
Antwerpen-Groenenborgerlaan
Groenenborgerlaan, Antwerpen
voorstedelijk-achtergrond
153441
207467
150865
*: De concentraties op deze meetplaats toetsen we niet aan de Europese regelgeving en worden niet aan Europa gerapporteerd. De reden is dat deze meetplaats gelegen is op een locatie die minder representatief is voor de menselijke blootstelling (zie macrocriteria voor een meetplaats in Bijlage III van EU-richtlijn 2008/50/EG).
1
Leidraad (2013) bij de IPR-richtlijn 2011/850/EU
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
17
In 2018 werden er bijkomende NO 2 -metingen uitgevoerd op 20 locaties in Antwerpen met behulp van passieve samplers. De adressen van deze meetlocaties zijn te vinden in Tabel 2. De resultaten van deze metingen met passieve samplers staan beschreven in paragraaf 3.2.2. Tabel 2 : Overzicht van de NO 2 -meetplaatsen passieve samplers in 2018 Meetplaats Code
Naam
Lamb X
Lamb Y
Antwerpen-Galgenweellaan
Galgenweellaan, Antwerpen
AT20
Antwerpen-Amerikalei
Amerikalei, Antwerpen
152235
210896
AT29
Antwerpen-Desguinlei
Desguinlei, Antwerpen
152153
209450
AT37
Antwerpen-Steenhouwersvest
Steenhouwersvest, Antwerpen
152434
211942
AT38
Antwerpen-Tunnelplaats
Tunnelplaats, Antwerpen
152894
213029
AT39
Antwerpen-Turnhoutsebaan
Turnhoutsebaan, Antwerpen
154981
211538
AT40
Antwerpen-Rubenslei
Rubenslei, Antwerpen
152962
211238
AT41
Antwerpen-Paradeplein
Paradeplein, Antwerpen
153808
210214
AT42*
Antwerpen-Floraliënlaan
Floraliënlaan, Antwerpen
153284
208459
AT43
Antwerpen-Viaduct-Dam
Viaduct-Dam, Antwerpen
153827
213693
AT45
Antwerpen-Lange Beeldekensstraat
Lange Beeldekensstraat, Antwerpen
154509
212422
AT46
Antwerpen- Pothoekstraat
Pothoekstraat, Antwerpen
154751
212912
AT47
Antwerpen-Osystraat
Osystraat, Antwerpen
153463
212421
AT48
Antwerpen-Haantjeslei
Haantjeslei, Antwerpen
152343
210160
AT49
Antwerpen-Wittestraat
Wittestraat, Antwerpen
151077
208626
BT03
Borgerhout-Sergeyselsstraat
Sergeyselsstraat, Antwerpen (Borgerhout)
154496
211466
BT04
Borgerhout-Karel De Preterlei
Karel De Preterlei, Antwerpen (Borgerhout)
155675
210225
DU05
Deurne-Rivierenhof
156979
211950
DU06
Deurne-Herentalsebaan
Rivierenhof/Parkweg DE, Antwerpen (Deurne) Herentalsebaan, Antwerpen (Deurne)
156350
211089
R818
Antwerpen-Burchtse Weel
Burchtse Weel, Antwerpen
148723
211364
AL08
Adres
150793
211755
* Meetplaats AT42 bevindt zich vlak bij de tunnelmond van de Craeybextunnel in een omgeving zonder directe bewoning en wordt daarom niet als representatief beschouwd voor blootstelling. Bijgevolg wordt dit meetstation niet gerapporteerd aan Europa.
Figuur 2 toont de ligging van de automatische meetplaatsen (Tabel 1) en van de locaties met passieve samplers (Tabel 2).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 18
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 2: Ligging meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
19
3 STIKSTOFOXIDEN 3.1 Emissie van stikstofoxiden (uitgedrukt als stikstofdioxide) (NOx (NO2)) De meest recente beschikbare emissie-data voor de Antwerpse agglomeratie betreffen het jaar 2017. Figuur 3 toont het aandeel van de sectoren in de NO x (NO 2 )-emissies in 2017. —
—
72 % van de NO x (NO 2 )-emissies in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan verkeer. 60 % van de totale emissies is te wijten aan wegverkeer. Scheepvaart was verantwoordelijk voor 6 % van de NO x -emissies in de Antwerpse agglomeratie. Andere relevante sectoren zijn de industrie (10 %), de huishoudens (8 %, voornamelijk gebouwenverwarming) en handel en diensten (8 %).
Figuur 3: Aandeel van de sectoren in de NO x (NO 2 )-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2017
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 4 toont de evolutie van de NO x (NO 2 )-emissies per sector voor de zone Antwerpse agglomeratie. In 2017 bedroeg de NO x (NO 2 )-emissie in de Antwerpse agglomeratie 4.955 ton. Dit is 4 % van de totale Vlaamse NO x (NO 2 )-uitstoot. Tussen 2005 en 2017 zijn de NO x (NO 2 )-emissies in de Antwerpse agglomeratie met 3.128 ton (39 %) gedaald. Van deze daling was 70 % te wijten aan een daling in de emissies van het wegverkeer en 12 % dankzij dalende emissies in de sector industrie. Er dient opgemerkt te worden dat de berekening van bovenstaande verkeersemissies binnen de Antwerpse agglomeratie gebeurt op basis van een propagatiemodel dat gebruik maakt van de emissies \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 20
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
van het totale Vlaamse wagenpark. Bovenstaande emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van de LEZ. Om de impact van de LEZ op de uitstoot van verontreinigde stoffen in kaart te brengen, is een studie uitgevoerd door VITO en Transport & Mobility 2. De studie vergelijkt het Vlaamse wagenpark van eind 2016 en eind 2017 met de voertuigen die eind 2017 in de LEZ rondreden. De studie brengt 3 evoluties in kaart: de uitstootvermindering in Vlaanderen op 1 jaar tijd, de uitstootvermindering in de LEZ op 1 jaar tijd en het netto-effect van de LEZ. Het netto-effect is de zuivere impact van de LEZ zonder de autonome verjonging van het wagenpark. Uit de studie blijkt dat in de LEZ de uitstoot van NO x door wegverkeer met 11,9 % gedaald is. Figuur 4: Trend van de NO x (NO 2 )-emissies in de Antwerpse agglomeratie, 2005-2017
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
De daling van de emissies door het wegverkeer komt grotendeels door selectieve katalytische reductie bij vrachtwagens. Bij het wegverkeer was de emissiedaling echter kleiner dan oorspronkelijk verwacht. Hiervoor zijn verschillende zaken verantwoordelijk: —
2
Enerzijds is dit een gevolg van de verdieselijking van het wagenpark bij het personenvervoer. Dieselwagens stoten meer NO x uit dan benzinewagens. Daarnaast is ook de NO 2 /NO x -verhouding bij dieselwagens gevoelig hoger dan bij benzinewagens. Voor oudere diesels was het aandeel NO 2 in de NO x -emissies ongeveer 5 %. Bij nieuwere diesels bepalen zowel de motorafmeting als de
https://www.slimnaarantwerpen.be/nl/lez/FAQ
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
21
—
—
katalytische converter het aandeel NO 2 : de ratio kan variëren van 12 % tot 70 % 3. De laatste 20 jaar zien we dan ook een stijging van de verhouding NO 2 /NO x op alle meetplaatsen in Vlaanderen. De stijging van de directe NO 2 -emissies bemoeilijken het behalen van de Europese grenswaarden op verkeersgerichte meetplaatsen. Door een aantal fiscale maatregelen, een breder aanbod aan zuinigere benzinewagens, een gedaald vertrouwen door het dieselschandaal en de invoering of aankondiging van lage-emissiezones daalde het aandeel dieselwagens de laatste jaren licht, de verdieselijking werd dus gestopt. Bovendien blijkt dat in realistische rijomstandigheden de NO x -emissies van dieselwagens beduidend hoger zijn dan wat in de testcyclus in het labo wordt gemeten voor de EURO-normering. Het verschil tussen reële uitstoot en de EURO-normen (testen in labo-omstandigheden) werd groter met de jaren. Voor EURO 3-dieselwagens (vanaf 2000) was dit een factor twee, voor EURO 6-dieselwagens (vanaf 2014) is dit opgelopen tot gemiddeld een factor zeven. Daardoor ligt de NO x -emissie van een EURO 6-dieselwagen maar 40 % lager dan van een EURO 3-dieselwagen, waar men eigenlijk (op basis van de labo-testen) 84 % had verwacht. EURO 4- en EURO 5-dieselwagens scoren niet beter dan EURO 3-dieselwagens 4. De door VMM gebruikte emissiefactoren voor de verschillende EURO-normen zijn gebaseerd op de emissies van de voertuigen in reële rijomstandigheden. Zowel het aantal voertuigen op de weg als het aantal gereden voertuigkilometers over de weg blijft stijgen.
Naast directe uitstoot, wordt NO 2 ook nog indirect gevormd door chemische reacties in de atmosfeer. Stikstofoxiden door verbrandingsprocessen komen voornamelijk onder de vorm van NO in de lucht terecht. Enerzijds wordt het weinig toxische NO relatief snel omgezet naar het toxisch gas NO 2 door reactie met onder andere ozon (O 3 ). Anderzijds neemt NO 2 deel aan de fotochemische ozonvorming waarbij O 3 wordt gevormd en NO 2 wordt omgezet tot NO. De chemie van stikstofcomponenten in de atmosfeer is erg complex en de relatie tussen de emissies van NO x en de gemeten NO 2 -concentraties is niet lineair. De luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie wordt niet enkel bepaald door de emissies in de agglomeratie zelf. Ook emissies in Vlaanderen, andere gewesten en het buitenland dragen bij aan de concentratie van vervuilende stoffen in de Antwerpse agglomeratie. In het saneringsplan luchtkwaliteit 5 dat voor Antwerpen werd opgesteld in 2017, werd ingeschat dat in stedelijke gebieden gemiddeld 65 % van de NO 2 die we meten in de lucht afkomstig is van lokale en Vlaamse bronnen. Het aandeel van lokaal verkeer bedraagt 34 %. Op een verkeersgerichte locatie zoals Borgerhout-straatkant (R802) stijgt het belang van lokale en Vlaamse emissies tot een bijdrage van 74% op de gemeten NO 2 -concentratie. 53 % is afkomstig van lokaal verkeer.
3.2 NO2-concentraties 3.2.1 Metingen automatisch meetnet Tabel 3 toont de jaargemiddelden voor het automatisch meetnet. De verschillen in de concentraties NO 2 zijn sterk gelinkt aan verschillen in verkeersintensiteit. De hoogste NO 2 -concentraties worden gemeten op de meetplaats R804 aan de Antwerpse Ring, gevolgd door de meetplaats R802 aan de Plantin en Moretuslei en de meetplaats R805 gelegen op de middenberm van de Belgiëlei. De laagste NO 2 -concentraties worden gemeten op de meetplaatsen Antwerpen-Linkeroever (AL01) en Hoboken EEA (2016), Explaining road transport emissions, A non-technical guide VMM (2017), Systeembalans 2017: Milieu-uitdagingen voor het energie-, mobiliteits- en voedingssysteem in Vlaanderen, Aalst, Milieurapport Vlaanderen 5 https://www.lne.be/sites/default/files/atoms/files/SaneringplanNO2Antwerpen_MetBijlage_2017_Def.pdf 3 4
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 22
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
(HB23). De meetplaats op Linkeroever ligt in een voorstedelijke omgeving langs een jaagpad waar er weinig verkeer passeert. Omwille van zijn ligging vlak naast de Antwerpse Ring, tussen het op- en afrittencomplex van Borgerhout, is de meetplaats R804 minder representatief voor de menselijke blootstelling. Daarom worden de meetresultaten niet getoetst aan de Europese regelgeving. Figuur 5 toont de evolutie van de NO 2 -jaargemiddelden voor de periode 2008 - 2018. Vanaf 2012 zien we voor alle meetplaatsen geleidelijk aan een lichte daling van de jaargemiddelde NO 2 -concentratie. Op de meetplaatsen met een lange tijdreeks, zijn de concentraties tussen 2008 en 2018 met zo’n 19 tot 29 % gedaald. In 2018 zijn de NO 2 -concentraties gedaald of stabiel gebleven in vergelijking met 2017, uitgezonderd op de locatie Park Spoor Noord (R803). Hier zien we een stijging van 31 µg/m3 naar 32 µg/m3. Tabel 3: NO 2 -jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 (µg/m³)
AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817
2008 32 45 -
2009 32 43 45
2010 33 44 44
2011 30 43 46
-
-
-
-
2012 29 45 50 -
2013 28 40 43 49 -
2014 26 27 38 41 47 -
2015 26 27 36 38 45 -
2016 27 27 35 39 45 32 43 32
2017 26 26 35 36 42 31 54 40 30
2018 26 26 32 34 40 32 48 40 28
Blauw: overschrijdingen van enkel de WGO-advieswaarde (40 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (60 µg/m³ tot en met 2014, 40 µg/m³ vanaf 2015) en WGO-advieswaarde (40 µg/m³) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
23
Figuur 5: NO 2 -jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018
3.2.2
Passieve samplers
Naast de metingen met automatische monitoren meet de VMM sinds 2017 ook NO 2 met passieve samplers in Antwerpen. In 2018 waren er 20 meetplaatsen (zie Tabel 2). De meetplaatsen bevinden zich op verschillende types locaties, onder meer in street canyons, langs drukke invalswegen en op achtergrondlocaties. De samplers werden telkens in duplo opgehangen gedurende periodes van 2 weken. Een volledig jaar bestaat dus uit 26 meetperiodes. Kalibratie ten opzichte van de automatische referentiemethode De automatische monitoren meten volgens de Europese referentiemethode. Passieve samplers niet, maar ze worden wel gekalibreerd ten opzichte van deze referentiemethode. Omwille van het toenemend belang van samplermetingen met NO 2 werd in 2018 een uitgebreide kalibratie-oefening uitgevoerd. Daarbij vergeleken we op 24 locaties (verspreid over heel Vlaanderen) samplermetingen met referentiemonitoren van het automatisch meetnet. Zo konden we de resultaten van de passieve samplers met de automatische monitoren vergelijken. Gemiddeld maten de samplers 1,2 µg/m3 minder dan de monitoren. Na statistische analyse werd gekozen voor de volgende kalibratie: Gekalibreerde samplerwaarde = (samplerwaarde + 3,2 µg/m3)/1,075 De onzekerheid op de samplermeting ten opzichte van de referentiemethode wordt per 2-wekelijks resultaat geschat op 5 µg/m3. Op jaarbasis schatten we de onzekerheid op 4 µg/m3 of 9 % bij de jaargrenswaarde van 40 µg/m3. Wanneer we de onzekerheid op de referentiemethode ook in rekening brengen schatten we de totale onzekerheid van de passieve samplers op jaarbasis op 6 µg/m3. Dit vertaalt zich in een relatieve onzekerheid van 15 % bij de jaargrenswaarde van 40 µg/m3. Dit maakt dat \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 24
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
de metingen voldoen aan het criterium voor indicatieve metingen volgens Richtlijn 2008/50/EG. We spreken daarom van ‘indicatieve jaargemiddelden’. Omdat er tijdens 2018 op alle meetplaatsen dezelfde 2 meetperiodes verworpen werden door een analytisch probleem werd er een kleine correctie uitgevoerd op basis van de automatische monitoren. Hiervoor werd aan het gemiddelde van de 24 periodes per meetplaats telkens 0,6 µg/m3 bijgeteld. De onzekerheid op deze bijtelling bleek erg klein en wordt geschat op 0,5 µg/m3 of 2 %. NO 2 -concentraties gemeten met passieve samplers dalen met 9% ten opzichte van 2017 Gemiddeld daalden de samplermetingen in Antwerpen met 4 µg/m3 of 9 % ten opzichte van 2017. De grootste daling zagen we in de Sergeyselstraat (BT03). Daar daalde het jaargemiddelde met 16 µg/m3 of 30 % ten opzichte van 2017. Deze daling was niet verwonderlijk omdat er omwille van wegenwerken gedurende meer dan een half jaar geen doorgaand verkeer mogelijk was. Figuur 6 toont de gekalibreerde, indicatieve jaargemiddelden voor de 20 meetplaatsen in Antwerpen voor de periode 2017-2018. Figuur 6: Indicatieve NO 2 -jaargemiddelden met passieve samplers in Antwerpen voor 2017-2018 (µg/m³)
Figuur 7 toont de ligging en de resultaten van de meetlocaties van de samplers in Antwerpen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
25
Figuur 7: Ligging en resultaten van de passieve samplers in Antwerpen, 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 26
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
3.2.3 ATMO-Street model Op plaatsen waar de VMM niet beschikt over meetresultaten schat men de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor NO 2 gebruikt de VMM het ATMO-Street-model. ATMO-Street is de naam voor de modelketen RIO-IFDM-OSPM. Meer uitleg over de methodiek van de modellering is terug te vinden in bijlage 4. Sinds 2017 is het model uitgebreid met de OSPM-module (Operational Street Pollution Model). Dit zorgt ervoor dat de slechtere verdunning van de luchtvervuiling in street canyons beter in rekening gebracht wordt. Ondanks de best beschikbare inschatting op straatniveau, heeft het ATMO-Street model ook enkele beperkingen: − De impact van nieuwe verkeerssituaties zijn niet onmiddellijk zichtbaar. Immers hoewel het model een simulatie toont van de jaargemiddelden in 2018, maakt het gebruik van (verkeers)emissiegegevens van 2017 (bijvoorbeeld vlootsamenstelling, voertuigkm, verdeling over de EURO-normen, …). Voor de modelkaart van 2018 werd nu voor het eerst de vlootsamenstelling van de stad Antwerpen voor de LEZ, op basis van de ANPR-gegevens, gebruikt. Deze gedetailleerde verkeersgegevens werden eerst doorgerekend tot verkeersemissies voor de LEZ en vervolgens gebruikt in de modellering. − Met tijdelijke verkeerssituaties (bv. omleidingen of files) wordt geen rekening gehouden. − Het herhaaldelijk opwaaien van stof door het verkeer en het effect van de aanwezigheid van groen (zoals bomen in een straat) worden niet in rekening gebracht. − De lokale vervuiling die veroorzaakt wordt door onder andere houtkachels, open haarden en grote veeteeltbedrijven is niet zichtbaar op de kaarten. De vervuiling van deze bronnen wordt wel mee opgenomen in de ‘achtergrondconcentratie’ (met een lagere ruimtelijke resolutie van 4x4 km²). Ondanks deze beperkingen van het model, resulteert het wel in wetenschappelijk onderbouwde kaarten die de verspreiding van de luchtvervuiling in kaart brengen. De controle gebeurde door te vergelijken met echte metingen. Figuur 8 toont de gemodelleerde NO 2 -jaargemiddelden in de Antwerpse agglomeratie voor 2018. De hoogste concentraties worden gemodelleerd langs de Antwerpse Ring. Dit wordt ook bevestigd door de metingen aan de Antwerpse Ring (R804). Daarnaast zien we de hoogste gemodelleerde NO 2 concentraties langs de belangrijkste verkeersassen van de binnenstad.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
27
Figuur 8: Gemodelleerd NO 2 -jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 28
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
3.2.4 Studie CurieuzeNeuzen Burgeronderzoek op 20.000 locaties Na een eerste CurieuzeNeuzen-project in mei 2016 op 2.000 locaties in Antwerpen, vond in 2018 een grootschaliger burgeronderzoek plaats in Vlaanderen: CurieuzeNeuzen Vlaanderen. Dit onderzoek gebeurde onder leiding van de Universiteit Antwerpen, De Standaard en de Vlaamse Milieumaatschappij. Gedurende de maand mei maten 20.000 Vlamingen de NO 2 -concentraties aan hun voorgevel met een passieve sampler. Burgers konden zo te weten komen hoe het gesteld was met de luchtkwaliteit in hun leefomgeving. Vanuit wetenschappelijk oogpunt was dit onderzoek interessant om het luchtkwaliteitsmodel te valideren en verder te verbeteren. Resultaten in gans Vlaanderen Met behulp van de resultaten van de vaste referentiemonitoren van de VMM werden de maandresultaten omgerekend naar indicatieve jaargemiddelden. De omgerekende NO 2 -jaargemiddelden in het CurieuzeNeuzen-project situeren zich tussen 11 µg/m³ en 75 µg/m³. De laagste waarde werd gemeten langs een landelijke weg in de Voerstreek. De hoogste waarde is meer dan 7-maal hoger en bevindt zich aan een kruispunt op een tweevaksbaan in Houthalen-Helchteren. Wanneer we deze jaargemiddelden indicatief toetsen aan de jaargrenswaarde, blijkt 2,3 % van de CurieuzeNeuzen-meetlocaties zich boven de Europese grenswaarde van 40 µg/m³ te bevinden. Deze meetcampagne liep slechts gedurende 1 maand. Daarom voldoen deze indicatieve jaargemiddelden niet aan de Europese vereisten voor de minimale periode waarover bemonsterd moet worden en werden de resultaten niet gerapporteerd aan Europa. Invloed van verkeer Uit de Vlaamse dataset blijkt duidelijk het effect van de verkeersemissies en ruimtelijke ordening op de NO 2 -concentratie. Drukker verkeer, aaneengesloten bebouwing en stop-and-go-verkeer aan kruispunten en verkeerslichten resulteren in verhoogde NO 2 -concentraties. Niet alleen het verkeersvolume maar ook de doorstroming speelt dus een belangrijke rol in de luchtkwaliteit. Resultaten Antwerpen Er werd een aparte analyse gedaan op de Vlaamse steden met meer dan 50.000 inwoners. Daaruit bleek dat de hoogste gemiddelde concentratie voor een gehele stad werd opgetekend in Antwerpen, namelijk 33,8 µg/m³. De stadscentra vertonen -geheel volgens verwachting- steeds een hogere concentratie dan de buitenstad of de stad als geheel. De hoogste gemiddelde concentratie in een stadscentrum wordt ook opgetekend in Antwerpen, namelijk 38,4 µg/m³. Steden worden gekenmerkt door een hoge bevolkingsdichtheid en een hoge verkeersdrukte. De emissies van NO x per oppervlakteeenheid zijn bijgevolg in stedelijk gebied hoger. In grotere steden zal in vergelijking met kleinere steden de luchtverontreiniging zich bovendien meer opstapelen. Meer informatie over deze studie en de kaart met alle resultaten zijn terug te vinden op www.standaard.be/curieuzeneuzen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
29
Figuur 9: CurieuzeNeuzen: Overzicht van de gemiddelde NO 2 -concentratie (µg/m³) voor 12 steden in Vlaanderen, voor de gehele stad en opgedeeld naar stadscentrum en buitenstad
Bron: CurieuzeNeuzen
Figuur 10: CurieuzeNeuzen: Overzicht van de indicatieve jaargemiddelden voor Antwerpen
Bron: CurieuzeNeuzen
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 30
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
3.2.5 Toetsing aan de grenswaarden Een overzicht van de regelgeving voor NO 2 is terug te vinden in bijlage 3. Toetsing aan de jaargrenswaarde In 2018 respecteerden alle automatische meetplaatsen de Europese jaargrenswaarde van 40 µg/m³. 2018 was het eerste jaar waarin er geen enkele overschrijding werd opgetekend op de automatische meetstations die meten volgens de referentiemethode. Echter uit de indicatieve metingen met passieve samplers in Antwerpen blijkt dat op 7 van de 19 meetplaatsen een jaargemiddelde boven de 40 µg/m³ werd gemeten. Het gaat hierbij telkens om meetplaatsen met weinig verdunning (de zogenaamde street canyons) en/of veel verkeer. In 2017 overschreden nog 12 van de 19 meetplaatsen de jaargrenswaarde. In Antwerpen werd in 2018 daarnaast nog op een andere plaats een indicatief jaargemiddelde hoger dan 40 µg/m³ gemeten, namelijk aan de Floraliënlaan. Deze meetplaats ligt echter vlakbij de tunnelmond van de Craeybeckxtunnel en zonder onmiddellijke bewoning in de buurt, waardoor deze locatie als minder representatief voor de menselijke blootstelling wordt beschouwd. Daarom wordt het resultaat van deze meetlocatie niet aan de Europese grenswaarden getoetst en niet aan Europa gerapporteerd. Op de meetplaatsen uit de CurieuzeNeuzen Vlaanderen-studie blijkt dat in Antwerpen de jaargrenswaarde indicatief op 17 % van alle meetplaatsen wordt overschreden. Dit is het meest van alle Vlaamse steden. In het stadscentrum (= gebied binnen de Singel) loopt dit op tot meer dan 30 % van alle meetlocaties (Figuur 11). Figuur 11: CurieuzeNeuzen: Overzicht van het aantal meetlocaties in overschrijding (%) voor 12 steden in Vlaanderen, voor de gehele stad en opgedeeld naar stadscentrum en buitenstad
Bron: CurieuzeNeuzen
Ook de berekeningen met het ATMO-Street model tonen aan dat op verkeersintensieve stedelijke locaties en in street canyons overschrijdingen van de jaargrenswaarde van NO 2 kunnen voorkomen. Zie hiervoor Figuur 8. Aangezien de WGO-jaaradvieswaarde voor NO 2 van 40 µg/m³ gelijk is aan de Europese grenswaarde werd deze bijgevolg op dezelfde plaatsen overschreden. Toetsing aan de uurgrenswaarde De Europese regelgeving laat 18 uren met een concentratie hoger dan 200 µg/m³ NO 2 toe. De WGO laat geen enkel uur met een concentratie hoger dan 200 µg/m³ toe.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
31
Toetsing aan de uurgrenswaarde kan enkel voor de meetplaatsen van het automatische meetnet. Tabel 4 toont het verloop van het aantal uren met een gemiddelde concentratie hoger dan 200 µg/m³ op de verschillende meetplaatsen voor de periode 2008-2018. De Europese uurgrenswaarde werd gerespecteerd in de periode 2008-2018: nergens in de Antwerpse agglomeratie werd er de afgelopen 10 jaar meer dan 18 uren hoger dan 200 µg/m³ gemeten. In 2018 werd ook de WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden gerespecteerd. Tabel 4: Aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO 2 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008-2018
AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817
2008 2 0 -
2009 0 0 0 -
2010 0 0 0 -
2011 0 0 1 -
2012 0 6 6 -
2013 0 0 0 4 -
2014 0 0 0 4 5 -
2015 0 0 0 2 2 -
2016 0 0 0 0 1 1 0 0
2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2018 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Blauw: overschrijdingen van de WGO- advieswaarde (0 uren > 200 µg/m³ toegelaten per jaar) Rood: overschrijding van de EU-grenswaarde (18 uren > 200 µg/m³ toegelaten per jaar) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde
3.2.6 Pollutierozen Figuur 12 geeft de pollutierozen voor NO 2 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Een algemene uitleg over de methodiek van pollutierozen is terug te vinden in bijlage 4. Op de meetplaats aan de Ring in Antwerpen (R804) zien we een grote invloed van het verkeer bij wind vanuit het zuidwesten tot het noorden. Op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R801 en R802) meten we verhoogde concentraties vanuit het noordoosten tot het noordwesten. Het meetstation Borgerhout-straatkant ligt op 7,5 m en het meetstation Borgerhout-achtergrond op 30 m ten noorden van de straatkant. Uit onderlinge vergelijking blijkt dat de concentraties in het meetstation het dichtst bij de straatkant altijd hoger zijn, uitgezonderd bij noordelijke wind, waar de concentraties van R801 en R802 samenvallen. We meten op deze locaties niet enkel de invloed van de Plantin en Moretuslei (ten zuiden van de meetplaatsen), maar ook de invloed van de Montensstraat gelegen in oostelijke richting. Beide meetstations bevinden zich op dezelfde afstand van de Montensstraat. Het feit dat de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) bij wind vanuit oostelijke richting meer is afgeschermd van de Montensstraat door een hoog gebouw is waarschijnlijk de verklaring van de lagere concentraties bij oostelijke wind in vergelijking met het station aan de straatkant (R802). Ten zuiden van de meetplaats Luchtbal (M802) ligt de Havanastraat. Ten westen van deze meetplaats ligt de Noorderlaan. In deze richting zijn ook parkeerplaatsen gelegen. Mogelijk zijn de verhoogde concentraties bij wind vanuit het westen hieraan te wijten. Op de meetplaats Belgiëlei (R805) zien we bij wind vanuit alle richtingen hogere NO 2 -concentraties. Het meetstation ligt op de middenberm van de Belgiëlei. Vooral bij wind uit noordwestelijke tot noordoostelijke richting meet dit meetstation hogere concentraties ten opzichte van de overige meetlocaties. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 32
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Op de meetplaats aan de Groenenborgerlaan (R817) zien we licht verhoogde concentraties bij wind vanuit noordelijke richting. In noordelijke richting ligt de Groenenborgerlaan. Bij wind vanuit het zuidwesten zien we licht verhoogde concentraties op de meetplaats in Hoboken (HB23). In deze richting is het bedrijf Umicore gelegen. Op nagenoeg alle locaties zien we in de pollutierozen minder hoge concentraties uit noordoostelijke richting ten opzichte van 2017 en 2016. Omgekeerd zien we dan weer dat uit noordwestelijke richting een iets hogere concentratie wordt gemeten in vergelijking met vorige jaren. Figuur 12: Pollutieroos voor NO 2 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 (µg/m³)
Figuur 13 toont de NO 2 -pollutierozen voor 2018 op de kaart.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
33
Figuur 13: Pollutierozen NO 2 voor de meetplaatsen van de Antwerpse agglomeratie in 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 34
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
3.3 NO-concentraties 3.3.1 Metingen automatisch meetnet Tabel 5 geeft de NO-jaargemiddelden voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Zoals voor NO 2 worden de hoogste concentraties gemeten op de sterk door verkeer beïnvloede meetplaatsen aan de ring (R804), aan de rand van de Plantin en Moretuslei (R802) en op de middenberm van de Belgiëlei (R805). De laagste concentraties worden gemeten op de meetplaatsen Linkeroever (AL01) en Hoboken (HB23). De relatieve verschillen tussen de verschillende meetplaatsen zijn groter dan voor NO 2 . Tabel 5: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 (µg/m³)
AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804 R805 R817
2008 11 26 21 -
2009 10 25 20 -
2010 10 25 20 -
2011 11 25 22 -
2012 10 22 20 34 -
2013 10 21 18 33 -
2014 7 8 18 18 32 -
2015 7 10 18 16 29 -
2016 8 10 19 16 30 12 29 12
2017 6 8 16 13 24 10 43 21 10
2018 6 7 14 13 23 10 30 21 8
Figuur 14: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018
Figuur 14 toont het verloop van de jaargemiddelde NO-concentratie voor de periode 2008 tot 2018. Over de laatste 10 jaar zijn de NO-concentraties op alle meetplaatsen gedaald. Op de meetplaatsen met een voldoende lange tijdreeks zijn de concentraties tussen 2008 en 2018 met zo’n 36 tot 46 % gedaald. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
35
In 2018 zijn de concentraties op de helft van de meetstations verder gedaald ten opzichte van 2017 en op de andere helft status quo gebleven.
3.3.2 Pollutierozen NO Figuur 15 geeft de pollutierozen voor NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Een algemene uitleg over de methodiek van pollutierozen is terug te vinden in bijlage 4. Figuur 15: Pollutieroos voor NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 (µg/m³)
De vorm van de pollutierozen van NO zijn verschillend van deze van NO 2 . De relatieve verschillen tussen de gemeten concentraties bij verschillende windrichtingen zijn ook groter dan bij NO 2 . De meeste vaststellingen die gemaakt werden bij de bespreking van de NO 2 -rozen zijn hier ook geldig. Op de meetplaats R804 aan de Ring in Antwerpen zien we een grote invloed van het verkeer bij wind vanuit het zuidwesten tot het noorden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 36
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) meten we vanuit het noordoosten tot het zuidwesten verhoogde concentraties. Op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) meten we verhoogde concentraties bij wind vanuit het oosten tot zuidwesten. Zoals bij NO 2 zijn de concentraties wel altijd lager dan op de meetplaats R802 aan de straatkant, behalve bij wind vanuit noordelijke richting, waar ze samenvallen. Op de meetplaats Luchtbal (M802) zien we verhoogde concentraties bij wind vanuit het zuiden (Havanastraat) en het westen (Noorderlaan en parking). De meetplaats R805 op de middenberm van de BelgiĂŤlei meet in vergelijking met de overige stations meer NO bij wind vanuit alle richtingen. Opvallend zijn ook de verhoogde concentraties vanuit het noorden. Bij wind vanuit het zuidwesten (Umicore) zien we licht verhoogde concentraties op de meetplaats in Hoboken (HB23). Op de meetplaatsen aan de Groenenborgerlaan (R817) en op Linkeroever (AL01) zien we geen noemenswaardige verhogingen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
37
Figuur 16: Pollutierozen NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 38
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
4 FIJN STOF 4.1 Emissie van PM10 De meest recent beschikbare emissiedata zijn deze voor 2017. Onderstaande figuren geven de cijfers weer van het rechtstreeks uitgestoten, primair PM 10 -stof. Figuur 17 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van primair PM 10 in 2017. —
—
64 % van de emissies in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan huishoudens. • 55 % van de totale PM 10 -emissies is toe te wijzen aan de huishoudelijke verwarming en meer bepaald de verbranding van hout in open haarden en kachels. Verkeer was de tweede belangrijkste bron met 25 %. • 19 % van de totale PM 10 -emissies is afkomstig van het wegverkeer. Een groot deel hiervan was afkomstig van niet-uitlaat-emissies, onder meer door de slijtage van remmen en banden.
Figuur 17: Aandeel van de sectoren in de primaire PM 10 -emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2017
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 18 toont de trend van de rechtstreeks uitgestoten (primaire) PM 10 -emissies door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. In 2017 stootte de zone Antwerpse agglomeratie 918 ton primair PM 10 uit. Dit was 4 % van de Vlaamse primaire PM 10 -emissies dat jaar. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
39
Tussen 2005 en 2017 zijn de emissies van primair PM 10 in de Antwerpse agglomeratie met 26 % gedaald. Deze daling is vooral te danken aan minder uitlaatemissies door het wegverkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. De emissies door huishoudens fluctueerden in het verleden, afhankelijk van het verbruik van brandhout bij huishoudelijke verwarming, gekoppeld aan strenge winters. De laatste jaren daalden echter ook de emissies door de sector huishoudens. In 2017 zien we een lichte stijging in de emissies van de sector industrie. Dit is het gevolg van een verdubbeling van de (in het IMJV) gerapporteerde emissies van totaal stof door het bedrijf Argex in Zwijndrecht. Er dient opgemerkt te worden dat bovenstaande verkeersemissies binnen de Antwerpse agglomeratie gebeuren op basis van een propagatiemodel dat gebruik maakt van de emissies van het totale Vlaamse wagenpark. Bovenstaande emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van de LEZ. Figuur 18: Trend van primaire PM 10 - emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 2005 – 2017
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Fijn stof in de atmosfeer bestaat niet enkel uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties. Ook emissies van buiten de agglomeratie (Vlaanderen, de andere gewesten, buitenland), de aard van de emissies (bijvoorbeeld de hoogte), de meteorologische omstandigheden en de topografie bepalen mee de gemeten concentraties.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 40
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
In Vlaanderen is gemiddeld 70 tot 80 % van het fijn stof afkomstig uit het buitenland en de andere gewesten 6. De primaire stofdeeltjes bestaan scheikundig gezien vooral uit organische koolstofcomponenten, anorganische componenten (mineralen) en elementair koolstof (roetdeeltjes). Secundair fijn stof wordt in de atmosfeer gevormd uit voorloperverbindingen. De belangrijkste precursoren zijn ammoniak (NH 3 ), stikstofoxides (NO x ) en zwaveldioxide (SO 2 ) en verschillende semivluchtige organische verbindingen. Verkeer is een belangrijke lokale bron van elementair koolstof, organische massa en mineraal stof. In de bovengenoemde chemkar studie waren de PM 10 -concentraties langs invalswegen gemiddeld 6 % en in street canyons gemiddeld 29 % hoger dan op stedelijke achtergrondlocaties. De bijdragen van elementaire koolstof en organische massa in uitlaatgassen enerzijds en de bijdrage van mineraal stof anderzijds (banden, remmen, koetswerk) droegen elk voor ongeveer 50 % bij aan deze hogere concentraties. Het gaat hier om een zeer lokale bijdrage. Naast deze primaire emissies zorgt verkeer ook nog voor heel wat NO x -emissies, die zich in de atmosfeer omzetten tot fijn stof in de vorm van nitraatdeeltjes. Dit proces is vrij traag, waardoor dit zal leiden tot een regionale verhoging.
4.2 PM10-concentraties 4.2.1 Metingen automatisch meetnet Tabel 6 toont de jaargemiddelden PM 10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. De hoogste concentraties worden gemeten op de verkeersgerelateerde meetplaats aan de Ring (R804), op de meetplaats Luchtbal (M802) en op de meetplaats aan de Belgiëlei (R805). Tabel 6: PM 10 -jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 (µg/m³)
AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817
2008 29 29 34 33 -
2009 26 32 31 30 -
2010 26 29 32 29 -
2011 26 32 34 29 -
2012 24 29 32 27 30 -
2013 25 28 28 27 31 -
2014 22 25 25 26 30 -
2015 22 25 24 24 24 -
2016 22 25 24 23 23 23 22 23
2017 22 22 25 23 24 25 26 24 22
2018 23 24 27 24 25 25 27 28 22
Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (20 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (40 µg/m³) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde
Figuur 19 geeft de evolutie van de PM 10 -jaargemiddelden op de verschillende meetplaatsen. Over de periode van 2008 – 2018 daalden de PM 10 -jaargemiddelden geleidelijk, hoewel de laatste jaren het verloop eerder schommelend is. Op de meetstations met een voldoende lange tijdreeks zien we in de periode 2008-2018 een daling in de PM 10 -concentraties tussen 17 % en 27 %. De jaargemiddelden in 2018 zijn op de meeste plaatsen hoger dan de concentraties van 2017, uitgezonderd op de meetplaatsen aan Park Spoor Noord (R803) en Groenenborgerlaan (R817), waar
6
Felix Deutsch en Wouter Lefebvre (VITO), 2018, Referentietaak Lokaal Leefmilieu, Deeltaak Import/export balans
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
41
ze hetzelfde gebleven zijn. De grootste stijging in het afgelopen jaar zien we op de meetlocatie aan de Belgiëlei (R805). Hiervoor hebben we geen verklaring. Niet enkel in de Antwerpse agglomeratie zagen we een stijging in het PM 10 -jaargemiddelde het afgelopen jaar, maar op 80 % van de Vlaamse meetplaatsen. Dit is allicht het gevolg van de weersomstandigheden in 2018: 2018 was warm en droog waardoor er minder vervuiling werd uitgewassen en er meer heropwaaien (resuspensie) van stof was, wat zorgde voor hogere concentraties. Figuur 19: PM 10 - jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018
4.2.2 ATMO-Street model Op plaatsen waar de VMM niet beschikt over meetresultaten schat men de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor PM 10 gebruikt de VMM het ATMO-Street-model. Meer uitleg en de beperkingen van dit model zijn te vinden onder paragraaf 3.2.3 en bijlage 4. Figuur 20 toont de gemodelleerde jaargemiddelde PM 10 -concentratie in de Antwerpse agglomeratie voor 2018. Belangrijk is dat voor de opmaak van deze gemodelleerde kaart voor 2018 de meest recent beschikbare emissiedata van 2017 werden gebruikt. Voor het eerst werd de impact van de LEZ mee doorgerekend. Langs de Ring en in een deel van de haven worden hogere PM 10 -concentraties gemodelleerd. De gemodelleerde concentraties voor de Ring worden bevestigd door de metingen op de meetplaats R804. We zien dat het model in de Antwerpse agglomeratie en omgeving overwegend een PM 10 concentratie modelleert tussen 21 en 25 µg/m³. In de Antwerpse haven, dichtbij de meetplaats M802, berekent het model nog de mogelijkheid van een overschrijding van de PM 10 -jaargrenswaarde. Dit is nabij een bedrijf met ook veel diffuse emissies van PM 10 . \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 42
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 20: Gemodelleerd PM 10 -jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
43
4.2.3 Toetsing aan de grenswaarden De regelgeving voor PM 10 is opgenomen in bijlage 3. Toetsing van het jaargemiddelde In de periode 2008-2018 werd de Europese jaargrenswaarde van 40 µg/m³ op geen enkele meetplaats in de Antwerpse agglomeratie overschreden ( zie Tabel 6). De WGO-advieswaarde van 20 µg/m³ werd op geen enkele meetplaats in de Antwerpse agglomeratie gehaald. In Vlaanderen werd deze advieswaarde in 2018 op slechts 1 van de 36 meetplaatsen nipt gerespecteerd. Trend en toetsing van de daggemiddelden Tabel 7 geeft per meetplaats het aantal dagen dat er een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ werd gemeten weer voor de periode 2008-2018. Sinds 2014 is er geen overschrijding meer gemeten van de EU-daggrenswaarde. Echter de WGOadvieswaarde voor de daggemiddelden, die maximaal 3 dagen met een concentratie hoger dan 50 µg/m³ toelaat, werd nog nooit gehaald in de Antwerpse agglomeratie. In 2018 was er in heel Vlaanderen geen enkel meetstation dat voldeed aan de WGO-daggrenswaarde voor PM 10 . Figuur 21 toont het verloop van het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ voor de periode 2008-2018. Dit verloop vertoont globaal genomen een dalende trend, hoewel de laatste jaren het verloop eerder schommelend is. In 2018 zijn er op de helft van de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie iets meer dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ dan in 2017. Dit was niet enkel zo in de Antwerpse agglomeratie, maar op zo’n 54 % van de Vlaamse meetplaatsen. Figuur 22 toont per maand het aantal dagen met een daggemiddelde boven 50 µg/m³ per meetstation in 2018. Naast de winterse maanden, januari en februari, waar er vaker ongunstige weersomstandigheden (temperatuurinversie en lage windsnelheden) zijn die ervoor zorgen dat de uitgestoten emissies minder verdund worden, zien we ook veel dagen met een daggemiddelde boven 50 µg/m³ in de maanden maart, april en mei. Deze maanden waren veel warmer dan normaal en ook droger. Minder neerslag leidde tot minder uitwassing van de pollutie. De hogere temperaturen in de lente, samen met verhoogde ammoniakemissies door het uitrijden van mest, zijn bevorderlijk voor de vorming van secundair fijn stof. Tabel 7: Aantal dagen met PM 10 -concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008-2018
AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817
2008 21 27 43 32 -
2009 25 35 38 34 -
2010 17 25 34 21 -
2011 29 44 54 34 -
2012 22 33 41 31 33 -
2013 18 21 30 19 36 -
2014 11 16 18 17 35 -
2015 10 12 15 13 14 -
2016 8 11 11 8 10 9 9 15
2017 12 8 17 10 13 18 18 16 11
2018 12 12 19 13 12 15 18 19 10
Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (3 dagen > 50 µg/m³ toegelaten per jaar) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (35 dagen > 50 µg/m³ toegelaten per jaar) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 44
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 21: Aantal dagen met een PM 10 -concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018
Figuur 22: Aantal dagen met een PM 10 -concentratie > 50 µg/m³ gesorteerd per maand op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
45
4.2.4 Pollutierozen Figuur 23 geeft de pollutierozen voor PM 10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Een algemene uitleg over de methodiek van pollutierozen is terug te vinden in bijlage 4. Figuur 23: Pollutieroos voor PM 10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 (µg/m³)
Typisch vertonen de pollutierozen van PM 10 voor alle meetplaatsen een erg gelijkaardige, vrij cirkelvormige vorm. Dit wijst erop dat de concentraties voor een zeer groot deel bepaald worden door regionale factoren: invoer van buiten Vlaanderen en vorming in de atmosfeer door chemische of fysische processen. Lokale bronnen zijn minder zichtbaar in de PM 10 -pollutierozen. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 46
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Van noordoostelijke tot zuidoostelijke richting worden gemiddeld hogere concentraties gemeten op alle meetplaatsen. Ten opzichte van de rozen in 2017 en 2016 worden er op alle meetplaatsen hogere concentraties gemeten bij wind vanuit het oosten en het noordwesten. Deze vaststellingen zijn niet te wijten aan lokale bronnen, maar zijn een regionaal fenomeen. De pollutierozen voor de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en voor de meetplaats Borgerhoutachtergrond (R801) zijn zeer gelijkaardig, deze meetplaatsen liggen 25 meter van elkaar verwijderd. Waar er voor de polluenten NO 2 , NO en BC hogere concentraties aan de straatkant worden gemeten, is het concentratieniveau voor PM 10 op beide meetstations nagenoeg gelijk. Op de roos van de meetplaats Luchtbal (M802) zien we verhoogde concentraties vanuit westelijke richting. Hier liggen een aantal dokken met op- en overslagactiviteiten. In 2018 zien we ook een opmerkelijke verhoging op de windsector 120° (zuidoosten). Deze verhoging is het gevolg van een 7tal halfuurwaarden met hoge concentraties PM 10 uit deze windrichting. Daar waar het meetstation aan de Ring (R804) duidelijke verhogingen meet voor de polluenten NO 2 , NO en BC vanaf de ring, zien we dit niet op de pollutieroos voor PM 10 . Bij de meeste windrichtingen wordt de hoogste concentratie gemeten aan de Belgiëlei (R805), waar het meetstation op de middenberm ligt en wordt omgeven door verkeer.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
47
Figuur 24: Pollutierozen PM 10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 48
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
4.3 Emissie van PM2,5 Zoals reeds gezegd, zijn de meest recent beschikbare emissiedata deze voor 2017. Onderstaande figuren geven de cijfers weer van het rechtstreeks uitgestoten, primair PM 2,5 -stof. Figuur 25 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van primair PM 2,5 in 2017. —
—
70 % van de emissies van primair PM 2,5 in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan huishoudens. • 60 % van de totale primaire PM 2,5 -emissies is te wijten aan gebouwenverwarming, voornamelijk aan houtverbranding. 20 % is te wijten aan het verkeer. • 15 % van de totale primaire PM 2,5 -emissies is afkomstig van het wegverkeer en 3 % van het spoorverkeer.
De bijdrage van het verkeer is -zowel relatief als absoluut- minder dan voor PM 10 . Heropwaaiende deeltjes zijn immers groter dan 2,5 µm. De niet-uitlaat emissies afkomstig van de slijtage van remmen en banden en het wegdek bestaan ook voor een deel uit deeltjes groter dan 2,5 µm. Figuur 25: Aandeel van de sectoren in de emissies primair PM 2,5 in de Antwerpse agglomeratie in 2017
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 26 toont de trend van de rechtstreeks uitgestoten (primaire) PM 2,5 -emissies door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. De primaire PM 2,5 -emissies in de zone Antwerpse agglomeratie bedroeg in 2017 819 ton. Dit is 6 % van de totale Vlaamse primaire PM 2,5 -emissies. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
49
Tussen 2005 en 2017 zijn de emissies van primair PM 2,5 in de Antwerpse agglomeratie met 28 % gedaald. Zoals voor PM 10 is deze daling vooral te danken aan minder uitlaatemissies door het wegverkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiĂŤntere voertuigen. De niet-uitlaatemissies stegen licht door het toenemend aantal voertuigen. De emissies door huishoudens fluctueerden in het verleden, afhankelijk van het verbruik van brandhout bij huishoudelijke verwarming, gekoppeld aan strenge winters. De laatste jaren daalden echter ook de emissies door de sector huishoudens. In 2017 zien we een lichte stijging in de emissies van de sector industrie. Dit is het gevolg van een verdubbeling van de (in het IMJV) gerapporteerde emissies van totaal stof door het bedrijf Argex in Zwijndrecht. Er dient opgemerkt te worden dat bovenstaande verkeersemissies binnen de Antwerpse agglomeratie gebeuren op basis van een propagatiemodel dat gebruik maakt van de emissies van het totale Vlaamse wagenpark. Bovenstaande emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van de LEZ. Figuur 26: Trend van primaire PM 2,5 -emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 2005-2017
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Zoals al aangehaald bij PM 10 , bestaat fijn stof in de atmosfeer niet enkel uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten, maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties. Ook emissies van buiten de agglomeratie (Vlaanderen, de andere gewesten, buitenland) bepalen mee de gemeten concentraties in de Antwerpse agglomeratie. Zo is in Vlaanderen gemiddeld 70 tot 80 % van het fijn stof afkomstig uit het buitenland en de andere gewesten 7. 7
Felix Deutsch en Wouter Lefebvre (VITO), 2018, Referentietaak Lokaal Leefmilieu, Deeltaak Import/export balans
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 50
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
4.4 PM2,5-concentraties 4.4.1 Metingen automatisch meetnet Tabel 8 geeft de jaargemiddelden PM 10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Figuur 27 geeft de evolutie van de PM 10 -jaargemiddelden op de verschillende meetplaatsen. Op de meeste plaatsen in de Antwerpse agglomeratie zijn de jaargemiddelden van 2018 gelijk aan de concentraties van 2017, met uitzondering van een lichte stijging op de meetplaatsen aan de Belgiëlei (R805) en Hoboken (HB23) en een lichte daling aan de straatkant van de Plantin en Moretuslei (R802). Ook op de overige meetplaatsen in Vlaanderen zien we in 2018 ofwel een stagnerende trend ofwel een lichte stijging. Tabel 8: PM 2,5 -jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 (µg/m³)
AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817
2008 22
2009 20
2010 20
2011 20
-
-
-
-
2012 17 19 -
2013 18 19 -
2014 16 16 -
2015 13 15 14 15 15 -
2016 13 15 14 14 15 14 13 14
2017 14 13 14 14 15 15 16 14 13
2018 14 14 14 14 14 15 16 15 13
Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (10 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (25 µg/m³) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde
Figuur 27: PM 2,5 -jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
51
Over de periode van 2008-2018 daalden de PM 2.5 -jaargemiddelden geleidelijk. Op het meetstation met een volledige tijdreeks (R801) zien we een daling van 36 % tussen 2008 en 2018. De laatste jaren zien we een stagnatie.
4.4.2 ATMO-Street model Op plaatsen waar de VMM niet beschikt over meetresultaten schat men de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor PM 2,5 gebruikt de VMM het ATMO-Street-model. Meer uitleg en de beperkingen van dit model zijn te vinden onder paragraaf 3.2.3 en bijlage 4. Figuur 28 toont de gemodelleerde jaargemiddelde PM 2,5 -concentratie in de Antwerpse agglomeratie en omgeving in 2018. Belangrijk is dat voor de opmaak van deze gemodelleerde kaart voor 2018 de meest recent beschikbare emissiedata van 2017 werden gebruikt. Voor het eerst werd de impact van de LEZ mee doorgerekend. De gemodelleerde PM 2,5 -concentraties liggen in de Antwerpse agglomeratie overwegend tussen 13 en 15 Âľg/mÂł. Hogere concentraties vallen samen met de omringende snelwegen en de belangrijkste verkeersassen in de binnenstad. Ook voor grote delen in de Antwerpse haven worden hogere concentraties berekend. De tunnelmonding van de Waaslandtunnel is ook verhoogd.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 52
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 28: Gemodelleerd PM 2,5 -jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
53
4.4.3 Toetsing aan de grenswaarden De regelgeving voor PM 2,5 is opgenomen in bijlage 3. Toetsing van het jaargemiddelde De Europese grenswaarde voor het jaargemiddelde van 25 µg/m³ PM 2,5 wordt gehaald op alle meetplaatsen. De indicatieve grenswaarde van 20 µg/m³ wordt gehaald sinds 2011. De WGOadvieswaarde van 10 µg/m³ voor het jaargemiddelde wordt op geen enkele meetplaats gehaald. Dit is ook zo in de rest van Vlaanderen. Trend en toetsing van de daggemiddelden Tabel 9 geeft per meetplaats het aantal dagen dat er een PM 2,5 -daggemiddelde hoger dan 25 µg/m³ werd gemeten weer voor de periode 2008-2018. Europa definieerde geen grenswaarde voor PM 2,5 -daggemiddelden. De WGO-advieswaarde voor daggemiddelden, die maximaal 3 dagen met een concentratie hoger dan 25 µg/m³ toelaat, wordt op geen enkele meetplaats gehaald. Dit is ook zo in de rest van Vlaanderen. Tabel 9: Aantal dagen met PM 2,5 -concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008-2018
AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817
2008 97 -
2009 91 -
2010 85 -
2011 86 -
2012 65 77 -
2013 66 73 -
2014 47 52 -
2015 33 36 41 41 46 -
2016 47 48 50 45 54 48 41 52
2017 39 34 44 45 47 47 59 42 35
2018 45 43 45 42 44 49 60 45 33
Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (3 dagen > 25 µg/m³ toegelaten per jaar) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde
Figuur 29 toont het verloop van het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 25 µg/m³ voor de periode 2008 – 2018. Bij de meetstations met een lange tijdreeks zien we over de periode 2008 - 2018 globaal een daling in het aantal dagen met een PM 2,5 -daggemiddelde hoger dan 25 µg/m³. De laatste jaren is de trend echter meer schommelend In 2018 zien we op het merendeel van de meetplaatsen een (lichte) stijging in het aantal dagen met een PM 2,5 -concentratie hoger dan 25 µg/m³ tegenover 2017, uitgezonderd op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R801 en R802) en aan de Groenenborgerlaan (R817). Een gelijkaardig beeld zagen we op de overige meetplaatsen in Vlaanderen: op 82% van de PM 2,5 locaties zagen we in 2018 een (lichte) stijging van het aantal dagen met een concentratie hoger dan 25 µg/m³.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 54
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 29: Aantal dagen met een PM 2,5 concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008-2018
4.4.4 Chemische samenstelling van PM2,5 Sinds 2016 bepaalt de VMM de chemische samenstelling van PM 2,5 op de meetlocatie Borgerhoutachtergrond (R801). Elke dag bemonsterde de VMM de PM 2,5 -fractie op filters met de gravimetrische referentiemethode. Vervolgens voerde de VMM in het labo een chemische analyse uit om de 4 dagen (=op één van de 4 stalen). In 2018 bestond de PM 2,5 -fractie in Borgerhout-achtergrond (R801) gemiddeld uit: − − − − −
43 % secundaire anorganische ionen (=som van ammonium, nitraat en niet-zeezout-sulfaat), 22 % organische massa, 6 % elementair koolstof, 3 % zeezout, 27 % andere (onder meer gebonden water en mineraal stof).
Bij vergelijking tussen de fracties van 2017 en 2018 zien we een: — —
daling van zeezout (-22 %) en niet-zeezout-sulfaat (-10 %), toename van de organische massa (+5 %).
Beide trends kunnen verklaard worden door het relatief hoger aantal dagen met oostenwind in 2018 waardoor er meer aanvoer was van continentale lucht (met organische massa afkomstig van onder meer gebouwenverwarming) en minder aanvoer van zeelucht en het bijhorende zeezout.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
55
De totale concentratie blijft vrij constant over de jaren. Dezelfde tendensen tussen 2017 en 2018 zagen we ook bij de resultaten van de chemische samenstelling op de landelijke locatie in Retie (RT01) en op de stedelijke achtergrondlocatie in Gent (R701). Figuur 30: Chemische samenstelling van PM 2,5 in Borgerhout-achtergrond (R801), 2016-2018 (Âľg/mÂł)
Noot: Na de publicatie van vorig rapport, werd er een kleine fout in de berekeningswijze van de chemische karakterisatie resultaten ontdekt. Hierdoor werden de concentraties van de verschillende componenten voor 2017 met ca. 10% onderschat. De figuren in dit rapport bevatten de gecorrigeerde waarden voor 2017 die dus licht afwijken van de cijfers in het rapport van vorig jaar.
4.4.5 Pollutierozen Figuur 31 geeft de pollutierozen voor PM 2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Een algemene uitleg over de methodiek van pollutierozen is terug te vinden in bijlage 4. De PM 2,5 -pollutierozen voor de verschillende meetplaatsen opgenomen in Figuur 31, hebben globaal dezelfde vorm, wat erop wijst dat de PM 2,5 concentraties voor een zeer groot deel bepaald worden door regionale factoren. Lokale bronnen zijn minder zichtbaar in de pollutierozen. Dit is ook zo bij de PM 10 -rozen. Van noordoostelijke tot zuidoostelijke richting worden gemiddeld hogere concentraties gemeten op alle meetplaatsen. Ten opzichte van de rozen in 2017 en 2016 worden er op alle meetplaatsen hogere concentraties gemeten bij wind vanuit het oosten en het noordwesten. Zoals voor PM 10 zijn deze vaststellingen niet te wijten aan lokale bronnen, maar zijn ze een regionaal fenomeen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 56
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Voor vrijwel alle windsectoren wordt de hoogste concentratie gemeten op de meetplaats aan de Ring (R804). Bij wind vanuit het westen zien we op pollutieroos van het meetstation aan de Havannastraat (M802) - in tegenstelling tot bij de pollutieroos voor PM 10 - vrijwel geen verhoogde concentraties. Dit duidt erop dat de op- en overslagactiviteiten voornamelijk een bron zijn van grover stof (met een diameter tussen 2,5 en 10 µm). De vaststellingen die we maakten voor de PM 10 -pollutierozen van de meetplaatsen R801 en R802 langs de Plantin en Moretuslei en voor de meetplaats R804 langs de Ring gelden ook voor PM 2,5 . Figuur 31: Pollutieroos voor PM 2.5 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 (µg/m³)
Figuur 32 toont de pollutierozen voor PM 2,5 voor 2018 op kaart.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
57
Figuur 32: Pollutierozen PM 2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 58
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
4.5 Emissies van elementair koolstof De emissies van EC zijn rechtstreeks gelinkt aan de PM 2,5 -emissies. De berekening van EC gebeurt aan de hand van percentages van de hoeveelheid PM 2,5 die afkomstig zijn uit de literatuur of uit metingen. Figuur 33 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van elementair koolstof in 2017. In de Antwerpse agglomeratie leveren volgende sectoren de grootste bijdrage aan EC-emissies: —
—
51 % van de EC-emissies is toe te schrijven aan de sector huishoudens. • 49 % van de totale EC-emissies is toe te wijzen aan de huishoudelijke verwarming en meer bepaald de verbranding van hout in open haarden en kachels. 43 % van de EC-emissies is te wijten aan het verkeer. • Hiervan is wegverkeer de grootste bron met een bijdrage van 38 % aan de totale ECemissies. Dit komt doordat EC vooral gevormd wordt door de verbranding van fossiele brandstoffen, met dieseluitstoot als één van de grootste bronnen. Het aandeel van verkeer is hier veel groter dan bij PM 10 of PM 2,5 .
Figuur 33: Aandeel van de sectoren in de EC-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2017
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 34 toont de evolutie van de emissies van elementair koolstof door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. De emissies van elementair koolstof in de zone Antwerpse agglomeratie bedroeg in 2017 122 ton. Dit is 6 % van de totale Vlaamse EC-emissies. De emissies van elementair koolstof zijn tussen 2005 en 2017 met 53 % gedaald. Dit is vooral te danken aan een daling van de uitlaatemissies door het verkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
59
efficiĂŤntere voertuigen. Ook de emissies door huishoudens bevatten heel wat elementair koolstof. De emissies van deze sector fluctueren van jaar tot jaar door meteorologische omstandigheden, waarbij strenge winters zorgen voor een verhoogd verbruik van fossiele brandstoffen en brandhout. Er dient opgemerkt te worden dat bovenstaande verkeersemissies binnen de Antwerpse agglomeratie gebeuren op basis van een propagatiemodel dat gebruik maakt van de emissies van het totale Vlaamse wagenpark. Bovenstaande emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van de LEZ. Om de impact van de LEZ op de uitstoot van verontreinigde stoffen in kaart te brengen, is een studie uitgevoerd door VITO en Transport & Mobility 8. De studie vergelijkt het Vlaamse wagenpark van eind 2016 en eind 2017 met de voertuigen die eind 2017 in de LEZ rondreden. De studie brengt 3 evoluties in kaart: de uitstootvermindering in Vlaanderen op 1 jaar tijd, de uitstootvermindering in de LEZ op 1 jaar tijd en het netto-effect van de LEZ. Het netto-effect is de zuivere impact van de LEZ zonder de autonome verjonging van het wagenpark. Uit de studie blijkt dat in de LEZ de uitstoot van EC door wegverkeer met 21,9 % gedaald is. Figuur 34: Trend van de emissies van elementair koolstof door verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 20052017
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
8
https://www.slimnaarantwerpen.be/nl/lez/FAQ
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 60
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
4.6 Concentraties zwarte koolstof Zwarte koolstof wordt door de verschillende bronnen onmiddellijk uitgestoten (primaire emissies). Het wordt in de atmosfeer niet gevormd uit voorlopercomponenten. Hierdoor worden de concentraties elementair koolstof (of zwarte koolstof) in de omgevingslucht veel meer dan deze van PM 10 en PM 2,5 , bepaald door lokale bronnen. Gezien het belang van lokale bronnen, zien we ook grotere verschillen in de gemeten concentraties zwarte koolstof tussen stedelijke achtergrondmeetplaatsen en verkeersmeetplaatsen dan voor PM 10 of PM 2,5 . Het verschil in terminologie tussen elementair koolstof (EC) en zwarte koolstof (BC) heeft te maken met de fysische of chemische eigenschappen van de deeltjes, die tot uiting komen bij het meten van deze polluenten. De meettechniek voor het bepalen van zwarte koolstof maakt gebruik van de lichtabsorptiecapaciteiten van de deeltjes. Voor elementair koolstof wordt een thermische analysemethode gebruikt. Het gaat dus om zeer sterk aan elkaar verwante componenten, maar door de verschillende meetmethode zit er toch een variatie in de gemeten hoeveelheden. De emissiedata betreffen elementair koolstof. De resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen handelen over zwarte koolstof.
4.6.1 Metingen automatisch meetnet Tabel 10 toont de jaargemiddelden zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Zoals voor NO 2 worden de hoogste concentraties gemeten op de meetplaats langs de Ring (R804). Op de verkeersgerelateerde meetplaatsen aan de Belgiëlei (R805) en de Plantin en Moretuslei (R802) worden ook hogere concentraties zwarte koolstof gemeten. De laagste concentraties noteren we op de meetplaats Antwerpen-Linkeroever (AL01). Deze meetplaats ligt langs een jaagpad waar er weinig verkeer passeert. Tussen de verkeersgerichte meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) (7,5 meter van de straatkant) en de stedelijke meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) (30 meter van de straatkant) zien we een verschil van 16 % in 2018 in de jaargemiddelde concentratie zwarte koolstof. Dit betekent dat de concentratie van deze verkeersgerelateerde polluent vrij snel afneemt naarmate de afstand tot de weg toeneemt. Ook andere jaren was er een vrij groot verschil tussen beide meetplaatsen. In 2018 zien we een verdere daling ten opzichte van 2017. De dalingen van 2017 naar 2018 variëren in de Antwerpse agglomeratie tussen -2 % en -19 %. De grootste daling (zowel absoluut als relatief) noteren we op het meetstation aan de Ring (R804). Ook op alle andere meetplaatsen (uitgezonderd Roeselare-haven) in de rest van Vlaanderen dalen de concentraties verder van 2017 naar 2018: op deze meetplaatsen variëren de dalingen tussen -2 % en -16 %. Figuur 35 toont een dalende trend voor de concentraties zwarte koolstof. Op het meetstation Borgerhout-achtergrond (R801) met een volledige tijdreeks zien we een daling van 54 % tussen 2008 en 2018.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
61
Tabel 10: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018 (µg/m³)
AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804 R805 R817
2008 3,35 -
2009 3,25 -
2010 2,96 -
2011 1,85 2,60 2,86 -
2012 1,45 2,16 2,50 3,58 -
2013 1,45 2,10 2,45 3,34 -
2014 1,37 1,92 2,39 3,14 -
2015 1,21 1,75 1,99 2,67 -
2016 1,21 1,74 1,90 2,50 1,61 2,28 1,57
2017 1,13 1,61 1,63 2,02 1,52 2,99 2,08 1,48
2018 1,11 1,48 1,50 1,78 1,43 2,43 1,90 1,24
Figuur 35: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 62
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
4.6.3 ATMO-Street model Op plaatsen waar de VMM niet beschikt over meetresultaten schat men de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor zwarte koolstof gebruikt de VMM het ATMO-Street-model. Meer uitleg en de beperkingen van dit model zijn te vinden onder paragraaf 3.2.3 en bijlage 4. Figuur 36 toont de gemodelleerde jaargemiddelde concentraties van zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeraties en omgeving in 2018.Belangrijk is dat voor de opmaak van deze gemodelleerde kaart voor 2018 de meest recent beschikbare emissiedata van 2017 werden gebruikt. Voor het eerst werd de impact van de LEZ mee doorgerekend. Op Figuur 36 zien we dat de hoogste concentraties zwarte koolstof samenvallen met de belangrijkste verkeersassen. De ruimtelijke verschillen in de gemodelleerde concentraties zijn groter dan voor PM 10 en PM 2,5 . Dit komt omdat concentraties van zwarte koolstof in grotere mate bepaald worden door lokale bronnen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
63
Figuur 36: Gemodelleerd jaargemiddelde zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 64
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
4.6.4 Toetsing aan de regelgeving Voor zwarte koolstof bestaat er geen Vlaamse of Europese wetgeving. Ook de WGO heeft nog geen advieswaarden gepubliceerd voor zwarte koolstof.
4.6.5 Pollutierozen Figuur 37 geeft de pollutierozen voor zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Een algemene uitleg over de methodiek van pollutierozen is terug te vinden in bijlage 4. Figuur 37: Pollutieroos voor zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2018 (µg/m³)
Alle locaties tonen verhoogde concentraties vanuit het oosten tot het zuiden. Dit heeft te maken met het feit dat continentale landlucht meer vervuild is en een hogere achtergrondconcentratie heeft. Op Figuur 37 zien we dat op de meetplaats Linkeroever (AL01) bij de meeste windrichtingen de laagste concentraties zwarte koolstof worden gemeten.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
65
De hoogste concentraties van zwarte koolstof worden gemeten aan de Antwerpse Ring (R804) bij wind vanuit het zuidwesten tot het noorden. Dit zagen we ook bij de NO 2 - en NO-rozen. Bij deze windrichtingen wordt de invloed van de Ring gemeten. Op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) meten we vanuit het noordoosten tot het zuidwesten verhoogde concentraties. We meten hier niet enkel de invloed van de Plantin en Moretuslei op 7,5 m ten zuiden van de meetplaats, maar ook de invloed van de Montensstraat gelegen in oostelijke richting. Op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) op 30 m van de straatkant zien we eveneens verhoogde concentraties vanuit noordoosten tot zuidwesten. In vergelijking met de meetplaats aan de straatkant zijn de concentraties wel altijd lager, behalve bij wind vanuit noordelijke richting, waar ze samenvallen. Het feit dat de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) meer is afgeschermd van de Montensstraat door een hoog gebouw, verklaart wellicht de lagere concentraties bij wind uit oostelijke richting in vergelijking met het station aan de straatkant (R802). Vanuit zuidelijke richting zijn de concentraties op R801 lager dan op R802 doordat het verder van de straatkant ligt. Ten opzichte van de overige meetstations, vallen voor de meetplaats aan de Belgiëlei (R805) de hoge concentraties bij wind vanuit het westen tot het noordoosten op. Dit meetstation ligt op de middenberm en wordt omgeven door het verkeer. Ten zuiden van de meetplaats Luchtbal (M802) ligt de Havanastraat. Ten westen van deze meetplaats ligt de Noorderlaan en een parking. Net zoals we zagen bij NO 2 zijn mogelijks de verhoogde concentraties bij wind vanuit het westen hieraan te wijten. In 2018 was deze westelijke component wel minder uitgesproken dan de vorige jaren. Op de meetplaats Groenenborgerlaan (R817) worden de laagste concentraties gemeten vanuit westelijke richting. De iets hogere waarden in noordelijke richting zijn wellicht ten gevolge van de aanwezigheid van de verkeersas Groenenborgerlaan. Op de meetplaats Park spoor Noord (R803) zien we bij wind vanuit zuidelijke richting invloed van het verkeer op de Viséstraat. Figuur 38 toont de pollutierozen voor zwarte koolstof voor 2018 op kaart.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 66
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 38: Pollutierozen concentraties zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
67
4.7 Ultrafijn stof (UFP) 4.7.1 Metingen automatisch meetnet Figuur 39 toont het aantal ultrafijnstofdeeltjes per grootteklasse op de meetplaats Borgerhoutachtergrond (R801) voor de periode 2013 tot en met 2018. Geen duidelijke trend in UFP-concentratie in 2013-2018 De gemiddelde UFP-concentratie (10-100 nm) op de meetplaats Borgerhout-achtergrond bedroeg 8.432 deeltjes/cm3 in 2018. Dit was 10 % hoger dan in 2017, maar gelijkaardig aan het gemiddelde van 2013-2017. In een stedelijke omgeving wordt wegverkeer beschouwd als de belangrijkste bron van ultrafijne deeltjes. Deeltjesgrootteverdeling vergelijkbaar met vorige jaren In 2018 droegen deeltjes met een diameter van 10-20 nm 34 % bij aan het ultrafijn stof. Deeltjes met een grootte van 20-30 nm en 30-50 nm droegen respectievelijk 20 % en 23 % bij aan de UFPconcentratie. Deeltjes in de grootteklassen 50-70 nm en 70-100 nm waren samen goed voor zo’n vierde van de UFP-concentratie. De relatieve verdeling van de UFP-grootteklassen in 2018 was quasi identiek als in 2017. De relatieve bijdrage van 10-20 nm deeltjes tot UFP is licht gestegen van 28 % in 2013 tot 34 % in 2018. Figuur 39: Aantal ultrafijnstofdeeltjes per grootteklasse op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801), 2013-2018 (deeltjes/cm³)
Figuur 40 toont het gemiddelde dagverloop voor UFP op weekdagen en in het weekend op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801), uitgemiddeld over de periode 2013-2018. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 68
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Variatie tussen week- en weekenddagen De UFP-concentratie varieert in de tijd door veranderingen in emissiebronnen en weersomstandigheden. De UFP-concentratie verandert gemiddeld weinig doorheen het jaar, maar varieert wel doorheen de dag en de week. —
—
Op weekdagen varieerde het gemiddelde dagverloop op de meetplaats Borgerhout-achtergrond in 2018 minder dan in de voorgaande jaren. Van maandag tot vrijdag waren de UFP-concentraties in 2018 overdag hoger dan ’s nachts, maar zonder duidelijke pieken tijdens de ochtend- of avondspits. Ook in 2017 was er op weekdagen geen avondpiek voor UFP, maar wel een verhoging ’s morgens. In het weekend was het gemiddelde dagverloop in 2018 gelijkaardig aan de voorgaande jaren, met de hoogste waarden in de namiddag en avond. De UFP-concentratie op zaterdag en zondag was gemiddeld lager dan op weekdagen.
Figuur 40: Gemiddeld dagverloop van ultrafijn stof (10-100 nm deeltjes/cm³) op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) op weekdagen (links) en in het weekend (rechts), 2013-2018
4.8 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof en PM10 4.8.1 Methode Op alle meetplaatsen opgericht bij het invoeren van de LEZ gebeurden de metingen van zwarte koolstof eind 2018 met een aethalometer (Magee AE33). Onderstaande tabel geeft de datum weer van de ingebruikname van de aethalometer op de verschillende meetplaatsen. Tabel 11 : Datum van ingebruikname van de aethalometer op de verschillende meetplaatsen
Meetplaats
Adres
Datum ingebruikname aethalometer 06/07/2017
R803: Antwerpen-Park spoor Noord
Viséstraat, Antwerpen
R804: Antwerpen-Ring R805: Antwerpen-Belgiëlei
Afrit Borgerhout Belgiëlei, Antwerpen
01/11/2016 03/03/2017
R817: Antwerpen-Groenenborgerlaan
Groenenborgerlaan, Antwerpen
01/11/2015
De aethalometer Magee AE33 meet de absorptie van het licht door zwarte koolstof bij verschillende golflengten, van ultraviolet tot infrarood. De lichtabsorptie door de deeltjes afkomstig van \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
69
houtverbranding en afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen tonen een verschillende afhankelijkheid van de gebruikte golflengte. Historisch gezien wordt zwarte koolstof bij een aethalometer bepaald bij infraroodlicht van 880 nm. Het toestel bepaalt eveneens de bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (BC) door middel van de aethalometermethode 9. Bij deze methode gaat men ervan uit dat de gemeten absorptie bij elke golflengte de som is van de absorptie door deeltjes afkomstig van houtverbranding en afkomstig van fossiele brandstoffen. Zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen associëren we vooral met dieselroet. BC = BC wb + BC ff wb = woodburning ff = fossil fuel De VMM 10 bepaalde de bijdrage van houtverbranding aan PM 10 in een aantal studies aan de hand van de concentratie levoglucosan. Deze organische verbinding is een pyrolyseproduct van cellulose en vormt een goede tracer voor de verbranding van biomassa. De inschatting van de bijdrage van houtverbranding aan PM 10 gebeurde in het verleden aan de hand van een factor 10,7 gebaseerd op onderzoek van primaire emissies van houtkachels in Oostenrijk 11. In een recente publicatie 12 gebaseerd op Vlaamse data werd ingeschat dat de factor van 10,7 te laag is en werd een nieuwe factor van 22,56 vooropgesteld. Het verschil tussen de oude en de nieuwe factor kan gedeeltelijk verklaard worden vanwege het feit dat de nieuwe factor ook secundair stof in rekening brengt. VITO 13 gebruikte deze nieuwe factor in een recente studie in Dessel betreffende de bijdrage van houtverbranding aan luchtverontreiniging door burgers. Vergelijking met andere methoden voor het berekenen van de bijdrage van houtverbranding aan PM 10 toonde aan dat vermenigvuldiging van de levoglucosanconcentraties met de factor 22,56 behoorde tot de meest waarschijnlijke methoden voor het bepalen van de bijdrage van houtverbranding aan PM 10 . De studie van VITO van 2017 vond een goede correlatie tussen de concentratie levoglucosan en de concentratie zwarte koolstof te wijten aan de verbranding van hout. Ze vonden de volgende relatie: Levoglucosan (µg/m3) = 0,5 x BC wb (µg/m3) In 2018 en begin 2019 voerde de VMM zelf een vergelijking uit tussen de concentratie levoglucosan en de concentratie zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding op twee meetplaatsen in Antwerpen. Hierbij werd de volgende relatie gevonden : Levoglucosan (µg/m3) = 0,3 x BC wb (µg/m3) We gebruiken in dit rapport deze gevonden relatie voor het berekenen van de bijdrage van houtverbranding aan PM 10 in de Antwerpse agglomeratie. De data van de vorige jaren werden herrekend. De gebruikte formule wordt dan:
J. Sandradewi et al. (2008), Using Aerosol Light Absorption Measurements for the Quantitative Determination of Wood Burning and Traffic Emission Contributions to Particulate Matter, Environmental Science & Technology 42 (9), 3316-3323 10 VMM (2011), Chemkar PM , Chemische karakterisering van fijn stof in Vlaanderen-2010 10 VMM (2013), Chemkar PM10, Chemische karakterisering van fijn stof in Vlaanderen-2011-2012 11 C. Schmidl et al. (2008), Chemical characterisation of fine particle emissions form wood stove combustion of common woods grown in midEuropean Alpine regions, Atmospheric Environment 42 (2008), 126-141 12 W. Maenhout et al. (2016), Sources of the PM10 aerosol in Flanders, Belgium, an re-assessment of the contribution from wood burning, Science of the Total Environment, 562, 550-560 13 M. Van Poppel et al. (2017), Inschatting van de bijdrage van houtverbranding door burgers aan luchtverontreiniging in Vlaanderen 9
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 70
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
PM 10_wb (µg/m3) = 22,56 x 0,3 x BC wb (µg/m3) De formule geeft ook aan dat de ‘black carbon’ van houtverbranding maar ca. 15 % bedraagt van de totale bijdrage van houtverbranding aan fijn stof. Het overgrote deel van de bijdrage bestaat uit bruine koolstof (‘brown carbon 14’) en andere organische deeltjes. Omdat er nog teveel onzekerheden gepaard gaan met de schatting van de totale bijdrage van verkeer aan PM 10 beperken we ons hier tot het aandeel van verkeer aan zwarte koolstof.
4.8.2 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof en PM10 De relatieve bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (% BC wb in BC) was het grootste op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (22 %) en het laagste op de meetplaats Antwerpen-Ring (10 %). Op meetplaatsen Antwerpen-Belgiëlei (R805) en Antwerpen-Park Spoor Noord (R803) was deze telkens 17 %. In 2017 hadden we ook gegevens voor de meetplaatsen Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) en Antwerpen-Ring (R804). De relatieve bijdragen van houtverbranding aan zwarte koolstof op deze meetplaatsen zijn hoger dan deze gemeten in 2017 (respectievelijk 13 % en 3 %). De absolute concentraties zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding zijn het hoogst op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805), gevolgd door Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817). Dit geldt zowel voor het ganse jaar 2018 als voor de wintermaanden van 2018 De relatieve bijdrage van houtverbranding aan PM 10 bedroeg voor het volledige jaar 2018 6 % op de meetplaatsen Antwerpen-Ring (R804) en Antwerpen-Park Spoor Noord (R803) en 8 % op de meetplaatsen Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) en Antwerpen-Belgiëlei (R805). De bijdrage ligt tussen de 9 en 13 % in de wintermaanden en tussen de 4 en 5 % in de zomermaanden. Zoals voor zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding zijn de PM 10 -concentraties te wijten aan houtverbranding het hoogst op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805), gevolgd door AntwerpenGroenenborgerlaan (R817). Op jaarbasis meten we hier respectievelijk 2,1 en 1,8 µg/m3. In de winter respectievelijk 3 en 2,7 µg/m3. Op basis van deze metingen stellen we een kleiner aandeel van houtverbranding aan zwarte koolstof vast op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804) dan op de andere 3 meetplaatsen. Het aandeel van houtverbranding aan PM 10 verschilt minder tussen de meetplaatsen, hier is geen duidelijk verschil zichtbaar. In Figuur 41 tot Figuur 44 zien we voor 2017 en 2018 per maand de concentratie zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en de concentratie zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstof (BC ff ). In Figuur 45 tot Figuur 48 wordt de bijdrage van houtverbranding aan PM 10 weergegeven. Zoals hierboven aangegeven bestaat de bijdrage van houtverbranding aan fijn stof maar voor een klein deel uit zwarte koolstof. Het overgrote deel van de bijdrage bestaat uit bruine koolstof (‘brown carbon’) en ander organisch materiaal. De bijdrage van verkeer aan PM 10 bestaat voor een groter deel uit zwarte koolstof. Fijn stof stof afkomstig van houtverbranding bestaat uit deeltjes afkomstig van onvolledige verbranding. Dit fijn stof is waarschijnlijk even schadelijk als fijn stof afkomstig van andere verbrandingsbronnen zoals het verkeer 15. Op alle meetplaatsen levert BC afkomstig van verkeer (BC ff ) de grootste bijdrage aan zwarte koolstof. De concentraties zwarte koolstof en PM 10 afkomstig van houtverbranding zijn duidelijk hoger in de
14 15
Brown carbon zijn licht absorberende organische deeltjes die niet zwart zijn B. Brunekreef et al. (2012), Ten principles for clean air. Eur Resp J 2012; 39 :525-528
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
71
wintermaanden in vergelijking met de zomermaanden 16. We zien dat de concentraties zwarte koolstof afkomstig van verkeer ook iets hoger zijn in de wintermaanden in vergelijking met de zomermaanden. In de wintermaanden hebben we vaker meteo-omstandigheden - zoals temperatuursinversies waarbij de luchtverontreiniging minder goed verdund wordt. Tabel 12 geeft de absolute en de relatieve bijdrage van houtverbranding aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof en aan PM 10 en dit voor de winter- en zomermaanden alsook de volledige jaren, vanaf 2016. Enkel perioden met 90 % gegevensvastlegging worden weergegeven. De relatieve bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (% BC wb in BC) was het grootste op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (22 %) en het laagste op de meetplaats Antwerpen-Ring (10 %). Op meetplaatsen Antwerpen-Belgiëlei (R805) en Antwerpen-Park Spoor Noord (R803) was deze telkens 17 %. In 2017 hadden we ook gegevens voor de meetplaatsen Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) en Antwerpen-Ring (R804). De relatieve bijdragen van houtverbranding aan zwarte koolstof op deze meetplaatsen zijn hoger dan deze gemeten in 2017 (respectievelijk 13 % en 3 %). De absolute concentraties zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding zijn het hoogst op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805), gevolgd door Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817). Dit geldt zowel voor het ganse jaar 2018 als voor de wintermaanden van 2018. De relatieve bijdrage van houtverbranding aan PM 10 bedroeg voor het volledige jaar 2018 6 % op de meetplaatsen Antwerpen-Ring (R804) en Antwerpen-Park Spoor Noord (R803) en 8 % op de meetplaatsen Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) en Antwerpen-Belgiëlei (R805). De bijdrage ligt tussen de 9 en 13 % in de wintermaanden en tussen de 4 en 5 % in de zomermaanden. Zoals voor zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding zijn de PM 10 -concentraties te wijten aan houtverbranding het hoogst op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805), gevolgd door AntwerpenGroenenborgerlaan (R817). Op jaarbasis meten we hier respectievelijk 2,1 en 1,8 µg/m3. In de winter respectievelijk 3 en 2,7 µg/m3 . Op basis van deze metingen stellen we een kleiner aandeel van houtverbranding aan zwarte koolstof vast op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804) dan op de andere 3 meetplaatsen. Het aandeel van houtverbranding aan PM 10 verschilt minder tussen de meetplaatsen, hier is geen duidelijk verschil zichtbaar.
16
wintermaanden: januari-maart en oktober-december; zomermaanden: april-september
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 72
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Tabel 12 : Absolute en relatieve bijdrage van houtverbranding (BCwb) aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof (BC) en PM10
Meetplaats Jaar 2016
R817
2017
2018
2017 R804 2018 2017 R805
R803
2018
2018
Periode volledig jaar zomer winter volledig jaar zomer winter volledig jaar zomer winter volledig jaar zomer winter volledig jaar zomer winter zomer volledig jaar zomer winter volledig jaar zomer winter
BC (µg/m³)
BC ff (µg/m³)
BC wb (µg/m³)
1,57 1,31 1,83 1,48 1,23 1,71 1,24 1,05 1,44 2,99 2,74 3,29 2,43 2,42 / 1,77 1,90 1,65 2,16 1,43 1,19 1,68
1,40 1,25 1,56 1,29 1,17 1,40 0,98 0,92 1,03 2,90 2,71 3,11 2,20 2,28 / 1,75 1,59 1,46 1,72 1,19 1,04 1,35
0,17 0,06 0,28 0,19 0,06 0,31 0,27 0,14 0,40 0,10 0,02 0,18 0,24 0,14 / 0,03 0,32 0,19 0,44 0,24 0,15 0,33
% BC wb PM 10 in BC (µg/m³) 11 5 15 13 5 18 22 13 28 3 1 5 10 6 / 1 17 11 20 17 13 20
23,1 21,8 24,3 22,1 20,6 23,6 22,4 23,4 21,4 25,5 22,6 28,5 26,6 26,5 26,7 21,4 27,7 28,1 27,4 25,5 26,4 24,6
PM 10_wb % PM 10_wb (µg/m³) in PM10 1,1 0,4 1,9 1,3 0,4 2,1 1,8 0,9 2,7 0,6 0,2 1,2 1,6 1,0 / 0,2 2,1 1,3 3,0 1,6 1,0 2,2
5 2 8 6 2 9 8 4 13 3 1 4 6 4 / 1 8 5 11 6 4 9
Figuur 41: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) in 2017 en 2018, op de meetplaats Antwerpen-Park Spoor Noord (R803)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
73
Figuur 42: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804). Voor de maanden februari en maart zijn geen gegevens beschikbaar
Figuur 43: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-BelgiĂŤlei (R805)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 74
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 44: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817)
Figuur 45: PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Park Spoor Noord (R803)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
75
Figuur 46: PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 in 2017 en 2018 op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804). Voor de maanden februari en maart zijn geen gegevens beschikbaar voor PM 10_wb
Figuur 47: PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 in 2017 en 2018 op de meetplaats AntwerpenBelgiĂŤlei (R805)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 76
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 48: PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 in 2017 en 2018 op de meetplaats AntwerpenGroenenborgerlaan (R817)
4.8.3 Dagverloop in de winter- en zomermaanden Figuur 49 en Figuur 50 geven voor alle dagen van de week het verloop 17 weer van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen, en dit voor alle meetplaatsen. Enkel de meetplaatsen met minstens 90 % gegevensvastlegging voor deze perioden worden meegenomen. Figuur 49 geeft het dagverloop voor de wintermaanden van 2018. Voor zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding vertonen in de wintermaanden alle meetplaatsen een gelijkaardig dagverloop waarbij de gemeten concentraties in de voormiddag dalen om in de namiddag terug te stijgen en de hoogste concentraties ’s avonds worden gemeten. In het verloop van de concentraties zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen zien we in de wintermaanden op weekdagen een ochtend- en een avondpiek. Tijdens weekenddagen waren de concentraties lager dan weekdagen en zien we enkel een avondpiek. De gemeten concentraties op meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) zijn hoger dan de concentraties op de andere 2 meetplaatsen. Figuur 50 toont hetzelfde als Figuur 49 maar dan voor de zomermaanden van 2018. In de zomer zijn de concentraties van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding veel lager dan in de wintermaanden en zien we quasi identieke concentraties over de ganse dag. Enkel ’s ochtends is een kleine verhoging in de gemeten concentratie zichtbaar alsook op zaterdagavond. Het dagverloop van zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen vertoont in de zomermaanden weinig verschil met
17
Deze dagverlopen staan in UT (= universal time).
— —
In de winter verschilt UT 1 uur met lokale tijd, bij voorbeeld 2 uur UT = 3uur lokale tijd In de zomer verschilt UT 2 uur met lokale tijd, bijvoorbeeld 2 uur UT = 4 uur lokale tijd
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
77
de wintermaanden. De avondpiek was in de zomermaanden wel minder uitgesproken dan tijdens de wintermaanden. Figuur 51 en Figuur 52 geven voor alle dagen van de week het verloop van PM 10 afkomstig van houtverbranding en het verloop van PM 10 . Ook hier tonen we een figuur met het verloop voor de wintermaanden en een figuur voor de zomermaanden van 2018 en weerhouden we enkel de meetplaatsen met minstens 90 % gegevensvastlegging. PM 10 afkomstig van houtverbranding werd berekend uit de concentratie zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding volgens de formule vermeld onder 4.8.1. Het verloop is bijgevolgd identiek aan het verloop van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding. Voor PM 10 zien we vooral op zondag lagere PM 10 concentraties dan op weekdagen. Opvallend zijn de hogere concentraties op de meetplaats Antwerpen-BelgiĂŤlei (R805) overdag, waarschijnlijk te wijten aan uitlaatemissies en opwaaiend stof door verkeer.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 78
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 49: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) voor de wintermaanden 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
79
Figuur 50: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (BC ff ) voor de zomermaanden 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 80
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 51: Dagverlopen van PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 voor de wintermaanden 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
81
Figuur 52: Dagverlopen van PM 10 afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 voor de zomermaanden 2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 82
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
4.8.4 Bijdrage van houtverbranding in functie van de windrichting Figuur 53 geeft voor 2018 voor elke meetplaats de concentraties zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding en van fossiele brandstof weer in functie van de windrichting. De hoogste concentraties zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding werden op de meetplaatsen gemeten bij wind vanuit het zuidoosten. In een vroegere studie 18 naar houtverbranding zagen we ook op alle meetplaatsen verhoogde bijdragen van houtverbranding uit deze windrichting. Deze verhoogde concentraties zijn mogelijk deels te wijten aan invoer van buiten Vlaanderen of aan weerpatronen die gepaard gaan met wind uit deze richtingen. In de winter betekent dit immers meestal koud en droog weer. De rozen zijn gelijkaardig voor elke meetplaats. Dit betekent dat er waarschijnlijk geen belangrijke bronnen zijn dichtbij de betrokken meetplaatsen. De pollutierozen van zwarte koolstof afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen zijn verschillend van deze van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding. Het meest opvallend zijn de hoge concentraties op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804) bij wind van over de Ring. Figuur 53: Pollutieroos voor zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb ) en voor zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstof (BC ff ) in 2018 (Âľg/m3)
Figuur 54 geeft voor dezelfde meetplaatsen de pollutierozen voor PM 10 afkomstig van houtverbranding en ter vergelijking deze van totaal PM 10 . Aangezien PM 10 afkomstig van houtverbranding werd berekend uit de zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding volgens de formule vermeld onder 4.8.1 is de vorm van de pollutieroos identiek. De hoogste concentraties PM 10 afkomstig van houtverbranding en totaal PM 10 werden gemeten bij wind vanuit oostelijke richting en zuidoostelijke richting. De pollutierozen zijn gelijkaardig voor elke meetplaats.
18
VMM (2011), Chemkar PM10, Chemische karakterisering van fijn stof in Vlaanderen-2010
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
83
Figuur 54: Pollutieroos PM afkomstig van houtverbranding (PM 10_wb ) en totaal PM 10 in 2018 (Âľg/m3)
PM10
320 310
330
340
0
35040
10
20
30
30
300
50 60
20
290
40
70
10
280
80
0
270
90
260
100
250
110
240
120
230 220
210
R803
200
190
180
R804
170
160
R805
150
130 140
R817
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 84
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
5 EFFECT VAN DE INVOER VAN DE LAGE-EMISSIEZONE OP DE CONCENTRATIES 5.1 Inleiding In de haalbaarheidsstudie 19 die de stad Antwerpen liet uitvoeren voor de invoering van de lage-emissiezone werden slechts beperkte dalingen in de concentraties PM 10 en PM 2,5 gemodelleerd ten gevolge van de invoering ervan. In de verdere bespreking kijken we bijgevolg enkel naar de polluenten NO 2 en zwarte koolstof. De grootste relatieve reducties werden gemodelleerd voor elementair koolstof wat net zoals zwarte koolstof een maat is voor roet 20. Voor NO 2 is het te verwachten effect van de LEZ kleiner omdat nieuwe diesels nog altijd vrij veel NO 2 uitstoten (zie 3.1). Om het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen te beoordelen zou men een vergelijking moeten kunnen uitvoeren van de trend van de concentraties binnen de LEZ met de trend van de concentraties binnen een sterk vergelijkbare stedelijke omgeving zonder LEZ. Op deze manier kan de impact van het weer en de autonome vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen op de concentraties worden ingeschat en zou men een netto-effect van de LEZ kunnen berekenen. In de praktijk blijft deze oefening moeilijk. Het aantal verkeersgerichte meetplaatsen in Vlaanderen in een stedelijke omgeving is beperkt en in vele steden zijn er ook diverse maatregelen aangekondigd met het doel de luchtkwaliteit te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn het circulatieplan in Gent en de aankondiging van een invoering van een LEZ in Gent en Mechelen. Deze maatregelen of initiatieven beïnvloeden uiteraard ook de concentraties in deze steden, waardoor een vergelijking met de trends binnen de LEZ van Antwerpen bemoeilijkt wordt. Daarnaast zal de LEZ in Antwerpen ook leiden tot een wijziging van het wagenpark buiten de LEZ en daar ook de concentraties beïnvloeden. Ook binnen de LEZ zullen bepaalde verkeersmaatregelen, zoals bijvoorbeeld de heraanleg van de Leien (de ‘knip’) die startte in juni 2017, leiden tot andere verkeersstromen in de binnenstad en tot meer of minder verkeer in de omgeving van de meetplaatsen. Ten slotte moet ook rekening gehouden worden met het effect van het anticiperend gedrag van de mensen om te voldoen aan de voorwaarden van de LEZ. De invoering van de LEZ werd immers al 2 jaar eerder aangekondigd. Hierdoor zal het effect van de invoering dus al ten dele aanwezig geweest zijn voor de effectieve invoering op 1 februari 2017. Om toch een idee te hebben van het effect van de invoering van de lage-emissiezone op de concentraties, worden in dit gedeelte de concentraties van de jaren 2018, 2017 en 2016 van de meetplaatsen in Antwerpen vergeleken. We kijken of er verschillen zijn tussen de verschillende meetplaatsen. Eveneens worden de verschillen in concentraties over de jaren van de meetplaatsen binnen de Antwerpse agglomeratie vergeleken met de verschillen in concentraties van de overige meetplaatsen in Vlaanderen.
Transport & Mobility Leuven (2012), Haalbaarheidsstudie voor invoering en beheer van lage-emissiezone(s) in de stad Antwerpen Het verschil tussen zwarte koolstof en elementair koolstof is vooral van meettechnische aard. Bij zwarte koolstof gebeurt de meting op basis van een optische methode, bij elementair koolstof gebruikt men een thermische methode. 19 20
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
85
5.2 Vergelijking 2018 ten opzichte van 2016 en 2017 Jaargemiddelde concentraties in de Antwerpse agglomeratie Zoals we in dit rapport reeds aangaven, maten we in 2018 op vrijwel alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie lagere concentraties voor de polluenten NO 2 en zwarte koolstof in vergelijking met 2017. Zoals aangeven in het vorig rapport 21 en ook weergegeven in Tabel 13 en Tabel 14 blijkt dat de daling van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en zwarte koolstof in 2017 in vergelijking met 2016 het grootst was op de meetplaatsen die het sterkst worden beïnvloed door verkeer. De meetplaats Havanastraat (M802) werd buiten beschouwing gelaten omdat deze beïnvloed wordt door een lokale of industriële bron. Tabel 13 en Figuur 55 geven voor NO 2 de vergelijking tussen 2018 en 2017 en tussen 2018 en 2016. Bij de vergelijking van 2018 met 2017 is het beeld voor NO 2 minder eenduidig. We zien opnieuw een daling van rond de 2 µg/m3 op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R802 en R801). Dit is een daling van 5 %. In 2018 blijven de NO 2 -concentraties op de meetplaats Belgiëlei (R805) in vergelijking met 2017 vrijwel onveranderd. Op deze meetplaats zagen we in 2017 ten opzichte van 2016 nog een daling van meer dan 2 µg/m3. Opvallend is ook de daling op de meetplaats Groenenborgerlaan (R817) van meer dan 2 µg/m3 of 7 % in 2018. Dit is waarschijnlijk te wijten aan verminderd verkeer door de wegenwerken in de buurt van deze meetplaats. De NO 2 -metingen op de meetplaats aan de ring zijn pas einde 2016 opgestart. We noteren hier in 2018 een daling ten opzichte van 2017 van bijna 7 µg/m3 of 12 %. Bij de vergelijking van 2018 met 2016 zien we de grootste daling op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R801 en R802) en op de meetplaats aan de Groenenborgerlaan (R817). We noteren hier dalingen van respectievelijk 4,3 µg/m3 (11 %), 4,9 µg/m3 (11 %) en 3,7 µg/m3 (12 %). De meetplaats Groenenborgerlaan (R817) ligt buiten de LEZ. Op de overige meetplaatsen liggen de dalingen tussen de 0,6 en 2,5 µg/m3 (tussen 2 en 6 %). De grootste absolute daling van de concentraties zwarte koolstof werd in 2017 in vergelijking met 2016 gemeten op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R801 en R802) en aan de Belgiëlei (R805). Vergelijken we de concentraties zwarte koolstof van 2018 met 2017, dan zien we, zoals voor NO 2 , de grootste daling op de meetplaats R804 aan de Ring, namelijk 0,56 µg/m3 of 19 %. Op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei is de daling maar de helft van de daling genoteerd in 2017. De daling op de meetplaats R805 aan de Belgiëlei is ongeveer even groot als het jaar ervoor. Dit is des te opvallender daar de concentratie NO 2 in 2018 ten opzichte van 2017 niet daalt op deze meetplaats. We hebben hier geen onmiddellijke verklaring voor. Opvallend is ook de grote daling op de meetplaats aan de Groenenborgerlaan (R817). Zoals hierboven reeds werd vermeld, is dit waarschijnlijk te wijten aan verminderd verkeer door wegenwerken in de buurt van deze meetplaats. Vergelijken we 2018 met 2016 dan zien we de grootste dalingen voor zwarte koolstof op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R801 en R802), Belgiëlei (R805) en Groenenborgerlaan (R817). We noteren hier dalingen van respectievelijk 0,40 µg/m3 (21 %) , 0,72 µg/m3 (29 %) , 0,38 µg/m3 (17 %) en 0,33 µg/m3 (21 %). Op de overige meetplaatsen liggen de dalingen tussen de 0,10 en 0,18 µg/m3 (tussen 8 en 11 %).
21
VMM (2018), Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie, jaarrapport 2017
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 86
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Vooral voor zwarte koolstof zien we dat de daling op de meer verkeersgerichte meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie groter is dan op de achtergrondmeetplaatsen. Dit is een aanwijzing van verminderde emissies door het verkeer in de omgeving van deze verkeersgerichte meetplaatsen. Opmerking hierbij is wel dat de invloed van het weer op de concentraties verschillend kan zijn afhankelijk van het soort meetplaats. Weersomstandigheden met een slechte verdunning van de vervuiling (bijvoorbeeld temperatuursinversie of lage windsnelheid) zullen op plaatsen met veel emissies bijvoorbeeld een groter effect hebben op de concentraties. De verschillende weersomstandigheden in de verschillende jaren kunnen bijgevolg een verschillende invloed gehad hebben op de verschillende soorten meetplaatsen. Tabel 13 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2018 ten opzichte van 2016 en 2017 voor NO 2 (µg/m³) Jaargem. 2016
Jaargem. 2017
Jaargem. 2018
Daling 2017 vs 2016
Daling 2018 vs 2017
Daling 2018 vs 2016
AL01
Antwerpen-Linkeroever
27,0
26,3
25,6
0,7 (3 %)
0,7 (3 %)
1,4 (5 %)
HB23
Hoboken
26,9
26,3
25,6
0,6 (2 %)
0,7 (3 %)
1,3 (5 %)
R801
Borgerhout-achtergrond
38,6
36,1
34,3
2,5 (6 %)
1,8 (5 %)
4,3 (11 %)
R802
Borgerhout-straatkant
45,0
42,4
40,1
2,6 (6 %)
2,3 (5 %)
4,9 (11 %)
R803
Antwerpen-Park Noord
32,1
31,4
31,5
0,7 (2 %)
-0,1 (0 %)
0,6 (2 %)
R804
Antwerpen-Ring
-
54,4
47,7
-
6,7 (12 %)
-
R805
Antwerpen-Belgiëlei
42,6
40,3
40,1
2,3 (5 %)
0,2 (0 %)
2,5 (6 %)
R817
AntwerpenGroenenborgerlaan
31,8
30,2
28,1
1,6 (5 %)
2,1 (7 %)
3,7 (12 %)
Spoor
Tabel 14 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2018 ten opzichte van 2016 en 2017 voor zwarte koolstof (µg/m³) Jaargem. 2016
Jaargem. 2017
Jaargem. 2018
Daling 2017 vs 2016
Daling 2018 vs 2017
Daling 2018 vs 2016
AL01
Antwerpen-Linkeroever
1,21
1,13
1,11
0,08 (7 %)
0,02 (2 %)
0,1 (8 %)
R801
Borgerhout-achtergrond
1,90
1,63
1,50
0,27 (14 %)
0,13 (8 %)
0,4 (21 %)
R802
Borgerhout-straatkant
2,50
2,02
1,78
0,48 (19 %)
0,24 (12 %)
0,72 (29 %)
R803
Antwerpen-Park Noord
1,61
1,52
1,43
0,09 (6 %)
0,09 (6 %)
0,18 (11 %)
R804
Antwerpen-Ring
-
2,99
2,43
-
0,56 (19 %)
-
R805
Antwerpen-Belgiëlei
2,28
2,08
1,9
0,2 (9 %)
0,18 (9 %)
0,38 (17 %)
R817
AntwerpenGroenenborgerlaan
1,57
1,48
1,24
0,09 (6 %)
0,24 (16 %)
0,33 (21 %)
Spoor
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
87
Figuur 55: Daling in de jaargemiddelde concentraties in functie van de jaargemiddelde concentratie voor NO 2 (2018 versus 2017 en 2018 versus 2016) voor de meetstations in de Antwerpse agglomeratie
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 88
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 56: Daling in de jaargemiddelde concentraties in functie van de jaargemiddelde concentratie voor zwarte koolstof (2018 versus 2017 en 2018 versus 2016) voor de meetstations in de Antwerpse agglomeratie
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
89
Vergelijking met de overige meetstations in Vlaanderen Gemiddeld over alle Vlaamse stations, zonder de 8 NO 2 -meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2018 ten opzichte van 2017 voor NO 2 een absolute daling van 1,1 µg/m³ en een relatieve daling van 4,4 %. Ten opzichte van 2016 zien we in 2018 gemiddeld een absolute daling van 1,75 µg/m3 en een relatieve daling van 7 %. Voor de individuele meetstations zien we voor 2018 ten opzichte van 2016 op bepaalde meetstations een stijging tot 6,1 % en op andere meetstations een daling tot 26,4 %. Voor de meetstations voor zwarte koolstof in Vlaanderen, met uitzondering van de 7 meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2018 ten opzichte van 2017 gemiddeld een absolute daling van 0,08 µg/m³ en een relatieve daling van 6 %. Ten opzichte van 2016 zien we in 2018 gemiddeld een absolute daling van 0,19 µg/m3 en een relatieve daling van 14 %. Voor de individuele meetstations varieert de daling in 2018 ten opzichte van 2016 tussen 6,5 % en 21,6 %. In Figuur 57 wordt de daling van de jaargemiddelde concentratie NO 2 in 2018 in vergelijking met 2017 en 2016 uitgezet ten opzichte van het jaargemiddelde in respectievelijk 2017 en 2016 voor alle meetplaatsen in Vlaanderen. Voor NO 2 zien we dat de laagste concentraties in Vlaanderen rond de 15 µg/m3 liggen. De daling van de concentraties in 2017 op deze achtergrondmeetplaatsen is beperkt. We gaan ervan uit dat de impact van lokale bronnen en lokaal verkeer op deze achtergrondmeetplaatsen beperkt is. Voor de overige meetplaatsen is er een vrij grote spreiding op de trend. We kijken of de relatieve daling van de concentraties na aftrek van de achtergrondconcentratie al dan niet groter is in de LEZ dan op de overige meetplaatsen in Vlaanderen. De stippellijnen in Figuur 57 geven de maximale relatieve daling of stijging weer waarbij telkens de twee meetplaatsen met de grootste of kleinste daling buiten beschouwing werden gelaten. De daling op de meetplaatsen binnen de LEZ ligt daarbij binnen de vork van de overige meetplaatsen binnen Vlaanderen. Opvallend in dat de daling van de jaargemiddelde NO 2 -concentraties in 2018 ten opzichte van 2017 op de meetplaats R803 in Park Spoor Noord en op de meetplaats R805 aan de Belgiëlei kleiner is dan de daling op de meeste meetstations in Vlaanderen. De meetplaatsen R801 en R802 aan de Plantin en Moretuslei en de meetplaats aan de Groenenborgerlaan (R817) liggen aan de hogere kant van de vork. Dit laatste is waarschijnlijk te verklaren door verminderd verkeer door wegenwerken langs de meetplaats Groenenborgerlaan. Wanneer we de afname van de jaargemiddelde concentraties 2018 vergelijken met 2016, dan zien we de meetplaatsen R801 en R802 aan de Plantin en Moretuslei aan de hogere kant van de vork liggen, wat zou kunnen wijzen op een beperkt netto effect van de LEZ in vergelijking met de rest van Vlaanderen. Maar op andere plaatsen in Antwerpen zoals de meetplaats R803 in Park Spoor Noord en de meetplaats R805 aan de Belgiëlei zien we hier geen indicatie voor. Hierdoor is het moeilijk om een algemene uitspraak te doen over een algemeen effect van de LEZ op de NO 2 -concentraties in Antwerpen. In Figuur 58 wordt de daling van de jaargemiddelde concentratie zwarte koolstof in 2018 in vergelijking met 2017 en 2016 uitgezet ten opzichte van het jaargemiddelde in respectievelijk 2017 en 2016 voor alle meetplaatsen in Vlaanderen. Voor zwarte koolstof zagen we dat de daling van de concentraties in 2017 ten opzichte van 2016 op de meetplaats R802 aan de straatkant van de verkeersrijke Plantin en Moretuslei groter was dan op andere \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 90
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
meetplaatsen in Vlaanderen. Bij de vergelijking van 2018 met 2017 zien we vooral een grotere daling in vergelijking met Vlaanderen op de meetplaats R817 aan de Groenenborgerlaan. Dit is waarschijnlijk te verklaren door minder verkeer langs deze meetplaats omwille van wegenwerken. Wanneer we de afname van de jaargemiddelde concentraties 2018 vergelijken met 2016 dan zien we dat de meetplaatsen R801 en R802 aan de Plantin en Moretuslei aan de hoge kant van de vork liggen, maar ook dat de meetplaatsen R803 en R805 aan de lage kant van de vork liggen. Deze vaststellingen maken het moeilijk om een algemene uitspraak te doen over het effect van de LEZ op concentraties zwarte koolstof in Antwerpen. Ook het beperkt aantal verkeersgerichte stations in stedelijke omgeving elders in Vlaanderen, die vaak ook beïnvloed worden door allerlei maatregelen, bemoeilijken de interpretatie.
5.3 Besluit Een uitspraak doen over het effect van de lage-emissiezone in Antwerpen op de concentraties in de omgevingslucht moet met de nodige omzichtigheid gebeuren. Een berekende daling in verkeersemissies is niet één op één terug te vinden in de gemeten concentraties. Hiervoor zijn verschillende redenen: — — —
wisselende meteorologische omstandigheden van jaar tot jaar kunnen een grote impact hebben op de gemeten concentraties, er zijn buiten verkeer ook andere bronnen voor NO 2 en zwarte koolstof, emissies en trends in de rest van Vlaanderen, andere gewesten en het buitenland dragen bij aan de concentratie van vervuilende stoffen in de Antwerpse agglomeratie.
Om het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen te beoordelen zou men een vergelijking moeten kunnen uitvoeren van de trend van de concentraties binnen de LEZ met de trend van de concentraties binnen een sterk vergelijkbare stedelijke omgeving waar er geen LEZ ingevoerd is. Op deze manier kan de impact van het weer en van de autonome vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen op de concentraties worden ingeschat en zou men een netto-effect van de LEZ kunnen berekenen. Verkeersgerichte metingen in andere steden zijn echter beperkt en ook in deze steden zijn er vaak maatregelen of initiatieven die een impact hebben op de luchtkwaliteit. Om een idee te hebben van het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen op de concentraties NO 2 en zwarte koolstof, werden de concentraties van de verschillende meetplaatsen in Antwerpen met elkaar en met de rest van Vlaanderen vergeleken. In 2017 zagen we zowel voor NO 2 als voor zwarte koolstof de grootste dalingen op de verkeersgerichte locaties. Voor NO 2 is dit in 2018 in vergelijking met 2017 niet meer het geval voor alle verkeersgerichte meetplaatsen: op de meetplaats R805 aan de Belgiëlei is de jaargemiddelde concentratie in vergelijking met 2017 vrijwel onveranderd. Opvallend is ook de daling op de meetplaats Groenenborgerlaan (R817) van meer dan 2 µg/m3 of 7 % in 2018. Dit is waarschijnlijk te wijten aan verminderd verkeer door de wegenwerken in de buurt van deze meetplaats. Voor zwarte koolstof zien we wel dat de daling in 2018 ten opzichte van 2017 op de meer verkeersgerichte meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie groter is dan op de achtergrondmeetplaatsen. Dit is een aanwijzing van verminderde emissies door het verkeer in de omgeving
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
91
van deze verkeersgerichte meetplaatsen. Zoals voor NO 2 is de daling van zwarte koolstof met 0,33 µg/m3 (21%) op de meetplaats Groenenborgerlaan (R817) opvallend . Wanneer we dalingen van de NO 2 -concentraties in 2018 ten opzichte van 2017 en ten opzichte van 2016 vergelijken met deze van de overige meetplaatsen in Vlaanderen zijn er geen eenduidige aanwijzingen dat de LEZ een extra lokale daling van de NO 2 -concentraties heeft teweeggebracht. De dalingen liggen binnen de range die we elders in Vlaanderen waarnemen. Wanneer we dalingen van de concentraties zwarte koolstof in 2018 ten opzichte van 2017 vergelijken met deze van de overige meetplaatsen in Vlaanderen zien we geen duidelijke aanwijzingen dat de concentraties overal binnen de LEZ sneller gedaald zijn dan op de andere meetplaatsen in Vlaanderen. Bekijken we de daling in 2018 ten opzichte van 2016, dan zien we dat de concentraties op de meetplaats R802 en ook wel op de meetplaats R801, beide gelegen aan de verkeersrijke Plantin en Moretuslei, meer dalen dan elders. Op andere meetplaatsen in de LEZ zien we dat effect niet. Het is moeilijk om een algemene uitspraak te doen over het lokaal netto-effect van de LEZ op de concentraties NO 2 en zwarte koolstof. De concentraties in de omgevingslucht zijn immers afhankelijk van meteorologische parameters. Zo was het in de zomer van 2018 uitzonderlijk warm en droog gedurende lange tijd, wat een effect zal gehad hebben op de luchtvervuiling. Ook zullen bepaalde verkeersmaatregelen binnen de LEZ, zoals bijvoorbeeld ‘de Knip’ in de Leien die startte in juni 2017, leiden tot andere verkeersstromen in de binnenstad en tot meer of minder verkeer in de omgeving van de vaste meetplaatsen. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met het effect van het anticiperend gedrag van de mensen om te voldoen aan de voorwaarden van de LEZ. De invoering van de LEZ werd immers al 2 jaar eerder aangekondigd. Bijkomend zal de LEZ in Antwerpen ook leiden tot een wijziging van het wagenpark buiten de LEZ en daar ook de concentraties beïnvloeden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 92
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Figuur 57: Daling in de jaargemiddelde NO 2 -concentraties in 2018 ten opzichte van 2017 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2017(bovenste figuur) en in 2018 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 (onderste figuur) voor alle Vlaamse meetstations
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
93
Figuur 58: Daling in de jaargemiddelde concentraties zwarte koolstof in 2018 ten opzichte van 2017 functie van de jaargemiddelde concentratie in 2017(bovenste figuur) en in 2018 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 (onderste figuur) voor alle Vlaamse meetstations
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 94
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
6 BESLUIT NO 2 : − De Europese jaargrenswaarde (en dus ook de WGO-jaaradvieswaarde) werd in 2018 -voor het eerst- op geen enkele automatische meetplaats overschreden. Echter op 7 van de 19 meetplaatsen met passieve samplers werd een indicatief jaargemiddelde boven 40 µg/m³ genoteerd. In 2017 waren nog 12 van de 19 meetplaatsen met passieve samplers met een indicatief jaargemiddelde boven 40 µg/m³. Ook de modelkaart toont nog overschrijdingen van de jaargrenswaarde aan in de Antwerpse agglomeratie. Vooral in street canyons en op verkeersintensieve locaties worden hoge NO 2 -concentraties gemeten/gemodelleerd. − Het hoogste NO 2 -jaargemiddelde werd gemeten met passieve samplers in de Osystraat (AT47), namelijk 56 µg/m³. Dit is een drukke street canyon in het centrum van de stad. − De Europese uurgrenswaarde en de WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden werd gerespecteerd op alle meetplaatsen. PM 10 en PM 2,5 : − De Europese grenswaarden voor PM 10 en PM 2,5 werden gerespecteerd op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Wel werden alle WGO-advieswaarden overschreden op alle meetplaatsen. Zwarte koolstof: − De hoogste concentraties werden gemeten aan de Antwerpse Ring (R804) en op de verkeersgerichte meetplaatsen Borgerhout-straatkant (R802) en Belgiëlei (R805) en de laagste concentraties op de meetplaats Antwerpen-Linkeroever (AL01). De trend is overal dalend, ook in de rest van Vlaanderen. UFP-concentratie − De gemiddelde UFP-concentratie (10-100 nm) op de meetplaats Borgerhout-achtergrond bedroeg 8.432 deeltjes/cm3 in 2018. Dit was 10 % hoger dan in 2017, maar gelijkaardig aan het gemiddelde van 20132017. Houtverbranding: − De relatieve bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (% BC wb in BC) varieerde in 2018 tussen 10 en 22 %. De hoogste relatieve bijdrage werd gemeten op de voorstedelijke locatie aan de Groenenborgerlaan (R817). De laagste bijdrage van houtverbranding werd gemeten op de verkeersgerichte meetplaats aan de Ring (R804). − In 2018 zijn de relatieve bijdrages van houtverbranding aan zwarte koolstof hoger dan in 2017. − De absolute concentraties zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding zijn het hoogst op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805), gevolgd door Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817). Dit geldt zowel voor het ganse jaar 2018 als voor de wintermaanden van 2018. − De relatieve bijdrage van houtverbranding aan PM 10 varieerde in 2018 tussen 6 en 8 %. Er is dus weinig variatie in het aandeel van houtverbranding aan PM 10 tussen de meetplaatsen. − Tijdens de wintermaanden is de (relatieve) bijdrage hoger dan tijdens de zomermaanden. − Zoals voor de zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding zijn de PM 10 -concentraties te wijten aan houtverbranding het hoogst op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805), gevolgd door AntwerpenGroenenborgerlaan (R817).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
95
Effect invoering LEZ: − Het is moeilijk om een algemene uitspraak te doen over het lokaal netto-effect van de LEZ op de concentraties NO 2 en zwarte koolstof. De concentraties in de omgevingslucht zijn immers afhankelijk van meteorologische parameters. Bovendien zullen binnen de LEZ bepaalde verkeersmaatregelen, zoals bijvoorbeeld ‘de Knip’ in de Leien die startte in juni 2017, leiden tot andere verkeersstromen in de binnenstad en tot meer of minder verkeer in de omgeving van de meetplaatsen. Er moet ook rekening gehouden worden met het effect van het anticiperend gedrag van de mensen om te voldoen aan de voorwaarden van de LEZ. De invoering van de LEZ werd immers al 2 jaar eerder aangekondigd. Daarnaast zal de LEZ in Antwerpen ook leiden tot een wijziging van het wagenpark buiten de LEZ en daar ook de concentraties beïnvloeden. Om het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen te beoordelen zou men een vergelijking moeten kunnen uitvoeren van de trend van de concentraties binnen de LEZ met de trend van de concentraties binnen een sterk vergelijkbare stedelijke omgeving waar er geen LEZ ingevoerd is. Op deze manier kan de impact van het weer en van de autonome vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen op de concentraties worden ingeschat en zou men een netto-effect van de LEZ kunnen berekenen. Verkeersgerichte metingen in andere steden zijn echter beperkt en ook in deze steden zijn er vaak maatregelen of initiatieven die een impact hebben op de luchtkwaliteit. − De NO 2 -concentraties zijn op de meetplaatsen in de LEZ tussen de 2 % en de 11 % gedaald tussen 2016 en 2018. Voor de overige meetstations in Vlaanderen, zonder de 8 meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2018 ten opzichte van 2016 op bepaalde meetstations een stijging tot 6,1 % en op andere meetstations een daling tot 26,4 %. Er zijn geen eenduidige aanwijzingen dat de LEZ een extra lokale daling van de NO 2 -concentraties heeft teweeggebracht. De waargenomen NO 2 -dalingen in de LEZ liggen binnen de range die we elders in Vlaanderen waarnemen. − De concentraties zwarte koolstof zijn op de meetplaatsen in de LEZ tussen de 11 % en de 29 % gedaald tussen 2016 en 2018. Voor de overige meetstations in Vlaanderen, zonder de 7 meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2018 ten opzichte van 2016 een relatieve daling tussen 6,5 % en 21,6 %. Wanneer we dalingen van de concentraties zwarte koolstof in 2018 ten opzichte van 2017 vergelijken met deze van de overige meetplaatsen in Vlaanderen zien we geen duidelijke aanwijzingen dat de concentraties overal binnen de LEZ sneller gedaald zijn dan op de andere meetplaatsen in Vlaanderen. Bekijken we de daling in 2018 ten opzichte van 2016, dan zien we dat de concentraties op de meetplaats R802 en ook wel op de meetplaats R801, beide gelegen aan de verkeersrijke Plantin en Moretuslei, meer dalen dan elders. Op andere meetplaatsen in de LEZ zien we dat effect niet.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 96
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
BIJLAGEN
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
97
EN14211
NO 2
ja1
nee
-
13 % bij uurgemiddelde van 200 µg/m³; 12 % bij jaargemiddelde van 40 µg/m³
volgens EN14211
multihoek-absorptiefotometrie
-
-
-
nee
nee n.v.t.
Magee AE33
lichtabsorptie
-
-
-
nee
nee n.v.t.
BELAC 456-TEST - VMM Dienst Lucht
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 98
ja
MAAP 5012 zwarte koolstof 1:
nee n.v.t..
16 % bij daggemiddelde van 30 µg/m³ -
TS 42i
µg/m³
ja1
type approval
meetonzekerheid
chemiluminescentie
NO
volgens EN16450
uitbesteding
volgens norm
-
PM 2,5
onder accreditatie
meetprincipe analyse
14 % bij daggemiddelde van 50 µg/m³
PM 10
bepaling meetonzekerheid
toesteltype
-
FIDAS200
optical particle counter + conversion to mass concentration
eenheid
parameter
Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2005)
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Beschrijving van de polluenten Stikstofoxides – NO/NO 2 Stikstofoxiden (NO x ) bestaan uit een mengsel van stikstofdioxide (NO 2 ) en stikstofmonoxide (NO). Bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen ontstaat in eerste instantie vooral NO. NO heeft een korte levensduur in de atmosfeer en is een kleur-, reuk- en smaakloos gas dat op zich weinig toxisch is. NO wordt door reacties met zuurstof en ozon omgezet tot NO 2 . NO 2 heeft een langere levensduur in de atmosfeer en is schadelijk voor mens en ecosystemen. Het is een bruinrood gekleurd toxisch gas dat slecht ruikt en irritatie aan de luchtwegen kan veroorzaken. Zowel korte episodes van hoge concentraties, als langdurige blootstelling aan lage concentraties zijn schadelijk voor de gezondheid. NO x dragen bij aan de vorming van fijn stof. Verder spelen NO x een belangrijke rol in de milieuverzuring en de fotochemische smogvorming. NO x kunnen net als SO 2 over grote afstanden getransporteerd worden en kunnen dus effecten veroorzaken in verafgelegen gebieden. Stikstofoxiden worden voornamelijk uitgestoten bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen.
Fijn stof – PM 10 , PM 2,5 en zwarte koolstof Zwevend stof (PM = Particulate Matter) is een mengsel van vloeibare of vaste deeltjes met uiteenlopende samenstellingen en afmetingen. Zowel de natuur als menselijke activiteiten kunnen een bron zijn van deze deeltjes. Opdeling naar oorsprong: primair en secundair Naargelang hun oorsprong maakt men onderscheid tussen primaire en secundaire deeltjes. Primaire deeltjes ontstaan door rechtstreekse uitstoot in de atmosfeer door verschillende soorten bronnen of door mechanische verkleining van grover materiaal. Secundaire deeltjes ontstaan in de atmosfeer door chemische of fysische reacties uit gasvormige componenten zoals ammoniak, zwaveldioxide, stikstofoxiden of organische verbindingen. Opdeling naar grootte: TSP, PM 10 , PM 2,5 en UFP Stofdeeltjes deelt men vaak in volgens de grootte op basis van de aerodynamische diameter (a.d.). Dit is de diameter van een bolvormig deeltje dat in de omgevingslucht hetzelfde gedrag vertoont als het stofdeeltje: — — — —
TSP: Totaal stof. De VMM meet deze fractie niet in de omgevingslucht. Enkel aan deeltjes kleiner dan 10 µm kent men gezondheidsrisico's toe. De VMM rapporteert wel de emissies van TSP. PM 10 en PM 2,5 : stofdeeltjes met een a.d. kleiner dan 10 respectievelijk 2,5 µm; ultrafijn stof (UFP): deeltjes met een a.d. kleiner dan 0,1 µm (PM 0,1 ); zwarte koolstof/elementair koolstof: bevindt zich voornamelijk in de fijne fractie van het fijn stof. Het is een maat voor de roetconcentratie in de omgevingslucht. Deze deeltjes ontstaan bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen, biomassa en biobrandstof. Wanneer ze met een optische methode gemeten worden, spreken we van zwarte koolstof, anders van elementair koolstof.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
99
Grotere deeltjes worden snel nadat ze in de atmosfeer terechtgekomen zijn door de zwaartekracht neergeslagen op de grond of uitgespoeld door regen. Ze kunnen daarna door heropwaaien terug in de lucht terecht komen, dit proces noemt men resuspensie. De fijnere deeltjes kunnen langer, tot enkele dagen of weken in de atmosfeer blijven. Bijgevolg kunnen deze fijnere deeltjes getransporteerd worden over langere afstanden. Geen veilige drempelwaarde Studies hebben verbanden aangetoond tussen de aanwezigheid van PM in de omgevingslucht en gezondheidseffecten op korte en lange termijn. Voor PM is er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) geen veilige drempelwaarde waaronder nadelige effecten niet voorkomen. Bij korte episodes – 24 uur – van luchtverontreiniging verergeren bestaande gezondheidsproblemen, zoals luchtweginfecties en astma. Verder kan fijn stof bloedvaten doen dichtslibben en hartaanvallen veroorzaken. Bij chronische blootstelling maakt de WGO melding van een vermindering van de longfunctie, een toename van chronische luchtwegaandoeningen en een verminderde levensverwachting. Fijn stof is kankerverwekkend Eind 2013 classificeerde het International Agency for Research on Cancer (IARC), het gespecialiseerde kankeragentschap van de WGO, fijn stof als kankerverwekkend voor de mens. Belangrijk is dat fijn stof niet enkel kan leiden tot longkanker; een langdurige blootstelling kan ook borstkanker en kankers van het spijsverteringsstelsel veroorzaken22. Midden 2012 classificeerde het IARC ook al dieseluitlaatgassen als kankerverwekkend voor de mens. Dieselwagens stoten – ten opzichte van benzinewagens – veel meer stikstofoxiden en roetdeeltjes uit. Algemeen wordt aangenomen dat ook ultrafijn stof schadelijk is, maar de wetenschappelijke kennis hierover is nog beperkt. Gemiddeld verlies van 9 gezonde maanden De dienst Milieurapportering van de VMM (MIRA) berekende de ziektelast door de verschillende milieupolluenten voor de Vlaamse bevolking 23. Omgerekend per inwoner van Vlaanderen bedroeg die in 2015 9 verloren gezonde maanden in een volledig leven bij een levenslange blootstelling aan de huidige fijnstofconcentraties. Dit is een gemiddelde waarde, bij bepaalde gevoelige personen, zoals astmapatiënten, kinderen en ouderen, zal de impact groter zijn. Fijn stof is veruit de belangrijkste polluent in de gezondheidsimpact door milieufactoren. Het aandeel wordt geschat op 71 %. Hoge concentraties kunnen acuut effect hebben Tijdens een fijnstofepisode doen mensen die bijzonder gevoelig zijn voor luchtverontreiniging best geen grote lichamelijke inspanningen. Tot deze groep behoren jonge kinderen, ouderen, personen met het chronisch obstructief longlijden (COPD 24) en personen met hart- en vaatziekten. Tijdens dergelijke fijnstofepisodes raadt men iedereen af om langdurige fysieke inspanningen zoals joggen te doen. Omwille van de kleine afmeting kunnen fijnstofdeeltjes gemakkelijk overal binnendringen en zijn de concentraties ervan binnenshuis niet significant lager dan in de buitenlucht. Ook tal van andere effecten Wong C.M. et al. 2016. Cancer mortality risks from long-term exposure to ambient fine particle. Cancer Epidemiol biomarkers prev; 25(5): 839-45 MIRA (2018), Totaal verloren gezonde levensjaren (DALY's) door fijn stof. https://www.milieurapport.be/milieuthemas/milieugezondheid/dalys/verloren-gezonde-levensjaren-dalys-door-blootstelling-aan-fijn-stof 24 Chronic Obstructive Pulmonary Disease 22 23
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 100
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Andere effecten van stofdeeltjes zijn verminderde zichtbaarheid en bevuiling van blootgestelde oppervlakken en materialen. Ze hebben mogelijk een invloed op het klimaat: naargelang de samenstelling kan fijn stof zowel voor afkoeling als voor opwarming zorgen. Bovendien draagt fijn stof bij tot de verzurende en vermestende depositie.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
101
Overzicht luchtkwaliteitsnormen De Europese Commissie definieerde streef- en grenswaarden en alarmdrempels voor diverse polluenten. Deze Europese normen zijn opgenomen in de Vlaamse wetgeving. De Europese regelgeving is vaak gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De WGO definieert advieswaarden voor verschillende polluenten. Die advieswaarden hebben als doel de risico’s van gezondheidsschade door luchtverontreiniging te beperken en zijn meestal strenger dan de Europese grensof streefwaarden. Bij de definiëring van deze Europese grens- of streefwaarden werd er, naast de gezondheidseffecten, rekening gehouden met de technische haalbaarheid. Daarnaast werd een kostenbatenanalyse uitgevoerd om de economische consequenties van de opgelegde concentratieniveaus in te schatten.
Stikstofoxides – NO/NO 2 De Europese richtlijn 2008/50/EG legt grenswaarden en een alarmdrempel op voor NO 2 . In de richtlijn 2008/50/EG is eveneens een kritiek niveau voor NO x voor de bescherming van de vegetatie opgenomen. De grenswaarden voor NO 2 moeten sinds 1 januari 2010 gerespecteerd worden. Richtlijn 2008/50/EG bood de kans om uitstel te vragen voor het behalen van de grenswaarden. De Europese commissie verleende uitstel voor de zones Antwerpse haven en Antwerpse agglomeratie. Tot 2015 werd in die zones de grenswaarde gesommeerd met de maximale overschrijdingsmarge (50 %) ,dit komt overeen met een jaargrenswaarde van 60 µg/m³. Vanaf 2015 verviel deze overschrijdingsmarge voor de zones Antwerpse haven en Antwerpse agglomeratie en moet er getoetst worden aan de jaargrenswaarde van 40 µg/m³. In 2015 werd de jaargrenswaarde van 40 µg/m³ echter overschreden in de luchtkwaliteitszone BEF02A ‘Agglomeratie Antwerpen’. Daarop werd een saneringsplan opgesteld voor deze zone. Tabel 15: Grenswaarden en alarmdrempel voor NO 2 en kritiek niveau voor NO x (richtlijn 2008/50/EG)
Polluent
NO 2 *
NO x
Onderwerp
Middelingstijd
Doelstelling
1 uur
200 µg/m³; max. 18 overschrijdingen per jaar
Jaar
40 µg/m³
Alarmdrempel
Gedurende 3 opeenvolgende uren
400 µg/m³
Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie
Jaar
30 µg/m³
Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid
*: sinds 1 januari 2010 moet de grenswaarde voor NO 2 gerespecteerd worden.
De Europese regelgeving uit voorgaande tabel is gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De Europese jaargrenswaarde komt overeen met wat de WGO adviseert. In tegenstelling tot de Europese regelgeving definieert de WGO geen alarmdrempel en laat ze geen enkele overschrijding toe van het uurgemiddelde van 200 µg/m³, zie onderstaande tabel.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 102
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Tabel 16: Advieswaarden voor NO 2 en kritiek niveau voor NO x (WGO 2000 en 2005)
Polluent NO 2
Onderwerp
Middelingstijd
Doelstelling
1 uur
200 µg/m³
Jaar
40 µg/m³
Jaar
30 µg/m³ uitgedrukt als NO 2
Advieswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie
NO x
Fijn stof – PM 10 en PM 2,5 Regelgeving PM 10
De Europese richtlijn 2008/50/EG definieert grenswaarden voor PM 10 op basis van gezondheidsstudies, economische gevolgen en de technische haalbaarheid. De WGO-advieswaarden voor PM 10 zijn strenger dan de Europese grenswaarden. De WGO baseert zich enkel op gezondheidsstudies. Tabel 17: Regelgeving voor PM 10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005)
EU-richtlijn 2008/50/EG*
Onderwerp Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid
WGO
Middelingstijd 1 dag
Advieswaarden
1 jaar 1 dag 1 jaar
Doelstelling 50 µg/m³; max. 35 overschrijdingen per jaar 40 µg/m³ 50 µg/m³; max. 3 overschrijdingen per jaar 20 µg/m³
*: Sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor PM 10 gerespecteerd worden.
Regelgeving PM 2,5
Richtlijn 2008/50/EG definieert grens- en streefwaarden voor PM 2,5 . Hierin staat ook de nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling tegen 2020 ten opzichte van 2010. Hiertoe wordt een gemiddelde blootstellingsindex (GBI) gedefinieerd: dit is de gemiddelde PM 2,5 -concentratie op stedelijke achtergrondmeetplaatsen over de laatste 3 jaar binnen een bepaalde lidstaat. De gravimetrische metingen op de stedelijke achtergrondmeetplaatsen in Brugge (BB15), Borgerhout-achtergrond (R801), Schoten (R811) en Gent-Baudelohof (R701) worden gebruikt voor de bepaling van de gewestelijke gemiddelde blootstellingsindex (GGBI) voor Vlaanderen, zoals bepaald in bijlage 2.5.3.14 van VLAREM II.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
103
Tabel 18: Europese regelgeving voor PM 2,5 (2008/50/EG)
EU-regelgeving (2008/50/EG)
Middelingstijd Doelstelling
Datum waarop de waarde moet bereikt zijn
Grenswaarde
Jaar
25 µg/m3
1 januari 2015
Indicatieve grenswaarde
Jaar
20 µg/m3
1 januari 2020
GBI
15,2 µg/m³
2020
GGBI
15,7 µg/m³
2020
GBI
20 µg/m³
2015
Nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010 Vlaamse streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010 Blootstellingsconcentratieverplichting
De WGO nam in haar Air quality guidelines van 2005 advieswaarden voor PM 2,5 op. Tabel 19: Advieswaarden voor PM 2,5 (WGO 2005)
WGO-advieswaarden (WGO 2005) Advieswaarde
Middelingstijd
Doelstelling
Jaar Dag
10 µg/m³ 25 µg/m³ - max. 3 overschrijdingen per jaar
Regelgeving zwarte koolstof
Momenteel bestaat er op Europees of Vlaams niveau geen regelgeving voor zwarte koolstof. De WGO formuleerde nog geen advieswaarden voor de gezondheid.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 104
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Methodiek In dit rapport worden verschillende methodieken gebruikt om gegevens weer te geven of te genereren. In deze bijlage worden deze methodieken toegelicht.
Emissie-inventaris De emissie-inventaris inventariseert de uitstoot van de luchtverontreinigende stoffen van alle bronnen en ondersteunt zo het luchtbeleid Om de luchtkwaliteit te verbeteren, moet je de bronnen kennen. De emissie-inventaris inventariseert de Vlaamse uitstoot en duidt het aandeel van de sectoren aan. Zo kan men het beleid evalueren en, waar nodig, aanscherpen: men kan restricties opleggen aan bronnen door de wetgeving aan te passen en/of vergunningen te verlenen of te wijzigen. Integrale milieuverslagen vormen de basis van de emissie-inventaris industrie De bedrijven uit de industrie- en energiesector zijn jaarlijks verplicht om hun emissiegegevens te verstrekken. Voor (kleinere) bedrijven die onder bepaalde drempelwaarden uitstoten, gebeuren collectieve bijschattingen. Daarnaast inventariseert de VMM ook maatschappelijke en andere industriële activiteiten. Dit zijn voornamelijk de gebouwenverwarming van de huishoudens en de tertiaire sector, het verkeer, de offroad activiteiten, de land- en tuinbouw, de natuur en het landgebruik. De emissie-inventaris voert zelf geen emissiemetingen uit De emissies van de verschillende sectoren worden berekend en ingeschat onder meer op basis van statistische gegevens en emissiefactoren uit de wetenschappelijke literatuur en door gebruik te maken van modellen. Bij de opmaak van de emissie-inventaris is het belangrijk om niet alleen de grootte, de ligging en de aard van elke emissiebron te kennen, maar ook de juiste oorzaak van de emissies. Luchtvervuiling is het resultaat van primaire en secundaire emissies De primaire emissies zijn stoffen die rechtstreeks worden uitgestoten. Door chemische of fysische reacties kunnen vervuilende stoffen die eerder in de atmosfeer terecht kwamen, tot nieuwe vervuiling leiden. Dit is de zogenaamde secundaire emissie. Deze fractie zit niet volledig vervat in de emissie-inventaris maar wordt wel volledig gemeten in de omgevingslucht.
Pollutierozen Pollutierozen tonen per windrichting het gemiddelde van de gemeten concentraties volgens de op dat moment heersende windrichting. Potentiële vervuilende bronnen kunnen op die manier geïdentificeerd worden. Wanneer bijvoorbeeld uit een bepaalde windrichting steeds lucht met hogere concentraties wordt aangevoerd omdat daar een bron aanwezig is, zal de gemiddelde waarde hoger zijn in dit segment van de pollutieroos en ‘wijst’ de pollutieroos als het ware de richting van de bron aan door de langere balk. Bij aanvoer van lucht met lage concentraties zal de balk van de pollutieroos korter zijn. Hoe de pollutieroos er uiteindelijk uitziet, hangt niet alleen af van de concentraties maar ook van de windrichting. Als in de beschouwde periode weinig tot geen wind was uit een bepaalde richting, kan dit een bron maskeren.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
105
Wanneer de pollutierozen vrij rond zijn van vorm, wijst dit op een dominante invloed van de achtergrondconcentraties. Uit dergelijke pollutierozen zijn moeilijk de lokale invloeden af te leiden.
ATMO-Street model De VMM meet op heel wat plaatsen de luchtkwaliteit. Op plaatsen zonder metingen gebruikt de VMM modellen die de luchtkwaliteit inschatten. Het model ATMO-Street wordt ingezet voor stoffen met een belangrijke impact op de gezondheid namelijk stikstofdioxide, zwarte koolstof (roet) en fijn stof. ATMO-Street is de naam voor de modelketen RIO-IFDM-OSPM. — — —
RIO: via een ruimtelijk interpolatiemodel wordt de luchtkwaliteit in heel Vlaanderen ingeschat op basis van de luchtkwaliteitsmetingen. IFDM: berekent de lokale luchtkwaliteit op basis van meteorologische gegevens en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. OSPM: berekent de impact van het streetcanyon-effect.
RIO gebruikt meetresultaten en schat daarmee de luchtkwaliteit in heel Vlaanderen op een 'slimme' manier. Slim, omdat RIO ook informatie over landgebruik mee in rekening neemt. Dat is nodig want er bestaat een relatie tussen luchtkwaliteit en landgebruik. Zo is er meer luchtvervuiling in gebieden met veel bewoning en verkeer (zoals steden), dan op plaatsen in bosrijke zones. RIO maakt een inschatting van de 'achtergrondconcentraties' voor gebieden met een oppervlakte van 4x4 km². Binnen zo’n roostercel van 4x4 km² kan RIO geen onderscheid maken tussen bijvoorbeeld kleinere bosgebieden en meer verstedelijkte gebieden of plaatsen met veel verkeer, we krijgen 1 waarde per roostercel. Daarom combineren we dit met het IFDM-model. IFDM berekent de impact van de uitstoot van punt- en lijnbronnen op de luchtkwaliteit in de onmiddellijke omgeving van die puntbronnen (bv. een fabrieksschouw) of lijnbronnen (bv. uitstoot van het verkeer op een weg of een deel van een weg). Het IFDM-model gebruikt ook meteorologische gegevens. Zo beïnvloeden de windsnelheid en windrichting de verspreiding van de luchtvervuiling. Ook de temperatuur heeft een effect op de snelheid waarmee stoffen chemisch veranderen in de atmosfeer, zoals dit het geval is bij stikstofdioxide en ozon. IFDM-berekeningen gebeuren voor meer dan 600.000 punten in gans België. De meeste punten bevinden zich langs wegen en in de buurt van industrie. Via een verdere bewerking (interpolatie)krijgen we een gedetailleerde concentratiekaart met een hogere resolutie van bv. 10 x 10 m² voor visualisatie. Het IFDM dispersiemodel is echter een 'open street' model en houdt geen rekening met obstakels zoals bomen, geluidsschermen, gesloten huizenrijen... Hierdoor onderschat RIO-IFDM de concentraties in street canyons. In deze smalle straten is de natuurlijke ventilatie beperkt waardoor de luchtvervuiling zich opstapelt. Het OSPM-model komt hieraan tegemoet. Dit model gebruikt zeer gedetailleerde informatie over de straatconfiguratie. Deze berekening wordt toegepast voor alle straten die als street canyon worden beschouwd. Zo kunnen we de slechtere verdunning van de luchtvervuiling in deze straten in rekening brengen en krijgen we een juister beeld van de luchtkwaliteit tot op straatniveau. De ATMO-Streetkaarten zijn wetenschappelijk het meest onderbouwd en zijn de best beschikbare kaarten om de lokale luchtkwaliteit in te schatten. De controle gebeurde – zoals bij al onze modellen – door te vergelijken met echte metingen en toonde aan dat de modelketen beter presteert door de toevoeging van het OSPM-model.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 106
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
Ondanks de best beschikbare inschatting op straatniveau, heeft het ATMO-Street model ook enkele beperkingen: − Met tijdelijke verkeerssituaties (bv. omleidingen of files) wordt geen rekening gehouden. − De impact van nieuwe verkeerssituaties (nieuwe wegen, mobiliteitsplannen in uitvoering,...) zijn niet onmiddellijk zichtbaar omdat er gewerkt wordt met emissiedata van het jaar ervoor. − Het herhaaldelijk opwaaien van stof door het verkeer en het effect van de aanwezigheid van groen (zoals bomen in een straat) worden niet in rekening gebracht. − De lokale vervuiling die veroorzaakt wordt door onder andere houtkachels, open haarden en grote veeteeltbedrijven is niet zichtbaar op de kaarten. De vervuiling van deze bronnen wordt wel mee opgenomen in de ‘achtergrondconcentratie’ (met een lagere ruimtelijke resolutie van 4x4 km²).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2018
107
Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst www.vmm.be