Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/251
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/251
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 22 april 2021 diende xxx een verzoek in bij OVAM om een afschrift te verkrijgen van: - Alle interne mails (incl. bijlagen) binnen uw organisatie die werden verstuurd/ontvangen n.a.v. de ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties, te weten de vaststelling van Chroom 6 in ijzerslib van WPC De Blankaart en de vaststelling van perfluoriden in compost van EcoWerf en IOK; - Alle externe mails (incl. bijlagen) met derden (andere overheidsinstanties, erkende labo’s,… e.d.m.) die werden verstuurd/ontvangen n.a.v. deze ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties, te weten de vaststelling van Chroom 6 in ijzerslib van WPC De Blankaart en de vaststelling van perfluoriden in compost van EcoWerf en IOK; - Alle staalnamerapporten, analyseresultaten of verslagen van enigerlei aard die werden opgemaakt n.a.v. deze ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties. - Alle interne mails (incl. bijlagen) binnen uw organisatie die werden verstuurd/ontvangen n.a.v. de ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties, te weten de vaststelling van Chroom 6 in ijzerslib van WPC De Blankaart en de vaststelling van perfluoriden in compost van EcoWerf en IOK; - Alle externe mails (incl. bijlagen) met derden (andere overheidsinstanties, erkende labo’s,… e.d.m.) die werden verstuurd/ontvangen n.a.v. deze ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties, te weten de vaststelling van Chroom 6 in ijzerslib van WPC De Blankaart en de vaststelling van perfluoriden in compost van EcoWerf en IOK; - Alle staalnamerapporten, analyseresultaten of verslagen van enigerlei aard die werden opgemaakt n.a.v. deze ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties.
www.vlaanderen.be
Op 12 mei 2021 weigerde OVAM gedeeltelijk een afschrift van de gevraagde documenten. Op 11 juni 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze beslissing d.d. 12 mei 2021. Dit beroep werd geregistreerd op 14 juni 2021. Op 13 juli 2021 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet de beroepstermijn van dertig kalenderdagen verlengd tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Op 22 april 2021 diende xxx een openbaarheidsverzoek in bij OVAM. OVAM heeft dit openbaarheidsverzoek beantwoord op 12 mei 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Op 11 juni 2021 diende xxx beroep in tegen de voormelde gedeeltelijke weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
OVAM deelde mee gedeeltelijk te kunnen ingaan op het verzoek van xxx. Als bijlage werden hem documenten betreffende de analyseresultaten en externe mails tussen de OVAM en producenten en vergisters over slibs en lijmvlees die in haar bezit zijn bezorgd. Voor de overige correspondentie wordt het verzoek afgewezen op grond van artikel II.36, §1, 8° van het Bestuursdecreet. De bestuursdocumenten waarvan een afschrift wordt gevraagd, maken mee het voorwerp uit van een burgerlijk of administratief rechtsgeding, waarvan de rechtspleging en het recht op een eerlijk proces niet in het gedrang mag komen. Op dit moment lopen verschillende rechtsgedingen bij burgerlijke en administratieve rechtbanken tussen xxx en de OVAM rond vaststellingen van Chroom 6 in ijzerslib en perfluoriden. De toegang tot bestuursdocumenten kan er niet toe leiden dat de inhoud van de interne en externe correspondentie die als dermate gevoelig beschouwd wordt in de lopende procedure(s) kan aangewend worden door hier een bepaalde interpretatie aan te geven, zo stelt OVAM. Om het recht op een eerlijk proces te vrijwaren, weigert men de openbaarmaking van de interne en externe communicatie naar aanleiding van de ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/251
pagina 2 van 7
OVAM wijst het verzoek tot het verkrijgen van overige interne en externe correspondentie tevens af op grond van artikel II.36, §1, 9° van het Bestuursdecreet. De bestuursdocumenten waar de verzoeker een afschrift van wenst, vallen onder de vertrouwelijkheid van het handelen van een overheidsinstantie. De geheimhouding hiervan is noodzakelijk voor de uitoefening van de administratieve handhaving, zijnde intern en extern overleg dat nuttig/noodzakelijk was/is voor een verder effectief en efficiënt overheidsoptreden.
2. Inhoud van het beroepschrift De beroeper stelt dat bij zijn cliënt tijdens een bestuurlijk optreden van de afdeling Handhaving chroom 6 teruggevonden werd in ijzerslib op de exploitatie van de beroepende partij. Het ijzerslib zou echter toekomen bij het bedrijf als grondstof om het te verwerken tot een eindproduct. De beroepende partij heeft echter geen weet van ondernomen acties tegen de leveranciers van deze grondstoffen. Enkel de bedrijfsvoering van de beroepende partij zou stilgelegd zijn, ofschoon de afdeling Handhaving en OVAM ook over gegevens beschikt van de leveranciers van de grondstoffen, aldus de beroeper. De beroepende partij heeft ook geen weet van maatregelen t.a.v. andere installaties die deze grondstoffen zouden ontvangen. Nochtans zou de beroepende partij ook informatie bezorgd hebben over o.a. perfluoriden die werd aangetroffen in compost van Ecowerf te Leuven en IOK te Merksplas, Vosselaar en Beerse. De beroeper spreek van ongelijke behandeling. Zij heeft daarom op 5 april 2021 de afdeling Handhaving van het departement Omgeving en OVAM in gebreke gesteld. OVAM zou selectief enkel een aantal mails tussen OVAM en een aantal producenten en vergisters bezorgd hebben aangaande slibs en lijmvlees en analyseresultaten met betrekking tot ijzerslib. Voor het overige zou de aanvraag geweigerd zijn. De beroeper gaat niet akkoord met de ingeroepen uitzonderingsgrond van de administratieve handhaving en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen in een burgerlijk of administratief rechtsgeding. De betreffende informatie heeft volgens de beroeper geen rechtstreeks verband met het rechtsgeding tussen de beroepende partij en de OVAM of met de situatie van de beroepende partij. De beroeper wenst te kunnen nagaan of de overheid gelijkaardige situaties al dan niet gelijkaardig behandelt. Volgens de beroeper ontbreekt er ook een noodzakelijke concrete belangenafweging met het algemene publieke belang waarbij het belang van de volksgezondheid en het milieu onderstreept wordt.
3. Toelichting door OVAM Op 16 juni 2021 contacteerde de beroepsinstantie OVAM voor toelichting bij de gedeeltelijke weigeringsbeslissing. OVAM deelt op 22 juni 2021 mee aan de beroepsinstantie dat ze verwijst naar haar bestreden beslissing van 12 mei 2021. Een afschrift van de geweigerde documenten wordt aan de beroepsinstantie overgemaakt.
4. Standpunt van de beroepsinstantie Ten aanzien van xxx werden o.m. veiligheidsmaatregelen uitgevaardigd op grond van het Milieuhandhavingsdecreet (DABM) uit vrees voor schade aan mens en milieu ten gevolge van activiteiten die er plaatsvinden. xxx diende ten gevolge daarvan onmiddellijk haar exploitatie stil te leggen. De beroeper verwijt de afdeling Handhaving een onrechtmatig en een disproportioneel optreden.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/251
pagina 3 van 7
Daarom volgde er een ingebrekestelling van het Vlaamse Gewest (waarbij de afdeling Handhaving, OVAM en Vlaco geviseerd worden). Er volgde een dagvaarding waarin de beroeper het opleggen van een schadevergoeding voor omzetverlies als gevolg van de veiligheids- en bestuurlijke maatregelen vordert alsook de aanstelling van een gerechtsdeskundige voor het begroten van de geleden financiële schade. De beroeper verwijt het Vlaamse Gewest klaarblijkelijk geen maatregelen te nemen ten aanzien van andere installaties waarlangs de vermelde stromen waarin verontreiniging gevonden werd zouden gepasseerd zijn. Er zou volgens de beroeper aldus met twee maten en gewichten gewerkt worden. Volgens de beroeper zou de afdeling Handhaving in gelijkaardige gevallen consequent moeten optreden ofwel zou er geen sprake zijn van een gevaar voor leefmilieu en dan zou er ook niet handhavend moeten worden opgetreden tegen de beroeper. Er wordt de afdeling Handhaving verweten dat ze zich niet zouden focussen op andere bedrijven of instanties (in het bijzonder IOK, Ecowerf en WPC De Blankaart) waarvan ze weet dat daar dezelfde stromen passeerden, te controleren en om aan hen gelijkaardige maatregelen op te leggen naar de inputstromen, materialen in de vergisters en eindproducten toe. Tussen OVAM, de afdeling Handhaving van het departement Omgeving en de beroeper lopen er momenteel bestuurlijke en jurisdictionele procedures ten gronde. Er werden o.m. reeds uitspraken geveld in het kader van een UDN-procedure bij de Raad van State en in het kader van een kortgedingprocedure bij de burgerlijke rechtbank. Ook is de bestuurlijke handhavingsprocedure tegen de beroeper nog steeds niet afgerond. Overzicht van de procedures die momenteel lopen bij xxx: • veiligheidsmaatregel (onmiddellijke ingang op 02/03/2021), nog integraal van toepassing: O afvalstoffen die niet voldoen aan de samenstellingsvoorwaarden van bijlage 2.3.1 van VLAREMA en de daaruit voortvloeiende inhoud van de vergisters en eindproducten afvoeren en laten verwerken als een categorie 1 dierlijk bijproduct O afvoer moet gestaafd worden aan de hand van de nodige afvoer- en verwerkingsattesten. Elke vracht moet vervoerd worden door een hiervoor geregistreerd vervoerder in opdracht van een hiervoor geregistreerde inzamelaar, handelaar en makelaar O de verwerker van de afvalstoffen moet geregistreerd zijn en erkend voor de verwerking van dergelijke afvalstoffen. De afvoer van elke vracht moet minstens 5 dagen op voorhand worden gemeld aan de afdeling Handhaving met vermelding van het tijdstip van transport en de ontvanger •Lopende procedures: O kortgedingprocedure in hoger beroep: Arrest Hof van Beroep Antwerpen 14/06/2021: hoger beroep is ongegrond O burgerlijke procedure ten gronde: onbepaald uitgesteld O vernietigingsprocedure Raad van State tegen de veiligheidsmaatregel: is aan de afdeling Handhaving betekend op 14/06/2021, binnen een termijn van 60 dagen moet er een memorie van antwoord en het volledige administratieve dossier aan de Raad van State worden verzonden. OVAM bezorgde aan de beroepsinstantie een reeks mails die kaderen binnen deze procedures tegen de beroeper. Het voorwerp van deze mails met bijlages is zeer divers. Het betreft mailverkeer met de afdeling Handhaving van het departement Omgeving over de aanpak van de slib-problematiek, mailverkeer met Renewi, besprekingen van een persdossier, besprekingen van deadlines voor analyses van slib afkomstig van verscheidene locaties, besprekingen over mogelijke drinkwaterproblemen ten gevolge van tijdelijke maatregelen, besprekingen van analyses bij IOK en Ecowerf, mails over uit te werken normeringen en richtwaardes voor bepaalde verontreinigende stoffen, voorbereidingen van uit te werken communicatie
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/251
pagina 4 van 7
over verontreiniging in slibs naar de buitenwereld en interne besprekingen over het informeren van de vergistingssector. Het Bestuursdecreet maakt voor wat betreft de uitzonderingsgronden een onderscheid tussen enerzijds bestuursdocumenten die milieu-informatie bevatten en anderzijds bestuursdocumenten die geen milieuinformatie bevatten. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieuinformatie moet verstaan worden. In casu houden de betreffende bestuursdocumenten verband met de mogelijke verontreiniging van inputstromen en met informatie over verontreiniging hoofdzakelijk (met chrloor6, perfluoriden) in o.m. ijzerslib en compost en bijgevolg is er sprake van milieu-informatie. Vooreerst dient opgemerkt te worden dat het verzoek tot openbaarmaking uitdrukkelijk betrekking heeft op bestuursdocumenten “naar aanleiding van de ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties”. Deze ingebrekestelling dateert van 5 april 2021. Daarom worden de bestuursdocumenten die dateren van voor deze ingebrekestelling hier buiten beschouwing gelaten. Vervolgens dient er gewezen te worden op artikel II.36 8° van het Bestuursdecreet, dat betrekking heeft op bestuursdocumenten die milieu-informatie bevatten, en op grond waarvan een aanvraag tot openbaarmaking afgewezen worden als de overheidsinstantie van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Het gaat om een relatieve uitzonderingsgrond. Hierbij moet eerst onderzocht worden of de openbaarmaking het beschermde belang schaadt. Als er belangenschade is, moet vervolgens het te beschermen belang worden afgewogen tegen het belang van de openbaarheid. De openbaarheid mag dan enkel worden bevolen als daarmee een hoger belang wordt gediend dat zwaarder weegt dan het door de uitzonderingsgrond beschermde belang. De uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is immers het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. De bestaansreden van voormelde uitzonderingsgrond ligt vooral bij het verhinderen dat de openbaarheid van bestuur, waaraan één partij onderworpen is, afbreuk zou doen aan de wapengelijkheid. Zonder deze uitzonderingsgrond zou één partij op grond van de openbaarheid van bestuur kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen overheidsinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Deze uitzonderingsgrond is een correctief op de openbaarheid om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen overheidsinstantie) wordt uitgespeeld. De bedoelde uitzonderingsgrond mag evenwel niet op een abstracte manier worden ingeroepen zodat concreet moet worden aangetoond dat het gevraagde bestuursdocument verband houdt met een bestaand rechtsgeding en tegen een overheidsinstantie kan worden aangewend. In casu staat het onherroepelijk vast dat de beroeper de bestuursdocumenten die worden opgevraagd waar het hem nuttig lijkt deze wil inroepen in de lopende gerechtelijke procedures om zijn stelling kracht bij te zetten dat het Vlaamse Gewest met twee maten en gewichten zou werken. De beroeper voelt zich te hard aangepakt en stelt luidop de vraag waarom andere instanties niet eveneens aan eenzelfde strenge controle onderworpen werden en welke handhavende initiatieven er tegen hen werden genomen. Daarom wordt als het ware de openbaarmaking gevraagd die een beeld moet werpen op de gehele interne afwikkeling van de betreffende mestfraudedossiers. Van OVAM kan niet verwacht worden op deze manier informatie ter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/251
pagina 5 van 7
beschikking te moeten stellen die vervolgens mogelijks tegen haar zal worden uitgespeeld wegens het uitdrukkelijke standpunt van de beroeper van een beweerd gebrek aan voldoende handhavend optreden ten opzichte van andere entiteiten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het gegeven dat de beroeper en de bestuursinstantie momenteel op een zeer gespannen voet staan ten opzichte van elkaar, gelet op de veelheid aan procedures die er momenteel lopen. De beroepsinstantie stelt vast dat hoofdzakelijk de mails met interne correspondentie over de aanpak van de xxx-dossiers niet openbaar gemaakt worden. Het betreft zowel mailverkeer intern binnen OVAM als mailverkeer met o.a. de Afdeling Handhaving van het departement Omgeving, Vlaco en met het kabinet van de bevoegde minister. Hierbij kan er op gewezen worden dat het tot de eigen beoordelingsvrijheid van het Vlaamse Gewest behoort om uit te maken ten aanzien van welke exploitanten zij welke daden van opsporing of vervolging instelt en welke gevolgtrekkingen zij maakt uit bepaalde informatie die haar bekend is. Op grond van artikel II.36, § 1, 9° van het Bestuursdecreet kan een openbaarheidsverzoek afgewezen worden wanneer het belang van de openbaarheid van de milieu-informatie niet opweegt tegen het belang van het vertrouwelijke karakter van de handelingen van een overheidsinstantie, als die vertrouwelijkheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de administratieve handhaving. Het is niet wenselijk dat OVAM die bestuursdocumenten zou dienen openbaar te maken waaruit de strategie kan blijken waarom er beslist worden om wel of niet handhavend op te treden ten opzichte van de instellingen waarnaar de beroeper verwijst (IOK, WPC De Blankaart en Ecowerf) en waartegen volgens de beroeper handhavend dient opgetreden te worden of waarvan de beroeper vermoedt dat er tegen deze instellingen onvoldoende wordt ondernomen op het vlak van handhaving. Het behoort tot de beoordelingsvrijheid en de expertise van OVAM (en de afdeling Handhaving) om op basis van de haar beschikbare gegevens uit te maken of verdere initiatieven noodzakelijk zijn tegen deze entiteiten die door de beroeper worden geviseerd, zonder dat daar enige vorm van verantwoording over dient afgelegd te worden ten opzichte van de beroeper ten opzichte van wie er reeds handhavend werd opgetreden. Het feit dat er tegen xxx voldoende aanwijzingen voorhanden bleken te zijn om tegen hen maatregelen te nemen leidt er niet toe dat de afdeling Handhaving en OVAM extern verantwoording dienen af te leggen over interne besprekingen met betrekking tot het al dan niet handhavend optreden tegen de andere door de beroeper geviseerde instanties en om bijgevolg daaromtrent de intern gevoerde correspondentie, staalnamerapporten, analyseresultaten of verslagen van enigerlei aard te moeten vrijgeven. Bovendien zou bij een openbaarmaking het verloop van de eventuele opsporing en/of vervolging met betrekking tot o.m. IOK, WPC De Blankaart en Ecowerf, indien daarvan sprake zou zijn, ernstig gehypothekeerd worden wanneer externen die zich nadelig behandeld achten zich ook inmengen in deze onderzoeksactiviteiten. Om deze redenen wordt het beroep als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 11 juni 2021 tegen de gedeeltelijke inwilliging van het openbaarheidsverzoek door OVAM op 12 mei 2021 wordt als ontvankelijk en ongegrond beschouwd. Brussel, 15 juli 2021
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/251
pagina 6 van 7
Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/251
pagina 7 van 7