Skip to main content

dossier 2020-179.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/179

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/179

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande feiten Op 3 juni 2020 diende xxx bij het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering een verzoek in tot het verkrijgen van een afschrift van de volgende documenten:

- Alle bestuursdocumenten waarover het kabinet beschikt waardoor het in zijn functie als Minister-president van Vlaanderen gerechtvaardigd was om op 11 december 2019 tijdens een diner, op een ontmoetingsplek die staat voor de verbinding met Vlaanderen en de rest van de wereld, ter staving van zijn visie inzake de uitbetaling van kindergeld met terugwerkende kracht, te spreken over een concrete casus van asielzoekers die met achterstallig kindergeld een huis konden kopen. - Alle bestuursdocumenten waarover de Minister-president beschikt waardoor de Minister-president tot de conclusie kon komen dat het op 23 januari 2020 door mij geleverd postadres geen geldig postadres is voor het stellen van een vraag openbaarheid waarin werd gevraagd naar de bestuursdocumenten waarin het in uw functie als Minister-president van Vlaanderen gerechtvaardigd was om op 11 december 2019 tijdens een diner, op een ontmoetingsplek die staat voor de verbinding met Vlaanderen en de rest van de wereld, ter staving van uw visie inzake de uitbetaling van kindergeld met terugwerkende kracht, te spreken over een concrete casus van asielzoekers die met achterstallig kindergeld een huis konden kopen. Op 22 juni 2020 antwoordde het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering aan verzoeker dat het zijn vraag niet kon inwilligen, omdat het onbestaande documenten betreft. Op 26 juni 2020 diende verzoeker hiertegen beroep in bij de beroepsinstantie. Het beroepschrift werd geregistreerd op 26 juni 2020.

www.vlaanderen.be


Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek van xxx dateert van 3 juni 2020. De weigeringsbeslissing van het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering dateert van 22 juni 2020. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 26 juni 2020 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van ÊÊn of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

De bestreden beslissing d.d. 22 juni 2020 stelt dat de gevraagde documenten niet kunnen bezorgd worden omdat het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering niet in het bezit is van de gevraagde documenten. Het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering stelt dus dat verzoeker om een afschrift vroeg van niet-bestaande bestuursdocumenten.

2. Inhoud van het beroepschrift Beroeper neemt hiermee geen genoegen en stelt in zijn beroepschrift het volgende : Betreffende het eerste onderdeel stelt verzoeker dat hij betwijfelt dat de Minister-president niet over stukken beschikt. De Minister-president haalde op 11 december 2019 het voorbeeld aan van asielzoekers die een woning kopen met achterstallig kindergeld ter illustratie van zijn visie als Minister-president. Aangezien het voorbeeld dermate sprekend was, kan enkel aangenomen worden dat de Minister-president vanuit het voorzichtigheidsbeginsel dit sprekend voorbeeld enkel weloverwogen aanhaalde omdat hij over de motivatie beschikte dat dit voorbeeld waarheidsgetrouw was. Betreffende het tweede onderdeel stelt verzoeker dat het antwoord van de Minister-president zou betekenen dat de Minister-president in zijn antwoord van 23 februari en opnieuw op 16 juni 2020 zonder enige bewijskrachtige motivatie de rechtsgeldigheid van een door een burger geleverd adres in twijfel trok en op grond daarvan vervolgens ook weigerde de vraag van 23 februari 2020 te beantwoorden. Verzoeker

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/179

pagina 2 van 3


kan moeilijk aannemen dat het oordelen over de rechtsgeldigheid van een postadres door de Ministerpresident kan zonder te beschikken over bestuursdocumenten ter staving van zijn beslissing.

3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft, om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen, het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering om nadere toelichting verzocht betreffende dit beroep. Hieruit is gebleken dat men bij het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering niet in het bezit is van de gevraagde documenten, daar deze onbestaand zijn. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel vastgesteld dat het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering niet in het bezit is van de gevraagde documenten en ook geen enkele weet heeft van het bestaan van dergelijke documenten. Er kan bijgevolg dan ook geen afschrift ervan worden verleend. Het ingestelde beroep wordt dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 26 juni 2020 tegen de weigeringsbeslissing van het kabinet van de Vlaamse Minister-president van de Vlaamse Regering d.d. 22 juni 2020 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 24 juli 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/179

pagina 3 van 3


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-179.pdf by Vlaanderen-be - Issuu