Skip to main content

Nationale_strategie_duurzame_ontwikkeling.pdf

Page 1

NATIONALE STRATEGIE DUURZAME ONTWIKKELING INTERMINISTERIËLE CONFERENTIE DUURZAME ONTWIKKELING


2


INHOUD A. KADERTEKST

4

1. INLEIDING & CONTEXT

5

2. DE GEZAMENLIJKE VISIE VOOR DUURZAME ONTWIKKELING

6

2.1. Mensen – Armoede in al haar vormen uitroeien en sociale cohesie en menselijke ontwikkeling bevorderen 6 2.2. Planeet – Het natuurlijk kapitaal beschermen, behouden en verbeteren 7 2.3. Welvaart – Een economie bevorderen die een hoog welzijnsniveau voor iedereen verzekert 8 2.4. Vrede – Via een slagkrachtige overheid de kansen op een vredevolle duurzame ontwikkeling bevorderen 9 2.5. Partnerschap – Engagement en responsabilisering van alle actoren 10 3. VAN VISIE NAAR ACTIE 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.

11

Bewustmaking rond de duurzameontwikkelingsdoelstellingen Voortgang, opvolging & evaluatie van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen Duurzame overheidsopdrachten Duurzaam wonen en bouwen Duurzame voeding Instrumenten voor duurzame ontwikkeling

B. BIJLAGES

11 12 13 14 14 15 16

1. Federale strategie duurzame ontwikkeling 2. Visie 2050 - een langetermijnstrategie voor Vlaanderen 3. 2e Waalse strategie voor duurzame ontwikkeling 4. Gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofstedelijk Gewest 5. Duurzame ontwikkeling binnen het regionaal ontwikkelingsconcept van de Duitstalige Gemeenschap

3

17 19 21 23 25


A. KADERTEKST

4


1. INLEIDING & CONTEXT 2015

was

een

cruciaal

jaar

voor

duurzame

voor kwetsbare groepen. Tezelfdertijd wordt de

VN-conferenties (Financiering voor Ontwikkeling/

Dat is ook een universele agenda: een partnerschap

ontwikkeling. Via drie nauw met elkaar samenhangende Addis

Abeba;

2030

Agenda

voor

agenda in lijn gebracht met de VN-klimaatagenda.

Duurzame

met rechten en plichten voor alle landen waarbij ook

niet-statelijke actoren3 zoals kennisinstellingen, de

Ontwikkeling/New York; Klimaatconferentie/Parijs)

civiele maatschappij, de private sector en zelfs de

onderkennen de staatshoofden en regeringsleiders

individuele burger betrokken zijn.

de absolute noodzaak om tegen 2030 de transitie

naar een duurzaam maatschappijmodel te realiseren.

Ook België – via de premier als gemandateerd

vertegenwoordiger van het federale, gemeenschaps-

Zo vormde 2015 het eindpunt van een lang uitgesponnen

en

bij

uitstek

en gewestniveau – onderschreef mee de 2030 ADO.

participatief

Hiermee werd in de eerste plaats uitvoering gegeven

onderhandelingsproces dat ingezet werd ten tijde van

aan wat reeds sinds 2007 als streefdoel opgenomen

de Rio+20 VN-Conferentie. Tegelijk was 2015 ook

staat in de Grondwet: “Bij de uitoefening van hun

het beginpunt van een nieuw tijdperk waarin sociaal-

respectieve bevoegdheden streven de federale Staat,

economische ontwikkeling, armoedebestrijding en

de gemeenschappen en de gewesten de doelstellingen

milieubescherming meer dan ooit hand in hand gaan.

na van een duurzame ontwikkeling in haar sociale,

Zoals in het akkoord over Agenda 2030 staat: “Wij

economische en milieugebonden aspecten, rekening

kunnen de eerste generatie zijn die erin is geslaagd

houdend met de solidariteit tussen de generaties.”

een einde te maken aan armoede. Tegelijk zijn we

(artikel 7bis)

wellicht de laatste generatie die nog een kans heeft om de planeet te redden”. Transparante en efficiënt functionerende de

rechtsstaat,

instellingen,

duurzame

mensenrechten,

en

inclusieve

groei

en internationale solidariteit zullen daarvoor de belangrijkste instrumenten zijn.

De 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling1 (2030 ADO), opgebouwd rond de 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen development

goals

subdoelstellingen,

(SDG’s) werd

of

en

op

169 25

sustainable bijhorende september

2015 aangenomen door alle staatshoofden en

regeringsleiders. Het wordt ons2 kompas voor

de volgende 15 jaar. Het is een geïntegreerde,

allesomvattende en ambitieuze agenda, een unieke

fusie van de tot dan toe grotendeels afzonderlijke VNagenda’s inzake armoedebestrijding en duurzame

ontwikkeling. In het hart van deze agenda staat het principe ‘ om niemand achter te laten’, waarmee gewezen wordt op het feit dat de doelstellingen

moeten behaald worden in alle landen, zowel collectief als individueel, met bijzondere aandacht

1  UN General Assemby - Res. 70/1 - http://www.un.org/en/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/70/1 2  In dit document: we/ons: federale en deelstaatregeringen. 3  In dit document: actoren: de verschillende entiteiten van de maatschappelijke vijfhoek: burgers en verenigingen (middenveld); overheden; kennisinstellingen; bedrijven en banken.

5


Developed in collaboration with | TheGlobalGoals@trollback.com | +1.212.529.1010 For queries on usage, contact: dpicampaigns@un.org | Non official translation made by UNRIC Brussels (September 2015)

1. Beëindig armoede overal en in al haar vormen

2. Beëindig honger, bereik voedselzekerheid en verbeterde voeding en promoot duurzame landbouw 3. Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden 4. Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen 5. Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes 6. Verzeker toegang en duurzaam beheer van water en sanitatie voor iedereen 7. Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen 8. Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen 9. Bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering en stimuleer innovatie 10. Dring ongelijkheid in en tussen landen terug 11. Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam 12. Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen 13. Neem dringend actie om de klimaatverandering en haar impact te bestrijden* 14. Behoud en maak duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en maritieme hulpbronnen 15. Bescherm, herstel en bevorder het duurzaam gebruik van ecosystemen op het vaste land, beheer bossen en wouden duurzaam, bestrijd woestijnvorming, stop landdegradatie en draai het terug en roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe 16. Bevorder vreedzame en inclusieve samenlevingen met het oog op duurzame ontwikkeling, verzeker toegang tot justitie voor iedereen en bouw op alle niveaus doeltreffende, verantwoordelijke en toegankelijke instellingen uit 17. Versterk de implementatiemiddelen en revitaliseer het wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling

* We erkennen dat het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering het belangrijkste internationale, intergouvernementele forum is om het mondiale antwoord op de klimaatverandering te onderhandelen.

6


tot het internationale niveau, langs het gewestelijke,

Op de vooravond van de voorstelling door België

het gemeenschapsniveau, en het federale niveau.

van de vrijwillige nationale doorlichting (national

voluntary review- NVR) over de uitvoering van de

duurzameontwikkelingsdoelstellingen, herbevestigen

Deze nationale strategie heeft als doel een basis

zelf uit te voeren, gedragen door de respectieve

beleidslijnen voor duurzame ontwikkeling in België.

te scheppen voor een coherente aanpak van de

we onze verbintenis om de 2030 ADO ook in België

Deze strategie bestaat uit een overkoepelende

engagementen en initiatieven vanuit de betrokken

overheden . Eenvoudig wordt dit niet en verder doen

kadertekst en de strategische documenten van de

4

zoals we bezig zijn is geen optie. Tegelijkertijd is België

verschillende entiteiten.

– in vergelijking met vele andere landen – niet slecht

De strategische documenten zijn5 :

geplaatst om deze uitdaging aan te gaan. We kunnen

immers verderbouwen op een lange traditie van

•

engagement inzake duurzame ontwikkeling – zowel

van de federale staat als van de gemeenschappen

en gewesten. Duurzameontwikkelingsstrategieën of hun equivalenten zijn daarbij steeds als noodzakelijk

•

omwille

van

•

karakter. Ook de recent door de verschillende

•

duurzame ontwikkeling

•

erkende

instrumenten

van

hun

beschouwd.

meerwaarde

in

Onder

termen

meer

coherentieverzekering, transversaliteit en participatief

regeringen aangenomen langetermijnvisies inzake

vormen een erg nuttig

referentiekader en beleidsinstrument voor zowel overheid als middenveld.

22

februari

2016

de

in

2013

de

verschillende

beleidsniveaus,

De

het

.

Plan voor Duurzame Ontwikkeling

Duitstalige Gemeenschap: 2e Concept van Regionale Ontwikkeling

gezamenlijke

visie

(punt

a)

heeft

een

gemeenschappelijke basis met gedeelde elementen

bijzonder met het oog op de realisatie van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen

Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Gewestelijk

acties zullen uitvoeren (deel 3).

(NSDO). in

Ontwikkeling

waarvoor de overheden samen concrete

We willen daarmee de samenwerking versterken tussen

Wallonië: 2e Strategie Duurzame

b. een selectie van prioritaire thema’s

was logischerwijze de uitwerking van een Nationale Ontwikkeling

langetermijnstrategie voor Vlaanderen”

(deel 2);

2030 ADO in België. Eén van haar eerste opdrachten Duurzame

Vlaanderen: “Visie2050 – Een

toekomstige situatie voor België beschrijft

(IMCDO) om bij te dragen tot de uitvoering van de

voor

Plan Duurzame Ontwikkeling

a. een gezamenlijke visie die de gewenste

opgerichte

Interministeriële Conferentie Duurzame Ontwikkeling

Strategie

05/05/1997): Langetermijnvisie, Federaal

De kadertekst bestaat uit:

Tegen die achtergrond mandateerde het Overlegcomité op

Federaal: Federale Strategie (wet

uit de afzonderlijk vastgelegde langetermijnvisies

Blijvende

inzake duurzame ontwikkeling van de verschillende

resultaten zijn hier immers enkel mogelijk wanneer

Belgische overheden. Ze hangen nauw samen met de

we onze respectieve bevoegdheden overstijgen en

17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen ,

de zaken op een allesomvattende manier benaderen.

aangegeven bij elke paragraaf.

Tezelfdertijd kunnen we zo de kruisverbanden tussen de verschillende sectoren en doelen beter benutten.

zoals

We verzekeren hiermee eveneens een bredere opname

De thema’s die gepaard gaan met concrete acties

die we voeren voor duurzame ontwikkeling op de

document.

(punt b) worden beschreven in deel 3 van dit

van de aangegane verbintenissen en van de acties verschillende bestuursniveaus, gaande van het lokale

5  Federaal: Langetermijnvisie, Federaal Plan DO Vlaanderen: Visie2050 – Een langetermijnstrategie voor Vlaanderen Wallonië: 2e Strategie Duurzame Ontwikkeling Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling Duitstalige Gemeenschap: 2e Concept van Regionale Ontwikkeling

4  We spreken verder in de tekst over ‘de overheid’, ‘de overheden’, de regeringen als alle entiteiten samen: federaal, gewesten en gemeenschappen (federaal en deelstaten).

7


2. DE GEZAMENLIJKE VISIE VOOR DUURZAME ONTWIKKELING. Wij bevestigen onze vastberadenheid om op lange

inbegrip van voldoende lichaamsbeweging (SDG’s

termijn en op een geïntegreerde manier de 17

1, 3).

duurzameontwikkelingsdoelstellingen na te streven. Wij zijn ervan overtuigd dat die doelstellingen een

Iedere persoon in België zal kunnen voorzien in alle

verdere geïntegreerde en transversale aanpak nodig

leven, in het bijzonder op het vlak van voeding,

grote onderlinge samenhang vertonen en dat een

behoeften die inherent zijn aan een menswaardig

is om uiteindelijk tot een duurzame ontwikkeling

huisvesting, mobiliteit, energie, gezondheidszorg

te komen. Wij erkennen tegelijk dat het bereiken

en onderwijs en zal van een volwaardige sociale

van die doelstellingen de actieve deelname vereist

bescherming genieten (SDG’s 1, 2, 3, 4, 7, 11).

van alle actoren in de maatschappij: nationale en subnationale overheden en regeringen, de individuele

We zullen streven naar volledige tewerkstelling

private sector en, in het bijzonder, partnerschappen

iedere werknemer. Daarbij zullen extra inspanningen

burger en het middenveld, de kennisinstellingen, de

en het doel van waardig werk zal bereikt zijn voor

tussen verschillende of alle van deze actoren. Het

geleverd worden om eerst en effectief de meest

principe om niemand achter te laten indachtig,

kwetsbare leden van de samenleving te bereiken. Door

geven wij ook bijzondere aandacht aan kwetsbare

in te zetten op een activerend arbeidsmarktbeleid

groepen, in het bijzonder aan het integreren

zal de arbeidsmarktpositie gevoelig verbeteren voor

van de genderdimensie bij de uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen

jongeren, langdurig werkzoekenden, 55-plussers

en houden

en personen met een migratieachtergrond. De

rekening met de ongelijkheden tussen mannen en

doelstelling is het streven naar een evenredige

vrouwen, zowel binnen de sociale als de economische

arbeidsdeelname van alle bevolkingsgroepen op de

en ecologische pijler van duurzame ontwikkeling. Om de

arbeidsmarkt (SDG‘s 2, 3, 4, 8, 10, 11).

duurzameontwikkelingsdoelstellingen te

bereiken zetten we in op een transformatieve aanpak.

Ledereen zal voldoende kansen krijgen tot continue

We

iedereen beschikken over de vaardigheden, attitudes

2030 en

baseren

ons

op

partnershap)

en

ADO

(mensen,

de

onderdelen

planeet, op

de

duurzameontwikkelingsdoelstellingen formuleren van deze toekomstvisie.

van

welvaart,

zelfontplooiing via onder meer onderwijs. Zo kan

de

vrede

en kennis die noodzakelijk zijn om persoonlijke en

verschillende voor

professionele doelstellingen te verwezenlijken en om

het

deel te nemen aan de samenleving. Deze samenleving kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie. Ieder

vindt er zijn plaats, mede op basis van de eigen

2.1. Mensen – Armoede in al haar vormen uitroeien en sociale cohesie en menselijke ontwikkeling bevorderen

talenten en competenties. De universele toegang tot kwaliteitsvol onderwijs op alle niveaus, met een

voldoende uitgebreid en divers aanbod, afgestemd op de actuele en toekomstige ontwikkelingen van de

Zowel op nationaal als op internationaal vlak zal

samenleving, vormt een essentiële voorwaarde voor

elke vorm van armoede uitgeroeid worden. De gezondheidstoestand

van

onze

bevolking

duurzame ontwikkeling (SDG’s 4, 8, 10, 11).

zal

continu verbeteren en iedereen zal het hoogst

Ook de toegang tot cultuur zal voor iedereen

zal het gezondheidszorgsysteem toegankelijke,

van de samenleving richting duurzame ontwikkeling,

mogelijke gezondheidsniveau bereiken. Daarvoor

gegarandeerd zijn. Dit zal bijdragen aan de evolutie

betaalbare en kwaliteitsvolle zorg aanbieden, ook

onder meer door via de diverse media de burgers

op het vlak van de geestelijke gezondheid. Dat

bewust te maken van de uitdagingen waarvoor

zorgsysteem dient gericht te zijn op preventie,

de samenleving zich geplaatst ziet en door in een

onder andere door de bevordering van een gezond

context van universele mensenrechten culturele

leefmilieu en een gezonde levenshouding, met

diversiteit te bevorderen en die te erkennen als 8


gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid (SDG’s

te houden en te herstellen, het duurzaam gebruik

ervan te bevorderen6 en een rechtvaardige verdeling

4, 8, 11).

van voordelen uit de exploitatie van genetische

Op elk gebied van de menselijke ontwikkeling zullen

rijkdommen te waarborgen. De vervuiling van de

de ongelijkheden verminderen en elke directe of

zee wordt voorkomen en ronddrijvend afval wordt

indirecte vorm van discriminatie zal verdwenen zijn.

teruggedrongen. We versterken de veerkracht van de

Daarbij wordt aan iedereen gelijke kansen geboden,

ecosystemen en erkennen hun intrinsieke waarde. De

ongeacht hun sociale toestand, geslacht, seksuele geaardheid,

handicap

of

goederen en de diensten die de ecosystemen leveren,

gezondheidstoestand,

zullen hersteld, gevaloriseerd en omzichtig gebruikt

etnische afkomst of nationaliteit, ras of huidskleur,

worden. We willen de illegale handel in uitheemse

geloof of levensbeschouwing, woonplaats of leeftijd

diersoorten en de verspreiding van invasieve exoten tegengaan7 (SDG’s 14, 15).

(SDG’s 4, 10).

2.2. Planeet – Het natuurlijk kapitaal beschermen, behouden en verbeteren

Alle

De

hoeveelheid

verbruikte

niet-hernieuwbare

grondstoffen zal significant verminderd zijn, en dit

kunnen genieten van een kwaliteitsvol leefmilieu.

verbruik zal er pas zijn als er geen redelijkerwijs

Iedereen wordt ook gestimuleerd om zijn eigen

haalbaar alternatief voorhanden is. De hernieuwbare

aandeel in deze globale verantwoordelijkheid actief

grondstoffen

op te nemen (SDG’s 3, 12, 15).

zullen

geproduceerd

en

gebruikt

worden zonder de capaciteit van de toekomstige

generaties in het gedrang te brengen. Dit onder meer

De mondiale doelstelling om de stijging van de

door het veralgemenen van een circulaire economie-

gemiddelde temperatuur op aarde te beperken tot

model. We vermijden voedselverlies, stimuleren

ruim onder 2 °C boven het pre-industriële niveau inspanningen

van

tot energie, zullen duurzaam beheerd worden.

voor gezondheid en welzijn en elk individu zal

waarbij

gaande

inbegrip van de bestemming van die ruimte -

druk op het milieu en daarmee verbonden risico’s

gehaald,

rijkdommen,

grondstoffen, water, lucht, bodem en ruimte - met

De bevolking zal beschermd worden tegen negatieve

wordt

natuurlijke

korte keten en lokale afkomst van grondstoffen

worden

(SDG’s 9, 12).

geleverd om de temperatuurstijging tot 1,5 °C boven het pre-industriële niveau te beperken. Hiervoor

De

terugdringen,

vervuilende stoffen, zware metalen, nitraten, fosfaten

zullen we onze broeikasgasuitstoot zeer significant overeenkomstig

de

uitstoot

stikstofoxides,

Europese

doelstelling om deze met minstens 80 tot 95% terug

van

fijn

vervuilende

stof,

stoffen,

persistente

zoals

organische

en endocriene verstoorders, zal teruggedrongen

te dringen tegen 2050 in vergelijking met de in 1990

worden opdat de vervuiling van water, lucht en bodem

bereikte niveaus. We zullen een transitie doormaken

geen significant direct of indirect effect meer heeft op

naar een koolstofarme maatschappij. Tegelijkertijd

de gezondheid of het leefmilieu (SDG’s 3, 6, 12, 14).

zal ons land zich door het verbeteren van het

tegen klimaatverandering en het verminderen van

2.3. Welvaart – Een economie bevorderen die een hoog welzijnsniveau voor iedereen verzekert

voorbereiden om nu reeds het hoofd te bieden aan

Een performante en veerkrachtige economie waarin

de klimaatverandering bij ons en in de rest van de

rechten worden gerespecteerd is belangrijk om op

adaptatievermogen, het versterken van de weerstand de kwetsbaarheid voor klimaatverandering, ook

de ecologische grenzen, mensenrechten en sociale

de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen van

lange termijn een hoog welvaarts- en welzijnsniveau

wereld (SDG’s 7, 13).

voor iedereen te waarborgen.

Het percentage biodiversiteitsverlies in eigen land en op internationaal vlak zal gevoelig teruggedrongen

6  Dit inclusief duurzame handel in endogene en exogene soorten. 7  Conventie van de biodiversiteit

worden. We doen dit door de biodiversiteit in stand

9


Zoals vastgelegd is in de 2030 ADO, verbinden wij

productiepatronen moeten veranderen. De prijzen

inclusieve economie, die koolstofarm is en zo zuinig

levenscyclus zo goed mogelijk rekening houden met

ons ertoe samen te werken voor een rechtvaardige en

van goederen en diensten zullen tijdens hun hele

mogelijk omspringt met natuurlijke rijkdommen, die

de externe sociale en ecologische effecten die ze

de planetaire grenzen eerbiedigt en die tezelfdertijd

hebben. Diezelfde levenscyclus zal verlengd worden

alle leden, inclusief de meest kwetsbare, van de

door hogere kwaliteitseisen, hergebruik en totale

huidige en toekomstige generaties, welzijn en

recyclage. Verder wordt, waar mogelijk, de nodige

voorspoed brengt.

technologische en sociale innovatie en infrastructuur - bijvoorbeeld via digitalisering - ontwikkeld en

De economische ontwikkeling zal gebaseerd zijn

ingezet ten dienste van de vermelde doelstellingen.

op duurzame consumptie- en productiepatronen

Ten slotte gaat ook voldoende aandacht naar de

en hoge sociale en ecologische normen, in het

ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen, die

bijzonder:

•

de

voeding

zal

grotendeels

voor iedereen toegankelijk moeten zijn (SDG 7, 8, 12).

afkomstig

dat respect toont voor mens en milieu en zijn

2.4. Vrede – Via een slagkrachtige overheid de kansen op een vredevolle duurzame ontwikkeling bevorderen

economie terwijl het tegelijk is gebaseerd op

We zijn vastberaden om vreedzame, rechtvaardige

de voedselconsumptiewijzen zullen veranderd

zijn van angst en geweld. Er kan geen duurzame

zijn van korte ketens en geproduceerd worden

door een inclusief, eerlijk agrovoedingssysteem plaats inneemt binnen een gemondialiseerde het

principe

van

voedselsoevereiniteit.

en inclusieve maatschappijen op te bouwen, die vrij

Ook

ontwikkeling zijn zonder vrede en er kan ook geen

zijn: ze zullen gezonder en diverser zijn en de voedingswaarde zal hoog zijn (SDG’s 2, 3, 12) ;

•

voor

de

woningen

renovatiemethoden

zal

worden

met

gewerkt

bouwdie

vrede zijn zonder duurzame ontwikkeling.

of

een

België

minimale negatieve impact op het milieu en op de menselijke gezondheid hebben. Ze worden op

verantwoorde

wijze

door

de

participatieve

de

vervoersmiddelen

georganiseerd

vervoerswijzen

dat

en

het

worden

gebruik

collectief

van

zachte

ingaan

maximale

werkgelegenheid,

gekenmerkt

waardige

tegen

doelstellingen. We

11).

worden

gebeurt,

draagt

duurzameontwikkelingsdoelstellingen

wordt

voor de gebruikers zijn gemaximaliseerd (SDG’s 3,

zal

manier

bij

tot

zolang deze gekaderd zijn in de gemeenschappelijke

breed worden gebruikt. De veiligheidsvoorwaarden

economie

complementair

die initiatieven van onderaf stimuleert en faciliteert,

aangemoedigd en vereenvoudigd, zodat die zeer

De

en

meervoudig: regulator, motivator en sterke partner

zodanig

vervoer

efficiënt

duurzame ontwikkeling. De rol van de overheid is

bevinden zich in omgevingen met een hoge levenskwaliteit (SDG’s 3, 11, 12) ;

voor

besluitvorming, die op elk niveau op een brede

bewoners

onderhouden, met respect voor het milieu, en

•

gaat

werkende overheden. De inclusieve en transparante

bouwen

de

een

geest

van

vreedzame,

deze

of

niet

ondeelbare

rechtvaardige

en

inclusieve maatschappij op die gelijke toegang biedt tot gerechtigheid en die gebaseerd is op

door

respect voor de mensenrechten en voor menselijke

arbeids-

waardigheid, op een doeltreffende rechtsstaat,

omstandigheden en verminderde ongelijkheid. Niet

op de principes van non-discriminatie, op goed

alleen binnen België maar ook met andere landen

bestuur voor alle niveaus en op transparante,

voeren we eerlijke handel (SDG’s 5, 8, 12).

doeltreffende en verantwoordelijke instellingen. De

Belgische overheden nemen een proactieve rol op

Om deze transitie naar duurzame ontwikkeling

bij het nastreven van de langetermijndoelstellingen

progressief te realiseren, zullen de consumptie- en

en 10

laten

hun

beleid

regelmatig

evalueren,


hetgeen

de

afzonderlijke

en

verantwoordingsplicht illustreert.

gezamenlijke

activiteiten. Wij zullen tevens de lokale overheden

blijven aanmoedigen en ondersteunen om dezelfde verantwoordelijkheidszin aan de dag te leggen (SDG

We verbinden ons ertoe in België het respect voor

17).

de rechtsstraat en de fundamentele vrijheden voor iedereen te garanderen, met inbegrip van de toegang tot de rechter, en deze beginselen wereldwijd uit te dragen (SDG 16).

2.5. Partnerschap – Engagement en responsabilisering van alle actoren De

daadwerkelijke

verwezenlijking

van

deze

langetermijndoelstellingen hangt grotendeels af van de graad van engagement en de werkelijke deelname van alle maatschappelijke actoren. Zij moeten als

partners samenwerken aan ‘de toekomst die wij

willen voor de huidige en toekomstige generaties’ (Rio+20, §13). We zullen acties ondersteunen die door actoren in partnerschap zijn opgezet om de

duurzameontwikkelingsdoelstellingen na te streven. Daarbij

streven

betrokkenheid

we

naar

de

volwaardige

van de verschillende actoren bij

het nemen van strategische beslissingen inzake duurzame

ontwikkeling.

We

garanderen

de

toegang van de burger tot de nodige informatie

om dat recht uit te oefenen. In het bijzonder zien we erop toe dat de meest kwetsbare groepen niet

uitgesloten worden van volwaardige deelname aan

de samenleving. Wij moedigen elke organisatie aan om haar verantwoordelijkheid op te nemen door

de principes van duurzame ontwikkeling, zoals

gedefinieerd tijdens de VN conferentie voor milieu en ontwikkeling (Rio, 1992), stelselmatig en met

een stijgend ambitieniveau mee te nemen in eigen beslissingen, strategieën en acties.

We zetten alle burgers ertoe aan om het eigen gedrag

aan te passen naar een gezondere en duurzamere

levensstijl ten voordele van zichzelf en hun sociale en natuurlijke omgeving. We moedigen ze ook aan

om als consumenten duurzame consumptie- en productiepatronen te bevorderen .

Ten slotte verbinden wij er ons als overheden toe om

de principes van duurzame ontwikkeling coherent toe te passen in onze strategieën, ons beleid, en onze

11


3. VAN VISIE NAAR ACTIE 3.1. Bewustmaking rond de duurzameontwikkelingsdoelstellingen

Voor het behalen van deze langetermijndoelstellingen willen

we

het

transitieproces

aanmoedigen,

ondersteunen, begeleiden en versnellen. Daarbij

erkennen we de absolute noodzaak van de nauwe

Het behalen van de duurzameontwikkelingsdoels-

binnen de samenleving om deze transitie alle

betrokkenheid van overheden, maar ook van alle spelers

betrokkenheid

van

de

verschillende

tellingen hangt onlosmakelijk samen met de actieve

actoren

uit de burgermaatschappij en de privésector. Om

kansen op slagen te geven. We zullen het opzetten van multi- actorpartnerschapen dan ook actief

die bewustwording en de organisatie van concrete

reeds een reeks initiatieven om in het kader van

lijkheid om zowel binnen onze eigen entiteiten als

acties te bevorderen, hebben we de verantwoorde-

ondersteunen. Op elk beleidsniveau bestaat er de

respectieve

bevoegdheden

een

daarbuiten, in onderling overleg, bewustmakingsac-

duurzame

ties te voeren. In het bijzonder waken we erover om

ontwikkeling te promoten. Hiervoor zijn in het

Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (EDO) en het

bijzonder strategieën voor duurzame ontwikkeling

gebruik van instrumenten die de aanname van duur-

of langetermijnvisies ontwikkeld die een kader geven

zaam gedrag promoten te versterken.

aan het duurzameontwikkelingsbeleid en aan de

initiatieven vanuit de burgermaatschappij en vanuit

Concrete acties :

de privésector. Daarnaast zijn er ook een reeks

•

sectorinitiatieven die bijdragen aan deze transitie

de

IMCDO

laat

de

verschillende

communicatie- en bewustmakingsacties van de

naar een duurzame ontwikkeling.

federale en deelstaatregeringen in kaart brengen om te onderzoeken op welke manier die acties op

Aanvullend op de acties die de verschillende overheden

een coherente wijze bijdragen tot de duurzame

voorzien om de duurzameontwikkelingsdoelstellingen

ontwikkelingsdoelstellingen ;

te bereiken, heeft de IMCDO via deze nationale

strategie de volgende zes samenwerkingswerven

•

Deze gaan over materies waarvoor de bestaande

acties voor de afgebakende doelgroepen kunnen

geïdentificeerd

voor

de

komende

twee

de IMCDO laat een studie uitvoeren om na

te gaan welke bijkomende gemeenschappelijke

jaar.

worden gelanceerd ;

samenwerking op nationaal niveau bestendigd dient te worden of een sterkere samenwerking wenselijk

•

overheden en naar andere belanghebbende partijen

uitvoering van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling in België, waarbij zoveel mogelijk

toe. Ze hebben ook te maken met de ontwikkeling van

belanghebbenden betrokken worden. Gedurende

instrumenten om de activiteiten van verschillende

deze legislatuur, zou het eerste evenement in het

actoren, waaronder de publieke diensten en de

najaar van 2017 plaatsvinden en het tweede in het

burgermaatschappij, te stimuleren en te begeleiden

eerste trimester van 2019 ;

naar duurzame ontwikkeling. De

samenwerkingswerven

in

dit

deel

de IMCDO zorgt twee keer per legislatuur

voor de organisatie van een evenement over de

is om zo meer doeltreffend te kunnen zijn binnen de

•

de IMCDO faciliteert of volgt bepaalde acties

die uit het evenement voortvloeien op indien

zoeken

nodig, d.i. vooral doorgeeffunctie naar andere

verbinding met bestaande initiatieven en zijn te

overheidsentiteiten die binnen de Agenda 2030

situeren binnen de verantwoordelijkheden van de

werken.

respectieve entiteiten. In functie van de komende analyses kunnen door de verschillende overheden

elk van deze samenwerkingswerven wordt een

3.2. Voortgang, opvolging & evaluatie van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen

bestaat) waarbij het middenveld uitgenodigd wordt

Aanrekenbaarheid en transparantie zijn belangrijke

nieuwe prioritaire acties worden gedefinieerd. Voor participatief proces opgestart (indien dit niet reeds

karakteristieken binnen de 2030 ADO. Lidstaten

om een bijdrage te leveren.

12


hebben zich geëngageerd om werk te maken van een

Modaliteiten & specificaties voor dergelijk rapport

systematische opvolging en evaluatie via een robuust, vrijwillig,

doeltreffend,

participatief,

zijn als volgt:

transparant

?? Beschrijving van de nationale strategie voor duurzame ontwikkeling en van de belangrijkste transversale strategieën, plannen of visies die de federale regering en de deelstaatregeringen goedkeuren om bij te dragen aan het halen van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

en geïntegreerd opvolgings- en evaluatiekader op nationaal, regionaal en mondiaal niveau. Dit kader moet

de

verantwoordingsplicht

naar

de

eigen

burgers, de uitwisseling van beste praktijken en wederzijdse leerprocessen concreet vormgeven.

Lidstaten worden bovendien aangemoedigd om zelf

?? Beschrijving van de vooruitgang die België boekte met behulp van een selectie indicatoren uit de lijst van indicatoren van UNSTAT om de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling te volgen.

ook op regelmatige basis evaluaties uit te voeren

van de voortgang op nationaal en sub-nationaal niveau. Deze dienen inclusief te zijn, waarbij dus de bijdragen van het middenveld, de private sector

en andere belanghebbenden integraal meegenomen

?? Beschrijving van de thematisch binnen de sectororganen ondernomen stappen voor nationaal overleg om bij te dragen aan het bereiken van de hun aanbelangende doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

worden.

Concrete acties : •

de

IMCDO

voortgangsrapport tenuitvoerlegging

laat

van

een

opmaken de

uitvoerig

over

de

duurzameontwikke-

?? Beschrijving van enkele goede praktijken binnen de federale overheid en de overheden van de deelstaten.

lingsdoelstellingen in België, met een frequentie

van twee keer per legislatuur. Gedurende de hui-

dige legislatuur, zou het eerste voortgangsrapport

?? Beschrijving van de acties van de burgermaatschappij en van de privésector om aan de SDG’s bij te dragen.

in 2017 opgemaakt worden, daarmee bijdragend

tot de voorbereiding van een mogelijke Belgische

vrijwillige nationale doorlichting tijdens het HLPF 2017. Het tweede voortgangsrapport zou volgen

•

de

tot stand komen rekening houdend met inbreng

en

overlegplatforms

met

in het eerste trimester van 2019. Dit rapport zal

van

van de respectieve entiteiten en zal rekening hou-

voor

den met informatie van het middenveld, de pri-

IMCDO

andere het

de

verzamelt

relevante

formuleren

in

samenwerking

Belgische

informatie van

in

functie

beleidsadviezen

tenuitvoerlegging

duurzameontwikkelingsdoelstellingen

vésector en kennisinstellingen. Het zal gebruik

netwerken

van

de

in België,

hetgeen tevens kan dienen als bijdrage tot de

maken van de globale en regionale SDG-indica-

Belgische inbreng in de multilaterale en EU-

toren (UNSTAT, Eurostat), alsook van landenre-

voortgangsrapportering (inter alia HLPF).

views (met name door de OESO). De indicatoren

Dit

zal in eerste instantie gebeuren door gebruik te

zullen, waar van toepassing, uitgesplitst worden.

maken van de informatie die gevat werd in het

Doel van dit rapport is om gezamenlijk de Bel-

bovengenoemde voortgangsrapport.

gische voortgang tot het bereiken van de duurza-

meontwikkelingsdoelstellingen in België in kaart

3.3. Duurzame overheidsopdrachten

te brengen, hiaten te identificeren, en aanbevelingen tot bijsturing en/of prioritering te formuleren.

Overheidsopdrachten zijn een essentiële hefboom van

overheden

om

duurzame

productie

en

consumptie te stimuleren. Door een grondige analyse van de behoeften, door milieu-, sociale, ethische

en innoverende clausules op te nemen en door de totale levenscyclus in rekening te nemen, kunnen 13


overheden maken.

hun

Deze

overheidsopdrachten

voorbeeldfunctie

kan

De

duurzamer

meer gezamenlijk te ontwikkelen. Evenwel moet hier nog ruimte zijn voor gewesteigen accenten. Om deze

Programmakader voor Duurzame Consumptie en

maatstaven of duurzaamheidsmeters te faciliteren,

Productie (10 year framework programme/10YFP) rond duurzame consumptie- en productiepatronen .

werd er een gezamenlijke organisatie opgericht

8

hebben

waarin zowel publieke als private stakeholders

talrijke

samen komen. Hierbij wordt de World Green Building

instrumenten ontwikkeld om hun aankoopdiensten

Council als voorbeeld genomen. Er is eveneens

daarbij te ondersteunen. Ze houden elkaar op

overleg en afstemming met de federale overheid,

de hoogte van hun werkzaamheden en maken hieromtrent

werkafspraken

via

de

die instaat voor het kader rond de milieu-informatie

technische

voor de bouwproducten die gebruikt zal worden bij

werkgroep duurzame overheidsopdrachten van de

de evaluatie op gebouwniveau.

IMCDO en de Interdepartementale Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (ICDO).

Deze afspraken

We willen het overleg rond dit actiethema versterken.

worden samengebracht en regelmatig geactualiseerd

Voor de komende periode denken we aan een focus

in een gemeenschappelijke planningsnota.

Concrete acties : •

tot

de

overheidsopdrachten

voor

en

bijdragen

coördinatie

van

het

het

en

gezamenlijk

praktische

ontwikkelen

instrumenten

overheidsopdrachten ;

•

informeren

en

het wonen (inclusief, flexibel en innovatief wonen). Hierin zullen de gewesten elkaar ook meer intensief

van

voor

sensibiliseren

informeren en wellicht later ook meer samen

duurzame

Europese

internationaal niveau ;

•

op het wijkniveau, de meer sociale aspecten van

standpuntbepaling

beleid

aannemers,

om hun afwegingskaders over duurzaam bouwen

actie overeen met een programma van het 10-jarig

overheden

(ontwikkelaars,

en op vraag van de sector, zijn de gewesten begonnen

duurzame aankooppolitiek. Bovendien komt deze

verschillende

sector

architecten…) is actief in heel België. Mede daarom,

overheden,

bedrijven en organisaties aanmoedigen tot een

De

private

optreden.

en

Concrete acties : •

criteria

duurzame van

afwerken van de evaluatietool voor publieke

bouwheren,

projectontwikkelaars,

aannemers,

materialenproducenten rond de milieuprestaties

de

van materialen en gebouwelementen, alsook het

aankopers over de gedeelde beleids- en praktische

beheer en de actualisatie ervan organiseren ;

informatie rond duurzame overheidsopdrachten

•

•

voor duurzame kantoren en duurzame woningen ;

een voorstel doen rond het gemeenschappelijk

beheer van het B-Referentieel, een afwegingskader

bij de diverse overheden;

de werkzaamheden verderzetten om een

monitoringssysteem te ontwikkelen voor duurzame

•

kader van e-procurement.

over de ontwikkelingen omtrent duurzaam wonen

een periodiek overleg (drie maal per jaar)

organiseren tussen de verschillende entiteiten

overheidsopdrachten op nationaal niveau in het

en bouwen.

3.4. Duurzaam wonen en bouwen

3.5. Duurzame voeding

Omdat gebouwen een erg lange levensduur hebben en er zowel bij het bouwen als bij het gebruik ervan vele

Het promoten van een duurzame voedingswijze

is ‘wonen en bouwen’ bij uitstek een actiethema voor

sociaal (hierbinnen ook gezondheids-) vlak met zich

brengt uitdagingen op zowel milieu-, economisch en

verschillende duurzaamheidsthema’s samenkomen,

mee, en dit zowel op lokaal als op globaal niveau.

een nationale strategie voor duurzame ontwikkeling.

Om een antwoord te bieden op deze uitdagingen,

8  Dezelfde opmerking geldt voor acties 3.4 en 3.5. Zie http://www.unep.org/10yfp/

14


moet vanuit een systeembenadering op zoek gegaan

het internationale kader initiatieven nemen waarbij

waardenketens

wordt voorzien. Op EU- en internationaal niveau

in de nodige ondersteuning van bedrijven en NGO’s

worden naar geïntegreerde oplossingen, innovatieve en

systeeminnovaties

in

het

bijdragen aan het streven naar meer coherentie

voedselsysteem. Hierbij ligt de focus op de relatie

en aan de uitwerking van maatregelen voor een

tussen voeding en duurzaamheid. Daarom is er nood

duurzaam voedingssysteem wereldwijd.

aan een ander productie- en consumptiepatroon.

Een wijziging in de voedingswijze is dus nodig. Dit

3.6. Instrumenten voor duurzame ontwikkeling

en

Niet

kunnen we stimuleren door de voedingsgewoonten het

voedingsaanbod

aan

te

passen.

De

de

systeembenadering moet ook leiden tot een kleinere

het

van

sluiten

van

moeten

kringlopen,

voedselverliezen,

multifunctioneel verminderen

gebruik

van

grondstoffen,

het

het

onze

gevolgd het

verzekeren

van

de

ontwikkelen

van

EMAS,

ruimte,

aan

maar

ook

duurzame

transitiemanagement,

enz.;

systemen

om te rapporteren zoals Global Compact en het

vermijden

afhankelijkheid

al

om te verduurzamen, zoals ISO 14001, ISO 26000,

worden:

van

werken

organisaties te ondersteunen in hun inspanningen

handel/distributie en consumptie van voedsel. pistes

overheidsinstellingen,

actoren

ontwikkeling. Er zijn instrumenten ontwikkeld om

ecologische voetafdruk van de productie, verwerking,

Verschillende

alleen

andere

Global Reporting Initiative, ondersteuning om een

een

participatief proces op te starten en financiële

het

instrumenten .

van

alternatieve

Concrete acties :

vormen van proteïnen, het verhogen van de efficiëntie

•

van de verschillende schakels van de keten, maar ook

in kaart brengen van de instrumenten

die de verschillende actoren -overheden, het

het met alle actoren in de voedselketen waken over

maatschappelijk middenveld en de privésector-

correcte prijzen en waardige arbeidsomstandigheden.

kunnen ondersteunen bij het behalen van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen ;

In haar advies van 2010 stelt de Federale Raad

Duurzame Ontwikkeling (FRDO) de ontwikkeling voor

•

versterken van de complementariteit en

voedingssysteem er uit moet zien. De FRDO vraagt

•

ontwikkelen van een instrumentarium voor

doeltreffendheid van de instrumenten ;

van een lange termijnvisie over hoe een duurzaam

en communicatie naar de verschillende actoren.

hierbij om een nationaal, beleidsoverschrijdend platform op te zetten om de transitie naar een duurzaam

voedingssysteem

te

begeleiden.

De

manier waarop voedsel geproduceerd, verwerkt, verhandeld

en

geconsumeerd

wordt,

dient

te

worden geanalyseerd, geëvalueerd vanuit nieuwe

gezichtshoeken en dient te evolueren. Deze transitie

verwezenlijken, vereist een inspanning van alle

actoren met inbegrip van een verandering van ons gedragspatroon, van onze eetgewoonten.

Concrete acties : •

de

organisatie

van

een

nationaal

overlegplatform over duurzame voeding dat zal

waken over de coherentie van de maatregelen

die op de verschillende beleidsniveaus genomen

worden om zo een duurzaam voedingssysteem te bereiken ;

•

deze samenwerking kan binnen het EU- en 15


B. BIJLAGES

16


FEDERALE STRATEGIE DUURZAME ONTWIKKELING WETTELIJKE BASIS EN GOEDKEURINGSJAAR VAN DE STRATEGIE De federale strategie voor duurzame ontwikkeling werd ingesteld bij de wet van 5 mei 1997. Ze is gebaseerd op een beleidscyclus (Plan-Do-Check-Act) die een continu leer- en verbeteringsproces mogelijk maakt.

De federale strategie bevat een langetermijnvisie voor duurzame ontwikkeling. Hierin worden de doelstellingen beschreven die de door de wet aangestelde actoren tegen 2050 zouden moeten verwezenlijken.

Om de 5 jaar wordt een plan goedgekeurd gebaseerd op de bijdragen van het maatschappelijke middenveld

in de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO), de wetenschappelijke expertise van het Federaal Planbureau en de expertise van de federale overheidsdiensten. Tijdens het goedkeuringsproces brengt de FRDO adviezen uit over het federale beleid

voor duurzame ontwikkeling en publiceert de Taskforce

Duurzame Ontwikkeling (TFDO) van het Federaal Planbureau rapporten ter evaluatie en prospectie. De Interdepartementale Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (ICDO) bereidt dan weer het beleid voor

duurzame ontwikkeling voor, coördineert de uitvoering ervan en staat in voor de opvolging van het plan via de jaarlijkse publicatie van een activiteitenverslag.

De federale strategie voor duurzame ontwikkeling is bedoeld als een stimulans voor het uitwerken van

transversale beleidslijnen die tegemoetkomen aan de uitdagingen binnen het domein van de duurzame ontwikkeling. Ook de specifieke beleidskaders van de minister van Duurzame Ontwikkeling en talrijke

initiatieven van federale overheidsdiensten die via hun kernactiviteit ook bijdragen tot de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen worden opgenomen in de strategie.

MINISTER(S) BEVOEGD VOOR DE STRATEGIE Het federale regeerakkoord van 2014 stelt : ‘De regering zal, binnen de grenzen van haar bevoegdheden,

duurzame ontwikkeling tot een kerndoelstelling van haar beleid maken.’ De Minister van Energie, Leefmilieu, en Duurzame Ontwikkeling is bevoegd voor de coördinatie van het federale duurzame ontwikkelingsbeleid. De Ministerraad van 24 juli 2015 legt de rolverdeling betreffende de 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling vast als volgt: de Minister van Duurzame Ontwikkeling is verantwoordelijk voor de interne realisatie van de

Agenda en de Ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking volgen de engagementen op het Europees en internationale niveau op.

STRUCTUUR EN SAMENVATTING VAN DE STRATEGIE De federale strategie voor duurzame ontwikkeling berust op verschillende instrumenten: De federale Langetermijnvisie (LTV) voor duurzame ontwikkeling

De Langetermijnvisie omvat 15 thema’s en 55 doelstellingen die de federale regering tegen 2050 wil bereiken. 17


Ze overkoepelt de cyclus van plannen en verslagen over duurzame ontwikkeling ingevoerd door de wet van 5 mei 1997, gewijzigd door de wet van 30 juli 2010. Ze dient als referentiekader voor de activiteiten van de ICDO, het FIDO en het Federaal Planbureau.

Het Federaal Plan voor Duurzame Ontwikkeling (FPDO)

Dit plan legt vast welke maatregelen op federaal niveau moeten worden genomen om enerzijds de internationale en Europese engagementen te realiseren en anderzijds de doelstellingen vastgelegd in de

Langetermijnvisie. Bij het begin van een regeerperiode wordt er een plan opgemaakt voor een cyclus van 5 jaar, zoals de wet van 5 mei 1997, gewijzigd door de wet van 30 juli 2010, het bepaalt. Het Federaal rapport over duurzame ontwikkeling

Dezelfde wet vertrouwt het Federaal Planbureau de opdracht toe om een federaal rapport te schrijven over

de duurzame ontwikkeling in de loop van één cyclus. Dit verslag bestaat uit twee delen: een deel “stand van zaken en evaluatie” en een deel “vooruitzichten”. Regelgevingsimpactanalyse (RIA)

Een regelgevingsimpactanalyse is een voorafgaande geïntegreerde evaluatie van de potentiële gevolgen van ontwerpen van regelgeving op de economie, het leefmilieu, de sociale aspecten en de overheidsdiensten. De wettelijke basis ervan ligt in titel 2 van hoofdstuk 2 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging.

De actieplannen voor DO van de Federale Overheidsdiensten

Elke Federale Overheidsdienst moet een jaaractieplan voor duurzame ontwikkeling opstellen. De Cel Duurzame

Ontwikkeling heeft onder meer als taak dit plan voor haar organisatie op te maken en er de opvolging van te verzekeren via het jaarverslag van de ICDO. De inhoud van dit plan staat vermeld in het koninklijk besluit

van 22 september 2004, gewijzigd door het KB van 25 april 2014 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling.

ONLINE DOCUMENTEN Federale Strategie Duurzame Ontwikkeling

18


VISIE 2050 – EEN LANGETERMIJNSTRATEGIE VOOR VLAANDEREN WETTELIJKE BASIS EN GOEDKEURINGSJAAR VAN DE STRATEGIE Om voorbereid te zijn op de maatschappelijke uitdagingen van de toekomst, moet een overheid de nu al

zichtbare veranderingsprocessen of megatrends begrijpen en in kaart brengen. Op basis van die megatrends heeft de Vlaamse Regering in maart 2016 haar nieuwe toekomstvisie voor Vlaanderen gelanceerd: ‘Visie 2050 : « een langetermijnstrategie voor Vlaanderen »’.

Zoals decretaal bepaald moet er na het aantreden van een nieuwe Vlaamse Regering een Vlaamse Strategie

voor Duurzame Ontwikkeling (VSDO) opgesteld worden. Duurzaamheid vormt een belangrijke leidraad in de toekomstvisie voor Vlaanderen, en Visie 2050 geldt dan ook als de derde VSDO. Visie 2050 tekent een

langetermijnbeleid uit dat een antwoord biedt op kansen en uitdagingen die in de toekomst op Vlaanderen afkomen. Het doel ervan is de transformaties (transities) die onze samenleving nodig heeft, te versnellen.

MINISTER(S) BEVOEGD VOOR DE STRATEGIE Hoewel duurzame ontwikkeling tot het domein van de Minister-President behoort, ondersteunt de voltallige Vlaamse regering deze langetermijnstrategie. De Vlaamse Regering heeft voor elke transitieprioriteit een of meer verantwoordelijke ministers aangewezen.

STRUCTUUR EN SAMENVATTING VAN DE STRATEGIE De nota ‘Visie 2050’ vertrekt vanuit een grondige omgevingsanalyse van de internationale tendensen en megatrends. Megatrends zijn nu al zichtbare veranderingsprocessen met een brede reikwijdte en met ingrijpende, verstrekkende implicaties.

Het tweede deel beschrijft de toekomstvisie voor Vlaanderen. Deze toekomstvisie toont het Vlaanderen

dat we wensen in 2050. De toekomstvisie is dan wel gericht op Vlaanderen, maar houdt rekening met de

richting waarin Europa en de rest van de wereld evolueren. Vlaanderen draagt hiertoe bij door in te zetten

op de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen voor 2030 van de Verenigde Naties die invulling geven aan de gewenste toekomst voor de wereld. Het behalen van deze doelstellingen op wereldniveau is een noodzakelijke voorwaarde om de visie voor Vlaanderen te bereiken tegen 2050.

De ambitie voor Vlaanderen voor 2050 kunnen we als volgt samenvatten: het creëren van welvaart en

welzijn op een slimme, innovatieve en duurzame manier in een sociaal, open, veerkrachtig en internationaal Vlaanderen waarin iedereen meetelt. Deze ambitie willen we realiseren door een nieuwe economie, voor een inclusieve samenleving en binnen de ecosysteemgrenzen van onze planeet. De toekomstvisie wordt verder uitgediept aan de hand van negen thema’s, met per thema de kansen en uitdagingen voor Vlaanderen.

De Vlaamse Regering bepaalde zeven transitieprioriteiten en ziet deze prioriteiten als cruciaal om de omslag 19


richting 2050 te maken. Deze transities, die in het derde deel van de nota besproken worden, zijn structurele veranderingen met een grote impact op de samenleving:

• • • • • • •

De transitie naar de circulaire economie doorzetten Slim wonen en leven

De sprong maken naar industrie 4.0

Levenslang leren en de dynamische levensloopbaan Zorg en samen leven in 2050

Werken aan een vlot en veilig mobiliteitssysteem Zorgen voor een Energietransitie

Om de Visie 2050 te realiseren en de complexe uitdagingen aan te pakken heeft de Vlaamse overheid een aangepast governancemodel uitgewerkt. Dat model is geïnspireerd op de principes van transitiemanagement:

het model focust op systeeminnovaties, denkt vanuit een langetermijnperspectief, werkt samen met stakeholders en leert uit experimenten en innovatieve initiatieven. Hiernaast bouwt het model verder op ervaringen met Vlaanderen in Actie (de voorloper van Visie 2050) en andere transitieprojecten.

ONLINE DOCUMENTEN Visie 2050 - Een langetermijnstrategie voor Vlaanderen

20


2DE WAALSE STRATEGIE VOOR DUURZAME ONTWIKKELING WETTELIJKE BASIS EN GOEDKEURINGSJAAR VAN DE STRATEGIE In 2013 creëerde het Waals gewest een wettelijke basis voor de ondersteuning van duurzame ontwikkeling, i.e. het decreet van 27 juni 2013 betreffende de Waalse strategie inzake duurzame ontwikkeling. Dit

decreet definieert het concept « strategie inzake duurzame ontwikkeling als volgt » : « een oriëntatie- en

actiedocument dat als doel heeft het initiatief en de coherentie inzake duurzame ontwikkeling in het beleid van het Waalse Gewest te bevorderen […] ». Het decreet bepaalt ook dat elke nieuwe Waalse regering een eigen strategie moet uitstippelen om zo haar prioriteiten inzake duurzame ontwikkeling te bepalen.

Een eerste Waalse strategie inzake duurzame ontwikkeling werd aangenomen in november 2013 en werd intussen geëvalueerd.

Op 7 juli 2016 heeft de Waalse regering de tweede Waalse strategie inzake duurzame ontwikkeling (WSDO) goedgekeurd. Om deze strategie uit te werken werd een brede raadpleging georganiseerd. Niet alleen werd

het advies ingewonnen van officiële en erkende adviesorganen, de ontwerpversie was tussen 23 februari en 1 mei 2016 ook het voorwerp van een volksraadpleging. Een verslag met de resultaten van deze raadpleging is toegevoegd aan de strategie.

MINISTER(S) BEVOEGD VOOR DE STRATEGIE De uitwerking van de tweede WSDO werd toevertrouwd aan de Waalse minister van Leefmilieu die bevoegd is voor duurzame ontwikkeling. Door de strategie goed te keuren heeft de hele Waalse regering zich ertoe verbonden de strategie uit te voeren; elke actie van de strategie wordt gedragen door een pilootminister.

STRUCTUUR EN SAMENVATTING VAN DE STRATEGIE De tweede WSDO past in het kader van de Waalse uitvoering van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen die de Verenigde Naties in september 2015 hebben aangenomen. Dit oriëntatie- en actiedocument bestaat uit vier hoofdstukken:

• een langetermijnvisie die de gewenste toekomst voor Wallonië in het jaar 2050 beschrijft. Deze visie

neemt afstand van de huidige situatie en beschrijft een ideale situatie die bestaat uit een geheel van doelstellingen op lange termijn. Als wervend project geeft de visie richting aan alle Waalse actoren om de transitie van Wallonië naar duurzame ontwikkeling voort te zetten ;

• een diagnose van verworvenheden en zwakheden van het Gewest op het vlak van duurzame ontwikkeling. In tegenstelling tot de visie beschrijft deze diagnose de huidige toestand in Wallonië. De diagnose is gebaseerd op de analyse van een dertigtal indicatoren en laat toe de vorderingen te meten die Wallonië ter zake heeft gemaakt ; 21


• tussentijdse doelstellingen, op korte en middellange termijn, die de weg naar het langetermijndoel

inzake duurzame ontwikkeling afbakenen. Deze tussentijdse doelstellingen zijn de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen die tegen het jaar 2030 gerealiseerd moeten zijn ;

• een actieplan met concrete maatregelen die moeten bijdragen tot de verwezenlijking van sommige van

deze doelstellingen. Dit plan is immers gericht op bepaalde thema’s die de regering heeft aangewezen als prioritaire beleidslijnen van deze strategie; aldus vormt het plan een aanvulling op andere bestaande

en nog op te stellen actieplannen. Algemeen gaan deze thema’s over de verandering van consumptieen productiewijzen, door middel van specifieke acties op het vlak van voeding, energie en hulpbronnen, maar ook via transversale instrumenten zoals de maatschappelijke verantwoordelijkheid van private en openbare organisaties, duurzame overheidsopdrachten of onderwijs en onderzoek.

De eerste drie hoofdstukken van de strategie hebben betrekking op alle dimensies van duurzame ontwikkeling

en hebben dus een zeer ruime draagwijdte; het actieplan van zijn kant is specifieker gericht op bepaalde thema’s en transversale instrumenten die staan voor de prioritaire beleidslijnen van deze strategie.

ONLINE DOCUMENTEN Waalse strategie van duurzame ontwikkeling

22


GEWESTELIJK PLAN VOOR DUURZAME ONTWIKKELING VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST WETTELIJKE BASIS EN GOEDKEURINGSJAAR VAN DE STRATEGIE De regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft haar wil bevestigd om een nieuw gewestelijk

plan voor duurzame ontwikkeling (GPDO) op te maken door haar ‘Intentieverklaring om het GewOp volledig te wijzigen’ van 2009. Dit besluit heeft de opmaakprocedure opgestart en duidt de grote pijlers van het

toekomstige GPDO, gebaseerd op de nieuwe uitdagingen waarmee het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt geconfronteerd.

Het GPDO, bevestigd door het Regeringsakkoord van 20 juli 2014, zal het Gewestelijk Ontwikkelingsplan

(GewOp) goedgekeurd in 2002 vervangen. De opmaak van het GPDO is begonnen met een raadplegings- en participatieproces, bestaande uit twee fasen: een stand van zaken en een prospectiefase.

Het ontwerp van het GPDO wordt op 18 oktober 2016 door de brusselse hoofdstedelijke Regering goedgekeurt. Het openbaar onderzoek liep van 13 januari tot en met 13 maart 2016. Dit openbaar onderzoek, de fora

hebben de burgers gestimuleerd om veel bijdrage te indienen. Brusselse Instelligen en buren hebben het ontwerp met veel belangstelling gelezen. De 6000 bijdrage worden samen gevat voor de Gewestelijke Ontwikkeling Commissie. Ze zal haar advies nog in 2017 uitdrukken. Met dit advies zal de Regering een laatse keer de tekst van het GPDO bijwerken en zal het in het begin van 2018 definitief goedkeuren.

MINISTER(S) BEVOEGD VOOR DE STRATEGIE De uitwerking van het GPDO werd toevertrouwd aan de Minister-President.

STRUCTUUR EN SAMENVATTING VAN DE STRATEGIE Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kent nu sinds 15 jaar een sterke bevolkingsgroei. Dat toenemend aantal

Brusselaars moet kunnen wonen, werken, leren, zich ontspannen, zich rustig kunnen verplaatsen en kunnen genieten van de groene ruimten. Daarbij komt nog dat Brussel op sociaal, economisch en cultureel gebied een zeer gemengd karakter heeft.

Het GPDO wil het Gewest voorzien van een ontwerp op middellange en lange termijn (2025 en 2040), van een visie die de gewestelijke ontwikkeling leidt en ontwikkelt 4 pijlers : Een ambitieuze productie van aangepaste woningen

Het grondenbestand van het Gewest benutten : het GPDO identificeert meerdere zones die beschikken over een uitzonderlijk potentieel. Zij kunnen rekenen op prioritaire en massale inspanningen vanwege de

overheid. Naast de Kanaalzone, die de ruggengraat van het Gewest vormt en waarvan de opwaardering dan 23


ook essentieel is, zijn er 10 prioritaire ontwikkelingszones afgelijnd.

Een evenwichtige ruimtelijke verdichting: De verdichting van het bestaande weefsel, hoogbouw met respect voor het Brusselse landschap, optimaal gebruik maken van bestaande gebouwen ;

De ontwikkeling van voorzieningen en een aangename, duurzame en aantrekkelijke leefomgeving

Het Gewest gaat de komende jaren 10 nieuwe wijken uitbouwen die zijn uitstraling zullen helpen bevorderen.

Daarnaast moet het echter ook samenwerken met de gemeenten om de schakels tussen de Brusselaars en hun directe omgeving, die bijdragen tot de kwaliteit van hun dagelijkse leven, te versterken. Het is de

bedoeling om een stad te ontwikkelen waar mensen wonen, werken en zich ontspannen, een buurtstad tot stand te brengen en die dan te structureren rond een dicht openbaarvervoernet.

Er zijn 104 lokale identiteitskernen geïdentificeerd. Dat zijn wijken waar het buurtleven geconcentreerd is en die op maat van de voetganger zijn opgevat, met plaats voor woningen, voorzieningen (crèches, scholen, sportterreinen, handelszaken, kleine ondernemingen, culturele centra, enz.), openbare ruimten en plekjes natuur, kortom alles wat nodig is om een kwaliteitsvol en comfortabel leven mogelijk te maken.

De grootste uitdaging voor Brussel bestaat erin de aangekondigde bevolkingsexplosie te ‘verteren’. Het

Gewest moet prioritaire aandacht besteden aan de uitbouw van de ‘buurtstad’ om de sociale mix en de cohesie te waarborgen en ervoor te zorgen dat de bedrijven, de winkels en de bewoners in de wijken blijven. Verbetering van de mobiliteit als factor van duurzame stedelijke ontwikkeling

Het wordt steeds moeilijker om in Brussel te rijden. Brussel kan de meer dan 3 miljoen dagelijkse verplaatsingen (voor alle vervoerswijzen samen) op zijn grondgebied niet meer aan zonder zijn mobiliteitsbeleid te herbekijken.

Het GPDO stelt daarom krachtige maatregelen voorop, waarvan sommige in 2025, en andere tegen 2040 zullen worden genomen.

Het grondgebied benutten voor de ontwikkeling van de stedelijke economie:

De aanwezigheid van de Europese instellingen en van de NAVO maken van Brussel een «kleine wereldstad». De Belgische en Europese hoofdstad is zeer goed verbonden met de internationale, zowel fysieke (luchtvaarthubs,

HST, wegennet) als digitale netwerken. De internationale functie van Brussel genereert 40.000 rechtstreekse banen bij de instellingen en zorgt voor minstens tweemaal zoveel onrechtstreekse jobs. Maar zoals alle

grootsteden krijgt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te maken met de uitdagingen van een geglobaliseerde

wereld. Het moet zijn rol op het internationale toneel versterken EN de levenskwaliteit van zijn inwoners waarborgen.

In dat verband levert de Regering doelgerichte inspanningen voor prioritaire sectoren om tegelijk te zorgen voor economische groei én jobcreatie.

ONLINE DOCUMENTEN Webpagina

24


DUURZAME ONTWIKKELING BINNEN HET REGIONAAL ONTWIKKELINGSCONCEPT VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP WETTELIJKE BASIS EN GOEDKEURINGSJAAR VAN DE STRATEGIE In 2008 en 2009 werd het Regionaal Ontwikkelingsconcept (REK) uitgewerkt, een strategisch langetermijnplan voor de Duitstalige Gemeenschap, dat verder reikt dan de legislatuurperiodes. De twee eerste delen van het

REK omvatten een visie en toekomstgerichte doelstellingen voor de regio. Delen 3 en 4 zoomen in op de twee uitvoeringsfases van het REK tot op heden: 2009-2014 (REK I) en 2014-2019 (REK II).

MINISTER(S) BEVOEGD VOOR DE STRATEGIE Minister-President Oliver Paasch is voor de Duitstalige Gemeenschap verantwoordelijk voor de implementatie van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen in het kader van de uitvoering van het REK.

STRUCTUUR EN SAMENVATTING VAN DE STRATEGIE De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen zitten in alle regionale ontwikkelingsprojecten van het REK vervat. In het kader van REK II behelst dit meer bepaald 24 toekomstprojecten en 3 transversale projecten die

betrekking hebben op alle bevoegdheidsdomeinen van de Duitstalige Gemeenschap (met name onderwijs, cultuur, tewerkstelling, gezin, gezondheid, sociale zaken en jeugd).

ONLINE DOCUMENTEN Webpagina

Regionaal ontwikkelingsconcept (in het Duits)

Regionaal ontwikkelingsconcept (in het Frans)

Regionaal ontwikkelingsconcept (samenvatting in het Duits)

Regionaal ontwikkelingsconcept (samenvatting in het Engels)

Regionaal ontwikkelingsconcept (korte presentatie in het Nederlands) Regionaal ontwikkelingsconcept (korte presentatie in het Frans)

25


COLOFON

Verantwoordelijke uitgever : Martin Ruebens, Secretaris-Generaal van het Departement Kanselarij en Bestuur van de Vlaamse overheid - Boudewijnlaan 30 1000 Brussel

TEKSTEN Interministeriële Conferentie Duurzame Ontwikkeling • Goedgekeurd op: 31 mei 2017 REDACTIONELE AANPASSING EN OPVOLGING Service public de Wallonie - Secrétariat général GRAFISCH ONTWERP EN REALISATIE Service public de Wallonie - Secrétariat général • Département de la Communication/Direction de l’Identité et des Publications MEER INFO Interministeriële Conferentie Duurzame Ontwikkeling - imcsd@belgium.be

26


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Nationale_strategie_duurzame_ontwikkeling.pdf by Vlaanderen-be - Issuu