Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/195
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/195
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur
Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 25 mei 2022 diende xxx (verzoeker) een openbaarheidsverzoek in bij de stad Borgloon tot uitleg en herstel van de gebrekkige uitvoering van de beslissingen 2022/006 en 2022/131 van de beroepsinstantie, en tot afschrift en uitleg van verschillende documenten met betrekking tot zijn ambtshalve inschrijving op het voormelde adres. 1)
Afschrift van: -
De ontbrekende documenten bij de ambtshalve inschrijvingen die aan verzoeker werden bezorgd in uitvoering van beslissing OVB/2022/006:
•
Één integraal dossier (inclusief kennisgevingsbrief) ambtshalve inschrijving 2017 dat nog niet eerder aan verzoeker werd bezorgd
•
De drie aangetekende kennisgevingsbrieven van de ambtshalve inschrijvingen die wel al aan verzoeker werden bezorgd
•
De uitnodigingsbrieven die bij de vier ambtshalve inschrijvingen horen
www.vlaanderen.be
•
Het verslag van 14/12/2017 horende bij de beslissing nr.201_CBS_01131 die bij de aan verzoeker bezorgde documenten zat
•
Het proces-verbaal van vaststellingen van verblijf d.d. 19/08/2017.
-
Vijf gedepersonaliseerde ambtshalve inschrijvingen in het jaar 2021 (de integrale dossiers)
2) Vragen om uitleg bij: -
P. 25 van het hem bezorgde document, een niet-gedepersonaliseerd document uit 2021:
•
Wat is daarvan de bedoeling? Hoe past dat document in de gevraagde en verkregen toegang voor bestuursdocumenten 2017? En waarom werd dat document niet gepersonaliseerd zoals opgedragen?
•
Wie (naam en functie) heeft het document ’25’ in het college van 8 juni 2021 gebracht?
•
Wat is het verband tussen het document ‘25’ met een woonstonderzoek ter plaatse i.f.v. het bepalen van feitelijke elementen ter plaatse die een hoofdverblijf aantonen?
•
Is dit document de bijlage ‘dossier xxx – bijkomende tussenkomsten.pdf’? En zo ja, is dat het enige document tussenkomsten?
•
Welke tussenkomst is er precies op 20 juni 2017 ‘op het adres’ geweest?
•
Wat is de relatie ‘tussenkomst 20 juni 2017’ met de getroffen collegebeslissing 8 juni 2021 ‘weigering’?
•
Wat is de relatie ‘tussenkomst 21 november 2017 op het politiekantoor’ met de getroffen collegebeslissing 8 juni 2021 ‘weigering’?
•
Wat is de relatie van de ‘tussenkomst 8 oktober 2019 op het politiekantoor’ met de getroffen collegebeslissing 8 juni 2021 ‘weigering’?
•
Wat is de relatie van de ‘tussenkomst 1 maart 2016 op het politiekantoor’ met de getroffen collegebeslissing 8 juni 2021 ‘weigering’?
-
P. 18 van het hem bezorgde document, een verslag van de politie aan de dienst bevolking waarin een zekere ‘xxx’ genoemd wordt:
•
Waarom laat de stad een systematisch gepleegde onwettelijkheid toe, nl. de verkeerde inschrijvingsdatum (de datum van het verslag ipv de datum van de eerste ontmoeting), en waarom worden er geen feitelijke elementen in het verslag opgenomen?
De stad Borgloon reageerde niet op dit verzoek. Op 15 juni 2022 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing van de stad Borgloon. Het beroepschrift werd geregistreerd op 16 juni 2022.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/195
pagina 2 van 9
Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 25 mei 2022. De stad Borgloon nam geen beslissing binnen de decretaal bepaalde termijn. De termijn om beroep in te dienen heeft bijgevolg geen aanvang genomen. Het beroepschrift d.d. 15 juni 2022 is bijgevolg tijdig ingediend. De vragen tot afschrift van bestuursdocumenten zijn ontvankelijk. Wat betreft de vragen ‘om uitleg’, zoals verwoord door verzoeker, stelt de beroepsinstantie vast dat deze vragen niet allemaal vragen om uitleg zijn in de zin van het Bestuursdecreet, met name vragen tot bijkomende toelichting over (de inhoud van) een bestuursdocument. Zo zijn de volgende vragen volgens het oordeel van de beroepsinstantie geen vragen om uitleg in de zin van het Bestuursdecreet: -
M.b.t. ‘document 25’, een verslag van de politie aan de dienst bevolking m.b.t. verzoeker zelf:
•
Wat is daarvan de bedoeling? Hoe past dat document in de gevraagde en verkregen toegang voor bestuursdocumenten 2017? En waarom werd dat document niet gedepersonaliseerd zoals opgedragen?
•
Wat is het verband tussen het document ‘25’ met een woonstonderzoek ter plaatse i.f.v. het bepalen van feitelijke elementen ter plaatse die een hoofdverblijf aantonen?
•
Wat is de relatie ‘tussenkomst 20 juni 2017’ met de getroffen collegebeslissing 8 juni 2021 ‘weigering’?
•
Wat is de relatie ‘tussenkomst 21 november 2017 op het politiekantoor’ met de getroffen collegebeslissing 8 juni 2021 ‘weigering’?
•
Wat is de relatie van de ‘tussenkomst 8 oktober 2019 op het politiekantoor’ met de getroffen collegebeslissing 8 juni 2021 ‘weigering’?
•
Wat is de relatie van de ‘tussenkomst 1 maart 2016 op het politiekantoor’ met de getroffen collegebeslissing 8 juni 2021 ‘weigering’?
-
P. 18 van het hem bezorgde document, een verslag van de politie aan de dienst bevolking waarin een zekere ‘xxx’ genoemd wordt:
•
Waarom laat de stad een systematisch gepleegde onwettelijkheid toe, nl. de verkeerde inschrijvingsdatum (de datum van het verslag ipv de datum van de eerste ontmoeting), en waarom worden er geen feitelijke elementen in het verslag opgenomen?
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/195
pagina 3 van 9
Dit zijn volgens het oordeel van de beroepsinstantie geen vragen om inhoudelijke toelichting of informatie bij een bestuursdocument, maar eerder om vragen tot verantwoording en vragen bij de motivering van zijn ambtshalve inschrijving. Uit verzoekers veelvuldige openbaarheidsberoepen blijkt immers dat hij van oordeel is dat zijn ambtshalve inschrijving door de stad Borgloon niet correct gebeurde. Hij betwist onder meer de conclusies die de politie aan de dienst bevolking overmaakte m.b.t. zijn effectief verblijven op het vermelde adres, en meent dat er onvoldoende of gebrekkige feitelijke vaststellingen zijn om tot deze conclusies te leiden. De vermeende overhaaste of incorrecte conclusies van de politie en de gevolgen die de stad daaraan verbond (ambtshalve inschrijving en weigering tot verbetering van de ambtshalve inschrijving) kunnen op zich aangeklaagd worden, maar vragen ‘waarom’ dit gebeurde, en wat het verband is tussen de genoteerde vaststellingen en de weigering tot verbetering van zijn ambtshalve inschrijving, vallen niet onder de openbaarheidsregelgeving zoals voorzien in het Bestuursdecreet. Wanneer een besluit verwijst naar documenten in bijlage, betekent dit logischerwijze dat deze documenten (mee) de onderbouwing van het besluit uitmaken. Het is volgens het oordeel van de beroepsinstantie nogal surrealistisch om bij die motivering, dus bij de documenten die de beslissing mee schragen, dan weer te vragen wat het verband van deze documenten is met de genomen beslissing. De reden van het vermelden van bepaalde documenten is immers net omdat men van oordeel is dat deze documenten de beslissing juridisch (mee) schragen. Hierover nog verdere uitleg vragen leidt enkel tot een cirkelredenering. Indien verzoeker meent dat de motivering op basis van de vermelde documenten niet afdoende is, staat het hem vrij om tegen de beslissing zelf een procedure in te stellen met als argumentatie dat deze niet afdoende formeel en/of materieel gemotiveerd is. Ook de vragen naar de volgens verzoeker door de stad getolereerde onwettelijkheid en waarom er geen feitelijke elementen in het verslag werden opgenomen, zijn geen vragen om uitleg bij een bestuursdocument in de zin van het Bestuursdecreet. Het zijn geen vragen om inhoudelijke verduidelijking, maar vragen om verantwoording van een volgens verzoeker incorrecte handelswijze door de stad en de politie. De beroepsinstantie beschouwt het beroepschrift m.b.t. de hierboven vermelde ‘vragen om uitleg’ dan ook als onontvankelijk. De volgende vragen zijn wel vragen om uitleg in de zin van het Bestuursdecreet, en voor wat betreft deze vragen wordt het beroepschrift bijgevolg als ontvankelijk beschouwd: •
Wie (naam en functie) heeft het document ’25’ in het college van 8 juni 2021 gebracht?
•
Is dit document de bijlage ‘dossier xxx – bijkomende tussenkomsten.pdf’? En zo ja, is dat het enige document tussenkomsten?
Ook wat betreft de vragen om afschrift van bestuursdocumenten, wordt het beroepschrift als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/195
pagina 4 van 9
De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Ontstentenis van beslissing
De stad nam geen beslissing binnen de decretaal bepaalde termijn.
2. Inhoud van het beroepschrift Wegens de stilzwijgende weigering door de stad Borgloon, diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie. 3. Toelichting door de stad Borgloon De beroepsinstantie nam op 20 juni 2022 contact op met de stad Borgloon om de gevraagde documenten en nadere toelichting te verkrijgen. Op 29 juni 2022 bezorgde de stad Borgloon een aantal documenten aan de beroepsinstantie, zonder verdere toelichting.
4. Standpunt van de beroepsinstantie Vragen tot afschrift De beroepsinstantie stelt vast dat ook dit beroep van verzoeker, net zoals o.a. de dossiers 2021/437, 2022/006, 2022/131 en 2022/172, kadert in een betwisting over zijn ambtshalve inschrijving in de bevolkingsregisters door de stad Borgloon. Om te proberen aantonen dat deze inschrijving onterecht gebeurde, vraagt verzoeker bij de stad diverse documenten op die volgens hem zouden moeten bestaan en/of zouden moeten bewijzen dat de stad onzorgvuldig te werk ging. Hij schreef hieromtrent onder meer een brief d.d. 24 maart 2021 naar de stad, naar aanleiding waarvan het college van burgemeester en schepenen op 8 juni 2021 een beslissing nam tot weigering van verbetering van zijn inschrijving in de bevolkingsregisters. De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker al heel wat documenten kreeg van de stad, al dan niet in uitvoering van een uitspraak van de beroepsinstantie. Zo heeft de beroepsinstantie onder meer vastgesteld dat hij de volgende documenten van de stad kreeg: Per mail van 27 december 2021: - het collegebesluit van 8 juni 2021 (weigering verbetering in de bevolkingsregisters), met bijlage brief van xxx d.d. 24 maart 2021 (inclusief bijlage) - het collegebesluit van 22 augustus 2017 (ambtshalve inschrijving), met bijlage verslag van de politie aan de dienst bevolking - brief d.d. 24/8/2017 van de stad aan verzoeker - verslag van de politie d.d. 2 juni 2021 aan de dienst bevolking. Per mail van 28 december 2021: - De correspondentie tussen de stad en Ethias n.a.v. de ingebrekestelling door verzoeker
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/195
pagina 5 van 9
Verschillende van deze documenten kreeg hij bovendien al meermaals, na telkens nieuwe openbaarheidsverzoeken. De stad verklaarde ook aan de beroepsinstantie dat er geen andere documenten bestaan m.b.t. de ambtshalve inschrijving van verzoeker dan de hierboven genoemde collegebesluiten met bijlagen, en de correspondentie met Ethias. Verzoeker kreeg van de beroepsinstantie in uitvoering van haar uitspraak OVB 2022/006 ook een aantal documenten m.b.t. drie ambtshalve inschrijvingen van andere personen in 2017 (drie collegebesluiten met bijhorend verslag van de politie), en m.b.t. vier ambtshalve afvoeringen (collegebesluiten met bijhorend verslag van de politie) zodat hij de werkwijze van de stad kan vergelijken met deze die gehanteerd werd bij zijn eigen ambtshalve inschrijving. De beroepsinstantie merkt op dat ook de documenten m.b.t. de ambtshalve inschrijving van verzoeker zelf bezorgd werden, en dat de stad haar dus maar drie i.p.v. vier ‘ambtshalve inschrijvingen’ bezorgde, die dan door de beroepsinstantie werden doorgestuurd naar verzoeker. Met betrekking tot de documenten waarvan thans afschrift gevraagd wordt, neemt de beroepsinstantie het volgende standpunt in: •
Vijf gedepersonaliseerde ambtshalve inschrijvingen in het jaar 2021 (de integrale dossiers)
De beroepsinstantie is van mening, gelet op de vele documenten die verzoeker al opvroeg en kreeg, dat het huidige verzoek naar nieuwe bestuursdocumenten, met name vijf gedepersonaliseerde ambtshalve inschrijvingen in het jaar 2021 (de integrale dossiers), kennelijk onredelijk is. Indien verzoeker zijn ambtshalve inschrijving van 2017 en de weigering tot verbetering van 2021 wil aanklagen voor een rechtbank, beschikt verzoeker volgens het oordeel van de beroepsinstantie al over meer dan genoeg documenten. Verzoeker diende al talrijke openbaarheidsverzoeken en -beroepen in, welke een grote werklast met zich meebrengen voor een kleine stad als Borgloon. De stad, het OCMW en het AGB beschikken samen over ongeveer 150 VTE personeelsleden, die uiteraard ook heel wat andere taken hebben en waarvan ook niet iedereen zomaar kan ingezet worden om openbaarheidsverzoeken te behandelen. Uit de openbaarheidsverzoeken en -beroepen die verzoeker tot nu toe indiende, blijkt bovendien dat hij naar aanleiding van elk bijkomend document dat hij krijgt, weer nieuwe ‘vragen om uitleg’ stelt, of nieuwe documenten opvraagt. De beroepsinstantie is, op basis van de stukken van het dossier en de voorgaande beroepen van verzoeker, van oordeel dat het huidig beroep van verzoeker gezien moet worden in de totaliteit van de verzoeken die door hem werden ingediend bij de stad Borgloon. De beroepsinstantie kan in alle redelijkheid aannemen dat deze verzoeken een zware werklast met zich meebrengen die de normale werking van de stad ernstig verstoren. Een verzoeker hoeft in principe geen belang aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen, maar dit betekent niet dat het uitoefenen van een recht zonder enig aantoonbaar redelijk en voldoende belang kennelijk onredelijk zou kunnen zijn. In principe komt het een instantie of een beroepsinstantie niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken, maar dit kan echter geen vrijgeleide zijn om systematisch tal van documenten aan te vragen waardoor een onredelijke continue overlast ontstaat voor een instantie waardoor de normale werking ervan in het gedrang komt. Het verbod van rechtsmisbruik vormt een algemeen rechtsbeginsel, dat volgens de rechtspraak en rechtsleer de uitoefening van een recht is, niet alleen met het enkele opzet te schaden, maar ook het uitoefenen van dat recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dit recht
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/195
pagina 6 van 9
door een voorzichtig en bezorgd persoon (ter goeder trouw). De gevolgen van de uitoefening van een recht mogen niet in onevenredigheid zijn met de voordelen voor degene die het recht uitoefent, hetgeen een belangenafweging betreft. Het misbruik van recht is een uitzonderingsgrond is die onder toepassing van artikel II.42 van het Bestuursdecreet kan worden ingeroepen en die de aanvraag tot openbaarmaking “kennelijk onredelijk” maakt. De vraag naar vijf gedepersonaliseerde ambtshalve inschrijvingen in het jaar 2021 gaat de norm van de redelijkheid volgens het oordeel van de beroepsinstantie kennelijk te boven. Er is volgens het oordeel van de beroepsinstantie inderdaad sprake van rechtsmisbruik in hoofde van verzoeker. De beroepsinstantie is van oordeel dat het grote aantal verzoeken en de gehanteerde werkwijze daarbij, waarbij verzoeker ook sneren en beschuldigingen uit ten aanzien van de stad, niet te rijmen vallen met wat van een normaal, zorgvuldig en vooruitziend persoon, geplaatst in dezelfde concrete omstandigheden, zou mogen verwacht worden. In casu wordt door verzoeker kennelijk misbruik gemaakt van de regelgeving betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten en de uitzonderingsgrond van artikel II.42 van het Bestuursdecreet is dan ook van toepassing op de nieuwe documenten die verzoeker vraagt in zijn openbaarheidsverzoek d.d. 25 mei 2022. Voor wat betreft deze documenten wordt het beroepschrift bijgevolg ongegrond verklaard. •
De ontbrekende documenten bij de ambtshalve inschrijvingen die aan verzoeker werden bezorgd in uitvoering van beslissing OVB/2022/006:
Wat betreft de documenten die verzoeker vraagt ter volledige uitvoering van de uitspraak van de beroepsinstantie OVB/2022/006 (de uitnodigingsbrieven, aangetekende kennisgevingsbrieven en 1 extra volledig dossier, aangezien het vierde dossier dat hem bezorgd werd dat van verzoeker zelf was, het politieverslag van 14/12/2017 waarnaar het collegebesluit nr.201_CBS_01131 verwijst, en het politieverslag van 19/8/2017 waarnaar het collegebesluit nr.2017_CBS_757 verwijst – voor zover dit bestaat, zie verder), verwijst de beroepsinstantie naar haar beoordeling en uitspraak in dit dossier OVB/2022/006, en herhaalt ze haar standpunt dat aan verzoeker vier integrale dossiers ambtshalve inschrijving uit 2017 van andere personen, zij het geanonimiseerd, moeten bezorgd worden. Met betrekking tot het politieverslag van 19/8/2017 waarnaar het collegebesluit nr.2017_CBS_757 verwijst, merkt de beroepsinstantie op dat hier mogelijk sprake is van een materiële fout in de verwijzing in het collegebesluit, want er is hierbij wel een politieverslag d.d. 12/9/2017 gevoegd dat over dezelfde persoon schijnt te gaan. Van het genoemde politieverslag d.d. 19/8/2017 kan uiteraard enkel maar een afschrift worden bezorgd in zoverre dit effectief bestaat. Dit onderdeel van het beroepschrift wordt bijgevolg als gegrond beschouwd. De beroepsinstantie dringt er bij de stad op aan om nu te zorgen voor een correcte en integrale uitvoering van deze uitspraak.
Vragen tot uitleg •
Wie (naam en functie) heeft het document ’25’ in het college van 8 juni 2021 gebracht?
Dit is een vraag om uitleg bij een bestuursdocument, waarbij echter gevraagd wordt naar de identiteit van een natuurlijke persoon. De beroepsinstantie is van oordeel dat de naam, voornaam en functie van deze persoon persoonsgegevens zijn die vallen onder artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van natuurlijke personen mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/195
pagina 7 van 9
Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat het gaat om de naam, voornaam en functie van een natuurlijke persoon. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkene. Het vrijgeven van al deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die persoon. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet Het beroepschrift wordt voor wat betreft deze vraag om uitleg als ongegrond beschouwd. •
Is dit document de bijlage ‘dossier xxx – bijkomende tussenkomsten.pdf’? En zo ja, is dat het enige document tussenkomsten?
Dit is een vraag om uitleg over het politieverslag d.d. 2 juni 2021 m.b.t. verzoeker. De beroepsinstantie heeft zelf (n.a.v. dossier OVB/2022/172) kunnen vaststellen dat dit inderdaad de bijlage ‘dossier xxx – bijkomende tussenkomsten.pdf’ bij het collegebesluit van 8 juni 2021 is. De stad heeft al meermaals verklaard dat er geen andere documenten meer zijn m.b.t. de inschrijving en weigering tot verbetering van de inschrijving van verzoeker, zodat moet aangenomen worden dat dit inderdaad het enige document ‘tussenkomsten’ is. Gelet op de onduidelijke en onvolledige antwoorden van de stad op voorgaande openbaarheidsverzoeken én ten aanzien van de beroepsinstantie, wordt het beroepschrift wat betreft deze vragen (nog) niet als kennelijk onredelijk beschouwd, en dient de stad deze duidelijk en ondubbelzinnig te beantwoorden, en de interpretatie van de beroepsinstantie desgevallend te bevestigen of weerleggen. Dit onderdeel van het beroepschrift wordt als gegrond beschouwd. Concluderend is de beroepsinstantie van oordeel dat het beroep deels gegrond, deels ongegrond is.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/195
pagina 8 van 9
Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx, d.d. 15 juni 2022 tegen de ontstentenis van beslissing van de stad Borgloon op zijn openbaarheidsverzoek d.d. 25 mei 2022 is deels ontvankelijk, deels onontvankelijk, en deels gegrond, deels ongegrond. Bijgevolg dient de stad Borgloon de volgende documenten openbaar te maken door er een afschrift van te verstrekken: - De ontbrekende documenten bij de ambtshalve inschrijvingen die aan verzoeker werden bezorgd in uitvoering van beslissing OVB/2022/006: de uitnodigingsbrieven, aangetekende kennisgevingsbrieven en 1 extra volledig dossier, aangezien het vierde dossier dat hem bezorgd werd dat van verzoeker zelf was, het politieverslag van 14/12/2017 waarnaar het collegebesluit nr.201_CBS_01131 verwijst, en het politieverslag van 19/8/2017 waarnaar het collegebesluit nr.2017_CBS_757 verwijst – voor zover dit bestaat, alles geanonimiseerd. Ook dient de stad Borgloon de volgende uitleg te geven bij het politieverslag d.d. 2 juni 2021: Is dit document de bijlage ‘dossier xxx – bijkomende tussenkomsten.pdf’ (bij het collegebesluit van 8 juni 2021)? En zo ja, is dat het enige document tussenkomsten?
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 7 juli 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/195
pagina 9 van 9