Skip to main content

dossier 2021-095.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/95

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/95

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 29 januari 2021 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoek in bij de VRT om een kopie te verkrijgen van de publieke communicatie en informatie die de VRT heeft gevoerd met betrekking tot de inwerkingtreding van het decreet van het Vlaamse Gewest van 26 april 2019 “tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet” voor wat het jaar 2020 betreft. Vanuit de VRT werd niet gereageerd op voormeld openbaarheidsverzoek. Op 23 februari 2021 diende verzoeker een beroepschrift in tegen de ontstentenis van beslissing van de VRT. Op 23 februari 2021 werd dit beroep geregistreerd door de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 29 januari 2021. De VRT antwoordde de beroepsinstantie op 26 februari 2021 dat zij geen kennis had van het verzoek van xxx. Het verzoek werd niet verstuurd naar het e-mailadres klachtenprocedure@vrt.be dat bestemd is voor dergelijke aanvragen. Zij vervolgt dat op haar website nochtans uitgebreid toegelicht wordt via welke weg

www.vlaanderen.be


een vraag inzake openbaarheid van bestuur geformuleerd moet worden (zie https://www.vrt.be/nl/contact/openbaarheid-bestuur). Daar wordt expliciet een postadres, een specifieke klantenmodule (zie https://www.vrt.be/nl/contact/openbaarheidbestuur/), alsook het e-mailadres klachtenprocedure@vrt.be vermeld. xxx heeft geen van deze drie opties gebruikt. De VRT besluit dat het niet redelijk noch werkbaar zou zijn om van haar te verwachten dat zij iedere aanvraag inzake openbaarheid van bestuur die op om het even welk e-mailadres dat haar domeinnaam draagt wordt verstuurd, dient te onderzoeken. In een mail van 2 maart voegde de VRT er nog aan toe dat ze navraag gedaan hebben naar de oorspronkelijke mails, maar deze niet teruggevonden hebben. Zij stellen dat dit logisch is, aangezien de mailboxen in kwestie bedoeld zijn om tips voor nieuwsitems te verzamelen en dus niet bewaard worden en louter op hun nieuwswaarde worden geëvalueerd. En ze besluit: “Gelet op de grote organisatie die de

VRT is, en de talloze e-mails die de VRT dagelijks ontvangt op verschillende e-mailadressen die op haar naam staan, is het niet werkbaar om dergelijke verzoeken inzake openbaarheid van bestuur binnen de decretale termijn van 20 kalenderdagen tot bij de juiste personen (de communicatiedienst) te leiden en deze vragen ook op adequate manier te onderzoeken en te beantwoorden. Net om deze reden worden alle aanvragen tot openbaarmaking op duidelijk aangegeven wijze (de openbare webpagina van de VRT) op een specifiek e-mailadres, te weten klachtenprocedure@vrt.be, gecentraliseerd. Enkel dit e-mailadres wordt door de VRT regelmatig en systematisch nagekeken met het oog op een tijdige en grondige behandeling van de dossiers ter zake.”

De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker zijn oorspronkelijk openbaarheidsverzoek stuurde naar politiek@vrtnws.be, sociaal-economisch@vrtnws.be, maatschappij@vrtnws.be en dus inderdaad niet het emailadres klachtenprocedure@vrt.be gebruikte. De beroepsinstantie merkt in dit kader op dat artikel II.40, §1 van het Bestuursdecreet een grotere laagdrempeligheid van de aanvraagprocedure beoogde, door onder andere de aanmoediging van het gebruik van e-mail bij het indienen van een openbaarheidsverzoek. In de parlementaire stukken bij het Bestuursdecreet leest men omtrent deze bepaling: ‘De versoepeling van de administratieve lasten voor de

burgers, de vereenvoudiging van de administratieve procedures is een constante bekommernis van de Vlaamse overheid. Deze bekommernis komt ook tot uiting in de zeer eenvoudige aanvraagprocedure. Als de burger op zoek gaat naar informatie van de overheid, dient deze drempel zo laag mogelijk te zijn. (…) Mede daarom wordt hier nu aangegeven dat de burger de mogelijkheid krijgt om zijn aanvraag via brief of elektronisch bericht in te dienen Gelet op de huidige moderne communicatiemiddelen is het wenselijk om de mogelijkheden van de e-mail of een web formulier op te nemen, waardoor de behandeling van de aanvragen vlotter kan verlopen. (…)’ (Parl.St., 2017-2018, 1656/1, p. 70). Het kan natuurlijk niet zijn dat een overheid de decretaal voorgeschreven laagdrempeligheid zou miskennen door enkel aanvragen tot openbaarmaking, die haar bereiken via één specifiek daarvoor door haar voorzien e-mailadres, als valabele aanvragen te beschouwen. Een stelling dat aanvragen tot openbaarheid aan overheden enkel op ontvankelijke wijze zouden kunnen worden gericht aan ‘een algemeen contactadres’ van de betrokken overheid kan niet worden verzoend met de decretaal voorgeschreven laagdrempeligheid van de aanvraagprocedure. Daarenboven vervolgt datzelfde artikel II.40, §1 van het Bestuursdecreet:

“Als de aanvraag wordt ingediend bij een overheidsinstantie die het bestuursdocument niet bezit, stuurt de overheidsinstantie de aanvraag zo snel mogelijk door naar de overheidsinstantie die het document vermoedelijk bezit. De aanvrager wordt daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht.”

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/95

pagina 2 van 6


Uit de parlementaire stukken (Parl.St., 2017-2018, 1656/1, p. 70-71) blijkt dat ‘overheidsinstantie’ ruim geïnterpreteerd moet worden en ook de diverse structuren binnen één instantie kan betreffen: “De ervaring

leert dat de burger niet altijd even vertrouwd is met de bevoegdheidsverdeling en de diverse structuren binnen de instanties in België. Daarom wordt het noodzakelijk geacht om in het tweede lid van paragraaf 1 een doorverwijzingsfunctie te voorzien. In dit geval dient de aanvraag door de overheid zo spoedig mogelijk doorgestuurd te worden aan de juiste overheidsdienst en wordt de aanvrager van deze doorverzending onmiddellijk op de hoogte gebracht. Het is uiteraard niet de bedoeling dat burger van het kastje naar de muur gestuurd wordt en van de instanties kan worden verwacht dat ze dit eerst intern informeel checken of desnoods bij 1700 navragen wie de bevoegde instantie is, maar het doorsturen blijft een inspanningsverbintenis en geen resultaatsverbintenis; daarom is er sprake van “vermoedelijk bezit”. Uit het antwoord van de VRT van 2 maart 2021 leidt de beroepsinstantie af dat er vanuit de 3 aangeschreven e-mailadressen helemaal geen inspanningen worden geleverd om verkeerd geadresseerde mails door te sturen naar de juiste interne dienst binnen de VRT, integendeel, ze worden gewoon verwijderd. De beroepsinstantie meent tot slot dat het opgegeven e-mailadres ‘klachtenprocedure@vrt.be’ op zich verwarrend is, nu de klachtenprocedure een specifieke procedure is, geregeld door de artikelen II.74 tot en met II.88 van het Bestuursdecreet, die volledig losstaat van de procedure inzake openbaarheid van bestuur. Op 23 februari 2021, datum van het beroepschrift van verzoeker, was de in artikel II.43, § 1, 2e lid van het Bestuursdecreet bepaalde beslissingstermijn van 20 kalenderdagen voor de VRT verstreken, zonder dat verzoeker een beslissing had ontvangen. Conform artikel II.48, §1 van het Bestuursdecreet heeft de termijn om beroep in te stellen bijgevolg geen aanvang genomen. De beroepsinstantie beschouwt het ingediende beroep als tijdig en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

Het beroepschrift van verzoeker van 23 februari 2021 is gericht tegen de ontstentenis van beslissing van de VRT. In het oorspronkelijke verzoek werd een kopie gevraagd van de publieke communicatie en informatie die de VRT heeft gevoerd met betrekking tot de inwerkingtreding van het decreet van het Vlaamse Gewest van 26 april 2019 “tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet” voor wat het jaar 2020 betreft.

2. Inhoud van het beroepschrift

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/95

pagina 3 van 6


Via het indienen van het beroepschrift wenst verzoeker alsnog een kopie van alle gevraagde documenten te verkrijgen.

3. Standpunt van de beroepsinstantie Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 25 februari, 1 maart en 11 maart 2021 contact opgenomen met de VRT, om de gevraagde documenten te krijgen en de VRT in de gelegenheid te stellen om wat meer duiding te verstrekken betreffende dit dossier. Op 26 februari, 2 maart en 11 maart 2021 heeft de VRT geantwoord aan de beroepsinstantie. De VRT weigert de gevraagde documenten aan de beroepsinstantie te bezorgen omdat ze de vraag van de beroepsinstantie om dit binnen de week te doen, onredelijk vindt. Ze had immers niet de mogelijkheid om de oorspronkelijke aanvraag in eerste aanleg overeenkomstig de artikelen II.42 en II.43 van het Bestuursdecreet binnen de decretaal voorziene termijn te onderzoeken en te beantwoorden, nu de aanvraag niet op het juiste emailadres werd ingediend.

Geen bestuursdocument De VRT stelt in haar antwoord van 2 maart 2021 aan de beroepsinstantie tevens dat ze de gevraagde documenten niet als bestuursdocumenten beschouwt. Ze ontwikkelt hierover de volgende argumentatie:

“Aangezien de gevraagde informatie uit haar aard reeds openbaar werd gemaakt (‘de publieke communicatie en informatie die de VRT heeft gevoerd en beschikbaar gesteld’) en deel uitmaakt van het publiek aanbod van de VRT, heeft het geen zin om deze informatie onder de openbaarheidscriteria van bestuursdocumenten te doen vallen. Het kan niet de bedoeling van de decreetgever zijn geweest om de VRT op een dergelijke manier te belasten met de behandeling van alle mogelijke aanvragen om reeds uitgezonden of gepubliceerd materiaal nogmaals en op loutere aanvraag aan eenieder openbaar te maken.”

De beroepsinstantie wijst op de definitie van het begrip “bestuursdocumenten” in artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, die als volgt luidt: “bestuursdocumenten: alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in

het bezit is van een overheidsinstantie;”

Voor de beroepsinstantie kan er geen twijfel over bestaan dat het hier onbetwistbaar gaat om informatie, die in het bezit is van de VRT, een overheidsinstantie. De tweedeling die de VRT maakt tussen informatie die deel uitmaakt van een publiek aanbod en andere informatie is geen criterium, dat deel uitmaakt van de definitie. De beroepsinstantie concludeert in casu daarom dat het openbaarheidsverzoek wel degelijk betrekking heeft op bestaande bestuursdocumenten.

Auteursrechtelijke bescherming De VRT schrijft op 2 maart 2021 nog het volgende aan de beroepsinstantie: “Dit materiaal is trouwens ook beschermd door intellectuele eigendomsrechten en wordt door VRT

gevaloriseerd in het kader van haar commerciële activiteiten. Ik wil er in dit verband ook op wijzen dat de bepalingen van het bestuursdecreet inzake hergebruik van overheidsinformatie de VRT als publieke omroep expliciet vrijstelt van enige verplichting inzake hergebruik. Om deze redenen verwijzen wij dergelijke verzoeken van burgers door naar onze dienst beeld/geluidsarchief waar zij dergelijk materiaal kunnen opvragen aan de gangbare commerciële tarieven.”

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/95

pagina 4 van 6


Gezien de VRT weigert om de beroepsinstantie de opgevraagde documenten te bezorgen, kan de beroepsinstantie niet controleren of alle opgevraagde documenten effectief in aanmerking komen voor een bescherming door het auteursrecht. Het klopt dat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverkort blijft gelden, ofschoon in het Bestuursdecreet de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voorkomt, gezien de onbevoegdheid van de decreetgever,. Intellectuele eigendom is immers een federale aangelegenheid, conform artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Overheidsinstanties dienen de federale regelgeving op dit vlak te eerbiedingen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking. Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur. De stukken genieten de bescherming van het auteursrecht indien ze van oorspronkelijkheid getuigen, wat inhoudt dat ze de persoonlijke stempel dragen van de auteur. De bescherming ontstaat van rechtswege. De beroepsinstantie kan evenwel de oorspronkelijkheid van de opgevraagde documenten niet nagaan, gezien de herhaalde weigering van de VRT om deze documenten aan de beroepsinstantie te bezorgen. Voor alle documenten, ook voor deze die een mogelijke auteursrechtelijke bescherming genieten, merkt de beroepsinstantie op dat het Bestuursdecreet geen belemmeringen bevat om de gevraagde documenten tegen betaling te bezorgen. Integendeel, artikel II.31 voorziet deze mogelijkheid expliciet:

“(…) De inzage en de uitleg zijn kosteloos. De overheidsinstanties kunnen de overhandiging van een afschrift afhankelijk maken van de betaling van een bedrag op basis van een redelijke kostprijs met behoud van de toepassing van artikel 12, lid 5, en artikel 15, lid 3, van de algemene verordening gegevensbescherming. (…)” Gezien voor het overige de VRT geen andere fundamentele inhoudelijke bezwaren aanhaalt, die de openbaarmaking in de weg staan, beschouwt de beroepsinstantie het beroep dan ook als gegrond, mits naleving van de regelgeving met betrekking tot intellectuele rechten, indien van toepassing. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 23 februari 2021 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de VRT is ontvankelijk en gegrond. Bijgevolg dient de VRT, rekening houdend met de regelgeving met betrekking tot intellectuele rechten, aan verzoeker een kopie te bezorgen van de publieke communicatie en informatie die de VRT heeft gevoerd met betrekking tot de inwerkingtreding van het decreet van het Vlaamse Gewest van 26 april 2019 “tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet” voor wat het jaar 2020 betreft.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/95

pagina 5 van 6


In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 12 maart 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/95

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-095.pdf by Vlaanderen-be - Issuu