Skip to main content

Verslag_overleg_visienota.pdf

Page 1

Beleid Koning Albert II-laan 20, bus 2 1000 BRUSSEL T 02 553 77 56

mow.vlaanderen.be

Verslag overleg visienota ‘fiets in stationsomgevingen’ //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Datum: 24 november 2020 - Vergadering via Teams Aanwezig: Geraldine Wellens en Jan Van Beneden – NMBS Marjolein Hantson, Michiel Beckers, Frederik Pousset– provincies OVL, Limburg en Vl-Brabant Inge Caers - Fietsberaad Jan Pelckmans en Sofie Van Campenhout – dMOW, afd. Beleid Liessa Iliaens en Yves De Beleyr – Agentschap Wegen en Verkeer Verontschuldigd: Sofie Van der Haegen – TUCRail Annelien Pieraer – provincie Antwerpen Dries Wathion – De Lijn Voorzitter en verslaggever: Sofie Van Campenhout //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Een herwerkte versie van de visienota werd door dMOW rondgestuurd naar alle partners. Er werd schriftelijke feedback ontvangen van de provincies, AWV, Fietsberaad, NMBS, en De Lijn. Een bijgewerkte visienota waarin al een deel van de opmerkingen werd verwerkt, werd rondgestuurd kort voor het overleg. De bedoeling van dit overleg is -

1)

bespreken van de resterende kleinere opmerkingen en voorstellen tot aanpassing bespreken van de visie (vanaf p14) en komen tot een conclusie

overlopen van de wijzigingen Alle kleinere opmerkingen en de voorstellen tot aanpassing (track changes) worden snel overlope en mogen worden aangepast tot een definitieve tekst. Een deel van de opmerkingen zal worden hernomen in de visie (vanaf p14) en niet worden uitgewerkt in de inleidende tekst. Pagina 1 van 4


2) Bespreking van de gedeelde visie  Continuïteit - Fietsberaad geeft aan dat 4m breedte niet overal noodzakelijk is, dat we moeten streven naar een consensus waarbij de signalisatie en vooral de leesbaarheid van de omgeving voorop staan. - dMOW en de provincies steunen dit standpunt. De verbinding moet logisch zijn en een fietsstraat of gemengd verkeer met aangelanden kan soms, daarbij staat de leesbaarheid voor alle weggebruikers centraal. - Ook voor NMBS is dit een gedeeld punt. Vanuit het STOP-principe zal het soms nodig zijn om te ontvlechten, ook als de fietssnelweg langs de rustiger ‘achterkant’ van het station loopt (ook daar zijn er vaak kruisingen, die zoveel mogelijk vermeden dienen te worden). De klassieke maatvoering van 4m fietssnelweg kan voor NMBS alleen als de bereikbaarheid van het perron gegarandeerd wordt. Een aantal gebundelde oversteken over de fietssnelweg is soms noodzakelijk. NMBS heeft steeds de voorkeur om de fietssnelweg ofwel volledig conflictloos het spoor te laten volgen, ofwel aan de buitenkant van de stationsomgeving te leggen. - Gebundelde oversteken zijn voor alle partners een haalbare kaart: STOP-principe hanteren en de snelheid op de fietssnelweg moet in de stationsomgeving (zeker tijdens de spits) voldoende laag zijn. NMBS benadrukt de voorkeur voor gebundelde kruisingen van de parking, het busstation en andere vervoersmodi met de fietssnelweg aan de rand van de stationsomgeving. Gebundelde kruisingen en het kanaliseren van reizigers binnen een stationsomgeving dient in eerste instantie vermeden te worden. Bij het kanaliseren - door bijvoorbeeld het gebruik van afsluitingen langsheen de fietssnelweg – moet worden opgelet dat er geen sterke barrièrewerking ontstaat in de stationsomgeving door de aanleg van de fietssnelweg (De NMBS duidt als bijkomend voorbeeld op het principe dat doorgaand verkeer, zelf op het micro-niveau van een bushalte, een fietspad, en dus doorgaand verkeer, rond een bushalte wordt geleid en niet tussen de wachtinfrastructuur en de opstapplaats aan de straatkant van het busperron). - Provincies geven aan dat bij grotere stations de fietssnelweg beter ongelijkvloers de stationsomgeving kan kruisen. Op die manier kan de stroom doorgaande fietsers veilig en vlot doorrijden, gescheiden van de stromen van en naar de perrons. - De NMBS wenst het bestemmingsverkeer van het doorgaand verkeer te scheiden zodat een goede doorstroming van de fietssnelweg kan gerealiseerd worden door deze aan de buitenzijde van de stationsomgeving te realiseren, en afritten te voorzien richting de stationsomgeving. Zo kan doorgaand verkeer snelheid behouden, en bestemmingsverkeer aan lagere snelheid de bestemming bereiken. - dMOW: Een fietssnelweg in een stationsomgeving zal altijd bestaan uit een deel doorgaande fietsers en een deel bestemmingsverkeer. Het is net de bedoeling van de fietssnelweg om een aantal mensen te overtuigen om de auto in te wisselen voor de fiets als voortransport. - NMBS geeft aan dat het doorsnijden van de stationsomgeving met een FSW niet gewenst is. Provincie wijst daarbij op het dubbele gebruik (doorgaande fietsers + fietsers met bestemming/herkomst station). Provincie vraagt ook naar cijfers over de fiets als voortransport naar de stations. Dat kan interessant zijn voor de evaluatie en/of bij het ontwerpen. Ook hier speelt het STOP-principe. - Alle gebruikers van de stationsomgeving (treinreizigers, busgebruikers, voetgangers, doorgaande fietsers, fietsers met een bestemming aan het station, automobilisten…) hebben baat bij een goede leesbaarheid van de stationsomgeving en een duidelijke continuïteit van de FSW. Logische lijnen en gebundelde kruisingen (bv van stationsparking richting perron over de FSW) zijn hierbij van belang. Hoe dit precies vorm gegeven wordt, is maatwerk voor elke stationsomgeving. Als slechte voorbeelden worden Roeselare en Gent St Pieters aangehaald. - De Lijn geeft aan dat ook busstations vaak conflictpunten zijn in de stationsomgeving. Ook hier zal de leesbaarheid/continuïteit kunnen bijdragen aan een hogere veiligheid voor verschillende

pagina 2 van 4


gebruikers. Snel kunnen doorrijden is in stationsomgevingen op geen enkel onderdeel van het BFF van belang. Vlot en veilig zijn/haar weg vinden dankzij een goede leesbaarheid wel.

 Stationsparking - Alle partners zijn het met elkaar eens dat een gebundelde kruising van de FSW met voetgangers kan (voetganger heeft voorrang), maar dat een kruising van of het mengen met de parking niet gewenst is. Ook het doodlopen van de fietssnelweg op de parking moet absoluut worden vermeden. Dit geldt ook voor het overige BFF in de stationsomgeving. - Hier speelt ook het raakvlak met de uitrol van de Hoppinpunten/mobipunten en de inschaling van stationsomgevingen als mobipunt in de nieuwe Openbaar Vervoerplannen 2021 en de regionale mobiliteitsplannen. Overleg tussen de vervoerregio’s en NMBS zal de komende weken en maanden worden gevoerd. Het inzetten op fiets in stationsomgevingen kan immers niet los worden gezien van Hoppin. AWV geeft ook nog aan dat zij de richtlijnen voor de mobipunten zullen uitschijven. NMBS wil hier de komende maanden graag aan meewerken. - Provincies vragen voldoende aandacht voor al het BFF als belangrijke schakel in basisbereikbaarheid en de bereikbaarheid van de mobipunten. Dit zal worden meegenomen in het overleg en in de regionale mobiliteitsplannen.  Conclusie De conclusie in de nota mag worden behouden en aangevuld met: -

Focus op de lagere snelheid in stationsomgevingen (op al het BFF) omwille van het STOP-principe en de verwevenheid van alle functies Continuïteit en leesbaarheid van de fietsverbinding is cruciaal Bij alle partners leeft de vraag naar evaluaties van stationsomgevingen met de focus op alle modi. dMOW of AWV zouden dit volgens een aantal partners best coördineren vanuit hun rol als beleidsafdeling of penhouder van het Vademecum Fietsvoorzieningen. De evaluatie kan best op 2 niveaus worden uitgewerkt: 1. detailanalyses/projectevaluatie van concrete projecten met fietssnelwegen of belangrijke doorgaande BFF-routes in stationsomgevingen = taak van de initiatiefnemer van het project 2. een algemene analyse van een aantal van deze projectevaluaties = mogelijke taak van dMOW of AWV. De projectevaluaties zouden dan wel volgens een zelfde methode moeten gebeuren om de juiste zaken met elkaar te kunnen vergelijken.

3) Vervolgstappen dMOW zal de nota herschrijven volgens de bespreking van 24 november 2020 en bezorgen aan alle partners. Tenzij tegenbericht per e-mail binnen de 15 werkdagen na ontvangst, wordt ervan uitgegaan dat iedereen akkoord gaat met deze versie en dat we deze intern zullen laten bekrachtigen. Om de gedeelde visienota voor alle partners te kunnen hanteren als officieel en gedragen document zijn immers enkele formele stappen nodig. De partners brengen dit elk binnen hun organisatie in orde en communiceren hierover met elkaar. Op die manier kunnen we samen:  de visienota hanteren bij het ontwerpen van concrete stationsomgevingen  de visienota integreren in andere documenten, zoals: - de nota met inrichtingsprincipes/goede voorbeelden voor FSW van de provincies - de interne nota van NMBS over fietssnelwegen in stationsomgevingen (momenteel in opmaak)

pagina 3 van 4


-

het Vademecum fietsvoorzieningen …

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verslag_overleg_visienota.pdf by Vlaanderen-be - Issuu