Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/081
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/081
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 8 maart 2020 diende xxx een verzoek in bij de stad Antwerpen om, in het kader van de vergunningverlening voor de bouw van een installatie voor de verwerking van brandbaar afval voor de stad Antwerpen, inzage en een afschrift te verlenen van de verschillende documenten en het eindrapport VITO – RFI over afvalverwerking voor de stad Antwerpen. Op 11 maart 2020 weigerde de stad Antwerpen gedeeltelijk de gevraagde openbaarmaking. Op 24 maart 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 11 maart 2020 door de stad Antwerpen. Dit beroep werd geregistreerd op 25 maart 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 8 maart 2020. De bestreden beslissing van 11 maart 2020 van de stad Antwerpen maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van 24 maart 2020 is dan ook tijdig en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep
www.vlaanderen.be
Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
xxx richtte een verzoek aan de stad Antwerpen om, in het kader van de vergunningverlening voor de bouw van een installatie voor de verwerking van brandbaar afval voor de stad Antwerpen, inzage te verschaffen in de documenten van de RFI (Request for Information) en om een afschrift te bezorgen van het eindrapport van VITO. De marktbevraging (RFI) bestond uit 2 fases, namelijk: 1) een brede bevraging om geïnteresseerde marktpartijen te identificeren en hun voorgestelde scenario te verkennen; 2) een tweede ronde waarin een selectie van marktpartijen gevraagd wordt om meer gedetailleerde informatie te leveren. Voor fase 1 hebben vijf bedrijven een antwoord geformuleerd. Vijf bedrijven dienden een voorstel in voor fase 2. VITO werd belast met de evaluatie van de ingediende voorstellen over de verwerking van brandbaar restafval voor de stad Antwerpen. Ook door xxx werd aan VITO de nodige informatie bezorgd, teneinde VITO mogelijk te maken de ingediende voorstellen te vergelijken met het toekomstplan van xxx. Het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Antwerpen nam op 5 maart 2020 kennis van het “rapport VITO – RFI over afvalverwerking voor de stad Antwerpen”. Op 8 maart 2020 richtte de verzoeker de bovenvermelde vraag tot openbaarmaking aan de stad Antwerpen. Bij mail d.d. 11 maart 2020 maakte de stad Antwerpen het besluit van de bedrijfsdirecteur over, samen met vier versies van het eindrapport van VITO: - Een Draft rapport van 2 december 2019; - een finaal rapport van 11 december 2019; - een finaal rapport van 18 december 2019; - een finaal rapport van 14 januari 2020. Delen van de rapporten werden grotendeels onleesbaar gemaakt. Het besluit van de bedrijfsdirecteur voor deze werkwijze bevat volgende motivering: “Op grond van de uitzonderingsgronden II.35, 3° van het Bestuursdecreet voor niet milieu-informatie en van II.36, §1, 7° van het Bestuursdecreet voor milieu-informatie worden de gedeelten van het rapport die betrekking hebben op de voorgestelde technologieën, de rechten op de gronden, de out-put valorisatie, de mobiliteit, het business model en de samenwerkingsvormen niet openbaar gemaakt. De kandidaturen werden beoordeeld in deze tweede fase, maar met geen van de kandidaten werden al verdere stappen ondernomen. Het is bovendien ook nog niet duidelijk welke stappen er verder gezet zullen worden en met
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/081
pagina 2 van 9
welke kandidaten. In de huidige fase weegt het openbaar maken van deze gegevens niet op tegen de bescherming van de commerciële en industriële informatie van de kandidaten beschreven in het rapport van VITO. Het bekend maken van deze informatie geleverd door de kandidaten hypothekeert mogelijk hun verdere deelname aan procedures voor de verwerking van restafval in Antwerpen en hun positie bij het inschrijven op gelijkaardige infrastructuurprojecten. De informatie over emissies in het rapport van VITO wordt wel openbaar gemaakt conform artikel II.36, §2 van het Bestuursdecreet.”
2. Inhoud van het beroepschrift Uit verklaringen in de pers van o.m. gemeenteraadsleden van de stad Antwerpen, leidt de beroeper af dat de gevraagde documenten reeds een ruimere verspreiding kenden. xxx heeft een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend voor de bouw en exploitatie van een nieuwe afvalenergiecentrale te Antwerpen. Het openbaar onderzoek is lopende en diverse instanties zullen hun advies kenbaar maken. In de bezwaarschriften, waarvan xxx thans reeds kennis heeft, wordt verwezen naar de resultaten van de RFI om de bezwaren te onderbouwen, aldus de beroeper. De beroeper stelt de motivering voor het weigeren van de geschrapte passages daarom in vraag. Volgens de stad Antwerpen weegt in de huidige fase het openbaar maken van deze gegevens niet op tegen de bescherming van de commerciële en industriële informatie van de kandidaten beschreven in het rapport van VITO. Het bekend maken van deze informatie geleverd door de kandidaten zou mogelijk hun verdere deelname aan procedures voor de verwerking van restafval in Antwerpen hypothekeren en hun positie bij het inschrijven op gelijkaardige infrastructuurprojecten. Wanneer de stad Antwerpen stelt dat het bekendmaken van de informatie “mogelijk” de verdere deelname aan procedures voor de verwerking van het restafval in Antwerpen en hun positie bij het inschrijven op gelijkaardige infrastructuurprojecten hypothekeert, is dit volgens de beroeper een onvoldoende verantwoording om een beroep op de uitzonderingsgrond te verantwoorden. Er wordt volgens de beroeper niet concreet gemotiveerd, noch aangetoond in welke mate de gedeelten van de rapporten betreffende “voorgestelde technologieën, de rechten op de gronden, de out-put valorisatie, de mobiliteit, het business model, samenwerkingsvormen” in concreto beschermde/vertrouwelijke commerciële en industriële informatie omvatten. Volgens de beroeper werden er in de rapporten blijkbaar ook delen onleesbaar gemaakt, die enkel betrekking zouden hebben op de methodologie van het onderzoek en geen commerciële en industriële informatie van de kandidaten bevatten. Uit de meegedeelde rapporten blijkt volgens de beroeper dat het uitgangspunt om de “voorgestelde technologieën”, de “rechten op de gronden”, de “output van valorisatie”, de “mobiliteit”, het “businessmodel” en de “samenwerkingsvormen” niet openbaar te maken en de andere delen niet, niet consequent wordt toegepast. Ook leidt de gedeeltelijke openbaarmaking volgens de beroeper tot een onleesbaar document. Zo kan hij bijvoorbeeld hieruit het volgende niet afleiden:
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/081
pagina 3 van 9
- Hoe ziet het beste alternatief voor xxx eruit ; - Hoe verhouden de RFI-voorstellen zich tot het toekomstplan van xxx en tot elkaar ? - Hoe is de prijssetting opgebouwd ? - Werd bij de prijsopbouw rekening gehouden met de afschrijvingsperiode ? Welke ? 15 jaar, 20 jaar,…? Werd eenzelfde afschrijvingsperiode gehanteerd ? Met welk type rookgaswassing hebben de inschrijvers ingediend ? - Welk dividend wordt voorzien ? - Wanneer sprake is van “goedkopere verwerkingsprijs”, is dat dan inclusief de transportkost ? De overslagkost ? - Zijn er op de voorgestelde sites verouderde stookinstallaties aanwezig, dan wel WKK’s ? - Werd geanalyseerd en geoordeeld of de voorgestelde vestigingsplaatsen in de haven realistisch zijn?
De beroeper stelt geen bezwaar te hebben dat de stad Antwerpen overgaat tot het onleesbaar maken van de namen van bedrijven, bedragen en andere vertrouwelijke cijfers (door de beroeper omschreven als de commerciële en industriële informatie stricto sensu). Tevens heeft hij geen enkel bezwaar dat de op xxx betrekking hebbende gegevens publiek worden gemaakt. Hij wenst echter dat alle onderdelen met betrekking tot de onderzoeksmethodologie en de analyse door VITO van de door de bedrijven verstrekte informatie leesbaar worden gemaakt. Volgens de beroeper werden er binnen het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag bezwaren ingediend die verwijzen naar de resultaten van de RFI om bezwaren te onderbouwen. Zonder kennis van het gehele rapport dreigt de gemotiveerde weerlegging van beweringen, geuit in bezwaren, onmogelijk te worden voor xxx. De beroeper stelt tenslotte nog dat de stad Antwerpen geen beroep kan doen op, of met succes verwijzen naar de vertrouwelijkheidsovereenkomsten, waarin een geheimhoudings- en vertrouwelijkheidsclausule werd opgenomen, nu privaatrechtelijke vertrouwelijkheidsovereenkomsten niet boven het grondwettelijk en decretaal geregeld recht op de openbaarheid kunnen worden gesteld.
3. Toelichting door de stad Antwerpen Op 25 maart 2020 contacteerde de beroepsinstantie de stad Antwerpen met het verzoek tot toelichting bij de gedeeltelijke weigeringsbeslissing. Op 2 april 2020 werd door de bedrijfsdirecteur van stadsbeheer Antwerpen meegedeeld dat, na uitvoering van de beslissing van de beroepsinstantie van 19 februari 2020 in het dossier OVB/2020/020, waarbij aan de gemeente Aartselaar (via haar raadsman) het rapport gedeeltelijk werd openbaar gemaakt, alle andere aanvragers op dezelfde manier inzage in het rapport gekregen hebben op basis van dezelfde motivering:
“Bijgevolg dienen de documenten van de 2de fase in verband met de RFI' s ingediend door de 6 kandidaten en het eindrapport van het VITO openbaar gemaakt te worden, behoudens het spelen van uitzonderingsgronden. Ook dient de powerpoint-presentatie van het VITO gedeeltelijk openbaar te worden gemaakt door een afschrift te verstrekken van de emissie-gegevens zoals vervat in de kolommen “emissies + koolstof-voetafdruk”, “energie” en “andere outputs”’ in de slides 5 tot 26.”
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/081
pagina 4 van 9
Afgaande op bovenstaande interpretatie stelt de stad Antwerpen voor alle inzagevragen in het rapport deze uitzonderingsgronden te hebben toegepast, meer bepaald door een afschrift te verstrekken van de 4 versies van het rapport (d.d. 2, 11 en 18 december 2019 en de laatste versie van 14 januari 2020) met daarin alle info met betrekking tot emissiegegevens, emissies, koolstofvoetafdruk en andere outputs. Stad Antwerpen stelt daarin zelfs een stap verder te zijn gegaan en dat zij de volledige managementsamenvatting openbaar gesteld heeft, alsook alle hoofdstukken waarin de aanpak van VITO beschreven wordt voor de verschillende subcategorieën waarop de deelnemers beoordeeld werden. Stad Antwerpen stelt de eerdere uitspraak van de beroepsinstantie aangaande dit dossier ruim te hebben geïnterpreteerd en bv. ook mobiliteit mee openbaar gemaakt te hebben vanwege de mogelijke verweving met informatie betreffende koolstofvoetafdruk en emissiegegevens. Stad Antwerpen acht haar beroep op de uitzonderingsgronden voldoende verantwoord omdat: 1. De deelnemende bedrijven, inclusief xxx (de referentie in dit marktonderzoek), een NDA ondertekenden met de stad om hun bedrijfseigen informatie te beschermen. 2. Reeds bij aanvang van de RFI schriftelijk werd gesteld dat deze RFI kan leiden tot een formele RFP of marktopdracht. Voor eender welke potentiële deelnemer (inclusief xxx) zou het verschaffen van bedrijfseigen informatie tot rechtstreeks gevolg hebben dat sommige partijen daar concurrentieel nadeel van kunnen ondervinden. In het rapport wordt niet enkel de bedrijfseigen informatie zichtbaar gesteld, ze wordt ook beoordeeld. Deelnemende bedrijven die huidige of toekomstige gelijkaardige infrastructuurprojecten hebben lopen kunnen zo economische schade ondervinden door het openbaar stellen van deze beoordeling. Het zou zelfs toekomstige marktverkenning kunnen hypothekeren vanwege de vrees dat alle bedrijfseigen informatie - ook bij een RFI - openbaar moet worden gemaakt. Ook zou een ruimere openbaarmaking de besluitvorming van de stad Antwerpen (o.m. omtrent een eventuele op de RFI volgende overheidsopdracht) kunnen beïnvloeden of in het gedrang brengen. 3. Stad Antwerpen past bij het inwilligen van de vraag tot openbaarheid van xxx de uitzonderingsgronden toe, die door een eerdere uitspraak van de beroepsinstantie in dit dossier op 19 februari 2020 werden gesteld. Met een mogelijke toekomstige marktopdracht voor ogen tracht stad Antwerpen hier voor elke potentiële deelnemer dezelfde informatie openbaar te maken, op basis van de eerdere uitspraak van de beroepsinstantie van 19 februari 2020. Zowel voorgestelde technologieën, rechten op gronden, output valorisatie, business model, en samenwerkingsvormen bevatten volgens de stad Antwerpen commerciële en industriële informatie met een vertrouwelijk karakter, die beschermd wordt om het gelegitimeerde economisch karakter van de inschrijvers te beschermen. - Op het bezwaar van de beroeper dat er niet zou worden gemotiveerd waarom sommige overige gedeelten van de rapporten (bv. verwerkingsflexibiliteit, timing, … ) onleesbaar worden gemaakt, verwijst de stad Antwerpen naar de uitspraak van 19 februari 2020 van de beroepsinstantie waarin verwerkingsflexibiliteit en timing wel beschouwd worden als informatie die onder de uitzonderingsgronden vallen en dat ze geen betrekking hebben op emissiegegevens. Stad Antwerpen wijst tevens op potentieel concurrentieel nadeel
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/081
pagina 5 van 9
inzake bv. timing. Voorstellen tot alternatieven die gebonden zijn aan een strikte timing kunnen benadeeld worden door vertragende manouevers van concurrerende partijen. - Op het bezwaar van de beroeper dat er delen onleesbaar werden gemaakt die schijnbaar enkel betrekking kunnen hebben op de methodologie van het onderzoek en geen commerciële en industriële informatie van de kandidaten bevatten, merkt de stad Antwerpen op geen probleem te hebben dat de onderzoeksmethodologie van VITO openbaar wordt gemaakt, nu zij enkel de commerciële en industriële informatie wenst te beschermen. Waar titels werden onleesbaar gemaakt gaat dat over eigennamen volgens de stad Antwerpen. Daarom werden volgens haar deze informatie in de managementsamenvatting en de info onder hoofdstuk 4 per subcategorie zichtbaar bezorgd. Echter, als er eigennamen zichtbaar worden gesteld in titels van hoofdstukken die in datzelfde hoofdstuk openbaar worden beoordeeld op basis van het toepassen van de uitspraak van de beroepsinstantie (cfr. emissiegegevens), dan werden deze wel onleesbaar gemaakt. - Bij het bezwaar van de beroeper dat uit de meegedeelde rapporten zou blijken dat het uitgangspunt om de “voorgestelde technologieën”, de “rechten op de gronden”, de “output van valorisatie”, de “mobiliteit”, het “businessmodel” en de “samenwerkingsvormen” niet openbaar te maken en de andere delen wel niet consequent wordt toegepast, merkt de stad Antwerpen op dat het onleesbaar maken van tekstdelen wel degelijk consequent werd toegepast. Mobiliteit wordt doorheen het hele rapport zichtbaar gesteld omdat stad Antwerpen dit breed heeft geïnterpreteerd onder emissiegegevens. De stad Antwerpen herhaalt dat noch verwerkingsflexibiliteit, noch timing onder de rubrieken die volgens de beroepsinstantie zichtbaar moeten worden gesteld, verwijzend naar de beslissing van de beroepsinstantie van 19 februari 2020. - Op de bemerking van de beroeper dat de samenvattingen van zowel “evaluatie van voorstellen voor afvalverwerkingsluik” als “evaluatie van de warmtelevering” in die mate onleesbaar werden gemaakt dat de schematische samenvatting van de conclusies van de geanalyseerde aspecten onbegrijpbaar en zonder inhoud wordt, merkt de stad Antwerpen op dat het niet de bedoeling is van een informatieronde RFI om xxx of de deelnemers van de RFI of derden inzicht te geven in mogelijke alternatieven voor xxx, maar wel om aan het college een rapport voor te leggen waardoor zij specifiek voor de stad Antwerpen een standpunt kunnen innemen over dit dossier. Daarbij wordt tevens gewezen op artikel 13 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, dat stelt dat eenieder toegang tot documenten betreffende de plaatsingsprocedure (waaronder ook relevante documenten in het kader van een RFI) wordt ontzegd, zolang de aanbesteder geen beslissing heeft genomen in de plaatsingsprocedure (in casu omtrent een mogelijke overheidsopdracht in navolging van de RFI en de beslissingen in het kader van die eventuele overheidsopdracht). - Op de opmerking van xxx belang te hebben bij het kunnen kennis nemen van het volledige rapport omdat er binnen het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag immers bezwaren werden ingediend die verwijzen naar de resultaten van de RFI om bezwaren te onderbouwen repliceert de stad Antwerpen dat de bezwaren die zijn ingediend in het kader van de omgevingsvergunningsvraag enkel gebaseerd kunnen zijn op zichtbaar gemaakte onderdelen. Bijgevolg beschikt de beroeper volgens de stad Antwerpen over dezelfde informatie als personen die bezwaar indienen tegen de omgevingsvergunning.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/081
pagina 6 van 9
- Wat betreft de bewering van de beroeper dat uit niets blijkt dat de stad Antwerpen de betrokken ondernemingen heeft gecontacteerd met de vraag of er beroep diende te worden gedaan op de relatieve uitzonderingsgronden omdat commerciële of industriële belangen zouden kunnen geschaad worden, stelt de stad Antwerpen dat dit een bewuste keuze is geweest om haar mogelijke toekomstige marktopdracht niet zelf te hypothekeren, conform de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. Artikel 13 van die wet stelt dat eenieder toegang tot documenten betreffende de plaatsingsprocedure (waaronder ook relevante documenten in het kader van een RFI) wordt ontzegd, zolang de aanbesteder geen beslissing heeft genomen in de plaatsingsprocedure (in deze omtrent een mogelijke overheidsopdracht in navolging van de RFI en de beslissingen in het kader van die eventuele overheidsopdracht). Daarnaast werden met alle inschrijvers en ook met xxx recent vertrouwelijkheidsovereenkomsten gesloten door o.a. de stad Antwerpen. Op basis daarvan oordeelde de stad dat het overbodig was om aan alle betrokkenen apart toestemming te vragen nu recent deze overeenkomsten tot stand kwamen. Een negatief antwoord daarover zit volgens de stad Antwerpen al vervat in de afgesloten vertrouwelijkheidsovereenkomsten.
4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie houdt bij de beoordeling van het voorliggend beroep vooreerst vast aan haar standpunt zoals tevens ingenomen in haar beslissing van 19 februari 2020: Artikel II.36, § 1, tweede lid, 7° van het Bestuursdecreet kan, behoudens voor emissiegegevens, terecht als uitzonderingsgrond worden ingeroepen waar het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële milieu-informatie, wanneer deze informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij diegene van wie de informatie afkomstig is met de openbaarheid instemt. Uit de toelichting ontvangen van de stad Antwerpen is gebleken dat verschillende kandidaten voorstellen hebben ingediend voor alternatieven voor de inplanting van een verbrandingsoven, waarbij het VITO de ingediende kandidaturen diende te beoordelen o.m. op het vlak van onder meer bewezen technologie, transport en output-valorisatie. Zolang het niet duidelijk is met welke kandidaten er eventueel zou overgegaan worden tot verdere dialoog en aan wie mogelijk een formele Request for Proposal (RfP) of een overheidsopdracht zou bezorgd worden, acht de beroepsinstantie het disproportioneel om de evaluatie door VITO van de voorstellen van alle huidige met naam vermelde kandidaten (mits weglating van de eventuele gevoelige commerciële en industriële informatie stricto sensu) openbaar te maken. Dit kan de positie van kandidaten ontegensprekelijk hypothekeren, zowel bij het eventuele vervolgtraject na de RFI als bij eventuele toekomstige deelnames aan gelijkaardige infrastructuurprojecten. Voor andere dan de milieuinformatie die vervat zit in de presentatie is omwille van dezelfde motieven art. II.35, 3° van het Bestuursdecreet van toepassing. Het argument van de beroeper dat xxx zelf geen commerciële concurrent is van de kandidaten of evenmin enig competitief voordeel zou verwerven, doet hieraan geen afbreuk. Bovendien nuanceert de stad Antwerpen dit standpunt van de beroeper door er op te wijzen dat deze argumentatie enkel opgaat voor de huidige intergemeentelijke samenwerking met de stad Antwerpen als grootste vennoot. De RFI handelt
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/081
pagina 7 van 9
daarentegen over een mogelijk alternatief voor de verwerking van brandbaar restafval in de toekomst, met name vanaf 1 januari 2026. De beroeper gaf aan geen probleem te maken van het feit dat de bedrijfseigen gegevens van alle inschrijvers op de RFI niet bekend worden gemaakt (de commerciële en industriële informatie stricto sensu). Tevens heeft hij geen enkel bezwaar dat de op xxx betrekking hebbende gegevens publiek worden gemaakt. Hij wenst echter dat alle onderdelen met betrekking tot de onderzoeksmethodologie en de analyse door VITO van de door de bedrijven verstrekte informatie leesbaar worden gemaakt. De stad Antwerpen stelt dat deze vraag van de beroeper effectief ingewilligd werd, met name door het zichtbaar stellen van de volledige managementsamenvatting en het volledige hoofdstuk 4 “aanpak evaluatie aspecten”. De beroepsinstantie is van oordeel dat het openbaar gemaakte hoofdstuk 4 “Aanpak evaluatie aspecten” wel degelijk de methodologie en criteria bevatten die VITO hanteerde om tot haar bevindingen te komen. Daar waar de passages met vermelding van de methodologie in de loop van de rapporten echter onleesbaar werden gemaakt, is dit te wijten aan het concreet toepassen van deze criteria op de voorstellen van de (te identificeren) kandidaten. Dit onderscheid in openbaarheid tussen hoofdstuk 4 en de onderdelen van de rapporten valt dan ook te verantwoorden op grond van de toepassing van artikel II.35, 3° en artikel II.36, § 1, tweede lid, 7° van het Bestuursdecreet. Hoewel er hier en daar bij de gedeeltelijk onleesbaar gemaakte rapporten nog eigennamen van de kandidaten leesbaar zijn, was het de terechte betrachting van de stad Antwerpen om bepaalde passages in de VITO-rapporten in die zin onleesbaar te maken dat er voor de gevoelige commerciële en industriële informatie vervat in de VITO-rapporten geen concrete koppeling kon gemaakt worden met de concrete voorstellen van identificeerbare kandidaten. Het zijn deze passages die gericht zijn op de analyse van de individuele voorstellen van elke identificeerbare kandidaat die aan de openbaarheid werden onttrokken. De beroeper wil uit de eindrapportering het antwoord op een reeks - zelf opgesomde - vragen kunnen afleiden (zie supra). Uit niets blijkt echter dat de RFI diende te leiden tot een antwoord op deze vragen. Zelf bij een volledige openbaarmaking van de rapporten had de beroeper geen antwoord bekomen op al deze vragen. De stad Antwerpen verduidelijkt aan de beroepsinstantie dat ze zelf ook niet over antwoorden op bepaalde van deze vragen beschikt. Dit is bijvoorbeeld het geval voor bijvoorbeeld de vraag of op de voorgestelde sites verouderde stookinstallaties aanwezig zijn, dan wel warmtekrachtkoppelingen (WKK’s). Op de beweringen van xxx dat er reeds een ruimere openbaarmaking zou gegeven zijn aan de betreffende rapporten (hetgeen zou blijken uit o.m. verklaringen in de media en uit het feit dat er o.m. in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag reeds bezwaren zouden geformuleerd zijn), dient de beroepsinstantie te concluderen niet bij machte te zijn om deze bewering anders te verifiëren dan middels de verklaringen van de stad Antwerpen die stelt dat eenieder die om de openbaarmaking heeft verzocht op een gelijke wijze werd behandeld. De beroepsinstantie stelt vast dat de stad Antwerpen meermaals verwijst naar de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten om momenteel de gevraagde, ruimere openbaarmaking te weigeren. Anderzijds stelt de stad Antwerpen dat er momenteel (nog) niet beslist is of er een ‘request for proposal’ zal gericht worden aan één of meerdere kandidaten. Er is enkel sprake van een mogelijk toekomstige marktopdracht. De ingediende dossiers van de kandidaten kaderen momenteel in een marktverkenning (RFI). Het argument dat wordt geput uit de regelgeving betreffende de overheidsopdrachten wordt door de beroepsinstantie
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/081
pagina 8 van 9
momenteel dan ook eerder als hypothetisch beschouwd. Dit neemt echter niet weg dat de dossiers van de kandidaten, ingediend in het kader van de RFI, reeds concreet uitgewerkte voorstellen bevatten waarbij artikel II.35, 3° en artikel II.36, § 1, 7° van het Bestuursdecreet zich terecht verzetten tegen de openbaarmaking van de geschrapte passages in de VITO-rapporten. Om deze redenen wordt het beroep als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de stad Antwerpen om inzage en een afschrift te verlenen van de verschillende documenten en het eindrapport VITO – RFI over afvalverwerking voor de stad Antwerpen wordt als ontvankelijk en ongegrond beschouwd. Brussel, 20 april 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/081
pagina 9 van 9