Skip to main content

dossier 2022-008.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/008

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/008

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 3 december 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken bij de Vlaamse Overheid (hierna vermeld als: departement DKBUZA) om een afschrift te verlenen van alle inkomende en uitgaande correspondentie (periode 08/11 tot en met 03/12) aanwezig op het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken betreffende de aanvraag gericht aan de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur op 8 november 2021 tot het verlenen van een afschrift van het bestuursdocument waaruit de beroepsinstantie openbaarheid in haar beslissing 2020/57 concludeert dat 'met een zorgvolmacht (via een lastgeving) de betrokken persoon die wil anticiperen op zijn wilsonbekwaamheid enkel de bevoegdheid geeft aan één of meerdere personen om specifieke of algemene handelingen te stellen met betrekking tot zijn vermogen en dat dit iets geheel anders is dan het verlenen van een toestemming om toegang te verkrijgen tot een zorgdossier' die door een jurist van Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken (xxx) werd behandeld. Op 10 december 2021 werd voormeld openbaarheidsverzoek afgewezen door het departement DKBUZA. Op 5 januari 2022 diende verzoeker beroep in tegen de weigeringsbeslissing vanwege het departement DKBUZA. Dit beroep werd geregistreerd op 5 januari 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek van verzoeker dateert van 3 december 2021.

www.vlaanderen.be


De weigeringsbeslissing van het departement DKBUZA dateert van 10 december 2021 en maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het ingediende beroep van verzoeker d.d. 5 januari 2022 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

De aangevochten beslissing

Het departement DKBUZA wijst het openbaarheidsverzoek af omdat het verzoek betrekking heeft op onbestaande bestuursdocumenten.

2. Inhoud van het beroepschrift Op 5 januari 2022 diende verzoeker beroep in tegen de weigeringsbeslissing van het departement DKBUZA, waarbij verzoeker stelt dat er wel degelijk communicatie moet zijn geweest tussen de beroepsinstantie en het departement DKBUZA in verband met het beantwoorden van een openbaarheidsverzoek van verzoeker (d.d. 8 november 2021) op 16 november 2021 door xxx vanuit het Departement DKBUZA. Hij dringt daarom nogmaals aan om een afschrift te bezorgen aan hem van die gevoerde communicatie.

3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie kan hier enkel maar de beslissing van het Departement DKBUZA d.d. 10 december 2021 bevestigen. Het gaat hier effectief om onbestaande bestuursdocumenten. Er is binnen het departement DKBUZA geen enkele correspondentie geweest tussen enerzijds de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en anderzijds het secretariaat van het Departement DKBUZA, voor wat betreft de afhandeling van het openbaarheidsverzoek van verzoeker d.d. 8 november 2021, waarop een antwoord werd gegeven op 16 november 2021. De beroepsinstantie benadrukt nogmaals heel expliciet dat zij een onafhankelijke en neutrale positie inneemt binnen de Vlaamse overheid en verwijst daarvoor naar de bepaling van artikel III.91 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, dat als volgt luidt: “ De beroepsinstantie oefent haar taak volledig onafhankelijk en neutraal uit.

De leden van de beroepsinstantie: 1° worden beschermd tegen beïnvloeding of druk, in het bijzonder van personen die betrokken zijn bij het bestuursdocument waarop het beroep betrekking heeft;

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/008

pagina 2 van 3


2° beschikken over voldoende tijd om de beroepen te behandelen; 3° worden niet geëvalueerd op of tuchtrechtelijk vervolgd vanwege hun bevindingen in het onderzoek of hun oordeel over het beroep.” Het is om bovenvermelde reden dat het openbaarheidsverzoek d.d. 8 november 2021, waarnaar verzoeker verwijst in dit dossier dan ook op volkomen onafhankelijke wijze afgehandeld werd binnen de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid, zelf. De betrokken ambtenaar die het antwoord heeft verstrekt op 16 november 2021 aan verzoeker is effectief tewerkgesteld binnen het Departement DKBUZA, maar zij is tevens plaatsvervangend lid binnen de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur (cfr. artikel 2 van het Ministerieel besluit d.d. 17 september 2019 tot herbenoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie, afdeling openbaarheid van bestuur). Het is in haar hoedanigheid als lid van de beroepsinstantie, dat de betrokken ambtenaar het openbaarheidsverzoek op 16 november 2021 dan ook heeft afgewezen. Om die reden is er dan ook nooit enige communicatie geweest tussen enerzijds de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, en anderzijds het secretariaat van het Departement DKBUZA. In artikel I.4, 3° Bestuursdecreet is bepaald dat onder een bestuursdocument moet worden verstaan: alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. De beroepsinstantie kan enkel maar vaststellen dat de door verzoeker gevraagde documenten (inkomende en uitgaande correspondentie tussen de beroepsinstantie en het Departement DKBUZA) niet in het bezit zijn van het departement DKBUZA, daar het onbestaande documenten betreffen. Daar kan uiteraard geen afschrift van verleend worden. Het beroepschrift dient bijgevolg als ongegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 5 januari 2022 tegen de weigeringsbeslissing van het departement DKBUZA wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 25 januari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/008

pagina 3 van 3


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-008.pdf by Vlaanderen-be - Issuu