activiteiten
VERSLAG 2004 - 2005
Naar een formule voor een strategisch Vlaams wetenschaps- en innovatiebeleid
?
Langetermijnvisie Bedrijvig met kennis Vlaanderen in Europa De wortels van de wetenschap
Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid North Plaza B Koning Albert II-laan 7 - 4e verd. B-1210 Brussel Tel. +32 (0)2 553 45 20 Fax +32 (0)2 553 45 23 e-mail: vrwb@vlaanderen.be website: www.vrwb.be
Het Vlaamse wetenschaps- en innovatiebeleid door de ogen van Roger Bouillon, Gilbert Declerck, Andreas De Leenheer, Elisabeth Monard en Barbara Tan
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INHOUD INHOUD
WOORD VOORAF
4
ALGEMENE INLEIDING
5-6
INTERVIEWS • Stimuleren van excellent onderzoek • Een excellentiebeleid voor strategische sectoren • Vlaanderen in Europa • Science sharing • Opvolging Innovatiepact
8 12 16 20 24
COLLOQUIA • Gezocht: knappe koppen die meespelen • Kennis als kracht: een hefboom naar meer jobs?
30 31
PUBLICATIES • Studiereeks 11: De chemische industrie in Vlaanderen Studiereeks 12: De voedingsindustrie in Vlaanderen • Studiereeks 13: Wetenschap en innovatie in Vlaanderen 2004 - 2010 • Studiereeks 14: Vlaams wetenschappelijk ondezoek en Science sharing BIJLAGEN • Historiek • Samenstelling VRWB • Samenstelling commissies • Samenstelling werkgroepen • VRWB-secretariaat • Adviezen • Aanbevelingen • Commentaren - Memoranda en Boodschappen • Colloquia • Publicaties • Onderzoeksprojecten • Decreet tot oprichting van de VRWB • Huishoudelijk reglement • Colofon
INHOUD
::3::
33 34 35 38-39 40 41 45 48 49 55 57 58 59 61 62 66 70
activiteiten I verslag 2004 - 2005
WOORD VOORAF WOORD VOORAF
2004 betekende voor de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid het startschot van een breed interactief consultatieproces van maar liefst 200 commissieleden voor het klaarstomen van het Memorandum ‘Wetenschap en Innovatie in Vlaanderen 2004-2010 – Voorstellen voor een strategisch beleid’ voor de nieuw te verkiezen Vlaamse regering. De beloning voor het harde labeur volgde enkele maanden later bij het verschijnen van de Regeerverklaring, waarin resoluut werd gekozen voor de kennissamenleving en de verdere uitvoering van het Innovatiepact. Ook in haar beleidsnota speelde minister van Wetenschap en Innovatie Fientje Moerman in op heel wat krachtlijnen uit het Memorandum. Voor het eerst kwam er een Vlaamse meerjarenbegroting voor wetenschap en innovatie, waar de VRWB in het verleden meermaals had op aangedrongen. De Vlaamse regering draalde niet waardoor 2004 en 2005 bijzonder drukke jaren voor de VRWB waren. De Raad werd al in een vroeg stadium van het besluitvormingsproces geraadpleegd over nieuwe initiatieven zoals Odysseus, Methusalem en het kader voor Competentiepolen en Strategische Onderzoekscentra. Daarmee anticipeert de minister al op de vernieuwde aanpak voor de Strategische Adviesraad Economie, Wetenschap en Innovatie. Een gestructureerd overleg tussen de Beleidsraad en de Strategische Adviesraad, en een intensieve informatie uitwisseling staan daarbij centraal. In 2005 ging het project ‘Prioriteitsstelling inzake Technologie en Innovatie in Vlaanderen’ van start. Een primeur voor Vlaanderen. Na de ervaringen met een aantal sectorgebonden verkenningen, waagt de VRWB zich aan een ambitieuze oefening om op macroniveau te bepalen welke strategische keuzes inzake technologie en innovatie nodig zijn om welvaart en welzijn in Vlaanderen te blijven waarborgen. De reden is duidelijk: Vlaanderen kan niet in alles de beste zijn, de financiële middelen zijn bovendien beperkt, dus moeten we er zuinig en vooral doelgericht mee omspringen. Anderhalf jaar later bevinden we ons midden in een
::4::
breed consultatieproces waar experts uit de top van de Vlaamse onderzoeks- en bedrijfswereld enthousiast aan meewerken. De betrokkenheid van al deze actoren bij het innovatiegebeuren en dus bij de toekomst van Vlaanderen, is wellicht het meest cruciale aspect van deze verkenningen. Binnenkort zal de Raad naar buiten treden met de eerste resultaten. De VRWB kijkt met spanning uit naar de reacties van de overheid en het maatschappelijke middenveld. Met het bijzonder geslaagde colloquium ‘Kennis als kracht: een hefboom naar meer jobs?’, voor het eerst in samenwerking met de SERV, vierde de Raad in 2005 zijn twintigjarig bestaan. De ‘good practices’ van twee Europese koplopers op het vlak van innovatie, nl. Finland en Ierland, kregen een forum. In een gesmaakt debat gaven de minister-president en zijn twee viceminister-presidenten een duidelijk signaal om de Vlaamse kenniseconomie verder te stimuleren: voortdurende innovatie als locomotief met meer werkgelegenheid als sneeuwbaleffect. De VRWB nam er ook afscheid van zijn secretaris, dr. ir. Elisabeth Monard. Zeventien jaar lang was zij het gezicht van de VRWB. Zij loodste de Raad door zijn kinderziekten en zette hem duidelijk op de kaart, met een groeiende impact op het beleid. Eind 2005 gaf zij haar carrière een nieuwe wending als secretaris-generaal van het FWO-Vlaanderen. Op 1 april 2006 nam ik de fakkel van haar over. Na een boeiende en verrijkende ervaring aan de kant van de beleidsmaker, keerde ik terug naar het mij vertrouwde terrein van de VRWB. Hoewel vertrouwd … ik trof er een uitgebreide staf aan met drie nieuwe navorsers en een communicatieverantwoordelijke. Een gemotiveerd en enthousiast team waarmee ik graag de toekomstige uitdagingen wil aangaan. De eerste wordt alvast de omvorming van de VRWB tot Strategische Adviesraad Economie, Wetenschap en Innovatie als een belangrijke partner voor het beleid! Danielle Raspoet Secretaris
WOORD VOORAF
activiteiten I verslag 2004 - 2005
ALGEMENE INLEIDING ALGEMENE INLEIDING
We schrijven voorjaar 2004. In het vooruitzicht van de nakende verkiezingen richt de VRWB aan de nieuwe Vlaamse regering en het nieuwe Vlaamse Parlement een krachtige boodschap met prioritaire aandachtspunten voor het komende Vlaams wetenschaps- en innovatiebeleid. Ook in 1995 en in 1999 deed de VRWB dit. Men mag gerust spreken van een traditie. De aanbevelingen die de VRWB toen formuleerde, hebben duidelijk een impact gehad en ongetwijfeld bijgedragen tot het beleid van de vorige Vlaamse regeringen in het gebied van wetenschap, technologie en innovatie in Vlaanderen.
De aanbevelingen die de VRWB in 2004 naar voren bracht, werden gebundeld in het lijvige memorandum ’Wetenschap en innovatie in Vlaanderen 2004-2010 – Voorstellen voor een strategisch beleid‘. Voor dit document werd het werkveld via de VRWB-leden en de leden van de verschillende commissies interactief en breed geconsulteerd. Liefst 200 experts uit het Vlaamse bedrijfsleven, de academische wereld, onderzoeksinstellingen, bedrijfsfederaties, werkgevers- en werknemersorganisaties werkten eraan mee.
Het resultaat zijn eenentwintig centrale aandachtspunten gegroepeerd in vijf grote thema’s die het volledige wetenschapsen innovatiegebeuren in Vlaanderen omspannen: • een geëngageerd en strategisch Vlaams innovatiebeleid; • de verschillende schakels binnen de innovatieketen; • de menselijke en financiële middelen; • een proactief internationaal gericht onderzoeksbeleid; • de jaarlijkse evaluatie van het innovatiebeleid.
KAREL VINCK
ALGEMENE INLEIDING
::5::
activiteiten I verslag 2004 - 2005
ALGEMENE INLEIDING ALGEMENE INLEIDING
Ter ondersteuning van dit memorandum stelde de VRWB ook een meer uitgebreid rapport samen, dat onder meer aanbevelingen bevat over de middelen, de instrumenten en de organisatorische aspecten van het toekomstig Vlaams innovatiebeleid. Het memorandum werd samen met het rapport gepubliceerd in de studiereeks van de VRWB. Als we zien hoe de Vlaamse regering in haar wetenschaps- en innovatiebeleid tot nu toe ingespeeld heeft op de krachtlijnen van het memorandum, dan kunnen we alleen maar bijzonder tevreden zijn. De vijf hoofdstukken van dit activiteitenverslag belichten enkele van de eenentwintig aandachtspunten die de afgelopen twee jaar in het middelpunt van de belangstelling stonden bij de VRWB en die ook in de toekomst op het programma zullen staan: (1) stimuleren van excellent onderzoek – (2) een excellentiebeleid voor strategische sectoren, met klemtoon op de samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijfswereld, en de rol van de associaties hierbij – (3) Vlaanderen in Europa – (4) Science sharing en (5) de opvolging van het Innovatiepact.
ELISABETH MONARD
En tot slot wil ik graag dr. ir. Elisabeth Monard in de bloemetjes zetten. Van bij het prille begin heeft zij als secretaris de VRWB mee vormgegeven tot het adviesorgaan dat het vandaag is ... incontournable. Einde 2005 verliet zij de Raad om haar carrière voort te zetten aan die andere belangrijke steunpilaar van het Vlaamse wetenschapsbeleid, het FWO-Vlaanderen. Haar plaats wordt ingenomen door dr. Danielle Raspoet, jarenlang
In deze inleiding wil ik ook even stilstaan bij de belangrijke rol van de commissies. De aanbevelingen, commentaren en adviezen die zij voorstellen zijn stuk voor stuk zeer evenwichtige denkoefeningen. Dat komt grotendeels door de beproefde methode. Vooraleer een advies of een aanbeveling naar de regering gaat, wordt er in een eerste ronde een discussie ten gronde gevoerd over het onderwerp. Daarna, tijdens een tweede vergadering, kunnen amendementen ingediend worden en komt men tot conclusies. Die vormen de basis voor een synthese die aan de Raad voorgelegd en al dan niet goedgekeurd wordt. Pas daarna vertrekt de tekst naar de regering. Deze aanpak brengt het nodige werk met zich mee. We zijn dan ook bijzonder verheugd met de uitbreiding van het vaste secretariaat van de VRWB met vier nieuwe krachten: dr. Elke Smits, dr. Elie Ratinckx, dr. Vincent Thoen en Eva Van Maele. We wensen hen alle succes toe.
::6::
de evenknie van Elisabeth Monard op het secretariaat. Wij wensen haar proficiat en veel succes.
Veel leesplezier Ir. Karel Vinck Voorzitter
ALGEMENE INLEIDING
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS STIMULEREN VAN EXCELLENT ONDERZOEK EEN EXCELLENTIEBELEID VOOR STRATEGISCHE SECTOREN VLAANDEREN IN EUROPA SCIENCE SHARING OPVOLGING INNOVATIEPACT Sleutelthema’s voor het Vlaamse wetenschaps- en innovatiebeleid In de Raad, de commissies en werkgroepen, waar het onderzoek, de adviezen, aanbevelingen en studies het daglicht zien, staan enkele grote thema’s bovenaan de agenda. We verzamelden relevante betrokkenen en vroegen hen naar een stand van zaken in vijf thema’s.
Hoe kan Vlaanderen uitblinken in wetenschappelijk onderzoek? Welke strategische sectoren lenen zich het best tot excellentie? Wat met samenwerking op Europees vlak? Hoe kunnen we onze kennis delen met ontwikkelingslanden? Wat is het effect van het Innovatiepact en hoe kan het worden opgevolgd?
INTERVIEWS
::7::
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS STIMULEREN VAN EXCELLENT ONDERZOEK
Vergeleken met andere Europese regio’s of landen boert Vlaanderen lang niet slecht. En iedereen zou willen dat dat zo blijft duren ... Maar welvaart en welzijn zijn niet automatisch gegarandeerd. Wil je ze voor de komende jaren veilig stellen, dan moet je er ook iets voor doen. Nu zijn er heel wat manieren en mogelijkheden om zowel welvaart als welzijn te bestendigen en te verbeteren. Maar iedereen is er de laatste jaren zo stilaan van overtuigd geraakt dat onderzoek en innovatie, naast andere factoren, daarin een belangrijke rol spelen. De laatste jaren heeft men ook ingezien dat alles wat te maken heeft met onderzoek, ontwikkeling en innovatie moet worden beschouwd als een grote keten. En in die keten telt elke schakel: fundamenteel onderzoek en strategisch onderzoek en toegepast onderzoek. Inclusief de hele omkadering om dat allemaal mogelijk te maken, vanaf het prille embryonale concept tot en met de vermarkting ervan. Maar in de wereld van het onderzoek zijn competitie en concurrentie troef. En niet alleen op Vlaamse bodem. De beste zijn in Vlaanderen of in België heeft weinig om het lijf. Veel meer dan andere domeinen is onderzoek per definitie immers internationaal gericht. Je moet dus zorgen dat je bij de besten bent, of tenminste in de kop van het peloton zit. Om dat te bereiken moet je het beste waarover je beschikt naar boven halen. Het modale, het goede is niet genoeg. Die allerbesten leven echter niet op een eiland. Net onder hen popelen aankomend talent en een bijzonder waardevolle tussenlaag van ongeduld om naar hogere niveaus te kunnen doorgroeien. Voor die jonge onderzoekers en die tussenlaag heeft Vlaanderen de afgelopen jaren flink wat financiële
::8::
ROGER BOUILLON: voorzitter van de commissie Wetenschapsbeleid
mogelijkheden gecreëerd. Maar de allerbesten moesten vaak op hun tanden bijten. Om aan toponderzoek te kunnen doen en internationaal competitief te zijn, moesten ze met al hun inzet waar ze maar konden de broodnodige centjes bij mekaar schrapen. Gaandeweg is dan ook de idee gegroeid om voor onderzoek verschillende niveaus van financiering te voorzien. Een financieringsniveau voor de top, een stevige financiering die nu al bestaat aan de universiteiten aangevuld met federale middelen en een startfinanciering voor aankomende onderzoekers.
Financiering voor de top Met het ‘Brain gainprogramma’ Odysseus en de Methusalemfinanciering kiest de regering voor het eerst voor een dubbel financieringsspoor voor toponderzoekers. Het Odysseusprogramma is bedoeld om gereputeerde Vlaamse onderzoekers die in het buitenland werken terug te halen of excellente buitenlandse onderzoekers aan te trekken. De Methusalemfinanciering is een langlopende programmafinanciering voor een beperkt aantal toonaangevende onderzoekers aan Vlaamse universiteiten.
STIMULEREN VAN EXCELLENT ONDERZOEK
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS STIMULEREN VAN EXCELLENT ONDERZOEK
Odysseus
Volgens Roger Bouillon, voorzitter van de commissie Wetenschapsbeleid, gaat het er bij Odysseus om gereputeerde Vlaamse onderzoekers terug te halen of andere excellente onderzoekers aan te trekken. “Je moet dat systeem natuurlijk opbouwen. Mensen die in het buitenland een excellente reputatie hebben verworven en daar op een prima omkadering en uitgebreide financiële middelen kunnen rekenen, komen niet zomaar terug. Je moet echt onderhandelen en hen vergelijkbare faciliteiten kunnen voorstellen. Vanaf 2006 wordt er elk jaar 12 miljoen euro weggelegd om geïnteresseerden naar Vlaanderen te halen. Met dat geld kunnen we de besten vijf tot zeven jaar werkzekerheid bieden”. De eerste screening van Odysseuskandidaten gebeurt door de betrokken universiteiten zelf. Het FWOVlaanderen evalueert dan, samen met een internationale commissie, of die screening goed gebeurd is. Het komt er immers niet alleen op aan de besten naar hier te halen, je moet ook zien dat ze aan de universiteit waar ze terechtkomen kunnen rekenen op een optimale ondersteuning. Bovendien moeten de kandidaten een vaste aanstelling krijgen en dat gebeurt via de geëigende procedure. Maar in zijn ‘advies 91’ over Odysseus van 12 mei 2005 gaat de VRWB nog een stapje verder. De Raad stelt namelijk voor om de financiering niet uitsluitend te voorzien om excellente onderzoekers naar Vlaanderen te halen, maar om de middelen selectief te spreiden over een groter aantal excellente onderzoekers op de diverse trappen van de ‘excellentiepiramide’. Daardoor zouden ook aankomende excellente onderzoekers (postdoc’s en jonge BOFZAP’ers) de kans krijgen om hun reeds opgemerkte onderzoekstalenten verder te bewijzen en door te groeien tot een hoger niveau op de excellentieladder. Op die manier kan een dynamischer systeem tot stand komen dat op langere termijn meer continuïteit garandeert op alle niveaus van de onderzoeksketen en waarin het Odysseusprogramma perfect past.
Methusalem In zo’n breder systeem voor financiering van toponderzoek heeft uiteraard ook het recente Methusalemprogramma een waardevolle plek. In tegenstelling tot Odysseus gaat het bij Methusalem over langlopende programmafinanciering voor een beperkt aantal toponderzoekers aan Vlaamse universiteiten. De financiering zal tijdens de periode 20062009 stapsgewijs worden opgebouwd a rato van jaarlijks minstens 2 miljoen euro voor experimenteel en minstens 0,75 miljoen euro voor niet-experimenteel onderzoek. De verdeling tussen de instellingen zal gebeuren op basis van de BOF-sleutel. Eens de Methusalemfinanciering vanaf 2010 op kruissnelheid draait, zal het de belangrijkste financieringsbron worden op het hoogste onderzoeksniveau in Vlaanderen. In ‘advies 93’ over Methusalem van 23 juni 2005 geeft de VRWB een antwoord op de vraag van de minister om mee na te denken over het voorgestelde volume en modaliteiten van deze nieuwe financiering en over de kwaliteitscriteria voor de evaluatie van de aanvragen. De VRWB schaart zich grotendeels achter dit initiatief, maar stelt toch enkele wijzigingen voor. Zo pleit de Raad ervoor om Methusalemfinanciering niet aan één enkel ZAP-lid toe te kennen, maar aan een volledig onderzoeksteam, waarvan één persoon met echte wereldreputatie de leiding heeft, en dat op basis van zevenjaarlijkse evaluaties. Ook stelt de Raad voor om slechts een beperkt aantal groepen via dit kanaal te financieren. Voor Roger Bouillon komen deze nieuwe maatregelen voor financiering van toponderzoek in Vlaanderen perfect op tijd: “Europa evolueert hoe dan ook naar een grote eenheidsmarkt in alle domeinen, ook op het vlak van onderzoek. Formules als Odysseus en Methusalem zijn de beste strategie voor Vlaanderen om zich in die aankomende eenheidsmarkt goed te positioneren. In de nakende Europese onderzoeksruimte zal om het even welke onderzoeksgroep een project kunnen indienen dat zal worden geëvalueerd en vergeleken met de andere aanvragen uit Europa. Het komt er dus op aan de goede onderzoeksgroepen in Vlaanderen zodanig te ondersteunen dat ze op Europees vlak competitief zijn en kunnen meedingen met de allerbesten”.
STIMULEREN VAN EXCELLENT ONDERZOEK
::9::
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS STIMULEREN VAN EXCELLENT ONDERZOEK
Aanbeveling 25
Mobiliteit Niet alleen financiering van eigen en ander toptalent is belangrijk om Vlaanderen stevig op de Europese onderzoekskaart te verankeren. Je moet er ook voor zorgen dat er voldoende kritische massa aanwezig is om Vlaanderen Europees en internationaal te doen uitgroeien tot een topspeler in onderzoek en innovatie. “Maar, in onze onderzoeksinstellingen en bedrijven is het vaak zo dat je onderzoekers, experts of gespecialiseerde technici in het buitenland moet rekruteren omdat je ze in Vlaanderen gewoon niet vindt. Als er dan niet-EU-burgers naar Vlaanderen willen komen, dan botsen ze op een onwaarschijnlijk complexe en restrictieve regelgeving. Laat ons die versoepelen zodat we ze met open armen kunnen ontvangen want we hebben ze broodnodig”, onderstreept CTB-voorzitter Gilbert Declerck. Mobiliteit dus als tweede punt om in Vlaanderen een gunstig onderzoeksklimaat te scheppen. Om deze situatie uit de wereld te helpen is de medewerking van de overheid cruciaal. Zij kan immers een gunstig omgevingskader scheppen dat onze aantrekkingskracht verhoogt.
De VRWB bond de kat de bel aan en publiceerde op 23 juni 2005 ‘aanbeveling 25’. Die is er op gericht om de toegang, het verblijf en het werken van studenten, onderzoekers, hooggeschoolden en gespecialiseerde technici van buiten de EU te vergemakkelijken. Een speciaal ad-hoccomité boog zich vooraf over de belangrijkste obstakels zoals de verblijfsvergunning, de gezinshereniging, de problematiek van niet-EUburgers die onderworpen zijn aan het Schengenvisum voor kort verblijf, de statuutproblemen die opduiken bij de overgang van student naar werknemer, de complexe en vaak overbodige toepassing van de arbeidskaart en de stagekaart, de controles voor samenwonenden, de toepassing van het ‘inburgeringstraject’ op onderzoekers en hooggeschoolden, de administratieve stroefheid bij het behandelen van bonafidedossiers, de problematiek van het Belgische ‘attest van goed gedrag en zeden’ ... De Raad stelde meteen een aantal prioritaire beleidsmaatregelen voor om de mobiliteit van kandidaten van buiten de Europese Unie te verbeteren.
“Een vereenvoudiging van de bestaande regelgeving is een eerste stap en moet al vlug kunnen leiden tot een versnelde instroom en vestiging van nietEuropese onderzoekers”, stelt Declerck. Wat zijn de grote knelpunten? Toegang en verblijf van niet-Europeanen is een federale bevoegdheid. Juridisch een zeer technische en dus erg complexe materie. De federale dienst Vreemdelingenzaken is gebonden aan strikte immigratieregels. Potentiële kandidaten worden afgeschrikt door de vrij restrictieve Belgische regelgeving. Gilbert Declerck is daarin formeel: “De huidige wetgeving vormt een belemmering om internationale wetenschappers in Vlaanderen te houden, zelfs al verloopt de procedure voor een verblijfsvergunning vandaag vlotter dan vroeger. Wat is het gevolg? Na verloop van een paar jaar ruilen uitmuntende onderzoekers Vlaanderen voor andere Europese landen waar de regelgeving veel soepeler is. We trekken ze aan om welvaart op te bouwen, we leiden ze op en in plaats van ze te laten meewerken in het systeem, moeten ze op het einde van de rit buiten”.
: : 10 : :
Volgens Declerck is er wel een kentering waar te nemen: “De laatste jaren is het beleid zich bewust geworden van de problematiek en werkt eraan. Betrokken administraties en gemeentebesturen doen echt hun best om zich zo soepel mogelijk op te stellen. Dat is een goede evolutie”. “Het zou bijzonder spijtig zijn”, zo eindigt het laatste hoofdstuk van ‘aanbeveling 25’, “mochten wij de trein van de technologische evolutie missen omwille van restrictieve en onrealistische migratieregels, daar we intrinsiek alle kwaliteiten en capaciteiten hebben om de locomotief te zijn”.
STIMULEREN VAN EXCELLENT ONDERZOEK
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS STIMULEREN VAN EXCELLENT ONDERZOEK
GILBERT DECLERCK: voorzitter van de commissie Technologiebeleid
Aanbeveling 26 Mobiliteit draait niet enkel om het overbrengen van kennis via integratie van buitenlandse hooggeschoolde onderzoekers en experts en vice versa. Kennisoverdracht realiseer je ook op regionaal vlak, met name tussen kennisinstellingen en de bedrijfswereld. Op dat vlak kan Vlaanderen nog heel wat beter. ‘VRWB-aanbeveling 24’ van 24 maart 20051 stelt onomwonden dat Vlaanderen er, ondanks de stijgende inspanningen voor O&O sinds 1995, nog niet voldoende in geslaagd is deze investeringen om te zetten in een sterke verbetering van zijn innovatieperformantie, zowel op het vlak van processen en kennistransfer als van valorisatie. “Dat stemt tot nadenken”, zegt Declerck. “Mobiliteit van onderzoekers tussen de wetenschappelijke wereld en de industrie bestaat haast niet in Vlaanderen. Het gebeurt vrij zelden dat vanuit de Vlaamse industrie een onderzoeker wordt geplaatst in een kennisinstelling”. “Ook de kennisinstellingen hebben geen uitgeschreven politiek inzake uitwisseling van onderzoekers met Vlaamse bedrijven” staat er in VRWB-aanbeveling 26 over ‘Tijdelijke mobiliteit van onderzoekers tussen kennisinstellingen en bedrijven in Vlaanderen’. Volgens Declerck is dat een probleem van absorptiecapaciteit in de industrie. “Het zou heel vruchtbaar kunnen zijn als een onderzoeker uit de industrie voor zes maanden mee kan draaien in een gezamenlijk project aan een kennisinstelling. Zo bouw je mee kennis op. Het volstaat immers niet dat je op het einde van een onderzoek een rapport kan voorleggen. Veel belangrijker is het te weten hoe een onderzoek tot stand is gekomen, welke de opeenvolgende ontwikkelingsstadia daarin geweest zijn. Als een bedrijf al een gedoctoreerde onderzoeker in dienst heeft, dan kan het die niet missen en dat is een knelpunt”.
De laatste tijd blijkt echter een groeiende interesse in de industrie om dat pad in te slaan. Maar het is een veranderingsproces op het vlak van innovatiebeleid en bedrijfscultuur. Buitenlandse bedrijven zijn zich daar veel meer van bewust dan onze eigen Vlaamse bedrijven. Zij sturen hun toponderzoekers naar excellentiecentra om er samen te werken met vakgenoten uit andere bedrijven en uit kennisinstellingen. Het gaat in de regel om samenwerking op precompetitief vlak. “En bovendien”, onderstreept Declerck, “heeft het vooral ook te maken met wederzijds vertrouwen en het ontwikkelen van een sterk beleid op het vlak van intellectuele eigendom. Twee heel belangrijke voorwaarden voor succes”.
Wat suggereert de VRWB? In de eerste plaats gebruik te maken van de middelen die er zijn. Binnen het IWT zijn er een aantal financieringsmogelijkheden om onderzoekers vanuit de industrie tijdelijk naar een universitair labo te sturen. Maar dat is niet genoeg bekend. Met ‘aanbeveling 26’ heeft de VRWB in ieder geval de zaak aangekaart. Het is nu aan de bedrijven en aan de onderzoeksinstellingen om initiatieven te nemen. Jan Van Pelt
1
Opvolging Vlaams Innovatiepact – Eerste invulling kernindicatoren
STIMULEREN VAN EXCELLENT ONDERZOEK
: : 11 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS EEN EXCELLENTIEBELEID VOOR STRATEGISCHE SECTOREN
Innovatie is het leidmotief bij uitstek van de huidige en van de vorige Vlaamse regeringen. Maar in de loop der jaren is het begrip innovatie geëvolueerd. Drie aspecten komen naar voor. In de eerste plaats de innovatie in producten en diensten, die voldoende ingeburgerd zijn in de maatschappij en die altijd gesofistikeerder worden. Daarnaast is er de innovatie in de ontwikkelings- en productieprocessen zelf. Die kunnen altijd verder verbeterd worden, onder meer door de introductie van nieuwe informatie- en andere technologieën en die de productiviteit van de ondernemingen ten goede komt. En tot slot is er het amalgaam van omgevingsfactoren – onderwijs, research, de sociaal-economische context, het sociaal overleg ... – dat ervoor moet zorgen dat een regio kan uitgroeien tot een echt innovatielandschap. Vandaag kan je niet meer spreken van innovatie zonder dat derde aspect daarbij te betrekken.
: : 12 : :
De toekomstige welvaart van Vlaanderen hangt in belangrijke mate af van het tijdig en adequaat inspelen op technologische en innovatieve ontwikkelingen. Maar in vergelijking met andere landen zijn de financiële middelen in Vlaanderen beperkt. Dus moeten we er zuinig en vooral doelgericht mee omspringen. We kunnen immers niet alles doen. Maar wat je doet, moet je dan ook zo goed mogelijk doen. Het komt er dus op aan te ‘verkennen’ welke strategische keuzes inzake technologie en innovatie in de toekomst noodzakelijk zijn. Vandaar de aandacht voor een excellentiebeleid voor strategische sectoren.
Technologieverkenningen
Het was voormalig VRWB-voorzitter Roger Dillemans die de ‘verkenningsstudies’ op de sporen zette, aangebracht als thema in het Programma Beleidsgericht Onderzoek (PBO) en toevertrouwd aan de onderzoeksdivisie Incentim van de K.U.Leuven onder leiding van prof. Koenraad Debackere. In 2000 verscheen het eindrapport ‘Het ontwikkelen van een methodologisch kader voor wetenschapsen technologieverkenningen in Vlaanderen’. Dit kader maakt het mogelijk om de ontwikkeling van technisch-economische domeinen te identificeren, te onderzoeken, te monitoren en te ondersteunen met de bedoeling om innovatie in de Vlaamse regio aan te moedigen. De volgende stap was de toetsing van het ontwikkelde methodologische kader aan twee gevalstudies: ICT & Learning en Tissue Engineering. In concreto ging het over ICT-toepassingen in het onderwijs en over weefseltechnologie in Vlaanderen. Het resultaat was een sterktezwakteanalyse van beide technologiedomeinen bestaande uit het verzamelen van expertopinies, een grondige literatuurstudie, bibliometrische en octrooianalyses op het niveau van individuele instituten en bedrijven en van geografische entiteiten. Het onderzoek bleek in ieder geval zeer relevant te zijn voor het definiëren van prioriteiten en beloftevolle ontwikkelingen voor beleidsmakers, industriëlen en onderzoekers in de betrokken domeinen.
EEN EXCELLENTIEBELEID VOOR STRATEGISCHE SECTOREN
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS EEN EXCELLENTIEBELEID VOOR STRATEGISCHE SECTOREN
De VRWB verkoos om op het succesvolle ingeslagen pad verder te gaan en paste het theoretisch methodologisch model toe op de chemische sector en de voedingssector in samenwerking met Fedichem Vlaanderen respectievelijk Fevia Vlaanderen. De sterktes en zwaktes van beide sectoren werden in kaart gebracht en er werden strategische beleidsopties voorgesteld. Deze verkenningen zijn mede een ‘trigger’ geweest voor de oprichting van Flanders’ FOOD, de competentiepool voor de voedingsindustrie. Beide gevalstudies werden later gepubliceerd in de studiereeksen 11 en 12 van de VRWB.
Wie van deze nieuwe piste niet moet worden overtuigd is VRWB-voorzitter Karel Vinck: “Een kennisintensieve samenleving kan niet zonder periodieke en degelijk onderbouwde reflecties over de ontwikkelingen die zich aandienen in technischeconomische domeinen. Ook in Vlaanderen is er op macroniveau een grote behoefte aan dergelijke reflectieoefeningen”. “Omdat innovatie nu eenmaal toekomstgericht is en gepaard gaat met onzekerheid en risico’s bieden technologieverkenningen het uitgelezen kader om strategische keuzes te maken voor het regionaal innovatiebeleid in relatie tot de regionale economische ontwikkeling. Bovendien creëren verkenningsstudies, door hun procesmatig karakter, betrokkenheid van alle actoren bij het innovatiegebeuren en dus bij de toekomst van Vlaanderen. Van de onderneming en de onderzoeker tot en met de hogere beleidsorganen”.
Verkenning van de verkenningen “Je zou het ook anders kunnen zeggen”, verduidelijkt Vinck. “In deze verruimde benadering komt het er op neer dat we ‘de verkenning doen van de verkenningen’.
Begripsverruiming Niet alleen ‘innovatie’ werd ruimer, ook het begrip ‘verkenningen’ evolueerde. De VRWB opteerde voor een bredere piste dan enkel studies op te zetten binnen specifieke sectoren. In deze nieuwe benadering was de centrale vraag: ‘Waar moeten we prioritair inspanningen doen en middelen concentreren?’. De reden voor deze koerswijziging is reeds aangehaald aan het begin van dit artikel: de financiële middelen in Vlaanderen zijn beperkt, dus moeten we er zuinig en vooral doelgericht mee omspringen.
Met die idee in het achterhoofd startte de VRWB begin 2005 met een grootschalige verkenningsstudie onder de titel ‘Prioriteitsstelling inzake Technologie en Innovatie in Vlaanderen’. Met deze verkenningsstudie op macroniveau wil de VRWB te weten komen welke strategische keuzes inzake technologie en innovatie nodig zijn om welvaart en welzijn in Vlaanderen te blijven waarborgen. Inzichten in de huidige situatie in Vlaanderen voor wat betreft wetenschappelijk onderzoek, technologische ontwikkeling, innovatie en economische activiteit werden geconfronteerd met een recente Europese technoeconomische trendanalyse. Op basis hiervan werden zes strategische clusters geselecteerd. Deze eerste strategische, nog vrij ruim interpreteerbare clusters zijn:
1. Transport – Diensten – Logistiek – Supply chain management 2. ICT en Diensten voor de Gezondheidszorg 3. Gezondheidszorg – Voeding – Preventie en behandeling 4. Nieuwe materialen – (Nanotechnologie) – Verwerkende industrie 5. ICT voor socio-economische innovatie 6. Energie en milieu voor Diensten en Verwerkende industrie
EEN EXCELLENTIEBELEID VOOR STRATEGISCHE SECTOREN
: : 13 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS EEN EXCELLENTIEBELEID VOOR STRATEGISCHE SECTOREN
Voor de verdere uitdieping van deze strategische clusters en de prioriteitsbepaling wordt een beroep gedaan op Vlaamse experts uit de industrie en kennisinstellingen. Men tracht ook te achterhalen welke de belangrijkste randvoorwaarden zijn om de innovatieve slagkracht van Vlaanderen te verhogen. Thema’s die ongetwijfeld aan bod komen zijn bijvoorbeeld het opvoeren van de flexibiliteit, het optimaliseren van vorming en opleidingen, het stimuleren van jongeren om te kiezen voor wetenschap en technologie, het afstemmen van het hoger onderwijs op de kennismaatschappij ...
school dan met een universiteit. En langs de toegangspoort van de associaties krijgen zij ook toegang tot onderzoek en ontwikkeling”. “Het zijn allemaal elementen die op het eerste gezicht misschien niet zo cruciaal schijnen’ zegt Vinck, “maar uiteindelijk zullen ze de komende vijf of tien jaar wel de hele omgeving bepalen waarin ontwikkeling en innovatie in Vlaanderen de ruimte krijgen om te groeien”.
Het is de bedoeling om op basis van de rapportering van prioriteiten binnen elke cluster daar de link tussen te leggen, om zo tot een expertgevalideerde prioriteitstelling inzake technologie en innovatie in Vlaanderen te komen. “Eens de analyse van de panels in een degelijk onderbouwd rapport is vastgelegd”, zegt Vinck, “zullen wij dat aan de Vlaamse regering voorleggen met de vraag om een zo coherent mogelijk strategisch beleid uit te werken met aandacht voor de voorwaarden die nodig zijn om innovatie en ontwikkeling te stimuleren en daarvoor de nodige middelen uit te trekken”. ‘Sense of urgency’ De samenleving gaat vandaag door een diepgaand veranderingsproces. De globalisatie rukt op. De impact van Europa op de regio’s, en dus ook Vlaanderen, wordt alsmaar ingrijpender. Volgens Vinck is Vlaanderen zich te weinig bewust van de draagwijdte van de veranderingen die momenteel gaande zijn, vooral op het vlak van onderwijs en onderzoek. Voor Vinck moet Vlaanderen dan ook veel meer ‘sense of urgency’ aan de dag leggen. Vinck vindt de associaties tussen hogescholen en universiteiten dan ook een innoverend concept om het onderwijs te doen aansluiten bij de noden van de moderne maatschappij: “In dat concept kunnen hogescholen en universiteiten de rol spelen die ze moeten spelen. Dankzij de associaties kunnen de onevenwichten die er nu nog bestaan tussen hogescholen en universiteiten en tussen fundamenteel en toegepast onderzoek gaandeweg verdwijnen. Ook de drempelvrees bij onze kmo’s – de kracht van het economisch weefsel in Vlaanderen – om onderzoek uit te besteden en dus te innoveren, kan via de associaties opgeheven worden. Voor kmo’s is het immers gemakkelijker contacten te leggen met een hoge-
: : 14 : :
FIENTJE MOERMAN maakt het onderscheid tussen competentiepolen en strategische onderzoekscentra
Competentiepolen en strategische onderzoekscentra In heel het maatschappelijke debat over innovatie in Vlaanderen heeft het ‘advies 92: Een beleidskader voor competentiepolen en strategische onderzoekscentra’ van 12 mei 2005 een eigen plek. Het is een advies bij het voorstel van viceminister-president Fientje Moerman voor een beleidskader voor de steun aan grote kenniscentra ten behoeve van innovatie.
“Het was nodig”, zegt voorzitter van de commissie Technologiebeleid Gilbert Declerck, “om wat klaarheid te scheppen in de talloze initiatieven die tot dan toe onder de verzamelnaam ‘excellentiepolen’ waren genomen. Hoe belangrijk ook, maar losstaande initiatieven hebben niet veel zin als je ze niet aan elkaar koppelt”.
EEN EXCELLENTIEBELEID VOOR STRATEGISCHE SECTOREN
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS EEN EXCELLENTIEBELEID VOOR STRATEGISCHE SECTOREN
“Heel het advies draait om het kanaliseren van al die initiatieven met de bedoeling om daarrond een toekomstgericht beleid uit te bouwen”. In haar nota vertrekt Moerman van de idee dat Vlaanderen nood heeft aan ‘strategische kennissokkels’ waarbij een intense interactie tussen de verschillende kennisactoren centraal staat en die een belangrijke meerwaarde kunnen opleveren in de competitie op Europese en internationale schaal. Daarom stelt de minister voor de verzamelnaam ‘excellentiepolen’ op te splitsen in enerzijds ‘competentiepolen’ en anderzijds ‘strategische onderzoekscentra’. ‘Competentiepolen’ staan dan voor de krachtenbundeling en samenwerking tussen innovatieactoren, gericht op onderzoek en innovatie op Vlaamse schaal. ‘Strategische onderzoekscentra’ daarentegen moeten hun ambities van excellentie waarmaken op internationaal topniveau. In haar voorstel gaat ze ook nader in op de bevoegdheidsafbakening, de evaluatiecriteria, de financieringskanalen en budgetlijnen en de finaliteit voor elk van beide ‘kennissokkels’.
Declerck: “Het gaat om twee echt complementaire gebieden. Vlaanderen heeft momenteel vier grote strategische onderzoekscentra: IMEC, VIB, VITO en IBBT. Die werken samen met een brede waaier van lokale innovatieactoren en wensen die samenwerking in de toekomst te bestendigen. Maar hun eerste ambitie is te behoren tot de Europese en, als het kan, de wereldtop”.
In zijn advies aan de minister pleit de Raad ervoor om zeer zuinig om te springen met het opstarten van dergelijke nieuwe initiatieven. De Raad geeft de regering ook mee om nieuwe initiatieven niet hoofdzakelijk te beoordelen – en dus te selecteren – op basis van de marktvraag. Ook Declerck legt er de nadruk op om strategische keuzes goed te onderbouwen en alle kennis- en innovatieactoren bij het proces te betrekken. Daarvoor zijn de wetenschapsen technologieverkenningen een uiterst bruikbaar instrument. “Er komt zoveel bij kijken en er hangt zoveel van af” weet Declerck. “Er is de hele problematiek van de intellectuele eigendom. Vlaanderen staat daar nog niet ver genoeg in. Je moet rekening houden met de decretale bevoegdheden van de universiteiten. Het hele proces van de genese, de selectie en de opvolging van dergelijke strategische initiatieven moet transparant verlopen, met als belangrijkste parameter de kwaliteit. Daarom is het aangewezen om nieuwe initiatieven na twee of drie jaar grondig te evalueren om te zien of de afgesproken doelstellingen gerealiseerd werden”. Met ‘advies 92’ heeft de VRWB in ieder geval te kennen gegeven achter het voorgestelde beleidskader te staan. De Raad is dan ook bereid om in de verdere besprekingen mee te reflecteren over de concrete uitwerking ervan.
IMEC
Jan Van Pelt
EEN EXCELLENTIEBELEID VOOR STRATEGISCHE SECTOREN
: : 15 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS VLAANDEREN IN EUROPA
Voormalig Europees commissaris Philippe Busquin had ooit berekend dat er in Europa tegen 2010 maar liefst 700.000 onderzoekers moesten bijkomen om de concurrentie te kunnen aangaan met de VS en Japan. Hij zei ook dat de financiering van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in de toekomst moest gebeuren louter op basis van excellentie van de onderzoeksgroepen. Notoire uitspraken die hun effect niet gemist hebben. Intussen is Busquin van het toneel verdwenen. De economie in Europa sputtert en de budgetten voor wetenschappelijk onderzoek zijn er niet op vooruit gegaan. Ook de haalbaarheid van de doelstelling van 700.000 extra onderzoekers is erg twijfelachtig geworden. Intussen steken China en India meer en meer de kop op. Twintig jaar geleden keek men er niet naar. Vandaag zijn het geduchte concurrenten geworden. Hoe zal Europa zich de komende decennia handhaven in de alsmaar competitievere omgeving van het wetenschappelijk onderzoek? En wat met Vlaanderen?
Het vurige pleidooi van Busquin voor een Europese onderzoeksruimte als tegengif tegen de VS en Japan was het logische gevolg van een gistingsproces dat al sedert het einde van de vorige eeuw aan de gang was. Europa kon en mocht niet achter blijven. Uit dit gistingsproces borrelde al vlug de idee op van een Europese Onderzoeksraad, een European Research Council (ERC), naar analogie met ronkende instellingen als de National Science Foundation (NSF) of het National Institute of Health (NIH) in de Verenigde Staten. Een pan-Europees onderzoeksfonds dat over de Europese grenzen heen hoogwaardig fundamenteel onderzoek op lange termijn zou ondersteunen. Toen Denemarken medio 2002 voorzitter werd van de Europese Unie stond het onderwerp hoog op de agenda. Er werd een expertgroep opgericht om alle mogelijke aspecten van een ERC te onderzoeken. Organisaties als de EURAB1, de EMBO2, de EUROHoRCS3 en de Academia Europea4 brachten allen adviezen uit ten voordele van de oprichting van zo’n Europese Raad.
Maar, zo werd gesteld, een ERC moest voldoen aan drie belangrijke criteria. In de eerste plaats moet het gaan om wetenschappelijke excellentie in fundamenteel, kennisverleggend onderzoek. Ten tweede moet de steun naar individuele onderzoeksploegen kunnen gaan. En tot slot moet de selectie van de projecten aan wetenschappers zelf worden overgelaten. 1
European Research Advisory Board
2
European Molecular Biology Organisation
3
de vergadering van verschillende Europese fondsen voor wetenschappelijk onderzoek (o.a. het FWO-Vlaanderen)
4
een Europese organisatie van wetenschappers
: : 16 : :
VLAANDEREN IN EUROPA
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS VLAANDEREN IN EUROPA
In het verlengde daarvan bracht de Europese Commissie in 2004 maar liefst drie mededelingen uit waar fundamenteel onderzoek ook op Europees niveau een plaats krijgt. Eerst verscheen ‘Europa en fundamenteel onderzoek’ van toenmalig commissaris Philippe Busquin op 15 januari 2004. Vervolgens, op 10 februari 2004, de mededeling ‘Bouwen aan onze gemeenschappelijke toekomst – Beleidsuitdagingen en begrotingsmiddelen in de uitgebreide Unie 2007-2013’. Bedenkingen die de lucht boven het Europese en het Vlaamse landschap van wetenschap en innovatie kleuren. Bedreigend of een nieuwe kans? De Leenheer vindt dat Vlaanderen er hoe dan ook goed aan doet om op de Europese wetenschaps- en innovatietrein te springen.
En dan, op 16 juni 2004, ‘Science and technology, the key to Europe’s future – Guidelines for future European Union policy to support research’. In die laatste mededeling wordt de Europese Onderzoeksraad voorgesteld als één van de grote pijlers van het Europese wetenschapsbeleid voor de toekomst.
Intussen is het zover: de ERC komt er … Schitterend ... en wat nu? Voor voorzitter van de commissie Federale en Internationale Samenwerking Andreas De Leenheer is het in ieder geval nog koffiedik kijken. “De ERCraad is nu officieel opgericht. Maar welke landen zullen participeren en in welke verhouding zal dat allemaal gebeuren? Paritair of niet? Zullen er middelen terugvloeien naar de deelnemende landen en hoe? En wie gaat dat allemaal betalen? Zal dat niet gaan ten koste van wat er in Vlaanderen ontwikkeld wordt en waarvan we allemaal vinden dat de huidige financiering nog altijd ondermaats is? Zal Vlaanderen nog bijkomend geld moeten ophoesten van de koek die nu al zo beperkt is? België zit met een zeer complex staatsbestel. Drie gemeenschappen, drie gewesten met daarboven nog eens een federale structuur. Wie zal wie vertegenwoordigen? Die gecrispeerde houding van de academische wereld is vooral te merken in de kleinere landen. Vrij logisch want zij zullen in ieder geval geen leidende rol hebben”.
Ook Roger Bouillon, voorzitter van de commissie Wetenschapsbeleid, vindt dat Vlaanderen zich maar beter op de Europese eenheidsmarkt kan voorbereiden in plaats van er schrik van te hebben. “Dat is de realiteit en die komt hoe dan ook op ons af”, onderstreept hij. “Hoewel de werkingsmodaliteiten nog niet vastliggen, is met de nieuwe Europese Onderzoeksraad het principe van een Europese eenheidsmarkt voor onderzoek ingevoerd. Het debat kan nu voortgezet worden”. Schrik is in ieder geval niet aan hem besteed: “Ons beste onderzoek, onze beste publicaties zijn al internationaal. Een moeilijkheid is misschien wel de kleinschaligheid van Vlaanderen tegenover de grotere Europese buurlanden. Het is altijd mogelijk dat een gezamenlijke aanvraag voor financiering van een Vlaamse onderzoeksgroep het moet afleggen tegen een grotere onderzoeksgroep. Maar pessimistisch ben ik niet. In vergelijking met andere Europese landen ligt Vlaanderen voor de kwaliteit van zijn onderzoek ver boven de middenmoot”. Advies 88 In ‘advies 88’ over de Europese Onderzoeksraad van 24 juni 2004 gaat de VRWB in op een vraag van voormalig minister voor Wetenschapsbeleid Dirk Van Mechelen. Het is niet de eerste keer dat de VRWB hierover zijn opvatting geeft. In zijn memorandum ‘Wetenschap en innovatie in Vlaanderen 2004-2010’ pleitte de Raad ervoor dat Vlaanderen een voortrekker moet worden bij de uitbouw van de European Research Council. In dit advies – intussen is de oprichting van de ERC een feit – schetst de VRWB enkele grote principes
VLAANDEREN IN EUROPA
: : 17 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS VLAANDEREN IN EUROPA
waaraan de Europese Onderzoeksraad zou moeten voldoen: een transparant Europees financieringskanaal voor niet-gericht onderzoek op initiatief van de vorser, gebaseerd op peerreview.
De Europese Onderzoeksraad moet onafhankelijk van de bestaande politieke structuren kunnen werken, zodat een langetermijnvisie kan worden ontwikkeld inzake Europees wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast is uiteraard geld doorslaggevend. Momenteel beschikt de Europese Onderzoeksraad voor alle onderzoeksdomeinen over een budget van een half miljard euro. Een peulschil als je dat vergelijkt met de 30 miljard US dollar die het NIH veil heeft, alleen al voor ‘Life Sciences’. De VRWB stelt in ‘advies 88’ dan ook onomwonden dat 2 miljard euro per jaar een strikt minimum is om een echt hefboomeffect te bekomen. Er zal nog wel heel wat water naar zee moeten vloeien vooraleer de ERC echt uit de startblokken kan schieten. Voor de VRWB is de tijd dan ook nog niet rijp om over de concrete werkingsmodaliteiten aanbevelingen te formuleren.
Grootschalige onderzoeksinfrastructuren Een ander niveau waarop binnen Europa aan wetenschappelijke en technologische samenwerking wordt gedaan zijn de grootschalige onderzoeksinfrastructuren. Deeltjesversnellers, synchrotrons, telescopen ... als CERN, ESRF, EMBL of ESO. Hier wordt aan big
: : 18 : :
VLAANDEREN IN EUROPA
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS VLAANDEREN IN EUROPA
science gedaan. Dit fundamenteel onderzoek van zeer hoge waarde is duur, astronomisch duur. Het lidgeld om er aan te kunnen deelnemen is dus niet min. Voor kleine landen een zware dobber. Maar wetenschappelijk gezien kunnen kleine regio’s als Vlaanderen zich niet veroorloven hier afwezig te blijven. Daarvoor is de wetenschappelijke return veel te hoog.
Dat viceminister-president Fientje Moerman orde op zaken wil stellen en aan de VRWB een advies vroeg omtrent een nieuw beleidskader voor internationale wetenschappelijke en technologische samenwerking, inclusief de ondersteuning van Vlaamse onderzoekers aan grootschalige infrastructuren, was dus meer dan gerechtvaardigd.
In de loop van de laatste jaren zijn echter een aantal knelpunten aan de oppervlakte gekomen die een vlotte werking niet altijd gemakkelijk maken. Het lidgeld geeft toegang tot de grote installaties en wordt door de federale overheid betaald. De Gemeenschappen staan via het FWO-Vlaanderen in voor de projectkosten. Daar komen vaak ook zeer hoge institutionele kosten bij. De beschikbare middelen zijn echter beperkt. Dat leidt ertoe dat internationale projecten niet altijd kunnen rekenen op de afgesproken nodige financiële steun en brengt ook soms de ontplooiing van nieuwe internationale initiatieven in het gedrang. Ook de onzekerheid in de continuïteit van de internationale initiatieven en de consolidatie van het onderzoekerspotentieel is een latent probleem.
“Eigenlijk”, zegt Bouillon, “is ‘advies 95’ een voorlopig advies dat een beeld geeft van de belangrijkste knelpunten en mogelijke denkpistes. Het zal een moeilijke klus zijn, want er komen zoveel aspecten bij kijken. Wie gaat de ingediende projecten evalueren? Hoe lang moeten die projecten lopen? Wie zal de infrastructuur betalen? Welke regio in België mag een nieuw groot apparaat kopen en hoe wordt zoiets georganiseerd? Enzovoort”.
Kortom, deze toestand zorgt voor stroefheid in het beheer en onstabiliteit in de financiering van grote en langlopende initiatieven.
“Daarom”, zo concludeert Roger Bouillon, “moet het overleg tussen het federale en het regionale niveau beter, zodat de regio’s meer inspraak krijgen en hun prioriteiten kunnen stellen en procedures tot stand kunnen komen om het geld via de juiste subsidiekanalen naar de juiste projecten te loodsen”.
Omdat de materie zo complex is, installeerde de VRWB een ad-hocwerkgroep, samengesteld uit Vlaamse onderzoekers en vertegenwoordigers van Vlaamse en federale administraties die betrokken zijn bij dergelijke internationale onderzoeksinitiatieven. Deze werkgroep kreeg de opdracht een ontwerpadvies voor te bereiden om te komen tot een strategisch plan. Waar alle betrokken partijen het echter unaniem over eens zijn is dat de Vlaamse onderzoekers aan dit soort van grootschalige onderzoeksprojecten moeten kunnen blijven meewerken. Het ontwerpadvies wordt verwacht tegen de zomer van 2006. Jan Van Pelt
Big science vraagt big money. Ook al is de uitrusting erg duur, kleine regio’s als Vlaanderen kunnen het zich niet veroorloven afwezig te blijven.
VLAANDEREN IN EUROPA
: : 19 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS SCIENCE SHARING
In zijn ‘Woord vooraf’ schrijft toenmalig VRWB-voorzitter prof. em. Roger Dillemans: “De bedoeling was om in Europa een gebied zonder grenzen tot stand te brengen voor onderzoek, waarin de wetenschappelijke middelen beter worden gebruikt om de werkgelegenheid en de concurrentiekracht van Europa te verbeteren. De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid onderschreef graag de creatie van deze enige ERA, maar was van oordeel dat het opkrikken van de economische concurrentiepositie een te kortzichtige benadering was”. “Dit citaat verwoordt perfect de visie van Roger Dillemans”, onderstreept Elisabeth Monard. Voor hem kon het niet dat het oude continent zou evolueren tot een louter bastion Europa. Voor hem was een Europese Onderzoeksruimte een zaak van mondiale openheid, vooral naar de ontwikkelingslanden toe”.
Als studiereeks 14 van de VRWB verscheen in april 2005 het rapport ‘Vlaams wetenschappelijk onderzoek en Science sharing’. Een lijvig werk van zo’n 160 pagina’s waarin een inventaris werd opgemaakt van wat Vlaanderen doet in het domein van onderzoek in, met en voor ontwikkelingslanden. Hoofdpromotor van deze studie was prof. dr. Marleen Temmerman van de Universiteit Gent. De oorsprong van deze studie lag in de periode toen Philippe Busquin, de vorige EU-commissaris voor Onderzoek, de Europese Onderzoeksruimte (ERA) lanceerde. Een periode die bij dr. ir. Elisabeth Monard, tot einde 2005 secretaris van de VRWB, nog vers in het geheugen ligt. Zij was nauw betrokken bij het tot stand komen van dit rapport. Een gesprek post factum.
: : 20 : :
Een paragraaf verder legt Dillemans meteen zijn argumenten op tafel:
“In de kenniseconomie wordt kennis de belangrijkste productiefactor. De nieuwe armoede wordt kennisarmoede, die fataler is dan de andere omdat zij buiten het besef verloopt van de uitgeslotenen, die niet participeren aan het grote samenlevingsgebeuren van de ingewijden”. “Daarom bestaat een eerste prioriteit van ontwikkelingswerk erin in de relevante regio's kenniscentra op te bouwen die zelf kennis ontwikkelen en uitstralen in de eigen regio. Science sharing worldwide is de moderne vorm van ontwikkelingssamenwerking’. “Dat was Dillemans’ grote argument”, weet Monard. “Hij ging ervan uit dat Europa in zijn onderzoeksbeleid niet alleen moet kijken naar zijn eigen concurrentiepositie, maar ook zijn verantwoordelijkheid moet nemen t.o.v. de mondiale ontwikkeling. Het grote probleem is echter dat omzeggens iedereen akkoord gaat met de stellingname die de VRWB toen verwoordde. Maar op het vlak van de implementatie loopt het niet zo vlot. Vergelijk dat met de Europese doelstelling om 0,7 % van het BNP te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dat lukt ook niet echt. Het blijft een moeilijk punt”.
SCIENCE SHARING
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS SCIENCE SHARING
Is die kritiek van Dillemans ook tot bij Busquin geraakt? Monard: “Zeer zeker. Over dit thema stelde de VRWB destijds een nota en een aanbeveling op en die is ook naar Busquin gestuurd. Busquin kon zich in de kritiek van Dillemans heel goed vinden. Hij had er geen probleem mee, temeer omdat er binnen Europa altijd een aantal programma’s gefinancierd werden gericht op ontwikkelingssamenwerking. Ook in Vlaanderen zijn er heel wat onderzoekers die projecten opzetten en leiden voor en samen met ontwikkelingslanden”. “Maar voor Dillemans was de grote vraag te weten te komen wat Vlaanderen op dat vlak precies deed. En zo ja, hoe dat gebeurde. Het bleek dat wij daar zeer weinig zicht op hadden. En het is precies dat wat we in de eerste plaats in kaart wilden brengen. De eerste opdracht luidde dus een inventaris opmaken van onderzoekers en onderzoeksteams die actief samenwerken met partners in ontwikkelingslanden in diverse gebieden van de wetenschap en nagaan hoe die gezamenlijke onderzoeksprojecten gefinancierd worden. Dat bleek niet zo eenvoudig. Alleen voor wat de kanalen van de VLIR betreft, was er een duidelijk overzicht. Maar wat er via de Vlaamse en de federale kanalen gebeurde was nogal disparaat”.
Hoe is de VRWB tewerk gegaan? Monard: “Er werd een multidisciplinair team samengesteld met als hoofdpromotor prof. dr. Marleen Temmerman (Universiteit Gent). Dit team slaagde erin om in het kluwen van projecten en onderzoeken toch wat lijn te brengen. De doelstellingen? Als uitgangspunt werd gekeken naar eerder recent onderzoek vanaf 2000. Een belangrijke doelstelling was het in schema brengen van de voornaamste expertisegebieden. Niet alleen voor de meest voor de hand liggende sectoren zoals gezondheidszorg of onderwijs, maar met de uitdrukkelijke vraag ook eens te kijken naar thema’s als de opbouw van een rechtstaat, gedragswetenschappen, economische modellen ... In totaal werden zes expertisegebieden onder de loep genomen: natuurwetenschappen, exacte wetenschappen, technologie, menswetenschappen, sociale wetenschappen en gezondheidswetenschappen. Voorts kwam het er op aan te identificeren welke
actoren, zowel instellingen als onderzoeksteams, zich met welk onderzoek bezig hielden in welke landen en via welke kanalen zij hun financiering krijgen. En als laatste punt kreeg het team ook de opdracht om conclusies en aanbevelingen te formuleren met de bedoeling expertise in Vlaanderen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking te optimaliseren”.
SCIENCE SHARING
: : 21 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS SCIENCE SHARING
Opzet geslaagd? Monard: “Het project resulteerde in een vrij representatieve inventaris van wat er in Vlaanderen aan Science sharing gebeurt. Spijtig genoeg is die inventaris niet volledig omdat de kennis en de informatie nogal verspreid zijn. Een belangrijke vaststelling was ook dat het wetenschappelijk landschap niet altijd even transparant is. Omdat het team niet altijd over geactualiseerde databestanden kon beschikken, was informatie over sommige onderzoeksprojecten niet altijd gemakkelijk toegankelijk”. “Maar op basis van een steekproef van een duizendtal recente projecten is de groep er desondanks in geslaagd om de expertise van de Vlaamse onderzoeksteams en de grote domeinen af te bakenen en de belangrijkste partnerlanden te inventariseren met wie samengewerkt wordt”. Welk onderzoek is nu relevant voor de vooruitgang van ontwikkelingslanden? “Over die vraag was er wel enige discussie. Het is ook lang geen eenvoudige materie”, onderstreept Monard. “In die hele context is het begrip ‘partnership’ ook zo enorm belangrijk. Als er een delegatie uit een ontwikkelingsland in Vlaanderen op bezoek komt, dan is die uiteraard meteen overdonderd door de informatietechnologie en de goede uitrusting van lokalen, laboratoria ... Logisch dus dat men dat daar ook wil hebben. Maar is dat wel wat zij momenteel prioritair nodig hebben? Een zeer delicaat punt. Anderzijds is het niet aan ons om vanuit de westerse wereld te zeggen wat hun noden zijn. Het rapport gaat uitvoerig op in op dit thema: wat is relevant onderzoek voor ontwikkelingslanden”.
Een van de conclusies in het rapport is dat er bij de defederalisering van het wetenschapsbeleid globaal gezien minder aandacht gaat naar research in/met of voor ontwikkelingslanden. Met name in het mandaat en de werking van de diverse Vlaamse wetenschappelijke instellingen en steunpunten is deze focus opvallend afwezig. Hoe stond u daar tijdens uw mandaat van VRWB-secretaris tegenover? Monard: “De huidige leiding van de VRWB is nog steeds overtuigd van de waarde en het belang van Science sharing zoals Roger Dillemans dat zag. Maar na zijn vertrek zijn er andere noden voor onderzoek op het voorplan getreden. Wat er momenteel in Vlaanderen gebeurt op het vlak van O&O-financiering vereist keuzes. Het zou uiteraard goed zijn als er keuzes kunnen gemaakt worden, zowel op economisch als op maatschappelijk vlak. De VRWB heeft er voor geopteerd een eerste verkenningsoefening te doen met als focus economische thematieken en zal in een tweede fase hetzelfde doen voor meer maatschappelijk relevante probleemstellingen. “In de geschiedenis van de VRWB is het tot nu toe altijd zo geweest dat de nadruk op een bepaalde trend na verloop van tijd automatisch wordt bijgestuurd”, zegt Monard. “Een aantal jaren geleden werd gezegd dat in de VRWB vooral het academisch onderzoek de toon aangaf. Welnu, onder impuls van de industrie is hier duidelijk in gecorrigeerd. Vandaag ligt het accent meer op innovatie. Maar dat heeft ook te maken met het beleid van de huidige regering. ‘Innovatie en economie’ zijn de grote thema’s. Het heeft iets van een slingerbeweging. Als de slinger teveel één richting uitgaat, dan gaan er vroeg of laat wel stemmen op om de slinger wat meer in een andere richting te doen bewegen”.
Hoogtechnologische uitrusting is belangrijk maar is ze steeds prioritair voor ontwikkelingslanden?
: : 22 : :
SCIENCE SHARING
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS SCIENCE SHARING
Wordt onderzoek in het kader van Science sharing volgens u voldoende gestimuleerd? Monard: “Ik vind dat er binnen onze onderzoeksinstellingen een klimaat moet komen dat onderzoekers stimuleert om met partners in ontwikkelingslanden onderzoeksprojecten op te zetten. En dat mag zeker geen hinder zijn in hun verdere loopbaan. Voor onderzoekers die naar ontwikkelingslanden gaan of die samenwerken met partners in ontwikkelingslanden, moeten dergelijke projecten ook passen in het curriculum van hun wetenschappelijk werk. Voor hen moet het ook een winsituatie worden. Het is dus logisch dat ook voor dit soort van onderzoek dezelfde hoogstaande kwaliteitscriteria worden gehanteerd”. En wat is nu het vervolg op deze studie? Hoe wordt onderzoek in het kader van Science sharing gepercipieerd?
Monard: “In de onderzoekswereld leeft hoe dan ook de mening dat onderzoek, welk het ook is, in de eerste plaats goed onderzoek moet zijn. Daarom gaat het er bij samenwerking met ontwikkelingslanden op het vlak van onderzoek niet om landen te bevoorrechten. Science sharing is geen tweederangsonderzoek. De partnerlanden moet er ook wel bij varen. Belangrijk is dat het onderzoek vanuit de basis aangestuurd wordt, eerder dan vanuit politieke overwegingen. Eerder stuwen dus dan sturen ...”.
Monard: “In ieder geval de problematiek van Science sharing warm houden. Dankzij deze studie weten we in grote mate welke onderzoeken in welke domeinen in welke landen lopen. We kennen de knelpunten die door de onderzoekers zelf zijn aangebracht. Maar wat nog ontbreekt, is een toetsing van wat er in de partnerlanden zelf leeft. Het was de bedoeling om ter plaatste via enquêtes te onderzoeken hoe bepaalde projecten gedijden. De keuze was gevallen op het gebied van de Grote Meren in Centraal-Afrika. Omwille van de politieke situatie is die evaluatie er nooit gekomen”. De idee is voorlopig opgeborgen maar zeker niet afgeblazen. Wellicht tot de tijd opnieuw rijp is en de slinger terug een beetje naar de andere richting overhelt”. Jan Van Pelt
“Een voorbeeld. Momenteel wordt de interuniversitaire ontwikkelingssamenwerking via de VLIR met Ecuador afgerond. Andere landen zullen nu aan bod komen. Bij het FWO-Vlaanderen ligt een vraag voor om in opvolging een overeenkomst te sluiten met de Ecuadoriaanse tegenhanger om gezamenlijke projecten op te zetten die zowel door Vlaanderen als Ecuador worden gesteund”.
SCIENCE SHARING
: : 23 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS DE OPVOLGING VAN HET INNOVATIEPACT
Het Vlaams Innovatiepact, afgesloten tussen regering, bedrijven en kennisinstellingen, stelt dat Vlaanderen tegen 2010 3% van zijn BBPR (Bruto Binnenlands Product per Regio) moet investeren in Onderzoek en Ontwikkeling (O&O). 1% daarvan zou door de overheid moeten worden besteed en 2% door het bedrijfsleven. Om de uitvoering van dit Innovatiepact te kunnen opvolgen vroeg voormalig minister voor Wetenschapsbeleid Dirk Van Mechelen aan de VRWB om tegen begin 2004 een ‘referentie-instrumentarium voor de kwantitatieve evaluatie’ uit te werken voor het meten van de geleverde inspanningen en de evolutie op het vlak van wetenschap en innovatie in Vlaanderen.
BARBARA TAN Voorzitter van de commissie Begroting en Financiën die de 11 kernindicatoren ontwikkelde
: : 24 : :
Binnen de VRWB werd deze opdracht toevertrouwd aan de commissie Begroting en Financiën (CBF) die toen onder het voorzitterschap stond van de jonge Barbara Tan, toen ook adviseur bij het kenniscentrum van Voka. Hoe ging de commissie tewerk? In de eerste plaats hebben de leden van de commissie een grondige analyse gemaakt van de tekst van het Innovatiepact en daaraan indicatoren en maatstaven gekoppeld om de evolutie van de toepassing ervan te kunnen meten. Daarvoor werd gekeken naar het hele traject van kennisopbouw en de innovatieketen. Die analyse leverde in een eerste fase ongeveer 60 verschillende indicatoren op voor het meten van de input, de activiteiten en processen, de output en prestaties en de effecten en impact van de geleverde inspanningen. Deze eerste lijst bleek echter vrij omslachtig als het aankwam op de praktische hanteerbaarheid ervan.
11 prioritaire kernindicatoren Daarom werd het aantal in een tweede fase teruggebracht tot elf prioritaire kernindicatoren. Die werden geselecteerd rekening houdend met de meetbaarheid voor Vlaanderen, internationale benchmarking, een zo goed mogelijke aansluiting bij de bestaande statistieken en representativiteit voor de verschillende fasen van de kennis- en innovatieketen. Het volledige referentie-instrumentarium zoals het op 22 januari 2004 door de CBF werd voorgesteld en door de VRWB goedgekeurd (aanbeveling 22) is samengevat in drie tabellen. Een tabel voor de prioritaire kernindicatoren die jaarlijks kunnen worden berekend. Een tabel met secundaire indicatoren die afgeleid zijn van deze prioritaire kernindicatoren of er deelaspecten van beslaan en een derde tabel met een aantal gewenste indicatoren die nog niet ontwikkeld werden, maar waarvan de commissie meent dat ze voor de toekomst nuttige meetinstrumenten kunnen worden.
“Dit referentie-instrumentarium”, zo zegt voormalig CBF-voorzitter Barbara Tan, “heeft als doel de sterkten en zwakten van het Vlaamse innovatiesysteem weer te geven. Het is dus per definitie een dynamisch proces dat, wanneer nodig, aan de ontwikkelingen in het veld aangepast of aangevuld dient te worden. Het gaat bovendien niet alleen over de monitoring van de innovatienorm. Dit instrumentarium kijkt ook naar mogelijke verklarende factoren wanneer er bijvoorbeeld een terugval is van de inspanningen en het beleid moet worden bijgestuurd”.
DE OPVOLGING VAN HET INNOVATIEPACT
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS DE OPVOLGING VAN HET INNOVATIEPACT
INPUT GERD (2001) GBOARD 1 (2001) O&O-personeel (2001) W&T-gediplomeerden (tov 20-29j) (acadjr. 1999-2000) W&T-gediplomeerden (dipl.hoger onderwijs) (acadjr. 1999) ACTIVITEITEN/PROCESSEN aandeel innovatieve bedrijven (2000) risicokapitaal (B) (BBP) (2003) risicokapitaal (B) (aandeel hightech) (2000-2001) risicokapitaal (B) (early stage) (2003) OUTPUT/PRESTATIES octrooien EPO (2001) aandeel innovatieve producten omzet (industrie)(2000) aandeel innovatieve producten omzet (industrie)(2000) EFFECTEN/IMPACT tewerkstelling diensten (2002) tewerkstelling diensten (2002) groei BBP export (medium- hightech industrie)
26 -20 34 11 -21 24 -49 18 -33 -3 83 191 6 2 0 -6 -100
-50
50
0
100
150
200
250
11 prioritaire kernindicatoren
Eerste invulling van de kernindicatoren Na een jaar proefdraaien publiceerde de VRWB een eerste invulling van deze elf kernindicatoren. Zij bieden een antwoord op de vraag hoe Vlaanderen zich op het vlak van innovatie internationaal profileert in vergelijking met zijn belangrijkste (Europese) handelspartners. Op basis van de meest actuele internationaal vergelijkbare statistieken vertoont Vlaanderen een eerder gemiddeld innovatieprofiel. Kijk je naar het geheel van de indicatoren, dan blijkt dat Vlaanderen over de periode 1999-2003 globaal gezien zijn inspanningen inzake O&O heeft opgevoerd. Op het vlak van de input scoort Vlaanderen over het algemeen vrij goed, vooral dan voor de financiële middelen en het menselijk kapitaal. Maar anderzijds blijkt dat ondanks deze inspanningen Vlaanderen er niet voldoende in slaagt om zijn algemene innovatieperformantie te verbeteren.
“De boodschap is dus duidelijk”, onderstreept Barbara Tan, “vooral op het vlak van de processen en de activiteiten, kennistransfer, output en valorisatie kan en moet Vlaanderen veel beter scoren. En, er moet ook meer werk gemaakt worden van een gunstig innovatieklimaat”.
In het bestek van deze bijdrage is het onbegonnen werk om elke indicator van nabij te bekijken. Meer gedetailleerde informatie vindt u in de ‘aanbeveling 24’ die de VRWB publiceerde op 24 maart 2005. Wij pikten er voor u de belangrijkste elementen uit.
DE OPVOLGING VAN HET INNOVATIEPACT
: : 25 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS DE OPVOLGING VAN HET INNOVATIEPACT
Opmerkelijke inhaalbeweging, maar recente terugval Op basis van de GERD1-indicator (de belangrijkste van het referentie-instrumentarium als ijkpunt voor de 3%-norm) blijkt dat, daar waar Vlaanderen in 1993 inzake O&O-intensiteit nog achterop hinkte tegenover de meeste andere landen, er nadien een belangrijke inhaalbeweging werd gerealiseerd. Hierdoor presteerde Vlaanderen in 2001 zelfs beter dan het EU-gemiddelde. Maar, zo blijkt uit de laatste O&O-enquête (2004), deze positieve trend heeft zich na 2002-2003 niet meer voortgezet. De weg naar de 3%-norm wordt dus wat moeilijker dan verwacht. De daling in O&O-intensiteit, die zich ook internationaal voordoet, is vooral het gevolg van de lagere investeringen door de bedrijven (BERD2). De algemene economische achteruitgang, en vooral de technologiecrisis in het bijzonder in de ICT-sector, heeft zijn sporen nagelaten. Bovendien zijn de O&Ouitgaven in het bedrijfsleven geconcentreerd bij enkele grote bedrijven, waarvan het beslissingscentrum niet altijd in Vlaanderen gelegen is.
De crisis in de ICT-sector is een van de factoren die de O&O-intensiteit deed dalen.
Wat de Vlaamse overheidskredieten voor O&O betreft, die kenden een belangrijke stijging vanaf 1995. De indicator hiervoor is de GBOARD. Die omvat álle overheidskredieten, met name de O&O-kredieten van de Vlaamse overheid, de kredieten van de federale overheid bestemd voor Vlaanderen en de return naar Vlaanderen van de middelen voor de Europese kaderprogramma’s. Goed voor de 1% overheidsuitgaven van de te halen Europese 3%norm. In 2005 bleek de Vlaamse overheid 0,72% van zijn BBPR uitgegeven te hebben aan O&O, dit is wel een belangrijke stijging in vergelijking tot de jaren negentig, maar Vlaanderen blijft hiermee in de staart van het peloton in vergelijking met zijn handelspartners.
: : 26 : :
De VRWB berekende dat, wil de overheid de 1%norm tegen 2010 halen, er elk jaar cumulatief tussen de 120 en 164 miljoen euro extra voor O&O nodig is.
Commentaar van Barbara Tan: “De 3%-norm is nog lang niet bereikt en zowel de bedrijven als de overheid zullen bijkomende inspanningen moeten leveren”.
Menselijk en ander kapitaal Het hoeft geen betoog dat het personeel actief in O&O een sleutelelement is in het wetenschaps- en innovatielandschap. Ook op dat vlak selecteerde de VRWB een aantal indicatoren. In de eerste plaats werd het totaal aan O&O-personeel als percentage van de beroepsbevolking in kaart gebracht. Het gaat hier niet alleen om mensen die rechtstreeks aan onderzoek en ontwikkeling doen, maar ook onrechtstreeks zoals laboranten, technici, operatoren, dienstverlening enz. Daarnaast werd ook gekeken naar het W&T-potentieel: de afgestudeerde gediplomeerden in wetenschap en technologie. Uit een eerste meting blijkt dat Vlaanderen het, op het vlak van menselijk kapitaal, lang niet zo slecht doet. Wat nieuwe W&T-gediplomeerden in verhouding tot de leeftijdsgroep 20-29 jaar betreft, is er evenmin een probleem. Het schoentje knelt echter wanneer we de W&T-gediplomeerden vergelijken met alle gediplomeerden in het hoger onderwijs. Uit de metingen blijkt dat Vlaanderen daar onderaan de ladder staat. De studierichtingen in wetenschap en technologie blijken bij de jongeren niet zo goed aan te slaan. “In een regio als Vlaanderen, waar competitiviteit vooral berust op kennisintensieve hoogtechnologische bedrijven, zou dat voor de toekomst wel eens een flessenhals kunnen worden”, zegt Tan. 1
GERD staat voor Gross Expenditures on R&D, of de Bruto Binnenlandse Uitgaven voor Onderzoek en Ontwikkeling.
2
BERD staat voor Business Expenditures on R&D, of Internationale O&O-uitgaven van de bedrijven.
DE OPVOLGING VAN HET INNOVATIEPACT
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS DE OPVOLGING VAN HET INNOVATIEPACT
Volgens deze index behoort België tot de minder gunstige systemen voor stimulering van O&O in bedrijven. Een ander teer punt in de innovatieketen is het risicokapitaal. In verhouding tot zijn BBPR zit Vlaanderen ook daar achteraan. Recente initiatieven als het Vlaams Innovatiefonds (VINNOF), ARKimedes zijn volgens Tan dan ook stappen in de goede richting. Ook als het gaat om de technologische positie van Vlaanderen op het vlak van het vertalen van innovatie- en onderzoeksresultaten in octrooien, zitten we onder het EU-gemiddelde. Niet alleen zijn EU-octrooien erg duur, maar daarnaast blijkt dat er in Vlaanderen te weinig expertise aanwezig is inzake intellectuele eigendomsrechten.
Heel de innovatieketen is belangrijk: fundamenteel onderzoek, strategisch basisonderzoek, toegepast industrieel gericht onderzoek. Hier komt de typische innovatieparadox in Vlaanderen om de hoek kijken. “We zijn goed in kennisverwerving, maar we staan niet sterk genoeg in het valoriseren van die kennis. Met doelgerichte beleidsmaatregelen kan heel wat bijgeschaafd worden” onderstreept Tan.
In Vlaanderen is er op het vlak van fiscale gunstmaatregelen voor O&O dus nog heel wat werk aan de winkel is. Daarom werd in het regeerakkoord van 2004 en in de beleidsnota 2004-2009 van Moerman gepleit voor een inbedding van een brede waaier van gediversifieerde steuninstrumenten van de overheid in een goed uitgewerkte ‘policy mix’. Het moet met name gaan om stimuli voor het verlagen van de vennootschapsbelasting en stimuli voor een verlaging van de bedrijfsvoorheffing en de sociale bijdragen voor onderzoekers. Deze fiscale gunstmaatregelen moeten worden gezien in samenhang met andere instrumenten zoals subsidies, overheidsbestedingen of risicokapitaal.
ANDREAS DE LEENHEER Voorzitter van de commissie Federale en Internationale Samenwerking
De daad bij het woord Een twaalfde indicator Om een beeld te krijgen van hoe Vlaanderen zich in vergelijking met andere landen positioneert in het fiscaal stimuleren van het O&O-klimaat, werd door viceminister-president Fientje Moerman gevraagd om een twaalfde indicator aan de lijst van elf toe te voegen. De CBF heeft daartoe een eerste verkennende oefening gedaan en al het beschikbare materiaal samengebracht. Uit deze analyse bleek dat de kwantitatieve indicatoren die fiscale maatregelen monitoren zeer schaars zijn. De enige – nog onvolkomen – indicator op dat vlak is de zogenoemde bèta-index. Deze index beperkt zich tot maatregelen voor de privésector, maar is de enige die internationaal gebruikt wordt voor het meten van de fiscale gunstmaatregelen ter stimulering van O&O in de bedrijven.
Op 1 januari 2005 werd een fiscale gunstmaatregel van kracht die de bestaande 50% vrijstelling op de bedrijfsvoorheffing van onderzoekers aan universiteiten, hogescholen en onderzoeksfondsen optrok tot 65%. Op 1 oktober 2005 werd de 50% vrijstelling ook van toepassing op bedrijven in het kader van samenwerkingsverbanden met kennisinstellingen. Voor de voorzitter van de commissie Federale en Internationale Samenwerking Andreas De Leenheer is dit een zeer positieve maatregel, zowel voor de bedrijven als voor de onderzoekers in de bedrijven. Deze maatregel heeft een rechtstreekse impact op de loonkost van het O&O-personeel. Die kan in België van een derde tot de helft hoger zijn dan in bepaalde ons omringende landen en dat werkt natuurlijk nadelig op de concurrentiepositie van de bedrijven.
DE OPVOLGING VAN HET INNOVATIEPACT
: : 27 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
INTERVIEWS DE OPVOLGING VAN HET INNOVATIEPACT
“Het enige punt waar nog aan dient bijgeschaafd”, vindt De Leenheer, “is een zo juist mogelijke definiëring van de begrippen onderzoeker en samenwerking. Voor de universiteiten en de kennisinstellingen stelt dat geen noemenswaardige problemen, maar voor de bedrijven is dat niet evident”. Vooral het begrip samenwerking verdient verduidelijking omdat dit een grote impact heeft op de omvang van het onderzoeksbudget. Het scheelt inderdaad een serieuze slok op de borrel of samenwerking beperkt is tot binnenlandse universiteiten en kennisinstellingen, dan wel of het begrip ook tot buitenlandse instellingen verruimd wordt.
In zijn ‘commentaar 12’ van 23 september 2004 gaat de VRWB dan ook nader in op de invulling van beide begrippen en op de criteria die daarbij in aanmerking kunnen komen. Hoe motiveer je jongeren om een wetenschappelijke richting te kiezen? Er zijn dringend nieuwe initiatieven nodig.
Een instrument met toekomst Het uitwerken van een adequaat en hanteerbaar referentie-instrumentarium voor de opvolging van het Innovatiepact is een van de belangrijkste realisaties van de VRWB in de periode 2004-2005. We hebben hiermee een instrument in handen dat een gedetailleerd beeld geeft van hoe het innovatieprofiel zich verhoudt tot andere landen. Het is ook een bijzonder gemakkelijk te hanteren instrument waarmee het mogelijk is om op regelmatige basis een stand van zaken op te maken over de gezondheid van het Vlaamse wetenschaps- en innovatielandschap.
“Alle betrokken partijen zijn het erover eens dat we nu over een degelijk en betrouwbaar meetinstrument beschikken. Het komt er nu eerst en vooral op aan”, besluit Tan, “om het jaar na jaar in te vullen met actuele cijfers en blijvend te verfijnen en eventueel verder uit te breiden naar andere belangrijke indicatoren. Een omvangrijke taak. Zeker op het vlak van de fiscale gunstmaatregelen. Om de bruikbaarheid van de bèta-index voor internationale benchmarking verder te optimaliseren is er nog veel en diepgaand multidisciplinair studiewerk vereist”. Jan Van Pelt
Op basis daarvan formuleert de Raad aanbevelingen die de regering moeten helpen een coherent beleid op het getouw te zetten en, waar nodig, bij te sturen. In zijn ‘aanbeveling 24’ wordt de eerste aanzet gegeven. Zo pleit de VRWB voor het verankeren van het Innovatiepact in een meerjarenprogramma. Er moeten meer hefbomen komen om het onderzoeks- en innovatieklimaat in Vlaanderen verder te stimuleren. Er zouden initiatieven moeten worden genomen om jongeren meer naar onderzoek te lokken. Kennistransfer en valorisatie moeten verbeteren door een goede samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen. De expertise op het vlak van octrooien en intellectuele eigendom moet versterken.
: : 28 : :
DE OPVOLGING VAN HET INNOVATIEPACT
activiteiten I verslag 2004 - 2005
COLLOQUIA GEZOCHT: KNAPPE KOPPEN DIE MEESPELEN TALENT ALS MOTOR VOOR INNOVATIE KENNIS ALS KRACHT: EEN HEFBOOM NAAR MEER JOBS?
Samen nadenken over de toekomst
Structurele oplossingen en doelgericht beleid zijn het resultaat van heel wat voorbereidend denkwerk. Alternatieven overwegen, kijken naar succesverhalen en vergelijken, de grenzen aftasten zonder de lokale realiteit te ontkennen.
Zowel in 2004 als in 2005 organiseerde de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid een groots opgezet colloquium. Voorname specialisten uit binnen- en buitenland kwamen er samen met alle betrokkenen, staken de koppen bijeen en bogen zich over twee grote thema’s. Hoe kan talent een motor zijn voor innovatie? Het thema van 2004 was hoe jongeren van nu te motiveren om de wetenschappers van later te worden? Het colloquium van 2005 speelde dan weer in op een meer economisch vraagstuk: kan kennis een hefboom zijn naar meer jobs? Een nabeschouwing.
COLLOQUIA
: : 29 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
GEZOCHT KNAPPE KOPPEN DIE MEESPELEN TALENT ALS MOTOR VOOR INNOVATIE
Als we ons welvaartsen welzijnspeil willen De Vlaamse Raad voor behouden, dan is er Wetenschapsbeleid werk aan de winkel. is daarbij wil jongeren warm maken Innovatie een kernwoord, wetenschap en technologie voor een loopbaan in liggen aan de basis wetenschap en technologie ervan. Maar om mee te spelen, hebben we mensen nodig, jonge wetenschappers en ingenieurs met talent. Dit betekent dat we tijdig de interesse van jongeren moeten opwekken voor deze vakgebieden. De kenniswerkers van de toekomst zitten immers nu op de schoolbanken. Maar hoe motiveren en leiden we deze kenniswerkers in spe op? Speelt Vlaanderen mee op wereldvlak en in welke gebieden? En wat is de rol van de bedrijven, de overheid, het onderwijs? De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid wil jongeren warm maken voor een loopbaan in wetenschap en technologie en sloeg daarom met ondernemingen, onderwijsinstellingen en organisaties op donderdag 21 oktober 2004 de handen ineen. Het doel was om na te gaan hoe we onze knapste koppen kunnen laten renderen en wie daartoe kan bijdragen. Hoe kunnen jonge mensen gemobiliseerd worden om via wetenschap en technologie mee te bouwen aan de toekomst voor Vlaanderen.
(21 oktober 2004)
(Katholieke Hogeschool Leuven, dept. Lerarenopleiding) een verhaal over hun zeer concreet initiatief om respectievelijk in de bedrijfs- en de onderwijswereld jongeren op een andere manier kennis te laten maken met wetenschap en innovatie. Beide namen nadien deel aan een debat, samen met Annie Van Broekhoven (Innogenetics nv), Luc Kindt (Barco nv), Marc Beddegenoodts (Vereniging Leraars Wetenschappen) en Luc Robijns (hoofdinspecteur provinciaal secundair onderwijs). Het colloquium werd georganiseerd in samenwerking met Voka, Technopolis, de stichting Roger van Overstraeten, wetenschapswinkel.be, de Vlaamse overheid en Unizo.
Naast uiteenzettingen door de Vlaamse viceministerpresident van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke en zijn collega van Economie, Wetenschap en Innovatie Fientje Moerman, kwamen diverse gastsprekers aan bod. Prof. José Mariano Gago, kernfysicus, voormalig Portugees minister voor Wetenschap en Technologie en voorzitter van de Europese High Level Group on Increasing Human Resources for Science and Technology, pleitte voor een Europees beleid en maatregelen in alle lidstaten om het aantal wetenschappers op te krikken. Zijn Nederlandse collega, prof. Robbert Dijkgraaf, mathematisch fysicus aan de Universiteit van Amsterdam en winnaar van de Spinozaprijs in 2003 – zeg maar de Nederlandse Nobelprijs – gaf zijn visie over hoe kinderen via het onderwijs enthousiasmeren voor technologie en wetenschap en hen helpen bij het ontdekken van hun talenten. Verder brachten Paul Verhaert (Verhaert nv) en Suzanne Nelissen
: : 30 : :
KNAPPE KOPPEN DIE MEESPELEN TALENT ALS MOTOR VOOR INNOVATIE
activiteiten I verslag 2004 - 2005
KENNIS ALS KRACHT: EEN HEFBOOM NAAR MEER JOBS? (17 november 2005)
In de vijfde eeuw voor Christus zei de Griekse wijsgeer Euripides: “Kennis is belangrijker dan een krachtige arm”. Zeker in onze huidige kennismaatschappij is dit nog steeds zo. Kennis en kennisontwikkeling zijn van essentiële betekenis voor de sociaaleconomische en culturele ontplooiing van onze samenleving. Kennis als kracht, een krachtige boodschap was tevens het thema van het colloquium. De Vlaamse investeringen in O&O zijn bemoedigend (al halen we nog niet de EU-norm van 3%). Maar het belangrijkste probleem dat zich stelt, is dat deze investeringen onvoldoende resulteren in economische groei en een groei in de werkgelegenheid. Vlaanderen moet vandaag met het oog op morgen een aantal uitdagingen aangaan. Hoe krijgen we meer mensen aan het werk als we weten dat onze kracht in onze kennis schuilt? Hoe laten we talent renderen? Met welk beleid kunnen we onze regio een toekomst garanderen in een complexe samenleving waarin alles met elkaar verbonden is? Hoe kan kennis een hefboom zijn naar meer jobs? In samenwerking met de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) stelde de VRWB een interessant programma samen voor een constructief colloquium rond dit thema. Met voorbeelden uit het buitenland (Finland, Ierland), getuigenissen van de binnenlandse bedrijfswereld en een politiek debat werden op donderdag 17 november 2005 de sociale, economische en maatschappelijke aspecten van wetenschap en jobs uit de doeken gedaan. Tijdens het colloquium werden de aanwezigen geconfronteerd met twee Europese ‘good practices’. Marjorie MacFarlane, adviseur van de Ierse regering, stelde het Ierse ‘Celtic Tiger’ economiemodel voor. Uit het Ierse partnershipmodel konden we leren dat beheerscontracten tussen overheid, bedrijven en onderzoeksinstellingen tot goede resultaten leiden. Tijdens het colloquium werd aangetoond dat dit een van de peilers van de heropleving van de Ierse economie is. Het Finse consensusmodel, zoals dat werd toegelicht door Kai Husso, Chief Planning Officer van de Science and Technology Policy Council Finland, heeft er voor gezorgd dat de Finse economie zich in minder dan vier decennia omvormde van een rurale, traditionele economie tot een technologiegedreven, innovatieve exporteconomie.
Kurt Vandenberghe, adjunct-kabinetschef van de Europese commissaris voor onderzoek, schetste de situatie in Europa, gaf aan waar we tekortschieten en legde de grote lijnen uit van acties op Europees niveau om onderzoek en innovatie beter om te zetten in economische meerwaarde. Zowel live als via video-opnames waren er getuigenissen te horen van diverse Vlaamse bedrijven en kennisinstellingen. Hoe weten zij door innovatie meerwaarde te creëren en wat zijn daarbij de opportuniteiten én de knelpunten? Tijdens het debat waren viceminister-president Fientje Moerman en haar collega Frank Vandenbroucke het volledig eens dat technologie beter, efficiënter en sneller moet vertaald worden in werkgelegenheid. Minister-president Yves Leterme kondigde een algemeen mobilisatieplan van de Vlaamse regering aan dat alle krachten, intern en extern, zal bundelen. Innovatie door Onderzoek & Ontwikkeling en creativiteit in technologie en wetenschap zullen hierbij de economie krachtige impulsen geven. Ilse Dielen, voorzitter van de SERV, stelde de SERVaanbeveling voor waarin de krijtlijnen voor een strategisch innovatiebeleid in Vlaanderen werden uitgetekend.
Karel Vinck, voorzitter van de VRWB, evalueerde dit colloquium als een keerpunt: “Het is goed dat bij het 20-jarige bestaan van de VRWB de overheid een duidelijk signaal geeft om onze kenniseconomie verder te stimuleren, zodat wij klaar zijn voor de uitdagingen van de toekomst: voortdurende innovatie als locomotief, met meer werkgelegenheid als sneeuwbaleffect”.
KENNIS ALS KRACHT: EEN HEFBOOM NAAR MEER JOBS?
: : 31 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
PUBLICATIES DE CHEMISCHE INDUSTRIE IN VLAANDEREN DE VOEDINGSINDUSTRIE IN VLAANDEREN WETENSCHAP EN INNOVATIE IN VLAANDEREN 2004-2010 VOORSTELLEN VOOR EEN STRATEGISCH BELEID VLAAMS WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK EN SCIENCE SHARING Studiereeksen: diepgaand onderzoek als basis voor gefundeerd beleid
In zijn studiereeksen bundelt de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid de resultaten van onderzoek in eigen opdracht dat relevant is voor het Vlaamse wetenschaps- en innovatiebeleid. Ze brengen de Vlaamse realiteit mee in kaart.
In de periode 2004-2005 publiceerde de Raad vier studiereeksen rond diverse thema’s, telkens gedreven door het belang ervan voor onze regio. Hoe dragen technologische ontwikkelingen bij tot het versterken van economische activiteiten in Vlaanderen en welke noden leven? Dit werd onderzocht voor de chemische industrie en de voedingsindustrie, twee van de belangrijkste sectoren in Vlaanderen. Welke noden leven in de chemische industrie en de voedingsindustrie, twee van de belangrijkste sectoren in Vlaanderen. Want voor doelgericht beleid moet je strategische keuzes maken. Een derde studiereeks formuleert 21 beleidsprioriteiten voor het wetenschaps- en technologiebeleid als boodschap aan de nieuwe Vlaamse regering, terwijl een laatste onderzoek ingaat op Science sharing. We stellen de publicaties kort aan u voor.
: : 32 : :
PUBLICATIES
activiteiten I verslag 2004 - 2005
PUBLICATIES STUDIEREEKS 11 DE CHEMISCHE INDUSTRIE IN VLAANDEREN STUDIEREEKS 12 DE VOEDINGSINDUSTRIE IN VLAANDEREN Wil Vlaanderen een prominente plaats veroveren in de Europese Onderzoeksruimte, moet het strategische keuzes maken. De keuze van de strategische domeinen dient te worden aangestuurd enerzijds vanuit concrete maatschappelijke en socio-economische behoeften en anderzijds vanuit excellente onderzoeksgroepen die zijn doorgegroeid tot internationaal topniveau. Het is in dit spanningsveld tussen sturen en stuwen dat verkenningsstudies zich situeren. Wetenschaps- en technologieverkenningen kunnen opties aanreiken voor de oriëntatie van het wetenschappelijk onderzoek en scheppen tegelijk een draagvlak voor technologische ontwikkelingen. Verkenningen zijn een uitstekend instrument om de link te leggen tussen wetenschap en technologie enerzijds en innovatie in industrie en maatschappij anderzijds. Het proces creëert consensus, maar het vormt bovenal een methode om betrokkenheid te verkrijgen van alle sleutelactoren bij het uittekenen van scenario’s voor de toekomst van landen, regio’s, sectoren en kennisdomeinen. Verkenningen zijn dan ook een communicatiemiddel om zoveel mogelijk actoren te betrekken bij het innovatiegebeuren.
(maart 2004)
(maart 2004)
De doelstelling van deze studies is het in kaart brengen van mogelijke toekomstige technologische ontwikkelingen in de chemische en de voedingssector vanuit een socio-economisch perspectief, enerzijds, en het signaleren van mogelijke behoeften, bijvoorbeeld op het vlak van O&O, teneinde op deze ontwikkelingen te kunnen inspringen, anderzijds. Daardoor wordt een referentiekader gecreëerd van socio-economische (maatschappij – markt – economie), en vooral ook technologische ontwikkelingen in en rond de chemische nijverheid en voedingsindustrie, waaraan innovatiegerichte maatregelen getoetst kunnen worden. Tot zover de doelstellingen op het macroniveau, het niveau van de sector in zijn geheel. Op het microniveau, het niveau van de individuele chemische en voedingsbedrijven in Vlaanderen, is het doel het creëren van inzicht in de mogelijke socio-economische en technologische ontwikkelingen waar hun ondernemingen de komende jaren mee te maken zullen hebben. Ondernemingen zullen daardoor in staat worden gesteld om hun langetermijnvisie ten aanzien van O&O te toetsen en mogelijks bij te sturen in functie van de te verwachten ontwikkelingen.
Deze studies kaderen in het initiatief van de VRWB om een langetermijnreferentiekader te ontwikkelen voor technologische innovatie in Vlaanderen, rekening houdend met de mega-wereldtrends enerzijds, de eigen Vlaamse sociaal-economische context anderzijds, en de mogelijke en gewenste kruisbestuiving tussen beide. Dit referentiekader wordt geschapen aan de hand van een technologische verkenningsstudie. De basis ervoor werd gelegd in 2000 met het PBOproject ‘Ontwikkeling van een methodologisch kader voor wetenschaps- en technologieverkenning in Vlaanderen’ waarin een methodologie is ontwikkeld voor het uitvoeren van technologische verkenningsstudie in Vlaanderen.
Twee van de belangrijkste sectoren in Vlaanderen, de chemische en de voedingssector, zijn het onderwerp van analyse.
STUDIEREEKSEN 11 & 12
: : 33 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
PUBLICATIES STUDIEREEKS 13 WETENSCHAP EN INNOVATIE IN VLAANDEREN 2004-2010. VOORSTELLEN VOOR EEN STRATEGISCH BELEID (september
Uit een breed en interactief consultatieproces opgezet bij de actoren in het domein ‘Wetenschap en Technologische Innovatie’ via de Raads- en de commissieleden, distilleerde de VRWB een krachtige boodschap voor het nieuwe Vlaamse Parlement en de nieuwe Vlaamse regering in de vorm van een memorandum ‘Wetenschap en Technologische Innovatie 2004-2010 – eenentwintig aandachtspunten in vijf thema's’. Zowat 200 experts uit universiteiten, hogescholen, bedrijven, onderzoeksinstellingen, intermediaire organisaties … werden in het proces betrokken en hebben hun visie gegeven op het gewenste Vlaamse beleid inzake wetenschap en technologische innovatie voor de legislatuur 2004-2009.
2004)
De vijf grote thema’s van het memorandum overspannen het volledige wetenschaps- en innovatiegebeuren in Vlaanderen en handelen over: • een geëngageerd en strategisch Vlaams innovatiebeleid; • de verschillende schakels binnen de innovatieketen; • de menselijke en financiële middelen; • een proactief internationaal gericht onderzoeksbeleid; • de jaarlijkse evaluatie van het innovatiebeleid.
De VRWB focust verder op 21 centrale aandachtspunten waarrond de Vlaamse overheid in de periode 2004-2010 prioritaire beleidsacties zal moeten voeren. Hiermee reikt de VRWB de Vlaamse regering een ambitieus plan aan voor een sterk wetenschaps- en technologisch innovatiebeleid. Bij het memorandum hoort een meer uitgebreid rapport dat aanbevelingen bevat over de middelen, de instrumenten en de organisatorische aspecten van het toekomstig Vlaams innovatiebeleid en dat het memorandum 2004-2010 van 15 april 2004 onderbouwt. Beide documenten, memorandum en uitgebreid rapport, werden gepubliceerd in deze studiereeks. Deze publicatie is een waardevolle bijdrage gebleken bij het uitstippelen van het toekomstig wetenschaps- en technologisch innovatiebeleid in Vlaanderen (cfr. Beleidsnota 2004-2009 ‘Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel’ van viceminister-president Fientje Moerman).
: : 34 : :
STUDIEREEKS 13
activiteiten I verslag 2004 - 2005
PUBLICATIES STUDIEREEKS 14 VLAAMS WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK EN SCIENCE SHARING
De idee voor dit onderzoeksproject ontstond naar aanleiding van de vraag om advies bij het voorstel van EU-commissaris Busquin voor de creatie van één Europese onderzoeksruimte (ERA). ERA is vooral gericht op het verbeteren van de Europese concurrentiepositie t.o.v. de Verenigde Staten en Japan. De VRWB was gewonnen voor dit idee, maar vond dat dit niet de enige richtlijn mag zijn. Een ERA moet ook gekenmerkt worden door mondiale openheid, in het bijzonder naar de ontwikkelingslanden. Er moet ruimte gecreëerd worden voor initiatieven met betrekking tot Science sharing of het delen van het wetenschappelijke potentieel met partners over de hele wereld.
(april 2005)
Het rapport is geen volledige inventaris geworden, maar een steekproef, representatief voor het Vlaamse onderzoekslandschap. We kunnen het eindrapport als een belangrijk basisdocument beschouwen. Het bevat degelijke informatie om enerzijds te sensibiliseren en anderzijds deze thematiek verder uit te diepen. Daarnaast reikt het een aantal aanbevelingen aan naar de overheid.
Ook Vlaanderen heeft hierin een rol te vervullen. We mogen de wetenschappelijke agenda niet enkel vaststellen op basis van de sterke punten en relevantie voor Vlaanderen. Wat op wereldschaal en in het bijzonder voor de ontwikkelingslanden belangrijk is, moeten we daarbij eveneens in rekening brengen. Zo kunnen Vlaamse onderzoekers in uiteenlopende disciplines, samen met partners uit de ontwikkelingslanden, onderzoeksactiviteiten opzetten die van grote betekenis kunnen zijn voor de verdere ontwikkeling van het betrokken ontwikkelingsland en voor de aanpak van grote wereldproblemen. De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, als adviesorgaan voor de Vlaamse overheid, wilde hierin een stimulerende, anticiperende en sensibiliserende rol spelen en gaf de opdracht voor een onderzoeksproject. In eerste instantie wilde het project de wetenschappelijke onderzoeksdisciplines in Vlaanderen die van betekenis kunnen zijn in de grote wereldvraagstukken en de specifieke problemen van ontwikkelingslanden in kaart brengen. Wat kan Vlaanderen in domeinen als biogenetica, micro-elektronica, medisch onderzoek, recht, economie … bieden? Waar situeren zich de belangrijkste samenwerkingsverbanden? Wat zijn de trends die zich in die disciplines in de toekomst kunnen aftekenen?
STUDIEREEKS 14
: : 35 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
BIJLAGEN
Een overzicht van organisatie, dagelijkse werking en resultaten De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid is een levende organisatie van toegewijde mensen. We stellen u de Raad voor, de verschillende commissies en werkgroepen en het VRWBsecretariaat. Een vogelperspectief op het resultaat van hun werk vindt u terug in het overzicht van de adviezen, aanbevelingen, commentaren en memoranda, publicaties, colloquia en onderzoeksprojecten, de instrumenten van de Raad om een koers uit te zetten voor het Vlaamse wetenschapsbeleid. De VRWB vierde in 2005 zijn 20-jarige bestaan. In een tijdslijn geven we u de belangrijkste mijlpalen.
BIJLAGEN
: : 37 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
HISTORIEK MIJLPALEN IN 20 JAAR VRWB 1985
1992
17 juli:
18 februari:
Oprichting bij besluit van de Vlaamse Executieve van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid
Hoorzitting i.v.m. het wetenschapsbeleid in Vlaanderen in de commissie Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid van de Vlaamse Raad
1986
1993
18 februari:
22 april:
Plechtige installatie van de VRWB door minister G. Geens, voorzitter van de Vlaamse Executieve
Aanbeveling betreffende de Vlaamse deelname aan ruimtevaartonderzoek in het kader van ESA, met analyserapport 15 december:
Voorzitter: Theo Peeters
VRWB krijgt decretale basis. 28 mei: Advies 1: Advies inzake de D.I.R.V.-commissies, waarin wordt aanbevolen om de D.I.R.V.-commissies te integreren in de activiteiten van de Raad
1994
1988
Plechtige installatie van de VRWB
22 maart:
Voorzitter: André Oosterlinck juni: december:
Het VRWB-secretariaat gaat aan de slag.
Publicatie: ‘Wetenschap als cultuur’ Secretaris: Elisabeth Monard
1995 4 oktober: Advies betreffende een ‘Vlaams Actieprogramma Biotechnologie’
30 mei: Boodschap 1: Boodschap aan de Vlaamse regering met betrekking tot het Vlaamse wetenschapsbeleid
1989
Voorzitter: Roger Dillemans
15 juni: Advies betreffende de nieuwe universitaire expansie
1996
21 september: Advies betreffende het beleid en de beleidsstructuur inzake het industrieel onderzoek in Vlaanderen
12 september:
1990
Publicatie: 'Syntheserapport: De internationale onderzoeksorganisaties' 22 oktober:
Project: 'Een Vlaams Wetenschapsbeleid op weg naar het jaar 2000’
Colloquium: 'Wetenschap als cultuur'
Voorzitter: Jef Roos 12 december: • Publicatie: 'Rapport m.b.t. de loopbaanmogelijkheden van de Vlaamse onderzoeker'
1991
• Start commissie Technologiebeleid
22 april:
1997
Colloquium & Publicatie: 'Onderzoek naar de Vlaamse deelname in de Europese onderzoeksprogramma's'
januari:
21 december: Memorandum 1 aan de vernieuwde Vlaamse Raad
Aanbeveling bij het Groenboek over innovatie van de EU-Commissie: kritische prioriteiten voor de Vlaamse regering 23 januari: Advies betreffende de problematiek rond rekrutering van wetenschappers in het algemeen en ingenieurs in het bijzonder
: : 38 : :
HISTORIEK MIJLPALEN IN 20 JAAR VRWB
activiteiten I verslag 2004 - 2005
HISTORIEK MIJLPALEN IN 20 JAAR VRWB 1998
2003
28 januari:
februari:
• Colloquium: 'Universitair Onderzoek in Beweging'
Studiereeks 9: Wetenschappers: Luxe of noodzaak? Acta van het colloquium
• VRWB krijgt nieuwe huisstijl en nieuwe communicatiestrategie.
april: Studiereeks 10: Samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven inzake onderzoek(sresultaten): intellectuele eigendomsrechten, conflicten en interfaces
1999 juni: VRWB-boodschap voor het Vlaamse wetenschaps- en technologiebeleid in de nieuwe legislatuur 20 oktober: Colloquium & publicatie: 'Vlaanderen koploper in wetenschap en technologie? Beleidsvisie voor de toekomst'
10 december: Workshop: ‘Bibliometrie als prestatiemaat voor Cultuur- en gedragswetenschappen’ Voorzitter: Karel Vinck
2000
2004
november:
maart:
Eerste VRWB-nieuwsbrief 'nota bene' 14 december:
Studiereeks 11: De chemische industrie in Vlaanderen Studiereeks 12: De voedingsindustrie in Vlaanderen
Colloquium: 'Wetenschappelijk Onderzoek: tussen sturen en stuwen'
april:
2001
Memorandum 2: Wetenschap en Technologische Innovatie 2004-2010 - 21 aandachtspunten in 5 thema's september:
april:
Studiereeks 13: Wetenschap en innovatie in Vlaanderen 2004-2010, voorstellen voor een strategisch beleid
Studiereeks 1: Het ontwikkelen van een deflator voor O&O-uitgaven
2005
2002
januari: januari:
Start project: ‘Proces voor Prioriteitsstelling inzake Technologie en Innovatie in Vlaanderen’
Studiereeks 2: Wetenschappelijk onderzoek: Tussen sturen en stuwen. Acta van het colloquium
april:
mei
Studiereeks 14: Vlaams wetenschappelijk onderzoek en Science sharing
Colloquium: 'Wetenschappers: Luxe of noodzaak?' Rondetafel en ontmoeting met koning Albert II
17 november:
juni:: Studiereeks 3: O&O-bestedingen van de Vlaamse universiteiten. Analyse Studiereeks 4: Wetenschappelijk onderzoek en de genderproblematiek
Colloquium: ‘Kennis als kracht: een hefboom naar meer jobs?’ VRWB neemt afscheid van Elisabeth Monard als secretaris.
juli:
2006
Studiereeks 5: Biotechnologische uitvindingen, octrooien en informed consent
VRWB wordt Strategische Adviesraad voor Wetenschap en Innovatie.
Studiereeks 6: Perspectieven uitgestroomde wetenschappers op de arbeidsmarkt Studiereeks 7: Doctoraatsopleidingen aan de Vlaamse universiteiten december: Studiereeks 8: Het 'grote' begrotingsadvies wetenschaps- en technologisch innovatiebeleid 2002
HISTORIEK MIJLPALEN IN 20 JAAR VRWB
: : 39 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
SAMENSTELLING SAMENSTELLING VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
1
VOORZITTER Karel Vinck2 voorzitter Raad van Bestuur, Cumerio
ZES LEDEN VOORGEDRAGEN DOOR DE VLIR • • • • • •
Roger Bouillon2, gewoon hoogleraar afdeling Experimentele Geneeskunde - Endocrinologie, K.U.Leuven Jan Cornelis, vicerector Onderzoek, Vrije Universiteit Brussel Andreas De Leenheer2, prorector Universiteit Gent Paul Janssen, voorzitter Onderzoeksraad, Universiteit Hasselt André Oosterlinck, ererector K.U.Leuven Dirk Van Dyck, vicerector Onderzoek, Universiteit Antwerpen (vanaf 1 juni 2004, in opvolging van Josse Van Steenberge)
DRIE LEDEN VOORGEDRAGEN DOOR DE WERKGEVERSORGANISATIES VERTEGENWOORDIGD IN DE SERV • Viviane Camphyn, secretaris-generaal Nelectra • N.N. (Barbara Tan2 tot 31 december 2005) • Annie Van Broekhoven, directeur Biologicals Operations, Innogenetics nv.
DRIE LEDEN VOORGEDRAGEN DOOR DE WERKNEMERSORGANISATIES VERTEGENWOORDIGD IN DE SERV • Geert Campaert, adviseur, studiedienst Vlaams ABVV • N.N. (Ann Verreth tot 23 september 2004) • Jeroen Roskams, studiedienst ACV (vanaf 1 juni 2004, in opvolging van Koen Engels)
VIER LEDEN RECHTSTREEKS BENOEMD DOOR DE VLAAMSE REGERING • • • •
Gilbert Declerck2, algemeen directeur IMEC Ann De Clercq, octrooigemachtigde, De Clercq, Brants & Partners Carine Smolders, hoogleraar Hogeschool Gent Ludo Verhoeven, CEO en president Agfa-Gevaert Groep
LEDEN DIE AMBTSHALVE LID ZIJN MET RAADGEVENDE STEM • Veerle Lories, wnd. eerste opdrachthouder, AWI • Elisabeth Monard, secretaris-generaal FWO-Vlaanderen (vanaf 1 november 2005, in opvolging van Maurice Pensaert) • N.N. (Wilfried Terryn tot 31 december 2005) • Ludy Van Buyten, wnd. secretaris-generaal departement Onderwijs en Vorming • Paul Zeeuwts, directievoorzitter IWT-Vlaanderen
1
Beslissing van de Vlaamse regering van 14 februari 2003 Toestand op 10 april 2006 Lid van het VRWB-bureau
2
: : 40 : :
SAMENSTELLING VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
activiteiten I verslag 2004 - 2005
COMMISSIES SAMENSTELLING COMMISSIES COMMISSIE WETENSCHAPSBELEID 1
COMMISSIEVOORZITTER Roger Bouillon gewoon hoogleraar afd. Experimentele Geneeskunde - Endocrinologie, K.U.Leuven • Rik Ampe, onderzoeksdirecteur Meten en Evalueren, VITO (vanaf 24 januari 2006, in opvolging van Hugo Tas) • Staf Borghs, IMEC • Herwig Bruneel, vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking, Universiteit Gent • Yvan Bruynseraede, departement Natuurkunde, K.U.Leuven - Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten • Christine Buelens, gedelegeerd bestuurder Metalogic • Jo Bury, algemeen directeur VIB • Hubert Cossey, algemeen directeur HIVA • Jan Danckaert, vakgroep Toegepaste Natuurkunde en Fotonica, Vrije Universiteit Brussel • Paul De Boeck, coördinator Onderzoeksbeleid, K.U.Leuven (vanaf 30 maart 2006) • René Dekeyzer, manager external R&D-materials, Agfa-Gevaert • Marc De Mey, vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen, Universiteit Gent • Marleen Easton, departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde, Hogeschool Gent • Mieke Gijsemans, onderzoekscoördinator R&D-departement, Vrije Universiteit Brussel • Stefaan Gijssels, vicepresident Public Affairs, Johnson en Johnson • Danielle Gilliot, stafmedewerker Onderzoeksbeleid, VLIR (Jetje De Groof van 23 september 2004 tot 8 december 2005) • Benno Hinnekint, directeur FWO-Vlaanderen • Ignace Lemahieu, directeur Onderzoeksaangelegenheden, Universiteit Gent • Christelle Maeyaert, stafmedewerker dienst Onderzoekscoördinatie, K.U.Leuven • Dirk Packet, R&D-manager, Oleon • Sandra Rosvelds, ACW-studiedienst (vanaf 22 september 2005, in opvolging van Mia Douterlungne) • Dirk Snyders, ondervoorzitter Onderzoeksraad, Universiteit Antwerpen (vanaf 9 december 2004, in opvolging van Dirk Van Dyck) • Eric Spruyt, departementshoofd Onderzoek, Universiteit Antwerpen • Jan Steyaert, vakgroep Toegepaste Biologische Wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel • Leo Van de Loock, directeur Evaluatie en Opvolging, IWT-Vlaanderen • Gilles Vandorpe, economisch adviseur studiedienst, UNIZO (vanaf 30 maart 2006, in opvolging van Pieter Vanhecke) • Mieke Van Haegendoren, vicerector, Universiteit Hasselt (vanaf 19 januari 2005, in opvolging van Freddy Dumortier) • Noël Vercruysse, afdelingshoofd Universiteiten, dept. Onderwijs en Vorming • Pierre Verdoodt, afdelingshoofd Wetenschappen, AWI (vanaf 23 september 2004, in opvolging van Jan Van Heuverswyn) • Stefaan Verschaeve, directeur Kwaliteit en Onderzoek, bestuurder Brouwerijen Alken-Maes
1
Toestand op 10 april 2006
SAMENSTELLING COMMISSIES
: : 41 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
COMMISIES COMMISSIE TECHNOLOGIEBELEID
1
COMMISSIEVOORZITTER Gilbert Declerck algemeen directeur IMEC • Ann Aerts, departement Onderzoek, Universiteit Antwerpen (vanaf 30 maart 2006, in opvolging van Gino Verwimp) • Erwin Annys, senior-advisor Product & Innovation Policy, Fedichem Vlaanderen (vanaf 19 januari 2005, in opvolging van Dirk Carrez) • Roger Beirnaert, engineeringmanager, Clayton of Belgium • Paul Berckmans, directeur, STV-Innovatie & Arbeid • Guido Bresseleers, R&D-manager, Ter Beke Waarschoot • Geert Campaert, adviseur, studiedienst Vlaams ABVV • Christine Claus, directeur-generaal Centexbel (tot 31 december 2005) • André Convents, section head New Technologies/Enzymes, Procter & Gamble • Koenraad Debackere, algemeen beheerder K.U.Leuven • Rudy Dekeyser, vice-algemeen directeur VIB • Bernard De Potter, directeur Innovatiestimulering, IWT-Vlaanderen • Ian De Ruyver, UNIZO (vanaf 23 juni 2005, in opvolging van Pieter Vanhecke) • Gilbert Devos, senior vicepresident Proviron • Luc De Vuyst, vakgroep Toegepaste Biologische Wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel • Sonja Haesen, coördinator Interface Cel, R&D-departement, Vrije Universiteit Brussel • Benno Hinnekint, directeur FWO-Vlaanderen • Jan Kretzschmar, onderzoeksdirecteur VITO • Luc Kupers, Genzyme Flanders • Paul Lagasse, vakgroep Informatietechnologie, Universiteit Gent • Egbert Lox, vicepresident Group Research, Umicore (vanaf 30 maart 2006, in opvolging van Luc Gellens) • Harry Martens, directeur IMO-IMOMEC, Universiteit Hasselt (vanaf 9 december 2004, in opvolging van Marc D'Olieslaeger • Jeroen Roskams, ACV-studiedienst • Jan Sijnave, External Relations manager Technology, Bekaert nv. • Peter Spyns, navorser, AWI (vanaf 30 maart 2006, in opvolging van Monika Sormann) • Jean-Marie Stassart, coördinator Wetenschappelijk Onderzoek & Dienstverlening, VLHORA • Marc Van Boven, coördinator Innovatiepolitiek, Universiteit Antwerpen • Hendrik Van Brussel, afdeling PMA, K.U.Leuven - Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten • Herman Van der Auweraer, RTD-manager, LMS International • Christian Van de Sande, senior vicepresident R&D-materials, Agfa-Gevaert • An Van de Vel, adjunct-directeur, Agoria-Vlaanderen • Joos Vandewalle, afdeling ESAT - SCD, K.U.Leuven - Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten • Johan Van Helleputte, directeur Strategische Ontwikkeling, IMEC • Jos Van Sas, R&D External Affairs manager, Alcatel Bell • Peter Verboven, adviseur kenniscentrum Voka (vanaf 24 januari 2006, in opvolging van Barbara Tan) • Bart Wallaeys, IDC manager, Recticel • Michel Waroquier, vakgroep Subatomaire en Stralingsfysica, Universiteit Gent 1
Toestand op 10 april 2006
: : 42 : :
SAMENSTELLING COMMISSIES
activiteiten I verslag 2004 - 2005
COMMISSIES COMMISSIE FEDERALE EN INTERNATIONALE SAMENWERKING
COMMISSIEVOORZITTER Andreas De Leenheer prorector Universiteit Gent • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Anne Adams, stafmedewerker Onderzoek en Interface, Universiteit Antwerpen Claire Bosch, algemeen afgevaardigde, Fevia-Vlaanderen Jan Buysse, studiedienst Voka Gerard Cielen, dienst Onderzoekscoördinatie, K.U.Leuven Hubert Cossey, algemeen directeur HIVA An De Backer, beleidssecretaris associatie AUHL Cathérine De Clercq, vakgroep Natuurkunde, Vrije Universiteit Brussel Alain Deleener, coördinator Europese en Internationale programma's, IWT-Vlaanderen Kristin De Meyer, strategische coördinatie Doctoraatsonderzoek, IMEC Herman Derache, directeur WTCM-Vlaanderen Martine Follet, coördinator Europese Onderzoeksinitiatieven, R&D departement, Vrije Universiteit Brussel Ludo Froyen, departement Metaalkunde en Toegepaste Materiaalkunde, K.U.Leuven Danielle Gilliot, stafmedewerker Onderzoeksbeleid, VLIR (Jetje De Groof van 23 september 2004 tot 8 december 2005) Benno Hinnekint, directeur FWO-Vlaanderen Bart Laethem, navorser, AWI (vanaf 30 maart 2006, in opvolging van Koen Verlaeckt) Jan Laperre, R&D-manager, Centexbel Godelieve Laureys, vakgroep Scandinavistiek en Noord-Europakunde, Universiteit Gent Jozef Maes, senior vicepresident Marketing and Sales, Asco Industries Guy Marin, vakgroep Chemische Proceskunde en Technische Chemie, Universiteit Gent Lieve Ongena, VIB Sandra Rosvelds, ACW-studiedienst (vanaf 22 september 2005) Francis Vanderhaeghen, directeur Business en Marktstrategie, VITO Gilles Vandorpe, economisch adviseur studiedienst, UNIZO (vanaf 30 maart 2006, in opvolging van Pieter Vanhecke) Cynthia Van Hulle, departement Toegepaste Economische Wetenschappen, K.U.Leuven Chris Van Keer, adjunct-departementshoofd Industrieel Ingenieur, KAHO Sint-Lieven Jozef Van Landuyt, voorzitter Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten Harry Van Onckelen, departement Biologie, Universiteit Antwerpen (vanaf 27 april 2004, in opvolging van Josse Van Steenberge) Noël Vercruysse, afdelingshoofd Universiteiten, departement Onderwijs en Vorming
1
Toestand op 10 april 2006
SAMENSTELLING COMMISSIES
: : 43 : :
1
activiteiten I verslag 2004 - 2005
COMMISIES COMMISSIE BEGROTING EN FINANCIËN
1
COMMISSIEVOORZITTER N.N. (Barbara Tan tot 31 december 2005) • Erwin Annys, senior advisor Product & Innovation Policy, Fedichem Vlaanderen (vanaf 19 januari 2005, in opvolging van Dirk Carrez) • Geert Bouckaert, Instituut voor de Overheid, K.U.Leuven • Geert Campaert, adviseur, studiedienst Vlaams ABVV • Wim Claeskens, adjunct van de directeur, departement Onderwijs • Christine Claus, directeur-generaal Centexbel (tot 31 december 2005) • Gonda Cock, directeur Financiën, Universiteit Gent • Karl Collaerts, adviseur studiedienst Voka • Ina Dambre, stafmedewerker Personeel & Financiën, VLIR • Olivier De Cock, adviseur, IWT-Vlaanderen (vanaf 12 mei 2005, in opvolging van Jan Larosse) • Ann Demeulemeester, algemeen secretaris ACW • Alain De Waele, directeur Financiën, Autonome Hogeschool Antwerpen • Josée Houben, dienst Onderzoekscoördinatie, K.U.Leuven • Marc Jegers, vakgroep Micro-economie voor profit en non-profitsector, Vrije Universiteit Brussel • Ignace Lemahieu, directeur Onderzoeksaangelegenheden, Universiteit Gent (vanaf 9 december 2004, in opvolging van Robert Hoogewijs) • Louis Marissens, hoofd financiële diensten, FWO-Vlaanderen • Etienne Poelvoorde, SERV • Serge Simon, beheerder, Universiteit Antwerpen • Marc Smeyers, dienst Onderzoekscoördinatie, Universiteit Hasselt • Eric Spruyt, departementshoofd Onderzoek, Universiteit Antwerpen • Nic Van Craen, financieel beheerder, Vrije Universiteit Brussel • An Van de Vel, adjunct-directeur, Agoria-Vlaanderen • Marie Claire Van de Velde, directeur Valorisatie and Business Development, IBBT • Gilles Vandorpe, economisch adviseur studiedienst, UNIZO (vanaf 30 maart 2006, in opvolging van Pieter Vanhecke) • Peter Verboven, adviseur kenniscentrum Voka (vanaf 30 maart 2006, in opvolging van Barbara Tan) • Willy Verstraete, vakgroepvoorzitter Biochemie & Microbiële Technologie, Universiteit Gent - Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten • Greta Vervliet, adjunct-eerste opdrachthouder, AWI • Reinhilde Veugelers, departement Toegepaste Economische Wetenschappen, K.U.Leuven • André Vinck, directeur Budget en Financiën, IMEC 1
Toestand op 10 april 2006
: : 44 : :
SAMENSTELLING COMMISSIES
activiteiten I verslag 2004 - 2005
WERKGROEPEN SAMENSTELLING WERKGROEPEN INTERUNIVERSITAIRE WERKGROEP 'DOCTOREREN IN VLAANDEREN'1
• • • • • • •
Roger Bouillon, gewoon hoogleraar afdeling Experimentele Geneeskunde - Endocrinologie, K.U.Leuven An De Backer, beleidssecretaris associatie AUHL Mieke Gijsemans, onderzoekscoördinator R&D-departement, Vrije Universiteit Brussel Josée Houben, dienst Onderzoekscoördinatie, K.U.Leuven Eric Spruyt, departementshoofd Onderzoek, Universiteit Antwerpen Marie Claire Van de Velde, directeur Valorisatie en Business Development, IBBT Ann Verlinden, dienst Onderzoekscoördinatie, K.U.Leuven
WERKGROEPEN WERKGROEP INTERNATIONALE ONDERZOEKSORGANISATIES WERKGROEPVOORZITTER Lode Wyns vakgroep Bio-ingenieurswetenschappen - dienst Ultrastructuur, Vrije Universiteit Brussel • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Freddy Adams, departement Chemie, Universiteit Antwerpen Cor Claeys, liaisonmanager, IMEC Cathérine De Clercq, vakgroep Fysica, Vrije Universiteit Brussel Herwig Dejonghe, vakgroep Wiskundige Natuurkunde en Sterrenkunde, Universiteit Gent Monique Desmeth, POD Federaal Wetenschapsbeleid Bart De Strooper, departement Menselijke Erfelijkheid, K.U.Leuven Eddi De Wolf, departement Fysica, Universiteit Antwerpen Nicole Henry, POD Federaal Wetenschapsbeleid Kristiaan Heyde, vakgroep Subatomaire en Stralingsfysica, Universiteit Gent Marc Huyse, departement Natuur- en Sterrenkunde, K.U.Leuven Dirk Inzé, vakgroep Moleculaire Genetica, Universiteit Gent Koen Janssens, departement Chemie, Universiteit Antwerpen Bart Laethem, navorser, AWI Jozef Maes, senior vicepresident Marketing and Sales, Asco Industries Kathleen Poma, sectorhoofd Onderwijs, Hogeschool Gent Harry Reynaers, departement Chemie, K.U.Leuven Paul Schreurs, wetenschappelijk adviseur, IWT-Vlaanderen Karel Vervoort, afgevaardigd beheerder, FLAG (Flemish Aerospace Group) Laszlo Vincze, vakgroep Analytische Chemie, Universiteit Gent Christoffel Waelkens, departement Natuurkunde en Sterrenkunde, K.U.Leuven
1
Toestand op 10 april 2006
SAMENSTELLING WERKGROEPEN
: : 45 : :
1
activiteiten I verslag 2004 - 2005
WERKGROEPEN TECHNISCH COMITÉ VOOR RUIMTEVAARTONDERZOEK
1
WERKGROEPVOORZITTER Paul Verhaert afgevaardigd bestuurder, Verhaert Design & Development nv. • Gerard Cielen, stafmedewerker dienst Onderzoekscoördinatie, K.U.Leuven • Herman Deconinck, hoofd afdeling Lucht- en Ruimtevaart, Von Karman Instituut • Roland Defever, opleidingscoördinator Luchtvaart, KHBO (vanaf 24 juni 2004) • Marc D'Olieslaeger, adjunct-directeur IMO - IMOMEC, Instituut voor Materiaalonderzoek, Universiteit Hasselt • Martine Follet, coördinator Europese Onderzoeksinitiatieven, R&D-departement, Vrije Universiteit Brussel • Jozef Geenen, deputy general manager, Alcatel Bell Space • Peter Grognard, managing director, SEPTENTRIO • Ignace Lemahieu, directeur Onderzoeksaangelegenheden, Universiteit Gent • Annie Renders, wetenschappelijk adviseur, IWT-Vlaanderen • Jean Roggen, IMEC • Dirk Vandepitte, afdeling PMA - Lab. Voertuigen Tech. & Lichtgewichtcon., K.U.Leuven • Francis Vanderhaeghen, directeur Business en Marktstrategie, VITO • Peter Van Ransbeeck, docent Elektromechanica, Hogeschool Gent • Karel Vervoort, afgevaardigd beheerder, FLAG (Flemish Aerospace Group) • Floris Wuyts, departement Natuurkunde - labo voor Vestibulaire functie, Universiteit Antwerpen
WERKGROEPEN COMITÉ MOBILITEIT NIET-EU-KENNISWERKERS
1
• • • • • • • •
Lut Bollen, adjunct van de directeur, AWI René De Keyzer, manager external R&D-materials, Agfa Gevaert Marie-Thérèse Deloddere, diensthoofd Bureau Internationaal Onthaal, K.U.Leuven Marijke Lein, personeelsdirecteur, VIB Sonja Teughels, adviseur, kenniscentrum VOKA Hilde Thys, adviseur, Agoria-Vlaanderen Anne-Mie Van de Wiele, directeur Personeel & Organisatie, VITO Jan Vangeenberghe, hoofd personeelsbeheer, IMEC
1
Toestand op 10 april 2006
: : 46 : :
SAMENSTELLING WERKGROEPEN
activiteiten I verslag 2004 - 2005
WERKGROEPEN BEGELEIDINGSCOMITÉ VERKENNINGEN
1
WERKGROEPVOORZITTER Karel Vinck voorzitter Raad van Bestuur, Cumerio • • • • • • • • • • •
Koenraad Debackere, algemeen beheerder, K.U.Leuven John Dejaeger, gedelegeerd bestuurder, BASF Martin De Prycker, gedelegeerd bestuurder, Barco nv. Julien De Wilde, chief executive officer, Bekaert nv. Elisabeth Monard, secretaris-generaal FWO-Vlaanderen Danielle Raspoet, coördinator Wetenschap & Innovatie, kabinet viceminister-president Fientje Moerman (tot 31 maart 2006) Leo Sleuwaegen, departement Toegepaste Economische Wetenschappen, K.U.Leuven Jean Vandemoortele, chairman Group Executive Committee, Vandemoortele nv. Staf Van Reet, bestuurder, Janssen Pharmaceutica nv. Marc Van Sande, executive vicepresident, Umicore Philippe Vlerick, gedelegeerd bestuurder, BIC-Carpets
WERKGROEPEN COMITÉ TIJDELIJKE MOBILITEIT VAN ONDERZOEKERS IN VLAANDEREN1
WERKGROEPVOORZITTER An Van de Vel adjunct-directeur, Agoria-Vlaanderen • • • • • • • •
Erwin Annys, senior advisor Product & Innovation Policy, Fedichem Vlaanderen Marc Engels, FMTC Jan Sijnave, external relations manager Technology, Fedichem Vlaanderen Jean-Marie Stassart, coördinator Wetenschappelijk Onderzoek & Dienstverlening, VLHORA Leo Van de Loock, directeur Evaluatie en Opvolging, IWT Johan Van Helleputte, directeur Strategische Ontwikkeling, IMEC Michel Waroquier, vakgroep Subatomaire en Stralingsfysica, Universiteit Gent Maarten Willems, business development manager Vlaanderen, IMEC
1
Toestand op 10 april 2006
SAMENSTELLING WERKGROEPEN
: : 47 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
VRWB VRWB-SECRETARIAAT
Secretaris Dr. Danielle Raspoet (vanaf 1 april 2006, in opvolging van dr. ir. Elisabeth Monard) Navorsers Dr. Elie Ratinckx Dr. Elke Smits Dr. Vincent Thoen Dr. Kristien Vercoutere Communicatie Eva Van Maele (vanaf 14 december 2004, in opvolging van Isabel Paeme) Administratieve ondersteuning Nicole Bogaerts Carine Brackenier
: : 48 : :
VRWB-SECRETARIAAT
activiteiten I verslag 2004 - 2005
ADVIEZEN ADVIEZEN
Advies 99 Een beperkt aantal bijkomende ZAP-mandaten (30 maart 2006)
Advies 87 Projectmatige financiering landbouwonderzoek (24 juni 2004)
Advies 98 Internationaal verdrag plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw (30 maart 2006)
Advies 86 Open source software (22 januari 2004)
Advies 97 De verruiming van het steunbaar innovatietraject (24 februari 2006) Advies 96 Beleidsbrief 2006 'Wetenschap en Innovatie' (24 februari 2006) Advies 95 Grootschalige internationale onderzoeksinfrastructuur: eerste advies - eerste knelpunten (8 december 2005) Advies 94 Doctoraatsvereiste bij toegang tot een betrekking van wetenschappelijk directeur en algemeen directeur bij een Vlaamse wetenschappelijke instelling (22 september 2005) Advies 93 Krachtlijnen voor een Methusalem-financiering (23 juni 2005) Advies 92 Een beleidskader voor Competentiepolen en Strategische Onderzoekscentra (12 mei 2005) Advies 91 Onderzoek op wereldniveau - Kansen voor toptalent (12 mei 2005) Advies 90 International Plant Genetic Resources Institute Oprichtingsovereenkomst en Zetelakkoord (24 maart 2005) Advies 89 Wetenschap en Innovatie: beleidslijnen 2004-2009 (24 maart 2005) Advies 88 Europese Onderzoeksraad (24 juni 2004)
Advies 85 Begroting Wetenschap en Technologische Innovatie 2004 (22 januari 2004) Advies 84 Oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap 'Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie' (22 januari 2004) Advies 83 TETRA-technologietransfer door instellingen voor Hoger Onderwijs (4 december 2003) Advies 82 FWO-Vlaanderen - Beheersovereenkomst 2003-2007 (6 november 2003) Advies 71ter Steunpunten beleidsrelevant onderzoek voorontwerp van tweede wijzigend besluit (22 oktober 2002) Advies 81 Strategisch basisonderzoek in Vlaanderen (11 oktober 2002) Advies 80 Bijzondere onderzoeksfondsen aan de universiteiten (28 augustus 2002) Advies 79 Het 'grote' begrotingsadvies 'Wetenschaps- en Technologisch innovatiebeleid 2002' (13 juni 2002) Advies 78bis Contractueel landbouwkundig onderzoek 2003 (4 juli 2002) Advies 78 Contractueel landbouwkundig onderzoek 2002 (4 juli 2002)
ADVIEZEN
: : 49 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
ADVIEZEN ADVIEZEN
Advies 77bis Beleidsbrief 2001-2002 'Wetenschaps- en Technologisch innovatiebeleid' - Hoofdlijnen (24 januari 2002) Advies 77 Beleidsbrief 2001-2002 'Wetenschaps- en Technologisch innovatiebeleid' (13 december 2001) Advies 76 Ondersteuning interfaceactiviteiten Vlaamse universiteiten - voorontwerp van besluit (13 december 2001) Advies 75 Zesde EU-kaderprogramma en zijn nieuwe instrumenten: Ondersteuningsmethodes Vlaamse deelname (13 september 2001) Advies 74 Verdere gewenste ontwikkeling van de begroting wetenschap- en technologiebeleid (14 juni 2001) Advies 73 Beleidsplan 2001-2005 van het FWO-Vlaanderen (8 maart 2001) Advies 72 Beleidsbrieven 2000-2001 'Wetenschap- en Technologisch innovatiebeleid' en 'Onderwijs (luik tertiair onderwijs)' (25 januari 2001) Advies 71 Steunpunten beleidsrelevant onderzoek voorontwerp van besluit (4 januari 2001) Advies 70 Vlaamse innovatiesamenwerkingsverbanden reglementair besluit (9 november 2000) Advies 69 Gelijke kansen voor vrouwen en mannen aan Vlaamse universiteiten (28 september 2000) Advies 68 Advies bij het ontwerpbesluit van de Vlaamse regering betreffende de financiering van de bijzondere onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap en het ontwerpbesluit
: : 50 : :
ADVIEZEN
van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van 17 december 1996 houdende vaststelling van de voorwaarden van subsidieverlening aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen en tot wijziging van de beheersovereenkomst 1997-2001 tussen de Vlaamse Gemeenschap en het FWOVlaanderen (29 juni 2000) Advies 67 Ontwerp van reglementair besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de steun aan projecten van technologisch onderzoek en ontwikkeling van het bedrijfsleven in Vlaanderen - Advies (8 juni 2000) Advies 66 Advies bij de mededeling van de Europese Commissie 'naar een Europese Onderzoeksruimte' (11 mei 2000) Advies 65 Advies inzake genetisch gemodificeerde organismen (15 maart 2000) Advies 64 Advies bij de beleidsnota's 'Onderwijs en Vorming 2000-2004, partim tertiair onderwijs' en 'Wetenschap en Technologiebeleid 2000-2004' (23 maart 2000) Advies 63 Advies bij de begrotingsvoorstellen wetenschap en technologiebeleid 2000 (9 december 1999) Advies 62 Advies omtrent de appreciatie van maatschappelijk en beleidsgericht onderzoek in de loopbaanopbouw van onderzoekers (24 juni 1999) Advies 61 Advies bij de Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma's Wetenschapsbeleid 1998 en 1999, en een evaluatie van vier jaar inhaalbeweging (6 mei 1999) Advies 60 Advies naar aanleiding van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de wettelijke bescherming van biotechnologische uitvindingen. Op vraag van mevrouw Cecile VerwimpSillis, Vlaams volksvertegenwoordiger (25 maart 1999)
activiteiten I verslag 2004 - 2005
ADVIEZEN ADVIEZEN
Advies 59 Advies bij 'Het Vlaams wetenschap-, technologieen innovatiebeleid. Beleidsbrief voor het jaar 1999' (25 maart 1999) Advies 58 Advies bij het voorontwerp van decreet betreffende het voeren van een beleid ter aanmoediging van technologische innovatie (26 maart 1998) Advies 57 Advies bij het programma 'Strategische technologieĂŤn voor welzijn en welvaart (26 maart 1998) Advies 56 Advies bij de beleidsbrief wetenschap- en technologiebeleid in Vlaanderen. Beleidsprioriteiten 1998 (26 maart 1998) Advies 55 Advies bij de universitaire beurssystemen voor doctorandi (30 oktober 1997)
Advies 49 Tweede specifiek advies bij 'Het Wetenschapen Technologiebeleid in Vlaanderen - Beleidsprioriteiten 1995-1999'. Beleidsbrief neergelegd door de heer Luc Van den Brande, minister-president van de Vlaamse regering in de commissie Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid van het Vlaamse Parlement (12 september 1996) Advies 48 Advies bij de begroting Wetenschapsbeleid 1996 (12 september 1996) Advies 47 Eerste specifiek advies bij 'Het wetenschap- en technologiebeleid in Vlaanderen - Beleidsprioriteiten 1995-1999'. Beleidsbrief neergelegd door de heer Luc Van den Brande, minister-president van de Vlaamse regering in de commissie Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid van het Vlaamse Parlement (6 juni 1996)
Advies 54 Advies bij het Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma Wetenschapsbeleid (26 juni 1997)
Advies 46 Advies betreffende het federaal impulsprogramma 'Plan voor wetenschappelijke ondersteuning van een beleid gericht op duurzame ontwikkeling' (25 april 1996)
Advies 53 Advies bij de beleidsbrief 'Wetenschap- en Technologiebeleid in Vlaanderen - Beleidsprioriteiten 1997' m.i.v. de begroting wetenschapsbeleid 1997 (24 april 1997)
Advies 45 Advies naar aanleiding van de ontwerpen van koninklijke besluiten tot oprichting van de Federale Raad voor Wetenschapsbeleid (FRWB) (15 april 1996)
Advies 52 Advies bij het Speurboekje 1996: Wetenschap, technologie en innovatie (24 april 1997)
Advies 44 Eerste globaal advies bij de beleidsbrief "Het Wetenschap- en Technologiebeleid in Vlaanderen. Beleidsprioriteiten 1995- 1999". Beleidsbrief neergelegd door de heer Luc Van den Brande, ministerpresident van de Vlaamse regering in de commissie Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid van het Vlaams Parlement (25 januari 1996)
Advies 51 Advies bij het voorstel van de Europese Commissie inzake het vijfde kaderprogramma van de Europese Unie voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratieactiviteiten (1998-2002) (24 april 1997) Advies 50 Advies betreffende de problematiek rond rekrutering van wetenschappers in het algemeen en ingenieurs in het bijzonder (23 januari 1997)
Advies 43 Advies betreffende de Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma's Wetenschapsbeleid 1994 en 1995 (28 juni 1995) Advies 42 Advies over de implicaties van 'nieuwe diensten op
ADVIEZEN
: : 51 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
ADVIEZEN ADVIEZEN
kabel en/of telefoonlijnen' voor de Vlaamse wetenschappelijke wereld (28 juni 1995) Advies 41 Advies inzake het ontwerpbesluit van de Vlaamse regering betreffende de toekenningvoorwaarden van de jaarlijkse toelagen van de Vlaamse Gemeenschap aan het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de erbij geassocieerde onderzoeksfondsen (8 september 1994) Advies 40 Advies betreffende de 'Technologienota Vlaanderen 2002' (30 juni 1994) Advies 39 Advies inzake het ontwerpbesluit van de Vlaamse regering tot regeling van de procedure van het beleidsgericht onderwijskundig wetenschappelijk onderzoek op initiatief van de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs (14 juni 1994) Advies 38 Advies betreffende het onderzoeksinitiatief rond 'Spraak- en Taaltechnologie' voor het Nederlands (22 maart 1994) Advies 37 Advies betreffende de nieuwe regeling voor de cofinanciering van deelname van Vlaamse universitaire onderzoeksploegen aan Europese onderzoeksprogramma's (22 maart 1994) Advies 36 Advies inzake het ontwerp van besluit van de Vlaamse regering betreffende de financiering van de geconcerteerde onderzoeksacties en van de speciale fondsen voor onderzoek in de universiteiten van de Vlaamse Gemeenschap (24 februari 1994) Advies 35 Advies inzake het convenant 'Vlaamse Textielmachine- en Systeembouw' (10 juni 1993) Advies 34 Advies inzake de instelling van een Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling (4 februari 1993)
: : 52 : :
ADVIEZEN
Advies 33 Advies inzake de Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma's Wetenschapsbeleid 1992 en 1993 (28 januari 1993) Advies 32 Advies inzake 'steun aan Vlaamse Gemeenschappelijke industriĂŤle impulsacties' (10 december 1992) Advies 31 Advies betreffende het voorstel tot verderzetting van de financiering van de 'Emerging Technology Centers' in het kader van het Vlaams Actieprogramma voor Biotechnologie (10 december 1992) Advies 30 Advies betreffende het voorontwerp van decreet tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en het voorontwerp van memorie van toelichting (1 oktober 1992) Advies 29 Advies betreffende het 'Report of the Temporary International Consultative Committee on New Organisational Forms of Graduate Research Training' (26 maart 1992) Advies 28 Advies omtrent de deelname van Vlaamse Researchgroepen in de Europese Onderzoeksprogramma's (12 december 1991) Advies 27 Advies betreffende het Vlaams Impulsprogramma Energietechnologie (20 november 1991) Advies 26 Advies inzake het Vlaams Horizontaal Begrotingsprogramma Wetenschapsbeleid 1991 (19 september 1991) Advies 25 Advies inzake het ontwerp van decreet betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap en het ontwerp van bijzonder decreet betreffende de 'Universiteit Gent' en het 'Universitair Centrum Antwerpen' (18 februari 1991)
activiteiten I verslag 2004 - 2005
ADVIEZEN ADVIEZEN
Advies 24 Advies betreffende de verder uitgewerkte voorstellen voor het 'Impulsprogramma Nieuwe Materialen' (18 juni 1991)
Advies 14 Advies betreffende het beleid en de beleidsstructuur inzake het industrieel onderzoek in Vlaanderen (21 september 1989)
Advies 23 Advies betreffende het voorontwerp van decreet houdende de oprichting van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, het VITO (12 oktober 1990)
Advies 13 Advies betreffende de EUREKA-dossiers (28 september 1989)
Advies 22 Advies betreffende het voorontwerp van decreet tot oprichting van het Vlaams Instituut voor de bevordering van het Wetenschappelijk en Technologisch Onderzoek in de Industrie, het IWT (28 september 1990) Advies 21 Advies betreffende het onderzoeksprogramma EUCLID (20 juni 1990) Advies 20 Advies betreffende de SectoriĂŤle Collectieve Centra (21 mei 1990) Advies 19 Advies betreffende het Vlaamse Horizontaal Begrotingsprogramma Wetenschapsbeleid 1990 (18 januari 1990) Advies 18 Advies betreffende het Vlaams Impulsprogramma Milieutechnologie (29 januari 1990)
Advies 12 Advies betreffende de nieuwe universitaire expansie (15 juni 1989) Advies 11 Advies inzake de uitbouw van een centrale administratieve structuur voor wetenschapsbeleid en technologie (23 mei 1989) Advies 10 Advies betreffende het voorstel tot oprichting van een instelling van openbaar nut: 'Nationaal Centrum voor Wetenschappelijke en Technische Documentatie' (13 april 1989) Advies 9 Advies betreffende de opmaak, de inhoud en de voorstelling van de Begroting Wetenschapsbeleid van de Vlaamse Gemeenschap (18 januari 1989) Advies 8 Advies betreffende de evaluatie- en beheersstructuur voor het Vlaams Actieprogramma Biotechnologie (15 december 1988)
Advies 17 Advies betreffende het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (18 januari 1990)
Advies 7 Advies betreffende de regionalisering en communautarisering van het wetenschapsbeleid (20 oktober 1988)
Advies 16 Advies betreffende een 'geheroriĂŤnteerd Vlaams Actieprogramma Biotechnologie' (6 december 1989)
Advies 6 Advies betreffende een 'Vlaams Actieprogramma Biotechnologie' (4 oktober 1988)
Advies 15 Advies betreffende de organisatie van informatie en de bevordering van de Vlaamse participatie inzake de Europese R&D-programma's (16 november 1989)
Advies 5 Advies inzake het rapport betreffende oprichting van een onderzoekscentrum keramische materialen in Limburg (24 mei 1988)
ADVIEZEN
: : 53 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
ADVIEZEN ADVIEZEN
Advies 4 Commentaar namens de VRWB op het voorlopig advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren inzake wetenschappelijk onderzoek (4 maart 1987) Advies 3 Advies inzake wetenschappelijke anciĂŤnniteit verworven in wetenschappelijke instellingen (11 december 1986) Advies 2 Advies inzake het voorontwerp van decreet houdende de oprichting van een Fonds tot Bevordering van het Industrieel Onderzoek in Vlaanderen (24 september 1986) Advies 1 Advies inzake de DIRV-commissies (28 mei 1986)
: : 54 : :
ADVIEZEN
activiteiten I verslag 2004 - 2005
AANBEVELINGEN AANBEVELINGEN
Aanbeveling 15 Evaluatie van onderzoek. Kwaliteitszorg in het universitaire onderzoek (26 maart 1998)
Aanbeveling 26 Tijdelijke mobiliteit van onderzoekers tussen kennisinstellingen en bedrijven in Vlaanderen (24 januari 2006) Aanbeveling 25 Mobiliteit van studenten, onderzoekers, hooggeschoolden en gespecialiseerde technici van buiten de Europese Unie (23 juni 2005) Aanbeveling 24 Opvolging Vlaams Innovatiepact - Eerste invulling kernindicatoren (24 maart 2005) Aanbeveling 23 GERD-cijfers voor Vlaanderen voor de internationale statistieken (23 september 2004) Aanbeveling 22 Innovatiepact: referentie-instrumentarium voor de kwantitatieve evaluatie (22 januari 2004) Aanbeveling 21 Herstructurering van het Hoger Onderwijs in Vlaanderen (13 juni 2002)
Aanbeveling 14 Aanbeveling bij de loopbaanproblematiek van de vorser in de hogescholen (15 januari 1998) Aanbeveling 13 Tweede aanbeveling betreffende de Vlaamse deelname aan ruimtevaartonderzoek in het kader van ESA, met tweede analyserapport (26 juni 1997) Aanbeveling 12 Aanbeveling omtrent het instrument IWETO 'Inventaris wetenschappelijk en technologisch onderzoek Vlaanderen' (23 januari 1997) Aanbeveling 11 Aanbeveling bij de nieuwe procedure voor de bilaterale wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen Vlaanderen en de prioritaire partners (23 januari 1997)
Aanbeveling 20 Doctoreren in Vlaanderen (13 juni 2002)
Aanbeveling 10 Aanbeveling bij het Groenboek voor Innovatie van de EU-commissie: kritische prioriteiten voor de Vlaamse regering (6 december 1996)
Aanbeveling 19 Het 6de EU-kaderprogramma (2002-2006). Voorstel van de Europese Commissie (8 maart 2001)
Aanbeveling 9 Aanbeveling bij het beleidsplan 1996-2000 van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (25 april 1996)
Aanbeveling 18 Aanbeveling aangaande de overheveling van de permanente FWO-mandaten naar het kader van het zelfstandig personeel van de universiteiten (23 september 1999)
Aanbeveling 8 Aanbeveling bij het IWT-rapport: 'Toekenning van de specialisatiebeurzen voor het academiejaar 1994-1995' (26 oktober 1995)
Aanbeveling 17 Intellectuele eigendomsrechten bij het valoriseren van onderzoeksresultaten (24 juni 1999)
Aanbeveling 7 Aanbeveling inzake het stimuleren van de cultuuren gedragswetenschappen naar aanleiding van de studie 'Wetenschap als cultuur' (14 september 1995)
Aanbeveling 16 Aanbeveling aangaande het Europese opleidingsen mobiliteitsprogramma voor onderzoekers (26 maart 1998)
Aanbeveling 6 Aanbeveling betreffende de Vlaamse deelname aan Europese onderzoeksprogramma's (14 september 1995)
AANBEVELINGEN
: : 55 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
AANBEVELINGEN AANBEVELINGEN
Aanbeveling 5 Aanbeveling bij de beleidsbrief 'Het wetenschapsbeleid in Vlaanderen - beleidsbrief voor 1995' neergelegd door de heer Luc Van den Brande, ministerpresident van de Vlaamse regering in de commissie Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid in de Vlaamse Raad, Brussel, oktober 1994 (28 juni 1995) Aanbeveling 4 Aanbeveling bij het voorontwerp van decreet betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap (28 oktober 1993) Aanbeveling 3 De Vlaamse deelname aan ruimteonderzoek in het kader van ESA, met analyserapport (22 april 1993) Aanbeveling 2 Aanbeveling bij de studie 'De loopbaan van een wetenschappelijk onderzoeker', uitgevoerd door de administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid (26 oktober 1992) Aanbeveling 1 Aanbeveling bij het St.-Michielsakkoord: politieke voorstellen tot vervollediging van de federale structuur: bevoegdheid wetenschapsbeleid (29 oktober 1992)
: : 56 : :
AANBEVELINGEN
activiteiten I verslag 2004 - 2005
COMMENTAREN COMMENTAREN
Commentaar 14 Een kwaliteitscharter voor de Europese onderzoeker (23 juni 2005)
Commentaar 6 Wetenschappelijk Onderzoek: Maatschappelijke dialoog, onafhankelijkheid en vorming (14 juni 2001)
Commentaar 13 Interuniversitaire attractiepolen - Voorbereiding fase VI (24 maart 2005)
Commentaar 5 EU-conferentie over grote apparatuur - Straatsburg, 18 - 20 september 2000. Ter voorbereiding van het Vlaams standpunt (29 juni 2000)
Commentaar 12 Fiscale maatregelen voor O&O (23 september 2004) Commentaar 11 Herstructurering van het Vlaams adviesstelsel (25 april 2002) Commentaar 10 Kleurrijk Vlaanderen - 21 doelstellingen voor de 21ste eeuw. Doelstelling voor Onderzoek en Ontwikkeling (24 januari 2002) Commentaar 9 Aandeel humane wetenschappen in de voornaamste financieringskanalen (8 november 2001) Commentaar 8 Collectieve Centra - Nieuwe vormen van intergewestelijke samenwerking (8 november 2001) Commentaar 7 Bij het werkdocument van de Europese Commissie 'Wetenschap, samenleving en burgers in Europa'. (14 juni 2001)
Commentaar 4 Commentaar bij het voorontwerp van decreet betreffende het onderwijs X, artikel V.I.: aspect intellectuele eigendomsrechten. Voorstel van amendement (10 december 1998) Commentaar 3 Commentaar bij de aanwezigheid van buitenlandse vorsers aan de Vlaamse universiteiten (26 maart 1998) Commentaar 2 Intellectuele eigendommen (IPR): Commentaar bij deze problematiek en in het bijzonder bij het voorstel van regelgeving voor vindingen aan universiteiten (11 december 1997) Commentaar 1 Commentaar bij de oproep van de onderwijsministers aan de hoger onderwijs- en onderzoeksinstellingen in de regio's Bremen, Nederland, Nedersaksen, NoordrijnWestfalen en Vlaanderen betreffende de grensoverschrijdende samenwerking in het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek (7 december 1995)
MEMORANDA MEMORANDA EN BOODSCHAPPEN Memorandum 2 Vlaams beleid voor Wetenschap en Technologische Innovatie 2004-2010 (15 april 2004) Boodschap 2 VRWB-boodschap van het Vlaams wetenschapen technologiebeleid in de nieuwe legislatuur (juni 1999)
Boodschap 1 VRWB-boodschap aan de nieuwe Vlaamse regering met betrekking tot het Vlaams wetenschapsbeleid (30 mei 1995) Memorandum 1 Memorandum van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) aan de vernieuwde Vlaamse Raad (20 december 1991)
COMMENTAREN - MEMORANDA EN BOODSCHAPPEN
: : 57 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
COLLOQUIA COLLOQUIA
• 'Kennis als kracht: een hefboom naar meer jobs?' (17 november 2005)
• 'Wetenschappelijk Onderzoek: tussen sturen en stuwen?' (14 december 2000)
• 'Gezocht: knappe koppen. Talent als motor voor innovatie' (21 oktober 2004)
• 'Vlaanderen koploper in wetenschap en technologie? Beleidsvisie voor de toekomst' (20 oktober 1999)
• 'Bibliometrie als prestatiemaat voor cultuuren gedragswetenschappen?' (in samenwerking met VLIR, KVAB, FWO-Vlaanderen en Steunpunt O&O-statistieken). (10 december 2003)
• 'Universitair Onderzoek in Beweging' (28 januari 1998)
• 'Wetenschappers: Luxe of Noodzaak?' (6 mei 2002)
: : 58 : :
COLLOQUIA
• 'Wetenschap als cultuur' (22 oktober 1996) • 'Onderzoek naar de Vlaamse deelname in de Europese onderzoeksprogramma's' (22 april 1991)
activiteiten I verslag 2004 - 2005
PUBLICATIES PUBLICATIES
STUDIEREEKS Studiereeks 14 Vlaams wetenschappelijk onderzoek en Science sharing (april 2005)
Studiereeks 7 Doctoraatsopleidingen aan de Vlaamse universiteiten (juli 2002)
Studiereeks 13 Wetenschap en innovatie in Vlaanderen 2004-2010, voorstellen voor een strategisch beleid (september 2004)
Studiereeks 6 Perspectieven uitgestroomde wetenschappers op de arbeidsmarkt (juli 2002)
Studiereeks 12 De voedingsindustrie in Vlaanderen (maart 2004) Studiereeks 11 De chemische industrie in Vlaanderen (maart 2004) Studiereeks 10 Samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven inzake onderzoek(sresultaten): intellectuele eigendomsrechten, conflicten en interfaces (april 2003) Studiereeks 9 Wetenschappers: Luxe of noodzaak? Acta van het colloquium (februari 2003) Studiereeks 8 Het 'grote' begrotingsadvies wetenschapsen technologisch innovatiebeleid 2002 Kerncijfers (december 2002)
Studiereeks 5 Biotechnologische uitvindingen, octrooien en informed consent (juli 2002) Studiereeks 4 Wetenschappelijk onderzoek en de genderproblematiek (juni 2002) Studiereeks 3 O&O-bestedingen van de Vlaamse universiteiten. Analyse (juni 2002) Studiereeks 2 Wetenschappelijk Onderzoek: 'Tussen Sturen en Stuwen'. Acta van het colloquium. (januari 2002) Studiereeks 1 Het ontwikkelen van een deflator voor O&O-uitgaven (april 2001)
PUBLICATIES
: : 59 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
PUBLICATIES PUBLICATIES
EERDERE PUBLICATIES (VÓÓR 2001) • Vlaanderen koploper in wetenschap en technologie? Evaluatie van vier jaar inhaalbeweging en beleidsvisie voor de toekomst (oktober 1999) • Tweede aanbeveling betreffende de Vlaamse deelname aan ruimtevaartonderzoek in het kader van ESA, met tweede analyserapport (26 juni 1997) • Advies bij het Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma Wetenschapsbeleid 1997 (26 juni 1997) • Rapport m.b.t. de loopbaanmogelijkheden van de Vlaamse onderzoeker (12 december 1996) • Wetenschap als cultuur, Acta van het colloquium ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (22 oktober 1996) • Syntheserapport: De internationale onderzoeksorganisaties (12 september 1996) • Advies inzake de Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma's Wetenschapsbeleid 1994 en 1995 (28 juni 1995)
: : 60 : :
PUBLICATIES
• Wetenschap als Cultuur, rapport van een studie in opdracht van de VRWB betreffende de impact van de wetenschappen op de hedendaagse cultuur en de bijzondere problematiek van de cultuuren gedragswetenschappen', Marc De Mey, Johan Braeckman en Tom Claes (december 1994) • Aanbeveling betreffende de Vlaamse deelname aan ruimteonderzoek in het kader van ESA, met analyserapport (22 april 1993) • Advies inzake de Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma's Wetenschapsbeleid 1992 en 1993 (28 januari 1993) • 'Een onderzoek naar de Vlaamse deelname aan het Europees Kaderprogramma', A. Adams, i.s.m. C. Appels, G. Eggermont, E. Monard en J. Van de Vijvere (22 april 1991)
activiteiten I verslag 2004 - 2005
ONDERZOEKSPROJECTEN ONDERZOEKSPROJECTEN
• Proces voor Prioriteitsstelling inzake Technologie en Innovatie in Vlaanderen Promotor: Koenraad Debackere, Incentim K.U.Leuven Onderzoeker: Elke Smits, VRWB (2005)
• Doctoraatsopleidingen aan de Vlaamse universiteiten Promotor: Henri Eisendrath, Vrije Universiteit Brussel Onderzoeker: Jacqueline Couder, Vrije Universiteit Brussel (2001)
• Samenwerking universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstellingen en bedrijven: internationale benchmarking Promotor: Bart Van Looy, K.U.Leuven Onderzoeker: Bart Van Looy, Catherine Lecocq, René Belderbos, Dries Faems, Reinhilde Veugelers, K.U.Leuven (2005)
• Octrooieerbaarheid van biotechnologische uitvindingen: vrije en geïnformeerde toestemming Promotor: Geertrui van Overwalle, K.U.Leuven Onderzoeker: Pierre Saelen, K.U.Leuven (2000)
• De Vlaamse deelname aan ruimte- en ruimtevaartonderzoek Promotor: VRWB Onderzoeker: Kristien Vercoutere, VRWB (2005) • Uitbreiding en vervolg doctoreren aan Vlaamse universiteiten Promotor: VRWB en Vlaamse universiteiten Onderzoekers: Henk Moed en Martijn Visser, CWTS Leiden en Vlaamse universiteiten (2004) • Vlaams wetenschappelijk onderzoek en Science sharing Hoofdpromotor: Marleen Temmerman, Universiteit Gent Onderzoekscoördinator: Lou Dierick, Universiteit Gent (2003) • Wetenschaps- en technologieverkenningen voor de sector voeding en chemie Promotor: Koenraad Debackere, K.U.Leuven Onderzoeker: Arnold Verbeek, K.U.Leuven (2002)
• Toekomst van vorsers in de wetenschappelijke en technologische richtingen Promotors: Rosette S'Jegers, Vrije Universiteit Brussel en Johan Braeckman, Universiteit Gent Onderzoekers: Lucia Smit, Vrije Universiteit Brussel en Tom Speelman, Universiteit Gent (1999) • Ontwikkelen van een prijsdeflator voor O&O-uitgaven Promotor: Ann Gaeremynck, K.U.Leuven Onderzoeker: Jorn De Boeck, K.U.Leuven (1999) • De impact van de wetenschappen op de hedendaagse cultuur en de bijzondere problematiek van de cultuur- en gedragswetenschappen. Promotor: Marc De Mey, Universiteit Gent Onderzoekers: Tom Claeys en Johan Braeckman, Universiteit Gent (1994) • Vlaamse deelname in de Europese onderzoeksprogramma's Promotor: Cyriel Appels, KVIV Onderzoeker: Anne Adams, KVIV (1991)
ONDERZOEKSPROJECTEN
: : 61 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
DECREET DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID: 15 december 1993 (B.S., 26 maart 1994)
GEWIJZIGD BIJ:
• Decreet van 18 mei 1999 houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement (B.S., 15 juli 1999). Wijzigt artikel 3.
hoofdstuk I
Algemeen
Artikel 1 Dit decreet regelt aangelegenheden als bedoeld in artikel 59bis en artikel 107quater van de Grondwet. (Lees: de artikelen 39 en 127 van de gecoördineerde Grondwet)
hoofdstuk II Oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Artikel 2 Voor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest wordt een Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid opgericht, hierna te noemen de Raad.
hoofdstuk III
Bevoegdheid van de Raad
Artikel 3 § 1. De Raad is bevoegd om inzake elke aangelegenheid betreffende het wetenschapsbeleid, met inbegrip van het technologiebeleid, op eigen initiatief aanbevelingen te formuleren en studies te verrichten en om, op verzoek van de Vlaamse regering en de in § 5 vermelde overheden, over die aangelegenheden advies te verstrekken. § 2. Meer in het bijzonder kan de Raad advies verstrekken, aanbevelingen formuleren en studies verrichten in verband met: • de globale beleidslijnen en prioriteiten van het wetenschapsbeleid; • de vorming van het onderzoekspersoneel; • de grote trends in het wetenschapsbeleid en acties op federaal en internationaal vlak; • het toetsen van de doelmatigheid van de organisatie van het wetenschapsbeleid;
: : 62 : :
• het toetsen van het wetenschapsbeleid aan de ontwikkelingen op sociaal, economisch, technologisch en cultureel vlak en het formuleren van behoeften die daaruit voortvloeien. § 3. Vóór 30 september van elk jaar brengt de Raad een met redenen omkleed advies uit over het gevoerde en het te voeren begrotingsbeleid inzake het wetenschapsbeleid. Het advies wordt toegezonden aan de Vlaamse regering. § 4. De Vlaamse regering is verplicht vooraf het advies van de Raad in te winnen over: • alle voorontwerpen van decreet en ontwerpen van reglementaire besluiten van de Vlaamse regering inzake wetenschapsbeleid die algemene aangelegenheden regelen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn, met uitzondering van de voorontwerpen van decreet die de begroting betreffen; • alle voorontwerpen van decreet of besluiten houdende de oprichting, afschaffing of verandering van bevoegdheden van instellingen die instaan voor materies inzake wetenschapsbeleid waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn; • alle belangrijke niet-gereglementeerde acties en initiatieven inzake wetenschapsbeleid, met inbegrip van acties van de Vlaamse regering op federaal en internationaal vlak. § 5. Het advies van de Raad kan gevraagd worden door: • het Vlaams Parlement; • de Vlaamse minister, bevoegd voor het wetenschapsbeleid of, bij ontstentenis van de expliciete toewijzing van deze bevoegdheid, de minister-president van de Vlaamse regering; • elke Vlaamse minister voor wat zijn bevoegdheden betreft. § 6. De adviezen, bedoeld in § 4 en § 5, dienen te worden verstrekt binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de aanvraag. In geval van spoed kan de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschapsbeleid, of bij ontstentenis van de expliciete toewijzing van deze bevoegdheid, de minister-president van de Vlaamse regering, de termijn inkorten met dien verstande dat die niet minder dan tien werkdagen mag bedragen.
DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
activiteiten I verslag 2004 - 2005
DECREET DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID: 15 december 1993 (B.S., 26 maart 1994)
[Het Vlaams Parlement kan een andere termijn bepalen, die niet korter mag zijn dan dertig dagen (ingevolge het decreet van 18 mei 1999, art.11)] Het in vorig lid bedoeld advies wordt geacht te zijn gegeven indien het niet binnen bovengenoemde termijn is verstrekt. § 7. De Raad treedt op als Vlaamse gesprekspartner en kan als vertegenwoordiger van Vlaanderen worden betrokken bij gelijkaardige federale en internationale adviesorganen.
hoofdstuk IV Informatiedoorstroming en verslaggeving Artikel 4 § 1. De Vlaamse regering stelt de Raad de noodzakelijke informatie ter beschikking om hem in staat te stellen zijn opdrachten naar behoren te vervullen. § 2. De adviezen, aanbevelingen en studies van de Raad zijn openbaar, tien werkdagen nadat ze medegedeeld zijn aan de Vlaamse regering. Artikel 5 § 1. De Raad legt jaarlijks aan de Vlaamse regering een verslag voor van zijn werkzaamheden. De Vlaamse regering overhandigt dit verslag aan het Vlaams Parlement. § 2. De Raad kan steeds bijzondere verslagen opstellen over bepaalde vraagstukken inzake wetenschapsbeleid.
hoofdstuk V
Samenstelling van de Raad
Artikel 6 § 1. De Raad is samengesteld uit een voorzitter en zestien leden, allen benoemd om hun deskundigheid op grond van en hun betrokkenheid bij het wetenschapsbeleid in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. Ten minste acht leden van de Raad, alsook de voorzitter, zijn personen die ervaring hebben met of hoofdzakelijk actief zijn in het wetenschappelijk onderzoek.
De Raad dient evenwichtig samengesteld te zijn uit deskundigen op het gebied van de cultuur- en de gedragswetenschappen, de toegepaste, de exacte en de biomedische wetenschappen. § 2. Zes leden zijn actief in of hebben ervaring met het universitair onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek. Zij worden voorgedragen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). § 3. Zes leden worden voorgedragen door de werkgeversen werknemersorganisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). § 4. De voorzitter en vier leden worden voorgedragen door de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschapsbeleid of, bij ontstentenis van de expliciete toewijzing van deze bevoegdheid, de ministerpresident van de Vlaamse regering. § 5. De voorzitter en de leden van de Raad worden benoemd door de Vlaamse regering. § 6. De duur van het mandaat van de voorzitter en van de leden bedraagt vier jaar. Het mandaat is éénmaal hernieuwbaar. Indien een lid zijn mandaat niet beëindigt, wordt een nieuw lid benoemd conform de bovengenoemde bepalingen. Dit lid zal het desbetreffende mandaat voltooien en kan slechts één nieuw mandaat innemen. Artikel 7 § 1. Aan de Raad nemen met raadgevende stem deel: • de secretaris-generaal van het departement Onderwijs; • de secretaris-generaal van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw • de eerste opdrachthouder van de administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid bij het departement Coördinatie; (nu: Administratie Wetenschap en Innovatie, departement Wetenschap, Innovatie en Media) • de directeur-generaal van het Instituut voor de bevordering van het WetenschappelijkTechnologisch onderzoek in de industrie (IWT) (nu: Instituut voor de bevordering van Innovatie door Wetenschap en Technologie) • de secretaris-generaal van de Vlaamse raad van bestuur van het Nationaal Fonds voor
DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
: : 63 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
DECREET DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID: 15 december 1993 (B.S., 26 maart 1994)
Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO). (nu: FWO-Vlaanderen). § 2. De Raad kan in zijn huishoudelijk reglement zelf bepalen of hij voor de in § l van dit artikel genoemde ambtenaren plaatsvervangers kan toelaten, alsook of hij, in bepaalde omstandigheden en onder bepaalde voorwaarden, andere personen met raadgevende stem wenst te laten deelnemen aan de vergaderingen.
tariaat van de Raad onder meer een beroep doen op gespecialiseerd personeel, statutair of contractueel, in dienst genomen in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 88, 89 en 90 van het decreet van 12 december 1990 betreffende het bestuurlijk beleid.
hoofdstuk VI
Artikel 11 Het departement Coördinatie (nu: departement Wetenschap, Innovatie en Media) van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap stelt lokalen ter beschikking voor de huisvesting van het secretariaat van de Raad en verleent het alle logistieke steun.
De werking van de Raad
Artikel 8 De Raad kan, binnen de mogelijkheden van zijn dotatie, voor het onderzoek van bijzondere vraagstukken of voor het uitvoeren van studieopdrachten, een beroep doen op permanente commissies of adhocwerkgroepen, bestaande uit leden benoemd door de Raad, of op externe deskundigen, onder de voorwaarden bepaald in het huishoudelijk reglement. Artikel 9 De Raad stelt, binnen een termijn van drie maanden na de inwerkingtreding van dit decreet, een huishoudelijk reglement op, dat minstens regelt: • de bevoegdheden van de voorzitter; • de samenstelling en de bevoegdheden van het eventuele dagelijks bestuur van de Raad; • de wijze van bijeenroeping en beraadslaging; • de frequentie van vergaderen; • de bekendmaking van de handelingen; • de voorwaarden waaronder de Raad een beroep kan doen op externe deskundigen, permanente commissies of ad-hocwerkgroepen, overeenkomstig artikel 8; • de voorwaarden waaronder de Raad een beroep kan doen op personen, zoals vermeld in artikel 7, § 2. Dit reglement is onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse regering. Artikel 10 De Vlaamse regering stelt aan de Raad een permanent secretariaat ter beschikking, dat naast personeel met een administratieve opleiding eveneens personeel met een wetenschappelijke opleiding omvat, en bepaalt het aantal, de loopbaan en de bezoldigingsregeling in overeenstemming met de aard van de functie en de gevraagde kwalificaties. De Vlaamse regering kan voor het voormelde secre-
: : 64 : :
Het secretariaat wordt onder het gezag van de voorzitter van de Raad geleid door een secretaris.
Artikel 12 Voor de leden van de Raad en van het secretariaat van de Raad en voor alle personen die aan de Raad hun medewerking verlenen, gelden de bepalingen van Titel I, Hoofdstuk II, artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 november 1991 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de regeringen en van de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen. Artikel 13 De Raad beschikt voor het uitvoeren van zijn opdrachten over een dotatie die jaarlijks ingeschreven wordt in de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.
hoofdstuk VII Het statuut van de voorzitter, van de leden en van de personen die aan de Raad hun medewerking verlenen Artikel 14 Inzake protocollaire en administratieve aangelegenheden wordt de voorzitter gelijkgesteld met een ambtenaar van rang 17 en worden de leden van de Raad gelijkgesteld met ambtenaren van rang 16. De leden van commissies of werkgroepen die door de Raad worden opgericht, worden gelijkgesteld met een ambtenaar van rang 15.
DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
activiteiten I verslag 2004 - 2005
DECREET DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID: 15 december 1993 (B.S., 26 maart 1994)
De ambtenaren die met raadgevende stem deelnemen aan de Raad of aan de commissies of werkgroepen, behouden de rang die zij bekleden in hun administratie. Artikel 15 ยง 1. De Vlaamse regering bepaalt het presentiegeld en de geldelijke vergoedingen die aan de voorzitter en de leden van de Raad kunnen worden toegekend. ยง 2. De Raad bepaalt, binnen de perken van zijn werkingsmiddelen, de geldelijke vergoedingen van de voorzitters en de leden van de permanente commissies en ad-hocwerkgroepen en van de externe deskundigen.
hoofdstuk VIII
Slotbepaling
Artikel 16 (niet opgenomen) (Het besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 1985 houdende oprichting van een Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, wordt opgeheven)
DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
: : 65 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
REGLEMENT HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
Ter uitvoering van artikel 9 van het decreet van 15 december 1993 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid. Gecoördineerde versie (goedgekeurd bij besluit van 29 juni 1994 en besluit van 29 maart 1995 van de Vlaamse regering). hoofdstuk I
Definities
Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder: • Decreet: decreet van 15 december 1993 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (B.S. van 26 maart 1994) • Raad: de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid • Voorzitter: de voorzitter van de Raad • Leden: leden die krachtens art. 6 van het decreet benoemd zijn tot lid van de Raad • Raadgevende leden: de ambtenaren die uit hoofde van hun functie en krachtens art. 7 van het decreet met raadgevende stem deel nemen aan de Raad.
hoofdstuk II Vergaderingen en bijeenroepingen Artikel 1 De Raad vergadert ten minste vijfmaal per jaar in de lokalen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. De voorzitter roept de Raad bijeen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op schriftelijke aanvraag van ten minste drie leden van de Raad. Artikel 2 De organen die door de Raad zijn opgericht en die in zijn schoot werken, vergaderen eveneens in de lokalen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Ze worden bijeengeroepen door hun voorzitter, hetzij ter uitvoering van een beslissing van de Raad, hetzij op verzoek van de voorzitter van de Raad, hetzij op eigen initiatief, hetzij op schriftelijke aanvraag van ten minste twee leden van de Raad. Artikel 3 De uitnodigingen voor de vergaderingen van de Raad worden ten minste veertien dagen vóór de vergadering verstuurd.
: : 66 : :
In geval van spoed, zoals vermeld in § 6 van art. 3 van het decreet, kan deze termijn tot vier dagen teruggebracht worden. Artikel 4 § 1. De vergaderingen van de Raad of van zijn organen zijn niet openbaar. § 2. De secretaris van de Raad woont de vergaderingen van de Raad bij.
hoofdstuk III
Agenda
Artikel 5 De voorzitter stelt de agenda van de vergaderingen van de Raad vast, hetzij ter uitvoering van beslissingen genomen tijdens een vorige vergadering, hetzij op eigen initiatief, hetzij op aanvraag van één van de organen van de Raad, of van een lid van de Raad. In dit laatste geval dienen ten minste twee andere leden de bespreking van dit punt mee te ondersteunen bij het begin van de vergadering. Artikel 6 Voor de andere organen van de Raad stelt de voorzitter van het betrokken orgaan de agenda van de vergaderingen vast, hetzij ter uitvoering van beslissingen van de Raad, hetzij ter uitvoering van beslissingen genomen tijdens een vroegere vergadering van het betrokken orgaan, hetzij op aanvraag van een van de leden van het betrokken orgaan, hetzij op eigen initiatief. Artikel 7 De agenda wordt gevoegd bij de uitnodiging bepaald in art. 3. Artikel 8 In geval van spoed kan de agenda tot bij de opening van de vergadering worden gewijzigd of aangevuld. Eens de vergadering geopend, kan de agenda nog slechts worden gewijzigd of aangevuld krachtens een beslissing van de Raad of van het betrokken orgaan. Artikel 9 De bescheiden betreffende de kwesties die op de agenda van een vergadering van de Raad of van een van zijn organen voorkomen, worden aan de leden
HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
activiteiten I verslag 2004 - 2005
REGLEMENT HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
van de Raad of van het betrokken orgaan bezorgd bij de uitnodiging bepaald in art. 3. In geval van spoed kan de voorzitter deze termijn verkorten.
hoofdstuk IV
Beraadslagingen
Artikel 10 De Raad kan slechts geldig beraadslagen, als de meerderheid van de leden aanwezig is. Wanneer het quorum niet bereikt is om geldig over bepaalde punten van de agenda te beraadslagen, kan de voorzitter deze punten tot de volgende vergadering verdagen. Deze vergadering kan hierover dan geldig beraadslagen ongeacht het aantal aanwezigen op deze vergadering. Dit zal op de uitnodiging uitdrukkelijk worden vermeld. Artikel 11 De beslissingen, adviezen, aanbevelingen, verslagen en notulen van de Raad of van zijn organen worden vastgesteld bij meerderheid van de aanwezige leden, behoudens strijdige bepaling van dit reglement. De voorzitter neemt normaal niet deel aan de stemming, maar bij staking van stemmen is zijn stem beslissend. Bij afwezigheid van de voorzitter neemt de plaatsvervangend voorzitter wel deel aan de normale stemming. Bij staking van stemmen wordt dan het voorstel tot een volgende vergadering verdaagd. Artikel 12 De stemmingen geschieden bij handopsteken. Op verzoek van een lid kan tot de naamafroeping worden overgegaan. Indien er wordt gestemd over persoonskwesties, waar de betrokkene geen rechten kan doen gelden, is de stemming evenwel geheim. Elk lid dat zich op een zitting bij een stemming onthoudt, kan na de stemming zijn onthouding verklaren. Als een uitgebracht advies of aanbeveling niet unaniem goedgekeurd is, kan een minderheidsnota worden bijgevoegd, als deze door ten minste drie leden ondertekend is.
hoofdstuk V
Notulen
Artikel 13 Elke vergadering van de Raad of van een van zijn organen wordt vastgesteld in de notulen. De Raad kan voor sommige organen een afwijking toestaan. Artikel 14 Als het om een vergadering van de Raad gaat, wordt de tekst van de notulen meegedeeld aan de leden en de raadgevende leden van de Raad. Als het een vergadering van een orgaan van de Raad betreft, wordt de tekst van de notulen meegedeeld aan de leden van het betrokken orgaan en aan de voorzitter van de Raad. Artikel 15 De notulen worden pas definitief na goedkeuring.
hoofdstuk VI
Handtekeningen
Artikel 16 De voorzitter en de secretaris van de Raad ondertekenen de beslissingen, adviezen, aanbevelingen, verslagen en notulen van de Raad.
hoofdstuk VII
Voorzitterschap
Artikel 17 De voorzitter zit de vergaderingen van de Raad voor, neemt deel aan de beraadslagingen, ziet toe op de naleving van de organieke besluiten en van de reglementen van de Raad. Hij vertegenwoordigt de Raad bij de Vlaamse regering en bij elke andere openbare en private instelling. Het secretariaat van de Raad, dat geleid wordt door de secretaris, staat onder het gezag van de voorzitter. De voorzitter brengt bij de Raad verslag uit over zijn activiteiten.
hoofdstuk VIII
Organen van de Raad
Artikel 18 Om de werkzaamheden van de Raad voor te bereiden en om bijzondere vraagstukken te onderzoeken worden permanente commissies ingesteld.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
: : 67 : :
activiteiten I verslag 2004 - 2005
REGLEMENT HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
Artikel 19 De Raad kan ad-hocwerkgroepen oprichten, wanneer hij dit nodig acht. Artikel 20 De Raad bepaalt voor elke commissie en ad-hocwerkgroep de wijze van samenstelling en stelt de leden en de voorzitter aan. Artikel 21 De voorzitters van de permanente commissies zijn leden van de Raad. In principe maken twee leden van de Raad altijd deel uit van de commissies en ad-hocwerkgroepen. De leden en de raadgevende leden van de Raad kunnen steeds deelnemen aan de vergaderingen van de commissies en ad-hocwerkgroepen. Artikel 22 Op voorstel van een lid of de voorzitter van een commissie dan wel een ad-hocwerkgroep, kan de Raad te allen tijde zowel leden van de betreffende commissie of ad-hocwerkgroep schrappen, als bijkomende leden coรถpteren. Artikel 23 De commissies en de ad-hocwerkgroepen voeren hun werkzaamheden uit onder het toezicht en de controle van de Raad. De Raad bepaalt hun opdrachten en bevoegdheden. Artikel 24 De Raadsleden, de commissies en ad-hocwerkgroepen treden niet naar buiten met adviezen, aanbevelingen, verslagen of publicaties.
hoofdstuk IX
Dagelijks bestuur
de beslissingen van de Raad. De Raad kan andere bevoegdheden aan het dagelijks bestuur overdragen. Artikel 27 Het dagelijks bestuur treedt niet zelf naar buiten met adviezen, aanbevelingen, verslagen of publicaties.
hoofdstuk X
Bekendmaking
Artikel 28 De Raad kan zijn beslissingen, adviezen en aanbevelingen openbaar maken tien dagen nadat ze meegedeeld zijn aan de Vlaamse regering.
hoofdstuk XI
Plaatsvervanging
Artikel 29 De leden en de raadgevende leden van de Raad kunnen zich niet laten vervangen voor de vergaderingen van de Raad. Artikel 30 Bij afwezigheid of onbeschikbaarheid van de voorzitter wordt hij vervangen door het oudste beschikbare lid van het dagelijks bestuur. In deze hoedanigheid neemt dit lid alle bevoegdheden van de voorzitter over. Artikel 31 ยง 1. De leden van de commissies en ad-hocwerkgroepen kunnen zich laten vervangen. ยง 2. Deze plaatsvervangingen dienen evenwel vooraf te worden meegedeeld aan de voorzitter van het betreffende orgaan. De voorzitter van het betrokken orgaan kan in overleg met de voorzitter van de Raad een plaatsvervanger wraken.
Artikel 25 De Raad stelt een dagelijks bestuur samen waarin de voorzitter van de Raad en de voorzitters van de permanente commissies zitting hebben. De secretaris van de Raad staat het dagelijks bestuur bij.
ยง 3. Bij afwezigheid of onbeschikbaarheid van de voorzitter van een commissie of ad-hocwerkgroep, wijst de voorzitter van de Raad een plaatsvervanger aan.
Artikel 26 Onder leiding van de voorzitter bereidt het dagelijks bestuur de onderwerpen voor die aan de Raad worden voorgelegd en het ziet toe op de uitvoering van
Artikel 32 De Raad kan op voorstel van de voorzitter of van ten minste twee leden, deskundigen ad hoc uitnodigen om met raadgevende stem aan de Raad deel te nemen.
: : 68 : :
hoofdstuk XII
Raadpleging experts
HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
activiteiten I verslag 2004 - 2005
REGLEMENT HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
Artikel 33 De commissies en ad-hocwerkgroepen kunnen op verzoek van de Raad of op eigen initiatief en na goedkeuring door de Raad, deskundigen ad hoc uitnodigen om met raadgevende stem aan de werkzaamheden deel te nemen.
hoofdstuk XIII
Begroting
Artikel 34 § 1. De Raad keurt, na vaststelling van de jaarlijkse dotatie van de Vlaamse Raad, de begroting goed voor zijn werking in het betrokken jaar. § 2. Het dagelijks bestuur bereidt het begrotingsvoorstel voor. Artikel 35 § 1. Het dagelijks bestuur stelt de jaarrekening op. § 2. De jaarrekening wordt ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd. Artikel 35 bis § 1. Binnen de perken van de dotatie toegekend aan de Raad ter uitvoering van het decreet, inzonderheid van art. 13 van het decreet, mag de voorzitter in overleg met het dagelijks bestuur contracten afsluiten en financiële verbintenissen aangaan namens en voor de Raad voor alle prestaties die nodig zijn voor het uitvoeren en het ondersteunen van de werkzaamheden van de Raad.
werkingsmiddelen, de vergoedingen voor de voorzitters en de leden van de commissies en ad-hocwerkgroepen.
hoofdstuk XV
Bijzondere bepalingen
Artikel 37 De Raad kan bij de Vlaamse regering en de Vlaamse Raad een delegatie onder leiding van de voorzitter afvaardigen voor contact omtrent bepaalde thema's. De samenstelling hangt af van het te bespreken onderwerp. hoofdstuk XVI Wijzigingen van het huishoudelijk reglement Artikel 38 De Raad kan het huishoudelijk reglement wijzigen. De Raad kan niet beraadslagen over een voorstel tot wijziging van het huishoudelijk reglement, zo het niet op de agenda werd ingeschreven krachtens een beslissing van de Raad in een vroegere vergadering. De wijziging van het huishoudelijk reglement is slechts mogelijk bij goedkeuring door twee derden van de uitgebrachte stemmen en onder voorbehoud van goedkeuring door de Vlaamse regering.
§ 2. De secretaris kan contractuele en financiële verplichtingen aangaan voor zover het om bedragen gaat niet hoger dan vier procent (4%) van het totale bedrag van de jaarlijkse dotatie. § 3. De secretaris wordt aangeduid als ordonnateur van de rekening, waarop de dotatie wordt gestort en zal in overleg met de voorzitter, een administratief personeelslid van het VRWB-secretariaat aanduiden als rekenplichtige.
hoofdstuk XIV
Vergoedingen
Artikel 36 De Raad bepaalt jaarlijks, binnen de perken van zijn
HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
: : 69 : :
FOTO’S Copyright Universiteit Gent en IMEC
COLOFON Uitgave van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) Karel Vinck, voorzitter Danielle Raspoet, secretaris VRWB-secretariaat North Plaza B Koning Albert II-laan 7 (4e verdieping) 1210 Brussel Tel. +32 (0)2 553 45 20 Fax. +32 (0)2 553 45 23 e-mail: vrwb@vlaanderen.be website: www.vrwb.be
Depotnummer: D/2006/3241/141