Skip to main content

SERV_20220926_VlaamseToetsen_ADV.pdf

Page 1

VLAAMSE TOETSEN


Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be

Adviesvraag

Voorontwerp van decreet betreffende de Vlaamse toetsen in het onderwijs

Adviesvrager

Ben Weyts - Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand

Ontvangst adviesvraag

25 juli 2022

Decretale opdracht

SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie)

Goedkeuring raad

26 september 2022

Contactpersoon

Mieke Valcke

mvalcke@serv.be


De heer De heer Ben WEYTS Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand Kreupelenstraat 2 B-1000 Brussel

Briefadvies ontwerpdecreet Vlaamse toetsen Mijnheer de minister De Vlaamse Regering nam gestandaardiseerde proeven op in het Regeerakkoord 2019-2024. Nu ligt een voorstel van decreet voor dat Vlaamse centrale toetsen invoert voor Nederlands en Wiskunde in het lager en het secundair onderwijs. Het doel van de Vlaamse toetsen is, aldus het ontwerpdecreet, het monitoren en versterken van de onderwijskwaliteit. De Vlaamse sociale partners hebben zowel oor naar kritische stemmen t.a.v. centrale toetsen (bv. het risico op rankings tussen scholen) als naar argumenten van wie eerder voorstander is (bv. data zorgen voor verandering). Uit het ontwerpdecreet blijkt alvast dat de bezwaren die er bestaan t.a.v. centrale toetsen gekend zijn en dat u valkuilen (bv. teaching to the test) wenst te vermijden. Omwille van de link tussen de kwaliteit van het onderwijs en de instroom op de arbeidsmarkt / loopbanen van werkenden verwoordt de SERV in dit briefadvies een beknopte visie ten overstaan van de Vlaamse centrale toetsen, a.d.h.v. de twee naar voor geschoven doelen van de toetsen nl. monitoring en kwaliteit van onderwijs. Vlaamse toetsen als monitoringinstrument De SERV ziet meerwaarde in de Vlaamse toetsen als monitoringsinstrument. •

De Vlaamse toetsen zijn een wetenschappelijk onderbouwd instrument om informatie te verzamelen Vlaanderen breed over de mate waarin leerlingen en scholen de eindtermen Nederlands en Wiskunde behalen. Even belangrijk is dat ze de leerwinst meten van leerlingen doorheen de schoolloopbaan én de leerwinst die scholen boeken met leerlingen, over verschillende metingen in de tijd. De echte meerwaarde van deze toetsen voor de SERV is dat ze netoverschrijdend worden afgenomen, bij alle leerlingen en met een grote continuïteit.


•

De Vlaamse toetsen moeten er mee voor zorgen dat Vlaanderen sterker evidence-based te werk gaat in het onderwijsbeleid. De impact van genomen beleidsmaatregelen kan nagegaan worden of het effect van crisissen zoals de coronapandemie of het lerarentekort. Er wordt, volgens de SERV, best ook bijkomend onderzoek gevoerd naar de impact van centrale toetsen zelf en aan welke randvoorwaarden ze moeten voldoen om impact te hebben op kwaliteit van onderwijs en op leerwinst bij leerlingen.

•

Wat betreft het omgaan met de resultaten van de Vlaamse toetsen moet voor de SERV in elk geval de nodige omzichtigheid aan de dag worden gelegd, zowel qua opzet als qua gebruik van de resultaten. De Vlaamse toetsen ambiëren met het meten van leerwinst immers het capteren van een complexe realiteit. Het is nodig om ook met relevante leerlingenkenmerken rekening te houden om zo de resultaten van scholen correct te interpreteren. De koppeling met kenmerken, zoals bv. de mate van welbevinden op de school, kunnen interessante informatie opleveren die toetsresultaten helpen situeren.

•

De SERV is bezorgd dat de onduidelijkheid die bestaat over de invulling van de eindtermen zich zal door vertalen naar de toetsen en voor instabiliteit zou zorgen voor de meting.

Vlaamse toetsen als kwaliteitsinstrument Voor de SERV zal de meerwaarde van de Vlaamse toetsen voor de onderwijskwaliteit nog moeten blijken uit de praktijk. Er bestaat onder meer nog onduidelijkheid over de mate waarin ze voldoende zijn ingebed in het kwaliteitszorgkader en ze bijdragen aan gelijke onderwijskansen. •

Het Vlaamse onderwijs kent reeds heel wat internationaal vergelijkend onderzoek, Vlaamse (peilings)proeven en doorlichtingen door de onderwijsinspectie. Al deze onderzoeken tonen (gekende) verbeterpunten aan. Er is PISA, TIMSS en PIRLS die er voor zorgen dat we om de drie à vijf jaar inzicht krijgen in de leesvaardigheid en de wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid van leerlingen. Sinds 2002 organiseert de Vlaamse overheid jaarlijks peilingsproeven in het basisonderwijs en het secundair onderwijs. Er zijn gevalideerde koepel- of netgebonden toetsen en er zijn de jaarlijkse doorlichtingen van de scholen door de onderwijsinspectie.

4


De onderwijsinspectie geeft aan dat het onderwijskundig beleid in de scholen veel sterker kan. Scholen die deelnemen aan onderzoek en/of peilingen krijgen in veel gevallen een schoolfeedbackrapport maar blijken hier niet altijd gebruik van te maken in de interne kwaliteitszorg. •

Als Vlaanderen Vlaamse toetsen wil inzetten om gerichter te werken aan onderwijskwaliteit dan is volgens de SERV een sterke(re) inbedding in het kwaliteitszorgkader nodig. Volgens de Vlaamse sociale partners gaat het ontwerp van decreet hierin niet ver genoeg en is er te veel vrijblijvendheid: •

‘de scholen kunnen beleidsmatig aan de slag met de rijke informatie die ze zullen ontvangen’;

•

‘de toetsresultaten kunnen de onderwijsinspectie ondersteunen in hun werk’;

•

‘Vlaanderen kan beleidsmatig sneller ingrijpen wanneer de resultaten achteruit gaan’.

•

De gecontextualiseerde uitkomsten van de Vlaamse toetsen moeten maximaal benut worden, gezien de middelen die er voor voorzien worden en de inspanningen die ze van leerlingen, leraren en scholen vragen. Dat vraagt, volgens de SERV, dat de betrokken actoren zelf de potentiële meerwaarde zien van de toetsen én er via een optimale inzet van voldoende middelen en mensen mee aan de slag gaan: •

leraren en scholen kunnen met de feedback op leerlingenniveau indicaties krijgen op vlak van leermoeilijkheden en/of -achterstand. Voor leerlingen die de onderwijsdoelen (meermaals) te weinig of niet bereiken, dient doelgerichte remediëring en omkadering voorzien te worden om dit aan te pakken;

•

leraren en lerarenteams moeten de mogelijkheden hebben om met de resultaten van de Vlaamse toetsen aan de slag te gaan op basis van heldere feedbackrapporten met mogelijks aanbevelingen voor de onderwijspraktijk; bv. bijkomende bijscholingen of een begeleidingstraject op vraag (los van een doorlichting met ongunstig advies) moeten voorhanden zijn;

•

pedagogische begeleidingsdiensten moeten de visie en de ruimte hebben om met de toetsresultaten in de hand scholen gericht te ondersteunen en bv. kruisbestuivingen tussen scholen op vlak van leerrijke ervaringen en goede onderwijspraktijken te organiseren, naast de voorziene begeleidingstrajecten;

•

de onderwijsinspectie moet de mensen (nu ca 150 inspecteurs voor 4000 scholen) hebben om zeer kort op de bal te spelen en begeleidingstrajecten te kunnen aanbevelen zonder de ongunstige 5


doorlichting die wellicht pas na enige tijd volgt; de onderwijsinspectie kan ook de praktijken van scholen (met een groot aandeel kwetsbare leerlingen) die veel leerwinst boeken als positieve inspirerende knipperlichten zien voor andere scholen. Dat ligt, meer nog dan een begeleiding koppelen aan een negatieve doorlichting, in lijn met het na te streven ontwikkelingsperspectief van de Vlaamse toetsen. •

Het is voor de SERV van groot belang dat Vlaamse toetsen gelijke onderwijskansen versterken. Het ontwerpdecreet is hier nog erg voorwaardelijk over: een positief effect hangt af van de wijze van implementatie en meerdere randvoorwaarden. Er wordt verder niet aangegeven wat deze zijn en hoe er aan wordt tegemoet gekomen. Het studietraject van kinderen en leerlingen in Vlaanderen wordt in hoge mate beïnvloedt door de punten die ze halen op toetsen en examens en door de beslissingen van de klassenraad op basis van punten en verwachtingen t.a.v. leerlingen. Vandaag worden de capaciteiten van kansarme leerlingen soms onderschat. De centrale toetsen kunnen objectieve informatie bevatten met het oog op een goede studiekeuze (MvT p. 7). De gestandaardiseerde toetsen moeten leraren zicht bieden op de algemene standaard die Vlaanderen vooropstelt en die meenemen, naast eigen inzichten en inschattingen. Zodoende kunnen de resultaten ook leiden tot hogere verwachtingen t.a.v. (kansarme) leerlingen en een bijkomende informatiebron zijn voor de klassenraad. Het aantonen van leerwinst werkt in deze erg motiverend.

•

De SERV wenst transparantie over de toetsresultaten op individueel leerlingniveau voor leerlingen en ouders, zeker als deze een element zijn van de beslissing van de klassenraad over studievoortgang. De SERV wenst ook dat zoveel mogelijk leerlingen kunnen deelnemen aan de toetsen, het is immers het doel leerwinst te halen bij alle leerlingen.

Zonder uitstel verder werk maken van onderwijskwaliteit De Vlaamse toetsen, met focus op de eindtermen Nederlands en wiskunde, zijn uiteraard maar één (toekomstig) element van kwaliteitszorg in onderwijs. Dankzij de kennis uit de Vlaamse toetsen wil de Vlaamse Regering vermijden dat honderdduizenden leerlingen door het onderwijs stromen om pas nadien vast te stellen dat er zich een probleem stelde met de onderwijskwaliteit (MvT p. 8). De eerste afnames van de toetsen zijn voorzien in 2024 en 2027. De vaststelling is evenwel dat in 2021 slechts 34%, 30% en 26% van de leerlingen uit het 2de jaar van de 3de graad in het BSO de eindtermen haalde voor 6


respectievelijk functionele lees-, luister- en rekenvaardigheid (Peiling Project Algemene Vakken). Het recht van leerlingen op kwaliteitsvol onderwijs (MvT p. 9) maakt voor de SERV dat er niet vijf jaar kan worden gewacht met het gericht aanpakken van wat overduidelijk nu al een ‘knipperlicht’ (MvT p. 8) is.

De SERV is tenslotte tevreden dat het ontwerp van decreet een grondige opvolging en evaluatie van de Vlaamse toetsen voorziet (ten opzichte van andere toetsen en peilingen). De middelen en de inzet die ze vragen zijn slechts te verantwoorden als de Vlaamse toetsen, op vrij korte termijn, effectief bijdragen aan de taal- en wiskundige geletterdheid van alle leerlingen.

Hoogachtend Pieter Kerremans

Hans Maertens

administrateur-generaal

voorzitter

7


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20220926_VlaamseToetsen_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu