Skip to main content

Bijdrage_Regeerakkoord_2019_2024_hoofdstuk_3_energietransitie.pdf

Page 1

Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 BIJDRAGE VAN DE VLAAMSE ADMINISTRATIE AAN HET REGEERAKKOORD VAN DE VLAAMSE REGERING 2019-2024


Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 ENERGIETRANSITIE

ENERGIETRANSITIE Energie is niet weg te denken uit onze hedendaagse samenleving. Zonder continue energiestromen valt het dagelijkse leven bijna volledig stil. De uitdaging van deze en de volgende generaties is om ervoor te zorgen dat het totale energieverbruik fors vermindert en de resterende energiebehoefte duurzaam wordt ingevuld. De transformatie die daarvoor nodig is, vraagt grootschalige investeringen in onder andere energie-efficiëntie, milieuvriendelijke energieproductie, flexibiliteit en innovatie. Een goede samenwerking tussen alle betrokkenen en een actieve inzet van alle burgers, de bedrijven en de overheid is cruciaal.

Inleiding De wereldwijde klimaatuitdaging waarvoor we staan, vraagt in de komende regeerperiode een ambitieus beleid en concrete maatregelen. De energie-efficiëntie moet fors verbeteren en het aandeel milieuvriendelijke energiebronnen in de energiemix moet sterk toenemen. Fossiele energiebronnen moeten geleidelijk worden uitgefaseerd. De uitstoot van broeikasgassen moet worden teruggedrongen met minstens 80% tegen 2050, met de ambitie om te evolueren naar volledige klimaatneutraliteit. Om hogere aandelen hernieuwbare energie te kunnen integreren, moet ons energiesysteem flexibeler worden. Dat betekent dat de energievraag en het energieaanbod optimaal op elkaar worden afgestemd. Digitalisering maakt het mogelijk om de verschillende energiediensten en -technologieën digitaal aan te sturen en slim met elkaar te verbinden. Om onze energievoorziening efficiënter, milieuvriendelijker en flexibeler te maken, zijn grootschalige investeringen nodig. Het geld daarvoor moet komen van zowel publieke als private middelen. De overheid moet met haar beleid de juiste impulsen geven en een helder investeringskader creëren. Ze moet de totale kosten bewaken, zodat energie betaalbaar blijft voor gezinnen en onze bedrijven competitief blijven. De kosten moeten rechtvaardig worden verdeeld.

Verhoogde investeringen in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe of efficiëntere technologieën en opschaling zijn noodzakelijk om een kostenefficiënte energietransitie mogelijk te maken. Om deze transitie te doen slagen en ambitieuze beleidsdoelstellingen waar te maken, moeten alle belanghebbenden er nauw bij betrokken worden en constructief samenwerken. Zo vergroot het draagvlak, kunnen knelpunten worden weggewerkt en investeringen worden versneld. Het lokale beleidsniveau is een cruciale partner om gewestelijke doelstellingen, acties en maatregelen te vertalen naar de dagelijkse leefwereld van burgers. We willen lokale besturen maximaal ondersteunen in die rol.

Beleidsdoelstelling 1 — MAXIMALE ENERGIE-EFFICIËNTIE IN ALLE SECTOREN De industrie in Vlaanderen is goed voor circa 40% van het binnenlandse energieverbruik. In de komende jaren willen we de Vlaamse industrie ondersteunen om Europees en internationaal voorloper te worden op het vlak van de energieefficiëntie, koolstofarme productieprocessen en de omslag naar een circulair werkingsmodel, met maximaal hergebruik van hulpbronnen. Dat vraagt een geïntegreerde aanpak, met aandacht voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling. We versnellen de evolutie naar een performant en energiezuinig woningenpark. Energiezuinige nieuwbouw staat met de EPB-regelgeving al grotendeels op de sporen. Er moet nu in de eerste plaats werk worden gemaakt van de grondige renovatie van het bestaande woningenpark. Op dit moment voldoet maar 3% van de woningen aan de energetische langetermijndoelstelling. Woningen die te energieverslindend of kwalitatief ondermaats zijn om nog te renoveren, kunnen het best gesloopt worden en gevolgd worden door energiezuinige vernieuwbouw. Ook de renovatiegraad van niet-residentiële gebouwen zoals overheidsgebouwen of gebou2


Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 ENERGIETRANSITIE

wen met een kantoor- of handelsfunctie moet in de volgende regeerperiode sterk verhoogd worden, zodat ook hun energieprestaties verbeterd worden. De Vlaamse overheid geeft het goede voorbeeld door zelf versneld haar gebouwenpark energetisch te renoveren. Om de renovatiegraad van gebouwen te versnellen, zetten we in de volgende regeerperiode in op een evenwichtige mix van stimulansen en verplichtingen. We zorgen voor een aangepaste financiële ondersteuning en een begeleidingsaanbod dat rekening houdt met de noden van elke kandidaat-renoveerder. Een hogere renovatiegraad vraagt bovendien meer technisch gekwalificeerde vakmensen. Met de sector moet dus een tewerkstellingsplan worden uitgewerkt dat inspeelt op die toekomstige noden. Voor maatregelen om de derde grote energieverbruikssector, de vervoerssector, te vergroenen en te verduurzamen, verwijzen we naar het hoofdstuk Mobiliteit.

Beleidsvoorstel 1.1 — We hervormen de energiebeleidsovereenkomsten. Eind 2022 lopen de energiebeleidsovereenkomsten (EBO’s) af. Dat biedt de kans om die vrijwillige overeenkomsten in te bedden in een breder geheel, met aandacht voor onder andere broeikasgasemissies, hernieuwbare energieproductie, circulair materialengebruik en transport. Via de hervorming van de EBO’s geven we de transitie naar een koolstofarme industrie concreet gestalte.

Beleidsvoorstel 1.2 — We versterken het financieel ondersteuningsinstrumentarium voor ecologische investeringen door ondernemingen. We evalueren de huidige financiële ondersteuningsinstrumenten voor ondernemingen, namelijk de ecologiepremie en de strategische ecologiesteun. Na de evaluatie sturen we de regelgeving waar nodig bij voor meer gerichte en sterkere ondersteuning voor de industriële koolstofarme transi-

tie en ter ondersteuning van de volgende generatie EBO’s.

Beleidsvoorstel 1.3 — We stimuleren de kmo’s om meer energie te besparen. We moeten kleine en middelgrote bedrijven aanzetten tot energiebesparingen. Huidige hindernissen zijn economisch, praktisch en regelgevend van aard. Door de mini-EBO’s uit te breiden en het regelgevende kader aan te passen, kunnen we de verschillende doelgroepen beter bereiken en gepaster ondersteunen.

Beleidsvoorstel 1.4 — We werken een financiering op maat uit voor de woningrenovatie. Om het huidige renovatietempo te versnellen, moet voor iedereen een geschikt financieringsaanbod beschikbaar zijn in verhouding tot de financiële draagkracht. Vooral voor kwetsbare gezinnen moet het aanbod worden versterkt via de energieleningen. Voor het ruimere publiek gaan we met de commerciële banksector samenwerkingsverbanden aan.

Beleidsvoorstel 1.5 — We bouwen de woningpas verder uit als digitaal communicatiemiddel. We laten de woningpas uitgroeien tot een overkoepelend beheerd centraal instrument dat alle relevante informatie over de woning, de grond en de omgeving samenbrengt en voor de eigenaar en de door hem gemachtigden ontsluit. De woningpas helpt de woningeigenaar bij de duurzame en kwaliteitsvolle renovatie van zijn woning. Er wordt gewerkt aan automatische toegang tot de woningpas door andere groepen, zoals huurders. De woningpas vervult op termijn de rol van automatisch loket voor premie- of subsidieaanvragen.

3


Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 ENERGIETRANSITIE

Beleidsvoorstel 1.6 — We verbeteren de energieprestatie van niet-residentiële gebouwen. We verhogen de renovatiegraad van niet-residentiële gebouwen zoals kantoren, handelsruimten, overheidsgebouwen, scholen, verzorgingsinstellingen. De verhoging van de renovatiegraad ondersteunen we onder andere door energiemanagementsystemen te stimuleren, een verplicht minimaal energieprestatielabel of een verplicht renovatieadvies in te voeren.

Beleidsvoorstel 1.7 — We ondersteunen de keuze tussen renoveren en slopen via een gewestelijk en een individueel afwegingskader. Soms is het beter om een woning te slopen en een nieuwe, duurzame woning te bouwen in plaats van ze te renoveren. Dat is een complexe afweging. We werken een kader uit dat de woningeigenaar adviseert bij zijn keuze voor renovatie of vernieuwbouw. Daarnaast creëren we ook een maatschappelijk afwegingskader dat onder andere rekening houdt met de impact op de woningmarkt, het milieu en de ruimtelijke ordening.

Beleidsdoelstelling 2 — EEN MILIEUVRIENDELIJKE ENERGIEPRODUCTIE Als Vlaanderen de Europese energie- en klimaatdoelstellingen wil halen, moet het aandeel van hernieuwbare energie, dat wil zeggen van groene stroom en groene warmte, in de energiemix fors omhoog tegen 2030. Een deel van de oplossing daarvoor is een hogere hernieuwbare energieproductie, in combinatie met meer energieefficiëntie, een optimale sturing van de energievraag en het energieaanbod, meer energieopslag en een verhoging van de energie-uitwisseling met de buurlanden. Daarnaast willen we in een extra volume flexibele capaciteit voorzien. Daarvoor is een rol weggelegd voor kwalitatieve warmte-krachtkoppeling (WKK) en biogasinstallaties.

Warmte is een belangrijke component van de totale energievraag. We moeten de warmtevraag zowel op lage als op hoge temperatuur zo duurzaam mogelijk invullen. Dat doen we bij voorkeur met gedeelde verwarmingstechnologieën zoals warmtenetten of met individuele duurzame verwarmingstechnologieën zoals warmtepompen. Waar mogelijk benutten we het aanbod restwarmte en diepe geothermische warmte. We faseren fossiele brandstoffen voor verwarming van gebouwen vóór 2050 volledig uit. Rechtstreekse productie van laagwaardige warmte uit hoogwaardige brandstoffen is absoluut te ver mijden. Biomassa kan nog een rol spelen in de energieopwekking als er rekening wordt gehouden met een correcte prioritering in het gebruik, de lokale beschikbaarheid en de effecten op het leefmilieu. Een billijke verdeling tussen de inspanningen van de bedrijven en die van de gezinnen is noodzakelijk om het sociale aspect van deze transitie te bewaken. Kwetsbare gezinnen in het algemeen en sociale woningen in het bijzonder moeten een prioritaire doelgroep zijn voor de plaatsing van zonnepanelen. Tot slot zullen de komende jaren ook het personenvervoer, het vrachtvervoer en de binnenvaart moeten vergroenen. De kloof met de doelstellingen voor Clean Power for Transport is nog bijzonder groot, zeker wat de doorbraak van zero-emissievoertuigen betreft. We zullen daarom het huidige beleid moeten versterken. Maatregelen voor de vergroening van specifieke voertuigvloten, en meer specifiek het batterij-elektrisch vervoer, staan in het hoofdstuk Mobiliteit.

Beleidsvoorstel 2.1 — We garanderen een stabiel ondersteuningskader voor een milieuvriendelijke energieproductie. Om de groei van hernieuwbare energie verder te stimuleren, garanderen we de rendabiliteit in investeringen in milieuvriendelijke energieproductie. We voorzien in een duidelijk investeringskader op lange termijn, waar burgers en bedrijven hun beslissingen op kunnen afstemmen. We stellen nieuwe actieprogramma’s voor wind, zon, groene 4


Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 ENERGIETRANSITIE

warmte en warmte-krachtkoppeling voor 2030 op, met aandacht voor de verschillende doelgroepen. We hervormen en vereenvoudigen het ondersteuningssysteem voor groene energie om meer eenvormigheid en transparantie te bieden aan investeerders.

Beleidsvoorstel 2.2 — We richten een Coördinatiecommissie wind op. Een centrale commissie van de Vlaamse overheid, met vertegenwoordigers uit de relevante beleidsdomeinen en met een mandaat van de Vlaamse Regering, coördineert het beleid voor de bouw van grote windenergieprojecten. Die commissie faciliteert de projecten via een snelle en efficiënte procedure en houdt daarbij rekening met randvoorwaarden voor onder andere ruimtelijk beleid, geluid en natuurbehoud.

Beleidsvoorstel 2.3 — We leggen een transitiepad naar een fossielvrij gebouwenpark vast en voeren dat pad ook uit. We faseren het gebruik van fossiele brandstoffen voor de verwarming van bestaande en nieuwe (woon)gebouwen volledig uit tegen 2050. We werken daarvoor een langetermijnstrategie uit met een duidelijke uitfaseringskalender en een maatregelenpakket. In de uitbouw van (collectieve) groene verwarmingstechnologieën hebben de lokale besturen een voortrekkersrol. We ondersteunen hen om lokale warmtezoneringsplannen op te stellen.

Beleidsdoelstelling 3 — EEN FLEXIBELER EN SLIMMER ENERGIESYSTEEM Om grotere aandelen hernieuwbare energie in het energiesysteem te kunnen integreren, moeten we ons energiesysteem digitaliseren, de capaciteit voor kortetermijn- en langetermijn-energieopslag uitbouwen, en een Vlaams regelgevend kader voor de flexibiliteit op het distributienet opmaken.

betrouwbaarder, duurzamer en meer verbonden te maken. Gedigitaliseerde energiesystemen zorgen voor veel meer data en kunnen identificeren wie energie nodig heeft. Zo kan de energie op het juiste moment, op de juiste plaats en tegen de laagste kosten geleverd worden. Digitalisering heeft het potentieel om grenzen tussen traditionele sectoren te doorbreken, de flexibiliteit te vergroten en de integratie van systemen mogelijk te maken. Een centrale rol in de digitalisering is weggelegd voor de digitale meter, die we verder willen invoeren en ondersteunen. Een tweede element is de opslagcapaciteit, die we verder uitbouwen. Batterijopslag is technisch ontwikkeld en is al bruikbaar voor het opvangen van kortetermijnschommelingen op het net, maar de huidige beschikbare opslagcapaciteit is onvoldoende om langdurige periodes van laag energieaanbod, bijvoorbeeld periodes met weinig zon en zonder wind, te overbruggen. Om die langere periodes te overbruggen, biedt de opslag van energie in de vorm van waterstof of andere synthetische brandstoffen een alternatief. Ook de warmteopslag moet nog verbeteren om op grotere schaal warmte te kunnen opslaan. Niet alleen door opslag maar ook door vraagsturing kan het energiesysteem flexibeler worden. Daarbij stemt de afnemer op vrijwillige basis zijn netto-energieafname af op de realtimebehoeften van het energiesysteem. Op dit moment ligt het grootste potentieel voor vraagsturing bij grote verbruikers en grote producenten. Kleine afnemers zoals gezinnen zullen ook kunnen deelnemen aan die markt als digitale meters worden ingevoerd en slimme toestellen ingeburgerd raken. Er bestaan nog verschillende barrières die zowel regelgevend, technisch, economisch als sociaal van aard zijn. We werken die barrières weg, zodat het potentieel ten volle wordt benut. Tot slot zijn verdere investeringen in onderzoek en ontwikkeling nodig om technologieën voor kortetermijn- en langetermijnopslag en het gebruik ervan voor specifieke toepassingen in het distributienet te ontwikkelen.

De digitalisering van ons energiesysteem is nodig om ons energiesysteem intelligenter, efficiënter, 5


Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 ENERGIETRANSITIE

Beleidsvoorstel 3.1 — We digitaliseren het energiesysteem versneld door een slim gebruik van de digitale meter. Digitale meters zijn noodzakelijk om te evolueren naar een slimmer en flexibeler elektriciteitsnet. We willen de digitale meters algemener en versneld invoeren en het actieve gebruik ervan stimuleren. We maken gebruik van de data die beschikbaar komen om beter beleid te voeren. Daarbij hebben we ook voldoende aandacht voor beveiligings- en privacyrisico’s.

Beleidsvoorstel 3.2 — We bouwen de opslagcapaciteit voor kortetermijn- en seizoensopslag uit. Om de opslagcapaciteit uit te breiden, is een regelgevend kader voor energieopslag op het distributienet nodig. We ondersteunen investeringen in batterijopslag van elektrische energie, zowel voor individuele systemen als voor systemen op wijkniveau. Om kortetermijn- en langetermijnopslagtechnologieën verder te ontwikkelen, zetten we proefprojecten op voor power-to-x en starten we een pilootproject voor de productie van groene waterstof.

Beleidsvoorstel 3.3 — We creëren een Vlaams beleidskader voor flexibiliteit op het distributienet. Tijdens de volgende regeerperiode zal de invoering van digitale meters op volle snelheid komen. De nieuwe Europese regelgeving over de elektriciteitsmarkt zal dan ook omgezet moeten worden. Daarom is het de ideale periode om een Vlaams kader te scheppen voor de flexibiliteit op het distributienet. Daarmee ondersteunen we de ontwikkeling van intelligente markten die rekening houden met de plaats van productie en consumptie van energie en met de realtimesituatie van het distributienet.

Beleidsvoorstel 3.4 — We versterken het investeringsvertrouwen voor bestaande en nieuwe zonnepanelen. Vanaf juli 2019 zullen de digitale energiemeters ingevoerd worden. Voor bestaande prosumenten wordt het systeem van de terugdraaiende teller gedurende een periode van 15 jaar behouden. Voor nieuwe prosumenten komt er een alternatief compensatiesysteem. Daarnaast zal de huidige tariefmethodologie worden hervormd. Al die wijzigingen en het gebrek aan een definitief, voldoende aantrekkelijk beleidskader maken het investeringskader onzeker. Om het draagvlak voor de transitie te behouden, is het cruciaal dat we het rendement kunnen blijven garanderen.

Beleidsdoelstelling 4 — EEN STERK INNOVATIEBELEID TER ONDERSTEUNING VAN DE VLAAMSE ENERGIETRANSITIE Tal van deelcomponenten die nodig zijn om de energietransitie te verwezenlijken, zijn al ontwikkeld. Op veel terreinen ligt de focus op kleinere vernieuwingen of de verdere ontwikkeling van bestaande technologieën of processen. In bepaalde gevallen zijn ingrijpender en soms zelfs disruptieve innovaties noodzakelijk. De grote uitdaging bestaat erin om de verschillende innovaties slim te combineren en te integreren tot een performant geheel, met aandacht voor opschaling, efficiëntieverbeteringen en kostprijsverlagingen. De energie- en klimaatuitdaging waarvoor we staan, is een globale uitdaging die een sterke Europese en internationale aanpak vereist, zeker in het domein van onderzoek en innovatie. Alleen door een versterkte Europese en internationale samenwerking kunnen we versneld technologische doorbraken realiseren. We willen met het Vlaamse innovatiebeleid gericht inspelen op de uitdagingen van de energietransitie. We doen dat door bedrijven en kennisinstellingen te ondersteunen in hun kennisontwikkeling en door innovaties in veelbelovende technologieën verder te ontwikkelen, op te schalen en op de markt te brengen. 6


Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 ENERGIETRANSITIE

We stimuleren daarbij sectoroverschrijdende samenwerkingen om multidisciplinaire innovatieve producten en diensten te kunnen ontwikkelen. Met demonstratieprojecten, bijvoorbeeld in afgebakende, regelluwe zones, kunnen we meer kennis verwerven. Met die kennis kunnen we onderzoeken wat de mogelijkheden ervan op grotere schaal zijn. We willen het Vlaamse instrumentarium voor onderzoek en ontwikkeling goed afstemmen op de verschillende ondersteuningsinstrumenten van andere Vlaamse beleidsdomeinen. Naast technologische innovaties moet er ook voldoende aandacht zijn voor sociale innovaties, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe investeringsvormen, innovatieve businessmodellen en nieuwe samenwerkingsvormen, bijvoorbeeld energiegemeenschappen.

Beleidsvoorstel 4.1 — We bestendigen en versterken het onderzoeksinstrumentarium voor energie en klimaat. Het Vlaamse innovatiebeleid heeft al een portfolio aan instrumenten om de kennisontwikkeling en innovatie in toekomstgerichte sectoren zoals de energiesector, de gebouwensector en de ICT te ondersteunen. Die portfolio bevat ook instrumenten en initiatieven die de energietransitie gericht ondersteunen. Ook in de volgende regeerperiode willen we versterkt blijven inzetten op onderzoek en innovatie in het domein van energie en klimaat.

Beleidsdoelstelling 5 — EEN HOGERE EN EFFECTIEVERE FINANCIERING De omslag naar een duurzaam energiesysteem vraagt grootschalige investeringen, die zowel publiek als privaat gefinancierd moeten worden. Publieke investeringen in de vorm van directe investeringen, premies en kortingen kunnen als een hefboom werken om de private investeringen te versnellen. We willen de middelen daarvoor verhogen en de bestaande middelen ook effectiever aanwenden.

In de eerste plaats willen we de bestaande publieke middelen zo efficiënt mogelijk inzetten. We harmoniseren de verschillende toekenningscriteria voor premies, kortingen en subsidies voor energiebesparende renovatiewerken, energieefficiëntiemaatregelen bij bedrijven en investeringen in milieuvriendelijke energieproductie. In elk geval moeten we de toekenningscriteria voor subsidies die hetzelfde type investering of dezelfde doelgroep beogen, op elkaar afstemmen. De energietransitie vereist daarnaast een fundamentele verhoging van private en publieke investeringen. Om de bestaande publieke middelen te verhogen, overwegen we de periodieke uitgifte van groene obligaties volgens de internationale Green Bond-standaarden. We gebruiken de opgehaalde middelen voor investeringen in onder andere (sociale) energiezuinige woningbouw, grootschalige hernieuwbare energieproductie en milieuvriendelijk transport. Op Europees niveau zal een aanzienlijk deel van de Europese budgettaire middelen tijdens de beleidsperiode 20212027 gereserveerd worden voor de verwezenlijking van de Europese energie- en klimaatdoelstellingen. We proberen maximaal aanspraak te maken op die middelen, om de Vlaamse doelstellingen versneld te kunnen realiseren. Gezinnen met beperkte financiële middelen vormen een prioritaire doelgroep. Een krachtig energiearmoedebeleid, dat aansluit bij het algemene armoedebeleid, moet een van de pijlers zijn in de volgende regeerperiode. We willen het bestaande energiearmoedebeleid aanvullen met bijkomende instrumenten, adequate ondersteuning en kwantitatieve doelstellingen. Een correcte aanrekening van alle externe kosten is essentieel. Met correcte prijzen kunnen we de juiste prikkels geven en de rendabiliteit van investeringen met een duurzaam karakter verhogen. De invoering van een koolstofheffing is daarbij een cruciaal beleidsinstrument, dat ook aansluit bij (internationale) aanbevelingen om een taxshift te verwezenlijken.

7


Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 ENERGIETRANSITIE

Beleidsvoorstel 5.1 — We zetten innovatieve financieringsinstrumenten in. De investeringen in de energie- en klimaattransitie komen voor het grootste deel voor rekening van private actoren in de economie. Met innovatieve investeringsinstrumenten, zoals rollende fondsen, hefboomfondsen en gemengde financiering, maken we een veelvoud aan middelen beschikbaar voor energie- en klimaatinvesteringen.

Beleidsvoorstel 5.2 — We introduceren een koolstofheffing binnen de Vlaamse bevoegdheden. Met een heffing op koolstof belasten we fossiele brandstoffen zwaarder dan duurzame energiebronnen. Zo weerspiegelt de prijs de maatschappelijke kosten van fossiele brandstoffen. Door dat prijssignaal worden investeringen met een duurzaam karakter rendabeler. We werken een CO2taks op Belgisch of Vlaams niveau uit en voeren die nog deze regeerperiode in. De opbrengsten van een koolstofheffing kunnen voor diverse doeleinden worden aangewend.

Beleidsdoelstelling 6 — EEN GOEDE EN PERMANENTE SAMENWERKING Er is de voorbije jaren een opmerkelijke dynamiek gegroeid op lokaal niveau. Burgers, bedrijven, steden en gemeenten hebben tal van initiatieven opgestart en hebben duurzame investeringen uitgevoerd. Met de decentralisatie van het energiesysteem is het voor huishoudens en kleine bedrijven nu mogelijk om zelf actief te participeren op de energiemarkt door prosument (energieproducent) te worden. Via coöperaties kunnen burgers ook zelf investeren in hernieuwbare energieproductie en er de vruchten van plukken.

len. Burgers, kleine bedrijven en groeperingen van burgers zullen de kans krijgen om zelf elektriciteit op te wekken, op te slaan, te injecteren, te delen en te verkopen. We verminderen daartoe de administratieve lasten en werken eventuele juridische belemmeringen weg. We willen de lokale dynamieken verder stimuleren. We ondersteunen de lokale besturen in hun opdracht om de broeikasgasuitstoot en het energieverbruik op hun grondgebied te verminderen en de hernieuwbare energieproductie te verhogen. Het is het bestuursniveau dat het dichtst bij de burger staat. We doen dat door voor de nodige bijkomende middelen en beleidsinstrumenten te zorgen en door kennis en goede voorbeelden op het gebied van energie en klimaat te verspreiden. We zetten een goede coördinerende en ondersteunende structuur op. De energietransitie vraagt tot slot een permanente en constructieve samenwerking tussen alle bestuursniveaus en tussen de verschillende beleidsdomeinen op elk bestuursniveau. Er moet maximaal gebruik worden gemaakt van de directe raakvlakken en mogelijke synergieën met de transities Slim Wonen en Leven, Vlot en Veilig Mobiliteitssysteem, Circulaire Economie en Industrie 4.0.

Beleidsvoorstel 6.1 — We ondersteunen lokale besturen als motor van de energietransitie. Lokale besturen zijn het best geplaatst om de doelstellingen en acties van het gewest te vertalen naar de leefwereld van de burger. We willen gemeenten beter ondersteunen bij de uitwerking van het lokale energie- en klimaatbeleid. We doen dat onder andere door samenwerking en kennisuitwisseling te bevorderen.

Een collectieve benadering, bijvoorbeeld door een wijkgerichte aanpak, zal nog verder aan belang winnen. De oprichting en de werking van energiegemeenschappen, zoals het Europees Energiepakket die naar voren heeft geschoven, biedt kansen om nieuwe vormen van participatie te ontwikke8


Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 ENERGIETRANSITIE

Beleidsvoorstel 6.2 — We bouwen een faciliterend kader voor lokale energiegemeenschappen uit. We ondersteunen en faciliteren de actieve rol die burgers (met inbegrip van burgers uit de kwetsbare doelgroepen), lokale overheden en ondernemingen kunnen spelen in de transitie. Daarvoor werken we aan een regelgevend kader voor de uitbouw van lokale energiegemeenschappen.

Beleidsvoorstel 6.3 — We stellen een governancekader voor het energie- en klimaatbeleid op en bouwen dat ook uit. Vóór eind 2019 moet ons land zijn Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) definitief indienen bij de Europese Commissie. Om de doelstellingen en maatregelen uit het NEKP uit te voeren en cijfermatig te monitoren, werken we een governancekader uit, dat is afgestemd op de tweejaarlijkse Europese rapporteringscyclus. Daarvoor werken we een duidelijk en transparant kader uit, met duidelijke verantwoordelijkheden en afspraken voor planning, uitvoering, monitoring en beleidsevaluatie.

9


Havenlaan 88 bus 20 1000 Brussel departement.kb@vlaanderen.be www.vlaanderen.be

VU: Martin Ruebens, Departement Kanselarij en Bestuur, Havenlaan 88, bus 20, 1000 Brussel — Depotnummer: D/2019/3241/159

DEPARTEMENT KANSELARIJ EN BESTUUR


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook