1I
Pact 2020 Een nieuw toekomstpact voor Vlaanderen 20 doelstellingen
19 januari 2009
I2
Inhoud Een nieuw toekomstpact voor Vlaanderen
20 doelstellingen
Situering en krachtlijnen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 3
Meer welvaart en welzijn - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 14 1.
Een competitieve en duurzame economie - - - - - - - - - - 4 1.
Duurzame topregio- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 14
2. Solidaire open regio - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 14
Concurrentie- en innovatievermogen, ondernemerschap en internationalisering - - - - - - - - - 4
Een competitieve en duurzame economie - - - - - - - - - 14
2. Performant omgevingsbeleid - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5
3. Internationalisering - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 14
3. Duurzame economie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6
4. Innovatie- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 14 5. Ondernemerschap - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 14
Meer mensen aan de slag, in meer werkbare jobs en in gemiddeld langere loopbanen - - - - - - - - - - - - - - - 6
6. Logistiek en infrastructuur - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 14
4. Verhogen en valoriseren van het aanbod
8. Eco-efficiëntie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 15
7. Energie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 15
op de Vlaamse arbeidsmarkt - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6 5. Kwalificatie- en competentiebeleid - - - - - - - - - - - - - - 7 6. Gemiddeld langere loopbanen- - - - - - - - - - - - - - - - - - 9
Meer mensen aan de slag, in meer werkbare jobs en in gemiddeld langere loopbanen- - - - - - - - - - - - - - - 15 9. Werkzaamheid - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 15
Levenskwaliteit van hoog niveau - - - - - - - - - - - - - - - - 9
10. Werkbaarheid - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 16
7. Toekomstgerichte hulp- en zorgverlening - - - - - - - - - 9
11. Talent - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 16
8. Sociale inclusie en maatschappelijke participatie - - - - 9 9. Gezonde en aangename leefomgeving - - - - - - - - - - - 10
Levenskwaliteit van hoog niveau - - - - - - - - - - - - - - - - 17 12. Zorg - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 17
Een efficiënt en doeltreffend bestuur - - - - - - - - - - - - - 11
13. Armoede - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 17
10. Effectieve en efficiënte overheden - - - - - - - - - - - - - - 11
14. Milieu - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 17
11. Beter beleid en regelgeving - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 12
15. Natuur - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 18
12. Nutssectoren- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 12
16. Mobiliteit- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 18
13. Gezonde openbare financiën - - - - - - - - - - - - - - - - - - 12
17. Gezondheidsbevordering - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 18
14. Sociaal overleg en stakeholdersschap - - - - - - - - - - - 12
Een efficiënt en doeltreffend bestuur - - - - - - - - - - - - - 18 Concretisering, monitoring en evaluatie - - - - - - - - - - 13
18. Overheid - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 18 19. Maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 19 20. Begroting - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 19
Foto’s: BASF, Dirk Neyts, EU Library, Van de Velde, VDAB, Frank Toussaint, Denys, SERV
3I
Een nieuw toekomstpact voor Vlaanderen Situering en krachtlijnen
쐽 Een grote welvaartscreatie houdt in dat de Vlaamse
De Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners hebben
economie uitstekend presteert en toekomstgericht
het initiatief genomen om naast Vlaanderen in Actie een
wordt uitgebouwd, zodat ons concurrentievermogen
nieuw toekomstpact voor Vlaanderen af te sluiten met doel-
structureel verbetert en een werkgelegenheid met
stellingen en acties naar 2020: het Pact 2020. Het Pact 2020
volwaardige, kwalitatieve jobs blijvend wordt gegaran-
weerspiegelt de gezamenlijke langetermijnvisie, -strategie en
deerd. Welvaartscreatie vereist een hoge productivi-
-acties van de Vlaamse Regering en de sociale partners.
teit en een hoge werkzaamheidsgraad, ondanks de vergrijzende Vlaamse bevolking, en wordt onder-
Een langetermijnstrategie voor Vlaanderen is vandaag im-
steund door een groot innovatievermogen, een posi-
mers meer dan ooit noodzakelijk, gelet op de grote maat-
tieve ondernemerscultuur en een krachtig competen-
schappelijke uitdagingen waar we voor staan.
tiebeleid. De Vlaamse industrie en marktdiensten concentreren zich in 2020 op kennisintensieve goede-
In vergelijking met de brede buitenwereld is en blijft Vlaan-
ren en diensten met een hoge toegevoegde waarde.
deren een welvarende regio, maar Vlaanderen volgt niet het
De ondernemingen hebben hun inbedding in het inter-
groeiritme van de kopgroep van EU-landen die een sterke
nationale economische weefsel verder uitgebouwd en
economie combineren met een goed uitgebouwde verzor-
daarmee de slagkracht van de gehele Vlaamse econo-
gingsstaat en een gezonde leefomgeving. Er zijn indicaties
mie verhoogd. Een competitieve economie is immers
dat onze economische slagkracht achteruit gaat. Vlaande-
noodzakelijk om bestaande behoeften en toekomstige
ren is op belangrijke groeimarkten te weinig aanwezig.
uitdagingen aan te pakken, en de ontwikkeling van een
Vlaanderen scoort in de middenmoot van innoverende re-
zorgzame, open en duurzame samenleving mogelijk
gio’s en verliest internationaal marktaandeel. Er zijn grote
te maken.
onevenwichten tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.
쐽 Inclusie betekent dat barrières voor maatschappelijke
De bereikbaarheid, verkeersveiligheid, mobiliteit en ruimte-
participatie, zoals armoede, sociale ongelijkheid en
lijke kwaliteit blijven zorgwekkend. Er blijven belangrijke mi-
andere vormen van uitsluiting, bestreden worden. Wel-
lieuproblemen. De vraag naar zorg- en hulpverlening neemt
zijn en welvaart waaraan zoveel mogelijk mensen naar
sterk toe. Diverse vormen van armoede, sociale ongelijkheid
vermogen een bijdrage leveren en waarvan in beginsel
en uitsluiting zijn aanwezig. Verdelingsvraagstukken worden
iedere burger kan genieten, zijn belangrijk voor het
scherper door toenemende schaarste van diverse soorten
menselijk geluk en de creativiteit en dynamiek in het
kapitaal en grondstoffen: arbeidskrachten, kennis, geld,
economische, sociale en culturele leven. Daarom stre-
ruimte, materialen, energie, water…. Problemen verbonden
ven we tegen 2020 naar een inclusieve samenleving
aan grote maatschappelijke trends zoals globalisering, ver-
wat resulteert in een hoge mate van sociale bescher-
grijzing, en klimaatverandering worden groter en complexer.
ming, in gelijke kansen en een grote participatie in
Het functioneren van de overheid en van andere actoren in
het onderwijs en evenredige participatie op de arbeids-
de samenleving is aan vernieuwing toe.
markt, in een toegankelijk, sluitend en kwaliteitsvol aanbod inzake zorg- en dienstverlening, en in ruimte
De aard en omvang van de geschetste uitdagingen maken
dringend en doortastend handelen noodzakelijk. Met het
voor zelfontplooiing voor iedereen. 쐽 Duurzaamheid betekent dat onze economie en samen-
Pact 2020 willen de Vlaamse Regering en de Vlaamse socia-
leving zich ontwikkelen op een wijze die op langere
le partners een maatschappelijke dynamiek pro actie en
termijn stand houdt. Dit vergt een kritische kijk op wat
verandering stimuleren, zodat Vlaanderen tegen 2020 tot de allerbeste Europese regio’s op economisch, ecologisch, sociaal en maatschappelijk vlak behoort.
en hoe we vandaag produceren en consumeren, bouwen en wonen, ontspannen en verplaatsen. Tegen 2020 hebben we belangrijke stappen gezet naar een kringloopeconomie met een zo laag mogelijke grondstof-, ener-
De drie kernwoorden van het toekomstbeeld voor Vlaande-
gie-, materiaal- en ruimtegebruik en een zo beperkt
ren dat we voor ogen hebben zijn welvaartscreatie, inclusie
mogelijke impact op milieu en natuur in Vlaanderen en
en duurzaamheid:
de rest van de wereld.
I4
Een competitieve en duurzame economie Vlaanderen groeit tegen 2020 uit tot een toonaangevende, innovatiegedreven kenniseconomie met een sterk ondernemerschap en een sterke internationale oriëntatie die op
duurzame wijze tot welvaartscreatie in staat is. De Vlaamse industrie en marktdiensten concentreren zich op kennisin-
tensieve goederen en diensten met een hoge toegevoegde waarde. Ondanks onvermijdelijke aanpassingen aan de internationale economische dynamiek is het van belang dat we marktaandeel herwinnen. Het polyvalente karakter van het Vlaamse economische weefsel en de samenhang in de Vlaamse economische structuur worden behouden. De Vlaamse economie, kennis en werkgelegenheid worden sterk verankerd. De ondernemingen bouwen hun inbedding in het internationale economische weefsel verder uit – onder andere door samenwerking met of investeringen in buitenlandse ondernemingen – en verhogen daarmee de slagkracht van de gehele Vlaamse economie. Een performant omgevingsbeleid, met oog voor een zo laag mogelijk grondstof-, energie-, materiaal- en ruimtegebruik, ondersteunt dit ontwikkelingsproces
1. Concurrentie- en innovatievermogen, ondernemerschap en internationalisering Door een competitief investerings- en ondernemingsklimaat en door maximaal in te spelen op kansen ontstaan door globalisering, verbetert Vlaanderen zijn concurrentievermogen Om dit toekomstbeeld te realiseren is een strategie gericht
tegen 2020 structureel. De Vlaamse competitiviteit behoort
op structurele verandering noodzakelijk, waarbij alle maatschappelijk actoren een verantwoordelijkheid dragen. De strategie richt zich op vier prioritaire thema’s: 1. een competitieve en duurzame economie; 2. meer mensen aan de slag, in meer werkbare jobs en in gemiddeld langere loopbanen; 3. levenskwaliteit van hoog niveau; 4. een efficiënt bestuur.
tot de hoogste binnen de Europese Unie, en Vlaanderen blijft één van de meest aantrekkelijke regio’s voor internationale investeringen en intellectueel toptalent. Daartoe worden alle wezenlijke concurrentienadelen ten opzichte van omliggende landen en regio’s weggewerkt, en wordt geïnvesteerd in belangrijke hefbomen zoals talentontwikkeling, innovatie en internationalisering. Vlaanderen stimuleert ondernemerschap en de doorgroei
Binnen de tijdshorizon van het Pact 2020 zal de rol van de
van bestaande en nieuwe bedrijven, en bouwt drempels tot
diverse overheden in het Belgische staatsbestel wellicht aan diepgaande veranderingen onderhevig zijn. Een federale overheid, die beter in staat is om de vergrijzingskost op te vangen, en versterkte regionale bevoegdheden zullen zonder twijfel de realisatie van dit Pact ten goede komen. Wanneer er ingrijpende bevoegdheidsoverdrachten plaatsvinden, zullen we die zo optimaal mogelijk inschakelen ter implementatie van het Pact 2020.
ondernemerschap – zowel administratieve, financiële als culturele – af. Bijzondere aandacht gaat naar startende ondernemers en snelgroeiende ondernemingen (gazellen), zodat de kloof met de buurlanden en Europese gemiddelden snel kan gedicht worden. Vooral kleine en middelgrote ondernemingen worden aangezet tot meer samenwerking. We moedigen vrouwen, senioren en allochtonen extra aan om een ondernemerscarrière op te nemen of een bedrijf op
5I
te richten. Proactief en preventief bedrijfsbeleid verhoogt
het innovatiepotentieel van Vlaanderen. Speerpuntclus-
de continuïteit van het bedrijfsleven. Het onderwijs en de
ters, onder meer via competentiepolen, bieden innovatieve
media ondersteunen ten volle een cultuuromslag pro duur-
oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen als zorg,
zaam ondernemerschap. Jongeren krijgen tijdens hun stu-
duurzame energie, vergrijzing en mobiliteit. Ze vormen
dieloopbaan meer mogelijkheden om economische activitei-
een belangrijke troef voor de internationalisering van de
ten te leren ontplooien.
betrokken ondernemersactiviteiten, en voor het internationale imago van Vlaanderen als innovatieve vestigings-
Vlaanderen maakt werk van een netwerkgebaseerd, hori-
zontaal, en resultaatgericht innovatiebeleid. Een ambitieus investeringsprogramma voor de hele kennisketen wordt uitgewerkt, van onderwijs over onderzoek en ontwikkeling tot innovatie en ondernemerschap, om het innovatievermogen van de gehele economie wezenlijk te verbeteren. Vlaanderen wordt een draaischijf voor innovatiemedewerkers van internationale allure. Bijzondere aandacht gaat uit naar open innovatie en de koppeling van het bedrijfsleven met de kennis- en onderzoeksinfrastructuur in Vlaanderen, vooral voor de kleine en middelgrote ondernemingen. Innovatie en kennis worden ook binnen niet-technologische innovaties gevaloriseerd: dienstenactiviteiten, social profitsectoren, nieuwe distributieconcepten en arbeidsorganisatorische innovaties.
regio. De internationalisering van het Vlaamse bedrijfsleven, in
maatschappelijke uitdagingen gestimuleerd.
het bijzonder van kleine en middelgrote ondernemingen, wordt versterkt, zodat het marktaandeel van Vlaanderen in de buitenlandse handel herstelt en toeneemt. Dit komt ook tot uiting in de export naar nieuwe en snelgroeiende markten, in de internationalisering gerealiseerd door speerpuntclusters zoals logistiek en gezondheidszorg, en in meer buitenlandse investeringen en strategische allianties. We slagen erin Vlaanderen uit te spelen als een unieke en aantrekkelijke vestigingsregio voor ondernemers, innovatieve investeringen en internationale ondernemingsprojecten. De aanwezigheid van speerpuntclusters is een belangrijke troef die bijdraagt tot het versneld bereiken van de Barcelonanorm. Brussel – hoofdstad van Europa en Vlaanderen en vestigingsplaats van heel wat internationale instellingen en hoofdkantoren van ondernemingen – wordt als een sterk merk uitgespeeld.
De verruiming van het concept innovatie tot niet-technolo-
2. Performant omgevingsbeleid
Door innovatieve aanbestedingen in de markt te plaatsen worden duurzame oplossingen voor sociaaleconomische en
gische innovatie impliceert dat een adequaat steunbaar in-
Een vlotte en breed toegankelijke mobiliteit is tegen 2020
novatietraject wordt uitgestippeld. Steeds meer onderne-
gegarandeerd, en Vlaanderen benut zijn poorten optimaal.
mingen slagen erin het aandeel van innovatieve producten
Op het gebied van logistiek wordt onze strategische ligging
in de omzet te vergroten.
en technologische kennis omgezet in duurzame logistiek.
Maatschappelijke evoluties zoals vergrijzing nopen in het
Ook in andere sectoren waar Vlaanderen over sterke troeven
bijzonder tot versterkte aandacht voor het innovatiegebeu-
beschikt wordt een kennis- en marktpositie opgebouwd.
ren in de welzijns- en gezondheidssector, omdat deze aan maatschappelijk en sociaaleconomisch belang wint en in
De noodzakelijke investeringen in de uitbouw en het onder-
Vlaanderen de potentie heeft uit te groeien tot een speer-
houd van de fysieke infrastructuur (transport-, informatie-
puntcluster van wereldformaat. Netwerking en kruisbestui-
en nutsinfrastructuur) worden tijdig gepland en uitgevoerd,
ving tussen de overheid, de kennisinstellingen, de onder-
zodat die infrastructuur gewenste maatschappelijke en
nemingen in profit en social profit en de zorgvragers zijn
technologische ontwikkelingen ondersteunt. Via regulering
hiervoor primordiaal.
en marktordening wordt gezorgd voor de juiste prikkels om de infrastructuur optimaal te benutten. Via het bevorderen,
Bestaande en nieuwe speerpuntclusters van wereldklasse
bewaken en zo nodig afdwingen van een goede werking van
zoals in de ICT en gezondheidszorg, translationeel onder-
de goederen- en dienstenmarkten streven we naar lage prijzen en een transparant en gediversifieerd aanbod geleverd door efficiënte en innovatieve ondernemingen.
zoek, Smart Grids en logistiek, stimuleren ondernemingsinvesteringen met hoge toegevoegde waarde en verhogen
I6
We maken werk van duurzame, creatieve steden, zodat
Ondernemingen kunnen een belangrijke en strategische rol
steden in Vlaanderen en Brussel in creatieve economische
spelen in de bevordering van duurzame ontwikkeling en de
niches een voortrekkersrol vervullen. Stedelijke kernen
uitvoering van de hierop gerichte beleidsstrategieën. Maat-
worden aantrekkelijke woonkernen waar jongvolwassenen
schappelijk Verantwoord Ondernemen is de invulling van deze
en jonge gezinnen met kinderen samenleven met ouderen,
rol. Het betekent dat ondernemingen een strategie uittekenen
met een interessant cultureel, onderwijs-, verzorgings-,
die de drie dimensies maatschappij, milieu en economie
mobiliteits-, winkel- en arbeidsaanbod, evenals betaalbare
in hun geheel beschouwt en evenwichtig benadert. Stake-
woningen.
holdersoverleg en transparantie zijn hierbij kernwoorden.
Vlaanderen realiseert een sluitend, kwalitatief hoogstaand subregionaal aanbodbeleid van economische ruimte, zowel verweven als op bedrijventerreinen. Een actief verwevingsbeleid integreert brownfields die economisch nog inzetbaar zijn, en voorkomt veroudering van bedrijventerreinen. Er wordt ingezet op verweving en multifunctionaliteit, zowel in de stedelijke ruimte als op bedrijventerreinen. Een aangepast locatiebeleid stemt de locatie-eisen van de onderneming en de locatiekenmerken van de plek op elkaar af, ondermeer gebaseerd op een operationele segmentatie- en mobiliteitseffectrapportage.
Meer mensen aan de slag, in meer werkbare jobs en in gemiddeld langere loopbanen Ondernemingen vinden in 2020 voldoende en geschikte werknemers en meer en beter opgeleide mensen zijn aan de slag. Vraag en aanbod sluiten nauwer op elkaar aan. De werkzaamheid is voldoende hoog en levert een essentiële bijdrage tot de welvaartscreatie en de financiering van de sociale zekerheid. Dit vereist onder andere een loopbaanbeleid en een competentiebeleid. De werkbaarheid is in belangrijke mate gestegen en zorgt samen met een loopbaanbeleid en een kwalificatie- en competentiebeleid voor gemiddeld langere loopbanen.
3. Duurzame economie welvaart en welzijn een strategische meerwaarde. We ma-
4. Verhogen en valoriseren van het aanbod op de Vlaamse arbeidsmarkt
ken tegen 2020 werk van een kringloopeconomie met een
Het aanwezige potentieel van de Vlaamse arbeidsmarkt
Duurzame ontwikkeling heeft in de zoektocht naar meer
zo laag mogelijk grondstof-, energie-, materiaal- en ruimte-
wordt maximaal benut en verhoogd door (a) werkzoekenden
gebruik en een zo beperkt mogelijke impact op milieu en
nog meer te ondersteunen, te responsabiliseren en te stimu-
natuur, in Vlaanderen en de rest van de wereld.
leren in hun zoektocht naar werk; (b) de grote groep van niet-uitkeringsgerechtigde inactieven te stimuleren zich op
We zorgen in de energiesector voor een verdere diversificatie
de arbeidsmarkt te begeven, en (c) het aanwezige potentieel
van het energieaanbod en een structurele verhoging van de
bij ouderen, kortgeschoolden, allochtonen en personen met
productiecapaciteit met het oog op maximale bevoorradings-
een arbeidshandicap maximaal aan te spreken. Voor perso-
zekerheid, met een groeiend aandeel hernieuwbare energie in
nen die omwille van persoons- en/of maatschappijgebonden
het eindgebruik, en voor competitieve prijzen.
redenen, niet, niet meer of nog niet terecht kunnen in regu-
De barrières voor de opkomst van decentrale energiebron-
liere jobs, worden gepaste werkvormen voorzien.
nen worden weggewerkt. Er wordt geïnvesteerd in een versnelde modernisering van de distributienetten (kabels,
Om gevat te kunnen inspelen op veranderende noden van de
transformatoren, elektronica) en in een aangepaste infra-
economie en de maatschappij zorgt Vlaanderen voor meer vrijwillige interne en externe arbeidsmobiliteit. De noodzakelijke maatregelen worden gebundeld in een actieplan, gericht op het wegwerken van barrières, het positief motiveren en het gericht opleiden en begeleiden van werknemers.
structuur, om meer nationale en grensoverschrijdende transporten mogelijk te maken en meer decentrale elektriciteitsproductie met netkoppeling toe te laten. Daartoe wordt verzekerd dat de netbeheerders de juiste prikkels krijgen voor netwerkontwikkeling en -beheer. Vlaanderen stimuleert de introductie van slimme elektriciteitsmeters en de
Het faciliteren van de combinatie arbeid en privéleven
ontwikkeling van actieve en intelligente elektriciteitsnetten
verhoogt de werkzaamheidsgraad en gaat vervroegde
die vraag- en aanbodsturing mogelijk maken.
uitstroom van mannen en vrouwen tegen. Concreet wordt
7I
gezorgd voor meer en beter afgestemde kinderopvang.
wichtige benadering van humanitaire, sociale en economische
Daarnaast worden voldoende mogelijkheden gecreëerd om
aspecten. Vlaanderen sluit samenwerkingsakkoorden met het
voor andere zorgtaken en huishoudelijke taken op professio-
land van herkomst en vermijdt verstoringen van de arbeids-
nele diensten een beroep te kunnen doen. Voor mannen en
markt en het zorgsysteem in het land van herkomst.
vrouwen worden tevens voldoende mogelijkheden voorzien om zelf zorg voor kinderen en ouderen op te nemen.
5. Kwalificatie- en competentiebeleid Scholen, onderwijs- en vormingsinstellingen zijn tegen
Vlaanderen zorgt voor een diversiteitsbeleid dat een essen-
2020 krachtige leercentra, ingebed in hun sociale en econo-
tieel onderdeel is van het personeelsbeleid in elke Vlaamse
mische omgeving. Het zijn voorbeelden van inclusie en inte-
onderneming en organisatie. Daartoe ondersteunen, re-
grale talentontwikkeling die sterk inzetten op werkplekle-
sponsabiliseren en stimuleren we ondernemingen en organi-
ren. Scholen houden de vinger aan de pols wat betreft
saties. In het diversiteitsbeleid is er naast aandacht voor
maatschappelijke tendensen en blijven inzetten op onder-
vrouwen, ouderen en kortgeschoolden ook steeds voldoen-
wijsvernieuwing, zeker op vlak van competentiegericht on-
de oog voor personen van allochtone afkomst en personen
derwijs. De lerarenopleiding en het schoolmanagement zijn
met een arbeidshandicap.
zo georganiseerd dat ze kunnen omgaan met belangrijke wijzigingen zoals heterogene groepen leerlingen, inclusief on-
Interregionale mobiliteit alsook internationale mobiliteit is één van de sporen om kwalitatief en kwantitatief te voorzien in de vraag naar arbeidskrachten. In samenwerking met de andere regio’s in België en Europa voert Vlaanderen een op analyses gebaseerd beleid. Een doordacht en op noden gebaseerd arbeidsmigratiebeleid wordt gerealiseerd, met een globale, even-
derwijs, of veranderende technologieën en competenties. Door onder meer de promotie van een beter geïnformeerde studiekeuze, een differentiatie van de schoolloopbaan- en studiebegeleiding, en door een aanpassing van de onderwijsorganisatie om de verkokering tegen te gaan, daalt de ongekwalificeerde uitstroom op het niveau van het secun-
I8
daire onderwijs, en dat zowel bij jongens als meisjes. De
werknemer zich permanent persoonlijk ontwikkelt en ster-
schoolse vertraging en het watervaleffect dalen significant,
ker wapent voor deelname aan de arbeidsmarkt. Elke werk-
en zijn niet langer toe te schrijven aan de socio-economi-
nemer heeft hiervoor recht op een persoonlijk ontwikke-
sche achtergrond van leerlingen. Het aantal jongeren in
lingsplan en heeft de plicht tot permanente ontwikkeling. Dit kadert zo maximaal als mogelijk binnen het strategisch competentiebeleid dat op niveau van elke sector en/of onderneming wordt gevoerd, zonder voldoende breed maatschappelijk gedragen alsook intersectoraal inzetbare competenties uit het oog te verliezen.
Vlaanderen met minstens een diploma secundair onderwijs stijgt aanzienlijk boven het EU-gemiddelde.
Alternerend leren en werken wordt uitgebouwd als een volwaardige opleidingsvorm. Stages en werkplekleren maken structureel deel uit van flexibele leerwegen, ook in het secundair onderwijs. Het Hoger Beroepsonderwijs wordt verder uitgebouwd en is onder andere door zijn praktijk- en arbeidsmarktgerichtheid niet enkel aantrekkelijk voor jongeren maar ook voor werkzoekenden en werknemers die zich willen heroriĂŤnteren en/of bijscholen. Op niveau van het hoger onderwijs stijgt de deelname, in het bijzonder van kinderen van niet-hooggeschoolde ouders, tot het niveau van de best presterende landen in de EU.
De erkenning van verworven competenties wordt een effectief en krachtig arbeidsmarktinstrument. Ondermeer meer ervaringsbewijzen met slagkracht en een structurele en kostenefficiĂŤnte dienstverlening voor de ervaringsbewijzen dragen hiertoe bij. Competentieontwikkeling is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle maatschappelijke actoren, met rechten en plichten voor eenieder. Om een breed draagvlak te creĂŤren is
In de lijn van de Competentieagenda en onze ambitie om le-
de betrokkenheid en dialoog tussen de werknemer, de werk-
venslang leren beter te faciliteren zorgen we ervoor dat elke
gever, de overheid en de vakbond noodzakelijk.
9I
6. Gemiddeld langere loopbanen
7. Toekomstgerichte hulp- en zorgverlening
Om de beoogde werkzaamheidsgraad te realiseren dient
Vlaanderen voorziet een toegankelijk en betaalbaar kwali-
Vlaanderen te komen tot gemiddeld langere loopbanen.
teitsvol aanbod aan zorg- en hulpverlening, dat toereikend
Het is dan ook noodzakelijk om het loopbaandenken centraal
is in het licht van de wijzigende maatschappelijke behoeften
te stellen.
en sociaaldemografische ontwikkelingen. Bij de organisatie
We zorgen door gerichte informatie en toegankelijke bege-
van de hulp- en zorgverlening staan efficiëntie, effectiviteit
leiding er voor dat elke persoon op beroepsactieve leeftijd
en daardoor de kwaliteit vanuit het oogpunt van de gebrui-
bewust bezig is met zijn of haar loopbaanontwikkeling.
ker centraal. Er wordt maximaal ingezet op de introductie en
De loopbaanbegeleiding wordt verder ontwikkeld.
diffusie van innovaties in de hulp- en zorgverlening, steeds met voldoende aandacht voor de gebruiker. Verder wordt
De ondernemingen bouwen een loopbaan- en leeftijdsbe-
aan de basisvoorwaarden gewerkt om het volledige hulp- en
wust personeelsbeleid uit met aandacht voor competentieontwikkeling (o.a. via een sterkere uitbouw van werkplekleren), jobmobiliteit, jobaanpassingen, combinatie werk en privé, en de filosofie van landingsbanen.
zorgcontinuüm van preventieve tot (waar nodig) curatieve zorg via gerichte trajecten zo optimaal mogelijk te laten verlopen. De noden aan opvang, verzorging en begeleiding van de
De transitionele arbeidsmarkt krijgt verder vorm door het
verschillende doelgroepen worden op een gepaste wijze
aanbod van mogelijkheden om de loopbaan tijdelijk te onder-
proactief aangepakt. Bijzondere aandacht gaat naar de
breken, in functie van competentieontwikkeling of van speci-
noden van zowel kinderen, jongeren en ouderen. De levens-
fieke noden op het vlak van het privéleven (de ‘work life ba-
kwaliteit van ouderen wordt versterkt door thuiszorg sub-
lance’), dit om mensen gemiddeld langer aan het werk te
stantieel uit te bouwen, waardoor mensen zo lang mogelijk
houden. Vlotte herintredemogelijkheden na een tijdelijke
autonoom kunnen functioneren. Er wordt werk gemaakt
uitstap uit de arbeidsmarkt zorgen er voor dat deze perso-
van de uitbreiding en diversificatie van kinderopvang,
nen nadien hun loopbaan verder zetten.
met een sluitend aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief, als resultaat. Jongeren, in het bijzonder aan de rand van
Het creëren van meer werkbaar werk heeft een positieve
de samenleving, worden meer ondersteund om zich te inte-
invloed op de duur van de loopbanen. Daarom zorgen we
greren in de samenleving.
ervoor dat sociale innovatie ingeburgerd is in de sectoren en bedrijven. Sociale innovatie omvat concepten en toepas-
Vlaanderen voert een actief preventiebeleid op verschillen-
singen m. b. t. de processen inzake arbeidsorganisatie en
de beleidsdomeinen (gezondheid en welzijn, werk, milieu,
bedrijfsvoering. Doel is zowel de performantie als de kwali-
verkeersveiligheid…). Op basis van een verfijnd en perfor-
teit ervan duurzaam te verhogen. Deze concepten en toe-
mant monitoring- en screeningsysteem van de verschillende
passingen vloeien voort uit de visie en missie van de organi-
risico’s worden preventieve acties uitgewerkt. Die zijn ener-
satie en komen tot stand in overleg met (rechtstreeks)
zijds gericht op het sensibiliseren van de persoonlijke ver-
betrokkenen.
antwoordelijkheid en zijn anderzijds van collectieve aard waarbij relevante omgevingsfactoren (infrastructuur, in-
Levenskwaliteit van hoog niveau
spectie...) worden geoptimaliseerd. Ook op dit vlak moet
Welzijn en welvaart waaraan zoveel mogelijk mensen naar
Vlaanderen excelleren.
vermogen een bijdrage leveren en waarvan in beginsel iedere burger kan genieten, zijn belangrijk voor de creativiteit en dynamiek in het economische, sociale en culturele leven. Een leefbare omgeving vergt 1/ een toekomstgericht zorgsysteem, 2/ een duurzame solidariteit, en 3/ een kwaliteitsvolle leefomgeving. Dit betekent een samenleving waarbij de leden betrokken zijn en waarbij segregatie en uitsluiting in al zijn vormen worden teruggedrongen.
8. Sociale inclusie en maatschappelijke participatie We leven in 2020 in een solidaire, open en verdraagzame samenleving waarbij mensen betrokken zijn op elkaar, bij maatschappelijke organisaties en bij de samenleving als geheel, met een brede kijk op de wereld rondom ons. Vlaanderen is tegen 2020 substantieel meer aanwezig in en gericht
I 10
op de internationale gemeenschap. Deze toenemende inter-
bieden op integratie in de arbeidsmarkt moeten voldoende
nationale openheid uit zich in een groeiende ontwikkelings-
mogelijkheden krijgen om de noodzakelijke, intensieve om-
samenwerking en meer intense internationale contacten.
kadering te realiseren. Aangepaste trajecten en ondersteu-
Vlaanderen betoont op substantiële wijze zijn solidariteit
ning worden uitgewerkt waarbij rekening wordt gehouden
met bevolkingen ver of nabij.
met mogelijke inactiviteitsvallen (sociale uitkeringen, kinderopvang, mobiliteit…). Indien de integratie in de arbeidsmarkt
Vlaanderen benut maximaal zijn mogelijkheden om bij te
uiteindelijk niet lukt, worden deze personen blijvend onder-
dragen tot een hecht netwerk van sociale bescherming.
steund vanuit zorg en welzijn via specifieke werkvormen.
Vlaanderen voert een ambitieus beleid gericht op het voor-
Vlaanderen ondersteunt en versterkt de actieve participatie
komen en remediëren van armoede dat alle aspecten van
aan het verenigingsleven in zijn brede betekenis alsook aan het vrijwilligerswerk. Zowel verenigingen worden ondersteund om op actieve wijze kansengroepen te betrekken in hun werking, als de kansengroepen om tot participatie te komen.
uitsluiting en achterstelling aanpakt. Er komt een meer geïntegreerde aanpak van het armoedebeleid in de verschillende beleidsdomeinen en een doeltreffende horizontale afstemming. In 2020 scoort Vlaanderen op het vlak van armoedebestrijding als beste van de EU-27.
9. Gezonde en aangename leefomgeving Vlaanderen werkt zowel voor personen in armoede als voor personen met een arbeidshandicap een preventief beleid uit, met specifieke focus op het ontwikkelen van aangepaste trajectvormen van onderwijs/opleiding naar inschakeling in de arbeidsmarkt. Voorzieningen die deze doelgroepen kansen
Vlaanderen zet grote stappen in de transitie naar een duurzaam energiesysteem, een duurzaam materialenbeheer en een duurzame mobiliteit. Het milieubeleid, in samenwerking met andere beleidsdomeinen, focust op belangrijke uitdagingen en risico’s. Modulair bouwen en aangepaste woon-
11 I
vormen specifiek voor vergrijzing worden zowel in steden als op het platteland gestimuleerd. We maken werk van energiezuinige woningen en gebouwen, met de actieve betrokkenheid van de sector en via een graduele overgang in de tijd van stimulering naar verplichting. We zorgen voor een voortgezette modernisering van de gebouweninfrastructuur in het onderwijs en van publieke gebouwen. In 2020 beschikt Vlaanderen over een modern gebouwen-
park. Wonen en woningen worden benaderd vanuit de levenscyclus van potentiële bewoners en worden vanuit een meervoudig perspectief bekeken: architectuur, inplanting, oriëntatie, ruimtegebruik, energieprestaties, milieu-impact, mobiliteit, duurzaamheid, gezondheid, welzijn, veiligheid, comfort… Stedelijke kernen zijn aantrekkelijke woonkernen en een afspiegeling van de maatschappelijke diversiteit. Vlaanderen neemt de nodige maatregelen om een vlotte, veilige en breed toegankelijke mobiliteit te garanderen. Voor het personenvervoer wordt het aanbod, de betaalbaarheid, de betrouwbaarheid, en de kwaliteit van het openbaar vervoer vanuit gebruikersoogpunt geoptimaliseerd. In het bijzonder in de Vlaamse steden wordt in 2020 een multimodale, duurzame bereikbaarheid gegarandeerd. De overheid voert voor de activiteitenzones een gericht locatiebeleid voor het woon-werkverkeer. Dit houdt in dat bij de ontwikkeling van nieuwe (grootschalige) bedrijventerreinen of kantorenzones de bereikbaarheid via duurzame
gen, migratie en klimaatverandering vergen bovendien een
verplaatsingswijzen op voorhand wordt voorzien. Verder
groot aanpassing- en reactievermogen van de samenleving.
biedt men via gezamenlijke initiatieven (zoals bedrijfsver-
Daarom willen we tegen 2020 de werking van de overheden
voerplannen, telewerk…) alternatieven voor de wagen als
continu verbeteren en het leer- en aanpassingsvermogen
woon-werktransportmiddel aan.
van de overheid en alle andere actoren stimuleren.
Voor het goederenvervoer wordt een goede multimodale
De actieve en gestructureerde betrokkenheid van het mid-
infrastructuur verder uitgebouwd, en worden prijsinstrumenten ingezet zodat mobiliteitssturing naar tijd en plaats mogelijk wordt. In en rond de grote steden wordt een modern en performant mobiliteitsmanagement ontwikkeld. Vlaanderen volgt hiermee de breed gedragen Europese benadering.
denveld op alle beleidsniveaus verstevigt het draagvlak en verhoogt de efficiëntie van het overheidsbeleid. Het middenveld en de doelgroepen nemen daartoe ook zelf verantwoordelijkheid op.
10. Effectieve en efficiënte overheden
Een efficiënt en doeltreffend bestuur
Vlaanderen ontwikkelt tegen 2020 een performant appa-
Efficiënte en effectieve overheden zijn van groot belang
raat op politiek en administratief niveau dat toegankelijke
voor de creatie en het behoud van welvaart en welzijn in
en kwaliteitsvolle diensten aanbiedt. De Vlaamse Overheid
Vlaanderen. Snelle, ingrijpende veranderingen door trends
verhoogt de efficiëntie en effectiviteit van haar optreden tot
als globalisering, liberalisering, demografische verschuivin-
het niveau van de best presterende landen en regio’s met
I 12
een vergelijkbaar welvaartsmodel, rekening houdend met
heid). Vlaanderen versterkt de positie van onafhankelijke
de eigenheid van onze staatsstructuur. Per regeerperiode
regulatoren (elektriciteit, gas, water, transport…) die toezien
worden in overleg met de belangrijkste stakeholders, op alle
op de marktwerking en de prijsvorming, de mededinging
betrokken niveaus, realistische doelstellingen opgesteld voor
bevorderen, de toegang tot netwerken en netwerkinfra-
de te bekomen efficiëntiewinsten en beleidsresultaten, die in
structuur reguleren en publieke belangen bewaken.
gedifferentieerde doelstellingen per beleidsdomein en beleidsniveau vertaald worden. De visievorming en samenhang
13. Gezonde openbare financiën
in strategieontwikkeling en strategische beleidsvoering (bin-
De Vlaamse Overheid blijft in het volgende decennium finan-
nen beleidsdomeinen en tussen beleidsvelden) worden ver-
cieel gezond, en voert een strikt begrotingsbeleid dat mee
sterkt, met het oog op langere termijnplanning, beleidscon-
de macro-economische stabiliteit garandeert, zodat doel-
sistentie, standvastigheid en een meer integraal beleid.
stellingen op economisch en maatschappelijk vlak ook op
De aandacht voor de uitvoering van beleid en de kwaliteit
langere termijn gevrijwaard blijven. De Vlaamse Regering
van publieke diensten wordt verhoogd. Waar nodig zorgen
hanteert in de jaren tot 2020 een groeipad op de begroting
we met behulp van nieuwe technologieën voor een betere
dat ook op langere termijn kan aangehouden worden, zonder
dienstverlening op maat van de klant. Het concept uniek
de schuldenvrije positie van de Vlaamse Overheid in het ge-
loket is hierbij essentieel. Het lokale beleidsniveau wordt
drang te brengen. De Vlaamse Overheid bewaakt billijkheid
meer geïntegreerd aangestuurd, met verduidelijking van
in de spreiding van inkomsten en uitgaven.
hun rol en takenpakket.
14. Sociaal overleg en stakeholdersschap 11. Beter beleid en regelgeving
De essentie van het gestructureerd sociaaleconomisch
Vlaanderen voert tegen 2020 een ambitieus programma uit
overleg tussen sociale partners is de continue dialoog. Het
voor betere regelgeving, dat bureaucratische belemmeringen, administratieve lasten en onnodig zware nalevingskosten van regelgeving vermijdt en wegneemt. We nemen maatregelen om de kwaliteit van nieuwe regelgeving en nieuwe beleidsbeslissingen substantieel te verhogen. We zorgen voor systematische evaluatie van het gevoerde beleid. Vlaanderen vergroot op proactieve en gemandateerde wijze zijn bijdrage aan de Europese beleidsvoorbereiding en besluitvorming, en bewaakt de omzetting ervan in intern recht. De transparantie en tijdige participatie van middenveld en doelgroepen aan de strategische planning en beleidsvoorbereiding wordt verzekerd, zodat het maatschappelijke draagvlak en de kwaliteit van het beleid worden versterkt. De informatie-, consultatie-, overleg-, communicatie- en verantwoordingspraktijk worden verbeterd, en nieuwe vormen van participatie en e-democratie worden ontwikkeld.
versterken van deze continue dialoog draagt bij tot afstem-
12. Nutssectoren In nutssectoren zorgt Vlaanderen via regulering en marktordening voor een optimale benutting van de infrastructuur, voor juiste prijzen, voor een kwaliteitsvolle dienstverlening en voor de realisatie van publieke belangen, in het bijzonder
ming en overeenstemming tussen sociale partners en tot een breed en noodzakelijk draagvlak voor een doeltreffend
sociaaleconomisch beleid. De Vlaamse Overheid biedt alle ruimte voor het sociaaleconomisch overleg, en de sociale partners investeren blijvend in hun onderlinge continue dialoog. Vanuit eenzelfde bekommernis voor een efficiënt sociaaleconomisch beleid wordt het gestructureerd overleg over het volledige sociaaleconomische spectrum tussen de Vlaamse sociale partners en de Vlaamse Overheid in VESOC verder uitgediept. De actieve en gestructureerde betrokkenheid van het mid-
denveld op alle beleidsniveaus verstevigt het draagvlak en verhoogt de efficiëntie van het overheidsbeleid. Het middenveld en de doelgroepen nemen daartoe ook zelf verantwoordelijkheid op. De mate waarin maatschappelijke uitdagingen tijdig worden opgepikt en afdoende worden aangepakt, wordt immers niet enkel bepaald door het functioneren van de overheid, maar in belangrijke mate ook door andere maatschappelijke actoren: middenveld, organisaties, bedrijven, burgers, media… .
van de universele dienstverlening en de openbare dienstverplichtingen (bescherming van de gebonden afnemers, leve-
Het leer- en aanpassingsvermogen van de overheid en van
ringszekerheid, milieubescherming, veiligheid en gezond-
alle andere maatschappelijke actoren wordt gestimuleerd,
13 I
om op alle domeinen een veranderingsgerichte, flexibele houding aan te nemen en open te staan voor veranderingen, nieuwe ideeën en nieuwe realiteiten.
Concretisering, monitoring en evaluatie De ondertekening van dit Pact 2020 door de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners op 20 januari 2009 is geen eindpunt, maar integendeel een startpunt en ijkpunt voor gezamenlijke en wederzijdse initiatieven. In vele gevallen is immers niet zozeer het einddoel op zich van belang, maar wel de richting en – vooral – de maatschappelijke interactie- en leerprocessen in gang gezet om dit Pact in uitvoering te brengen. De ondertekening gaat bijgevolg gepaard met een oproep van de Vlaamse Regering en sociale partners naar andere actoren in de samenleving (milieuorganisaties, kansengroepen, verenigingen van lokale besturen…) om samen de schouders te zetten onder dit toekomstproject. We willen een zo breed mogelijke waaier aan instanties en organisaties bij de concretisering en uitvoering betrekken. Concreet wordt dit Pact in de loop van 2009 omgezet in een operationeel plan, waarin acties verder worden uitgewerkt en vertaald in mijlpalen en indicatoren, en waarin de verantwoordelijken en betrokkenen worden opgelijst. Dit moet iedere regeerperiode resulteren in taakstellingen voor de verschillende beleidsdomeinen. Vervolgens zal de Vlaamse Regering voor iedere substantiële hervorming of beleidsinitiatief voorafgaandelijk een plan van aanpak opstellen met duidelijke stappen in het proces, inclusief het maatschappelijk overleg en de publieke consultatie. Over de uitvoering van die plannen wordt systematisch gerapporteerd aan het Vlaams Parlement. We zullen de globale uitvoering van dit Pact nauwgezet opvolgen via VESOC – het Vlaams Economisch en Sociaal Overlegcomité – en er jaarlijks publiek over rapporteren. Vlaamse Regering en sociale partners engageren zich tevens om het pact periodiek te evalueren en te actualiseren op basis van de realisaties en nieuwe trends en ontwikkelingen.
I 14
20 doelstellingen Meer welvaart en welzijn
BBP aan O&O. Het aandeel groeit verder na 2014. Dit uit zich in een verdubbeling (vanaf 2007) van de omzet uit nieuwe of
1. Duurzame topregio
verbeterde producten en diensten, een hogere vertegen-
Vlaanderen groeit uit tot een competitieve, polyvalente ken-
woordiging van de speerpuntdomeinen, zoals ICT en gezond-
niseconomie die op een duurzame manier welvaart creëert.
heidszorg, logistiek en slim elektriciteitsnetwerk en een
Het behoort in 2020 tot de top-5 van de kennisintensieve re-
hoger aandeel werkenden in kennisintensieve sectoren tot
gio’s op het vlak van geproduceerde en verdiende welvaart.
op een gelijk niveau als de Europese topregio’s. Ook het aan-
Het Vlaamse Gewest blijft in 2020 bij de top 5 van de kennis-
tal patentaanvragen stijgt jaar op jaar. Innovatie wordt meer
intensieve regio’s op het gebied van investeringen.
en beter verspreid over alle sectoren, bedrijfstypes en maatschappelijke geledingen, mede met het oog op het bevorde-
2. Solidaire open regio
ren van duurzame ontwikkeling. De overheidssteun voor
In 2020 is Vlaanderen een solidaire, open en verdraagzame
eco-innovatie staat tegen 2020 op het niveau van de top 5
samenleving waarin het sociaal kapitaal minstens op het ni-
van de Europese regio’s.
veau ligt van de top 5 van Europese landen. Dit blijkt uit een actieve participatie aan het verenigingsleven en vrijwilligers-
5. Ondernemerschap
werk. Alle inwoners van Vlaanderen kunnen worden bereikt
Tegen 2020 kent Vlaanderen een sterke ondernemerscul-
door een vereniging, een buurtwerking, een vrijwilligersorga-
tuur, stijgt het ondernemerschap en de waardering ervoor
nisatie of door samenlevingsopbouw. De Vlamingen hebben
alsook het aantal ondernemingen in het Vlaamse Gewest
intense sociale contacten, meer vertrouwen in de medemens
aanzienlijk zodat we even goed scoren als de top 5 van de
en de samenleving. Discriminatie is uitgebannen, de even-
Europese regio’s. Jonge starters worden aangemoedigd
redige arbeidsdeelname is verzekerd en de deelname van alle
zodat de oprichtingsratio stijgt. Het ondernemerschap bij
kansengroepen aan de andere domeinen van de maatschap-
vrouwen, allochtonen en ouderen neemt toe tot een niveau
pij is proportioneel tot hun aandeel in de bevolking.
dat evenredig is met hun aanwezigheid in de maatschappij. Er is meer doorgroei van bestaande ondernemingen.
Tegen 2020 is de huidige bijdrage van Vlaanderen inzake ont-
In Vlaanderen zullen er belangrijke planningsinspanningen
wikkelingssamenwerking verdubbeld. Samen met alle gede-
moeten gebeuren om de lange termijnvraag naar bedrij-
centraliseerde besturen bedraagt de bijdrage van Vlaanderen
venterreinen te kunnen invullen. De ruimte die hiervoor
minstens 7% van de officiële Belgische ontwikkelingshulp.
nodig is, zal wetenschappelijk bepaald worden in het kader van het RSV-2020. Een economisch activeringsbeleid en
Een competitieve en duurzame economie
de filosofie van de ijzeren voorraad dienen tegen 2020 het aantal effectief bruikbare bedrijventerreinen te verhogen
3. Internationalisering
tot minimaal 95% van het totaal aantal bestemde bedrij-
Vlaanderen herwint tegen 2020 zijn in de afgelopen tien jaar
venterreinen.
verloren aandeel in de wereldexportmarkt en exploreert in veel sterkere mate dan vandaag onbenut potentieel op het
In 2020 heeft Vlaanderen een performante landbouw die
vlak van internationalisatie (zowel in goederen als in dien-
de vergelijking kan doorstaan met de Europese landbouw-
sten). Het aantal buitenlandse directe investeringen in het
economische topregio’s. Tegen 2020 zal in Vlaanderen het
Vlaamse Gewest neemt toe, evenals het ermee gepaard
landbouwareaal uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen
gaande investeringsbedrag. Tegen 2020 neemt het aantal
juridisch verankerd zijn met het oog op rechtszekerheid
exporterende bedrijven toe, het aantal exporterende kmo’s
inzake exploitatie.
verdubbelt (tegenover 2007). Het aandeel van de totale Vlaamse uitvoer naar snelgroeiende markten groeit tot 10%.
6. Logistiek en infrastructuur De economische poorten zijn vlot bereikbaar via de verschil-
4. Innovatie
lende transportmodi (weg, spoor, water of lucht) en via de
Vanuit een oogpunt van economische en maatschappelijke
verschillende transportdragers (zowel privaat als openbaar
valorisatie besteedt Vlaanderen tegen 2014 3% van zijn
vervoer). Hiermee realiseren we minder dan 5% verliesuren
15 I
(op het totaal aantal gereden voertuiguren) op de hoofdwegen en beperken we de milieu-impact van het goederenen personenvervoer. Hiertoe worden missing links in het transportnetwerk (op de weg, water en het spoor) van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen weggewerkt. De vervoersstromen worden dynamisch beheerd teneinde de beschikbare infrastructuur optimaal te gebruiken. Om logistieke activiteiten maximaal te valoriseren, trekken we logistieke spelers aan die ten volle toegevoegde waarde en werkgelegenheid creëren.
7. Energie Vlaanderen heeft in 2020 substantiële vorderingen gemaakt met het oog op een stabiele toegang tot energie. Dit komt de bevoorradingszekerheid en de competitiviteit van de prijzen ten goede. Hiertoe worden enerzijds efficiëntiewinsten geboekt om de elektriciteitsvraag te beperken. Daardoor en in overeenstemming met de Europees aangegane verbintenissen, is tegen 2020 de energie-efficiëntie gestegen, en dienovereenkomstig het (relatieve) energiegebruik gedaald. Zodoende is de CO2-emissie tegen 2020 gedaald overeenkomstig de Europese aangegane verbintenissen. Anderzijds wordt de productiecapaciteit voor elektriciteit uitgebreid – o.a. door het betrekken van voldoende spelers –, waarbij het aandeel elektriciteit geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve WKK aanzienlijk stijgt, zoals in Vlaanderen vereist zal zijn in uitvoering van de Europese richtlijn hernieuwbare energie. Ook wordt het elektriciteitsnet in dat kader omgevormd tot een internationaal goed geïnterconnecteerd en slim net waarop decentrale productie-eenheden en nieuwe toepassingen kunnen worden gekoppeld.
8. Eco-efficiëntie
deren slaagt erin om het potentieel aan economische acti-
Een verdere ontkoppeling van economische groei en het
viteiten en werkgelegenheid dat uit deze beleidsopties
geheel van emissies en afvalproductie is gerealiseerd
voortvloeit, in het bijzonder ook in de hernieuwbare ener-
door een gestaag stijgende materiaal- en energie-effi-
giesector, zoveel mogelijk te realiseren.
ciëntie in de verschillende maatschappelijke sectoren. De plaatsing van dak- of zoldervloerisolatie, de vervanging van enkel glas en inefficiënte verwarmingsinstallaties
Meer mensen aan de slag, in meer werkbare jobs en in gemiddeld langere loopbanen
en innovaties in de sector zorgen er tegen 2020 onder andere voor dat het energiegebruik van het gebouwenpark
9. Werkzaamheid
aanzienlijk daalt. Tegen 2020 beantwoorden nieuwbouw-
(Def.: de werkzaamheidsgraad toont de mate waarin de bevolking aan het werk is. Deze graad geeft het aandeel
woningen aan de optimale energieprestatienorm. Vlaan-
I 16
10. Werkbaarheid (Def: de werkbaarheidsgraad is een samengesteld cijfer dat aangeeft welk percentage van de werknemers een job heeft die voldoende leermogelijkheden biedt, goed te combineren is met het privéleven en geen aanleiding geeft tot werkstress of motivatieproblemen). Zowel de werkbaarheid van werknemers als van zelfstandigen groeit jaarlijks gemiddeld met minstens 0,5 procentpunt. De werkbaarheidsgraad verhoogt voor werknemers daardoor tot minstens 60% in 2020, en komt voor zelfstandigen in 2020 zo dicht mogelijk bij 55%. Dit impliceert dat voor de afzonderlijke werkbaarheidsdimensies (psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en werk-privé-balans) hogere groeicijfers gescoord worden. Bijzondere aandacht gaat naar vrouwen, kansengroepen en bijzondere gezinssituaties. Hiertoe wordt in het algemeen gestreefd naar een betere afstemming tussen arbeid en gezin.
11. Talent In 2020 is Vlaanderen verder uitgegroeid tot een lerende samenleving. Zoveel mogelijk kinderen en volwassenen moeten het best mogelijke onderwijs en de best mogelijke vorming genieten. Het aantal kortgeschoolden is in 2020 op de arbeidsmarkt met de helft verminderd. Dit komt doordat 쐽 meer jongeren het secundair onderwijs afwerken 쐽 meer jongeren na hun secundair onderwijs verder stu-
deren zowel in het hoger beroepsonderwijs als in hoger onderwijs 쐽 meer mensen deelnemen aan levenslang en levens-
breed leren (stijging tot 15% van de bevolking op beroepsactieve leeftijd).
werkenden in de bevolking op beroepsleeftijd (van 15 tot en met 64 jaar weer).
Concreet halveren we het aantal schoolverlaters die het Secundair Onderwijs zonder voldoende startkwalifcaties verlaten, stijgt het aantal jongeren met een diploma hoger
De globale werkzaamheidsgraad stijgt tot minstens 70% in
onderwijs aanzienlijk ongeacht herkomst, werksituatie of
2020, dankzij een gemiddelde jaarlijkse groei van minstens
opleidingsniveau van hun ouders. Kinderen van niet hoog-
een 0,5 procentpunt. De werkzaamheidsgraad van vrouwen
geschoolde ouders bereiken een participatiegraad van ruim
blijft verder stijgen. Voor kansengroepen (allochtonen, per-
60% in het hoger onderwijs. Ook zullen meer bedrijven en
sonen met een arbeidshandicap en 50+) verdubbelt de ge-
sectoren een strategisch competentiebeleid voeren. Een
middelde jaarlijkse groei tot minstens 1 procentpunt. De
lerende samenleving erkent ten slotte competenties, waar
Europese doelstelling voor 55+ (werkzaamheidsgraad van
en hoe ze ook verworven zijn.
50%) komt daarmee in zicht.
17 I
Levenskwaliteit van hoog niveau
in 2020 in Vlaanderen elk gezin ongeacht de samenstelling, minstens een inkomen heeft dat de Europese armoederisi-
12. Zorg
codrempel bereikt.
In 2020 voorziet Vlaanderen in een toegankelijk en betaal-
In 2020 is er een duidelijk resultaat merkbaar van een inten-
baar kwaliteitsvol aanbod aan hulp- en zorgverlening, dat
sieve bestrijding van armoede en sociale uitsluiting op
toereikend is in het licht van de zich wijzigende maatschap-
meerdere gebieden. Het betreft resultaten van investerin-
pelijke behoeften en sociaaldemografische ontwikkelingen.
gen in sociale woningen, onderwijs en opleiding van kansen-
Bij de organisatie van het volledige hulp- en zorgcontinuüm
groepen, ziektepreventie bij kansengroepen, … Deze inspan-
staan efficiëntie, effectiviteit en daardoor de kwaliteit vanuit
ningen resulteren o.m. in een halvering van het aantal
het oogpunt van de gebruiker centraal.
kinderen dat geboren wordt in armoede, een beperking van
Eerstelijnszorg- en thuiszorg zijn versterkt. Het ontstaan
de laaggeletterheid tot 3% en op het vlak van huisvesting in
van groepspraktijken wordt gestimuleerd.
een substantiële verhoging van de woonkwaliteit in 2020
In de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg
door halvering t.a.v. 2006 van het aandeel van de bevolking
en de ouderenzorg is er voldoende aanbod gecreëerd. Voor
dat een woning betrekt met twee of meer structurele gebre-
minstens de helft van de kinderen tot 3 jaar worden formele
ken en/of een gebrek aan basiscomfort, o.a. door de creatie
en kwaliteitsvolle vormen van kinderopvang aangeboden.
van minstens 43.000 bijkomende sociale huurwoningen zoals bepaald in het decreet Grond- en pandenbeleid.
13. Armoede In 2020 ligt het aandeel inwoners dat leeft in armoede en
14. Milieu
geconfronteerd wordt met sociale uitsluiting laag in vergelij-
Voor water- en luchtkwaliteit, bodembescherming en ge-
king met de best presterende EU27-landen. Dit houdt in dat
luidshinder scoort Vlaanderen in 2020 even goed als Euro-
I 18
pese economische topregio’s. De gestage afname van de
voldoen aan de milieudoelstellingen die andere Europese
druk op milieu en natuur maakt dat het aantal gezonde le-
landen ook dienen te bereiken tegen 2020. Investeringen in
vensjaren dat verloren gaat als gevolg van milieuvervuiling,
verkeers- en vervoerssystemen worden beleidsmatig onder-
significant daalt. Het beleid focust binnen een Europese
steund door een sociaaleconomische evaluatie en een
context op de belangrijke uitdagingen en risico’s.
Vlaamse bereikbaarheidsmonitor. Tegen 2020 is Vlaanderen één van de beste Europese regio’s
Zo moeten de gekozen maatregelen leiden tot
op het gebied van verkeersveiligheid, zowel uitgedrukt in
1. een verdergaande verlaging van de broeikasgasemis-
functie van het aantal doden en zwaargewonde verkeers-
sies conform de voor Vlaanderen vastgestelde doelstel-
slachtoffers per miljoen afgelegde kilometers als per miljoen
lingen in het kader van de Europese klimaatwetgeving,
inwoners. Ten opzichte van de objectieven in het Vlaamse
2. een vermindering in 2020 van de gemiddelde jaarcon-
verkeersveiligheidsplan, te realiseren tegen 2015, wordt
centratie aan fijn stof (PM10) met 25% t.a.v. 2007,
een daling van 20% op de dodelijke slachtoffers en 25% op
waarbij alle Europese fijnstofnormen onverkort worden
de zwaargewonde slachtoffers gerealiseerd in 2020.
gerespecteerd. 3. een significante daling van de potentieel ernstig gehin-
Het aantal afgelegde km per persoon in het woon-werk-
derden door geluidsoverlast door verkeer met 15%
verkeer per auto wordt drastisch verlaagd. Onder meer
tegen 2020.
thuiswerk wordt daartoe gestimuleerd. Tegen 2020 zullen bovendien 40% van de woon-werkverplaatsingen gebeuren
De meeste Vlaamse waterlopen hebben een goede ecolo-
enerzijds door collectief vervoer, waaronder het openbaar
gische toestand bereikt zodat het effectief mogelijk is dat
vervoer en anderzijds te voet of per fiets.
ten laatste in 2021 voldaan is aan de kwaliteitsvereisten van de kaderrichtlijn water. Om de gevolgen van de klimaatswij-
17. Gezondheidsbevordering
ziging op vlak van o.a. waterhuishouding en biodiversiteit op
In 2020 scoort Vlaanderen op diverse aspecten van de le-
te vangen, is werk gemaakt van een heus adaptatiebeleid.
venskwaliteit bij de hoogste van Europa. Dit blijkt uit een hoog geluksgevoel bij de bevolking, een hoge globale tevre-
15. Natuur
denheid met de eigen leefsituatie, de levensstandaard en
Inzake biodiversiteit kan Vlaanderen in 2020 de vergelijking
langer leven in goede gezondheid. Hiertoe voert Vlaanderen
met de Europese economische topregio’s aan. Hiertoe heeft
een inclusief beleid, dat transversaal doorheen de verschil-
Vlaanderen voldoende habitat ingericht, herbestemd, ver-
lende beleidsdomeinen wordt uitgebouwd, in het bijzonder
beterd of afgebakend om 70% van de instandhoudingsdoel-
in de ouderenzorg, de gehandicaptenzorg, de geestelijke ge-
stellingen van de Europees te beschermen soorten en habi-
zondheidszorg en de bijzondere jeugdzorg. Mede door ziek-
tats te realiseren. Zowel de beboste oppervlakte als de
tepreventie daalt de vermijdbare sterfte tot 35% door de
kwaliteit ervan nemen aanzienlijk toe en minstens de helft
realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen o.a.
van de stedelijke of kleinstedelijke gebieden beschikt over
door een terugval van het aantal zelfdodingen.
een stadsbos of heeft er een opgestart. Natuurbehoud en landschapszorg zorgen voor bijkomende tewerkstelling.
Een efficiënt en doeltreffend bestuur
16. Mobiliteit
18. Overheid
In 2020 heeft Vlaanderen een verkeers- en vervoerssys-
Een efficiënte en kwaliteitsvolle overheid en regelgeving
teem dat tot de performantste van Europa behoort. Hiervoor
draagt op structurele wijze bij tot het welzijn en de welvaart
wordt co-modaliteit, ondersteund door een gericht locatie-
van de bevolking. De overheden, elk op hun niveau, realise-
beleid en door het STOP-principe (Stappen, Trappen, Open-
ren in 2020 substantiële efficiëntiewinsten vergelijkbaar
baar Vervoer en Privé-Vervoer) als hoeksteen van het
met de topregio’s die een vergelijkbaar overheidsaanbod
Vlaamse mobiliteitsbeleid toegepast, zodanig dat vanuit
realiseren wat hen toelaat de kwaliteit van dienstverlening
economisch, sociaal, ecologisch en logistiek oogpunt de
aan burgers en ondernemingen sterk te verbeteren.
meest optimale modus wordt ingezet. We zorgen dat we
De Vlaamse Overheid werkt op korte termijn een set van
19 I
outputgerichte indicatoren uit, die de kwaliteit en kwantiteit, de efficiëntie én de relatie tussen alle dimensies van het overheidsingrijpen kan opvolgen, evalueren en zo nodig in overleg met de betrokkenen kan bijsturen.
19. Maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid Alle maatschappelijke actoren worden meer actief bij het beleid betrokken. Dit bevordert het gemeenschappelijk verantwoordelijkheidsbesef en de gemeenschappelijke actieve oplossingsgerichtheid van de overheid en het middenveld voor belangrijke maatschappelijke uitdagingen, zoals duurzame ontwikkeling. Meer organisaties en ondernemingen nemen maatschappelijke verantwoordelijkheid op en MVO is algemeen verspreid. Organisaties en ondernemingen worden daarbij ondersteund door de sociale partners en door de overheid. Het Vlaams sociaaleconomische overleg – zowel tussen de sociale partners onderling als met de overheid – over het volledige sociaaleconomische spectrum ondersteunt in 2020 in sterkere mate het maatschappelijk draagvlak en verhoogt de efficiëntie van het overheidsbeleid. Ook het overleg tussen de Verenigde Verenigingen en de overheid in het kader van hun charter draagt daartoe bij.
20. Begroting De Vlaamse Overheid blijft volgend decennium financieel gezond. Het uitgangspunt is de eind 2008 verworven schuldenvrije positie te behouden. De begrotingsdoelstellingen worden gewaarborgd door een eigen Vlaams stabiliteitsprogramma dat binnen het kader van een meerjarenbegroting de jaarlijkse begrotingsdoelstellingen vastlegt in functie van de conjunctuur en de verwachte toekomstige uitdagingen. De Vlaamse Overheid zet in de komende jaren substantiële stappen om te komen tot een meer prestatiegerichte begroting.
I 20