Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/394
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be
Dossiernummer: OVB/2021/394
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Bij mailbericht van 9 september 2021 diende xxx een verzoek in bij het kabinet van Vlaams ministerpresident Jan Jambon, waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen “van alle uitwisselingen (en hun
bijlagen) tussen het kabinet (sinds het begin) en Total België over alles wat betreft het klimaat en de beperkende maatregelen die genomen zijn door de Vlaamse regering om te strijden tegen de klimaatverandering (CO2 emissies, luchtvervuiling, brandstoffen, voertuigen, subsidies).” Bij het uitblijven van een beslissing werd op 18 oktober 2021 door xxx beroep ingesteld. Dit beroep werd geregistreerd op 18 oktober 2021. Het kabinet van Vlaams minister-president Jambon heeft, na een verzoek tot specificering d.d. 19 oktober 2021, het verzoek tot openbaarmaking bij mailbericht d.d. 26 oktober 2021 geweigerd. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek dateert van 9 september 2021. Op het moment van het indienen van het beroep – 18 oktober 2021 - was de decretale beslissingstermijn verstreken. Conform artikel II.48, §1 Bestuursdecreet heeft de termijn om een beroep in te dienen bijgevolg geen aanvang genomen.
www.vlaanderen.be
Het beroepschrift d.d. 18 oktober 2021 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd.
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Bij afwezigheid van een antwoord zag verzoekster zich genoodzaakt beroep in te dienen. Zij gaf ook aan dat zij geen verzoek om haar vraag verder toe te lichten, had ontvangen.
2. Toelichting door het kabinet van Vlaams minister-president Jambon Bij mailbericht d.d. 18 oktober 2021 werd het kabinet van minister-president Jambon door de beroepsinstantie gecontacteerd om meer toelichting te verkrijgen. Bij mail van 19 oktober 2021 antwoordde het kabinet: “(…) Ingevolge een personeelswissel bleef de vraag helaas onbeantwoord. Hiervoor bieden wij
onze oprechte excuses aan. De vraag zelf betreft immers een ‘standaardvraag’ waarvoor het kabinet al meermaals gecontacteerd werd en waarop onderstaande reactie zou zijn gegeven: ‘Gelieve hierbij ons antwoord te vinden op onderstaande vraag d.d. 9 september 2021. Op basis van de brede formulering betreffende de onderwerpen kunnen we niet nagaan welke bestuursdocumenten u in concreto wenst in te zien, en kunnen we niet nagaan of deze openbaarmaking mogelijk is o.a. gelet op artikels II.34, II.35 en/of II.36 van het Bestuursdecreet. In navolging van uw vraag wil ik u, gelet op artikel II.42 van het Bestuursdecreet, dan ook vragen om uw aanvraag te specificeren. Tegen deze beslissing kan u beroep instellen bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90 van het Bestuursdecreet, binnen een termijn van dertig kalenderdagen (artikel II.48, §1 van het Bestuursdecreet).’ (…) Het betreft geen weigering, maar een niet-beantwoorde mail.” Er werd ook aangekondigd dat de vraagsteller zou worden gecontacteerd.
Bij mail d.d. 19 oktober 2021 heeft het kabinet van minister-president Jambon alsnog aan beroeper gevraagd om de vraag te specificeren omwille van het feit dat, op basis van de brede formulering betreffende de onderwerpen, het kabinet niet kan nagaan welke bestuursdocumenten de beroeper in concreto wenst in te zien en of deze openbaarmaking mogelijk is o.a. gelet op artikels II.34, II.35 en/of II.36 van het Bestuursdecreet. Bij mail d.d. 25 oktober 2021 heeft de beroeper als volgt geantwoord: “Ik zou graag over
alle uitwisselingen beschikken tussen het kabinet van Meneer Jambon en Total België, m.b.t. luchtvervuiling, de verbrandingsmotor, diesel, benzine en alternatieve brandstoffen en subsidies voor de olie-industrie. Ik hoop dat ik hiermee mijn vraag genoeg heb verduidelijkt.”
Bij mail d.d. 26 oktober 2021 – waarvan de beroepsinstantie kennis heeft genomen - werd het verzoek tot openbaarmaking door het kabinet alsnog geweigerd op grond van artikel II.33 Bestuursdecreet: “Aangezien
uw vraag te vaag geformuleerd blijft, ook na verzoek tot herformulering, wordt uw aanvraag op grond van artikel II.33 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 afgewezen”.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/394
pagina 2 van 5
Bij mailbericht van 29 oktober 2021 heeft de beroepsinstantie aan het kabinet bijkomende toelichting gevraagd omtrent de inmiddels tussengekomen weigeringsbeslissing van 26 oktober 2021. Bij mailbericht van 29 oktober 2021 ontving de beroepsinstantie volgende duiding: “wij dienen helaas vast
te stellen dat de verdere specificering onvoldoende blijft zowel wat betreft 1) de thematiek als de 2) vooropgestelde tijdsperiode waarvan de vraagsteller informatie wenst te bekomen.
Wij behouden dan ook ons standpunt dat deze vraag tot informatie disproportioneel is. Dit ligt ook in lijn met ons eerdere standpunt en reacties op gelijkaardige vragen. We verwijzen hier graag naar de argumentatie die we daartoe hebben opgebouwd in het verleden en de uitspraak van de Beroepsinstantie in aanverwante zaken (zoals dossiernummer: OVB/2020/259). In essentie verandert er verder de facto niet zo veel tot niks: de tijdsperiode blijft uitermate breed (2 jaar!), net zoals de geciteerde onderwerpen (6 brede thema’s!). Het is voor ons onmogelijk adequaat in te schatten naar welke documenten de vraagsteller concreet op zoek is. De onderwerpen zijn in die mate generiek geformuleerd dat een doelgericht onderzoek onmogelijk. (vb.: “subsidies”, “diesel”). U begrijpt dat een kabinet van +30 werknemers niet kan nagaan welke dossiers onder te brengen vallen onder de vraag van verzoeker. Dit zou een zeer grote belasting vormen op het kabinet (meerdere dagen/weken?) om dit na te gaan, in het bijzonder omdat dit ook moet geverifieerd worden met afzenders en dient nagekeken te worden welke uitzonderingsgronden in het kader van artikel II.36 van toepassing zouden zijn (vertrouwelijke, commerciële informatie, etc.). Wij zijn dan ook van oordeel dat die werklast niet redelijk is.” 3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat het kabinet, wat de tijdsperiode van 2 oktober 2019 tot en met 9 september 2021 betreft – hetgeen het voorwerp van het verzoek was - , beroep doet op de uitzonderingsgrond vermeld in artikel II.33, 1° Bestuursdecreet. Volgens artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet kan een overheidsinstantie een openbaarheidsverzoek afwijzen wanneer de aanvraag kennelijk onredelijk blijft of op een te algemene wijze geformuleerd blijft, na een verzoek van de betrokken instantie tot herformulering van de eerste aanvraag als vermeld in artikel II.42. Artikel II.42, eerste lid Bestuursdecreet bepaalt dat, als de aanvraag kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, de overheidsinstantie, zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen, de aanvrager verzoekt om zijn aanvraag te specificeren of te vervolledigen. De beroepsinstantie stelt vast dat in casu de vraag tot specificering laattijdig is, want geenszins binnen de decretaal bepaalde termijn van twintig kalenderdagen. Een dergelijke handelswijze is helemaal niet conform de geciteerde bepalingen uit het Bestuursdecreet. Bij mailbericht d.d. 19 oktober 2021 werd door het kabinet van minister-president Jambon een specificering gevraagd, en hierop werd door de beroeper gereageerd bij mailbericht d.d. 25 oktober 2021. De beroepsinstantie stelt vast dat beroeper in het voormeld mailbericht het verzoek, wat de onderwerpen betreft, heeft geherformuleerd in de zin dat de onderwerpen nader worden geduid: “m.b.t. luchtvervuiling, de verbrandingsmotor, diesel, benzine en alternatieve brandstoffen en subsidies voor de olie-industrie”. De beroepsinstantie is echter van mening dat ook de thans ‘beperkte’ onderwerpen generiek geformuleerd zijn én dat toch alle documenten moeten opgevraagd/verzameld én gescreend worden.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/394
pagina 3 van 5
Mede op grond van de ontvangen toelichting van het kabinet Jambon, kan de beroepsinstantie bijgevolg in casu wel inzien dat het voldoen aan het verzoek van de beroeper, gelet op de omvang ervan en de nodige tijdsbesteding hieraan, een significante impact heeft. Er kan voor de beroepsinstantie dan ook geen twijfel over bestaan dat het in casu zeer zeker een enorm intensief en tijdrovend werk zou zijn om - gezien de scope van het verzoek: de generiek geformuleerde onderwerpen die vernoemd worden in het geherformuleerde openbaarheidsverzoek en de tijdsperiode waarop het verzoek betrekking heeft - de wellicht grote hoeveelheid aan documenten te verzamelen door de talrijke kabinetsmedewerkers (naast de minister bestaat het kabinet uit +30 medewerkers) en dan nog eens te gaan screenen op de eventuele mogelijke toepassing van wettelijke en decretale uitzonderingsgronden. Een grondige en gedetailleerde screening van een grote hoeveelheid aan documenten is hier aan de orde. Gezien de diverse bevoegdheden en de daarmee gepaard gaande opdrachten en taken van (het kabinet van) Vlaams minister-president Jambon, is het ook duidelijk dat het kabinet over te weinig mankracht beschikt om het enorme werk voor deze screeningsopdracht uit te voeren. In casu wijst de beroepsinstantie dan ook op het kennelijk onredelijk karakter van dit onderdeel van dit openbaarheidsverzoek. Het voorwerp is dan ook dermate omvangrijk – zoals hierboven weergegeven - dat de aanvraag als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd, omdat het verzamelen en de screening van al die documenten met het oog op de eventuele mogelijke toepassing van wettelijke en decretale uitzonderingsgronden een enorm en overdreven tijdrovend werk zou inhouden voor de betrokken instantie. Artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoeker in principe geen belang hoeft aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen. Dit betekent evenwel niet dat er geen redelijk belang aanwezig moet zijn: het uitoefenen van een recht zonder enig aantoonbaar redelijk en voldoende belang kan als kennelijk onredelijk worden beschouwd. Het komt een overheidsinstantie of de beroepsinstantie in principe niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken. Dit kan echter geen vrijgeleide zijn om een dermate grote hoeveelheid documenten aan te vragen, waardoor een onredelijke werkoverlast ontstaat voor de instantie en waardoor de normale werking ervan in het gedrang komt. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van het bestuur. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. De beroepers hebben aldus het volste recht gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die ze zich ter harte hebben genomen, na te gaan. Zij zijn er echter niet van ontslagen om hun rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen. Het belang dat de beroepers bij de uitoefening van hun rechten hebben, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de diverse bestuursinstanties. De beroepsinstantie stelt vast dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek in casu evenwel een al te ruime omvang heeft. Het voorwerp is dermate omvangrijk en de toetsing van alle documenten aan de uitzonderingsgronden is zo tijdrovend, dat deze aanvraag dan ook als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd. Na billijke afweging van ieders belangen, komt de beroepsinstantie, gelet op wat hiervoor werd uiteengezet, dan ook tot de conclusie dat het openbaarheidsverzoek terecht moet worden afgewezen in toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet. Het voordeel van de informatie die beroeper bekomt weegt kennelijk
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/394
pagina 4 van 5
niet op tegen de last die het inwilligen van deze omvangrijke aanvraag inzake openbaarheid van bestuur zou veroorzaken voor de betrokken instantie (kabinet van minister-president Jambon). Om deze redenen wordt het beroep als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 18 oktober 2021 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege het kabinet van Vlaams minister-president Jan Jambon wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd.
Brussel, 4 november 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/394
pagina 5 van 5