Skip to main content

levenslang_leren_advies_Vlor.pdf

Page 1

ADVIES 24 februari 2022

Levenslang leren stimuleren door samenwerking Advies bij het actieplan levenslang leren ‘Koers zetten naar een lerend Vlaanderen’

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be

Wijs beleid door overleg


Advies op vraag van Hilde Crevits, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw op

24 december 2021 Uitgebracht door de Algemene Raad op 24 februari 2022 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep actieplan levenslang leren op 13 januari 2022, 19 januari

2022, 26 januari 2022 en 10 februari 2022 onder voorzitterschap van Veerle Hendrickx Inbreng van de Raad Hoger Onderwijs en Raad Levenslang en Levensbreed Leren op 11 januari 2022 Dossierbeheerders: Ewoud De Sadeleer en Tine Degrande


Inhoud 1

Situering .................................................................................................................................... 2

2

Algemene krachtlijnen .............................................................................................................. 2

3

4

2.1

Goede ambitie, nu tijd voor actie ...................................................................................... 2

2.2

Cruciale actielijnen ............................................................................................................ 2

2.3

De horizon ......................................................................................................................... 3

2.4

Afbakening levenslang leren ............................................................................................. 3

De vlaggenschepen ................................................................................................................... 4 3.1

‘Naar een kennisagenda levenslang leren’ ....................................................................... 4

3.2

‘Naar een gesegmenteerde mobiliseringsstrategie’ ......................................................... 5

3.3

‘Een meer persoonsvolgende inzet’ .................................................................................. 6

3.4

‘Op weg naar één Vlaams competentieprogramma’ ......................................................... 7

3.5

‘Begeleiding en ondersteuning bij levenslang leren: flankerend beleid’........................... 7

3.6

‘Begeleiding en ondersteuning van de aanbodverstrekkers’ ............................................ 8

3.7

‘Partnerschappen rond levenslang leren toekomstgericht versterken’ ............................ 8

Governance van het actieplan .................................................................................................. 9 Bronnen ...................................................................................................................................... 11

1

vlor.be


1 Situering In oktober 2020 richtte de Vlaamse Regering het Partnerschap Levenslang Leren op om een actieplan voor te bereiden om het levenslang leren in Vlaanderen te stimuleren. Dat actieplan werd op 17 december 2021 aan de Vlaamse Regering bezorgd. Het actieplan ‘Koers zetten naar een lerend Vlaanderen’ formuleert de ambities en acties om van Vlaanderen een lerende samenleving te maken. Daarnaast beschrijft het de werking van het Partnerschap en de manier waarop het actieplan zal moeten worden uitgevoerd. De doelstelling van het hele project is dat in 2030 jaarlijks 60% van de Vlaamse beroepsbevolking zou deelnemen aan ‘voortgezette opleiding’ (formeel en non-formeel leren). Dat is in lijn met de Europese ambities.

2 Algemene krachtlijnen 2.1 Goede ambitie, nu tijd voor actie De Vlor steunt de centrale doelstelling om de jaarlijkse deelname aan het levenslang leren te verhogen tot 60% en is verheugd dat er een actieplan voorligt om de doelstelling te behalen. De grondvesten van het actieplan zijn solide. Zo vertrekt het actieplan impliciet van het uitgangspunt dat het beter is om in te zetten op partnerschappen en complementariteit tussen bestaande initiatieven, in plaats van losstaande ideeën te lanceren. We onderschrijven ook de leidende principes en ambitieniveaus die gevat zijn in het kompas en de levenslang leren-matrix. Zo is er terecht aandacht voor kwaliteit en wordt de wil uitgedrukt om in te zetten op inclusief leren en het verlagen van drempels. Die voornemens worden echter niet altijd volledig uitgewerkt in het actieplan. We vragen het Partnerschap in zijn actieplan keuzes te maken om de focus en scherpte in de doelstellingen te behouden. Verdere visievorming blijft nodig, maar in dit actieplan willen we een prominentere plaats voor actie. Dat vertaalt zich in het eerste vlaggenschip bijvoorbeeld in een oproep naar het omzetten van inzichten uit onderzoek naar de praktijk.

2.2 Cruciale actielijnen Om van een Vlaams actieplan levenslang leren een succes te maken identificeert de Vlor vijf cruciale actielijnen. De eerste vier zijn onderbelicht in het actieplan, van de laatste willen we vooral het belang benadrukken. 1

2

Om de overkoepelende doelstelling (horizon van 60% deelname) van het actieplan te halen, zullen de leercultuur en de leergoesting een fundamentele shift moeten doormaken. Die leercultuur moet dan veel centraler komen te staan in het actieplan. Het initiële onderwijs (inclusief hoger onderwijs) speelt daarin ook een belangrijke rol. De Vlor benadrukt het belang van levensbreed leren naast het arbeidsmarktgerichte leren (die beiden onderdeel uitmaken van levenslang leren). Levensbreed leren heeft een belangrijke socialiserende functie, verhoogt het inclusieve karakter van levenslang leren en heeft ruimere positieve effecten zoals toegenomen zelfstandigheid. Bovendien verhoogt levensbreed leren ook de leergoesting. In het actieplan is het levensbreed leren onderbelicht, de Vlor vraagt hier nadrukkelijk aandacht voor.

2

vlor.be


3

4

5

We vragen om individuele drempels die cursisten ervaren voor participatie aan levenslang leren niet alleen te onderzoeken, maar in de eerste plaats weg te werken. Het onderzoek naar segmentering van de OESO (2022) kan daarin ondersteunend werken: het beleid moet niet alleen focussen op kwetsbare doelgroepen, maar kan een aangepaste aanpak voor alle groepen hanteren om de participatie te verhogen. Die globale aanpak verhindert niet dat we bijzondere aandacht blijven vragen voor het vermijden van mattheuseffecten en de toeleiding van specifieke doelgroepen. Er blijkt uit het actieplan nu onvoldoende expliciete verwachting naar de aanbieders, werkgevers, maatschappij en beleid om de participatie van specifieke doelgroepen mee waar te maken. Bovendien zijn er duidelijke drempels zoals de verwachting van zelfsturing (vlaggenschip drie), de digitale kloof (vlaggenschip vier en vijf) en de gebruikte taal (in het hele actieplan). Daarom zijn drempelverlagende maatregelen nodig, zoals een Vlaanderenbrede structurele inbedding van leerwinkels, het inzetten van leercoaches en een bredere loopbaanbegeleiding. De sleutel om vooruitgang te boeken ligt bij meer samenwerking en partnerschappen tussen alle betrokken actoren. Het doel van de partnerschappen moet zijn om de drempels voor de participanten weg te werken. Dat thema komt tot uitwerking in vlaggenschip zeven (zie verder). We benadrukken het belang en de urgentie om dergelijke samenwerking te stimuleren.

In tegenstelling tot bovenstaande actielijnen, acht de Vlor het uitwerken van één Vlaams strategisch competentieprogramma net weinig prioritair. Het is bijzonder arbeidsintensief, en uit ervaring weten we dat zo’n competentiematrix snel achterhaald is door de snelle ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Het brede gamma van aanbod voor levenslang leren kan niet helemaal gevat worden in zo’n competentieprogramma.

2.3 De horizon De Vlaamse Regering kijkt terecht lang vooruit om in 2030 tot een opleidingsdeelname van 60% te komen. Dat zou kunnen passen in een langetermijnvisie om Vlaanderen als kennisregio en innovatieregio te ontwikkelen. Een aanpak op lange termijn om die ambitieuze doelstelling te halen ontbreekt echter: het actieplan bevat enkel actiepunten waaraan in deze legislatuur gewerkt wordt. Ook de budgettaire implicaties zijn niet uitgetekend. Het lijkt ons moeilijk om een doelstelling in 2030 te halen met een actieplan dat maar loopt tot het einde van de legislatuur en waarvan de budgettaire implicaties niet gekend zijn. In die context past ook onze bezorgdheid over de tijdelijke impuls van de relancemiddelen uit bijvoorbeeld Edusprong en Voorsprongfonds. Om de successen uit die relanceplannen te bestendigen zijn structurele middelen nodig, die voorlopig niet voorzien zijn.

2.4 Afbakening levenslang leren Het is belangrijk om het begrip ‘levenslang leren’ helder en afgebakend te omschrijven. Het actieplan omschrijft het als: “Alle leeractiviteiten (formeel, non-formeel en informeel leren) die gedurende het hele leven van een volwassene worden ontplooid om kennis, vaardigheden en competenties vanuit een persoonlijk, burgerlijk, sociaal en/of werkgelegenheidsperspectief te verbeteren. De intentie of het doel om te leren is het kritieke punt dat deze activiteiten onderscheidt van nietleeractiviteiten (Europese Commissie, 2001). Onder levenslang leren verstaan we alle vormen

3

vlor.be


van leeractiviteiten die volwassenen na voltooiing van hun initiële opleiding ongeacht welk niveau (met inbegrip van het hoger onderwijs) volgen (Europese Commissie, 2006).” We ondersteunen volledig dat de term ‘levenslang leren’ niet enkel slaat op arbeidsmarktgerichte vorming, maar ook de persoonlijke vorming van het levensbreed leren omvat. In de feiten focust de rest van het actieplan echter steeds op arbeidsmarktgerichte vorming (zie vlaggenschip 4). In de definitie lijkt een tegenspraak te zitten tussen enerzijds ‘alle leeractiviteiten van een volwassene’ (+18) en anderzijds ‘leren na voltooiing van initiële opleiding (inclusief hoger onderwijs)’. Duidelijk is dat de opleidingsdeelname wordt gemeten door te kijken naar de formele en non-formele opleidingen van 25- tot 64-jarigen. Die deelname is een goede, internationaal vergelijkbare (EAK en AES)1 graadmeter voor een lerende samenleving. Belangrijk is wel om voor ogen te houden dat die indicator slechts een proxy is voor de participatie aan levenslang leren. De Vlor meent dat het actieplan ook moet inzetten op het leren van 65+; het zou goed zijn om ook die opleidingsdeelname te monitoren. Bovendien zijn naast de bovenvermelde indicator “opleidingsdeelname van 25- tot 64-jarigen” ook andere indicatoren noodzakelijk. We denken aan (1) de toegankelijkheid van het aanbod, bijvoorbeeld uitgedrukt in het aandeel van de kosten van levenslang leren dat door de werkgever wordt betaald ten opzichte van de totale arbeidskost, of de deelname van specifieke groepen zoals kansengroepen en (2) de effectiviteit van het aanbod, bijvoorbeeld uitgedrukt in intensiteit van deelname via het aantal uren vorming per maand (zie Cabus, 2019a). We merken tot slot op dat het actieplan bijzonder veel nieuwe begrippen introduceert zonder veel duiding. Bovendien lijkt de meerwaarde van een dergelijk begrippenkader beperkt. Het bemoeilijkt de leesbaarheid van het actieplan, vormt bijgevolg een drempel voor de stakeholders en ondermijnt het inclusieve karakter van het actieplan. De vele nieuwe begrippen kunnen beter geschrapt worden als er geen heldere meerwaarde blijkt, en zo niet vragen ze minstens bijkomende duiding.

3 De vlaggenschepen De zeven vlaggenschepen clusteren de initiatieven die een hefboomeffect moeten bieden om een versnelling in levenslang leven te realiseren. Elk vlaggenschip bevat sterke punten en punten die aandacht behoeven. We starten dan ook steeds door te benoemen wat sterk is en geven daarna onze aandachtspunten aan.

3.1 ‘Naar een kennisagenda levenslang leren’ Het is goed dat de ambitie van de kennisagenda niet alleen focust op kennisopbouw, maar ook op het dissemineren van kennis en het vertalen van onderzoek naar de praktijk en naar het beleid rond levenslang leren. De nadruk moet wat ons betreft liggen op het gebruik maken van de bestaande onderzoeken om evidence informed beleid te voeren. De Vlor ondersteunt ten volle de aandacht voor onderzoek en dataverzameling. Ook de aandacht voor onderzoek naar drempels is positief, maar wij stellen voor om zeker een stap verder te gaan

1

Enquête naar de arbeidskrachten en Adult Education Survey.

4

vlor.be


en rond deze drempels ook doelgericht acties op te zetten waarvan de impact wordt gemeten in onderzoek. Ook het borgen en bijeenbrengen van Europees en internationaal onderzoek vinden we sterk. We vragen evenwel ook aandacht voor good practices uit het buitenland. Door te vertrekken van wat werkt en dat te toetsen aan de toepasbaarheid in de Vlaamse context kan het Vlaamse beleid minder werken via trial and error en zijn slaagkansen vergroten. We vragen om rekening te houden met de resultaten uit de relanceplannen en ze na positieve evaluatie te bestendigen in het kader van dit vlaggenschip. We denken dan aan het onderzoek in kader van de Regioscan binnen de Edusprong en de resultaten die kunnen voortkomen uit de projecten die worden gefinancierd door het Voorsprongfonds (pijler levenslang leren). Het levenslang leren-dashboard is een waardevol initiatief om data samen te brengen. De actoren in het veld van levenslang leren verzamelen immers elk apart veel data, maar die worden tot nog toe niet uitgewisseld. Het dashboard kan daarop een antwoord bieden en een basis bieden om evidence informed beleid te voeren. De Vlor heeft drie belangrijke aandachtspunten: • In functie van monitoring is het belangrijk om volledige data te verzamelen: dat wil zeggen dat het volledige veld wordt meegenomen (dus ook hoger onderwijs, deeltijds kunstonderwijs en de socio-culturele sector). • Een dashboard heeft maar nut als het actueel wordt gehouden. Hoe zal de overheid die rol structureel opnemen? Het dashboard wordt ook best gelinkt met andere bestaande systemen. • We vragen in die context specifieke aandacht voor de participatie van kansengroepen en de indicatoren rond intensiteit en kwaliteit van de participatie aan opleiding (zie punt 2.4).

3.2 ‘Naar een gesegmenteerde mobiliseringsstrategie’ Het opleidingsaanbod voor volwassenen is versnipperd en niet transparant. Zeker voor kansengroepen kan dit een drempel vormen. Het uitbouwen van een website (‘de lerende samenleving’) als een inspirerend lanceerplatform voor kennis en goede praktijken kan dan een goede stap zijn. Het is dus goed om daarop in te zetten, maar we benadrukken opnieuw het belang van het onderhouden en actueel houden van een dergelijke website. Aandachtspunten zijn ook de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid (waaronder taalgebruik) van de website. Bovendien zal een website zeker niet volstaan om specifieke doelgroepen te bereiken, maar is er nood aan outreaching en toeleiding. Om leerbereidheid en leergierigheid te stimuleren, zijn er nog belangrijke werkpunten die nog niet in het actieplan aan bod komen. In de eerste plaats vragen we aandacht voor het leerklimaat in het leerplichtonderwijs (Boeren, Nicaise & Baert, 2012; Cabus, Ilieva-Trichkova & Stefanik, 2020; Lavrijsen & Nicaise, 2015 en 2017). Het welbevinden van leerlingen is daarbij een belangrijke succesfactor, waarbij onder meer het stellen van positieve verwachtingen door lesgevers een belangrijke rol speelt (cf. het Pygmalion-effect). Daarnaast is het ook belangrijk dat vroegtijdig schoolverlaten of ongekwalificeerde uitstroom wordt gereduceerd en het belang van een leven lang leren zo al vroeg in het curriculum wordt onderstreept (Cabus, 2019b). Niet alleen het leerplichtonderwijs, maar alle onderwijsinstellingen die een aanbod initieel leren en levenslang leren hebben, dragen een verantwoordelijkheid om hun lerenden de houding om levenslang te leren en leergoesting bij te brengen. We vragen daarvoor aandacht in het curriculum van het secundair onderwijs, hoger onderwijs, deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs. Daarnaast heeft ook de overheid een belangrijke rol: de structuur van het leerplichtonderwijs kan

5

vlor.be


drempels verhogen of verlagen, zo blijkt uit onderzoek. Tot slot is het leerklimaat natuurlijk een verantwoordelijkheid van de hele samenleving: die moet levenslang leren waarderen en stimuleren.2 Daarnaast merken we op dat het ambitieniveau van de lerende organisatie in dit vlaggenschip onvoldoende naar voren komt (net als in vlaggenschip 6). Het is cruciaal dat ook bedrijven verder gestimuleerd worden om hun werknemers aan te zetten tot levenslang leren. De onderwijspartners kunnen bedrijven veel expertise aanbieden en door samenwerking een sterke boost geven om hun leercultuur te stimuleren. Het hoger onderwijs kan bijvoorbeeld een rol spelen als HRondersteuning vanuit de expertise rond curriculumopbouw en opleiding. De vier ambitieniveaus van de levenslang leren-matrix moeten dus zeker meegenomen worden in de gesegmenteerde strategie. Tot slot blijkt uit onderzoek (Boeren, Nicaise & Baert, 2012) het belang van goede vorming voor docenten die lesgeven aan volwassenen.

3.3 ‘Een meer persoonsvolgende inzet’ De Vlor maakt een duidelijk onderscheid tussen het voornemen om bestaande rechten transparant te maken enerzijds en het opstarten van een individuele leerrekening anderzijds. We steunen volledig het voornemen om bestaande rechten rond opleiding, oriëntering en begeleiding voor het individu en het landschap levenslang leren transparant te maken. Die harmonisatie van bestaande financiële leerincentives is een terechte prioriteit. Zeker voor specifieke doelgroepen is het belangrijk om de mogelijkheden zeer toegankelijk te maken: het actieplan wijst erop dat kortgeschoolden en oudere volwassenen minder gebruik maken van loopbaancheques en opleidingskrediet (ook zie OECD, 2021). De mogelijke volgende stap die in dit vlaggenschip genoemd wordt, om te komen tot een heldere portefeuille van rechten op maat van het individu en flankerende inspanningen voor de meest kwetsbare doelgroepen, is daarvoor een goede aanvulling. De Vlor drukt zijn voorbehoud uit bij de ontwikkeling van een ‘doorgedreven persoonsvolgende inzet van incentives’ (individuele leerrekening). Het actieplan geeft zelf aan dat financiële drempels gemiddeld minder een rol spelen voor participatie aan levenslang leren. Er bestaan in Vlaanderen immers wel heel wat financiële incentives voor individuen en werkgevers om (directe en indirecte) opleidingskosten te drukken. Een dergelijke individuele leerrekening heeft daarentegen het potentieel om het publieke aanbod uit te hollen. We mogen immers niet vergeten dat onderwijs in zijn geheel, dus ook volwasseneneducatie, een dienst is van algemeen belang (en dus niet economisch). Bovendien kan het ook een belemmering vormen voor de participatie van kansengroepen. De verantwoordelijkheid kan immers radicaal bij het individu terechtkomen. 3 In het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen zou dat nefast zijn en blijft extra ondersteuning/begeleiding nodig. Wetenschappelijk onderzoek heeft immers herhaaldelijk aangetoond dat personen die tot kwetsbare groepen behoren, met name laagopgeleiden, een groter risico lopen op uitsluiting van een leven lang leren (Cabus, 2019b; Cabus, Ilieva-Trichkova, & Stefanik, 2020). Een belangrijke

Voorstellen hiertoe zijn te vinden in: Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies ‘Leercultuur in de volwasseneneducatie’, 8 september 2020. 3 Ook de overgang naar loopbaanfondsen die in vlaggenschip 7 aan bod komt kent eenzelfde risico. 2

6

vlor.be


verantwoordelijkheid ligt bijvoorbeeld ook bij de onderwijs- en opleidingsverstrekkers, die de nodige inspanningen moeten leveren om lerenden aan te trekken, drempels voor lerenden te verlagen, hen op te volgen en te ondersteunen. Daarom vraagt de Vlor de nodige aandacht voor de risico’s van een meer persoonsvolgende inzet van de Vlaamse levenslang leren-incentives. Een impactstudie en grondige analyse zijn nodig om ongewenste effecten van de ontwikkeling van een individuele leerrekening te vermijden, in het bijzonder de participatie van kansengroepen moet daarbij centraal staan.

3.4 ‘Op weg naar één Vlaams competentieprogramma’ De inzet op de waardering en formele erkenning (via certificering) van competenties (ook nonformele en informele) is zeer terecht. Ook de uitbouw van de Leer- en Ervaringsbewijzendatabank kan daartoe bijdragen, zeker als ook de functionaliteit om ‘open badges’ en ‘edubadges’ in te zetten wordt meegenomen. De klemtoon van het actieplan ligt nu sterk op competenties in functie van de arbeidsmarkt. De Vlor pleit ervoor om ook voldoende aandacht te hebben voor algemene vorming en levensbreed leren. Die vorm van leren gaat breder dan het directe nut voor mijn loopbaan: de leeruitkomsten of competenties zijn niet de (enige) focus. Zo stelt de zelfdeterminatietheorie dat mensen – naast hun fysieke behoeften – ook drie essentiële psychologische basisbehoeften hebben die moeten vervuld zijn om goed te kunnen functioneren: autonomie, betrokkenheid en competentie (Van den Broeck, A. et al., 2016). In het actieplan moet naast de aandacht voor competenties dus ook aandacht zijn voor de sociale functie van leren (betrokkenheid) en het leren dat bijdraagt tot zelfstandigheid (autonomie) van de lerende. Levensbreed leren draagt daarnaast ook bij tot leergoesting en motivatie om ook op andere vlakken te leren. Ook om te komen tot duurzame tewerkstelling kan levensbreed leren een bijdrage leveren. Levensbreed leren lijkt geen directe return on investment op te leveren voor de werkgever, maar die return is er wel degelijk. Via levensbreed leren komt men immers tot het duurzaam verwerven van generieke en sleutelcompetenties. Levensbreed leren leidt ook tot weerbaarheid, flexibiliteit en tevredenheid bij de werknemer en heeft een sterk emancipatorisch karakter. Een brede vorming is de beste manier om mensen aan te zetten tot leren in functie van een duurzame loopbaan. Naast dat nut voor het individu en de arbeidsmarkt is levensbreed leren ook goed voor de samenleving in het algemeen: het zorgt ervoor dat mensen zelfstandiger in het leven kunnen staan en bevordert maatschappelijke cohesie en het mentaal welzijn.

3.5 ‘Begeleiding en ondersteuning bij levenslang leren: flankerend beleid’ Het toewerken naar een objectieve en meer gestructureerde ondersteuning van de lerende en/of zijn organisatie is positief. De Vlor heeft al in verschillende adviezen gevraagd om verder structureel in te zetten op de Leerwinkels en leerloopbaanbegeleiding.4 Zo vroegen we om een systematiek van Leerwinkels op te zetten in verschillende regio’s waarbij een actieve politiek gevoerd wordt om doelgroepen actief op te sporen en objectief toe te leiden naar het opleidingsaanbod. Dat concept kan ook verruimd worden door doorgedreven samenwerking met andere onderwijsniveaus, door

4

Meest recent in: Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Screening van de regelgeving rond levenslang en levensbreed leren in het volwassenenonderwijs. Advies voor het Vlaams actieplan levenslang leren, 12 januari 2021.

7

vlor.be


bijvoorbeeld ook studietrajectbegeleiders uit hoger onderwijs te betrekken om het volledige aanbod te ontsluiten. De digitale eerste golf die wordt vooropgesteld in het actieplan biedt kansen om flexibel een breed publiek te bereiken, maar digitale platformen zijn ook een belangrijke drempel voor mensen zonder digitale skills of de nodige digitale infrastructuur. Dergelijke initiatieven moeten dan ook gepaard gaan met het uitbouwen van laagdrempelige begeleiding (zoals Leerwinkels) en outreachend werken. In die optiek pleiten we er ook voor om de drie golven parallel uit te rollen in plaats van opeenvolgend. Een aandachtspunt bij dit vlaggenschip is wel dat er heel veel acties onder vallen: blijft het haalbaar? We vragen dan ook aandacht voor samenhang, coherentie en coördinatie, bijvoorbeeld voor de vele acties om de digitale kloof aan te pakken.5

3.6 ‘Begeleiding en ondersteuning van de aanbodverstrekkers’ Het aanbod levenslang leren is al sterk uitgebouwd, maar dat aanbod moet ook tot bij de lerenden en de bedrijven komen. De uitbouw van een opleidingskompas is dus zeer wenselijk. Het is cruciaal om de instrumenten die een overzicht bieden ook met mekaar in verbinding te brengen. Het opleidingskompas met het aanbod volwassenenonderwijs moet o.a. samenhangen met de website de lerende samenleving, de Onderwijskiezer, nieuwe platformen uit het hoger onderwijs. Dat is een grote uitdaging. De Vlor bracht al verschillende adviezen uit op eigen initiatief met heel wat concrete voorstellen om het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs te versterken met het oog op levenslang leren (bv. Opleidingen op maat en microcredentials).6 We vragen met aandrang om die voorstellen op te nemen in de concrete uitrol van het actieplan. De focus op e-leren in dit vlaggenschip levert opnieuw een mogelijke drempel op. Het is belangrijk om via een diversiteit van werkvormen en media aan te sluiten bij de manieren waarop mensen nu leren. Digitale lessen zijn niet voor iedereen toegankelijk en de grote shift naar online lessen tijdens de coronacrisis heeft het belang aan contactmomenten benadrukt: e-leren is geen silver bullet, ook hoogopgeleiden hebben nood aan sociaal contact, peer learning … We vragen dan ook voldoende aandacht voor de relatie tussen lerenden onderling en met hun docent.

3.7 ‘Partnerschappen rond levenslang leren toekomstgericht versterken’ Een absolute sterkte van het actieplan is het inzetten op samenwerking. De Vlor volgt helemaal dat de uitbouw van partnerschappen een belangrijke plaats moet hebben. Daarbij moet er aandacht zijn voor evenwicht en evenwaardigheid om te komen tot echte partnerschappen. We pleiten voor het inzetten op complementariteit tussen diverse actoren en het benadrukken van elkaars sterktes.

Denk maar aan de vele initiatieven binnen de Vlaamse Relance die inzetten op digitalisering: Digibanken, Edusprong, Digisprong, Voorsprongfonds … 6 Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Screening van de regelgeving rond levenslang en levensbreed leren in het volwassenenonderwijs. Advies voor het Vlaams actieplan levenslang leren, 12 januari 2021. Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Drempels wegwerken voor het levenslang leren in het hoger onderwijs. Advies voor het Vlaams actieplan levenslang leren. 9 maart 2021. Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Microcredentials in Europees perspectief. Advies voor de openbare raadpleging van de Europese Commissie ‘Microcredentials for lifelong learning and employability’. 1 juli 2021. Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies ‘Leercultuur in de volwasseneneducatie’, 8 september 2020. 5

8

vlor.be


De kosten van samenwerking en afstemming zijn echter niet te onderschatten. Samenwerking verhoogt altijd de indirecte kost van de betrokken organisaties. Daarom is het belangrijk om de doelstelling van de samenwerking voldoende te expliciteren: samenwerking is geen doel op zich. De Vlor ziet als belangrijkste doel van de partnerschappen het wegwerken van drempels tussen de verschillende actoren, het verhogen van de doorstroom en het tot stand brengen van geïntegreerd aanbod. Het organiseren van de juiste doorverwijzing brengt individuele onderwijs- en opleidingsverstrekkers vandaag niets op, integendeel. De financieringsmechanismen in recente regelgeving (zoals het volwassenenonderwijs) stimuleren niet tot het opzetten van samenwerking en doorverwijzing. Er is dus nood aan aanpassing van de regelgeving en aan financiële incentives. Een opportuniteit ligt bijvoorbeeld bij de socio-culturele sector, waar vaak voor het eerst een leernood bij bepaalde doelgroepen geïdentificeerd wordt. Ook zij moeten kruisverbindingen kunnen leggen met het (non)formele opleidingsaanbod. Naast doorverwijzing zijn er nog volgende belangrijke opportuniteiten van samenwerking: gezamenlijk gebruik van infrastructuur, kruisbestuiving, en interdisciplinaire samenwerking om zowel leermotivatie als opleidingskwaliteit te verhogen.

4 Governance van het actieplan We verwachten dat het Partnerschap Levenslang Leren niet enkel de nodige acties uittekent, maar ook de voorwaarden schept om die daadwerkelijk te kunnen uitrollen/implementeren. Het actieplan is immers geen louter theoretische oefening, maar heeft net tot doel om zo snel mogelijk de nodige processen en acties te lanceren. Afstemming en complementariteit tussen actoren in het levenslang leren zijn hierbij leidende begrippen. Daarom is het belangrijk om alle nodige domeinen en partners te betrekken in de uitvoering van het actieplan. Cruciaal is dan ook om de relevante actoren te identificeren die dit actieplan mee moeten verwezenlijken. De scope van het actieplan moet breed genoeg zijn en het hele aanbod levenslang leren omvatten. Zo zijn het hoger onderwijs en het sociaal-cultureel werk belangrijke aanbieders, die we niet in het actieplan terugvinden. Daarnaast zijn de academies van het deeltijds kunstonderwijs belangrijke partners voor de realisatie van verschillende acties. Zij zijn immers heel sterk in het versterken van de leermotivatie bij jongeren en volwassenen. Het deeltijds kunstonderwijs kent heel veel succeservaringen om mensen te laten leren vanuit hun intrinsieke motivatie. Die succeservaringen kunnen op hun beurt motiverend werken om de leerbereidheid in andere domeinen op te wekken. Tot slot wijzen we op het belang om het beleidsdomein Cultuur te betrekken om aan te sluiten op het brede en diverse veld van cultuureducatie.7 De verantwoordelijkheid om het actieplan in de praktijk om te zetten, mag dan ook niet alleen liggen bij de leden van het Partnerschap. Zij brengen de nodige expertise en visie in, maar er kan niet van hen verwacht worden hiertoe zelf de fundamentele shift (in hun organisaties) te organiseren. Binnen het vooropgestelde kader moeten de actoren van het hele brede veld van het levenslang leren een duidelijke rol krijgen. Het zijn de diverse actoren die de acties moeten verwezenlijken, niet het Partnerschap zelf. Daarbij zal gerichte communicatie naar al die verschillende actoren efficiënter werken dan een getrapte structuur op te zetten binnen het

7

Zie ook de nieuwe veldtekening cultuureducatie, die conclusies en aanbevelingen voor het beleid bevat.

9

vlor.be


Partnerschap. We wijzen ook op de politieke verantwoordelijkheid van de bevoegde ministers: zij moeten eigenaarschap nemen voor het actieplan, ook over de legislaturen heen. Hoewel er nog veel werk voor de boeg is om de participatie aan levenslang leren te verhogen, wil de Vlor de sterktes van levenslang leren in Vlaanderen zeker niet miskennen. Het actieplan moet dan ook de sterktes van het bestaande aanbod en de actoren in de verf zetten en niet alleen focussen op de achterstand en wat beter kan. Daarbij aansluitend vragen we dat het Partnerschap eerder stimulerend dan sturend te werk gaat, om zo alle ruimte te laten aan lokale en concrete initiatieven, zonder te vervallen in versnippering, en verder te bouwen op de bestaande initiatieven die de actoren al nemen. Wat de uitrol van het actieplan betreft, is de Vlor verwonderd dat het actieplan meteen bestendigt dat het Partnerschap en het Expertisecentrum hierin automatisch een rol en een mandaat krijgen. Er zijn alternatieve werkwijzen mogelijk. Het zou bijvoorbeeld ook kunnen gaan om een call, waarop (onderzoeks)instellingen kunnen intekenen om bepaalde acties verder uit te werken vooraleer ze worden uitgerold. En de call zelf zou door het Expertisecentrum kunnen worden uitgeschreven, maar bijvoorbeeld ook door een consortium van onderzoeksinstellingen. Aan de Vlor werd gevraagd welke rol zijn secretariaat kan opnemen in het Partnerschap en in de uitvoering van het actieplan. We wijzen erop dat de Vlor al heel wat adviezen heeft opgeleverd om levenslang leren in Vlaanderen te stimuleren, maar we die niet in het actieplan terugvinden (zie bronnen). Voor een grotere afstemming van de werkzaamheden is het belangrijk dat er een beleidsdesign wordt afgesproken op jaarbasis waarbij tijd en ruimte is voor input van de Vlor. De Vlor zal voorbereidend overleg organiseren tussen de onderwijspartners, maar in een haalbare timing en met duidelijke vraagstelling. Voor onderzoeksopdrachten wenst de Vlor inspraak in de inhoudelijke taakstelling van het Expertisecentrum en kan hij de bevraging van onderwijspartners mee faciliteren.

10

vlor.be


Bronnen Boeren, E., Nicaise, I., & Baert, H.(2012). ‘Adult learners’ satisfaction and its relation to characteristics of the individual and the educational institution’ Pedagogies: an International Journal, 7 (2): 132-149. Cabus, S. (2019a). ‘Levenslang leren in de Belgische gezondheidszorg: aantrekkelijk, toegankelijk en doeltreffend?’ Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 2018-19 (1-2): 134-141. Cabus, S. (2019b). ‘Toegang tot leven lang leren versnelt economische groei’ Economischstatistische Berichten, 104 (4770): 130-133. Open Access. Cabus, S., Stefanik, M., & Ilieva-Trichkova, P. (2020). ‘Multi-layered Perspective on the Barriers to Learning Participation of Disadvantaged Adults’ Zeitschrift für Weiterbildungsforschung, 43: 169196. Doi:10.1007/s40955-020-00162-3. Lavrijsen, J., & Nicaise, I. (2015). Patterns in life-long learning participation. A descriptive analysis using the LFS, the AES and PIAAC. Research paper SSL/2014.19/1.1.1. Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen. Lavrijsen, J., & Nicaise, I. (2017). ‘Systemic obstacles to lifelong learning: the influence of the educational system design on learning attitudes’ Studies in Continuing Education, 29 (2): 176-196. Doi: 10.1080/0158037X.2016.1275540. OESO (2022). Strengthening Profiling and Segmentation of Adult Learners in Flanders. (forthcoming). Van den Broeck, A., Ferris, D. L., Chang, C. H., & Rosen, C. C. (2016). ‘Review of Self-Determination Theory’s Basic Psychological Needs at Work’ Journal of Management, 42(5). Doi: 1195-1229. htt10.1177/0149206316632058. Vlor (2014). Blijven leren: de toekomst! Volwassenen stimuleren om te leren. Een strategische verkenning. Acco. Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Drempels wegwerken voor het levenslang leren in het hoger onderwijs. Advies voor het Vlaams actieplan levenslang leren, 9 maart 2021. Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Microcredentials in Europees perspectief. Advies voor de openbare raadpleging van de Europese Commissie ‘Microcredentials for lifelong learning and employability’, 1 juli 2021. Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies 'Leercultuur in de volwasseneneducatie', 8 september 2020. Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Screening van de regelgeving rond levenslang en levensbreed leren in het volwassenenonderwijs. Advies voor het Vlaams actieplan levenslang leren, 12 januari 2021.

11

vlor.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
levenslang_leren_advies_Vlor.pdf by Vlaanderen-be - Issuu