Skip to main content

Duurzaamheids_Jaarverslag_Luchthaven_Oostende_2011.pdf

Page 1

Inhoudstafel Over dit verslag

3

Reikwijdte

3

Richtlijnen Global Reporting Initiative en verificatie van dit verslag

3

Dataverzameling

3

Voorwoord

5

Mission statement

7

Organisatieprofiel

9

Historiek

10

Marktaanwezigheid

12

Stakeholders

14

Personeel

16

Organigram

18

Trafiek

19

Formele overlegstructuren

22

Human Resources

24

Veiligheid en gezondheid

27

Opleidingen

29

Diversiteit en kansen

32

Economische aspecten en financiĂŤle resultaten

33

FinanciĂŤle resultaten

34

Investeringen met eigen middelen

38

Milieu-investeringen

40

Jaarrekening boekjaar 2011 Balans boekjaar 2011

44

Resultatenrekening 2011

46

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

1


Milieuprestaties Energie

49

Water

53

Biodiversiteit - Flora

57

Biodiversiteit - Fauna

64

Afval

72

Geluid

80

Milieu-overlegcommissie

89

Lucht

93

Safety Veiligheidspolitiek

97

Verdere professionalisering van de veiligheidsdiensten op de luchthaven

98

Bedrijfszekerheid en noodplanning

98

Sneeuwruimplan

99

De-icing

99

Voorkomen dodehoekongevallen Security

100 101

Social Mensenrechten

103

Klachtenregister

103

Impact op de lokale bevolking

104

Lokale verankering

104

Gezondheid en veiligheid van consumenten

104

Etikettering

104

Marketingcommunicatie

105

Begrippenlijst

107

GRI-index

113

Colofon

120

2

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Over dit verslag De Internationale Luchthaven Oostende-Brugge wil met dit duurzaamheidsverslag (waarin het jaarverslag geïntegreerd werd) een helder en transparant beeld geven van haar activiteiten over het kalenderjaar 2011 en haar prestaties inzake duurzame ontwikkeling. Dit verslag omvat een update van het initiële duurzaamheids- en jaarverslag 2010 waarbij de duurzaamheidsindicatoren verder geëvalueerd en gelinkt worden aan de genomen en geplande maatregelen. Daarnaast geven we inzicht in onze ambities voor de middellange termijn. De Internationale Luchthaven Oostende-Brugge volgt bij het opstellen van het verslag de richtlijnen van het Global Reporting Initiative (GRI 3.1) en houdt eveneens rekening met de ontwerpdocumenten inzake sectorsupplement voor luchthavenexploitanten (AOSS).

Reikwijdte De informatie heeft betrekking op het verslagjaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december 2011. In de mate van het mogelijke worden trends via cijfers voor de periode 2008-2011 weergegeven.

Richtlijnen Global Reporting Initiative en verificatie van dit verslag De G3.1-richtlijnen van het Global Reporting Initiative zijn als leidraad gebruikt bij het samenstellen van dit verslag. GRI heeft dit verslag getoetst op het behaalde toepassingsniveau (B+). Achteraan dit document is de GRI-referentietabel opgenomen.

Dataverzameling De voor de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge belangrijke gegevens voor indicatoren (kwantitatief) en initiatieven (kwalitatief) zijn opgevraagd bij de verantwoordelijken binnen de organisatie. Na beoordeling zijn deze door middel van een externe rapporteur gecontroleerd en gevalideerd. Bij de verzameling van de basisgegevens is zo veel mogelijk aangesloten bij periodieke rapportages. Voor de gehanteerde GRI-indicatoren is een handleiding opgesteld waarin de definities zijn opgenomen. Er is zoveel mogelijk aangesloten bij in het verleden gehanteerde methodieken. Indien hiervan is afgeweken, wordt dit aangegeven in de tekst.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

3


4

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Voorwoord Beste lezer,

In 2011 werd er 57 381 ton vracht vervoerd. Voor de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge is dit een achteruitgang in vergelijking met haar prestaties van 2010. De passagierstrafiek daarentegen is gestegen met 8,9%. De economische crisis is nog niet voorbij maar we geloven dat carriers en touroperators de troeven van de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge weten te waarderen en oog zullen hebben voor de duurzaamheidsprestaties die we voor u hebben geĂŻnventariseerd. Duurzaamheid is integraal verweven in het beleid van de luchthaven en vormt een onderdeel van alle activiteiten en diensten, op sociaal, economisch of ecologisch vlak. De ambitie van de Oostendse luchthaven bestaat erin een aantrekkelijke, efficiĂŤnte en duurzame luchthaven te zijn, rekening houdend met de sociale context, met respect voor de omgeving en met het oog op voortdurende verbetering. We willen voortdurend verbeteren, zowel op het vlak van economische prestaties als op het vlak van milieu en sociale prestaties. Zo vertonen de milieuresultaten van 2011 op diverse vlakken positieve evoluties met betrekking tot de milieu-impact: - een verdere reductie van de geluidscontouren; - een verdere reductie van het energieverbruik als resultaat van energie-efficiĂŤnte maatregelen; - een blijvende daling van het waterverbruik, een verhoging van het hergebruik van het regenwater en bijkomende maatregelen ter voorkoming van verontreiniging van afvalwater; - een significante reductie van het pesticidenverbruik en maatregelen met het oog op de verlaging van de impact op fauna en flora. De doelstelling is deze trend de komende jaren verder te zetten en zo onze duurzaamheidsprestaties voortdurend te verbeteren.

Gino Vanspauwen,

Algemeen Directeur

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

5


Mission statement

Het is onze ambitie om een aantrekkelijke, efficiënte en duurzame vrachtluchthaven te zijn. Wij willen een professionele, rendabele organisatie zijn die luchtvaartgebonden diensten aanbiedt aan consumenten en zakelijke gebruikers. Wij willen een economische rol spelen en hierdoor een economische

meerwaarde genereren voor de regio, rekening houdend met de sociale

en ecologische context. Hierbij streven we naar een voortdurende verbetering en een open communicatie met onze stakeholders. De economische meerwaarde van onze luchthaven bestaat er onder andere in dat zij wenst te functioneren als een belangrijke motor voor de regionale ontwikkeling: dankzij haar aanwezigheid wordt het vrije ondernemerschap gestimuleerd en worden er meer kansen geschapen om internationale bedrijven en trafieken aan te trekken. De luchthaven zorgt aldus voor meer economische groei en ontwikkeling, meer welvaart, meer werkgelegenheid, extra inkomsten voor horeca en toerisme zonder daarbij de principes van deugdelijk bestuur en commercieel beheer te verloochenen. Daar waar de luchthaven zich in de eerste plaats profileert als een cargoluchthaven, mogen we niet vergeten dat de luchthaven ook haar rol vervult als passagiersluchthaven en als luchthaven voor overheidsdiensten (beloodsing, politie, douane, milieucontrole op zee, …). Luchtvaartmaatschappijen die tijdelijk niet terechtkunnen op één van de andere luchthavens in WestEuropa kunnen eveneens gebruikmaken van onze infrastructuur. Ten slotte wenst de Oostendse luchthaven actief de in Oostende gevestigde opleidingscentra te steunen: Ostend Air College (OAC) (opleiding tot lijnpiloot), Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende (KHBO) (Bachelor & Master vliegtuigtechnieken), Ben-Air Flight Academy (BAFA) (opleiding tot lijn-, beroeps- en privaatpiloten), Noordzee Vliegclub (NZVC) (opleiding en vorming van privaatpiloten).

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

7


There is no limit to our skyline! Ostend-Bruges International Airport Bigger than you think...

ble t

fr i

endly T: +32(0)59 80 20 08 F: +32(0)59 70 55 12 Email: sales@ost.aero Nieuwpoortsesteenweg 889, 8400 Ostend, Belgium • www.ost.aero

www.amazing-advertising.be

t fl t e s

xi

• Flexible 24/7 airport operations • Fast turnarounds • Top quality facilities for perishables, outsized cargo & livestock • EU veterinary inspection post • Runway: 3,200 m/10,500 ft

t fa

Five Keys to Success


Organisatieprofiel Bij de opmaak van dit duurzaamheids- en jaarverslag zijn enkel de prestaties van de Dienst met Afzonderlijk Beheer (DAB) Luchthaven Oostende in kaart gebracht. Uiteraard is er een grote wisselwerking met de andere actoren op de luchthaven: Belgocontrol (verkeersleiding), concessiehouders (afhandelingsmaatschappijen, brandstofbevoorrading, luchtvracht- en douane-agentschappen en vele anderen), carriers en airlines die de luchthaven aandoen in het kader van vracht- of personenvervoer, restaurants en vliegscholen etc. (zie verder voor het stakeholderoverzicht). De milieuvergunning van de luchthaven vereist overleg en afspraken met Belgocontrol en luchtvaartmaatschappijen gerelateerd aan het aantal bewegingen, de geluidsproductie van de landende en vertrekkende vliegtuigen tijdens de nacht en de procedures omtrent het gebruik van de landingsbaan. Deze bepalingen die in de milieuvergunning staan, vallen buiten de onmiddellijke bevoegdheid van de luchthaven maar door overleg wordt gestreefd naar conformiteit. De Internationale Luchthaven Oostende-Brugge situeert zich binnen de Vlaamse overheid in het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en heeft een bijzonder statuut als Dienst met Afzonderlijk Beheer (DAB). De DAB Luchthaven Oostende heeft als missie en taken het uitrusten/uitbaten van de luchthaven en het toezicht op de naleving van de security en safety regels. De Oostendse luchthaven is in Europa gesitueerd tussen de 4 logistieke knooppunten Amsterdam, Frankfurt, Londen en Parijs. Dit gebied is binnen de logistieke sector ook wel gekend als de “blue banana”. Goederentransporten gebeuren in hoofdzaak via deze logistieke kanalen. De betrokken luchthavens hebben echter te maken met verzadiging van de slots, wat betekent dat andere cargoluchthavens als alternatief aan bod kunnen komen. Omwille van haar geografische ligging en doordat de luchthaven 24/7 haar bezoekers en gebruikers alle diensten kan aanbieden die zij nodig hebben, komt ook de Oostendse luchthaven ongetwijfeld in het vizier als alternatief voor deze goederentransporten. Door de beperking van het aantal nachtvluchten kan een integrator (zoals DHL, TNT,…) niet worden aangetrokken.

Bron : C&W’s European Distribution Report 2008, © Cushman & Wakefield

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

9


Historiek De oorsprong van de Oostendse luchthaven is terug te vinden in het vliegveld van Stene. Het is niet precies bekend wanneer de eerste vluchten plaatsvonden. Gedurende de Eerste Wereldoorlog was het vliegveld van Stene reeds in gebruik als start- en landingsbaan voor militaire vluchten. Samen met de oprichting van Sabena in 1923 vertrok de eerste vlucht naar Engeland vanuit Oostende. Toen het aantal vluchten groeide, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog het vliegveld verplaatst naar het toenmalige Raversijde/ Middelkerke waar het na de oorlog tot een internationale luchthaven werd uitgerust. Toch duurde het nog tot 1968 vooraleer de oude omgebouwde boerderij die gebruikt werd als luchthavengebouw werd vervangen door een nieuw luchthavencomplex. Wegens de behoefte van straalvliegtuigen aan langere landingsbanen werd in 1975 gestart met de uitbreiding van de landingsbaan tot de huidige lengte van 3 200 meter. Deze werken werden voltooid in 1976. In de eerste decennia van haar bestaan was de Oostendse luchthaven gespecialiseerd in het vervoer van passagiers van en naar Engeland. Met de daling van de “aircoach” passagiers, echter, begon de luchthaven zich meer en meer te concentreren op goederenvervoer. Naast algemene vracht behandelt de luchthaven ook “perishables”. Tegenwoordig vormen bederfelijke goederen zoals groenten en fruit uit Egypte, vis en bloemen uit Oeganda en bloemen uit Kenia en Zuid-Afrika de belangrijkste binnenkomende goederen op de Oostendse luchthaven. Daarom werd op 6 oktober 2003 de nieuwe Aerofresh Perishable loods geopend die 300 ton bederfelijke goederen kan behandelen. In 2004 werd de procedure opgestart voor het bouwen van een eerste, nieuwe loods langs de Torhoutsesteenweg. Deze nieuwe, 4 000 m² grote vrachtloods is in juli 2006 voor het eerst in gebruik genomen door de cargoluchtvaartmaatschappij MK Airlines. Op 6 september 2006 werd deze nieuwe loods officieel ingehuldigd. Hierdoor werd tezelfdertijd ook apron 1 (de nieuwe inschepingsvloer langs de Torhoutsesteenweg) officieel in gebruik genomen. Het bouwen van bijkomende loodsen zou nieuwe, luchthavengebonden bedrijven kunnen aantrekken. De gronden aan de Rolbaanstraat worden hiervoor door de West-Vlaamse Intercommunale (WVI) ontwikkeld. Het aantrekken en het verlies van MK Airlines heeft een grote impact gehad op de vrachtcijfers van de luchthaven. De luchthaven kan echter rekenen op vaste klanten EgyptAir en ANA Aviation1. In 2003 heeft de luchthaven, om ook het passagiersvervoer in Oostende uit te bouwen, Ryanair aangetrokken. Op 1 mei 2003 opende deze luchtvaartmaatschappij een route tussen Oostende en Londen-Stansted, die reeds in december 2003 werd opgeschort. Door de opstart van deze route kreeg de luchthaven ook haar huidige naam: Internationale Luchthaven Oostende-Brugge. Ondertussen groeide touroperator Jetair van 5 bestemmingen in 2003 naar 12 bestemmingen in 2011. Oostende is inzake passagierstrafiek vooral een vertrekluchthaven in tegenstelling tot de vrachttrafiek waarbij Oostende zowel vertrekpunt als bestemming is. De luchthaven heeft een totale oppervlakte van ongeveer 350 hectare (waarvan ruim 292 hectare airside) en beschikt over een landingsbaan van 3 200 meter lang en 45 meter breed met oriëntatie 26/08. De luchtverkeersleiding is in handen van Belgocontrol waarbij de verkeerstoren op de Oostendse luchthaven eveneens instaat voor het vliegverkeer in de Terminal Area zone (TMA-zone) boven Oostende tot 9 500 voet.

1 World Airways vliegt in opdracht van ANA Aviation.

10

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


OOSTENDE

Regelmatige vrachtverbindingen

EGYPT

NIGERIA

UGANDA

Troeven Ostend Airport

KENIA CONGO

• Flexibele 24/7 airport operaties • Korte omdraaitijd • Topfaciliteiten voor bederfelijke goederen, vracht met buitenmaatse afmetingen en levende dieren

ANGOLA

ZAMBIA

• EU veterinaire inspectiepost • Runway: 3.200 m / 10,500 ft • Luchthavencertificaat 4E

SOUTH-AFRICA

• Brandweer categorie 9 • Instrument Landing System CAT I op RWY26 en CAT I op RWY08

Ad hoc vrachtverbindingen (voorbeelden) Noorwegen Zweden

IJsland

Verenigde Arabische Emiraten

ie

ble t

fr

Haïti

bestemkaart_pass-cargo.indd 1

t fa

OOSTENDE

t fl t e s

xi

Canada

Noord-Ierland

ndly

3/28/11 3:14:31 PM


Marktaanwezigheid De passagiersvluchten in 2011 werden aangeboden door touroperators Jetair en Thomas Cook naar de volgende bestemmingen: Alicante, Mallorca, Tenerife, Malaga, Gran Canaria, Kreta, Kos, Rhodos, Izmir, Antalya, Bodrum en Enfidha (Monastir). Totaal aantal passagiers per jaar (internationale en binnenlandse vluchten) (AOSS1) Aantal vervoerde passagiers Internationale vluchten Binnenlandse vluchten Totaal

2011

2010

2009

169 783

173 096

161 313

62 899

40 542

31 463

232 682

213 638

192 776

OOSTENDE

passagiersverbindingen PALMA DE MALLORCA ALICANTE MALAGA

TENERIFE

LAS PALMAS

ENFIDHA

HERAKLION

ANTALYA IZMIR BODRUM KOS RHODOS

PARTYBEEST OF ZONNEKLOPPER? VLIEG ER NÚ IN!

12

l

Qf\bk l [\ qfe fg `e JgXea\# fg [\ >i`\bj\ \`cXe[\e f] XXe [\ Klibj\ f] Kle\j`jZ_\ bljk6 Duurzaamheidsen Jaarverslag 2011 JkXik ln mXbXek`\ qfe[\i jki\jj% M\iki\b mXel`k [\ clZ_k_Xm\e mXe Ffjk\e[\%


salto-reclame.be

Vakantie zonder omwegen

Je deur uit, en weg ben je. Zonder filestress. Zonder pijnlijk duur parkeerticket. Zonder ellenlange wachtrijen aan check-in en security. Zonder zoektocht naar de juiste gate. Vanuit Ostend Airport vertrek je in geen tijd naar twaalf zonnige bestemmingen. Met een ontspannende strandwandeling of een terrasje op de zeedijk als enige omweg. Kwestie van helemaal in vakantiestemming op je vliegtuig te stappen.

w w w. o s t . a e r o


Stakeholders De Internationale Luchthaven Oostende-Brugge heeft te maken met veel stakeholders die soms tegenstrijdige

belangen

hebben: de

overheid

als

exploitant, regelgever

en

toezichthouder,

luchtvaartmaatschappijen (carriers en touroperators), passagiers en andere gebruikers van de luchthaven, de provincie, omwonenden van en steden rondom deze luchthaven, werknemers en toekomstige investeerders. Rekening houden met al deze belangen maakt de exploitatie van deze luchthaven zowel uitdagend als complex. De verschillende belangen vragen om een andere aanpak inzake overleg, communicatie en samenwerking. In de volgende tabel zijn de stakeholders van de luchthaven opgelijst. Om te onderzoeken wat stakeholders vinden van het duurzaamheidsbeleid van de luchthaven zal in de toekomst een stakeholderbevraging plaatsvinden. Afhankelijk van de stakeholdergroep zal dit ofwel schriftelijk ofwel mondeling gebeuren. Tijdens de opmaak van dit verslag werd beroep gedaan op de bevindingen die uit de verschillende, bestaande overlegmomenten en bevragingen naar voor zijn gekomen. Bij de keuze van de prestatie-indicatoren werd hiermee dan maximaal rekening gehouden. Verder is de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge lid van de volgende beroepsorganisaties: Airports Council International (ACI), The International Air

Cargo Association

(TIACA)

en

Association of Belgian Tour Operators (ABTO) (geassocieerd lid).

Stakeholdergroep Klanten:  Passagiers en bezoekers  Concessiehouders  Luchtvaartmaatschappijen  Afhandelingsmaatschappijen  Vliegscholen en vliegclub

Specifieke informatie-, communicatie- en consultatiekanalen Website www.ost.aero Teletekst Individuele gesprekken Advertenties Notice to Airmen (NOTAM)

Sectorpartners:  Luchtvaartmaatschappijen en touroperators  Afhandelingsmaatschappijen  Belgocontrol  WVI  Vervoersmaatschappijen, forwarders, logistieke providers, consolidators, producenten en marketeers van bloemen, groenten en fruit,…  Brandstofbevoorrading  Federale Politie, Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) en Douane 14

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

Regelmatige afstemming


Stakeholdergroep

Specifieke informatie-, communicatieen consultatiekanalen

Partners:

(meerjaren)contracten

 Vlaamse overheidsdiensten: Agentschap

Individuele gesprekken en afstemming

Infrastructuur, Wegen en Verkeer West-

Jaarverslag

Vlaanderen, Afdeling Luchthavenbeleid,

Werkgroep Personeel

managementondersteunende diensten (Afdeling Juridische Dienstverlening, Afdeling Personeel & Logistiek, …), Gemeenschappelijke Dienst Preventie en Bescherming, …  Leveranciers  Kennis- en onderzoeksinstellingen

Maatschappij:

Website www.ost.aero

 Omwonenden

Milieu-overlegcommissie

 Geïnteresseerden

Klachtenregistratie en -behandeling

 Spotters

Advertenties

 Jobstudenten

Overheden:

Milieu-overlegcommissie

 Internationaal: International Civil Aviation

Internet

Organisation (ICAO)  Federaal: Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV)

Jaarverslag Regelmatige afstemming Audits

 Vlaamse overheid  Minister  Provincie West-Vlaanderen  Stad Oostende en gemeente Middelkerke  WVI  vzw Toeristische Ontsluiting West-Vlaanderen (onder meer stad Oostende, stad Brugge, stad Gent)

Medewerkers:

Intranet

 Luchthaven Oostende

Personeelsmagazine 13

 Familieleden personeel

Dienstnota’s en berichten aan personeel via

 Vakbonden

uithangborden Directe mail Subentiteitsoverlegcomité (SEOC) Teambuilding en personeelsactiviteiten

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

15


Personeel Op 31/12/2011 waren er 125 personeelsleden bij de DAB Luchthaven Oostende. We kennen een daling van 3 personeelsleden ten opzichte van 31/12/2010. Begin 2012 zullen nog 3 openstaande vacatures worden ingevuld: 2 Duty Operations Officers en 1 Fire & Rescue Manager. Het organigram is ten opzichte van 2010 niet gewijzigd. Van zodra er een Fire & Rescue Manager in dienst treedt, zal de luchthavenbrandweer opnieuw losgekoppeld worden van het departement Airside Operations. De Fire & Rescue Manager zal bijgevolg rechtstreeks aan de Algemeen Directeur rapporteren. In de loop van 2011 werden 7 vacatures ingevuld: 6 beveiligingsagenten en 1 schoonmaakster. Daarnaast werden er gedurende de maanden juli en augustus voor het eerst 4 jobstudenten ingezet in het departement Security en de schoonmaakploeg. Net zoals voorgaande jaren werd er 1 externe Sales & Customer Relations Consultant tewerkgesteld via een insourcing contract met de WVI.

16

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Situatie op 31 december 2011

Aantal

VTE1’s

Algemeen Directeur

1

1

Directiesecretariaat

1

0,8

Schoonmaak

4

4

Personeelsadministratie

2

2

Safety Manager

1

0,8

Financieel & Concessie Manager

1

1

Boekhouding

2

2

Navigatie

4

3,3

Airside Operations Manager

1

1

Duty Operations Officers

6

6

Marshalling & Bird Control Unit

9

9

38

37,8

1

1

Beveiligingsagenten

39

38,75

Badge-administrator

1

1

Hoofd Technische Diensten

1

1

Elektriciens/informatici

7

7

Technische dienst

2

2

4

0

125

119,45

1

1

Financieel & Concessie Departement

Airside Operations

Fire & Rescue Manager (vacant) Brandweermannen Security Security Manager

Technische Diensten

Geen prestaties (zowel voltijds onbetaald verlof als voltijdse loopbaanonderbreking) Totaal Sales & Customer Relations Consultant

1 voltijds equivalent

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

17


18

l

Sales & Customer Relations

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

Navigatie

Boekhouding

Financieel & Concessie Manager

Safety Manager

Personeelsadministratie

Marshalling & BCU

Duty Operations Officers

Schoonmaak

Directiesecretariaat

Brandweermannen

Postoversten

Fire & Rescue Manager

Postoversten

Beveiligingsagenten

Badgeadministrator

Security Manager

Milieucoรถrdinator (extern)

Airside Operations Manager

Algemeen Directeur

Technische Dienst

Elektriciens/ Informatici

Hoofd Technische Diensten

Organigram op 31 december 2011


Trafiek Passagiers De passagierstrafiek zat in 2011 opnieuw in de lift. In 2011 noteerde de luchthaven een stijging van 8,9 %: van 213 638 passagiers in 2010 naar 232 682 passagiers in 2011. De

gegevens

bijgaande de

opgenomen

grafiek

door

de

Passagierstrafiek 2011

bevestigen

seizoensgebonden

maar

in

aard

cyclus van

de

bestemmingen zijn er ook buiten de schoolvakantieperiodes relatief veel passagiers.

40000 35000 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0

Vracht in ton 120.000

Vracht In vergelijking met het jaar 2010 daalde het vrachtvervoer in 2011 met

100.000

10,4% tot 57 381 ton. 80.000 60.000 40.000 20.000

2010 2007 2004 2001 1998 1995 1992 1989 1986 1983 1980 1977 1974 1971 1968 1965 1962 1959 1956 1953 1950

0

Uit deze figuur zijn een aantal duidelijke evoluties af te leiden: • In 2002 resulteert de uitfasering van de Stage-II toestellen in een dip die zich echter snel herstelt gezien dit verbod geldt voor gans Europa; • De pieken uit het midden van vorig decennium zijn toe te schrijven aan het feit dat cargoluchtvaartmaatschappij MK Airlines werd aangetrokken die gebruik maakte van grote toestellen van het type B747; • We stellen vast dat de reguliere klanten die gebruik maken van de luchthaven niet vliegen met toestellen van het type B747. Het gebruik van kleinere toestellen zoals Airbus en MD11 heeft impact op de vrachtcijfers.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

19


Bewegingen In 2011 bleef het aantal bewegingen zo goed als gelijk. De luchthaven noteerde slechts een minieme daling van 0,8%: van 37 875 bewegingen in 2010 naar 37 555 bewegingen in 2011. De luchthaven wordt de laatste jaren geconfronteerd met een sterke stijging van het aantal vluchten met toestellen tot en met 6 ton MTOW (voornamelijk trainingsvluchten). De milieuvergunning legt een grenswaarde op van 34 000 voor het aantal bewegingen met toestellen van minder dan of gelijk aan 6 ton. Deze bewegingen worden sinds 2010 dan ook maandelijks opgevolgd teneinde te garanderen dat de grenswaarde gerespecteerd blijft.

Toestellen (MTOW1)

2011

2010

2009

2008

Maximum

≤ 6 ton

33 240

33 352

33 183

28 579

34 000

> 6 ton

4 315

4 523

4 173

4 719

39 887

Het totaal aantal vliegbewegingen per kalenderjaar met civiele subsonische straalvliegtuigen mag volgens de milieuvergunning nooit meer bedragen dan 39 887. In de praktijk komt dit grotendeels neer op de opvolging van het aantal bewegingen met toestellen van meer dan 6 ton.

Vracht (in ton) Aantal passagiers Aantal bewegingen2

2011

2010

2009

57 381

64 041

74 148

232 682

213 638

192 776

37 555

37 875

37 356

1 Maximum Take Off Weight 2 Elke landing of vertrek is één beweging.

20

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

21


Formele overlegstructuren 1° Het subentiteitsoverlegcomité (SEOC), het overleg met de vakorganisaties, voorgezeten door de Algemeen Directeur, houdt zich onder andere bezig met de veiligheid op het werk, in het kader van de Wet op het Welzijn op het Werk. Maken deel uit van de werkgroep: adjuncten van de directeur die rechtstreeks aan de Algemeen Directeur rapporteren, vakbonden, preventieadviseurarbeidsgeneesheer, preventieadviseur, secretaris (= personeelsverantwoordelijke).

2° Het “Runway Incursion Team” (RITO), voorgezeten door de Airside Operations Manager, houdt zich bezig met de voorkoming en evaluatie van runway incursions. Maken deel uit van het team: Safety Manager, Duty Operations Officer, Fire & Rescue Manager, Hoofd Technische Diensten, Chef verkeersleider Belgocontrol, Hoofd Dienst Engineering Belgocontrol, Hoofd Meteodiensten Belgocontrol, vertegenwoordiger directie Belgocontrol, vertegenwoordigers van de piloten (lokale vliegscholen), vertegenwoordiger van het Airport Operators Committee, vertegenwoordiger van het federaal Directoraat-Generaal Luchtvaart.

3° De “Milieu-overlegcommissie”, voorgezeten door de provincie West-Vlaanderen, die advies uitbrengt over milieudossiers. Maken deel uit van de commissie: luchthavendirectie, gemeenten Oostende en Middelkerke, gemeentelijke “milieuraad” Oostende en Middelkerke, afdeling milieuvergunningen en –inspectie, experts (inzake geluid, milieu, geur, ...) (houdt onrechtstreeks verband met veiligheid, aangezien we uitgaan van het principe “veiligheid vóór milieu-overwegingen (bijvoorbeeld landen of opstijgen met rugwind, ...)).

4° Het “Wildlife-comité” werkt aanvankelijk als een stuurgroep aan de ontwikkeling van een lokaal vogel- en wildbeheerssysteem. Daarna zal het op dit vlak als adviesorgaan fungeren. Maken deel uit van het comité: Airside Operations Manager (voorzitter), Bird Control Unit (BCU)-medewerkers, Duty Operations Officer, wildopzichter, Hoofd Technische Diensten (grasbeheer), experts in het te bespreken domein.

5° Airport Operators Committee (A.O.C.)

Fungeert eigenlijk als een Comité van Airport Operators aangezien het niet alleen luchtvaartmaatschappijen vertegenwoordigt maar ook afhandelingsbedrijven, restauranthouders, enz. Dit comité kan bij de Algemeen Directeur veiligheidsproblemen aankaarten, gezien vanuit het standpunt van de luchthavengebruikers.

22

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


6° LOVECO (lokaal veiligheidscomité), voorgezeten door de Algemeen Directeur, is bevoegd voor beveiligingsmaterie. Dit comité bestaat uit de Algemeen Directeur, de Security Manager, de Safety Manager, de Federale Politie, de Veiligheid van de Staat, de Douane, het federale Directoraatgeneraal Luchtvaart, Belgocontrol, vertegenwoordiger van het A.O.C.

7° Het veiligheidscomité belast met luchtvaartveiligheid dat opgericht werd in het kader van het Safety Management System (SMS)-programma van de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge. Dit comité heeft als afkorting SAFCO, wat staat voor Safety Committee Ostend-Bruges Airport. De verschillende functies, aansprakelijkheden en verantwoordelijkheden worden in detail uiteengezet in Sectie 5.2.2 van het vliegveldhandboek van de luchthaven. De Algemeen Directeur beslist in overleg met de Safety Manager wie de leden van het comité zijn. De Safety Manager is voorzitter van het veiligheidscomité.

8° Interface Meeting Luchthavenuitbater-Belgocontrol.Voorgezeten door de Airside Operations Manager van de Luchthaven. Andere aanwezigen: Safety Manager van de luchthaven, Regio Manager ATS Belgocontrol, Chef verkeersleiding Belgocontrol, Safety Manager Belgocontrol. De bedoeling van dit comité is de afstemming op elkaar van de onderlinge operationele procedures. Tevens worden belangrijke wijzigingen in de Aeronautical Information Publication (AIP) en andere onderwerpen, waarbij een Safety Case tussen beide partijen noodzakelijk is, besproken.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

23


Human Resources Op de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge werden in 2011 125 personeelsleden tewerkgesteld door de Vlaamse overheid (119,45 VTE). De verdeling voltijds-deeltijds toont een afname van de deeltijdse arbeid tegenover voorgaande jaren. Het personeelsbestand bestond op 31/12/2011 uit 38 statutaire en 87 contractuele medewerkers: een verhouding van 30% statutairen en 70% contractuelen, tegenover 33% statutairen en 67% contractuelen eind 2010. In 2011 zijn 4 statutaire personeelsleden met pensioen gegaan. Tewerkstelling (LA1)

2011 Vlaamse overheid (VTE)

125 (119,45)

2010

2009

128 (120,5)

133 (126,1)

voltijds/deeltijds

95% / 5%

92% / 8%

93% / 7%

statutair/contractueel

33% / 67%

33% / 67%

34% / 66%

193

224

232

79

81

82

PrivĂŠ-ondernemingen en diensten Overheidsdiensten

De cijfers met betrekking tot de Vlaamse overheid zijn per 31/12/20XX; voltijds en deeltijds, exclusief interims. Deeltijds bij de Vlaamse overheid: een deeltijds regime (<100% tewerkstelling) omwille van deeltijds contract, deeltijdse loopbaanonderbreking of deeltijdse prestaties (enkel voor statutaire werknemers). De cijfers met betrekking tot de privĂŠ-ondernemingen en andere overheidsdiensten zijn per 1/1/20XX waardoor deze cijfers niet kunnen worden samengeteld met de cijfers van de Vlaamse overheid. Deze cijfers geven weer: tewerkstelling voltijds + deeltijds / roterend systeem op regelmatige basis (verschillende statuten o.a. zelfstandigen) ; er worden geen interimkrachten meegeteld.

24

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Op de Oostendse luchthaven werken heel wat medewerkers met een hoog aantal dienstjaren, wat duidt op een laag personeelsverloop. Er worden echter regelmatig nieuwe vacatures opengesteld met als resultaat dat ongeveer 25% van het personeel minder dan 5 dienstjaren telt. Het gemiddeld aantal dienstjaren bedraagt 10,7 jaar, tegenover 10,9 jaar in 2010 en 11,1 jaar in 2009. De gemiddelde leeftijd van het personeelsbestand bedraagt 43 jaar, net zoals in 2010, tegenover 42 jaar in 2009. Het aantal vrouwelijke personeelsleden is opnieuw lichtjes gestegen: 22% van de medewerkers, tegenover 21% in 2010 en 20% in 2009. Op management niveau (Directie en Adjuncten van de Directeur) zijn er meer vrouwelijke (4) dan mannelijke medewerkers (3) in dienst. Het grootste departement, Airside Operations, bestaande uit de Airside Operations Manager, de Duty Operations Officers, Marshalling/BCU en luchthavenbrandweer, bestaat echter nog steeds uitsluitend uit mannelijke medewerkers. 95% van de medewerkers van de Vlaamse overheid werkt in voltijds dienstverband. 5% van de personeelsleden werkt volgens een ander regime omwille van deeltijdse loopbaanonderbreking, een deeltijdse arbeidsovereenkomst of verlof voor deeltijdse prestaties. 53% van de personeelsleden woont in het arrondissement Oostende. De overige medewerkers wonen verspreid over de provincie West-Vlaanderen, met uitzondering van 4 medewerkers die in de provincie Oost-Vlaanderen wonen.

regio Arrondissement Oostende Arrondissement Brugge

aantal

4% 3%

Arrondissement Oostende

66

Arrondissement Brugge

8%

20

Westhoek (Arr. Ieper Veurne - Diksmuide)

16%

Westhoek (Arr. Ieper Veurne - Diksmuide)

20

Midden WestVlaanderen (Arr. Tielt Roeselare)

10

Zuid West-Vlaanderen (Arr. Kortrijk)

5

Oost-Vlaanderen

4

Totaal

Verdeling medewerkers Vlaamse overheid naar regio

53% 16%

Midden-West-Vlaanderen (Arr. Tielt - Roeselare) Zuid-West-Vlaanderen (Arr. Kortrijk) Oost-Vlaanderen

125

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

25


Leeftijdsstructuur (LA2) 2011

2010

2009

<20

0

0

0

20-24

1

0

3

25-29

10

15

12

30-34

18

14

15

35-39

19

19

26

40-44

19

23

20

45-49

19

19

26

50-54

19

16

10

55-59

12

14

14

60-64

8

8

7

65

0

0

0

125

128

133

Totaal

Gemiddeld aantal dienstjaren Gemiddelde leeftijd

2011

2010

2009

10,7

10,9

11,1

43

43

42

Zevenendertig personeelsleden hadden in 2011 recht op loopbaanonderbreking onder de vorm van ouderschapsverlof. Het betreft de personeelsleden met kinderen jonger dan 12 jaar die hun ouderschapsverlof nog niet hadden opgenomen voor 2011. Zes medewerkers namen ook effectief (een deel van) dit verlof op. Dit is 16% van de rechthebbenden. Twee van deze medewerkers namen dit verlof op door tijdelijk 4/5 te werken. Van de 4 personeelsleden van wie het ouderschapsverlof of het omstandigheidsverlof (10 dagen verlof na bevalling van echtgenote of samenwonende partner) beĂŤindigd werd in 2011, hebben 3 personeelsleden het werk hervat. EĂŠn personeelslid neemt verder voltijdse loopbaanonderbreking, onder het algemene stelsel (LA15).

26

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Bij de Vlaamse overheid zijn er wegens het verschillend statuut voor statutaire medewerkers en contractuele medewerkers een aantal verschillen in sociale voordelen, voornamelijk op het vlak van pensioenopbouw, carrièremogelijkheden en verloning. Deze verschillen zijn niet te wijten aan het al dan niet voltijds werken. Hieromtrent zijn er tussen beide statuten geen verschillen te noteren. (LA3) Alle werknemers van de luchthaven in dienst van de Vlaamse overheid vallen voor het overige onder hetzelfde arbeidsreglement. Alle personeelsleden vallen onder dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst (afgesproken tussen de Vlaamse overheid en de drie vakbonden). (LA4) In het organigram zijn de verschillende functies duidelijk aangegeven. De vergoeding voor de verschillende functies en personeelsleden gebeurt via de vaste barema’s van de Vlaamse overheid en is niet gebonden aan de prestaties van de luchthaven. De spreiding van de functies situeert zich tussen de niveaus A en D. De Algemeen Directeur werd door de Vlaamse Regering aangesteld via het uitschrijven van een examen, waarna een aanstellingsbesluit gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad.

Veiligheid en gezondheid Binnen onze organisatie hechten wij grote waarde aan de veiligheid en gezondheid van ons personeel. Ons doel is er voortdurend voor te zorgen dat de medewerkers maximaal worden beschermd tegen fysieke schade en ziekte. Veiligheidsaspecten worden regelmatig besproken in SEOC1 en SAFCO2 vergaderingen. De jaarlijkse rondgang met de bedrijfsarts en de preventieadviseur wordt bijgewoond door de verantwoordelijken van de verschillende vakbonden en de hiërarchische lijn. De beveiligingsagenten beschikken over een dosimeter voor het registreren van de röntgenstraling (ioniserende straling).Het personeel dat op de inschepingsvloer werkt,beschikt standaard over persoonlijke beschermingsmiddelen die het gehoor beschermen. Jaarlijks wordt een gehoortest afgenomen tijdens het medisch onderzoek. Er werd tot op heden geen permanente gehoorschade gemeld. De regeling met betrekking tot formele overlegstructuren inzake veiligheid en gezondheid in de overheid werd vastgelegd in het vakbondsstatuut. Aangelegenheden die uitsluitend betrekking hebben op personeelsleden van de DAB Luchthaven Oostende worden besproken in het SEOC van de DAB Luchthaven Oostende. Aangelegenheden die betrekking hebben op alle personeelsleden van het departement Mobiliteit en Openbare Werken worden in het entiteitsoverlegcomité (EOC) besproken. Verder is er nog een beleidsdomeinoverlegcomité (BDOC) voor het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken en een overkoepelend Sectorcomité voor alle diensten van de Vlaamse overheid. De preventieadviseur is een personeelslid van de Vlaamse overheid (Gemeenschappelijke dienst Preventie en Bescherming) maar behoort niet tot het personeel van de luchthaven. (LA6) Lage ziekte- en afwezigheidscijfers worden over het algemeen gelinkt aan positieve trends in de motivatie en de productiviteit van het personeel. De Vlaamse overheid heeft in haar personeelsbeleid aandacht voor de balans werk-privé en voert dan ook een gezinsvriendelijk beleid. Dit betekent dat in de mate dat de functie dit toelaat er flexibele werkuren zijn (kan echter niet voor continu- en semicontinudiensten). Er zijn verschillende verlofstelsels zoals ouderschapsverlof en onbetaald verlof.

1 Subentiteitsoverlegcomité 2 Safety Committee Ostend Airport

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

27


Alle personeelsleden genieten van een gratis hospitalisatieverzekering en gratis openbaar vervoer. Wegens de uurregeling bij een aantal diensten is dit laatste voordeel niet altijd te benutten. Er wordt zowel in dagdienst als in continudienst in een 38-uren werkweek gewerkt. Overuren worden zoveel mogelijk vermeden.

Ziekteverzuim (LA7) Het ziekteverzuimpercentage in 2011 wijst op een verder dalende tendens in vergelijking met de vorige jaren: het ziekteverzuim bedroeg in 2011 5,75% tegenover 5,76% in 2010 en 6,11% in 2009. Het totaal aantal ziektedagen in 2011 bedroeg 1 437 dagen en het verzuim wegens langdurige ziekte (>3 maanden) bedroeg 573 dagen. Analyse van de ziekteverzuimcijfers leert ons ook dat het nulverzuim in 2011 34,5% bedraagt, wat betekent dat er 43 personeelsleden waren zonder ziektedagen.

Gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid

Gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid (verzuim wegens langdurige ziekte niet inbegrepen)

2009

12,9

8,5

2010

12,1

8,3

2011

11,9

7,2

Ongevalsratio per 1 000 werknemers (LA7)

Aantal ongevallen/1 000 wkn/jaar Ziektedagen (omgerekend naar 1000 wkn)

Ziekteverzuim in %

2011

2010

2009

33,21

41,1

23,79

12 030,142

12 129,93

12 887

5,753

5,76

6,11

In 2011 registreerden we 4 arbeidsongevallen (met uitzondering van de arbeidsongevallen op de weg van en naar het werk en de arbeidsongevallen zonder arbeidsongeschiktheid). Deze arbeidsongevallen resulteerden in 115 kalenderdagen arbeidsongeschiktheid.

1 4 ongevallen op 119,45 VTE 2 1 437 ziektedagen op 119,45 VTE 3 aantal ziektedagen t.o.v. aantal werkdagen 125 werknemers

28

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Opleidingen De medewerkers worden aangemoedigd om zowel functiegebonden als competentiegebonden opleidingen te volgen. Er is een actieve ervaringsuitwisseling met de leidinggevenden van andere Belgische luchthavens. Op regelmatige basis is er overleg tussen de luchthavenbrandweerverantwoordelijken van de luchthavens van Oostende, Antwerpen, Zaventem, Kortrijk - Wevelgem en Charleroi en de Safety Managers van de luchthavens van Oostende, Antwerpen en Charleroi. De behandelde thema’s zijn: noodplanning, blustechnieken, keuze voertuigen, producten, audits (zowel intern als extern), Safety Management System (SMS), ... De personeelsleden van de Oostendse luchthaven volgden in 2011 in totaal 1 889 uren opleiding. Opleiding omvat: alle types van gesproken training en instructie, betaald educatief verlof, opleiding of training extern en (deels) betaald door de luchthaven, training inzake specifieke topics zoals gezondheid en veiligheid. De onsite coaching door oversten wordt hier niet mee bedoeld en is hier nog bij te tellen. In 2011 werden onder meer de volgende opleidingen georganiseerd: • Trainingsprogramma (simulatiepakket) voor de bediening van screeningsapparatuur door de beveiligingsagenten. Dit programma werd aangekocht in 2007 en wordt nog steeds gebruikt. De beveiligingsagenten dienen minimum 1 uur per maand de trainings- en testsessies te volgen; • De Security Manager en alle beveiligingsagenten volgden gedurende een halve dag de opleiding ‘Dangerous Goods’; • Alle leden van de Bird Control Unit volgden een opleiding rond het veilig manipuleren van wapens die bestond uit een halve dag theorie (intern georganiseerd) en een bijkomende halve dag praktijk; • De Airside Operations Manager en één van de Duty Operations Officers volgden een 5-daagse opleiding BCU-technieken bij de Luchtmacht; • Naar aanleiding van de indienststelling van nieuwe arbeidsmiddelen werden een aantal opleidingen georganiseerd: gebruik nieuwe crashtender en Persons with Reduced Mobility (PRM)-lift voor de brandweer, opleiding apparatuur ruimbagage voor de luchthavenbeveiliging, … • Naar aanleiding van enkele incidenten werd voor alle personeelsleden een heropfrissingssessie rond het Safety Management System georganiseerd. Alle medewerkers met een rijbewijs STRIP woonden bovendien een heropfrissingssessie bij van de opleiding STRIP.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

29


Gemiddeld aantal uren opleiding per persoon, per personeelscategorie (LA10)

2011

2010

11,4

26,6

70

Airside operations

17,6

9

8,7

Security

19,4

13,1

14,3

2,2

0

14,4

15,1

11,3

18,5

Algemeen Directeur/ Staf/ Lijnmanagement/ Administratie

Technische Diensten / Schoonmaak

2009

Totaal

Er zijn programma’s voor competentiemanagement en levenslang leren die de blijvende inzetbaarheid van medewerkers garanderen en hen helpen bij het afronden van hun loopbaan. Deze omvatten het volgende (LA11): • bijscholing informatica: in 2011 werd onder meer een opleiding rond Windows 7 en Office 2010 aangeboden aan alle personeelsleden naar aanleiding van de overschakeling naar deze systemen; • bijscholing EHBO voor alle brandweermannen. Bij de Vlaamse overheid vinden er jaarlijks evaluatie- en planningsgesprekken plaats tussen alle werknemers en hun directe oversten (LA12). De output is een evaluatiedocument én een planningsdocument waarin resultaatgerichte en ontwikkelingsgerichte doelstellingen worden geformuleerd. Het planningsgesprek kan eveneens aanleiding geven tot wijzigingen van de functie-inhoud. Naar aanleiding van de jaarlijkse evaluatie- en planningsronde kan beslist worden om een functioneringstoelage (motivatiepremie voor buitengewone prestaties), loopbaanversnelling of loopbaanvertraging (voor statutaire medewerkers) toe te kennen.

30

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


opleiding PRM-lift

opleiding gebruik reddingsmateriaal

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

31


Diversiteit en kansen De Vlaamse overheid wil voor alle burgers en organisaties een voorbeeld zijn op het gebied van gelijke kansen en diversiteit. Alle functies staan open voor zowel mannen als vrouwen, ongeacht de leeftijd en nationaliteit. Werknemers volgens geslacht (%), leeftijdsgroep, minderheid, diversiteit (LA13)

2011

2010

2009

Mannen

78%

79%

80%

Vrouwen

22%

21%

20%

Nationaliteit: Belg

98%

98%

98%

Niet-Belg

2%

2%

2%

Met arbeidshandicap

0%

0%

0%

Bij de Vlaamse overheid is er geen onderscheid in de basissalarissen voor mannen en vrouwen per medewerkerscategorie (LA14). Op de luchthaven zijn een aantal personeelsleden verenigd in een vakbond. De volgende vakbonden zijn vertegenwoordigd op de luchthaven: Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD), Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) - Transcom en Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA). De wet op de overheidsopdrachten biedt de personeelsleden een duidelijk kader omtrent de preventie van corruptie. Nieuwe personeelsleden die als leidend ambtenaar kunnen optreden, krijgen tijdens hun proefperiode een opleiding omtrent deze wetgeving en het organiseren van aanbestedingen en offertevragen. Wijzigingen aan deze wetgeving worden steeds aan de betrokken werknemers gecommuniceerd en via een opleiding toegelicht. Kleinere uitgaven worden goedgekeurd door de controleurs der vastleggingen. Verder is er toezicht en controle via de Inspectie van FinanciĂŤn en via het systeem van interne audit binnen de Vlaamse overheid. Discriminatie wordt niet toegelaten. Er zijn geen gevallen bekend waarin dit voorgevallen is. Kinderarbeid is niet van toepassing en bovendien wettelijk niet toegelaten. Deze bepalingen zijn tot op heden niet opgenomen in onze contracten met leveranciers, concessiehouders, etc.

32

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Economische aspecten en financiële resultaten De Internationale Luchthaven Oostende-Brugge exploiteert de luchthaven als een afzonderlijke budgettaire eenheid binnen de Vlaamse overheid en is opgericht als een DAB. Voor de financiering van de werkingskosten en investeringen worden naast de eigen inkomsten en opbrengsten middelen van het Vlaams Gewest toegekend. Deze middelen bestaan uit een werkingsdotatie en een investeringsdotatie. Er zijn vaak enkele grote infrastructuurwerken die het grootste gedeelte van de investeringsdotaties opslorpen. Deze dotaties kunnen niet worden overgedragen naar volgende jaren zodat de planning en spreiding van investeringen hierdoor wordt beïnvloed. Eerlijkheidshalve dient gezegd dat het huidige budget voor investeringsprojecten ontoereikend is rekening houdend met de noodzakelijke investeringen zoals deze door de milieuvergunning opgelegd worden. De uitbating van de luchthaven biedt werkgelegenheid aan eigen personeel en derden. De directe werkgelegenheid omvat1: 1) passagiersgebonden werkgelegenheid: d.i. personen die voor passagiersgebonden activiteiten instaan, zoals passagiersafhandeling, stewards en stewardessen, catering, tax free shops, hotels en restaurants, openbaar vervoer, taxi’s en autoverhuurbedrijven. De werkgelegenheid in deze categorie is direct afhankelijk van het passagiersvolume. 2) vrachtgebonden werkgelegenheid: d.i. personen die voor het vrachtvervoer instaan, zoals koeriers, vrachtafhandeling en expeditiebedrijven. De werkgelegenheid in deze categorie is rechtstreeks afhankelijk van het volume vrachtvervoer. 3) vliegtuiggebonden

werkgelegenheid:

d.i.

personen

die

instaan

voor

vliegtuiggebonden

activiteiten, zoals het technisch personeel (onderhoud), de piloten en boordtechnici, benzine- en oliemaatschappijen, de verkeersleiding en vliegtuigafhandelingsbedrijven. 4) overige directe werkgelegenheid: d.i. alle andere personen die direct op de luchthaven actief zijn maar waarvan de werkgelegenheid minder afhankelijk is van het volume luchthavenverkeer, zoals de administratie, politie, schoonmaakbedrijven, douane, bank- en wisselkantoren, reisbureaus en touroperators, vertegenwoordiging van industriële bedrijven. Tot op heden is het niet mogelijk om bovenstaande werkgelegenheid volledig te inventariseren. Een eerste inschatting leert ons dat we ongeveer 400 personen directe werkgelegenheid kunnen bieden. Inzake indirecte economische effecten bedoelen we enerzijds de activiteiten bij de bedrijven die direct leveren aan de luchthaven. Dan spreken we bijvoorbeeld over de volgende activiteiten:  constructie: bouwondernemingen, aannemers, installatiebedrijven,…  adviseurs: ingenieurs, architecten, software consulenten, organisatie-adviseurs, opleidingsinstanties, …  aankopen: voeding en drank, andere verbruiksgoederen, bureaumateriaal, informatica: soft- en hardware, technisch materiaal, rollend materieel, …

1 Sleuwaegen en De Backer, De luchthaven van Zaventem: een strategische groeipool in Tijdschrift voor Economie en Management, Vol. XLIII, 2, 1998

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

33


Anderzijds bedoelen we ook extra activiteiten die ontstaan door de nabijheid van een luchthaven en die idealerwijze kunnen zorgen voor een hoogwaardig internationaal investeringsklimaat en bijkomende activiteiten kunnen genereren. In dit geval kunnen de volgende economische activiteiten worden aangehaald:  Europese hoofdkantoren van niet-Europese multinationals;  Europese distributiecentra van niet-Europese ondernemingen;  internationaal georiënteerd logistiek dienstverlenende bedrijvigheid;  internationaal georiënteerd congres- en beurswezen;  internationaal georiënteerd toerisme;  internationaal georiënteerde reisbemiddeling;  internationale handelshuizen van buitenlandse origine;  internationale financiële en management centra van buitenlandse origine;  internationale commerciële organisaties.

Financiële resultaten Het financieel resultaat wordt geanalyseerd op basis van de jaarrekening van de luchthaven, terug te vinden op blz. 43-47. Deze jaarrekening is het resultaat van een economische boekhouding. Aangezien de luchthaven als Dienst met Afzonderlijk Beheer (DAB) ressorteert onder het Vlaams Gewest, moet de economische boekhouding op het einde van het jaar vertaald worden naar een begrotingsboekhouding. De Internationale Luchthaven Oostende–Brugge heeft het jaar 2011 positief afgesloten. De winst is gestegen van 98.934,40 euro in 2010 naar 353.231,73 euro in 2011 (telkens na de overboeking naar de wettelijke reserve).

1 Economic Importance of Air Transport and Airport Activities in Belgium, Nationale Bank van België, december2011, n°218

34

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


In 2011 kende de luchthaven een daling van de bedrijfsopbrengsten. De daling van de vrachttrafiek weerspiegelde zich in een daling van de aëronautische opbrengsten. De stijging van de passagierstrafiek resulteerde echter in een stijging van de niet-aëronautische opbrengsten (met name de commissie op parkinggelden). In 2011 werd de werkingsdotatie voor het eerst sinds jaren niet geïndexeerd. De luchthaven is erin geslaagd om de bedrijfskosten onder controle te houden. Deze zijn ten opzichte van 2010 lichtjes gedaald : • De kosten met betrekking tot het rollend materieel zijn gestegen: deze stijging werd veroorzaakt door de stijgende brandstofprijzen; • De algemene onderhoudskosten zijn fors gedaald: dankzij de minder strenge moest er minder  De post bedrijfskledij daalde omwille van hetwinter feit dat de interventiekledij van de brandweer niet jaarlijks vernieuwd dient te worden. Deze kledij werd in 2010

aangeschaft. ontijzelingsprodukt aangekocht worden. Daarnaast was de schade aan de elektrische apparatuur

veroorzaakt door streng winterweer minimaal.

De personeelskosten zijn lichtjes gedaald omwille van het feit dat niet alle personeelsleden die de luchthaven verlieten, mochten en/of konden vervangen worden.

• De post bedrijfskledij daalde omwille van het Hierbij feit dat de we interventiekledij de brandweer nietheeft jaarlijks moeten de bemerking makenvan dat de luchthaven toch beroep moeten doen op de diensten van een schoonmaakbedrijf om een tekort aan personeel binnen de

vernieuwd dient te worden. Deze kledij werd in 2010 aangeschaft. schoonmaakploeg op te vangen. De personeelskosten zijn lichtjes gedaald

Bedrijfskosten : Diensten en diverse goederen (x 1 000 €)

omwille van het feit dat niet alle personeelsleden die de luchthaven verlieten, mochten en/of konden vervangen worden. Hierbij moeten we de bemerking maken

2.500

2.000

1.500

dat de luchthaven toch beroep heeft moeten doen op de diensten van een schoonmaakbedrijf om een tekort aan personeel binnen de schoonmaakploeg op te vangen.

1.000

500

0

2008

2009

2010

2011

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

35


Directe economische waarde (euro) (EC1)

Direct gegenereerde economische waarde

a)

Dotatie werkingskosten

b)

Eigen opbrengsten

4 892 000,00

a. Aëronautische opbrengsten

2 858 587,11

b. Niet-aëronautische inkomsten

1 143 657,88

c. Andere bedrijfsopbrengsten

87 966,90

Direct gedistribueerde economische waarde

c)

Werkingskosten

1 765 466,39

d)

Personeelskosten en voordelen

6 506 778 ,83

e)

Leningen

f)

Belastingen:

0,00

a. onroerende voorheffing

29 613,02

b. BTW (terug te vorderen)

-28 141,34

g) Investeringen in gemeenschap: a. Abonnement voor studenten hier gevestigde luchtvaartscholen:

184 000,00

OAC, BAFA en NZVC (trainingskaarten aangekocht voor 46 000 euro ter waarde van 230 000 euro)

Ingehouden winst

361 327,12

De luchthaven krijgt jaarlijks als tussenkomst in de werkingskosten en in de investeringen een dotatie. De Vlaamse regering legt deze bedragen elk jaar na de budgetcontrole in het Vlaams parlement via decreet vast. De dotatie van de Vlaamse overheid voor de werkingskosten is onvoldoende om alle werkingskosten te dekken en dient met eigen opbrengsten van commerciële activiteiten te worden aangevuld. De investeringsdotatie wordt geïnvesteerd in de kwalitatieve uitbouw van de luchthaven, met name infrastructuur, gebouwen en uitrusting.

36

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Significante financiële steun Vlaams Gewest (EC4)

2011

2010

2009

Dotatie werkingskosten (x1 000 euro)

4 892

4 892

4 884

Dotatie investeringen (x1 000 euro)

2 908

2 908

2 905

Vastgelegde investeringen (% investeringsdotatie)

76,40

99,99

99,99

In 2011 werden door de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge onder andere de volgende investeringsprojecten voorzien:

 In 2012 zullen ononderbroken onderhoudswerkzaamheden plaatsvinden aan de verhardingen en wegmarkeringen evenals elektriciteitswerken, zowel aan land- als aan luchtzijde. Kostprijs: 130 000 euro

 De elektrische uitrusting op de runway en taxiway dient dringend vernieuwd te worden. De voedingsunits van de runway verlichting zijn eveneens aan vernieuwing toe. De betrouwbaarheid van de elektrische infrastructuur/verlichting is een absolute vereiste voor de veilige werking van de luchthaven. Kostprijs: 254 000 euro

 Sanering oud campingdomein De Kalkaert Kostprijs: 37 000 euro

 De milieuvergunning van de Internationale Luchthaven Oostende –Brugge vermeldt dat de afwatering van apron 1 dient te gebeuren via een koolwaterstofafscheider (KWS-afscheider), met bypass systeem. Kostprijs: 693 000 euro

 Uitrusting: gebouw en elektriciteit ten behoeve van de plaatsing van een nieuwe radar. Kostprijs: 330 000 euro

 Startbaanveegmachine: deze borstelwagen is noodzakelijk teneinde de runway en taxiway te kunnen “ borstelen” om zo steentjes en klein afval te verwijderen. Kostprijs: 241 000 euro

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

37


 Aankoop rollend materieel: tractor en PRM-lift Kostprijs: 245 000 euro

 Levering mobiele elektrogeengroep: indien er problemen zijn met het hoogspanningsnet, kan een dergelijke noodgroep voeding geven aan kritische installaties, zoals onder andere de luchthavenbebakening. Kostprijs: 85 000 euro

 Lokaal Departure Control System (DCS-systeem): systeem voor de automatisatie van het check- in proces Kostprijs: 50 000 euro Bij het realiseren van al deze projecten kreeg de luchthaven de gewaardeerde medewerking van Belgocontrol en van meerdere diensten van de Vlaamse overheid zoals:  het Agentschap Infrastructuur, Wegen en Verkeer West-Vlaanderen;  het Agentschap voor Facilitair Management, Gebouwen West-Vlaanderen;  de afdeling Elektromechanica en Telematica;  de afdeling Luchthavenbeleid. Ook de afdelingen Algemeen Beleid, Algemene Technische Ondersteuning, Begroting en Boekhouding, Juridische Dienstverlening en Personeel en Logistiek van het departement Mobiliteit en Openbare Werken hebben de luchthaven bijgestaan om haar exploitatietaak te vervullen.

Investeringen met eigen middelen Naast de projecten die gefinancierd worden met de investeringsdotatie, werden door de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge ook nog een aantal eigen investeringen gerealiseerd. Deze investeringen zijn noodzakelijk om de dagdagelijkse werking van de luchthaven te garanderen.

Investeringen met eigen middelen (euro)

38

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

2011

2010

2009

119 262

84 550

56 624


Deze eigen middelen werden vooral aangewend om uitrustingsgoederen aan te kopen. Het gaat hier vooral om kantoorbenodigdheden, meubilair en werkmateriaal eigen aan bepaalde diensten, onder andere beveiligingsapparatuur. In 2011 werd eveneens een automatisch omroepsysteem en een rokersruimte aangekocht. Beleid, methoden en deel van uitgaven betrekkende lokaal gevestigde leveranciers (EC6) Bij opdrachten met een kleinere individuele waarde (kleine aankopen, etc.) worden lokale leveranciers aangesproken: we denken onder andere aan kleine arbeidsmiddelen, verf, ruimen van septische putten, etc. Er is in het leveranciersbestand nog geen indicator omtrent de afstand tot de luchthaven opgenomen zodat hieromtrent geen cijfermateriaal beschikbaar is. Het luchthavenpersoneel kan ter plaatse in één van de luchthavenrestaurants een maaltijd genieten aan voordelige voorwaarden. Procedures voor lokale personeelswerving en aandeel van het topkader dat afkomstig is uit de lokale gemeenschap (EC7) Personeelsadvertenties worden bekendgemaakt via de jobsite van de Vlaamse overheid (www.jobpunt.be), de website van de luchthaven alsook via lokale streekkranten. Afhankelijk van de functie is een meer lokale aanwerving opportuun (wegens de snelheid waarmee de luchthaven indien nodig dient te worden bereikt) maar dit is geen uitsluitingscriterium. Voor de verdeling van de personeelsleden (idem kaderfuncties) per regio: zie grafiek op pagina 25. Ontwikkeling en gevolgen van investeringen in infrastructuur en diensten die voornamelijk ten behoeve van het algemeen nut worden geboden door middel van verplichtingen van commerciële aard, dan wel in natura of pro bono (EC8) De luchthaven beschikt over ruime parkings voor personeel, passagiers en bezoekers. De parkeerzones voor bezoekers omvatten respectievelijk 260 en 500 parkeerplaatsen. De tarieven zijn in die mate dat zij voor de passagiers die de luchthaven als vertrek- en aankomstluchthaven gebruiken zeer competitief zijn in vergelijking met andere verplaatsingsopties. Het openbaar vervoer is geregeld via regelmatige busverbinding met het treinstation en is een minder haalbare optie voor het personeel dat in ploegendienst werkt. De luchthaven heeft een Automatische Externe Defibrillator (AED) aangekocht die in de vertrekhal werd geïnstalleerd. Aan luchtzijde beschikt de brandweer over een mobiele AED. Verder is het luchthavenrestaurant Belair met mooi zicht op de inschepingsvloer een trekpleister voor bezoekers die op de luchthaven iets wensen te eten of te drinken. Ook het aan apron 3 gelegen luchthavenrestaurant Charles Lindbergh biedt een mooi zicht op de runway en op de general aviation activiteiten.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

39


Milieu-investeringen Uit een analyse van de investeringen van de voorbije 3 jaar is een extractie van de milieu-investeringen mogelijk. In grote lijnen kunnen deze als volgt worden geïdentificeerd: Milieu-investeringen (EN30) euro

2011

2010

2009

Kosten verbonden aan afvalophaling en -verwerking

17 504

15 119

25 055

Kosten verbonden aan emissiebehandeling

700 074

189 000 voor

onbekend

(KWS-afscheider

KWS-afscheider

apron 1 en

apron 3

schoonmaken andere KWS-afscheiders)

Kosten te wijten aan herstel en sanering (bijvoorbeeld dakpanschade)

1 918

1 659

2 417

Kosten in verband met

11 279

70 158

1 008 064

preventie

(Interventiekledij, AED,

(Crashtender,

apparatuur perslucht

asbestverwijdering)

en O2)

Kosten gerelateerd aan milieu management en/of

25 467

l

37 667

(inclusief studie

(onder andere

(onder andere

afvalwater)

contract externe

contract externe

milieucoördinator)

milieucoördinator)

milieu-advies

40

29 230

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Investerings- en inkoopbeleid Vlaams actieplan duurzame overheidsopdrachten 2009 - 2011 In 2010 moesten 50% van de overheidsopdrachten groen zijn. Tegen 2020 dienen 100% van de overheidsopdrachten duurzaam te zijn. De Vlaamse overheid heeft een voorbeeldfunctie (regeerakkoord). Duurzame overheidsopdrachten zijn een beleidinstrument om:  duurzaamheid, sociale inclusie te promoten (Pact2020);  Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) te promoten (regeerakkoord);  milieudoelstellingen te bereiken;  innovatie – competitiviteit Vlaamse industrie te stimuleren;  te fungeren als hefboom voor duurzame producten en diensten (regeerakkoord);  meer waarde voor haar geld te verkrijgen: kosteneffectief duurzaam aanbesteden indien mogelijk. Het begrip ‘duurzame overheidsopdrachten’ is, zoals reeds eerder aangehaald, volgens de huidige definitie de benadering waarbij publieke overheden milieu-, sociale en economische criteria integreren in alle fases van hun aankoopproces van leveringen, werken en diensten. Deze aanpak bevordert dus enerzijds de verspreiding van milieubesparende technologieën en sociale innovatie en anderzijds de ontwikkeling van milieu-, sociaal en ethisch verantwoorde producten en diensten door het zoeken naar oplossingen die de minste impact hebben op het milieu en dit gedurende hun volledige levenscyclus. Het eerste actieplan liep over de periode 2009 - 2011 en had als hoofddoelstelling het proces rond duurzame overheidsopdrachten een nieuwe dynamiek te geven en het streven naar duurzame overheidsopdrachten op een meer gecoördineerde manier te laten verlopen. Als luchthaven proberen we onze rol hierin te spelen.

Voorraadbeheer en hergebruik van materiaal De regelgeving legt op dat roerende goederen zonder restwaarde mogen afgevoerd of geschonken worden; roerende goederen met een restwaarde dienen openbaar verkocht te worden aan de hoogstbiedende. Van deze regel kan enkel worden afgeweken mits een decreetbepaling.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

41


Binnen de Vlaamse overheid circuleert het volgend voorstel met betrekking tot voorraadbeheer en hergebruik van materiaal:  verkoop van de goederen, al dan niet via de domeindiensten;  schenking aan bijvoorbeeld onderwijsinstellingen, welzijn, 3e en 4e wereld;  recyclage via kringloopcircuit;  herstellen voor hergebruik binnen de Vlaamse overheid;  afvoer voor vernietiging. Wanneer de luchthaven zich van herbruikbare goederen wenst te ontdoen, zal zij de aangehaalde principes volgen. In november 2011 vond bijvoorbeeld de migratie plaats van de pc’s van de Vlaamse overheid naar Windows 7 en Office 2010 waarbij elk personeelslid voorzien werd van een nieuwe computer. Twintig van de aldus vrijgekomen computers werden te koop aangeboden aan de personeelsleden. Voor de aankoop van dienstvoertuigen kan de luchthaven beroep doen op de raamcontracten die er binnen de Vlaamse overheid zijn. Er wordt gedacht om op middellange termijn elektrische auto’s in te zetten op het luchthaventerrein; ook zouden elektrische laadpalen kunnen worden voorzien zodat ook de andere luchthavengebruikers worden aangemoedigd om voor de interne verplaatsingen elektrische voertuigen in te zetten. De digitale drukkerij waar dit rapport werd gedrukt, is overgeschakeld op FSC® gecertificeerd papier (FSC staat voor Forest Stewardship Council). Het rapport zal eveneens te downloaden zijn via de luchthavenwebsite om het aantal gedrukte exemplaren te kunnen beperken. Voor de bouw van nieuwe en de renovatie van bestaande kantoorgebouwen werd een overheidsinstrument ontwikkeld om de betrokken leidende ambtenaar te begeleiden bij duurzame keuzes (www.vlaanderen.be/duurzaamkantoor). Er wordt met dit systeem gestreefd naar gebouwen met minstens 2 sterren1. De medewerkers van de Vlaamse overheid zullen opgeleid worden met als streefdoel het stapsgewijs bekomen van meer duurzame luchthavengebouwen.

1 Voor elk van de drie groepen van prestaties (leefbaarheid en welzijn; milieu en duurzaamheid; energie) kan een kantoorgebouw een score van 0 tot 4 verdienen. De individuele score per prestatiegroep resulteert in een finale score die we vertalen in een aantal sterren: van 0 voor kantoorgebouwen die enkel voldoen aan de minimale vereisten, tot 4 voor kantoorgebouwen die in hoge mate innovatieve, duurzame technologieën integreren.

42

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Jaarrekening boekjaar 2011 01.01.2011 â&#x20AC;&#x201C; 31.12.2011

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

43


Balans boekjaar 2011 Activa 2011 2010 2009 2008

Vaste activa III. Materiële vaste activa Gebouwen, inrichting, uitrusting 778 860,60 737 379,91 715 500,06 706 339,46 Installaties, machines en uitrusting 1 101 573,93 1 031 815,37 1 017 034,05 976 591,69 Meubilair

330 899,90

322 877,45

312 330,79

308 174,59

Rollend materieel 1 697 322,22 1 697 322,22 1 659 979,67 1 657 114,45 Investeringen met dotatie 48 358 863,93 46 201 817,55 43 355 496,00 40 504 028,57 Totaal vaste activa 52 267 520,58 49 991 212,50 47 060 340,57 44 152 248,76

Afschrijvingen

37 932 311,75

35 030 082,31 31 784 994,04

28 370 039,96

Vlottende activa VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar Handelsvorderingen

421 835,43

444 773,45

651 605,38

669 414,06

Overige vorderingen

4 240 349,82

4 892 162,27

4 832 816,70

4 703 709,88

IX. Liquide middelen

9 139 211,05

9 893 793,54

8 696 814,18

7 405 503,27

53 219,84

47 923,21

25 247,15

46 951,92

13 854 616,14

15 278 652,47

14 206 483,41

12 825 579,13

X. Overlopende rekeningen

Totaal vlottende activa

Totaal activa

44

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

28 189 824,97

30 239 782,66 29 481 829,94 28 607 787,93


Passiva

2011

2010

2009

2008

Eigen vermogen IV.

Reserves

Wettelijke reserve 1 137 545,03

1 129 449,64

1 075 365,32

1 060 428,16

7 744 348,67

6 749 090,17

(cfr Art 19 van het besluit van de Vlaamse regering betreffende het financiële beheer van DAB luchthavens dd 8 juni 1994)

V. Overgedragen resultaat

8 196 514,80

7 843 283,07

Kapitaalsubsidies 13 735 048,11

14 350 079,95

14 655 888,79 15 111 948,43

Totaal eigen vermogen 23 069 107,94

23 322 812,66

23 475 602,78 22 921 466,76

VI.

Voorzieningen voor risico’s en kosten VII. Overige risico’s en kosten 0,00

0,00

0,00

0,00

Schulden IX.

Schulden op ten hoogste één jaar

662 203,96 Leveranciers

595 176,81

775 779,05

465 729,74

3 278 318,49 Te ontvangen facturen

5 017 288,56

3 952 917,00

3 919 828,92

3 940 522,45 Subtotaal handelsschulden

5 612 465,37

4 728 696,05

4 385 558,66

877 484,12 Schulden met betrekking tot bezoldigingen

896 422,93

944 454,60

965 897,90

Overige schulden 179 852,36 Waarborgen

182 693,99

185 264,63

185 838,97

122 858,10 O verlopende rekeningen

225 387,71

147 811,88

149 025,64

5 120 717,03

6 916 970,00

6 006 227,16

5 686 321,17

X.

Totaal schulden

28 189 824,97 30 239 782,66 Totaal passiva

29 481 829,94 28 607 787,93

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

45


Resultatenrekening 2011 2011

2010

2009

2008

I. Bedrijfsopbrengsten Dotatie 4 892 000,00 Dotatie werkingskosten 4 892 000,00

4 884 065,27

4 672 000,00

Eigen opbrengsten 2 858 587,11 AĂŤronautische opbrengsten 3 110 798,31 3 196 203,73

3 287 665,13

1 143 657,88 Niet-aĂŤronautische opbrengsten 1 088 423,48

1 274 966,96

1 150 795,93

87 966,90 Andere bedrijfsopbrengsten 113 033,00

74 823,28

65 659,44

4 090 211,89 Subtotaal eigen opbrengsten 4 312 254,79

4 545 993,97

4 504 120,50

8 982 211,89 Totaal bedrijfsopbrengsten 9 204 254,79 9 430 059,24

9 176 120,50

II. Bedrijfskosten 1. Diensten en diverse goederen 158 635,23 Kosten rollend materieel 140 192,27 89 629,82 597 054,90 948 463,87

119 699,35

568 197,16

510 587,45

289 382,18 Elektriciteit 243 698,64 215 161,87

317 568,26

167 370,15 Verwarming 121 286,17

135 398,10

164 093,51

33 694,36 Water 32 558,07

29 587,77

50 695,92

20 878,10 Telefonie 23 179,09 23 495,50

21 217,05

O nderhoudskosten

gebouwen + terreinen + installaties

59 236,41 Kosten administratie 51 658,28

40 469,64

48 533,82

37 741,14 Kosten bedrijfskleding 88 290,22

73 524,38

5 807,63

19 761,25 Kosten milieu-advies 29 230,27

37 667,36

38 990,21

162 843,01 Kosten Sales en Marketing 164 796,38

181 300,53

180 879,07

38 572,72 Kosten ereloon advocaten en studiebureaus 20 448,57

35 143,06

45 936,36

5 266,12 Kosten interim 28 021,50

0,00

0,00

31 586,02 Kosten erfpachtvergoeding 31 586,02

31 586,02

31 623,03

143 444,80 Diverse kosten 105 225,53

120 023,32

131 428,71

1 765 466,39 Subtotaal diensten en diverse goederen 2 028 634,88

1 581 184,53

1 667 060,37

6 506 778,83 2. Bezoldigingen, sociale lasten 6 525 674,61 6 585 289,59

6 518 094,76

3 073 990,86 3. Afschrijvingen en waardeverminderingen 3 396 635,18

3 554 929,56

3 609 954,14

38 984,57 Andere bedrijfskosten 42 796,78

48 794,42

38 860,50

4.

11 385 220,65 Totaal bedrijfskosten 11 993 741,45

46

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

11 770 198,10 11 833 969,77


2011

2010

III. B edrijfswinst/(verlies) -2 789 486,66 -2 403 008,76

2009

2008

-2 340 138,86 -2 657 849,27

IV. FinanciĂŤle opbrengsten 3 156 075,96 2 809 325,30

3 323 287,21

3 825 683,93

4 586,58 V. FinanciĂŤle kosten 123 958,63 9 143,99

4 439,98

978 561,77 VI . Resultaat bedrijfsvoering 242 630,67 397 172,55

1 163 394,68

VII. Uitzonderlijke opbrengsten 67 164,79 15 261,54

45 611,13

383 943,17

13 977,24

28 901,65

1 010 195,66

1 518 436,20

1 010 195,66 Winst/ (verlies) van het boekjaar 153 018,72 361 327,12

1 518 436,20

Afschrijvingen+waardeverminderingen 3 396 635,18 3 073 990,86

3 554 929,56

3 609 954,14

Totaal 3 549 653,90 3 435 317,98

4 565 125,22

5 128 390,34

Overboeking naar wettelijke reserve 54 084,32 8 095,39

14 937,16

0,00

VIII . Uitzonderlijke kosten 156 776,74 51 106,97 IX. Netto resultaat: winst/( verlies) 153 018,72 361 327,12 Cashflow

Winst/ (verlies) van het boekjaar 98 934,40 353 231,73

995 258,50 1 518 436,20

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

47


Milieuprestaties Milieuprestaties Energie Energie

“Energiemaatregelen volgens de principes van Trias Energetica” “Energiemaatregelen volgens de principes van Trias Energetica” Overal rond ons heen wordt energie verbruikt. Ook in de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge. Het energieverbruik van de luchthaven wordt voornamelijk bepaald door enerzijds het elektriciteitsverOveral rond ons heen wordt energie verbruikt. Ook in de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge. bruik voortvloeiend uit het verlichten van de landingsbaan en aanhorigheden, en anderzijds het gasHet energieverbruik van de luchthaven wordt voornamelijk bepaald door enerzijds het elektriciteitsververbruik (verwarming van gebouwen). In beperkte mate wordt diesel aangekocht voor de bevoorrabruik voortvloeiend uit het verlichten van de landingsbaan en aanhorigheden, en anderzijds het gasding van de noodgroepen en de bedrijfsvoertuigen. verbruik (verwarming van gebouwen). In beperkte mate wordt diesel aangekocht voor de bevoorrading van de noodgroepen en de bedrijfsvoertuigen.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

49


Resultaten 2011 Onderstaande tabel geeft een overzicht van het verbruik aan elektriciteit, aardgas en diesel op de luchthaven van Oostende in de periode 2008 – 2011. Het verbruik wordt weergegeven in kiloWattuur (kWh) en GigaJoule primair1 (GJprim) voor elektriciteit en aardgas en in liter voor diesel. Tussen 2008 en 2011 wordt een stijging van het elektriciteitsverbruik vastgesteld. Het aardgasverbruik echter kende een daling. Het totale energieverbruik resulteert in een globale daling van het primair energieverbruik met 4,3 % in 2011 (ten opzichte van 2010).

“Globale daling energieverbruik met 4,3 % ten opzichte van 2010”

Tabel 1: Evolutie energieverbruik 2008-2011 (EN3/EN29) 2008

2009

2010

2011

Elektriciteitsverbruik (kWh)

3 029 556

3 653 111

3 702 593

3 833 548

Aardgas (kWh)

3 823 888

3 816 666

4 214 435

3 307 796

Elektriciteitsverbruik (GJprim)

27 266

32 878

33 323*

34 502

Aardgas (GJprim)

13 766

13 740

15 172*

11 908

Totaal (GJprim)

41 032

46 618

48 495*

46 410

Minimaal

Minimaal

Minimaal

Minimaal

56,4

60,9

Diesel (noodgroepen) Diesel (m³)

bedrijfsvoertuigen

-

-

* Deze gegevens werden aangepast ten opzichte van de onvolledige cijfers die in 2011 gerapporteerd werden.

1 Primaire energie wordt gedefinieerd als de energie nodig aan de bron om het uiteindelijk energiegebruik te dekken. Dit betekent dat bijvoorbeeld voor een gebruik van 1 kWh elektriciteit aan de bron liefst 2,5 kWh energie nodig is. Hierbij wordt de energie die verloren gaat tijdens de omzetting van gas naar elektriciteit en het energieverlies via leidingtransport mee in beschouwing genomen. Deze factor is de standaard binnen Vlaanderen (benchmarking/auditconvenant).

50

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Figuur 1: Primair energieverbruik (elektriciteit en verwarming)

Maatregelen (EN5/EN6) De luchthaven van Oostende behoort niet tot de groep van de energie-intensieve bedrijven die wettelijk onderworpen zijn aan een periodieke energiestudie. Toch is het opvolgen en optimaliseren van het energieverbruik een prioriteit voor de luchthaven. De luchthaven is voortdurend op zoek naar nieuwe maatregelen om het energieverbruik voor haar exploitatie te beperken (EN7). Hierbij wordt getracht zoveel mogelijk maatregelen te nemen volgens de principes van â&#x20AC;&#x2DC;Trias Energeticaâ&#x20AC;&#x2122; (Figuur 2). De rangorde die hier voorop gesteld wordt is: 1. beperk het energieverbruik door beperking van de vraag (energiebesparing); 2. gebruik duurzame energiebronnen (zon, wind, biomassa, ...); 3. gebruik eindige energiebronnen efficiĂŤnt (hoog rendement).

Figuur 2: De Trias Energetica

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

51


In 2011 werd een energiestudie uitgevoerd door de firma Dalkia. In deze studie werd ernaar gepeild of de luchthaven van Oostende op bepaalde vlakken nog verdere energiebesparende maatregelen kan nemen door het beperken van de energievraag en het efficiĂŤnt gebruik van energiebronnen. In 2012 zal op basis van deze energiestudie een actieplan opgesteld worden waarin specifieke maatregelen zullen opgelijst worden die in de (nabije) toekomst uitgevoerd kunnen worden. De volgende maatregelen werden door de luchthaven genomen, rekening houdend met de rangorde van de Trias Energetica:

Beperken van energievraag In 2011 werd 238 meter verwarmingsbuizen voorzien van nieuwe leidingisolatie in de kelder van het hoofdgebouw. Door het aanbrengen van de nieuwe isolatie zullen warmteverliezen beperkt worden. De ramen van het vrachtgebouw en van een aantal burelen bestaan momenteel nog uit enkel glas. Deze beglazing wordt in 2012 vervangen door superisolerende beglazing. Voor deze ingreep wordt een bedrag van 80 000 euro uitgetrokken.

Gebruik van duurzame energiebronnen Het is de visie van de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge om het gebruik van duurzame energiebronnen te maximaliseren. In dit verband engageert de luchthaven zich om bij nieuwbouw en/of grondige renovatie systematisch het gebruik van alternatieve energiebronnen, zoals bijvoorbeeld warmtepompen, zonneboilers en zonnepanelen, in de conceptfase te evalueren, rekening houdend met de technisch-financiĂŤle haalbaarheid.

EfficiĂŤnt gebruik van eindige energiebronnen In 2011 werden aan de runway en de taxiway de bestaande bekabeling en de transformatoren voor de verlichting vernieuwd. De verdere aanpassing en afwerking hiervan zal in 2012 gebeuren. Deze vernieuwing zal het energieverbruik aan de runway doen dalen. Ook de bakens worden voorzien van nieuwe verlichting.

52

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Water

â&#x20AC;&#x153;Daling waterverbruik op de luchthaven over de jaren heenâ&#x20AC;?

In de Oostendse luchthaven wordt water voornamelijk gebruikt voor sanitair en voor de reiniging van de gebouwen. Het watergebruik wordt zoveel mogelijk beperkt en wordt maandelijks opgevolgd. Het ontstane afvalwater is ook afkomstig van sanitair en reinigingsactiviteiten. Hemelwater dat op onverharde delen van de luchthaventerreinen valt infiltreert rechtstreeks in de bodem. Het andere hemelwater valt op de verharde zones waar het mogelijks verontreinigd wordt door brandstof of olie van de vliegtuigen. Om het risico op verontreiniging van het hemelwater te beperken, wordt afvoer van dit hemelwater via bufferbekkens en KWS-afscheiders voorzien. Er wordt geen grondwater opgepompt. Uitzondering hierop zijn bemalingen van grondwater die nodig zijn voor technische werkzaamheden zoals het vernieuwen van rioleringen of het plaatsen van bijkomende koolwaterstofafscheiders.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

53


Resultaten 2011 Onderstaande tabel geeft een overzicht van het waterverbruik op de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge.

Tabel 2: Waterverbruik (EN8)

Verbruik EBOS (m³)

2008

2009

2010*

2011

13 568

14 058

9 304,36

9 043,14

* Deze gegevens werden aangepast ten opzichte van de onvolledige cijfers die in 2011 gerapporteerd werden.

De evolutie van het waterverbruik van de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge wordt ook weergegeven in onderstaande figuur. Er wordt een daling van het waterverbruik vastgesteld over de jaren heen.

“Globale daling waterverbruik met 33,4 % ten opzichte van 2008”

Figuur 3: Evolutie waterverbruik 2008-2011

54

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Maatregelen

Beperking waterverbruik Op de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge worden verschillende maatregelen genomen om het waterverbruik te beperken. Het gebruik van leidingwater wordt beperkt door, in de mate van het mogelijke, over te schakelen op hemelwater. Daartoe zijn er verschillende hemelwaterputten in gebruik:  Ter hoogte van de paardenstallen wordt hemelwater via het dak opgevangen in een ondergrondse hemelwatertank en hergebruikt voor het reinigen van de stallen.  Aan de wachtpost aan de Rolbaanstraat wordt het hemelwater opgevangen in een ondergrondse watertank. Het opgevangen hemelwater wordt er gebruikt voor het wassen van de brandweervoertuigen (EN 10). In 2011 nam de luchthaven bijkomend een systeem in gebruik dat blussen met hemelwater mogelijk maakt. Het dak van de loods op apron 1 fungeert als hemelwateropvang voor het vullen van vier ondergrondse citernes met een totaal volume van 100 m³. De installatie van een pompsysteem met hoog debiet zorgt voor een snelle vulling van de interventiewagens.

Beperking verontreiniging hemelwater (AOSS3/EN21) Er zijn ook maatregelen getroffen ter beperking van de verontreiniging van het hemelwater. Omwille van veiligheidsredenen is het belangrijk dat het hemelwater dat op de verharde zones van het luchthaventerrein (in het bijzonder de landingsbaan, taxiweg en inschepingsvloeren) valt, snel afvloeit. Hiertoe is een uitgebreid rioleringsstelsel voorzien onder de verharde zones. Het hemelwater komt na zuivering terecht in de omliggende grachten en waterlopen. Om verontreiniging van hemelwater te minimaliseren, is de afwatering van de verschillende aprons op de volgende wijze voorzien:  apron 2: afwatering via 3 bufferbekkens met afzonderlijke KWS-afscheider alvorens lozing in het Albertusgeleed;  apron 3: afwatering via een KWS-afscheider voor lozing in de open beek aan de Nieuwpoortsesteenweg om vervolgens verder te worden afgevoerd naar het Kalsijdegeleed. In de loop van 2011 werden verdere stappen getroffen voor het plaatsen van de KWS-afscheider aan apron 1.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

55


Beperking verontreiniging afvalwater (EN21) Ter beperking van de verontreiniging van het afvalwater met minerale oliën is ook aan de wasplaats voor het wassen van bedrijfsvoertuigen een KWS-afscheider aanwezig. Ter hoogte van het lozingspunt van Belair (restaurant) werd in 2011 een bijkomende vetafscheider geïnstalleerd, teneinde vetten en oliën in de afvoerkanalen voor het afvalwater te voorkomen. Het bedrijfsafvalwater van de luchthaven wordt geloosd op de openbare riolering van de stad Oostende.

Optimaliseren riolering De riolering aan luchtzijde van de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge dient in de komende jaren aangepast te worden. Dit kadert in een bijzondere voorwaarde uit de vergunning van 2004 die bepaalt dat tegen 2015 dit dient gefinaliseerd te zijn.

56

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Biodiversiteit - Flora

â&#x20AC;&#x153;Duurzame maatregelen met oog voor behoud en ontwikkeling van het biologisch waardevol areaalâ&#x20AC;?

In en rond de luchthaven van Oostende bevinden zich biologisch waardevolle zones. In het kader van de uitbouw van een duurzame luchthaven wordt ernaar gestreefd om de aanwezige natuurwaarden in het gebied zoveel mogelijk te vrijwaren, rekening houdend met de beperkingen die de exploitatie van een luchthaven met zich meebrengt. Hierbij focust de luchthaven zich op de reductie van het gebruik van pesticiden, een aangepast maaibeheer en het beschouwen van ecologische elementen bij aanpassingswerken zoals op het voormalig campingterrein De Kalkaert.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

57


Resultaten 2011 De waardering van het gebied berust grotendeels op gegevens afkomstig van de Biologische WaarderingsKaart (BWK)1. Deze kaart geeft een overzicht van de biologische waarde van de bodem met begroeiing in Vlaanderen. De biologische waarderingskaart categoriseert de Internationale Luchthaven Oos-tendeâ&#x20AC;&#x201C;Brugge als een complex van biologisch zeer waardevolle, waardevolle en minder waardevolle percelen. De biologische waarderingskaart is verder weergegeven in figuur 7. Een overzicht van de aangetroffen ecotopen op de luchthaven, met aanduiding van de oppervlakte en de zeldzaamheid ervan, is op de volgende pagina weergegeven in tabel 3.

1

MER Internationale Luchthaven Oostende-Brugge, dossiernr 03/07814/PV, ECOLAS, 2004

58

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

59

Weilandcomplex met veel sloten en microreliĂŤf

Mesofiel hooiland

Hpr

Hu

IndustriĂŤle bebouwing, fabriek

Bebouwing in agrarische omgeving

Kampeerterrein

Vliegveld

Ui

Ur

Uc

Ki

m

m

m

m

m

w

w

m

m

z

w

Waarde

z: biologisch zeer waardevol; w: biologisch waardevol; m: biologisch minder waardevol

Halfopen of open bebouwing met beplanting

Ua

U: Urbane gebieden

Soortenarm permanent cultuurgrasland

Hp

H: Graslanden

Bu

Akker op kleiige bodem

Min of meer brakke plas

Ah

B: Akkers

Eutrofe plas met verstevigde oevers, arm aan oever- en waterplanten

Ecotoop

Ae

A: Waterrijke gebieden

Code

3

3

-

-

2

Zeldzaamheid

214,9

7,5

3,3

0,3

0,1

0,8

9,8

3,4

58,6

6,7

6,2

Oppervlakte (ha)

Opkuis en ontwikkeling De Kalkaert

Ingreep

Tabel3: Overzicht van de aangetroffen ecotopen in het studiegebied (terrein luchthaven Oostende) met de oppervlakte van BWK geclassificeerde percelen (EN11)


Het luchthaventerrein Oostende heeft momenteel slechts een beperkte biologische waarde. De voornaamste biologische waarde ligt in de aanwezigheid van:  weilandcomplexen met sloten en microreliëf (9,8 hectare);  mesofiel hooiland (0,8 hectare);  min of meer brakke plas (6,7 hectare).

Onkruidbestrijding Via het decreet pesticidenreductie (21/12/2001) wordt de onmiddellijke stopzetting of stapsgewijze afbouw van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door openbare besturen beoogd. Door het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt ingegrepen op het aantal en de soort chemische bestrijdingsmiddelen die door de openbare besturen aangekocht worden. Er wordt jaarlijks een lijst (opgesteld door de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM)) gepubliceerd met gedoogde chemische bestrijdingsmiddelen en een jaarlijkse rapportering van openbare besturen aan de VMM is verplicht. Met het uitvoeringsbesluit van 19/12/2008 werd de pesticidentoets ingevoerd. De pesticidentoets vormt een leidraad voor het ontwerpen en omvormen van groenzones en verhardingen met het oog op een pesticidenvrij beheer. De luchthaven heeft een aantal zones waar geen nulgebruik van chemische bestrijdingsmiddelen mogelijk is. We denken in het bijzonder aan de landingsbaan, taxiweg en aprons. Jaarlijks wordt de lijst met gedoogde bestrijdingsmiddelen geconsulteerd en de keuze van de bestrijdingsmiddelen wordt, indien nodig, gewijzigd. Het verbruik van chemische bestrijdingsmiddelen is seizoensafhankelijk en wordt door de combinatie met niet-chemische bestrijding (zoals regelmatig borstelen van de verharde zones, etc.) beperkt.

Tabel 4: Gebruikte grondstoffen: pesticiden (EN1) Jaartal Totaal (liter)

2007

2008

2009

2010

2011

105

66

104

70

50

De laatste drie jaar vertoont het pesticidenverbruik een dalende tendens. Er wordt gepoogd deze dalende evolutie ook de volgende jaren verder te zetten. Nulverbruik is echter geen haalbaar einddoel voor de luchthaven. De evolutie van het pesticidenverbruik is weergegeven in figuur 4.

60

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


“Meer dan halvering van pesticidenverbruik over de voorbije 5 jaar”

Figuur 4: Evolutie pesticidenverbruik 2007-2011

Maatregelen (EN14) Met het oog op de bescherming van biologisch waardevolle elementen wordt sinds een aantal jaren het bemesten van het grasland achterwege gelaten. Men plant ook het grasbeheer volledig in eigen beheer te nemen. De aanplantingen op de vernieuwde parking bestaan uit streekeigen aanplantingen. Er zijn de laatste jaren verschillende maatregelen genomen waardoor het pesticidenverbruik gedaald is:  De voegen van het wegdek (runway en taxiway) werden vernieuwd in 2009;  De voegen van apron 2 werden vernieuwd begin 2011;  Er werd geïnvesteerd in beter materiaal (voertuig + sproei-installatie) voor het besproeien van het wegdek, waardoor de efficiëntie sterk verbeterd is;  Op sommige plaatsen werd overgegaan tot het zaaien van gras in plaats van te besproeien tegen onkruid. Deze graszones worden onderhouden in eigen beheer;  Ten opzichte van vroeger wordt er meer gemaaid in eigen beheer.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

61


Figuur 5: Grasmaaimachines

Opkuis De Kalkaert In 2011 werd een aanbesteding gehouden voor de opkuis van de vroegere camping De Kalkaert. Op deze site ligt er – sinds het stopzetten van de campingactiviteiten – nog puin en zwerfvuil en staan er nog een aantal vervallen gebouwen (figuur 6). Na het opruimen van het gebied zal er nagegaan worden op welke wijze de vrijgekomen zone het best kan aangepakt worden om meer ruimte te creëren voor biodiversiteit, en dit zonder dat de veiligheid op de luchthaven hierdoor in het gedrang komt (beperking met betrekking tot het inplanten van bomen). Gezien de potentiële ecologische waarde van De Kalkaert (indeling als biologisch waardevol gebied volgens de biologische waarderingskaart in figuur 7), kan dit een meerwaarde betekenen voor de natuur door natuurlijke ontwikkeling van de vegetatie, de aanwezigheid van taluds in functie van fauna, …

Figuur 6: Huidige situatie op de terreinen van de vroegere camping De Kalkaert De ligging van De Kalkaert ten opzichte van de luchthaven is weergegeven op de biologische waarderingskaart in figuur 7.

62

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Figuur 7: Ligging van de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge ten opzichte van De Kalkaert op de Biologische WaarderingsKaart

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

63


Biodiversiteit – Fauna

“Duurzame maatregelen met het oog op verminderde impact op lokale fauna”

Door de ligging van de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge nabij de zee, andere oppervlaktewateren en waardevolle biologische percelen, zoals bijvoorbeeld De Kalkaert, is het gebied geliefd bij vogels en bij andere diersoorten. In het MilieuEffectenRapport (MER) dat in 2004 werd uitgevoerd, werd het studiegebied voor (avi)fauna bepaald als een zone in een straal van 15 kilometer rond de luchthaven van Oostende. De tabel op de volgende pagina geeft de voor vogels belangrijke gebieden binnen deze straal weer. De gebieden liggen echter slechts gedeeltelijk binnen de straal van 15 km rond de luchthaven.

64

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Tabel 5: Overzicht van de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en van de gebieden met een erkenning als Watergebied van internationale betekenis (RAMSAR) die (gedeeltelijk) gelegen zijn binnen een perimeter van 15 km rond de luchthaven (EN13) Beschermingsstatus

Naam

RAMSAR

Vlaamse Banken

1 900

750

Vogelrichtlijn (SBZ-V)

Westkust

1 115

261

Poldercomplex

9 766

409

Habitatrichtlijn (SBZ-H)

Duingebieden inclusief Ijzermonding en Zwin

3 737

356

Niet beschikbaar

Niet beschikbaar

1 866

670

Trappegeers2 stroombanken Polders

Oppervlakte aanwijzing1 (ha.)

Oppervlakte binnen 15 km zone (ha.)

Op onderstaande figuur is de ligging van de speciale beschermingszones en het RAMSAR-gebied uit tabel 5 weergegeven. Het RAMSAR-gebied is aangeduid in roze kleur, vogelrichtlijngebieden in rode kleur en habitatrichtlijngebieden in blauwe kleur.

Figuur 8: Overzicht speciale beschermingszones en RAMSAR-gebieden in een straal van 15 km rond de luchthaven van Oostende

1 Dit betreft de volledige oppervlakte van het gebied, niet de oppervlakte binnen de 15 kilometer zone. 2 De SBZ-H zone Trappegeers-stroombanken valt grotendeels samen met het RAMSAR-gebied â&#x20AC;&#x2DC;Vlaamse Bankenâ&#x20AC;&#x2122;. Dit gebied valt onder federale bevoegdheid.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

65


66

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

67


Birdstrikes op de luchthaven van Oostende in 2011 Elke dode vogel die op de luchthaventerreinen wordt gevonden, wordt geregistreerd als een birdstrike. Er wordt in dit geval van uitgegaan dat de vogel, ondanks de preventieve acties van de luchthaven, toch in aanvaring gekomen is met een vliegtuig. Het is echter mogelijk dat dode vogels aangetroffen worden waarbij de luchthavenactiviteiten niets te maken hebben met de doodsoorzaak. Op heden wordt er met betrekking tot de registratie echter geen onderscheid gemaakt op basis van de doodsoorzaak van de vogel. Hierdoor is mogelijks het aantal gerapporteerde birdstrikes een overschatting van het werkelijk aantal vogels dat gedood werd door aanvaring met een vliegtuig. In 2011 werden er 15 birdstrikes gerapporteerd. Getoetst aan het aantal vliegtuigbewegingen (37 555) geeft dit 1 birdstrike per 2 504 vliegbewegingen of ca. 4/10 000 (AOSS8). Figuur 12 geeft de evolutie weer van het aantal birdstrikes tussen 2004 en 2011. In Figuur 13 wordt de evolutie weergegeven van het aantal vliegbewegingen tussen 2008 en 2011.

Figuur 12: Evolutie aantal birdstrikes tussen 2004 en 2011

Figuur 13: Figuur 13: Evolutie Evolutie aantal aantalvliegbewegingen vliegbewegingentussen tussen2008 2008enen2011 2011

68

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


We merken een toename op van het aantal birdstrikes terwijl het aantal vluchten zo goed als gelijk blijft. Een overzicht van de getroffen vogelsoorten is te vinden in figuur 14.

Figuur 14: Overzicht vogelsoorten birdstrike

De zilvermeeuw (figuur 15) is ĂŠĂŠn van de soorten die soms het slachtoffer wordt van aanvaringen met vliegtuigen.

Figuur 15: Zilvermeeuw

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

69


Maatregelen Om het hoofd te bieden aan de stijging van het aantal birdstrikes de laatste jaren, wordt overwogen om de werking van de BCU in de zomer met een uur te verlengen. Door de activiteiten van de BCU te starten om 06:00 uur â&#x20AC;&#x2122;s morgens (zonsopgang) in plaats van om 07:00 uur, kan het risico op birdstrikes beperkt worden. In 2011 werd er verder een gaskanon getest ter hoogte van de landingsmat RWY26, met positieve resultaten. In 2012 zullen bijgevolg 5 nieuwe gaskanonnen aangeschaft worden: 4 vaste gaskanonnen en 1 mobiel gaskanon. Het mobiel gaskanon kan ingezet worden in geval van hoge populatiedichtheid van vogels. De gaskanonnen kunnen vanop afstand geactiveerd worden. Ook werd een nieuw proefproject gestart waarbij gewerkt wordt met een getrainde hond. Naast het inzetten van de traditionele afschrikmethoden, kan de hond, een bordercollie, een duurzame aanvulling vormen met betrekking tot het verjagen van vogels van het luchthaventerrein. De bordercollie werd getraind om de vogels te verjagen zonder dat ze gegrepen worden. Op deze manier dienen minder patronen verschoten te worden en zullen de vogels minder nesten bouwen op de luchthaventerreinen. Hierdoor zullen in de toekomst ook minder vogels verjaagd dienen te worden. Verder kan de hond gemakkelijk op plaatsen komen waar mensen niet kunnen komen (bijvoorbeeld tussen bepaalde antennes). Het proefproject met de bordercollie werd positief geĂŤvalueerd door het BCU-team en de Airside Operations Manager. De bordercollie laat toe om op een milieuvriendelijke manier de veiligheid van de luchthaven te verbeteren.

70

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


â&#x20AC;&#x153;De bordercollie, gerichte aanpak en duurzaam alternatiefâ&#x20AC;?

Figuur 16: Sfeerbeelden bordercollie project

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

71


Afval

“Samen op weg naar een meer doorgedreven afvalbeheer” De voornaamste afvalstromen op de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge bestaan enerzijds uit septisch materiaal afkomstig van het sanitair en van de vliegtuigen en anderzijds uit groenafval afkomstig van het maaien van de uitgestrekte terreinen. Verder ontstaat er afval ten gevolge van de kantoor- en onderhoudsactiviteiten op de site. Deze afvalstromen omvatten eveneens de fracties die vrijkomen in bepaalde kantoren in de verschillende luchthavengebouwen waar de Vlaamse overheid verantwoordelijk is voor de schoonmaak (enkel restafval, papier en karton). De concessiehouders staan in voor de sortering en verwerking van hun eigen afvalstromen. De afvalstromen worden ingevoerd in een afvalstoffenregister en via het Integraal MilieuJaarverslag (IMJV) gemeld. De afvalstoffen die vrijkomen op de luchthaven worden maximaal gesorteerd, ingezameld en door erkende vervoerders naar erkende verwerkers overgebracht. De luchthaven controleert enkel de afvalstromen die zij zelf produceert. Verder heeft de luchthaven een specifieke procedure die toegepast dient te worden bij lekken en andere spills. De luchthavenbrandweer wordt onmiddellijk van alle spills op de hoogte gebracht. Alle interventies die de luchthavenbrandweer uitvoert, worden geregistreerd. Waar nodig, wordt ook verdere opvolging voorzien (verwittigen milieucoördinator, uitvoerend bodemonderzoek, …).

72

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Resultaten 2011 Afvalstromen De samenstelling en verdeling van de afvalstromen van de luchthaven is weergegeven in onderstaande figuur.

â&#x20AC;&#x153;Groenafval en septisch afval zijn belangrijkste afvalstromenâ&#x20AC;?

Figuur 17: Samenstelling afvalstromen Internationale Luchthaven Oostende-Brugge

De afvalstromen kunnen onderverdeeld worden in niet-gevaarlijke en gevaarlijke afvalstromen. 95,5% van de afvalstromen van de luchthaven kunnen als niet-gevaarlijk beschouwd worden (719,25 ton). De overige 4,5% is gevaarlijk en betreft Klein Gevaarlijk Afval (KGA) (spuitbussen, toners), afvalolie en gevaarlijk oliehoudend afval (33,74 ton). Het septisch afval is hoofdzakelijk afkomstig van de sanitaire installaties en van onderhoud op rioleringen in de gebouwen van de luchthaven zelf (79%). De overige 21% is afkomstig van de vliegtuigen die de luchthaven van Oostende aandoen en zich daar ontdoen van het septisch afval aan boord van het vliegtuig.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

73


De informatie betreffende de wijze van verwerking van de afvalstoffen wordt aangeleverd door de verwerker van de afvalstoffen. Met betrekking tot het afval van de luchthaven kan gesteld worden dat circa 228 ton afvalstoffen gerecycleerd wordt. Het betreft voornamelijk papier, karton en groenafval maar in beperkte mate ook beperkte stromen (bijvoorbeeld afvalolie). Zo’n 26 ton afval wordt gerecupereerd. Onder recuperatie wordt zowel verbranding met energierecuperatie als recuperatie van bijvoorbeeld tonerafval gerekend. Het materiaal van de KWS-afscheiders (circa 38,5 ton) wordt fysico-chemisch behandeld; septisch afval wordt mee verwerkt met zuiveringsslib en dus biologisch behandeld. Jaarlijks wordt bijgevolg circa 410 ton afval van de luchthaven biologisch verwerkt. De evolutie van de belangrijkste afvalstromen op de internationale Luchthaven Oostende-Brugge is weergegeven in de figuren 18 tot en met 22.

“Daling“Daling van de hoeveelheid restafval met 4% ten opzichte van de hoeveelheid restafval metvan 4%2010”

ten opzichte van 2010”

Figuur 18: Evolutie restafval

In 2011 wordt er een daling van 4% vastgesteld van de hoeveelheid restafval ten opzichte van 2010.

74

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


â&#x20AC;&#x153;Daling van van de de hoeveelheid hoeveelheid papier- en kartonafval met 1,28% â&#x20AC;&#x153;Daling ten opzichte van 2010â&#x20AC;?

Figuur 19: Evolutie papier en karton

De evolutie van het restafval en het papier- en kartonafval is op heden gebaseerd op het aantal containerophalingen per jaar. Het aantal containerophalingen staat niet noodzakelijk in verhouding tot de hoeveelheid papier- en kartonafval die werkelijk afgevoerd is, aangezien niet alle containers steeds vol zitten op het ogenblik van de lediging. Sinds juli 2010 wordt echter ook het gewicht van de ledigingen geregistreerd. In de toekomst zullen de evoluties met betrekking tot het opgehaalde gewicht gerapporteerd worden in plaats van de evoluties met betrekking tot het aantal ophalingen.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

75


“Stijging van de hoeveelheid olie- en oliehoudend afval met 9,46% ten opzichte van 2010 door bijkomend onderhoud”

Figuur 20: Evolutie olie- en oliehoudend afval

De stijging van het olie- en oliehoudend afval van de luchthaven is toe te schrijven aan de verhoogde frequentie van de schoonmaak en onderhoud van KWS-afscheiders en het leegmaken van de buffers. Deze hogere frequentie werd opgelegd teneinde de werking van de afscheiders te optimaliseren. Bovendien werd een bijkomende KWS-afscheider (geïnstalleerd op apron 3) ook mee opgenomen in het onderhoudsprogramma. Het oliehoudend afval bevat ook met olie verontreinigd absorptiemateriaal gebruikt voor het opruimen van lekken en afvalolie afkomstig van eigen onderhoud van het wagenpark.

Figuur Figuur21: 21:Het Hetgebruik gebruikvan van absorptiekorrels na absorptiekorrels na spill spill

76

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


â&#x20AC;&#x153;Stijging van de hoeveelheid septisch materiaal door bijkomende reiniging van de rioleringâ&#x20AC;?

Figuur 22: Evolutie septisch materiaal en reinigingsmateriaal rioleringen

De drastische stijging van de hoeveelheid septisch materiaal en materiaal afkomstig van het reinigen van de rioleringen is afkomstig van het verhoogd aantal reinigingen van de riolering van het passagiersgebouw in 2011. Het afval afkomstig van de sanitaire tanks van vliegtuigen wordt ter verwerking aangeboden aan een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) die het materiaal mee kan verwerken.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

77


Tabel 6: Totale afvalproductie en –verwijdering (EN22/EN24) 1

EURAL

Groenafval (ton)

200201

Papier en karton (inclusief Belgocontrol) (m3)

200101

Olie- en oliehoudend afval

Tonerafval

Afvalstroom

2008

50,6

2009

53,9

49,95

Recyclage

10,55 kg

Recyclage

080318

Oliën, Petroleum, smeerolie (kg)

130208*

680

KWS (wasplaats/buffertank) (kg)

130507*/ 160708*

620

34 800

Oliehoudend opruimafval (kg)

150202*

766

603

986

200306

60,12 ton + 24 m³

39 ton + 18 m³

160213*

Spuitbussen (kg)

160504*

Veterinair afval of ander afval van dierlijke oorsprong (kg)

180203

135

52

Restafval (inclusief van Belgocontrol)

200199/ 200399

375 m³ + 135 kg

352,5 m³ + 10,63 ton

kantoorafval

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

32,84 m³

128

Recuperatie

900

Uitwisseling van afvalstoffen voor recyclage

32 820

Recyclage Andere voorbehandeling

38 480

Fysicochemische behandeling

288 m³

Biologische behandeling Andere voorbehandeling

1,083

4

EURAL Afvalstoffencode aangeduid met *: gevaarlijk afval

l

50,6

Niet onder 080317* vermeld tonerafval (kg)

Transformator (ton)

78

Recyclage

60 liter + 100 kg

200304

Verwerking/ verwijdering

558,72

080317*/ 150110*

Oliehoudend restafval KWS afscheider (kg)

2011

558

Tonerafval dat gevaarlijke stoffen bevat

Septisch materiaal

1

2010

444,4 m³ + 8,14 ton

12

Uitwisseling van afvalstoffen voor recyclage

100

Verbranden met energierecuperatie

260 m³ + 5,08 ton

Verbranden met energierecuperatie


Spills Er werden in 2011 negen incidenten genoteerd gerelateerd aan een brandstoflek/olielek (EN23). We constateren een dalende tendens ten opzichte van de voorbije jaren (zie onderstaande figuur) maar het vermijden van spills blijft een aandachtspunt. Bijgevolg wordt er gestreefd naar een verdere reductie van het aantal spills op de luchthaven.

â&#x20AC;&#x153;Daling van het aantal spills over de jaren heenâ&#x20AC;?

Figuur 23: Evolutie aantal spills 2007-2011

Van zodra een spill zich voordoet, wordt de luchthavenbrandweer opgeroepen om deze spill snel en doeltreffend op te ruimen. Apron 2 is de zone waar de voornaamste activiteiten plaatsvinden en bijgevolg ook de zone met relatief de grootste kans op spills. De afwatering van apron 2 gaat naar een KWS die periodiek leeggemaakt en gereinigd wordt.

Maatregelen In 2012 gaat de luchthaven van Oostende van start met een doorgedreven afvalscheiding in het passagiersgebouw (papier & karton, glas, PMD, restafval) evenals met een verbeterde afvalscheiding in de eigen gebouwen. Er wordt gestreefd naar een verdere reductie van het aantal spills op de luchthaven. Hiertoe zal onder andere een verdere sensibilisering van het luchthavenpersoneel plaatsvinden. Dit is een blijvend aandachtspunt. Om de gevolgen van spills te beperken, zullen de huidige maatregelen ter voorkoming, opvolging en opruiming nauwlettend opgevolgd en verder uitgevoerd worden.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

79


Geluid

Net als weg- en spoorverkeer is luchtverkeer een oorzaak van geluidsemissies. De geluidsproductie wordt voornamelijk veroorzaakt door het opstijgen en landen van vliegtuigen op de luchthaven. Jaarlijks laat de luchthaven van Oostende door een erkend deskundige geluid van de KU Leuven de geluidscontouren berekenen. Deze rapporten zijn steeds terug te vinden op de luchthavenwebsite www.ost.aero

Resultaten 2011 Overzicht aantal bewegingen Een overzicht van het aantal vliegtuigbewegingen en de evolutie hiervan gedurende de voorbije jaren is weergegeven in tabel 7 (volgende pagina).

80

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Tabel 7: Jaarlijks aantal bewegingen (dag – nacht, commercieel, niet-commercieel, cargo en militair) (AOSS2) 2008 2009 2010 cargo en 2011 Tabel 7: Jaarlijks aantal bewegingen (dag – nacht, commercieel, niet-commercieel, militair) (AOSS2) Totaal aantal bewegingen

33 298

Aantal bewegingen tussen 23 uur en 6 uur

Totaal aantal bewegingen

2008

Aantal bewegingen tussen 6 uur en

632

37 356 32 541

757

37 875

2010

757

33 298

Aantal bewegingen 23 uur tussen 23 uur en 6 uur

37 356

2009

632

3 629

704

37 875

36 724

37 555

2011

37 171

704

676

37 555 36 879

676

3 432

3 355

2 979

Aantal bewegingen tussen 6 uur en 32 541 29 669 36 72433 924 Aantal niet-commerciële bewegingen 23 uur

37 171 34 520

36 34 879 576

Aantal commerciële bewegingen

Cargo

Aantal commerciële bewegingen Militair

3 629

1 866

3 432

Geen gegevens

1 833

1 698

1 415

3 355

2 979

Aantal niet-commerciële bewegingen

29 669

33 924

34 520

34 576

Cargo

1 866

1 833

1 698

1 415

Militair

Geluidsmeetnet

Geen gegevens

De geluidsproductie door de vliegtuigen kan continu worden opgevolgd via het geluidsmeetnet dat in 2002 werd geïnstalleerd. Dit meetnet bestaat uit 4 meetposten met telkens 2 meetposten aan beide kanten in het verlengde van de landingsbaan.

Geluidsmeetnet De geluidsproductie door de vliegtuigen kan continu worden opgevolgd via het geluidsmeetnet dat in 2002 werd geïnstalleerd. Dit meetnet bestaat uit 4 meetposten met telkens 2 meetposten aan beide kanten in het verlengde van de landingsbaan.

Figuur 24: Ligging meetposten geluid

Figuur 24: Ligging meetposten geluid

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

81


De jaarrapportering van het geluidsmeetnet voor het afgelopen jaar wordt jaarlijks gepubliceerd op de website van de luchthaven. Op de vier meetposten werd een operationaliteit tussen 92,1% en 99,8% gerealiseerd. De metingen van het geluidsmeetnet valideren de theoretische berekening van de geluidscontouren.

Tabel 8: Vergelijking berekening (INM-model) â&#x20AC;&#x201C; meting (NMS) 2008 Meetpost

2009

2010

2011

INM NMS INM NMS INM NMS INM NMS LAeq,24h LAeq,24h LAeq,24h LAeq,24h LAeq,24h LAeq,24h LAeq,24h LAeq,24h [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)]

NMT1 Papegaaienstraat, Oostende

54,4

52,7

52,7

51,9

51,6

51

48,8

50,2

62

60,1

60,1

59,1

58,8

57,7

55,4

57,5

59,3

58,7

57,4

57,3

56,8

56,7

53,3

55,9

48,2

48,1

46,2

46,3

44,6

46,5

42,5

46,2

NMT2 Middle-Marker, Stene NMT3 DD-marker Duineweg,Middelkerke NMT4 Bibliotheek, Middelkerke

De impact van de afname van de vrachttoestellen DC86 en B742 komt veel minder tot uiting in de gemeten waarden dan in de berekende waarden. Hierdoor is het verschil tussen de metingen en berekeningen opgelopen in 2011. De cijfers voor 2011 zijn berekend met de versie INM 6.0c van het rekenmodel. Ondertussen is ook een nieuwere versie van het model beschikbaar (INM 7.0b). De theoretische berekeningen zullen herhaald worden met het nieuwe model waarbij nagegaan zal worden of hierdoor een betere overeenkomst met de metingen bekomen wordt.

82

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Nachtvluchten De milieuvergunning legt de commerciële bewegingen die plaatsvinden tussen 23:00 u en 06:00 u de volgende beperkingen op:  Voor civiele subsonische straalvliegtuigen (groter dan 6 ton MTOW) mogen er maximum 270 bewegingen/kwartaal en 1 080 bewegingen/jaar plaatsvinden;  Voor toestellen tot en met 6 ton MTOW ligt het maximum op 38 bewegingen/kwartaal en 152 bewegingen/jaar. Deze verplichtingen worden nauwlettend opgevolgd en nageleefd. De resultaten worden elk kwartaal gerapporteerd aan externe stakeholders (overheden en overlegcommissie). Een aantal vluchten van openbaar belang, zoals humanitaire vluchten, vallen buiten dit contingent. In 2011 gaat het over 20 bewegingen met toestellen tot en met 6 ton MTOW, voornamelijk beloodsingsvluchten en vluchten in het kader van de “pollution control” boven de Noordzee.

Tabel 9: Evolutie aantal vluchten buiten contingent

Aantal vluchten buiten contingent

2008

2009

2010

2011

49

70

73

20

Evolutie van het aantal nachtelijke1 bewegingen van 1999 tot en met 2011 (AOSS2) Tabel 10 geeft een overzicht van het aantal nachtvluchten van 1999 tot 2011. Het aantal nachtelijke bewegingen in 2011 bleef met 624 bewegingen voor toestellen groter dan 6 ton MTOW en 32 bewegingen (52-20) voor toestellen tot en met 6 ton MTOW ruim onder de door de milieuvergunning toegestane maxima. Deze evolutie is visueel weergegeven in figuur 25 (volgende pagina). Tabel 10: Evolutie aantal nachtvluchten in de periode 1999-2011

1

+6 ton

≤6 ton

Totaal

2011

624

52

676

2010

602

102

704

2009

530

102

632

2008

686

71

757

2007

724

112

836

Tussen 23:00 uur en 06:00 uur

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

83


84

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Quota Count (QC) opvolging in 2011 Tussen 23:00u en 06:00u bedraagt de door de milieuvergunning opgelegde maximum toegelaten geluidshoeveelheid 37 QC per vliegbeweging (ten opzichte van 82 in 2009). Vanaf 1/1/2015 wordt deze maximale geluidsproductie nog verminderd tot 12 QC. De milieuvergunning legt eveneens op dat de totale jaarlijkse geluidshoeveelheid geproduceerd door vertrekkende vliegtuigen tussen 23:00u en 06:00u nooit meer mag bedragen dan 25 100 QC. In 2011 werd er tussen 23:00 en 06:00u in totaal 3 296,8 QC geproduceerd door vertrekkende vliegtuigen.

â&#x20AC;&#x153;Strikte opvolging QC Quota luchthaven en respecteren striktere geluidsvoorwaarden uit milieuvergunningâ&#x20AC;?

Tabel 11: Opvolging QC quota luchthaven Voorwaarde uit de milieuvergunning

2008

2009

2010

2011

QCmax. = 82 tot 31/12/2009 QCmax. = 37 sinds 1/1/2010

86,1 (A124)

68,4 (B742)

36,3 (B744)

36,3 (B744)

QC dep. <25 100

7 290,4

6 110,3

2 935,4

3 296,8

QC arr.

2 558,6

1 065,9

2 065,9

1 168,4

In bovenstaande tabel wordt de maximale QC vermeld die in het betreffende jaar voorgekomen is op de luchthaven. In 2011 werd de contourberekening uitgevoerd van de vluchten in 2010. In 2012 werd de berekening uitgevoerd van de vluchten in 2011. De contourrapporten zijn beschikbaar via de website van de luchthaven (vanaf mei 2012 voor de vluchten van 2011).

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

85


Aantal inwoners (ook %) die binnen de geluidscontouren wonen (AOSS6) De milieuvergunning begrenst sinds 2004 het aantal potentieel ernstig gehinderden (berekend op basis van de bevolkingsgegevens per 1 januari 2001) tot 2 700. Dit aantal komt overeen met 70% van het aantal gehinderden uit 1998. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal gehinderden en de evolutie van het aantal gehinderden in de periode 2007-2011.

“Verdere reductie van de geluidscontouren van de luchthaven“ Tabel 12: Aantal potentieel sterk gehinderden in de omgeving van de luchthaven Inwoners

LDN

Aantal potentieel sterk gehinderden LDEN

LDN

Contour

%

LDEN

LDN

LDEN

55 dB(A)

2007

6 767

7 658

1 157

1 223

17,1

14,4

2008

5 912

7 195

1 029

1 044

17,4

14,5

2009

4 486

5 625

713

766

15,9

13,6

2010

2 728

4 097

403

533

14,8

13,0

2011

861

1 689

105

185

12,2

11,0

LDN: Level Day-Night: maat voor de geluidsbelasting waarbij de geluidsevents in de nacht 10 keer zwaarder worden meegerekend dan de dag LDEN: Level Day– Evening– Night: maat voor de geluidsbelasting waarbij de belasting wordt bepaald voor 3 dagperiodes en de events in de avond en de nacht respectievelijk 5 en 10 keer zwaarder worden meegerekend

Vooral door de sterke afname van het vrachtverkeer met toesteltypes B742 en DC86, zijn de berekende geluidscontouren beduidend in grootte afgenomen. Hierdoor is de LDEN-geluidscontour terug sterk gedaald. In bijgaande figuur geven de rode lijnen de LDEN geluidscontouren van 55, 60, 65, 70 en 75 dB(A) weer voor 2010. De blauwe lijnen geven de contourlijnen voor dezelfde geluidsimmissies voor 2011.

Figuur 26: Evolutie LDEN geluidscontouren 2010-2011

86

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Landingsrechten De Internationale Luchthaven Oostende-Brugge ontmoedigt nachtelijke bewegingen door hogere landingsrechten te vragen tussen 22:00 uur en 07:00 uur.

Preferentieel baangebruik In juli 2010 werd het preferentieel baangebruik, zoals voorgesteld in de milieuvergunning, via een permanente NOTAM geofficialiseerd. Er wordt zoveel mogelijk geprobeerd vliegtuigen over zee te laten opstijgen. Dit is echter enkel mogelijk als de windrichting en de veiligheid het toelaat, aangezien de veiligheid als prioritair beschouwd wordt.

GPU’s versus APU’s Na aankomst op de standplaats dient de Auxiliary Power Unit (APU) door de piloot zo snel mogelijk uitgezet te worden. Er dient zo snel mogelijk overgeschakeld te worden op een Ground Power Unit (GPU) die een lagere geluidsproductie heeft. Indien een uitzonderlijke situatie zich voordoet, mag een APU enkel opgestart worden mits voorafgaande toestemming van de Duty Operations Officer. Hiervoor wordt tussen 22 uur en 5 uur ‘s nachts enkel toestemming gegeven omwille van veiligheidsredenen.

CDO In samenwerking met Eurocontrol, de luchthaven en de luchtvaartmaatschappijen, bestudeert Belgocontrol de toepassing van de CDO-procedure1 (Continuous Descent Operation) die tot een aanzienlijke vermindering leidt van geluidshinder in de naderingsfase, wanneer een vliegtuig kan dalen zonder af te levellen tijdens de landingsfase. Hoewel deze procedure niet steeds kan worden toegepast in een complex luchtruim met druk verkeer, is het doel om, in de mate van het mogelijke, het percentage vluchten omhoog te halen die een nadering in CDO uitvoeren op momenten wanneer er weinig verkeer is. Op basis van het Noise Monitoring System (NMS) van Oostende werd ondertussen door Belgocontrol een eerste analyse gemaakt, waaruit bleek dat zelfs zonder het invoeren van een expliciete CDO-procedure reeds 61% van de landingen continu zakte beneden de 5 000 voet. Voor de verdere invoering worden eerst de resultaten van de flight trails van Brussel afgewacht.

1

De huidige CDO-procedure werd vroeger CDA-procedure (Continuous Descent Approach) genoemd.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

87


Men moet weten dat dit niet alleen een ingewikkeld onderwerp is, maar dat de verschillende factoren ook sterk onderling verweven zijn. Een verlenging van een vertrekroute om het niveau van de geluidshinder te verbeteren, brengt een verhoging van het verbruik met zich mee, dus een stijging van de uitstoot van broeikasgassen. Uiteindelijk blijft veiligheid de echte prioriteit, met zoveel mogelijk oog voor geluidsreductie voor de omgeving.

Figuur 27: Voorstelling CDA (Bron: EUROCONTROL)

Maatregelen Het opvolgen van de regels van het preferentieel baangebruik, het respecteren van de strenger wordende geluidsnormering en bijgevolg het weren van vliegtuigen met een hoge QC-waarde, blijven belangrijke aandachtspunten binnen het milieubeleid van de luchthaven van Oostende.

88

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Milieu-overlegcommissie

â&#x20AC;&#x153;Samenspraak tussen vele actorenâ&#x20AC;?

De luchthaven heeft een meldpunt klachten waarop zowel omwonenden, andere belanghebbenden als reizigers terecht kunnen. Tweemaal per jaar komt een adviescommissie (Milieu-overlegcommissie) bijeen onder het voorzitterschap van de Provincie West-Vlaanderen die onder meer de volgende onderwerpen bespreekt: de nachtvluchten, de dakschade door vortex, de geluidscontouren, het geluidsmeetnet en de klachten.

Resultaten 2011 Klachtenregistratie Gedurende 2011 werden op de luchthaven 12 klachten ontvangen. Er zijn geen klachten omtrent privacy van klantengegevens en omtrent mensenrechten (PR8/HR11). Verder is er geen actieve meting van de service kwaliteit van de luchthaven. Door het monitoren via de klachten spreken we dus van een passieve meting. De klachtenprocedures van de Vlaamse overheid worden wel strikt gevolgd.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

89


Tabel 13: Overzicht klachten in de periode 2008-2011 (PR5) Inhoud van de klachten

2008

2009

Afhandelaar (dienstverlening) Bagage-afhandeling

3

2010

2011

1

1

2

5

Bagage (gestolen goederen) Dienstverlening luchthavengebouw

1 2

2

Douane (dienstverlening)

1

Geluidshinder

6

Geurhinder

1

Grondlawaai

3

4

1

Helicoptervluchten

1

Infrastructuur

1

Klachtenbehandeling Belgocontrol

1

Klantvriendelijkheid

1

Luchthavenwebsite

1

Oefenvluchten

3

1

Onderhoud faciliteiten

1

Parking

2

Prijs touroperator Veiligheidscontrole

1

1 1

Vliegroutes

1

4

1

1

Vlucht (verloop)

1

Vluchtinformatie (actualisering)

3

2

1

1

21

14

16

12

Totaal

Klachten kunnen worden ingediend bij het meldpunt klachten van de luchthaven. De luchthaven volgt de klachten nauwgezet op via een klachtenregister dat beschikbaar is voor de toezichthoudende ambtenaar, zijnde de Afdeling Milieu-Inspectie.

90

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

91


Dakpanschade komt voornamelijk voor in de zone rond Stene. Deze zone is aangeduid op onderstaande figuur. Schadegevallen in andere zones rondom de luchthaven zijn zeldzaam.

Figuur 29: Situering dakpanschade in de omgeving van de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge

De schadegevallen komen aan bod tijdens de milieu-overlegcommissie die tweemaal per jaar bijeenkomt. In de mate van het mogelijke wordt bij deze inventaris een link gelegd naar de betrokken toestellen of maatschappijen. Gezien de betrokken schadelijder de schade niet altijd direct opmerkt, is deze link niet altijd eenduidig.

Maatregelen Ook in de toekomst zal het nodige belang gehecht worden aan de verdere opvolging van de klachten en zal gezocht worden naar maatregelen teneinde de klachten en hinder te beperken.

92

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Lucht

Net als weg- en spoorverkeer is luchtverkeer een oorzaak van luchtemissies. De belangrijkste hinder die hier wordt waargenomen is hinder ten gevolge van het proefdraaien (powertesten) of opwarmen van vliegtuigen. Dit proefdraaien kan aanleiding geven tot geur- en geluidshinder in de omgeving van de luchthaven. Deze hinder voor de buurt wordt voortdurend opgevolgd en periodiek geĂŤvalueerd. Bij het uitvoeren van de geurveroorzakende activiteiten wordt steeds rekening gehouden met het tijdstip en de plaats van uitvoering.

Op basis van geurdagboeken die de voorbije jaren bijgehouden werden, kan besloten worden dat de geurhinder de voorbije jaren afgenomen is. Dit kan toegeschreven worden aan de betere inplanning van de hinderlijke activiteit in plaats en tijd en aan het verdwijnen van de oudere toestellen uit de vliegtuigmarkt. Ook toonde onderzoek tijdens de zomerperiode (de periode van maximale hinder) aan dat er geen normoverschrijdingen plaatsvinden.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

93


Resultaten 2011 Powertesten Soms dienen vliegtuigen extra tests te ondergaan vooraleer ze opnieuw kunnen vertrekken. Dit kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn na lange stilstand of werkzaamheden die werden uitgevoerd aan het toestel. De testen worden onderverdeeld in full power testen en idle testen. Idle testen gebeuren op een lager vermogen dan full power testen. De testen zijn noodzakelijk om de veiligheid van de vluchten te garanderen. Tijdens de testen staan de vliegtuigen op 1 welbepaalde locatie om te proefdraaien. Dit proefdraaien kan aanleiding geven tot geluids- en geurhinder. Full power testen geven de meeste hinder voor de omgeving. Op de luchthaven zijn er 3 locaties voorbehouden voor full powertesten. Het betreft de Alfa (A), Foxtrot (F) en Mike (M) - locaties. De ligging van deze locaties is weergegeven op figuur 30. In functie van windrichting, andere bewegingen en de mogelijke hinder voor de omgeving, geven de Duty Operations Officers de op dat moment te gebruiken locatie voor powertesten door aan de piloten. In 2011 werden op de luchthaven 58 powertesten uitgevoerd waarvan 4 full power testen. Dit tegenover een totaal van 113 testen in 2010. De full powertesten vonden allen plaats op de F- locatie. Idle testen vinden plaats op de aprons op de standplaats zelf. Het uitvoeren van powertesten wordt strikt opgevolgd door de luchthaven.

Figuur 30: Overzicht van de aprons en locaties full powertesten luchthaven Oostende

94

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Broeikasgassen Het verbruik van energie kan gekoppeld worden aan de emissie van broeikasgassen. Er zijn nog geen concrete meetresultaten beschikbaar omtrent de emissie van de broeikasgassen op de Oostendse luchthaven (zowel direct als indirect). De luchthaven heeft geen impact op de emissies van de luchtvaartmaatschappijen en de gebruikers. De eigen emissies situeren zich voornamelijk op het vlak van gebouwenverwarming (verbranding van aardgas) en interne transporten (mobiliteit) van de medewerkers (Duty Operations Officers, Marshalling/BCU, luchthavenbrandweer, elektriciens, etc.). Tweejaarlijks worden de emissies van de stookinstallaties gemeten door een erkend labo en vergeleken met de geldende normen. Deze zijn conform. Cijfermateriaal met betrekking tot de totale directe en indirecte emissies is momenteel niet voorhanden (EN16). Ter beperking van de emissies van broeikasgassen, worden de koelinstallaties jaarlijks door een erkend koeltechnicus nagezien. De koelmiddelen of freonen in de koelinstallaties zijn immers broeikasgassen. Eventuele lekken worden opgespoord en de betrokken aircoâ&#x20AC;&#x2122;s worden hersteld of vervangen. Voor 2011 waren er geen vaststellingen van freonverliezen in de koelinstallaties (EN18). Er is geen aanwezigheid op de site van halonen of andere verboden ozonafbrekende stoffen met ODP-factor 1. Er is een uitfasering voorzien tegen 2015 van het koelmiddel R22 (ODP-factor 2).

Maatregelen Ook in 2012 zullen de locaties voor het uitvoeren van powertesten gekozen worden in functie van de specifieke omstandigheden om de hinder naar de omgeving toe te beperken. Tegen 1/1/2015 dient een uitfasering van R22 te gebeuren. De betrokken toestellen zijn gekend en een vervangprogramma is bepaald in overleg met de erkend koeltechnicus. Waar een retrofit niet mogelijk is, worden de toestellen vervangen. Er wordt steeds overgeschakeld naar R134a.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

95


Safety Safety

Introductie Introductie Veiligheid Veiligheid isis de de hoofdbekommernis hoofdbekommernis op op een een luchthaven. luchthaven. Om Om de de operaties operaties in in goede goede banen banen te te leiden, leiden, zijn er duidelijke (internationale) afspraken en beschikt de luchthaven sinds 24 november 2005 zijn er duidelijke (internationale) afspraken en beschikt de luchthaven sinds 24 november 2005 over over een een Safety Safety Management Management System System (SMS) (SMS) conform conform annex annex 14 14 van van ICAO ICAO en en de de omzendbrief omzendbrief CIR/GDF/09 CIR/GDF/09 (Belgische (Belgische reglementering). reglementering). Het Het veiligheidsbeleid veiligheidsbeleid isis neergeschreven neergeschreven in in een een handboek handboek dat dat door door de de Safety SafetyManager Managerup-to-date up-to-datewordt wordtgehouden. gehouden.De De“veiligheidspolitiek” “veiligheidspolitiek”van vande deInternationale InternationaleLuchthaven Luchthaven Oostende-Brugge Oostende-Bruggeisisweergegeven weergegevenop opde devolgende volgendepagina. pagina.

96

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

97


Resultaten 2011

Verdere professionalisering van de veiligheidsdiensten op de luchthaven In het najaar van 2011 werd de aanbesteding goedgekeurd voor de levering van een hoogtechnologische startbaanveegmachine voor de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge. De uiteindelijke levering, verwacht in de zomer van 2012, zal bestaan uit een BEAM A9500 veegmachine, gebouwd op een Mercedes “Axor” basisframe. Deze uiterst performante machine zal toelaten om de manoeuvreerterreinen, de taxiweg en de startbaan sneller en efficiënter te vrijwaren van Foreign Object Debris (FOD), wat de veiligheid van het vliegverkeer alleen maar ten goede komt. Tevens werd de aankoop van een nieuwe tractor een feit. Deze tractor, een New Holland T7220 Side Winder II-Auto Command, wordt in 2012 geleverd met een vooraan gemonteerde klepelmaaier en een armklepelmaaier achteraan. Hierdoor wordt een verdere optimalisatie van het groenbeheer van de luchthaven een feit. Aangezien een sneeuwschuiver ook tot de levering behoort, zal de tractor eveneens worden ingezet voor het trekken van één van de sneeuwruimers van de luchthaven.

Bedrijfszekerheid en noodplanning De luchthaven heeft verschillende installaties die de bedrijfszekerheid kunnen garanderen. Verschillende noodgroepen zorgen voor een garantie op elektriciteit zodat het vliegverkeer steeds veilig kan worden begeleid en kan landen en vertrekken. Er werd ook een noodtoren gebouwd voor de verkeersleiding. Deze bevindt zich boven de brandweerkazerne. De werking van de veiligheidscircuits wordt regelmatig door de betrokken diensten getest. De luchthaven beschikt over een noodplan voor incidenten en ongevallen met vliegverkeer. Het noodplan wordt regelmatig herzien en op 5 april 2011 werd een grootschalige rampoefening gehouden. Deze provinciale multidisciplinaire terreinoefening met inzet van reële hulpmiddelen had tot doel het uittesten van het intern noodplan van de luchthaven, het provinciaal algemeen nood- en interventieplan en het gemeentelijk algemeen nood- en interventieplan van de stad Oostende. Tijdens een noodsituatie treden verschillende disciplines op het terrein in actie: de brandweer, de medische diensten, de politiediensten, de civiele bescherming en de mensen verantwoordelijk voor de informatiedoorstroming. Iedere discipline is tijdens een ramp dus verantwoordelijk voor een aspect van de hulpverlening. Een vierde doelstelling was dan ook het uittesten van de plannen van iedere discipline afzonderlijk, de zogenaamde monodisciplinaire plannen. Naast het operationele gebeuren werd ook het beleidsmatige aspect ingeoefend. Het provinciaal coördinatiecomité kwam tijdens de oefening eveneens bijeen.

98

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Sneeuwruimplan In 2011 werd een bijkomende sneeuwruimer aangekocht. Deze machine betekent een verdere verhoging van de sneeuwruimcapaciteit van de luchthaven van Oostende. Er werd ook verdergewerkt aan de optimalisering van het sneeuwruimplan. Een nieuwe opslagplaats voor het bewaren van dooikorrels werd door de eigen diensten gebouwd en laat een snelle en efficiĂŤnte herbevoorrading toe tijdens zware winterse omstandigheden. Ook de operaties met betrekking tot het vloeibare ontijzelingsmateriaal werden geoptimaliseerd: de installatie van een elektrisch pompsysteem met hoog debiet zorgde ervoor dat de vultijden van de ontijzelingssproeiwagens werden gehalveerd. Tevens wordt met dit systeem de kans op verliezen bij het vullen tot een minimum herleid, wat alleen maar ten goede komt aan het milieu.

De-icing Voor het ontijzelen van de startbaan en de inschepingsvloeren wordt gebruikgemaakt van Cryotech (zowel in vloeibare als in vaste vorm). Dit product bestaat uit kaliumacetaat, is zeer goed biologisch afbreekbaar en niet schadelijk voor het ecosysteem. Voor de ontijzeling van de parkings wordt gebruikgemaakt van dooikorrels (vast). Dit product bestaat uit calciumchloride, is irriterend maar wordt enkel gebruikt op de voertuigenparkings. Het verbruik van Cryotech en dooikorrels wordt in het logboek van de brandweer bijgehouden. Voor de-icing van de vliegtuigen gebruiken de afhandelingsmaatschappijen Aviapartner en Flightcare Ecowing 26. Dit product is niet geclassificeerd als schadelijk en is biologisch vlot afbreekbaar.

Tabel 14: Gebruikte grondstoffen: ontijzelingsproducten (EN1/AOSS5) 2008

2009

2010

2011

18 900

66 646

207 443

750

0

40

11 325

0

5 577

8 433

23 760

3 272

Andere wegenis: dooikorrels (kg)

0

101

690

0

Aantal dagen winterdienst

12

11 + 3

46 + 17

2

Inschepingsvloer en taxiweg: Cryotech (kaliumacetaat) (vloeibaar - liter) Inschepingsvloer en taxiweg: Cryotech (kaliumacetaat) (vast - kg) Vliegtuigen (1) (Type II) (liter)

(1) door Aviapartner (eveneens in opdracht van Flightcare)

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

99


2011 was een jaar zonder echt strenge winterperiode. Het verbruik van ontijzelingsproducten was vorig jaar dan ook lager dan in de voorgaande jaren ĂŠn aanzienlijk lager dan in 2010 dat belangrijke vriesperiodes kende in januari-februari en november-december. 1 Het verbruik van de-icing producten door de afhandelingsmaatschappijen bedraagt normalerwijze jaarlijks tussen 5 000 en 10 000 liter (afhankelijk van de weersomstandigheden). Ook hier noteren we voor het jaar 2011 een duidelijk lager verbruik. Het de-icing product wordt niet zuiver toegepast maar steeds in een verhouding 50/50 gemengd met water. Zelden wordt het zuivere product (100%) gebruikt. Deze verdunning wordt uitgedrukt als ADF of Aircraft Deicing Fluid. Alle gebruikte producten worden geloosd. Er is geen de-icing path aanwezig op de luchthaven en aldus geen recyclage mogelijk van de gebruikte de-icing producten (EN2).

Tabel 15: Recyclage- en lozingsgraad gebruikte de-icing producten (EN2) 2008

2009

2010

2011

Cryotech

0/100

0/100

0/100

0/100

De-icer voor vliegtuigen Type II

0/100

0/100

0/100

0/100

Voorkomen dodehoekongevallen Dodehoekongevallen moeten voorkomen worden. Goed afgestelde spiegels zijn daarbij van groot belang. In mei 2011 werd op de Oostendse luchthaven een spiegelafstelplaats in gebruik genomen. Op spiegelafstelplaatsen kunnen vrachtwagenchauffeurs de spiegels van hun voertuigen correct afstellen. Tegen eind volgend jaar wil de Vlaamse overheid 20 nieuwe van deze afstelplaatsen realiseren.

1

Aviapartner doet ook in opdracht van Flightcare de de-icing van de vliegtuigen.

100

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Security Security De toegang tot luchtzijde wordt streng gereglementeerd. Het luchtvaartterrein beschikt over een luchthavenbeveiligingsplan artikelgereglementeerd. 12 van de Europese 300/2008. De voorzitter De toegang tot luchtzijde conform wordt streng Het verordening luchtvaartterrein beschikt over een van het lokaal veiligheidscomitĂŠ (LOVECO), zijnde de Algemeen Directeur, staat in voor de lokale coluchthavenbeveiligingsplan conform artikel 12 van de Europese verordening 300/2008. De voorzitter ordinatie. Hij wordt bijgestaan door de Security Manager. van het lokaal veiligheidscomitĂŠ (LOVECO), zijnde de Algemeen Directeur, staat in voor de lokale co-

ordinatie. Hijiswordt door Security Manager. De toegang enkelbijgestaan mogelijk mits dede aanvraag en de uitreiking van een luchthavenidentificatiekaart. Wanneer een luchthavenidentificatiekaart wordt toegekend, dient deeen toekomstige houder van deze De toegang is enkel mogelijk mits de aanvraag en de uitreiking van luchthavenidentificatiekaart. kaart een opleiding te volgen om de regels die op het terrein gelden te leren kennen toe te van passen. Wanneer een luchthavenidentificatiekaart wordt toegekend, dient de toekomstigeen houder deze De badge-operator vergewist zich er steeds van dat de toekomstige houder de instructies heeft bekaart een opleiding te volgen om de regels die op het terrein gelden te leren kennen en toe te passen. grepen. De luchthavenidentificatiekaart is in principe geldig gedurende maximaal drie jaar tenzij de De badge-operator vergewist zich er steeds van dat de toekomstige houder de instructies heeft bebetrokkene minder lang op de luchthaven dient te werken (beperkt tot de duur van de opdracht). De grepen. De luchthavenidentificatiekaart is in principe geldig gedurende maximaal drie jaar tenzij de houder dient de luchthavenidentificatiekaart bij het verstrijken van de geldigheid op eigen initiatief in betrokkene minder lang op de luchthaven dient te werken (beperkt tot de duur van de opdracht). De te leveren. houder dient de luchthavenidentificatiekaart bij het verstrijken van de geldigheid op eigen initiatief in te leveren. Het beveiligingsonderzoek van personen wordt uitgevoerd conform de vigerende Europese reglementering: Het beveiligingsonderzoek van personen wordt uitgevoerd conform de vigerende Europese reglemen-tering: Verordening (EG) Nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot het in- Verordening (EG) Nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake trekking van Verordening (EG) Nr. 2320/2002; gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot het intrekking van(EG) Verordening (EG)van Nr. 2320/2002; - Verordening Nr. 272/2009 de Commissie van 2 april 2009 ter aanvulling van de in bijlage bij Verordening (EG) Nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde gemeen- Verordening (EG) Nr. 272/2009 van de Commissie van 2 april 2009 ter aanvulling van de in bijlage bij schappelijke basisnormen voor de beveiliging van de burgerluchtvaart; Verordening (EG) Nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde gemeenschappelijke(EU) basisnormen voor dede beveiliging van de4burgerluchtvaart; - Verordening Nr. 185/2010 van Commissie van maart 2010 houdende vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied - Verordening (EU) Nr. 185/2010 van de Commissie van 4 maart 2010 houdende vaststelling van gedevan de beveiliging van de luchtvaart; tailleerde maatregelen voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied vanpassende de beveiliging - de delenvan vande deluchtvaart; Beschikking van de Commissie C(2010)774 houdende vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke normen voor de - de passende delen van de Beschikking van de Commissie C(2010)774 houdende vaststelling van beveiliging van de luchtvaart. gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke normen voor de beveiliging van de luchtvaart.is vervat in de algemene opleiding, verstrekt aan elke medewerker van Het onderwerp mensenrechten de Dienst Beveiliging. Het onderwerp mensenrechten is vervat in de algemene opleiding, verstrekt aan elke medewerker van de Dienst Beveiliging. Afgescheiden lokalen voor het uitvoeren van een diepgaande fouille en/of het op verzoek van de betrokkene afzonderlijk uit te voeren fouille zijn ter beschikking. Afgescheiden lokalen voor het uitvoeren van een diepgaande fouille en/of het op verzoek van de betrokkene afzonderlijk uit te voeren fouille ter beschikking. De Dienst Beveiliging is samengesteld uit vierzijn verschillende ploegen, telkens bestaand uit 7 of 8 beveiligingsagenten, met aan het hoofd twee vaste postoversten die afwisselend de dienst waarnemen. De Dienst Beveiliging is samengesteld uit vier verschillende ploegen, telkens bestaand uit 7 of 8 beveiligingsagenten, met aan het hoofd twee vaste postoversten die afwisselend de dienst waarnemen.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

101


De toegangscontrole voor voetgangers gebeurt via de luchthavenbeveiligingspost in het passagiersgebouw en het technisch gebouw. Alle wagens die toegang krijgen tot luchtzijde worden gecontroleerd. De inzittenden mogen niet in het voertuig blijven zitten tijdens de doorzoeking van het voertuig. De persoonlijke bagage dient verwijderd te worden uit het voertuig en wordt afzonderlijk onderworpen aan een beveiligingsonderzoek. De afgesloten dozen (alle verpakkingen waarover de beveiligingsagent twijfels heeft) worden eveneens onderworpen aan een beveiligingsonderzoek. Dit kan gebeuren door opening en/of door gebruik te maken van screeningsapparatuur. Sommige leveringen worden verplicht onderworpen aan een beveiligingsonderzoek. Op het luchthaventerrein heerst een snelheidsbeperking van 30 km/uur. De Duty Operations Officer van de luchthaven houdt hierop toezicht en stelt een administratief verslag op, indien nodig.

102

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Social Social Resultaten 2011 Resultaten 2011 Mensenrechten Mensenrechten

Tot op heden worden bij het afsluiten van concessie- en investeringscontracten met gebruikers en Tot op heden bij het afsluiten van concessieen investeringscontracten met en andere partijenworden geen voorwaarden opgenomen in verband met het respecteren van degebruikers mensenrechandere partijen geen voorwaarden in verband hetisres van de mensenrechten noch gebeurt er een dergelijke opgenomen screening (HR1). Tot op met heden erpecteren geen screening gebeurd van ten noch gebeurt er eenen dergelijke (HR1). Tot op heden is er screening gebeurd leveranciers van werken dienstenscreening aangaande het respecteren van degeen mensenrechten (HR2). van leveranciers van werken en diensten aangaande het respecteren van de mensenrechten (HR2). Het onderwerp mensenrechten maakt wel deel uit van de algemene opleiding, verstrekt aan elke meHet onderwerp mensenrechten maakt wel=deel uitvoor van beveiligingspersoneel). de algemene opleiding,De verstrekt aan elke dewerker van de Dienst Beveiliging (HR8 100% verwerking van meperdewerker van deenDienst Beveiliging = 100%van voor beveiligingspersoneel). De verwerking van persoonsgegevens de plaatsing en (HR8 het gebruik bewakingscamera's is reglementair bepaald, alssoonsgegevens enindeeen plaatsing en het gebruik reglementair bepaald,(peralsook opgenomen deontologische code.van De bewakingscamera's verwerking van de isgenoemde gegevens ook opgenomenenincamerabeelden) een deontologische code. beveiligd De verwerking van de genoemde (persoonsgegevens is technisch en derhalve slechts beperktgegevens toegankelijk. soonsgegevens en camerabeelden) is technisch beveiligd en derhalve slechts beperkt toegankelijk. De luchthaven van Oostende schenkt aandacht aan de rechten van zijn werknemers. Dit betekent dat De Oostende schenkt aandacht de rechten vanvan zijn de werknemers. betekent de luchthaven luchthaven van geen onderscheid maakt tussen aan mensen op basis status, de Dit herkomst ofdat de de luchthaven geen situatie waarin hij of zijonderscheid zich bevindt.maakt tussen mensen op basis van de status, de herkomst of de situatie waarin hij of zij zich bevindt. De luchthavenactiviteiten hebben geen directe impact op de mensenrechten. Indirect wordt rekening De luchthavenactiviteiten hebben geen directe impactdie op in dede mensenrechten. Indirectworden wordt rekening gehouden met de mensenrechten bij alle beslissingen luchthaven genomen (HR10). gehouden met de mensenrechten bij alle beslissingen die in de luchthaven genomen worden De eerbiediging van de mensenrechten, de menselijke waardigheid en de beginselen van (HR10). vrijheid, De eerbiediging van de mensenrechten, de menselijke waarden waardigheid beginselen vanEuropese vrijheid, democratie en de rechtsstaat zijn gemeenschappelijke van en allede lidstaten van de democratie dedoor rechtsstaat zijn gemeenschappelijke waarden van alle lidstaten van de Europese Unie, die danen ook de luchthaven gerespecteerd worden (HR1). Unie, die dan ook door de luchthaven gerespecteerd worden (HR1). Er zijn echter geen specifieke evaluaties hieromtrent beschikbaar. Er zijn echter geen specifieke evaluaties hieromtrent beschikbaar.

Klachtenregister Klachtenregister

De luchthaven bezit een klachtenregister. Klachten kunnen zowel telefonisch als per mail gemeld worDe luchthaven bezit een klachtenregister. Klachten kunnen zowel telefonisch als per mail worden. Alle klachten worden opgevolgd en aan elke klacht wordt een gevolg gegeven naargemeld de indiener den. Alle klachten worden opgevolgd en aan elke klacht wordt een gevolg gegeven naar de indiener ervan. ervan. Zoals opgelegd in de milieuvergunning van de luchthaven, vindt zesmaandelijks een overlegcommisZoals opgelegd in de milieuvergunning van de luchthaven, belangengroepen vindt zesmaandelijks een overlegcommissie plaats (Milieu-overlegcommissie) waarin verschillende vertegenwoordigd zijn sie plaats (Milieu-overlegcommissie) waarin verschillende belangengroepen vertegenwoordigd zijn (Stad Oostende, Gemeente Middelkerke, Deputatie, omwonenden, Departement Leefmilieu, Natuur (Stad Oostende, Gemeente Deputatie, omwonenden, Departement Leefmilieu,Ook Natuur en Energie van de Vlaamse Middelkerke, overheid (LNE), Internationale Luchthaven Oostende-Brugge). hier en Energie van de Vlaamse overheid (LNE), Internationale Luchthaven Oostende-Brugge). Ook hier kunnen klachten geuit worden. kunnen klachten geuit worden.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

103


Impact op de lokale bevolking (SO9 en SO10) De luchthaven houdt alle gegevens van bestaande acties en installaties bij waarvan logischerwijs verondersteld kan worden dat ze een (potentiële) negatieve impact kunnen hebben op de lokale bevolking. Meer concreet betreft het gegevens met betrekking tot de vluchten (aantal, tijdstip), de geluidswaarde van de vliegtuigen (QC), de geluidsemissies (door meting op de meetposten en jaarlijkse bepaling van geluidscontouren) en gegevens van powertesten. Deze gegevens staan elders in dit rapport reeds vermeld. De luchthaven heeft een potentieel negatieve impact op de omgeving met betrekking tot geluid en geur. Door voortdurende monitoring en regelmatig overleg met de omgeving kan de impact evenwel beperkt worden. Ook het zo snel mogelijk omschakelen van het gebruik van APU’s naar GPU’s levert een bijdrage aan de beperking van de geluidsemissie in de omgeving van de luchthaven. Bij nieuwe investeringsplannen wordt steeds een risico-analyse uitgevoerd teneinde reeds voor de start en uitvoering van het project de impact van het project te kunnen inschatten en indien nodig, milderende maatregelen te voorzien.

Lokale verankering Op drie brandweermannen na, zijn alle leden van de luchthavenbrandweer eveneens actief binnen de lokale brandweer van hun gemeente.

Gezondheid en veiligheid van consumenten (PR3) Het veiligheidsbeleid van de luchthaven wordt actief gecommuniceerd. Ook gezondheidsaanbevelingen (zoals met betrekking tot de preventie van griep bijvoorbeeld) zijn in de verschillende gebouwen zichtbaar voor werknemers en passagiers. De leden van de Dienst Beveiliging, verantwoordelijk voor het uitvoeren van beveiligingsonderzoeken van personen en bagage, worden aangeraden handschoenen te dragen, dit om hygiënische redenen. Ontsmettingsproducten zijn eveneens ter beschikking. Bij verhoogd risico op besmetting (bijvoorbeeld bij epidemieën), is het dragen van handschoenen verplicht tot opheffing van het besmettingsgevaar.

Etikettering (PR3) Een internationale luchthaven dient bezoekers en luchthavengebruikers inzake taalkeuze maximaal tegemoet te komen. De wetgeving terzake wordt gevolgd. De borden in aankomst- en vertrekhal worden in meerdere talen opgesteld: naast het Nederlands is er steeds een Franse, Engelse en soms andere vertaling beschikbaar. Er wordt maximaal gewerkt met pictogrammen die niet aan taal gebonden zijn. De affiches met de veiligheidsvoorschriften worden eveneens in verschillende talen uitgehangen.

104

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


De wetgeving inzake de privacy wordt strikt toegepast. Er worden geen persoonsgegevens bewaard van passagiers. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de luchtvaartmaatschappijen. Het gebruik van bewakingscamera's is vastgelegd bij de Wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's.

Marketingcommunicatie De luchthaven probeert haar aanbod aan bestemmingen actief bekend te maken bij het grote publiek zowel via de uitgifte en het plaatsen op de website van een zomer-winterprogramma als de publicatie van advertenties in voornamelijk professionele media. De advertenties die de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge plaatst, voldoen steeds aan de geldende reclamewetgeving die de marktpraktijken en consumentenbescherming reglementeert. Deze reclame leidt niet tot discriminatie, omvat geen misleiding en is niet schokkend voor kinderen. De Internationale Luchthaven Oostende-Brugge heeft tot op heden nog geen enkele sanctie, boete of waarschuwing wegens overtredingen op de wet op de reclame ontvangen.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

105


Begrippenlijst arr.

arrival (aankomst)

ABTO

Association of Belgian Tour Operators

ACI

Airports Council International

ACOD

Algemene Centrale der Openbare Diensten

ACV-Transcom

vakbond op 1 april 2001 ontstaan uit een fusie van het CVCC (Christelijke Vakbond van Communicatiemiddelen en Cultuur) en CVD (Christelijke Vervoerarbeiders en Diamantbewerkers)

ADF

Aircraft Deicing Fluid

AED

Automatische Externe Defibrillator

AIP

Aeronautical Information Publication

Apron

inschepingsvloer

APU

Auxiliary Power Unit

BAFA

Ben-Air Flight Academy

BCU

Bird Control Unit

BDOC

beleidsdomeinoverlegcomitĂŠ

BWK

Biologische WaarderingsKaart

CDO

Continuous Descent Operation

civiel subsonisch straalvliegtuig

een civiel subsonisch straalvliegtuig met een gecertificeerde MTOW van 34 000 kg of meer of met een voor het betrokken vliegtuigtype gecertificeerde maximumcapaciteit van meer dan 19 stoelen, de uitsluitend voor de bemanning bestemde stoelen niet meegerekend, en aangedreven met motoren met een omloopverhouding van minder dan 3

DAB

Dienst met Afzonderlijk Beheer

DD-marker

radiobaken delta delta

Deicing

ijs en sneeuw verwijderen van vliegtuigen met behulp van de-icing producten

dep.

departure (vertrek)

DGLV

Directoraat-generaal Luchtvaart

EBOS

ICAO-code voor de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge

EOC

entiteitsoverlegcomitĂŠ

EURAL

EURopese AfvalstoffenLijst

FAVV

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

FOD

Foreign Object Debris

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

107


FSC

Forest Stewardship Council FSC is een label of keurmerk op een hout- of papierproduct dat aangeeft dat een product afkomstig is uit een duurzaam beheerd bos. Het FSC-label garandeert de duurzame oorsprong omdat niet enkel het bos van oorsprong wordt gecontroleerd, maar ook de hele handelsketen tot bij de eindconsument. De eindklant krijgt op die manier de garantie: dit product is afkomstig uit een goed beheerd, FSC gecertificeerd bos.

Geluidscontour

Isolijn die punten van gelijke geluidsbelasting verbindt. Voor luchthavens worden geluidscontouren aangewend om op objectieve wijze de geluidsbelasting op langere termijn door opstijgende en landende vliegtuigen uit te drukken en weer te geven op kaarten.

GPU

Ground Power Unit

GRI

Global Reporting Initiative

ICAO

International Civil Aviation Organisation (Internationale Burgerluchtvaartorganisatie)

IMJV

Integraal Milieujaarverslag

INM

Integrated Noise Model

KGA

Klein Gevaarlijk Afval

KHBO

Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende

KWS-afscheider

koolwaterstofafscheider

LDN

Level Day-Night: maat voor de geluidsbelasting waarbij de geluidsevents in de nacht 10 keer zwaarder worden meegerekend dan de dag

Lden

Level Day–Evening–Night: maat voor de geluidsbelasting waarbij de belasting wordt bepaald voor 3 dagperiodes en de events in de avond en de nacht respectievelijk 5 en 10 keer zwaarder worden meegerekend

LNE

Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid

LOVECO

LOkaalVEiligheidsCOmité

MER

MilieuEffectenRapport

MTOW

Maximum Take Off Weight of maximumstartmassa

MVO

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

NMS

Noise Monitoring System

NOTAM 108

l

Notice to Airmen: een bericht dat kritische informatie bevat over een luchthaven of luchtruim, waarbij die informatie ofwel van tijdelijke aard is, ofwel nog niet bekend was bij het opmaken van vliegkaarten of bij het publiceren van luchthavengebonden boeken en publicaties. Deze informatie kan van alles bevatten wat enigszins van belang is voor de piloot (bijvoorbeeld of een landingsbaan tijdelijk gesloten is, of er onderweg obstakels zullen zijn, zoals parachutespringers, etc.). Voor elke vlucht zal een piloot vóór het vertrek alle NOTAMs opvragen van de luchthaven(s) die hij nodig zal of zou kunnen hebben.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


NZVC

Noordzee Vliegclub

OAC

Ostend Air College

ODP

Ozon Depleting Product (ozonafbrekende stof)

OVAM

Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij

Perishables

bederfelijke goederen

PRM

Persons with Reduced Mobility - personen met een verminderde mobiliteit

QC

Quota Count is een maatstaf voor het bij de landing of het opstijgen gemeten geluidsniveau uitgedrukt in EPN (dB).

R134a

HFK koudemiddel voor toepassing in zowel medium en hoge temperatuur stationaire commerciële koeling als in water chillers en huishoudelijke toepassingen

R22

HCFK koudemiddel voor toepassing in stationaire en commerciële airconditioning en voor medium en lage temperatuur commerciële koeling

RAMSAR-conventie

internationale overeenkomst inzake watergebieden (draslanden) die van internationale betekenis zijn. Genoemd naar de stad RAMSAR in Iran waar in 1971 de internationale conferentie inzake draslanden en watervogels doorging en deze conventie werd ondertekend.

retrofit

Koudemiddel van een koelinstallatie wordt omgewisseld met een meer milieuvriendelijk koudemiddel. Soms is een aanpassing van de installatie vereist.

RITO

Runway Incursion Team

Rode lijsten

Rode lijsten zijn lijsten waarop per land de in hun voortbestaan bedreigde dier- en plantensoorten staan. Op de rode lijsten staan, naast de bedreigde soorten, beschermingsmaatregelen om deze soorten weer in aantal te laten toenemen.

Runway Incursion

Volgens ICAO betekent dit elk voorval op een luchtvaartterrein aangaande het onjuist aanwezig zijn van een vliegtuig, voertuig of persoon op de landingsbaan.

RWZI

rioolwaterzuiveringstallatie

SAFCO

Safety Committee Ostend-Bruges Airport

SBZ-V

vogelrichtlijngebied, afbakening van de speciale beschermingszone in uitvoering van de Europese Richtlijn 2009/147/EG (Vogelrichtlijn)

SBZ-H

habitatrichtlijngebied, afbakening van de speciale beschermingszone in uitvoering van de Europese Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn)

SEOC

subentiteitsoverlegcomité

Slot

tijdsperiode waarbinnen een vliegtuig mag opstijgen of landen op een luchthaven

SMS

Safety Management System

TIACA

The International Air Cargo Association

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

109


TMA

Terminal Area, is een gecontroleerd gebied dat zich uitstrekt van op een bepaalde hoogte boven de grond tot aan zijn bovengrens. Deze gebieden gaan het aanvliegend en vertrekkend verkeer van een luchthaven controleren.

VMM

Vlaamse Milieu Maatschappij

vortex

spiraalvormige turbulentie of zogturbulentie

VSOA

Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt

VTE

voltijds equivalent

WVI

West-Vlaamse Intercommunale

110

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

111


GRI-index PROFIEL

1. Strategie en Analyse Profiel 1.1 1.2

Verslaggevingselement volgens GRI Verklaring van de hoogste beslissingsbevoegde van de organisatie over de relevantie van duurzame ontwikkeling voor de organisatie en haar strategie Beschrijving van belangrijke gevolgen, risico's en mogelijkheden 2. Organisatieprofiel

Profiel

Verslaggevingselement volgens GRI

2.1 2.2

Naam van de organisatie Voornaamste merken, producten en/of diensten Operationele structuur van de organisatie, met inbegrip van divisies, werkmaatschappijen, dochterondernemingen en samenwerkingsverbanden Locatie van het hoofdkantoor van de organisatie Het aantal landen waar de organisatie actief is en namen van landen met ofwel grootschalige activiteiten, ofwel met specifieke relevantie voor de duurzaamheidskwesties die in het verslag aan bod komen Eigendomsstructuur en de rechtsvorm Afzetmarkten (geografische verdeling, sectoren die worden bediend en soorten klanten/begunstigden) Omvang van de verslaggevende organisatie Significante veranderingen tijdens de verslagperiode wat betreft omvang, structuur of eigendom Onderscheidingen die tijdens de verslagperiode werden toegekend. 3. Verslagprofiel, reikwijdte en afbakening van het verslag

2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10

Profiel

Verslaggevingselement volgens GRI

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Verslagperiode (bijvoorbeeld fiscaal jaar of kalenderjaar) waarop de verstrekte informatie betrekking heeft Datum van het meest recente verslag (indien van toepassing) Verslaggevingscyclus (jaarlijks, tweejaarlijks, etc.) Contactpunt voor vragen over het verslag of de inhoud ervan Proces voor het bepalen van de inhoud van het verslag Afbakening van het verslag (bv. landen, divisies, dochterondernemingen, gehuurde faciliteiten, samenwerkingsverbanden, leveranciers). Vermeld eventuele specifieke beperkingen voor de reikwijdte of afbakening van het verslag. Basis voor verslaggeving over samenwerkingsverbanden, dochterondernemingen in gedeeltelijke eigendom, gehuurde faciliteiten, uitbestede activiteiten of andere entiteiten die de vergelijkbaarheid tussen verschillende verslagperiodes of verslaggevende organisaties aanzienlijk beĂŻnvloeden. De technieken en berekeningsgrondslagen voor gegevensmetingen, waaronder de voor schattingen gebruikte aannames en de technieken die zijn toegepast op de samenstelling van de indicatoren en overige informatie in het verslag. Uitleg over de gevolgen van eventuele herformuleringen van eerder verstrekte informatie (bijvoorbeeld fusies of overnames, verandering van referentiejaar of verslaggevingsperiode en veranderingen met betrekking tot de aard van de activiteiten of de meetmethoden) Significante veranderingen ten opzichte van vorige verslagperiodes ten aanzien van reikwijdte, afbakening tot meetmethoden die voor het verslag zijn toegepast

3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13

Tabel waarin staat waar in het verslag de standaardonderdelen van de informatievoorziening terug te vinden zijn Beleid en huidige praktijk met betrekking tot het betrekken van externe assurance van het verslag 4. Bestuur, verplichtingen en betrokkenheid

Profiel

Verslaggevingselement volgens GRI

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

De bestuursstructuur van de organisatie, met inbegrip van commissies die vallen onder het hoogste bestuurslichaam en verantwoordelijk zijn voor specifieke taken, zoals het bepalen van de strategie of het overzicht over de organisatie Geef aan of de voorzitter van het hoogste bestuurslichaam eveneens een leidinggevende functie heeft. Voor organisaties met een enkelvoudige bestuursstructuur: vermeld het aantal onafhankelijke en/of nietleidinggevende leden van het hoogste bestuurslichaam. Mechanismen die aandeelhouders en medewerkers de gelegenheid geven om aanbevelingen te doen aan of medezeggenschap uit te oefenen op het hoogste bestuurslichaam Een koppeling tussen vergoedingen voor leden van het hoogste bestuurslichaam, topmanagers en leidinggevenden (met inbegrip van vertrekregelingen) en de prestaties van de organisatie (met inbegrip van sociale en milieugerelateerde prestaties)

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

113


Processen waarmee het hoogste bestuurslichaam waarborgt dat strijdige belangen worden vermeden Proces voor het bepalen van de kwalificaties en expertise van de leden van het hoogste bestuurslichaam voor het sturen van de strategie van de organisatieaangaande economische, milieugerelateerde en sociale onderwerpen Intern ontwikkelde missie- of beginselverklaringen, gedragscodes en uitgangspunten die van belang zijn voor de economische, milieugerelateerde en sociale prestaties, met vermelding van de mate van invoering ervan Procedures van het hoogste bestuurslichaam voor het voorzien van de inventarisatie en het beheer door de organisatie van economische, milieugerelateerde en sociale prestaties, met inbegrip van relevante risico's en mogelijkheden en naleving van of conformiteit met internationaal overeengekomen standaarden, gedragscodes en principes. Processen voor het evalueren van de eigen prestaties van het hoogste bestuurslichaam, in het bijzonder betreffende economische, milieugerelateerde en sociale prestaties Toelichting over de toepassing van het voorzorgsprincipe door de verslaggevende organisatie. Extern ontwikkelde economische, milieugerelateerde en sociale handvesten, principes of andere initiatieven die de organisatie onderschrijft Lidmaatschap van verenigingen (zoals brancheverenigingen) en/of nationale/internationale belangenorganisaties Lijst van groepen belanghebbenden die de organisatie heeft betrokken Basis voor inventarisatie en selectie van belanghebbenden die moeten worden betrokken Benadering van het betrekken van belanghebbenden, waaronder de frequentie ervan per type en groep belanghebbenden De voornaamste onderwerpen en vraagstukken die naar voren zijn gekomen door de betrokkenheid van belanghebbenden en hoe de organisatie hierop heeft gereageerd, onder meer via haar verslaggeving MANAGEMENTBENADERING

4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17

G3 DMA

Verslaggevingselement volgens GRI

DMA EC Aspecten

Informatievoorziening over managementbenadering : economische aspecten (EC) Economische prestaties Marktaanwezigheid Indirecte economische effecten Informatievoorziening over managementbenadering : milieu-aspecten (EN) Materialen Energie Water Biodiversiteit Luchtemissies, afvalwater en afvalstoffen Producten en diensten Naleving Transport Algemeen Geluid Informatievoorziening over managementbenadering: arbeidsomstandigheden en volwaardig werk (LA) Werkgelegenheid Verhouding tussen werkgever en werknemer Gezondheid en veiligheid Opleiding en onderwijs Diversiteit en kansen Gelijk loon voor mannen en vrouwen Informatievoorziening over managementbenadering: Mensenrechten (HR) Investerings- en inkoopbeleid Verbod op discriminatie Vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsonderhandelingen Uitbanning van kinderarbeid Preventie van gedwongen en verplichte arbeid Beleid inzake beveiliging Rechten van de inheemse bevolking Beoordeling Herstel Informatievoorziening over managementbenadering: Maatschappij (SO) Gemeenschap Corruptie Publiek beleid Concurrentiebelemmerend gedrag Naleving Informatievoorziening over managementbenadering: Productverantwoordelijkheid (PR) Gezondheid en veiligheid van consumenten Etikettering van producten en diensten

DMA EN Aspecten

DMA LA Aspecten

DMA HR Aspecten

DMA SO Aspecten

DMA PR Aspecten

114

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Marketingcommunicatie Privacy van klanten Naleving

PRESTATIE-INDICATOREN

Economie PrestatieVerslaggevingselement volgens GRI indicator Economische prestaties Directe economische waarden die zijn gegenereerd en gedistribueerd, waaronder inkomsten, operationele kosten, EC1 personeelsvergoedingen, donaties en overige maatschappelijke investeringen, ingehouden winst en betalingen aan kapitaalverstrekkers en overheden Financiële implicaties en andere risico's en mogelijkheden voor de activiteiten van de organisatie als gevolg van EC2 klimaatverandering Dekking van de verplichtingen in verband met het vastgestelde uitkeringsplan van de organisatie EC3 Significante financiële steun van een overheid EC4 Marktaanwezigheid Spreiding in de verhouding tussen het standaard aanvangssalaris en het lokale minimumloon op belangrijke EC5 bedrijfslocaties Beleid, methoden en deel van uitgaven betreffende lokaal gevestigde leveranciers op belangrijke bedrijfslocaties EC6 Procedures voor lokale personeelswerving en aandeel van het topkader dat afkomstig is uit de lokale gemeenschap EC7 op belangrijke bedrijfslocaties AOSS1 (AO1) Jaarlijks totaal aantal passagiers, verdeeld over binnenlandse en internationale vluchten Jaarlijks aantal vliegtuigbewegingen onderverdeeld in dag en nacht, verdeeld over commerciële, niet-commerciële, AOSS2 (AO2) vracht en militaire vluchten Indirecte economische effecten Ontwikkeling en gevolgen van investeringen in infrastructuur en diensten die voornamelijk ten behoeve van het algemeen nut worden geboden door middel van verplichtingen van commerciële aard, dan wel in natura of pro bono EC8 EC9 Prestatieindicator Materialen EN1 EN2 Energie EN3 EN4 EN5 EN6 EN7 Water EN8 EN9 EN10 AOSS3 (AO4) Biodiversiteit EN11 EN12 EN13

Inzicht in en beschrijving van significante indirecte economische gevolgen, waaronder de omvang ervan Milieuaspecten Verslaggevingselement volgens GRI Totale hoeveelheid gebruikte materialen naar gewicht of volume Percentage van de gebruikte materialen dat bestaat uit afval uit externe bronnen Direct energieverbruik door primaire energiebron Indirect energieverbruik door primaire bron Energie die bespaard is door besparingen en efficiëntieverbeteringen Initiatieven ten behoeve van energie-efficiënte of op duurzame energie gebaseerde producten en diensten, evenals verlagingen van de energie-eisen als resultaat van deze initiatieven Initiatieven ter verlaging van het indirecte energieverbruik en reeds gerealiseerde verlaging Totale wateronttrekking per bron Waterbronnen waarvoor wateronttrekking significante gevolgen heeft Percentage en totaal volume van gerecycled en hergebruikt water Kwaliteit van het regenwater, afhankelijk van vigerende wet- en regelgeving Locatie en oppervlakte van land dat eigendom is, gehuurd wordt, beheerd wordt in of grenst aan beschermde gebieden met een hoge biodiversiteitswaarde buiten beschermde gebieden Beschrijving van significante gevolgen van activiteiten, producten en diensten op de biodiversiteit in beschermde gebieden en gebieden met een hoge biodiversiteitswaarde buiten beschermde gebieden Beschermde of herstelde habitats

EN14

Strategieën, huidige maatregelen en toekomstige plannen voor het beheersen van de gevolgen van de biodiversiteit Aantal op de rode lijst van de IUCN vermelde soorten en soorten op nationale beschermingslijsten met habitats in EN15 gebieden binnen de invloedssfeer van bedrijfsactiviteiten, ingedeeld naar hoogte van het risico van uitsterven Luchtemissies, afvalwater en afvalstoffen Totale directe en indirecte emissie van broeikasgassen naar gewicht EN16 Andere relevante indirecte emissie van broeikasgassen naar gewicht EN17 Initiatieven ter verlaging van de emissies van broeikasgassen en gerealiseerde verlagingen EN18 Emissie van ozonafbrekende stoffen naar gewicht EN19 NOx, SOx en andere significante luchtemissies naar type en gewicht EN20 Totale waterafvoer naar kwaliteit en bestemming EN21 Totaalgewicht afval naar type en verwijderingsmethode EN22 Totaal aantal en volume van significante lozingen EN23

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

115


Gewicht van getransporteerd, geïmporteerd, geëxporteerd of verwerkt afval dat als gevaarlijk afval geldt op grond van bijlage I,II,III, VIII van de Conventie van Bazel en het percentage afval dat internationaal is getransporteerd Benaming, grootte, beschermingsstatus en biodiversiteitswaarde van wateren en gerelateerde habitats die significante gevolgen ondervinden van de waterafvoer en -afvloeiing van de verslaggevende organisatie

EN24 EN25 AOSS4 (AO5)

Omgevingsluchtkwaliteitsniveaus gerelateerd aan de immissieconcentratie in µg/m³ of ppm zoals wettelijk bepaald AOSS5 (AO6) Vliegtuig en verhardingen luchtzijde waarop de-icing/anti-icing vloeistof wordt gebruikt en behandeld (m³/ton) Producten en diensten EN26

Initiatieven ter compensatie van de milieugevolgen van producten en diensten en de omvang van deze compensatie Percentage producten dat is verkocht en waarvan de verpakking is ingezameld, naar categorie

EN27 Naleving EN28 Transport EN29

Monetaire waarde van significante boetes en totaal aantal niet-monetaire sancties wegens het niet naleven van milieuwet- en -regelgeving Significante milieugevolgen van transport van producten en andere goederen en materialen die worden gebruikt voor de activiteiten van de organisatie en het vervoer van personeelsleden

Algemeen Totale uitgaven aan en investeringen in milieubescherming naar type EN30 Geluid AOSS6 (AO7) Aantal en percentage wijziging van inwoners wonende in de gebieden die door het geluid worden beïnvloed Sociale aspecten: Arbeidsomstandigheden en volwaardig werk Prestatieindicator

Verslaggevingselement volgens GRI

Werkgelegenheid Totale personeelsbestand naar type werk, arbeidsovereenkomst en regio LA1 Totaal aantal en snelheid van personeelsverloop per leeftijdsgroep, geslacht en regio LA2 LA3 Uitkeringen aan voltijdmedewerkers die niet beschikbaar zijn voor deeltijdmedewerkers, per grootschalige activiteit Aantal personeelsleden die na ouderschapsverlof het werk hervatten (per geslacht) en op de luchthaven blijven LA15 werken. Verhouding tussen werkgever en werknemer LA4 Percentage medewerkers dat onder een collectieve arbeidsovereenkomst valt Minimale opzegtermijn(en) in verband met operationele veranderingen, inclusief of dit wordt gespecificeerd in LA5 collectieve overeenkomsten. Gezondheid en veiligheid Percentage van het totale personeelsbestand dat is vertegenwoordigd in formele, gezamenlijke arbo-commissies LA6 van werkgevers en werknemers die bijdragen aan de controle op en advies over arbo-programma's Letsel-, beroepsziekte-, uitvaldagen- en verzuimcijfers en het aantal werkgerelateerde sterfgevallen per regio. LA7 Opleidings-, trainings-, advies-, preventie- en risicobeheersingsprogramma's ten behoeve van personeelsleden, hun LA8 families of omwonenden in verband met ernstige ziekten Afspraken over arbo-onderwerpen vastgelegd in formele overeenkomsten met vakbonden LA9 Opleiding en onderwijs Gemiddeld aantal uren dat een werknemer per jaar besteedt aan opleidingen, onderverdeeld naar LA10 werknemerscategorie Programma's voor competentiemanagement en levenslang leren die de blijvende inzetbaarheid van medewerkers LA11 garanderen en hen helpen bij het afronden van hun loopbaan. Percentage medewerkers dat regelmatig wordt ingelicht omtrent prestatie- en loopbaanontwikkeling LA12 Diversiteit en kansen Samenstelling van bestuurslichamen en onderverdeling van medewerkers per categorie, naar geslacht, LA13 leeftijdsgroep, het behoren tot een bepaalde maatschappelijke minderheid en andere indicatoren van diversiteit. Gelijk loon voor mannen en vrouwen Verhouding tussen basissalarissen van mannen en vrouwen per medewerkerscategorie LA14 Sociale aspecten: Mensenrechten Prestatieindicator

Beschrijving

Investerings- en inkoopbeleid Percentage van en totaal aantal aanmerkelijke investeringsovereenkomsten waarin clausules over mensenrechten HR1 zijn opgenomen of waarvan de naleving van de mensenrechten is getoetst Percentage belangrijke leveranciers en aannemers die getoetst zijn op naleving van de mensenrechten en op HR2 getroffen maatregelen Totaal aantal uren personeelstraining over beleid en procedures betreffende aspecten van mensenrechten die HR3 relevant zijn voor de activiteiten, met inbegrip van het percentage van het personeel dat de trainingen gevolgd heeft Verbod op discriminatie Totaal aantal gevallen van discriminatie en de getroffen maatregelen HR4 Vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsonderhandelingen

116

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


HR5 Kinderarbeid

Activiteiten waarvan is vastgesteld dat daarbij een aanzienlijk risico zou kunnen gelden voor het recht op de uitoefening van de vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsonderhandelingen, alsmede de maatregelen die zijn getroffen ter ondersteuning van deze rechten.

Activiteiten waarvan is vastgesteld dat er een aanzienlijk risico is van gevallen van kinderarbeid, alsmede de maatregelen die zijn getroffen gericht op de uitbanning van kinderarbeid Gedwongen en verplichte arbeid Activiteiten waarvan is vastgesteld dat er een aanzienlijk risico is van gevallen van gedwongen of verplichte arbeid, HR7 alsmede de maatregelen die zijn getroffen gericht op de uitbanning van gedwongen of verplichte arbeid Veiligheidsbeleid Percentage van het beveiligingspersoneel dat training heeft gevolgd in het beleid of de procedures van de HR8 organisatie betreffende aspecten van de mensenrechten die relevant zijn voor de activiteiten Rechten van de inheemse bevolking Totaal aantal gevallen van overtreding van de rechten van de inheemse bevolking, alsmede de getroffen HR9 maatregelen Beoordeling Percentage en totaal aantal activiteiten die werden onderworpen aan een doorlichting met betrekking tot de HR10 mensenrechten en/of aan beoordelingen met betrekking tot hun impact. Herstel Aantal geregistreerde klachten met betrekking tot de mensenrechten die werden behandeld en opgelost via de HR11 formele klachtenprocedure. Sociale aspecten: Maatschappij HR6

Prestatieindicator

Verslaggevingselement volgens GRI

Gemeenschap

Aard, reikwijdte en effectiviteit van alle programma's en methoden die de effecten van de activiteiten op gemeenschappen bepalen en beheren, waaronder vestiging, activiteiten en vertrek Activiteiten met significante potentiële of effectieve negatieve impact op lokale gemeenschappen SO9 Preventieve en milderende maatregelen die werden geïmplementeerd bij activiteiten met significante potentiële of S10 effectieve negatieve impact op lokale gemeenschappen Effectief of geschat aantal mensen dat vrijwillig of gedwongen verhuisd of onteigend werd door AOSS7 (AO8) luchthavenontwikkeling, onderverdeeld per project Corruptie Percentage van en totaal aantal bedrijfseenheden geanalyseerd op corruptiegerelateerde risico's SO2 SO3 Percentage van het personeel dat training in anticorruptiebeleid en -procedures van de organisatie heeft gevolgd. Maatregelen die zijn getroffen naar aanleiding van gevallen van corruptie SO4 Publiek beleid Standpunten betreffende publiek beleid en deelname aan de ontwikkeling ervan, evenals lobbyen. SO5 Totale waarde van financiële en in-natura bijdragen aan politieke partijen, politici en gerelateerde instellingen per SO6 land. Concurrentiebelemmerend gedrag Totaal aantal rechtszaken vanwege concurrentiebelemmerend gedrag, anti-kartel-, en monopolistische praktijken, SO7 alsmede de resultaten van deze rechtszaken. Naleving Monetaire waarde van significante boetes en totaal aantal niet-monetaire sancties wegens het niet naleven van wetSO8 en regelgeving Sociale aspecten: Productverantwoordelijkheid SO1

Prestatieindicator

Verslaggevingselement volgens GRI

Gezondheid en veiligheid van consumenten Levensduurstadia waarin de gevolgen van producten en diensten voor gezondheid en veiligheid worden beoordeeld met het oog op verbetering en het percentage van belangrijke product- en dienstencategorieën die aan dergelijke PR1 procedures onderhevig zijn Totaal aantal gevallen van niet-naleving van regelgeving en vrijwillige codes betreffende gevolgen voor gezondheid PR2 en veiligheid van producten en diensten gedurende de levensduur, naar type resultaat. AOSS8 (AO9) Aantal wildlife strikes Etikettering van producten en diensten Type informatie over producten en diensten dat verplicht wordt gesteld door procedures en het percentage van PR3 belangrijke producten en diensten die onderhevig zijn aan dergelijke informatie-eisen Totaal aantal gevallen van niet-naleving van regelgeving en vrijwillige codes betreffende informatie over en PR4 etikettering van producten en diensten, naar type resultaat. PR5 Beleid ten aanzien van klanttevredenheid, met inbegrip van resultaten van onderzoeken naar de klanttevredenheid. Marketingcommunicatie Programma's voor de naleving van wetten, standaarden en vrijwillige codes met betrekking tot PR6 marketingcommunicatie, waaronder reclame, promotie en sponsoring.

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011

l

117


Totaal aantal gevallen van niet-naleving van regelgeving en vrijwillige codes betreffende marketingcommunicatie, waaronder reclame, promotie en sponsoring, naar type resultaat. Privacy van klanten Totaal aantal gegronde klachten over inbreuken op de privacy van klanten en het kwijtraken van klantgegevens. PR8 Naleving Monetaire waarde van significante boetes wegens het niet-naleven van wet- en regelgeving betreffende de levering PR9 en het gebruik van producten en diensten. PR7

Legende: XX.Y AOSS

118

Kernindicator Kernindicator in airport operator sector supplement

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Samenstelling Internationale Luchthaven Oostende - Brugge Nieuwpoortsesteenweg 889 - 8400 Oostende Gino Vanspauwen, Tom Robeyn, Ann Vanpraet, Els Jaques, Cathy Lattrez , Claire Verlinde, Kathy Verstraete, Emanuela Segers, Petra Inghelbrecht (Grontmij), Annelies Verlee (Grontmij) Eindredactie Els Jaques Verantwoordelijke uitgever Gino Vanspauwen, Algemeen Directeur Lay-out en druk BZ - AFM Digitale Drukkerij Nadia De Braekeler Salto Reclame (cover) Papier Cocoon Preprint - 100% gerecycleerd Cocoon Gloss - 100% gerecycleerd FSC®-gecertificeerd Fotografie Luchthaven Oostende, Sven de Bevere, Andre Deblauwe, Nico Deblauwe, Westtoer, Toerisme Brugge Depotnummer D/2012/3241/025 Uitgave Juni 2012 The present Durability and Annual Report is also available in English and can be obtained free of charge at the following address : Ostend-Bruges International Airport Mrs Cathy Lattrez Nieuwpoortsesteenweg 887 bus 4 B - 8400 Oostende Telephone: +32 (0)59 80 20 08 Fax: +32 (0)59 70 55 12 e - mail: cathy@ost.aero © Niets uit deze publicatie mag worden gepubliceerd zonder de expliciete bronvermelding “Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011 Internationale Luchthaven Oostende-Brugge”

120

l

Duurzaamheids- en Jaarverslag 2011


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Duurzaamheids_Jaarverslag_Luchthaven_Oostende_2011.pdf by Vlaanderen-be - Issuu