Activiteitenverslag 2010
Inhoudstafel Woord vooraf VMM in een notendop De VMM in het Vlaamse milieulandschap Organisatiestructuur VMM Een integrale kijk op water Integraal waterbeleid Beheer onbevaarbare waterlopen Doordacht vergunningenbeleid Heffingen Monitoring watersystemen Pesticiden terugdringen Toezicht op de saneringsinfrastructuur Toezicht op water bestemd voor menselijke consumptie De WaterRegulator Werken aan zuivere lucht Monitoring luchtkwaliteit Emissie-inventaris Lucht Voorspellen van ozon- of smogpieken Advies milieuvergunningen Hoe gaat het met ons leefmilieu? MIRA Indicatorrapport 2010 Milieurapport.be: de referentie voor milieukennis Een toekomst voor ons milieu? Over de grenzen heen Samen sterk Belgisch voorzitterschap van de Raad van Europa Beleidsadvies Europese richtlijnen Internationale rapportering Internationale samenwerking en kennisuitwisseling Een daadkrachtige organisatie Overheid als voorbeeld Personeel Kwaliteitsvolle dienstverlening Klachtenmanagement Interne milieuzorg Nieuw boekhoudsysteem Bouw nieuw kantoor- en laboratoriumgebouw in Gent VMM neemt haar intrek in VAC Leuven Financiële overzichten COLOFON
2
Coördinatie | Kathleen Vancaester en Lore D’hont, VMM Vormgeving | Olivier Van Impe en Renate Roelandt, VMM Fotografie | Vilda-photo, Shutterstock, Jan Caudron en VMM-archief Verantwoordelijke uitgever | Philippe D’Hondt, afdelingshoofd Lucht, Milieu en Communicatie Depotnummer | D/2011/6871/008
3 4 4 5 7 7 9 12 13 13 15 16 18 19 21 21 24 25 25 27 27 27 29 31 31 31 33 33 33 37 37 37 38 39 39 39 40 40 42
woord vooraf Beste lezer
Wanneer we terugkijken op een jaar dat voorbij is, passeren meestal eerst de meest in het oog springende zaken de revue. Zo zal de wateroverlast die Vlaanderen van 13 tot 16 november 2010 teisterde nog lang in het geheugen van de getroffen burgers en de hulpverleners gegrift staan. Bij de Vlaamse Milieumaatschappij was het alle hens aan dek om de bevolking tijdig te waarschuwen en de overstromingsschade zo veel mogelijk te beperken. Door de snelle en daadkrachtige respons van onze medewerkers kon heel wat overstromingsschade voorkomen worden. De VMM bewees dat ze in crisissituaties paraat staat om in te grijpen. Alles kan natuurlijk beter: de VMM heeft haar aanpak tijdens de overstromingen grondig geëvalueerd zodat ze de komende jaren nog beter werk kan maken van een daadkrachtig waterloopbeheer. De tweede helft van 2010 stond in het teken van het Belgische Voorzitterschap van de Raad van Europese Unie. De Vlaamse Milieumaatschappij organiseerde vier evenementen rond grondwater, drinkwater, economische aspecten van overstromingsrisico's en het Europese milieu-informatiesysteem SEIS. Natuurlijk voerde de Vlaamse Milieumaatschappij in 2010 ook tal van taken en opdrachten uit die misschien minder spectaculair, maar zeker niet minder belangrijk zijn. Een objectieve milieurapportering, een professionele monitoring en analyse van de water- en luchtkwaliteit, een doordacht vergunningenbeleid, het ecologisch herstel van waterlopen, het innen van heffingen, het sensibiliseren van burgers en bedrijven, enzovoort. In 2010 werd de VMM ook regelmatig geconsulteerd inzake problemen met de drinkwaterkwaliteit en de bezorgdheid over de impact van de luchtkwaliteit op de gezondheid. Bovenstaande voorbeelden tonen aan dat de Vlaamse Milieumaatschappij als overheidsagentschap niet alleen werkt aan een beter leefmilieu, maar dat ze ook mee zorgt voor de veiligheid en de gezondheid in Vlaanderen. Bovendien wil de VMM door een planmatige aanpak van de saneringsinfrastructuur en een effectief integraal waterbeleid zorgen dat ook toekomstige generaties over voldoende en zuiver water beschikken. Eén element wil ik in dit voorwoord extra in de kijker zetten: de wijze waarop de Vlaamse Milieumaatschappij haar rol als economisch toezichthouder invult. Er wordt immers ontzettend veel overheidsgeld in de saneringsinfrastructuur geïnvesteerd en het is dan ook essentieel dat deze middelen goed besteed worden. Zeker in tijden van besparingen is deze taak van cruciaal belang. De VMM ziet er nauwgezet op toe dat de saneringsprojecten kostenefficiënt gebeuren. Bovendien waakt de VMM erover dat de drinkwatermaatschappijen een correcte saneringsbijdrage aanrekenen. De Vlaamse Milieumaatschappij heeft een uitgebreid en divers takenpakket, en in 2010 kreeg ze nog bijkomende toezichttaken in het kader van milieuhandhaving toegewezen. Gelukkig kan de VMM rekenen op de inzet van een gemotiveerde en deskundige ploeg van medewerkers die een grote expertise en ervaring hebben opgebouwd. Dat is de VMM ten voeten uit: een moderne en slagkrachtige overheidsorganisatie die effectief een verschil maakt voor de burgers, de bedrijven en het beleid. Veel leesplezier.
Frank Van Sevencoten Administrateur-generaal
Activiteitenverslag 2010 • 3
VMM in een notendop De Vlaamse Milieumaatschappij of VMM werkt als agentschap van de Vlaamse overheid mee aan een beter leefmilieu in Vlaanderen. De Vlaamse Milieumaatschappij heeft als missie bij te dragen tot de realisatie van de doelstellingen van het milieubeleid door het voorkomen, beperken en ongedaan maken van schadelijke effecten voor watersystemen, verontreiniging van de atmosfeer en het rapporteren over de toestand van het leefmilieu en tot de realisatie van de doelstellingen van het integraal waterbeleid. De opdrachten van de VMM zijn bij decreet bepaald. Op 23 december 2007 sloot de VMM met de Vlaamse Regering een eerste beheersovereenkomst af, met als looptijd 2008-2010. De beheersovereenkomst bevat de engagementen van de Vlaamse Milieumaatschappij met betrekking tot de uitvoering van haar missie en toegewezen decretale opdrachten en verduidelijkt welke middelen ze hiervoor ter beschikking krijgt. In de jaarlijkse ondernemingsplannen wordt de beheersovereenkomst vertaald in concrete doelstellingen en actieprogramma's, met een verwijzing naar de financiering ervan. De Vlaamse Milieumaatschappij beschikt over een intern beheersinformatiesysteem (BIS) op basis van indicatoren om dit ondernemingsplan op te volgen. Onze maatschappelijke zetel is in Aalst. Daarnaast heeft de VMM verschillende vestigingen in elke provincie in Vlaanderen.
De VMM in het Vlaamse milieulandschap Het Vlaamse Gewest is verantwoordelijk voor het leefmilieu in Vlaanderen. De Vlaamse minister van Leefmilieu voert het milieubeleid uit, terwijl de Vlaamse Regering de eindbeslissingen neemt. Voor de voorbereiding en de uitvoering van het beleid kan de minister rekenen op de medewerking van het departement LNE en een aantal agentschappen van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie. De Vlaamse Milieumaatschappij is een van die agentschappen: een IVA of intern verzelfstandigd agentschap.
ORGANOGRAM BELEIDSDOMEIN LEEFMILIEU, NATUUR EN ENERGIE Vlaams Minister van Leefmilieu
Technische comitĂŠs
Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (MiNaRaad)
Beleidsraad Ministerie voor Leefmilieu, Natuur en Energie
4
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) IVA met rechtspersoonlijkheid
Vlaams Energieagentschap (VEA) IVA zonder rechtspersoonlijkheid
Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) IVA met rechtspersoonlijkheid
Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) IVA zonder rechtspersoonlijkheid
Vlaamse Landmaatschappij (VLM) EVA met publiekrechterlijke vorm
Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) IVA zonder rechtspersoonlijkheid
Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) EVA met publiekrechterlijke vorm
Organisatiestructuur VMM Een doordachte en klantgerichte organisatiestructuur moet toelaten om de vele taken en opdrachten van de VMM in optimale omstandigheden uit te voeren.
ADMINISTRATEUR-GENERAAL Frank Van Sevencoten
DIENST STRATEGISCHE PLANNING Barbara Vael
ALGEMEEN DIRECTEUR Dirk Waegeman
DIENST REGULERINGSINSTANTIE Ellen Wailly
DIENST STROOMGEBIEDBEHEER Veronique Van Den Langenbergh
FRANK DELAERE vertegenwoordigt de personeelsleden ter beschikking gesteld van nv Aquafin
DIENST SECRETARIAAT COÖRDINATIECOMMISSIE INTEGRAAL WATERBELEID Lieve De Roeck
AFDELING RAPPORTERING WATER Rudy Cautaerts
AFDELING LUCHT, MILIEU EN COMMUNICATIE Philippe D’Hondt
AFDELING ECOLOGISCH TOEZICHT Dirk Waegeman
AFDELING ECONOMISCH TOEZICHT Lutgarde Fleurinck
AFDELING OPERATIONEEL WATERBEHEER Paul Thomas
AFDELING ALGEMENE ZAKEN Michelinne Van Den Langenbergh
AFDELING KENNISBEHEER Eric Vreye
DIENST MEETNET OPPERVLAKTEWATER Martin Verdievel
DIENST LUCHT Edward Roekens
DIENST MILIEUVERGUNNINGEN Freddy Van Den Bossche
DIENST HEFFINGEN Pieter D’Hondt
DIENST BEHEER ONBEVAARBARE WATERLOPEN Koen Martens
DIENST PERSONEEL Patrick De Prins
DIENST INFORMATICA N.N.
DIENST MEETNET AFVALWATER Greet Vos
DIENST MILIEURAPPORTERING Marleen Van Steertegem
DIENSTUITBOUWEN BEHEER SANERINGSINFRASTRUCTUUR
DIENST ECONOMISCH TOEZICHT Hilde Soetaert
DIENST LOKAAL WATERBEHEER Kris Van Den Belt
DIENST MIDDELEN Krista Van Malder
DIENST LABORATORIUM Peter Van Caeter
DIENST INTERNATIONAAL MILIEUBELEID Steven Vinckier
DIENST GEGEVENSBEHEER SANERINGSINFRASTRUCTUUR
DIENST GRONDWATERBEHEER Didier D’hont
DIENST JURIDISCHE ZAKEN Ann Carette
DIENST STURING EN RAPPORTERING WATER Henk Maeckelberghe
DIENST EXTERNE COMMUNICATIE Katrien Smet
DIENST HOOGWATERBEHEER Kris Cauwenberghs
DIENST INTERNE COMMUNICATIE Kathleen Vancaester
Ingeborg Barrez
Koen De Witte DIENST ECOLOGISCH TOEZICHT Steven Van Den Broeck
DIENST INVESTERINGEN EN RENOVATIES
Ivo Terrens
BUITENDIENST IJZER, LEIE EN BRUGSE POLDERS Kathleen Vanmaele
BUITENDIENST BOVENSCHELDE, GENTSE KANALEN EN DENDER Marc Van Verre
BUITENDIENST DEMER, DIJLE EN MAAS Berthold Meers
BUITENDIENST NETE EN BENEDENSCHELDE Marc Florus
Activiteitenverslag 2010 • 5
6
Een integrale kijk op water De Vlaamse Milieumaatschappij gaat uit van een integrale visie op water. Als leidraad gelden de ambitieuze doelstellingen uit de Europese kaderrichtlijn Water, met name een goede algemene toestand van het oppervlakte- en grondwater in Vlaanderen.
Integraal waterbeleid
integraal waterbeleid.
Omdat sommige aanvullende maatregelen een te grote financiële inspanning vragen, wordt gekozen voor een stapsgewijze, gebiedsgerichte aanpak. In een aantal speerpuntgebieden zullen integrale waterprojecten uitgewerkt worden. Bij integrale projecten worden verschillende acties en maatregelen optimaal gecombineerd, zoals structuurherstelmaatregelen, aanleggen van bufferstroken, opheffen van vismigratieknelpunten, aanleggen van overstromingsgebieden, optimaliseren van afvalwatersanering, waterbodemsaneringen, enz. De inzichten, ervaring en positieve resultaten uit de speerpuntgebieden kunnen daarna ook elders in Vlaanderen worden toegepast.
De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW)
Meer info: www.integraalwaterbeleid.be
coördineert het overleg over het integraal waterbeleid
Overstromingsrichtlijn omgezet
Het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2003 vormt de hoeksteen voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Dat decreet zet de Europese kaderrichtlijn Water om in Vlaamse wetgeving en breidt de integrale aanpak verder uit met aspecten van oppervlaktewaterkwantiteit, waterbodems en overstromingsrisico's. Bij integraal waterbeheer wordt water beschouwd als een systeem dat niet alleen de waterlopen, maar ook het grondwater, de waterbodem, de oevers en de valleien omvat, evenals de planten en dieren die er leven. Het herstel, het behoud, de ontwikkeling en het duurzame gebruik van dit watersysteem is de kerngedachte van
tussen alle betrokken partijen op Vlaams niveau. Het secretariaat en het voorzitterschap van de CIW zijn toevertrouwd aan de Vlaamse Milieumaatschappij.
In juli 2010 wijzigde de Vlaamse Regering het decreet over het Integraal Waterbeleid. Daarmee werd de Europese Overstromingsrichtlijn omgezet in Vlaamse
Het integraal waterbeleid gaat uit van een gebieds-
regelgeving. De Overstromingsrichtlijn stelt een kader
gerichte aanpak. De watersystemen worden opgedeeld
vast voor het beoordelen en beheren van over-
in stroomgebiedsdistricten, stroomgebieden, bekkens
stromingsrisico's. Zo worden de negatieve gevolgen voor
en deelbekkens. De Vlaamse Milieumaatschappij levert
de gezondheid van de mens, het milieu, het culturele
een belangrijk aandeel in de werking op bekkenniveau en
erfgoed en de economische bedrijvigheid beperkt. De
aan de voorbereiding van de integrale beheerplannen op
overstromingsrichtlijn houdt in dat de VMM kaarten
de respectievelijke niveaus.
opmaakt die aantonen welke gebieden het risico lopen
Stroomgebiedbeheerplannen Schelde en Maas
om te overstromen. Op basis daarvan worden maat-
Op 8 oktober 2010 stelde de Vlaamse Regering de Vlaamse stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas definitief vast. De integrale beheerplannen bevatten de maatregelen die zullen bijdragen tot een verdere verbetering en het finaal bereiken van een goede toestand van het grondwater en oppervlaktewater in Vlaanderen zoals opgelegd door de Europese kaderrichtlijn Water.
regelen en beheerplannen uitgewerkt om het overstromingsrisico te verminderen.
Grondwaterrichtlijn omgezet De grondwaterrichtlijn bevat criteria om de beoordeling van de chemische toestand van grondwater te bepalen. Door het omzetten van deze richtlijn zijn sinds 1 januari 2011 nieuwe grondwatermilieukwaliteitsnormen, gekoppeld aan grondwaterlichaamspecifieke achtergrondniveaus en drempelwaarden, van kracht.
Activiteitenverslag 2010 • 7
Wateroverlast integraal benaderd Van 13 tot 16 november 2010 werd Vlaanderen gecon-
en (middel)lange termijn. De bekkensecretariaten wer-
fronteerd met zware overstromingen. In de dagen na de
ken aan een inventaris van de overstroomde gebieden.
overstromingen doken heel wat verklaringen over de
Ze verzamelen hierbij o.a. de informatie die maximaal
oorzaken op: een ruimtelijk ordeningsbeleid zonder lan-
bruikbaar is voor het actualiseren van overstromings-
getermijnvisie, een gebrek aan efficiënt waterbeheer,
modellen en overstromingskaarten. Sinds januari 2011
een gebrekkige coördinatie ... Eén zaak is duidelijk: om
heeft in het Vlaams Parlement regelmatig een verenigde
overstromingsschade in de toekomst maximaal te ver-
vergadering plaats tussen de 'Commissie Leefmilieu,
minderen, is een integrale aanpak vereist. De
Natuur, Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed' en
Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW)
de 'Commissie Mobiliteit en Openbare Werken'.
bezorgde eind 2010 een eerste evaluatie van de overstro-
Vertegenwoordigers van verschillende organisaties
mingen aan de Vlaamse Regering. Op basis daarvan
komen er hun bedenkingen en aanbevelingen geven
werkte
over de problematiek van waterbeheer en wateroverlast
de
CIW
begin
2011
een
actieplan
'Overstromingen' uit met concrete maatregelen op korte
in Vlaanderen.
November 2010: alle hens aan dek Dankzij de overstromingsvoorspeller kon de Vlaamse Milieumaatschappij op donderdag 11 november via de media heel Vlaanderen waarschuwen dat er vanaf zaterdagochtend 13 november een groot risico op overstromingsschade was. Het waterpeil van verschillende onbevaarbare waterlopen overschreed immers de historisch maximale peilen van de voorbije decennia met een tiental centimeter. Bijna alle wachtbekkens werden volledig gevuld. De VMM nam toen al een aantal preventieve maatregelen. Door een goede werking van de infrastructuur kon wateroverlast in heel wat gebieden vermeden worden of overstromingsschade beperkt worden. Bij de Vlaamse Milieumaatschappij was het alle hens aan dek. De dienst Hoogwaterbeheer is verantwoordelijk voor de overstromingsvoorspeller, het opvolgen van de overstromingen en het advies op vlak van sturingen, terwijl medewerkers van de dienst Beheer Onbevaarbare Waterlopen instaan voor de bediening van de pompgemalen en stuwen en de controles op het terrein. Op vrijdag 12 november werd de interventieregeling (24u/24u permanentie) opgestart in het Centraal Besturingsgebouw in Leuven. Twee hydrologen bemanden in shifts van 12 uur de systemen achter de overstromingsvoorspeller. Zij zorgden voor de interpretatie van de voorspellingen, het informeren en adviseren van onderhoudsingenieurs, elektromechanici en gebiedsbeheerders op het terrein over de verwachte situatie en het beantwoorden van vragen van hulpdiensten en waterbeheerders. De interactie tussen de centrale bewakings- en voorspellingssystemen en de terreinwerking en de lokale sturing van de installaties verliep zeer goed. Na het crisisweekend werd de aanpak grondig geëvalueerd. De Vlaamse Milieumaatschappij wil immers de komende jaren nog beter werk maken van een daadkrachtig waterloopbeheer om overstromingsschade maximaal te verminderen. Het herstel van de overstromingsschade aan de waterlopen kreeg overigens prioriteit. Het gaat dan onder meer om oeverafkalvingen en aantasting van dijken. Op sommige plaatsen leidde de schade tot gevaarlijke situaties en moest de VMM meteen ingrijpen om de veiligheid te waarborgen. Verder stelde de VMM een prioriteitenlijst en plan van aanpak voor alle nodige herstellingswerken op.
8
Beheer onbevaarbare waterlopen Als beheerder van de grootste onbevaarbare waterlopen
volgen, de goede werking van de installaties controleren
in Vlaanderen heeft de Vlaamse Milieumaatschappij een
en deze van op afstand sturen. Met het nieuwe systeem
cruciale rol in de aanpak van wateroverlast. Ze neemt
zal men in de toekomst niet alleen stuwen en gemalen
maatregelen om schade door overstromingen te beper-
kunnen sturen op basis van onder meer waargenomen
ken en om de natuurlijke waterlopen te herstellen.
peilverhogingen in opwaartse gebieden, maar ook op
Aanpakken van wateroverlast
basis van voorspelde neerslag via online-modellering. De
De Vlaamse Milieumaatschappij probeert de schade
leerde overstromingsgebieden effectiever aan te
door overstromingen maximaal te beperken door resoluut te kiezen voor oplossingen die aansluiten bij de natuurlijke kenmerken van het watersysteem. In de eerste plaats pakt ze de bron van de overstromingen aan en promoot ze kleinschalige maatregelen waardoor de bodem en het oppervlaktewater het overtollige water beter vasthouden en het water minder snel afgevoerd wordt.
nieuwe werkwijze zal toelaten de bestaande gecontrowenden met als doel wateroverlast maximaal te voorkomen. In periodes van lange droogte biedt het nieuwe systeem ook mogelijkheden om verdroging te beperken. Momenteel worden in het Demer- en Maasbekken ruim 50 kunstwerken, vooral stuwen maar ook enkele pompgemalen, verdeelkunstwerken en schuiven op het nieuwe systeem aangesloten. Aan de aansluiting van de kunstwerken gaan grondige functionele analyses vooraf.
In de valleigebieden van de waterlopen eerste categorie
Zo blijft de optimale werking in functie van de doelstel-
wordt het waterbergend vermogen maximaal behouden.
lingen van het integraal waterbeleid gegarandeerd voor
Is dit nog onvoldoende, dan zorgt de Vlaamse
o.m. veiligheid, peilbeheer en vismigratie. Als alles goed
Milieumaatschappij voor extra buffering, bijvoorbeeld
gaat, zullen alle installaties in het Demer- en Maasbekken
door creatie van bijkomende bergingsmogelijkheden in
voor het einde van 2011 aangesloten zijn.
gecontroleerde overstromingsgebieden. Indien nood-
Efficiënte aanpak van sedimentproblematiek
zakelijk voorziet de Vlaamse Milieumaatschappij aanvullende infrastructuur zoals pompstations. Een goede sturing van de kunstwerken is essentieel om de beschikbare infrastructuur en beschikbare ruimte voor waterberging optimaal te benutten. Tot slot is er de overstromingsvoorspeller, waardoor zowel de waterbeheerders, de hulpdiensten als de bevolking continu geïnformeerd worden over te verwachten overstromingen. Automatisch bewakingssysteem voor stuwen en pompgemalen
Met de aanleg en het onderhoud van sedimentvangen wil de Vlaamse Milieumaatschappij op een efficiënte en ecologisch verantwoorde manier werk maken van slibruiming in de Vlaamse waterlopen. In de eerste plaats promoot de VMM het nemen van brongerichte maatregelen zoals erosiebestrijdingmaatregelen en afkoppelingsprojecten die de sedimentaanvoer beperken. Volstaan die maatregelen niet om slibafzetting te voorkomen, dan vormt een sedimentvang een goede oplossing in dichtbebouwde en ecologisch kwetsbare zones.
Begin 2010 startte de VMM met de uitbouw van een
In 2010 realiseerde de VMM de sedimentvangen op de
automatisch bewakingssysteem voor stuwen en pomp-
Molenbeek in Erpe-Mere en de Vondelbeek.
gemalen. Er werd gestart met de kunstwerken in het
Verder voert de VMM slibruimingen uit op locaties waar
Demer- en Maasbekken. Later komen ook de bekkens van de Nete, Benedenschelde, Dijle en Zenne aan de beurt. Het automatische bewakingssysteem zal onder meer de peilen ter hoogte van de kunstwerken op-
het slib een verhoogd risico op wateroverlast veroorzaakt. Om overstromingsgevoelige regio's te beschermen is het van belang om via slibruimingen enerzijds de bergingscapaciteit en anderzijds een goede door-
Activiteitenverslag 2010 • 9
stroming te garanderen. Zo werd in 2010 werk gemaakt
Aangezien een klassieke, harde oeververdediging in dit
van de slibruiming van de Zuunbeek en de Zenne in Sint-
waardevolle gebied niet wenselijk is, werd geopteerd
Pieters-Leeuw. Ook op plaatsen waar het waterpeil door
voor de aanleg van plasbermen. Dankzij deze alternatie-
een pompstation wordt geregeld, is een regelmatige slib-
ve, ecologische vorm van oeverherstel zien landbouwers
ruiming belangrijk voor een goede, onderhoudsarme
hun land niet langer letterlijk in het water vallen en
werking van de pompen. In Schelle werd onder meer om
wordt de habitat voor fauna en flora veilig gesteld. De
deze reden het slib in de wachtkom op de Beneden-
herinrichting van de oeverzone, gestart in augustus 2009,
Vliet geruimd. Begin 2010 was deze ruiming afgerond.
werd geheel volgens plan begin 2010 afgerond.
Ecologisch herstel van waterlopen
Inrichting van een oeverzone Oude Kale
De Vlaamse Milieumaatschappij streeft het ecologische
In april 2010 startte de Vlaamse Milieumaatschappij met
herstel van waterlopen na. Hierbij wordt steeds rekening
de inrichting van een oeverzone langs de Oude Kale. Ter
gehouden met de randvoorwaarden vanuit andere func-
hoogte van Nevele en Lovendegem bezit de Oude Kale
ties (wonen, landbouw ‌) in het valleigebied. De Vlaamse
nog haar oorspronkelijke meandering met onverharde,
Milieumaatschappij stimuleert onder meer de vorming
natuurlijke oevers. Om oevererosie en uitspoeling van
van meanders, legt oeverzones aan, bevordert de vis-
nitraten en fosfaten tegen te gaan, wordt over een leng-
migratie en bestrijdt uitheemse waterplanten of 'invasie-
te van ongeveer 4 km een strook van 5 meter ecologisch
ve exoten'. Een greep uit de realisaties in 2010:
ingericht. De inrichting van de oeverzone gebeurt in
Halt aan de oeverafkalving Kalkense vaart In het hart van de Kalkense Meersen - een uniek natuurgebied rond de vier Scheldegemeenten Berlare, Laarne, Wetteren en Wichelen - stroomt de Kalkenvaart. Deze gegraven waterloop, die de hoofdafvoer van dit gras-
10
combinatie met werken in opdracht van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) die het waardevolle valleigebied toegankelijker wil maken voor fietsers en wandelaars. Vrije vismigratie
landgebied vormt en afwatert via een gemaal naar de
Heel wat inheemse vissoorten zijn bedreigd. Door de
Getijdeschelde, werd door oeverafkalving bedreigd.
vervuiling en menselijke ingrepen is hun leefgebied ver-
kleind. Hierdoor kunnen ze zich onvoldoende verplaat-
bekkentrap in de woelkom. In 2010 legde de VMM aan de
sen om zich voort te planten. De Vlaamse
Rotelmolen in Glabbeek een visnevengeul rondom de
Milieumaatschappij zorgt ervoor dat de vissen een vrije
molen. Ten slotte wordt ook de Dalemse molen in
doorgang krijgen, onder meer door het aanleggen van
Vissenaken vispasseerbaar gemaakt door gebruik te
vistrappen en nevengeulen naast stuwen. Hierdoor zal
maken van de Kleine Velpe.
het visbestand toenemen, zelfs in visarme rivieren.
Bestrijding invasieve exoten
Zo maakte de Vlaamse Milieumaatschappij de Maarkebeek opnieuw 'vispasseerbaar'. De Maarkebeek, een zijwaterloop van de Bovenschelde, is belangrijk voor haar
ecologisch
interessante
fauna
en
flora.
Vismigratieknelpunten belemmerden echter het herstel van de visfauna en verdeelden de Maarkebeek in kleinere biotopen. Daarnaast vormt deze waterloop een cruciale verbinding met de Bovenschelde, maar werd daarin gehinderd door twee stuwen in de buurt van de Nonnenmolen. De VMM herstelde de vismigratie ter hoogte van deze twee knelpunten. Dit biedt kansen voor een duurzaam herstel van de nagestreefde vispopulaties van zeldzame soorten zoals kopvoorn, serpeling, kwabaal, rivierdonderpad en rivierprik. De Nonnenmolen werd vispasseerbaar gemaakt door in de bestaande bypass van de molen 9 V-vormige trappen te plaatsen. Meerdere kleine hoogteverschillen vangen zo de twee oude, grotere hoogteverschillen op. Door de visdoorgang in de bypass te plaatsen, blijft de werking van de molen tijdelijk mogelijk en de historische configuratie van het beschermde landschap intact. Vervolgens werd de vaste stuw stroomopwaarts aangepakt en vervangen door stroomdeflectoren langs beide oevers van de waterloop. Ook in de Velpe, een voor de visfauna belangrijke zijwaterloop van de Demer, werden vismigratieknelpunten aan vier watermolens weggewerkt. In 2009 werd aan de Zelkermolen in Halen het hoogteverschil van ongeveer 1 m opgevangen door de aanleg van een stenen vishelling. Ook aan de Rotemse molen in Halen - een als monument beschermde onderslag watermolen - werd in 2009 een vismigratieknelpunt weggewerkt. In samenspraak met de eigenaar en de afdeling Onroerend Erfgoed werd hier gekozen voor de aanleg van een
De Vlaamse Milieumaatschappij startte in 2009 een intensieve bestrijding van de invasieve exoten grote waternavel, waterteunisbloem en parelvederkruid. De aannemers kregen de opdracht om de waterlopen exotenvrij te houden door een zeer regelmatige controle van alle besmette waterlopen en de verwijdering van alle exoten. Hiervoor wordt met de aannemers een resultaatsverbintenis afgesloten. Ze worden in principe pas betaald als zij erin slagen de hoeveelheid exoten in de waterlopen te beperken tot een minimum bepaald in het bestek. Zo hoopt de VMM het aantal broeihaarden sterk in te perken. Uit de controles uitgevoerd in 2010 blijkt dat de vooropgestelde norm gerespecteerd wordt.
Rattenbestrijding De Vlaamse Milieumaatschappij organiseert een permanente en intensieve rattenbestrijding langs de Vlaamse waterlopen. Muskusratten, beverratten en bruine ratten kunnen enorme ravage aanrichten. Alleen door een gecoĂśrdineerde aanpak en een goede samenwerking met alle waterloop- en terreinbeheerders kan de Vlaamse Milieumaatschappij de restpopulatie onder controle krijgen. Deze aanpak levert resultaat op: de restpopulatie muskusratten en beverratten verkleint. De populatie bruine ratten is veel moeilijker onder controle te krijgen. In 2010 is de Vlaamse Milieumaatschappij ook begonnen met de bestrijding van de bruine ratten langs gewestwegen en parkeerterreinen. In het kader van het Europees project CARTORA werkt de VMM samen met de rattenbestrijders in WalloniĂŤ en Frankrijk en de provincies Oost-Vlaanderen en WestVlaanderen om in het gemeenschappelijk grensgebied de muskusratten terug te dringen. Dankzij deze samenwerking is de instroom van muskusratten sterk verminderd.
Activiteitenverslag 2010 • 11
'Ratten op Vlaamse wijze' Op vrijdag 2 april 2010 organiseerde de Vlaamse Milieumaatschappij het congres 'Ratten op Vlaamse wijze'. De VMM blikte terug op 10 jaar resultaatgerichte rattenbestrijding. De Vlaamse rattenbestrijders kunnen goede resultaten voorleggen. Ving men in 2000 nog 40.000 tot 50.000 muskusratten per jaar, dan is dat aantal nu teruggelopen tot hooguit 5.000 muskusratten per jaar. De VMM bestendigde de samenwerking met andere waterloop- en terreinbeheerders, zoals de collega's van het gewest, de provincies, de gemeenten, de polders en wateringen en de natuurverenigingen in het 'Charter rattenbestrijding'. De focus zal in de toekomst liggen op de jacht op de bruine rat. Dit wordt een enorme uitdaging. De VMM sloot een samenwerkingsovereenkomst met het agentschap Wegen en Verkeer om de bruine rat langs de gewestwegen te bestrijden. Naar aanleiding van dit congres werd de brochure 'Ratten op Vlaamse wijze' gepubliceerd. Daarin worden de muskusrat, de beverrat en de bruine rat voorgesteld. Je leert meer over de manier waarop de rattenbestrijders van de VMM de voorbije 10 jaar met succes de muskusrat en de beverrat hebben bestreden en verneemt meer over hoe ze in de toekomst de strijd tegen de bruine rat zullen opdrijven. www.vmm.be/publicaties
Doordacht vergunningenbeleid Met een doordacht vergunningenbeleid streeft de
In 2010 werden 1.299 milieuvergunningaanvragen voor
Vlaamse Milieumaatschappij naar een minimale belasting
oppervlaktewater, 3.213 milieuvergunningaanvragen voor
en een maximale bescherming van het milieu. De doel-
grondwaterwinningen en 184 bodemsaneringdossiers
stellingen uit de kaderrichtlijn Water zijn daarbij richting-
geadviseerd.
gevend. De Vlaamse Milieumaatschappij verleent voor verschil-
voor de watertoets. Bij deze adviesverlening voor plan-
lende rubrieken van Vlarem een advies op basis van
nen en bouwvergunningen wordt vooral gelet op het
objectieve criteria. De adviezen oppervlaktewater
vrijwaren van de nodige ruimte voor water. De VMM
behandelen de lozingsproblematiek van de ingedeelde
gaat dan na of de projecten een mogelijk schadelijk
inrichtingen. Doordachte adviezen zijn het resultaat van
effect kunnen hebben op de toestand van het grond-
de nauwgezette opvolging van de beste beschikbare
water of op de waterlopen die de Vlaamse
technieken (BBT en BREF-documenten) en van het
Milieumaatschappij beheert. In 2010 werd voor 2.851
Europees beleid Gevaarlijke Stoffen (kwik, REACH, hor-
dossiers advies gegeven.
moonverstoorders), de continue uitbouw van de exper-
Milieukwaliteitsnormen vastgelegd
tise gevaarlijke stoffen en van een databeheersysteem voor de vergunningen. De adviezen voor grondwater handelen hoofdzakelijk over grondwaterwinningen en hun effecten op de grondwaterlichamen. Het belangrijkste criterium hierbij is de al dan niet goede kwantitatieve toestand van het betrokken grondwaterlichaam, waarbij specifieke aandacht aan het afstemmen van de vraag naar en het aanbod van water wordt besteed. 12
De Vlaamse Milieumaatschappij verleent ook advies
In het kader van het integraal waterbeleid werden de milieudoelstellingen vastgelegd voor oppervlakte- en grondwater die uiterlijk tegen 22 december 2015 moeten worden bereikt, en werd een voorstel voor milieukwaliteitsnormen voor waterbodems gedaan. Voor het vaststellen van die normen wijzigde de Vlaamse Regering op 21 mei 2010 Vlarem I en Vlarem II.
Heffingen De Vlaamse Milieumaatschappij inde in 2010 ruim 97,6
Alle interne en externe monsternemings-, meet- en
miljoen euro aan heffingsinkomsten. Dit bedrag is de
analyseactiviteiten worden op een erkende en kwa-
som van de heffing op de waterverontreiniging (OW) en
liteitsvolle manier uitgevoerd en gerapporteerd en
de heffing op de grondwaterwinning (GW). Niet enkel de
werden waar mogelijk geïnformatiseerd of geautomati-
in 2010 gevestigde heffingen, maar ook de invordering
seerd. Zo wordt de objectiviteit van de meetresultaten
van de niet-betaalde heffingen van de voorgaande jaren
gewaarborgd. Het laboratorium van de Vlaamse
dragen bij tot deze realisatie. De inkomsten worden
Milieumaatschappij is sinds 2001 geaccrediteerd door
opnieuw geïnvesteerd in een beter leefmilieu.
BELAC
3.156.835,36 euro
OW kleinverbruikers
67.354.025,76 euro
OW grootverbruikers
70.510.861 euro 27.132.968,97 euro 97.643.830 euro
(Federale
Overheid
Economie,
KMO,
Middenstand en Energie) conform de internationale norm ISO 17025. Dit BELAC-certificaat strekt zich uit over meerdere toepassingen (met name analyse van anorgani-
Totaal OW
sche en organische polluenten en zware metalen) in
GW grootverbruikers
water (afval-, grond- en oppervlaktewater) en bodem
Algemeen totaal
(waterbodem, bagger- en ruimingsspecie en sediment). Het laboratorium van de VMM is tevens erkend door de
Monitoring watersystemen De Vlaamse Milieumaatschappij meet en controleert de kwantiteit en de kwaliteit van het oppervlaktewater (inclusief zwemwaters aan de kust en in recreatievijvers), het grondwater en de waterbodems en rapporteert over de resultaten. De VMM bouwde hiervoor verschillende kwaliteitsvolle meetnetten uit zoals het oppervlaktewatermeetnet, het afvalwatermeetnet, het meetnet riool-overstorten, het meetnet waterbodems en het primair en freatisch grondwatermeetnet.
Vlaamse Overheid voor het uitvoeren van wateranalysen en voor het uitvoeren van analysen op (water)bodem. Emissies van diffuse bronnen, zoals het water dat via landbouwgronden uitspoelt of hemelwater dat van de openbare weg afvloeit, kunnen niet of moeilijk worden gemeten. Ze worden daarom geïnventariseerd in een emissie-inventaris Water op basis van schattingen. Die 'schattingen' gebeuren natuurlijk niet lukraak. De Vlaamse Milieumaatschappij beschikt hiervoor over verschillende gesofisticeerde berekeningsmodellen.
Activiteitenverslag 2010 • 13
Jaarrapport Water 2009 De kwaliteit van het oppervlaktewater in Vlaanderen is sinds het begin van de jaren negentig aanzienlijk verbeterd, zo blijkt uit het Jaarrapport Water 2009 dat eind september 2010 werd gepubliceerd. Dit is te danken aan meer en betere openbare zuivering en de inspanningen van de bedrijven. Optimisme is hier dus op zijn plaats, zij het met enige voorzichtigheid, want de verbetering is de laatste jaren wel minder uitgesproken. Zuurstof, een belangrijke parameter voor de kwaliteit van het water, speelt een vitale rol in de zelfzuiverende processen. In 2009 zijn nog maar een paar meetplaatsen zwaar verontreinigd, maar in vergelijking met 2008 is de zuurstofhuishouding iets minder goed. Dit is te wijten aan de uitzonderlijke weersomstandigheden. De maanden augustus, september en voor een deel ook oktober waren in 2009 zeer warm en droog. Diezelfde uitzonderlijke weersomstandigheden hadden evenwel een gunstige invloed op parameters zoals ammonium en zwevende stoffen. Minder goed nieuws is dat - ondanks de inspanningen vanuit diverse sectoren - de gemiddelde nitraatconcentratie blijft schommelen. Vooral in kleinere watersystemen is de impact van de landbouw groot. Ook de kwaliteit van de waterbodems laat nog steeds te wensen over. De bestrijdingsmiddelen die landbouwers en particulieren gebruiken vormen een aanhoudende bedreiging voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Op veel meetplaatsen worden meer dan 25 verschillende pesticiden aangetroffen, met op kop het herbicide diflufenican. De verminderde impact van industriĂŤle lozingen op de kwaliteit van het oppervlaktewater zet zich in 2009 door dankzij bijkomende aansluitingen op zuiveringsinstallaties en inspanningen door de industrie. Sinds 2006 wordt onderzoek gevoerd naar broomhoudende vlamvertragers in afvalwater. Deze slecht oplosbare stoffen maken de meest uiteenlopende producten brandvrij en worden wereldwijd aangetroffen in de mens en in het leefmilieu. Metingen tonen voor een aantal gebromeerde vlamvertragers een gevoelige vermindering van de geloosde vuilvracht. In het rapport wordt ook gerapporteerd over de werking en het beheer van de saneringsinfrastructuur. In 2009 waren 240 gewestelijke waterzuiveringsinstallaties operationeel. Daarnaast kregen de gemeenten voor 44 miljoen euro aan subsidies uitbetaald voor de aanleg van nieuwe of de heraanleg van bestaande rioleringsstelsels. Ook het gewestelijk collectorenstelsel werd met 90 nieuwe projecten verder uitgebouwd. Door al deze ingrepen kon het afvalwater van minimaal 120.000 inwoners bijkomend gezuiverd worden. Op het gemeentelijke niveau, en dan vooral in het buitengebied, moet echter nog veel zuiveringsinfrastructuur gebouwd worden. Vanuit verschillende invalshoeken evalueert de Vlaamse Milieumaatschappij ook de efficiĂŤnte werking en het beheer van de bestaande saneringsinfrastructuur. Daaruit blijkt dat nagenoeg alle onderzochte installaties voldoen aan de voorwaarden uit de vergunning. Daarnaast licht de VMM de werking van de riolen en de collectoren door en houdt de knelpunten in de stelsels bij. De meeste knelpunten hebben te maken met een te hoge aanvoer van hemelwater, waardoor het verdunde afvalwater bij hevige neerslag via overstorten in beken en rivieren terechtkomt. Uit de opvolging van 269 overstorten blijkt een gestage verbetering sinds de start van de metingen in 2005. Meer info: www.vmm.be/publicaties
14
Alle meetgegevens worden bijgehouden in de Meetdatabank, onderdeel van de Milieudatabank. De gegevens voor grondwater worden publiek gemaakt via de Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV). Deze databank omvat niet alleen de kwaliteitsgegevens en de peilmetingen van onze grondwaterputten, maar ook gegevens over lopende grondwatervergunningen. Deze databanken zijn een onmisbaar werkingsmiddel, zowel voor de overheden als voor externen, en een onschatbare informatiebron voor milieurapportering en beleidsevaluatie.
Pesticiden terugdringen Pesticiden zijn gevaarlijk voor onze gezondheid en het milieu. Sinds 1 januari 2004 mogen openbare diensten in Vlaanderen geen chemische bestrijdingsmiddelen meer gebruiken. Omdat een totaalverbod van de ene dag op de andere niet mogelijk is, werken de openbare diensten aan de hand van een reductieprogramma. De Vlaamse Milieumaatschappij zorgt voor de opvolging en de ondersteuning, onder meer ook via de sensibilisatiecampagne 'Zonder is gezonder'. Sinds 1 juli 2009 zijn openbare besturen verplicht een
VMM paraat bij milieu-incidenten
pesticidentoets toe te passen. In 2010 moesten ze hun
De Vlaamse Milieumaatschappij staat zeven dagen
bestrijdingsmiddelen en/of alternatieve bestrijdings-
per week, 24 uur per dag, paraat om zo snel moge-
wijzen voor het eerst online invullen en doorgeven.
lijk de eventuele schade aan water controleren. De VMM werkte daarvoor een permanentieregeling uit. Deze werking draait sinds juni 2009 op proef. In 2010 waren er ongeveer 900 meldingen van incidentele waterverontreiniging. Daarvan gaven 160 meldingen aanleiding tot een zogenaamd incidentendossier waarbij de coĂśrdinator van wacht (contact 1ste lijn) overging tot een situatieonderzoek en doormelding aan de betrokken actoren. In 100 van de 160 incidentendossiers begaf de monsternemer van wacht zich naar de plaats van het incident voor waarnemingen en veldmetingen en, naargelang de situatie, ook om schepstalen van oppervlakte- en/of afvalwater te nemen.
inventaris van de gebruikte hoeveelheden chemische
Meer info: www.zonderisgezonder.be
Groene Lente Op dinsdag 14 december werden in Hasselt de prijzen van de Groene Lente 2010 uitgereikt, dat is een wedstrijd voor openbare bloemen- en groenrealisaties. De wedstrijd wordt georganiseerd door de Vereniging voor Openbaar Groen (VVOG). De Vlaamse Milieumaatschappij reikte de prijzen uit in de nieuwe categorie 'Zonder is gezonder'. Hiermee wil ze gemeenten belonen die het voortouw nemen in pesticidenvrije inrichtingsprojecten. Meer info: www.vvog.be
Voor de doormelding van incidenten met mogelijke invloed buiten de grenzen van Vlaanderen, werkt de Vlaamse Milieumaatschappij nauw samen met het River Information Services (RIS) Evergem en het River Information Services (RIS) Hasselt. Dat zijn de hoofdwaarschuwingsposten voor Vlaanderen in het kader van de uitgewerkte waarschuwings- en alarmeringsprocedures
bij
de
Internationale
Scheldecommissie en de Internationale Maascommissie.
Activiteitenverslag 2010 • 15
Toezicht op de saneringsinfrastructuur De Vlaamse Milieumaatschappij kijkt erop toe dat het waterzuiverings- en rioleringsbeleid bijdraagt tot het bereiken van de goede oppervlaktewaterkwaliteit zoals voorgeschreven in de Europese kaderrichtlijn Water. Bovendien let ze op de kostenefficiëntie van saneringsprojecten en int ze een heffing op watervervuiling en op grondwaterwinning.
Ecologisch toezicht
meer door de opmaak en de opvolging van de gewestelijke investeringsprogramma's. De Vlaamse Regering keurde op 19 november 2010 het optimalisatieprogramma 2012-2016 goed. Daarin zijn 133 zuiveringsprojecten voor een budget van 140 miljoen euro opgenomen. Op gemeentelijk vlak is de VMM verantwoordelijk voor de opmaak van de gemeentelijke subsidiëringprogramma's. Ten gevolge van de beperkte financiële ruimte werden voor 2011 slechts 2 beperkte deelprogramma's opgemaakt voor een totaal budget van 63 miljoen euro. Het beschikbare vastleggingkrediet werd voor 100 % benut.
De Vlaamse Milieumaatschappij stuurt het waterzuiverings- en rioleringsbeleid aan, zowel op gemeentelijk als bovengemeentelijk vlak. Belangrijke pijlers hierbij zijn de zoneringsplannen en de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen. In de zoneringsplannen werd per gemeente vastgelegd in welke straten er nog riolering zal worden aangelegd en welke woningen moeten worden voorzien van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA). De gebiedsdekkende uitvoeringsplannen bepalen wie welke van deze projecten zal moeten uitvoeren en binnen welke termijn. Op bovengemeentelijk vlak speelt de Vlaamse Milieumaatschappij een belangrijke rol in de uitbouw en
Geoloket Saneringsinfrastrucuur Water Het geoloket 'saneringsinfrastructuur water' werd in 2010 uitgebreid. Naast de bovengemeentelijke investeringen, kan je voor elke stad of gemeente nu ook zien welke rioleringswerkzaamheden de komende jaren gepland zijn om het rioleringsnetwerk te verbeteren en te optimaliseren. Het gaat om de rioleringsprojecten die opgenomen werden in het subsidiëringsprogramma van de VMM. http://geoloket.vmm.be/saneringsinfrastructuur
de optimalisatie van de saneringsinfrastructuur, onder
'Waterwegwijzer bouwen en verbouwen' Op Wereldwaterdag 2010 lanceerde de Vlaamse Milieumaatschappij de nieuwe 'Waterwegwijzer bouwen en verbouwen'. De 'Waterwegwijzer' wil de weg wijzen naar een rationeler en duurzamer omspringen met water dat in en om de particuliere woning wordt gebruikt. Het gaat onder andere over de opvang, het hergebruik, de buffering en de lozing van hemelwater. Duurzaam waterbeheer betekent ook dat de hoeveelheid afvalwater tot een minimum wordt beperkt. De brochure biedt aan architecten en bouwheren een antwoord op de meest voorkomende 'water'vragen bij de bouw of verbouwing van een woning. Het Vlaamse Gewest, lokale overheden en drinkwatermaatschappijen leggen immers een aantal richtlijnen of verplichtingen op voor de lozing van huishoudelijk afvalwater en hemelwater en voor het drinkwater-circuit. De gids is ook gericht naar een breder publiek, zoals aannemers, loodgieters, particulieren, tuinaanleggers, enz. Ook zij zijn betrokken bij de waterhuishouding in en rond de woning. De brochure wordt ondersteund door de rubriek 'Waterwegwijzer voor bouwen en verbouwen' op www.vmm.be.
16
Ook het ecologisch toezicht op de werking van de sane-
Kwartaalfacturen worden geadviseerd voor ze door
ringsinfrastructuur in Vlaanderen is een opdracht voor
Aquafin nv aan de drinkwatermaatschappijen worden
de Vlaamse Milieumaatschappij. Zowel voor het beheer
voorgelegd.
van de bovengemeentelijke infrastructuur als voor het beheer van de gemeentelijke infrastructuur werden duidelijke doelstellingen vooropgesteld. Deze doelstellingen werden vertaald in indicatoren en aan de hand hiervan gebeurt de opvolging van de verschillende operatoren. Dankzij dit opvolgingssysteem kan de VMM ook knelpunten in het beheer en eventueel noodzakelijke aanpassingen aan de infrastructuur sneller onder de aandacht brengen, wat de kwaliteit van het oppervlaktewater ten goede zal komen.
In 2010 formuleerde de Vlaamse Milieumaatschappij o.a. advies bij de retroactieve aanpassing van de gemeentelijke saneringstarieven. De VMM had immers vastgesteld dat in sommige gemeenten met terugwerkende kracht tariefwijzigingen worden toegepast, vaak op vraag van bedrijven. Dit staat echter haaks op de wettelijke bepalingen in het drinkwaterdecreet. Hoe en door wie de gemeentelijke bijdragen en vergoedingen worden bepaald en toegepast, ligt vast in het drinkwaterdecreet. De inhoud van het drinkwaterdecreet vormt dan ook de
Het bovengemeentelijke indicatorenkader werd in de
enige wettelijke basis waarvan niet afgeweken kan
diepte (opvolging bijkomende infrastructuuronderdelen)
worden. Het is aan de drinkwatermaatschappijen en de
en in de breedte (tot 70% van de vuilvracht aangesloten
gemeenten om er samen voor te zorgen dat hun
op waterzuiveringsinstallaties) uitgebreid.
contracten en overeenkomsten zich binnen deze wette-
Economisch toezicht
lijke bepalingen afspelen.
De Vlaamse Milieumaatschappij houdt onder meer toezicht op de door drinkwatermaatschappijen gesloten saneringsovereenkomsten en de gefactureerde saneringsbijdragen en -vergoedingen. De VMM ziet ook toe op de kostenefficiëntie van de bij de afvalwatersanering betrokken actoren en op een correcte en redelijke kostentoerekening van de saneringskosten, zowel op gemeentelijk als op bovengemeentelijk vlak. Op bovengemeentelijk vlak houdt de Vlaamse Milieumaatschappij toezicht op de opdrachten die door het Vlaamse Gewest aan Aquafin nv zijn opgedragen. De kosten van Aquafin nv worden op verschillende tijdstippen beoordeeld. Zo wordt advies uitgebracht ter voorbereiding van de budgetbesprekingen, na het beëindigen van het financiële jaar en na de projectuitvoering.
De VMM kijkt of Aquafin nv de wet op de overheidsopdrachten volgt en de afgesproken timing en kostenramingen respecteert.
Als een project is afgerond,
controleert de Vlaamse Milieumaatschappij of alle afspraken nagekomen zijn en of het project tegen een maatschappelijk verantwoorde kostprijs werd uitgevoerd. In 2010 heeft Aquafin nv 102 projecten opgeleverd aan het Vlaamse Gewest. De Vlaamse Milieumaatschappij houdt ook toezicht op de contracten die bedrijven rechtstreeks met Aquafin nv kunnen afsluiten om hun afvalwater te zuiveren. Hierbij controleert de VMM onder meer of Aquafin nv de kosten op een correcte manier aanrekent aan alle bedrijven die sinds 2005 een contract hebben afgesloten voor de sanering van de vuilvracht die zij lozen in de riolering.
Activiteitenverslag 2008 • 17
Evaluatie integrale waterfactuur Als economisch toezichthouder op de financiering van de afvalwatersanering evalueert de Vlaamse Milieumaatschappij onder meer de aanrekening van de gemeentelijke en bovengemeentelijke bijdrage via de integrale waterfactuur. Uit die evaluatie blijkt dat de integrale waterprijs in Vlaanderen gedurende de periode van 2006 tot 2009 met 42 procent steeg. Dat is voornamelijk te wijten aan de invoering en stijging van de gemeentelijke saneringsbijdrage. Ook de bovengemeentelijke saneringsbijdrage steeg in de voorgaande jaren, maar in 2009 daalden deze inkomsten voor het eerst. Oorzaak is onder meer de daling van het waterverbruik door de gezinnen met 6,5 procent ten opzichte van 2008. Voor particulieren kunnen we hier van een echte trendbreuk spreken. Bij de grootverbruikers stijgt het waterverbruik in 2009 lichtjes, maar daalt de geloosde vuilvracht zodat ook de inkomsten uit de bovengemeentelijke bijdrage van de grootverbruikers een daling kenden in 2009. Het Vlaamse Gewest voorziet in een aantal sociale maatregelen, zoals de vrijstelling of compensatie van de bovengemeentelijke bijdrage, om de waterfactuur betaalbaar te houden. De compensatie is specifiek bedoeld voor particulieren die recht hebben op een vrijstelling, maar die niet rechtstreeks kunnen verkrijgen. Zowel het aantal vrijstellingen als het aantal compensaties steeg de voorbije jaren aanzienlijk. Op meer dan 5 procent van de afrekeningfacturen wordt ondertussen een vrijstelling toegekend. Vaak worden deze sociale maatregelen ook voor de gemeentelijke bijdrage geheel of gedeeltelijk overgenomen. Het rapport kun je raadplegen via www.vmm.be/publicaties.
Toezicht op water bestemd voor menselijke consumptie De Vlaamse Milieumaatschappij houdt toezicht op de leveranciers van water bestemd voor menselijke consumptie in Vlaanderen. Dit zijn de openbare drinkwatermaatschappijen en de eigenaars van een private waterwinning.
geschroefd van 25 naar 10 microgram per liter. De Vlaamse Milieumaatschappij toetste de resultaten van de in steekproefsgewijze controle bij de klanten aan de kraan van 2009 ook aan de toekomstige norm van 10 microgram per liter. Het normoverschrijdingspercentage bedraagt dan 3,3%, wat in vergelijking met de waarde voor de andere gezondheidsparameters onaanvaardbaar
De Vlaamse Milieumaatschappij publiceerde op 29
hoog is. Om ervoor te zorgen dat tegen 2013 het norm-
oktober 2010 het rapport over de drinkwaterkwaliteit
overschrijdingspercentage voor lood op een aanvaard-
aan de kraan in 2009. Daaruit blijkt dat de kwaliteit van
baar niveau blijft, stelde de VMM in samenwerking met
het drinkwater in de verschillende leveringsgebieden in
het Agentschap Zorg en Gezondheid en met steun van
Vlaanderen in ruime mate aan de normen voldoet. Voor
de
de meeste van de gezondheidsrelevante parameters lig-
'Loodpreventie in drinkwater' op. Zo werd een infor-
gen de waarden ver onder de wettelijke norm. De VMM
matiefolder 'Houd je drinkwater loodvrij' opgemaakt om
baseert zich hiervoor op de resultaten van de wettelijk
particulieren en beheerders van openbare gebouwen
verplichte controles die door de watermaatschappijen
aan te zetten tot het vervangen van hun loden binnen-
worden uitgevoerd en die ze jaarlijks vóór 1 april aan de
leidingen.
VMM moeten bezorgen. Vanaf eind 2013 verstrengt de norm voor de hoeveelheid lood die het drinkwater in Vlaanderen mag bevatten. 18
De loodnorm voor leidingwater wordt vanaf dan terug-
drinkwatermaatschappijen
een
actieplan
Het rapport over de drinkwaterkwaliteit en de informatiefolder kun je raadplegen via www.vmm.be/publicaties.
De WaterRegulator De reguleringsinstantie zoals omschreven in het decreet
de drinkwatermaatschappijen aanzetten tot water-
betreffende water bestemd voor menselijke aanwending
levering aan hun abonnees tegen een correcte, redelijke
van 24 mei 2002 werd in 2010 bij de Vlaamse
prijs.
Milieumaatschappij geoperationaliseerd. De invulling van de opdrachten van de WaterRegulator, zoals de reguleringsinstantie wordt genoemd, zal stapsgewijs gebeuren.
Ook zal de WaterRegulator de adviesrol waarvan sprake in het decreet invullen. Zo werd in 2010 reeds advies verstrekt met betrekking tot het waterverkoopreglement.
In 2010 werd daartoe een stappenplan opgesteld
De informatie die verzameld wordt om onderbouwde
geĂŻnspireerd op andere regulatoren en rekening houdend
adviezen te kunnen afleveren wordt gebundeld en
met de beschikbare middelen. In een eerste fase zal de
gebruikt als basis voor een rapportering die de trans-
WaterRegulator zich vooral richten op de prestatie- en
parantie in de drinkwatersector moet verhogen.
efficiĂŤntievergelijking van de exploitanten van een openbaar distributienetwerk. Zo wil de WaterRegulator
De WaterRegulator zal gradueel verder uitgebouwd worden in functie van de beschikbare gegevens en expertise.
Activiteitenverslag 2010 • 19
20
Werken aan zuivere lucht De Vlaamse Milieumaatschappij draagt bij tot een betere luchtkwaliteit in Vlaanderen. We monitoren de luchtkwaliteit, maken de emissie-inventaris Lucht op, voorspellen de concentraties van ozon, stikstofoxiden en fijn stof en adviseren over milieuvergunningen. Zo zorgt de VMM ook mee voor de gezondheid van de Vlamingen, want luchtvervuiling heeft een aanzienlijke impact op de volksgezondheid.
Monitoring luchtkwaliteit De Vlaamse Milieumaatschappij controleert voort-
gelden - zijn bijkomende maatregelen noodzakelijk. De
durend de luchtkwaliteit door de aanwezigheid van
PCB-deposities blijven hoog in de nabijheid van shred-
schadelijke stoffen in de omgevingslucht te meten. De
derbedrijven, maar de dioxinedepositie is gedaald sinds
resultaten van die metingen worden verzameld in
het begin van de metingen.
wetenschappelijke rapporten. Die publicaties bieden heel wat informatie over de bronnen en de verspreiding van luchtvervuiling.
Jaarrapport Luchtkwaliteit 2009 Het Vlaams milieubeleid werpt vruchten af: volgens het rapport Luchtkwaliteit in het Vlaamse Gewest 2009 is de lucht in Vlaanderen er beter op geworden. De meeste schadelijke stoffen komen minder voor in onze lucht. Zo daalden de concentraties van zwaveldioxide en benzeen de voorbije decennia en werden de grenswaarden ervan nergens meer overschreden. Ook de concentraties van stikstofdioxide namen stelselmatig af. Toch werd de Europese jaargrenswaarde - die in 2010 van kracht werd vorig jaar overschreden in de Antwerpse agglomeratie en in de Antwerpse haven. De ozonoverlast viel in 2009 relatief goed mee, maar de Europese langetermijndoelstellingen voor ozon werden nog bijna overal overschreden.
Het
volledige
rapport
kun
je
raadplegen
op
www.vmm.be/publicaties.
Resultaten dioxine- en PCB-depositie Sinds 1995 meet de Vlaamse Milieumaatschappij de dioxines in neervallend stof in Vlaanderen. Naast de zogenaamde combinatie van 'the dirty seventeen' (de 17 meest schadelijke stoffen van de 210 dioxines) wordt sinds 2002 ook PCB 126 (polychloorbifenyl) gemeten: de meest toxische onder de PCB's. Er bestaan geen wettelijke normen voor de depositie van dioxines of PCB's. In 2010 paste de VMM haar meetstrategie aan: de nadruk ligt meer op metingen in agrarische en bevolkingsgebieden in de buurt van industriële installaties. Die metingen geven immers een beter zicht op de impact van de industriële uitstoot op de bevolking. Dioxines en PCB's worden namelijk vooral via de voeding opgenomen. Het aantal meetposten werd gereduceerd van een 70-tal naar een 30-tal. Door de sanering van afvalverbrandingsinstallaties en maatregelen binnen de non-ferrosector daalden de dioxinegehaltes in de omgevingslucht en konden er verschillende meetposten stopgezet worden. Op de overige locaties heeft de VMM de meetfrequentie opgedreven: zo wordt nu veelal 4 tot 6 maanden op
De fijnstofconcentraties zijn gedaald, onder meer door
jaarbasis gemeten in plaats van 2 maanden. Dit laat de
de gunstige weersomstandigheden in 2009. De jaargrens-
VMM toe een beter beeld te verkrijgen van de dioxine-
waarde voor fijn stof werd nergens overschreden, de
en PCB-verontreiniging gedurende het volledige jaar.
daggrenswaarde werd op een kwart van de meetplaatsen niet gehaald. Beerse, Hoboken en Genk blijven probleemgebieden voor zware metalen. Willen we de nieuwe Europese streefwaarden halen die vanaf 2012 zullen
De dioxineresultaten worden steeds uitgedrukt als een toxisch equivalent (TEQ): de som van de zeventien toxische dioxines, vermenigvuldigd met hun afzonderlijke toxische equivalentfactor of giftigheidscoëfficiënt.
Activiteitenverslag 2010 • 21
Uit de meetresultaten van de periode april - september 2010 blijkt dat een kwart van de stalen de drempelwaarde van 21 pg TEQ/m².dag overschrijdt. De hoge deposities worden op 6 meetposten gemeten. In Beerse, Oostrozebeke en Wielsbeke is de overschrijding te wijten aan hoge dioxinewaardes. De overschrijding van de drempelwaarde in Deerlijk, Menen en Willebroek wordt veroorzaakt door het aandeel PCB's. In deze laatste regio's is er in de nabijheid van de meetpost een bedrijf dat metaalhoudend schroot verwerkt. Een aantal meetposten is opgesteld in industriegebied. De resultaten geven aan dat er dikwijls hoge dioxine/PCB-deposities gemeten worden in industriegebieden. In de verderaf gelegen woonzones of agrarische gebieden zijn de deposities veel lager en wordt de drempelwaarde meestal niet overschreden. Enkel in Menen, waar de woonzone aan het industriegebied paalt, wordt de drempelwaarde voor dioxines en PCB's overschreden. De PCB-waarden gemeten in functie van schrootverwerkende bedrijven blijven hoog. De meeste schrootverwerkende bedrijven liggen echter in een industriezone waar de impact van de uitstoot op de gezondheid beperkt is.
22
Fijn stof ontrafeld Eind 2010 werd het tweede grootschalige onderzoek naar de samenstelling van fijn stof afgerond. Voor het onderzoek werd een jaar lang gemeten op drie achtergrondlocaties en op zes hotspots. Op dergelijke hotspots wordt de Europese daggrenswaarde voor fijn stof vaak overschreden. In het rapport ‘Chemkar PM 10 'hotspots': Chemische karakterisatie van fijn stof in Vlaanderen
2008-2009'
stelt
de
Vlaamse
Milieumaatschappij de resultaten voor. De resultaten bevestigen dat de samenstelling van fijn stof op alle plaatsen min of meer dezelfde is. Fijn stof bestaat gemiddeld voor 31 procent uit secundaire anorganische componenten. De tweede en derde grootste fracties van fijn stof zijn organische massa (20%) en mineraal stof (13%). Organische massa is een complexe mix afkomstig van verschillende bronnen zoals verkeer, gebouwenverwarming, industrie ... Mineraal stof bestaat vooral uit opwaaiend bodemstof. Op de vierde en vijfde plaats staan zeezout (10%) en elementaire koolstof (4%). Elementaire koolstof is vooral afkomstig van dieselroet en wordt beschouwd als de gevaarlijkste fractie van fijn stof. De grovere fijn stofdeeltjes bestaan vooral uit
mineraal stof, zeezout en natriumnitraat. Elementaire koolstof, organische massa, ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat zijn de basis van de kleinere deeltjes.
Verzuring In de MINA-plannen en in VLAREM zijn voor verzurende depositie normen opgenomen. De meetresultaten 2009
De absolute concentraties op de hotspots zijn vaak
van de Vlaamse Milieumaatschappij wijzen erop dat de
beduidend hoger dan op de achtergrondlocaties. De
middellangetermijndoelstelling voor verzurende deposi-
verhogingen op de hotspots zijn het grootst voor mine-
tie 5 maal overschreden wordt. Op 2 meetplaatsen
raal stof, organische massa en elementaire koolstof. Het
wordt de doelstelling voor naaldbos overschreden, op
verkeer speelt een belangrijke rol: voertuigen stoten niet
1 meetplaats zijn er overschrijdingen voor 3 vegetatie-
alleen roetdeeltjes en organische massa uit, maar doen
types (gras, heide en loofbos). De langetermijndoel-
ook veel bodemstof opwaaien. Volgens verschillende
stelling waarbij geen enkele schade optreedt, wordt
medische studies is dat opwaaiend bodemstof ook
nergens gehaald. Vooral in typische heidegebieden zijn
schadelijk voor de gezondheid.
de deposities nog ver van de doelstelling verwijderd.
De Vlaamse Milieumaatschappij voert regelmatig lokale metingen uit om de impact van een bepaalde industriĂŤle sector, van een bedrijf of van druk verkeer op de omgevingslucht te meten. Voorbeelden zijn de metingen van de impact van de houtverwerkende industrie in Oostrozebeke, van het drukke wegverkeer langs de E19 in Rumst, onderzoek naar de mogelijke impact van de bouw van een crematorium in Sint-Niklaas, enzovoort. Ook deze rapporten kun je raadplegen op www.vmm.be/publicaties.
Activiteitenverslag 2010 • 23
Emissie-inventaris Lucht De Vlaamse Milieumaatschappij inventariseert de lozin-
(verandering in) landgebruik. Een synthese van de
gen in de lucht afkomstig van industrie, gebouwenver-
resultaten publiceert ze in het jaarrapport Lozingen in
warming, verkeer, off-road, land- en tuinbouw, natuur en
de lucht.
Jaarrapport Lozingen in de lucht 1990-2009 Uit de resultaten van de emissie-inventaris Lucht blijkt dat er aanzienlijk minder verontreinigende stoffen geloosd worden dan in de beginjaren '90. Zo daalde de uitstoot van koolstofmonoxide (CO) en dioxines sindsdien met respectievelijk 54% en 91%. De emissies van het fijn stof PM10 en PM2.5 verminderden in 2009 tot respectievelijk 51% en 44% vergeleken met het niveau in 1995. De emissies die de zure regen veroorzaken, namen sinds 1990 met 60% af. Dit is vooral te danken aan de dalende uitstoot van zwaveldioxide en - in mindere mate - van ammoniak. De uitstoot van ozonvormende stoffen (voornamelijk stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen) is in diezelfde periode gehalveerd. Goed nieuws, want die uitstoot - door voornamelijk het verkeer en de industrie - is op warme zomerdagen mee verantwoordelijk voor de overschrijding van de ozondrempels. Ozonafbrekende emissies die het gat in de ozonlaag veroorzaken zijn sinds 1995 door aanpassingen aan de reglementering met maar liefst 75% afgenomen. De grootste afname van de meeste luchtverontreinigende stoffen behaalden we tussen 1990 en 2000. Die dalende tendens is de laatste jaren minder uitgesproken omdat het relatieve aandeel van gebouwenverwarming en verkeer toenam. Nochtans werden ook in die sectoren maatregelen genomen om de uitstoot te beperken, maar die wegen niet altijd op tegen de toenemende activiteit in die sectoren. Waar de uitstoot wel verminderde, lag de oorzaak vooral bij de overschakeling naar aardgas, een verminderd steenkoolverbruik, het gebruik van fossiele brandstoffen met een lager zwavelgehalte, de schommelingen in productiecapaciteit en uiteraard ook de invoering van reductiemaatregelen. Een van de gevolgen daarvan is de daling van de broeikasgasemissies tot 91%, vergeleken met 1990. Die daling is vooral te danken aan de verminderde uitstoot van N2O, CH4 en de F-gassen. De CO2-emissie is in diezelfde periode gestegen. De emissie-inventaris Lucht omvat meer broeikasgassen dan waarover voor de Kyoto-doelstellingen gerapporteerd moet worden. In 2009 waren industrie, gebouwenverwarming (beide met 20%), elektriciteitscentrales (met 19%) en het verkeer (met 18%) de voornaamste bronnen van broeikasgasemissies. De sectoren die de grootste bijdrage leverden aan de reductie van broeikasgassen zijn elektrochemie (dankzij de maatregelen met betrekking tot F-gassen), salpeterzuurproductie (door bijkomende maatregelen) en elektriciteitscentrales (dankzij een shift in brandstoffen en installaties). Het volledige rapport kun je raadplegen op www.vmm.be/publicaties.
24
Voorspellen van ozon- of smogpieken
Advies milieuvergunningen
De Vlaamse Milieumaatschappij volgt de luchtkwaliteit
Net zoals voor de aspecten 'oppervlaktewater' en
in Vlaanderen continu op. Dankzij deze metingen kan de
'grondwater' verleent de Vlaamse Milieumaatschappij
VMM waarschuwen voor smog- of luchtvervuiling. Dit
voor het aspect 'Lucht' advies voor milieuvergunnings-
gebeurt gecoördineerd in samenwerking met de andere
aanvragen van bedrijven. Met haar advies streeft de
gewesten via de Intergewestelijke Cel voor het
VMM naar een minimale belasting van het milieu. In 2010
Leefmilieu (IRCEL).
werden ca. 300 milieuvergunningsaanvragen geadviseerd.
Wintersmog - Fijn stof
Daarnaast kan de initiatiefnemer van Ruimtelijke
Te hoge concentraties van fijn stof in de omgevingslucht kunnen leiden tot smogalarmen en de daarmee gepaard gaande verkeersmaatregelen. Wanneer er ten minste twee dagen na elkaar hoge fijnstofconcentraties worden verwacht, worden op bepaalde ringwegen en autosnelwegen in Vlaanderen snelheidsbeperkingen tot 90km/u opgelegd. In 2010 werd die snelheidsbeperking slechts op twee dagen geactiveerd, tijdens de smogepisode van 8 en 9 februari.
Zomersmog - Ozon Op warme en zonnige zomerdagen is er soms te veel ozon in de lucht. Dat noemen we ozonsmog. Stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen vormen, onder invloed van zonlicht, ozon. De belangrijkste bronnen van die 'ozonvoorlopers' zijn het verkeer, de industrie en het gebruik van vluchtige oplosmiddelen. 2010 telde 9 ozondagen: op 4, 5, 24, 27 en 28 juni en op 2, 8, 9 en 10 juli. Op een ozondag is ten minste op één
Uitvoeringsplannen (RUP's) de VMM raadplegen als bevoegde administratie. De VMM controleert of er door het voorgenomen plan aanzienlijke effecten op de atmosfeer en de klimatologische factoren te verwachten zijn. Is dat het geval, dan adviseert de VMM de opmaak van een planmilieueffectrapportage (planMER). In 2010 gaf de VMM advies bij 28 RUP's. In dat kader en om initiatiefnemers van een ruimtelijk uitvoeringsplan te helpen bij de opmaak van de screeningdocumenten, ontwikkelde de VMM het geoloket 'Advisering RUP Thema lucht'. De informatie op het geoloket tracht een benadering te geven van de luchtkwaliteit in Vlaanderen. Het geoloket toont de geïnterpoleerde meetresultaten van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) en het al dan niet overschrijden van Europese grenswaarden voor deze stoffen. Zo kan de initiatiefnemer zelf eventuele milieueffecten van het RUP afwegen tegenover de referentiesituatie. www.vmm.be/geoloket
meetplaats in Vlaanderen een overschrijding van de Europese informatiedrempel van 180 μg/m³ gemeten. Op 5 juni en 10 juli werd op ten minste één meetplaats ook de Europese alarmdrempel (= 240 μg/m³) overschreden.
Activiteitenverslag 2010 • 25
Hoe gaat het met ons leefmilieu? De Vlaamse Milieumaatschappij coördineert de opmaak van het Milieurapport Vlaanderen (MIRA). De VMM beschrijft, analyseert en evalueert de toestand van het Vlaamse leefmilieu, evalueert het gevoerde milieubeleid en blikt vooruit op het milieu van morgen.
MIRA Indicatorrapport 2010 In
december
2010
publiceerde
de
Vlaamse
Milieurapport.be: de referentie voor milieukennis
Milieumaatschappij het MIRA Indicatorrapport 2010.
Voor een uitgebreide lijst van milieu-indicatoren en achter-
Dit jaarlijkse rapport geeft een overzicht van de meest
grondinformatie bij de toestand van het leefmilieu in
actuele feiten en cijfers over het milieu in Vlaanderen.
Vlaanderen kun je terecht op www.milieurapport.be.
De meer dan 100 indicatoren behandelen samen het vol-
Daar
ledige milieudomein, gaande van milieugevaarlijke stof-
plegen, inclusief verschillende onderzoeksrapporten.
fen, over klimaatverandering tot afval. Ook de milieu-
Deze rapporten zijn de weerslag van wetenschappelijk
druk van de verschillende sectoren, zoals huishoudens
onderzoek over hiaten in de milieukennis. In 2010 publi-
en transport komen in beeld. De indicatoren geven sig-
ceerde MIRA onder meer twee onderzoeksrapporten
nalen hoe het met het milieu gesteld is en of we op de
over de ecologische voetafdruk van Vlaanderen.
afgesproken koers zitten.
Ecologische voetafdruk van Vlaanderen
Een combinatie van volgehouden milieumaatregelen en de financieel-economische crisis doen de druk op het milieu verder dalen. De crisis geeft een extra stoot aan een trend die al eerder merkbaar was: Vlaanderen verbruikt minder energie en de industriële uitstoot daalt. Positief is verder dat Vlaanderen vooruit loopt op de Kyotodoelstelling en dat de luchtkwaliteit verder verbetert. De crisis heeft echter ook negatieve gevolgen voor het milieu. Zo blijkt de trend naar een meer energieefficiënte economie afgeremd maar niet gestopt. Extra aandacht voor bijkomende milieu-investeringen blijft noodzakelijk om de milieukwaliteit duurzaam te verbeteren. Eind december 2009 keurde de Vlaamse Regering een nieuwe set van indicatoren goed waarmee ze de 20 doelstellingen van het Pact 2020 wil opvolgen. Dit nieuwe toekomstplan voor Vlaanderen weerspiegelt de gezamenlijke visie, strategie en acties op lange termijn van de Vlaamse Regering en de sociale partners. In het MIRA Indicatorrapport 2010 werden verschillende van de Pact 2020-indicatoren opgenomen. Om snel een beeld te kunnen vormen, kregen de meeste indicatoren bovendien een eindbeoordeling aan de hand van een smiley.
kun
je
ook
alle
MIRA-publicaties
raad-
In opdracht van MIRA berekende Ecolife vzw voor het eerst de ecologische voetafdruk van Vlaanderen voor het jaar 2004. Uit die berekeningen blijkt dat de gemiddelde Vlaming een ecologische voetafdruk heeft van 6,3 gha. De wereldgemiddelde biocapaciteit (de beschikbare oppervlakte landbouwgrond, bosgrond en visgrond) bedraagt 1,8 gha per capita, de Vlaamse biocapaciteit zelfs maar 1,3 gha. Als iedereen zou leven zoals wij, hebben we dus meer dan drie aardbollen nodig. De onderzoekers analyseerden ook welke producten de grootste voetafdruk hebben. Die resultaten kunnen inzicht bieden in de activiteiten die de ecologische voetafdruk beïnvloeden en in de beleidskeuzes die mogelijk zijn om de voetafdruk van Vlaanderen te verlagen. Een van de vaststellingen is bijvoorbeeld dat ongeveer 90 % van onze consumptie van hernieuwbare materialen steunt op landbouw- en bosgrond in het buitenland. Vlaanderen is dus sterk afhankelijk van andere regio's voor hernieuwbare materialen. Zo blijkt er een grote netto import te zijn van tarwe en sojaproducten, gewassen die deels gebruikt worden voor de Vlaamse intensieve veeteelt. Mogelijke pistes om de ecologische voetafdruk van hernieuwbare materialen te
Het MIRA Indicatorrapport 2010 is ook in het Engels
verlagen zijn dus o.a. vleesmatiging en een aanpassing
beschikbaar.
van de voederwijze in de veeteelt.
www.environmentflanders.be Activiteitenverslag 2010 • 27
In een vervolgproject berekende VITO (Vlaamse
woordelijk zijn voor ongeveer vier vijfden van de huis-
Instelling voor Technologisch Onderzoek) de ecologi-
houdelijke voetafdruk: voeding (44%), huisvesting (28%)
sche voetafdruk van huishoudelijke consumptieactivitei-
en personenvervoer (11%).
ten. Daaruit blijkt dat drie activiteiten samen verant-
28
Een toekomst voor ons milieu? Eind 2009 publiceerde de Vlaamse Milieumaatschappij het scenariorapport Milieuverkenning 2030. De Milieuverkenning 2030 onderzoekt hoe het milieu in Vlaanderen er binnen enkel decennia kan uitzien. Door de impact en snelheid van de klimaatverandering, de eindigheid van de fossiele brandstofvoorraden en de onstabiele energieprijzen staat onze maatschappij voor grote uitdagingen. Een ommezwaai is nodig, maar biedt tegelijk ook interessante investeringsperspectieven. Uit het rapport blijkt duidelijk dat we, om tegen 2050 een duurzame koolstofarme economie te kunnen realiseren, de transitie nu moeten inzetten. De bedoeling is om beleidsmakers en geĂŻnteresseerde burgers te tonen hoe de milieukwaliteit in Vlaanderen kan evolueren en welke impact het beleid daarop kan hebben. In 2011 werden dan ook extra inspanningen geleverd om de bevindingen van de Milieuverkenning 2030 ruim te verspreiden aan de hand van artikels en lezingen. Bovendien werd bijkomend studiewerk uitgevoerd om onderzoeksresultaten verder te verdiepen. De Engelse vertaling Environment Outlook 2030 Flanders moet zorgen voor de verspreiding van de resultaten bij onze buitenlandse collega's. Meer informatie vind je op www.milieurapport.be.
Activiteitenverslag 2010 • 29
30
Over de grenzen heen Water en lucht houden geen rekening met grenzen. De Vlaamse Milieumaatschappij werkt dan ook samen met tal van organisaties uit Vlaanderen, België en het buitenland om het milieubeleid te optimaliseren en het leefmilieu daadwerkelijk te verbeteren.
Samen sterk De Vlaamse Milieumaatschappij bundelt haar krachten
Belgisch voorzitterschap van de Raad van Europa
met tal van organisaties in Vlaanderen: de Vlaamse
Van 1 juli tot en met 31 december 2010 nam België het
provincies, steden en gemeenten, de polders en water-
voorzitterschap van de Raad van Europa op. Het betrof
ingen, het Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid, het
eigenlijk het tweede luik van het eerste 'triovoorzitter-
Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken,
schap' met Spanje en Hongarije. Aangezien de zorg om
milieu-
het leefmilieu in België een regionale bevoegdheid is,
en
natuurorganisaties,
bedrijvenkoepels,
enzovoort. De VMM is voorzitter van het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid (CCIM), een samenwerkingsverband tussen de federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot het internationaal milieubeleid. De VMM participeert tevens in de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL), een samenwerkingsovereenkomst tussen het Brusselse, het Vlaamse en het Waalse Gewest inzake het toezicht op emissies in de lucht en het voorspellen van smog- of ozonepisodes. Ook in de Internationale Scheldecommissie en de Internationale Maascommissie neemt de VMM een actieve rol op. Deze internationale riviercommissies hebben op het niveau van de stroomgebieddistricten een cruciale rol in het integrale waterbeleid. Zo maakten zij als aanvulling op de individuele plannen van de oeverstaten de overkoepelende stroomgebiedbeheerplannen op. In augustus 2010 organiseerde de VMM op vraag van
had ook Vlaanderen een belangrijk aandeel in het vastleggen van de prioriteiten en het bepalen van de agenda. De Vlaamse minister van Leefmilieu zat tijdens het Belgische voorzitterschap de EU-raad Leefmilieu voor. Een van de grootste uitdagingen was de milieuministers van de 27 lidstaten op één lijn krijgen tijdens de internationale conferenties tijdens het voorzitterschap, met name de conferentie over biodiversiteit in het Japanse Nagoya eind oktober 2010 en de klimaatconferentie in het Mexicaanse Cancún van 29 november tot 10 december 2010. Op de Informele Raad Leefmilieu van 12 en 13 juli 2010 in Gent werd duurzaam materialenbeheer als topic naar voor geschoven. Elk beleidsdomein van de Vlaamse overheid was verantwoordelijk voor de organisatie van de evenementen die binnen de eigen inhoudelijke bevoegdheid vallen. Dankzij de inhoudelijke expertise en de jarenlange ervaring met de organisatie van internationale evenementen werd de Vlaamse Milieumaatschappij nauw bij het Europese voorzitterschap betrokken.
de Internationale Scheldecommissie een bijeenkomst
De VMM organiseerde vier evenementen: één rond
van alle Europese Riviercommissies in Mechelen.
grondwater, een vierdaags evenement rond de economische aspecten van overstromingsrisico's, één rond drinkwater en een driedaags congres rond het Europees milieu-informatiesysteem SEIS (Shared Environmental Information System). Verder nam de Vlaamse Milieumaatschappij op 2 multilaterale bijeenkomsten in het kader van het Belgische Voorzitterschap van de Raad van Europa de coördinatie tussen de betrokken Europese lidstaten op.
Activiteitenverslag 2010 • 31
EU Water Framework Directive - CIS Working Group C groundwater
Sharing Environmental Information (SEIS)
De Vlaamse Milieumaatschappij organiseerde op 6 en 7
seerde de Vlaamse Milieumaatschappij in samenwerking
oktober 2010 in Brugge de zesmaandelijkse vergadering
met het Europees Milieuagentschap (EMA) een meeting
van werkgroep C. Deze werkgroep C maakt deel uit van
over SEIS, wat staat voor Shared Environment
de Europese 'Common Implementation Strategy for the
Information System: een milieu-informatiesysteem dat
Water Framework Directive' met als doel het ondersteu-
toelaat op een efficiëntere manier milieugegevens uit te
nen van de lidstaten bij het evalueren en het aanpassen
wisselen op nationaal, regionaal en Europees vlak. Er
van de maatregelenprogramma's van de kaderrichtlijn
werd gebrainstormd over het stroomlijnen van de ge-
Water. In werkgroep C ligt de focus op het bespreken
gevensuitwisseling op Europees niveau. Met INSPIRE
van de efficiëntie en effectiviteit van de maatregelen en
(Infrastructure for Spatial Information in Europe) wordt
het monitoren van de effecten op vlak van grondwater-
een geografische standaard voor gegevensuitwisseling in
beheer. De werkgroep draagt onder andere bij tot de
Europa gecreëerd. GMES (Global Monitoring for
herziening van de Grondwaterrichtlijn in 2013. In de ver-
Environment and Security) wisselt info uit via satelliet.
gadering in Brugge werd speciale aandacht aan de relatie
Het samenspel van die drie processen laat toe na te gaan
tussen grondwater en ecosystemen besteed.
hoe niet-milieuprocessen een meerwaarde kunnen bie-
EU Water Framework Directive - CIS Working Group F
den voor milieu-informatie. Met de feedback van de
Van 25 tot en met 27 oktober 2010 organiseerde de Vlaamse Milieumaatschappij in samenwerking met het departement Mobiliteit en Openbare Werken en de Coördinatiecommissie
Integraal
Waterbeleid
de
Workshop 'Floods and economics: upraising, prioritizing and financing flood risk management measures and instruments'. Werkgroep F - Floods - werd opgezet n.a.v. de omzetting van de nieuwe Overstromingsrichtlijn in 2007. Deze werkgroep weegt de kosten (negatieve effecten) en baten (positieve effecten) van de maatregelen om overstromingsrisico's te beperken af, zodat prioriteiten bepaald kunnen worden. Materiële en niet-materiële bijvoorbeeld stress en ziekte bij de getroffen bevolking, milieuschade … - effecten en risico's worden begroot en in euro uitgedrukt. De 'willingness to pay' speelt daarbij een belangrijke rol: hoeveel is men bereid te betalen? De deelnemers wisselden kennis uit over hun methodes, technieken en ervaringen. Verder werd bekeken welke maatregelen de risico's op overstroming kunnen verkleinen en wat de effecten daarvan zijn. Ook puur technische maatregelen zoals het verbreden of verdiepen van waterlopen en de wijze van financiering van de maatregelen - privé of centraal door de overheid gestuurd kwamen aan bod. 32
Van 29 november tot en met 1 december 2010 organi-
deelnemers werden de volgende stappen van het implementatieplan van SEIS gedefinieerd. Op dag twee van de conferentie stelde het Europees Milieuagentschap
het 'State of the Environment
Report' voor in het Europees Parlement.
Meeting of Endware (European Network of Drinking Water Regulators) De Vlaamse Milieumaatschappij organiseerde de zesmaandelijkse vergadering van Endware, het Europese netwerk voor drinkwaterkwaliteitregulators, op 6 en 7 december 2010 in Antwerpen. Het hoofdthema van dit netwerk is de Europese Drinkwaterrichtlijn uit 1998, die de kwaliteit van water voor menselijke consumptie uniformiseert
voor
alle
Europese
landen.
Die
Drinkwaterrichtlijn dwingt o.a. controles af en verplicht de rapportering naar de Commissie. Het netwerk functioneert als kennis- en expertise-ontwikkelingsforum waar van elk land de eigen ontwikkelingen, nieuwigheden, studie- en onderzoeksresultaten, vragen en problemen aan bod komen.
Beleidsadvies Europese richtlijnen De Vlaamse Milieumaatschappij stelt haar ervaring en
Zo ontving de Vlaamse Milieumaatschappij in oktober
expertise ten dienste van het internationale beleid voor
2010 een Chinese delegatie. De VMM droeg haar exper-
de toekomst. Zo wordt de VMM betrokken bij de tot-
tise uit tijdens de Vlaamse Milieuweek op de
standkoming en implementatie van Europese richtlijnen
Wereldexpo in Shanghai, waar op 28 mei 2010 een semi-
over water en lucht.
narie 'Water' op het programma stond. Daarnaast coördineerde de VMM 11 internationale bijeenkomsten, waaronder de vier VMM-evenementen in het kader van
Internationale rapportering
het Europese voorzitterschap. Personeelsleden van de
De Vlaamse Milieumaatschappij werkt intensief mee aan
VMM gingen 207 keer op buitenlandse zending.
de opmaak van internationale rapporten door meet-
De Vlaamse Milieumaatschappij participeert in heel wat
resultaten en informatie aan te leveren, onder meer aan de Europese Unie en haar instellingen, zoals Eurostat en het Europees Milieuagentschap, de Verenigde Naties en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Veel van deze cijfers worden gebruikt voor rapporten bij internationale besprekingen of kunnen op het internet worden geconsulteerd.
Europese projecten rond milieu. Dankzij de Europese tussenkomst in de financiering kan extra in het milieu geïnvesteerd worden. Bovendien bieden deze samenwerkingsprojecten ideale kansen om kennis uit te wisselen. Hieronder een greep uit enkele VMM-projecten; een volledig overzicht kun je raadplegen op www.vmm.be.
De Vlaamse Milieumaatschappij levert veel inspanningen om de evoluties zo goed mogelijk op te volgen, in te schatten en door te vertalen naar de eigen werking. De informatie
beschikbaar
via
het
Europees
Milieuagentschap is daar een mooi voorbeeld van: Eye on Earth met lucht- en zwemwatergegevens, het 'Air Pollution data centre' (EN - NL), het 'Water data centre' (EN - NL) en de rapporten over lucht en water.
Voor het Europese LIFE+-project ATMOSYS werkt de Vlaamse Milieumaatschappij samen met VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek). ATMOSYS wordt een beleidsondersteunend systeem voor lucht-
Internationale samenwerking en kennisuitwisseling
vervuiling in hotspots. De VMM gaat in steden extra
Als dynamische, grensverleggende organisatie wil de
Daarnaast wordt ook de emissie-inventaris van elemen-
Vlaamse Milieumaatschappij de internationale samen-
taire koolstof verder uitgewerkt. VITO zal de meetresul-
werking en uitwisseling van kennis stimuleren. We
taten gebruiken om een model te ontwikkelen waarmee
starten Europese en bilaterale projecten op en
ze de luchtkwaliteit in steden beter kan evalueren. Er
organiseren uitwisselingen en evenementen met buiten-
was nogal wat vraag naar bijkomende metingen in de
landse zusterinstellingen.
steden. Het project is eind 2009 gestart en loopt tot
metingen naar elementaire koolstof, stikstofoxide en nog een aantal parameters van fijn stof uitvoeren.
eind 2013.
Activiteitenverslag 2010 • 33
Het ScaldWIN-project, goedgekeurd onder het Interreg IVB Noordwest-Europa programma, wil de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in het internationale stroomgebiedsdistrict van de Schelde verbeteren. De Vlaamse Milieumaatschappij is 'leadpartner', wat betekent dat ze de volledige projectcoördinatie voor haar rekening neemt. In het project wordt samengewerkt rond het ecologisch herstel, met bijzondere aandacht voor vismigratie, de grensoverschrijdende monitoring en modellering van sedimentenvrachten, de monitoring en modellering van 2 grensoverschrijdende grondwatersystemen, de ontwikkeling van een gemeenschappelijke set van (economische) indicatoren en informatieverspreiding. In 2010 werden twee veldbezoeken in de grensoverschrijdende stroomgebieden van de Molenbeek en van de Marke georganiseerd. ScaldWIN loopt tot eind 2013. Meer info: www.scaldwin.org/
Het prototype zal aan het einde van het project ter beschikking gesteld worden voor gebruik binnen Europese overheidsinstanties en onderzoeksinstellingen. De Vlaamse Milieumaatschappij is projectcoördinator en werkt ook voor dit project samen met VITO. Het project loopt af in 2012. Meer info: http://weiss.vmm.be/
Overstromingsprojecten met Europese financiering Door het veranderende klimaat vallen in NoordwestEuropa steeds meer uitzonderlijke hoeveelheden regen op kortere tijd. Deze extreme regenval zorgt ervoor dat velden, wegen, dorpen of zelfs hele delen van steden blank komen te staan. Om beter gewapend te zijn in de strijd tegen dit soort overstromingen, is de Vlaamse Milieumaatschappij ingestapt in 3 Europese samenwerkingsprojecten: ALFA, FRC en WAVE. De drie projecten kunnen rekenen op de steun van Interreg IVB NWE, een belangrijk financieringsinstrument voor de regio's in Europa.
Het Life+ project WEISS ontwikkelt een instrument dat lidstaten ondersteunt bij het formuleren van maatregelen om een goede waterkwaliteit te bereiken. Tevens is het een instrument dat de geïntegreerde rapportering van diffuse bronnen en puntbronnen mogelijk maakt.
capaciteit voor wateropslag en -afvoer om de effecten
WEISS wordt als prototype voor Vlaanderen ontwikkeld.
van overstromingen ten gevolge van klimaatverandering-
De methode zal ook toepasbaar zijn in andere regio's en
en te verminderen. In het kader van dit project voert de
stroomgebieden over heel Europa. Tijdens de project-
Vlaamse Milieumaatschappij een aantal belangrijke aan-
fase worden extra emissiedata verzameld door de VMM.
passingen door aan de Kleine Nete tussen Kasterlee en
De metingen van polycyclische aromatische koolwater-
Herentals om de waterberging, het natuurherstel en
stoffen in het afvalwater van RWZI's dragen bij tot de
recreatie te verbeteren. Op 23 en 24 juni 2010 kwamen
validatie van het systeem. Wetenschappelijk onderzoek
de Europese projectpartners samen in Hasselt.
brengt twee nieuwe diffuse bronnen beter in kaart.
34
Het ALFA-project heeft tot doel het creëren van nieuwe
Meer info: www.alfa-project.eu
Het doel van het WAVE-project is om klimaatbesten-
Het project FRC of FloodResilienCity gaat dieper in op
digere watersystemen te ontwikkelen die economische
overstromingen in grote steden, waar tevens een enor-
verliezen kunnen beperken en zelfs voorkomen, reke-
me druk bestaat op de open ruimte voor woningen.
ning houdend met de lokale context. De Vlaamse
Binnen het kader van dit Interreg-project werken 11 part-
Milieumaatschappij pakt de overstromingsproblematiek
ners initiatieven uit die tot concrete acties moeten
in het Denderbekken aan. De Dender is een typische
leiden in acht steden: Brussel, Leuven, Mainz, Parijs,
regenrivier: bij hevige neerslag treedt hij buiten zijn
Orléans, Dublin, Bradford en Nijmegen. Bedoeling is om
oevers, tijdens droge periodes wordt hij een bijna stil-
de stadscentra te wapenen tegen overstromingen.
staand water. Om scheepvaart mogelijk te maken, wordt
Voor twee valleigebieden - Woluwe (nabij Brussel) en
het waterpeil kunstmatig hoog gehouden. Dit leidt tot afwateringsproblemen voor een aantal zijrivieren, zoals de Molenbeek in Zandbergen nabij Geraardsbergen. Om de omwonenden van de Molenbeek beter te beschermen, bouwt de Vlaamse Milieumaatschappij in Zandbergen een wachtbekken. Tijdens de WAVE-conferentie van 18 november nodigde de VMM haar Europese partners - uit België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Nederland in Gent uit op een conferentie rond adaptatie aan klimaatsverandering in Noordwest-Europa. Meer info: www.waveproject.eu
Dijle (Leuven) - zal de VMM een integrale aanpak voor de overstromingsproblematiek uitwerken. De VMM zal ook instaan voor een kosteneffectiviteitstudie voor de aanleg van een ondergronds wachtbekken in Woluwe en voor de renovatie van de middeleeuwse kademuren in Leuven. Eind juni 2010 nodigde de VMM de eigenaars van de kademuren uit op een druk bijgewoonde infosessie. Daarnaast organiseerde de VMM in oktober 2010 een reeks workshops om een groot aantal betrokken stakeholders te laten bijdragen aan de ontwikkeling van een nieuwe visie tegen overstromingen in het stroomgebied van de Woluwe en de Dijle. Het project loopt tot 30 april 2012. Meer info: www.floodresiliencity.eu Naast de lopende projecten, werden nieuwe projectvoorstellen ingediend onder Interreg IVB, Interreg IVA en
Life+ met betrekking tot luchtkwaliteit, dioxines en integraal waterbeheer . In de loop van 2011 wordt al dan niet bevestigd of deze projecten kunnen worden opgestart.
Activiteitenverslag 2010 • 35
36
Een daadkrachtige organisatie De Vlaamse Milieumaatschappij zoekt voortdurend naar manieren en middelen om haar slagkracht en efficiëntie te verhogen. Daarvoor investeert ze in de eerste plaats in mensen, want tenslotte maken zij onze klantvriendelijke dienstverlening en de realisatie van onze ambitieuze doelstellingen waar.
Overheid als voorbeeld De Vlaamse Milieumaatschappij engageert zich om de
Heel positief is dat meer dan 88% vindt dat de VMM
voorbeeldfunctie van de Vlaamse Overheid mee te ver-
waardevol werk levert voor de samenleving. De sterke
vullen en nam een aantal algemene doelstellingen op in
samenhang tussen milieusparend gedrag en personeels-
de beheersovereenkomst. Dat houdt in dat elke Vlaamse
tevredenheid is trouwens opvallend. Meewerken aan
entiteit aandacht besteedt aan onderlinge samen-
een beter leefmilieu in Vlaanderen is enorm motiverend
werking, kwaliteitsbeleid, aantrekkelijk werkgeverschap,
en bepaalt sterk de identiteit van onze maatschappij.
diversiteitsbeleid, duurzaam aankoopbeleid en interne milieuzorg, beheersrapportering, interne controle en het meten van beleidseffecten.
Personeel De Vlaamse Milieumaatschappij telt ruim 1000 personeelsleden die zich achter de vijf basiswaarden van onze organisatiecultuur scharen: betrouwbaarheid, klantgerichtheid, samenwerking, voortdurend verbeteren en milieusparend gedrag. In combinatie met hun vakkennis levert dat deskundige, gemotiveerde werknemers op die trots zijn op hun werk. De VMM biedt haar mede-
83% zou de VMM als werkgever aanbevelen bij vrienden en familie. Dat is 1% meer dan het gemiddelde van de Vlaamse Overheid (82%). De loopbaanmogelijkheden worden net als bij de andere deelnemende agentschappen, het minst positief geëvalueerd. Het VMM-personeel vraagt naar meer kansen op promotie en meer mogelijkheden om intern van functie te veranderen. De balans tussen werk en privéleven zit bij ongeveer 86% van de personeelsleden wel goed. Over het loon is de gemiddelde VMM'er slechts matig tevreden. Die cijfers liggen in de lijn van die van de Vlaamse overheid.
werkers tijd en ruimte om opleidingen te volgen en zich
Op basis van deze resultaten wordt in 2011 een actieplan
te ontplooien. Daarnaast krijgen onze personeelsleden
opgesteld om de tevredenheid nog te verhogen of alles-
de kans een gezond evenwicht tussen werk- en privé-
zins te behouden.
leven te vinden.
Feiten en cijfers
Tevreden werknemers
Op
het
einde
van
2010
telde
de
Vlaamse
De Vlaamse Milieumaatschappij investeert in haar per-
Milieumaatschappij 1066 personeelsleden. Dit cijfer
soneel en dat loont. Dat blijkt uit de resultaten van de
betreft het totale aantal personeelsleden met een
personeelspeiling die het Agentschap voor Overheids-
arbeidsovereenkomst of een statutaire benoeming.
personeel in oktober 2010 uitvoerde bij 41 entiteiten van
Ieder personeelslid telt voor een eenheid, ongeacht of
de Vlaamse Overheid, waaronder de Vlaamse Milieu-
deze aan- of afwezig is, voltijds of deeltijds werkt, bezol-
maatschappij. 63% van de personeelsleden nam eraan
digd of onbezoldigd is (bijvoorbeeld personeelsleden
deel, wat een betrouwbaar resultaat oplevert.
die met voltijdse loopbaanonderbreking of onbetaald
Met een score van 86% op vlak van algemene tevredenheid behoort de VMM tot de koplopers van de Vlaamse overheid: we behalen de zesde plaats op 41 deelnemende entiteiten. 90% van de VMM'ers doet zijn werk graag
verlof zijn). Het cijfer van de voltijdse equivalenten is een nauwkeurigere
indicator
van
het
beschikbare
personeelsbestand aangezien de niet-bezoldigde afwezige personeelsleden niet worden meegeteld.
en 87% vindt zijn werk belangrijk voor de organisatie.
Activiteitenverslag 2010 • 37
91 statutaire personeelsleden zijn ter beschikking gesteld van Aquafin nv, waar ze meewerken aan de exploitatie van de zuiveringsinfrastructuur.
Kwaliteitsvolle dienstverlening Voor de uitvoering van de talrijke opdrachten en taken van de VMM zijn de interne ondersteunende diensten
Diversiteit op de werkvloer
op vlak van kennisbeheer, organisatie- en procesontwik-
De Vlaamse Milieumaatschappij onderschrijft het actie-
keling, juridische advisering en ondersteuning, financieel
plan Gelijke kansen en Diversiteit van de Vlaamse over-
beheer, facilitair beheer, personeelsbeheer, ICT en
heid dat streeft naar een hogere vertegenwoordiging
interne communicatie onontbeerlijk.
van kansengroepen in het eigen personeel. Bij aanwer-
In 2010 heeft de VMM grondig werk gemaakt van risico-
ving zijn de kwaliteiten van kandidaten belangrijker dan
beheersing in het project bedrijfscontinuïteitsmanage-
hun leeftijd, geslacht, etnische afkomst, handicap of
ment (BCM). De VMM focust daarbij vooral op de meest
nationaliteit. Om het gevaar van stigmatisering te vermij-
kritieke bedrijfsprocessen, met name die processen die
den, kiest de VMM voor een vrijwillige registratie van de
de kernactiviteiten van de VMM vormen en die het
kansengroepen.
meeste risico op reputatieschade, uitvallen van de
• Aantal personeelsleden van allochtone origine: 18
dienstverlening of financiële gevolgen inhouden. Het
• Aantal personeelsleden met een arbeidshandicap: 16
gaat onder meer over het communiceren over de gemeten en voorspelde luchtkwaliteit, de besturing van de elektromechanische installaties (pompen, stuwen) langs onbevaarbare waterlopen, de overstromingsvoorspelling, de calamiteitenwerking, de bereikbaarheid van de helpdesk en de website, het woordvoerderschap en de interne communicatie. Voor al deze processen werden continuïteitsplannen en herstelprocedures opgesteld.
Personeelsbezetting op 31 december 2010 Personeelsleden
Totaal Man
Vrouw < 34j
35-44j 45-54j 55-60j
61j
62j
63j
64j
> 65j
Personeelsaantal (in personen)
Statutair
869
512
357
174
250
284
139
9
9
3
1
0
Contractueel
197
94
103
82
46
52
12
2
1
0
2
0
Personeelscapaciteit (in bruto VTE)
Statutair Contractueel
8,30 2
8,20 0,50
2 0
0,50 1
0 0
Personeelsleden Personeelsaantal (in personen) Personeelscapaciteit (in bruto VTE)
782,95 476,34 306,61 172,49 92,10 80,39
Kwalificatie (niveau) A
Statuut Statutair
B
C
D
348
146
238
334
869
197
319,29
132,98
212,86
290,29
782,95
172,49
A = universitair onderwijs of hoger onderwijs lange type B = hoger onderwijs korte type C = hoger secundair onderwijs D = lager secundair onderwijs of lager onderwijs
38
161,67 223,65 256,72 121,90 76,19 39,76 43,81 9,22
Contractueel
Klachtenmanagement De Vlaamse Milieumaatschappij laat elk jaar systematisch
op verschillende terreinen: afvalbeheer, energie- en
alle klachten registreren en analyseren. Zo kunnen pro-
waterverbruik, mobiliteit, duurzaam aankoopbeleid,
blemen opgespoord en de dienstverlening verbeterd
duurzame huisvesting … Zo promoot de VMM duurzame
worden.
mobiliteit onder andere aan de hand van een fietsver-
In de loop van 2010 ontving de klachtencoördinator van de VMM 12 klachten. 10 hiervan werden ontvankelijk
goeding, gratis openbaar vervoer en het ter beschikking stellen van dienstfietsen.
verklaard. Slechts 5 klachten waren deels gegrond, 5 werden ongegrond verklaard. De klachten beperken zich voornamelijk tot vragen over de bovengemeentelijke forfaitaire heffing voor gezinnen met een eigen waterwinning. In de meeste dossiers was de heffingsplichtige vergeten mee te delen dat de eigen waterwinning buiten gebruik was gesteld. Een andere
Sinds 2010 prijkt onderaan de VMM-website het logo 'Groene Webhosting'. Daarmee wil de VMM haar inspanningen inzake milieuzorg op ICT-vlak in de kijker zetten.
terugkerende klacht handelt over de verwarring tussen
Als VMM willen we immers de negatieve impact van ICT
de gemeentelijke saneringsbijdrage die betaald wordt
op het milieu zo veel mogelijk beperken. Daarom kiezen
aan de drinkwatermaatschappij enerzijds en de (boven-
we voor de energiezuinigste ICT-infrastructuur (printers,
gemeentelijke) forfaitaire heffing voor wie een eigen
servers, enz.) en maken we gebruik van groene stroom.
waterwinning heeft anderzijds.
De VMM was trouwens het eerste Vlaamse overheids-
Als reactie op de aanbevelingen van de ombudsdienst
agentschap met een groen datacenter.
sloot de VMM ook in 2010 een samenwerkingsprotocol met de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk af. Dit protocol vermeldt dat de drinkwatermaatschappijen hun abonnees moeten informeren over de samenstelling van de saneringsbijdrage of de saneringsvergoeding. Er wordt aanbevolen om op de factuur duidelijk aan te geven of de abonnee in kwestie is vrij-
Nieuw boekhoudsysteem In 2010 heeft de Vlaamse Milieumaatschappij een algemene offerteaanvraag voor de levering en implementatie van de software voor een nieuw financieel systeem uitgeschreven. Dit nieuwe systeem is sinds 1 januari 2011
gesteld of van de sociale correcties geniet. Om de hef-
operationeel.
fing op waterverbruik uit eigen waterwinning te verdui-
Nieuw in dit boekhoudsysteem is het gebruik van
delijken, stelt de VMM een informatiefolder ter beschik-
interne aanvragen. Aanvragen dienen om op eenvoudige
king.
wijze via een webinterface en een georganiseerd proces
De klachtenrapportage 2010 kan geraadpleegd worden
(goedkeuringsproces, vaste productenlijst, …) decentrale
op www.vmm.be.
Interne milieuzorg De Vlaamse Milieumaatschappij wil natuurlijk het goede voorbeeld geven en moedigt milieusparend gedrag bij haar medewerkers aan. Via een werkgroep Intern Leefmilieu voert de Vlaamse Milieumaatschappij actie
aankoopbehoeften bij een beperkte groep inkopers te centraliseren. Eveneens nieuw is dat de gebruikers dankzij een documentbeheersysteem tijdens het elektronische goedkeuringsproces (van aanvragen, bestelbons en facturen) alle gekoppelde documenten kunnen raadplegen. Het rondsturen van papieren documenten zal nagenoeg volledig tot het verleden behoren: alweer een voorbeeld van efficiëntie- en milieuwinst.
Activiteitenverslag 2010 • 39
Bouw nieuw kantoor- en laboratoriumgebouw in Gent
VMM neemt haar intrek in VAC Leuven
Op 17 november 2010 ondertekende de minister
Sinds januari 2011 is de buitendienst van de Vlaamse
bevoegd voor Leefmilieu namens de Vlaamse
Milieumaatschappij in Leuven gehuisvest in het nieuwe
Milieumaatschappij het huurcontract van een duurzaam
Vlaams Administratief Centrum Leuven (VAC). Dit nieu-
en functioneel gebouw met laboratorium- en kantoor-
we gebouw is het meest duurzame gebouw van de
faciliteiten dat op maat van de VMM zal worden uit-
Vlaamse overheid. Naast de VMM vinden er nog 25
gerust. Het gebouw zal worden opgericht op de strate-
andere Vlaamse overheidsdiensten een nieuw onder-
gisch gelegen site The Loop in Gent tussen de Flanders
komen. De duurzame aanpak weerspiegelt zich in ver-
Expo-gebouwen en de R4.
schillende aspecten. Het gebouw werd met duurzame
De VMM wil haar kantoren en haar laboratoriumgebonden activiteiten in de provincie Oost-Vlaanderen immers centraliseren. Dit moet dringend gebeuren
en energiebesparende technieken gebouwd. De ligging vlakbij het station moedigt bovendien duurzaam woonwerkverkeer aan.
omdat de bestaande laboratoriumlocatie in Gent op
Voor de VMM is het samenbrengen van verschillende
vraag van de eigenaar in 2011 ontruimd moet worden.
VMM-vestigingen in één gebouw een goede zaak voor
Begin januari 2011 werd gestart met de bouw; de ingebruikneming is voorzien tegen december 2011.
de efficiëntie en de verhoogde samenwerking tussen de verschillende afdelingen. Nieuw adres Vlaamse Milieumaatschappij, Buitendienst Demer, Dijle en Maas: VAC Leuven, Diestsepoort 6 bus 73, 3000 Leuven.
40
Activiteitenverslag 2010 • 41
Financiële overzichten Rekeningen 2010 Bij decreet van 7 mei 2004 (BS 11 juni 2004), in werking getreden door een besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006, ontstond op 1 april 2006 de nieuwe rechtspersoon IVA VMM, rechtsopvolger van de VOI VMM en van de vroegere afdeling Water van het depar-
VMM op 1 april 2006 zijn er een aantal dotaties voor operationeel beheer van watersystemen bijgekomen. Het bedrag van de bestaande algemene werkings- en investeringsdotaties is eveneens beduidend toegenomen.
tement Leefmilieu en Infrastructuur van het Ministerie
De totale ontvangsten aangerekend op de begroting van
van de Vlaamse Gemeenschap.
de VMM voor het begrotingsjaar 2010 bedragen 266,460
Het IVA VMM is onderworpen aan de regels opgelegd door de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. Dit verplicht
miljoen euro. De aangerekende uitgaven belopen 251,414 miljoen euro. Dit resulteert in een positief begrotingssaldo van 15,046 miljoen euro op 31 december 2010.
het agentschap jaarlijks volgende rekeningen voor te leg-
De totale uitgaven en ontvangsten zijn in 2010 meer dan
gen:
verdubbeld tegenover 2009. Dit is uitsluitend te wijten
• Uitvoeringsrekening van de begroting: de indeling van de begroting is conform de normen van het Europees Systeem van Rekeningen 2010 (ESR 2010 - voorheen ESR 1995) van de uitgaven en de ontvangsten van de overheid. Het verschil tussen de aangerekende ontvangsten en uitgaven - inclusief alle vaststaande rechten en verplichtingen - vormt het begrotingsresultaat van het jaar. • Balans en resultatenrekening met toelichting: de boekhouding wordt gevoerd conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 1997 betref-
aan de verkooptransactie van 18 rioolwaterzuiveringsinstallaties aan Aquafin voor 143,563 miljoen euro en de integrale doorstorting ervan aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Het gecumuleerd begrotingssaldo is met 2,516 miljoen euro gedaald ten opzichte van 2009 voornamelijk wegens de vertraging in de doorstorting van de verschillende investeringsdotaties. Het positief gecumuleerd begrotingssaldo van 15,046 miljoen euro op 31 december 2010 is samengesteld als volgt:
fende een geïntegreerde economische boekhouding en
• een positief saldo op de werkingsmiddelen van 0,726
budgettaire rapportering voor de Vlaamse Openbare
miljoen euro. Dit saldo is hoofdzakelijk gerealiseerd op
Instellingen. De benaming en de interpretatie van de
de algemene werkingsdotatie LB0 LC138 4141. Dit komt
rekeningen zoals vastgesteld door dit besluit wijkt op
omdat deze dotatie volledig uitbetaald wordt, ongeacht
een aantal punten af van het genormaliseerd rekening-
de uitvoeringsgraad. Dit gebeurt in periodieke schijven
stelsel (MAR).
op basis van het dotatiebesluit. Alle andere werkingsdo-
De balans en de resultatenrekening zijn integraal opgenomen. De uitvoeringsrekening van de begroting op 31
42
Door de overheveling van de afdeling Water naar de
taties worden door de VMM geprefinancierd en teruggevorderd aan de hand van bewezen uitgaven.
december 2010 is beknopt weergegeven.
• een tekort van 1,130 miljoen euro op de investerings-
Uitvoeringsrekening Begroting
dotatie LB0 LC147 6141 voor de investeringen in meetnet-
De Vlaamse Milieumaatschappij verwerft haar middelen
joen euro op de investeringsdotatie LB0 LC149 6141 voor
grotendeels via de dotaties voorzien op de algemene
duurzame roerende en onroerende goederen en een
uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap (pro-
tekort van 3,527 miljoen euro op de investeringsdotatie
gramma's LC, CG, DD en GD) en via de dotaties op de
LB0 LC152 6141 voor operationeel waterbeheer.
Minafondsbegroting.
Investeringen worden eveneens geprefinancierd, maar
ten en in de milieudatabank, een overschot van 1,414 mil-
het BVR van 21 mei 1997 laat niet toe om teruggevorder-
• het overgedragen, niet aangewend gecumuleerd
de investeringssubsidies of -toelagen als opbrengst in de
begrotingssaldo 2009 ten bedrage van 17,562 miljoen
begroting te boeken zolang ze niet werkelijk op de reke-
euro.
ning zijn ontvangen. Door de vertraging in de terugbetaling worden negatieve of positieve saldi mogelijk. Onderstaande tabel geeft schematisch de soorten uitgaven met de eraan gekoppelde ontvangsten weer. EUR ONTVANGSTEN Werkingsdotatie LB0 LC138 4141
31.12.2010 78.995.000
Eigen ontvangsten
765.279
EU-instellingen
316.345
Dotatie Administratie Gezondheidszorg
436.679
EUR UITGAVEN
31.12.2010
Werkingskosten
91.074.087
GE0 GD334 4142 Dotatie provisie CFO-vergoeding
9.187
CB0 CG009 4140 Werkingsdotatie operationeel beheer
11.253.490
watersystemen LB0 LC140 4141 Dotatie Administratie Buitenlands Beleid
24.500
DB0 DD025 3550 Dotatie Minafonds artikel LBC LC036 41 40
112.082
Sociale vrijstellingen en moratoriumintresten
112.082
i.v.m. milieuheffingen afvalwater- en grondwater Investeringssubsidies
1.501.594
Investeringen meetnetten
2.631.706
3.218.912
Andere investeringen in duurzame roerende
1.853.426
LB0 LC147 6141 Investeringsdotatie LB0 LC149 6141 Eigen ontvangsten Investeringsdotatie operationeel beheer
48.667 7.273.605
493.624
134.952
Subsidies aan polders en wateringen
493.624
Subsidies aan drinkwatermaatschappijen
134.952
en openbare besturen
en openbare besturen LBC LC053 6141 Terugstorting lasten leningen
10.800.263
ter verbetering onbevaarbare waterlopen
en wateringen LB0 LC151 6142 Dotatie voor subsidies aan drinkwatermaatschappijen
Investeringen operationeel beheer watersystemen
watersystemen LB0 LC152 6141 Dotatie voor subsidies aan polders
en onroerende goederen
168.603
Lasten leningen
168.603
door de hogere overheid Opbrengst vervreemding 18 RWZI’s
Ontvangsten toegewezen aan het
143.562.740
240.537
341.753
0
Investeringen ten laste van het Fonds voor
341.753
Investeringen ten laste van het Fonds
0
voor het Grondwaterbeheer
Grondwaterbeheer Overgedragen begrotingssaldo 2009
240.537
de Waterhuishouding
Waterhuishouding Aanwending van het Fonds voor het
Spijziging van het Fonds
143.562.740
voor de Waterhuishouding
Fonds voor de Waterhuishouding Aanwending van het Fonds voor de
Doorstorting naar MVG van opbrengst 18 RWZI’s
17.562.091 266.459.640
Over te dragen begrotingssaldo 2010
15.045.867 266.459.640
Activiteitenverslag 2010 • 43
Balans ACTIVA VASTE ACTIVA II. IMMATERIELE VASTE ACTIVA Software III. MATERIELE VASTE ACTIVA Terreinen en gebouwen Werken van burgerlijke bouwkunde Installaties, machines en uitrusting Meubilair en materieel Rollend materieel Varend materieel Informatica en telematica Kantoormeubilair Andere materiële vaste activa Terreinen exploitatie Installaties waterzuivering Vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen Vaste activa in aanbouw IV. FINANCIELE VASTE ACTIVA Aandelen Borgtochten in contanten VLOTTENDE ACTIVA V. VORDERINGEN OP MEER DAN EEN JAAR Overige vorderingen i.v.m. leningen VI. VOORRADEN Hulpstoffen VII. VORDERINGEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR Handelsvorderingen Overige vorderingen Te ontvangen werkingsdotaties Te ontvangen kapitaalsubsidies Diverse vorderingen VIII. GELDBELEGGINGEN IX. LIQUIDE MIDDELEN Banken Kassen Rekeningen CFO X. OVERLOPENDE REKENINGEN Over te dragen kosten TOTAAL DER ACTIVA
PASSIVA EIGEN VERMOGEN I. KAPITAAL III. HERWAARDERINGSMEERWAARDEN IV. RESERVES Onbeschikbare reserves V. OVERGEDRAGEN NETTO RESULTAAT VI. DOTATIES, SUBSIDIES, TOELAGEN EN SOORTGELIJKE VREEMD VERMOGEN VII. VOORZIENINGEN VOOR RISICO’S EN KOSTEN Overige risico’s en kosten VIII. SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR Kredietinstellingen Overige - ontvangen borgen IX. SCHULDEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR Tijdens boekjaar vervallende schulden > 1 jaar Financiële schulden kredietinstellingen (CFO) Handelsschulden - gewone crediteuren Schulden belastingen en bezoldigingen Overige schulden X. OVERLOPENDE REKENINGEN Toe te rekenen kosten Over te dragen opbrengsten Wachtrekening TOTAAL DER PASSIVA
44
CODES
21 214 22/27 220-223 224-229 23 24 240 241 243 244 26 260 261 27 270 28 284 288 29 291 3 31 40/41 40 41 4130 4133 416 50/54 55/59 55 57 59 490/491/495 490
EUR
EUR
31.12.2010
31.12.2009
325.735.803 7.774.175 7.774.175 317.898.678 121.950.696 54.956.705 18.228.064 3.655.641 1.594.343 13.221 1.813.056 235.021 106.319.992 14.270.672 92.049.320 12.787.580 12.787.580 62.950 4.670 58.280 43.210.728 63.544 63.544 37.705 37.705 42.886.617 158.767 42.727.850 27.506.276 15.221.574 0 0 817 395 422 0 222.045 222.045 368.946.531
360.410.604 6.503.921 6.503.921 353.843.208 116.579.290 57.206.544 17.227.070 3.466.989 1.624.897 6.021 1.581.400 254.671 147.754.413 15.708.871 132.045.542 11.608.902 11.608.902 63.475 4.670 58.805 45.987.950 202.133 202.133 34.608 34.608 45.057.194 218.775 44.838.419 31.686.228 13.091.347 60.845 0 259.194 394 322 258.478 434.821 434.821 406.398.554
353.828.984 495.787 3.091.111 4.260.308 4.260.308 -64.842.305 410.824.083 15.117.547 0 0 64.387 63.544 843 15.052.440 138.589 370.862 7.627.199 6.915.790 0 720 0 720 0 368.946.531
389.470.285 495.787 901.727 4.361.524 4.361.524 -65.205.688 448.916.935 16.928.269 0 0 202.976 202.133 843 16.713.044 220.861 0 9.527.580 6.964.603 0 12.249 11.453 796 0 406.398.554
CODES 10 12 13 131 14 15 16 163 17 173 178 42/48 420/429 430/433 44 45 47/48 492-493-496 492 493 499
Resultatenrekening OPERATIONELE OPBRENGSTEN Lopende opbrengsten Inkomens- en kapitaaloverdrachten Andere operationele opbrengsten OPERATIONELE KOSTEN Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen Diensten en diverse goederen Personeelskosten Afschr. en waardevermin. op immat. - en materiële vaste activa Voorzieningen Inkomensoverdrachten Andere operationele kosten OPERATIONEEL RESULTAAT FINANCIËLE OPBRENGSTEN Opbrengsten uit vlottende activa Gerealiseerde wisselopbrengsten Andere financiële opbrengsten FINANCIËLE KOSTEN Kosten van schulden Gerealiseerde wisselverliezen Bankkosten Verwijlintresten FINANCIEEL RESULTAAT UITZONDERLIJKE OPBRENGSTEN Meerwaarden op de realisatie van vaste activa UITZONDERLIJKE KOSTEN Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, immateriële en materiële vaste activa Minderwaarden op realisatie van vaste activa Andere uitzonderlijke kosten UITZONDERLIJK RESULTAAT NETTO RESULTAAT VAN HET JAAR
EUR
EUR
CODES
31.12.2010
31.12.2009
70/74 70 73 74 60/64 60 61 62 630 633/637 640 641/649
145.413.168 620.464 143.668.395 1.124.309 266.149.850 7.754.705 24.995.279 57.165.959 30.301.192 0 145.720.160 212.555 -120.736.682 18 0 18 0 37.931 8.586 3.011 120 26.214 -37.913 121.244.704 121.244.704 207.941
132.268.217 627.586 130.248.868 1.391.763 128.460.382 7.839.473 25.784.737 56.366.307 35.910.002 0 2.353.823 206.040 3.807.835 633 1 632 0 36.381 16.770 954 34 18.623 -35.748 145.859 145.859 152.524
207.941 0 0 121.036.763 262.168
48.377 103.940 207 -6.665 3.765.422
75 751 754 756/759 65 650 654 657 658 76 763 66 660 663 664/669
Hierna volgt een korte bespreking van de voornaamste evoluties in 2010 ten opzichte van 2009 zoals die in de balans en resultatenrekening tot uiting komen.
ACTIVA II. Immateriële vaste activa
Omdat het gebouw toen in de steigers stond, is de vierjaarlijkse herschatting niet doorgegaan op 31/12/2009, maar is dit verdaagd naar 31/12/2010, na afronding van de
De rubriek 'Immateriële vaste activa' is in 2010 netto met
werken. De venale waarde van het domein werd op die
1,270 miljoen euro toegenomen. Dit is voornamelijk te
datum door een beëdigd schatter bepaald op 2,080
wijten aan belangrijke softwareontwikkelingen voor de
miljoen euro. De aanpassing van de boekwaarde (1,021
operationele bekkenmodellen (OBM), voor grondwater-
miljoen euro) werd opgenomen onder de herwaar-
modellering en verschillende analyse- en implementatie-
deringsmeerwaarden.
opdrachten voor de meetnettensoftware en AWIS.
De VMM heeft op 31/12/2010 ook het kantoorgebouw te
III. Materiële vaste activa
Hasselt laten herschatten. In dit kantoorgebouw dat tot
De maatschappelijke zetel van de VMM is gevestigd in
het eigen patrimonium van de VMM behoort, zijn in de
een geklasseerd monument: het kasteel Osbroek, gelegen in de A. Van de Maelestraat 96 te Erembodegem. Het kasteel wordt als kantoorruimte gebruikt. In 2009 en 2010 is het kasteelgebouw grondig gerenoveerd, zowel het dak en de gevel, als inrichtingswerken.
loop van 2008 en 2009 renovatiewerken uitgevoerd. De venale waarde van het gebouw werd na de werken geschat op 1,630 miljoen euro. De aanpassing van de boekwaarde (1,168 miljoen euro) werd opgenomen onder de herwaarderingsmeerwaarden.
Activiteitenverslag 2010 • 45
De daling van de rubriek 'Materiële vaste activa' met
het passief). De vorderingen die binnen het jaar - dus in
35,945 miljoen euro is te wijten aan de daling van de sub-
2011 - ontvangen zullen worden, worden overgeboekt
rubriek 'Andere materiele vaste activa'.
naar vorderingen op ten hoogste één jaar. Door deze
Daaronder vinden we de waterzuiveringsinfrastructuur terug. Doordat de Vlaamse Milieumaatschappij sedert 1991 geen nieuwe waterzuiveringsinfrastructuur meer bouwt, zijn de enige bewegingen in de balans de waardedepreciatie door de jaarlijkse afschrijvingen, de buitengebruikstellingen en de verkopen. De daling op deze subrubriek bedraagt 41,434 miljoen euro. Iets meer dan de helft van deze daling (22,380 miljoen euro) heeft te
jaar met 0,139 miljoen euro.
VI. Voorraden Dit betreft het magazijn van de onderhoudsdienst in Oostende waar een beperkte stock van het meest courante materiaal voor het onderhoud van de wagens en de monsternametoestellen aanwezig is.
maken met het afboeken van de balanswaarde van de 18
VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar
verkochte installaties aan Aquafin, de rest is te wijten
De vorderingen op ten hoogste één jaar namen af met
aan afschrijvingen.
2,171 miljoen euro ten opzichte van 2009. Het op 31
In 2010 werden, net als in 2009, de reeds gedane uitgaven
december 2010 uitstaande bedrag aan te ontvangen
voor niet-opgeleverde werken burgerlijke bouwkunde van de afdeling Operationeel Waterbeheer op balansdatum naar de subrubriek 'Vaste activa in aanbouw' overgeboekt. Door de lange voorbereiding en bouwduur van deze werken (stuwen, wachtbekkens e.d.) is dit nodig om tot een correct beeld in de balans te komen. Deze subrubriek is voornamelijk samengesteld uit facturen voor
werkingsdotaties ten opzichte van 31 december 2009 is sterker gedaald (-4,180 miljoen euro) dan de stijging van de aangevraagde, nog niet ontvangen investeringsdotaties 2008, 2009 en 2010 (+2,130 miljoen euro). De te ontvangen investeringsdotaties mogen niet in de uitvoeringsrekening van de begroting worden opgenomen, maar zijn vanaf 2009 wel in de balans opgenomen in de
volgende investeringsprojecten:
subrubriek ‘Te ontvangen kapitaalsubsidies’.
• de aanleg van een wachtbekken op de Jeker te Lauw;
De vordering in verband met leningen die binnen het jaar
• de aanleg van een wachtbekken op de Marke te Herne en de aanleg van een molen-bypass te Galmaarden; • de herinrichting van de Poperingevaart te Poperinge; • de aanleg van een gecontroleerd overstromingsgebied op de Velpe te Halen;
2011 vervallen (zie vorderingen op meer dan één jaar) is gedaald tot 0,139 miljoen euro.
VIII. Geldbeleggingen Conform het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 1993 wordt het thesauriebeheer van de Vlaamse Openbare Instellingen centraal beheerd door
• de herinrichting van de Grote Gete aan de Sint-
de afdeling Financieel Management van het Ministerie
Helenavest te Tienen;
van
• bouwen van 2 recreatieve verbindingen aan de Kleine Nete te Herentals;
V. Vorderingen op meer dan één jaar
de
Vlaamse
Gemeenschap.
De
Vlaamse
Milieumaatschappij heeft dus geen eigen geldbeleggingen, maar ontvangt of betaalt een marktconforme vergoeding op een theoretische kaspositie. In 2010 werd door de afdeling Financieel Management
Deze rubriek omvat de van de overheid op termijn te
voor de laatste maal een vergoeding betaald voor het
ontvangen toelagen ter dekking van de openstaande
goed financieel beheer voor het werkingsjaar 2009.
schulden op meer dan 1 jaar (cf. Rubrieken VIII en IX van
46
boeking verminderden de vorderingen op meer dan één
IX. Liquide middelen
V. Overgedragen resultaat
De geconsolideerde kaspositie van de Vlaamse
Het overgedragen verlies is ten opzichte van 2009
Milieumaatschappij op 31 december 2010 bij het Centraal
gedaald van 65,206 naar 64,842 miljoen euro. Dit is te
Financieringsorgaan (CFO) was negatief (-0,371 miljoen
danken aan het positief resultaat van het boekjaar 2010
euro). Deze negatieve kaspositie is overgeboekt naar de
(0,262 miljoen euro) plus en minus de onttrekkingen
schulden op korte termijn (rubriek 430/433 van het
(0,342 miljoen euro) en toevoegingen (0,241 miljoen euro)
passief).
aan de onbeschikbare reserves. Dit resultaat wordt ver-
X. Overlopende rekeningen van het actief
der besproken bij de resultatenrekening.
Het betreft hier voornamelijk over te dragen kosten,
VI. Toelagen
namelijk facturen met factuurdatum in 2010 waarvan de
Conform het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei
prestatie slaat op 2011, bijvoorbeeld huur- en onder-
1997 worden de toelagen in gelijke mate afgeschreven als
houdscontracten. Begrotingstechnisch worden deze uit-
de aankoopprijs van de activa die ermee gefinancierd
gaven aangerekend in het jaar 2010, boekhoudkundig in
worden.
het jaar 2011.
De afname van de investeringstoelagen in de balans met 38,093 miljoen euro is als volgt samengesteld:
PASSIVA
Miljoen EUR
IV. Reserves
Afgeschreven toelagen in 2010
-30.256
Afgeschreven n.a.v. verkoop 18 RWZI's
-22.380
De VMM beschikt over 2 begrotingsfondsen: het Fonds
Gevorderde toelagen in 2010 LB0 LC147 6141 meetnetten
+1.477
Waterhuishouding.
Gevorderde toelagen in 2010 LB0 LC149 6141 algemeen
+1.853
Naar aanleiding van de consolidatie van de ESR-begro-
Gevorderde toelagen in 2010 LB0 LC152 6141 operationeel beheer watersystemen
+10.815
Ontvangen toelagen in 2010 opleveringen operationeel beheer (*)
+0,398
Totaal
-38.093
voor het Grondwaterbeheer en het Fonds voor de
tingsrapporteringen en de proefbalansen van de IVA's en de EVA's met het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, is vanaf 2008 door Financiën en Begroting (IVA Centrale Accounting) een uniforme
(*) Investeringen die op de begroting van het departe-
boekingswijze voor het verwerken van de inkomsten en
ment LNE werden vastgelegd (vóór 1 april 2006) werden
aanwending van fondsen opgelegd.
in 2010 nog op deze vastlegging geordonnanceerd. De
De laatste instructies van het IVA Centrale Accounting (per schrijven van 22 september 2008) bepalen dat reservefondsmutaties moeten verwerkt worden via de resultaatverwerking en onbeschikbare reserves - on-
installaties komen zo, na oplevering en ingebruikname, zonder pecuniaire tegenprestatie op de balans van de Vlaamse Milieumaatschappij. Deze financieringsbron wordt als toelage beschouwd.
geacht of er al dan niet een te bestemmen winstsaldo is.
VIII. Schulden op meer dan één jaar
Het Fonds voor de Waterhuishouding werd gespijsd met
Deze rubriek daalt jaarlijks, door de overboeking op
0,241 miljoen euro en 0,342 miljoen euro werd onttrok-
afsluitdatum naar schulden op ten hoogste één jaar
ken voor investeringen. Op het Fonds voor het
(0,139 miljoen euro). Zie ook rubriek 'V. Vorderingen op
Grondwaterbeheer werd in 2010 geen enkele transactie
meer dan één jaar' van het actief.
genoteerd.
Activiteitenverslag 2010 • 47
De leningen die op 31 december 2010 nog op de balans
wanneer de activa worden verkocht of buiten gebruik
van de Vlaamse Milieumaatschappij staan, zijn enkel nog
gesteld. In 2010 is de verkoop gerealiseerd van 18 riool-
de zogenaamde 'gewestleningen' waarvan de aflossing
waterzuiveringsinstallaties aan Aquafin NV.
en intrestlasten betoelaagd worden door de federale overheid. Op 31 december 2010 gaat het om 12 leningen waarvan de langst lopende in 2013 zal afgelost zijn.
IX. Schulden op ten hoogste één jaar De gewone handelsschulden namen in 2010 af met 1,900
De andere operationele opbrengsten betreffen in hoofdzaak de tussenkomst van derden in personeelskosten (gedetacheerden, eerste werkervaring…), inkomsten van Europese projecten en recuperatie van kosten van heffingsplichtigen.
miljoen euro, in tegenstelling tot de stijging in de voor-
De inkomsten van de verkoop van de 18 rioolwaterzuive-
gaande jaren. Dit is aannemelijk omdat de gesplitste
ringsinstallaties aan Aquafin NV ten bedrage van 143,563
ordonnanceringskredieten en de inkomende facturen na
miljoen EUR werden door de VMM integraal doorgestort
de integratie van de afdeling Operationeel Waterbeheer
aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Op
vanaf 2006 stilaan hun niveau hebben bereikt.
voorstel van het Vlaams Ministerie van Financiën en
Naar aanleiding van de opmerkingen van het IVA Centrale Accounting op de rekeningen Vlaamse Milieumaatschappij 2006, wordt sedert 2007 de correcte toerekening aan de periode van de weddes van december niet meer via de 'Overlopende rekeningen van het passief' geboekt, maar via deze rubriek 'Schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale lasten'. Deze schulden wegens bezoldigingen daalden met 0,049 miljoen euro, ondanks de hogere loonlast t.o.v. 2009, dankzij een daling van de RSZ-schuld.
X. Overlopende rekeningen van het passief Dit betreft in 2010 enkel over te dragen huuropbrengsten.
Begroting diende deze uitgave geboekt te worden als een inkomensoverdracht aan de eigen institutionele overheid (ESR 4140). Bijgevolg dient dit ook in de boekhouding geboekt te worden onder de operationele kosten (640 rubriek "inkomensoverdrachten") zodat dit bedrag volledig ten laste van het operationeel resultaat komt. Het operationeel resultaat is daardoor in 2010 sterk rood gekleurd: -120,737 miljoen EUR.
Financieel resultaat Bij de financiële kosten daalden de intresten op gewaarborgde gewestleningen tot 0,009 miljoen euro, dit ingevolge de verdere aflossing.
De vergoeding die de
Vlaamse Milieumaatschappij ontvangt voor de betaling van deze intresten, moet volgens het opgelegde boekhoudplan geboekt worden onder de rubriek 'inkomens-
RESULTATENREKENING
en kapitaaloverdrachten' van het operationeel resultaat.
Operationeel resultaat
Aangezien de Vlaamse Milieumaatschappij zelf geen
De operationele opbrengsten (70/74) zijn grotendeels samengesteld uit de werkingsdotatie vanuit LB0 LC138 4141 (78,995 miljoen EUR) en de in resultaat name van ontvangen investeringstoelagen (52,637 miljoen euro) die de Vlaamse Milieumaatschappij in gelijke mate afschrijft als de activa die ermee gefinancierd worden. Dit bedrag is aanzienlijk hoger in 2010 omdat toelagen ook in resultaat genomen worden voor de netto boekwaarde
48
geldbeleggingen aanhoudt en de CFO-intresten op advies van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening als een dotatieontvangst geboekt moeten worden, is het financieel resultaat van de Vlaamse Milieumaatschappij per definitie negatief. In 2010 werd de vergoeding voor 'goed financieel beheer 2009' toegekend en ontvangen, maar deze dient als dotatie ontvangst (operationeel resultaat) geboekt te worden.
Uitzonderlijk resultaat De meerwaarde van de verkoop van de 18 rioolwaterzuiveringsinstallaties komt volledig ten goede van het uitzonderlijk resultaat (763 rubriek ‘meerwaarden op realisatie van vaste activa’). Aangezien de meerwaarde (121,183 miljoen EUR) aanzienlijk is, geeft dit een zeer hoog uitzonderlijk resultaat (121,244 miljoen EUR) in 2010 en brengt dit het sterk negatief operationeel resultaat (zie hoger) in evenwicht. Globaal is deze verkoopstransactie neutraal, zowel in het begrotingsresultaat (143,563 miljoen euro zowel ontvangst als uitgave) als in de resultatenrekening (+22,380 miljoen euro in resultaat name van dotaties +121,183 miljoen euro gerealiseerde meerwaarde - 143,563 miljoen euro inkomensoverdrachten).
Activiteitenverslag 2010 • 49
Meer weten? Mocht u nog vragen hebben, aarzel dan niet de VMM te contacteren. Meer informatie vindt u op onze website, www.vmm.be Specifieke vragen kunt u stellen aan het Infoloket, info@vmm.be, tel. 053 72 64 45.
A. Van de Maelestraat 96 - 9320 Erembodegem (Aalst) - www.vmm.be