Skip to main content

StIA20201706_WBM2019_HANDELZELF_RAP.pdf

Page 1

Rapport Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel Sectorale analyse op de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2007 - 2019

Brussel, juni 2020

Ria Bourdeaud’hui, Frank Janssens, Stephan Vanderhaeghe

Stichting Innovatie & Arbeid ⚫ Wetstraat 34-36, 1040 Brussel ⚫ T +32 2 209 01 11 info@serv.be ⚫ www.serv.be/stichting


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Een onderzoek met financiĂŤle ondersteuning van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk

De Vlaamse werkbaarheidsmonitor is een initiatief van de Vlaamse sociale partners en werd ontwikkeld door de Stichting Innovatie & Arbeid. Alle publicaties kunnen geraadpleegd worden en werkbaarheidscijfers interactief opgevraagd op www.werkbaarwerk.be Bij gebruik van gegevens en informatie uit deze publicatie wordt een correcte bronvermelding op prijs gesteld.

2


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Inhoud Samenvatting....................................................................................................................... 4 Inleiding ............................................................................................................................... 6 1

De werkbaarheidsgraad bij zelfstandige ondernemers in de handel ..................................................................................................................... 7

2

Werkbaarheidsknelpunten bij zelfstandige ondernemers in de handel ..................................................................................................................... 9

2.1

Werkstress en burn-out ........................................................................................... 10

2.2

Motivatie .................................................................................................................. 11

2.3

Leermogelijkheden .................................................................................................. 12

2.4

Werk-privĂŠbalans ..................................................................................................... 13

3

Determinanten van werkbaarheidsknelpunten bij zelfstandige ondernemers in de handel .................................................................................... 15

3.1

Werkbaarheidsrisico’s bij zelfstandige ondernemers in de handel ........................... 16

3.1.1

Werkdruk ................................................................................................................. 16

3.1.2

Emotionele belasting ............................................................................................... 17

3.1.3

Taakvariatie ............................................................................................................. 18

3.1.4

Arbeidsomstandigheden .......................................................................................... 19

3.2

Risicoprofielen voor de zelfstandige ondernemers in de handel............................... 20

3.2.1

Risicoprofiel voor werkstress ................................................................................... 20

3.2.2

Risicoprofiel voor werk-privĂŠbalans ......................................................................... 21

4

Aanvullende informatie over de arbeidssituatie van zelfstandige ondernemers in de handel .................................................................................... 23

4.1

Werktijden ............................................................................................................... 23

4.2

Opleiding, competentie, sociale ondersteuning en bijscholing ................................. 24

4.3

Haalbaarheid pensioen, groeiverwachting en afhankelijkheid van inkomen uit zelfstandige activiteit................................................................................................ 25

4.4

Grensoverschrijdend gedrag .................................................................................... 26

4.5

Tevredenheid over diverse werkaspecten................................................................ 27

Referentielijst ...................................................................................................................... 29

3


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Samenvatting Dit onderzoek werd vóór de coronacrisis (voorjaar 2020) uitgevoerd. De resultaten houden dan ook geen rekening met de gevolgen van deze crisis Minder dan de helft (45,7%) van de zelfstandige ondernemers in de handel heeft in 2019 werkbaar werk. Dit aandeel is niet significant gewijzigd ten opzichte van de nulmeting in 2007. Een blik op de onderliggende werkbaarheidsindicatoren geeft een duidelijk zicht op (het voorkomen van) knelpunten in de werksituatie van de zelfstandige ondernemers in de handel in 2019: 38,6% wordt geconfronteerd met werkstressklachten, bij 10,5% is de situatie acuutproblematisch en is er sprake van burn-outsymptomen; 13,1% kampt met motivatieproblemen, bij 6% gaat het om ernstige demotivatie; 6% heeft onvoldoende leermogelijkheden in de job, bij 0,6% is er een ernstig leerdeficit; 32,2% signaleert problemen in de werk-privé-combinatie, bij 12,3% gaat het om een acuut werk-privé-conflict. Het is duidelijk dat de overgrote meerderheid van de zelfstandige ondernemers in de handel voldoende leermogelijkheden heeft in het werk en gemotiveerd aan de slag is. Daartegenover staat evenwel dat een grote groep met werkstress geconfronteerd wordt en het moeilijk heeft om werk en privé in balans te houden. De indicatorscores voor de zelfstandige ondernemers in de handel van 2019 vertonen geen significante verschillen met deze van de nulmeting in 2007. De opgemaakte risicoprofielen voor de zelfstandige ondernemers in de handel leren ons dat een hoge werkdruk een belangrijke determinant vormt van werkstressklachten en werk-privécombinatiemoeilijkheden. In 2019 wordt 42,5% van de zelfstandige ondernemers in de handel met een hoge werkdruk geconfronteerd. Daarnaast vormt ook emotionele belasting een ernstige risicofactor voor werkstress en werk-privébalans. Eén op de vijf van de zelfstandige ondernemers in de handel (20,2%) wordt in 2019 geconfronteerd met emotioneel belastend werk. Verder zien we dat een grote groep (59,8%) van de zelfstandige ondernemers in de handel meer dan 50 uren per week werkt. Ook dat is een risico voor werkstress en vooral voor een onevenwichtige werkprivébalans. De monitor 2019 brengt niet alleen de werkbaarheidsgraad en -indicatoren in kaart, maar peilt ook naar aanvullende informatie over het werk van de zelfstandige ondernemer. We zetten een aantal opvallende vaststellingen voor de zelfstandige ondernemers in de handel op een rijtje: Zelfstandige ondernemers in de handel werken gemiddeld 56,9 uur per week (zelfstandige ondernemers Vlaanderen: 53,9 uur); 45,2% van de zelfstandige ondernemers in de handel heeft een diploma hoger onderwijs (zelfstandige ondernemers Vlaanderen: 60,6%); 77,3% voelt zich voldoende opgeleid voor het beheer en management van het bedrijf (zelfstandige ondernemers Vlaanderen: 67,4%); Slechts 27,6% nam het afgelopen jaar deel aan een bijscholing (zelfstandige ondernemers Vlaanderen 54,2%); Ongeveer een derde (35,2%) van de zelfstandige ondernemers in de handel heeft groeiverwachtingen voor de zaak (zelfstandige ondernemers Vlaanderen: 41,1%);

4


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

69,1% van de handelaars zijn tevreden met de keuze die ze gemaakt hebben voor het zelfstandig ondernemerschap (zelfstandige ondernemers Vlaanderen: 74,7%).

5


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Inleiding De Vlaamse sociale partners dragen al vele jaren de boodschap uit dat langer werken maar kan lukken als dit ook haalbaar is voor de betrokkenen en het werk voldoende kwaliteitsvol is. Ze zetten daarom resoluut in op ‘werkbaar werk’: werk waarvan je niet overspannen of ziek wordt, dat boeiend en motiverend is, kansen biedt op bijblijven/bijleren en voldoende ruimte laat voor gezin en privéleven. Om de vinger aan de pols te houden brengt de Stichting Innovatie & Arbeid sinds 2007 de werkbaarheid bij zelfstandige ondernemers in Vlaanderen in kaart via een grootschalige, driejaarlijkse schriftelijke bevraging. Met de zopas opgeleverde resultaten van de enquête 2019 (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2020a) is de werkbaarheidsmonitor voor zelfstandige ondernemers inmiddels aan zijn vijfde editie toe. Werkbaarheid wordt - conform de vermelde beleidsdefinitie – in de monitor geoperationaliseerd aan de hand van vier werkbaarheidsindicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie, werkbetrokkenheid), leermogelijkheden en werk-privébalans. De werkbaarheidsmonitor beoordeelt niet enkel in welke mate het werk werkbaar is voor de betrokkenen, maar registreert ook een aantal achterliggende risicofactoren. Daartoe werden vier risico-indicatoren ontwikkeld: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie (afwisseling in het werk) en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. Daarnaast levert de werkbaarheidsbevraging ook aanvullende informatie op over de arbeidssituatie van de zelfstandige ondernemer, zoals: participatie aan bijscholing, werktijden, groeiperspectieven, confrontatie met grensoverschrijdend gedrag, tevredenheid met diverse werkaspecten en de inschatting van de haalbaarheid om door te werken tot de pensioenleeftijd. Dit rapport brengt - op basis van de databank van de opeenvolgende werkbaarheidsmetingen de werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers in de handel in beeld en is opgedeeld in vier hoofdstukken: het eerste hoofdstuk bekijkt de evolutie van de werkbaarheidsgraad bij zelfstandige ondernemers in de handel en vergelijkt deze index met het sectorgemiddelde voor de zelfstandige ondernemers; het tweede hoofdstuk gaat in op de afzonderlijke werkbaarheidsdimensies en de aanwezigheid van specifieke werkbaarheidsknelpunten bij zelfstandige ondernemers in de handel; in het derde hoofdstuk worden op basis van de kengetallen voor de risico-indicatoren risicoprofielen opgemaakt voor werkstress en werk-privé-balans; het vierde hoofdstuk inventariseert de aanvullende informatie over de arbeidssituatie en werkbeleving van zelfstandige ondernemers in de handel.

6


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

1

De werkbaarheidsgraad bij zelfstandige ondernemers in de handel

De Vlaamse sociale partners hebben de beleidsnotie ‘werkbaarheid’ concreet gemaakt aan de hand van vier kwaliteitscriteria: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie), leermogelijkheden en werk-privébalans. De werkbaarheidsgraad verwijst dan naar het percentage zelfstandige ondernemers dat kwaliteitsvol werk heeft/geen knelpunten signaleert voor alle vier genoemde werkbaarheidsdimensies1. Minder dan helft (45,7%) van de zelfstandige ondernemers in de handel heeft in 2019 werkbaar werk. In vergelijking met de meting 2016 en over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we geen significante wijziging van de werkbaarheidsgraad bij de zelfstandige ondernemers in de handel. Tabel 1:

Evolutie van de werkbaarheidsgraad 2007-2019 bij zelfstandige ondernemers in de handel en zelfstandig ondernemers in Vlaanderen 2007 %

handel N

zelfstandige ondernemers Vlaanderen verschiltoetsing

werkbaarheidsgraad 2010 2013 %

%

2016

2019

%

%

48,0

45,4

49,7

48,1

45,7

377

339

559

349

341

47,7

47,8

51,4

50,7

50,1

ns

ns

ns

ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: Cijfers in het groen resp. in het rood wijzen op een significante (Pearson chi²; p ≤ 0,05) toename resp. afname van de werkbaarheidsgraad ten opzichte van het vorige meetpunt. Cijfers in een groen kader resp. rood kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p ≤ 0,05) toename resp. afname van de werkbaarheidsgraad bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. De verschiltoetsing (s versus ns) vergelijkt het sectorkengetal met het (ongewogen) gemiddelde voor alle zelfstandig ondernemers en besluit op basis van effectcoderingen en logistische regressie tot een al dan niet significante afwijking (Wald chi², s indien p ≤ 0,05 versus ns indien p > 0,05).

Bij elk meetpunt zien we dat de werkbaarheidsgraad van de zelfstandige ondernemers in de handel niet significant afwijkt van deze voor de volledige populatie van de zelfstandige ondernemers. Figuur 1 brengt de cijfers nog eens visueel in beeld.

1

Het gaat enkel om zelfstandige ondernemers in hoofdberoep met woonplaats in het Vlaams Gewest

7


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Figuur 1:

Evolutie van de werkbaarheidsgraad 2007-2019 bij zelfstandige ondernemers in de handel en zelfstandige ondernemers in Vlaanderen

70%

65%

60%

55%

51,4% 50%

48,0% 47,7%

47,8%

50,7%

50,1%

49,7% 48,1%

45%

45,7%

45,4% 40%

2007 handel

2010

2013

2016

2019

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers, 2007-2019

8


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

2

Werkbaarheidsknelpunten bij zelfstandige ondernemers in de handel

De beoordeling van de werkbaarheid van de zelfstandige activiteit (en daarmee de werkbaarheidsgraad) wordt afgeleid uit informatie van de vier werkbaarheidsindicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie), leermogelijkheden in de job (kansen op bijblijven en competentie-ontwikkeling) en werk-privébalans (combinatie van arbeid met gezin en sociaal leven). Tabel 2:

Overzicht en omschrijving werkbaarheidsindicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor Indicator

Omschrijving

Psychische vermoeidheid

de mate waarin de door psychosociale arbeidsbelasting opgebouwde (mentale) vermoeidheid recuperabel is dan wel leidt tot spanningsklachten en verminderd functioneren (problemen met) werkstress

Welbevinden in het werk

de mate waarin men door de aard van het werk gemotiveerd is/blijft dan wel gedemotiveerd raakt (problemen met) werkbetrokkenheid en motivatie

Leermogelijkheden

de mate waarin men door opleiding en de dagdagelijkse ervaring op de werkplek de competenties al dan niet op peil kan houden en verder ontwikkelen (onvoldoende) kansen op bijblijven/competentieontwikkeling

Werk-privébalans

de mate waarin de taakeisen in de werksituatie al dan niet belemmerende effecten hebben op de handelingsmogelijkheden in de ‘thuis’situatie (problemen met) combinatie van arbeid met privéleven

Voor elk van de vier werkbaarheidsdimensies en -indicatoren zijn grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet (acuut) problematisch is (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019). Bij een problematische situatie spreken we over een werkbaarheidsknelpunt, bij een acuut-problematische situatie over een acuut werkbaarheidsknelpunt. In de werkbaarheidsmonitor wordt met andere woorden met ‘gelede kengetallen’ gewerkt. Naar analogie met de kleurensymboliek van een verkeerslicht, wordt niet enkel een problematische groep afgebakend en becijferd (‘oranje knipperlicht’ - knelpunt), maar daarbinnen ook een subgroep die als ‘acuut problematisch’ kan gelabeld worden (‘rood alarmsignaal’ - acuut knelpunt). Niet problematische, problematische en acuut-problematische situaties worden voor de onderscheiden werkbaarheidsdimensies als volgt benoemd: Tabel 3:

Terminologie voor de kengetallen voor de werkbaarheidsindicatoren

Psychische vermoeidheid Welbevinden in het werk Leermogelijkheden Werk-privébalans

Niet problematisch

Problematisch

Acuut-problematisch

= geen knelpunt

= knelpunt

= acuut knelpunt

geen werkstress

werkstressproblemen

symptomen burn-out

geen motivatieproblemen

motivatieproblemen

ernstige demotivatie

voldoende leermogelijkheden

onvoldoende leermogelijkheden

ernstig leerdeficit

haalbare werk-privécombinatie

problemen werk-privécombinatie

acuut werk-privé-conflict

9


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

In dit hoofdstuk nemen we de (evolutie in de) kengetallen voor de vier werkbaarheidsindicatoren onder de loep en vergelijken we de gegevens voor de zelfstandige ondernemers in de handel met deze van de volledige populatie van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen.

2.1

Werkstress en burn-out

In 2019 wordt 38,6% van de zelfstandige ondernemers in de handel geconfronteerd met werkstressproblemen, bij 10,5% is de situatie acuut-problematisch en is er sprake van burnoutsymptomen. In vergelijking met de meting 2016 en over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we geen significante wijziging van het aandeel met werkstressproblemen of burnoutsymptomen. Tabel 4

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige werkstressproblemen en burn-outsymptomen

ondernemers

in

de

handel

met

2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

werkstressproblemen symptomen burn-out

35,6 12,3

37,7 11,5

33,2 9,2

36,4 11,1

38,6 10,5

416

382

579

368

352

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

werkstressproblemen symptomen burn-out

36,7 13,0

38,0 12,4

33,4 10,2

36,2 11,4

37,0 12,0

verschiltoetsing

werkstressproblemen symptomen burn-out

handel N

ns

ns ns

ns ns

ns ns

2019

ns ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘symptomen burn-out’ is een subgroep binnen de groep ‘werkstressproblemen’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Cijfers in het groen resp. in het rood wijzen op een significante (Pearson chi²; p ≤ 0,05) afname resp. toename van het aandeel met werkstressproblemen/burn-outklachten ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in een groen resp. rood kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p ≤ 0,05) afname resp. toename van het aandeel met werkstressproblemen/burn-outklachten over het voorbije decennium bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. De verschiltoetsing (s versus ns) vergelijkt het sectorkengetal met het (ongewogen) gemiddelde voor alle sectoren van zelfstandige ondernemers en besluit op basis van effectcoderingen en logistische regressie tot een al dan niet significante afwijking (Wald chi², s indien p ≤ 0,05 versus ns indien p > 0,05).

Tabel 4 en figuur 2 leren ons dat het aandeel zelfstandige ondernemers in de handel met werkstressklachten of burn-outsymptomen bij geen enkel meetpunt significant afwijkt van het Vlaamse sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers.

10


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Figuur 2:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met werkstressproblemen en burnoutsymptomen in de handel, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

50%

40%

37,7%

35,6%

38,6%

36,4% 33,2%

30%

20%

12,3%

10%

0%

11,5%

2007

2010

werkstressproblemen

11,1%

9,2% 2013

10,5%

2016

symptomen burn-out

2019

afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019

2.2

Motivatie

In 2019 registreren we bij 13,1% van de zelfstandige ondernemers in de handel motivatieproblemen en bij 6% is er sprake van ernstige demotivatie. Deze aandelen wijken niet significant af van de indicatorscores bij de vorige meting (2016) of de nulmeting in 2007. Tabel 5:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de handel met (ernstige) motivatieproblemen. 2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

motivatieproblemen ernstige demotivatie

9,9 4,3

10,0 4,3

8,1 3,9

12,5 6,0

13,1 6,0

393

351

569

352

350

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

motivatieproblemen ernstige demotivatie

8,2 2,7

8,2 3,0

8,4 3,5

9,3 3,7

10,2 3,9

verschiltoetsing

motivatieproblemen ernstige demotivatie

ns

ns

ns

ns

handel N

s

ns

ns

2019

ns s

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘symptomen ernstige demotivatie’ is een subgroep binnen de groep ‘motivatieproblemen’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 4 onder 2.1 ‘Werkstress en burn-out’.

Uit tabel 5 en figuur 3 kunnen we afleiden dat het aandeel zelfstandige ondernemers met motivatieproblemen in de handel bij geen enkel meetpunt significant verschilt van het Vlaamse sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers. Voor 2007, 2016 en 2019 stellen we vast dat het aandeel dat ernstig gedemotiveerd is significant hoger ligt bij de zelfstandige ondernemers in de handel.

11


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Figuur 3:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met (ernstige) motivatieproblemen in de handel, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

20%

13,1%

12,5% 10%

9,9%

10,0% 8,1%

6,0% 4,3% 0%

4,3%

2007

2010

6,0%

3,9%

2013

motivatieproblemen afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

2016

2019

ernstige demotivatie afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019

2.3

Leermogelijkheden

In 2019 heeft 6% van de zelfstandige ondernemers in de handel af te rekenen met onvoldoende leermogelijkheden, bij 0,6% is er sprake van een ernstig leerdeficit. Uit tabel 6 blijkt dat deze indicatorscores niet significant verschillen van de nulmeting 2007 (toen 7,9% met onvoldoende leermogelijkheden en 1,3% met een ernstig leerdeficit werden geregistreerd). Tabel 6:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met onvoldoende leermogelijkheden en een ernstig leerdeficit in de handel. 2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit

7,9 1,3

10,8 3,4

6,5 1,2

5,9 1,4

6,0 0,6

393

351

573

355

350

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit

5,6 1,1

4,8 1,2

4,7 0,8

3,5 0,8

3,5 0,5

verschiltoetsing

onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit

s

ns

ns

s

s

handel N

ns

ns

ns

ns

2019

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘ernstig leerdeficit’ is een subgroep binnen de groep ‘onvoldoende leermogelijkheden’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 4 onder 2.1 ‘Werkstress en burn-out’.

Uit tabel 6 en figuur 4 kunnen we afleiden dat het aandeel zelfstandig ondernemers met onvoldoende leermogelijkheden in de handel in 2007, 2016 en 2019 (in negatieve zin) significant afwijkt van het sectorgemiddelde.

12


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Figuur 4:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met onvoldoende leermogelijkheden en een ernstig leerdeficit in de handel, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

20%

10%

10,8% 7,9% 6,5%

5,9%

3,4% 1,3% 0%

1,4%

1,2%

2007

2010

onvoldoende leermogelijkheden

6,0%

2013

0,6%

2016

ernstig leerdeficit

2019

afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019

2.4

Werk-privébalans

In 2019 wordt 32,2% van de zelfstandige ondernemers in de handel geconfronteerd met een problematische werk-privébalans, bij 12,3% is er sprake van een acuut werk-privé-conflict. In vergelijking met de vorige meting (2016) en de nulmeting 2007 registreren we geen significante wijziging van het aandeel zelfstandige ondernemers in de handel dat kampt met een (acuut) onevenwicht in de werk-privébalans. De verbetering die we zien bij de volledige populatie van zelfstandige ondernemers vinden we dus niet terug bij de handelaars. Tabel 7:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met een (acuut) problematische werk-privébalans in de handel 2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

problemen werk-privécombinatie acuut werk-privéconflict

32,4 9,9

36,3 13,6

32,2 10,2

35,8 14,4

32,2 12,3

423

383

581

369

351

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

problemen werk-privécombinatie acuut werk-privéconflict

34,5 10,9

35,0 11,8

31,6 9,5

33,0 10,5

30,4 10,7

verschiltoetsing

problemen werk-privécombinatie acuut werk-privéconflict

handel N

ns ns

ns ns

ns ns

ns s

2019

ns ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘acuut werk-privé-conflict’ is een subgroep binnen de groep ‘problemen met de werk-privé-combinatie’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 4 onder 2.1 ‘Werkstress en burn-out’.

13


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Uit tabel 7 en figuur 5 blijkt dat het aandeel zelfstandige ondernemers met werk-privécombinatieproblemen voor geen enkel meetpunt significant afwijkt van het Vlaamse sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers. Enkel in 2016 lag het aandeel met een acuut werk-privéconflict bij de zelfstandige ondernemers in de handel significant hoger dan het sectorgemiddelde voor de zelfstandige ondernemers. Figuur 5:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met een (acuut) problematische werk-privébalans in de handel, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

40%

36,3% 30%

32,4%

35,8% 32,2%

32,2%

20%

10%

0%

14,4%

13,6% 10,2%

9,9%

2007

2010

problemen werk-privécombinatie afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

2013

2016

12,3%

2019

acuut werk-privéconflict afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019

14


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

3

Determinanten van werkbaarheidsknelpunten bij zelfstandige ondernemers in de handel

Omdat het vanuit beleidsoogpunt uiteraard ook relevant is om de werkbaarheid van de zelfstandige activiteit oorzakelijk te kunnen duiden (wat maakt werk (on)werkbaar?), wordt in de werkbaarheidsmonitor ook gepeild naar een aantal kenmerken van de arbeidssituatie die de kwaliteit van het werk bedreigen dan wel bevorderen. In de monitor voor zelfstandige ondernemers worden vier kenmerken van het werk via zogenaamde risico-indicatoren in kaart gebracht: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie (afwisseling in het werk), en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. Tabel 8:

Overzicht en omschrijving werkbaarheidsmonitor

risico-indicatoren

Indicator

zelfstandige

ondernemers,

Vlaamse

Omschrijving

Werkdruk

de mate van arbeidsbelasting vanuit kwantitatieve taakeisen, zoals werkvolume, werktempo, deadlines

Emotionele belasting

de mate van arbeidsbelasting vanuit contactuele taakeisen, inz. bij omgang met klanten of patiënten en coördinatieopdrachten

Taakvariatie

de mate waarin de functie-inhoud een afwisselend takenpakket omvat en beroep doet op vaardigheden van zelfstandige ondernemers

Arbeidsomstandigheden

de mate waarin zelfstandige ondernemers blootgesteld worden aan fysieke inconveniënten in de werkomgeving en lichamelijke belasting

Ook voor deze vier werkbaarheidsrisico’s zijn grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet (acuut) problematisch is (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019). Niet problematische, problematische en acuut-problematische situaties worden voor de onderscheiden werkbaarheidsrisico’s als volgt benoemd: Tabel 9:

Terminologie voor de kengetallen voor de risico-indicatoren Niet problematisch

Problematisch

Acuut-problematisch

geen hoge werkdruk

hoge werkdruk

zeer hoge werkdruk

geen emotioneel belastend werk

emotioneel belastend werk

emotionele overbelasting

Taakvariatie

geen routinematig werk

routinematig werk

extreem routinematig werk

Arbeidsomstandigheden

geen belastende arbeidsomstandigheden

belastende arbeidsomstandigheden

zeer hoge fysieke belasting

Werkdruk Emotionele belasting

In dit hoofdstuk tekenen we, op basis van de kengetallen voor de risico-indicatoren bij de zelfstandige ondernemers in de handel, risicoprofielen uit voor werkstress en werk-privébalans. Voor leermogelijkheden en motivatie wordt geen risicoprofiel uitgetekend omdat het aandeel van de zelfstandige ondernemers dat gedemotiveerd is of onvoldoende leermogelijkheden heeft, zeer beperkt is.

15


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

3.1

Werkbaarheidsrisico’s bij zelfstandige ondernemers in de handel

In een eerste stap analyseren we de kengetallen voor de vier risicovelden, die voor de zelfstandige ondernemers in de handel werden berekend. We bekijken daarbij de evolutie in de risico-indicatoren en vergelijken de sectorgegevens met het sectorgemiddelde van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen.

3.1.1

Werkdruk

In 2019 heeft 42,5% van de zelfstandige ondernemers in de handel af te rekenen met een hoge werkdruk, bij 18,5% is de situatie acuut-problematisch en is er sprake van een zeer hoge werkdruk. In vergelijking met de meting 2016 en over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we geen significante wijziging van het aandeel met hoge of zeer hoge werkdruk. Tabel 10:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de handel geconfronteerd met een (zeer) hoge werkdruk

handel

2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

hoge werkdruk zeer hoge werkdruk

41,5 14,7

41,4 14,1

36,5 13,2

41,1 16,1

42,5 18,5

395

355

570

355

351

hoge werkdruk

46,6

42,2

37,7

42,8

46,1

N

zelfstandige ondernemers Vlaanderen verschiltoetsing

zeer hoge werkdruk hoge werkdruk zeer hoge werkdruk

2019

17,6

16,3

13,3

17,0

19,2

s ns

ns ns

ns ns

ns ns

ns ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘zeer hoge werkdruk’ is een subgroep binnen de groep ‘hoge werkdruk’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Cijfers in het groen resp. in het rood wijzen op een significante (Pearson chi²; p ≤ 0,05) afname resp. toename van het aandeel in een (zeer) hoge werkdruk-situatie ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in een groen resp. rood kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p ≤ 0,05) afname resp. toename van het aandeel in een (zeer) hoge werkdruk-situatie bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. De verschiltoetsing (s versus ns) vergelijkt het sectorkengetal met het (ongewogen) gemiddelde voor alle sectoren van zelfstandige ondernemers en besluit op basis van effectcoderingen en logistische regressie tot een al dan niet significante afwijking (Wald chi², s indien p ≤ 0,05 versus ns indien p > 0,05).

Op basis van tabel 10 en figuur 6 kunnen we vaststellen dat het aandeel met hoge werkdruk bij de zelfstandige ondernemers in de handel in 2007 significant lager lag dan het sectorgemiddelde. Na 2007 is dat niet meer het geval.

16


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Figuur 6:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de handel geconfronteerd met een (zeer) hoge werkdruk, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

50%

40%

41,5%

42,5%

41,1%

41,4% 36,5%

30%

20%

14,7%

10%

0%

14,1%

2007

2010

hoge werkdruk

13,2%

2013

zeer hoge werkdruk

18,5%

16,1%

2016

2019

afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019

3.1.2

Emotionele belasting

In 2019 heeft een vijfde (20,2%) van de zelfstandige ondernemers in de handel emotioneel belastend werk, bij 3,4% is er sprake van emotionele overbelasting. Over de volledige periode 2007-2019 is het aandeel met emotioneel belastend of overbelastend werk niet significant gewijzigd. Tabel 11:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met emotioneel belastend werk in de handel 2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting

23,4 4,3

19,2 3,9

24,7 4,9

15,2 2,5

20,2 3,4

397

355

572

356

351

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting

28,8 5,2

29,1 4,9

29,6 5,7

26,6 4,8

28,1 5,0

verschiltoetsing

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting

handel N

ns

s ns

ns ns

s ns

2010

ns ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘emotionele overbelasting’ is een subgroep binnen de groep met ‘emotioneel belastend werk’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 10 onder 3.1.1 ‘Werkdruk’.

17


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Uit tabel 11 en figuur 7 blijkt dat het aandeel zelfstandige ondernemers in de handel met emotioneel belastend werk in 2010 en 2016 significant lager ligt dan het Vlaamse sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers.

Figuur 7:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de handel met emotioneel belastend werk, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

40%

30%

20%

24,7%

23,4%

20,2%

19,2% 15,2% 10%

4,3% 0%

3,9%

2007

2010

4,9% 2013

emotioneel belastend werk afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

3,4%

2,5% 2016

2019

emotionele overbelasting afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019

3.1.3

Taakvariatie

In 2019 heeft 10,6% van de zelfstandige ondernemers in de handel routinematig werk, bij 2% is de situatie acuut-problematisch en is er sprake van extreem routinematig werk. In vergelijking met de meting 2016 en over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we voor de sector geen significante verschuivingen op het vlak van taakvariatie. Tabel 12:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met routinematig werk in de handel 2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

routinematig werk extreem routinematig werk

11,6 1,8

11,6 3,1

13,8 3,7

10,1 3,1

10,6 2,0

396

354

571

356

350

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

routinematig werk extreem routinematig werk

7,9 2,2

8,4 2,1

8,2 2,0

6,5 1,9

7,9 1,8

verschiltoetsing

routinematig werk extreem routinematig werk

s

s

s

s

ns

handel N

ns

ns

s

ns

2019

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘extreem routinematig werk’ is een subgroep binnen de groep met ‘routinematig werk’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 10 onder 3.1.1 ‘Werkdruk’.

Tabel 12 en figuur 8 laten tevens zien dat het aandeel met routinematig werk bij zelfstandige ondernemers in de handel tussen 2007 en 2016 significant hoger lag dan het Vlaams sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers. In 2019 is dat niet meer het geval.

18


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Figuur 8:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de handel met routinematig werk, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

20%

13,8% 11,6%

10%

11,6%

10,6%

10,1%

3,1%

1,8%

3,7%

3,1% 2,0%

0%

2007

2010

2013

routinematig werk afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

2016

2019

extreem routinematig werk afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019

3.1.4

Arbeidsomstandigheden

In 2019 wordt 12,1% van de zelfstandige ondernemers in de handel geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden, bij 3,7% is er sprake van een zeer hoge fysieke belasting. In vergelijking met 2016 en over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we voor de sector geen significante verschuivingen op het vlak van (zeer) belastende arbeidsomstandigheden. Tabel 13:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden in de handel 2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

8,5 1,6

11,1 3,1

11,5 2,7

14,8 4,1

12,1 3,7

426

389

584

366

354

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

17,2 4,6

15,9 4,5

17,6 4,5

18,2 5,3

20,9 6,8

verschiltoetsing

belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

handel N

s

ns s

ns ns

ns ns

2019

s ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘zeer hoge fysieke belasting’ is een subgroep binnen de groep ‘belastende arbeidsomstandigheden’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 10 onder 3.1.1 ‘Werkdruk’.

Uit tabel 13 en figuur 9 kunnen we afleiden dat het aandeel zelfstandige ondernemers in de handel dat te maken heeft met belastende arbeidsomstandigheden in 2019 significant lager ligt dan het Vlaamse sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers. Dat was ook het geval in 2007.

19


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Figuur 9:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de handel geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

30%

20%

14,8% 10%

12,1%

11,5%

11,1% 8,5%

0%

1,6% 2007

3,1% 2010

4,1%

2,7% 2013

belastende arbeidsomstandigheden afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

2016

3,7% 2019

zeer hoge fysieke belasting afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019

3.2

Risicoprofielen voor de zelfstandige ondernemers in de handel

Op basis van de kengetallen voor de onderscheiden risico-indicatoren en de recent gepubliceerde analyses over de samenhang tussen werkbaarheids- en risico-indicatoren (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2020b), kunnen we een aantal risicoprofielen ‘op maat van’ de zelfstandige ondernemers in de handel construeren. Deze risicoprofielen verschaffen ons inzicht in de relevantie van diverse risicofactoren in de arbeidssituatie van specifieke groepen van zelfstandige ondernemers: een risico is ernstiger naarmate er meer zelfstandige ondernemers mee geconfronteerd worden én er een grotere kans bestaat dat zelfstandige ondernemers door dit risico met een specifiek werkbaarheidsknelpunt af te rekenen krijgen. In wat volgt bespreken we de sectorspecifieke risicoprofielen voor werkstress en werk-privébalans. Voor leermogelijkheden en motivatie wordt geen risicoprofiel uitgetekend omdat het aandeel van de zelfstandige ondernemers dat gedemotiveerd is of onvoldoende leermogelijkheden heeft, zeer beperkt is.

3.2.1

Risicoprofiel voor werkstress

Werkstress kan uiteraard allerlei oorzaken hebben. In figuur 10 wordt de ‘ernstgraad’ van vijf werkstressrisico’s in de arbeidssituatie geïllustreerd voor de zelfstandige ondernemers in de handel. Een risico is ernstiger naarmate er meer zelfstandige ondernemers mee geconfronteerd worden (de horizontale as in figuur 10) en er een grotere kans is dat de zelfstandige ondernemer door dit risico werkstressproblemen krijgt (de verticale as in figuur 10).

20


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Figuur 10: Risicoprofiel voor werkstressproblemen bij zelfstandige ondernemers in de handel, 2019

5 4,5

impact op werkstress

4 hoge werkdruk

3,5 3 emotioneel belastend werk

2,5 2 1,5

routinematig werk

belastende arbeidsomstandig heden meer dan 50 uren

1 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

% zelfstandige ondernemers handel

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De figuur verschaft ons inzicht in de relevantie van diverse risicofactoren voor het ontstaan van werkstressproblemen bij zelfstandige ondernemers in de handel. De ernstgraad van specifieke risicofactoren wordt bepaald door 2 elementen: 1. De impact van een specifieke risicofactor (verticale positionering van de onderscheiden buttons, berekend o.b.v. een logistische regressieanalyse en de daaruit resulterende odds ratio’s). Zo vormt een hoge werkdruk (3,7 keer de kansverhouding werkstress/geen werkstress t.o.v. ‘lage werkdruk’) duidelijk een hoger risico voor het ontstaan van werkstress dan routinematig werk (de kansverhouding werkstress/geen werkstress verhoogt met factor 1,4). 2. Het aandeel zelfstandige ondernemers dat zich in een problematische situatie voor een specifieke risicofactor bevindt (horizontale positie van de onderscheiden buttons). Zo zijn er meer zelfstandige ondernemers in de handel die emotioneel belastend werk hebben (20,2%) dan routinematig werk (10,6%).

Hoge werkdruk is duidelijk de meest ernstige risicofactor voor werkstress bij zelfstandige ondernemers in de handel. Hoge werkdruk komt niet alleen vaak voor, maar verhoogt ook aanzienlijk de kans op werkstress. Iets meer dan vier op de tien zelfstandige ondernemers in de handel werkt onder hoge werkdruk. Ook de emotionele belasting heeft een belangrijke impact op de werkstress maar het aandeel met emotioneel belastend werk is kleiner (ongeveer twee op de tien). Verder valt op dat een grote groep (zes op de tien) van zelfstandige ondernemers in de handel meer dan 50 uren per week werkt. Ook dat is, in beperktere mate, een risico voor werkstress.

3.2.2

Risicoprofiel voor werk-privébalans

Figuur 11 evalueert de relevantie van de vier risicofactoren voor een problematische werk-privébalans bij zelfstandige ondernemers in de handel.

21


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Figuur 11: Risicoprofiel voor problemen met de werk-privé-combinatie bij zelfstandige ondernemers in de handel, 2019

5 4,5

impact op werkstress

4

hoge werkdruk

3,5 3 emotioneel belastend werk

2,5

meer dan 50 uren

2 belastende arbeidsomstandig heden

1,5 1 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

% zelfstandige ondernemers handel

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De figuur verschaft ons inzicht in de relevantie van diverse risicofactoren voor het ontstaan van problemen met de werk-privé-combinatie bij zelfstandige ondernemers in de handel. De ernstgraad van specifieke risicofactoren wordt bepaald door 2 elementen: 1. De impact van een specifieke risicofactor (verticale positionering van de onderscheiden buttons, berekend o.b.v. een logistische regressieanalyse en de daaruit resulterende odds ratio’s). Zo vormt een hoge werkdruk (een verviervoudiging van de kansverhouding problemen met de werk-privé-combinatie/haalbare werk-privécombinatie) duidelijk een hoger risico voor het ontstaan van een problematische werk-privé-balans dan emotioneel belastend werk (de kansverhouding problemen met de werk-privé-combinatie/haalbare werk-privé-combinatie verhoogt met een factor 2,4). 2. Het aandeel zelfstandige ondernemers dat zich in een problematische situatie voor een specifieke risicofactor bevindt (horizontale positie van de onderscheiden buttons). Zo zijn er meer zelfstandige ondernemers in de handel die emotioneel belastend werk hebben (20,2%) dan fysiek belastend werk (12,1%).

Werkdruk blijkt veruit de belangrijkste risicofactor voor de werk-privébalans bij de zelfstandige ondernemers in de handel. Een hoge werkdruk komt niet alleen vaak voor (42,5% van de zelfstandige ondernemers in de handel), maar verhoogt ook aanzienlijk (verviervoudiging van) het risico op een onevenwicht in de werk-privébalans. Ook lange werkdagen (meer dan 50 uur per week) vormen voor een grote groep zelfstandige ondernemers in de handel (59,8%) een belangrijk aandachtspunt voor het werk-privé-combinatievraagstuk. Verder zien we dat ook de emotionele belasting een belangrijke risicofactor is (meer dan verdubbeling van het risico) maar deze factor treft een kleinere groep (20,2%) van de zelfstandige ondernemers in de handel.

22


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

4

Aanvullende informatie over de arbeidssituatie van zelfstandige ondernemers in de handel

In de werkbaarheidsenquĂŞtes wordt - naast de besproken indicatoren - ook aanvullende informatie opgevraagd over de arbeidssituatie en werkbeleving. Bij de meting 2019 werden bijvoorbeeld ook gegevens verzameld over de werktijden, opleiding en bijscholing, de mate waarin men afhankelijk is van het inkomen uit de zelfstandige activiteit, de groeiverwachtingen, de haalbaarheid om door te werken tot de pensioenleeftijd, de confrontatie met grensoverschrijdend gedrag en de mate waarin men tevreden is met diverse aspecten van het zelfstandig beroep. We brengen in dit hoofdstuk deze informatie voor de zelfstandige ondernemers in de handel bijeen en vergelijken hun scores met deze van de volledige populatie zelfstandige ondernemers in Vlaanderen.

4.1

Werktijden

In tabel 14 vinden we cijfergegevens over werktijden en vakantiedagen. Zelfstandige ondernemers in de handel werken gemiddeld 56,9 uur per week. Dat is drie uur meer dan het gemiddelde bij de zelfstandige ondernemers (53,9 uur). Ze nemen ook minder vakantie dan gemiddeld. Bij de zelfstandige ondernemers in de handel komt nachtwerk (werken tussen 22u en 6u) iets minder voor dan gemiddeld.

23


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Tabel 14:

Werktijden en vakantiedagen van zelfstandige ondernemers in de handel, 2019 handel

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

verschiltoetsing

gemiddeld aantal werkuren per week

56,9

53,9

s

aantal vakantiedagen

16,9

19,1

s

aantal werkuren per week

%

%

≤40 uren

12,7

20,4

41-59 uren

36,4

39,0

≥60 uren

50,9

40,6

nachtarbeid (tussen 22u en 6u)

%

s

%

altijd

5,9

2,3

vaak

6,8

10,1

soms

32,2

38,0

nooit

55,1

49,5

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst er op dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de handel en de rest van de zelfstandige ondernemers.

4.2

Opleiding, competentie, sociale ondersteuning en bijscholing

De informatie over het opleidingsniveau, de ervaren competenties, de sociale ondersteuning en bijscholing wordt opgelijst in tabel 15. In 2019 heeft 45,2% van de zelfstandige ondernemers in de handel een diploma hoger onderwijs. Dat is beduidend minder dan het aandeel (60,6%) bij de volledige populatie zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Een grote meerderheid (88,7%) van de zelfstandige ondernemers in de handel voelt zich (altijd of vaak) voldoende opgeleid voor de vakinhoudelijke of technische aspecten van het werk. Dat wijkt niet af van het aandeel bij de volledige populatie zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Voor het beheer en het management van het bedrijf voelt 77,3% van de zelfstandige ondernemers in de handel zich (vaak of altijd) voldoende opgeleid. Dat is ongeveer tien procentpunt meer dan het aandeel in de volledige populatie zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Een minderheid (43,8%) van de zelfstandige ondernemers in de handel voelt zich bij de bedrijfsvoering vaak of altijd ondersteund door een sociaal netwerk. Dat aandeel wijkt niet significant af van het populatiegemiddelde. Iets meer dan een kwart (27,6%) de zelfstandige ondernemers in de handel volgde het afgelopen jaar een bijscholing. Dat percentage ligt aanzienlijk lager dan dat voor volledige populatie van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen (54,2%).

24


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Tabel 15:

Opleidingsniveau, competentie, sociale ondersteuning en bijscholing, zelfstandige ondernemers in de handel, 2019 handel %

zelfstandige ondernem ers Vlaanderen %

verschiltoetsing

hoogste getuigschrift geen, lager of lager secundair

17,0

10,9

hoger secundair

37,8

28,4

hoger onderw ijs korte type

31,3

24,8

hoger onderw ijs lange type/universiteit

13,9

35,8

altijd

40,8

44,8

vaak

47,9

47,0

som s

9,3

7,1

nooit

2,0

1,1

altijd

22,6

20,7

vaak

54,7

46,7

som s

19,8

28,4

nooit

2,9

4,2

helem aal

8,5

8,8

in belangrijke m ate

35,3

35,1

in beperkte m ate

42,5

42,3

helem aal niet

13,7

13,8

27,6

54,2

s

voelt u zich voldoende opgeleid voor de vakinhoudelijke of technische aspecten van uw zelfstandige activiteit?

ns

voelt u zich voldoende opgeleid voor het beheer en het m anagem ent van uw bedrijf, firm a?

s

voelt u zich (als u dat nodig vindt) bij uw bedrijfsvoering ondersteund door een sociaal netw erk (verenigingen, externe adviseurs, fam ilieraad)?

deelnam e aan bijscholing afgelopen jaar

ns

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst er op dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de handel en de rest van de zelfstandige ondernemers.

4.3

Haalbaarheid pensioen, groeiverwachting en afhankelijkheid van inkomen uit zelfstandige activiteit

Tabel 16 bevat informatie over de mate waarin het gezin afhankelijk is van het inkomen uit de zelfstandige activiteit, de groeiverwachtingen van de ondernemer en mate waarin hij of zij het haalbaar acht om tot het pensioen door te werken.

25


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Tabel 16: Afhankelijkheid van inkomen, groeiverwachting en haalbaarheid pensioen bij zelfstandige ondernemers in de handel, 2019 handel %

zelfstandige ondernemers Vlaanderen %

verschiltoetsing

In welke mate is uw gezin afhankelijk van het inkomen uit uw zelfstandige activiteit? helemaal

55,1

41,0

in belangrijke mate

34,5

44,8

in beperkte mate

9,6

11,0

helemaal niet

0,8

3,1

s

groeiverwachting verwacht groei van activiteit

35,2

41,1

verwacht behoud van huidig peil

40,6

42,4

verwacht vermindering of stopzeting

24,1

16,6

doorwerken tot pensioen haalbaar

68,1

68,7

doorwerken tot pensioen haalbaar, mits aangepast werk

28,4

27,6

doorwerken tot pensioen niet haalbaar

3,4

3,7

s

haalbaarheid pensioen ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst er op dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de handel en de rest van de zelfstandige ondernemers.

Bij ongeveer negen op de tien van de zelfstandige ondernemers in de handel (89,6%) is het gezin helemaal of in belangrijke mate afhankelijk van het inkomen uit de zelfstandige activiteit. Dat is significant meer dan het aandeel in de volledige populatie zelfstandige ondernemers in Vlaanderen (85,8%). 35,2% van de zelfstandige ondernemers in de handel verwacht in de nabije toekomst (3 à 5 jaar) een groei van de activiteit, 40,6% denkt dat het huidig peil zal behouden blijven en 24,1% verwacht een vermindering of stopzetting. Bij de volledige populatie zelfstandige ondernemers in Vlaanderen zijn er iets meer die groei verwachten (41,1%) en minder die een vermindering of stopzetting verwachten (16,6%). 68,1% van de zelfstandige ondernemers in de handel acht het haalbaar om de huidige job verder te zetten tot het pensioen, 28,4% acht dit enkel haalbaar bij aanpassing van het werk (bv. minder werken of lichter werk) en een kleine minderheid (3,4%) acht het sowieso niet haalbaar. Deze percentages wijken niet significant af van het populatiegemiddelde.

4.4

Grensoverschrijdend gedrag

Tabel 17 inventariseert de informatie uit de werkbaarheidsenquête 2019 over het voorkomen van verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag bij zelfstandige ondernemers in de handel: (verbale) intimidatie of bedreiging, ongewenst seksueel gedrag, (fysieke) agressie en pesten. Van de zelfstandige ondernemers in de handel werd in het afgelopen jaar 2,8% (sporadisch of regelmatig) slachtoffer van lichamelijk geweld, 15,6% van intimidatie of bedreiging, 3,1% van ongewenst seksueel gedrag en 5,1% van pestgedrag. Deze cijfers voor grensoverschrijdend

26


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

gedrag wijken niet significant af van het gemiddelde voor de zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Tabel 17:

Aandeel zelfstandige ondernemers in de handel slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag, 2019 handel

zelfstandige ondernem ers Vlaanderen

%

%

verschiltoetsing

slachtoffer van licham elijk gew eld nooit

97,2

97,3

sporadisch

2,5

2,4

regelm atig

0,3

0,3

nooit

84,5

84,8

sporadisch

13,3

14,0

regelm atig

2,3

1,2

nooit

96,9

96,9

sporadisch

2,8

3,0

regelm atig

0,3

0,1

ns

slachtoffer van intim idatie of bedreiging ns

slachtoffer van ongew enst seksueel gedrag ns

slachtoffer van pestgedrag nooit

94,9

95,3

sporadisch

4,8

4,1

regelm atig

0,3

0,6

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst er op dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de bouwsector en de rest van de zelfstandige ondernemers.

4.5

Tevredenheid over diverse werkaspecten

In de werkbaarheidsenquête voor de zelfstandige ondernemers wordt gevraagd hoe tevreden ze, alles bij elkaar genomen, zijn met een dertiental aspecten van hun zelfstandige activiteit. In tabel 18 wordt weergegeven welk percentage van de zelfstandige ondernemers in de handel (eerder tot zeer) tevreden is en wordt vergeleken met de score voor de totale populatie van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Meer dan acht op de tien zelfstandige ondernemers in de handel zijn tevreden met de contacten met klanten en leveranciers, met de samenwerking met vennoot en/of meewerkende partner en met het personeel van het bedrijf. Een minderheid is evenwel tevreden over de sociale bescherming als zelfstandige (18,1%) en de contacten met de overheid (20,1%). De tevredenheidsscores in de handel liggen vooral lager (dan gemiddeld) voor het financieel luik van de zaak. Minder dan de helft is tevreden over het inkomen (40,1%), de financieel-economisch toestand van de zaak (41,6%) en de mogelijkheid om financiering of leningen te bekomen (48,2%). Ongeveer zeven op de tien handelaars (69,1%)zijn tevreden met de keuze die ze gemaakt hebben voor het zelfstandig ondernemerschap, ook dat is significant minder dan bij de collega’s uit de andere sectoren (74,7%).

27


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Tabel 18: Tevredenheid over diverse werkaspecten bij zelfstandige ondernemers uit de handel, 2019. 89,9 88,2

contacten met klanten

79,5

contacten met leveranciers (s)

87,0 84,9 84,0

personeel

79,2 81,3

de samenwerking met vennoot, meewerkende partner

keuze voor het zelfstandig ondernemerschap (s)

69,1

74,7

69,9 69,5

onafhankelijkheid in het werk 62,0 60,4

gedragen verantwoordelijkheid 55,9 54,8

werktijden

mogelijkheden om financiering of leningen te bekomen (s)

48,2

financieel-economische toestand van de activiteit (s)

41,6

inkomen (s)

54,7

49,8

48,3

40,1 17,7 18,1

sociale bescherming

21,5 20,1

contact met de overheid(sadministratie)

0,0

10,0

20,0

30,0

40,0

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

50,0

60,0

70,0

80,0

90,0

100,0

handel

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering (s) wijst er op dat bij toetsing een significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de handel en de rest van de zelfstandige ondernemers.

28


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de handel 2019

Referentielijst Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2019). Methodologie Vlaamse werkbaarheidsmonitor. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13437 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2020a). Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 – zelfstandige ondernemers. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13533 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2020b). Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers? Onderzoek naar determinanten van werkbaar werk op basis van de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor 2007-2019 Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13636

29


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
StIA20201706_WBM2019_HANDELZELF_RAP.pdf by Vlaanderen-be - Issuu