Skip to main content

Interregionale_financiele_stromen_Belgie.pdf

Page 1

INTERREGIONALE FINANCIËLE STROMEN IN BELGIË

MONITOR UPDATE 2000-2024 30.11.2021

DEPARTEMENT KANSELARIJ & BUITENLANDSE ZAKEN


Samenstelling Raf Van Bulck Verantwoordelijke uitgever Departement Kanselarij & Buitenlandse Zaken Havenlaan 88 bus 100 1000 BRUSSEL


//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

INTERREGIONALE FINANCIËLE STROMEN IN BELGIË MONITOR – UPDATE 2000-2024 30.11.2021 //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Fdfa.be


INHOUD SAMENVATTING ............................................................................................................................................................................. 3 1 INLEIDING ..................................................................................................................................................................... 4 2 OMVANG EN SAMENSTELLING VAN DE FINANCIËLE STROMEN VANUIT vlaanderen ................. 5 2.1

Totale financiële stromen volgens de bevolkingsijking

5

2.2

Financiële stromen van de federale overheid volgens de bevolkingsijking

6

2.3

Financiële stromen van de sociale zekerheid volgens de bevolkingsijking

7

2.4

Dotatiestromen volgens de bevolkingsijking

8

2.5

Totale financiële stromen volgens de inkomensijking

9

3 4

EVOLUTIE VAN DE FINANCIËLE STROMEN OP LANGE TERMIJN ........................................................ 10 VERSCHIL MET HET BASISRAPPORT EN VORIGE UPDATES ..................................................................13

4.1

Pijler ‘dotaties’

14

4.2

Pijler ‘Sociale zekerheid’

14

4.3

Pijler ‘Federale overheid’

15

Bijlage 1: Totale financiële stromen in absolute cijfers, per capita en in % van het Belgisch bbp .....16

Pagina 2 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


SAMENVATTING In juli 2017 publiceerden prof. Dr. A. Decoster en Dr. W. Sas (KUL, Departement Economie) hun studie over de interregionale financiële stromen in België1. Hun studie bevat een monitor die een jaarlijkse update toelaat. Dit basisrapport biedt meer informatie over de gebruikte methodologie en concepten. Deze derde update leert dat de uitgaande financiële stroom vanuit het Vlaamse Gewest naar de andere gewesten in 2020 €6,58 mld. bedroeg (in lopende prijzen volgens de bevolkingsijking en excl. ambtenarenlonen). Een daling ten opzichte van 2019 (€ -324 mln.) die voornamelijk verklaard wordt door de lagere fiscale en parafiscale inkomsten (€ -6,8 mld. wat overeenkomt met 1,5% van het bbp) van de federale overheid door de COVID-19 crisis. Door het verwachte forse economisch herstel in 2021 nemen ook de transfers fors toe tot €7,27 mld. in 2021. Enerzijds nemen de fiscale en parafiscale inkomsten van de federale overheid in 2021 fors toe (€10,5 mld.). Anderzijds stijgen de transfers uit de sociale zekerheid door een toename van de uitgaande financiële stroom uit de werkloosheid, omdat het aantal werklozen in Vlaanderen sneller daalt dan in Wallonië en Brussel. De prognoses voor de volgende jaren zijn als volgt: in 2022 stijgt de uitgaande financiële stroom vanuit het Vlaamse Gewest in nominale termen verder tot €7,44 mld. in 2022, €7,65 mld. in 2023 en €7,89 mld. in 2024, maar stabiliseert in verhouding tot het bbp (1,47%). De stromen uit de federale overheid zijn de belangrijkste en vertegenwoordigden 64,4% van de totale financiële stromen in 2020. Gevolgd door de stromen uit de sociale zekerheid (25,5% in 2020) en de stromen uit de dotatiefinanciering (10,1% in 2020). Tabel 1: Financiële stromen van de gewesten in procent van het bbp 2010 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Volgens bevolkingsijking (op basis van gewestelijke bevolkingsverhoudingen) Exclusief ambtenarenlonen Vlaanderen 1,54% 1,76% 1,56% 1,57% 1,53% 1,45% 1,46% 1,50% 1,47% 1,47% Wallonië -1,68% -1,87% -1,76% -1,85% -1,81% -1,71% -1,72% -1,74% -1,72% -1,72% Brussel 0,14% 0,11% 0,20% 0,28% 0,28% 0,26% 0,26% 0,24% 0,25% 0,25% Inclusief ambtenarenlonen Vlaanderen 1,61% 1,82% 1,62% 1,63% 1,59% 1,51% 1,52% 1,56% 1,53% 1,53% Wallonië -1,79% -1,98% -1,87% -1,96% -1,92% -1,82% -1,83% -1,84% -1,82% -1,82% Brussel 0,18% 0,16% 0,25% 0,32% 0,33% 0,31% 0,31% 0,28% 0,29% 0,30% Volgens inkomensijking (op basis van de bijdrage van een gewest tot de federale inkomsten) Exclusief ambtenarenlonen Vlaanderen 1,33% 1,48% 1,32% 1,29% 1,24% 1,23% 1,34% 1,37% 1,32% 1,32% Wallonië -1,49% -1,64% -1,54% -1,59% -1,55% -1,51% -1,61% -1,63% -1,59% -1,59% Brussel 0,16% 0,15% 0,22% 0,30% 0,31% 0,29% 0,27% 0,26% 0,27% 0,28% Inclusief ambtenarenlonen Vlaanderen 1,50% 1,66% 1,48% 1,45% 1,39% 1,37% 1,50% 1,52% 1,47% 1,46% Wallonië -1,69% -1,84% -1,74% -1,79% -1,73% -1,69% -1,80% -1,81% -1,77% -1,77% Brussel 0,19% 0,18% 0,26% 0,34% 0,34% 0,32% 0,31% 0,29% 0,30% 0,31% Bron: MONIFLOW – update 2021

1

Zie: https://www.statistiekvlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/rapport-financiele-stromen-2000-2020.pdf

Pagina 3 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024

2024

1,47% -1,72% 0,26% 1,53% -1,83% 0,30%

1,33% -1,61% 0,28% 1,47% -1,78% 0,31%


1 INLEIDING In juli 2017 publiceerden prof. Dr. A. Decoster en Dr. W. Sas (KUL, Departement Economie) hun studie over de interregionale financiële stromen in België2. In wat volgt noemen we dit het basisrapport. Het basisrapport biedt meer informatie over de gebruikte methodologie en concepten. Het basisrapport biedt een analyse van de interregionale financiële stromen tussen de drie Belgische gewesten vervat in de inkomsten en uitgaven van de federale overheid. Naast een actualisering van vroegere berekeningen lag de meerwaarde van de studie in de volgende zaken: - Een consistente berekening van de interregionale stromen voor de periode 2000-2020. Daarbij werd een monitoringmodel ontwikkeld, Moniflow genaamd. - De berekeningen worden op twee manieren uitgevoerd (die ook al in eerdere studies gebruikt werden). Een eerste methode legt de financiële stromen bloot op basis van gewestelijke bevolkingsverhoudingen, en is in het verleden o.a. toegepast door de Nationale Bank van België (NBB). Hierbij wordt de omvang van de federale inkomsten en uitgaven in een gewest afgewogen ten opzichte van het bevolkingsaandeel van dat gewest (bevolkingsijking). De tweede methode weegt de federale inkomsten en uitgaven af volgens de bijdrage van een gewest tot de federale inkomsten (inkomensijking). Beide methoden worden toegepast op dezelfde data en dezelfde perimeter. - De perimeter is op bepaalde punten meer uitgebreid dan in eerdere studies: de roerende voorheffing wordt onder de loep genomen en aan de uitgavenzijde wordt er verder gekeken dan de sociale zekerheid en sociale voorziening. Zo maken de subsidies aan bedrijven – zoals de subsidies voor overuren, nacht & ploegenarbeid, de doelgroepenverminderingen of de Sociale Maribel subsidies – ook deel uit van de perimeter. Bovendien worden de federale ambtenarenlonen ook apart beschouwd. In het kader van deze studie werd ook een monitor opgeleverd die – met input van data van onder andere de Nationale Bank van België (NBB), het Federaal Planbureau (FPB) en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) – een jaarlijkse actualisatie toelaat. Voor deze update werd alle data geactualiseerd maar werden er ook enkele nieuwe bronnen gebruikt. Zo werd de input uit SAFIRE en FANTASI vervangen door o.a. data van het Departement Financiën en Begroting. In 2020 leidden de COVID-19 crisis en de inperkingsmaatregelen om besmettingen tegen te gaan tot een forse recessie van de Belgische economie. Geen enkel gewest werd gespaard. De impact van de COVID-19 crisis in 2020 zou goed gereflecteerd moeten zijn in deze update, aangezien de overgrote meerderheid van de reeksen die nodig zijn voor de update van Moniflow beschikbaar waren t.e.m. 2020. Vanaf 2021 is de update van Moniflow echter gebaseerd op prognoses. De ongeziene aard van de gezondheidscrisis maakt dat deze vooruitzichten met een hogere onzekerheid gepaard gaan en de resultaten voor deze jaren dus ook met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden. Globaal lijkt de impact van de COVID-19 crisis op de interregionale financiële stromen eerder beperkt, gezien de omvang van de crisis. Niettemin is er op diverse financiële stromen een duidelijke impact waar te nemen. Dit kan mogelijk verklaard worden doordat de impact van de COVID-19 crisis sterker varieerde tussen economische sectoren dan tussen geografische regio’s, zoals ook het FPB opmerkt in haar regionale economische vooruitzichten 2021-2026. Als de effecten van de COVID-19 crisis sterker tussen de gewesten zouden verschillen, verwachten we een hogere impact op de interregionale financiële stromen.

2

Zie: https://www.statistiekvlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/rapport-financiele-stromen-2000-2020.pdf

Pagina 4 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


2 OMVANG EN SAMENSTELLING VAN DE FINANCIËLE STROMEN VANUIT VLAANDEREN Deze paragraaf beschrijft de omvang en de samenstelling van de financiële stromen vanuit het Vlaamse Gewest. Figuren 1 t.e.m. 6 schetsen een beeld van de financiële stromen volgens de bevolkingsijking. Figuur 7 geeft de resultaten volgens de inkomensijking. Hierbij steunt de eerstgenoemde methode op gewestelijke bevolkingsverhoudingen, en doet de tweede methode beroep op de relatieve bijdrage van een gewest tot de federale inkomsten. Alle bedragen zijn uitgedrukt in lopende prijzen.

2.1 TOTALE FINANCIËLE STROMEN VOLGENS DE BEVOLKINGSIJKING In lopende prijzen bedroegen de uitgaande financiële stromen (excl. de federale ambtenarenlonen) van het Vlaamse Gewest €6,58 miljard in 2020. Ze nemen toe tot €7,89 miljard in 2024.

9.000 8.000 7.000

6849

7319

7654 7890 7268 7439 7031 6899 6990 6700 6575

6.000

Dotaties

5.000 4.000

RSZ

3.000

Federale overheid

2.000

Totaal

1.000 2024

2023

2022

2021

2019

2018

2020

Bron: Moniflow - update 2021

2017

2016

2015

0 2014

Miljoenen euro (lopende prijzen)

Figuur 1: Totale financiële stromen vanuit het Vlaamse Gewest (excl. ambtenarenlonen) - Bevolkingsijking

De totale financiële stromen kunnen opgesplitst worden naar de drie pijlers: de stromen uit de federale overheid, uit de sociale zekerheid en uit de dotatiefinanciering. De belangrijkste uitgaande stroom heeft betrekking op inkomsten en uitgaven van de federale overheid. De inkomsten zijn voornamelijk personen en -vennootschapsbelasting, BTW en accijnzen. De uitgaven omvatten ambtenarenpensioenen, subsidies aan bedrijven, leefloon en hulp aan gehandicapten. Met €4,2 miljard in 2020 maakt deze bron 64,4% uit van de totale uitgaande financiële stroom. Het valt op dat de financiële stromen van de federale overheid in 2020 dalen. Dit is logisch: de dalende belastinginkomsten volgen de verminderde economische activiteit. Omgekeerd volgt de forse toename van de financiële stromen van de federale overheid in 2021 het verwachte, sterke economische herstel. De financiële stroom uit de sociale zekerheid bevat langs de inkomstenzijde vooral sociale bijdragen van werkgevers en werknemers. De uitgavenzijde slaat op sociale uitkeringen, waaronder pensioenen, werkloosheid, gezondheidszorg en kinderbijslag. Netto vertegenwoordigt deze post een bedrag van €1,7 miljard in 2019 (25,5%). De derde pijler ten slotte is de federale dotatiefinanciering. Deze vertegenwoordigt een financiële uitstroom van €661 miljoen in 2020 en is daarmee de kleinste pijler (10,1%).

Pagina 5 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


De daling van de totale financiële stromen tussen 2014 en 2016 is het gevolg van verschillende onderliggende evoluties. Vanaf 2014 dalen de stromen uit de RSZ en de federale overheid. Deze daling wordt gedeeltelijk gecompenseerd door een toename van de dotaties, ze stijgen significant van €118 miljoen in 2014 naar €983 miljoen in 2016. Hier is de impact van de zesde staatshervorming merkbaar. De overdracht van bevoegdheden naar de gewesten maakt dat de stromen uit de RSZ en de federale overheid dalen, ze verdwijnen in 2015 uit de perimeter en geven dus geen aanleiding meer tot een financiële stroom. Het betreft bevoegdheden op het vlak van arbeidsmarktbeleid, kinderbijslag, ouderenzorg en gezondheidszorg. Tegelijk ontvangen de regio’s via de dotatiefinanciering extra middelen om de bijkomende gefedereerde bevoegdheden te financieren. Deze compenseren de extra uitgaven echter slechts gedeeltelijk waardoor de totale financiële stromen dalen tussen 2014 en 2016.

2.2 FINANCIËLE STROMEN VAN DE FEDERALE OVERHEID VOLGENS DE BEVOLKINGSIJKING De financiële stromen uit de federale overheid bestaan vooral uit stromen van de personenbelasting (€2,2 miljard in 2020), gevolgd door de BTW en de vennootschapsbelasting, respectievelijk €732 miljoen en €598 miljoen in 2020.

6.000 5.000

Andere

4.000

Transfers RV + Belastingen op Kapitaal

3.000

Transfers Vennootschapsbelasting

2.000 Transfers BTW

1.000

Transfers PB 2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

0 2014

Miljoenen euro (lopende prijzen)

Tabel 2: Financiële stromen van de federale overheid (excl. ambtenarenlonen) vanuit het Vlaamse Gewest – Bevolkingsijking

Bron: Moniflow - update 2021

Het bedrag uit de personenbelasting daalt in de periode 2014-2016 ten gevolge van de zesde staatshervorming. Ongeveer een kwart van de personenbelasting is naar de gewesten overgeheveld, en verdwijnt dus uit de perimeter. Nadien zien we een toename in 2017 en 2018 als gevolg van de werkgelegenheidsgroei In 2019 stellen we een daling vast: de inkomsten uit de personenbelastingen liggen lager, gevolgd door een tweede daling in 2020 ten gevolgen van de COVID-19 crisis. Nadien nemen de inkomsten uit de personenbelasting opnieuw jaarlijks toe. De impact van de COVID-19 crisis is ook te zien op alle andere financiële stromen van de federale overheid. Vooral langs de inkomstenzijde is de impact merkbaar: de fiscale en parafiscale inkomsten dalen van 104,8 miljard naar 98,0 miljard. Door de lagere economische activiteiten lopen immers de inkomsten uit de BTW, de vennootschapsbelasting, de roerende voorheffing en de belastingen op kapitaal terug. Enkel de inkomsten uit de personenbelasting namen licht toe.

Pagina 6 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


De stromen voortkomend uit de ambtenarenlonen maken slechts €292 miljoen uit in 2020. De totale financiële stromen uit de federale overheid verhogen daardoor lichtjes tot €4,5 miljard in 2020. Verder beïnvloedt deze post het beeld van de financiële stromen uit de federale overheid niet wezenlijk.

6.000

Andere

5.000 Transfers ambtenarenlonen

4.000 3.000

Transfers RV + Belastingen op Kapitaal

2.000

Transfers Vennootschapsbelasting

1.000 Transfers BTW 2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

0 2014

Miljoenen euro (lopende prijzen)

Figuur 2: Financiële stromen van de federale overheid (incl. ambtenarenlonen) vanuit het Vlaamse Gewest – Bevolkingsijking

Transfers PB

Bron: Moniflow - update 2021

2.3 FINANCIËLE STROMEN VAN DE SOCIALE ZEKERHEID VOLGENS DE BEVOLKINGSIJKING Deze post is een netto uitstroom vanuit het Vlaamse Gewest. Maar dat geldt niet voor alle deelposten: vooral voor pensioenen en in mindere mate voor uitgaven voor geneeskundige verzorging is er een netto instroom in Vlaanderen. De instroom voor pensioenen bedraagt €2,2 miljard in 2020 en neemt tussen 2014 en 2024 continu toe. In hoofdstuk 3 gaan we in op de langetermijn-evolutie van de pensioenstroom. De instroom voor geneeskundige verzorging bedraagt €254 miljoen in 2020. De instroom voor pensioenen en geneeskundige verzorging wordt gecompenseerd door de andere subposten, voornamelijk door stromen uit de werkgevers- en werknemersbijdragen en werkloosheid.

5.000

Andere

4.000 3.000

Transfers Werkloosheid

2.000 1.000

Transfers Overige bijdragen

-1.000

Transfers werkgeversbijdragen

-2.000 -3.000 2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

-4.000 2014

Miljoenen euro (lopende prijzen)

Figuur 3: Financiële stromen van de sociale zekerheid vanuit het Vlaamse Gewest - Bevolkingsijking

Transfers Geneeskundige Verzorging Transfers Pensioenen

Bron: Moniflow - update 2021

De werkloosheid omvat naast de werkloosheidsuitkeringen ook de uitkeringen in het kader van brugpensioen en loopbaanonderbreking. Hoewel de transfers vanuit Vlaanderen van deze 3 componenten Pagina 7 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


in 2019 (voor de start van de COVID-19 crisis) lager zijn dan in 2014, verschilt het verloop. Terwijl de inkomende transfers in het kader van het brugpensioen en loopbaanonderbreking continu dalen, verloopt de uitgaande stroom, gelinkt aan de feitelijke werkloosheidsuitkering, veel grilliger (want meer conjunctuurgebonden).

Miljoenen euro (lopende prijzen)

Figuur 4: Detail van de werkloosheidstransfers vanuit het Vlaamse Gewest - Bevolkingsijking 900 700 Werkloosheid

500 300

Loopbaanonderbreking / tijdskrediet

100

Brugpensioen

-100 Totaal (Transfers Werkloosheid)

-300 2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

-500

Bron: Moniflow - update 2021

Nochtans nam tussen 2014 en 2019 het totale budget voor de werkloosheid continu af door een continue daling van het aantal werklozen. Dit had uiteraard ook een neerwaarts effect op de uitgaande stroom vanuit Vlaanderen. De relatieve snelheid van de regio’s verschilde echter van jaar tot jaar, waardoor de uitgaande transfer vanuit Vlaanderen niet continu daalde. Zo daalde het aantal werklozen in 2015 en 2016 sneller in Vlaanderen dan in de andere gewesten, in de periode 2017-2019 keerde de situatie zich om. In 2020 laat de impact van de COVID-19 crisis zich vooral voelen in de werkloosheidsuitkeringen. Enerzijds verdubbelde nagenoeg het totale budget voor (tijdelijke) werkloosheiduitkeringen van €4,7 miljard in 2019 tot €9,2 miljard in 2020. Anderzijds was er een grotere impact op de werkloosheid in Vlaanderen dan in de andere gewesten. De werkloosheid steeg tussen februari en december met 5 % in Vlaanderen tegenover 3% in Wallonië en Brussel. Op jaarbasis groeide de werkloosheid met 3,9% (+7 500 personen) in Vlaanderen en met 1,7% (+3 500 personen) in Wallonië, terwijl hij in Brussel met 0,3% (-300 personen) kromp.

2.4 DOTATIESTROMEN VOLGENS DE BEVOLKINGSIJKING De financiële uitstroom van de dotatiefinanciering nam merkbaar toe van €118 miljoen in 2014 naar €850 miljoen in 2016. Deze forse toename is het gevolg van de zesde staatshervorming. De regio’s ontvangen extra dotaties voor de overgedragen bevoegdheden. Het gaat onder andere over bevoegdheden als arbeidsmarktbeleid, kinderbijslag, ouderenzorg en gezondheidszorg.

Pagina 8 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


Miljoenen euro (lopende prijzen)

Figuur 5: Financiële stromen van de dotatiefinanciering vanuit het Vlaamse Gewest - Bevolkingsijking 1200 1000 800 600

Dotaties

400 200 0 2014

2015

2016

2017

2018

2019 2020 2021 2022 2023 2024

Bron: Moniflow - update 2021

2.5 TOTALE FINANCIËLE STROMEN VOLGENS DE INKOMENSIJKING Figuur 7 geeft de financiële stromen volgens de inkomensijking weer. Waarbij de financiële stromen van de gewesten bepaald worden op basis van hun bijdrage tot de federale inkomsten. Dit kan enkel gebeuren voor posten aan de uitgavenzijde. De totale uitgaande stromen vanuit Vlaanderen zijn volgens de inkomensijking kleiner. In 2020 bedroegen ze €6,0 miljard in lopende prijzen. Ook hier zorgt de 6de Staatshervorming aanvankelijk voor een afname, gevolgd door een toename tot €7,4 miljard in 2024. Figuur 6: Totale financiële stromen vanuit het Vlaamse Gewest – Inkomensijking Miljoenen euro (lopende prijzen)

8000 7000 6000 5000 Federale Overheid

4000

Dotaties

3000

RSZ

2000 1000 0 2014

2015

2016

2017

2018

2019 2020 2021 2022 2023 2024

Bron: Moniflow - update 2021

De lagere stromen volgens de inkomensijking zijn te verklaren doordat ze enkel rekening kan houden met de uitgavenzijde en er meer inkomsten dan uitgaven ogenomen zijn in de perimeter van Moniflow. Dit is in het bijzonder zichtbaar voor de stromen uit de federale overheid. Ze vallen kleiner uit omdat de meeste deelstromen betrekking hebben op inkomsten. Het ontbreken van de inkomstenzijde verklaart ook waarom de impact van de COVID-19 crisis op de financiële stromen van de federale overheid veel beperkter is en er geen terugval te zien is in 2020. Anderzijds ligt het bevolkingsaandeel van Vlaanderen lager dan het aandeel van Vlaanderen in de federale inkomsten. De ijking ten opzichte van een lager bevolkingsaandeel zal dus in een hogere transfertstroom resulteren dan de ijking ten opzichte van het aandeel in de federale inkomsten.

Pagina 9 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


3 EVOLUTIE VAN DE FINANCIËLE STROMEN OP LANGE TERMIJN Figuren 8 en 9 hierna geven de financiële stromen voor de gewesten weer in % van het Belgische bruto binnenlandse product. Dit laat een vergelijking van de omvang toe in de tijd en tussen de gewesten onderling. Het Belgische bbp komt op €451,18 miljard in 2020 en wordt geraamd op €570,39 miljard in 2024. Zoals in het basisrapport van 2017 uiteengezet zijn de stromen op basis van de bevolkingsijking hoger dan op basis van de inkomensijking. Voor 2020 is er volgens de bevolkingsijking een uitgaande stroom vanuit het Vlaamse Gewest van 1,46% van het Belgisch bbp. Volgens de inkomensijking is dat 1,34% van het Belgisch bbp. Het basisrapport merkt verder op dat de evolutie van de bedragen grotendeels gelijklopend is. Deze vaststelling geldt nog steeds. Vlaanderen kent steeds uitgaande financiële stromen. Voor de beschouwde periode (2000-2024) dalen de uitgaande financiële stromen volgens de bevolkingsijking vanuit het Vlaamse Gewest van 1,90% van het bbp in 2000 naar 1,47% van het bbp in 2024 volgens de bevolkingsijking. Brussel heeft een uitgaande stroom van om en bij 0,21% van het bbp bij de start van de periode. Die krimpt tot 0,09% in 2014, waarna er opnieuw een toename is tot 0,26% in 2024. Deze stromen gaan naar Wallonië: de ingaande stroom bedroeg -2,11% van het bbp in 2000 en kromp tot -1,68% in 2010. Tussen 2010 en 2013 is er opnieuw een lichte toename. De daaropvolgende jaren blijven de stromen relatief stabiel. Figuur 7: Financiële stromen gewesten (excl. Ambtenarenlonen) – Bevolkingsijking 2,50% 1,50% 1,00% 0,50%

Vlaanderen

0,00% -0,50% -1,00%

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

% van het Belgisch BBP

2,00%

Wallonië Brussel

-1,50% -2,00% -2,50%

Bron: Moniflow - update 2021

Deze evoluties zijn analoog volgens de inkomensijking. Vlaanderen heeft een uitgaande stroom van 1,52% in 2000, afnemend tot 1,33% in 2024.

Pagina 10 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


Figuur 8: Financiële stromen gewesten (excl. Ambtenarenlonen) – inkomensijking 2,50% 1,50% 1,00% 0,50%

Vlaanderen

0,00% -0,50% -1,00%

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

% van het Belgisch BBP

2,00%

Wallonië Brussel

-1,50% -2,00% -2,50%

Bron: Moniflow - update 2021

De verklaringen voor de evoluties in het basisrapport blijven geldig: - De financiële stromen ‘convergeren’ tussen de gewesten, in het bijzonder in 2009 en 2010. Het basisrapport stelt dat de economische crisis harder toesloeg in de industrie en exportgerichte bedrijven die naar verhouding meer in Vlaanderen terug te vinden zijn. - Vanaf 2012-2013 spelen de hervormingen in het werkloosheidsstelsel een rol: de daling van het aantal uitkeringsgerechtigde werklozen doet de uitgaande stroom vanuit Vlaanderen naar beide andere gewesten verminderen. - De zesde staatshervorming zorgt voor een uitzonderlijke afname van de financiële stroom vanuit Vlaanderen vanaf 2015. Immers, ongeveer een kwart van de personenbelasting werd naar de gewesten overgeheveld, en verdwijnt dus uit de perimeter. Verder speelt de minder grote impact van de elasticiteitsbonus voor de federale overheid een rol vanaf 2015. Ten slotte financieren nieuwe dotaties de overgehevelde kinderbijslag-, ouderenzorg-, en gezondheidszorgbevoegdheden. Het gaat om gemeenschapsbevoegdheden (de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie voor Brussel), waardoor deze dotatiefinanciering op conto van Brussel komt (inkomende stroom). De sterk stijgende uitgaande stromen van de sociale zekerheid vanuit Brussel compenseert dat meer dan evenredig zodat Brussel vanaf 2016 een stijgende totale uitgaande stroom kent. - De pensioenuitkeringen wegen steeds zwaarder door in Vlaanderen (oudere bevolking) en temperen de uitgaande financiële stroom van Vlaanderen. Dit heeft een impact op de (inkomende) financiële pensioenstroom voor Vlaanderen en zal zich steeds versterken in de toekomst (louter op basis van een projectie van de bevolking en van de totale Belgische pensioenuitgaven uit de Studiecommissie voor de Vergrijzing). Zo is er voor de pensioenen een financiële instroom in Vlaanderen van circa €2,2 miljard in 2020. Dit zou – ceteris paribus – toenemen tot €6.630 miljoen in 2050 (in lopende prijzen). Het aandeel van Vlaanderen in de bevolking van 65 jaar en ouder neemt weliswaar toe van 61,7% in 2020 tot 62,3% in 2034, waarna het afneemt tot 61,9% in 2050, maar de transfertstroom volgens de bevolkingsijking heeft betrekking op het verschil tussen de gemiddelde pensioenuitgave in België en dit in Vlaanderen (en vermenigvuldigd met de Vlaamse bevolking). Beide bedragen nemen toe, evenals het verschil tussen beide. En het is dit absolute verschil dat, vermenigvuldigd met het Vlaamse bevolkingsaantal de Vlaamse instroom uit pensioenen bepaalt (hoewel het relatieve verschil tussen het gemiddeld pensioenbedrag in Vlaanderen en in België afneemt). Tabel 2 geeft een inzicht in de financiële stromen uit pensioenen op lange termijn.

Pagina 11 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


Tabel 3: Financiële stromen uit pensioenuitkeringen, gewesten, 2019 – 2050, in miljoen euro (lopende prijzen) (a) 2020 2024 2035 2050 Vlaanderen -2.227 -2.862 -4.458 -6.630 Wallonië 481 535 727 817 Brussel 1.746 2.327 3.732 5.813 Bron: Moniflow – update 2021 (2020 en 2024) & raming DKBUZA (2035 en 2050) (a) een negatief teken wijst op een instroom; een positief op een uitstroom Merk op dat de raming gebeurde in lopende prijzen (niet gecorrigeerd voor inflatie) en ook geen rekening houdt met de economische draagkracht. De financiële stromen uit pensioenuitkeringen uitdrukken in verhouding tot het bbp zou een betere intertemporele vergelijking toelaten. Hiervoor ontbreken echter economische vooruitzichten voor de verre toekomst (komende 30 jaar). Bijlage 1 geeft nog een overzicht van de financiële stromen in absolute cijfers, per capita en in % van het Belgisch bbp, volgens de bevolkings- en inkomensijking, zowel inclusief als exclusief federale ambtenarenlonen.

Pagina 12 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


4 VERSCHIL MET HET BASISRAPPORT EN VORIGE UPDATES Figuur 10 laat zien dat de financiële stromen vooral voor 2016 en de daaropvolgende jaren afwijken van deze van het basisrapport van 2016. Daar zijn goede redenen voor: de nodige input en prognoses zijn immers ook geactualiseerd. Figuur 9: Verschil tussen de financiële stromen volgens de bevolkingsijking tussen de update 2020 en het basisrapport van 2017 1000

Miljoenen euro

750 500 250 0

Vlaanderen

-250

Wallonië

-500

Brussel

-750 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

-1000

Bron: Moniflow - update 2021

Maar het valt op dat alle reeksen ook deze uit het verleden (van 2000 tot 2016) lichtjes afwijken tussen het basisrapport en deze update. De uitgaande stromen voor Vlaanderen en Brussel en inkomende stromen voor Wallonië zijn wat groter in de update. Daar zijn twee redenen voor: - Er was een foutieve input van het bevolkingsaantal 65+ voor Vlaanderen in het basisrapport, en dit voor de hele periode. Dit werd gecorrigeerd in de update (vb. bevolking 65+ Vlaamse Gewest 2019: 1,773 miljoen in het basisrapport, gecorrigeerd tot 1,344 miljoen in de update). De data voor de andere gewesten waren wel correct. - De indices voor de prijsveranderingen (=deflatoren) van de bruto toegevoegde waarde zijn lichtjes gewijzigd voor de beschouwde jaren. Daarnaast verschillen de resultaten ook van de eerste update en het basisrapport om drie redenen: - Bij de berekening van de sociale overdrachten van de federale overheid ontbraken de pensioengerelateerde overdrachten naar de gemeenten. - De bruto-inkomsten waren niet toegekend aan het correcte gewest. Hierdoor was bijvoorbeeld de groeivoet die gebruikt werd voor Vlaanderen eigenlijk de groeivoet van Wallonië. Dit had een impact op de berekening van de financiële stromen van de werkgeversbijdragen en andere sociale bijdragen. - Bij de berekening van de dotaties was één van de componenten onterecht 1 jaar verschoven. Ten opzichte van de update van april 2019 vallen de totale financiële stromen vanuit Vlaanderen hoger uit. Dit is, naast de hierboven aangehaalde verschillen, het gevolg van de geactualiseerde brongegevens. Volgende elementen springen hierbij in het oog: - Het Belgische bbp werd vanaf 2014 neerwaarts herzien. - De federale inkomsten uit de belastingen op het inkomen van huishoudens, de werkgeversbijdragen en de andere sociale bijdragen, zijn opwaarts herzien. - Ook de federale uitgaven voor pensioenen werden opwaarts herzien.

Pagina 13 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


Tot slot is het belangrijk om op te merken dat voor deze update niet langer gebruik gemaakt werd van SAFIRE en FANTASI voor de update van het Moniflow model. De vooruitzichten met betrekking tot de bruto-inkomsten, de personenbelasting en de gemeenschaps- en gewestdotaties zijn daarentegen afkomstig van het Departement Financiën en Begroting. Tabel 3 geeft voor enkele geselecteerde jaren de afwijkingen van deze update ten opzichte van het basisrapport weer. Tabel 4: Afwijkingen in de financiële stromen tussen de update en het basisrapport, geselecteerde jaren, in miljoen euro (lopende prijzen) - bevolkingsijking 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Totale transfers 492 223 491 556 283 -238 Vlaanderen -756 -637 -1350 -1398 -1033 -360 Wallonië 264 414 859 842 750 598 Brussel Transfers federale overheid 219 132 404 497 311 -76 Vlaanderen -428 -241 -717 -788 -418 50 Wallonië 209 109 313 291 107 26 Brussel Transfers sociale zekerheid 187 135 286 235 226 199 Vlaanderen -227 -381 -634 -604 -645 -514 Wallonië 40 253 348 368 411 316 Brussel Transfers dotaties 86 -40 -200 -176 -259 -360 Vlaanderen -100 -12 1 -6 28 104 Wallonië 14 52 198 183 231 256 Brussel Bron: Moniflow – basis en update 2021

De verschillen worden hieronder per pijler toegelicht in punt 4.1 t.e.m. 4.3.

4.1 PIJLER ‘DOTATIES’ Wat de dotaties betreft daalt de uitgaande stroom van Vlaanderen en wordt de ingaande stroom van de beide andere gewesten kleiner. De transferten van de federale overheid naar de gewesten en gemeenschappen wordt immers kleiner. Dit heeft te maken met een wijziging in de verrekening van de pensioenen van het overheidspersoneel in de ESR-boekhouding. In april 2016 zijn de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS) en de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) samengevoegd tot de Federale Pensioendienst. Naar aanleiding van die fusie heeft het INR beslist de Federale Pensioendienst vanaf 2016 te consolideren met de sector van de sociale verzekeringsinstellingen. De pensioenen van het personeel van de gefedereerde entiteiten, de lagere overheid en de federale overheid worden dus vanaf 2016 en in ESR-termen, gefinancierd door overdrachten van de sociale zekerheid aan die verschillende beleidsniveaus, terwijl de sociale zekerheid zelf door een overdracht van de federale overheid wordt gefinancierd.

4.2 PIJLER ‘SOCIALE ZEKERHEID’ De uitgaande stromen voor de werkloosheidsuitkeringen worden groter voor Vlaanderen. Dit staat tegenover grotere ingaande stromen voor Wallonië. Voor Brussel is er niet veel verschil. De bedragen op Belgisch niveau worden kleiner, maar belangrijker is dat volgens de geactualiseerde regionale prognoses Pagina 14 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


het aandeel van Vlaanderen in de totale Belgische werkloosheidscijfers kleiner wordt, ten nadele van Wallonië. De federale bedragen voor pensioenen en voor overige bijdragen bij de RSZ worden groter. Dat betekent dat de bestaande financiële stromen versterkt worden: voor Vlaanderen betekent dit grotere inkomende stromen voor de pensioenen en grotere uitgaande voor de overige bijdragen RSZ. Tot slot speelt hier de foutieve allocatie van de bruto-inkomsten op de financiële stroom uit de werkgeversbijdragen en andere sociale bijdragen. Hierdoor stijg de Vlaamse uitgaande stroom, net als de Waalse inkomende stroom. De Brusselse inkomende stroom werd kleiner. Samen met de herziening van de financiële stromen uit de pensioenen verklaart dit het grootste deel van het verschil tussen deze update en het basisrapport.

4.3 PIJLER ‘FEDERALE OVERHEID’ De te verdelen bedragen voor de vennootschapsbelasting zijn in de periode 2017-2019 hoger dan in het basisrapport. De hier gebruikte cijfers voor de inkomsten van de vennootschapsbelasting zijn afkomstig van het Federaal Planbureau en zijn steeds consistent met de Economische vooruitzichten die het Federaal Planbureau in het voorjaar publiceert. In de economische vooruitzichten van 2018 stelt het federaal Planbureau met betrekking tot de projecties van de fiscale ontvangsten het volgende: “Hoewel het tarief van de belastingvermeerdering bij onvoldoende voorafbetalingen werd verdubbeld in 2017, leidt de verdrievoudiging ervan in 2018 tot een forse stijging van de voorafbetalingen en een verwachte weerslag op de kohieren: het gedeelte van de stijging van de vennootschapsbelasting in 2017 en 2018, die de stijging van de belastbare basis en de impact van de maatregelen overtreft, wordt verondersteld te leiden tot niet-recurrente ontvangsten.” De hogere inkomsten uit de vennootschapsbelasting vertalen zich in het Moniflow model automatisch in een versterking van de uitgaande stromen voor Vlaanderen en Brussel, alsook de ingaande stromen voor Wallonië. Figuur 11 illustreert dit. In 2020 zijn de inkomsten uit de vennootschapsbelasting lager dan in het basisrapport te gevolge van de COVID-19 crisis. Dit geldt ook voor de andere fiscale en parafiscale inkomsten (met uitzondering van de inkomsten uit de personenbelasting), zoals toegelicht in punt 2.2. Figuur 10: Federale inkomsten uit de vennootschapsbelasting volgens opeenvolgende middellange termijnvooruitzichten 20.000 18.000

Miljoenen euro

16.000 14.000 12.000

mei 2017

10.000

mei 2018

8.000

mei 2019

6.000

mei 2021

4.000 2.000

Pagina 15 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

0


BIJLAGE 1: TOTALE FINANCIËLE STROMEN IN ABSOLUTE CIJFERS, PER CAPITA EN IN % VAN HET BELGISCH BBP Tabel 5: Totale interregionale financiële stromen (excl. ambtenarenlonen) - bevolkingsijking 2010 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Totale Transfers (miljoenen euro) Vlaanderen 5586 7319 6700 6990 7031 6899 6575 7268 7439 7654 7890 Wallonië -6105 -7793 -7555 -8225 -8340 -8160 -7741 -8436 -8688 -8985 -9282 Brussel 519 475 855 1235 1309 1261 1165 1168 1249 1331 1392 Totale Transfers per capita (euro) Vlaanderen 890 1133 1031 1070 1070 1044 991 1092 1113 1140 1170 Wallonië -1738 -2167 -2094 -2272 -2298 -2242 -2124 -2313 -2377 -2450 -2524 Brussel 470 402 719 1033 1088 1039 958 961 1023 1084 1128 Totale Transfers (in % BBP) Vlaanderen 1,54% 1,76% 1,56% 1,57% 1,53% 1,45% 1,46% 1,50% 1,47% 1,47% 1,47% Wallonië -1,68% -1,87% -1,76% -1,85% -1,81% -1,71% -1,72% -1,74% -1,72% -1,72% -1,72% Brussel 0,14% 0,11% 0,20% 0,28% 0,28% 0,26% 0,26% 0,24% 0,25% 0,25% 0,26% Bron: Moniflow - update 2021

Tabel 6: Totale interregionale financiële stromen (excl. ambtenarenlonen) – inkomensijking 2010 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Totale Transfers (miljoenen euro) Vlaanderen 4828 6188 5669 5759 5712 5835 6031 6655 6696 6875 7148 Wallonië -5408 -6814 -6633 -7083 -7119 -7199 -7263 -7893 -8040 -8314 -8648 Brussel 580 626 965 1324 1407 1365 1232 1239 1344 1439 1500 Totale Transfers per capita (euro) Vlaanderen 769 958 873 881 869 883 909 1000 1002 1024 1060 Wallonië -1540 -1895 -1838 -1957 -1962 -1978 -1993 -2165 -2200 -2267 -2351 Brussel 525 530 811 1108 1169 1125 1012 1019 1101 1171 1215 Totale Transfers (in % BBP) Vlaanderen 1,33% 1,48% 1,32% 1,29% 1,24% 1,23% 1,34% 1,37% 1,32% 1,32% 1,33% Wallonië -1,49% -1,64% -1,54% -1,59% -1,55% -1,51% -1,61% -1,63% -1,59% -1,59% -1,61% Brussel 0,16% 0,15% 0,22% 0,30% 0,31% 0,29% 0,27% 0,26% 0,27% 0,28% 0,28% Bron: Moniflow - update 2021

Pagina 16 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


Tabel 7: Totale interregionale financiële stromen (incl. ambtenarenlonen) – bevolkingsijking 2010 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Totale Transfers (miljoenen euro) Vlaanderen 5857 7596 6967 7264 7308 7183 6867 7571 7750 7972 8216 Wallonië -6513 -8265 -8023 -8701 -8821 -8652 -8243 -8952 -9215 -9525 -9834 Brussel 655 670 1056 1437 1513 1470 1376 1381 1465 1553 1618 Totale Transfers per capita (euro) Vlaanderen 933 1176 1072 1112 1112 1087 1035 1138 1160 1187 1218 Wallonië -1854 -2299 -2223 -2404 -2431 -2377 -2262 -2455 -2521 -2597 -2674 Brussel 594 567 888 1203 1257 1211 1131 1136 1200 1264 1311 Totale Transfers (in % BBP) Vlaanderen 1,61% 1,82% 1,62% 1,63% 1,59% 1,51% 1,52% 1,56% 1,53% 1,53% 1,53% Wallonië -1,79% -1,98% -1,87% -1,96% -1,92% -1,82% -1,83% -1,84% -1,82% -1,82% -1,83% Brussel 0,18% 0,16% 0,25% 0,32% 0,33% 0,31% 0,31% 0,28% 0,29% 0,30% 0,30% Bron: Moniflow - update 2021

Tabel 8: Totale interregionale financiële stromen (incl. ambtenarenlonen) – inkomensijking 2010 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Totale Transfers (miljoenen euro) Vlaanderen 5436 6897 6357 6456 6408 6537 6751 7395 7449 7646 7936 Wallonië -6125 -7661 -7478 -7953 -7988 -8069 -8141 -8796 -8953 -9244 -9595 Brussel 689 763 1121 1496 1580 1533 1390 1401 1504 1598 1659 Totale Transfers per capita (euro) Vlaanderen 866 1068 978 988 975 989 1017 1111 1115 1139 1177 Wallonië -1744 -2130 -2072 -2197 -2201 -2217 -2234 -2412 -2449 -2521 -2609 Brussel 624 646 942 1252 1313 1263 1143 1152 1232 1301 1344 Totale Transfers (in % BBP) Vlaanderen 1,50% 1,66% 1,48% 1,45% 1,39% 1,37% 1,50% 1,52% 1,47% 1,46% 1,47% Wallonië -1,69% -1,84% -1,74% -1,79% -1,73% -1,69% -1,80% -1,81% -1,77% -1,77% -1,78% Brussel 0,19% 0,18% 0,26% 0,34% 0,34% 0,32% 0,31% 0,29% 0,30% 0,31% 0,31% Bron: Moniflow - update 2021

Pagina 17 van 17

Interregionale financiële stromen in België Monitor – Update 2000-2024


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Interregionale_financiele_stromen_Belgie.pdf by Vlaanderen-be - Issuu