bpost
Afgiftekantoor Brussel X | In Beraad jrg. 26 nr.3, juni 2018 Verschijnt driemaandelijks | P 309789 v.u. Mia Douterlungne, Koning Albert II-laan 37 | 1030 Brussel overname mag mits bronvermelding
PB- PP
BELGIE(N) - BELGIQUE
IN BERAAD juni 2018
Duaal leren
Voorwaarden voor een succesverhaal Sinds het begin van vorig schooljaar wordt er geëxperimenteerd met duaal leren in het secundair onderwijs. Via die intensieve vorm van werkplekleren kunnen jongeren hun diploma halen met een brede vorming in combinatie met een ruime opleiding op de werkvloer. De Vlor heeft altijd veel voordelen gezien in duaal leren, maar vindt dat er nog heel wat voorwaarden ingevuld moeten worden om er een succes van te maken. Niet enkel in het gewoon secundair onderwijs wordt er nagedacht over duaal leren. Er wordt ook bekeken wat de meerwaarde kan zijn in het buitengewoon onderwijs, volwassenenonderwijs en hoger onderwijs.
De Vlor ziet duaal leren als een leerweg die een doelpubliek aanspreekt die nieuwe competenties wil verwerven op de werkvloer. Het leren staat daarbij steeds centraal, niet het werken. De duale en niet-duale trajecten leiden tot gelijkwaardige kwalificaties.
en mobilisering van werkgevers voor duaal leren. Positieve elementen in deze maatregel zijn het feit dat zowel de centra voor deeltijds onderwijs, Syntra en voltijdse scholen de aanloopfase kunnen organiseren, de grote flexibiliteit op het vlak van
duur en inhoud en de evolutie naar een structurele financiering.
leren (19/04/2018) op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over de aanloopfase van het duaal
Lees verder op p2
Ter voorbereiding van de invoering van duaal leren in het secundair onderwijs, startte de Vlaamse overheid het tijdelijk project ‘Schoolbank op de werkplek’. De eerste duale trajecten gingen van start in het schooljaar 2016-2017, in 2017-2018 werden er opleidingen toegevoegd en in het schooljaar 2018-2019 wordt het tijdelijk project verder uitgebreid. De overheid besliste om de organieke implementatie uit te stellen naar 1 september 2019, iets waar de Vlor al van bij het begin had op aangedrongen.
3
duaal leren (12/10/2017) op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over het voorontwerp van decreet
Aanloopfase
3 In Beraad jrg. 26 nr.3, juni 2018 p1
Foto: Joris Casaer
Leerlingen die arbeidsbereid zijn, maar nog niet arbeidsrijp, kunnen in het secundair onderwijs terecht in de ‘aanloopfase’. Dat geeft hen de kans om zich voor te bereiden op een duaal traject. De Vlor vindt het belangrijk dat de aanloopfase geen wacht- of eindstation wordt voor jongeren zonder leerwerkplaats. Daarvoor moet er in de eerste plaats blijvend ingezet worden op sensibilisering
In Beraad
Duaal leren in het buso
Duaal leren in het hoger onderwijs
Ondertussen wordt ook gewerkt aan een decretale basis voor duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs (buso). Die moet garanderen dat meerdere vormen van werkplekleren in het buso naast elkaar kunnen functioneren. De huidige alternerende beroepsopleiding tijdens de integratiefase blijft immers bestaan.
De minister vroeg de Vlor ook om na te denken over een mogelijke invulling van duaal leren in het hoger onderwijs. De raad ziet zeker de meerwaarde van werkplekleren in opleidingen van het hoger onderwijs. Nu al kunnen de instellingen heel flexibel en autonoom inspelen op de vraag naar werkplekleren. Daarbovenop nog eens een definitie van duaal leren construeren, lijkt dan ook weinig zinvol en zorgt voor begripsverwarring. Het verschil met wat vandaag al bestaat, is dermate artificieel dat de Vlor adviseert om de term ‘duaal leren’ in het hoger onderwijs niet in te voeren. Het bestaande werkplekleren heeft er een vaste plaats verworven in de curricula en is bovendien een welbekend en goed omschreven begrip.
De Vlor waardeert dat het buso voortaan ook duaal kan worden georganiseerd. Maar de raad blijft vragende partij naar een globale visie op een vernieuwd buitengewoon secundair onderwijs. Om van het duaal leren in het buso een succesverhaal te maken, zijn er volgens de Vlor enkele belangrijke voorwaarden. Zo moeten er garanties zijn voor: – – – – –
zowel een duaal als een lineair traject op verschillende momenten in het studietraject; de handelingsplanning van het hele duaal traject; een brede vorming op maat in elke opleiding; de arbeidsmarktpositie, de sociale omkadering van de leerlingen.
op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over duaal leren in het buso (14/06/2018)
Duaal leren in het volwassenenonderwijs Duaal leren kan voor de Vlor ook heel wat meerwaarde bieden in het volwassenenonderwijs. Het is een manier om de lage participatie van volwassenen aan opleiding en vorming te verhogen. Daarnaast kan duaal leren de verdere samenwerking tussen centra voor volwassenenonderwijs en organisaties en bedrijven stimuleren. Duaal leren in het volwassenenonderwijs houdt een perspectiefwissel in. Er moet een nieuwe visie op leren ontwikkeld worden, waarbij niet enkel de verhouding tussen werkplekleren en contactonderwijs (en/of afstandsonderwijs) van belang is, maar het leren zelf vanuit een ander perspectief wordt benaderd. De Vlor benadrukt dat de doelgroep van duaal leren voldoende breed moet zijn, met inbegrip van kansengroepen, en dat de opleidingen duaal leren voldoende breed ingevuld moeten worden. Het organiseren van kwaliteitsvol en duurzaam duaal leren vraagt vertrouwen tussen alle betrokken actoren, ondersteuning en begeleiding van de cursisten en voldoende werkplekken. Voor een verdere uitbouw van duaal leren in het volwassenenonderwijs is er nood aan overleg met alle betrokken publieke en private actoren.
onderwijs (08/05/2018) op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over duaal leren in het volwassenen-
Werkplekleren komt in het hoger onderwijs voor in alle mogelijke varianten. De variatie zit hem daarbij in de omvang van werkplekleren in de opleiding, het al dan niet verwerven van nieuwe competenties op de werkplek of het louter toepassen van reeds verworven competenties en of het traject gericht is op een specifieke doelgroep dan wel de kern uitmaakt van de gehele opleiding. De Vlor ziet mogelijkheden in keuzetrajecten met meer en sterker uitgewerkte vormen van werkplekleren voor het hoger onderwijs. Daarin wordt het volume aan werkplekleren opgedreven, maar neemt de onderneming of organisatie waarmee wordt samengewerkt ook een sterkere verantwoordelijkheid op. De raad stelt voor om dat verder te onderzoeken via pilootprojecten. De Vlor vindt ook dat de kwaliteitszorg in handen moet blijven van de instellingen. Zij staan immers garant voor de kwaliteit van hun opleidingen. Verder wijst hij nog op het belang van een duurzame samenwerking en op de noodzaak aan een adequate financiering, communicatie en sensibilisering.
(12/06/2018) op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over duaal leren in het hoger onderwijs
Problematische afwezigheden in het lager onderwijs Uit het jaarlijks rapport ‘Wie is er niet als de schoolbel rinkelt?’ van het Agentschap voor Onderwijsdiensten blijkt dat er tot schooljaar 2016-2017 sprake was van een gestage stijging van het aantal kinderen die minstens 30 halve dagen problematisch afwezig
waren in het lager onderwijs. Scholen moeten sinds schooljaar 2016-2017 ook vanaf vijf halve dagen (i.p.v. 10 halve dagen) problematische afwezigheid het clb inschakelen en een begeleidingsdossier opmaken. De Vlor vraagt dat het beleid meer aandacht besteedt aan de specificiteit van het schoolverzuim in het lager onderwijs. Er is wel een actieplan tegen spijbelen (‘Samen tegen schooluitval’), maar het lager onderwijs krijgt hierin geen aparte aandacht. Nochtans zijn de cijfers betekenisvol en is een goed onderbouwde, preventieve aanpak (met het oog op het secundair onderwijs) belangrijk. In vergelijking met spijbelen in het secundair onderwijs liggen vaak andere oorzaken aan de basis van schoolverzuim in het lager onderwijs. Deze oorzaken moeten eerder gezocht worden bij de ouders dan bij de leerling zelf. Dit oudergemotiveerd schoolverzuim kent vele vormen en vraagt om een genuanceerde kijk, zonder ouders te culpabiliseren.
lager onderwijs (18/04/2018) op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over problematische afwezigheden in het
Studentenparticipatie Nadat de Vlor in juni vorig jaar had gepleit voor het stimuleren van studentenparticipatie, vroeg de minister om een concreet voorstel te doen hoe instellingen hun visie en beleid inzake studentenparticipatie kunnen expliciteren. De Vlor is van mening dat de instellingen verder moeten gaan dan enkel het verlenen van het studentenstatuut. Elke instelling moet, samen met zijn studenten(raad), nadenken over de visie, ondersteuning, specifieke acties en middelen die zij daartegenover zet. Dat vraagt een beleidskader dat geen onderdeel is van het beleidsplan studentenvoorzieningen, maar instellingsbreed gaat. Verder is er volgens de Vlor nood aan een goede rechtspositieregeling voor de student, middelen voor de studentenraad en ondersteuning. Op korte termijn moet de overheid het decreet sterker detailleren zodat aan instellingen meer richting gegeven wordt over de invulling van studentenparticipatie.
participatie door de instellingen hoger onderwijs
6 Lees het advies over het versterken van studenten
(12/06/2018) op www.vlor.be/adviezen
Evaluatie Europese onderwijsprogramma 2020
Leerloopbaanbegeleiding voor volwassenen
De Europese Commissie vraagt input aan de lidstaten om het onderwijsprogramma Onderwijs en Vorming 2020 te evalueren. Die evaluatie vormt de aanzet voor een bijsturing van het proces met het oog op 2030.
Om de lage participatie in Vlaanderen aan opleiding en vorming te verhogen, kan leerloopbaanbegeleiding een krachtig instrument zijn. Voor de Vlor is het wel een voorwaarde dat die leerloopbaanbegeleiding dan voldoende gericht is op kansengroepen en kwetsbare doelgroepen. De raad pleit ook voor ‘vindplaatsgericht werken’ door de doelgroep op te zoeken waar hij zich bevindt door bijvoorbeeld consultatiemomenten over leerloopbaanbegeleiding te organiseren bij CBE, het Netwerk tegen armoede of VDAB.
De Vlor vindt dat de Europese onderwijsprioriteiten in de eerste plaats garanties moeten creëren voor mobiliteit voor alle lerenden in de verschillende lidstaten. De Europese Unie moet daarnaast ook lidstaten ondersteunen bij de innovatie van onderwijsstelsels. De Vlor apprecieert bijzonder dat de Unie de financiering van onderwijsstelsels als een afzonderlijke doelstelling benoemt. De raad vraagt een grotere aandacht voor de beleving van lerenden (en hun ouders). De Vlor vindt dat de betrokkenheid van het middenveld en van alle partners betrokken bij het onderwijs moet vergroten in alle vernieuwingsprocessen met betrekking tot onderwijs. De huidige procedures zijn daarvoor onvoldoende, zowel op het Europese als op het Vlaamse niveau.
Europese onderwijsprogramma 2020 (26/04/2018)
De Vlor vindt verder dat effectieve leerloopbaanbegeleiding georganiseerd moet worden binnen het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, onafhankelijk van aanbieders van opleiding en vorming. Het voorzien van levensloopbaanbegeleiding is een essentieel onderdeel van een globaal beleid gericht op participatie aan levenslang en levensbreed leren.
volwassenen (08/05/2018) op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over leerloopbaanbegeleiding voor
6 Lees het advies over de evaluatie van het
op www.vlor.be/adviezen
Begrotingsaanpassing maatregelen nieuwe onderwijs-cao De Vlor bracht een positief advies uit over het voorontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2018. Die bevatten enkele wijzigingen naar aanleiding van de uitvoering van cao XI:
Wijziging Integratie- en Inburgeringsdecreet Het voorontwerp van decreet tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid stelt wijzigingen voor aan de doelgroep van het integratiebeleid, en de decretale opdrachten van de participatieorganisatie. Het creëert bovendien een beleidskader voor het beleid inzake Nederlands als tweede taal. De Vlor pleit onder meer voor het gebruiken van de VESOCdefinitie voor de doelgroep van het integratie- en inburgeringsbeleid en voor voldoende betrokkenheid en autonomie van de doelgroep, de doelgroepverenigingen en het Forum voor Etnisch-culturele Minderheden.
6 Lees het advies over het programmadecreet
De raad vindt het voeren van een coherent en krachtig kwaliteitsbeleid voor NT2 erg belangrijk. In zijn advies over het voorontwerp van decreet tot wijziging van diverse bepalingen in het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, pleit hij voor een geïntegreerd kwaliteitszorgsysteem, dus met inbegrip van NT2, voor het volwassenenonderwijs en vraagt hij verduidelijking over het referentiekader voor onderwijskwaliteit NT2.
6 Lees het advies over de wijziging van Integratie- en Inbur-
– – –
het pilootproject lerarenplatform; het omzetten van niet-ingevulde vervangingen in het basis- en secundair onderwijs; de vereenvoudiging van de procedure betreffende vaste benoeming en vacantverklaring; – de projectmiddelen voor versterking van de leerkracht in het basisonderwijs.
bij de begrotingsaanpassing 2018 (26/04/2018) op www.vlor.be/adviezen
Vizier 2030: het Vlaamse antwoord op de VN-duurzame doelstellingen In 2016, zeventig jaar na hun oprichting, keurden de Verenigde Naties de resolutie: ‘Transforming our world: the 2030 agenda for sustainable development’ goed. Deze agenda bouwt voort op het proces met millenniumdoelstellingen. Vizier 2030 is het Vlaamse antwoord op de beleidsafspraken gemaakt binnen de VN voor duurzame ontwikkeling. In zijn advies over dat doelstellingenkader pleit de Vlor voor transparantie tussen de verschillende strategische kaders waarmee Vlaanderen antwoord geeft op internationale strategische beleidsaansturing (EU, OESO, VN). De raad pleit ook voor ambitieuze onderwijsdoelstellingen die valoriseren wat er al is afgesproken in internationale verdragen, binnen de VN-doelen en met de Vlaamse sociale en middenveldorganisaties (Pact 2020). De Vlor vraagt naar een participatief proces om de doelen concreet verder uit te werken. Voor de indicatoren die daarbij horen, moet maximaal gebruik gemaakt worden van indicatoren die al in verschillende kaders worden ontwikkeld.
op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over VIZIER 2030 (26/04/2018)
Andere uitgebrachte adviezen 3 Advies over een aanvraag tot afwijking van de rationalisatienorm van een centrum voor volwassenenonderwijs (25/05/2018)
3 ‘Advies over de aanvragen voor bijkomende onderwijsbevoegdheid dko (26/06/2018)’
3 www.vlor.be/adviezen
geringsdecreet (08/05/2018) op www.vlor.be/adviezen
Lees verder op p4
3
In Beraad jrg. 26 nr.3, juni 2018 p2
3
In Beraad jrg. 26 nr.3, juni 2018 p3
3
3
In Beraad
Visies op onderwijs Oproep aan wetenschappers
Samenwerking secundair en hoger onderwijs bij studiekeuzebegeleiding
Begrijpend leesdidactiek basisonderwijs Oproep praktijkgerichte review
Praktijkvoorbeelden gezocht Op 24 oktober organiseert de Vlor de studiedag ‘Bruggen bouwen tussen secundair en hoger onderwijs over de onderwijsloopbaan van jongeren’. Bent u betrokken bij een initiatief rond onderwijsloopbaanbegeleiding en studiekeuze waarin samengewerkt wordt tussen het secundair en hoger onderwijs? Wil u graag uw ervaringen delen, feedback krijgen en contacten leggen? De Vlor gaat een reader samenstellen over de varië teit van kijken naar onderwijs. De reader is voor wetenschappers die bezig zijn met onderwijsonderzoek een unieke gelegenheid om hun perspectief op onderwijs en onderzoek bij het beleid te brengen. De publicatie ‘Visies op onderwijs: wetenschappers aan het woord’ is gepland in maart/april 2019 zodat de reader ook inspiratie kan leveren voor de nieuwe Vlaamse Regering. Wetenschappers die een bijdrage willen leveren, kunnen tot en met 17 augustus 2018 een voorstel indienen.
De Vlor is op zoek naar kleine en grotere initiatieven (voor een postersessie of een korte presentatie tijdens een van onze parallelsessies) die inzetten op de complementariteit tussen secundair en hoger onderwijs en die leerlingen begeleiden in het maken van een zachte/vlotte overgang naar het hoger onderwijs. Wil u een bijdrage leveren? Bezorg dan uiterlijk 5 juli 2018 een korte beschrijving van uw praktijk via het formulier op de inschrijvingspagina van de studiedag op www.vlor.be/activiteiten.
De Vlor lanceert een oproep voor een nieuwe praktijkgerichte literatuurstudie. Naar aanleiding van de resultaten van PIRLS 2016 en de tussen 2006 en 2016 vastgestelde daling van het begrijpend leesniveau van Vlaamse vierdeklassers, rijzen er vele vragen over begrijpend leesdidactiek. Naar begrijpend lezen is al veel onderzoek gedaan en samengebracht. Via een nieuwe review kunnen een aantal vragen beantwoord worden over o.a. de groeiende diversiteit in de leerlingenpopulatie en de verandering in de aard van tekstuele bronnen in de leefwereld van kinderen en jongeren. Die uitdagingen stellen de bestaande didactische kaders in vraag.
wetenschappers-uw-visie-op-onderwijs
6 Lees meer op www.vlor.be/oproep-voor-
De Vlor wil deze vragen beantwoord zien vanuit een breed perspectief op leesdidactiek: niet enkel een focus op begrijpend lezen of het leergebied/vak Nederlands, maar de hele breedte van lezen in onderwijs, in het hele curriculum en in de schoolcultuur. De review richt zich op de eindtermen lezen voor het basisonderwijs, inbegrepen de B-stroom van het secundair onderwijs en anderstalige nieuwkomers. De oproep voor het maken van de review staat open voor onderzoekers van hogescholen, universiteiten en andere onderzoeksinstellingen.
onderzoek
6 Lees meer op www.vlor.be/publicaties/praktijkgericht-
3 Blijf op de hoogte van recente adviezen Schrijf je in op de digitale nieuwsbrief van de Vlor op www.vlor.be
Koning Albert II-laan 37 1030 Brussel www.vlor.be
Volg de Vlor @Vlor1
3 In Beraad jrg. 26 nr.3, juni 2018 p4
Vlaamse Onderwijsraad