Raad Secundair Onderwijs 12 februari 2019 RSO-RSO-ADV-1819-003
Advies programmaties duaal leren gewoon secundair onderwijs 2019-2020
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Advies op vraag van Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs op 10 januari 2019 Uitgebracht door de Raad Secundair Onderwijs op 12 februari 2019 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: technische werkgroep Programmaties Duaal Leren op 24 januari 2019 en op 30 januari 2019 Dossierbeheerders: Koen Stassen en Marleen Colpin
Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be
1 Regelgevend kader1 1.1 Procedure Er is voor het schooljaar 2019-2020 een programmatie mogelijk voor duale structuuronderdelen tso en bso waarvoor de standaardtrajecten werden goedgekeurd uiterlijk op 30 november 2018. Een programmatie moet goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering na advies van Vlor, SERV, onderwijsinspectie en AgODi. De duale structuuronderdelen kunnen ingericht worden door:
¬ ¬
¬
Scholen voltijds SO; Centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs. Daar waar aan een voltijdse secundaire school een niet-autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is verbonden, heeft de programmatie betrekking op de school én op het centrum maar beslist het bestuur waar het structuuronderdeel wordt ingericht; De Syntra.
De programmatieregels gelden voor elk van deze aanbieders. Voor de programmaties duaal leren in buso OV3 en OV4 wordt er een afzonderlijk advies gevraagd. Scholen die deelnemen aan het tijdelijk project ‘Schoolbank op de werkplek’ en op 1 oktober 2018 minstens één inschrijving telden voor een opleiding zijn vrijgesteld van de programmatieprocedure voor die periode: “d) De organisatie van een duaal structuuronderdeel valt niet onder programmatie als de aanbieder het desbetreffend structuuronderdeel al experimenteel op 1 oktober 2018 (of 1 maart 2019, in het geval een Se-n-Se pas op 1 februari 2019 is opgestart) heeft ingericht én het niet twee aansluitende schooljaren heeft onderbroken. (Het driejarig tijdelijk project duaal leren gaat per 1 september 2019 over in een organiek systeem).”2
1.2 Criteria voor de beoordeling van de programmatieaanvragen De programmatieaanvragen moeten gemotiveerd worden en bij de beoordeling wordt rekening gehouden met deze criteria: 1 2
3 4 5
1 2
de eventuele beperkingen of voorwaarden (zoals frequentie, geografische inplanting, …) die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van het structuuronderdeel zijn gekoppeld; de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt; de keuzevrijheid van ouders en leerlingen; de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de aanbieder duaal leren of binnen de scholengemeenschap; de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van het geprogrammeerde structuuronderdeel;
Omzendbrief SO 61 ‘Programmatie in het voltijds gewoon secundair onderwijs’ (3.4) Ibidem (3.1)
1
6 7
8
de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld; de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters, binnen en buiten de scholengemeenschap in kwestie, zijn gemaakt over een rationeel en transparant studieaanbod; de afstemming binnen het overlegforum duaal leren waaronder de school of het centrum, als aanbieder, ressorteert.
2 Beschrijving van de programmatieaanvragen Gegeven de veelheid aan programmatieaanvragen en gegeven dat duaal leren voor het eerst wordt aangeboden binnen de reguliere regelgeving, is het zinvol om een eerste blik te werpen op de programmatieaanvragen en het te verwachten landschap voor duaal leren. De basis voor de analyses in dit advies is een combinatie van de overzichtstabel die AgODi aanleverde en een tabel over Schoolbank op de werkplek die werd aangeleverd door het departement Onderwijs en Vorming. Ook voor de leerlingenaantallen van Schoolbank op de werkplek werd er een beroep gedaan op een tabel van het departement Onderwijs en Vorming. De analyses zelf gebeurden door het Vlor-secretariaat. Er werden een aantal indicatoren toegevoegd door het Vlor-secretariaat en de leden van de technische werkgroep Programmaties Duaal Leren. In totaal werden er 397 dossiers voor advies voorgelegd. De Vlor adviseert er echter 399 omdat twee dossiers onterecht werden ingetrokken. Volgens AgODi waren er leerlingen in het tijdelijk project ingeschreven op 1 oktober 2018, maar dat blijkt volgens de indieners niet zo te zijn. In het ene geval gaat het om een heraanvraag omdat er geen leerlingen ingeschreven waren, in het andere gaat het om een uitbreiding van onderwijsbevoegdheid voor een andere vestigingsplaats. Voor de zekerheid worden beide dossiers dus toch opgenomen in het advies. Hoewel het om een eerste programmatieronde gaat, is er al een aanbod in duaal leren. Sinds 1 september 2016 konden scholen immers instappen in het tijdelijk project Schoolbank op de werkplek. In 2017 en 2018 werd dit project telkens uitgebreid met extra opleidingen en scholen. In totaal werden er zo op 1 oktober 2018 42 verschillende opleidingen aangeboden in 129 scholen voor in totaal 1163 leerlingen. Er zijn 99 scholen die een programmatiedossier hebben ingediend, waarvan 30 die voor het eerst minstens een duaal structuuronderdeel aanvragen voor het schooljaar 2019-2020. Er zijn grote verschillen in het aantal duale structuuronderdelen dat de scholen aanvraagt. Sommige scholen vragen veel opleidingen tegelijkertijd aan. Voor het overgrote merendeel is dit echter beperkt tot maximaal drie aanvragen. Zowel de langzame opstart of uitbreiding van het aanbod duale trajecten is te begrijpen als de aanvraag van veel duale trajecten tegelijkertijd. Het aanvragen van veel duale trajecten kan ingegeven zijn vanuit verschillende motieven:
¬ ¬
2
vanuit schoolorganisatorisch oogpunt is het gemakkelijker om personeel specifiek in te zetten voor duaal leren (bijvoorbeeld voor trajectbegeleiding) als er een minimumgrens wordt bereikt van het aantal leerlingen in duale trajecten. scholen geven aan dat het in de opstartfase gemakkelijker is om telkens een beperkt aantal kwaliteitsvolle leerwerkplekken te vinden te vinden voor meerdere opleidingen, dan veel kwaliteitsvolle leerwerkplekken voor één opleiding.
Aantal aangevraagde programmatiedossiers 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 13 14 16 18 22 29
Aantal scholen (N=99) 36 17 11 7 7 6 2 1 3 1 3 1 1 1 1 1
De 399 aanvragen zijn als volgt verdeeld over de verschillende studiegebieden:
Auto Bouw Chemie Grafische communicatie en media Handel Hout Koeling en warmte Land- en tuinbouw Lichaamsverzorging Mechanica-elektriciteit Mode Personenzorg Sport Textiel Voeding Totaal
40 58 4 6 12 40 4 29 17 87 1 33 3 1 64 399
10,0% 14,5% 1,0% 1,5% 3,0% 10,0% 1,0% 7,3% 4,3% 21,8% 0,3% 8,3% 0,8% 0,3% 16,0%
Een opdeling van de aanvragen per structuuronderdeel is terug te vinden in bijlage 1. Verdeeld over de onderwijsvormen en graden geeft dit volgend beeld:
2e graad
BSO 11 2,8%
TSO
Totaal 11 2,8%
3
3e graad Specialisatie / Se-n-Se Totaal
123 30,8%
18
4,5%
141
35,3%
232 58,1%
15
3,8%
247
61,9%
366 91,7%
33
8,3%
399
Het valt op dat er vooral programmaties worden aangevraagd voor structuuronderdelen in de specialisatiejaren van het bso. Dat is geen verrassing want de specialisatiejaren bso en ook Se-nSe-opleidingen lenen zich bijzonder goed voor duale trajecten. Werkplekleren is er meestal al sterk uitgebouwd, de leerlingen zijn arbeidsrijp en veel zelfstandiger en hebben al een aantal basiscompetenties verworven.
3 Aanpak van de advisering Om de grote hoeveelheid aanvragen te behandelen, werd er gekozen voor deze aanpak:
¬ ¬ ¬
Indien de Vlor na bespreking van het dossier oordeelt dat een aanvraag in voldoende mate beantwoordt aan de beoordelingscriteria, dan wordt aan deze aanvraag een gunstig advies verstrekt. Gunstige adviezen worden niet verder gemotiveerd. Indien de Vlor na bespreking van het dossier oordeelt dat een aanvraag in onvoldoende mate beantwoordt aan de beoordelingscriteria, dan wordt aan deze aanvraag een ongunstig advies verstrekt. Ongunstige adviezen worden kort gemotiveerd in dit advies. In de tabel in bijlage 2 zijn alle adviezen over de individuele dossiers toegevoegd.
Om de dossiers op een transparante manier te beoordelen, is er gekozen om ze te beoordelen in clusters. Die worden toegelicht in de volgende paragraaf.
4 Beoordeling van de dossiers 4.1 Globaal De Vlor is tevreden met de grote interesse voor de opstart of verdere uitbreiding van duaal leren in heel wat scholen. Gegeven de ervaringen van het tijdelijk project Schoolbank op de werkplek is het gemiddeld aantal inschrijvingen per opleiding per school nog relatief laag. Vanuit die context is het dan ook belangrijk dat zoveel mogelijk scholen de kans krijgen om duaal leren uit te bouwen en de duale trajecten langzaam te laten groeien. Op basis van de gehanteerde criteria worden er in totaal vijf dossiers negatief geadviseerd.
4.2 Macrodoelmatigheid (criterium 1) en de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt (criterium 2) In het project Schoolbank op de werkplek is het gemiddeld aantal leerlingen per opleiding per school relatief beperkt. In totaal werden er op 1 oktober 2018 342 duale trajecten aangeboden in de verschillende scholen van het gewoon secundair onderwijs voor 1163 leerlingen. Dat betekent een gemiddelde van 3,4 leerling per georganiseerde duale opleiding. Daarnaast zijn er nog heel wat scholen die een duale opleiding hadden aangevraagd binnen het tijdelijk project, maar geen inschrijving hadden op 1/10/2018.
4
De Vlor gaat ervan uit dat het aantal inschrijvingen ook voor de nieuwe programmaties initieel relatief beperkt zal zijn en dat er voor een aantal opleidingen waarschijnlijk geen inschrijvingen zullen zijn. De relatieve onbekendheid van duaal leren bij leerlingen, ouders en bedrijven en het feit dat de scholen zelf nog zoekend zijn om duaal leren een plaats te geven in het aanbod zijn hiervoor logische verklaringen. Bij de beoordeling van de criteria 1 en 2 werd er ook gebruik gemaakt van een tabel die op het Vlaams partnerschap duaal leren werd gepresenteerd en die per standaardtraject gegevens bevat over:
¬ ¬ ¬ ¬
of de opleiding opleidt tot een knelpuntberoep; VDAB-cijfers over vacatures; de VDAB-studie voor schoolverlaters; het aantal erkende leerwerkplekken;
De sectoren kregen de kans om deze informatie aan te vullen, maar niet alle sectoren maakten van die mogelijkheid gebruik. Het aantal programmatieaanvragen per standaardtraject werd vergeleken met de cijfers uit deze tabel. De Vlor komt tot de conclusie dat er voor geen enkele opleiding teveel programmatieaanvragen ingediend werden, zeker gezien het lage gemiddelde per duaal traject en gegeven de ondersteuning die er voorzien is van sectorale partnerschappen en regionale overlegfora als scholen in eerste instantie onvoldoende leerwerkplekken vinden. Daarenboven verwacht de Vlor dat er bedrijven een erkenning zullen aanvragen naar aanleiding van een concrete vraag van een school om een duaal traject op te starten. Tot slot vindt de Vlor het belangrijk dat scholen bij de opstart van duaal leren de kans krijgen om het stapsgewijs uit te bouwen zowel qua expertise als qua netwerkwerk van leerwerkplekken.
4.3 Keuzevrijheid (criterium 3) De Vlor respecteert het principe van de vrije keuze van ouders en leerlingen tussen vrij en officieel onderwijs.
4.4 Studiecontinuïteit (criterium 4) De Vlor adviseert alle programmatieaanvragen positief van specialisatiejaren of Se-n-Seopleidingen die zich situeren in een studiegebied waarvan de school al een tweede jaar van de derde graad duaal organiseerde. In totaal gaat om 63 dossiers (15,8%). Leerlingen die een derde graad in een duaal traject hebben gevolgd, moeten immers de mogelijkheid hebben om hun specialisatiejaar of Se-n-Se ook duaal te volgen. In punt 2 werd al beargumenteerd waarom duaal leren bij uitstek geschikt is voor het specialisatiejaar en Se-n-Se-opleidingen.
4.5 Materiële infrastructuur, samenwerking met lokale arbeidsmarktactoren en bedrijfswereld (criterium 5 en 6) De Vlor adviseert alle programmatieaanvragen positief voor duale structuuronderdelen die behoren tot een studiegebied dat de school al aanbiedt vanuit de idee dat de materiële
5
infrastructuur, inhoudelijke expertise en netwerken van bedrijven aanwezig zijn voor de programmatie van een duaal traject. In totaal gaat het slechts om zes dossiers waarbij dit criterium niet vervuld is. Voor vijf dossiers wordt hiervoor een negatief gegeven, voor het andere wordt er een duidelijke samenwerking in het vooruitzicht gesteld met een andere onderwijsinstelling van de scholengemeenschap. Vanuit eenzelfde logica adviseert de Vlor ook de programmatiedossiers positief van scholen die:
¬
in het schooljaar 2017-2018 een duaal traject organiseerden in het kader van het tijdelijk project Schoolbank op de werkplek, maar op 1 oktober 2018 geen inschrijvingen hadden. Omdat het om een tijdelijk project gaat, hebben deze scholen geen recht op één ‘gedoogjaar’ alvorens ze een nieuwe programmatie moeten aanvragen. ¬ in het schooljaar 2018-2019 een duaal traject wilden opstarten in het kader van het tijdelijk project Schoolbank op de werkplek, maar op 1 oktober 2018 geen inschrijvingen hadden. In totaal gaat het om 77 dossiers (19,3%). De samenwerking met de lokale arbeidsmarktactoren en bedrijfswereld is uiteraard cruciaal om duale trajecten vorm te geven. De Vlor heeft wel een aantal vragen bij de beoordeling van dit criterium:
¬
¬
Moeten er al effectieve leerwerkplekken zijn op het moment van aanvraag van de programmatie? Aangezien de Vlor verwacht dat het om een relatief beperkt aantal leerlingen gaat, is dit geen noodzaak. De scholen hebben meestal een eigen netwerk en moest dat niet volstaan kan er een beroep worden gedaan op ondersteuning. (zie ook 4.2) De sectoren zijn verschillend omgegaan met vragen van scholen om hun programmatiedossier te steunen. Sommige sectoren hebben alle scholen gesteund die deze vraag stelden, andere sectoren hebben dit voor geen enkele school gedaan.
4.6 Afspraken met andere lokale onderwijsverstrekkers (criterium 7) De Vlor richt zich voor de beoordeling van dit criterium op het akkoord van de scholengemeenschap dat bij het aanvraagdossier gevoegd moet zijn.
4.7 Afstemming binnen overlegforum (criterium 8) De opdracht van de overlegfora heeft betrekking op een brede context van onderwerpen over de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt maar met een expliciete focus op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen (art. 55 van het decreet duaal leren – art. 357/35 van de codex SO). Het organiseert structureel overleg rond en signaleert problemen bij: 1 2
3 4 5
de afstemming van het opleidingsaanbod op de mogelijkheden binnen de lokale arbeidsmarkt en tussen de verschillende aanbieders duaal leren; het opzetten van al dan niet tijdelijke samenwerkingsverbanden tussen de verschillende betrokken partijen binnen duaal leren, met het oog op een versterking van de link tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt voor de leerling; sensibilisering en mobilisering van de lokale arbeidsmarkt; de bevordering van de vlotte overgang van leerlingen van onderwijs naar de arbeidsmarkt; de analyse van de lokale arbeidsmarkt in functie van het huidige en toekomstige opleidingsaanbod, gebruik makende van de beschikbare gegevens.
Omdat de overlegfora een nieuw gegeven zijn voor het decreet duaal leren, zijn ze in veel
6
gevallen amper opgestart en blijkt dat de programmatieaanvragen op veel plaatsen nog niet besproken werden. Omdat de fora nog nadenken over een concrete invulling van hun opdracht op het vlak van onderwijsaanbod, is het niet opportuun om het achtste criterium al in rekening te brengen bij de beoordeling van de dossiers. Voor de toekomstige programmatieaanvragen verwacht de Vlor dat het op tijd duidelijk is welke rol de regionale overlegfora opnemen en wat er van de scholen wordt verwacht op welk moment in de procedure. Het is voor de Vlor voorlopig onduidelijk wie het werk van regionale overlegfora effectief zal ondersteunen en uitvoeren.
5 Communicatie naar de scholen De communicatie naar de scholen over het al dan niet van toepassing zijn van een ‘gedoogjaar’ voor duale structuuronderdelen die aangevraagd worden voor het schooljaar 2019-2020 is niet duidelijk geweest. Door een verschillende interpretatie van de regelgeving werd aan een aantal scholen gemeld dat er een gedoogjaar van toepassing was, aan andere werd dit niet gemeld. Daardoor hebben een aantal scholen nu een aanvraag ingediend met de intentie om pas effectief van start te gaan in het schooljaar 2020-2021. Nu blijkt dat dit niet mogelijk is en dezelfde regeling geldt als voor het gewoon secundair onderwijs, zou het kunnen dat een aantal scholen een jaar vroeger zullen opstarten dan voorzien. Om hen de kans te geven zich zo goed mogelijk voor te bereiden, is het belangrijk dat de scholen zo snel mogelijk op de hoogte worden gebracht van de beslissing. Uit de communicatie aan de scholen moet ook duidelijk blijken dat het gaat om programmaties voor het schooljaar 2019-202O en dat als er geen leerlingen ingeschreven zijn op 1 oktober 2019, er een nieuwe programmatieaanvraag moet ingediend worden voor het schooljaar 2020-2021.
Marleen Colpin secretaris Raad Secundair Onderwijs
Saskia Lieveyns voorzitter Raad Secundair Onderwijs
7
6 Bijlage 1: Overzicht van de programmatieaanvragen duaal per structuuronderdeel auto 3e graad Autotechnieken duaal TSO 3e graad Koetswerk duaal BSO 3e graad Onderhoudsmechanica auto duaal BSO Polyvalent mecanicien zware bedrijfsvoertuigen duaal Se-n-Se TSO specialisatiejaar 3e graad Onderhoudsmecanicien zware bedrijfsvoertuigen duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Polyvalent mecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Spuiter carrosserie duaal BSO bouw 3e graad Afwerking bouw duaal BSO 3e graad Bouwplaatsmachinist duaal BSO 3e graad Decoratie en schilderwerken duaal BSO 3e graad Ruwbouw duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Asfalt- en betonwegenbouwer duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Dakwerker duaal BSO specialisatiejaar 3e graad IJzervlechter en bekister-betonneerder duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Monteur steigerbouw duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Restauratievakman schilder-decorateur duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Stukadoor duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Vloerder-tegelzetter duaal BSO chemie Chemische procestechnieken duaal Se-n-Se TSO grafische communicatie en media specialisatiejaar 3e graad Offsetrotatie- en flexodrukker duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Operator digitaal drukken in de printmedia/papier- en kartonverwerking duaal BSO handel 3e graad Logistiek duaal BSO hout specialisatiejaar 3e graad Daktimmerman duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Decor- en standenbouwer duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Interieurbouwer duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Operator CNC-gestuurde houtbewerkingsmachines duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Schrijnwerker houtbouw duaal koeling en warmte Technicus hernieuwbare energie duaal Se-n-Se TSO land- en tuinbouw 3e graad Dier en milieu duaal BSO 3e graad Groenaanleg en -beheer duaal BSO 3e graad Groendecoratie duaal BSO
8
40 3 6 7 2 4 11 7 58 8 1 10 9 1 4 3 1 8 3 10 4 4 6 4 2 12 12 40 4 3 18 8 7 4 4 29 3 9 4
3e graad Plant en milieu duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Tuinaanlegger-groenbeheerder duaal lichaamsverzorging 3e graad Haarverzorging duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Kapper-stylist duaal BSO mechanica-elektriciteit 3e graad Elektrische installaties duaal BSO 3e graad Elektromechanische technieken duaal TSO 3e graad Elektrotechnieken duaal TSO 3e graad Lassen-constructie duaal BSO 3e graad Mechanische vormgeving duaal BSO 3e graad Mechanische vormgevingstechnieken duaal TSO 3e graad Onderhoudsmechanica duaal BSO Beveiligingstechnicus duaal Se-n-Se TSO specialisatiejaar 3e graad Elektrotechnicus duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Installateur gebouwenautomatisering duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Lasser-monteerder duaal BSO mode 3e graad Textielverzorging duaal BSO personenzorg specialisatiejaar 3e graad Kinderbegeleider duaal BSO specialisatiejaar 3e graad zorgkundige duaal BSO sport Fitnessbegeleider duaal Se-n-Se TSO textiel specialisatiejaar 3e graad Productieoperator textielproductielijn duaal BSO voeding 2e graad Bakkerij duaal BSO 2e graad Slagerij duaal BSO 3e graad Brood- en banketbakkerij duaal BSO 3e graad Grootkeuken en catering duaal BSO 3e graad Slagerij duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Chocolatier duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Gespecialiseerd verkoper slagerij duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Grootkeukenkok duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Hotelreceptionist duaal BSO specialisatiejaar 3e graad Kok duaal BSO Eindtotaal
2 11 17 2 15 87 11 5 4 14 3 6 6 2 14 9 13 1 1 33 16 17 3 3 1 1 64 6 5 2 10 5 7 4 7 3 15 399
9