Skip to main content

Jaarverslag_associaties_2016.pdf

Page 1

VERSLAG OVER DE FINANCIËLE TOESTAND EN DE EVOLUTIE VAN HET PERSONEELSBESTAND VAN HET HOGER ONDERWIJS IN 2016

DEEL 3 – sector associaties

1


INHOUDSTAFEL INLEIDING........................................................................................................................... 4

1

LIJST VAN DE ASSOCIATIES EN HUN INSTELLINGEN ........................................... 5

2

FINANCIËLE ANALYSE VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE ASSOCIATIES ...... 6

3

2.1

AGGREGATIE EN VERGELIJKBAARHEID ...................................................................................... 6

2.2

GEAGGREGEERDE JAARREKENING ............................................................................................ 6

2.2.1

Geaggregeerde bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten ................................................................ 7

2.2.2

Geaggregeerd bedrijfsoverschot / bedrijfstekort ............................................................................ 8

2.2.3

Geaggregeerd financieel resultaat ................................................................................................ 9

2.2.4

Geaggregeerd uitzonderlijk resultaat ........................................................................................... 10

2.2.5

Evolutie en opbouw van het geaggregeerd resultaat van het boekjaar ...................................... 11

2.3

JAARREKENING: ENKELE KENGETALLEN PER ASSOCIATIE .................................................. 13

2.4

GEAGGREGEERDE BALANS ........................................................................................................ 14

2.4.1

Activa ........................................................................................................................................... 16

2.4.2

Passiva ........................................................................................................................................ 18

FINANCIERING VAN PROJECTEN ........................................................................... 20 3.1

INTERFACEDIENST ....................................................................................................................... 20

3.2

INDUSTRIEEL ONDERZOEKSFONDS .......................................................................................... 21

3.3

EXPERTISECEL WETENSCHAPSCOMMUNICATIE .................................................................... 21

3.4

EXPERTISENETWERK LERARENOPLEIDING ............................................................................. 22

3.5

SPORT............................................................................................................................................. 23

3.6

SUPERCOMPUTER ........................................................................................................................ 23

3.7

ANDERE .......................................................................................................................................... 24

3.7.1

Ecocampus .................................................................................................................................. 24

3.7.2

Brutus ........................................................................................................................................... 24

3.7.3

Taal tot de derde macht ............................................................................................................... 25

3.7.4

Kunst ............................................................................................................................................ 25

3.7.5

Droge Voeding Kassa 4 ............................................................................................................... 25

3.7.6

Makerspace ................................................................................................................................. 25

3.7.7

Kick Off the Campus .................................................................................................................... 25

2


4

CONCLUSIES ............................................................................................................. 26

3


INLEIDING De analyse van de financiële toestand van de associaties vormt deel 3 van het verslag dat wil rapporteren over het hoger onderwijs. Een associatie in het Vlaams hoger onderwijs is een samenwerkingsverband tussen één universiteit en één of meer hogescholen. Associaties werden opgericht onder de vorm van een “vereniging zonder winstoogmerk” en dit op grond van artikel II.8 van de Codex Hoger Onderwijs van 20 december 2013. De associaties zijn een concreet resultaat van het Bolognaproces dat de bedoeling had om het hoger onderwijs efficiënter te organiseren. Een specifieke taak van de associatie was bijvoorbeeld het begeleiden van het academiseringsproces van de twee cycli-opleidingen van de hogescholen. Krachtens artikel IV.80 van de Codex Hoger Onderwijs voeren de associaties een algemene boekhouding met inachtneming van de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden. Artikel IV.122 van de Codex Hoger Onderwijs bepaalt dat er verslag dient te worden uitgebracht over de financiële toestand van de associaties. In dit deel van het sectorverslag 2016 worden de jaarrekeningen van de associaties van de boekjaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016 onder de loep genomen. In tegenstelling tot het verslag over de financiële toestand van de hogescholen en universiteiten wordt er voor de associaties geen vergelijking gemaakt van jaarrekening 2016 met begroting 2016 omdat de associaties hun begroting niet op een uniforme wijze opmaken en er dus geen uniforme gegevens beschikbaar zijn.

4


1 LIJST VAN DE ASSOCIATIES EN HUN INSTELLINGEN Er zijn 5 associaties die werden opgebouwd rond de 5 universiteiten. De Associatie KU Leuven bestaat uit 9 partners en is daarmee de grootste associatie in Vlaanderen. De AUHL en de UAB daarentegen bestaan slechts uit 2 partners en zijn de kleinste associaties. BENAMING ASSOCIATIE MET HAAR INSTELLINGEN Associatie KU Leuven - KU Leuven - UC Leuven - Luca School of Arts - Odisee 1 - Katholieke Hogeschool Vives Noord - Katholieke Hogeschool Vives Zuid - UC Limburg - Thomas More Kempen - Thomas More Mechelen-Antwerpen Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen - Universiteit Antwerpen - Karel de Grote Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen - Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen - Hogere Zeevaartschool Antwerpen Associatie Universiteit Gent - Universiteit Gent - Hogeschool Gent - Arteveldehogeschool - Hogeschool West-Vlaanderen Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg - Universiteit Hasselt - Hogeschool PXL Universitaire Associatie Brussel - Vrije Universiteit Brussel - Erasmushogeschool Brussel 1

AFKORTING

ZETEL

REGERINGSCOMMISSARIS

Associatie KU Leuven 3000 Leuven

Jozef De Cuyper

AUHA

2020 Antwerpen

Jan De Groof

AUGent

9000 Gent

Yannick De Clercq

AUHL

3590 Diepenbeek Jan De Groof

UAB

1000 Brussel

Johan Dhondt

Sinds 22-9-2014, voorheen HUB-KAHO

5


2 FINANCIËLE ANALYSE VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE ASSOCIATIES 2.1 AGGREGATIE EN VERGELIJKBAARHEID De financiële analyse werd uitgevoerd op de geaggregeerde gegevens van de vijf associaties. Aangezien de associaties de vorm van een vzw hebben, moet hun jaarrekening worden neergelegd bij de Nationale Bank binnen de dertig dagen na goedkeuring ervan door de Algemene Vergadering. Ze zijn dan ook verplicht om het geijkte model van de Nationale Bank te gebruiken. De geaggregeerde resultatenrekening werd opgesteld conform de wet op de jaarrekening van de verenigingen. Enkel de bedragen van de verenigingen zijn opgenomen, los van de projecten.

2.2 GEAGGREGEERDE JAARREKENING RESULTATENREKENING

Resultatenrekening

codes

(eenheden euro)

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

2012

2013

2014

2015

2016

Bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten Brutomarge .

(+) (-)

Bedrijfsopbrengsten* waarvan :Omzet*

.

199.585

(67.923)

792.511

(412.684)

(772.738)

10.832.597

14.332.803

17.797.008

17.033.595

16.757.843

10.633.012

14.400.725

17.004.497

17.446.280

17.530.581

62

0

0

0

0

0

630

17.809

56.418

62.355

61.027

16.646

70

Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies* Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen, diensten en diverse goederen*

Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa

9900 70/74 73 60/61

(+) (-)

Waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen (toevoegingen +, terugnemingen -)

(+) (-)

631/4

0

0

0

0

0

Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -)

(+) (-)

635/8

0

0

0

0

0

640/8

56.238

2.812

1.220

1.223

1.729

Andere bedrijfskosten Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten

(-)

649

0

0

0

0

0

(+) (-)

9901

125.538

(127.153)

728.936

(474.934)

(791.113)

Financiële opbrengsten

75

24.411

14.908

10.675

2.667

874

Financiële kosten

65

1.266

1.990

1.748

1.107

760

9902

148.683

(114.234)

737.863

(473.375)

(790.999)

Uitzonderlijke opbrengsten

76

27.427

0

0

164.071

4.569

Uitzonderlijke kosten

66

680

0

0

0

0

175.430

(114.234)

737.863

(309.304)

(786.430)

Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)

Overschot (Tekort) uit de gewone bedrijfsuitoefening

Overschot (Tekort) van het boekjaar

(+) (-)

(+) (-)

9904

* : Facultatieve vermelding

6


2.2.1

Geaggregeerde bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten

Voor hun bedrijfsopbrengsten zijn de associaties deels afhankelijk van een rechtstreekse tussenkomst van de overheid (decretale toelage) en deels van de bijdragen van de partners (lidgelden). Afzonderlijke projecten worden eveneens door de overheid of door andere instanties gefinancierd. De kosten en de opbrengsten van de vereniging worden niet beïnvloed door de projecten. De bewegingen rond de projecten zijn neutraal wat inkomsten en uitgaven betreft en indien er toch overschotten zijn dan worden ze via de bestemde fondsen in de jaarrekening tot uiting gebracht. De ‘brutomarge’ wordt berekend als het verschil tussen de opbrengsten van de vzw en haar belangrijkste kosten. Onder de opbrengsten worden de omzet, de subsidies, de lidgelden, de schenkingen en de legaten opgenomen. Andere bedrijfsopbrengsten zitten niet vervat in de brutomarge aangezien ze niet rechtstreeks verkregen zijn in het kader van de activiteiten van de vereniging. Onder de kosten worden de kosten van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen, diensten en diverse goederen opgenomen omdat deze in rechtstreeks verband staan met de omzet. De omzet bestaat uit het bedrag van de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening. De tegemoetkomingen van de overheid en de ontvangen lidgelden, de schenkingen en de legaten worden onder rubriek 73 gecatalogeerd. De basissubsidie voorzien voor de associaties werd voor het eerst toegekend in 2008. Deze decretale toelage voor de werking van de vzw wordt jaarlijks aangepast aan de muntontwaarding. In 2008 bedroeg ze 101.900 EUR per associatie. In 2016 is de basissubsidie gestegen naar 108.200 EUR. De bijdrage van de leden partners van de associatie wordt jaarlijks vastgelegd op basis van gemeenschappelijk overleg. In het boekjaar 2016 realiseren de associaties samen een negatieve brutomarge van 772.738 EUR. Deze brutomarge ligt 360.054 EUR of 87,25% lager dan in 2015. Dit is toe te schrijven aan de ongunstige evolutie van de cijfers van de UAB (-544.642 EUR) en de AUHL (-12.455 EUR) t.o.v. deze van het boekjaar 2015. Bij de Associatie KU Leuven (+106.570 EUR), de AUHA (+67.285 EUR) en de AU Gent (+23.188 EUR) stijgt de brutomarge t.o.v. deze van het boekjaar 2015. Artikel II.14 van de Codex Hoger Onderwijs stipuleert dat de partners een personeelslid kunnen belasten met een opdracht bij de associatie, ongeacht de aard van de tewerkstelling. Het betrokken personeelslid blijft gedurende de opdracht wel behoren tot de terbeschikkingstellende instelling. Er worden dan ook door geen enkele associatie kosten voor bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen opgegeven. De geaggregeerde kosten voor ‘afschrijvingen en waardeverminderingen op OK/IVA/MVA’ liggen 44.381 EUR of 72,72% lager in 2016 dan in 2015. De ‘andere bedrijfskosten’ omvatten o.a. de minwaarde op vorderingen en de onderschatting van leveranciersschuld. Deze geaggregeerde kosten liggen 506 EUR of 41,38% hoger in 2016 dan in 2015. 7


In 2013 was er een substantiële daling van deze kosten bij de Associatie KU Leuven (-33.297 EUR) en bij de UAB (-19.873 EUR) t.o.v. het boekjaar 2012. Bij de Associatie KU Leuven lag de oorzaak van deze daling bij de post ‘successie- en schenkingsrechten’. In 2012 werden er kosten gemaakt in het kader van een dossier ‘nalatenschap’. Deze kosten werden echter gerecupereerd daar ze werden afgehouden van de schenking die de vzw deed aan de KU Leuven zodra het legaat werd ontvangen. Bij de UAB werden in 2012 een aantal correcties na een uitgevoerde audit verwerkt.

2.2.2

Geaggregeerd bedrijfsoverschot / bedrijfstekort

Het bedrijfstekort van 2015 evolueerde naar een nog groter tekort in 2016. De associaties boeken in 2016 samen een bedrijfstekort van 791.113 EUR. Vertaald in een absoluut cijfer betekent dit een minopbrengst van 316.179 EUR t.o.v. 2015. Dit is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de afname van de brutomarge. Vanaf 2014 wordt de volledige subsidie van de Vlaamse overheid voor de industriële onderzoeksfondsen uitsluitend aan de associaties overgemaakt. Als gevolg hiervan is er in 2014 een belangrijke toename te noteren bij de rubriek ‘subsidies’ van de UAB en de AUHA. De Associatie KU Leuven, de AUGent en de AUHL beslisten vroeger reeds deze dotatie op associatieniveau te houden. Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort) 1.000.000 800.000

600.000 400.000

eenheden euro

200.000 0 (200.000) (400.000) (600.000) (800.000) (1.000.000)

2012

2013

2014

2015

2016

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

125.538

(127.153)

728.936

(474.934)

(791.113)

Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)

Evolutie bedrijfsoverschot (bedrijfstekort) : .

codes

ten opzichte van jaarrekening 2015

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR16-JR15

JR16-JR15

2015

2016

absolute

relatieve

wijziging

wijziging

(eenheden euro)

Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)

(+) / (-)

9901

(474.934)

(791.113)

- 316.179

- 66,57 %

8


2.2.3

Geaggregeerd financieel resultaat

Het financieel resultaat is het verschil tussen de financiële opbrengsten en de financiële kosten. De financiële opbrengsten van de associaties omvatten o.a. bankinteresten uit spaartegoed en betalingsverschillen. De financiële kosten omvatten o.a. bankkosten, betalingsverschillen en roerende voorheffing op interesten. In het boekjaar 2016 realiseren de associaties samen een financieel resultaat van 114 EUR. De financiële opbrengsten dalen in 2016 met 67,23% en de financiële kosten met 31,37%. De financiële opbrengsten dalen dus sneller dan de financiële kosten. In 2016 realiseerden de associaties samen dan ook een financieel resultaat dat 1.446 EUR of 92,68% lager ligt dan in 2015. De financiële opbrengsten dalen het meest bij de UAB (-775 EUR), gevolgd door de Associatie KU Leuven (-669 EUR), de AUHA (-314 EUR) en ten slotte de AUGent (-34 EUR). De AUHL heeft noch in 2015, noch in 2016 financiële opbrengsten. De financiële kosten dalen bij de UAB (-302 EUR). Bij de AUGent zijn er geen financiële kosten. Ze stijgen bij de Associatie KU Leuven (+62 EUR), de AUHA (+15 EUR) en bij de AUHL (+1 EUR). Financiële opbrengsten / kosten RR |75/65| 25.000

eenheden euro

20.000

15.000

10.000

5.000

0

Financieel resultaat

2012

2013

2014

2015

2016

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

23.145

12.919

8.927

1.560

114

9


Evolutie financiële opbrengsten / kosten : .

codes

ten opzichte van jaarrekening 2015

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR16-JR15

JR16-JR15

2015

2016

absolute

relatieve

wijziging

wijziging

(eenheden euro)

Financiële opbrengsten

75

2.667

874

- 1.793

- 67,23 %

Financiële kosten

65

1.107

760

- 347

- 31,37 %

75/65

1.560

114

- 1.446

- 92,68 %

Financieel resultaat

(+) / (-)

In 2016 geven het bedrijfstekort van 791.113 EUR en het financieel resultaat van 114 EUR samen een tekort uit de gewone bedrijfsuitoefening van 790.999 EUR. Dit is nog 317.624 EUR of 67,10% meer tekort dan in 2015.

2.2.4

Geaggregeerd uitzonderlijk resultaat

Het uitzonderlijk resultaat is het verschil tussen de uitzonderlijke opbrengsten en de uitzonderlijke kosten. De uitzonderlijke opbrengsten van de associaties betreffen niet-recurrente en/of niet gebruikelijke opbrengsten zoals o.a. de meerwaarde bij de verkoop van een vast actief of een eenmalige gift die niet als bestendig vermogensmiddel kan worden geboekt. De uitzonderlijke kosten omvatten o.a. te retourneren subsidies. Na een doorlichting bijvoorbeeld van het financieel verslag betreffende het project BRUTUS, Brusselse Tutoren voor Scholieren, in het kader van Managers van Diversiteit 2007, werd vastgesteld dat de gestorte subsidie groter was dan de ingebrachte kosten en diende bijgevolg het teveel ontvangen bedrag aan de Vlaamse overheid teruggestort te worden. In 2012 boeken de associaties een positief uitzonderlijk resultaat. Dit is volledig toe te schrijven aan de uitzonderlijke opbrengsten van de AUHL. De AUHL heeft in 2011 een bedrag van 27.400 EUR begroot en bevroren voor de organisatie van Innoventivity Day, verdeeld over een aantal kostenplaatsen. In oktober 2012 kwam echter de bevestiging dat alle kosten betaald zouden worden via een Tetra-project van de Universiteit Hasselt. Het voorziene bedrag werd dus niet meer aangesproken en is in jaarrekening 2012 geboekt als een uitzonderlijke opbrengst. In 2013 en 2014 waren er noch uitzonderlijke opbrengsten, noch uitzonderlijke kosten en bedroeg het uitzonderlijk resultaat dus 0 EUR. Het positief uitzonderlijk resultaat van 2015 is uitsluitend toe te schrijven aan de AUHA en dit van 2016 aan de AUGent.

10


Uitzonderlijke opbrengsten / kosten RR |76/66| 180.000 160.000

140.000

eenheden euro

120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0

Uitzonderlijk resultaat

2012

2013

2014

2015

2016

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

26.747

0

0

164.071

4.569

Evolutie uitzonderlijke opbrengsten / kosten : .

codes

ten opzichte van jaarrekening 2015

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR16-JR15

JR16-JR15

2015

2016

absolute

relatieve

wijziging

wijziging

(eenheden euro)

Uitzonderlijke opbrengsten

76

164.071

4.569

- 159.502

Uitzonderlijke kosten

66

0

0

+0

164.071

4.569

- 159.502

Uitzonderlijk resultaat

2.2.5

(+) / (-)

76/66

- 97,22 %

- 97,22 %

Evolutie en opbouw van het geaggregeerd resultaat van het boekjaar

Het resultaat dat de associaties uit hun activiteiten behalen, is negatief. De associaties boeken in 2016 samen een tekort van het boekjaar van 786.430 EUR. Dit is 477.126 EUR of 154,26% minder dan in het boekjaar 2015.

11


Overschot (Tekort) van het boekjaar 1.000.000 800.000

600.000 400.000

eenheden euro

200.000 0 (200.000) (400.000) (600.000) (800.000) (1.000.000)

Overschot (Tekort) van het boekjaar

2012

2013

2014

2015

2016

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

175.430

(114.234)

737.863

(309.304)

(786.430)

Dit tekort van het boekjaar is opgebouwd uit 3 componenten: het bedrijfstekort (9901), het financieel resultaat (75/65) en het uitzonderlijk resultaat (76/66). Evolutie overschot / tekort van het boekjaar : .

codes

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR16-JR15

JR16-JR15

2015

2016

absolute

relatieve

wijziging

wijziging

ten opzichte van jaarrekening 2015

(eenheden euro)

Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)

(+) / (-)

9901

(474.934)

(791.113)

- 316.179

- 66,57 %

Financieel resultaat

(+) / (-)

75/65

1.560

114

- 1.446

- 92,68 %

Uitzonderlijk resultaat

(+) / (-)

76/66

164.071

4.569

- 159.502

- 97,22 %

Overschot (Tekort) van het boekjaar

(+) / (-)

9904

(309.304)

(786.430)

- 477.126

- 154,26 %

Overschot (Tekort) van het boekjaar

codes

(% aandeel in overschot (tekort) van het boekjaar)

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

2012

2013

2014

2015

2016

Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)

(+) / (-)

9901

71,56 %

111,31 %

98,79 %

153,55 %

100,60 %

Financieel resultaat

(+) / (-)

75/65

13,19 %

- 11,31 %

1,21 %

- 0,50 %

- 0,01 %

Uitzonderlijk resultaat

(+) / (-)

76/66

15,25 %

0,00 %

0,00 %

- 53,05 %

- 0,58 %

Overschot (Tekort) van het boekjaar

(+) / (-)

9904

100,00 %

100,00 %

100,00 %

100,00 %

100,00 %

12


2.3 JAARREKENING: ENKELE KENGETALLEN PER ASSOCIATIE Overschot (Tekort) van het boekjaar per associatie - Boekjaar 2016

Overschot (Tekort) van het

Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)

Financieel resultaat

Boekjaar (absolute bedragen in eenheden euro)

Associatie KU Leuven

Bedrag

Uitzonderlijk resultaat

RR |75/65| % Ag A

Bedrag

% Ag A

% O/T

Bedrag

% Ag A

RR |76/66| % O/T

Bedrag

% Ag A

% O/T

21.566

- 2,74 %

21.597

- 2,73 %

100,14 %

(31)

- 27,16 %

- 0,14 %

0

0,00 %

0,00 %

3.741

- 0,48 %

(828)

0,10 %

- 22,13 %

0

0,00 %

0,00 %

4.569

100,00 %

122,13 %

AUHA

(107.990)

13,73 %

(107.880)

13,64 %

99,90 %

(111)

- 96,92 %

0,10 %

0

0,00 %

0,00 %

AUHL

(22.303)

2,84 %

(22.251)

2,81 %

99,77 %

(52)

- 45,92 %

0,23 %

0

0,00 %

0,00 %

UAB

(681.444)

86,65 %

(681.752)

86,18 %

100,05 %

308

270,00 %

- 0,05 %

0

0,00 %

0,00 %

Aggregatie A

(786.430)

100,00 %

(791.113)

100,00 %

100,60 %

114

100,00 %

- 0,01 %

4.569

100,00 %

- 0,58 %

Rekenkundig gemiddelde

(157.286)

75,54 %

23

0,03 %

914

Laagste waarde

(681.444)

- 2,74 %

(681.752)

- 2,73 %

- 22,13 %

(111)

- 96,92 %

- 0,14 %

0

0,00 %

0,00 %

21.566

86,65 %

21.597

86,18 %

100,14 %

308

270,00 %

0,23 %

4.569

100,00 %

122,13 %

AUGent

Hoogste waarde

(158.223)

24,43 %

% Ag A = procentueel aandeel van de rubriek in het geaggregeerd bedrag van de associaties % O/T = procentueel aandeel van de rubriek in het overschot (tekort) van het boekjaar van de associatie

In 2016 bedraagt het tekort van het boekjaar van de associaties samen 786.430 EUR. Hierin verwerft de UAB met 681.444 EUR of 86,65% het grootste individuele aandeel, gevolgd door de AUHA met 107.990 EUR of 13,73% en de AUHL met 22.303 EUR of 2,84%. De Associatie KU Leuven heeft een overschot van het boekjaar van 21.566 EUR (-2,73%) en de AU Gent van 3.741 EUR (-0,48%). Het geaggregeerd bedrijfstekort bedraagt 791.113 EUR. Hierin verwerft de UAB met 86,18% het grootste individuele aandeel, gevolgd door de AUHA (13,64%), de AUHL (2,81%) en de AUGent (0,10%). De Associatie KU Leuven heeft een bedrijfsoverschot (-2,73%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het overschot/tekort (JR9901) van het boekjaar van de associatie is het grootst bij de Associatie KU Leuven (100,14%) en het kleinst bij de AUGent (-22,13%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt 100,60%. Het geaggregeerd financieel resultaat bedraagt 114 EUR. Hierin verwerft de UAB met 270,00% het grootste individuele aandeel. De AUHA verwerft met -96,92% het kleinste individuele aandeel, gevolgd door de AUHL (-45,92%) en de Associatie KU Leuven (-27,16%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associatie is het grootst bij de AUHL (0,23%) en het kleinst bij de Associatie KU Leuven (-0,14%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt -0,01 %. Het geaggregeerd uitzonderlijk resultaat bedraagt 4.569 EUR. Dit is volledig toe te schrijven aan de AUGent. Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt -0,58%.

13


2.4 GEAGGREGEERDE BALANS BALANS NA WINSTVERDELING

ACTIVA

codes

(eenheden euro)

VASTE ACTIVA

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

2012

2013

2014

2015

2016

40.172

105.390

109.743

53.383

36.917

Oprichtingskosten

20

0

0

0

0

0

Immateriële vaste activa

21

0

0

0

0

0

Materiële vaste activa

20/28

JR - Boekjaar

22/27

40.122

105.340

94.693

38.299

21.819

Terreinen en gebouwen Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige

22 22/91 22/92

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Installaties, machines en uitrusting Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige

23 231 232

1.684

80.028

44.062

3.564

1.020

1.684

80.028

44.062

3.564

1.020

0

0

0

0

0

Meubilair en rollend materieel Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige

24 241 242

38.285

25.312

50.631

34.735

20.800

38.285

25.312

50.631

34.735

20.800

0

0

0

0

0

Leasing en soortgelijke rechten

25

0

0

0

0

0

Overige matriële vaste activa Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige

26 261 262

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Activa in aanbouw en voortuitbetalingen

27

0

0

0

0

0

28

50

50

15.050

15.084

15.098

Financiële vaste activa VLOTTENDE ACTIVA

4.961.749

4.662.700

13.442.727

10.828.221

9.713.630

29

0

0

0

0

0

Handelsvorderingen

290

0

0

0

0

0

Overige vorderingen waarvan niet-rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente

291

0

0

0

0

0

2915

0

0

0

0

0

Vorderingen op meer dan één jaar

Voorraden en bestellingen in uitvoering

29/58

3

0

0

0

0

0

30/36

0

0

0

0

0

37

0

0

0

0

0

40/41

447.569

728.498

1.445.597

1.439.129

1.389.914

Handelsvorderingen

40

419.981

647.336

978.392

1.159.548

1.104.841

Overige vorderingen waarvan niet-rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente

41

27.588

81.162

467.205

279.582

285.073

415

0

0

0

0

0

Voorraden Bestellingen in uitvoering Vorderingen op ten hoogste één jaar

Geldbeleggingen

50/53

1.370.000

0

0

0

0

Liquide middelen

54/58

3.027.500

3.715.274

9.847.741

7.226.739

6.171.196

Overlopende rekeningen

490/1

116.680

218.928

2.149.389

2.162.352

2.152.520

TOTAAL VAN DE ACTIVA

20/58

5.001.920

4.768.089

13.552.470

10.881.604

9.750.546

14


BALANS NA WINSTVERDELING

PASSIVA

codes

(eenheden euro)

EIGEN VERMOGEN Fondsen van de vereniging

10/15

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

2012

2013

2014

2015

2016

2.385.102

2.270.869

3.007.888

2.698.102

1.911.672

10

641.077

641.077

641.077

641.077

641.077

Beginvermogen

100

641.077

641.077

641.077

641.077

641.077

Permanente financiering

101

0

0

0

0

0

Herwaarderingsmeerwaarden

12

0

0

0

0

0

Bestemde fondsen

13

351.829

363.233

1.161.765

974.775

272.606

Overgedragen winst (verlies)

14

1.392.196

1.266.559

1.205.046

1.082.249

997.990

Kapitaalsubsidies

15

0

0

0

0

0

VOORZIENINGEN Voorzieningen voor risico's en kosten Voorzieningen voor schenkingen en legaten met terugnemingsrecht SCHULDEN

16

0

0

0

0

0

160/5

0

0

0

0

0

168

0

0

0

0

0

2.616.819

2.497.220

10.544.584

8.183.504

7.838.874

17

0

0

0

0

0

170/4 172/3 174/0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Handelsschulden

175

0

0

0

0

0

Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen

176

0

0

0

0

0

Overige schulden Rentedragend Niet-rentedragend of gekoppeld aan een abnormaal lage rente Borgtochten ontvangen in contanten

179 1790 1791 1792

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

42/48

2.586.828

2.492.716

10.536.750

8.168.314

7.833.516

Schulden op meer dan één jaar Financiële schulden Kredietinstellingen, leasingschulden en soortgelijke schulden Overige leningen

IX. Schulden op ten hoogste één jaar Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen

17/49

42

0

1

0

0

0

Financiële schulden Kredietinstellingen Overige leningen

43 430/8 439

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Handelsschulden Leveranciers Te betalen wissels

44 440/4 441

1.732.807

2.294.336

5.812.319

5.750.666

6.314.559

1.732.807

2.294.336

5.812.319

5.750.666

6.314.559

0

0

0

0

0

46

48.020

32.955

2.448.105

103.064

11.254

45

0

0

0

0

0

450/3 454/9

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

806.000

165.424

2.276.326

2.314.585

1.507.704

480/8

0

0

0

0

0

4890

0

0

0

0

0

4891

806.000

165.424

2.276.326

2.314.585

1.507.704

492/3

29.991

4.504

7.834

15.189

5.357

0

(0)

2

1

0

5.001.920

4.768.089

13.552.474

10.881.606

9.750.546

Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten Belastingen Bezoldigingen en sociale lasten Diverse schulden Vervallen obligaties, coupons en borgtochten ontvangen in contanten Andere rentedragende schulden Andere schulden, niet-rentedragend of gekoppeld aan een abnormaal lage rente Overlopende rekeningen

48

Correctie wegens afrondingsverschillen TOTAAL VAN DE PASSIVA

10/49

15


2.4.1

Activa

2.4.1.1

Horizontale analyse: jaarrekening 2015 – jaarrekening 2016

De totale balanswaarde van alle associaties samen bedraagt 9.750.546 EUR op 31 december 2016 tegenover 10.881.604 EUR op 31 december 2015. Deze daling met 1.131.058 EUR of 10,39% is in de eerste plaats toe te schrijven aan de vlottende activa. Evolutie balans - ACTIVA : .

codes

ten opzichte van jaarrekening 2015

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR16-JR15

JR16-JR15

2015

2016

absolute

relatieve

wijziging

wijziging

(eenheden euro)

VASTE ACTIVA

20/28

53.383

36.917

- 16.467 +0

Oprichtingskosten

20

0

0

Immateriële vaste activa

21

0

0

+0

- 30,85 %

Materiële vaste activa

22/27

38.299

21.819

- 16.480

- 43,03 %

Financiële vaste activa

28

15.084

15.098

+ 13

+ 0,09 %

10.828.221

9.713.630

- 1.114.591

- 10,29 %

0

0

+0

VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen op meer dan één jaar Voorraden en bestellingen in uitvoering

29/58 29

0

0

+0

Vorderingen op ten hoogste één jaar

40/41

3

1.439.129

1.389.914

- 49.216

- 3,42 %

Geldbeleggingen + Liquide middelen

50/58

7.226.739

6.171.196

- 1.055.543

- 14,61 %

Overlopende rekeningen

490/1

2.162.352

2.152.520

- 9.832

- 0,45 %

TOTAAL VAN DE ACTIVA

20/58

10.881.604

9.750.546

- 1.131.058

- 10,39 %

De geaggregeerde vaste activa bedragen 36.917 EUR op 31 december 2016. Dit is een daling t.o.v. 2015 met 16.467 EUR of 30,85%. Deze daling is te verklaren door een substantiële daling van de materiële vaste activa. De geaggregeerde vlottende activa bedragen 9.713.630 EUR op 31 december 2016. Dit is een daling t.o.v. 2015 met 1.114.591 EUR of 10,29%. Deze daling is het gevolg van de vermindering van het bedrag aan geldbeleggingen en liquide middelen. De som van de geldbeleggingen en liquide middelen bedraagt in 2015 op geaggregeerd niveau 7.226.739 EUR en daalt in 2016 met 14,61% naar 6.171.196 EUR. In 2016 heeft geen enkele associatie geldbeleggingen. Bij drie van de vijf associaties is er een daling van de liquide middelen. Deze daling is in absolute cijfers het grootst bij de Associatie KU Leuven met 954.618 EUR, gevolgd door de AUHA met 366.080 EUR en de UAB met 58.961 EUR. De AUHL tekent een substantiële stijging van de liquide middelen op met 226.967 EUR, gevolgd door de AU Gent met 97.150 EUR. De overlopende rekening bij de AUGent is aanzienlijk hoger dan die bij de andere associaties.

16


2.4.1.2

Verticale analyse: jaarrekening 2015 – jaarrekening 2016

In de verticale analyse wordt elke balansrubriek geplaatst t.o.v. het balanstotaal, met als doel zicht te krijgen op de structuurwijzigingen binnen de activa en de passiva. BALANS - Verticale analyse activa

ACTIVA

codes

(% aandeel in balanstotaal)

VASTE ACTIVA

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

2012

2013

2014

2015

2016

20/28

0,80 %

2,21 %

0,81 %

0,49 %

0,38 %

Oprichtingskosten

20

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Immateriële vaste activa

21

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Materiële vaste activa

22/27

0,80 %

2,21 %

0,70 %

0,35 %

0,22 %

Terreinen en gebouwen Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige

22 22/91 22/92

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Installaties, machines en uitrusting Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige

23 231 232

0,03 %

1,68 %

0,33 %

0,03 %

0,01 %

0,03 %

1,68 %

0,33 %

0,03 %

0,01 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Meubilair en rollend materieel Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige

24 241 242

0,77 %

0,53 %

0,37 %

0,32 %

0,21 %

0,77 %

0,53 %

0,37 %

0,32 %

0,21 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Leasing en soortgelijke rechten

25

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Overige matriële vaste activa Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige

26 261 262

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Activa in aanbouw en voortuitbetalingen

27

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

28

0,00 %

0,00 %

0,11 %

0,14 %

0,15 %

29/58

99,20 %

97,79 %

99,19 %

99,51 %

99,62 %

Financiële vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen op meer dan één jaar

29

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Handelsvorderingen

290

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Overige vorderingen waarvan niet-rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente

291

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

2915

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Voorraden en bestellingen in uitvoering

3

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

30/36

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

37

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

40/41

8,95 %

15,28 %

10,67 %

13,23 %

14,25 %

Handelsvorderingen

40

8,40 %

13,58 %

7,22 %

10,66 %

11,33 %

Overige vorderingen waarvan niet-rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente

41

0,55 %

1,70 %

3,45 %

2,57 %

2,92 %

415

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Voorraden Bestellingen in uitvoering Vorderingen op ten hoogste één jaar

Geldbeleggingen

50/53

27,39 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Liquide middelen

54/58

60,53 %

77,92 %

72,66 %

66,41 %

63,29 %

Overlopende rekeningen

490/1

2,33 %

4,59 %

15,86 %

19,87 %

22,08 %

TOTAAL VAN DE ACTIVA

20/58

5.001.920

4.768.089

13.552.470

10.881.604

9.750.546

De vaste activa bedragen 0,49 % van het balanstotaal in de jaarrekening 2015 en 0,38 % van het balanstotaal in de jaarrekening 2016. De vlottende activa bedragen 99,51 % in 2015 en 99,62 % in 2016. Er is dus een kleine beweging van de vaste naar de vlottende activa. In het boekjaar 2016 bestaan de vaste activa voor 0,22 % uit materiële vaste activa en voor 0,15% uit financiële vaste activa. De vlottende activa bestaan voor 63,29% uit liquide middelen, voor 22,08% uit overlopende rekeningen en voor 14,25% uit vorderingen op ten hoogste één jaar.

17


2.4.2

Passiva

2.4.2.1

Horizontale analyse jaarrekening 2015 – jaarrekening 2016

Evolutie balans - PASSIVA : .

codes

ten opzichte van jaarrekening 2015

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR16-JR15

JR16-JR15

2015

2016

absolute

relatieve

wijziging

wijziging

(eenheden euro)

EIGEN VERMOGEN

10/15

2.698.102

1.911.672

- 786.429

- 29,15 %

641.077

641.077

+0

+ 0,00 %

Fondsen van de vereniging

10

Herwaarderingsmeerwaarden

12

0

0

+0

Bestemde fondsen

13

974.775

272.606

- 702.170

- 72,03 %

Overgedragen winst (verlies)

14

1.082.249

997.990

- 84.259

- 7,79 %

Kapitaalsubsidies

15

0

0

+0

VOORZIENINGEN

16

0

0

+0

160/5

0

0

+0

168

0

0

+0

8.183.504

7.838.874

- 344.630

Voorzieningen voor risico's en kosten Voorzieningen voor schenkingen en legaten met terugnemingsrecht SCHULDEN Schulden op meer dan één jaar

17/49 17

- 4,21 %

0

0

+0

Schulden op ten hoogste één jaar

42/48

8.168.314

7.833.516

- 334.798

- 4,10 %

Overlopende rekeningen

492/3

15.189

5.357

- 9.832

- 64,73 %

TOTAAL DER PASSIVA

10/49

10.881.604

9.750.546

- 1.131.058

- 10,39 %

Het geaggregeerd eigen vermogen van de associaties bedraagt 2.698.102 EUR in 2015 en daalt met 29,15% naar 1.911.672 EUR in 2016. Dit is toe te schrijven aan een daling van de bestemde fondsen bij twee associaties. Bij de UAB dalen de bestemde fondsen het meest met 662.992 EUR, gevolgd door de AUGent met 39.178 EUR. De andere associaties hebben noch in 2015, noch in 2016 bestemde fondsen. Het overgedragen tekort van de Associatie KU Leuven daalt met 21.566 EUR. De overgedragen winst daalt bij de AUHA het meest met 107.991 EUR, gevolgd door de AUHL met 22.303 EUR en de UAB met 18.451 EUR. Bij de AU Gent stijgt de overgedragen winst met 42.919 EUR. In het boekjaar 2016 zien we een daling van de geaggregeerde schulden met 4,21%. De schulden op ten hoogste één jaar dalen met 334.798 EUR of 4,10% t.o.v. 2015. Dit is in de eerste plaats toe te schrijven aan de substantiële daling van deze schulden bij de Associatie KU Leuven met 976.432 EUR, gevolgd door de AUHA met 293.843 EUR. Bij de UAB daarentegen zien we een stijging van de schulden op ten hoogste één jaar met 478.552 EUR, gevolgd door de AUHL met 230.203 EUR en de AU Gent met 226.722 EUR.

18


2.4.2.2

Verticale analyse: jaarrekening 2015 – jaarrekening 2016

In 2015 bestaan de passiva voor 24,80% uit eigen vermogen en voor 75,20% uit schulden. De structuuranalyse van de passiva in 2016 toont een substantiële verschuiving met 19,61% eigen vermogen en 80,39% schulden. Het eigen vermogen van de associaties neemt dus af en de financiële onafhankelijkheid wordt daardoor kleiner. BALANS - Verticale analyse passiva

PASSIVA

codes

(% aandeel in balanstotaal)

EIGEN VERMOGEN

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

JR - Boekjaar

2012

2013

2014

2015

2016

10/15

47,68 %

47,63 %

22,19 %

24,80 %

19,61 %

10

12,82 %

13,45 %

4,73 %

5,89 %

6,57 %

Beginvermogen

100

12,82 %

13,45 %

4,73 %

5,89 %

6,57 %

Permanente financiering

101

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Herwaarderingsmeerwaarden

12

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Bestemde fondsen

13

7,03 %

7,62 %

8,57 %

8,96 %

2,80 %

Overgedragen winst (verlies)

14

27,83 %

26,56 %

8,89 %

9,95 %

10,24 %

Kapitaalsubsidies

15

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Fondsen van de vereniging

VOORZIENINGEN

16

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

160/5

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

168

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

17/49

52,32 %

52,37 %

77,81 %

75,20 %

80,39 %

17

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

170/4 172/3 174/0

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Handelsschulden

175

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen

176

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Overige schulden Rentedragend Niet-rentedragend of gekoppeld aan een abnormaal lage rente Borgtochten ontvangen in contanten

179 1790 1791 1792

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

42/48

51,72 %

52,28 %

77,75 %

75,07 %

80,34 %

Voorzieningen voor risico's en kosten Voorzieningen voor schenkingen en legaten met terugnemingsrecht SCHULDEN Schulden op meer dan één jaar Financiële schulden Kredietinstellingen, leasingschulden en soortgelijke schulden Overige leningen

Schulden op ten hoogste één jaar Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen

42

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Financiële schulden Kredietinstellingen Overige leningen

43 430/8 439

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

Handelsschulden Leveranciers Te betalen wissels

44 440/4 441

34,64 %

48,12 %

42,89 %

52,85 %

64,76 %

34,64 %

48,12 %

42,89 %

52,85 %

64,76 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

46

0,96 %

0,69 %

18,06 %

0,95 %

0,12 %

45

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

16,11 %

3,47 %

16,80 %

21,27 %

15,46 %

480/8

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

4890

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

0,00 %

4891

16,11 %

3,47 %

16,80 %

21,27 %

15,46 %

Overlopende rekeningen

492/3

0,60 %

0,09 %

0,06 %

0,14 %

0,05 %

TOTAAL VAN DE PASSIVA

10/49

5.001.920

4.768.089

13.552.474

10.881.606

9.750.546

Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten Belastingen Bezoldigingen en sociale lasten Diverse schulden Vervallen obligaties, coupons en borgtochten ontvangen in contanten Andere rentedragende schulden Andere schulden, niet-rentedragend of gekoppeld aan een abnormaal lage rente

450/3 454/9 48

19


3 FINANCIERING VAN PROJECTEN Naast de werking van de vzw worden er ook afzonderlijke projecten van de associaties gefinancierd door de overheid of andere instanties. In de tabellen die hieronder worden weergegeven komen de cijfers voor zoals ze werden opgenomen in de diverse ministeriĂŤle besluiten. In sommige gevallen sluiten deze cijfers niet aan bij de cijfers die worden teruggevonden in de jaarrekening van de associaties. De reden hiervoor is dat de subsidies dikwijls in verschillende schijven worden gestort. Het is dan ook mogelijk dat een bepaalde schijf die betrekking heeft op een boekjaar pas het volgende boekjaar wordt ontvangen.

3.1 INTERFACEDIENST De interfacedienst van de associatie staat in voor de bevordering van de wisselwerking tussen de associatie en het bedrijfsleven en voor de economische valorisatie van het wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd bij de partners van de associatie. Valorisatie van onderzoeksresultaten houdt in dat de ontwikkelde kennis, resultaten van wetenschappelijk onderzoek en technologie van de associatie ter beschikking worden gesteld van de samenleving, waaronder in de eerste plaats de industrie. Mogelijke interfaceactiviteiten zijn o.a. de stimulering en organisatie van contactmomenten, de juridische en financiĂŤle ondersteuning bij het opstellen van contracten, sensibiliserings- en opleidingsactiviteiten voor de valorisatie van onderzoek, begeleiding bij het opstellen van een valorisatieplan, opsporing van bedrijven voor mogelijke exploitatie, bescherming van intellectuele eigendom (octrooiaanvraag en -beheer, licentieovereenkomsten, auteursrechten) en de oprichting van spin-offbedrijven. De associaties ontvangen via het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) subsidies van de Vlaamse overheid die bijdragen in de kosten van de interfacewerking. Deze subsidie past in het ruimere geheel van inspanningen om de wisselwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs en economische actoren te versterken. De subsidie wordt verdeeld volgens een verdeelsleutel die rekening houdt met de verdeling van het wetenschappelijk personeel in VTE op basis van de VLIR personeelsstatistieken. Ze wordt aangewend voor de financiering van personeels-, werkings- en overheadkosten. De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van de subsidies die bij ministerieel besluit werden toegekend. Interfacedienst . Associatie KU Leuven . AUGent . AUHA . AUHL . UAB Totaal

2012 1.224.278,00 892.489,00 376.340,00 99.948,00 337.945,00 2.931.000,00

Procentueel 41,77% 30,45% 12,84% 3,41% 11,53% 100,00%

2013 1.224.278,70 892.489,50 376.340,40 99.947,10 337.944,30 2.931.000,00

Procentueel 41,77% 30,45% 12,84% 3,41% 11,53% 100,00%

2014 1.204.160,60 941.734,20 362.160,20 106.206,20 327.738,80 2.942.000,00

Procentueel 40,93% 32,01% 12,31% 3,61% 11,14% 100,00%

2015 1.175.292,80 919.252,80 353.473,60 150.000,00 319.980,80 2.918.000,00

Procentueel 40,28% 31,50% 12,11% 5,14% 10,97% 100,00%

2016 1.175.292,80 919.252,80 353.473,60 150.000,00 319.980,80 2.918.000,00

Procentueel 40,28% 31,50% 12,11% 5,14% 10,97% 100,00%

20


3.2 INDUSTRIEEL ONDERZOEKSFONDS Op 28 mei 2004 hechtte de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan de oprichting van het Industrieel Onderzoeksfonds (IOF) aan de Vlaamse universiteiten (met uitzondering van de HUB-KUBrussel). Een overgangsbesluit voor 2006 en 2007 trad in werking op 8 december 2006. In het overgangsbesluit van 2006 werd het IOF uitgebreid tot het geheel van de associatie: de middelen worden ter beschikking gesteld aan de universiteit en de hogescho(o)l(en) die partner zijn van de associatie waartoe de universiteit behoort. Sommige associaties beslisten om de dotatie op associatieniveau te houden, andere beslisten ze bij de universiteit onder te brengen. Vanaf 2014 worden de middelen uitsluitend aan de associaties overgemaakt. De verdeling van de dotatie voor het Industrieel Onderzoeksfonds van de verschillende associaties gebeurt via versleuteling. De verdeelsleutel combineert 7 gewogen in- en outputparameters en wordt bepaald door het procentuele aandeel van de associatie in: doctoraatsdiploma’s, publicaties en citaties, de industriële contractinkomsten, de contractinkomsten uit het laatst afgesloten Europese Kaderprogramma, de aangevraagde en toegekende octrooien, het aantal gerealiseerde spin-offs en het wetenschappelijk personeelsbestand. Het Industrieel Onderzoeksfonds, onder beheer van de IOF-Raad, sluit aan bij het valorisatiebeleid en slaat een brug tussen het strategisch basisonderzoek, technologische innovatie en industriële samenwerking. Het moet elke universiteit/hogeschool toelaten een eigen beleid te voeren dat gericht is op het opbouwen van een portefeuille aan potentieel toepassingsgerichte kennis, met economische finaliteit. IOF . HUB-KUBrussel . Associatie KULeuven . UA . AUHA . AUGent . AUHL . VUB . UAB Totaal

2012 0,00 8.844.700,00 1.763.200,00 0,00 6.053.700,00 698.700,00 1.723.700,00 0,00 19.084.000,00

Procentueel 0,00% 46,35% 9,24% 0,00% 31,72% 3,66% 9,03% 0,00% 100,00%

2013 0,00 8.993.800,00 953.653,00 834.447,00 5.935.900,00 717.800,00 968.747,00 847.653,00 19.252.000,00

Procentueel 0,00% 46,72% 4,95% 4,33% 30,83% 3,73% 5,03% 4,40% 100,00%

2014 0,00 12.861.250,00 0,00 2.572.808,00 8.691.708,00 1.002.126,00 0,00 2.581.108,00 27.709.000,00

Procentueel 0,00% 46,42% 0,00% 9,29% 31,37% 3,62% 0,00% 9,32% 100,00%

2015 0,00 12.361.968,00 0,00 2.759.527,00 8.623.168,00 856.651,00 0,00 2.417.686,00 27.019.000,00

Procentueel 0,00% 45,75% 0,00% 10,21% 31,92% 3,17% 0,00% 8,95% 100,00%

2016 0,00 12.245.381,00 0,00 2.873.473,00 8.557.251,00 880.801,00 0,00 2.581.094,00 27.138.000,00

Procentueel 0,00% 45,12% 0,00% 10,59% 31,53% 3,25% 0,00% 9,51% 100,00%

3.3 EXPERTISECEL WETENSCHAPSCOMMUNICATIE De expertisecellen wetenschapscommunicatie zijn vijf entiteiten, opgericht binnen de vijf associaties van universiteiten en hogescholen, met als missie het populariseren van wetenschap en technologie voor schoolgaande jeugd, studenten en het grote publiek. Zij staan in voor de coördinatie van alle activiteiten van hun associatie op het vlak van wetenschapspopularisering en wetenschapscommunicatie. In het kader van het Lissabonakkoord onderneemt de Vlaamse overheid sinds 1994 namelijk tal van initiatieven om het maatschappelijk draagvlak voor wetenschap, techniek en technologische innovatie te verbreden. Dit met het oog op het verhogen van het aantal studenten binnen wetenschappelijke studierichtingen.

21


Sinds 2006 worden de instellingen van het hoger onderwijs als permanente actoren ingeschakeld op het vlak

van

wetenschapscommunicatie.

Na

een

eerste

overeenkomst

tussen

overheid

en

hogeronderwijsinstellingen (2005-2006), gevolgd door een overgangsjaar (2007), werd er een kaderovereenkomst op associatieniveau afgesloten die liep van 1 januari 2008 tot 31 december 2011. Deze overeenkomst werd van rechtswege nog verlengd. Vanaf 2010 wordt de jaarlijkse maximale subsidie onderverdeeld in een sokkel en een variabel gedeelte, te berekenen volgens de formule die werd vastgelegd in de kaderovereenkomst. Aan de UAB wordt een bijkomende subsidie van 20.000,00 EUR toegekend, als onderdeel van de sokkel van de jaarlijkse maximale subsidie, voor de coรถrdinatie van de Wetenschapswinkels. De subsidie kan uitsluitend besteed worden aan personeels-, werkings- en uitrustingskosten. De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van de subsidies die bij ministerieel besluit werden toegekend. Expertisecel Wetenschapscommunicatie . Associatie KU Leuven . AUGent . AUHA . AUHL . UAB Totaal

2012 696.322,00 478.907,00 240.570,00 110.236,00 191.965,00 1.718.000,00

Procentueel 40,53% 27,88% 14,00% 6,42% 11,17% 100,00%

2013 698.188,00 488.566,00 244.411,00 113.216,00 173.619,00 1.718.000,00

Procentueel 40,64% 28,44% 14,23% 6,59% 10,11% 100,00%

2014 711.008,00 488.051,00 250.642,00 114.808,00 177.543,00 1.742.052,00

Procentueel 40,81% 28,02% 14,39% 6,59% 10,19% 100,00%

2015 702.990,00 495.805,00 248.415,00 115.419,00 179.370,00 1.741.999,00

Procentueel 40,36% 28,46% 14,26% 6,63% 10,30% 100,00%

2016 694.533,00 498.713,00 254.114,00 123.049,00 179.591,00 1.750.000,00

Procentueel 39,69% 28,50% 14,52% 7,03% 10,26% 100,00%

3.4 EXPERTISENETWERK LERARENOPLEIDING Het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen heeft naast tal van veranderingen in de lerarenopleiding ook geleid tot de oprichting van zogenaamde expertisenetwerken lerarenopleiding. Een expertisenetwerk is een samenwerkingsverband van lerarenopleidingen uit de universiteit, de hogescholen en de centra voor volwassenenonderwijs. Gekoppeld aan elke associatie werd een expertisenetwerk of een regionaal overlegplatform opgericht. Een beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid vormt het kader voor de activiteiten van elk van deze samenwerkingsverbanden. Voor de uitvoering van de overeenkomsten met de expertisenetwerken en de regionale platformen voorziet de Vlaamse overheid jaarlijks in middelen op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. Het toegekende budget bestaat uit een forfaitair bedrag en een variabel bedrag berekend op basis van diploma-aantallen. Vanaf 2016 worden er geen nieuwe bedragen meer toegekend. De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van de subsidies die bij ministerieel besluit werden toegekend. Expertisenetwerk Lerarenopleiding . Associatie KU Leuven: ENW SoE . AUGent: ENW AUGent . AUHA: ELAnt . AUHL: NOvELLe . UAB: BEO Totaal

2012 1.288.581,36 660.144,87 473.492,14 276.805,84 177.975,79 2.877.000,00

Procentueel 44,79% 22,95% 16,46% 9,62% 6,19% 100,00%

2013 1.288.581,36 660.144,87 473.492,14 276.805,84 177.975,79 2.877.000,00

Procentueel 44,79% 22,95% 16,46% 9,62% 6,19% 100,00%

2014 1.309.522,04 671.090,71 487.538,32 242.669,93 166.178,99 2.876.999,99

Procentueel 45,52% 23,33% 16,95% 8,43% 5,78% 100,00%

2015 662.476,91 362.779,83 276.615,33 161.667,43 125.760,50 1.589.300,00

Procentueel 41,68% 22,83% 17,40% 10,17% 7,91% 100,00%

2016 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Procentueel 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%

22


3.5 SPORT Op basis van het sportdecreet van 3 april 20091 zijn de associaties verantwoordelijk voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van een sportaanbod. Voor de financiering van de uitvoering van hun sportbeleidsplan wordt voorzien in een jaarlijkse subsidie van de Vlaamse Regering via Sport Vlaanderen. De berekening van de subsidies gebeurt jaarlijks via een adviesnota aan de minister die de subsidies al dan niet toekent. De subsidie van de associatie bestaat uit een vast en een variabel bedrag. Elke associatie die voldoet aan de subsidiëringsvoorwaarden ontvangt een sokkelfinanciering van 48.000 EUR. Het andere deel van de subsidie is afhankelijk van het aantal ingeschreven studenten van de associatie op 1 februari van het voorgaande jaar. De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van de toegekende subsidies. Sport . Associatie KU Leuven . AUGent . AUHA . AUHL . UAB Totaal

2012 289.458,94 212.710,50 132.072,58 75.858,81 84.753,44 794.854,27

Procentueel 36,42% 26,76% 16,62% 9,54% 10,66% 100,00%

2013 291.980,35 210.648,97 136.610,42 76.006,08 84.754,18 800.000,00

Procentueel 36,50% 26,33% 17,08% 9,50% 10,59% 100,00%

2014 290.594,07 209.592,98 137.500,18 76.453,22 85.859,56 800.000,01

Procentueel 36,32% 26,20% 17,19% 9,56% 10,73% 100,00%

2015 287.272,12 209.196,24 139.603,38 78.093,41 85.834,85 800.000,00

Procentueel 35,91% 26,15% 17,45% 9,76% 10,73% 100,00%

2016 285.741,74 208.923,63 140.820,90 78.756,75 85.756,98 800.000,00

Procentueel 35,72% 26,12% 17,60% 9,84% 10,72% 100,00%

3.6 SUPERCOMPUTER Een goede rekeninfrastructuur is essentieel om toponderzoek te kunnen uitvoeren. In 2007 werd door de Vlaamse overheid het Vlaams Supercomputercentrum (VSC) opgericht, dat officieel werd gelanceerd op 23 maart 2009. Dit virtueel centrum, dat de vijf Vlaamse universitaire associaties samenbrengt, heeft als opdracht het op elkaar afstemmen en integreren van de eigen supercomputerinfrastructuren (Tier-2) en het ter beschikking stellen van hun expertise rond High Performance Computing (HPC) ten behoeve van publiek en privaat gefinancierd onderzoek. Voor de voorbereidende fase (2008-2010) heeft de Vlaamse overheid een bedrag van 2,4 miljoen EUR uitgetrokken. In deze fase kon het VSC rekenen op een gecombineerde financiering van EWI en de Herculesstichting. Deze fase is de eerste aanzet om de bestaande infrastructuur af te stemmen en bijkomend gespecialiseerd personeel aan te trekken voor sensibilisering, opleiding en begeleiding van onderzoekers. In eerste instantie werd de bestaande supercomputerinfrastructuur van de partners verbonden via een optische netwerkverbinding. Op die manier kan elke onderzoeker waar ook in Vlaanderen gebruik maken van de infrastructuur. Naast de financiering van het voorbereidende traject werden er substantiële bedragen uitgetrokken voor de verdere uitbouw. Zo werd voor de investering in de nieuwe generatie supercomputers 10,2 miljoen EUR vastgelegd ten laste van het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven (FFEU-gelden). Het VSC-project wordt al jaren op ad hocbasis gefinancierd.

1

Decreet van 3 april 2009 houdende de toekenning van subsidies voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het sportaanbod van de studentenvoorzieningen van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en de erkenning en subsidiëring van een Vlaamse overkoepelende studentensportvereniging.

23


De eerste Vlaamse supercomputer in deze reeks werd op het einde van 2012 in gebruik genomen en is ondergebracht bij de UGent, die belast is met de technische exploitatie. Hij heeft een prijskaartje van 4,2 miljoen EUR. De Vlaamse Regering heeft de Herculesstichting belast met het beheer van de Tier-1 supercomputer en de financiering van de TIER2 clusters aan de universiteiten. Met de uitbouw van Tier-1 supercomputers in de schoot van het VSC is Vlaanderen klaar om aansluiting te vinden bij grotere Europese initiatieven. Eind 2016 werd met de steun van de Vlaamse overheid een nieuwe supercomputer of ‘HPC Tier-1 infrastructuur’ uitgebouwd in Leuven, die de opvolger is van de huidige Tier-1 aan de UGent. De Leuvense cluster kreeg de naam BrENIAC, verwijzend naar zowel ‘brain’ als ‘ENIAC’, één van de eerste electronische computers voor algemeen gebruik, uitgekomen in 1946.

3.7 ANDERE Naast de hierboven opgesomde subsidies die de associaties ontvangen, zijn er ook een aantal kleinere projecten die worden gesubsidieerd door diverse overheden en die verschillend zijn van associatie tot associatie. Hierna volgt een niet-exhaustieve lijst.

3.7.1

Ecocampus

De professionelen van morgen moeten beschikken over de nodige bagage om complexe vraagstukken over milieu en duurzame ontwikkeling aan te pakken. Hier is een onmiskenbare rol weggelegd voor de Vlaamse associaties. Met het project Ecocampus, dat uitgaat van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) van de Vlaamse overheid, werden aan het hoger onderwijs forse impulsen gegeven om afgestudeerden af te leveren die milieubewust zijn en naar een duurzame maatschappij streven.

3.7.2

Brutus

BRUTUS staat voor ‘BRUsselse TUtoren voor Scholieren’. Via dit project van de UAB kunnen studenten vanaf hun tweede bachelorjaar aan de VUB en EhB worden opgeleid tot tutor. Een tutor biedt kleine groepjes scholieren in het Brusselse secundair onderwijs extra ondersteuning bij het behalen van hun diploma. Dit project is ingebed in de Specifieke Lerarenopleiding van de VUB in de vorm van een stage. Het project wordt gesteund door de Vlaamse Gemeenschapscommissie in het kader van het Federaal Impulsfonds voor migrantenbeleid en op voorstel van minister Guy Vanhengel. Ook de Koning Boudewijnstichting en BNP Paribas reiken hiervoor subsidies uit.

24


3.7.3

Taal tot de derde macht

Taal tot de derde macht in de lerarenopleiding is een project binnen het Brussels Expertisenetwerk Onderwijs, gesubsidieerd vanuit de Vlaamse overheid. Het omvat meerdere deelprojecten met als hoofddoelstelling het opleiden van toekomstige vakleerkrachten tot taalgerichte lesgevers die werken aan contextrijk, interactief en taalondersteunend onderwijs.

3.7.4

Kunst

Associaties kunnen een werkingssubsidie ontvangen op basis van het kunstendecreet van 2 april 20042. Dit geeft hen de mogelijkheid om een project op het vlak van de kunsten te realiseren, afgerond in tijd en qua doelstelling. De UAB maakte reeds gebruik van deze mogelijkheid.

3.7.5

Droge Voeding Kassa 4

Droge Voeding Kassa 4 was een EWI-project, aangevraagd en uitgevoerd door onderwijskundigen en wetenschappers van de AUHL. Dit project werd gedeeltelijk gesubsidieerd door de Vlaamse overheid in het kader van het actieplan ‘Wetenschap maakt knap’.

3.7.6

Makerspace

Makerspace@PXL/UHasselt is een nieuw, multidisciplinair technologisch ‘maaklabo’ voor jong en oud, op de Technologiecampus in Diepenbeek. Voor de studenten en onderzoekers van Hogeschool PXL en de Universiteit Hasselt biedt de Makerspace unieke kansen voor interdisciplinaire samenwerking, bijvoorbeeld binnen de domeinen architectuur en kunsten. Voor de realisatie van Makerspace@PXL/UHasselt ontvingen beide instellingen in 2014 een eenmalige subsidie van 100.000 EUR vanwege het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) van de Vlaamse overheid. Alle andere kosten - het Makerspace-personeel de komende jaren, de aanpassingswerken, website en communicatie - worden gedragen door de Hogeschool PXL en de Universiteit Hasselt.

3.7.7

Kick Off the Campus

Kick Off the Campus luidt de officiële start in van het nieuwe academiejaar aan de UAB. Dit project bundelt alle welkomstactiviteiten op en rond de campussen. Gedurende de eerste twee weken worden de (nieuwe) studenten welkom geheten en gegidst door de verschillende campussen en diensten. De associatie ontvangt hiervoor subsidies van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

2

Decreet van 2 april 2004 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties, kunstenaars, organisaties voor kunsteducatie en organisaties voor sociaal - artistieke werking, internationale initiatieven, publicaties en steunpunten.

25


4 CONCLUSIES -

Voor hun bedrijfsopbrengsten zijn de associaties deels afhankelijk van de bijdragen van de partners (lidgelden) en deels van een rechtstreekse tussenkomst van de overheid (decretale toelage). Afzonderlijke projecten worden eveneens door de overheid of door andere instanties gefinancierd. De kosten en de opbrengsten van de vereniging worden niet beïnvloed door de projecten. De bewegingen rond de projecten zijn neutraal wat inkomsten en uitgaven betreft en indien er toch overschotten zijn dan worden ze via de bestemde fondsen in de jaarrekening tot uiting gebracht.

-

Het bedrijfstekort van 2015 evolueerde naar een nog groter tekort in 2016. De associaties boeken in 2016 samen een bedrijfstekort van 791.113 EUR. Vertaald in een absoluut cijfer betekent dit een minopbrengst van 316.179 EUR t.o.v. 2015. Dit is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de afname van de brutomarge.

-

In het boekjaar 2016 realiseren de associaties samen een financieel resultaat van 114 EUR. De financiële opbrengsten dalen in 2016 met 67,23% en de financiële kosten met 31,37%. De financiële opbrengsten dalen dus sneller dan de financiële kosten. In 2016 realiseerden de associaties samen dan ook een financieel resultaat dat 1.446 EUR of 92,68% lager ligt dan in 2015.

-

In 2016 geven het bedrijfstekort van 791.113 EUR en het financieel resultaat van 114 EUR samen een tekort uit de gewone bedrijfsuitoefening van 790.999 EUR. Dit is nog 317.624 EUR of 67,10% meer te kort dan in 2015.

-

Het positief uitzonderlijk resultaat van 2015 en 2016 is uitsluitend toe te schrijven aan één associatie. In 2015 betreft het de AUHA en in 2016 de AUGent.

-

Het resultaat dat de associaties uit hun activiteiten behalen is negatief. De associaties boeken in 2016 samen een tekort van het boekjaar van 786.430 EUR. Dit is 477.126 EUR of 154,26% minder dan in het boekjaar 2015. Dit tekort van het boekjaar is opgebouwd uit 3 componenten: het bedrijfstekort (9901), het financieel resultaat (75/65) en het uitzonderlijk resultaat (76/66). Het geaggregeerd bedrijfstekort bedraagt 791.113 EUR. Hierin verwerft de UAB met 86,18% het grootste individuele aandeel, gevolgd door de AUHA (13,64%), de AUHL (2,81%) en de AUGent (0,10%). De Associatie KU Leuven heeft een bedrijfsoverschot (-2,73%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het overschot/tekort (JR9901) van het boekjaar van de associatie is het grootst bij de Associatie KU Leuven (100,14%) en het kleinst bij de AUGent (-22,13%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt 100,60%.

26


Het geaggregeerd financieel resultaat bedraagt 114 EUR. Hierin verwerft de UAB met 270,00% het grootste individuele aandeel. De AUHA verwerft met -96,92% het kleinste individuele aandeel, gevolgd door de AUHL (-45,92%) en de Associatie KU Leuven (-27,16%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associatie is het grootst bij de AUHL (0,23%) en het kleinst bij de Associatie KU Leuven (-0,14%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt -0,01%. Het geaggregeerd uitzonderlijk resultaat bedraagt 4.569 EUR. Dit is volledig toe te schrijven aan de AUGent. Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt -0,58%. -

De totale balanswaarde van alle associaties samen bedraagt 9.750.546 EUR op 31 december 2016 tegenover 10.881.604 EUR op 31 december 2015. Deze daling met 1.131.058 EUR of 10,39% is in de eerste plaats toe te schrijven aan de vlottende activa. De geaggregeerde vaste activa bedragen 36.917 EUR op 31 december 2016. Dit is een daling t.o.v. 2015 met 16.467 EUR of 30,85%. Deze daling is te verklaren door een substantiële daling van de materiële vaste activa. De geaggregeerde vlottende activa bedragen 9.713.630 EUR op 31 december 2016. Dit is een daling t.o.v. 2015 met 1.114.591 EUR of 10,29%. Deze daling is het gevolg van de vermindering van het bedrag aan geldbeleggingen en liquide middelen. De som van de geldbeleggingen en liquide middelen bedraagt in 2015 op geaggregeerd niveau 7.226.739 EUR en daalt in 2016 met 14,61% naar 6.171.196 EUR. De vaste activa bedragen 0,49% van het balanstotaal in de jaarrekening 2015 en 0,38% van het balanstotaal in de jaarrekening 2016. De vlottende activa bedragen 99,51% in 2015 en 99,62% in 2016. Er is dus een kleine beweging van de vaste naar de vlottende activa. In het boekjaar 2016 bestaan de vaste activa voor 0,22% uit materiële vaste activa en voor 0,15% uit financiële vaste activa. De vlottende activa bestaan voor 63,29% uit liquide middelen, voor 22,08% uit overlopende rekeingen en voor 14,25% uit vorderingen op ten hoogste één jaar. Het geaggregeerd eigen vermogen van de associaties bedraagt 2.698.102 EUR in 2015 en daalt met 29,15% naar 1.911.672 EUR in 2016. Dit is toe te schrijven aan een daling van de bestemde fondsen bij twee associaties. Bij de UAB dalen de bestemde fondsen het meest met 662.992 EUR, gevolgd door de AUGent met 39.178 EUR. De andere associaties hebben noch in 2015, noch in 2016 bestemde fondsen.

27


In het boekjaar 2016 zien we een daling van de geaggregeerde schulden met 4,21%. De schulden op ten hoogste één jaar dalen met 334.798 EUR of 4,10% t.o.v. 2015. Dit is in de eerste plaats toe te schrijven aan de substantiële daling van deze schulden bij de Associatie KU Leuven met 976.432 EUR. In 2015 bestaan de passiva voor 24,80% uit eigen vermogen en voor 75,20% uit schulden. De structuuranalyse van de passiva in 2016 toont een substantiële verschuiving met 19,61% eigen vermogen en 80,39% schulden. Het eigen vermogen van de associaties neemt dus af en de financiële onafhankelijkheid wordt daardoor kleiner.

28


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag_associaties_2016.pdf by Vlaanderen-be - Issuu