OP ZOEK NAAR DE WAARDE VAN HET JEUGDWERK Artikel op basis van het onderzoeksrapport van het onderzoek naar de waarde van het jeugdwerk in opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd en Media vlaanderen.be/cjm
INHOUD Inleidend
4
1. Waarde, waarden: waar spreken we over?
5
2. Wat de literatuur ons leert
5
3. De kracht van transformatieve evaluatie
5
4. Een verhaal van acht op elkaar ingrijpende waarden
7
4.1. Verbondenheid
8
4.2. Plezier
9
4.3. Vrijheid
11
4.4. Bekwaamheid
12
4.5. Erkenning
14
4.6. Veiligheid
14
4.7. Zelfontplooiing
15
4.8. Respect
16
5. Enkele bedenkingen bij de resultaten
18
6. Welke vragen blijven er liggen?
19
7. Uitdagingen voor stakeholders in het jeugdwerk
19
Tot slot
22
Volledige referentielijst van het onderzoek
23
Colofon
28
2•
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3•
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Inleidend Het ‘Masterplan diversiteit in/en het jeugdwerk’ daagt het jeugdwerk en het jeugdbeleid uit om van het jeugdwerk een plek te maken waar alle kinderen en jongeren zich thuis voelen, ongeacht hun afkomst, sociaal-economische situatie, lichamelijke of psychische toestand. In het kader van dat masterplan werd de onderzoeksopdracht naar de waarde van het jeugdwerk uitgeschreven. Dit artikel vat de inzichten uit het onderzoeksrapport samen. Wie bij de sector betrokken is, heeft een globaal idee van de waarde van het jeugdwerk. Jeugdwerkers delen een soort onuitgesproken DNA, een identiteit. “Jeugdwerk is een levenshouding waarbij kinderen en jongeren consequent centraal staan”, zo schrijft De Ambrassade (2018). Maar welke waarde geven kinderen en jongeren eraan? Hoe beleven zij jeugdwerk en wat ervaren ze als waardevol? Het onderzoek dat aan de basis van dit artikel ligt, zoekt een voorzichtig antwoord op deze vragen. Vanuit een uitgebreide literatuurstudie en op basis van verhalen van kinderen en jongeren uit verschillende jeugdwerkcontexten worden eerste conclusies getrokken en algemene aanbevelingen geformuleerd.
4•
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
1. Waarde, waarden: waar spreken we over? Een ‘waarde’ in de brede sociologische opvatting kan gezien worden als de impliciete of expliciete opvatting van een individu, een sociale groep, een collectiviteit over het wenselijke (Verbruggen et al. 2016). Waarden zijn dan algemene opvattingen om het individuele, het groeps- en maatschappelijke gedrag te bepalen en te beoordelen (Van Doorn & Lammers, 1976). Ze fungeren als een richtsnoer en als maatstaf voor gedrag en hebben een emotionele lading (Verbruggen et al. 2016). Waarden kunnen gesitueerd worden op verschillende niveaus van de sociale systemen (individueel, op maatschappelijk niveau, op organisatieniveau…). Waarden zijn abstract en worden slechts concreet als ze omgezet worden in normen en concrete gedragsregels. In het onderzoek naar de waarde van het jeugdwerk ligt de focus op de individuele invulling ‘waarde’. Het wordt ingevuld als datgene waar kinderen en jongeren op een fundamentele wijze belang aan hechten en betekenis aan geven. Als mensen doen we dat met onze specifieke psychologische kenmerken, vanuit onze individuele persoonlijkheidsstructuren en gekanaliseerd door onze culturele eigenheid (Braeckman, 2018).
2. Wat de literatuur ons leert Grasduinen door de Vlaamse en Europese jeugdwerkliteratuur levert een eerste abstract beeld op van wat de waarde van jeugdwerk kan zijn. In het definiëren van jeugdwerk staan plezier, ontspanning, verbondenheid, vrijheid, zelfontplooiing, eigenaarschap en participatie centraal. In grote lijnen komen deze waarden terug in zowat alle omschrijvingen die te vinden zijn (De Ambrassade, 2018; Raad van Europa, 2017; Van Bouchaute & Van de Walle, 2001). Tijdens het terugblikken op de rijke geschiedenis van het jeugdwerk worden gelijkwaardigheid, solidariteit, democratie en veiligheid ook nog toegevoegd aan het lijstje van ‘oorspronkelijke’ waarden (Swerts et al., 2014). Vanuit het perspectief van de professionals lijkt de maatschappelijke opdracht een explicietere plaats op te eisen en hebben beleidsmakers stelselmatig meer oog voor participatie, democratie en burgerschap. Het groeiende mensenrechtendiscours benadrukt dan weer de mensgerichtheid en het pluralisme (De Visscher, 2011) als plausibele waarden voor het jeugdwerk. De verschillende perspectieven die aan bod komen, tonen ook fricties. De literatuurverkenning toont dat er veel antwoorden kunnen gegeven worden op de vraag naar de waarde van ‘het’ jeugdwerk. Een belangrijke constante is het feit dat de leefwereld van elk kind en elke jongere bepalend is voor de waarde die aan jeugdwerk gehecht kan worden. Het gaat telkens om een unieke beleving in een unieke context en jeugdwerk ontstaat in de relatie daartussen.
3. De kracht van transformatieve evaluatie Hoe krijgen we kinderen en jongeren aan de praat over wat het jeugdwerk voor hen betekent? Hoe komen we te weten welke waarde ze hechten aan de ervaringen die ze opdoen binnen een jeugdwerking? In het onderzoek naar de waarde van het jeugdwerk staat de methode van transformatieve evaluatie centraal. En dan vooral de ‘Most Significant Change Technique’ (Davies &Dart, 2005) die aan de basis van de methode ligt. Via deze onderzoeksmethode verzamelden jeugdwerkers, vrijwilligers en het onderzoeksteam 83 unieke verhalen van kinderen en jongeren. De transformatieve evaluatie is ontstaan vanuit de nood om een aanpak te vinden die congruent is met de waarden en de ethiek van het jeugdwerk én er tegelijkertijd voor zorgt dat evaluatoren de complexiteit (diepte en breedte) van het werk van jeugdwerkers kunnen zien. Op die manier kunnen jeugdwerkers de waarde van hun werk aantonen (Cooper, 2018). De transformatieve evaluatie wil ook af van evaluatieonderzoek dat enkel focust op verantwoording. Evaluatie heeft oorspronkelijk drie doelstellingen: verantwoording, nieuwe kennis genereren en het verbeteren van de praktijk (Chelminsky, 1997). Transformatieve evaluatie doet dus meer dan enkel bewijzen aanleveren om verantwoording af te leggen, het is ook een manier om tot organisatieontwikkeling te komen.
5•
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
RELATIES ONTWIKKELEN • HET LEREN UITBREIDEN
PRAKTIJKKENNIS ONTWIKKELEN
DUURZAME ONTWIKKELING ONDERSTEUNEN
COLLECTIEVE VISIE • KRITISCHE REFLECTIEVE PRAKTIJK
DIVERSITEIT WAARDEREN • PLURALISME OMARMERN
DIRECTE PRAKTIJKVERBETERING
Figuur 1: Organisatie- en praktijkleren door transformatieve evaluatie (naar: Cooper, 2018)
Het proces van transformatieve evaluatie verloopt idealiter via vier fasen (Cooper, 2018). FASE 1: GENEREREN VAN VERHALEN In deze fase gaan jeugdwerkers (vrijwilligers en/of professionals) verhalen genereren bij hun kinderen en jongeren. Vanuit hun vertrouwensband met de kinderen en jongeren gaan jeugdwerkers het gesprek aan vanuit één leidende vraag (“Als je nu terugkijkt naar het afgelopen jaar, wat was de belangrijkste ervaring binnen deze jeugdwerking?”). Kinderen en jongeren worden aangemoedigd om toe te lichten waarom dit verhaal, deze ervaring zo belangrijk is voor hen. Er ontstaat een reflectieve dialoog tussen jeugdwerkers en kinderen en jongeren. FASE 2: ANALYSE EN SELECTIE DOOR DE JEUGDWERKERS Binnen deze fase gaan de jeugdwerkers, ondersteund door de onderzoekers, aan de slag met de verhalen van de jongeren. De praktijkwerkers selecteren en analyseren de verhalen en vullen de verhalen aan vanuit hun eigen ervaringen. Dat resulteert in thema’s en domeinen die belangrijk zijn en gecontextualiseerd worden door de rijke ervaring van de praktijkwerkers. Deze fase eindigt met de keuze van het meest passende veranderingsverhaal bij elk thema/domein. De jeugdwerkers motiveren ook waarom dit verhaal het meest passende is. FASE 3: SELECTIE DOOR STAKEHOLDERSGROEP EN FEEDBACK Het proces wordt geflankeerd door een stakeholdersgroep. Deze groep neemt in deze fase alle gecontextualiseerde verhalen per thema en domein door en selecteert het belangrijkste veranderverhaal voor deze cyclus. Ze koppelen dit terug aan de jeugdwerkers en motiveren hun keuze. FASE 4: META-EVALUATIE Op het einde van elke cyclus reflecteren de jeugdwerkers over hun ervaringen met het proces van de transformatieve evaluatie. Ze bekijken samen welke bijdrage er geleverd wordt bij het verbeteren van hun praktijk en bespreken hoe de volgende cyclus opgebouwd kan worden.
6•
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
2• ANALYSE & SELECTIE Reflectieve dialoog tussen jeugdwerkers onderling faciliteren
1• VERHALEN GENEREREN Reflectieve dialoog tussen jongere en jeugdwerker faciliteren
3• SELECTIE & FEEDBACK
4• META-EVALUATIE
Communicatie creëren tussen verschillende stakeholders
Ontwikkelen en aanscherpen van de evaluatiemethodiek
Figuur 2: Het transformatieve evaluatieproces (Naar: Cooper 2014)
4. Een verhaal van acht op elkaar ingrijpende waarden De transformatieve evaluatie binnen het onderzoek naar de waarde van het jeugdwerk werd bijgesteld naar de context van het onderzoek. De COVID-19-pandemie zorgde voor een extra uitdaging in het onderzoeksproces, voornamelijk op vlak van deelname bij de jeugdwerkorganisaties. De methodologie werd tijdens het proces bijgesteld op basis van de mogelijkheden en de draagkracht van het jeugdwerk op dat moment. Het uitgebreide rapport gaat daar gedetailleerd op in. Bij het opbouwen van de steekproef werd altijd gestreefd naar voldoende diversiteit op vlak van jeugdwerk-context en de deelnemers. Uiteindelijk namen zes organisaties deel aan het kwalitatieve deel van het onderzoek. •
BAZART - Leuven: een kunstjeugdbeweging die actief is in tien Vlaamse steden
•
BAZZZ: een jeugdorganisatie die ontstaan is uit de behoeften van jongeren met een migratieachtergrond
•
CITY PIRATES: een voetbalclub met sociale insteek
•
GROEP INTRO: een vrijetijdsorganisatie met specifieke aandacht voor mensen uit kansengroepen
•
KLJ WIEKEVORST: een afdeling van een landelijke jeugdbeweging
•
ORANJE VZW: een vrijetijdscentrum voor mensen met en zonder een beperking. In het onderzoek werd de speelpleinwerking betrokken.
Vanuit deze zes heel verschillende jeugdwerkorganisaties werden 83 verhalen verzameld en geanalyseerd. Er komen acht waarden van het jeugdwerk naar boven. Onderstaande figuur brengt deze waarden in beeld.
7•
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
RESPECT
VERBONDENHEID
PLEZIER
•
•
•
10
69
64
DE 8 WAARDEN VAN JEUGDWERK
ZELFONTPLOOIING
• 22
VEILIGHEID
ERKENNING
VRIJHEID
• 40
BEKWAAMHEID
•
•
•
22
30
38
Figuur 3: De acht waarden van jeugdwerk (De Ceuster, Polak en Baki, 2021)
4.1. Verbondenheid Kinderen en jongeren voelen een enorme behoefte aan relaties met de ander en de wereld rondom hen. In de eerste plaats worden familieleden en/of vrienden benoemd als belangrijke reden om die verbinding te willen maken. Toch zijn er ook deelnemers en/ of vrijwilligers die de bewuste keuze maken om een onderdeel te worden van een bepaalde jeugdwerking om met anderen in contact te komen die ze elders in hun dagelijks leven anders niet zouden ontmoeten of leren kennen. De sociale relaties binnen de werking moeten voor hen van betekenis zijn om er een blijvende rol in op te willen nemen. Het gaat om een sfeer van verbondenheid en samenhorigheid, een informele ruimte waarin de deelnemers en vrijwilligers gewoon samen kunnen zijn om van elkaars gezelschap te kunnen genieten.
“Eerst was mijn zus op de KLJ, en toen mocht ik ook eens naar de KLJ gaan en (…) van de eerste activiteit vond ik dat al leuk. En dan hebben we mij ingeschreven om in de KLJ te blijven.” (KLJ WIEKEVORST 3) Kinderen en jongeren gaan zich omwille van de connectie met anderen sociaal verbonden voelen, wat zich voor sommigen ook uit in het zich willen engageren als vrijwilliger. Het aspect van verbondenheid en het maken van verbinding lijkt in de hand te werken dat kinderen en jongeren geactiveerd worden om daadwerkelijk een onderdeel te willen zijn van een werking en dit ook willen tonen aan de buitenwereld.
“Het is eigenlijk een win-win situatie. Je kan zo’n mensen ontmoeten, je kan spelen met die gastjes. Ik kan meer mijn uitzicht verbreden over de maatschappij want er wordt bijna nooit gepraat over mensen met een beperking bij ons, ook niet op school.” (ORANJE-LEIDING 2)
8•
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Het valt doorheen de verhalen op dat de verbinding die gemaakt en gevoeld wordt met de ander een steeds terugkerend element is. Verbondenheid is iets waar heel wat kinderen en jongeren duidelijk nood aan hebben. Iets wat ze zelf benoemen als het ontmoeten en leren kennen van nieuwe mensen, ergens bij horen, je thuis voelen en een vertrouwensband creëren met de ander waardoor langdurige vriendschappen ontstaan.
“Ik ken sommige van hen al drie à vijf jaar, sinds ik bij City Pirates speel. (…) Die familiesfeer die ik meemaak, (…) en dan met nieuwe mensen, want we zitten in een nieuw team. Je leert ook die andere mensen (…) kennen. (…) Die familiesfeer die we gewoon opnieuw moesten bouwen.” (CITY PIRATES 1)
4.2. Plezier Plezier geeft betekenis aan wat kinderen en jongeren doen en biedt hen een plek om te ontspannen, ver weg van het dagelijkse, waarin heel wat van hen verwacht wordt. Het biedt hen de ruimte om stoom af te laten, zonder enige verplichting. Plezier beleven, zorgt ervoor dat kinderen en jongeren zich meer aangetrokken en betrokken voelen én het stimuleert intrinsieke motivatie, waarin je leert te ontdekken wat je kan en wil zijn.
“Dan is de jeugdbeweging de beste keuze, omdat dat het meest actieve is, denk ik, ook actiever als een sport. (…) Da’s toch meer samen (…) en meer variatie. Want je weet nooit wat je gaat doen dus da’s ook wel leuk.” (BAZART 9) Volgens deelnemers kan uit die intrinsieke motivatie en plezier een engagement als vrijwilliger ontstaan. Het zijn de vrijwilligers die voorzien in het plezier van de ander door het uitwerken van allerlei activiteiten waarbij de focus ligt op afwisseling en doorbreken van routine. Afwisseling zorgt dat de dagelijkse routine doorbroken wordt. Plezier maken, verhoogt de kans om andere waarden te realiseren waardoor ze vaak in één adem worden genoemd door de deelnemers en vrijwilligers. De onderlinge samenhang tussen waarden valt hier duidelijk op.
“Gewoon eerder heel veel voldoening om die jongen al lachend naar huis te zien gaan. (…) Dat is voor mij het verhaal dat ik meestal vertel als iemand mij vraagt: ‘waarom zit jij in Oranje en waarom blijf je in Oranje?’.” (ORANJE-LEIDING 1) Bovendien blijkt uit de verhalen dat de invulling van plezier afhankelijk is van en in relatie staat tot het type jeugdwerking waar ze deel van uitmaken. Dit impliceert dat er oog moet zijn voor de individuele interesses van deelnemende kinderen en jongeren bij de uitwerking van spel en ontspanning. Deze individuele interesses bepalen immers de richting en keuze binnen het jeugdwerk, of anders gezegd: de eigenheid van een jeugdwerkpraktijk zal bepalen welke deelnemers er aangetrokken worden.
9•
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
10 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
4.3. Vrijheid Vrijheid gaat volgens kinderen en jongeren om invloed hebben op hoe we ons in een bepaalde ruimte voortbewegen en hoeveel tijd we daaraan kunnen of mogen spenderen. Het gaat volgens sommigen over kansen krijgen om grenzen te verleggen, te experimenteren. Anderen benoemen het eerder als een plaats waar ze nieuwe dingen kunnen doen, waar ze terug kind en ook gewoon zichzelf kunnen en mogen zijn.
“Ik zou nooit van mijn leven in een groep gezongen hebben en al zeker niet geacteerd. Ik dacht altijd ‘ik ga mijn hoofddoek moeten afzetten, ik ga tegen mijn zin mensen moeten kussen en mijn grenzen gaan niet gerespecteerd worden.’ Door deel te nemen aan de workshops bij Bazzz heb ik geleerd dat iedereen kan acteren en dat zingen in een koor echt tof kan zijn!” (BAZZZ 2) Een deel van de kinderen en jongeren ziet het anders. Bij hen gaat het om een veilige ruimte waarin ze niet geconfronteerd worden met de regels en protocollen die gelden op school of thuis. Of toch zeker dat gevoel te hebben. Ze geven aan te willen ontsnappen aan de realiteit om zo even weg te zijn van de alledaagse zorgen en bekommernissen. Voor hen is het jeugdwerk betekenisvol omdat het hun een vrije ruimte biedt waar ze naartoe kunnen als ze het nodig hebben. Het is voor hen van waarde dat ze in die ruimte kunnen doen wat elders misschien niet kan of mag.
“Op zondag zit je met heel wat deadlines van school in je kop. Maar dan even dat moment dat je daar niet aan denkt en dat je gewoon geniet. En dan kom je thuis en dan kun je terug beginnen met volle goesting voor school, allez, volle goesting (lacht). (…) Dat is een heel grote ontspanning.” (KLJ-LEIDING 5) Deelnemers en vrijwilligers lijken regie te willen hebben over de invulling van hun vrije tijd. Daarnaast staat vrijheid volgens hen ook voor de onbezonnenheid van het plezier: het zich vrij kunnen bewegen zonder veel belemmeringen te ervaren om plezier ten volle te kunnen ervaren. Deze vorm van vrijheid stelt de kinderen en jongeren immers beter in staat de wereld (van de jeugdwerking waarin ze actief zijn) zelf te ontdekken en daaruit te leren. Dit impliceert dat deze ruimte niet te afgebakend mag zijn met allerlei voorgeschreven regels. Kinderen en jongeren zoeken een soort van vrijheid die zich losmaakt van een hiërarchie en zich eerder baseert op basis van vertrouwen om zo ook de transitie naar de volwassenheid ten volle te kunnen benutten.
11 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
4.4. Bekwaamheid Bekwaamheid komt vooral tot uiting bij deelnemers en vrijwilligers die zich engageren binnen het jeugdwerk. Het gaat dan over hoe ze de omgezette kennis en kunde in andere deelaspecten van hun leven kunnen en willen implementeren. Het gaat ook om eigenaarschap voelen en verantwoordelijkheid krijgen. Ze praten over het voelen van een gedeelde verantwoordelijkheid in het samenwerken als team van vrijwilligers, wat in een volgende stap het engagement opnemen ook mogelijk maakt.
“Op deze club zitten er veel jongeren die allemaal voetballers willen worden. Maar er zijn niet veel mensen die dat kunnen worden. Dus ze proberen ook om andere mensen kansen te geven en niet alleen op voetbal te letten maar ook op jouw toekomst. Zeg maar een back-upplan voor als voetbal niet werkt.” (CITY PIRATES 1) Bekwaamheid komt tot uiting bij deelnemers en vrijwilligers die over een bepaalde maturiteit beschikken en bereid zijn deelnemers te begeleiden en te ondersteunen waar nodig. Bekwaamheid gaat volgens hen om de verplichtingen die aan het engagement vasthangen. Zo verschilt de verantwoordelijkheid van een animator en leid(st)er ten opzichte van een hoofdanimator of hoofdleid(st)er. Maar ook tussen leden en actieve vrijwilligers is er een verschil op te merken. Hoe groter de verantwoordelijkheid en betrokkenheid in de organisatie, hoe meer jongeren spreken over leerwinst en overdraagbaarheid van kennis en kunde.
“Het is ook iets super waardevol in uw leven. Dat is ook de reden waarom ik het nog vijf à tien jaar wil blijven doen. Het maakt het mij wel wat gemakkelijker, ik ben niet bang om in een nieuwe groep terecht te komen en te zeggen wie ik ben en waarom ik zo ben of mij zo of zo voel.” (ORANJE-LEIDING 3) Het opnemen van engagement en verantwoordelijkheden maakt dat vrijwilligers meer en andere skills en competenties verwerven voor de toekomst. Deelnemers die hiernaar verwijzen zitten vaak in hun transitie van deelnemer naar vrijwilliger en kijken daardoor vooruit naar hoe die toekomst als vrijwilliger of professional er zou kunnen uitzien. Bovendien verruimen ze de context waarover ze spreken en leggen ze duidelijk linken tussen de dingen die ze geleerd hebben in het jeugdwerk en hoe die hen voordeel kunnen opleveren in hun beroepsleven, tijdens sollicitaties, enzovoort.
“Als je leiding wordt, heb je super veel voordelen. Je kunt dat op uw cv zetten ook he? Zoals die trainingsdagen, dat staat er ook schoon op.” (KLJ WIEKEVORST 9) De leerkansen die worden benoemd door de jongeren zijn eveneens een invulling van bekwaamheid. Het gaat dan over formele en informele leermomenten, over bewust, onbewust, ervaringsgericht of zelfs speels leren.
12 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
13 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
4.5. Erkenning Erkenning komt in de verhalen van de deelnemers en vrijwilligers voor als het gezien en gehoord worden en van betekenis zijn. Het gaat om de waardering die ze krijgen, het aanvaard worden om wie en wat ze zijn en doen. Het betreft volgens de respondenten een ruimte die gecreëerd wordt waarin de eigen overtuigingen en meningen gerespecteerd en geaccepteerd worden. Het gaat dus om de bevestiging van wie ze zijn en daarenboven het naar waarde geschat worden en daarin ook aangemoedigd en ondersteund worden. De appreciatie die verkregen wordt door de ander, omwille van wat ze doen en waarvoor ze staan, telt ook mee in hun betekenisgeving.
“Dat gevoel had je bij City Pirates, zelfs al zit je niet in dezelfde ploeg, dat je wel erbij hoort. En die mensen zijn heel benieuwd. Die willen je leren kennen. Zo van: ‘wie ben jij? Van waar kom jij? In welke ploeg?’ Die waren heel enthousiast. En heel blij. Die verwelkomen die mensen echt met zo’n goed hart. En niet zo van: ‘ja hallo, kom erbij.’ Zo droog, dat was nooit bij hen, nooit.” (CITY PIRATES 2) Erkenning gaat ook om de ondersteuning die kinderen en jongeren geven aan en ontvangen van de ander. Het gaat over het met elkaar in gesprek kunnen en willen gaan over emoties en kwetsbaarheden, waar elders minder ruimte of vertrouwen voor is. De doorslaggevende factor is dat er ook echt wordt geluisterd naar wat er gezegd wordt, waardoor er ruimte ontstaat waar iemand zijn of haar hart kan luchten. Tegelijkertijd benoemen ze het feit dat ze als individu de kans krijgen om hun ding te kunnen doen. Kortom gaat het om een plaats waar iemand het vertrouwen krijgt en durft te geven. Het is naar hun aanvoelen dan de ondersteuning van de ander die aanzet tot doorzetten en het durven nemen van initiatief.
“Het voelt eigenlijk als een tweede thuis, waar je iedereen kent en waar je echt jezelf kunt zijn. Het is ook gewoon een toffe plek om te hangen en gewoon te zijn.” (BAZZZ 3)
4.6. Veiligheid Een veilige omgeving waarin kinderen en jongeren zorgeloos kunnen spelen en informeel kunnen leren is bijzonder belangrijk, dat blijkt althans uit de verhalen van deelnemers en vrijwilligers. Het gaat hierbij voornamelijk om de fysieke en emotionele veiligheid die ontstaat of al bestaat binnen de jeugdwerking waarin deelnemers en vrijwilligers actief zijn. De nadruk ligt daarbij op een ruimte waarin kinderen en jongeren zich veilig en vertrouwd voelen. Een soort van thuiskomen waardoor ze kunnen tonen wie ze werkelijk zijn en daarover in gesprek durven gaan, maar ook dingen durven ondernemen om zo hun eigen grenzen te verkennen. Het gaat dus om de veiligheid die kinderen en jongeren ervaren, waarbij ze de nodige bescherming en geborgenheid van de ander voelen.
“Door te komen naar de activiteiten lijken de dingen die ik voel normaal. Ik kan daar gewoon zeggen wat ik denk en wat ik voel en die vinden dat allemaal normaal. Thuis kan ik dat niet vertellen.” (GROEP INTRO 14)
14 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Het type jeugdwerk waarin kinderen en jongeren vertoeven, kan die fysieke en emotionele veiligheid waarborgen, waarbij vrijwilligers en andere deelnemers beschouwd kunnen worden als uitvoerende krachten, wetende dat net zij degenen zijn die de veiligheid en vertrouwdheid aanwakkeren of versterken. Een individu heeft dus de ander nodig om begeleid en gestimuleerd te worden in het eigen informeel leerproces. De begeleiding en het aanmoedigen in een veilige en vertrouwde omgeving kan het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van kinderen en jongeren op deze wijze positief beïnvloeden.
“Stel, ik had problemen (…) of ik voelde mij niet zo goed, die stonden altijd klaar. Geen enkel moment zeggen die van: ‘trek je plan of doe wat je wil.’ (…) Stel, ik voelde mij zo slecht om alles, dan zeggen die van: ‘kom G., we gaan praten.’ (…) Ook al ging het om school, ook al ging het om buiten leven, familie, dat maakt niet uit. Die waren altijd daar.(…) Die hielpen jou. (…) Dus ik ga naar O. (…) Ik zeg: ‘ik moet een mail openen van school, maar ik weet niet hoe dat marcheert, kun je mij helpen?’ En dan heeft die da geopend voor mij en heeft die dat uitgelegd.” (CITY PIRATES 2)
4.7. Zelfontplooiing In de verhalen komt de kernwaarde zelfontplooiing tot uiting als het gaat om het vermogen en de ruimte krijgen om aan zichzelf te werken. Bij de vrijwilligers komt naast de persoonlijke ontwikkeling ook zelfreflectie aan de oppervlakte en gaan verhalen over: “Waar en hoe sta ik als vrijwilliger in mijn jeugdwerking?”. Uit de verhalen van deelnemers en vrijwilligers schemert door dat kinderen en jongeren in deze contexten zichzelf beter leren kennen. Ze verkrijgen zelfinzicht en er ontstaat een innerlijke groei om zo de transitie van jongere naar volwassene mogelijk te maken. De deelnemers en vrijwilligers geven aan bij te leren over wie ze zijn, hoe ze in het leven staan en waar ze naartoe willen. Het zelf en het ik staan hier centraal. Het doet het gevoel van zelfwaarde bij deelnemers en vrijwilligers stijgen.
“Vroeger was ik heel verlegen. Als ik nu met andere mensen zou moeten praten, dan maakt mij dat echt niet uit, dat vind ik zelfs leuk. (…) Ik denk wel dat je sociaal moet zijn in het leven. (…) Ik ben dit jaar naar de unief gegaan (…) en ik leerde nieuwe mensen kennen. De grens was niet echt groot om met die nieuwe mensen uit mijn klas te gaan praten en berichten te sturen, als je dat vergelijkt met de rest van mijn klas.” (KLJ-LEIDING 5) Zelfontplooiing gaat om de ervaringskennis en kunde (in de vorm van vaardigheden en competenties) die iemand verwerft binnen een jeugdwerking. Dit gaat vaak hand in hand met de behoefte van de ontdekking, met andere woorden de wil en motivatie die iemand in staat stelt zichzelf beter te leren kennen en ontwikkelen.
“Ik ken niemand. Op school zit niemand met een zware beperking. Het is iets wat je bijleert, een ervaring die je alleen hebt op Oranje. En die je nergens anders kan meemaken, denk ik, dan bij Oranje.” (ORANJE-LEIDING 2)
15 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
4.8. Respect Deelnemers en vrijwilligers hebben het in hun verhalen over zelfrespect en respect voor de ander. Ze vertellen over de eigenwaarde en over een ruimte om zichzelf te kunnen uiten waar ze ook naar waarde geschat worden door anderen. De ene focust meer op verrijking door ontmoeting en respect voor de medemens, terwijl de ander eerder spreekt over groeiend respect voor het eigen zijn. Na analyse zijn deze elementen samen te voegen tot respect. De kinderen en jongeren geven betekenis aan deze waarden door te spreken in termen van zelfrespect, begrip en waardering. Bovendien kaarten ze aan dat ze met het respect dat ze ontvangen van zichzelf of de ander, meer engagement en verantwoordelijkheid opnemen binnen de eigen jeugdwerkpraktijk.
“Er zal altijd met respect gereageerd worden en ook als we het niet eens zijn, zal dat niet snel voor een conflict zorgen.” (BAZZZ 2) Het gaat bij respect om de ontmoeting met anderen en ontdekken hoe de anderen naar de wereld kijken. Vooral de ontmoeting van nieuwe mensen die geen onderdeel uitmaken van de eigen leefwereld en er misschien een andere levensfilosofie op nahouden. Zo leren ze hoe daarmee om te gaan, en relaties en/of vriendschappen op te bouwen om de eigen wereld te verruimen. Het gaat dan veel meer over het relationeel leren. De waarde respect leunt bijgevolg ook dicht aan bij de waarde vrijheid.
“Omdat we met veel andere mensen in de wereld zitten. Zelfs bij onze ploeg, als je naar mijn teamgenoten kijkt: veel van ons zijn van andere landen. Andere continenten. Andere steden. We zijn allemaal anders. (…) We leven allemaal anders. (…) Dat vind ik persoonlijk belangrijk (…) als je dat gewoon opzij kunt zetten om samen iets te bereiken.” (CITY PIRATES 2)
16 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
17 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
5. Enkele bedenkingen bij de resultaten De verhalen bieden een inkijk op de alledaagse beleving van het jeugdwerk bij kinderen en jongeren. Het valt op dat DRIE CENTRALE WAARDEN heel vaak terugkomen: VERBONDENHEID, PLEZIER en VRIJHEID. Het lijkt er ook op dat wanneer de hybriditeit groeit en de accenten van jeugdwerkpraktijken uitgesproken verschillen van elkaar, ze elkaar daar vooral in kunnen versterken en aanvullen. Op het einde van de rit lijken deelnemers hier dezelfde waarden aan te koppelen. De omschrijving van de acht waarden is geen zuivere wetenschap. Het is zeker NIET HET ENIGE PERSPECTIEF. Enerzijds omwille van een aantal methodologische aspecten van het onderzoek dat gevoerd werd, anderzijds vanwege de verbondenheid en samenhang tussen de verschillende waarden. Als een deelnemer praat over erkenning doet hij dat mogelijk omdat hij eerst respect heeft ervaren en leren hebben voor anderen en hierdoor voelt dat hij zichzelf kan zijn. Andersom zou het respect dat diezelfde deelnemer uitstraalt naar mededeelnemers het verlengde kunnen zijn van het feit dat die zich verbonden voelt in een bepaalde groep binnen zijn eigen jeugdwerking. Daar waar sommigen praten over veiligheid, zou het ook kunnen gaan over vrijheid of spreken ze over erkenning wanneer het in essentie over verbondenheid gaat. Wat opvalt in de resultaten is dat in de VERSCHILLENDE JEUGDWERKCONTEXTEN DEZELFDE WAARDEN naar boven komen. Een unieke context zorgt niet voor een unieke waarde. Zo zullen jeugdwerkpraktijken die zich bewegen op het kruispunt van sport en jeugd, een andere focus hebben dan zij die zich bewegen rond jeugd en kunstbeleving wat betreft plezier als waarde. Waar de ene competitiviteit als een vorm van plezier omschrijft, omschrijft de ander creativiteit als een uitingsvorm daarvan. CORONA vormde doorheen het onderzoek een grote uitdaging. De betekenissen werden in sommige gevallen midden in een lockdown of juist na een ‘bubbelkamp’ gegeven. Dit maakt dat de nuance van de waarde en de daarbij horende ervaringen bij kinderen en jongeren (extra) gekleurd kunnen zijn. Opvallend is wel dat zelfs in tijden van een pandemie, waar het jeugdwerk alles op alles heeft gezet om zich wendbaar en flexibel op te stellen, de ervaringen van de deelnemers gelinkt kunnen worden aan een of meer van de centrale waarden in dit onderzoek. Verbondenheid blijft de koploper, maar ook vrijheid en plezier worden naar voren geschoven als essentiële waarden in tijden van isolement en beperkingen in de bewegingsvrijheid. De LEEFTIJD EN ERVARING VAN DE DEELNEMERS bepalen sterk de invulling die gegeven wordt aan een bepaalde waarde. Hoe jonger deelnemers zijn, hoe meer focus ze leggen op spel en plezier. Op latere leeftijd benoemen ze zelf meer elementen en/ of waarden als bekwaamheid, leren, ervaringen opdoen … De veranderlijkheid van waarden lijkt (sterk) onderhevig aan hun persoonlijk transitieproces. Tijdens het onderzoek werd de blik van experten en professionals toegevoegd door een reflectiegroep en een aantal diepteinterviews. Hun inbreng legt een SPANNINGSVELD bloot tussen het perspectief vanuit jeugdwerkers, coördinatoren, en beleidsmakers en de beleving bij deelnemers. Daar waar bij experten (en in de literatuur) een lans wordt gebroken voor het ontwikkelen van een identiteit, het aansterken van maatschappelijk engagement, verbinding met de bredere samenleving en het vormen van de deelnemers (Coussée, 2005; Schryvers et. al, 2015; De Visscher, 2011; Gatz, 2014), ligt de focus bij de deelnemers heel anders. Ze benoemen verbondenheid voornamelijk in termen van het eigen netwerk en praten slechts zelden over een maatschappelijke invulling. Allicht heeft het deels ook te maken met de focus van het onderzoek. De verhalen zijn vanuit een individueel perspectief van kinderen en jongeren verteld, waardoor ze ook tot de waarden hebben geleid waaraan ze zelf het meeste waarde hechten, los van de effecten die een specifieke jeugdwerking beoogt.
18 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
6. Welke vragen blijven er liggen? Los van wat de verhalen ons leren over de waarde van jeugdwerk voor kinderen en jongeren, blijven er nog een aantal vragen liggen. Het geheel van acht waarden dat uit de resultaten wordt gefilterd is een fragiel concept en stof voor veel semantische discussies en verdere VERDIEPING. Waarden zijn niet los te koppelen van elkaar. De onderlinge verhouding tussen waarden is een belangrijk element wanneer met kinderen en jongeren een analyseproces wordt afgelegd. Daarnaast speelt ook de CONTEXT waarin kinderen en jongeren leven een belangrijke rol. De keuzes die iemand maakt zijn in veel gevallen onder invloed van meningen of keuzes van mensen in de omgeving. Zo kan een ouder meebepalen welke jeugdbeweging gekozen wordt of ga je als kind mee naar de activiteiten waar je klasgenoten ook aanwezig zijn. Uit de verhalen kunnen we stellen dat vooral bij de jongste kinderen en bij mensen met een beperking de ouders dit mee bepalen. De waarden interpreteren vanuit de leefwereld van kinderen en jongeren is een must om verdieping te brengen in de resultaten. Naast de familie en vrienden die mee vorm geven aan keuzes, blijkt ook de BEGELEIDER binnen het jeugdwerk een cruciale rol te spelen. De vertrouwensband, het plezier en de groei die deelnemers samen met een begeleider beleven, maken dat hun waardebepaling er ook anders zal uitzien. Binnen het inclusief jeugdwerk bijvoorbeeld, merkten meerdere deelnemers van Oranje vzw op dat hun eigen ervaring met begeleiders een effect heeft op hoe ze terugblikken op hun meest belangrijke ervaring in het jeugdwerk. Als persoon ben je ook lid van een grotere sociale groep, een maatschappij. Wat is dan de link met de SAMENLEVING? Gaat het enkel over vrienden maken en verbinding vinden met gelijkgestemden? Of is er een connectie met de maatschappij of maatschappelijke instanties? Welke rol ligt daar in het jeugdwerk en welke waarden kunnen daar gefilterd worden? Hoe ervaren de deelnemers die wisselwerking? De vraag zal daar eerder zijn hoe kinderen en jongeren kijken naar identiteitsbeleving en de rol die ze (kunnen) spelen in de dagelijkse maatschappij waar ze in opgroeien. Het vormt een kanttekening bij de resultaten, maar biedt ook kansen voor verder onderzoek.
7. Uitdagingen voor stakeholders in het jeugdwerk Ook al blijven er nog vragen liggen en is dit onderzoek gebaseerd op een beperkte vertelling van 83 unieke verhalen, toch zijn er een aantal aanbevelingen te maken. Uit de verhalen van kinderen en jongeren blijkt duidelijk dat elke vorm van jeugdwerk de potentie heeft om een plaats te zijn waar acht waarden zich kunnen ontwikkelen. Kinderen en jongeren zoeken naar een plek waar ze zich thuis voelen en die plek verschilt afhankelijk van hun voorkeuren en hun leefwereld. Het WAARDEREN EN ONDERSTEUNEN VAN EEN GEDIVERSIFIEERD JEUGDWERKLANDSCHAP is dus een belangrijke voorwaarde om dit te realiseren. Als jeugdwerk een waardevolle plek wil zijn in het leven van kinderen en jongeren, zal het moeten vertrekken vanuit een breed leefwereldperspectief en brede invullingen van wat jeugdwerk is en kan zijn. Die diversiteit is er al, maar het is belangrijk die zichtbaar te maken, gelijkwaardig te ondersteunen en samenwerking te bevorderen. Flexibel beleid dat durft ‘out of the box’ te denken en beleidsdomeinen durft verbinden, is een startpunt om hybride vormen in het jeugdwerk ademruimte en kansen te geven. Er moet gezocht worden naar een wendbaar en degelijk ondersteuningsbeleid waarin alle vormen van jeugdwerk een gelijkwaardige plaats krijgen. Daarnaast is het van belang om ACTIEF IN TE ZETTEN OP HET ZICHTBAAR MAKEN EN HET BENOEMEN VAN DE WAARDE VAN JEUGDWERK. Dit onderzoek kan de aanleiding vormen voor het opzetten van een beeldvormingscampagne over de waarde van jeugdwerk en dialoog en uitwisseling erover op gang brengen. Zo zal het draagvlak vergroten, de kennis verbreden en de zichtbaarheid van het jeugdwerk, én de waarde ervan, positief groeien. Op die manier kan het jeugdwerk een waardevolle plek zijn voor zoveel mogelijk kinderen en jongeren.
19 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Dit onderzoek toont dat de beleving van kinderen en jongeren verschilt van de verwachtingen die professionals en experten koesteren m.b.t. jeugdwerk. Sterk jeugdwerk steunt op VRIJWILLIGERS ÉN PROFESSIONALS en beide perspectieven op waardevol jeugdwerk moeten voldoende de kans krijgen om samen te komen en elkaar te inspireren. Het debat over de maatschappelijke rol die jeugdwerk kan en moet opnemen kan in dat samenkomen gevoerd worden. Er moet gezocht worden naar momenten, plaatsen, thema’s waar uitwisseling en debat kunnen ontstaan. Het lokale beleidsniveau speelt hier een belangrijke rol. Vlaamse beleidsmakers kunnen een visie ontwikkelen, Vlaamse ondersteuners kunnen inspireren en faciliteren, maar samenleven gebeurt daar waar mensen elkaar ontmoeten en samenkomen, in buurten, in steden en gemeenten. Waardevolle ontmoetingsplaatsen, en dus waardevol jeugdwerk creëren is een zaak van kinderen, jongeren, jeugdwerkprofessionals en vrijwilligers op de plaats waar ze samenkomen. Daarnaast liggen er op dat lokale niveau ook veel kansen om te werken aan sterke buurten. Als kinderen en jongeren in jeugdwerk een plaats zien waar ze zich verbonden voelen, plezier beleven, zich veilig voelen, dan liggen daar mogelijkheden om ook in te zetten op VERBINDINGEN BUITEN DE EIGEN GROEP. Vanuit jeugdwerk kunnen bruggen gebouwd worden, met de ondersteuning van het lokale beleid en professionele jeugdwerkers, om te werken aan samenleven in diversiteit. Tot slot is het belangrijk om DE STEM VAN KINDEREN EN JONGEREN IN JEUGDWERKONDERZOEK TE VERSTERKEN. Hun perspectief is onderbelicht, zeker ook dat van kinderen en jongeren die niet deelnemen aan de huidige vormen van jeugdwerk. Participatieve vormen van praktijkgericht onderzoek opzetten in samenwerking met vrijwilligers, jeugdwerkers, beleidsmakers, en kinderen en jongeren zelf is een eerste aanbeveling bij dit onderzoek naar de waarde van jeugdwerk. Transformatieve evaluatie biedt hiervoor kansen. Van daaruit kunnen ook processen van organisatieleren uitgezet worden. Dit onderzoek kon omwille van COVID-19 onvoldoende inzetten op een sterke procesbegeleiding bij de betrokken organisaties. Het valt sterk aan te bevelen om dit proces, in verder onderzoek, ten gronde uit te zetten in functie van een verdere uitdieping van de waarde (en dan ook de meerwaarde?) van jeugdwerk. Er liggen verder nog ONDERZOEKSMOGELIJKHEDEN in het opzetten van longitudinale studies die meer inzicht bieden in het transitieproces en de waardebepaling die kinderen en jongeren doorlopen. Kinderen en jongeren zien en benoemen de waarde van het jeugdwerk vooral eens ze hebben deelgenomen. Retrospectief lijkt het gemakkelijker om te benoemen wat de waarde nu juist is. In functie van verder onderzoek kunnen overheden en beleidsmakers nog een belangrijke rol spelen in het afstemmen van onderzoeksmiddelen en in het afstemmen van bestaande onderzoekslijnen. Jeugdwerkers én onderzoekers ervaren een grote versnippering van kleine (korte) onderzoeksopdrachten die niet altijd de nodige ruimte hebben om grondig verder te bouwen op het al geleverde werk. Door krachten en kennis te bundelen op verschillende terreinen (het brede vrijetijdsveld), zal de zoektocht naar de waarde van het jeugdwerk en het bijhorende draagvlak groeien. Samenwerking binnen onderzoek zal het signaal krachtiger maken en mee bijdragen aan de kenbaarheid en de toekomst van het jeugdwerk.
20 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
21 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Tot slot Vanuit het iSOS-kenniscentrum aan de AP Hogeschool tekenden we in januari 2020 enthousiast in op de oproep van het Departement Cultuur, Jeugd en Media voor het uitvoeren van een onderzoek naar de waarde van het jeugdwerk. Niemand kon voorspellen op welke rollercoaster we stapten. In maart 2020 ging de wereld dicht en maakten we kennis met een ‘pandemie’. Op dat moment dachten we nog dat het wel zou overwaaien en konden we het onderzoek opstarten door in de literatuur te duiken, te lezen en ons te oriënteren. Een derde coronagolf besliste er anders over. Alles omgooien, op zoek naar nieuwe organisaties, timing en methodologie aanpassen … We deinden mee op de golf en zochten naar mogelijkheden en draagkracht. Die rit hadden we niet kunnen uitrijden zonder de enorme flexibiliteit van het departement en het enthousiasme en de steun van Eva Van Passel en Janne Vermeesch. Een speciale dank ook aan alle kinderen en jongeren die hun verhalen voor dit onderzoek deelden. Via hun verhalen leerden we ze kennen. Dat ze dat hebben gedeeld, is vooral te wijten aan het doorzettingsvermogen en de inzet van jeugdwerkers en vrijwilligers binnen zes jeugdwerkorganisaties. Een welgemeende dank aan: Bazart Leuven, Bazzz, City Pirates, Groep INTRO, KLJ Wiekevorst en Oranje vzw om mee in dit verhaal te stappen. Veel dank ook aan de reflectiegroep die op twee sleutelmomenten een kritische blik op het werk heeft gegooid: Timmy Boutsen (De Ambrassade), Fried Aernouts (StampMedia), Katrien Vissers (Tumult), Bert Delville (Bataljong), Farah Mohamed (Lasso vzw), Rilke Mahieu (JINT), Elien Martens (Kei-Jong vzw), Ikrame Kastit (Uit De Marge), Ken Van Roose (Formaat), Katrien Ponsaerts en Koen Hanssens (JES vzw). Een aantal mensen verdienen nog een extra dankjewel: Timmy Boutsen (De Ambrassade), Ikrame Kastit (Uit De Marge), Don Pandzou (kabinetsmedewerker), Geert Boutsen (UCLL) en Eveline Meylemans (UGent). Zij deelden als vroegere deelnemer, vrijwilliger en huidige professional hun jeugdwerkervaringen met ons. En last but not least een dankjewel aan Rilke Mahieu en Filip Coussée voor de inhoudelijke reflectie en kritische blik en aan Susan Cooper voor de inspiratie en ondersteuning bij het uitwerken van de methodologie. Het was een reis in boeiend gezelschap!
22 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Volledige referentielijst van het onderzoeksrapport Bohn, I., & Stallmann, L. (2007). The socio-economic scope of youth work in Europe. Final Report. Frankfurt. Braeckman, J. (2018), De gemeenschappelijke sokkel van waarden. In F. Dhont (red.) gemeen.d (p. 11-22 ) Brussel: Socius. Bullock, K., Muschamp, Y., Ridge, T., & Wikeley, F. (2010). Educational relationships in out-of-school-time activities: are children in poverty missing out again? Education, Citizen-ship and Social Justice, 5(2): 103-116. Chelminsky, E. (1997) ‘Thoughts for a new evaluation society.’ Evaluation, Volume 3 issue 1, p. 97-118. Cockx, F. en Bastiaensen, H., (2010) De betekenis van sociaal culturele praktijken. Resultaten van een belevingsonderzoek bij participanten in het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Brussel: Socius. Council of Europe (2015). Youth work portfolio. Youth work essentials. Geraadpleegd van https://www.coe.int/en/web/youthportfolio/youth-work-essentials Cooper, S. (2014), “Transformative evaluation: organisational learning through participative practice”, The Learning Organization, Vol. 21 No. 2, p. 146-157. https://doi.org/10.1108/TLO-03-2013-0003 Cooper, S. (2018). Methodology of Transformative Evaluation. In Ord, J. (red.), The Impact of Youthwork in Europe: A Study of Five European Countries. Helsinki, Humak University of Applied Sciences Publications. Cooper, S. (2018). Participatory Evaluation in Youth Work: Theory and Practice. Oxon, UK: Routledge. Cops, D., Pleysier, S., Put, J., & De Boeck, A. (2015). Divers jong: Over diversiteit bij en tussen jongeren in Vlaanderen. D. Cops (Ed.). Leuven, Belgium: Acco. Coussée, F. (2005). De identiteit van het jeugdwerk als pedagogisch aanbod: onderzoek naar de betekenis van het jeugdwerk in de vrije tijd van de jeugdigen. [Doctoraat; Universiteit Gent]. (PPW.DOC.0221). Coussee, F. (2006). Jeugdwerk als sociaalpedagogische interventie. Sociale interventie, 15(3), p. 28-36. Coussee, F., & Bradt, L. (2012). Jeugdwerk en sociale uitsluiting : handvatten voor emanciperend jeugdbeleid. Leuven: Acco. Coussée, F, Roets, G. (2011). Vrijetijdsbeleving van kinderen in armoede. Onderzoek in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap, CJSM, Afdeling Jeugd. Eindrapport. Gent: Vakgroep Sociale Agogiek. Coussée, F., De Schepper, P. & Deceur, E. (2011). Dertien drempels tussen droom en daad: van toegankelijk jeugdwerk naar bruikbaar jeugdwerk. In: Uit de marge van het jeugdbeleid: werken met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. p.130145. Dalle, B., (2019). Beleidsnota Jeugd 2019-2024. Versterkend jeugdbeleid voor alle kinderen en jongeren. Geraadpleegd van https:// publicaties.vlaanderen.be/view-file/32231 Davies, R., & Dart, J. (2005). The ‘most significant change’(MSC) technique. A guide to its use. DOI:10.13140/RG.2.1.4305.3606 Decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. (20/01/2012). Geraadpleegd van https://codex.vlaanderen. be/Portals/Codex/documenten/1021316.html
23 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Declaration of the 1st European Youth Work Convention. (2010). Geraadpleegd documents/42128013/47262202/Declaration/2f264232-7324-41e4-8bb6-404c75ee5b62
via
https://pjp-eu.coe.int/
Declaration of the 2nd European Youth Work Convention. Making a world of difference (2015) Geraadpleegd via https://pjpeu.coe.int/documents/42128013/47262187/The+2nd+European+Youth+Work+Declaration_FINAL.pdf/cc602b1d-6efc-46d9-80ec5ca57c35eb85 De Ambrassade. (2018). #Jeugdwerkwerkt vandaag en in de toekomst. Geraadpleegd van https://ambrassade.be/nl/kennis/ artikel/jeugdwerkwerkt-vandaag-en-in-de-toekomst. De Backer, K., & Van Effelterre, E. (2001). Ooievaars en bloemkolen. Historisch-pedagogische schets van het jeugdwerk. Geraadpleegd van https://www.canonsociaalwerk.eu/1850_patronaten/2001_Strax_Ooievaars_en_bloemkolen.pdf De Pauw, P., Coussée, F., Van Houtte, M., Vermeersch, H., & Vettenburg, N. (2010). Jeugdbewegingen in Vlaanderen : een onderzoek bij groepen, leiding en leden. Brussel: Vlaams ministerie van cultuur, jeugd, sport en media. De Pauw, P., Vermeersch, H., Cox, N., Verhaeghe, M., & Stevens, P. (2013). Jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Een onderzoek bij werkingen, begeleiding en deelnemende jongeren. Brussel: VIVES – UGent - Agentschap SociaalCultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen, afdeling Jeugd. De Visscher, S. (2011). Hoe publiek is publiek? In N. Van Ceulebroeck (red.). De Hangman. Over jongeren in het straatbeeld (p. 5063). Brussel: Politeia. De Visscher, K., Neyens, M. (2016). Visienota: Diversiteit in/en het jeugdwerk. Brussel. De Ambrassade en Demos. Dhuyvetter, L. (2008). De inclusie van moeilijk bereikbare groepen in het jeugdwerk: de visie van jeugdwerkdeelnemers. Gent: Universiteit Gent/Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. Dunne, A., Ulicna, D., Murphy, I., & Golubeva, M. (2014). Working with young people: the value of youth work in the European Union. Brussels: European Commission. Ella vzw (2014). Intersectioneel denken. Handleiding voor professionelen die intersectionaliteit of kruispuntdenken in de eigen organisatie willen toepassen. Geraadpleegd van https://ellavzw.be/wp-content/uploads/2021/03/HandleidingIntersectionaliteit-ELLA-VZW.pdf Europese Commissie (2002). Een nieuwe stimulans voor jongeren in Europa. Witboek. Geraadpleegd van https://op.europa.eu/ en/publication-detail/-/publication/fc66784d-f7c5-4e8f-b47a-92ebb44f1d64/language-nl/format-PDFX European Commission (2014). Working with young people: the value of youth work in the European Union. Prepared by Allison Dunne, Daniela Ulicna, Ilona Murphy, Maria Golubeva Checked by Daniela Ulicna, Margaret James. Geraadpleegd van https:// ec.europa.eu/assets/eac/youth/library/study/youth-work-report_en.pdf. Gatz, S., (2014). Beleidsnota Jeugd 2014-2019. Geraadpleegd van: https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/15640 Ghesquière, P., Maes, B., Vangoidsenhoven, S., & Vastmans, K. (2001). Knelpunten van de huidige typologie van het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen in het licht van de internationale discussie over categoriaal versus non-categoriaal onderwijs aan kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Leuven: KU Leuven.
24 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Holtom, D., Watkins, J., & Siladi, S. (2016). Study on the social value of youth organisations. European Youth Forum. Huyge, E., Dehertogh, B., Mortelmans, D., Van Assche, V., Maelstaf, H. (2009). Vrije tijd door Antwerpse tienerogen. Een onderzoek naar de spanning tussen commercie, leefwereld en jeugdbeleid in Antwerpen. Stad Antwerpen. Inter-Agency Working Group on Children’s Participation (IAWGCP) (2007). Minimum Standards for Consulting with Children, Bangkok. Lutz, H., (2002). Zonder blikken of blozen. Het standpunt van de (nieuw-) realisten. Tijdschrift voor Genderstudies, (3), p. 7-17. Morreel, E., Nys, K., & Van Leeuwen, K. (2016). Ouders en jeugdwerk. Ervaringen en verwachtingen van ouders over deelname en betrokkenheid bij jeugdwerk. Onderzoek in opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, afdeling Jeugd. Brussel: Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, afdeling Jeugd. Ord, J., Carletti, M., Cooper, S., Dansac, C., Morciano, D., Siurala, L., & Taru, M. (2018). The impact of youth work in Europe: A study of five European countries. Pissens, L., Siongers, J., Lievens, J., Bradt, L., & Derluyn, I. (2019). Vrije tijd van jongeren in migratie. Departement Cultuur, Jeugd en Media. Raad van Europa (2017). Recommendation CM/Rec(2017)4 of the Committee of Ministers to member States on youth work (Adopted by the Committee of Ministers on 31 May 2017 at the 1287th meeting of the Ministers’ Deputies). Geraadpleegd via https://search.coe.int/cm/Pages/result_details.aspx?ObjectId=0900001680717e78 Schouppe, L., De Visscher, K., & Van de Walle, I. (2014). Verbinding in de vrije tijd: netwerken tussen jeugdwerk en gezinnen in armoede. Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen. Schraepen, B., Maelstaf, H., Dehertogh, B. en Halsberghe, M., (2017). Vrije tijd als handicapsituatie. Welwijs, jaargang 28 (4), p 21-25. Schraepen, B., Maelstaf, H. & Dehertogh, B. (2016). Vrije tijd van jongeren in residentiële voorzieningen: persoonlijke ruimte of hulpverleningsruimte? Onderzoek in opdracht van de Vlaamse overheid, afdeling Jeugd, Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM). Brussel. Schryvers E., Van de Mosselaer K., Dehertogh B. (2015). 1993-2013: Een terugblik op 20 jaar lokaal jeugdbeleid. Departement CJSM afdeling Jeugd: Brussel. Slotverklaring van de 3de Europese Jeugdwerkconventie. Wegwijzers voor de toekomst (2020). Bonn. Geraadpleegd van https://www.eywc2020.eu/downloads/doctrine/WebforumVeranstaltungenWebsiteBundle:Media-file-80/3rd%20EYWC_ final%20Declaration_BE-FL.pdf Smits, W. (2004). Maatschappelijke participatie van jongeren. Bewegen in de sociale, vrijetijds- en culturele ruimte. Samenvatting en beleidsaanbevelingen. Brussel: Onderzoeksgroep TOR, Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel. Swerts, T., Verschelden, G., De Haene, J., Spijkers, F., Vandenabeele, J., Jans, M. (2014). Vrijetijdsparticipatie in een superdiverse samenleving. Geraadpleegd van http://www.solidariteitdiversiteit.be/uploads/docs/bib/6004_superdivers_diegem_02_vrije_ tijd_03_kopie.pdfVrije tijd in solidariteit
25 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Tourne, J. & Bradt, L., (2019). Georganiseerde en ongeorganiseerde vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren. In Bradt, L., Pleysier, S., Put, J., Siongers, J., & Spruyt, B. (Eds.). (2019). Jongeren in cijfers en letters 4 : bevindingen uit de JOP-monitor 4, de JOP-kindmonitor en de JOP-schoolmonitor 2. Leuven, België: ACCO. Van Bouchaute, B., & Van de Walle, I. (2001). Strax: jeugdwerk verkent de toekomst. Maklu. Van der Eecken, A. & Bradt, L., (2019). De betekenis die jongeren geven aan hun vrijetijdsactiviteiten. In Bradt, L., Pleysier, S., Put, J., Siongers, J., & Spruyt, B. (Eds.). (2019). Jongeren in cijfers en letters 4 : bevindingen uit de JOPmonitor 4, de JOP-kindmonitor en de JOP-schoolmonitor 2. Leuven, België: ACCO. Van Doorn, J. & Lammers, C. (1979), Moderne sociologie. Een systematische inleiding. Utrecht, Antwerpen: Het Spectrum. Verbruggen, A., Maelstaf, H., Stevens F. & Desnerck, G. (2016). Sociologische verbeelding als kracht. Gent, België: Academia Press. Vermeulen, S., Teller, M. (2010). Participatie van kinderen en jongeren in armoede. Lessen uit de praktijk. Koning Boudewijnstichting en UNICEF. België. Brussel. Williamson, H. and Coussée, F. (2019), Reflective Trialogue: Conclusions from the History Project – Twelve trilemmas for youth work, in H. Williamson and T. Basarab (eds), The history of youth work in Europe Volume VII: Pan-European and Transnational youth organisations & The overall lessons learned from the history project, Strasbourg: Council of Europe Zetner, M. & Ord, J. (2018). European Youth Work Policy Context. In: Ord, J., Carletti, M., Cooper, S., Dansac, C., Morciano, D., Siurala, L., & Taru, M., The impact of youth work in Europe: A study of five European countries.
26 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
27 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Colofon Deze publicatie is een uitgave van het iSOS-kenniscentrum (AP Hogeschool) in opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd en Media.
Auteurs Els De Ceuster, Robin Polak, Jusra Baki
Vormgeving www.bloudruk.be
Foto’s Shutterstock
Verantwoordelijke uitgever Luc Delrue Departement Cultuur, Jeugd en Media Arenbergstraat 9 1000 Brussel
vlaanderen.be/cjm twitter.com/deptCJM facebook.com/deptCJM
28 •
Samenvatting onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Vlaamse overheid Departement Cultuur, Jeugd en Media Arenbergstraat 9 1000 BRUSSEL vlaanderen.be/cjm