VR 2022 1706 MED.0211/1BIS
DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, BESTUURSZAKEN, INBURGERING EN GELIJKE KANSEN
MEDEDELING AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: rapportering over de toepassing van het BestuursdecreetHoofdstuk deugdelijk bestuur Samenvatting : Het rapport deugdelijk bestuur gaat na in welke mate de entiteiten van de Vlaamse overheid de regels van het Bestuursdecreet- hoofdstuk deugdelijk bestuur naleven. Het rapport wordt overeenkomstig artikel III 118 van het Bestuursdecreet ingediend bij het Vlaams Parlement.
1. Deugdelijk bestuur : het wettelijke kader Het decreet betreffende deugdelijk bestuur in de Vlaamse publieke sector van 22 november 2013 legde regels op met betrekking tot transparantie, verantwoording, toezicht en verloning in organisaties in de Vlaamse publieke sector. Dat moest ertoe bijdragen dat de entiteiten de middelen waarover de Vlaamse publieke sector beschikt optimaal besteden en daarover ook verantwoording afleggen. De Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement namen kennis van de eerste rapportering over het decreet deugdelijk bestuur, respectievelijk op 31 maart 2017 en 5 april 2017. Het decreet inzake deugdelijk bestuur is ondertussen opgeheven. Haar bepalingen zijn een onderdeel van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Het Bestuursdecreet nam eveneens de bepalingen over van het decreet van 13 juli 2007 houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid . De laatste rapportering hierover is het evaluatieverslag 2018 over de toepassing van het decreet van 13 juli 2007 houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid.
Pagina 1 van 3
Artikel III.118. van het Bestuursdecreet bepaalt: “§1. In het derde jaar van elke regeerperiode brengt de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement verslag uit over de wijze waarop hoofdstuk 2 is toegepast De overheidsinstanties die onder het toepassingsgebied van hoofdstuk 2 vallen zijn verplicht daarvoor de nodige gegevens aan te leveren. Deze paragraaf is niet van toepassing op de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.22, eerste lid, 8°, III.36, §1, 4°, en III. 48, eerste lid, 4°, waarin minder dan twee jaar wordt geparticipeerd. §2. Twee jaar na het verslag, vermeld in paragraaf 1, brengt de Vlaamse Regering nog een bijkomend tussentijds verslag uit over de wijze waarop de bepalingen over evenwichtige participatie van vrouwen en mannen, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdeling 3, en afdeling 4, onderafdeling 2, worden toegepast.” Iedere burger kan de resultaten van het rapport raadplegen op de portaalsite van deugdelijk bestuur.
2. Aanpak bevraging Het rapport is gebaseerd op data verkregen uit een bevraging van 98 entiteiten. De rapportering over het Bestuursdecreet – hoofdstuk deugdelijk bestuur gebeurde met ondersteuning van het Agentschap Overheidspersoneel (hierna: AgO) en het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB). Het Voorzitterscollege nam op 25 februari 2021 kennis van de voorgestelde aanpak. Voor de bepalingen inzake deugdelijk bestuur die handelen over de onafhankelijke bestuurders in de raden van bestuur, de geldelijke bepalingen m.b.t. leden van de raad van bestuur en het personeel organiseerde AgO een bevraging. Tussen december 2020 en april 2021 bepaalde AgO in overleg met de entiteiten en het Agentschap Digitaal Vlaanderen het toepassingsgebied. In april 2021 ontvingen de entiteiten een e-mail over de bevraging en de aanpak. Op 11 mei 2021 kregen ze een e-mail met de link naar de online bevraging die ze tot 9 juli 2021 konden invullen. AgO stuurde herinneringen op 1 en 29 juni 2021. De bevraging is grotendeels kwantitatief opgebouwd. Pas wanneer een entiteit aangeeft dat ze aan een bepaling niet voldoet, komt een kwalitatief luik aan bod waarbij doorgevraagd wordt naar de reden, de geplande stappen en de streefdatum om alsnog aan de bepaling te voldoen. 98 entiteiten hebben een uitnodiging voor de individuele bevraging ontvangen. De entiteiten konden voor ondersteuning terecht op de portaalsite deugdelijk bestuur en bij AgO. Voor de bepalingen inzake MEP werd een beroep gedaan op de registratie in het Organisatieregister (Wegwijs) van de Vlaamse overheid. ABB stelde op 19 oktober 2021 een tussentijds rapport op. De organen die niet voldeden aan de bepalingen inzake MEP kregen de mogelijkheid om zich in orde te stellen. Op 14 januari 2022 stelde ABB een nieuw rapport op dat deel uitmaakt van het huidig rapport deugdelijk bestuur. De entiteiten, verantwoordelijk voor de registratie van posten en mandaten in organen, konden voor vragen over het Organisatieregister terecht bij het Agentschap Digitaal Vlaanderen en voor juridische vragen bij het Agentschap Binnenlands Bestuur, team Gelijke Kansen.
Pagina 2 van 3
3. Resultaten van de bevraging De hoofdstukken 1 tot en met 3 van het rapport duiden het wettelijk kader en de aanpak van de bevraging. In hoofdstuk 4 van het rapport zijn de resultaten van de bevraging opgenomen en besproken. Volgende onderwerpen komen aan bod: - de raad van bestuur (punt 4.2.) met o.m. de aanstelling van onafhankelijke bestuurders, maatregelen om belangenvermenging te voorkomen en de code deugdelijk bestuur; - de rechtpositie van de regeringscommissarissen, (punt 4.3.) meer bepaald de verplichtingen inzake hun evaluatie. Deze informatie werd opgevraagd bij de bevoegde kabinetten; - deontologie van het personeel (punt 4.4), meer bepaald de deontologische code en klokkenluidersregeling; - de verloning (punt 4.5.) o.m. de minister-presidentnorm en de uitbetaling van de bezoldiging in aandelen of aan managementvennootschappen; - het bedrag van de vertrekpremies (punt 4.6.); - de pensioenregeling (punt 4.7.); - de variabele beloning (punt 4.8). Hoofdstuk 5 geeft de resultaten over de implementatie van meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen (MEP-bepalingen) in Vlaamse raden van bestuur en adviesorganen op basis van de registratie in het Organisatieregister. Per onderwerp formuleert het rapport conclusies over de naleving van de verplichtingen van het decreet en in hoofdstuk 6 is een algemene conclusie opgenomen met verdere initiatieven om de naleving van het decreet te stimuleren. Overeenkomstig de decretale verplichting zal ik dit rapport bezorgen aan het Vlaams Parlement.
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen,
Bart SOMERS
Pagina 3 van 3