Jaarverslag 2021 van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap
2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave............................................................................................................................................................................................................3 Inleiding............................................................................................................................................................................................................................4 Speerpunten en strategische projecten......................................................................................................................................................6 - Coronarespons.....................................................................................................................................................................................................6 - Strategisch plan GO! 2030...........................................................................................................................................................................8 - Vlaamse toetsen............................................................................................................................................................................................... 12 - Lerarentekort...................................................................................................................................................................................................... 13 - Transitie IPO’s..................................................................................................................................................................................................... 15 - CAO XII..................................................................................................................................................................................................................... 16 Ondersteuning en dienstverlening aan het onderwijsveld........................................................................................................... 17 Samen zorg dragen voor klachten.............................................................................................................................................................. 39 De Raad van het GO!............................................................................................................................................................................................ 42 De positie van het GO! in het Vlaamse onderwijslandschap..................................................................................................... 48 Infrastructuur............................................................................................................................................................................................................ 56 Personeelsbewegingen in de centrale diensten.................................................................................................................................. 95 Werkingsmiddelen..................................................................................................................................................................................................98 Missie, visie en waarden..................................................................................................................................................................................... 112 Het PPGO!................................................................................................................................................................................................................... 113
3
Inleiding 2021 was opnieuw een jaar dat de onderwijswereld in het algemeen en het GO! in het bijzonder voor ongeziene uitdagingen plaatste. De wereldwijde gezondheidscrisis had voor het tweede jaar op rij een grote impact op onze werking, zowel op het vlak van ondersteuning als op het vlak van samenwerken. Ondanks alle hindernissen en uitdagingen zijn we erin geslaagd onze kernopdrachten kwaliteitsvol uit te voeren. Opnieuw haalden onze mensen, nog steeds in erg ongemakkelijke omstandigheden als gevolg van corona, zowat alles uit de kast om kwaliteitsvol onderwijs te blijven garanderen. De samenwerking tussen de centrale diensten van het GO! en tussen de verschillende bestuursniveaus is ondanks, of misschien net dankzij de crisis nog sterker geworden. Zodat we weer een stukje dichter bij ons doel komen: onze scholen en professionals zo optimaal mogelijk ondersteunen bij het opnemen van hun taken en verantwoordelijkheden. Het GO! is dan ook terecht trots op hoe we de gevolgen van de gezondheidscrisis hebben opgevangen. Naast de beheersing van de crisis bleven we ook de blik op de toekomst gericht houden. We gebruikten de inzichten die we tijdens het tweede jaar van de gezondheidscrisis verwierven, om de verdere concretisering van het strategisch plan GO! 2030 vorm te geven en konden zo uitdagingen omvormen tot opportuniteiten voor onze eigen langetermijnvisie op onderwijs. We zijn sneller dan voorzien aan de slag gegaan met onze concepten “school als concept – hybride leren” en “de rollen van de onderwijsprofessional”. We gebruikten de praktijk van afstandsleren om deze concepten te toetsen aan de realiteit en konden zo ons strategisch en tactisch beleidskader nog verder bijstellen. Begin 2021 trad de in 2020 uitgetekende optimalisatie van de centrale diensten in werking. De nieuwe structuur, het nieuwe organogram en het nieuwe personeelsplan, met een voortdurende aandacht voor een lerende organisatiecultuur, hebben tot doel de ondersteuning van onze scholengroepen en onderwijsinstellingen nog beter te maken. Daarnaast kreeg het hybride werken een duurzamer karakter. 2021 was ook het jaar waarin de fakkel van afgevaardigd bestuurder van het GO! doorgegeven werd. Na 12 jaar onverdroten inzet voor het GO! ging Raymonda Verdyck met pensioen en stelde de Raad van het GO! Koen Pelleriaux vanaf 1 september 2021 aan als haar opvolger. Het GO! bleef ook in 2021 groeien. Dit betekende dat de centrale diensten de scholen en scholengroepen ook moesten ondersteunen bij deze groei van het net: op het gebied van aanbod, organisatie en - niet in het minst - infrastructuur. Dit blijft echter een moeilijke opdracht omwille van de besparingscontext waarbinnen we al jaren opereren. Er is een grote bezorgdheid over de continuïteit in de dienstverlening van de centrale diensten de komende jaren. Eind 2021 telde het GO! noodgedwongen nog slechts 167 koppen, bij gebrek aan financiële middelen. Dit is 33 koppen minder dan de besparingsdoelstelling die tegen eind 2024 dient te zijn gerealiseerd. Het GO! draagt op die manier maximaal bij aan de besparingsdoelstellingen van de Vlaamse overheid in koppen, maar slaagt er daardoor alleen dankzij extra inspanningen van het personeel nog in om de bij decreet toebedeelde kerntaken op een aanvaardbare wijze uit te voeren. Tijdens het tweede jaar van de pandemie werd opnieuw heel duidelijk aangetoond wat het enorme belang is van pedagogische begeleidingsdiensten, POC en CLB’s. De besparingen die op dat vlak in de meerjarenbegroting van de Vlaamse Regering voorzien zijn, staan dan ook in schril contrast met dat belang, ook al werd een deel van die besparingen teruggedraaid in de vorm van gekleurde middelen. Met andere woorden, de resterende besparingen én het steeds meer kleuren van middelen maken het ons moeilijk om onze kerntaken als onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap op te nemen. Naast de gevolgen van de pandemie werden onze GO! scholen en instellingen ook geconfronteerd met het leraren- en
4
directeurstekort en met stijgende uitgaven, onder meer door de alsmaar stijgende energiekosten. Het is in veel gevallen kunst- en vliegwerk geweest om in al deze omstandigheden kwalitatief onderwijs te blijven aanbieden en het strekt alle GO! professionals tot eer dat ze daarin geslaagd zijn. Maar dit is geen situatie die jarenlang vol te houden is en we roepen de Vlaamse beleidsmakers dan ook op om structurele maatregelen te treffen die het leraren- en directeurstekort kunnen indammen en die de koopkracht van onze scholen, instellingen en schoolbesturen vrijwaart. En bovenop dit alles rust het structurele probleem van het globale tekort aan middelen voor infrastructuur. Ook in 2021 moesten we daardoor leerlingen die uitdrukkelijk voor het GO! hadden gekozen, weigeren. Het GO! krijgt op deze manier niet de mogelijkheden om zijn grondwettelijke opdracht te vervullen: neutraal onderwijs aanbieden en de vrije onderwijskeuze waarborgen. We hopen dan ook dat we mogen rekenen op een overheid die haar eigen onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap een warm hart toedraagt en ons de correcte middelen verschaft om onze grondwettelijke opdracht over heel Vlaanderen te vervullen. Alleen zó kunnen we de vrije keuze waarborgen met een kwaliteitsvol en neutraal onderwijs en de hoeder zijn van gelijke onderwijskansen voor alle kinderen en jongeren in Vlaanderen.
5
Speerpunten en strategische projecten Coronarespons De PBD-GO! trachtte buiten de beperkingen tijdens de coronacrisis te kijken en zoveel mogelijk de reguliere ondersteuning opnieuw op te starten en de corona-ondersteuning daarin mee te nemen. Uit het Advies pedagogische taskforce over leervertraging en welbevinden bleek immers dat de beste remedie tegen de opgelopen leerachterstand kwaliteitsvol onderwijs voor elke lerende is. We geven toch enkele aandachtspunten mee uit de coronarespons van de PBD-GO!.
Opstart van het schooljaar 2020-2021 De aanpak vanaf maart 2020 was gericht op het zo efficiënt mogelijk bereiken van elke GO! onderwijsprofessional. Daarvoor ontwikkelde de PBD-GO! materialen die in nauwe samenwerking met het mesoniveau, grotendeels in zelfbediening, tot op de klasvloer geïmplementeerd konden worden. De positieve respons uit het veld bracht de PBD-GO! tot het ontwikkelen van drie hoekstenen die een cruciale rol speelden in de ondersteuning van de opstart van het schooljaar 2020-2021 en in het ombuigen van de tijdens corona opgelopen leervertraging: de instrumenten Kwaliteitszorg (in en) na coronatijden, de PBDGO! screeningski(d)t voor het basisonderwijs en het Vademecum opstart schooljaar 2020-2021 voor het secundair onderwijs. De focus daarin ligt vooral op de brede beeldvorming en basiszorg van de lerende en op een flexibele schoolorganisatie.
Hervatting reguliere ondersteuning De uitdagingen waar onderwijsinstellingen, los van corona, ook al voor stonden waren allerminst verdwenen bij de start van het schooljaar. Toch stelden de opstart in code geel en de status van pedagogisch begeleiders als essentiële derden op school de PBD-GO! in staat al snel de reguliere ondersteuning te hervatten, zonder de extra noden of de bijzondere context van de coronacrisis uit het oog te verliezen. Voor het basisonderwijs nam de PBD-GO! de verandertrajecten en professionaliseringsinitiatieven, die door corona onderbroken waren, opnieuw op. In lijn met de adviezen van de taskforce leerachterstand besteedden ze daarbij bijzondere aandacht aan de domeinen Taal en Wiskunde, brede beeldvorming en begeleiding en de algemene onderwijskwaliteit. Voor het secundair onderwijs lag de focus op de implementatie van de nieuwe eindtermen en de flexibilisering van de onderwijsorganisatie in functie van de modernisering secundair onderwijs. Door de inzet van hybride ondersteuning kon, ondanks de frequentere sluitingen in dit onderwijsniveau, toch een aanvaardbaar bereik gerealiseerd worden. Die hybride ondersteuning werd verder geoptimaliseerd om de meerwaarde te vergroten op het vlak van bereik, efficiëntie en effectiviteit. Veel overleg en alle sessies leerplanimplementatie secundair onderwijs vonden online plaats. Vaak kon dat ook ‘s avonds, tot grote tevredenheid van de deelnemers. Ook de goede keuzes inzake materiaalontwikkeling bleven dit schooljaar hun vruchten afwerpen en boden ruimte voor intensievere trajecten waar dat het meest nodig was.
6
Toenemende intensiteit van begeleiding, interactie en fysieke nabijheid
Materialenbank
Helpdesk
Professionele leergemeenschap
PI/VT
Flankerend aanbod - Innovatief aanbod - Opleidingen
Deze werkwijze was de inspiratie voor de ondersteuningsstrategie bij het driejaarlijks begeleidingsplan, kortweg 3BP 202124, met een materialenbank, een helpdesk, professionele leergemeenschappen (PLG’s) en de daardoor vrijgekomen ruimte voor intensieve trajecten daar waar interactie een meerwaarde biedt.
Ondersteuning van digitale transformatie Tijdens de coronacrisis piekte de behoefte aan en interesse in de mogelijkheden die de digitalisering van het onderwijs biedt. Dat bleek al uit de belangstelling die de website Digitaliseer je les tijdens de eerste lockdown genereerde. Om de digitalisering een kwaliteitsimpuls te geven nam de PBD-GO! in samenwerking met het veld een aantal verdere ondersteunende initiatieven. Door de versnelling die de digitalisering intussen genomen heeft en het innovatieve karakter van sommige tools en praktijken is er vaak geen garantie voor een toenemende effectiviteit van het didactisch proces. De cel Ontwikkeling en innovatie nam daarom het voortouw in het ontwerpen van een raamwerk digitale didactiek dat toont hoe je gepersonaliseerd samen leren digitaal kunt faciliteren. Voor zowel doelgerichte differentiatie, zelfregulering als collectief leren worden wetenschappelijk onderbouwde didactische wenken gegeven voor het ontwerpen van kwaliteitsvolle digitale instructie, oefening, evaluatie en feedback. En we stimuleren bij zowel leerlingen als lerarenteams een onderzoekende houding zodat de innovatie die zich aandient niet alleen leergierig benaderd wordt maar ook telkens op zijn merites getest. Verder werd een selfscan ontwikkeld op basis van TPACK (Technology, Pedagogy, Content and Knowledge) als reflectieinstrument bij het opstarten van een dialoog over digitalisering op school, het ontwikkelen van een ICT-nascholingsplan of een ICT-beleid. In het verlengde daarvan werd een beslissingsboom ontwikkeld voor het maken van een match tussen de onderwijskundige praktijk op school en een aantal veelgebruikte digitale leerplatformen en tools.
Effectmeting in direct contact met de scholen Uit waardering voor de positieve samenwerking met het veld tijdens de coronacrisis en de behoefte om een gezicht te geven aan de PBD-GO! in tijden van veel ondersteuning op afstand, organiseerde de cel Kwaliteitszorg en kennisbeheer een effectmeting middels een belronde onder een aantal basisscholen. We peilden daarin naar de ervaringen met de materialen die de PBD-GO! tijdens de coronacrisis ter beschikking stelde.
7
Uit de resultaten bleek dat de meeste scholen via meerdere kanalen goed op de hoogte waren van het aangeboden materiaal. Er werd ook betekenisvol gebruikgemaakt van de materialen, zowel didactisch als organisatorisch. De data over de effecten ervan zijn, gezien de korte termijn, minder uitgesproken maar ze werden algemeen als belangrijk beschouwd in geval van een crisis. Tevredenheid over de gebruiksvriendelijkheid, de timing en de kwaliteit van de ondersteunende materialen overheerste, maar het gemis aan duiding op school door een voor hen herkenbare, vertrouwde en vlot aanspreekbare contactpersoon van de PBD-GO! werd ook duidelijk aangegeven. Het gebruik van de materialen bleek ook verbonden aan de beschikbaarheid van ICT-faciliteiten op school. Waar er een gebrek aan ICT-faciliteit was, had dat een weerslag op het gebruik en de appreciatie van het pedagogisch materiaal bij de scholen.
Strategisch plan 2030 Met het goedkeuren van het Strategisch Plan GO! 2030 eind 2019, legde de Raad GO! een duidelijk baken voor onze organisatie tegen 2030 vast. We willen op elk niveau en tot in elke uithoek van ons breed vertakte net, in alles wat we doen en ademen, “dé favoriete leergemeenschap, voor iedereen gepersonaliseerd, spiegel en bouwsteen van de maatschappij” zijn. Hiermee geven we uiting aan de manier waarop we onze missie, ons PPGO! willen realiseren en wat ons onderscheidt van andere onderwijsverstrekkers: gelijke onderwijskansen voor iedereen realiseren en samen leren samenleven.
Beleidsreferentiekader GO! 2030 De focus lag de voorbije twee jaar op de inhoudelijke uitwerking van deze poolstervisie. Op drie fundamentele aspecten van ons onderwijs willen we veranderingen realiseren: het leerproces, de leeromgeving en de rol die onderwijsprofessionals daarin spelen. We werkten elk van deze drie aspecten verder uit in een visietekst, respectievelijk: Gepersonaliseerd samen leren, De school als concept, en De rollen van de onderwijsprofessional. In elk van deze veranderdomeinen is het digitale de motor van de transformatie. Op basis van wetenschappelijk onderzoek, maar ook op basis van wat de onderwijspraktijk ons leert kunnen we in elk van de visieteksten een aantal bouwstenen identificeren die essentieel zijn om de visies te realiseren. Voor een aantal bouwstenen zijn al kaderteksten of vademecums voorhanden, voor andere zijn deze nog in ontwikkeling. De visies, samen met de bijbehorende bouwstenen, werden geïntegreerd in een ‘GO! 2030 beleidsreferentiekader’, dat als basis dient om samen, gelijkgericht, als onderwijsnet te groeien richting onze poolster:
8
Gepers ona lise
er
ren n le me sa
De GO !
nal ssio ofe r p ijs
Leermotivatie Leervermogen Leerwinst
l
a ls
sc
it a
on
di g
cep
t
H et
PPGO!
e
Visieontwikkeling Expertise en competenties Leermiddelen en toepassingen Infrastructuur Data
Doelgerichte differentiatie naast klassikale instructie Zelfregulerend leren Sociaal gestuurd leren Geïnformeerde praktijken Onderzoekende houding
d
on de rw
Gedeeld onderwijskundig leiderschap Professionele leergemeenschappen Flexibele schoolorganisatie Teamgericht personeelsbeleid
mo
tor
S
ol cho
al
Versterkte partnerschappen Toegankelijk onderwijsaanbod Flexibele curriculum-, organisatie- en infrastructuur Blended learning Inclusieve leeromgeving
Dit beleidsreferentiekader wil: -
onderwijsinstellingen en scholengroepen helpen bij de implementatie van de strategie, die in functie van het regionale en lokale beleid invulling moet krijgen (d.w.z. met aandacht voor de eigen karakteristieken en noden);
-
de centrale diensten helpen de nodige beleidskeuzes te maken om tot een effectieve ondersteuning van de andere beleidsniveaus te komen.
Het beleidsreferentiekader GO! 2030 staat volwaardig naast het referentiekader voor onderwijskwaliteit (R-OK), dat voor alle onderwijsaanbieders in Vlaanderen geldt. Beide gaan hand in hand. Het beleidsreferentiekader GO! 2030 werkt door op het R-OK. Zo kiest het GO! voor gepersonaliseerd samen leren binnen de school als concept, als de motor om bij de kernopdrachten van het R-OK zo groot mogelijke effecten te bereiken op het vlak van leervermogen, leerwinst en leermotivatie voor onze lerenden. En het zijn de onderwijsprofessionals die die motor draaiende houden.
Tactiek 2022-24 Bovenstaand beleidsreferentiekader zet de koers uit op de lange termijn richting 2030. Die bepaalt de tactische beleidskeuzes op de middellange termijn, die op hun beurt dan weer de opstap vormen naar concrete projecten en processen. De overkoepelende tactiek is om tot 2024 – niet toevallig ook het begin van een nieuwe legislatuur – het pad verder te effenen, door volop aan de slag te gaan (te ‘doen’!), hieruit te leren, aantonen dat onze poolstervisie effecten ressorteert en draagvlak te creëren. Bij onze eigen onderwijsprofessionals, maar ook breder in de maatschappij.
9
Onze tactiek vereist dat we als GO! tijdens de eerstkomende 2 à 3 jaar – binnen de bestaande regelgeving én in samenwerking met ons ecosysteem – inzetten op 5 kernactiviteiten om het groeipad naar 2030 te verzekeren: -
ondersteuning van onze onderwijsinstellingen en professionals;
-
kennisdeling en communicatie;
-
onderwijsinnovatie;
-
monitoring en evaluatie;
-
beleidsvoorbereiding en belangenbehartiging.
Leren van elkaar Intussen worden er op alle niveaus stappen gezet. In onze scholengroepen, maar ook in de onderwijsinstellingen, de scholen zelf, zien we heel wat bewegen, elk op hun eigen ritme. De zogenaamde ‘speedboten’ in onze vloot verkenden nieuwe wateren en delen hun inzichten. Bepaalde concepten zijn al breed in voege; voor andere zijn scholen nog zoekende, maar bewijst de praktijkervaring beetje bij beetje de deugdelijkheid ervan. In 2021 hebben we bewust ingezet op het delen van al deze inspirerende praktijken. Op 5 mei 2021 vond het online evenement ‘Morgen maken we samen − afspraak met GO! 2030’ plaats. Een namiddag vol inspiratie en praktische wegwijzers voor 1000 GO! professionals. Op het programma stond een live gesprek met afgevaardigd bestuurder Raymonda Verdyck en onderwijsexperten Els Consuegra en Jo Tondeur over gepersonaliseerd samen leren, de (hybride) leeromgeving en de rol van de onderwijsprofessionals, naast vier thematische break-outsessies. Het geheel werd muzikaal omkaderd door onze getalenteerde leerlingen van de!Kunsthumaniora Antwerpen. Via onze website en sociale media werden inspirerende praktijkvoorbeelden gedeeld, telkens opgehangen aan een bepaald thema: -
Gepersonaliseerd samen leren
-
De GO! onderwijsprofessional
-
School als concept
Ook het pedagogisch ondersteuningsaanbod hierrond werd verder uitgebouwd, onder meer in de materialendatabank en de helpdesk van de PBD-GO!.
Samen innoveren: de GO! sandbox Morgen maken we samen in het GO!. Dit idee is misschien wel dé kern van onze poolstervisie, GO! 2030. En om de krachten in ons net te bundelen en onze innovatiecultuur te versterken, kozen we voor een werkvorm die vrijheid maar ook veiligheid garandeert: de GO! sandbox. De sandbox is een veilige (digitale) ontwerp- en testomgeving waarin onze scholen en instellingen samen naar een oplossing kunnen zoeken voor een uitdagend probleem. In de GO! sandbox proberen we tijdens een kortlopend traject van zo’n 6 tot 9 maanden – dus binnen een schooljaar – een concreet prototype uit te werken en te testen. Zo’n prototype kan een product of dienst zijn, of een bepaalde aanpak, die voor leerlingen en/of professionals een meerwaarde genereert en op termijn op te schalen is voor het hele net.
10
Het schooljaar 2021-22 is voor de GO! sandbox een pilootjaar en staat helemaal in het teken van ‘intrapreneurship’, ondernemerschap binnen de grenzen van de organisatie dus. Een twintigtal collega’s uit diverse scholen en instellingen kwamen in het najaar van 2021 een paar keer samen, fysiek en online. Ze leerden elkaar en hun uitdagingen beter kennen en vormden drie schooloverstijgende teams, die zelfsturend op zoek gaan naar oplossingen voor evenveel probleemstellingen. Ze worden daarbij doorheen het traject (methodologisch) begeleid door collega’s van de centrale diensten van het GO! en kunnen daarnaast advies krijgen van GO! experten op verschillende vlakken (bijvoorbeeld juridisch en pedagogischdidactisch). Ontdek hier hoe we in de GO! sandbox (samen) leren innoveren.
Digitaal transformeren Met de goedkeuring van de visienota Digisprong begin 2021 greep Vlaanderen de coronacrisis aan om een fors bedrag te investeren in een zogenaamde ‘grote digisprong’ voor alle scholen, leerlingen en leerkrachten. Zo wil de Vlaamse overheid een kwaliteitsvolle digitalisering in het onderwijs realiseren. Op die manier zette het Vlaamse onderwijsbeleid mee de schouders onder een transformatie waar wij als GO! met ons strategisch plan GO! 2030 eerder al voor kozen. In de realisatie van onze poolstervisie en ambities speelt de digitale component immers een cruciale rol, het is een katalysator om de transformatie in onderwijs mogelijk te maken. Deze (digitale) transformatie heeft betrekking op zowel het leerproces, de leeromgeving als de rol die onderwijsprofessionals hierin opnemen. De digitale transformatie kreeg ook in 2021 verder vorm: sinds de coronacrisis gebruiken lerenden en onderwijsprofessionals nog meer educatieve tools, scholen stellen in het kader van de Digisprong laptops ter beschikking van leerlingen en bereiden een IT-beleidsplan voor, de pedagogische begeleidingsdienst zet onder andere in op een materialendatabank, de centrale diensten werken met de scholengroepen samen aan datadashboards … Het ontwerpen van een digitale strategie voor het GO! heeft als doel om deze en bijkomende inspanningen op een samenhangende manier te bundelen, vanuit gezamenlijke doelstellingen. Daartoe werd in overleg met de scholengroepen een projectleider ‘digitale transformatie’ aangesteld en een permanent overlegorgaan, de zgn. ‘PTC Digitaal Beleid’, opgericht. Daarin werd onder meer advies gegeven met betrekking tot de aankoop van laptops voor leerlingen en kwamen onderwerpen aan bod zoals de opvolging van Digisprong, lopende projecten en de verdere stappen in de digitale strategie. Tegelijk werd een kader en aanpak uitgewerkt om samen doelstellingen te formuleren op korte, middellange en lange termijn en te bepalen welke producten en projecten nodig zijn. Daarbij wordt ingezet op 6 bouwstenen: visie, deskundigheid, leermiddelen, infrastructuur, data en het ecosysteem. Deze werking wordt concreter opgestart in 2022 met de opstart van de werkgroep digitale transformatie (met een vertegenwoordiging van alle scholengroepen en de centrale diensten/PBD).
11
Vlaamse toetsen De beleidsnota Onderwijs voorziet de introductie van gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde net- en koepeloverschrijdende toetsen. Het doel ervan is de interne kwaliteitszorg van scholen te ondersteunen en de onderwijskwaliteit te versterken. De toetsen focussen in eerste instantie op Nederlands (begrijpend lezen, schrijven, grammatica) en op wiskunde en worden op vier momenten in het lager en secundair onderwijs afgenomen. De beleidskeuzes en de operationele stappen kregen in 2021 stapsgewijs verder vorm. De vrijgave van drie haalbaarheidsstudies gebeurde op 12 mei. De Vlor formuleerde rond de Vlaamse toetsen twee adviezen, op 11 februari en op 23 september. Het GO! werkte constructief mee aan beide Vlor-adviezen en aan de voorbereidende werkzaamheden in de werkgroep hierrond. Het GO! nam ook deel aan de verschillende “operationele” werkgroepen georganiseerd door het Steunpunt (redelijke toetsaanpassingen, eindtermenselectie, klankbord rond datagebruik en feedbacktoegang). Het GO! leverde ten slotte op beleidsniveau constructieve bijdragen in het kader van het high-level forum en de stuurgroep centrale toetsen van het Steunpunt.
Ontwikkeling van een GO! standpuntbepaling Het GO! ontwikkelde op basis van de haalbaarheidsstudies, een analyse van wetenschappelijke literatuur en een intern inspraakproces een standpuntbepaling rond de Vlaamse toetsen die op 29 september door de Raad van het GO! werd goedgekeurd. We gaan even in op de hoofdlijnen van deze standpuntbepaling. Visie op de Vlaamse toetsen De Vlaamse toetsen hebben zeker een meerwaarde voor het GO!. We delen immers de bezorgdheid dat de resultaten uit peilingen en internationaal vergelijkend onderzoek voor bepaalde domeinen zoals wiskunde, wetenschappen en begrijpend lezen beter kunnen. Data uit de Vlaamse toetsen kunnen een bron van informatie zijn om de onderwijskwaliteit te versterken, zoals geformuleerd in het R-OK. De Vlaamse toetsen zullen op een goed gecontextualiseerde manier informatie kunnen bieden aan scholen, leerkrachten en leerlingen over de mate waarin de onderwijsdoelen worden bereikt. De Vlaamse toetsen kunnen scholen ook ondersteunen om hun verantwoordelijkheid op te nemen om de eigen onderwijskwaliteit te verbeteren, mits er wordt ingezet op voldoende training en professionalisering. Op systeemniveau bieden de resultaten aanknopingspunten voor evaluatie van het beleid en eventuele bijsturingen ervan. Op schoolniveau zijn de resultaten één van de hulpmiddelen om kwaliteitszorg te ondersteunen. Op niveau van de leerling geven de resultaten richting aan het leerproces van de leerlingen. Ze kunnen ook worden meegenomen als één van de elementen in de globale beoordeling van de leerlingen door de klassenraad. Het GO! verklaart zich in zijn standpuntbepaling ook akkoord met de focus op Nederlands en wiskunde, maar ziet in een verdere toekomst ook nieuwe Vlaamse toetsen te ontwikkelen voor goed en minder goed meetbare vaardigheden. Pedagogische aandachtspunten Het GO! ziet een meerwaarde in het leerwinstmodel, maar pleit ervoor om leerwinst op schoolniveau goed te contextualiseren. Het GO! wil ook de opname van achtergrondkenmerken in het uiteindelijke leerwinstmodel en vraagt om zowel bruto- als nettoscores samen weer te geven.
12
Organisatorische aandachtspunten Het GO! formuleerde een aantal randvoorwaarden voor een goed gebruik van de resultaten in de onderwijspraktijk: duidelijke, bruikbare en in overleg gemaakte rapportages naast intensieve ondersteuning bij het interpreteren van de resultaten en professionalisering met erkenning van de cruciale rol van de PBD-GO!. Wat de verplichte begeleidingstrajecten betreft is het GO! van mening dat er geen rechtstreekse koppeling wenselijk is tussen negatieve resultaten en begeleidingstrajecten. Herhaalde significante negatieve resultaten op de Vlaamse toetsen kunnen wel resulteren in een vervroegde doorlichting door de Vlaamse inspectie. Vervolgens spreekt de inspectie een gecontextualiseerd kwaliteitsoordeel uit op basis van het R-OK. Uit een negatieve doorlichting kan een begeleidingstraject voortvloeien. Juridische aspecten Het GO! is bekommerd om het risico op een oneigenlijk gebruik van de resultaten in de vorm van rankings. Daarom vraagt het GO! om concrete maatregelen om dat oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Het GO! zoekt de oplossing daartoe vooral in de wijze waarop gerapporteerd zal worden over de resultaten.
Positionering binnen de Vlaamse onderwijsraad Het GO! werkte constructief mee aan twee adviezen van de Vlor over de Vlaamse toetsen. Bij het tweede advies van de Vlor nam het GO! wel een minderheidsstandpunt in. Een standpunt dat met name betrekking heeft op de manier waarop de resultaten van de toetsen kunnen ingeschakeld worden bij de kwaliteitsontwikkeling op schoolniveau. Meer bepaald liet het GO! in zijn minderheidsstandpunt weten dat herhaaldelijke negatieve resultaten op de proeven tot een vervroegde doorlichting door de Vlaamse Onderwijsinspectie kunnen leiden. De resultaten worden dan meegenomen in de doorlichting én in het doorlichtingsverslag waardoor ze onderdeel uitmaken van een breder kwaliteitsoordeel op basis van het referentiekader voor onderwijskwaliteit. Op basis van de doorlichting kan de inspectie besluiten tot een verplicht begeleidingstraject. Door deze werkwijze wordt het besluit tot een verplichte begeleiding genomen na een grondige analyse en contextualisering van de resultaten op de proeven én binnen een brede doorlichting. Doordat de resultaten deel uitmaken van een breder kwaliteitsoordeel kan het begeleidingstraject ook doelgerichter opgezet worden.
Lerarentekort Het lerarentekort en het zoeken naar maatregelen om het tekort weg te werken of er de gevolgen voor de leerlingen van te milderen, zullen de komende jaren de beleidsagenda mee blijven bepalen. Het GO! kaartte in het verleden al meermaals deze problematiek aan. Het GO! drong ook in 2021 bij de overheid aan op een oplossing voor het lerarentekort, onder meer bij de onderhandelingen over CAO XII. In 2021 bereidde de minister een conceptnota voor met maatregelen op korte, middellange en lange termijn. De eerste fase, met maatregelen op korte termijn, wordt momenteel uitgerold. Zo is de lijst met knelpuntvakken of -ambten waarvoor zijinstromers extra anciënniteit kunnen meenemen uitgebreid en is ook de anciënniteit díe ze kunnen meenemen opgetrokken tot tien jaar. In het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs kunnen masters met een bewijs pedagogische bekwaamheid worden aangesteld; hun diploma is er een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs. Ze worden er bezoldigd zoals hun collega’s met een bachelordiploma.
13
Om bij nijpende tekorten toch voldoende ondersteuning te kunnen bieden aan leerlingen en leerkrachtenteams in het leerplichtonderwijs, werd in de mogelijkheid voorzien lestijden en leraarsuren om te zetten naar punten, waarmee dan andere profielen kunnen worden aangetrokken. Het loopbaaneindestelsel (55+/58+) en het zorgkrediet kunnen worden opgeschort voor wie opnieuw een lesopdracht opneemt. Digitalisering krijgt stilaan een prominentere plaats.
Wervingscampagne Het is voor scholen een enorme uitdaging om nieuw talent naar de klas te trekken. Vooral het vinden van vervangers en kandidaat-leerkrachten voor knelpuntvakken is alsmaar minder evident. Het GO! lanceerde in april 2021 daarom een opvallende wervingscampagne, hoofdzakelijk op sociale media en via online advertenties. Daarin vertelden leraren – sommigen vers van de schoolbanken, anderen met al wat meer ervaring – waarom ze bij het GO! helemaal in hun sas zijn. De campagne en alle info over werken bij het GO! vind je op www.g-o.be/jobs.
GO! ZOEKT LEERKRACHTEN DIE FOERT ZEGGEN TEGEN ONGEÏNSPIREERD LESGEVEN.
Word leerkracht in het Solliciteer vandaag voor een job in het onderwijs van morgen op g-o.be/jobs.
14
GO! ZOEKT LEERKRACHTEN DIE DENKEN DAT ZE BETER ZIJN MET EEN CARRIÈRESWITCH NAAR HET ONDERWIJS.
Word leerkracht in het Solliciteer vandaag voor een job in het onderwijs van morgen op g-o.be/jobs.
Transitie IPO’s De internaten met permanente openstelling (kortweg IPO’s) bieden op schoolvrije dagen verblijf voor leerlingen die een indicatiestelling hebben voor de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. De IPO’s zijn onderwijsinstellingen die deze opdracht uitvoeren in samenwerking met Welzijn. Een nieuwe, afrondende transitiefase is van start gegaan op 1 september 2021. De 8 IPO’s met bijbehorend internaat en het tehuis Kastor van Kuurne zullen de inkanteling in Welzijn maken tegen 1 september 2022. In de aanloop naar die inkanteling gebeurt er een inschalingsoefening die de zorgnoden van de populatie in kaart moet brengen. Dit doen we met het oog op een zorgvuldige transitie, hetzij naar Opgroeien (voor internen vanuit een verontrustende opvoedingssituatie), hetzij naar een voorziening VAPH (voor de internen met een handicap). Daarnaast maken de betrokken instellingen een zorgstrategisch plan waarmee ze hun toekomstige positie in kaart brengen: een GO! voorziening met één of met meerdere erkenningen en eventueel een entiteit onderwijsinternaat, afhankelijk van de resultaten van de inschaling. De overige internaten buitengewoon onderwijs maken eenzelfde beweging met als deadline 1 september 2023. Voor alle betrokken internaten buitengewoon onderwijs en het tehuis Kastor is de transitie vanuit personeelsoogpunt een grote uitdaging. Het is immers de bedoeling om de huidige arbeidsvoorwaarden van de (minstens vastbenoemde) personeelsleden optimaal te behouden bij de inkanteling in Welzijn. De huidige IPO’s hebben een vastgelegde capaciteit. De IPO’s moeten inzetten op de begeleiding van kinderen en jongeren en het versterken van hun context zodat ze maximaal in de context kunnen verblijven. Daardoor maken de kinderen en jongeren nog zelden 365 dagen per jaar gebruik van dergelijke voorzieningen. Tijdens de weekends en vakanties fluctueert de bezetting heel sterk. Onderstaande tabel toont de gemiddelde bezetting per IPO voor het kalenderjaar 2021. De coronacrisis heeft effect gehad op de benutting van de IPO’s tijdens het kalenderjaar 2021. Om besmettingen te beperken werd ervoor geopteerd om internen voor wie dit mogelijk was, zoveel mogelijk terug te laten keren naar de thuiscontext en dit voor een langere periode. Dat gebeurde in overleg met de consulenten van de sociale diensten van de jeugdrechtbanken en met het agentschap Opgroeien. De IPO’s hebben tijdens die periode regelmatig contact gehouden met hun internen om na te gaan of de draagkracht van de context voldoende was voor de internen en om actief te peilen naar hun welbevinden. IPO Koksijde
Capaciteit
Bezetting
Benutting
40
100%
67%
De Haan
70
94%
53%
Neder-Over-Heembeek
30
92%
60%
Lommel
30
99%
59%
Gavere
25
95%
57%
Sint-Niklaas
20
100%
73%
's Gravenwezel
20
102%
50%
Kortrijk
30
100%
74%
Totaal
265
99%
63%
De IPO’s organiseren voor hun internen verblijf en begeleiding op schoolvrije dagen. Het verblijf op schooldagen wordt georganiseerd door de internaten van het buitengewoon onderwijs. Noch deze internaten, noch de IPO’s genereren werkingsmiddelen vanuit Onderwijs. De werkingsmiddelen voor deze instellingen werden ingeschreven in onderwijsdecreet XX. De internaten van het buitengewoon onderwijs zijn voor hun werking afhankelijk van de werkingsmiddelen van de internaten van het gewoon onderwijs. Dat maakt dat het geheel van de internaten structureel te weinig werkingsmiddelen ter beschikking heeft.
15
De IPO’s zijn voor hun werking aangewezen op middelen die voortkomen uit de solidariteit van alle scholengroepen. Deze middelen zijn in se bestemd voor het leerplichtonderwijs en worden op basis van een beslissing van de Raad van het GO! aan de IPO’s toegewezen volgens hun capaciteit. Daarbovenop krijgen de IPO’s jaarlijks een bijkomende subsidiëring vanuit Welzijn. Voor 2021 bedraagt die €1.350.000 (geïndexeerd) voor de organisatie van 265 bedden. Het tehuis Kastor ontving een bijkomende projectsubsidie vanuit Welzijn om de transitie te faciliteren.
Cao XII Wat het personeelsbeleid in 2021 betreft, waren de hervorming van een aantal hoofdstukken in de rechtspositie en het afsluiten van een nieuwe cao zwaarwichtige dossiers. In de rechtspositie ging het om maatregelen die een snellere opbouw van voorrangsrechten en een versnelde benoeming mogelijk maken. Na scherpe onderhandelingen werd een nieuwe onderwijs-cao afgesloten. Het GO! heeft die uiteindelijk niét ondertekend. De cao bevat een aantal maatregelen die leerkrachten de facto vrijstellen van lesopdracht. Het GO! vindt dat geen goed idee nu er een chronisch tekort is aan handen in de klas.
16
Ondersteuning en dienstverlening aan het onderwijsveld Centrale diensten De reguliere werking van de centrale diensten in 2021 bestaat uit drie elementen: belangenbehartiging, beleidsvoorbereiding en dienstverlening. Deze drie terreinen zijn niet strikt afgebakend en versterken elkaar. De belangenbehartiging gebeurt mét het beleidsvoorbereidend werk of ligt er in het verlengde van. Het resultaat wordt vertaald naar het ondersteuningsaanbod voor instellingen en scholengroepen. Tijdens die ondersteuning worden nieuwe signalen opgevangen en in acht genomen bij de belangenbehartiging en beleidsvoorbereiding.
Beleidsvoorbereiding Bij de beleidsvoorbereiding wordt gewaakt over de kwaliteitsvolle onderbouwing, alsook over het draagvlak in het onderwijsveld. Via hun vertegenwoordiging in adviesorganen zoals de thematische Permanente Technische Commissies (PTC's) en het Strategisch Adviesplatform (STAP) worden de scholengroepen en de scholen betrokken bij de beleidsvoorbereiding. Daarnaast leveren interne bevragingen, werkgroepen, lerende netwerken, enz. evenzeer input bij de beleidsvoorbereiding.
Belangenbehartiging Medewerkers van de centrale diensten vertegenwoordigen en verdedigen de belangen van het GO! bij de overheid, bij de vakbonden en bij tal van advies-, overleg- en onderhandelingsfora zoals het sectorcomité X en de Vlaamse onderwijsraad (Vlor) met zijn verschillende (deel)raden, commissies en werkgroepen. Die vertegenwoordigingen vragen een grondige voorbereiding en een degelijke opvolging van de regelgeving, het onderwijsbeleid en de maatschappelijke trends door verschillende medewerkers van de centrale diensten. Ontwerpregelgeving wordt kritisch geanalyseerd en van commentaar en opmerkingen voorzien, onder andere door het schrijven van amendementen en protocolbijdragen. De centrale diensten houden constant de vinger aan de pols in het onderwijsveld en verzamelen relevante info. De centrale diensten leverden in 2021 ook leden voor de Kamer en het College van Beroep (beroepsinstanties voor het onderwijspersoneel) en voor de Vlaamse reaffectatiecommissie. Zij woonden systematisch het ‘informeel middagoverleg’ met de overheidsadministratie bij, waarop die laatste communiceert over de toepassing van de regelgeving voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. In de planificatiecommissie secundair onderwijs (voltijds gewoon secundair onderwijs, inclusief duale structuuronderdelen en secundair volwassenenonderwijs) worden de programmatieaanvragen door het GO!, de OVSG en het POV vooraf besproken, met het oog op een gezamenlijk standpunt in de Vlor. Het GO! werd verder ook vertegenwoordigd in het Vlaams NT2-overleg, het periodiek NT2-overleg met AHOVOKS, de klankbordgroep DAVINCI, het overleg Onderwijs-Welzijn, het overleg met de sociale partners in het kader van de (mogelijke) opmaak van een Plan Internaten, het periodiek corona-overleg volwassenenonderwijs en deeltijds kunstonderwijs en bij diverse overlegmomenten met externe partners die een rol spelen in de preventieve gezondheidszorg op school (zoals Sport Vlaanderen, MOEV, Rode Kruis Vlaanderen, Sensoa, het Vlaams Instituut Gezond Leven, …).
17
In 2021 ging het GO! regelmatig in overleg met de overheid en betrokken onderwijspartners om de maatregelen naar aanleiding van de pandemie te bespreken, implementeren en monitoren (het ging onder meer over de ontwikkeling van draaiboeken, sociaal overleg over personeelsaangelegenheden, het inrichten van zomerscholen, ….).
Ondersteuning en dienstverlening aan scholen(groepen) De centrale diensten zetten zich ook in om scholen en scholengroepen te ontzorgen en te ondersteunen bij hun strategische ontwikkeling, zodat die laatste zelf maximaal kunnen focussen op het kernproces onderwijs. Vragen rond aspecten van de onderwijsorganisatie of personeelskwesties worden zo snel mogelijk beantwoord. Daarnaast wordt ook ingezet op proactieve en structurele ondersteuning aan de hand van onder meer modellen voor school-, centrum- en arbeidsreglementen, uitgewerkte standaardprocedures, convenanten, contactdagen, draaiboeken en webtoepassingen. Toch blijft begeleiding op maat een belangrijk deel van het aanbod, bijvoorbeeld bij herstructureringen, herprofileringen en programmaties, keuzes in studieaanbod, de analyse van blinde vlekken en het aanleveren van arbeidsmarktanalyses. De coronacrisis heeft het GO! ook in 2021 opnieuw noodgedwongen verder doen schakelen. Organisatorisch bleef het alle hens aan dek met de talrijke vragen die leefden in de scholen en centra in relatie tot de verschillende fases en kleurcodes en de (uiteenlopende) voorwaarden waaronder contactonderwijs kon georganiseerd worden (jojosituatie). We formuleerden op korte termijn antwoorden op onderwijsorganisatorische vragen en noden van directeurs en schoolteams, vooral met het oog op de kwaliteit van het hybride leren en het borgen van goede praktijken zoals ze gegroeid zijn als gevolg van de omstandigheden.
18
Verder zette de afdeling met het Lerend Netwerk hr – waarin elke scholengroep vertegenwoordigd is – verder in op de versterking van het hr-beleid in de scholengroepen aan de hand van vormingen, intervisie, expertise-uitwisseling, enzoverder. Ook werden in het kader van het vormingsfonds MVD-personeel diverse opleidingen georganiseerd. In het voorjaar werd een employer branding campagne opgezet om vooral via sociale media scholen te ondersteunen bij de rekrutering van onderwijzend personeel. Op vraag en ten behoeve van de scholengroepen werden ook geregeld gezamenlijke onderhandelingen gevoerd over dié personeelszaken waarvoor alle scholengroepen eenzelfde beslissing beogen. De centrale diensten nemen in elk overnamedossier een coördinerende rol op ter ondersteuning van het betrokken schoolbestuur en stellen daartoe de nodige documenten ter beschikking, zoals bijvoorbeeld een draaiboek. Het volledige overnametraject gebeurt multidisciplinair om tot een allesomvattend kader en overnameprotocol te komen.
Vlaamse Veerkracht/Digisprong/Edusprong Naar aanleiding van de gezondheidscrisis zette de Vlaamse overheid in op relance. Binnen het relanceplan Vlaamse Veerkracht: van Achterstand naar Voorsprong! werden heel wat middelen vrijgemaakt voor onderwijs (585 miljoen):
19
1.
Een digitale transformatie of digisprong (375 miljoen)
2.
Ondersteuning van kwetsbare kinderen en studenten (90 miljoen) -
Verankering zomerscholen
-
Ondersteunen en versterken van de veerkracht en wendbaarheid van de scholen
-
Beleidsversterking scholen
3.
Een versterkt volwassenenonderwijs: Edusprong (60 miljoen)
4.
Een transitie voor het hoger onderwijs: Voorsprongfonds (60 miljoen)
Ook op dit vlak was het organisatorisch alle hens aan dek en beantwoordden de centrale diensten de talrijke vragen vanuit de scholen in relatie tot de uitvoering van de verschillende programma’s en initiatieven die binnen dit kader werden genomen en opgestart: oprichting zomerscholen, aanwending middelen ICT, …. In 2021 konden de CVO’s hun projectplannen indienen in het kader van de eerste projectoproep binnen de Edusprong. Vanuit de centrale diensten werd heel wat aandacht besteed aan de ondersteuning en begeleiding van de CVO’s in relatie tot deze projectoproep (naast de Regioscan en de voorbereidingen voor projectoproep 2). Een belangrijke tool binnen dit kader vormden de periodieke overlegmomenten met de CVO-directeurs tijdens het lerend netwerk directeurs CVO. In 2021 werd, samen met de begeleiders volwassenenonderwijs van de pedagogische begeleidingsdienst, heel wat energie gestoken in de verdere vormgeving van dit lerend netwerk met bijzondere aandacht voor een telkens relevante en actuele agenda. Diezelfde focus wordt gehanteerd in de periodieke overlegmomenten met de coördinerend directeurs secundair onderwijs en de directeurs-coördinatoren basissonderwijs. De agendabepaling vormt ook daar een belangrijke tool in de communicatie. Die agendabepaling kreeg in 2021 een afdelings- en (pedagogische) dienstoverschrijdend karakter. Gezien de bestendiging van de beperkingen op fysiek overleg wonnen de digitale overlegmomenten met deze doelgroepen in 2021 nog meer aan belang.
20
Samenwerking met de arbeidsmarkt en verdere uitbouw van het ecosysteem Onderwijs-Werk In 2021 werd de samenwerking met de bedrijfspartners en sectoren zo goed als mogelijk verdergezet. De ups en downs van de coronagolven maakten er echter een zeer moeilijk proces van. Het was steeds opnieuw opbouwen en weer stopzetten van relaties en initiatieven. Er werden echter wel nieuwe partners gevonden zoals Best Parts/Distrigo, Aliplast, NMBS/ Infrabel, Fnac/Vanden Borre, Leonidas, Collect&Go en Veritas. Lopende projecten moesten omwille van de gezondheidscrisis veelal stilgelegd worden, met uitzondering van de samenwerkingen met de partners duaal leren. Met hen kon er verder ingezet worden op de beleidslijn om leerlingen de kans te bieden de aangeleerde kennis in praktijk om te zetten in een reëel werkkader en zo de nodige expertise op te bouwen voor de arbeidsmarkt. Belangrijk hierbij is dat er beduidend meer samenwerkingsprojecten werden opgestart voor het volwassenonderwijs, zowel voor werkplekleren als voor de voorbereidende piloottrajecten voor duaal leren. Alle geplande professionaliseringstrajecten voor leerkrachten werden echter geannuleerd wegens veiligheidsredenen. De draad hiervoor wordt opnieuw opgenomen in 2022. Daarnaast werden ook samenwerkingsprojecten opgezet en uitgetekend met EhB en PXL. In 2021 namen de centrale diensten en de PBD-GO! verder deel aan de coronawerkgroep stages/duaal leren die maandelijks digitaal samenkwam, georganiseerd vanuit het Departement Onderwijs. Bedoeling was om af te stemmen met de verschillende onderwijsverstrekkers omtrent de impact van de pandemie op stages en duaal leren, er oplossingen voor te bedenken en om concrete handvatten voor onze scholen uit te werken. De centrale diensten en de PBD-GO! werkten nauw samen tijdens de beleidsvoorbereiding en -opvolging, de implementatie ervan en het overleg met diverse partners (Vlaams Partnerschap Duaal Leren en onderliggende werkgroepen, de beroepscommissie, AHOVOKS, de kabinetten van de ministers Onderwijs en Werk en Sociale Economie, Departement Onderwijs, Departement Werk en Sociale Economie, sectorale partnerschappen, ….) voor de transitie van leren en werken naar duaal leren, het zoeken naar oplossingen voor opleidingen OK2, de voorbereiding van duaal leren in het volwassenenonderwijs, de opvolging van de visie en standpunten van de RTC, de opvolging van de sectorconvenants, de bijbehorende stakeholdersconsultatie en het aanleveren van input voor de voorbereiding van het nieuwe decreet over de sectorconvenants.
21
In het kader van de transitie van leren en werken naar duaal leren en de verdere uitbouw van de aanloopfase, was 2021 een belangrijk werkjaar. Enerzijds verscheen de mededeling van de Vlaamse Regering bij het begin van dit werkjaar en anderzijds verscheen in december 2021 het voorontwerp van decreet tot wijziging van de regelgeving over duaal leren, de aanloopfase en het stelsel van leren en werken. In dit voorontwerp werden een aantal belangrijke aanpassingen doorgevoerd die tegemoetkomen aan de verwachtingen van het werkveld en dicht aanleunen bij de visie van het GO!. Het werkveld werd op regelmatige basis geïnformeerd via infosessies. Hierbij werd ook telkens de mogelijkheid voorzien om feedback te geven. Ook binnen de PTC’s basis- en secundair onderwijs kwam dit beleidsthema regelmatig aan bod om het werkveld te informeren en te bevragen. Vanuit de centrale diensten werd ook intens ingezet op de ondersteuning van de centra leren en werken bij de start van het concordantieproces om het opleidingsaanbod leren en werken om te zetten naar een duaal opleidingsaanbod. Alle thema’s met betrekking tot de arbeidsmarkt (in de ruime zin van het woord) kwamen uitgebreid aan bod in de stuurgroep arbeidsmarktgericht onderwijs. In de schoot van deze stuurgroep werden heel wat standpunten (formeel en informeel) ingenomen en allerhande onderwerpen besproken. De stuurgroep functioneert ook als werkgroep omtrent bepaalde thema’s zoals de opstart van een nieuw lerend netwerk voor TA’s/TAC’s (technisch adviseurs/technisch adviseurs-coördinatoren). Dit lerend netwerk heeft tot doel om de TA’s/TAC’s maximaal te informeren en te versterken in hun werking. Dit kadert ook in de uitrol van het actieplan dat werd opgemaakt naar aanleiding van de visie van het GO! op het arbeidsmarktgericht onderwijs. De centrale diensten gaven ook uitvoering aan de samenwerkingsovereenkomst met de VDAB via een meerjarig actieplan en de reactivering van de regionale stuurgroepen. Dit impliceert een maandelijks overleg met de centrale stuurgroep GO!-VDAB en enkele contactmomenten met de regionale partnerschappen. De centrale diensten participeerden eveneens in een aantal strategische onderzoekswerkgroepen en organen (onder meer Viona-onderzoeken kosten-baten van duaal leren, Viona-onderzoek duaal leren en gedragsinzichten, OECD Skills Strategy Implementation en Adviesraad GO5). Daarnaast zetelen de centrale diensten eveneens in de projectgroepen van de provincie Antwerpen met betrekking tot Hylas (creëren van hybride leeromgevingen voor arbeidsmarktgerichte opleidingen die jongeren authentieke en ervaringsgerichte leerkansen bieden en een betere aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt verzekeren) en GHLOBO (Grensoverstijgende Hybride LeerOmgevingen in het Beroepsgericht Onderwijs) waarbij lerende netwerken de kritische succesfactoren uit operationele leeromgevingen voor beroepsonderwijs onderzoeken en inzetten op ontwerpen en verduurzamen van kwaliteitsvolle leeromgevingen voor deze doelgroep.
Projecten ‘Doorgaande lijn’ Wat? Jonge kinderen bewegen zich tussen school, thuis, buurt- en verenigingsleven en kinderopvang. De Vlaamse overheid wil daarom investeren in een “doorgaande lijn” tussen zorg, opvoeding, leren en spelen in de ontwikkeling van jonge kinderen (van 0 tot 6 jaar). Met 12 projectsubsidies, ter waarde van 45.000 euro op jaarbasis voor een periode van 3 jaar, worden vernieuwende samenwerkingsverbanden ondersteund die streven naar een geïntegreerde werking op het vlak van onderwijs, kinderopvang en buitenschoolse kleuteropvang. Het overstijgen van de opdeling tussen opvang en onderwijs en de verbinding maken met thuis en buurt zijn prioritaire doelstellingen in het innovatieve samenwerkingsverband.
22
Wie? Het project moet ten goede komen aan kinderen van 0 tot 6 jaar (van hun geboorte tot het einde van hun kleutercarrière in hun directe omgeving) en vorm krijgen binnen een geïntegreerde werking met een breed aanbod van opvang én onderwijs. Je kon als een lokaal samenwerkingsverband een aanvraag indienen als je minstens met drie partners samenwerkt: -
organisator kinderopvang baby’s en peuters
-
organisator buitenschoolse kleuteropvang
-
onderwijspartner met aanbod kleuteronderwijs
Bijkomend was het aanbevolen om ook nog andere relevante partners te betrekken in functie van de gekozen doelstellingen. Hoe? Het GO! volgde van nabij de wetgevingstechnische en inhoudelijke ontwikkeling van de projectoproep op, geïnitieerd vanuit het Agentschap Opgroeien van het Departement Welzijn, en verdedigde met succes haar belangen in de verschillende overlegfora (Vlor, Sectorcomité X, etc.). Medewerkers van de centrale diensten van het GO! maakten gezamenlijk een instrument dat voor scholen en scholengroepen als handig hulpmiddel kan dienen om zo’n project op een gedegen wijze uit te werken. Daarnaast werd vanuit het GO! ook een vertegenwoordiger voor de stuurgroep aangeduid. Alle extra nieuwe informatie vind je ook op de site Doorgaande Lijn die het Agentschap Opgroeien hiertoe ontwikkelde. Vanaf 1 januari 2022 tot eind december 2024 gaan er 12 pioniers aan de slag. Met 4 deelnemers, al dan niet in samenwerking met externe partners, is het GO! goed vertegenwoordigd in de geselecteerde samenwerkingsverbanden. Van de andere onderwijsverstrekkers levert het KOV 7 deelnemers en de OVSG 1. Voor het GO! zijn dat: 1.
GO! scholengroep Fluxus: een samenwerkingsproject tussen GO! basisschool ‘t Locomotiefje en partners vzw Dol fijn Beerse en IBO Beerse De Bereboot;
2. GO! scholengroep Brussel met Kindercampus Theodor bestaande uit GO! basisschool Theodoortje en partner VUB Kinderdagverblijf Jette samen met extra partner vzw Sint-Goedele IBO Theodoortjes Jette; 3.
GO! scholengroep Impact met Freinet Kindercentrum De Tandem bestaande uit GO! freinetschool De Tandem met eigen kinderopvang Rinkelbel;
4.
GO! scholengroep Westhoek met het project ‘Van 0 tot suc6’ bestaande uit GO! basisschool Ter Elzen met GO! kinderdagverblijf Ter Elzen en partner gemeente Heuvelland.
23
Financiële en technologische ondersteuning De centrale diensten hielpen de scholengroepen op het vlak van financiën en ICT. De financiële diensten van de scholengroepen worden bijgestaan in het gebruik van het algemene GO! boekhoudsysteem, de toepassing van de wetgeving ter zake, boekingsschema’s en algemene en specifieke boekhoudprincipes, en bij het opstellen van de (meerjaren)begroting en rapporteringen (semester- en jaarrekeningen). De boekhouding van de scholen(groepen) wordt nagekeken door de GO! verificatiedienst, ter voorbereiding van het jaarlijkse nazicht door het College van Accountants. De verificateurs adviseren de financieel verantwoordelijken van de scholen(groepen) ook in verband met het financiële en materiële beheer en houden geregeld themacontroles rond diverse financiële aspecten. Vanuit de centrale diensten werd voorzien in een raamovereenkomst rond digitale middelen voor het net om zo aan de behoeften in functie van Digiplan tegemoet te kunnen komen.
PBD-GO! De PBD-GO! wil, vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid voor kwaliteit, onderwijsinstellingen ondersteunen om het PPGO! te realiseren bij elke lerende. In het kwaliteitsvol onderwijs dat het GO! vooropstelt, staan het bereiken van maximale leerwinst, de totale persoonlijkheidsontwikkeling, actief burgerschap en individueel welbevinden bij elke lerende centraal. De PBD-GO! stelt daarbij lang doorwerkende effecten voorop en kiest er resoluut voor om participatief, duurzaam en emancipatorisch te werk te gaan. Met die visie op ondersteuning wil de PBD-GO! onderwijsinstellingen beleidskrachtig laten ontwikkelen, zodat ze zelf de kwaliteit van hun werking kunnen analyseren, borgen en verbeteren. Conform het decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs rapporteert de PBD-GO! jaarlijks in november met zijn jaarverslag aan de overheid over het voorbije schooljaar. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen we graag naar dat rapport.
Van ondersteuningsvraag tot begeleidingsovereenkomst en clusterplanning Bij de start van de begeleidingsperiode 2021-2024 sloot de PBD-GO! begeleidingsovereenkomsten af met alle scholengroepen, waarin ze samen het geheel van de wederzijds aangegane engagementen ter ondersteuning van de scholen, centra en internaten vastlegden. De overeenkomsten worden jaarlijks geëvalueerd en bijgestuurd. Ze vormen de verankering van een gedeeld streven naar doelgerichtheid en effectiviteit, met gezamenlijk geformuleerde doelstellingen, resultaten en effecten. Ze bieden ook garanties voor een maximaal bereik en een billijke verdeling van de ondersteuning. Met de trajecten die in het 3BP (driejaarlijks beleidsplan) voorzien zijn als leidraad, nodigde de PBD-GO! de instellingen binnen ons net uit om via een enquête hun ondersteuningsvragen kenbaar te maken. De betrokken hoofdadviseur, SPOC en CODI of DICO van de scholengroep analyseerden samen de ondersteuningsvragen, vulden ze aan en verbonden die waar nodig aan lopende of op te straten trajecten in opvolging van doorlichtingen. Zo capteerde de PBD-GO! – de ondersteuning van de modernisering secundair onderwijs buiten beschouwing gelaten – in totaal 1.607 concrete aanvragen voor ondersteuningstrajecten. Deze werkwijze bood bovendien de mogelijkheid om bij gelijklopende vragen samen naar synergieën en efficiëntiewinst te zoeken, onder meer door het afleiden van vragen naar het beleidsvoerend vermogen van de scholen en scholengroepen zelf, ondersteund door de PBD-GO! Materialenbank en Helpdesk, of naar te installeren professionele leergemeenschappen op scholengemeenschapsniveau.
24
Dat resulteerde in 530 ondersteuningsvragen die met een PI (professionaliseringsinitiatief) of VT (verandertraject) uit het 3BP actief begeleid worden, en 195 met een traject uit het projectportfolio. Daarnaast ondersteunde de PBD-GO! 731 vragen via PLG’s (professionele leergemeenschappen), de Materialenbank en de Helpdesk én werden 125 vragen afgeleid naar het flankerend professionaliseringsaanbod, uitgesteld of niet weerhouden. Respons ondersteuningsvragen 2021 125
276
406
254
325
■
VT
■
PI
■
Projectwerking
■
PLG
■
Materialenbank en Helpdesk
■
Flankerend aanbod en andere
195
De weerhouden vragen werden ten slotte opgenomen in de clusterplanning. Dat is een instrument waarin de gemaakte afspraken met de scholengroepen op clusterniveau samengebracht worden. Zo krijgen we een totaalbeeld van de trajecten die binnen de cluster worden gepland, de tijdsinvestering die dat met zich meebrengt en de begeleiders die deze taak op zich nemen.
Ondersteuningsaanbod Het schooljaar 2020-2021 was het laatste jaar van het driejaarlijks begeleidingsplan 2018-2021 waarin we onze geïntegreerde visie op ondersteuning en de daarbij horende verandertrajecten (VT), professionaliseringsinitiatieven (PI) en een flankerend professionaliseringsaanbod uitgerold hebben. Binnen de aanbodgerichte professionalisering organiseerden we VT’s en PI’s over curriculum en schoolbeleid alsook voor specifieke doelgroepen. De prioritaire thema’s binnen curriculum waren Nederlands, wiskunde en STEM in het basisonderwijs en de modernisering van het secundair onderwijs (eerste en tweede graad). Begeleidingstrajecten in het kader van opvolging doorlichting, vakbegeleiding en alle andere vragen vonden hun plaats in de vraaggestuurde werking. Tijdens het schooljaar 2020-2021 liepen we in totaal 772 trajecten. De opleidingen gerealiseerd binnen het flankerend professionaliseringsaanbod (op maat en met individuele inschrijvingen) zijn niet opgenomen in dit totaal. Die gegevens komen verder in dit hoofdstuk aan bod. De modernisering van het secundair onderwijs ondersteunden we intensief met 348 sessies leerplanimplementatie waarvoor we 13.910 inschrijvingen kenden.
25
Verhouding aantal trajecten aanbodgerichte en vraaggestuurde werking
■ Vraaggestuurd aanbod
■ 3BP-aanbod
Totaal
Scholengroepniveau
772 trajecten
125 trajecten
Leerplanimlementatie so 348 sessies met 13.910 inschrijvingen
63,03%
36,97%
50,40%
49,60%
100%
Gewoon basisonderwijs
Gewoon secunair onderwijs
Specifieke doelgroepen
414 trajecten
139 trajecten
94 trajecten
23,18% 76,82%
43,17%
56,83%
67%
33%
Binnen het flankerend professionaliseringsaanbod (individueel en op maat) organiseerden we 705 opleidingen waarbij we 20.494 onderwijsprofessionals uit de verschillende scholengroepen bereikten. Daarnaast organiseerden we voor het volwassenenonderwijs 17 opleidingen waarbij we al onze (11) GO! Centra voor Volwassenenonderwijs (meermaals) bereikten.
26
Verhouding aantal opleidingen flankerend professionaliseringsaanbod met inbegrip van leerplanimplementatie secundair onderwijs ■ Schoolbeleid
■ Curriculum
■ Specifieke doelgroepen
Totaal
Mesoniveau
Niveauoverstijgend
772 opleidingen
7 opleidingen
70 opleidingen
0,28%
10,00% 27,56%
72,16%
100% 90,00%
Gewoon basisonderwijs
Gewoon secunair onderwijs
Buitengewoon basis- en
110 opleidingen
475 opleidingen
secundair onderwijs 32 opleidingen
1,82%
12,00% 26,36%
71,82%
46,88%
53,13%
88,00%
Gewoon basisonderwijs 110 opleidingen 7,14%
92,86%
27
Interne kwaliteitszorg Afsluiting begeleidingsplan 2018-2021 Als afsluiter voor het driejaarlijks begeleidingsplan 2018-2021 hebben we verschillende stakeholders bevraagd. Aan de directies van alle onderwijsniveaus en de pedagogisch begeleiders/adviseurs bao, so en buo legden we een terugkerende bevraging voor die geënt is op de tevredenheidsbevraging die bij de eerste visitatie van alle PBD’s gelanceerd werd. De PBD-GO! heeft deze bevraging ook in het opvolgingstraject verder aangewend en herhaald. Zo konden we ook de evolutie in tevredenheid over onze dienstverlening opvolgen. Voor de leerkrachten tweede en derde graad secundair onderwijs bedachten we een volledig nieuwe bevraging om te peilen naar hun professionaliseringsbehoeften in functie van de verdere uitrol van de modernisering. Hiertoe gingen we de samenwerking aan met de lerarenopleidingen van de verschillende Vlaamse universiteiten. Het is immers ten aanzien van deze partners dat we onder meer wat vakdidactische professionalisering betreft onze makelaarsrol willen uitbouwen. Voor de leerkrachten eerste graad so (gewoon so en buso OV4) stelden we ook een volledig nieuwe bevraging op die enerzijds peilde naar hun mening over de modernisering so in het algemeen en anderzijds naar hun tevredenheid over onze ondersteuning in het implementatietraject van de modernisering in de eerste graad. We stelden ook een korte bevraging op voor onze pedagogisch begeleiders/adviseurs secundair onderwijs die het verandertraject (VT) Modernisering secundair onderwijs begeleid hebben in 180 scholen. Zo kregen we zicht op onze effecten in het veld, vanuit het standpunt van onze eigen collega’s. De resultaten van al deze bevragingen dienden als input voor het driejaarlijks begeleidingsplan 2021-2024, werden zowel intern als naar betrokken deelnemers en partners teruggekoppeld en vormden zo voorwerp van professionele dialoog en zelfreflectie. Voorbereiding driejaarlijks begeleidingsplan 2021-2024 Vanaf het begeleidingsplan 2021-2024 starten we met het systematisch bevragen van de afgesproken effecten van al onze ondersteuningstrajecten. We ontwikkelden voor verandertrajecten (VT’s) en professionaliseringsinitiatieven (PI’s) een volledig nieuw geautomatiseerd systeem aan effectmetingen waarbij scholen gedigitaliseerde vragenlijsten kunnen invullen en hierover nadien een feedbackrapport ontvangen. Afhankelijk van het doel van het VT/PI wordt het beleidsteam, het lerarenteam, het scholengroepteam en/of de lerende bevraagd. Bij aanvang van elke begeleiding worden de competenties en de motivatie in kaart gebracht aan de hand van een premeting. Op het einde zal dat opnieuw gebeuren aan de hand van een postmeting. Daarna wordt bekeken welke groei er is vast te stellen per traject. Op die manier krijgt de PBD-GO! zicht op de kwaliteit en de relevantie van de inhoud van haar begeleidingen en het effect ervan op scholen, leraren en/of lerenden en het belang van contextfactoren bij het behalen van die effecten. Binnen de effectmetingen houden we rekening met de verschillende niveaus van Guskey. We proberen daarbij altijd maximaal gedragsveranderingen bij leraren in kaart te brengen. Zij vormen immers onze belangrijkste doelgroep. Daarom hebben we voor de VT’s per focus de eindcompetenties vastgelegd die we willen bereiken bij de verschillende schoolteams en voor de PI’s de doelen en effecten die we beogen. Ook de reactie, het leren en de organisatorische ondersteuning en verandering worden waar mogelijk en relevant in kaart gebracht.
28
Samenwerking Het motto ‘samen leren samenleven’ passen we toe in alle lagen van ons onderwijsnet. De PBD-GO! beschouwt samenwerking met externe partners dan ook als een cruciaal element bij de verwezenlijking van het PPGO! en als onmisbaar gegeven binnen het onderzoeken, verrijken, en innoveren van onze eigen werking. In het huidige verslagjaar bouwde de PBD-GO! verder op het samenwerkingsbeleid dat in 2019-2020 werd uitgebouwd. Dat samenwerkingsbeleid stelt ons in staat om onze samenwerkingsverbanden met externe partners in kaart te brengen en te analyseren. Welke partners in ons ecosysteem vinden ons snel en welke nog te weinig? Op welke vragen gaan we in en op welke niet? Is daar bijsturing in nodig? Welk potentieel voor samenwerking laten we mogelijks onbenut? Vloeien de resultaten van externe samenwerking voldoende terug naar onze organisatie en in welke mate worden die resultaten geïntegreerd en verspreid in onze werking? Het merendeel (54%) van de vragen tot samenwerking is afkomstig uit het hoger onderwijs, gevolgd door maatschappelijke organisaties (17%). Bedrijven contacteren ons slechts beperkt (5%). Het betreft dan veelal uitgeverijen of Ed Tech bedrijven. Andere onderwijsgerelateerde organisaties in ons ecosysteem zijn goed voor bijna 7% van de vragen tot samenwerking (bv. EARLALL, ESF Vlaanderen, Vlaio, IMEC, Het Archief voor Onderwijs). Verder werd zo’n 16% van de voorstellen tot samenwerking tussen de PBD en externe partners geïnitieerd vanuit het GO! zelf. Het gaat hier onder meer om project- of stagevoorstellen op PBD-GO!-initiatief of om vragen tot het opnemen van de rol van ‘ondersteunende partner’ in partnerschappen met externen die elders in het net georganiseerd worden. Aantal vragen per type organisaties
24
8
82
■
GO!
■
Bedrijf
■
Hoger onderwijs
■
Onderwijsorganisatie
■
Maatschappelijke organisatie
26
11
Het volgende diagram geeft meer zicht op de hogeronderwijsinstellingen van waaruit de vragen tot samenwerking het afgelopen jaar kwamen.
29
Aantal Universiteit Hasselt LUCA Vrije Universiteit Brussel VIVES Hogeschool Universiteit Gent Universiteit Antwerpen UCLL Thomas More PXL Hogeschool Odisee Hogeschool KU Leuven Karel De Grote Hogeschool Howest HOGENT Erasmus Hogeschool Brussel Artevelde Hogeschool AP Hogeschool
0
2
4
6
8
10
12
14
16
Internationalisering en innovatie Innovatie en internationale samenwerking krijgen altijd een duidelijke plaats binnen de PBD-GO!. Wij zien ons in deze visie gesteund vanuit de expliciete decretale opdracht ‘onderwijsinnovaties aanreiken, stimuleren en ondersteunen’. We maken in onze aanpak (instrumentarium en procedures) geen verschil tussen nationale en internationale partners. Dit zorgt voor de nodige gelijkgerichtheid en de mogelijkheid om ons ecosysteem als één geheel te benaderen en benutten. De concrete output van deze internationale samenwerkingen is zichtbaar in erg gewaardeerde trajecten als bijvoorbeeld de opleidingen voor GO! leidinggevenden en het traject rond technisch en begrijpend lezen in het basisonderwijs (LIST en DENK). De gerichte keuzes voor internationale samenwerkingen maken dat het rendement in functie van professionalisering en begeleiding zichtbaar wordt. De evidence informed aanpak wordt door de internationale aftoetsing sterker. Bij de keuze tot het aangaan van samenwerkingsprojecten wordt altijd gekeken of het project PPGO!- en 3BP-versterkend is, en of het aansluit bij onze ondersteuningsvisie op PI/VT. In wat volgt zetten we een aantal van onze innovaties en externe samenwerkingsprojecten in de kijker. European SchoolNet – MenSi-project In november 2020 ging het MenSi-project van start, waar het GO! actieve partner is, samen met Kroatië, Hongarije, Ierland, Tsjechië en Portugal en European Schoolnet. Dit project wordt gefinancieerd binnen het EU Horizon 2020 onderzoeks- en innovatieprogramma.
30
Het project heeft als doel: -
de doeltreffendheid te analyseren van door netwerkscholen toegepaste mentorbenaderingen op schoolniveau;
-
onderzoek te doen naar de theorie en praktijk van mentorschap (van school tot school);
-
een praktijkgemeenschap en mogelijkheden voor professionele ontwikkeling te creëren;
-
een netwerk van meer dan 100 mentor- en menteescholen (= leerlingscholen) op te richten en te ondersteunen;
-
wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen en richtlijnen aan te reiken.
Het project zal daarom naast expertise met betrekking tot het verder ondersteunen van de digitale transformatie in onderwijs eveneens inzichten opleveren met betrekking tot het faciliteren en ondersteunen van professionalisering in netwerken van scholen. Erasmus+ KA1 project Gepersonaliseerd Samen Leren – verlenging. In september 2019 trapten we het Erasmus+ KA1-project Gepersonaliseerd Samen Leren af. Het betreft een samenwerking met 53 GO! scholen als partner en met de PBD-GO! als coördinator. Het project leunt sterk aan bij het pedagogisch project van het GO!, onze poolstervisie en het strategisch plan. Het project werd dan ook ondergebracht onder het programma GO! 2030 en wordt gezien als belangrijk netwerk om intern kennisopbouw en -deling te organiseren. We bouwen aan de hand van concrete en urgente leervragen met betrekking tot gepersonaliseerd samen leren expertise op in de thema’s zelfsturend leren, differentiatie, flexibel leren, inclusie en digitale transformatie. Gedurende twee jaar zullen in totaal meer dan 200 GO! professionals expertise en materiaal kunnen vergaren via een cursus of via ‘job shadowing’ in een Europees land. CVO inclusief 2 Het CVO inclusief 2 project startte in het najaar van 2021. Het gaat hier om een vervolg van het CVO inclusief 1 project, waarin via een case study aandacht was voor de toegang tot opleidingen in het volwassenenonderwijs voor mensen met een verstandelijke beperking. Het vervolgproject is een ESF SCALE project, gericht op het opschalen van nieuw verworven inzichten en praktijken in verschillende CVO’s in Vlaanderen. De bedoeling is om meer mensen met een verstandelijke beperking de mogelijkheid te bieden om volwassenenonderwijs te volgen binnen hun eigen interessegebied, en dit liefst in alle opleidingen van het volwassenenonderwijs. ESF Duaal leren Het duaal leren in de technologische industrie is gekenmerkt door een sterk partnerschap tussen onderwijs en bedrijfsleven. Via ervaringsuitwisseling in lerende netwerken, cocreatie van leermateriaal, gezamenlijke sensibilisering en informatie van scholen, bedrijven, leerlingen en hun ouders wordt gewerkt aan aantrekkelijk en kwalitatief leren. Dit project wil via een partnerschap tussen de technologische sector en de onderwijsnetten een stap verder zetten om van duaal leren een toekomstbestendig kwaliteitslabel te maken voor hybride leren. Hiertoe worden drie duale trajecten uitgebouwd tot een hybride en digitale leerweg. Het gaat om Elektromechanische Technieken duaal, Mechanische Vormgevingstechnieken duaal en Technieker Industriële Procesautomatisatie duaal.
31
Permanente ondersteuningscel Schooljaar 2020-2021: een schooljaar met focus op verbinding De Permanente ondersteuningscel stelt een uitgebreid jaarverslag samen. Een beknopte versie vind je hier volgend.
Opdracht, missie en aanpak De Permanente ondersteuningscel (POC) vindt zijn rechtsgrond in het decreet leerlingenbegeleiding en het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Hiernaast worden vanuit het bijzonder decreet van 14 juli 1998 van het Gemeenschapsonderwijs (BDGO) ook bevoegdheden toegekend aan de inrichtende macht (het GO!) die bij delegatie van de afgevaardigd bestuurder worden uitgevoerd door de POC. De bevoegdheden en opdrachten van de POC+ worden opgenomen in een wisselwerking met het GO!, de scholengroepen en de GO! CLB’s. Met de POC+ wordt de structurele samenwerking tussen de POC GO! CLB en de PBD CLB in één functioneel team bedoeld. Samen zorgen ze voor de ondersteuning van de CLB’s op het continuüm van professionalisering van alle CLB-medewerkers tot het begeleiden van de centra in de ontwikkeling van hun organisatie. Voor de beleidsondersteuning van de GO! CLB's werkt de POC+ nauw structureel samen met medewerkers van de centrale diensten van het GO! Samengevat wordt de opdracht van de POC+ gevat in de volgende drie pijlers: -
professionalisering en ondersteuning van de GO! CLB’s in de ontwikkeling als professionele organisatie,
-
beleidsvoorbereiding en -ontwikkeling
en -
vertegenwoordiging en belangenbehartiging. De POC+ als dé inspirerende en innoverende referentie in de lerende communicatie van de GO! CLB's. Daar engageren wij ons voor!
De POC+ wil: -
inspireren en uitdagen,
-
innoveren door een brug te slaan tussen evidencebased inzichten en de CLB-praktijk
en -
de lerende community van de GO! CLB’s verder uitbouwen en versterken met een wendbaar en flexibel aanbod dat inspeelt op de noden van de CLB’s in een maatschappij die voortdurend verandert.
Het vertrekpunt voor de POC+ is altijd het pedagogisch project van het GO!. We willen het PPGO! daarbij niet alleen als een waardekader hanteren, maar vertalen die waarden ook concreet naar onze dagelijkse praktijk en de manier waarop we onze poolsterambitie willen uitdragen en realiseren. Als POC+ werken we daarbij transparant, authentiek, verbindend, op maat, duurzaam en constructief kritisch. Het schooljaar 2020-2021 werd het jaar waarin we de lerende community van de GO! CLB’s verder vormgaven in verbinding met de centra.
32
Ondersteuning COVID Net als in de rest van de maatschappij stond in 2020-2021 een groot deel van de POC+ werking in het licht van COVID. De POC+ ondersteunde zowel de GO! CLB’s, de GO! scholen en internaten, als de centrale diensten van het GO! bij het vormgeven aan het COVID-beleid in GO! instellingen. De POC+ nam eveneens deel aan het structureel overleg tussen de minister van Onderwijs en de sociale partners. In dit kader werden tevens heel wat ondersteunende materialen ontwikkeld voor de CLB’s en andere instellingen, zoals voorbeeldbrieven, procedures en richtlijnen. Voor het samenwerkingsverband van GO! CLB-directeurs werd vanaf september 2020 wekelijks een digitaal COVIDontmoetingsmoment gehouden waarbij ruimte werd voorzien om nieuwe informatie te delen en daarnaast alle vragen vanuit de centra aan bod te laten komen. Wanneer nodig ontvingen directeurs dagelijkse updates met nieuwe informatie. Regelmatig werd een bundeling voorzien van de belangrijkste communicatiematerialen en -kanalen. Alle centra werden op deze manier bereikt en ondersteund. Vanaf januari 2021 waren er ook COVID-infosessies voor de artsen en verpleegkundigen die betrokken waren bij het sneltestenproject.
Professionalisering De POC ondersteunt binnen de pijler professionalisering CLB’s op organisatieniveau (de CLB’s als lerende organisatie), CLBteams en CLB-medewerkers. Het volgende doel wordt vooropgesteld: “We versterken het vertrouwen in het professioneel kunnen en creëren duurzame effecten door een passend aanbod te bieden. De klemtoon ligt op de kernopdrachten van de CLB-medewerkers én centra.” Om deze doelstelling te realiseren wordt op verschillende wijzen aan professionalisering gewerkt. Jaarlijks werkt de POC een aanbod uit dat inspeelt op de noden van de CLB’s en CLB-medewerkers enerzijds, en de maatschappij in verandering anderzijds. Het aanbod wordt opgebouwd rond de kernopdrachten van de CLB’s en de rollen en taken van CLB-medewerkers. Verschillende profielen met diverse opleidingsachtergronden komen terecht in de CLB-sector. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de lerarenopleiding, bestaat er dan ook geen vooropleiding ‘CLB-medewerker’. De POC GO! en de GO! CLB’s maakten daarom al langer samen de bewuste keuze om extra in te zetten op de aanvangsbegeleiding van nieuwe medewerkers. Dit staat gekend als het ‘leertraject’, een opleiding die uniek is in Vlaanderen en beginnende CLB-medewerkers traint voor het werk in de CLB-praktijk. Dit leertraject is niettemin pas het begin van een continuüm van professionalisering doorheen de volledige CLB-loopbaan.
33
34
Hiervoor ontwikkelt de POC een passend aanbod op maat. een geslaagd aanbod van beginner tot expert
het leertraject
het basisaanbod
het verdiepend aanbod
het expertenaanbod
Binnen dit aanbod werd het volgende gerealiseerd: -
Er waren achtentachtig verschillende initiatieven.
-
In totaal waren er 1450 deelnames waarvan 450 unieke deelnemers. Zo werd 46% van alle GO! CLB’ers bereikt. Dat is een stijging met 5% ten opzichte van vorig jaar, waarmee het gedaalde bereik van vorig schooljaar deels weer goedgemaakt werd (41% in 2019-2020 ten opzichte van 60% in het schooljaar 2018-2019 en 50% in het schooljaar 20172018). In 2019-2020 werden verschillende professionaliseringsinitiatieven geannuleerd wegens corona. De reden dat het aantal deelnames in 2020-2021 nog niet helemaal herstelde, heeft waarschijnlijk te maken met de hoge werkdruk die gepaard ging met de opdracht tot contactopsporing, de toegenomen vragen rond welzijn, enz.)
-
Er namen 116 starters deel aan het leertraject. Dat is een toename van 27 personen t.o.v. het schooljaar 20192020. Voor de opleidingsdagen noteerden we na inschrijving een (online) deelnemersopkomst van 89%.
-
94.9% van de deelnemers aan het leertraject is na afloop tevreden of zeer tevreden over het gevolgde professionaliseringsinitiatief.
-
Het volledige aanbod van de POC werd in 2020-2021 online georganiseerd. Daarnaast werden verschillende e-modules (verder) ontwikkeld die daardoor permanent vrij beschikbaar zijn voor medewerkers van de GO! CLB’s.
De POC+ speelt in op vernieuwing: e-module ‘Klaar voor het secundair onderwijs’. De nood aan fris en prikkelend informatiemateriaal over de onderwijsstructuren en -overgangen is bijzonder groot. Daarom ontwikkelde de POC+ in samenwerking met GO! CLB Fluxus een e-module ‘Klaar voor het secundair onderwijs’ voor leerlingen uit het zesde leerjaar van het basisonderwijs. De CLB-medewerkers introduceren deze module intussen in de scholen. De e-module wordt zeer positief onthaald. Vooral de kindvriendelijkheid, het eenvoudig taalgebruik, de attractieve filmpjes en de interactieve oefeningen krijgen bijzondere waardering.
35
Verandertrajecten Een verandertraject (VT) is een hoofdzakelijk langdurig ontwikkelproces op het niveau van het CLB waarvan de einddoelstellingen in overleg met het centrum duidelijk geformuleerd zijn, maar waarbij de weg die afgelegd wordt om de doelstellingen te bereiken omwille van de grote contextgerichtheid en complexiteit, niet eenduidig te bepalen is. Bijsturing van tussentijdse doelstellingen en aanpak is dan ook eigen aan VT’s. Tijdens het schooljaar 2020-2021 werd met zeventien (van de negentien) CLB’s een verandertraject op maat gelopen. De volgende accenten werden gelegd in de verandertrajecten: Opvolging van de doorlichting
In vier CLB’s In één CLB verderzetting van de begeleiding van een ongunstig advies.
Fusieproces in het kader van schaalvergroting
Van tien naar vijf CLB’s.
Ondersteuning bij een vernieuwd teamconcept
In acht CLB’s, waarvan één recent startte met de uitrol.
Opstart en uitrol nieuw beleidsplan
In zeven CLB’s
Ondersteuning bij de implementatie van kernprocessen
Acht CLB’s werden begeleid bij de verdere implementatie van een of meerdere kernprocessen
Optimalisatie teamwerking en teamontwikkeling
In vijf CLB’s
Ondersteuning teamcoaches
In drie CLB’s
Triage van kernprocessen
In twee CLB’s
Ondersteuning bij datagebruik, databased werken en kwaliteitszorg
In vier CLB’s
Jobtraining in het ambt van directeur
In twee CLB’s
Ondersteuning van nieuwe directeur
In drie CLB’s
Beleidsvoorbereiding en -ontwikkeling Beleid is een van de pijlers van de werking van POC+. Op verschillende manieren draagt de POC+ bij aan de beleidsvoorbereiding en -ontwikkeling die van invloed is op de CLB’s. Zowel voor algemene beleidsdossiers (rond de werking van de CLB’s) als voor concrete dossiers zoals het decreet Leersteun.
Doorgedreven samenwerking Bij het tot stand komen van beleid wordt maximaal afgestemd met de GO! CLB’s, het GO! en de andere centrumnetten. De internettensamenwerkingcel (ISC) verenigt de verschillende centrumnetten. De samenwerking binnen de ISC is tijdens de COVID-pandemie van onschatbare waarde gebleken. Dankzij deze samenwerking konden de centra ondersteund worden met aanpassingen aan het digitaal leerlingendossier (LARS) waardoor gegevens konden uitgewisseld worden met databanken van de overheid.
36
De ISC kon ook de overheid ondersteunen door het tweewekelijks aanleveren van data over de evolutie van de pandemie binnen scholen. Dankzij een continue monitoring hielden de CLB’s en de overheid de vinger aan de pols wat betreft de evolutie van COVID met betrekking tot het onderwijs. De data werden eveneens gedeeld met betrokken wetenschappers. De ISC was ook de gesprekspartner voor de overheid om samen richtlijnen en materialen te ontwikkelen om de centra te ondersteunen bij hun opdracht tot contactopsporing. Dit was een grote steun voor de centra bij het uitvoeren van hun opdracht in het contactonderzoek. Een opdracht die de CLB’s ter harte hebben genomen om het recht op onderwijs van alle kinderen en jongeren zo goed mogelijk te vrijwaren. Dit ging evenwel ten koste van hun reguliere opdrachten en het welbevinden van de CLB-teams. Het samenwerkingsverband verenigt de directeurs GO! CLB en POC+. Samen beleid maken is een van de doelstellingen van het samenwerkingsverband. Het samenwerken gebeurt in een geest van gelijkwaardigheid (uit respect voor de bevoegdheden van iedere organisatie), verbinding en engagement. Het samenwerkingsverband komt maandelijks samen en werkt rond vijf prioriteiten of strategische kwesties: Afbakening van de inhoud van de kernprocessen vanuit onze identiteit Professionalisering van CLB-medewerkers in het kader van de kernprocessen en onze publieke waarde Imago van en communicatie over de GO! CLB's en CLB-sector Partnerschap met scholen, welzijn en andere stakeholders Welbevinden van de CLB-medewerkers en directeurs Rond de strategische kwesties zijn gemengde teams (directies CLB’s en POC+) gevormd die deze uitwerken en waarrond voorstellen worden geformuleerd ter bespreking op het SWV. De besluitvorming vindt plaats volgens het consentbeginsel.
Helpdeskfunctie en ondersteuning CLB’s CLB’s en CLB-medewerkers kunnen voor alle vragen over de aard van hun CLB-opdracht terecht bij de POC+. De POC+ fungeert daarbij als referentie en verbindingsfiguur: vragen die de POC+ zelf niet kan beantwoorden, worden nauwgezet doorgegeven aan diensten die wel beschikken over deskundigheid ter zake – zowel binnen als buiten het GO!. Het versterken van CLB-professionals in hun oplossingsgerichte vaardigheden is een van de ambities van de POC+. Door te werken met een ankerfiguur in het centrum en rond een concreet thema (zoals het M-decreet) kan de bijstand zo lokaal mogelijk geboden worden. De POC+ werkt dan ook complementair aan de kennis en expertise in het lokale CLB binnen de lerende community GO! CLB.
37
38
Samen zorg dragen voor klachten Volgens de bepalingen van het BDGO is de Raad van het GO! bevoegd voor aspecten rond algemeen beleid, waaronder de interne kwaliteitszorg. Het beleid zelf gebeurt op voorstel van de afgevaardigd bestuurder. Alles omtrent klachtenmanagement maakt al jaren integraal deel uit van de interne kwaliteitszorg. In december 2004 heeft de Raad de klachtenprocedure binnen het GO! goedgekeurd en daarmee invulling gegeven aan de bepalingen die destijds in het Vlaams klachtendecreet werden vastgelegd. Het merendeel van de Vlaamse overheidsinstellingen valt sinds 1 januari 2019 onder de klachtenbepalingen van het Vlaams bestuursdecreet. Dit is voor het GO! niet het geval. De Raad besliste in maart 2019 dat de bestaande procedure in het GO! behouden blijft. Een procedure die desalniettemin nauw aansluit bij de (her)nieuw(d)e voorschriften voor de andere Vlaamse bestuursinstellingen. Het GO! blijft onderhevig aan de bepalingen van het Vlaams ombudsdecreet en herbevestigde de samenwerking met de Vlaamse Ombudsdienst. De eerste- en tweedelijnsbehandeling van klachten situeert zich respectievelijk bij de directeur van de school of instelling en de algemeen directeur van de betrokken scholengroep. De Vlaamse Ombudsdienst is in derde lijn aanspreekbaar. Bij klachten over de werking van de centrale diensten van het GO! kan je je in eerste instantie wenden tot de afgevaardigd bestuurder en vervolgens tot de Vlaamse Ombudsdienst. Het GO! is en blijft voorstander van een eenvoudige en laagdrempelige klachtenprocedure en bepleit een directe aanpak, informeel en oplossingsgericht. Daar werd al sterk op ingezet en dat was ook in 2021 niet anders. Net als de voorbije jaren werd een bemiddelende aanpak vooropgesteld. Verbindend communiceren blijkt hierbij vaak van cruciaal belang.
Klachten in cijfers In 2021 ontving het GO! in totaal 280 klachten. Vier klachten betroffen de werking van de centrale diensten van het GO!; de 276 andere werden ingediend bij de scholengroepen en hadden te maken met de werking van een school of de betrokken scholengroep zelf. Ruim 90% van het aantal ingediende klachten werd als ontvankelijk beschouwd en met andere woorden ook effectief behandeld. Van alle ontvankelijk bevonden klachten werd de mate van gegrondheid nagegaan. In 2021 werd iets meer dan 60% na behandeling als gegrond of deels gegrond beschouwd. In 139 van de 153 gevallen blijken we tot een oplossing of een gedeeltelijke oplossing te zijn gekomen. Dit is goed voor 91%, een cijfer dat zelfs nog wat hoger ligt dan de voorbije jaren en aantoont dat een bemiddelende aanpak vruchten kan afwerpen. Het merendeel van de klachten werd ingediend door ouders (68,5%). Het aandeel van klachten ingediend door personeelsleden bedraagt 18,2%. Cijfers die de voorbije jaren licht schommelden.
39
Al jaren is een centrale klachtencoördinator actief die als aanspreekpunt fungeert, ook voor meldingen en klachten die je conform de GO! klachtenprocedure aan de betrokken school of scholengroep moet richten. Over alle scholengroepen en onderwijsniveaus heen werden in totaal 69 meldingen en klachten geregistreerd. Het merendeel van wie een klacht heeft, werd doorverwezen naar de school, instelling of scholengroep waar de klacht zich voordeed en behandeling aangewezen was. Enkele klachten werden – in samenspraak met wie de klacht indiende – integraal voor behandeling doorgestuurd naar de scholengroep in kwestie. Bij een aantal andere klachten vroeg de betrokken school of scholengroep expliciet om ondersteuning.
Klachtenbeeld Net als vorig jaar stond 2021 in het teken van de coronapandemie en de impact ervan op ons dagelijks leven en het onderwijs in het bijzonder. Dit liet vanzelfsprekend ook sporen na op het klachtenbeeld van beide jaren. Voor het derde schooljaar op rij dienden scholen alle zeilen bij te zetten om zich aan te passen aan gewijzigde regelgeving, afspraken en aanbevelingen. Uit de analyse van de klachten die bij de scholengroepen en de centrale diensten van het GO! hierover werden ingediend, blijkt dat deze klachten het klachtenbeeld echter niet overheersen. Maar de opgelegde maatregelen hebben wel vaak tot ergernis geleid en scholen bevonden zich dan dikwijls in het oog van de storm. In vergelijking met het totale aantal klachten vormen klachten in verband met de coronamaatregelen een aandeel van 8,9%. Bij de klachten van burgers (onder andere ouders) staat deze groep op de derde plaats in de top vijf van klachtenthema’s. Wat de overige klachten betreft is het klachtenbeeld in 2021 sterk vergelijkbaar met dat van de voorbije jaren. Het beeld is bijzonder veelzijdig en divers, in lijn met een veelheid aan onderwijsthema’s. Sommige onderwerpen keren steeds terug, andere items drijven mee op de golven van de actualiteit. Ongeveer 36% van de klachten van burgers bevat een bezwaar tegen een handeling of houding van de directeur of een personeelslid van een school of instelling. Ook klachten over zorg en begeleiding van leerlingen (al dan niet met specifieke noden), informatieverstrekking, orde- en tuchtmaatregelen ten aanzien van leerlingen en financiële zaken behoren al een aantal jaren tot de top vijf. Het feit dat mensen ogenschijnlijk steeds over dezelfde dingen klachten blijven hebben, betekent niet noodzakelijk dat er niet wordt ingespeeld op de problematiek. De permanente in- en uitstroom van personeelsleden enerzijds en de wijzigende schoolpopulatie anderzijds maken dat de cyclus zich constant herhaalt. Het blijft dus belangrijk alert te zijn voor signalen en samen naar oplossingen te zoeken. Er is permanent nood aan concrete acties en beleidsinitiatieven die zich op deze thema’s toespitsen. Van de klachten ingediend door personeelsleden gaat het merendeel over een handeling of houding van de eigen directeur of een collega (49%).
40
Aanbevelingen en verbetervoorstellen Het GO! maakt jaarlijks een verslag op over de klachtenbehandeling en bundelt hierin de bevindingen van de scholengroepen en de centrale diensten. Hierin worden – naast heel wat cijfermateriaal – concrete suggesties en voorstellen opgenomen die meteen aangeven waar mensen nood aan hebben, vaak om de dienstverlening ter plaatse te vrijwaren en verbeteren. Deze mogelijke acties worden aangevuld met voorstellen die centraal werden opgevangen en voor het hele onderwijsnet kunnen uitgerold worden. De voorstellen hebben zowel te maken met het opvangen, het behandelen als het managen van klachten. Het gaat hierbij soms over zeer praktische of operationele zaken maar ook over beleidsmatige keuzes die kunnen gemaakt worden. Werken aan kwaliteit is en blijft een continu proces en een uitdaging, maar dankzij een doorgedreven klachtenmanagement kan daar mee vorm aan worden gegeven. Het blijft een uitdaging hier telkens op in te spelen met gepaste maatregelen en bijsturingen. Waarden als respect, gelijkwaardigheid, oprechtheid of eerlijkheid, openheid, betrokkenheid en engagement die centraal staan in het PPGO!, vormen niet alleen sleutelbegrippen voor een waardevol onderwijs maar leiden evenzeer tot een waardevolle klachtenbehandeling. Meer details over de klachtenbehandeling in het GO! staan op de webpagina klachtenrapporten. Je vindt er de gecoördineerde rapporten die het GO! conform het Vlaams klachtendecreet jaarlijks vóór 10 februari bij de Vlaamse Ombudsdienst inlevert.
41
De Raad van het GO! De Raad van het GO! is het centrale bestuursorgaan van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.
Samenstelling De Raad van het GO! bestaat uit vijftien leden. Tien leden worden rechtstreeks verkozen: vijf door ouders en gecoöpteerde leden van de schoolraden en vijf door directeurs en personeel van de schoolraden. De overige leden worden aangeduid door Vlaamse universiteiten met een pedagogische faculteit (drie) en door publiekrechtelijke hogescholen (twee). Op 1 januari 2019 trad de Raad van het GO!, na verkiezingen in het najaar van 2018, in een nieuwe samenstelling aan. De aanstelling gebeurde voor vier jaar; deze ploeg zal bevoegd blijven tot 31 december 2022. -
Geert De Soete – voorzitter
-
Freddy Moreels – ondervoorzitter
-
Ann Van Driessche – ondervoorzitter
-
Sofie Christiaens
-
Dennis Cluydts
-
Barbara De Groot (tot augustus 2021)
-
Paul De Knop
-
Luc De Man
-
Jim Deridder
-
Filip Giraldo (vanaf september 2021)
-
Marianne Hintjens
-
Dimokritos Kavadias
-
Urbain Lavigne
-
Linda van Achter
-
Dieter Verhaest
-
Arlette Verkruyssen
De afgevaardigd bestuurder woont van ambtswege de vergaderingen van de Raad van het GO! bij met raadgevende stem.
Nieuwe afgevaardigd bestuurder De Raad van het GO! ging in 2021 op zoek naar een nieuwe afgevaardigd bestuurder. Met ingang van 1 september vult Koen Pelleriaux deze functie in. Hij vervangt Raymonda Verdyck die als afgevaardigd bestuurder met pensioen ging. De Raad van het GO! verleende Raymonda Verdyck eervol ontslag. Zij wordt ertoe gemachtigd om vanaf 1 september 2021 de eretitel van haar ambt te voeren.
Corona Normaal vinden de vergaderingen van de Raad van het GO! fysiek plaats in Brussel in het Huis van het GO!. Sinds de uitbraak van corona werd er ofwel hybride – wanneer de maatregelen het toelieten – ofwel volledig digitaal vergaderd.
42
Behandelde dossiers In het voorbije jaar behandelde de Raad van het GO! onder meer de volgende strategische beleidsdossiers.
Strategisch plan GO! 2030 De Raad van het GO! keurde al eerder het strategisch plan GO! 2030 goed, samen met de concretisering van de poolstervisie en de bijbehorende ambities in een implementatieplan voor de schooljaren 2020-2022.
Conceptueel drieluik visieteksten Het afgelopen jaar keurde de Raad van het GO! de visieteksten ‘De school als concept’ en de ‘De rol van de onderwijsprofessional’ goed. Eerder werd ook al de visietekst ‘Gepersonaliseerd samen leren’ goedgekeurd. Met het oog op de concrete implementatie werd door de Raad van het GO! groen licht gegeven aan een model van aanpak voor de verdere operationalisering van deze visies op pedagogisch-didactisch, onderwijsorganisatorisch, infrastructureel en personeelsmatig vlak.
Dashboard monitoring en opvolging strategisch plan Gelet op het belang van een performant monitoringsysteem voor het opvolgen van de kerncijfers met betrekking tot het GO! en haar positie binnen het onderwijslandschap én voor de opvolging van de uitrol en de effecten van het strategisch plan, keurde de Raad van het GO! een aantal kernindicatoren goed. Deze betreffen o.a. de evolutie van de leerprestatiemetingen en van de GOK-leerlingen (op het vlak van doorstroom en studiesucces en evolutie van hun deelname aan de arbeidsmarkt). Maar ook de evolutie inzake het opschalen van innovatieve projecten met positieve effecten op leren. De Raad van het GO! gaf de opdracht om de voorgestelde monitoring- en opvolgingsstrategie verder uit te werken in een concreet plan van aanpak in overleg met de betrokken actoren.
Raamwerk en werking ‘Digitale Strategie GO!’ Er werd een gemeenschappelijk denkkader en dito manier van (samen)werken uitgewerkt met het oog op de digitale transformatie. De digitale strategie is een onderdeel van ons strategisch plan GO! 2030 en ligt in het verlengde van de huidige projectwerking (o.a. werkgroep digitale transformatie) en de GO!vernance (o.a. PTC digitaal beleid, netwerk digitale innovatie). De Raad van het GO! keurde het raamwerk ‘Digitale Strategie GO!’ goed, inclusief het organisatiemodel en de eerst te zetten stappen.
GO!vernance Er werd een nieuwe governance-structuur uitgetekend voor het GO!. Deze kwam tot stand na een evaluatie van de huidige overleg- en participatiestructuur, het in kaart brengen van de noden inzake governance in het kader van het strategisch plan GO! 2030 en de heropstart van het kerntakendebat tussen de centrale diensten en het mesoniveau.
43
De Raad van het GO! keurde deze GO!vernance goed en die werd vanaf het schooljaar 2021-2022 geïmplementeerd.
Interlevensbeschouwelijke dialoog De Raad van het GO! gaat akkoord met het protocol van samenwerking met de Erkende Instanties en Vereniging van de Levensbeschouwelijke Vakken (EI&V) met het oog op het inrichten van één uur interlevensbeschouwelijke dialoog in de derde graad. De implementatie ervan is voorzien begin schooljaar 2023-24. Vanaf september 2021 werden binnen een aantal scholengroepen pilootprojecten opgestart.
Decreet betreffende onderwijsdoelen 2e en 3e graad De Raad van het GO! bevestigde de beslissing van de afgevaardigd bestuurder van 15 februari 2021 om als GO! tussen te komen in een procedure aangespannen door het Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV) bij het Grondwettelijk Hof tegen het nieuwe onderwijsdoelendecreet. De Raad van het GO! is namelijk van oordeel dat de nieuwe onderwijsdoelen – waar al zo lang aan gewerkt was – effectief moesten in werking treden op 1 september 2021. Het KOV vroeg aan het Grondwettelijk Hof niet alleen de vernietiging van de nieuwe onderwijsdoelen maar ook de schorsing ervan tegen 1 september 2021. Het Grondwettelijk Hof besliste in het arrest van 22 juli 2021 dat de nieuwe onderwijsdoelen niet geschorst moesten worden. De nieuwe onderwijsdoelen schorsen zou volgens het Hof ernstige nadelige gevolgen met zich meebrengen voor het verdere verloop van de hervorming van het secundaire onderwijs. De nieuwe onderwijsdoelen traden dus effectief in werking op 1 september 2021. Over de grond van de zaak, met name de eventuele vernietiging van de onderwijsdoelen, werd door het Hof geen uitspraak gedaan in 2021.
44
Standpuntbepaling Vlaamse toetsen Het Vlaams regeerakkoord voorziet in de introductie van gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde net- en koepeloverschrijdende toetsen, ook wel de Vlaamse toetsen of 3G-toetsen genoemd. De Raad van het GO! keurde de eigen standpuntbepaling hierover goed. Deze omvat 18 beleidsstandpunten rond het ontwerpproces en de uitvoering van de toetsen. Zo ziet het GO! de meerwaarde van de Vlaamse toetsen voor kwaliteitsontwikkeling en pleit het ervoor om deze een plaats te geven in het huidige kwaliteitsbeleid. Het volledige standpunt lees je hier.
Toekomstperspectief MPI en IPO Binnen de Vlaamse overheid loopt momenteel een transitietraject waarbij Medisch Pedagogische Instituten (MPI’s) en Internaten met Permanente Openstelling (IPO’s) overgaan van het beleidsdomein Onderwijs naar het beleidsdomein Welzijn. De Raad van het GO! erkent dat in dergelijke GO! instellingen hierdoor de regelgeving van Welzijn van kracht is, dat deze gefinancierd worden zoals gelijkaardige welzijnsvoorzieningen en dat het kwaliteitskader van Welzijn gehanteerd wordt. De Raad van het GO! besliste evenwel dat de aansturing van deze instellingen een bevoegdheid blijft van het Gemeenschapsonderwijs, i.c. de scholengroepen waaronder deze instellingen ressorteren. De instellingen blijven dus ressorteren onder de rechtspersoon Gemeenschapsonderwijs.
45
Andere indeling schooljaar Het voorbije jaar werd nagedacht over een mogelijk andere indeling van het schooljaar. Daartoe werd een participatief traject doorlopen met GO! onderwijsprofessionals en ouders en werden er vier mogelijke scenario’s uitgewerkt. De motieven die aan de basis liggen om wel of niet voor een andere indeling van het schooljaar te opteren werden in kaart gebracht. Met het oog op het bieden van gelijke onderwijskansen geeft de Raad van het GO! de voorkeur aan het scenario met een herschikking van het schooljaar buiten het huidig kader van de feestdagen. Het ging in deze fase om het innemen van een algemeen standpunt ter zake.
Initiële dotatieverdeling scholengroepen 2022 Bij het voorstel van de dotatieverdeling onder scholengroepen wordt voor 2022 rekening gehouden met twee specifieke aspecten. Het gaat om voorafnames voor de IPO’s (Internaten met Permanente Openstelling) en het berekeningsmechanisme van de densiteit (aantal leerlingen gewoon secundair onderwijs per km). De Raad van het GO! ging akkoord met de verlenging van de voorafnames voorzien voor de IPO’s voor één jaar en met de berekeningswijze van de densiteit voor de eerste 5 jaar na een fusie en de proportionele afbouw van deze extra middelen in jaar 6 en 7.
Overnames De Raad van het GO! heeft kennis genomen van een aantal onderwijsovernames in 2021 en keurde de bijbehorende infrastructuurovernames goed. Het gaat om deze scholen: -
gemeentelijke school voor buitengewoon secundair onderwijs ‘t Schoolhuis in Opwijk (GO! scholengroep Ringscholen)
-
stedelijke basisscholen SKLO en SBLO/Parkschool Leuven (GO! scholengroep Huis 11)
-
school voor buitengewoon secundair onderwijs Wagenschot in Nazareth (GO! scholengroep 24K)
-
gemeentelijke basisschool ‘t Klavertje in De Haan (GO! scholengroep Impact)
-
gemeentelijke basisschool De Lintwijzer in Lint (GO! scholengroep Fluxus)
-
gemeentelijk basisscholen ‘t Laar en Het Oogappeltje in Wommelgem (GO! scholengroep Fluxus)
Financiële situatie GO! De raadsleden drukken ook in 2021 herhaaldelijk en naar aanleiding van diverse dossiers hun bezorgdheid uit over de huidige en toekomstige financiële situatie van het GO!. Dit gebeurde onder meer bij de goedkeuring van de jaarrekening 2020 en bij de begrotingsopmaak 2022. Als het officieel onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap is het GO! de enige onderwijsverstrekker die verplicht is om de vrije keuze te waarborgen en neutraal onderwijs aan te bieden. Het is een grondwettelijke opdracht van de Vlaamse Gemeenschap die bij bijzonder decreet aan het GO! werd overgedragen. Deze overdracht veronderstelt dat de Vlaamse overheid het GO! als preferentiële partner voor onderwijs behandelt en in staat stelt om zijn grondwettelijke opdracht naar behoren uit te voeren. Dit slaat zowel op regelgeving als op middelen, personeel en infrastructuur.
46
In heel wat recente regelgeving is echter vast te stellen dat de overheid hier geen rekening meer mee houdt. Bovendien krijgt het GO! als het gefinancierd onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap enkel dotaties vanuit de Vlaamse overheid die de voorbije jaren opeenvolgend aan besparingen werden onderworpen. De bezorgdheid van de Raad van het GO! om de gevolgen van deze evoluties voor de financiële situatie van het GO! blijft dan ook pertinent. Die pleit daarom ook in 2021 voor structurele oplossingen en dringt bij de overheid aan op het voorzien van de benodigde omkaderings- en werkingsmiddelen, alsook op regelgeving die op maat is van de unieke positie van het GO!.
Infrastructuur Projecten middelen uit verkoop De Raad van het GO! ging akkoord met de aanpassing van al eerder vastgelegde principes voor het besteden van inkomsten uit verkoop en legde kaders vast voor budgetneutrale projecten en voor trekkingsrechten. Gedeeld multifunctioneel gebruik infrastructuur De Raad van het GO! legde een bestedingskader vast voor projecten rond het openstellen van sport- en buiteninfrastructuur en ging vervolgens akkoord om middelen toe te kennen aan 18 ingediende projecten. Project CitizEE Mits voldaan werd aan een aantal specifieke voorwaarden ging de Raad van het GO! akkoord om deel te nemen aan het CitizEE-project 2.0, een Europees project dat onder meer barrières inzake duurzame renovaties in de onderwijssector wegwerkt door een aantal financieringsvormen te combineren. Kader voor toekennen zakelijke gebruiksrechten De Raad van het GO! keurde een kader goed voor het toekennen van zakelijke gebruiksrechten (waaronder erfpachten en rechten van opstal). Het inzetten van gebruiksrechten als actief instrument binnen het patrimoniumbeheer gebeurde tot nu eerder in beperkte mate. Het kader omvat de algemene regels waarop het GO! zakelijke gebruiksrechten op de onroerende goederen van het GO! zal toestaan en de mogelijke uitzonderingen daarop. Verder biedt het een algemeen beleidskader voor een aantal veel voorkomende uitzonderingsgevallen waarmee het GO! vandaag wordt geconfronteerd. Verder ging de Raad van het GO! akkoord met een beheersplan tijdelijke units, de selectieprincipes en portfolioselectie bij DBFM3, het bestedingskader voor het Vlaams Klimaatfonds, een aantal ingrepen aan gebouwen in het kader van veiligheid en gezondheid en een projectselectie naar aanleiding van een oproep van het Agentschap Onroerend Erfgoed (restauratie van onderwijsgebouwen 2021).
47
De positie van het GO! in het Vlaamse onderwijslandschap Leerlingencijfers zijn een momentopname: ze wijzigen tijdens het schooljaar als gevolg van bijvoorbeeld de instapmomenten van kleuters of de doorverwijzing van leerlingen uit het gewoon onderwijs naar het buitengewoon onderwijs. Het GO! heeft leerlingen in voltijds en deeltijds onderwijs, in het leerplichtonderwijs of in het onderwijs buiten de leerplicht, in verschillende onderwijsniveaus en onderwijsvormen. Ons marktaandeel is dus niet in één cijfer te vatten. Globaal kunnen we wel stellen dat de schoolbevolking in het GO! nu al enkele jaren groeit en dat het GO! gestaag aan marktaandeel wint, wat doet vermoeden dat ouders en cursisten de kwaliteit van het onderwijs en de eigenheid van het PPGO! positief evalueren. Per 1 februari 2021 telt het GO! in totaal 222.258 leerlingen. In vergelijking met de februaritelling van 2020 is het aantal leerlingen gestegen met 2,28%. In totaal noteren we 318 leerlingen meer in het gewoon basisonderwijs en 4.222 leerlingen meer (+ 4,72%) in het gewoon secundair onderwijs. In de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) van het GO! zitten 1.569 leerlingen. Hun aantal is met 24 leerlingen afgenomen. Onderstaande tabel1 biedt een volledig overzicht op basis van de cijfers van 1 februari 2021, dat wil zeggen: voor het schooljaar 2020-2021. Onderwijs
Niveau
Leerplichtonderwijs
Basisonderwijs – gewoon
Internaten*
107.880
110.060
110.825
112.018
112.336
Basisonderwijs – buitengewoon
34
6.470
6.462
6.572
6.901
6.971
Secundair onderwijs – gewoon
214
81.793
83.735
86.645
89.393
93.615
Secundair onderwijs – buitengewoon
25
5.317
5.465
5.714
6.131
6.500
Deeltijds beroepssecundair onderwijs
17
2.655
2.753
2.733
2.859
2.836
709 204.115 208.475 212.489 217.302 222.258
Volwassenenonderwijs
11
113.548
112.138
110.597
103.576
84.809
Deeltijds kunstonderwijs
15
12.946
13.236
14.375
14.664
14.332
Totaal
26 126.494 125.374 124.972 118.240
99.141
Financierbare instellingen
31
2.218
2.194
2.094
2.052
2.031
Niet-gefinancierde instellingen
19
1.281
1.230
1.310
1.372
1.380
50
3.499
3.424
3.404
3.424
3.411
Totaal
1. Inclusief OKAN- en Franstalige leerlingen *27 internaten + 4 tehuizen Bron: Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs
48
2016-17 2017-18 2018-19 2019-20 2020-21
419
Totaal Onderwijs buiten leerplicht
Instellingen
Leerplichtonderwijs Algemeen Bij de telling van februari 2021 (schooljaar 2020-2021) volgen 222.258 leerlingen les in het gewoon en buitengewoon leerplichtonderwijs van het GO!. Het GO! heeft hiermee een marktaandeel van 18,30%. Bij de telling van februari 2019 waren er 217.302 leerlingen en bedroeg het marktaandeel 18,06%. Marktaandeel GO! 18,50% 18,00% 17,50% 17,00% 16,50% 16,00% 2015-2016
2016-2017
2017-2018
2018-2019
2019-2020
2020-2021
Gewoon basisonderwijs Het gewoon basisonderwijs kent al jaren een gestage groei, zonder enige terugval. % evolutie gewoon bao 107 106 105 104 103 102 101 100 99 98 97 96 2015-2016
2016-2017
2017-2018
2018-2019
2019-2020
2020-2021
49
Gewoon secundair onderwijs Het gewoon secundair onderwijs (inclusief hoger beroepsonderwijs of hbo) kent de laatste jaren een constante en sterke groei, met in 2020-2021 een extra stijging tot 93.615 leerlingen. Een stijging met 4,72% en een marktaandeel van 20,70%. % evolutie gewoon so
120 115 110 105 100 95 90 2015-2016
50
2016-2017
2017-2018
2018-2019
2019-2020
2020-2021
Cijfers per onderwijsvorm secundair onderwijs 2014-15
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
2020-21
1e graad
23.700
24.391
25.807
27.271
28.603
29.310
29.862
aso
19.836
20.592
21.400
22.197
23.135
24.094
25.962
tso
13.152
13.066
13.163
13.231
13.771
14.231
15.012
bso
17.952
17.855
17.397
17.138
16.986
17.243
18.242
hbo
1.177
1.261
1.289
1.307
1.351
1.347
1.404
kso
1.367
1.400
1.435
1.434
1.461
1.529
1.564
734
1.352
1.302
1.157
1.338
1.593
1.569
77.918
79.917
81.793
83.735
86.645
89.347
93.615
OKAN Eindtotaal
% evolutie aso, tso en bso
130 125 120 115 110 105 100 95 90 85 80 2015-2016
2016-2017
2017-2018 aso
2018-2019 tso
2019-2020
2020-2021
bso
Het is duidelijk dat vooral aso een stijgende lijn kent, ook tso kent een stijgend verloop. Na een dalend verloop is er ook bij bso opnieuw een stijging merkbaar.
51
Cijfers OKAN
Evolutie OKAN
1.800 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0 2014-2015
2015-2016
2016-2017
2017-2018
2018-2019
2019-2020
2020-2021
In het schooljaar 2015-2016 verdubbelde het aantal OKAN-leerlingen bijna (grote toename van vluchtelingen). Het GO! had 618 OKAN-leerlingen meer dan in 2014-2015. Vanaf schooljaar 2018-2019 is er opnieuw een stijging merkbaar, in schooljaar 2020-2021 is er een lichte daling van 24 leerlingen. Voor de OKAN-klassen heeft het GO! een marktaandeel van 32,40%, aanzienlijk meer dan zijn marktaandeel voor het secundair onderwijs. Het GO! levert hier een substantiële extra bijdrage in verhouding tot zijn leerlingenpopulatie.
52
Buitengewoon onderwijs Zoals onderstaande tabel en grafiek illustreren vertoont het buitengewoon basisonderwijs de laatste 4 jaar een stijgende trend.
Buitengewoon kleuteronderwijs Buitengewoon lager o nderwijs Buitengewoon secundair onderwijs Eindtotaal
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
2020-21
610
604
598
668
734
720
6.187
5.866
5.864
5.904
6.166
6.251
5.380
5.317
5.465
5.714
6.131
6.500
12.177
11.787
11.927
12.286
13.031
13.471
% evolutie buitengewoon onderwijs
130 120 110 100 90 80 2015-2016
2016-2017
2017-2018
Buitengewoon ko
2018-2019
Buitengewoon lo
2019-2020
2020-2021
Buitengewoon so
Deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso) Op 1 februari 2021 telde het dbso 2.836 leerlingen, 23 minder dan in het schooljaar 2019-2020, maar 274 meer dan in 2015-2016. 2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
2020-21
2.562
2.655
2.753
2.733
2.859
2.836
% evolutie dbso
114 112 110 108 106 104 102 100 98 96 94 2015-2016
2016-2017
2017-2018
2018-2019
2019-2020
2020-2021
53
Onderwijs buiten de leerplicht Het onderwijs buiten de leerplicht omvat het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Onze analyse van de cijfers voor het deeltijds kunstonderwijs berust op de tellingen van 1 februari, uitgevoerd door het Departement Onderwijs en Vorming en gepubliceerd in het Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs. We vestigen er de aandacht op dat het hier enkel de financierbare cursisten betreft. Gezien de aanpassing van het refertejaar en de verhoogde vraag naar cijfers op schooljaarniveau, werd er beslist om ook voor het volwassenenonderwijs de cijfers weer te geven op schooljaarniveau in de plaats van per refertejaar. Zo hebben ook cijfers over evoluties in inschrijvingen minder last van de sprong in refertejaar. Ook het Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs geeft sinds kort gegevens vrij volgens schooljaar. Er werden net als in het jaarboek unieke inschrijvingen geteld. Dit wil zeggen dat een cursist die binnen het schooljaar in verschillende modules binnen één opleiding is ingeschreven maar één keer telt.
Deeltijds kunstonderwijs Op 1 februari 2021 waren er 14.332 cursisten ingeschreven in de kunst- en muziekacademies van het GO!, een daling in leerlingenaantal, maar een stijging in marktaandeel. 2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
2020-21
12.775
12.946
13.236
14.375
14.664
14.332
7,16%
7,25%
7,34%
7,32%
7,29%
7,37%
Volwassenenonderwijs Op 1 februari 2021 waren er 84.809 cursisten ingeschreven in de Centra voor Volwassenenonderwijs van het GO!. Dit resulteert in een sterke daling van het aantal cursisten, maar een stijging in marktaandeel tot 34,90%. De daling in absolute aantallen in deze periode heeft vooral te maken met de coronacrisis en in het bijzonder de lockdown die inging in maart 2020, waardoor de CVO’s niet open konden blijven en sommige centra enkel digitaal lessen konden aanbieden. Door de aanhoudende coronamaatregelen konden de centra ook na de lockdown niet op volle capaciteit lesgeven.
Cursisten Marktaandeel
54
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
2020-21
110.612
113.548
112.138
110.597
103.576
84.809
28,35%
29,14%
29,11%
29,12%
30,46%
34,90%
Internaten Op 1 februari 2021 verbleven er in alle GO! internaten samen 2.031 financierbare internen, het aantal internen kende een lichte daling. Internaten (februari) Internen Marktaandeel
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
2020-21
2.286
2.218
2.194
2.094
2.052
2.031
22,10%
22,00%
22,04%
21,63%
21,86%
21,57%
Daarnaast zijn er 19 internaten in het buitengewoon onderwijs (niet-gefinancierde instellingen). Internaten buo (februari) Internen
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
2020-21
1.300
1.281
1.230
1.310
1.372
1.380
CLB’s Het GO! richt in totaal 19 CLB’s in. Samen begeleiden zij 242.418 lineaire leerlingen (cijfers schooljaar 2021-2022), een stijging met 3.444 leerlingen in vergelijking met het schooljaar ervoor (+ 1,44%). GO! CLB’s begeleiden niet alleen alle GO! scholen, maar werken daarnaast ook samen met contractscholen van het officieel onderwijs en met Syntra. CLB’s vervullen eveneens een decretale opdracht voor leerlingen huisonderwijs. De CLB’s beschikten hiervoor over 705,41 omkaderingsgewichten (een toename met 3,64 omkaderingsgewichten of 0,52% in vergelijking met het voorgaande schooljaar). Over een periode van 8 jaar tijd nam het leerlingenaantal in de CLB’s toe met 38.794 lineaire leerlingen (een stijging van 19,05%). Omwille van de geslotenenveloppefinanciering vertaalt een stijging van het aantal leerlingen zich niet in een stijging van de beschikbare omkadering voor de CLB’s. Daar waar in 2013 gemiddeld 310,02 leerlingen werden begeleid per gegeneerd omkaderingsgewicht (de zogenaamde omkaderingseenheid), is dit in 2021 gestegen tot gemiddeld 343,66 leerlingen per omkaderingseenheid.
55
Infrastructuur Het GO! is eigenaar en beheerder van een zeer groot patrimonium waarmee het elke dag zijn onderwijsopdracht waarmaakt. De toestand van het volledige patrimonium is systematisch in kaart gebracht. Deze data onderbouwen het infrastructuurbeleid en de strategische en tactische beslissingen over investeringen. Het infrastructuurbeleidsplan versterkt de samenwerking en het verder professionaliseren van het GO! als patrimoniumbeheerder, over de drie bestuursniveaus heen. Het stelt ons in staat om met de weinige mensen en middelen het patrimonium zo goed mogelijk te beheren.
Infrastructuurbeleidsplan 2020-2022 De grote uitdaging voor het GO! op het vlak van infrastructuur is een oplossing te vinden voor de globale slechte staat van zijn scholen en hun omgeving, veroorzaakt door de jarenlange onderfinanciering. Met het infrastructuurbeleidsplan 2020-2022, maakt het GO! er werk van om dit structurele probleem gedeeltelijk te verhelpen door zoveel mogelijk intern onze aanpak te professionaliseren, de juiste keuzes te maken en het patrimonium te optimaliseren. Zonder bijkomende financiering is een oplossing ten gronde echter niet mogelijk. De missie voor infrastructuur in het GO!: ‘Inspirerende, innovatieve leeromgevingen in veilige, gezonde en comfortabele gebouwen vormen de favoriete leerplek van elke lerende die voor het GO! kiest.’ Om dit doel te bereiken is er een lange weg te gaan. We werken hieraan zowel op strategisch, tactisch als op een operationeel niveau. Dit doen we in de scholengroepen, in de afdeling infrastructuur van de centrale diensten en ook samen. Waar de focus in het vorige plan 2017-2019 vooral lag op het uitwerken van kaders en het in kaart brengen van het patrimonium, focust het beleidsplan 2020-2022 op het uitvoeren van de opgemaakte plannen en de koppeling aan het strategisch plan GO! 2030. Het was tijd om het integraalplan in het licht van het nieuwe strategisch plan GO! 2030 te vertalen in concrete beleidskeuzes en projecten. Het infrastructuurbeleidsplan 2020-2022 zet hiervoor in op 5 speerpunten, schematisch weergegeven in onderstaande figuur. ontwikkelingspotentieel
portfolio GIW 26 huisvestings plannen
portfolio potentiele projecten
SGR projecten
portfolio verkoop
ondersteuning via instrumenten - kaders - FMIS - data & aankoopbeleid Figuur 1: schematische weergave infrastructuurbeleidsplan 2020-2022
56
school als concept
1.
School als concept: de school als een knooppunt, een hybride en inclusieve leer-en leefomgeving afgestemd op nieuwe leeromgevingen en -concepten die uitvoering geven aan het strategisch plan GO! 2030.
2.
Het huisvestingsplan van en voor de scholengroep, als vertaling van het integraalplan en de toekomstvisie van de scholengroep op onderwijskundig en pedagogisch vlak naar zijn infrastructuurbeleid en concrete infrastructuurprojecten.
3.
Kijken door de bril van ontwikkelen: Creatief denken, oplossingsgericht werken en ondernemend handelen zijn nodig om de transformatie te maken naar de school als concept en de complexe uitdagingen op het vlak van infrastructuur aan te gaan.
4.
Portfoliomanagement: een matuur en professioneel beheer van diverse types projecten en programma’s, van selectie tot uitvoering.
5.
De ‘fundamenten’ onderhouden en versterken: onderbouwing en ondersteuning door middel van instrumenten, kaders, data, het FMIS en het aankoopbeleid.
Veel GO! gebouwen voldoen niet aan een aantal minimale criteria op het vlak van veiligheid, gezondheid of comfort. De beperking van middelen blijft een grote uitdaging. We hebben zelf een belangrijke verantwoordelijkheid: de scholengroepen en centrale diensten kunnen hier samen iets aan doen. De twee kernideeën van het infrastructuurbeleidsplan geven invulling aan deze beleidsruimte en zijn erop gericht elke euro doordacht en verantwoord uit te geven in de transitie van ons patrimonium naar scholen als concept: -
Kernidee 1: Verkleinen: ‘snoeien om te groeien’
-
Kernidee 2: Elke beslissing is juist en duurzaam op lange termijn.
Uitrol van de huisvestingsplannen In 2019 werden de laatste integraalplannen opgeleverd. Hiermee werd een belangrijk project afgesloten waarbij we in vijf jaar tijd in samenwerking met de zesentwintig scholengroepen werkten aan een beleidsplan rond infrastructuur op scholengroepniveau. In deze vijf jaar tijd zetten we binnen het GO! enorme stappen op het gebied van het infrastructuurbeleid en het in kaart brengen van het patrimonium. Dit resulteerde in heel wat nieuwe data en kaders rond infrastructuur. Met het huisvestingsplan nemen we een volgende stap. Het huisvestingsplan beoogt een betere inhoudelijke afstemming tussen de scholengroepen en de centrale diensten van het GO! over concrete beslissingen rond infrastructuur op korte, middellange en lange termijn. Na de opmaak van het huisvestingsplan zal er duidelijkheid zijn over welke situaties er al dan niet kunnen aangepakt worden door de scholengroepen of door de centrale diensten. De toekomstvisie van de scholengroep, zowel wat betreft het onderwijskundig en pedagogisch beleid, als het infrastructuurbeleid, wordt vertaald in het huisvestingsplan. Met de uitrol van de huisvestingsplannen voor alle scholengroepen, krijgen we over het hele net een beter beeld op de noden. Hiermee kunnen we enerzijds de problematiek van onderfinanciering verder aankaarten bij de overheid en anderzijds zoeken naar oplossingen – via het ontwikkelen van programma’s, het optimaal aanwenden van subsidies, middelen uit verkoop of nog andere mogelijkheden. Het huisvestingsplan voedt daarmee ook de ontwikkeling van beleid op het strategisch niveau. Vanuit dit plan kunnen bouwprojecten, programma’s – zoals het afbraakprogramma – en verkopen opgestart worden en kunnen projecten dieper uitgewerkt worden. Ook worden de kritische prestatie-indicatoren geconcretiseerd en vertaald naar beslissingen. Hiermee vormt het huisvestingsplan de basis voor het operationele niveau.
57
In 2021 werd gestart met de uitrol van de huisvestingsplannen. Eind 2021 zijn vier huisvestingsplannen afgerond en zijn zes andere huisvestingsplannen in een eindfase.
Projectkeuzetrechter voor werken op scholengroepniveau De ontwikkeling van de projectkeuzetrechter voor scholengroepen gebeurde in samenwerking met de infrastructuur verantwoordelijken van zes scholengroepen. Ook op de netwerkdag infrastructuur kwam het project meermaals aan bod, zowel voor input bij de ontwikkeling als voor feedback op de gemaakte vorderingen. Het doel van de projectkeuzetrechter op scholengroepniveau is om optimale keuzes te kunnen maken in functie van het beschikbare infrastructuurbudget. Die keuzes zijn contextafhankelijk en verschillen tussen de scholengroepen. Elke scholengroep kan een eigen beleid voeren binnen het ontwikkelde raamwerk. Door alle werken op te lijsten en onder te verdelen in categorieën, wordt duidelijk welke prioriteiten en opportuniteiten zich voordoen. De categorieën komen grotendeels overeen met die van de projectkeuzetrechter bouw: Wettelijke norm, veiligheid en gezondheid -
Basiskwaliteit
-
Optimalisatie
-
Groei
-
Profilerings- en pedagogische projecten
-
Rationeel energiegebruik (REG)
-
Onderhoud
Het resultaat is een tool in Excel waarbij, op basis van beschikbare data in het FMIS (monitoringscore, strategielabel,…) en aan te vullen specifieke info door de scholengroep, een score toegekend wordt per werk. Hoe hoger de score, hoe hoger de prioriteit. In het najaar van 2021 boden we op 3 locaties in Vlaanderen een opleiding aan voor de toepassing van de projectkeuzetrechter op scholengroepniveau.
Het GO! patrimonium Onze schoolgebouwen staan ten dienste van onze leerlingen, leerkrachten, medewerkers, cursisten en andere gebruikers die dagelijks het PPGO! waarmaken. Infrastructuur is een middel om het PPGO! nog concreter en zichtbaarder te vertalen in onze scholen. De zorg voor de omgeving waarin onze leerlingen en cursisten worden ondergebracht, is een gezamenlijke bevoegdheid van de Raad van het GO! en de scholengroepen, zoals bepaald in art. 36, 3° van het BDGO.
58
Voor de investeringen in schoolgebouwen beschikt het GO! over middelen uit de Vlaamse begroting en middelen die het zelf genereert uit het beheer en de verkoop van gebouwen en gronden. Het GO! beheert ongeveer vier miljoen vierkante meter gebouwoppervlakte. In verhouding tot die omvang zijn de beschikbare middelen veel te beperkt: met de beschikbare middelen kan slechts één zesde van de noden opgelost worden. Deze structurele onderfinanciering, die al jaren aansleept, heeft tot gevolg dat een groot deel van de gebouwen van het GO! in slechte staat is. Meer dan 400.000 vierkante meter moet dringend vervangen worden. Bij een tiende van de gebouwoppervlakte zijn het dak, het buitenschrijnwerk en het sanitair in een onaanvaardbare staat. Bij meer dan 30% van de gebouwoppervlakte is investeren in dak, buitenschrijnwerk en sanitair dringend nodig. Met de uitrol van het globale infrastructuurbeleidsplan pakken we dit structurele probleem professioneel aan. Met de beschikbare middelen is het echter onmogelijk om de verdere aftakeling van het patrimonium een halt toe te roepen. Er is een grote inhaalbeweging vanwege de overheid nodig om tot een aanvaardbare basiskwaliteit in al onze schoolgebouwen te komen.
Eigenschappen van het patrimonium Het GO! patrimonium strekt zich uit over heel Vlaanderen en Brussel. Onderstaande grafiek toont de leeftijd van de bebouwde oppervlakte van het patrimonium. Hierin kun je een aantal bouwgolven waarnemen: 60% van de bebouwde oppervlakte is ouder dan veertig jaar, 40% is ouder dan vijftig jaar. Voor een goed vastgoedbeheer wordt aangenomen dat een gebouw minstens om de vijftig jaar een grote investering vraagt, in de vorm van een grondige renovatie of van vernieuwbouw. Met de huidige budgetten wordt er ongeveer om de tweehonderd jaar vervangen of grondig geïnvesteerd.
0,53% - 1475 - 1800 3,08% - 1801 - 1900 0,63% - 1901 - 1910 0,93% - 1911 - 1920 1,77% - 1921 - 1930
1,13% - 2021 - 2025
12,43% - 2011 - 2020
1,64% - 1931 - 1940 3,68% - 1941 - 1950 6,68% - 1991 - 2000
9,28% - 1951 -1960
6,38% - 1981 - 1990
Leeftijd van de gebouwde oppervlakte van het patrimonium 11,35% - 1991 - 2000 19,07% - 1961 - 1970
21,41% - 1971 - 1980
59
De volgende typologieën komen het meest voor in het GO! patrimonium: -
26% is opgetrokken via de klassieke bouwmethodes (metselwerk)
-
25% van de oppervlakte van alle schoolgebouwen bestaat uit prefabgebouwen (met stalen of betonnen kolommen en minstens twee bouwlagen)
-
16% van de totale oppervlakte bestaat uit paviljoenen (eenlaagse structuur, snel gebouwd voor ‘tijdelijk’ gebruik).
26,61%
24,71%
Schoolgebouw klassiek
Prefabgebouwen
15,61%
7,81%
Pavoljoengebouwen
Schoolgebouw structuralistisch
7,81%
Schoolgebouw hedendaags
1,91% Woning
1,39% Schoolgebouw tijdelijk
Van de verschillende types paviljoenen zijn de houten en stalen constructies het minst kwalitatief. Bij prefabschoolgebouwen ligt het grootste probleem bij de staalskeletconstructies met vliesgevels. Onderstaande grafiek toont voor elk van de vijf gebouwonderdelen in welke staat de gebouwen verkeren. Bijvoorbeeld verwarming: de gebouwoppervlakte met een verwarming in goede tot matige staat (scores 1, 2 en 3) is hoger dan de gebouwoppervlakte met een verwarming in slechte tot penibele staat (scores 4, 5 en 6). Bij daken en vooral schrijnwerk is het andersom: er is meer oppervlakte waarvan het dak of het schrijnwerk zich in slechte staat bevindt, dan in goede staat.
60
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0 Dak
Buitenschrijnwerk
Sanitair
Gevel
Verwarming
Er is geen nood aan dringend onderhoud, de verwachte levensduur is minstens 25 jaar. De functionele gebruiksduur van het element wordt geschat op 20 jaar, klein onderhoud of plaatselijk herstel kan nodig zijn. Planmatig onderhoud en incidenteel herstel is nodig. Het element zal nog circa 15 jaar functioneel zijn. Aanpassing of vervanging van elementen is noodzakelijk, de functionele gebruiksduur wordt geschat op circa 5 jaar. Een totaalrenovatie is dringend nodig op korte termijn, het gebruik is nog rekbaar voor maximaal 2 jaar. De voorziene eindfase is bereikt, het gebouwdeel moet gesloopt worden.
Gedeelde bevoegdheden met een sterke samenwerking Volgens het BDGO wordt het patrimonium van het GO! met een gedeelde bevoegdheid beheerd door de centrale diensten, de scholengroepen en de scholen. Dat vergt een sterke samenwerking tussen de drie bestuursniveaus. Bij alle projecten zijn onze scholengroepen en scholen nauw betrokken. Tijdens vier netwerkdagen voor de infrastructuurverantwoordelijken werd intensief gewerkt aan nauwere samenwerking tussen de centrale diensten en de scholengroepen, maar ook aan kennisuitwisseling tussen de scholengroepen onderling. Diverse beleidsprojecten verlopen in samenwerking tussen de scholengroepen en de centrale diensten.
61
Middelen Het GO! ontvangt jaarlijks een investeringsdotatie van ongeveer 72 miljoen euro vanuit de Vlaamse overheid. Deze investeringsdotatie is als volgt opgebouwd: euro ‘000
ontvanger
recurrent (2021)
grote infrastructuurwerken (GIW)
GO CD
51.629
kleine infrastructuurwerken (KIW)
SGR
12.574
eigenaarsonderhoud
SGR
7.087
totaal
71.290
Als we rekening houden met het aantal leerlingen en met het principe dat een gebouw om de vijftig jaar vervangen wordt, en als we veronderstellen dat alle gebouwen in goede staat worden onderhouden, heeft het GO! jaarlijks minstens 260 miljoen euro nodig om de gebouwen te vervangen en onderhouden. Het GO! ontvangt jaarlijks veel minder middelen, met als gevolg dat het patrimonium gestaag en onherroepelijk aftakelt en aan waarde verliest. Als we rekening houden met de noodzakelijke inhaalbeweging om het patrimonium weer in een aanvaardbare staat te krijgen en met het stapsgewijs energieneutraal maken van het patrimonium tegen 2050, is er een verhoogde investering nodig van 415 miljoen euro per jaar.
62
Budgettair zijn er middelen voor scholeninfrastructuur bijgekomen, naast de basisdotatie. Die bijkomende middelen zijn gekleurd (bijvoorbeeld voor extra capaciteit) of verbonden aan zeer specifieke formules (bijvoorbeeld DBFM). De jaarlijkse basisdotatie werd de afgelopen twintig jaar niet systematisch aangepast aan de gestegen bouwkosten (de bouwkost verdrievoudigde in 20 jaar). Dit budget werd bovendien bepaald op basis van een aantal vierkante meter per leerling dat veel kleiner is dan het normenbesluit bepaalt. Conform het regeerakkoord werd de verdeelsleutel tussen de verschillende onderwijsverstrekkers (op basis van de leerlingenaantallen en marktaandelen) voor de bepaling van de basisdotatie in 2020 geactualiseerd en voor het eerst toegepast vanaf 2021. De jaarlijkse dotatie wordt opgesplitst volgens de bevoegdheden omschreven in het BDGO. Dit onderdeel van het jaarverslag betreft de middelen voor grote bouw- en renovatieprojecten die beheerd worden door de centrale diensten van het GO!. Het GO! ontvangt ook middelen vanuit de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) voor specifieke projecten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en genereert ook eigen middelen uit onder andere verkoop. In het afgelopen jaar werden daarenboven middelen toegekend voor een specifiek doel, al dan niet vanuit een ander beleidsdomein (bv. Vlaams Klimaatfonds, Sport Vlaanderen, Relanceplan, …). Die versnippering van middelen maakt het moeilijk om een coherent beleid te voeren. Met de capaciteitsmiddelen worden projecten gerealiseerd in gemeenten waar volgens de capaciteitsmonitor over alle onderwijsverstrekkers heen te weinig stoeltjes beschikbaar zijn. In gemeenten waar er volgens de capaciteitsmonitor over alle onderwijsverstrekkers heen wel voldoende plaats is, maar waar het GO! leerlingen moet weigeren en dus de vrije keuze niet kan waarborgen, kan het GO! deze middelen niet gebruiken. Hieronder een overzicht van hoe de vastleggingsmiddelen reëel besteed werden: -
51 miljoen euro voor grote bouw- en renovatiewerken van schoolgebouwen
-
18,3 miljoen euro aan capaciteitsmiddelen
-
0,5 miljoen euro voor energiebesparende investeringen in scholengroepen via een leningsmachtiging
-
1,3 miljoen euro voor inhuringen schoolgebouwen
-
1 miljoen euro voor verzekeringen
-
1,4 miljoen euro voor de aankoop van gronden en gebouwen in het kader van overnames
Daarenboven investeerde het GO! -
3,6 miljoen euro van het Vlaams Klimaatfonds
-
0,9 miljoen euro in de vooruitbetaling van belastingen
-
28,4 miljoen euro in overige infrastructuurwerken
-
11,5 miljoen euro in scholenbouw gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschapscommissie
De door het GO! gevraagde actualisatie van onderwijsdecreet II werd uitgevoerd vanaf 2022 voor de budgetten grote investeringen in schoolinfrastructuur. Er werd geen retroactieve aanpassing doorgevoerd waardoor het GO! de stijging in het marktaandeel pas vanaf 2022 beperkt weerspiegeld ziet in de stijging van jaarlijkse infrastructuurmiddelen. Spijtig genoeg worden wij geconfronteerd met enorme prijsstijgingen qua bouwmaterialen. De stijging van de financiële norm tussen januari 2021 en januari 2022 bedraagt 13.84% en stijgt nog steeds. De extra budgetten voor scholenbouw die in deze legislatuur werden toegewezen om de investering op te trekken zullen dus integraal opgaan aan de prijsstijgingen. Er zal geen extra m2 of plaats mogelijk zijn. Er worden nog steeds geen middelen voorzien voor het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de internaten en de CLB’s. En de onderhoudsbudgetten blijven al jaren status quo.
63
Realisaties en werking Grote bouw- en renovatieprojecten Om het patrimonium te vervangen, te renoveren en uit te breiden, realiseert het GO! grote bouwprojecten met de dotatie van de overheid, met capaciteitsmiddelen en door eigen middelen te herinvesteren. In 2021 werden: -
21 bouwprojecten in gebruik genomen, samen goed voor een investering van 92 miljoen euro (budget all-in).
-
De werken van 11 bouw- en renovatieprojecten gingen van start, in totaal voor bijna 35 miljoen euro aan bouwkosten.
-
Er werden 13 design-and-buildprojecten opgestart voor 55 miljoen euro.
-
Daarnaast werden studiebureaus aangesteld voor meer dan 10 projecten, voor een totale ereloonkost van 1,4 miljoen euro.
Eind 2021 bevatte de bouwportfolio 192 projecten. Deze projecten bevinden zich in verschillende fasen, van projectdefinitie over ontwerp en uitvoering tot voorlopig opgeleverd. Volgende projecten werden toegevoegd aan de bouwportfolio: -
12 projecten werden geselecteerd voor het programma DBFM Scholen van Vlaanderen, goed voor een oppervlakte van 90.200 m2.
-
Voor 10 capaciteitsprojecten werd budget goedgekeurd, goed voor 676 nieuwe plaatsen in het secundair onderwijs. Hieronder zijn 3 nieuwe projecten, de overige zijn een uitbreiding van al lopende projecten.
-
7 projecten werden goedgekeurd in het kader van basiskwaliteit of veiligheid en gezondheid.
PPS-projecten Om de middelen van het GO! optimaler te doen renderen en buitenkansen te verzilveren, gaat het GO! samenwerkingsverbanden aan met partners. Zo delen we bijvoorbeeld de kosten voor de bouw van een gemeenschappelijke sporthal of kiezen we voor een publiek-private samenwerking (pps). Drie spontane pps-projecten werden opgestart. Voor twee van deze werd de selectiefase uitgevoerd. Het derde werd tijdelijk opgeschort. Voor vier potentiële pps-projecten werd de haalbaarheidsstudie opgemaakt.
64
Projecten in de kijker GO! Talent Dendermonde (secundair onderwijs), 7316 vierkante meter Voor GO! Talent in Dendermonde werd een nieuwbouw en een renovatie van een bestaand gebouw gerealiseerd voor 801 leerlingen. Het omvangrijke bouwprogramma bevat zowel klaslokalen als praktijklokalen voor de industriële, de commerciële en de verzorgende sector, een nieuwe sporthal en de omgevingsaanleg. Het programma wordt gerealiseerd op een braakliggend terrein grenzend aan natuurgebied Bastion VIII en wordt verweven met de bestaande gebouwen op de site. De nieuwbouw voor de industriële sector moet een bruisende, open les- en ontmoetingsinfrastructuur worden met een maximale interne synergie tussen al zijn onderdelen en gebruikers, duidelijk zichtbaar, herkenbaar en toegankelijk vanop de brede campus.
65
De inplanting van de nieuwbouw op de brede campus zorgt ervoor dat het gebouw zich naadloos zal verankeren. Het gebouw ligt aan de rustige en meest groene kant van de campus, de kant van het Nieuw Kwartier. Het vormt als het ware de tweede voorgevel voor de campus. De geïntegreerde sportinfrastructuur zorgt voor de overgang met de groene ruimte van Bastion VIII. Tussen de nieuwbouw KTA en het bestaande gebouw G02/03 ligt het ‘werkplein’. De circulatieruimtes in de nieuwbouw liggen vlak achter de gevel en vormen een binnenstraat. Hierdoor krijgen ze veel natuurlijk licht, vormen ze tegelijk een warmte- en geluidsbuffer én tonen ze de levendigheid van de schoolactiviteiten aan de rest van de campus. Op deze manier koppelen we deze functionele oplossing aan een sprankelende uitstraling. De voetafdruk van de nieuwbouw wordt tot een minimum beperkt.
B
1
Centraal magazijn
2
Lift
3
Werkplaats carrosserie
4
Laslokaal
5
Opslagruimte
6
Technische ruimte
7 8 9 10
D
C
5
5
TV lokaal
5
Werkplaats auto Werkplaats mechanica
5
1
Werkplaats basismechanica
7
10
5
6
2
A
A
4
9
6
5
3
5
8
66
B
3
12
22
21
20
14
13
17
16
15
19
18
23
24
25
26
27
28
29
30
32
1
31
7
B
1
Berging
2
Lift
3
Kleedruimte mannen
4
Kleedruimte vrouwen
5
Lokaal technische adviseurs
6 7 8 9
D
C
EHBO Sportzaal
14
Overdekte binnenstraat Machinezaal
10
Werkplaats 2de graad
11
Werkplaats 1ste graad
12
CNC-lokaal
13
TV en PC lokaal
14
Werkplaats 3de graad
2
13
1
1
A
A 8
9
16 17 18 19 20
12
21 22 23 24 25
3
26 27 28 29 30 31 32
7
41 42 43
4
44
11
3
4 10
isolatiestrook vloerplaat (boven en onderzijde) ifv.EPB
Kast
5
30
31
1
32
28
29
25
26
27
23
24
22
21
20
19
18
17
16
15
14
13
12
9
8
7
9
6
7 8
5
6
4
Kleedruimte mannen
3
Douches
5
2
Kleedruimte vrouwen
4
11
Lift
3
10
Technische ruimte
2
1
1
Kast
6
B
C
D
B
3
Kleedruimte Poetsberging
VIDE
VIDE
9
13
Vide sportzaal Vide binnenstraat
10
Overdekte binnenstraat
11
Werkplaats 2de graad
12
Berging
13
TV en PC lokaal
14
Werkplaats 3de graad
2
1 1
14
3
A
A 4
10
3
9
13
12
1
VIDE
8 5
VIDE
4
11
5
6
VIDE
VIDE
9
7
1
B
3
67
B
C
D
VIDE
A
A
48
leeflijn
leeflijn
leeflijn
1
B
3
Het historisch schoolgebouw ARIA wordt gerenoveerd en mee opgenomen in de visie van de brede campus. Het gebouw biedt plaats aan de commerciële en verzorgende sector, waarbij een kapsalon aan de straatzijde een beeld geeft van de achterliggende activiteiten. De visie op de binnenruimte wordt doorgetrokken in de aanleg van de buitenruimte die heel gedifferentieerd is en gericht op de leeftijd van de kinderen, met aanleg van sportvelden.
68
69
GO! basisschool KA Zottegem, 4.400 vierkante meter GO! campus BS KA Zottegem biedt onderwijs aan van de 1e kleuterklas tot het 6e jaar secundair onderwijs. Zowel de basisschool als de secundaire school zijn grote aantrekkingspolen in de regio. De laatste jaren kende deze school een zeer sterke stijging van de leerlingencijfers, wat bijgevolg voor plaatsgebrek zorgde. Tegelijk was de school grotendeels gehuisvest in sterk verouderde paviljoenen uit de jaren 60 die de grote, groene campus versnipperden in kleine, weinig bruikbare restzones. De school wenste heel sterk in te zetten op innovatieve onderwijsvormen, gepersonaliseerd samen leren, differentiatie en teamteaching. Ruimtelijk wilden ze volledig losbreken van de rigide structuur van gangen met ieder klasjaar of vak zijn eigen aparte klas, met een leerkrachtenbureau, 25 leerlingentafels en -stoelen en een schoolbord bedoeld voor frontaal lesgeven. Coteaching of dubbele klassen waren een eerste stap om hiervan weg te evolueren, maar de school wilde verder gaan en wenste een infrastructuur die kinderen ondersteunt en hen laat aanvoelen hoe ze het beste iets aanleren. Want voor de ene materie willen kinderen liefst instructie krijgen, voor de andere materie een filmpje kijken. Of willen ze graag in groep leren of liever in stilte zelf iets uitzoeken over het onderwerp. Of aan een bankje zitten of zich in een knus geborgen hoekje installeren. Een team van coaches gidst de leerlingen op hun eigen individuele niveau door de materie; vakken worden gebundeld in clusters; de afgelijnde indeling in lesuren van 50 minuten per vakgebied wordt verlaten; leerkrachten zitten niet meer alleen in hun eigen klaslokaal. Hoe werd dit concreet aangepakt? Gezien het project een zeer korte doorlooptijd vereiste, werd beslist om te kiezen voor een design-and-buildprocedure. Het team projectmanagement Bouw zorgde in nauw overleg met school en scholengroep voor de omzetting van de sterke pedagogische visie naar een doordacht organigram voor de organisatie van de ruimtes. Daarnaast werd ook een uitgebreide beschrijving per ruimte opgemaakt qua materialen, gebruik, relaties met andere ruimtes en eisen naar akoestische of visuele openheid of geslotenheid, én gekoppeld aan prestatie-eisen in een bestek. Dit
70
Bron: Fotografie Kim Wendt
Bron: Fotografie Kim Wendt
alles vormde de blauwdruk van het ontwerp.
De organisatie van de ruimtes werd opgedeeld in twee grote clusters: Cluster ATRIUM:
CLUSTER ATRIUM MUZIEK SAN/ SAN MIVA/ SAN PERSONEEL/KLEED/…
OVERDEKTE SPEELPLAATS
DISCOVERY
CREA
LEVERINGEN
AFVAL (5 m²)
BERG.
REFTER
(10 m²)
(150m²)
DIDACTISCHE KEUKEN*
AVONTUURLIJKE SPEELPLAATS
(70 m²)
SPEELPLAATS
KOPIE EHBO GESPREKSRUIMTE
BALIE/ ZORGCOÖ/ LLN BEG
(20 m²)
AFWAS
Afzonderlijke ruimte, akoestisch gescheiden, visueel gedeeltelijk open
afzonderlijke ruimte
Open: geen visuele of akoestische afscheiding
(16 m²)
Linken tussen ruimtes
INSTRUCTIE LES*
INKOM/ ATRIUM
Verticale circulatie
(50 m²)
(200 m²)
Lift
GESPREKSRUIMTE
KL LLN 1
akoestisch en visueel gescheiden
CONTAINERS
TEATRO
TURNEN
Glijbaan
(120 m²)
Zicht naar
300 m² BERG.
KL LLN 2
(20 m²)
(20 m²)
De cluster ATRIUM is het hart van de school en verzamelt alle gedeelde ruimtes die toegankelijk zijn voor de hele campus (en deels voor externen) rond zich. Rond het atrium bevinden zich de administratieve functies, een polyvalente zaal, het teatro (zittrap voor grote groepen),
Bron: Fotografie Kim Wendt
Bron: Fotografie Kim Wendt
een Discoveryruimte (STEAM), een muziekruimte, een didactische keuken en nevenruimtes, …..
71
Cluster LEERUNITS:
UNIT 1
akoestisch en visueel gescheiden
CLUSTER ATRIUM
Peuter 1e kleuter 2e kleuter 3e kleuter 120-140 lln + min. 6 lk
AVONTUURLIJKE SPEELPLAATS
CREA RUIMTE
GELIJKVLOERS
Afzonderlijke ruimte, akoestisch gescheiden, visueel gedeeltelijk open
SPEELPLAATS KLEUTERS
afzonderlijke ruimte
Open: geen visuele of akoestische afscheiding
(50 m²)
Linken tussen ruimtes
GEDIFFERENTIEERDE RUIMTE & SPEELHOEKEN
KAMPVUUR (40 m²)
Verticale circulatie
Lift
DEPOT 01 SANITAIR
Glijbaan
KAMPVUUR KAMPVUUR (40 m²)
(40 m²)
Zicht naar
SNOEZEL RUIMTE (30 m²)
Evacuatieweg
UNIT 2
akoestisch en visueel gescheiden
1e
leerjaar 2e leerjaar 3e leerjaar
CLUSTER ATRIUM
Afzonderlijke ruimte, akoestisch gescheiden, visueel gedeeltelijk open
120-140 lln + min. 6 lk
afzonderlijke ruimte
Open: geen visuele of akoestische afscheiding
INSTRUCTIE (40 m²)
Linken tussen ruimtes
Verticale circulatie
GEDIFFERENTIEERDE WERKPLEKKEN (Indicatief 120 m² werkplek)
INSTRUCTIE (40 m²)
Lift
DEPOT 02 SANITAIR
INSTRUCTIE
Glijbaan
(40 m²)
Zicht naar
Evacuatieweg
72
UNIT 3
akoestisch en visueel gescheiden
CLUSTER ATRIUM
4e
leerjaar 5e leerjaar 6e leerjaar
Afzonderlijke ruimte, akoestisch gescheiden, visueel gedeeltelijk open
120-140 lln + min. 6 lk
afzonderlijke ruimte
Open: geen visuele of akoestische afscheiding
INSTRUCTIE (30 m²)
Linken tussen ruimtes
Verticale circulatie
GEDIFFERENTIEERDE WERKPLEKKEN (indicatief 150 m² werkplek) DEPOT 03 SANITAIR
INSTRUCTIE
INSTRUCTIE
Lift
(30 m²)
Glijbaan
(30 m²)
Zicht naar
Evacuatieweg
UNIT 4: 4 x 1 subunit
akoestisch en visueel gescheiden
1e secundair
CLUSTER ATRIUM
Per subunit: +/- 55- 60 lln + 2- 3 lk
Afzonderlijke ruimte, akoestisch gescheiden, visueel gedeeltelijk open
afzonderlijke ruimte
INSTRUCTIE (20 m²)
Open: geen visuele of akoestische afscheiding
Linken tussen ruimtes
GEDIFFERENTIEERDE WERKPLEKKEN
Verticale circulatie
Lift
DEPOT 04 SANITAIR/ LOCKERS
Glijbaan
Zicht naar
INSTRUCTIE (20 m²)
Evacuatieweg
73
De tweede cluster LEERUNITS, bestaat uit, inderdaad, leerunits, waar leerlingen worden gegroepeerd in vier leerunits van 120-140 leerlingen voor de basisschool, tot 200-220 leerlingen voor het secundaire niveau. In elke leerunit vormt een flexibele open leerruimte de basis, die vervolgens wordt ingedeeld in kleinere zones: instructieruimtes, discussieruimtes (parlementen), stille werkruimtes (fluisterzone), groepsruimtes (kampvuren), afgeschermde bergingszones voor rugzakjes, schoenen, materiaal,… De allerkleinsten krijgen ook een jungle gym om zich uit te leven en een snoezelruimte. Pedagogy of Play Door de voltallige jury werd het bouwteam bestaande uit de architectenbureaus B2Ai i.s.m. Rosan Bosch Studio, aannemer Alheembouw en techniekenbureau VK Engineering als beste verkozen. Dit bouwteam slaagde erin om de gevraagde eisen en organisatie op een zeer speelse en doordachte manier om te zetten in bebouwde omgeving. Het ontwerp neemt als basis het Harvard onderzoek rond de Pedagogy of Play, dat stelt dat het mechanisme van spelen en (met plezier) leren op eenzelfde basis gestoeld zijn. De vormgeving is sterk in functie van het educatieve concept: er is een originele ingebouwde pluriformiteit van ruimtes zonder ‘gesleur’ met stoelen of tafels. De units kennen een speelse, organische inrichting. De fluisterzones zijn ingedeeld door attractief vast meubilair, met uitnodigende zitjes en nichebankjes. De parlementen zijn aan één zijde volledig open te zetten als uitbreiding van de open werkruimte binnen de units. Er is een prettige afwisseling tussen grote en kleinere ruimtes, open en stille zones, vrij gelegen en beschutte werkplekken die de grote ruimte opdelen. Interne organisatie De cluster ATRIUM spreidt zich als speelstraat uit over de drie niveaus. De lesunits hebben niet alleen visueel, maar ook ruimtelijk contact met deze cluster. In deze ruimtes wordt een attractieve afwisseling tussen ruimtelijke compressie en decompressie toegepast. Diverse werkplekken flankeren de in elkaar overlopende zones. De connectie van atrium naar refterzone en teatro is de ideale plaats om grote groepen samen te brengen. Unit 1 (kleuters): deze bevindt zich in het rustige gedeelte van het gelijkvloerse niveau, aanliggend aan het atrium. Door handig gebruik te maken van het natuurlijke reliëf kan deze unit beschikken over een veilige, geborgen buitenklas. Elk leerjaar heeft binnen deze ruimte zijn eigen uitvalsbasis: de kampvuren. Verder delen alle kleutertjes de ruimtes. De akoestisch afgescheiden jungle gym wordt actief ingezet als speelruimte waar je je als kind kan uitleven. Piepgaatjes waar je languit kan liggen zetten de toon. De creazone beschikt over een eigen tribune die handig wordt ingezet voor groepsmomenten. In het nest worden films vertoond, rustige momenten gehouden of voorgelezen. Unit 2/3 (1e, 2e en 3e leerjaar en 4e, 5e en 6e leerjaar): deze bevinden zich beide op de eerste verdieping van het gebouw en zijn zowel van binnenin het gebouw als van buiten zeer eenvoudig rechtstreeks te bereiken. De units kennen een prettige, organische inrichting. De fluisterzones zijn ingevuld met attractief vast meubilair, met uitnodigende zitjes en nichebankjes.
74
De instructieruimtes kunnen zowel worden ingezet voor een klassikale als voor een differentiërende aanpak. Ook hier is een grote variatie aan ruimtes aanwezig om met kleine of grote groepen hetzij gezamenlijk hetzij individueel te werken. De parlementen kunnen aan één zijde volledig worden opengezet als uitbreiding van de open werkruimte binnen de units. Unit 4 (secundair): deze ruimtes fungeren als taallabo en wiskundelabo voor de hele campus. Er is een prettige afwisseling tussen grote en kleinere ruimtes, open en stille zones, vrij gelegen en beschutte werkplekken die de grote ruimte opdelen. Ook hier kunnen de ruimtes van het parlement en de fluisterruimtes volledig opengezet of dicht gemaakt worden en vormen ze zo een overloopruimte of afscheiding voor de centrale open werkzone.
GELIJKVLOERS
Polyvalente zaal: 305 m²
Werkplek: 17m² Berging: 15m² Kleedruimte: 12m²
Stille werkplek/ gespreksruimte: 8m² x 2
EHBO: 10m² Copy/server: 10m²
Teatro Afval: 8m²
Koele berg: 15m² Afwas: 12m² Instructie: 58 m² Didactische keuken: 70m²
Refter/ atrium : 350m² Deze loopt over in teatro (= tribunezone van 120m²)
Kleuterunit
1
75
1e VERDIEPING
Teatro/tribunezone: 120m² Capaciteit zitplaatsen: +/- 150 lln Creazone: 57m² Atrium op +1: 120m²
Unit 3= 4e tem 6e leerjaar: 438m²
1
2e VERDIEPING
Unit 4: 1e graad secundair Discovery: 63 m²
Muziek: 70m²
1
76
GO! tienerschool Tangram Vilvoorde, 2500 vierkante meter De GO! tienerschool Tangram is een volledig nieuwe school die in november 2021 in gebruik werd genomen en plaats biedt aan 240 leerlingen (van kleuters vanaf 2,5 jaar tot en met 14-jarigen). Deze nieuwbouw, gelegen langs het Zennekanaal, kadert binnen de capaciteitsproblematiek in Vilvoorde en bevindt zich in het hart van een autoluw, grootschalig maar sprankelend wijkontwikkelingsproject: Watersite – 4 Fonteinen, met maar liefst 950 wooneenheden aangevuld met kantoren, winkels, parkzones en een ondergrondse parking. De school werd gerealiseerd in het kader van het DBFM-programma Scholen van Morgen door Antwerpse Bouwwerken NV, naar een ontwerp van DMT-architecten. Bij de uitwerking van het ontwerp werden verschillende bezoeken gebracht aan nieuwe (innovatieve) scholen in binnen- en buitenland en vond ook intensief overleg plaats met het Team Vlaams Bouwmeester, met de kwaliteitskamer van de stad Vilvoorde en met projectontwikkelaar Matexi. Aangezien er pas bij de afwerking van het gebouw directie en leerkrachten voor de nieuwe school waren, werd in de definitiefase heel veel belang en tijd besteed aan de ontwikkeling van een innovatief schoolconcept en dit vanuit de pedagogische visie van GO! scholengroep Scoop die zich door volgende principes laat kenmerken: -
Onderwijs hoort zich af te stemmen op de ontwikkelingen in de maatschappij met aandacht voor onderzoekend leren, flexibiliteit, mondigheid en zelfredzaamheid.
-
Jongeren moeten leren zichzelf te organiseren en met zelfvertrouwen een persoonlijk leertraject uit te stippelen.
-
Geen lerende leraar maar een leraar als coach.
-
Niet zonder structuur, maar wel routinedoorbrekend.
-
Niet zonder rust en regelmaat, maar met ruimte voor wat chaos en onvoorspelbaarheid.
-
Leeftijddoorbrekend werken en echt differentiëren mogelijk maken.
-
Samen kennis delen, reflecteren, verantwoordelijkheid nemen.
-
Wonderzoekend leren.
Er werden voor GO! tienerschool Tangram 7 bouwstenen gedefinieerd. De fundamenten voor een doelbewuste en innovatieve school. Samen vormen ze de puzzelstukken waarmee de doelen gerealiseerd worden. Dit zijn ze: -
verwondering
-
vitaliteit
-
milieubewust
-
grenzen verleggen
-
innovatie
-
samen
-
traject op maat
Samen
Verwondering
Milieubewust
Innovatie Vitaliteit
Grenzen verleggen
Traject op maat
77
78
Compact en innovatief schoolgebouw Omwille van de stedelijke context met een beperkte beschikbare terreinoppervlakte werd gekozen voor een zo compact mogelijk ontwerp met liefst vier bouwlagen en een sportplein op het dak. De school werkt in vier klasgroepen (units) van telkens drie jaren waarbij volop ingezet wordt op coteaching, klasdifferentiatie en het delen van kennis en vaardigheden. Binnen iedere klasgroep of unit is er voldoende ruimte en flexibiliteit om onderzoekend aan de slag te gaan. Dat gebeurt in: -
project rooms
-
learning studios
-
learning streets
De blikvangers zijn: -
open en flexibele klasgroepenruimten (geen klassieke klassen)
-
flexibel meubilair
-
daglichttoetreding
-
een sportveld op het dak
-
een glijbaan
-
een kleurenpallet met logo als landmark nabij het Broekplein
-
een dubbelhoge turnzaal
79
Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) Scholen van Morgen (DBFM) Het GO! heeft 36 projecten lopen volgens de DBFM-formule onder de leiding van Scholen van Morgen, goed voor een bruto vloeroppervlakte van 115.500 m2 schoolgebouwen. In 2021 zijn de laatste 6 projecten in gebruik genomen. Vanaf nu worden alle projecten verder opgevolgd in onderhoudsfase.
Projectspecifieke DBFM (DBFM2) Het decreet van 25 november 2016 betreffende de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur via projectspecifieke DBFM-overeenkomsten voorziet in 36,5 miljoen euro beschikbaarheidsvergoeding om te investeren in schoolinfrastructuur, te realiseren via DBFM2. Voor het GO! betreft het 47.295 m2 extra te ontwikkelen infrastructuur. In tegenstelling tot de DBFM-projecten via Scholen van Morgen heeft het GO! zelf de volledige verantwoordelijkheid over de procedure, het projectmanagement, de opvolging van het onderhoud en dergelijke. In dit programma worden 14 bouwprojecten uitgevoerd, verdeeld over 2 clusters. In het voorbije jaar gebeurde voor de eerste cluster van 7 projecten de opening van de offertes en werd de voorkeursbieder aangeduid. Voor de tweede cluster van 7 projecten werd de selectie van 5 kandidaten opgemaakt en de gunningsfase gepubliceerd.
Capaciteit Sinds 2010 kan het GO! over heel Vlaanderen bijkomende leerlingenplaatsen creëren met de extra middelen die de Vlaamse Regering speciaal daartoe voorziet. In 2021 werden 8 capaciteitsprojecten opgeleverd die 1096 bijkomende leerlingenplaatsen creëerden, 859 plaatsen in het basisonderwijs en 237 plaatsen in het secundair onderwijs. Daar stonden 9.232.992 euro capaciteitsmiddelen tegenover. Het totaal aan nieuwe stoelen sinds 2010 bedraagt daarmee 10.338 (9.625 in het basisonderwijs, 713 in het secundair onderwijs), goed voor een investering van 111,5 miljoen euro. In 2021 werd 18,4 miljoen euro vastgelegd op capaciteitsprojecten. Hiervan werd 12,7 miljoen euro vastgelegd op werken voor bouwprojecten waarvan de werffase start, 4,9 miljoen euro op design-and-buildteams die het ontwerp en de bouw van projecten zullen opnemen en 780.000 euro op erelonen voor studieteams die het ontwerp opstarten.
Programma Slopen Het studiewerk voor deze projecten werd afgerond. Het raamcontract slopen werd in de markt gezet. Er waren echter geen regelmatige offertes. Het bestek wordt herwerkt en opnieuw in de markt gezet.
Programma Basiskwaliteit Er is vanuit het GIW-budget en met inzet van een deel van de middelen uit het Vlaams Klimaatfonds een bedrag tussen 23,5 en 28,5 miljoen euro uitgetrokken voor het eenmalige programma basiskwaliteit, dat over verschillende jaren uitgevoerd wordt.
80
Het programma heeft tot doel de basiskwaliteit van schoolgebouwen – gedefinieerd als ‘warm, droog, proper’ – te verbeteren via energetische totaalrenovaties van de vier generieke gebouwdelen: dak, gevel, buitenschrijnwerk en verwarming. Er werden 8 projecten geselecteerd: die met de grootste energiebesparing en de minst goede kwaliteit van de buitenschil (dak, gevel, buitenschrijnwerk), goed voor 25.000 m2. Twee projecten waren al in uitvoering bij aanvang van het jaar. Van deze 2 projecten werd ondertussen een project voorlopig opgeleverd. Voor 4 projecten werden de aannemers aangesteld en de werken opgestart. Twee projecten werden in 2020 opgeschort omdat de uitvoering complexer bleek dan verwacht. Een van deze projecten werd heropgestart met de opmaak van een voorstudie. Projecten gefinancierd met middelen van het Vlaams Klimaatfonds: Er werden 5 projecten vastgelegd voor een bedrag van 3,3 miljoen euro: 1 project voor een grondige stookplaatsrenovatie, 1 project voor het uitvoeren van een ingrijpende energetische renovatie en 3 projecten binnen het programma basiskwaliteit.
Programma Gedeeld multifunctioneel gebruik sportinfrastructuur Het Departement Onderwijs en Vorming lanceerde opnieuw een oproep voor het openstellen van sport- en buiten infrastructuur, en trok hiervoor in 2021 en 2022 telkens een budget uit van 5.000.000 euro dat volgens ODII verdeeld wordt over de netten en voor het GO! een jaarlijks budget voorziet van 1.267.000 euro. Samen met AGION en de departementen Onderwijs, Sport en Jeugd werkte het GO! een kader uit met specifieke beoordelingscriteria dat op de raadszitting van 26 maart 2021 werd bekrachtigd door de Raad van het GO! die toen ook besliste om de middelen in één enkele oproep toe te wijzen.
81
Het GO! lanceerde daartoe een aparte projectoproep voor beide jaren in één beweging. Elke scholengroep van het GO! kon maximaal 2 projecten indienen, hetzij een project voor de buiteninfrastructuur (maximaal 35.000 euro) en een project voor de sportinfrastructuur (maximaal 200.000 euro), of een gecombineerd project (maximaal 235.000 euro). De scholengroepen dienden tijdig, - voor 1 juli - , 31 projecten in waarvan 15 voor sportinfrastructuur (2.858.096 euro, 48%), 10 voor buiteninfrastructuur (301.131 euro, 32%) en 6 gecombineerde projecten (1.208.003 euro, 19%). Van de 31 projecten zijn er 18 geselecteerd: 8 voor binnensportinfrastructuur (1.584.738 euro, 44% van de projecten), 5 voor buiteninfrastructuur (175.000 euro, 28% van de projecten) en 5 gecombineerde projecten (1.208.003 euro, 28% van de projecten).
Zonnelening en klimaatlening Een van de 11 klimaatacties van Onderwijs behelst de zonnelening (voor zonnepanelen op schooldaken) en de klimaatlening. Het GO! voert deze projecten uit in samenwerking met het Vlaams Energiebedrijf. In totaal kende het GO! tot 31 december 2021 een leningsbedrag toe van 3.273.187 euro inclusief btw en kosten, goed voor 59 projecten, en een totaal geïnstalleerd vermogen van 1929 kWp.
Uitfasering stookolie Eind 2021 heeft de Vlaamse overheid vanuit het Vlaams klimaatfonds middelen ter beschikking gesteld voor de uitfasering van stookolie, naast de hierboven vernoemde middelen voor ESCO-projecten. Stookolie maakt nog ongeveer 10% uit van het energieverbruik binnen het GO!. Een aantal scholengroepen maakt al jaren geen gebruik meer van stookolie voor de verwarming, maar de meeste scholengroepen hebben nog stookolie in hun energiemix. Stookolie stoot verhoudingsgewijs meer CO2 uit en dient vanuit klimaatoogpunt vervangen te worden door aardgas, dat minder CO2 uitstoot, of door nietfossiele brandstoffen. De subsidies vanuit het Vlaams Klimaatfonds bedragen ongeveer 2,8 miljoen euro en kunnen 70% van de totale kosten voor de stookplaatsrenovatie financieren. Het GO! ambieert een volledige uitfasering van stookolie tegen eind 2024, met uitzondering van de stookplaatsen die gekoppeld zijn aan gebouwen die einde levensduur zijn.
Relancesteun Om de economie een duwtje in de rug te geven na de coronacrisis, heeft de Vlaamse Regering een relanceplan opgesteld, met verschillende pijlers. Binnen de pijler ‘klimaat, duurzaamheid en innovatie’ diende het Vlaams Energiebedrijf (VEB) een plan in voor de renovatie van gebouwen binnen de Vlaamse overheid. Dit plan is goedgekeurd op 16 juli 2021. Met deze relancemiddelen mag het VEB in 2021 en 2022 telkens ter waarde van 10 miljoen euro aan steun toekennen voor verschillende energiebesparende en energieopwekkende maatregelen. Per entiteit (scholengroepen worden als aparte entiteiten beschouwd) of instelling kan maximaal 1 miljoen euro jaarlijks gebruikt worden. De voorwaarde om in aanmerking te komen is dat de investeringen uitgevoerd worden via de raamovereenkomsten van het VEB. De werken binnen deze raamovereenkomsten kunnen aangevraagd worden via de aankoopcentrale van het Vlaams Energiebedrijf. De hoogte van het steunbedrag hangt af van de maatregel en bedraagt 30% voor technische installaties (verlichting, stookplaatsen) en 40% voor gebouwschilmaatregelen. In principe is voorfinanciering niet nodig. De korting wordt verwerkt in de definitieve offerte die afgenomen wordt via de raamovereenkomst van het VEB.
82
Asbestverwijderingsprojecten Versnelling opmaak asbestinventarissen Via het asbestprotocol biedt de OVAM voor alle scholen gratis de opmaak van een verfijnde asbestinventaris aan. Hierin worden de verschillende asbesttoepassingen, hun hoeveelheden en de wettelijk verplichte verwijderingsdatum in kaart gebracht. In 2021 werden er 64 scholen aangemeld bij de OVAM voor de opmaak van een verfijnde asbestinventaris. Dit brengt het totaal aantal aangemelde scholen op 565. Cumulatief aantal aangemelde GO! scholen voor opmaak verfijnde asbest inventaris via de OVAM 600 500 400 300 200 100 0 2018
2019
2020
2021
■ Asbestinventaris afgeleverd ■ Wachten op Wachten op asbestinventaris
83
Verdere stijging asbestverwijderingswerken In 2021 werden er in 41 scholen asbestverwijderingswerken uitgevoerd. De totale kost voor de asbestverwijdering bedroeg 1,47 miljoen euro. 15 asbestverwijderingen werden uitgevoerd via de raamovereenkomst van de OVAM voor een totaal bedrag van 0,63 miljoen euro. De overige 26 scholen lieten het asbest verwijderen door een aannemer die ze zelf aanstelden (totaalbedrag van 0,84 miljoen euro). Asbest wordt in het GO! dus versneld verwijderd. Maar om te voldoen aan de wettelijk verplicht verwijdermijlpalen is een verdere versnelling de komende jaren nodig. De beoogde verwijderingssnelheid wordt voor het GO! geschat op 2,2 miljoen euro per jaar. 1.600.000 €
Evolutie bedrag asbestverwijderingswerken
1.400.000 € 1.200.000 € 1.000.000 € 800.000 € 600.000 € 400.000 € 200.000 € 0€ 2017
2018
2019
2020
2021
■ Eigen aannemer ■ Raamovereenkomst OVAM
Beheersplan asbest Eind 2020 ging de Raad van het GO! principieel akkoord om asbestafbouwplannen verplicht te maken voor elke scholengroep (beslissing 2020-07-015). Deze plannen zijn een bijkomend instrument om de asbestverwijdermijlpalen van de Vlaamse Regering in heel het GO! te behalen. In 2021 werd in samenwerking met de Gemeenschappelijke Preventiedienst (GPD) en de scholengroepen een uniforme methodologie opgesteld voor opmaak van deze plannen. In het najaar van 2021 werd de eerste fase van de asbestafbouwplannen in alle scholengroepen opgestart.
84
Bodemsaneringsprojecten Context Dit project heeft betrekking op de onderzoeksplichtige gronden in het GO! patrimonium, ook wel de risicogronden genoemd. Dit zijn gronden waarop een risico-inrichting gevestigd is of was. Het GO! heeft 202 dergelijke risicogronden in zijn patrimonium. Om de verplichte onderzoekstrajecten voor deze gronden te faciliteren sloten de OVAM en het GO! in 2016 een samenwerkingsprotocol af. Dit protocol voorziet onder andere in de financiële ontzorging van de scholengroepen. 60% van de kosten voor de benodigde onderzoeken en saneringswerken wordt door de OVAM betaald, de centrale diensten van het GO! betalen de overige 40%. Versnelling onderzoekstrajecten werd verdergezet Omdat de aanmelding door de scholen onvoldoende snel gebeurde, besloot de OVAM in 2019 om de scholengroepen zelf aan te schrijven. Deze aanpak had het beoogde resultaat; eind 2021 waren 170 van de 202 dossiers opgestart. 133 van deze onderzoekstrajecten werden inmiddels afgerond, in 27 gevallen was er verder onderzoek nodig. Vier maal gaf het onderzoekstraject aanleiding tot een bodemsanering. Drie van deze bodemsaneringen werden intussen uitgevoerd. Aantal onderzoekstrajecten in het kader van het bodemprotocol
Onderzoeksplichtige GO! gronden
202 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0
2016
2017
2018
■ Aantal afgeronde dossiers ■ Aantal lopende dossiers
2019
2020
2021
Aantal onderzoeksplichtige GO! gronden
85
Vastgoedtransacties Om het ontoereikende budget voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud van het GO! patrimonium aan te vullen, verkoopt het GO! gronden en gebouwen die niet langer voor onderwijs worden gebruikt. In het afgelopen jaar werden gronden en panden verkocht ter waarde van 22 miljoen euro. Onder de belangrijkste dossiers noteren we de verkoop van grond in Vilvoorde, Oostkamp, Roeselare en Bredene. Daarnaast sloot het GO! een 15-tal overeenkomsten in de vorm van zakelijke rechten, grondruil, erfpachten en opstalrechten af.
Patrimoniumbeheer Beheerprogramma beschermde monumenten Dienstverlening prioritaire monumenten In 2021 werd er verder gefocust op de begeleiding van een aantal erfgoeddossiers, die door het Agentschap Onroerend Erfgoed of door het GO! als prioritair worden beschouwd. De aanpak verloopt in overleg met de infrastructuurmedewerkers van de scholengroep, de huisvestingsplanner, de projectmanager verkoop of de projectmanager bouw. Dit vertaalde zich in adviesverlening en bijstand bij verkoopdossiers met beschermd erfgoed en het faciliteren en coördineren van: -
5 erfgoedvooronderzoeken. Het gaat over stabiliteitsadviezen, beheersplannen en de integratie van zulke betoelaagde analyses in herbestemmingsonderzoeken of andere besluitvorming;
-
5 onderhoudsingrepen op te verkopen erfgoed;
-
1 noodingreep op een gebouw dat in portefeuille blijft.
-
adviesverlening en bijstand bij verkoopdossiers met beschermd erfgoed.
De gewijzigde regelgeving betreffende de premieprocedures vormde in 2021 een bijkomend takenpakket met de voorbereiding tot het indienen van de eerste GIW-erfgoedpremiedossiers (GO! atheneum Antwerpen en GO! campus Casinoplein Gent) volgens de ‘oproepprocedure Agentschap Onroerend Erfgoed’ en met de onderhandeling over de wijziging van vrijstellingscodes onroerende voorheffing, op grond van onderwijsbestemming, in functie van erfgoedpremiedossiers. Structurele aanpak GO! erfgoed In 2021 werd de samenwerking met de provinciale Monumentenwachtdiensten verder versterkt: het ging om de volledige dekking en actualisatie van de rapportage, de overweging van de adviezen met de beheerders van het monument en om samenwerking bij offertevraag, controle en uitvoeren van kleine reparaties. Ook de samenwerking met de Vlaamse bouwkundige erfgoedconsulenten, die als aanspreekpunt fungeren van het Agentschap Onroerend Erfgoed, werd versterkt. We werkten een theoretisch ‘routeplan optimale betoelaging van restauratiewerken’ uit en stelden een standaardproces ‘restauratie’ op. Daarnaast stelden we een bestek op voor een raamovereenkomst voor onderhoud van dak- en regenwaterafvoer van beschermde monumenten. De scope hiervan is uitgebreid naar daken die palen aan beschermde daken binnen het domein dat minstens geïnventariseerd erfgoed is. Publicatie, gunning en uitrol is voorzien voor 2022.
86
Beheerprogramma mobiele units Het afwegingskader voor het herinzetten van units werd goedgekeurd door de Raad van het GO! op de raadszitting van juli 2021. Dit kader bepaalt dat tijdelijke units voornamelijk ingezet worden als tijdelijke oplossing van een erkend probleem binnen de categorie wettelijke norm, basiskwaliteit of groei. Het kader definieert de algemene voorwaarden en het praktisch verloop van de verplaatsing. Het FMIS-team maakte een rapport op over mobiele units in eigendom van de centrale diensten. Het rapport combineert algemene gebouw- en domeininfo met planinfo. Dankzij het omzetten van planinfo in gegevens kan in het rapport snel een eventuele match gezocht worden tussen beschikbare units en het gevraagde programma. We stemden af met het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) over een EPB-uitzondering voor het herinzetten van tijdelijke units. Een uitzondering dus op de normen voor energieprestatie en binnenklimaat. Om een algemene uitzonderingsmaatregel toe te passen komt de verhuizing van units te weinig voor. We zullen in de toekomst per geval een uitzonderingsaanvraag indienen.
ESCO in het kader van energiebesparing Om energie te kunnen besparen en daartoe de noodzakelijke investeringen te kunnen doen, werkt het GO! aan het opzetten van ESCO-contracten met een Energy Service Company (of ESCO). In dergelijke contracten voert de ESCO een energieproject in een gebouw uit en financiert die investering zelf. Door de investering daalt het energieverbruik en de energiefactuur. Met een deel van de uitgespaarde middelen wordt vervolgens de nieuwe installatie afbetaald. Wanneer de installatie afbetaald is, wordt het GO! volle eigenaar van de installatie. Het Europese energiebeleid gaat in de richting van een klimaatneutraal gebouwenpark tegen 2050. Het is daarom essentieel dat een ESCO-investeringsprogramma onderdeel is van een langetermijnaanpak van de betrokken gebouwen en zich niet beperkt tot quick wins, namelijk technische maatregelen met een korte terugverdientermijn. De terugverdieneffecten op korte termijn moeten van die aard zijn dat ze de investeringen op lange termijn helpen realiseren. Daarom heeft de Raad van het GO! beslist geen ESCO-contracten af te sluiten met een contracttermijn korter dan tien jaar. In het GO! loopt er momenteel een ESCO-pilootproject, waarbij een scholengroep en de centrale diensten samenwerken met het VEB. Het pilootproject betreft GO! scholengroep Xpert. De ESCO-partijen hebben inmiddels hun maatregelenpakket opgemaakt. Hiervoor werd er een haalbaarheidsstudie opgemaakt door het VEB en werd de definitieve reikwijdte bepaald. Ook het energieverbruik werd intussen al gedetailleerd geregistreerd. Naast het pilootproject van GO! scholengroep Xpert, heeft de Vlaamse Regering eind 2021 middelen vanuit het Vlaamse Klimaatfonds ter beschikking gesteld om een ESCO-oproep te organiseren voor het GO!. Het idee is dat zonder bijkomende middelen de ESCO-partij geen gebouwschilmaatregelen kan uitvoeren. Dit komt onder meer door de lage bezettingsgraad van scholen waardoor energiebesparende maatregelen zich minder snel terugverdienen. Door middelen toe te voegen, kan de ESCO-partij dan ook ambitieuzere maatregelen uitvoeren. Er is een budget van 7,5 miljoen euro vanuit het Vlaams Klimaatfonds ter beschikking gesteld, en het GO! legt daarenboven nog eens 7,5 miljoen euro eigen middelen bij. In totaal zal er dus 15 miljoen euro kapitaalinbreng voorzien worden, naast de inbreng van de ESCO-partijen zelf. De oproep zal in 2022 georganiseerd worden. De projecten moeten uiterlijk eind 2025 geïmplementeerd zijn.
87
Energiemonitoring Meten is weten. Inzicht hebben in het verbruik is essentieel om energie te kunnen besparen. Daarom is het GO! in 2020 gestart met de uitrol van een netbrede energiemodule. Om een consistente rapportage en dito beleidsondersteuning mogelijk te maken, moeten alle scholengroepen volgens dezelfde energiemodule meten. Ook is een integratie met het FMIS noodzakelijk omdat het koppelen van het verbruik aan andere gebouwgerelateerde data noodzakelijk is voor analyses. Dit project omvat drie deelprojecten die ofwel net zijn opgestart of volop in uitvoering zijn. 1.
Het inventariseren van alle energie- (en water)meters en -objecten (bijvoorbeeld ketels, stookolietanks, etc.). Dit wordt uitgevoerd met de ArcGIS-collectorapplicatie. Het is hierbij van belang om aan te geven wat de verdeelsleutel is van de verschillende gebouwen achter een meter. Eind 2021 heeft de helft van de scholengroepen de inventarisatie volledig uitgevoerd.
2. Het opstarten van een energiemonitoringsysteem: een essentiële functionaliteit van elke energiemodule is namelijk het opvolgen van het verbruik. Hiervoor maakt het GO! gebruik van EnergieID. De scholengroepen werden gefaseerd opgestart in het begin van 2021. Zodra de inventarisatie (zie hierboven) is afgewerkt, wordt de migratie opgestart naar EnergieID. Ook hier maakt eind 2021 de helft van de scholengroepen gebruik van. 3. Het koppelen van het verbruik met het FMIS. Het verbruik zegt pas iets als het vergeleken wordt met referenties en vergelijkbare profielen. Enkel dan wordt een correcte analyse van het verbruik (relatief hoog of laag) bekomen. We moeten het verbruik dus normaliseren in functie van de oppervlakte, het aantal leerlingen, de bezettingsgraad, het type activiteit, etc. Het koppelen van het verbruik met het FMIS zal opgestart worden nadat de volledige inventarisatie van de energiemeters en -objecten is gebeurd.
88
Een energiemodule is naast de monitoring en rapportage ook nodig voor het aanmaken van energielabels of energieprestatiecertificaten (EPC). De overheid werkt een nieuwe generatie energieprestatiecertificaten uit waarbij het opmeten van het verbruik essentieel zal zijn. Het GO! anticipeert op deze nieuwe regelgeving en waakt erover dat de energiemodule maximaal kan aansluiten op de nieuwe EPC’s. Energieleveringen De totale energiefactuur van het GO! bedraagt jaarlijks ongeveer 30 miljoen euro voor elektriciteit, aardgas en stookolie. Stookolie buiten beschouwing gelaten, bedraagt de jaarlijkse factuur ongeveer 26 miljoen euro voor een verbruik van ongeveer 400.000 MWh (ongeveer 70.000 MWh elektriciteit en 330.000 MWh aardgas). Het grote volume maakt een raamovereenkomst om betere prijzen te bekomen interessant. Tussen 1 januari 2019 en 31 december 2021 werd gebruikgemaakt van een raamcontract voor de levering van elektriciteit en aardgas. In 2020 werd beslist om deze overeenkomst niet te verlengen en vanaf 2022 het VEB als leverancier te kiezen. De overgang naar het VEB werd in 2021 voorbereid. Vanaf 1 januari 2022 neemt het GO! elektriciteit en aardgas af via het VEB. Deze elektriciteit is voor 100% groene elektriciteit.
89
COVID-19 & ondersteuning Al van bij de start van de COVID-pandemie werden er richtlijnen gegeven in het kader van ventileren en verluchten. Ook in 2021 ondersteunden de centrale diensten van het GO! de scholengroepen over deze specifieke materie. Door het kabinet Onderwijs werd in samenwerking met het Agentschap Zorg en Gezondheid een werkgroep ‘Ventileren en verluchten in onderwijs’ opgericht. Door het GO! werd hieraan actief deelgenomen door het team patrimoniumbeheer (ingenieur HVAC) en de preventiedienst. De richtlijnen betreffende ventileren-verluchten (inclusief mogelijke ingrepen op de verwarmingsinstallatie) en CO2-meters werden gecommuniceerd naar de infraverantwoordelijken, preventie verantwoordelijken en algemeen directeurs van de scholengroepen Het GO! volgde de adviezen van de Hoge Gezondheidsraad (HGR), de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Federation of European Heating, Ventilation and Air Conditioning Associations (REHVA) op. Op basis van deze adviezen werden, in overleg met het team projectmanagement bouw (teamleider, expert technieken en projectmanagers), de lopende projecten bijgesteld waar nodig of opportuun. Verder werden er aanpassingen naar aanleiding van deze aanbevelingen doorgevoerd in het kwaliteitshandboek technieken GO! (KHBT) op het vlak van ‘ventilatie - luchtgroepen’, ‘verwarming - recirculatie’ en 'sturing/regeling'. Aansluitend op elke update werd er een opleiding georganiseerd voor de projectmanagers (team projectmanagement bouw) en sinds 2021 ook voor de infraverantwoordelijke van de scholengroepen. Er werd een bevraging georganiseerd naar extra werkzaamheden (op ventilatie en verwarmingsinstallaties) in het kader van de coronabestrijding, uitgevoerd door de scholengroepen. De Vlaamse Regering besliste dat elk klaslokaal, elke leraarszaal en de refter moesten uitgerust worden met een CO2-meter. De aanschaf van CO2-meters en het uitvoeren van de metingen werden behartigd door de scholen en scholengroepen. Daarenboven keurde het Vlaams Parlement een resolutie goed waarin het belang van een betere luchtkwaliteit centraal staat in de strijd tegen het coronavirus. Een goede luchtkwaliteit en een degelijke ventilatie vormen daarbij belangrijke hefbomen. De pandemie en de gevolgen ervan voor de binnenluchtkwaliteit in de schoolgebouwen van het GO! dwongen ons om sneller werk te maken van het aanklampend beleid rond ventilatie. We stelden helaas vast dat slechts 12% van het patrimonium beschikt over mechanische ventilatie. Netbrede projecten in het kader van patrimoniumbeheer In de softwaretoepassing FMIS wordt alle belangrijke facilitaire informatie van het GO! opgeslagen. Tegelijk staat deze databank de businessprocessen rond infrastructuur bij. Het grootste deel van het gebouwenpatrimonium is ingeladen met verdiepingsplannen in de Space module. Voor alle domeinen en scholengroepen werden overzichtsplannen gemaakt waarop de gebouwen zichtbaar zijn met de omgevingsdata uit het Grootschalig Referentiebestand (GRB) en het kadaster (bijvoorbeeld straten en waterwegen). Er is volop gewerkt aan de verrijking van de beschikbare patrimoniuminformatie via koppeling met meerdere authentieke bronnen. Bijvoorbeeld een kaart met situering van de domeinen in de overstromingsgevoelige gebieden. Deze kaarten ondersteunen het infrastructuurbeleid zowel bij de centrale diensten als bij de scholengroepen.
90
Aankoopbeleid Het GO! koopt leveringen, diensten en huisvestingswerken in volgens de beste afweging van kosten en kwaliteit. We houden hierbij rekening met onze strategische maatschappelijke partners. Zo kunnen wij de beschikbare middelen maximaal besteden aan het onderwijsproces en de daarvoor benodigde voorzieningen. Ons aankoopgedrag draagt bij tot meer middelen voor het onderwijs zelf, tot de uitvoering van het strategisch beleid van het GO! en tot de realisatie van het PPGO!. GO! missie aankoop, 2019 Het aankoopbeleid heeft tot doel kaders te stellen voor de uitvoering en ontwikkeling van de aankoopfunctie van onze organisatie. Deze kaders zijn een vertaling van onze aankoopvisie in concrete afspraken om zo efficiënt mogelijk aan te kopen. Die aankoopmissie moet gezien worden in de context van de gegeven actuele situatie van GO!.
Besparingsnoodzaak De kloof tussen de nodige en beschikbare middelen voor onderwijs(huisvesting) vergroot jaarlijks. Alleen al om ons patrimonium conform erkende richtlijnen te renoveren en onderhouden hebben we jaarlijks ongeveer 5 keer zo veel middelen nodig als we ontvangen. Dit houdt nog geen rekening met de middelen die nodig zijn om de strategische uitdagingen zoals klimaatneutraliteit vóór 2050 en digitale disruptie adequaat op te nemen. Het GO! kan zich niet veroorloven om besparingspotentieel op aankoop onbenut te laten.
Besturingsfilosofie De besturingsfilosofie van het GO! wordt via het BDGO bepaald door integraal management en is sterk decentraal gericht. De huidige autonomie van scholengroepen betekent dat de centrale aankoop niet de gehele aankoopfunctie beheerst. Aankooptechnisch moet telkens de balans gezocht worden tussen de autonomie van de budgethouders (schooldirectie, algemeen directeur) volgens het BDGO en het belang van synergie om gebruik te maken van onze gezamenlijke kennis en marktpositie om de beste kwaliteit tegen de laagste prijs in te kopen, te winnen aan administratieve efficiëntie en schaalvoordelen te bekomen. In deze zin streeft het GO! in eerste instantie naar een coördinerende rol van aankoop.
De aspiratiewaarden van het GO! Het aankoopbeleid heeft een directe relatie met de aspiratiewaarden: -
Betrokkenheid: iedereen die een rol speelt in het aankoopproces handelt klantgericht uit betrokkenheid met de vragende partij voor een aankoop en uiteindelijk het belang van de lerenden van het GO!. Het invullen van de klantbehoefte staat voorop.
-
Oprechtheid: het aankoopbeleid maakt helder welke aankoopkeuzes wij als organisatie gemaakt hebben en wat er van iedereen die een rol in aankoop heeft wordt verwacht. Duidelijkheid betekent dat we elkaar hieraan houden.
-
Samenwerking: het aankoopbeleid tekent processen en kaders uit om de aankoopnoden te bundelen waar dat is aangewezen, om samenwerkingsprocessen op punt te stellen zodoende de personele middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten, om de samenwerking met de scholengroepen te bevorderen.
91
Rekening houdend met deze uitgangspunten stelt het aankoopbeleid de volgende vereisten aan de aankoopfunctie: Effectiviteit. Aankoop moet ervoor zorgen dat de juiste middelen en diensten op het juiste moment beschikbaar
1.
zijn tegen de beste prijs-kwaliteitsverhouding. Daarbij moet aankoop een substantiële bijdrage leveren aan de besparingsdoelstellingen van het GO!. Efficiëntie. Over heel het GO! wordt bespaard op personeel. Aankoopprocessen moeten dus zo worden uitgewerkt
2.
dat het gewenste resultaat bereikt wordt met minimale inspanningen voor de hele keten van behoeftestelling tot en met factuurafhandeling. Rechtmatigheid. Het GO! moet zich als publieke instelling verantwoorden voor haar aankoopgedrag. Het
3.
aankoopbeleid moet aansluiten bij de wet- en regelgeving voor overheidsopdrachten. Dit betekent dat er voor heel het GO! gelijke regels gelden voor het toepassen van aanbestedingsprocedures. Integriteit. Met ons aankoopgedrag tonen wij ons een professionele, integere en betrouwbare opdrachtgever zoals
4.
van een publieke instelling mag worden verwacht. Duurzaamheid. De vernieuwing van schoolinfrastructuur in functie van een ambitieus klimaatbeleid is een
5.
bestanddeel van het Masterplan Scholenbouw. Duurzaam aankopen is een essentieel onderdeel hiervan. Dat betekent dat we op efficiënte processen, producten en professioneel personeel moeten inzetten om de markt – onze leveranciers – zo sterk mogelijk tegemoet te kunnen treden.
• strategisch/niet-strategisch - design & build (geïntegreerde bouw) - bouwopdrachten Product - ontwerpopdrachten (inkoop- projectmanagement pakketten) • diensten/werken/leveringen • eisen/wensen • behoefte - actief: raamcontracten - passief: typemodellen • prestatieafspraken • prestatiecontrole
Klanten (intern, extern)
Markt (leveranciers)
Aankoopbeleid
• strategisch/niet-strategisch • korte/langetermijnsamenwerking • partnership • cost/risicominimalisering • leveranciersbeleid • leveranciersmeting
Organisatie
• • • • •
• • • • • •
deskundigheid multidisciplinaire teams training aantal career development etc...
Personeel
GO! 2030
Processen
• • • • • •
92
waarden link met strategie IT-platform definitieve bevoegdheden beleidsrichtlijnen - integriteitsbeleid - delegatiebesluit - functiescheiding - afspraken VO planning strategische doelstellingen portfoliomanagementproces cost management prestatiemeting instrumenten WOO
Planning 2019-2022 Na een benchmarkinganalyse van de huidige aankoopmaturiteit stelden we een operationele planning op die we jaarlijks aan de hand van een aantal prestatie-indicatoren (KPI) meten. Strategische doelstelling
Prestatie-indicatoren
Aankoopproces:
Procesbeschrijving en verantwoordelijkheidsmatrix
Rollen en verantwoordelijkheden
opgesteld voor alle belangrijke processen; metingen
zijn gekend en geïmplementeerd
zijn bepaald; instrumenten (software) beslist;
Uniformiteit en transparantie in
Type documenten voor alle belangrijke
documenten
inkooppakketten zijn geactualiseerd beschikbaar
Aankoopstrategie GO! Infra met
In-/uitbesteden en portfolioanalyseproducten
realisatie schaalvoordelen
afgerond voor elk inkooppakket, geleidelijke opstart raamovereenkomsten.
Aangepast en performant
Professionaliseringstraject GO! Infrastructuur en
hr-netwerk
scholengroepen; afstemming taken/resources
Leveranciersstrategie en
Benoeming A/B/C leveranciersgroepen en -strategie
-meting
per groep; opstart leveranciersmeting
Innovatie en duurzaamheid
Inbedding beleid duurzaam aanbesteden/aankopen Vlaamse overheid; opzetten traject voor innovatieve aankopen met het oog op GO! 2030
implementatie aankoopbeleid 2021 vs ambitie 2023 Aankoopproces 80%
Innovatie en duurzaamheid 30%
Aankoopstrategie/ 85% schaalvoordelen
33% Leveranciersbeleid
80% Professionalisering
93
2021 in de kijker Beleidsimplementatie verloopt multifunctioneel en vergt daarom veel samenwerking en communicatie – ook binnen het hele GO! netwerk. Omdat haast iedereen volledig op telewerken was aangewezen diende 2020 zich aan voor het opzetten van de nodige structuren op de achtergrond. Dit maakte het mogelijk om in 2021 een aantal (deel-)doelstellingen succesvol te implementeren. Een bloemlezing: -
communicatie en ontsluiting raamovereenkomsten energie-efficiëntie VEB voor scholengroepen;
-
communicatie beschikbare externe raamovereenkomsten (Het Facilitair Bedrijf) voor scholengroepen;
-
raamovereenkomsten diensten slooptrajecten, planbeheer, energiemeters afgesloten, voor sloopwerken opgestart;
-
aankoopproces en typedocumenten voor zowel design-and-build alsook klassieke bouwopdrachten geactualiseerd;
-
certificering aankoper;
-
succesvolle en interactieve 2-daagse opleiding wetgeving overheidsopdrachten met meer dan 100 deelnemers uit scholengroepen;
94
-
denktank rond groepsaankopen buiteninfrastructuur;
-
opstart innovatietraject voor bouwopdrachten met kwalitatieve gunningscriteria;
-
uitwisseling best practices en uitbouw aankoopnetwerk met andere Vlaamse instellingen (o.a. VMSW, VGC, SO Gent);
-
afronding van het traject rond procesbeheer;
-
ondersteuning scholengroepen voor aankoop CO2-meters en denktank ventilatiebeleid;
-
interne ontsluiting contractinformatie via webportaal.
Personeelsbewegingen in de centrale diensten Op 1 januari 2021 werkten er in de centrale diensten van het GO! 123 vastbenoemde en 45 contractuele personeelsleden. Zes personeelsleden gingen in het afgelopen jaar met pensioen, twee personeelsleden verlieten het GO! om andere redenen. Er werden zeven nieuwe medewerkers in dienst genomen. Op 31 december 2021 sloten onze diensten het jaar af met 120 vastbenoemde en 47 contractuele personeelsleden. Evolutie van het personeelsaantal 350 300 67
250
66
51
56
40
200
37
36
36
36
38
37
38
36
40
41
46
150
43
43 43
43
45
48
47
100
Statutair
120
121
6 20
21
-1
2
124
20
21
-0
2
125
6
-1
20
20
-0
20
20
20
19
-1
2
134
140
6
144
-0
19
20
20
18
-1
2
6
148
154
2
20
18
-0
162
6
-1
20
17
-0
17
20
20
16
-1
2
162
163
6
162
2
20
16
-0
167
6
-1
20
15
-0
15
20
20
14
-1
2
173
184
6
193
-0
14
20
20
13
-1
2
6
197
195
2
20
13
-1
12
20
-0
201
6
210
-0
20
12
211
12
06
20
11-
224
20
20
11-
0
11-
01
50
Contractueel
Bovenstaande grafiek toont de evolutie van het aantal personeelsleden in de centrale diensten van het GO! sinds januari 2011 (in koppen). Door de besparing in koppen die door de Vlaamse Regering werd opgelegd, moet tegen het einde van de huidige legislatuur opnieuw een besparing van negen koppen gerealiseerd worden. Op 31 december 2021 telden de centrale diensten van het GO! 167 koppen. Dit is 33 koppen minder dan de besparingsdoelstelling die tegen eind 2024 moet zijn gerealiseerd. Door de opeenvolgende besparingen komt het kwaliteitsvol uitvoeren van de kernopdracht van het GO! en het voeren van een degelijk hr-beleid steeds meer onder druk te staan. In 2020 heeft het GO! opnieuw via een optimalisatie van de werking van de centrale diensten, en daaraan gekoppeld een aanpassing van het personeelsplan, getracht deze besparing te dragen maar ook de personeelsnoden in functie van het strategisch plan te actualiseren. We stellen daarbij andermaal vast dat we voor de invulling van zelfs een gereduceerd personeelsplan niet over voldoende middelen beschikken. Dit maakt dat we te kampen hebben met een steeds hogere werkdruk die een impact heeft op het welzijn van onze personeelsleden.
95
Hybride werken De pandemie heeft de centrale diensten van het GO!, net als andere organisaties, verplicht om tijdelijk afstand te nemen van het kantoor. Met het hybride werken integreren we de verworven inzichten en nieuwe gewoontes in een andere manier van werken en samenwerken. Het GO! volgt bij de invoering van het hybride werken de visie en zienswijze die de Vlaamse overheid heeft ontwikkeld rond het hybride werken. Daarnaast gebeurt de implementatie van het hybride werken volgens de budgettaire mogelijkheden. Begin 2021 maakten we werk van een afsprakenkader. We kiezen voor een kwalitatief en generiek afsprakenkader dat maximaal kansen biedt aan de teams om afspraken te maken over plaats- en tijdonafhankelijk samenwerken op maat van hun opdracht, de doelstellingen gekoppeld aan de missie, visie en doelstellingen van het GO! en de individuele noden van teamleden. Het samen garanderen van de servicetijd, verantwoordelijkheid, motivatie en vertrouwen, sociale interactie en verbondenheid met de waarden van het GO! zijn belangrijker dan een strikt kwantitatief kader rond aanwezigheid op de werkplek in Brussel. Hybride werken draait om resultaatgericht leidinggeven en samenwerken op basis van vertrouwen en dialoog. Als personeelslid werk je: met focus op resultaat aan de hand van digitale tools en communicatie plaats- en tijdonafhankelijk, als je functie dit toelaat We werken vanuit verschillende werkomgevingen en -locaties samen en blijven verbonden door technologie en fysieke samenkomsten. In functie van de aard van het werk en de beoogde resultaten en met het organisatiebelang voorop, wordt in overleg met de leidinggevende en het team bepaald waar en wanneer we werken. De focus ligt op resultaten behalen en vooral op SAMENwerken aan de doelstellingen van het GO!. We willen een open, warme en stimulerende werkcontext creëren waar talenten, kennis en competenties optimaal kunnen groeien en zich ontwikkelen. Het GO! heeft daarnaast ook de ambitie om een dynamische en flexibele werkgever te zijn. We menen dat principes zoals plaats- en tijdonafhankelijk werken hiertoe kunnen bijdragen, omdat mensen daardoor een betere balans kunnen vinden tussen werk- en privéleven. We vinden het belangrijk om de volgende principes in het hybride werken als kader mee te nemen: het organisatiebelang primeert integer werken op basis van waarden resultaatgericht leidinggeven en samenwerken sociale cohesie, samenwerking en organisatiebetrokkenheid mentaal en fysiek welzijn In principe kan iedereen plaats- en tijdonafhankelijk werken. Er zijn een beperkt aantal functies die door het takenpakket niet in aanmerking komen voor plaats- en tijdonafhankelijk werken omdat hun aanwezigheid op de werkplek vereist is.
96
Huis van het GO! De aard van het werk of de opdracht en de beoogde resultaten bepalen deels welke werkomgeving hiervoor het meest geschikt is. Hybride werken gebeurt vanuit een kwalitatief oordeel, niet vanuit een kwantitatieve benadering. Dit betekent dat aanwezigheid op een bepaalde werkplek ingegeven wordt vanuit een functionele meerwaarde. Het Huis van het GO! en de thuiswerkplek zijn mogelijke werkplekken. De keuze voor een werkomgeving wordt gemaakt in onderling overleg met de leidinggevende. Het organisatiebelang en de dienstverlening primeren op de individuele toepassing van het hybride werken. Ook binnen het concept van het hybride werken blijft werken in het Huis van het GO! een belangrijk element. Het Huis van het GO! is dé plaats waar we elkaar ontmoeten, waar we samen onder meer sparren en brainstormen, creatief samenwerken, spontane informele contacten hebben. Werken op kantoor bevordert de sociale en informele contacten tussen teamleden, het stimuleert creatieve processen, overleg en teamwerking. Voldoende (samen)werken op kantoor blijft cruciaal! Op teamniveau maakt de leidinggevende hierover in een teamcharter afspraken samen met het team. In functie van het hybride werken, werd de inrichting in het Huis van het GO! aangepast. Niemand heeft een vaste werkplek. Personeelsleden kiezen de werkplek op basis van de activiteit of opdracht die ze moeten doen. Volgens de principes van het hybride werken komen de personeelsleden naar Brussel om interactief met collega’s te kunnen samenwerken. Het Huis van het GO! wordt dus meer dan ooit een plek van ontmoeting en verbinding tussen collega’s. Werkplekzones worden afgewisseld met interactieve zones waar informeel overleg wordt gefaciliteerd. Daarnaast is er per verdieping een zone met concentratiewerkplekken voorzien en werd het aantal kleinere cockpits uitgebreid in functie van digitale hybride vergaderingen.
97
Werkingsmiddelen Naast de personeelsomkadering (in de vorm van uren en punten) die door de overheid gefinancierd wordt, ontvangen scholengroepen werkingsmiddelen om onderwijs te organiseren. Ook de centrale en de pedagogische diensten ontvangen werkingsmiddelen om hún opdracht uit te voeren.
Scholengroepen Bij de opstart van het GO! heeft de overheid middelen vrijgemaakt voor de centrale diensten én zijn er middelen voor de scholen, net als bij de andere onderwijsverstrekkers. De scholengroepen daarentegen ontvangen geen middelen om de scholen bij te staan in hun opdracht. Sinds de dotatie werkingsmiddelen 2009 wordt rekening gehouden met de sociale achtergrond van de leerlingen in het gewoon onderwijs en ligt de lat voor elke onderwijsverstrekker gelijk. De middelen die de overheid toekent worden op basis van criteria die de Raad van het GO! heeft vastgelegd verdeeld onder de scholengroepen. Die verdelen ze op hun beurt, via een beslissing van hun raad van bestuur, verder onder de scholen. In de begroting van het Departement Onderwijs en Vorming werden voor alle onderwijsverstrekkers samen deze bedragen opgenomen: in €1.000
Begrotings-
Begrotings-
aanpassing 2020
aanpassing 2021
Gewoon basisonderwijs
Verschil
564.367
570.703
+6.336
+1,12%
Buitengewoon basisonderwijs
45.123
47.859
+2.736
+6,06%
Gewoon secundair onderwijs
434.141
439.938
+5.797
+1,34%
Buitengewoon secundair onderwijs
30.545
31.802
+1.257
+4,12%
24.751
24.529
-222
-0,90%
1.098.927
1.114.831
+15.904
+1,45%
Internaten Totaal Leerlingenevoluties en indexatie verklaren de evoluties.
Voor het secundair onderwijs en de dotatie internaten wordt er slechts een gedeeltelijke indexering van 60% voorzien in het kader van besparingen door de Vlaamse overheid. In 2021 liep het GO! hierdoor 472.000 euro mis. Bovenop de bovenstaande bedragen voorzag de Vlaamse overheid in 2021 in extra middelen ter compensatie van de impact van COVID-19 voor: -
hygiënemaatregelen voorzien: 13.545.000 euro – aandeel GO!: 2.152.139,22 euro
-
CO2-meters en zelftesten voorzien: 7.341.000 euro – aandeel GO!: 1.192.877,00 euro
De Vlaamse overheid voorzag ook in extra werkingsmiddelen voor de internaten voor bijkomende opvang in weekends en schoolvakanties.
98
In de onderstaande tabel staan de bedragen voor alle netten. in €1.000
COVID-19
Gewoon basisonderwijs
20.886
Buitengewoon basisonderwijs
1.030
Gewoon secundair onderwijs
11.471
Buitengewoon secundair onderwijs
709
Internaten
4.190
Deeltijds kunstonderwijs
3.560
Totaal
41.846
Het GO! ontving iets minder dan 7,5 miljoen euro. Per leerling ontving het GO! (in euro): Dotatie werkingsmiddelen per leerling Basisonderwijs
2020
2021
863,2
869,65
Buitengewoon basisonderwijs
1417,82
1407,78
Secundair onderwijs
1041,65
1035,13
Buitengewoon secundair onderwijs
1322,44
1303,37
Internaten
995,59
1012,58
Deeltijds kunstonderwijs
107,48
104,27
Hierbij wordt enkel rekening gehouden met de reguliere middelen, zonder eenmalige extra middelen. In het leerplicht onderwijs worden de dotaties aangepast aan de index en 40% van de leerlingenevolutie. De gedeeltelijke aanpassing aan de leerlingenevolutie zorgt ervoor dat het bedrag per leerling daalt (of stijgt) als het totaal aantal leerlingen toeneemt (of daalt). Dit zorgt er de facto voor dat het bedrag per leerling daalt voor het buitengewoon basisonderwijs en zowel het regulier als het buitengewoon secundair onderwijs.
Deeltijds kunstonderwijs Het aantal leerlingen in het deeltijds kunstonderwijs van het GO! blijft steeds verder aanzwellen. Door de bijkomende besparingen (vanaf 2015) daalde het bedrag dat het GO! per leerling krijgt van 166 euro in 2009 naar 104,27 euro in 2021. In de feiten passen de scholengroepen dit verschil bij, wat uiteraard ten koste gaat van andere onderwijsniveaus en -vormen. We blijven herhalen dat de Vlaamse overheid hoort te voorzien in de middelen die het GO! nodig heeft voor de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, onder meer: uren, werkingsmiddelen, infrastructuur, leerlingenvervoer en regelgeving. Academies moeten in staat zijn om autonoom en onafhankelijk van bijkomende middelenstromen te functioneren. Die onafhankelijkheid is een voorwaarde om op een eerlijke manier deeltijds kunstonderwijs te kúnnen organiseren en een absolute noodzaak om te kunnen inspelen op de mogelijkheden die de nieuwe opleidingsstructuur biedt. Andere onderwijsverstrekkers kunnen rekenen op derdenmiddelen; in het gefinancierd onderwijs kunnen die extra middelen enkel komen van de Vlaamse overheid zelf.
99
Als niet voldaan wordt aan die onafhankelijkheidsvoorwaarde, is de grondwettelijke opdracht van het GO! zowel politiek als beleidsmatig miskend.
Geconsolideerde jaarrekening GO! Elk jaar moet de Raad van het GO! vóór 30 september zorgen voor een geconsolideerde jaarrekening over het voorgaande boekjaar. Dit jaarverslag wordt op een vroeger tijdstip opgemaakt, op een ogenblik dat de geconsolideerde jaarrekening voor het net over het voorgaande boekjaar nog niet door de Raad van het GO! is goedgekeurd. Daarom worden de cijfers van 2020 besproken. Een geconsolideerde jaarrekening moet een overzicht leveren van de resultaten van heel het GO! en brengt dus de cijfers van alle scholengroepen en al hun entiteiten samen met de cijfers van de centrale diensten van het GO!. De jaarrekeningen van deze verschillende niveaus worden rekenkundig samengevoegd en onderlinge transacties en saldi worden geëlimineerd, om dubbeltellingen te vermijden. Dit kan tot positieve of negatieve consolidatieverschillen leiden. Consolidatie van heel het GO! is de integrale samenvoeging van jaarrekeningen en de eliminatie van onderlinge transacties en saldi van: -
de 26 scholengroepen van het GO!;
-
de centrale diensten van het GO!.
De kerncijfers uit de geconsolideerde jaarrekening 2020 van het GO! zijn: -
balanstotaal: €1.228 miljoen;
-
resultaat van het boekjaar: positief resultaat van €59,8 miljoen;
-
overgedragen resultaat: tekort van €112,3 miljoen;
-
eigen vermogen: €1.137 miljoen = 92,6% van het totale vermogen.
Uit de geconsolideerde balans blijkt dat de centrale diensten van het GO! 66,2% van het balanstotaal van €1.228 miljoen innemen, vermits ze de gebouwen en terreinen van heel het GO! beheren. Balanstotaal (€miljoen)
796
815
Centrale Diensten Scholengroepen
100
363
415
2019
2020
Activa Activa
Codes
Boekjaar
in euro Vaste Activa
Vorig
Verschil
% Verschil
boekjaar
20/28
877.673.342
800.513.820
77.159.522
+9,64%
21
317.448
481.260
-163.812
-34,04%
913.953
-913.953
-100,00%
Immateriële vaste activa Positieve consolidatieverschillen Materiële vaste activa
22/27
877.151.777
798.787.078
78.364.699
+9,81%
Financiële vaste activa
28
204.117
331.529
-127.412
-38,43%
20/28
877.673.342
800.513.820
77.159.522
+9,64%
29
445.402
20.424.526
-19.979.125
-97,82%
3
4.231.699
3.844.925
386.774
+10,06%
Vorderingen op ten hoogste één jaar
40/41
26.693.557
53.824.968
-29.131.411
-54,12%
Geldbeleggingen
50/54
128.283.402
97.995.298
30.288.104
-30,91%
Liquide middelen
55/58
180.149.935
166.742.136
13.407.800
+8,04%
Overlopende rekeningen
490/1
12.740.871
14.312.175
-1.571.304
-10,98%
20/58
1.228.218.207
1.157.657.847
70.560.360
+6,10%
Vlottende Activa Vorderingen op meer dan één jaar Voorraden en bestellingen in uitvoering
Totaal Activa
De waarde van de vaste activa is met 9,6% gestegen, doordat in 2020 meer werd geïnvesteerd dan afgeschreven. De netto-investering in materiële vaste activa is op te splitsen in €53,4 miljoen in gebouwen en terreinen (incl. aanbouw), €11,1 miljoen in installaties, machines en uitrusting, €39.541 in meubilair en rollend materieel en €13,9 miljoen in overige materiële vaste activa. Het gebouwenpatrimonium lijkt hierdoor geleidelijk aan opgewaardeerd te worden. We moeten echter benadrukken dat heel wat gebouwen een boekwaarde van €0 hebben omdat ze ouder zijn dan 33 jaar en dus trager vervangen worden dan de voorziene afschrijvingstermijn. Dit maakt dat de boekhoudkundige toestand toch iets rooskleuriger oogt dan de werkelijkheid is. Om de achterstand in te halen die opgelopen is doordat in de afgelopen jaren niet voldoende geïnvesteerd is, zal het investeringsbedrag een veelvoud moeten zijn van het netto geïnvesteerde bedrag van de €78,4 miljoen in 2020. Het geïnvesteerde bedrag wordt echter mee bepaald door de middelen die het GO! van de overheid krijgt. Het GO! kan zijn patrimonium bijgevolg niet voldoende snel vernieuwen. De staat en de waarde van het patrimonium blijven nog altijd dalen. Vaste activa bestaan voornamelijk uit: -
77,0% gebouwen en terreinen (incl. in aanbouw);
-
10,9% installaties en machines (computers, keukens, e.d.);
-
6,1% overige materiële vaste activa (voornamelijk infrastructuurwerken in de scholengroepen);
-
5,8% meubilair en rollend materieel.
Er werd op netniveau financieel meer geïnvesteerd dan er werd afgeschreven of verkocht, maar heel wat activa hebben ondertussen een boekwaarde van €0 en die zouden ook vernieuwd moeten worden. De scholengroepen investeerden gemiddeld €2,08 miljoen. Dit is bijna dubbel zoveel als de afschrijvingen, die gemiddeld €1,07 miljoen bedragen.
101
De materiële vaste activa zijn de grootste groep aan vast actief op netniveau omdat het GO! een groot patrimonium heeft. De terreinen en gebouwen (incl. activa in aanbouw) palmen 77,0% van alle vaste activa in. De centrale diensten hebben €68,8 miljoen geïnvesteerd in terreinen en gebouwen. Eind 2020 was er voor €213,2 miljoen aankoopwaarde niet opgeleverd. Materiële vaste activa
24,3%
52,8% 6,1%
0,1%
■
Terreinen en gebouwen
■
Installaties, machines en uitrusting
■
Meubilair en rollend materieel
■
Leasing en soortgelijke rechten
■
Overige materiële vaste activa
■
Activa in aanbouw en vooruitbetalingen
5,8% 10,9%
Voor installaties, machines en uitrusting zijn er verschillen tussen de scholengroepen en de centrale diensten. Bij het GO! (op netniveau) is de boekwaarde hiervan in totaal met 13,2% gestegen, maar bij de centrale diensten is die met 4,7% gedaald, terwijl ze bij de scholengroepen met 13,5% gestegen is. Eind 2020 beschikken de centrale diensten voornamelijk over technische installaties (€786.614) en computeruitrusting (€304.262). De technische installaties bestaan voornamelijk uit zware didactische apparaten aangekocht door de centrale diensten van het GO!, maar gebruikt door de scholengroepen (tot 2010). De scholengroepen hebben meer installaties en uitrusting (€46,7 miljoen), computeruitrusting (€19,9 miljoen), technische installaties (15,4 miljoen) en keukeninstallaties (€9,1 miljoen). Het meeste meubilair en rollend materieel zit logischerwijze bij de scholengroepen (99,2%). De scholengroepen beschikken voornamelijk over schoolmeubilair (67,9%), bussen (15,6%) en kantoormeubilair (11,1%). De centrale diensten hebben vooral kantoormeubilair (93,7%). Vanaf 2017 heeft de begeleidingscommissie Financiën2 een nieuwe richtlijn uitgevaardigd om infrastructuurwerken die scholengroepen laten uitvoeren te activeren onder de rubriek ‘Overige materiële vaste activa’. Daardoor stijgt het bedrag van deze rubriek nog altijd met €13,9 miljoen.
2. De begeleidingscommissie Financiën is opgericht met het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende een geïntegreerde economische boekhouding en budgettaire rapportering voor de scholengroepen en het centrale niveau van het gemeenschapsonderwijs van 6 juli 1999. Ze heeft de volgende taken: 1° richtlijnen uitvaardigen om de uniforme toepassing van de bedrijfseconomische boekhouding van de scholengroepen en het centrale niveau te waarborgen; 2° maatregelen van interne controle op de boekhoudkundige verrichtingen uitwerken; 3° toezicht op de toepassing van de maatregelen van interne controle.
102
Vlottende activa Zowel bij de scholengroepen als bij de centrale diensten bestaat het vlottende actief vooral uit geldbeleggingen en liquide middelen. Bij de centrale diensten is het meeste geld belegd (95,6%), bij de scholengroepen staat het overwegend op bankrekeningen (99,97%) gezien de lage intrestvoeten, waarvan €110,6 miljoen op spaarrekeningen staat. Er mag alleen voor risicoloze beleggingen gekozen worden. De voorraden bestaan voornamelijk uit grondstoffen (38,0%), hulpstoffen (35,8%) en in mindere mate uit goederen en materiaal bestemd voor verkoop (12,2%), brandstoffen voor verwarming (8,8%), gereed product (4,5%) en goederen in bewerking (0,7%). De voorraad bij de centrale diensten is promotiemateriaal in de webwinkel. De vorderingen op korte termijn zijn met 54,1% gedaald, voornamelijk door de handelsvorderingen bij de centrale diensten (€-21,6 miljoen voornamelijk door de vereffening van de GIW-toelage en de oplevering van de topsportschool in Hasselt), maar ook bij de scholengroepen (€-7,9 miljoen). Bij de scholengroepen bestaan de kortlopende vorderingen voor 67,3% uit leerlingenfacturen. Passiva Passiva
Codes
Boekjaar
in euro Eigen vermogen
Vorig
10/15
1.136.836.744
1.028.052.006
Kapitaal
10
672.174.300
672.174.300
Reserves
13
22.3620
22.360
Negatieve consolidatieverschillen
Verschil
% Verschil
boekjaar 108.784.738
776.049
+10,58%
776.049
Overgedragen winst/verlies (+)/(-)
14
-112.259.349
-173.240.960
60.981.611
-35,20%
Kapitaalsubsidies
15
576.123.384
529.096.306
47.027.078
+8,89%
Voorzieningen
16
521.269
484.514
36.755
+7,59%
17/49
90.860.194
129.121.328
-38.261.134
-29,63%
17
925.794
1.169.169
-243.375
-20,82%
Schulden op ten hoogste één jaar
42/48
67.259.912
107.229.693
-39.969.781
-37,27%
Overlopende rekeningen
492/3
22.674.489
20.722.466
1.952.022
+9,42%
Totaal Passiva
10/49
1.228.218.207
1.157.657.847
70.560.360
+6,10%
Schulden Schulden op meer dan één jaar
Het eigen vermogen binnen de consolidatie is aanzienlijk gestegen met €108,8 miljoen. Dat komt vooral omdat het overgedragen resultaat toegenomen is met €61,0 miljoen (dat opgesplitst wordt in €17,0 miljoen bij de centrale diensten van het GO! en €44,0 miljoen bij de scholengroepen) en de kapitaalsubsidies met €47,0 miljoen. Artikel 42 § 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende een geïntegreerde boekhouding bepaalt dat de investeringsdotaties en soortgelijke voorinvesteringen in resultaat worden genomen op hetzelfde ritme als dat van de afschrijvingen waarvoor ze werden verkregen. Dit zijn de kapitaalsubsidies. De tegenpost van de investeringsdotatie is de rubriek ‘Dotaties, subsidies, toelagen en soortgelijke’ als onderdeel van het eigen vermogen.
103
Het kapitaal vertegenwoordigt het aanvangspatrimonium van het GO! voor €566,4 miljoen in de boekhouding van de centrale diensten van het GO! en voor €105,8 miljoen bij de scholengroepen. De centrale diensten nemen een overgedragen verlies mee als gevolg van de geboekte afschrijvingen op het aanvangspatrimonium. In 2000 werd nog voornamelijk de waarde van de gebouwen in de balans opgenomen. De verdere afschrijvingen op deze gebouwen werden in de kosten geboekt, waardoor een overgedragen verlies is ontstaan. Dit verlies verminderde in 2020 wel door het positieve resultaat van €17,0 miljoen. De scholengroepen hebben hun overgedragen resultaat met 28,5% verhoogd tot €198,7 miljoen. De sterke daling van de kortlopende schulden wordt voor een groot deel veroorzaakt door een daling van het negatieve saldo met €33,8 miljoen ten opzichte van 2019 tot €-5,2 miljoen op de zichtrekening waarop de middelen van het vereffeningskrediet van de investeringstoelagen worden gestort. Deze rekening wordt beheerd door het Centraal Financieringsorgaan (CFO) en niet door het GO! zelf. Omdat niet is toegestaan dat grootboekrekeningen een creditsaldo vertonen op de actiefzijde van de balans, moet dit op de rekening 43000000 “Kredietinstellingen” staan.
Resultatenrekening Resultatenrekening
Codes
Boekjaar
in euro
Vorig
Verschil
% Verschil
boekjaar
Operationele opbrengsten
70/74
435.121.805
433.215.408
1.906.397
+0,44%
Operationele kosten
60/64
387.128.155
413.427.281
-26.299.126
-6,36%
47.993.650
19.788.127
28.205.523
+142,54%
Operationeel resultaat (+)/(-) Financiële opbrengsten
75
178.567
214.978
-36.412
-16,94%
Financiële kosten
65
250.917
174.240
76.677
-44,01%
-72.351
40.738
-113.089
-277,60%
Financieel resultaat (+)/(-) Uitzonderlijke opbrengsten
76
13.657.235
15.635.150
-1.977.915
-12,65%
Uitzonderlijke kosten
66
1.772.001
850.217
921.783
+108,42%
11.885.234
14.784.933
-2.899.699
-19,61%
59.806.534
34.613.798
25.192.735
+72,78%
Uitzonderlijk resultaat (+)/(-) Geconsolideerde winst/verlies (+)/(-)
Het geconsolideerde resultaat van het boekjaar 2020 is een overschot of winst van €59,8 miljoen tegenover een positief resultaat van €34,6 miljoen in 2019. Dit is een gevolg van een operationeel positief resultaat van €48,0 miljoen, een financieel resultaat van €-72.351 en ten slotte een uitzonderlijk resultaat van €11,9 miljoen. In 2020 bedraagt het operationele werkingsresultaat €48,0 miljoen, wat €28,2 miljoen meer is dan in 2019. De kosten zijn in verhouding met 2019 met €26,3 miljoen afgenomen, terwijl de opbrengsten met €1,9 miljoen zijn toegenomen. 83,2% van de werkingsopbrengsten komen uit dotaties, toelagen en subsidies, 4,1% uit lopende opbrengsten en 12,7% uit andere operationele opbrengsten. De werkingskosten bestaan voornamelijk uit de aankoop van diensten en diverse goederen (44,1%), loonkosten (34,7%) en afschrijvingen (13,0%).
104
Het financieel resultaat is in 2020 voor €72.351 negatief, voornamelijk omdat de intrestvoeten op bankrekeningen en beleggingen enorm laag zijn (-16,9%) terwijl de financiële kosten alsmaar toenemen (+44,0%). Tegelijk kunnen niet alle vrijgekomen middelen belegd worden aangezien het GO! alleen mag beleggen in papieren met een voldoende laag risico en het aanbod hierin beperkt is. Het uitzonderlijke resultaat van €11,9 miljoen is ten slotte voornamelijk het gevolg van de meer- of minderwaarde op de verkoop van vaste activa.
Jaarrekening centrale diensten Voor de centrale diensten bespreken we de jaarrekening 2021. Conform het VCO-decreet bestaat de rapportage uit een ‘bedrijfseconomisch luik’ en een ‘begrotingsluik’. Het gaat over de cijfers van de centrale en de pedagogische diensten. De centrale diensten moeten zowel een bedrijfseconomische als een budgettaire boekhouding voeren, met een belangrijke focus op het budgettaire, aangezien zij als overheidsorgaan wordt beoordeeld op basis van deze uitvoeringen en begrotingen. In wat volgt wordt het bedrijfseconomische resultaat besproken. De Raad heeft de jaarrekening 2021 goedgekeurd op 25 maart 2022.
105
Balans ACTIVA Nr.
235998030
definitief BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA OPRICHTINGSKOSTEN
Toel.
VO 3.1 Vorig boekjaar
Boekjaar
20
-
-
21/28
751.676
670.468
21 22/27 22 23 24 25 26 27 28 280/1 280 281 282/3
727.963 493.109 885 830 233.139 23.713 -
669.984 462.876 1.310 417 205.381 484 -
282
-
-
283 284/8 284 285/8 25
23.713 23.713
484 484
VLOTTENDE ACTIVA
29/58
144.466
144.621
Vorderingen op meer dan één jaar Nr. Handelsvorderingen Nr. Overige vorderingen Voorraden en bestellingen in uitvoering Nr. Voorraden Nr. Grond- en hulpstoffen Nr. Goederen in bewerking Nr. Gereed product Nr. Handelsgoederen Nr. Onroerende goederen bestemd voor verkoop Nr. Vooruitbetalingen Nr. Bestellingen in uitvoering Vorderingen op ten hoogste één jaar Nr. Handelsvorderingen Nr. Overige vorderingen Geldbeleggingen Nr. Eigen aandelen Nr. Overige beleggingen Liquide middelen Overlopende rekeningen
29 290 291 3 30/36 30/31 32 33 34 35 36 37 40/41 40 41 50/53 50 51/53 54/58 490/1
45 45 45 24.876 24.837 39 112.493 112.493 5.636 1.416
30 30 30 9.438 9.408 30 128.232 128.232 5.912 1.009
20/58
896.142
815.089
VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Nr. Terreinen en gebouwen Nr. Installaties, machines en uitrusting Nr. Meubilair en rollend materieel Nr. Leasing en soortgelijke rechten Nr. Overige materiële vaste activa Nr. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen Financiële vaste activa Nr. Verbonden ondernemingen Nr. Installaties, machines en uitrusting Nr. Deelnemingen Nr. Vorderingen Ondernemingen waarmee een deelnemingsNr. verhouding bestaat Nr. Deelnemingen Nr. Vorderingen Nr. Installaties, machines en uitrusting Nr. Deelnemingen Nr. Vorderingen
TOTAAL DER ACTIVA
106
Codes
6.2 6.3
6.4/5
6.6 6.6
6.6
Vaste activa De vaste activa zijn de bezittingen die er voor langere tijd zijn, zoals gebouwen, machines en meubilair. Ten opzichte van vorig boekjaar zijn ze met €81,21 miljoen gestegen. Dit komt voornamelijk omdat de waarde van terreinen en gebouwen van €668 miljoen naar €726 miljoen gestegen is. Er zijn geen immateriële vaste activa aangekocht en er werden geen afschrijvingen geboekt in 2021. De netto boekwaarde is dan ook nul. Het gaat om weinig tastbare bezittingen die ondertussen volledig afgeschreven zijn; binnen het GO! gaat het hoofdzakelijk om licenties en certificaten voor onder andere tekenprogramma’s, beveiligingsprogramma’s, apps en zo meer. Er is voor €63,62 miljoen geïnvesteerd in terreinen en gebouwen, terwijl de afschrijvingskosten €23,23 miljoen bedragen. Wanneer een gebouw ouder is dan 33 jaar, wordt er niet meer op afgeschreven, en dat is het geval voor 90% van de GO! gebouwen. Bij de verkoop van vaste activa zoals gronden en gebouwen, en buitengebruikstellingen na de afbraak van een gebouw, worden zowel de oorspronkelijke aanschaffingswaarde als de geboekte afschrijvingen uit de boekhouding gehaald. Er is in 2021 voor €39,16 miljoen aan historische aanschaffingswaarde en voor €37,99 miljoen aan geboekte afschrijvingen uit de boekhouding gehaald. Het betreft (delen van) negen percelen grond en elf bestaande gebouwen die werden verkocht. Enkele onroerende goederen hadden nog een boekwaarde van in totaal €1,22 miljoen. De gerealiseerde meerwaarden, dit is het verschil tussen de verkoopopbrengsten en de netto boekwaarden, bedragen €20,72 miljoen. De installaties en machines hebben een netto boekwaarde van €885 duizend. Dit is een daling met €426 duizend ten opzichte van 2020 door aankopen ten bedrage van 146 duizend, afschrijvingen voor €420 duizend en buitengebruikstellingen voor een netto bedrag van €153 duizend. De oorzaak van de daling is vooral een overboeking van het computermaterieel van “installaties en machines” naar “meubilair en rollend materieel”. De netto boekwaarde van het meubilair en rollend materieel is door aankopen van €503 duizend en afschrijvingen van €87 duizend gestegen tot €832 duizend. Er werd in 2021 geïnvesteerd in kantooruitrusting in functie van het hybride werken en er werd een nieuwe hybride dienstwagen aangekocht. Financiële vaste activa zijn een deel van het actief van een onderneming. Wat de financiële activa onderscheiden van de geldbeleggingen (zie verder) is het langetermijnkarakter. Onder meer de beleggingen die het GO! aanhoudt en pas na 2022 komen te vervallen, worden onder deze rubriek geregistreerd. Ten opzichte van vorig boekjaar is deze rubriek met 23,23 miljoen euro gestegen. Dit is bijna uitsluitend een rechtstreeks gevolg van de voorwaarde, gekoppeld aan de vrijwillige toetreding tot het centraal kasbeheer van de Vlaamse Gemeenschap, om de langetermijnbeleggingen verplicht te doen in Vlaamse overheidsobligaties.
Vlottende activa De vlottende activa zijn de bezittingen die relatief snel in geld kunnen worden omgezet. Ten opzichte van vorig boekjaar zijn ze met €155 duizend afgenomen. De voornaamste wijzigingen doen zich voor bij de handelsvorderingen en geldbeleggingen.
107
Eind 2021 bedragen de openstaande werkingsvorderingen €24,84 miljoen: een stijging met €15,43 miljoen ten opzichte van 2020. Op 31 december 2021 had het GO! voor €112,49 miljoen belegd in waardepapieren (zowel effecten als termijndeposito’s), een daling van €15,74 miljoen ten opzichte van 2020. Deze daling moet echter samen bekeken worden met de stijging van €23,23 miljoen op haar langetermijntegenhanger, namelijk de rubriek van de financiële vaste activa (28). De liquide middelen, inclusief kassen, vertoonden einde 2021 een saldo van €5,64 miljoen. Het saldo van de overlopende rekeningen bedraagt €1,42 miljoen. Dit saldo slaat op kosten die de jaargrenzen overstijgen en dus deels betrekking hebben op 2022 en later.
PASSIVA Nr.
235998030
EIGEN VERMOGEN
definitief PASSIVA
Kapitaal Nr. Geplaatst kapitaal Nr. Niet-opgevraagd kapitaal Uitgiftepremies Herwaarderingsmeerwaarden Reserves / Bestemde Fondsen (*) Nr. Wettelijke reserve Nr. Onbeschikbare reserves Nr. Belastingvrije reserves Nr. Beschikbare reserves Nr. Bestemde Fondsen(*) Overgedragen positief (negatief) resultaat (±) Kapitaalsubsidies Voorschot aan vennoten op verdeling van het netto-actief
Toel.
6.7
6.7 6.8
VOORZIENINGEN EN UITGESTELDE BELASTINGEN Voorzieningen voor risico's en kosten Nr. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen Nr. Fiscale lasten Nr. Grote herstellings- en onderhoudswerken Nr. Milieuverplichtingen Nr. Overige risico's en kosten (toelichting. VII) Uitgestelde belastingen
108
6.8
6.8
Codes
Boekjaar
VO 3.2 Vorig boekjaar
10/15
863.698
790.203
10 100 101 11 12 13 130 131 132 133 134 14 15 19
566.402 566.402 -270.032 567.328 -
566.402 566.402 -310.982 534.783 -
16
4.253
395
160/5 160 161 162 163 164/5 168
4.253 4.253 -
395 395 -
Nr.
235998030
SCHULDEN
definitief PASSIVA
Toel.
Schulden op meer dan één jaar Nr. Financiële schulden Nr. Achtergestelde leningen Niet-achtergestelde obligatieleningen Leasing en soortgelijke schulden Kredietinstellingen Overige leningen Handelsschulden Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen Overige schulden Schulden op ten hoogste één jaar Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen Financiële schulden Kredietinstellingen Overige leningen Handelsschulden Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten Belastingen Bezoldigingen en sociale lasten Overige schulden Overlopende rekeningen
Codes
VO 3.2 Vorig boekjaar
Boekjaar
17/49
28.191
24.491
1.452 1.452 25.911
99 -
6.9
17 170/4 170 171 172 173 174 175 176 178/9 42/48
99 23.255
6.9
42
-
-
43 430/8 439 44 46
15.648 15.648 8.126 -
5.214 5.214 12.651 -
6.9
45
2.137
2.179
6.9 6.9
450/3 454/9 47/48 492/3
214 1.923 828
396 1.783 3.211 1.137
10/49
896.142
815.089
6.9
6.8
TOTAAL DER PASSIVA
-
(*) Bestemde Fondsen: exclusieve rubriek voor Hoger Onderwijs
Het eigen vermogen is wat overblijft nadat alle bezittingen zijn verkocht aan boekwaarde en de resterende schulden zijn afgelost. Het GO! sluit het boekjaar 2021 af met een positief resultaat van €40,96 miljoen. Het overgedragen nettoverlies bedraagt dan €270,03 miljoen. Het saldo van de schulden op meer dan één jaar bedraagt €1,45 miljoen en bestaat uit voorschotten op EU-subsidies met betrekking tot een aantal Europese projecten die in 2016 en later zijn opgestart, waarvan het uitgavensaldo lager was dan de ontvangen projectsubsidies. Het bedrag van de ontvangen voorschotten werd als op te nemen lening geboekt, om te voldoen aan de budgetneutraliteit voor de verwerking van EU-subsidies. De handelsschulden op ten hoogste één jaar bedragen €8,13 miljoen en zijn met €5,53 miljoen afgenomen ten opzichte van 2020. Ze bestaan uit de leveranciersschulden enerzijds, en de provisie te ontvangen facturen anderzijds. De leveranciersschulden vloeien voort uit de dagelijkse registratie van aankoopfacturen van zowel private als openbare crediteuren. Per einde van het boekjaar 2021 bedraagt deze schuld €4,72 miljoen. Het merendeel ervan is schuld aan private schuldeisers. De berekening van de provisie te ontvangen facturen ontstaat vanuit de openstaande bestellingen waarvoor eind 2021 de prestaties of diensten geleverd zijn maar nog niet gefactureerd. Er werd een provisie van €3,31 miljoen geboekt. De openstaande sociale schulden bedragen op het einde van het boekjaar €2,14 miljoen. Het saldo bij de overlopende rekeningen bedraagt €828 duizend.
109
Resultatenrekening Nr.
235998030
definitief RESULTATENREKENING
Bedrijfsopbrengsten Nr. Omzet Voorraad goederen in bewerking en gereed product en Nr. bestellingen in uitvoering: toename (afname) … (+)/(-) Nr. Geproduceerde vaste activa Nr. Andere bedrijfsopbrengsten Nr. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten Bedrijfskosten (-) Nr. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen Nr. Aankopen Nr. Voorraad: afname +, toename Nr. Diensten en diverse goederen Nr. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen Afschrijvingen en waardeverminderingen op Nr. oprichtingskosten, op immateriële en materiële v aste activa Waardeverminderingen op voorraden, op b estellingen in Nr. uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegen (terug nemingen)…(+)/(-) Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, Nr. bestedingen en terugnemingen) …(+)/(-) Nr. Andere bedrijfskosten Als herstructueringskosten geactiveerde bedrijfskosten …. (-) Niet-recurrente bedrijfskosten Positief (Negatief) Resultaat (+/-) Financiële opbrengsten Nr. Recurrente financiële opbrengsten Nr. Opbrengsten uit financiële vaste activa Nr. Opbrengsten uit vlottende activa Nr. Andere financiële opbrengsten Nr. Niet-recurrente financiële opbrengsten Financiële kosten (-) Nr. Recurrente financiële kosten Nr. Kosten van schulden Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan voorraden, bestellingen in uitvoering en h andelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen)…(+)/(-) Andere financiële kosten Niet-recurrente financiële kosten Positief (Negatief) resultaat van het boekjaar voor b elasting (+/-) Onttrekking aan de uitgestelde belastingen Overboeking naar de uitgestelde belastingen Belasingen op het resultaat (+)/(-) Nr. Belastingen Regularisering van belastingen en terugneming van voorzieNr. ningen voor belastingen Positief (Negatief) resultaat van het boekjaar (+/-) Onttrekking aan de belastingvrije reserves Overboeking naar de belastingvrije reserves Te bestemmen positief (negatief) resultaat van het b oekjaar (+/-)
Toel.
6.12
6.12 6.11
6.12 6.11
Codes 70/76A 70
79.090 -
51.190 1
71
-
-
72 73/74 76A 60/66A 60 600/8 609 61 62
57.208 21.882 65.139 -14 -14 16.782 14.954
37.612 13.577 58.435 -
630
23.726
-
631/4
-161
484
635/8
1.985
-
640/8 649 66A 9901 75/76B 75 750 751 752/9 76B 65/66B 65 650
4.218 3.649 13.951 27.029 27.029 46 26.983 24 24 -
6.898 547 -7.245 24.227 24.227 114 24.113 13 13 -
651
-
-
652/9 66B
24 -
13 -
9903
40.956
16.969
780 680 67/77 670/3
-
-
77
-
-
9904 789 689 9905
40.956 40.956
16.969 16.969
6.12
De centrale diensten realiseerden in 2021 een nettoresultaat van €40,96 miljoen.
110
VO 4 Vorig boekjaar
Boekjaar
-
Bedrijfsresultaat De bedrijfsopbrengsten kenden een stijging van €18,64 miljoen. Naast de indexering van de dotaties en toelagen wordt deze stijging vooral verwezenlijkt door de gerealiseerde meerwaarden op verkopen van gronden en gebouwen in 2021. De bedrijfskosten zijn met €6,70 miljoen toegenomen, voornamelijk door hogere kosten voor externe dienstverlening en huurkosten en door gerealiseerde minderwaarden op verkopen van vaste activa.
Financieel resultaat Het financiële resultaat bedraagt €27,00 miljoen en wordt hoofdzakelijk bepaald door het jaarlijks in resultaat nemen van de investeringsdotatie die de Vlaamse Gemeenschap toekent voor grote infrastructuurwerken. Het bedrag dat in het resultaat wordt opgenomen is afhankelijk van de jaarlijkse kosten die deze investeringen met zich meebrengen.
Resultaat van het boekjaar Het nettoresultaat van het boekjaar 2021 bedraagt €40,96 miljoen. Dit resultaat wordt toegevoegd aan het gecumuleerde overgedragen verlies van €310,99 miljoen per einde vorig boekjaar. Het over te dragen verlies per einde boekjaar 2021 bedraagt bijgevolg €270,03 miljoen.
111
Missie, visie & waarden Missie Het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap streeft naar het bereiken van maximale leerwinst, een totale persoonlijkheidsontwikkeling, actief burgerschap en individueel welbevinden. We evolueren met ons net naar een professionele leergemeenschap die via gepersonaliseerd onderwijs elk kind doet excelleren. We focussen op wat mensen verbindt en leren kinderen, jongeren en volwassenen samenleven over de grenzen van verschillen heen. Zo maken we van de school een betekenisvolle leer- en leefomgeving die bijdraagt tot een rechtvaardiger samenleving: een vrije democratie met actieve burgers waarin elke persoon gelijke kansen heeft om zich maximaal te ontplooien. Om dit te realiseren willen wij: -
voor iedereen een gediversifieerd en voldoende geografisch gespreid onderwijsaanbod van hoge kwaliteit organiseren en waarborgen;
-
op een actieve wijze en met alle belanghebbenden de open school bewerkstellingen, die verbindingen aangaat met de buitenwereld, de buurt, de bedrijfswereld of andere scholen;
-
de gedecentraliseerde organisatie van ons onderwijs democratisch uitbouwen en voortdurend optimaliseren;
-
onderwijsvernieuwend denken stimuleren, voor zover het verantwoord en realistisch is en de basisopdracht bevordert.
Visie De maatschappij verandert aan topsnelheid en vaak op ingrijpende wijze. Dat zet het onderwijs onder grote druk, maar biedt ook veel kansen. Met het strategisch plan GO! 2030 speelt het GO! in op de veranderende noden en uitdagingen. -
Gelijke kansen en kwaliteit voor élke lerende staan centraal in onze visie.
-
Het GO! gaat voor 'gepersonaliseerd samen leren'. Bij deze aanpak zitten de lerenden zelf aan het stuur van hun leerproces. Zo leren ze stap voor stap hun leren zelf meer in handen te nemen.
-
Het leren gebeurt op maat, maar ook samen. Geruggensteund door een team van onderwijsprofessionals met hun eigen unieke expertise, samen met medeleerlingen, medecursisten en met het hele ecosysteem rondom de school.
-
Op die manier evolueren we met ons net naar een professionele leergemeenschap die via gepersonaliseerd onderwijs elk kind doet excelleren.
-
Een school is meer dan een gebouw. School is ook online leren, samen kennis opbouwen en op onderzoek gaan, onze ervaringen meenemen naar de klas en er samen kritisch over nadenken.
-
GO! scholen zijn diverse scholen, klaar om te luisteren naar elkaar en te leren uit de verschillende manieren van kijken naar de wereld die op school samenkomen.
-
Kwaliteitsvol onderwijs, de beste onderwijskansen voor elke lerende en 'samen leren samenleven' blijven de ultieme doelstellingen van het GO! en onze scholen.
Waarden Met ons pedagogisch project willen we kinderen en jongeren de basiswaarden van het GO! aanleren die de bouwstenen vormen voor actief burgerschap. Dat zijn respect, openheid, gelijkwaardigheid, oprechtheid, betrokkenheid en engagement.
112
Ons charter: het pedagogisch project van het GO! (kortweg: PPGO!) Het PPGO! is het basisdocument waarin de grondbeginselen, de waarden en de algemene doelstellingen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zijn opgenomen. Het is een richtingwijzer en referentiekader om lerenden te begeleiden in hun persoonlijke ontplooiing enerzijds en in hun ontwikkeling naar samenleven in diversiteit en harmonie anderzijds. Het PPGO! biedt daarmee niet alleen een basis voor kwaliteitsvol onderwijs en dito opvang, maar het is ook een ruimer maatschappelijk project omdat het door een brede vorming van de gehele persoonlijkheid bijdraagt aan het samenleven.
Basisbeginselen Het GO! voedt op tot actief burgerschap door respect, oprechtheid, gelijkwaardigheid, openheid, engagement en betrokkenheid te bewerkstelligen. Het PPGO! staat voor een dynamisch mens- en maatschappijbeeld. Het PPGO! beoogt gelijke kansen bij de maximale ontplooiing en vorming van persoonlijkheden. Daarbij streven we ernaar dat wie in het GO! gevormd en ontwikkeld is als volgt gekenmerkt kan worden: -
kijkt met een open geest, zonder vooroordelen, en toont belangstelling en respect voor ieders mening en bestaande verschillen;
-
toont zich authentiek en integer in het samenleven met anderen, door eerlijk en respectvol uit te komen voor eigen ideeën en overtuigingen;
-
huldigt de gelijkwaardigheid van mensen en de emancipatie van elk individu niet enkel als principe, maar spant zich ook in om ze te verwezenlijken;
-
is betrokken bij de sociale werkelijkheid, dat wil zeggen: -
eerbiedigt de universele rechten van de mens en zijn fundamentele vrijheden en draagt bij tot hun realisatie;
-
handelt volgens democratische waarden en instellingen;
-
verzet zich tegen maatschappelijke ongelijkheden en zet zich in voor sociale rechtvaardigheid.
-
is mondig en kritisch en kan ideeën helder, genuanceerd en respectvol uiten;
-
is bereid om een leven lang en levensbreed te leren.
Met het PPGO! wil het GO! elk individu gelijke kansen bieden om zich te ontwikkelen. Wij gaan daarbij niet uit van een vaste standaard maar spelen in op verschillen; lerenden krijgen pedagogische, didactische en sociaal-emotionele ondersteuning afgestemd op de eigen talenten, mogelijkheden en behoeften. Het PPGO! streeft de totale ontplooiing van de persoon na via het verwerven van kennis en inzicht en het ontwikkelen van vaardigheden en attitudes. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar het ontwikkelen van een open geest, een kritische, onderzoekende, verantwoordelijke en creatieve houding met betrekking tot mens, natuur en samenleving, én actief burgerschap. Elk mens is uniek, alle mensen zijn gelijkwaardig. In iedere onderwijs- en opvoedingssituatie moeten de individuele mogelijkheden van elke lerende tot hun recht komen. Iedereen heeft recht op gelijke ontwikkelingskansen. Rekening houden met eigen mogelijkheden en interesses wil enerzijds zeggen dat beperkingen en contextgebonden achterstanden worden gemilderd of weggewerkt door aangepaste ondersteuning. Anderzijds worden kinderen, jongeren en volwassenen ook maximaal uitgedaagd en geprikkeld in hun specifieke talenten. Het GO! tracht met andere woorden bij alle lerenden maximale ontwikkeling, leerwinst en welbevinden te bereiken.
113
De aandacht voor gelijke kansen toont hoe in ons opvoedingsproject de vorming van lerenden onlosmakelijk verbonden is met het veranderen van de samenleving. Die complexe samenhang tussen individu en samenleving heeft twee componenten: -
Enerzijds bereidt het GO! lerenden voor op het samenleven. Door in te zetten op voorgenoemde waarden wil het GO! mee bouwen aan de samenleving van de toekomst: een vrije democratie met actieve burgers waarin het samenleven centraal staat. Dit is slechts haalbaar als de vorming van het individu voldoende breed is, met aandacht voor zowel wetenschappelijke en technologische, sociaal-culturele als ethische componenten in een gezond evenwicht. Door die brede vorming leren kinderen, jongeren en volwassenen het doel en de zin van hun handelen inzien; het stelt hen in staat om zich kritisch op te stellen tegenover zichzelf en het maatschappelijke gebeuren en in vrijheid verantwoordelijkheid te dragen.
-
Anderzijds positioneert het GO! zich met zijn pedagogisch project in de samenleving. Het universele recht op onderwijs veronderstelt dat de samenleving in maximale ontplooiings- en participatiekansen voorziet voor elk individu, volgens haar of zijn mogelijkheden. Dit recht is voor het GO! onlosmakelijk verbonden met het nastreven van gelijke kansen en het tegengaan van maatschappelijke uitsluiting. Door te focussen op wat mensen verbindt en kinderen, jongeren en volwassenen te leren samenleven over de grenzen van verschillen heen maken we van de school een betekenisvolle leer- en leefomgeving die bijdraagt tot een rechtvaardiger samenleving.
Samen leren samenleven: neutraliteit als uitgangspunt voor actief burgerschap Het GO! heeft de grondwettelijke opdracht om neutraal onderwijs aan te bieden. Dat betekent dat de filosofische, ideologische en levensbeschouwelijke opvattingen van de lerenden en hun ouders geëerbiedigd worden. Neutraliteit betekent niet dat individuen neutraal of kleurloos zijn maar wel dat we uitgaan van een diversiteit aan levensbeschouwelijke perspectieven. Het GO! engageert zich tot neutraliteit en creëert daartoe een leer- en leefomgeving die uitgaat van de gelijkwaardigheid van levensbeschouwelijke overtuigingen, zonder de ene of andere overtuiging als richtinggevend naar voren te schuiven. De waarden die het GO! ondersteunt, bieden de zekerheid van een kader van neutraliteit dat noodzakelijk is om een dialoog tussen verschillende levensbeschouwingen op voet van gelijkwaardigheid mogelijk te maken: vrijheid, gelijkheid en solidariteit; gelijkwaardigheid van de seksen; scheiding van kerk en staat; vrijheid van gedachte en geweten van allen, waarbij elke persoon vrij is om een bepaalde levensbeschouwelijke overtuiging aan te nemen. Het GO! creëert voor de lerenden de mogelijkheden om hun eigen individuele persoonlijkheid te ontwikkelen, hun eigen keuzes te leren maken en vormt hen als burgers in een democratische samenleving. Neutraliteit is daarbij als volgt ingevuld: -
lerenden de waarden bijbrengen die eigen en gemeenschappelijk zijn aan onze democratische samenleving en rechtsstaat;
-
lerenden beschermen tegen elke vorm van druk die hen zou verhinderen om eigen keuzes te maken;
-
actief optreden tegen vormen van discriminatie of uitsluiting op basis van geslacht, geaardheid, etniciteit, overtuiging en andere kenmerken;
-
geen enkel onderwerp bij voorbaat uitsluiten van behandeling tijdens de lessen of van wetenschappelijke en pedagogische vraagstelling, om zo de openheid voor de diversiteit van visies in de samenleving te waarborgen.
114
Mensen met uiteenlopende overtuigingen zijn welkom in het GO! en hun eigenheid wordt er gerespecteerd voor zover zij de wetgeving in ons land respecteren, zich mee inzetten om kinderrechten en mensenrechten voor elke persoon waar te maken en actief betrokken zijn bij de grondwaarden en doelstellingen van het PPGO!. Het GO! beschouwt het actief omgaan met alle vormen van diversiteit als een belangrijke uitdaging en een toegevoegde waarde bij het realiseren van zijn opdrachten. Actief burgerschap wordt op de eerste plaats gekenmerkt door een actief pluralistische basishouding en de verwachting dat dat bij de andere ook zo is. Het GO! stelt het samen leren samenleven als een kernopdracht voorop, en benadrukt daarmee dat alle mensen in onze samenleving over bestaande verschillen heen met elkaar verbonden zijn door gemeenschappelijke grondrechten en democratische basiswaarden.
Engagementsverklaring Door in te zetten op voorgenoemde waarden en doelstellingen wil het GO! mee bouwen aan de samenleving van de toekomst: een vrije democratie met actieve burgers waarin het samenleven centraal staat en elke persoon gelijke kansen heeft om zich maximaal te ontplooien. De GO! school of instelling is een school van de gemeenschap en voor de gemeenschap. Dat veronderstelt niet alleen een pedagogisch project, maar ook participatie van zo veel mogelijk mensen. Via zijn beleid voorziet het GO! in kansen om democratische deelname aan de totstandkoming en uitvoering van beleidsbeslissingen mogelijk te maken. Het wil lerenden, ouders, personeel en bestuurders van het GO! aanzetten tot nadenken en betrokkenheid bij de maatschappelijke realiteit en de dagelijkse onderwijspraktijk. Het vertaalt het PPGO! In standpunten, actieplannen, school- en andere reglementen en de cultuur binnen zijn instellingen. Het PPGO! is dynamisch in zijn toepassing, afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen, specifieke contexten, nieuwe wetenschappelijke inzichten of veranderende pedagogische behoeften. In de scholen en instellingen van het GO! dragen alle lerenden, ouders, personeel en bestuurders er actief toe bij om de grondbeginselen, waarden en doelstellingen uit het PPGO! en de neutraliteitsverklaring van het GO! effectief te realiseren en na te leven of te doen naleven.
115
www.g-o.be
GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Willebroekkaai 36 - 1000 Brussel Tel.: 02 790 92 00 | www.g-o.be | info@g-o.be