STRUCTUUR VAN HET VLAAMS ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2006 - 2007
Bachelor na bachelor
Minstens 60 studiepunten
Minstens 60 studiepunten
Minstens 60 studiepunten
Master na master
Master Schakelprogramma
Professioneel gerichte bachelor
Academisch gerichte bachelor
ENKEL HOGESCHOLEN (3)
UNIVERSITEITEN EN HOGESCHOLEN (ASSOCIATIE) (4)
Minstens 180 studiepunten
HOGER ONDERWIJS
Doctor (Enkel universiteiten)
theoretische leeftijd
Beroeps (1)
4de graad
18
VII
16
Algemeen
VI V
VII Kunst
VI V
VII Technisch
VI V
VII
VI V
Beroeps
3de graad
16 14
Algemeen
IV III
IV III
Kunst
DEELTIJDS
IV III
Technisch
V IV III
Beroeps
2de graad
14 12
II I
A
Beroepsvoorbereidend
B
II I
1ste graad leerjaren
BUITENGEWOON ONDERWIJS
SECUNDAIR ONDERWIJS (2)
leerjaren
BASISONDERWIJS
12
VI V IV III II I
6 LAGER ONDERWIJS 6 2,5 2,5
KLEUTERONDERWIJS (1) Iedereen die het tweede leerjaar van de 3de graad met vrucht heeft beëindigd of geslaagd is in een toelatingsexamen, heeft toegang tot de 4de graad beroepsonderwijs. (2) Het modulair onderwijs wordt niet in graden en leerjaren ingedeeld en is bijgevolg niet in het schema opgenomen. (3) De vroegere ééncyclusopleidingen aan de hogescholen zijn met ingang van het academiejaar 2004-2005 omgevormd naar professioneel gerichte bachelorsopleidingen. (4) De tweecycliopleidingen van de hogescholen en de academische opleidingen van de universiteiten zijn met ingang van het academiejaar 2004-2005 omgevormd naar academisch gerichte bachelorsopleidingen en masteropleidingen. Deze opleidingen gaan over van een minstens 2-jarige kandidatuur en een minstens 2-jarige licentie naar een 3-jarige academisch gerichte bachelor en een minstens 1-jarige mastersopleiding. Kandidaatsdiploma's zijn niet gelijkgeschakeld met bachelorsdiploma's.
LEERLINGEN
De leerlingenaantallen in deze plooifolder hebben betrekking op het aantal ingeschreven leerlingen en studenten op 1 februari 2007. In het hogescholenonderwijs en het universitair onderwijs worden de regelmatige (eerste) inschrijvingen in de professioneel en academisch gerichte bachelorsopleidingen, in de mastersopleidingen, en in de basisopleidingen en initiële lerarenopleidingen in afbouw geregistreerd. In het onderwijs voor sociale promotie, het deeltijds kunstonderwijs en het B.I.S. (Begeleid Individueel Studeren) wordt het aantal inschrijvingen geteld. Dit aantal ligt hoger dan het aantal fysieke personen, omdat een leerling voor meerdere cursussen ingeschreven kan zijn. In het onderwijs voor sociale promotie wordt het aantal inschrijvingen in opleidingen gestart binnen de referteperiode (van 1 februari 2006 tot en met 31 januari 2007) geteld. Leerlingen die omwille van een langdurige ziekte les volgen in het buitengewoon onderwijs (de zogenaamde type-5-leerlingen) worden, om dubbeltellingen te vermijden, niet in het cijfermateriaal van het buitengewoon onderwijs opgenomen. Voor het buitengewoon kleuteronderwijs betreft het 109 leerlingen, voor het buitengewoon lager onderwijs 185 leerlingen en voor het buitengewoon secundair onderwijs 235 leerlingen. De leerlingen en studenten die ingeschreven zijn in Franstalige scholen of in Franstalige afdelingen van Nederlandstalige scholen onder de bevoegdheid van de Vlaamse overheid, worden evenmin in dit cijfermateriaal opgenomen. In het hoger onderwijs daarentegen zijn de opleidingen in een andere taal wel inbegrepen in de cijfers. Het Vlaamse hoger onderwijs omvat vanaf het academiejaar 20042005 opleidingen die leiden tot de graad van bachelor en master. Bachelorsopleidingen zijn in Vlaanderen ofwel professioneel gericht ofwel academisch gericht. Voor academisch gerichte bachelorsopleidingen vormt het doorstromen naar een mastersopleiding de hoofddoelstelling. Mastersopleidingen kunnen ook toegankelijk zijn voor professioneel gerichte bachelors na het succesvol afronden van een schakelprogramma. Bachelorsopleidingen hebben een studieomvang van minstens 180 studiepunten. Mastersopleidingen hebben een studieomvang van minstens 60 studiepunten. Vanaf het academiejaar 2005-2006 werd het klassieke jaarsysteem vervangen door een meer flexibel systeem met studiepunten.
SCHOLEN
Een school is een instelling waar onderwijs wordt verstrekt en die onder het bestuur staat van één directeur. In het onderwijs voor sociale promotie is de term “school” vanaf 1 september 1999 vervangen door “centrum voor volwassenenonderwijs”. Instellingen die onderwijs verstrekken aan leerlingen van het type 5, worden niet in het cijfermateriaal opgenomen. Voor het buitengewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs betreft het 6 scholen en voor het buitengewoon secundair onderwijs 4 scholen.
PERSONEEL
In de personeelsstatistieken wordt enkel het personeel geregistreerd dat ofwel rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming wordt betaald ofwel waarvan de lonen ten laste zijn van de werkingsenveloppe van het hoger onderwijs. Het personeel dat geniet van het stelsel ‘terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen’ (TBS55+) is dus opgenomen in deze statistieken. Het meester-, vak- en dienstpersoneel van het gesubsidieerd onderwijs komt niet aan bod in de statistieken. De gesubsidieerde contractuelen worden ook buiten beschouwing gelaten, omdat deze personeelsleden niet volledig door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming worden betaald. De contractuelen van onbepaalde duur werden wel geregistreerd. De personeelsgegevens hebben betrekking op de maand januari 2007, zoals gekend in juni 2007. De personeelsgegevens voor het
universitair onderwijs zijn afkomstig van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (Vl.I.R.), en hebben betrekking op 1 februari 2006. De gegevens voor het academiejaar 2006-2007 waren bij het drukken van deze plooifolder nog niet beschikbaar. Binnen het onderwijspersoneel wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds het bestuurs- en onderwijzend personeel en anderzijds de andere personeelscategorieën. Het bestuurspersoneel bestaat uit directeurs en adjunct-directeurs. Het onderwijzend personeel vervult een lesopdracht. De andere personeelscategorieën bestaan uit het administratief personeel, het werkliedenpersoneel van het gemeenschapsonderwijs, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het CLB-personeel, het inspectiepersoneel, het personeel pedagogische begeleiding, het personeel van de internaten en de kinderverzorgsters van het kleuteronderwijs. In het basisonderwijs komen voor het bestuurs- en onderwijzend personeel vanaf het schooljaar 2003-2004 ook de leraars LO (kleuteronderwijs) en de zorgcoördinatoren in aanmerking. Het aantal personeelsleden wordt uitgedrukt in fysieke personen. Vanaf de editie 2003-2004 wordt er rekening gehouden met korte vervangingen (van minder dan een jaar). De fysieke personen worden geregistreerd in het onderwijsniveau en onderwijsnet waar zij de grootste lesopdracht hebben. Het aantal personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden is de som van alle deelopdrachten van alle personeelsleden (m.a.w. met inbegrip van de vervangingen van minder dan een jaar). Bij het hogescholenonderwijs zijn de lesopdrachten van de gastprofessoren en de mandaatvergoedingen niet in de voltijdse eenheden opgenomen. Voor het universitair onderwijs zijn de gastprofessoren en vervroegd gepensioneerden in het cijfermateriaal opgenomen voor wat betreft het aantal personeelsleden, maar niet voor de budgettaire fulltime-equivalenten.
BUDGET
Het budget wordt uitgedrukt in termen van beschikbare beleidskredieten die jaarlijks worden geraamd en ingeschreven in de (aangepaste) uitgavenbegroting van de Vlaamse overheid. De beleidskredieten omvatten de niet-gesplitste kredieten, de gesplitste vastleggingskredieten, de variabele kredieten, de machtigingen en de bijkredieten vorige jaren, verminderd met de vereffeningskredieten en de uitgaven voor de schuldenlast. De term beschikbare kredieten betekent dat deze kredieten naast de hierboven vermelde kredieten ook het aandeel in de globale provisies (vnl. index en CAO) en kredietherschikkingen omvatten. De gegevens voor 2007 hebben betrekking op de kredieten na de eerste budgetcontrole. Bepaalde niveauoverschrijdende uitgaven, waarvan de verdeling over de niveaus gekend is, worden toegewezen aan de respectieve niveaus (o.a. onderwijsvoorrangsbeleid en investeringen). Zonder deze aanpassing is het beeld van de reële uitgaven per niveau vertekend. Voor 2007 zijn de werkelijke gegevens nog niet beschikbaar en werd dezelfde verdeling als 2006 verondersteld. Er wordt in dit cijfermateriaal dus geen rekening gehouden met de inspanningen van andere (lokale) overheden, noch met de inspanningen van ouders, scholen en privé-bedrijven. De kostprijs per leerling/student wordt berekend op basis van het aantal financierbare leerlingen/studenten. Een financierbare leerling/ student is een regelmatig ingeschreven leerling/student die op basis van bepaalde criteria zoals onderwijsniveau, studierichting, herkomst, ... een wegingscoëfficiënt krijgt. Deze financierbare eenheden bepalen de grootte van de werkingsmiddelen en het personeelsbestand van elke onderwijsinstelling. De bedragen worden steeds in duizend euro (duizend EUR) uitgedrukt, tenzij anders vermeld.
B U D G ET Totaal onderwijsbudget (beleidskredieten 2007): 8.788.577 duizend euro Aandeel van het onderwijsbudget in de Vlaamse begroting: 40,03% De Vlaamse overheid onderging in 2006 een herstructurering onder de naam ‘Beter Bestuurlijk Beleid’ (BBB).
onderwijsbudget per onderwijsniveau
2006 - 2007
Het hele landschap werd herschikt in 13 homogene beleidsdomeinen met telkens dezelfde interne structuur.
Het vlaa m s o n d e rw i j s
(in duizend EUR)
4.000.000
• de vijf autonome organisaties die samen de Vlaamse onderwijsadministratie vormen:
3.500.000
o het Departement Onderwijs en Vorming dat het Vlaamse onderwijsbeleid uitstippelt, en vier agentschappen die dat beleid uitvoeren:
2.811.735
o het Agentschap voor Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs (AHOVOS) o het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn)
2.500.000
o het Agentschap voor Onderwijscommunicatie (AOC) o het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)
2.000.000
(basisonderwijs, secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs, centra voor leerlingenbegeleiding, inspectie en begeleiding)
1.500.000
Het departement en elk agentschap functioneren autonoom en worden elk geleid door een
1.000.000
668.768
leidend ambtenaar.
803.709 463.403
500.000
467.825
• de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, die in de Beleidsraad samen met de leidend ambtenaren van de vijf entiteiten het beleidsdomein aanstuurt en opvolgt. De Beleidsraad is het forum waarop het politieke en het administratieve niveau overleg
0
basisonderwijs
secundair onderwijs
hogescholenonderwijs
universitair onderwijs
levenslang leren
niet-onderwijsniveau-gebonden
procentuele verdeling van het onderwijsbudget niet-onderwijsniveau-gebonden 5,3% levenslang leren 5,3% universitair onderwijs 9,1%
plegen en dat de regering ondersteunt bij de aansturing van het beleidsdomein. • de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR), die functioneert als strategische adviesraad voor het beleidsdomein. De onderwijsinspectie blijft in opdracht van de Vlaamse overheid toezien op de kwaliteit van het onderwijs. Minister
basisonderwijs 32,0%
Beleidsdomein Onderwijs en Vorming
Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) Beleidsraad
hogescholenonderwijs 7,6%
Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn)
secundair onderwijs 40,7%
Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)
Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs ( AHOVOS)
Agentschap voor Onderwijscommunicatie (AOC)
Departement Onderwijs en Vorming
Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal
3.000.000
in beeld
Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming is de overkoepelende naam voor:
3.573.137
S C H OOL B EVOL K IN G
INSTELLIN G EN
P ERSONEEL
schoolbevolking in het voltijds onderwijs: 1.270.072
instellingen in het voltijds onderwijs: 3.573
aantal personeelsleden (1): 185.706
schoolbevolking per onderwijsniveau:
instellingen per onderwijsniveau: autonome kleuterscholen 168 autonome lagere scholen 280 scholen met kleuter- ĂŠn lager onderwijs 2.057 basisonderwijs (1) 2.505 secundair onderwijs (2)
personeelsleden per onderwijsniveau: basisonderwijs 68.682 secundair onderwijs 77.246 hogescholenonderwijs 11.647 universitair onderwijs (1) 11.044
kleuteronderwijs lager onderwijs basisonderwijs
235.251 413.951 649.202
secundair onderwijs (1)
457.527
hogescholenonderwijs universitair onderwijs hoger onderwijs (2)
102.477 60.866 163.343
500.000
2.500
kleuteronderwijs lager onderwijs
457.527 413.951
kleuteronderwijs lager onderwijs
hogescholenonderwijs universitair onderwijs
hogescholenonderwijs universitair onderwijs
235.251
basisonderwijs
secundair onderwijs
OGO 16,5%
0
hoger onderwijs
buitengewoon basis- en secundair onderwijs
GO 15,0%
OGO 14,7%
VGO 68,5%
12.193 8.236 3.507 3.192
5.000
verdeling over de netten in het basis- en secundair onderwijs gewoon basis- en secundair onderwijs
basisonderwijs
secundair onderwijs
OGO 18,1%
VGO 62,8%
0
20-29
hoger onderwijs
verdeling over de netten in het basis- en secundair onderwijs gewoon basis- en secundair onderwijs
GO 22,5%
7
onderwijs voor sociale promotie
OGO 16,3%
hoger basiseducatie (3) B.I.S. (Begeleid Individueel Studeren) (4)
lineair modulair lineair modulair
VGO 64,0%
deeltijds kunstonderwijs: 165.157
(1) Niet inbegrepen: aantal leerlingen in het deeltijds secundair onderwijs: 6.577. (2) Bachelors, masters, masters die volgen op een professionele bachelor, kandidaturen en licenties.
(3) Werkjaar 2005-2006. (4) Werkjaar 2006.
30.700 271.413 4.049 22.830 31.838 21.118
volwassenenonderwijs
onderwijs voor sociale promotie
secundair hoger
leeftijd
15.595 42.686 58.281 18.128 50.747 68.875
hogescholenonderwijs
107 61 29
deeltijds kunstonderwijs: 167
(1) De som van het aantal kleuterscholen en het aantal lagere scholen is groter dan het aantal basisscholen aangezien er 2.057 basisscholen zowel kleuter- als lager onderwijs organiseren. (2) Aantal instellingen in het deeltijds secundair onderwijs: 48.
60+
secundair onderwijs
VGO 66,0%
basiseducatie
50-59
basisonderwijs
GO 17,7%
LEVENSLANG LEREN secundair
40-49
buitengewoon basis- en secundair onderwijs
GO 17,9%
LEVENSLANG LEREN
30-39
personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden
3.481 5.873 9.354
universitair onderwijs (1) volwassenenonderwijs
55+
15.603
15.000
22
13.287 16.827
19.822
500
60.866
29.632
20.000
10.000
102.477
7.094 5.246 4.747
25.221
25.000
1.039
1.000
100.000
32.393
30.000
1.500
200.000
onderwijs voor sociale promotie deeltijds kunstonderwijs andere (2)
35.907
mannen vrouwen
35.000
2.000
300.000
0
22 7 29
40.000
2.337
2.225
400.000
1.039
hogescholenonderwijs universitair onderwijs hoger onderwijs
GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs
8.155
onderwijs voor sociale promotie
2.180 3.021 5.201
deeltijds kunstonderwijs
1.030 2.887 3.917
andere (2)
1.176 2.692 3.868 0
10
tijdelijken vastbenoemden totaal 20
30
40
50
60
70
(1) Gegevens universitair onderwijs: academiejaar 2005-2006. Deze worden niet opgenomen in de bovenste grafiek. (2) Personeel CLB, onderwijsinspectie, pedagogische begeleiding, internaten ...
80
BUDGET Budget basisonderwijs (beleidskredieten 2007): 2.811.735 duizend euro. Aandeel basisonderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 31,99%. Budget gewoon basisonderwijs: 2.450.330 duizend euro waarvan 13,09% naar werking, 3,96% naar investeringen en 82,94% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat. Budget buitengewoon basisonderwijs: 361.405 duizend euro waarvan 7,76% naar werking, 2,08% naar investeringen en 89,94% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat.
Met de invoering van BBB verdween de administratie Basisonderwijs. Vier entiteiten – twee beleidsvoorbe-reidende en twee beleidsuitvoerende – zijn nu samen verantwoordelijk voor het gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs.
verdeling over de netten
Agentschap voor Onderwijsdiensten - Scholen Basisonderwijs en Centra voor Leerlingenbegeleiding
gewoon basisonderwijs
OGO 13,6%
VGO 61,9%
GO 30%
VGO 56,2%
gewoon basisonderwijs
buitengewoon basisonderwijs
15.000 11.971,82
12.000 9.566,03
10.265,00
10.613,07
12.545,30
11.217,75
Ouders, leerlingen en scholen kunnen hier terecht voor: • het verkrijgen van een gelijkwaardigheid van een buitenlands studiebewijs • het verkrijgen van een verslag van een schooldoorlichting • het volgen van huisonderwijs • de opvolging van de leerplicht • het verkrijgen van hulpmiddelen die een kind met een handicap nodig heeft om het onderwijsleerproces in een gewone school te kunnen volgen • vragen over de rechten en plichten van leerlingen U kan de afdeling contacteren via scholen.basisonderwijs.agodi@vlaanderen.be en clb.agodi@vlaanderen.be. Deze entiteit volgt het arbeidsvoorwaardenbeleid op in de onderwijssector (met uitzondering van het hoger onderwijs). In nauw overleg met Vlaamse, federale en internationale organisaties en belangengroepen werkt ze het meest aangepaste arbeidsvoorwaardenbeleid uit en houdt daarbij rekening met de steeds evoluerende arbeidsmarkt, met de actuele evoluties in het werkveld en met de inzichten van het beleidsniveau. Evoluties in andere segmenten van de arbeidsmarkten worden opgevolgd en desgevallend geïntegreerd in beleidsvoorstellen. U kan de afdeling contacteren via personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be.
6.000
Agentschap voor Onderwijsdiensten - Personeel Basisonderwijs en Centra voor Leerlingenbegeleiding
3.424,42
3.627,98
3.704,67
3.911,43
4.087,11
3.000
0
Scholen kunnen hier terecht voor: • de erkenning, financiering of subsidiëring van instellingen • het wijzigen van de schoolstructuur en het onderwijsaanbod • de verificatie van leerlingenaantallen en regelmatigheid van de leerlingen • de berekening en controle op de aanwending van de omkadering • de berekening en controle op het gebruik van de verschillende soorten toelagen • samenstelling en omkadering van scholengemeenschappen • afwijkingen op de organisatie van het schooljaar • de ondersteuning van Lokale Overlegplatforms • de ondersteuning van de schooladministraties
Departement Onderwijs en Vorming - Arbeidsvoorwaardenbeleid
9.000
3.215,85
2002
in beeld
CLB’s kunnen hier terecht voor: • de erkenning, financiering of subsidiëring van centra voor leerlingenbegeleiding • de berekening en controle op de aanwending van de omkadering • de berekening en controle op het gebruik van de verschillende soorten toelagen
evolutie van de kostprijs per leerling (in EUR)
BASIS o n d e rwij s
2003
2004
2005
2006
2007
Deze afdeling zorgt voor een correcte en tijdige uitbetaling van de salarissen voor de personeelsleden van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de inspectie en pedagogische begeleiding. Zij beheert de bijbehorende financiële en administratieve personeelsdossiers. Dit omvat: • het bijhouden, opvolgen en verwerken van de verschillende verlofstelsels zoals ziekteverlof, loopbaanonderbreking, verschillende stelsels van verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties, verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen in het onderwijs, … • het bijhouden, controleren en verwerken van de verschillende terbeschikkingstellingen in het onderwijs (wegens ziekte, wegens ontstentenis van betrekking, wegens persoonlijke aangelegenheden, voorafgaand aan het rustpensioen, ...) Zij verstrekt inlichtingen en levert een aantal gegevens aan voor interne en externe klanten. U kan de afdeling contacteren via personeel.basisonderwijs.agodi@vlaanderen.be en clb.agodi@vlaanderen.be
Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal
GO 15,2%
2006 - 2007
Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en de ontwikkeling van de regelgeving voor de organisatie en de financiering van de onderwijsinstellingen uit het gewoon en buitengewoon basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs (meer bepaald betreft het materies als omkadering, schoolstructuren, toelagen en gelijke-onderwijskansenbeleid, spijbelbeleid, rechten en plichten van ouders en leerlingen, …). U kan de afdeling contacteren via basisonderwijsbeleid@vlaanderen.be en deeltijdskunstonderwijsbeleid@vlaanderen.be. Deze afdeling staat in voor de dienstverlening aan basisscholen en aan centra voor leerlingenbegeleiding.
buitengewoon basisonderwijs
netoverschrijdend 0,2% OGO 22,9%
Departement Onderwijs en Vorming - Instellingen en Leerlingen Basisonderwijs en Deeltijds kunstonderwijs
L EER L I N G EN aantal leerlingen: kleuteronderwijs gewoon buitengewoon
S C H O L EN
lager onderwijs 233.344 1.907
totaal kleuteronderwijs 235.251
aantal scholen:
basisonderwijs (1)
kleuteronderwijs
lager onderwijs
387.157 26.794
gewoon
gewoon
gewoon
413.951
totaal
gewoon buitengewoon totaal lager onderwijs
P ER S ONEE L
2.315
buitengewoon
190
2.133
buitengewoon
2.505
92
totaal
buitengewoon
2.225
aantal personeelsleden:
2.147
totaal
190 2.337
totaal basisonderwijs: 649.202
7.247
kleuteronderwijs gewoon buitengewoon
100.000
verdeling over de provincies (2) 800
lager onderwijs gewoon buitengewoon
700
6.026 3.874
80.000
5.295
60.000
0
4.352
435
285
302 72.669
64.280
47.869
Antwerpen
69.664 39.463
Vlaams-Brabant en B.H.G. West-Vlaanderen
87.377 52.329
50.019 29.383
Oost-Vlaanderen
Limburg
30
45
10.913
57.769
68.682
11 30
23
0
11.229
562
460
540
417
GO 15,6%
501
404
OGO 22,2% GO 14,3%
469
310
475
285
Oost-Vlaanderen
Limburg
1.848
GO 16,8%
2.027
1.407
585 0
20-29
30-39
40-49
50-59
60+
leeftijd
personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden OGO 21,2%
VGO 62,7%
3.268
3.185
279
kleuteronderwijs
VGO 62,0%
vastbenoemd personeel in het gewoon basisonderwijs
OGO 23,0% GO 14,0%
vastbenoemd personeel in het buitengewoon basisonderwijs
OGO 13,6%
VGO 63,0%
GO 28,7%
VGO 57,7%
lager onderwijs
OGO 21,8%
verdeling over de netten
(1) Niet opgenomen in de grafiek: provincie Henegouwen.
419
Vlaams-Brabant en B.H.G. West-Vlaanderen
buitengewoon kleuter 0,3%
VGO 63,1%
433
428
Antwerpen
OGO 21,7%
lager onderwijs
55+
14 28 5.000
610
2.290
10.000
28
verdeling over de netten
gewoon kleuter 35,9%
kleuteronderwijs
12.843
200 100
6.928
16.919 15.371
15.000
21 43
45
basisonderwijs
gewoon lager 59,6%
mannen vrouwen
lager onderwijs gewoon buitengewoon 43
400
buitengewoon lager 4,1%
GO 14,1%
59.121 9.561
20.000
kleuteronderwijs gewoon buitengewoon
44
verhouding kleuter/lager/gewoon/buitengewoon
OGO 22,7%
totaal
49.820 7.949
personeelsleden naar geslacht en leeftijd
300
400 107.416
23
500
485
40.000
basisonderwijs (1) gewoon buitengewoon
44
600
20.000
totaal
vrouwen
9.301 1.612
totaal basisonderwijs: 68.682
verdeling over de provincies (1) 120.000
mannen
gewoon basisonderwijs buitengewoon basisonderwijs
GO 16,6%
tijdelijk personeel in het gewoon basisonderwijs
OGO 23,2%
VGO 61,6% GO 21,3%
VGO 63,5%
(1) De som van het aantal kleuterscholen en het aantal lagere scholen is groter dan het aantal basisscholen aangezien er 2.057 scholen zowel kleuter- als lager onderwijs organiseren. (2) Niet opgenomen in de grafiek: provincie Henegouwen.
B.H.G.: Brussels Hoofdstedelijk Gewest VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs GO: Gemeenschapsonderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs
tijdelijk personeel in het buitengewoon basisonderwijs
OGO 12,4%
VGO 55,5%
bestuurs- en onderwijzend personeel overig personeel
GO 37,9%
gewoon basisonderwijs 46.019 gewoon basisonderwijs 3.972
VGO 49,7%
buitengewoon basisonderwijs 5.684 buitengewoon basisonderwijs 2.606
BUDGET
verdeling over de netten gewoon secundair onderwijs
buitengewoon secundair onderwijs
netoverschrijdend 0,8%
netoverschrijdend 0,2%
GO 19,8%
OGO 9,1%
GO 23,6%
VGO 70,3%
OGO 13,4%
VGO 62,8%
evolutie van de kostprijs per leerling (in EUR)
gewoon secundair onderwijs
buitengewoon secundair onderwijs
20.000
15.186,67
15.000
14.764,72
14.695,43
15.177,90
15.900,90
13.692,70
10.000 6.641,83
6.878,73
7.009,84
7.037,71
7.207,85
7.373,10
5.000
0
2002
2003
2004
2005
2006
2007
Met de invoering van BBB werd de administratie Secundair Onderwijs opgeheven. Vier entiteiten – twee beleidsvoorbereidende en twee beleidsuitvoerende – zijn nu samen verantwoordelijk voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds secundair onderwijs.
2006 - 2007
Departement Onderwijs en Vorming - Instellingen en Leerlingen Secundair Onderwijs en Volwassenenonderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en de ontwikkeling van de regelgeving voor de organisatie en de financiering van de onderwijsinstellingen uit het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs (meer bepaald betreft het materies als omkadering, schoolstructuren, toelagen, gelijke-onderwijskansenbeleid, leerlingenrechten, Regionale Technologische Centra, …). U kan de afdeling contacteren via secundaironderwijsbeleid@vlaanderen.be en volwassenenonderwijsbeleid@vlaanderen.be. Agentschap voor Onderwijsdiensten – Scholen Secundair Onderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze afdeling staat in voor de dienstverlening aan secundaire scholen en leerlingen en aan het DKO. Dit omvat o.a. : • toekenning van de verschillende soorten urenpakketten en punten; • toekenning van de verschillende soorten toelagen; • verificatie van de leerlingengegevens; • gelijkwaardigheid verlenen aan buitenlandse diploma’s; • opvolgen van de spijbelproblematiek. U kan de afdeling contacteren via scholen.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be en deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be. Departement Onderwijs en Vorming - Arbeidsvoorwaardenbeleid Deze entiteit volgt het arbeidsvoorwaardenbeleid op in de onderwijssector (met uitzondering van het hoger onderwijs). In nauw overleg met Vlaamse, federale en internationale organisaties en belangengroepen werkt ze het meest aangepaste arbeidsvoorwaardenbeleid uit en houdt daarbij rekening met de steeds evoluerende arbeidsmarkt, met de actuele evoluties in het werkveld en met de inzichten van het beleidsniveau. Evoluties in andere segmenten van de arbeidsmarkten worden opgevolgd en desgevallend geïntegreerd in beleidsvoorstellen. U kan de afdeling contacteren via personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be. Agentschap voor Onderwijsdiensten - Personeel Secundair Onderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze afdeling zorgt voor een correcte en tijdige uitbetaling van de salarissen voor de personeelsleden van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Zij beheert de bijbehorende financiële en administratieve personeelsdossiers. Dit omvat: • het bijhouden, opvolgen en verwerken van de verschillende verlofstelsels zoals ziekteverlof, loopbaanonderbreking, verschillende stelsels van verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties, verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen in het onderwijs, … • het bijhouden, controleren en verwerken van de verschillende terbeschikkingstellingen in het onderwijs (wegens ziekte, wegens ontstentenis van betrekking, wegens persoonlijke aangelegenheden, voorafgaand aan het rustpensioen, ...) Zij verstrekt inlichtingen en levert een aantal gegevens aan voor interne en externe klanten. U kan de afdeling contacteren via personeel.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be en deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be.
SECUNDA I R onderw ij s in beeld
Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal
Budget secundair onderwijs (beleidskredieten 2007): 3.573.137 duizend euro. Aandeel secundair onderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 40,66%. Budget gewoon secundair onderwijs: 3.285.601 duizend euro waarvan 11,49% naar werking, 2,64% naar investeringen en 85,20% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat. Budget buitengewoon secundair onderwijs: 287.536 duizend euro waarvan 7,33% naar werking en 1,90% naar investeringen en 90,52% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat.
LEERLINGEN
SCHOLEN
aantal leerlingen:
aantal scholen:
voltijds secundair onderwijs gewoon 439.338
deeltijds secundair onderwijs deeltijds beroepssecundair onderwijs
6.573
gewoon secundair onderwijs 4
buitengewoon secundair onderwijszeevisserijonderwijs 18.189 deeltijds secundair
deeltijds secundair onderwijs buitengewoon totaal voltijds
457.527
totaal deeltijds
6.577
aantal personeelsleden:
voltijds secundair onderwijs gewoon buitengewoon totaal voltijds
300
90.000
652
3.912
3.920
121.915
84.843
Vlaams-Brabant en B.H.G. West-Vlaanderen
96.971
63.313
Oost-Vlaanderen
Limburg
100
deeltijds secundair onderwijs
160
GO 22,2%
VGO 75,7%
OGO 13,2%
GO 24,3%
BSO 35,7% KSO 2,1%
VGO
ASO 39,0% TSO 23,1%
KSO 1,3%
BSO 23,0% TSO 32,6%
77.246
13.404
mannen vrouwen
181
193
6.646
12.486 11.016
7.172
10.812
8.974 7.354
9 5.977
6.000
55+
4.444
136
Antwerpen
Vlaams-Brabant en B.H.G. West-Vlaanderen
Oost-Vlaanderen
Limburg
OGO 8,1%
VGO 67,6%
GO 17,3%
0
20-29
30-39
40-49
50-59
60+
leeftijd
personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden
buitengewoon secundair onderwijs
OGO 15,5%
VGO 67,2%
vastbenoemd personeel in het gewoon secundair OGO GO onderwijs 9,4%
17,7%
tijdelijk personeel in het gewoon secundair onderwijs GO
verdeling over de onderwijsvormen in de 2de, 3de en 4de graad en het modulair onderwijs voor het gewoon voltijds secundair onderwijs GO
47.168
1.491 1.288
gewoon secundair onderwijs
VGO 64,6%
30.078
15.000
9.000
verdeling over de netten
buitengewoon secundair onderwijs
70.221 7.025
3.000
verdeling over de netten gewoon secundair onderwijs
25
20
50 0
totaal
42.765 4.403
11
17 259
vrouwen
27.456 2.622
personeelsleden naar geslacht en leeftijd
19
150
820 3.246
72.296
6
mannen
totaal secundair onderwijs: 77.246
12.000
200
2.200
60.000
OGO 7,8%
48
totaal
12
10
1.396 1.159
GO 16,5%
totaal deeltijds
250
4.911
Antwerpen
1
29
2.550
0
deeltijds secundair zeevisserijonderwijs
buitengewoon secundair onderwijs
gewoon secundair onderwijs
deeltijds secundair onderwijs
150.000
30.000
47
110
gewoon secundair onderwijs buitengewoon secundair onderwijs
verdeling over de provincies
buitengewoon secundair onderwijs
gewoon secundair onderwijs
929
deeltijds secundair onderwijs (1) deeltijds beroepssecundair onderwijs
1.039
verdeling over de provincies
120.000
PERSONEEL
OGO 9,6%
26,6%
VGO 72,9%
VGO 63,8%
GO 21,6%
GO 27,9%
OGO 14,0%
vastbenoemd personeel in het buitengewoon secundair VGO onderwijs
64,4%
OGO 12,1%
VGO 60,0%
tijdelijk personeel in het buitengewoon secundair onderwijs
OGO
ASO 43,1%
ASO 12,3%
BSO 44,5%
TSO 35,6% KSO 7,7%
(1) De centra voor deeltijds secundair onderwijs zijn steeds verbonden aan een school voor gewoon voltijds secundair onderwijs.
B.H.G.: Brussels Hoofdstedelijk Gewest GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs
ASO: algemeen secundair onderwijs TSO: technisch secundair onderwijs KSO: kunstsecundair onderwijs BSO: beroepssecundair onderwijs
bestuurs- en onderwijzend personeel overig personeel
gewoon secundair onderwijs 55.834 - regenten 25.405 - ten minste HOLT 19.809 - andere 10.620 gewoon secundair onderwijs 6.741
buitengewoon secundair onderwijs 5.369
buitengewoon secundair onderwijs
931
BUDGET Met de invoering van BBB werd de administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek opgeheven. Twee entiteiten – een beleidsvoorbereidende en een beleidsuitvoerende – zijn nu samen verantwoordelijk voor het hoger onderwijs.
Budget hoger onderwijs (beleidskredieten 2007): 1.480.729 duizend euro Aandeel hoger onderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 16,85% Budget hogescholenonderwijs (beleidskredieten 2007): 668.768 duizend euro Budget universitair onderwijs (beleidskredieten 2007): 803.709 duizend euro Budget hoger onderwijs algemeen (beleidskredieten 2007): 8.252 duizend euro
evolutie van het budget hoger onderwijs universitair onderwijs (1)
1.000.000 716.165
800.000 600.000
587.867
559.674
610.310
598.073
778.633
774.640
751.293
735.439
648.208
803.709 668.768
400.000 200.000 0
2002
2003
2004
2005
2006
2007
evolutie van de kostprijs per student (2) hogescholenonderwijs
(in EUR)
15.000
13.262,81
13.592,56
universitair onderwijs 13.841,32
9.000 6.000
6.093,56
6.219,37
6.322,92
6.666,06
3.000 0
2002
2003
2004
2005
in beeld
De entiteit zal: • een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kennissamenleving door de kwaliteit en de relevantie van het hoger onderwijs en onderzoek continu te verbeteren • het adaptatie- en innovatievermogen van de hogescholen en universiteiten en van het hoger onderwijsbestel versterken door het verruimen van de autonomie van de hogescholen en universiteiten, door deregulering en vereenvoudiging • de internationale erkenning en herkenbaarheid van het Vlaams hoger onderwijsbestel versterken • zorg dragen voor een kwaliteitsvolle en relevante regelgeving • tijdige en correcte informatie verstrekken aan alle belanghebbenden met het oog op een correcte interpretatie van de decreten en de besluiten • zorg dragen voor een goede communicatie, dialoog en overleg met alle stakeholders, vnl. met de studenten en de instellingen • een bijdrage leveren aan de internationale ontwikkelingen op het gebied van het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek Ze staat ook in voor de ontwikkeling van de regelgeving voor de instellingen van het hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten) en van de regelgeving inzake de rechtspositie van het personeel van de hogescholen. De inschakeling van het hoger onderwijs in een Europese en internationale context, bv. op het gebied van het erkenningsbeleid van diploma’s, wordt ook opgevolgd door deze entiteit. U kan de afdeling contacteren via hogeronderwijsbeleid@vlaanderen.be. Agentschap Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs – Afdeling Hoger Onderwijs Deze entiteit is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid inzake hoger onderwijs. Zo staat ze o.a. in voor de subsidiëring/financiering van de hogescholen en de universiteiten en fungeert ze als sociaal secretariaat ten aanzien van de hogescholen.
14.326,61
12.000
5.791,06
HOGER o n derw i j s
2006
2007
(1) Inclusief de kredieten voor wetenschappelijk onderzoek die op de onderwijsbegroting ingeschreven staan. Vanaf 2002 werden bijkomend de middelen van het bijzonder onderzoeksfonds op de onderwijsbegroting ingeschreven. (2) Vanaf het academiejaar 2004-2005 zijn er voor de universiteiten geen financierbare studenten meer geteld en vanaf 2005-2006 zijn er geen financierbare studenten meer geteld in het hogescholenonderwijs. Hierdoor kan er geen vergelijkbare kostprijs meer berekend worden.
De afdeling stelt zich de volgende doelstellingen: • Ze verzorgt de financiële dienstverlening voor de personeelsleden van de hogescholen ten einde tijdig en correct de salarissen uit te betalen. • Ze kent de werkingsmiddelen van de onderwijsinstellingen van het hoger onderwijs toe. Dit omvat o.a. het tijdig verstrekken van ramingen, het correct berekenen en tijdig uitbetalen van de werkingsmiddelen, en de tijdige opmaak van begrotingsvoorstellen. • Ze verzorgt het gegevensbeheer met betrekking tot het hoger onderwijs. Dit omvat o.a. het tijdig en correct inzamelen van studentengegevens teneinde deze beschikbaar te stellen voor financiering, publieke verantwoording en informatieverstrekking. • Ze onderzoekt de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van nieuwe regelgevende initiatieven teneinde de beleidsvoorbereiding te informeren over de repercussies van de regelgeving op de uitvoering. • Ze onderzoekt en verstrekt de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma’s. • Ze organiseert het toelatingsexamen arts/tandarts. • De afdeling verzorgt een klantvriendelijke dienstverlening aan instellingen, studenten en personeelsleden. De ondersteuning van de commissarissen van de Vlaamse regering voor de universiteiten, resp. hogescholen, situeert zich ook binnen deze entiteit. U kan de afdeling contacteren via hogeronderwijs@vlaanderen.be.
Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal
hogescholenonderwijs
(in duizend EUR)
2006 - 2007
Departement Onderwijs en Vorming - Hoger Onderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding en de beleidsevaluatie. Samen met de hogescholen, universiteiten en intermediaire organisaties wil de afdeling Hoger Onderwijs toekomstgerichte initiatieven pro-actief ontwikkelen, stimuleren en uitbouwen op het gebied van het hoger onderwijs en onderzoek.
STUDENTEN
STUDENTEN
HOGESCHOLENONDERWIJS
HOGER ONDERWIJS
aantal inschrijvingen (bachelors- en mastersopleidingen, en basisopleidingen en initiële lerarenopleidingen (afbouw)) (1) mannen 32.756 14.046 46.802
PBA + één cyclus ABA + MA + twee cycli totaal hogescholenonderwijs
vrouwen 45.770 9.905 55.675
totaal 78.526 23.951 102.477
AANTAL INSCHRIJVINGEN PER HOGESCHOOL
PERSONEEL aantal personeelsleden ten laste van de werkingsenveloppe van het hogescholenonderwijs: mannen vrouwen totaal
aantal inschrijvingen in het hoger onderwijs naar finaliteit (1) (2) mannen vrouwen
totaal
Professioneel gericht hoger onderwijs hogescholen Totaal professioneel gericht hoger onderwijs Academisch gericht hoger onderwijs hogescholen Academisch gericht hoger onderwijs universiteiten
32.756 32.756 14.046 27.324
45.770 45.770 9.905 33.542
78.526 78.526 23.951 60.866
Totaal academisch gericht hoger onderwijs
41.370
43.447
84.817
Totaal hoger onderwijs
74.126
89.217
163.343
mannen vrouwen totaal
Arteveldehogeschool
2.441 5.328 7.769
EHSAL - Europese Hogeschool Brussel
1.667 2.094 3.761
Erasmushogeschool Brussel Groep T - Leuven Hogeschool
1.125
Hogere Zeevaartschool
Hogeschool Antwerpen
3.032 3.544 6.576
Hogeschool Gent
6.577 6.911 13.488
Hogeschool Sint-Lukas Brussel
444
418
totaal
57
364
27.324
4.646
9.589
647
1.411
2.058
totaal
5.590
6.057
11.647
bestuurs- en onderwijzend personeel 2.000
overig personeel
1.346
1.930
mannen
871 1.439 1.415
vrouwen
1.414
1.209
aantal inschrijvingen (in de academische basisopleidingen) (1) (2) mannen vrouwen
493 1.618
4.943
overig personeel
1.500
UNIVERSITAIR ONDERWIJS
2.044 2.285 4.329
bestuurs- en onderwijzend personeel
1.000
totaal
33.542
55+
60.866
500
501 AANTAL INSCHRIJVINGEN PER UNIVERSITAIRE INSTELLING
mannen vrouwen totaal
782
110
914
0
446
391
269
162
20-29
30-39
40-49
50-59
60+
87 leeftijd
20-29
30-39
382 203
178
166 159
55+
468
360
40-49
177
20 35
50-59
60+
aantal personeelsleden ten laste van de werkingsuitkeringen van het universitair onderwijs: academiejaar 2005-2006 mannen vrouwen totaal
Hogeschool voor Wetenschap & Kunst
3.106 2.312 5.418
Universiteit Gent
9.326 12.445 21.771
Hogeschool West-Vlaanderen
2.436 1.584 4.020
Karel de Grote-Hogeschool
3.720 3.918 7.638
Katholieke Universiteit Leuven
10.314 12.571 22.885
3.186 1.409
724 1.285
3.910 2.694
Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende
1.348 1.861 3.209
Vrije Universiteit Brussel
zelfstandig academisch personeel assisterend academisch personeel
2.851 3.608 6.459
administratief en technisch personeel
1.994
2.446
4.440
Katholieke Hogeschool Kempen
2.450 3.208 5.658
173
200
6.589
4.455
11.044
Katholieke Hogeschool Leuven
1.801 3.041 4.842
Katholieke Universiteit Brussel Universiteit Hasselt
757
605 1.362
Katholieke Hogeschool Limburg
2.182 2.856 5.038
Katholieke Hogeschool Mechelen
1.534 2.471 4.005
Katholieke Hogeschool Sint-Lieven
2.815 1.909 4.724
Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen
2.556 3.882 6.438
Lessius Hogeschool
Plantijn-Hogeschool
1.153 1.914 3.067
Provinciale Hogeschool Limburg
1.628 2.053 3.681
XIOS Hogeschool Limburg
1.570 1.535 3.105 0
3.000
6.000
9.000
12.000
(1) Het betreft de eerste inschrijving van de studenten in een instelling van het hoger onderwijs in het huidige academiejaar. Daarnaast kunnen de studenten zich nog inschrijven in een andere opleiding. Dit zijn dan tweede of volgende inschrijvingen. PBA: professioneel gerichte bachelor ABA: academisch gerichte bachelor MA: master
zelfstandig academisch personeel
Universiteit Antwerpen
0
5.000
10.000
332 15.000
222
1.061
25.000
800 624 654
437
202 13 8
703
631
434
140
291 176
204
leeftijd
496
55+
244 102
47 55+
20-29 30-39 40-49 50-59 60+
853 758
602
495
492
200 0
556
mannen vrouwen
400
(1) Bachelors, masters, masters die volgen op een professionele bachelor, kandidaturen, licenties. (2) Het betreft de eerste inschrijving van de studenten in een instelling van het hoger onderwijs in het huidige academiejaar. Daarnaast kunnen de studenten zich nog inschrijven in een andere opleiding. Dit zijn dan tweede of volgende inschrijvingen.
1.125
785
600
15.000
administratief en technisch personeel
1.000
554 20.000
assisterend academisch personeel
1.112
1.200
3.571 3.891 7.462
transnationale Universiteit Limburg
755 2.055 2.810
totaal
373
20-29 30-39
44
20-29 30-39 40-49 50-59 60+
BUDGET Budget levenslang leren (beleidskredieten 2007): 463.403 duizend euro. Aandeel levenslang leren t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 5,27%.
HET VOLWASSENENONDERWIJS Het volwassenenonderwijs heeft tot opdracht aan de cursisten kennis, vaardigheden en attitudes bij te brengen, nodig voor: - het maatschappelijk functioneren, - het deelnemen aan verder onderwijs, - de uitoefening van een beroep, - het beheersen van een taal en de cursist in staat te stellen een erkend deelcertificaat, certificaat, getuigschrift of diploma te behalen.
verdeling van het budget (in duizend EUR)
245.081
250.000 200.000
in beeld
Bijzondere vormen van volwassenenonderwijs zijn de basiseducatie en het B.I.S. (Begeleid Individueel Studeren): * De basiseducatie richt zich tot laaggeschoolde volwassenen en volgt een zeer specifieke methode aangepast aan het doelpubliek. * B.I.S. biedt schriftelijke cursussen aan via afstandsonderwijs voor gedetineerden en kandidaten voor de Examenommissie. De begeleiding gebeurt door een deskundige leraar–mentor.
100.000 50.000
22.385
15.951
853
onderwijs voor sociale promotie (1)
basiseducatie
B.I.S. (Begeleid Individueel Studeren)
deeltijds kunstonderwijs
coördinatie levenslang leren
evolutie van de kostprijs per cursist onderwijs voor sociale promotie
(in EUR)
1.147,30
1.000
969,57
910,00
800 624,19
649,83
1.001,92
692,13
Huizen van het Nederlands Vanaf september 2004 zijn er in Vlaanderen acht Huizen van het Nederlands werkzaam. Bij de Huizen van het Nederlands kunnen anderstalige volwassenen terecht voor informatie over het cursusaanbod Nederlands als tweede taal (NT2). Zij staan tevens in voor de coördinatie van de intake, de testing en oriëntering van volwassenen naar het meest gepaste aanbod NT2. HET DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS Het deeltijds kunstonderwijs biedt op een toegankelijke manier artistieke vorming aan jongeren en aan volwassenen. Er is keuze uit vier studierichtingen: beeldende kunst, muziek, woordkunst en dans. Elk van die studierichtingen is verder onderverdeeld in een aantal opties.
deeltijds kunstonderwijs
1.200
1.104,92
1.028,37
Alle aspecten van kunstbeleving en kunstbeoefening komen aan bod. Leerlingen verkrijgen artistiek inzicht, leren basistechnieken aan en verwerven theoretische kennis die kan toegepast worden in de praktijk. Alleen al het muziekonderwijs heeft een aanbod van 70 verschillende instrumenten, in de studierichting beeldende kunst bestaan er 30 soorten ateliers. Ook de opleidingen in woordkunst en dans zijn in belangrijke mate praktijkgericht. Jongeren kunnen zich degelijk en doelgericht voorbereiden op het hoger kunstonderwijs. Voor volwassenen betekent dit kunstonderwijs een zinvolle tijdsbesteding of een stap naar het beoefenen van kunst als liefhebber of als professioneel. Zeker is dat het deeltijds kunstonderwijs iedereen de kans geeft om de eigen artistieke persoonlijkheid volwaardig te ontplooien.
710,95
739,01
755,21 U kan onderstaande entiteiten contacteren via deze e-mailadressen:
600
Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs - Personeel en Instellingen Levenslang leren: levenslangleren@vlaanderen.be - B.I.S.: bis@vlaanderen.be
200
2002
2003
2004
2005
2006
(1) De kredieten voor het onderwijs voor sociale promotie bevatten overwegend loonkosten. De werking van het onderwijs voor sociale promotie wordt gefinancierd met de inschrijvingsgelden.
2007
Agentschap voor Onderwijsdiensten - Scholen Secundair Onderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs: deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be - Personeel Secundair Onderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs: deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be
Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal
Departement Onderwijs en Vorming - Instellingen en Leerlingen Basisonderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs: deeltijdskunstonderwijsbeleid@vlaanderen.be - Instellingen en Leerlingen Secundair Onderwijs en Volwassenenonderwijs: volwassenenonderwijsbeleid@vlaanderen.be - Arbeidsvoorwaardenbeleid: personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be
400
0
LEVENS L A N G L E R E N
Het onderwijs voor sociale promotie of “avondonderwijs” is wellicht de meest bekende vorm van volwassenenonderwijs. Onderwijs voor sociale promotie wordt ingericht zowel op secundair niveau als op het niveau van het hoger onderwijs van het korte type. De cursist wordt in staat gesteld een erkend studiebewijs te behalen. Het onderwijs is zeer divers en ruim. In een aantal instellingen kan de cursist bovendien het studiegebied “Algemene Vorming” volgen. Op die manier kan de cursist alsnog een volwaardig diploma van het secundair onderwijs behalen.
179.133
150.000
0
2006 - 2007
V O L WA S S E N E N O N D E R W I J S
V O L WA S S E N E N O N D E R W I J S
DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS
ONDERWIJS VOOR SOCIALE PROMOTIE
BASISEDUCATIE
SCHOOLBEVOLKING
werkjaar 2005-2006
SCHOOLBEVOLKING aantal cursisten: secundair onderwijs voor sociale promotie mannen vrouwen totaal lineair 9.784 20.916 30.700 modulair 111.853 159.560 271.413 totaal 121.637 180.476 302.113
hoger onderwijs voor sociale promotie mannen vrouwen totaal lineair 1.879 2.170 4.049 modulair 9.429 13.401 22.830 totaal 11.308 15.571 26.879
aantal cursisten: 31.838
aantal centra voor basiseducatie: 29
spreiding van deelnemersuren over de verschillende leerdomeinen
Informatie- en communicatietechnologie (ICT) 7,6%
andere 3,6%
rekenen 2,4%
alfabetisering anderstaligen 23,4%
120.000
110.628
lineair modulair
89.012
100.000
71.773
80.000
Nederlands moedertaal 6,1%
60.000 40.000 20.000
12.604
10.283
0
GO
7.813
VGO
709 5.775
2.80311.704
537 5.351
GO
VGO
OGO
OGO
samengesteld aanbod 0,5%
Nederlands tweede taal 50,0%
maatschappelijk functioneren/participeren (MO) 6,4%
INSTELLINGEN aantal centra voor volwassenenonderwijs: secundair onderwijs voor sociale promotie: 107
hoger onderwijs voor sociale promotie: 61
53
B.I.S. (BEGELEID INDIVIDUEEL STUDEREN) werkjaar 2006
26
17
VGO
1.200 1.000 800
hoger onderwijs voor sociale promotie: mannen vrouwen totaal in fysieke personen: 738 532 1.270 in voltijdse eenheden: 389 343 732
secundair onderwijs voor sociale promotie (voltijdse eenheden)
hoger onderwijs voor sociale promotie (voltijdse eenheden)
1.041 814
702
768
vastbenoemd personeel tijdelijk personeel
794
86.689
53.200 38.768
40.000 20.000 0
18.777 20.923
2.452 7.573
1.893
GO
VGO
OGO
jongeren (-18 jaar)
volwassenen
INSTELLINGEN aantal instellingen: 167
147
techniek 6,4%
120 90 60 30
talen 41,2%
15
0
5
GO
VGO
wetenschappen 5,5%
OGO
PERSONEEL mannen 2.289 1.804
personeelsleden uitgedrukt in fysieke personen: personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden:
economie 4,4%
3.000
wiskunde 2,4% administratie 2,1%
600
varia 5,5%
informatica 16,0%
2.000
116
97
200 GO
VGO
OGO
GO
190 173 VGO
85
71 OGO
GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs
1.500
500 0
totaal 5.246 3.917
2.617
vastbenoemd personeel tijdelijk personeel
2.500
vrouwen 2.957 2.113
927
1.000
400 0
aantal mentoren (december 2006): 151
OGO
PERSONEEL secundair onderwijs voor sociale promotie: mannen vrouwen totaal in fysieke personen: 2.059 3.765 5.824 in voltijdse eenheden: 1.610 2.859 4.469
aantal cursisten: 21.118
BIS Online 16,6%
12
GO
100.039
150
spreiding van de cursisten over de verschillende studiegebieden
secundair onderwijs voor sociale promotie hoger onderwijs voor sociale promotie
32
28
60.000
totaal 57.545 107.612 165.157
verdeling over de netten
verdeling over de netten 60 50 40 30 20 10 0
beeldende kunst muziek, woordkunst en dans
volwassenen 18.777 20.923 39.700
verhouding jongeren/ volwassenen
120.000 80.000
hoger onderwijs voor sociale promotie
jongeren (-18 jaar) 38.768 86.689 125.457
verdeling over de netten
100.000
verdeling over de netten secundair onderwijs voor sociale promotie
aantal financierbare leerlingen beeldende kunst muziek, woordkunst en dans totaal deeltijds kunstonderwijs
229
91 GO
41 OGO
12 OGO