BEHEEROVEREENKOMSTEN VOOR AKKERFAUNA - een kwalitatief onderzoek in Vlaanderen Vlaamse Landmaatschappij, juni 2020, Nel Ghyselinck
PARTRIDGE
2
Voorwoord Dit rapport over de beheerovereenkomst voor akkerfauna, kadert binnen het project Partridge (Engels voor 'patrijs'). Partridge is een Interreg North Sea project, dat loopt tot midden 2023. Het onderzoekt de haalbaarheid en het effect van natuur- en diervriendelijke landbouwvoering op patrijzenpopulaties en de biodiversiteit in het algemeen. De patrijs is een goede indicator voor de ecologische toestand van landbouwgebieden. In gebieden waar patrijzen goed gedijen, is er een hoge biodiversiteit en zijn de ecosysteemdiensten intacter. In gebieden waar amper of geen patrijzen zijn, is de ecologische toestand van het landschap dikwijls aangetast. In het project werden verschillende demogebieden aangeduid, waar gericht wordt gewerkt aan een biodiversiteitsverhoging. De werkzaamheden worden daar opgevolgd en gemonitord. Het project omvat ook een socio-economisch luik, waarvan de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) het socio-economische onderzoek coördineert, zowel in iedere partnerregio als in Vlaanderen. In Vlaanderen onderzoekt en vergelijkt de VLM de houding van landbouwers en stakeholders ten aanzien van het sluiten van beheerovereenkomsten voor akkerfauna. Zo krijgen we inzicht in de beweegredenen voor het al dan niet sluiten van beheerovereenkomsten. De resultaten van alle partners zullen ons nieuwe inzichten opleveren, zowel over Vlaanderen als de ons omringende buurlanden. Het socio-economische luik bestaat uit verschillende stappen. In eerste instantie voerden we een kwalitatief onderzoek uit in de vijf deelnemende landen of regio’s uit het EU PARTRIDGE project, namelijk: -
UK, Engeland door the Game and Wildlife Conservation Trust (GWCT) UK, Schotland door the Game and Wildlife Conservation Trust (GWCT) Duitsland, Niedersacksen door de University of Göttingen Nederland door Vogelbescherming Nederland België, Vlaanderen door de Vlaamse Landmaatschappij (VLM)
Dit rapport is het resultaat van het Vlaamse kwalitatieve onderzoek waarbij 15 interviews zijn afgenomen. Via diepte-interviews peilden we naar hoe landbouwers en stakeholders denken over het instrument beheerovereenkomsten voor akkerfauna.
3
Samenvatting In het kader van het project PARTRIDGE (Engels voor ‘patrijs’) heeft VLM een evaluatie gemaakt van de beheerovereenkomst voor akkerfauna. PARTRIDGE is een interreg North Sea project dat loopt tot midden 2023 met vijf deelnemende landen of regio’s namelijk UK Engeland, UK Schotland, Duitsland Niedersacksen, Nederland en België Vlaanderen. PATRIDGE onderzoekt de haalbaarheid en het effect van natuur- en diervriendelijke landbouwvoering op patrijzenpopulaties en de biodiversiteit in het algemeen. Immers de patrijs is een goede indicator voor de ecologische toestand van landbouwgebieden. De onderzoeksvraag van de evaluatie luidt “Wat zijn de succesfactoren en verbeterpunten om de effectiviteit te verbeteren van de beheerovereenkomst voor akkerfauna?”. Dit is een complexe vraag die getracht is te antwoorden aan de hand van kwalitatief onderzoek met diepte-interviews. Er werden 15 diepte-interviews afgenomen waarvan de helft van landbouwers en jagers vanuit hun praktijkervaring met het instrument. De andere geïnterviewden zijn bevraagd vanuit hun rol als onderzoeker, beleidsmaker, ondernemer, adviseur voor landbouw, vertegenwoordiger van een vereniging voor natuur of vertegenwoordiger voor landbouw. De bekomen resultaten zijn geclusterd in 5 thema’s. Een eerste thema bespreekt de manier van organisatie van het instrument en de inhoud van de pakketten. Aspecten die hier aan bod komen gaan vooral over het al dan niet uitvoeren van het instrument door de overheid, het al dan niet werken met bedrijfsplanners, de duurtijd en de administratie van de contracten, de invulling en uitwerking van de maatregelen, de controle bij de uitvoering en de monitoring van het resultaat. De respondenten vonden het een goeie zaak dat het instrument beheerovereenkomsten in Vlaanderen door de overheid wordt beheerd om de kans op “misbruik” van financiële middelen te vermijden. Ze staan positief tegenover het werken met bedrijfsplanners bij beheerovereenkomsten van de VLM omdat de beheerovereenkomsten voor akkervogels een andere kennis over natuur vragen van de boer dan de agromilieumaatregelen van L&V. (cfr studie van De Regt et al (2018a)) De geïnterviewden vinden controle van de beheeroverkomst en monitoring van de resultaten op terrein belangrijk. “Ik heb geen schrik voor controle van de beheerovereenkomsten.” “Er wordt onvoldoende onderzocht wat het effect is op de akkerfauna van de maatregelen omdat monitoring moeilijk is en zeker om het effect op fauna te linken met de maatregelen.” Naar beheer toe zijn er verschillende meningen omtrent klepelbeheer omdat dit kan leiden tot ontstaan van te dichte ruigten die ook niet meer interessant zijn voor akkerfauna. Om problemen met onkruiden te vermijden wordt er voorgesteld om verplicht te werken met een vals zaaibed bij de start van een beheerovereenkomst of om de beheerovereenkomst te roteren binnen een perceel, immers akkerfauna is ook mobiel. Dit laatste was een maatregelen die vroeger mogelijk was in een beheerovereenkomst. Als mogelijke verbeteringen worden voorgesteld om de huidige beheergebieden waar een beheerovereenkomst kan aangevraagd worden te verfijnen of om de landbouwers met groot deel
4
van hun bedrijfsoppervlakte onder beheeroverkomsten te betrekken bij het bepalen van de maatregelen. “De gebieden zouden globaal en op perceelniveau moeten verfijnd worden omdat de maatregelen voor akkerfauna moeten uitgevoerd worden op de plaatsen met het meeste potentieel voor ontwikkeling van een kwaliteitsvol habitat voor akkerfauna.” Een tweede thema gaat over de praktische uitvoering van de maatregelen. Aspecten zoals de breedte van de stroken op terrein, de maaidata en de samenstelling van het in te zaaien kruidenmengsel, de predatiecontrole, de voedertonnen en de problemen met betreding van de stroken zijn opgenomen. Het merendeel van de informatie in dit thema is afkomstig van de geïnterviewde landbouwers, onder wie een aantal ook jager is. Landbouwers zijn positief over het feit dat beheerovereenkomsten helpen in het naleven de regels. “De beheerovereenkomst helpt ons in het respecteren van de 5 meter bemestingsverbod en de 1 meter teeltvrije zone langs de beek en we worden er nog voor vergoed ook.” Wel hebben landbouwers moeilijkheden (bv. door weeromstandigheden) met het respecteren van maaidata. Een mogelijke reden die zowel landbouwers als stakeholders aangeven, kan zijn dat landbouwers een beheerovereenkomst te weinig zien als een extra teelt op het bedrijf. “Al te vaak voeren landbouwers eerst de reguliere bedrijfstaken uit en nadien de taken die verbonden zijn aan de beheerovereenkomst, waardoor ze soms in de problemen komen.” Omtrent de zaadsamenstelling vragen stakeholders (niet landbouwers) dat er een groter aandeel verplichte bijmenging van kruiden wordt gevraagd. Daarentegen vragen de landbouwers dat de zaadsamenstelling meer moet afgestemd zijn met de gebruiksmogelijkheden van de opbrengst ervan voor landbouwers. Ook is het zo dat niet alle landbouwers zelf het maaisel kunnen gebruiken. Meerdere landbouwers geven aan problemen te hebben met de betreding van hun strook door derden. Verbod van betreding is opgenomen als een van de voorwaarden in een beheerovereenkomst, omdat betreding de graszode beschadigt en verstoring teweeg brengt. “Vaak zien we betreding van de beheerovereenkomst door wandelaars, waterbeheerders, jagers en soms al eens een ballonvaarder.” “Elke keer als er betreding is geweest hoop ik dat er geen controle komt zolang de schade zichtbaar is.” Enkele jagers vragen om meer predatiecontrole toe te laten en zijn ook voorstander om voedertonnen te plaatsen op de stroken van een beheerovereenkomst. Een derde thema’s bundelt informatie over de mening van de respondenten omtrent de vergoeding van de beheerovereenkomst voor akkervogels en de wijze van berekening van de vergoeding. Zo blijkt dat de meerderheid van de geïnterviewde landbouwers en jagers tevreden is over de hoogte van de vergoeding voor de beheeroverkomst akkerfauna. Ze vinden dat de vergoeding in
5
verhouding staat tot de hoeveelheid werk die gevraagd wordt. Meerdere respondenten kunnen zich vinden in het feit dat er wordt gewerkt met één bedrag van vergoeding voor heel Vlaanderen. Sommige stakeholders, onder wie ook landbouwers, staan ervoor open om de vergoeding meer resultaat gebonden te maken. In een vierde groep worden de resultaten weergeven die te maken hebben met motivatie en vertrouwen. Motivatie van de landbouwers en jagers om al dan niet een beheerovereenkomst akkerfauna te sluiten en het vertrouwen van de respondenten tegenover de beheerovereenkomsten. Stakeholders vertellen dat er een groot draagvlak is bij landbouwers en stakeholders (nietlandbouwers) voor de beheerovereenkomsten. “Ik geloof in het model van beheerovereenkomsten waarbij landbouw kan bijdragen aan natuur voor akkervogels, zeker in agrarische gebieden waar de beheerovereenkomsten een van de weinige instrumenten die een meerwaarde kunnen geven voor natuur.” De meeste respondenten zijn het erover eens dat landbouwers de meest geschikte personen zijn om aan natuurbeheer te doen, zeker voor agrarisch natuurbeheer. Daarentegen vinden sommige jagers dat zij de meest geschikte personen zijn om de beheeroverkomsten akkerfauna uit te voeren wél, zien jagers dit, in samenwerking met de landbouwers. Net als in andere studies (bv. De Reg et al 2018), bevestigen de interviews met landbouwers dat ze vooral instappen op beheerovereenkomsten om financiële redenen (een vast en gegarandeerd inkomen) en om bezorgdheid over het milieu (en bodem). Enkele kritische stemmen geven aan dat de neiging bestaat om beheerovereenkomsten te gemakkelijk te maken zodat iedereen erop kan instappen en of aankopen van gronden geen betere manier zou zijn om het beoogde resultaat te bereiken. “Het afsluiten van een beheerovereenkomst is geen recht maar een optie.” Een vijfde en laatste groep geeft de resultaten omtrent kennis en communicatie. Voor het onderzoek is het belangrijk te weten over welke informatie de respondenten beschikken over het instrument van beheerovereenkomsten en van waar ze deze informatie halen. Ook was het belangrijk te achterhalen of er voldoende interactie is tussen de landbouwers en stakeholders onderling en tussen die beide groepen. Door de beheerovereenkomsten akkervogel, blijkt er meer interactie te zijn op het terrein tussen landbouwers, jagers en stakeholders. Ze leren van elkaar en beïnvloeden ook elkaar. Zo proberen sommige jagers landbouwers te overtuigen om beheerovereenkomsten akkerfauna te sluiten, om samen een grotere oppervlakte aan habitat, te realiseren. Geïnterviewden vertellen dat er ook aan negatieve berichtgeving wordt gedaan op terrein. “Landbouwgrond dient voor productie van voedsel en niet voor natuur.” “Of men spreekt van onverzorgde stroken.”
6
Meerdere stakeholders vertellen veel kennis te hebben over akkerfauna en die kennis te willen delen. De stakeholders geven aan dat een landbouwsysteem belangrijk is voor akkervogels en dat het belangrijk is om landbouwers te betrekken in het beheer van natuur waardoor de kennis behouden blijft. Volgens hen is er nood aan aangepaste informatie voor de landbouwers. “Een boer moet vooral zélf tevreden zijn over zijn resultaat, dan zal hij het vertellen aan zijn collega’s. Op die manier krijg je een systeem dat zichtzelf propageert.” Als vervolg van dit kwalitatief onderzoek, worden, in het kader van het EU project PARTRIDGE, de Vlaamse resultaten samengebracht met de resultaten van de andere Europese partners. Daarna volgt een kwantitatieve bevraging bij een ruimere groep van landbouwers om op basis van statistische data, de contouren van de verbeterpunten van de beheeroverkomst voor akkervogel te onderbouwen.
7
Inhoud SAMENVATTING ............................................................................................................................. 4 INLEIDING........................................................................................................................................ 9 METHODIEK................................................................................................................................... 10 RESULTAAT .................................................................................................................................... 12 Thema 1: organisatie van het instrument en inhoud van de pakketten ................................................ 12 Thema 2: uitvoering van de maatregelen.......................................................................................................... 15 Thema 3: vergoeding................................................................................................................................................. 16 Thema 4: motivatie en vertrouwen ...................................................................................................................... 17 Thema 5: kennis en communicatie ....................................................................................................................... 20 VERVOLG........................................................................................................................................ 22 REFERENTIES ................................................................................................................................. 22 COLOFON…………………………………………… ……………………………………………………………..22
8
Inleiding Waarom slagen we er niet in om de achteruitgang van de akkerfauna te stoppen in de verschillende Europese lidstaten? Dat proberen we in het Europese project PARTRIDGE te achterhalen. Daarbij vragen we ons af hoe het instrument van de beheerovereenkomsten kan verbeterd worden zodat het beter kan bijdragen aan de beoogde biodiversiteitsdoelstellingen. Hoe kunnen we de beheerovereenkomst voor akkervogels verbeteren? Dat is een complexe vraag. Kwalitatief onderzoek kan helpen om daarop een antwoord te formuleren. Bij kwalitatief onderzoek verzamelen de onderzoekers informatie over een thema, door gesprekken te voeren met de betrokken actoren. Er wordt geluisterd naar hun gedachten, hun ideeĂŤn en hun motivatie om bepaalde keuzes te maken. Kwalitatief onderzoek maakt het mogelijk om inzicht te krijgen in de achterliggende overtuigingen en meningen van de betrokkenen over een thema. Het helpt in het onderbouwen van het bestaande instrument of het verbeteren ervan. (Mortelmans, 2013) De concrete onderzoeksvraag van dit kwalitatieve onderzoek in het kader van het EU PARTRIDGE project luidt: “Wat zijn de succesfactoren en verbeterpunten om de effectiviteit te verbeteren van de beheerovereenkomst voor akkerfauna?â€? Dit onderzoek gaat alleen over de beheerovereenkomst voor akkerfauna in Vlaanderen. Beheerovereenkomsten voor akkervogels kunnen alleen gesloten worden in gebieden voor soortenbescherming. In die gebieden hebben maatregelen voor akkervogels de grootste meerwaarde, aangezien er nog voldoende akkervogelpopulaties voorkomen. Door het voedselaanbod te verhogen en in extra nest- en schuilgelegenheid te voorzien, stijgen de overlevingskansen voor akkervogels. Het is belangrijk dat de maatregelen verspreid liggen over het gebied. De volgende beheerovereenkomsten akkervogels kunnen gesloten worden: -
aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus onderhoud gemengde grasstrook plus voedselgewas
Voor het kwalitatieve onderzoek zijn in Vlaanderen 15 interviews afgenomen. De interviews werden uitgevoerd bij landbouwers die een beheerovereenkomst kunnen sluiten en bij nietlandbouwers, welke verder in dit rapport als stakeholder worden benoemd. Dit rapport beschrijft het resultaat van het kwalitatieve onderzoek van de 15 interviews. Het rapport bestaat uit twee delen. Een eerste deel omvat de gevolgde methodiek van het onderzoek. In het tweede deel worden de resultaten van het kwalitatieve onderzoek in Vlaanderen beschreven.
9
Methodiek De uitwerking van het kwalitatieve onderzoek is gebeurd onder begeleiding van Maarten Crivits van de onderzoeksinstelling ILVO (Instituut voor Landbouw -en Visserij Onderzoek). Maarten Crivits is een senior onderzoeker in sociale wetenschappen, landbouw, voedingssystemen en een expert in kwalitatief onderzoek. VRAGENLIJST
Voor het kwalitatieve onderzoek zijn, zoals hoger aangehaald, in Vlaanderen 15 interviews uitgevoerd. Er is gewerkt met een semi-open vragenlijst. Een semi-open vragenlijst brengt structuur in een interview. Het is een interviewleidraad waarbij een van tevoren vastgestelde lijst van gespreksonderwerpen wordt behandeld in een gesprek. De volgorde van de onderwerpen, de formulering van de vragen en de formulering van de antwoorden liggen niet op voorhand vast. De lijst wordt gebruikt als een soort checklist om er zeker van te zijn dat alle onderwerpen en topics aan bod komen. De vragen zijn open van aard.* *Bron: www.actie-onderzoek.nl/pdf/gestructureerde interviewswebsitegereed.pdf De interviews zijn “face-to-face” uitgevoerd. De topics die behandeld zijn in de semi-openvragenlijst, houden verband met het instrument van de beheerovereenkomsten, de uitwerking ervan in de praktijk, de vergoeding die betaald wordt en de begeleiding. Bekijk de volledige vragenlijst in bijlage. GEINTERVIEWDEN
Er zijn 15 respondenten geselecteerd om te interviewen. De helft van de groep bestaat uit landbouwers en de andere helft uit niet-landbouwers. De landbouwers werden geïnterviewd omdat zij de doelgroep zijn voor het sluiten van beheerovereenkomsten. Er zijn 8 landbouwers bevraagd, onder wie 1 zonder een beheerovereenkomst akkerfauna en 7 landbouwers met een beheerovereenkomst akkerfauna. Een aantal sleutellandbouwers zijn geselecteerd op basis van hun kennis van de beheerovereenkomst akkerfauna en de mate waarin ze open stonden om mee te werken aan een EU-project. Alle geïnterviewde landbouwers zijn akkerbouwers, sommige in combinatie met een andere landbouwtak, andere zijn gespecialiseerde akkerbouwers. De bedrijven zijn variabel qua omvang. Daarnaast zijn ook niet-landbouwers geïnterviewd, de zogenaamde stakeholders. Er zijn 7 stakeholders geïnterviewd vanuit hun rol als onderzoeker, beleidsmaker, ondernemer, adviseur voor landbouw, vertegenwoordiger van een vereniging voor natuur en vertegenwoordiger voor landbouw. Sommige stakeholders vullen meerdere rollen in. Het is belangrijk de mening van die stakeholders te kennen omdat zij allen een aandeel hebben in de invulling van de open ruimte en in de toekomst van de beheerovereenkomsten. De vertegenwoordiging van de stakeholders is gekozen op basis van de kennis binnen hun domein en hun ervaring met de beheerovereenkomst akkerfauna.
10
Belangrijk is ook te vermelden dat bepaalde stakeholders en landbouwers ook jager zijn. ANALYSE INTERVIEWS
De 15 interviews zijn uitgetypt en gecodeerd of omgezet naar codes met behulp van een kwalitatief data management programma (QDA miner www.provalisresearch.com/products/qualitative-data-analysis-software/freeware). Het aanbrengen van codes in interviewdata is handig om orde aan te brengen in de data. Coderen is een iteratief proces bestaande uit verschillende stappen van afstemmen en vergelijken van codes. Het proces resulteert in de opmaak van een zogenaamd “codeboek”. Een codeboek geeft een overzicht van de gebruikte codes in de interviews met bijhorende beschrijving van de codes. Bij het coderen van de interviews zijn in totaal 30 codes gedetecteerd. De codes kunnen verdeeld worden in drie categorieën, namelijk; -
Kennis en communicatie: codes die te maken hebben met de kennis van de geïnterviewden over de beheerovereenkomst akkerfauna of de communicatie hierover Beleid: codes die te maken hebben met de beleidsaspecten van de beheerovereenkomst akkerfauna Motivatie: codes die te maken hebben met de motivatie om in te stappen op een beheerovereenkomst akkerfauna
De codes maken het mogelijk om de informatie uit de interviews te structureren, te ontrafelen en de inhoud te vergelijken. Daarom werd per code de informatie uit de interviews gebundeld en zijn per code conclusies getrokken. Nadien werden de conclusies getoetst aan de onderzoeksvraag, namelijk “Wat zijn de succesfactoren en verbeterpunten om de effectiviteit te verbeteren van de beheerovereenkomst voor akkerfauna?”. Daardoor konden succesfactoren en verbeterpunten zichtbaar worden gemaakt. De verkregen informatie uit de toetsing werd geclusterd in 5 thema’s: 1. Organisatie van het instrument en inhoud van de pakketten: over de beleidsmatige aanpak van het instrument en de maatregelen uit de pakketten. 2. Uitvoering van de maatregelen: over de praktische aspecten bij de uitvoering van de maatregelen. 3. Vergoeding: over de vergoeding op zich en de manier van het bepalen van de vergoeding. 4. Motivatie en vertrouwen: over de houding tegenover beheerovereenkomsten. 5. Kennis en communicatie: over de kennis van beheerovereenkomst en de communicatie erover.
11
RESULTAAT
De vijf thema’s vormen de structuur voor de bespreking van de resultaten. Voor elk van de thema’s worden de succesfactoren, verbeterpunten en suggesties beschreven. THEMA 1: ORGANISATIE VAN HET INSTRUMENT EN INHOUD VAN DE PAKKETTEN
In de vragenlijst is gepeild naar de mening van de respondenten over de manier waarop het instrument van beheerovereenkomsten is uitgewerkt in Vlaanderen en over de inhoud van de pakketten voor de beheerovereenkomst akkerfauna. Aspecten die in dit thema aan bod kwamen gingen vooral over het al dan niet uitvoeren van het instrument door de overheid, het al dan niet werken met bedrijfsplanners, de duurtijd en de administratie van de contracten, de invulling en uitwerking van de maatregelen, de controle en de monitoring van het resultaat. Er is gevraagd aan de geïnterviewden welke aspecten ze als succesfactor ervaren en welke aspecten, volgens hen, beter zouden kunnen. Succesfactoren
Verschillende respondenten vinden het een goeie zaak dat het instrument beheerovereenkomsten in Vlaanderen door een overheidsinstelling wordt beheerd. De respondenten geven aan dat daardoor een grotere kans bestaat dat de beheerovereenkomsten op een objectieve manier worden toegekend aan landbouwers en dat er, naar hun mening, minder kans is op “misbruik” van de financiële middelen. De meerderheid van de respondenten is positief over het werken met bedrijfsplanners bij beheerovereenkomsten van de VLM. Ze leggen uit dat, volgens hen, het belangrijk is dat er meer duiding wordt gegeven bij de beheerovereenkomsten van de VLM dan bij de agromilieumaatregelen van het Departement Landbouw -en visserij (L&V). “Beheerovereenkomsten van de VLM vragen immers meer en andere kennis over natuur van de boer dan de agromilieumaatregelen van L&V”. Voor hen zijn de bedrijfsplanners hierbij de geschikte personen als ‘bruggenbouwers tussen landbouw en natuur’. Over de duurtijd van een contract van 5 jaar voor een beheerovereenkomst zijn de meeste respondenten tevreden. Een landbouwer vertelt: “een periode van 5 jaar is goed om te starten en, als je wil, kan je je contract verlengen”. Volgens meerdere stakeholders met achtergrond vanuit de natuursector is 5 jaar voldoende om resultaten voor natuur voor akkervogels te kunnen realiseren. In de interviews met de landbouwers over de beheerovereenkomst akkerfauna, vertellen nagenoeg alle landbouwers dat ze geen schrik hebben van de controle van de beheerovereenkomst. Eén landbouwer zegt: “als je de regels volgt, hoef je geen schrik te hebben”. Algemeen vinden de respondenten, zowel landbouwers, jagers, als stakeholders, het belangrijk dat er controle is op de beheerovereenkomst. “Er wordt immers een contract gesloten tussen een landbouwer en de overheid waarin beloofd wordt om bepaalde maatregelen uit te voeren tegen een bepaalde vergoeding”. Wel leven er verschillende ideeën over welke dienst van de overheid de controle moet uitvoeren en over het al dan niet betrekken van de bedrijfsplanner bij de controle.
12
Wat de monitoring betreft, vindt de meerderheid het belangrijk dat de resultaten (kwaliteit van het habitat en het aantal vogels) van de beheerovereenkomst worden gemonitord en gebruikt voor bijsturing van het instrument en de maatregelen in de pakketten. Sommigen maken hierbij wel de bedenking dat er vandaag te weinig werk wordt van gemaakt. Verbeterpunten
De stakeholders met een natuurachtergrond zijn het erover eens dat klepelen geen gewenst beheer is. Klepelen is een vorm van beheer, waarbij de begroeiing wordt fijn gemalen en de plantenresten ter plaatse blijven liggen. Zij leggen uit dat door een beheer met klepelen je veel sterke onkruiden krijgt en er een ruigte ontstaat die niet meer toegankelijk is voor de akkervogels en hun kuikens. In de huidige beheerovereenkomst is de verplichting opgenomen om de distels te bestrijden. Enkele stakeholders, onder wie landbouwers, stellen die verplichting in vraag. De landbouwers vinden dat bestrijding van distels een zwaar en tijdrovend werk is. Ze vragen zich af wat de meerwaarde is van het verwijderen van de akkerdistels op de akkerfauna. Een stakeholder vindt het bestrijden van akkerdistels een achterhaalde maatregel “Vroeger, bij het manueel spreiden van de paardenmest, kon je van distels infecties oplopen maar die praktijk is nu niet meer actueel”. Volgens hem zijn er andere, meer gevaarlijke onkruiden die voor problemen kunnen zorgen dan distels. Enkele respondenten met een beheerovereenkomst vertellen dat de boer met een beheerovereenkomst in de rand van een perceel vaak niet de boer is die de rest van het perceel gebruikt. Door te weinig afstemming tussen beide landbouwers van hun werkzaamheden (bv. bij bemesting die niet is toegelaten op de beheerovereenkomstenstrook maar wel op de rest van het perceel) kan dit problemen geven bij de landbouwer met de beheerovereenkomst, met mogelijk verlies van vergoeding tot gevolg. Volgens de stakeholders wordt er te weinig aan monitoring gedaan. Er wordt onvoldoende onderzocht wat het effect is op de akkerfauna van de beheerovereenkomst. Een stakeholder stelt “Het beste gebeurt de monitoring door het INBO of eventueel door de bedrijfsplanners van de VLM. Maar de bedrijfsplanners hebben daar onvoldoende tijd voor en bij het INBO is er weinig interesse voor de monitoring in landbouwgebied, zij monitoren liever in natuurgebied”. De stakeholders vertellen enerzijds dat monitoring moeilijk is. “Hoe te monitoren hangt af van de onderzoeksvraag. Heeft het onderzoek tot doel om de territoria van de akkervogels te bepalen of wil je weten of de populatie vooruit gaat?” Anderzijds is het linken van de maatregelen met het effect op fauna nog moeilijker. Een stakeholder vertelt te geloven in het model van beheerovereenkomsten, waarbij landbouw kan bijdragen aan natuur voor akkervogels, zeker in agrarische gebieden, waar andere instrumenten amper toegang toe hebben. Volgens hem zijn beheerovereenkomsten in agrarische gebieden daar het geknipte instrument voor. “Jammer genoeg zijn beheerovereenkomsten een van de weinige instrumenten die toegang hebben tot het agrarische gebied”. Suggesties
Vooral stakeholders, niet zozeer landbouwers of jagers vinden dat “de beheergebieden waar een beheerovereenkomst akkerfauna kan gesloten worden in eerste instantie grote ruwe
13
gebieden zijn die, globaal en op perceelniveau, zouden moeten verfijnd worden”. Ze stellen dat de beheerovereenkomsten akkerfauna moeten uitgevoerd worden op de plaatsen met het meeste potentieel voor de ontwikkeling van een kwaliteitsvol habitat voor akkerfauna. De stakeholders met een natuurachtergrond vertellen dat een beheerovereenkomst akkerfauna niet elk jaar op dezelfde plaats moet liggen. Akkerfauna is immers mobiel. Er wordt zelfs aangeraden om te roteren van locatie binnen een perceel om problemen die onkruiden kunnen veroorzaken te voorkomen. Ook is er de vraag om geen akkerrandenbeheer te sluiten naast intensieve graslanden die tot 6 maal per jaar gemaaid worden. Ze leggen uit dat dieren zullen foerageren in de randen van de beheerpercelen maar dat ze zullen broeden in de onveilige graslanden. Zij vinden het beter om te kiezen voor aangrenzende percelen met teelt van bieten, graangewassen of gebieden met meer extensief grasland. Een stakeholder vertelt dat hij voorstander is van een resultaatsverbintenis, eerder dan van een inspanningsverbintenis. Die stakeholder is van mening dat “je als overheid erop moet toezien dat beheerovereenkomsten niet worden gesloten op plaatsen die tot weinig resultaat kunnen leiden. Voor dergelijke locaties moet je durven zeggen dat er geen beheerovereenkomst kan gesloten worden”. Verschillende stakeholders vinden beheerovereenkomsten om vlakdekkende maatregelen te realiseren niet aangewezen omdat je na vijf jaar de natuur op een perceel die je opgebouwd hebt, opnieuw kapot kan maken. Een andere stakeholder vindt dat de beheerovereenkomsten zich te veel richten op grootschalige maatregelen. Volgens hem moeten ook kleinere maatregelen zoals het inrichten voor akkerfauna van kleine hoeken en kanten kunnen vergoed worden met middelen van beheerovereenkomsten. Suggesties voor de inhoud van de contracten zijn: verplicht werken met een vals zaaibed en bij de aanvang van een beheerovereenkomst een waarborg storten, dit om engagement te tonen dat je het goed meent. Ook suggereerde 1 stakeholder om te werken met een ‘joker’ die een landbouwer kan inzetten bij onvoorziene omstandigheden, als bij een controle iets kleins niet in orde is. Ook werd het voorstel geformuleerd om landbouwers met meerdere contracten bij de VLM één gecoördineerd contract te geven. Er wordt ook gesuggereerd dat de bedrijfsplanner bepaalde afwijkingen zou moeten kunnen toestaan om praktische problemen te helpen oplossen. In de huidige werking moeten de bedrijfsplanners, bij kleine voorvallen, de toestemming krijgen van de centrale dienst beheerovereenkomsten in Brussel. Als mogelijke verbetering van het systeem geeft een stakeholder de volgende twee suggesties. Ten eerste om te “werken met een derde speler, bv. een regionaal landschap, die complementair werkt aan de bedrijfsplanner voor het leggen van contacten met landbouwers en om landbouwers te overtuigen. De VLM kan bijvoorbeeld instaan voor de opmaak van de visieplannen voor de beheergebieden voor akkerfauna, waarbij ze die nadien uitvoert in samenwerking met een derde speler”. De tweede suggestie die de stakeholder gaf, is: “Betrek landbouwers die een groot aandeel van hun bedrijfsoppervlakte onder beheerovereenkomsten hebben bij het bepalen van de beheermaatregelen, geef hen medezeggenschap, laat hen flexibel de regels toepassen bij een goede verstandhouding, maak een systeem vergelijkbaar met een goldmembership van een firma”. De tweede suggestie is
14
vergelijkbaar met de manier waarop beheerovereenkomsten zijn uitgewerkt in het UK van “Entry level stewardship en higher level schemes”. THEMA 2: UITVOERING VAN DE MAATREGELEN
Aan de respondenten werd gevraagd hoe zij de uitvoering van de beheermaatregelen, die in de overeenkomst opgenomen zijn, in de praktijk ervaren. Het merendeel van de informatie die opgenomen is in dit thema, is afkomstig van de landbouwers, onder wie een aantal ook jager is. Dat was te verwachten aangezien zij de beheerovereenkomsten uitvoeren op het terrein. Aspecten die aan bod kwamen, gingen over de breedte van de stroken op terrein, de maaidata en de samenstelling van het in te zaaien kruidenmengsel, de predatiecontrole, de voedertonnen en de problemen met betreding van de stroken. Succesfactoren
Een landbouwer vertelt dat hij het positief vindt dat de breedte van de strook voor de beheerovereenkomst kan afgestemd worden op de breedte van zijn materiaal waarmee hij het beheer uitvoert. Meerdere landbouwers geven ook aan dat de beheerovereenkomsten hen helpen bij het naleven van andere regels, bijvoorbeeld de regels van de mestwetgeving waarbij ze bij bemesting verplicht afstand moeten houden van de waterlopen, én ze vinden het positief “dat ze er nog voor vergoed worden ook”. Verbeterpunten De meeste moeilijkheden van landbouwers en jagers bij het uitvoeren van beheerovereenkomst akkervogel, hebben te maken met het respecteren van de maaidata en de verplichte bestrijding van distels die volgens sommigen een lastig en tijdrovend werk is. Bij de landbouwers zijn er ook opmerkingen over de zaadsamenstelling die gebruikt wordt in de beheerovereenkomsten. Die samenstelling zou volgens hen beter moeten afgestemd zijn op de gebruiksmogelijkheden van de opbrengst door de landbouwers. Ook vertellen bepaalde respondenten met een beheerovereenkomst dat zijzelf het gemaaide gras niet kunnen gebruiken, waardoor ze het beheer door een collega laten uitvoeren die over het maaisel mag beschikken. Meerdere landbouwers geven aan problemen te hebben met de betreding van hun strook door derden. Als voorbeelden worden gegeven, de jagers tijdens de jacht, het ruimen van de beek en het landen van een luchtballon. Verbod van betreding is opgenomen als een van de voorwaarden in een beheerovereenkomst, omdat betreding de graszode beschadigt en verstoring teweeg brengt. Een van de landbouwers vertelt dat hij zich niet goed voelt als er betreding is gebeurd en hij steeds hoopt dat er geen controle komt zolang de schade zichtbaar is. Zowel landbouwers als stakeholders geven aan dat landbouwers een beheerovereenkomst te weinig zien als een extra teelt op het bedrijf. Sommigen voeren eerst de reguliere bedrijfstaken uit en nadien de taken die verbonden zijn aan de beheerovereenkomst, waardoor ze in de problemen komen met bv. de maaidata.
15
Suggesties
Meerdere landbouwers vragen om meer flexibel om te gaan met de maaidata in functie van de weersomstandigheden of het broedseizoen van de vogels. Er wordt gesuggereerd om te werken via een applicatie die het mogelijk maakt een afwijking te vragen van de maaidatum en bv. door fotomateriaal als verantwoording te geven. Een landbouwer zegt “Bij beheerovereenkomsten worden vaste data gehanteerd maar de natuur kan je niet in data gieten”. Bij de samenstelling van de zaadmengsels voor grasstroken en vogelvoedselgewassen wordt aandacht gevraagd voor een groter aandeel verplichte bijmenging van kruiden. De bedrijfsplanner kan dat nu alleen aanraden. Kruiden zijn interessant omdat ze zaad leveren, insecten aantrekken, de strook open houden en beschutting bieden. Enkele jagers vragen om “meer predatiecontrole toe te laten op eksters, kraaien, vossen en kauwen en dit het jaar rond, door wie een erkenning heeft”. Sommige jagers zijn ook voorstander om voedertonnen te plaatsen op de stroken van een beheerovereenkomst. Een stakeholder met een natuurachtergrond stelt, dat het plaatsen van voedertonnen mogelijk is, op voorwaarde dat er rekening wordt gehouden met de ecologie van het gebied, bv. in een periode met sneeuw om de hungry gap te overbruggen. Diezelfde stakeholder zegt ook dat het niet de bedoeling is dat de voedertonnen het hele jaar aanwezig zijn, want dan is er sprake van gekweekt wild. Een landbouwer vindt het jammer dat niet meer flexibel kan omgesprongen worden met de afbakening van de beheergebieden beheerovereenkomst akkerfauna. Bijvoorbeeld als iemand een initiatief neemt dat past binnen de filosofie van de beheersmaatregelen, maar net buiten het beheergebied ligt.
THEMA 3: VERGOEDING
In de interviews werd gevraagd naar de mening van de respondenten over de hoogte van de vergoeding en de wijze van berekening. Succesfactoren
De meerderheid van de geïnterviewde landbouwers en jagers is tevreden over de hoogte van de vergoeding voor de beheerovereenkomst akkerfauna. Ze vinden dat de vergoeding in verhouding staat tot de hoeveelheid werk die gevraagd wordt. Uit de studie van Regt et al. (2018a) waarbij een grootschalige enquête is uitgevoerd bij landbouwers bleek ook al dat 97% van de landbouwers met een beheerovereenkomst akkervogel – aanleg en onderhoud van gemengde strook plus, de vergoeding passend vond. Meerdere respondenten kunnen zich vinden in het feit dat er wordt gewerkt met één bedrag van vergoeding voor heel Vlaanderen. Een geïnterviewde stelde “Vlaanderen is immers niet zo groot en de interne verschillen zijn klein in vergelijking met andere landen”. Verbeterpunten
Een landbouwer vertelt dat hij vindt dat voor het creëren van een habitat voor akkerfauna door middel van beheerovereenkomsten onder de regie van de overheid, er een grote overheadkost
16
is. De landbouwer is ervan overtuigd dat de landbouwsector de uitwerking ervan veel efficiënter (tijd en geld) kan aanpakken. Suggesties
Voor de berekeningswijze van de vergoeding zijn meerdere suggesties gegeven. Sommige respondenten vinden dat de vergoeding kan gedifferentieerd worden, zoals dat gebeurt bij de pachtprijzen in landbouwstreken of dat de vergoeding zou moeten kunnen rekening houden met de grondprijzen of met de prijzen van de teelten die op de akkers in de omgeving van de beheerovereenkomst voorkomen. Een landbouwer stelt dat het belangrijk is dat de vergoeding wordt geïndexeerd wanneer nodig. Een stakeholder zegt het niet eens te zijn met de berekening van de vergoeding. “Alleen de inspanning die de landbouwer levert moet vergoed worden en niet het inkomensverlies, want de landbouwer is vrijwillig ingestapt in de beheerovereenkomst”. Volgens de stakeholder wordt de landbouwer die een beheerovereenkomst sluit nu dubbel vergoed: voor de inspanning én voor het inkomensverlies. Diezelfde stakeholder vindt de vergoeding hoog voor een vrijwillig systeem waarbij een landbouwer een gewaarborgd inkomen kan ontvangen met weinig risico’s tijdens een periode van 5 jaar. Sommige stakeholders, onder wie ook landbouwers, staan ervoor open om de vergoeding meer resultaatgebonden te maken. Er worden verschillende mogelijkheden weergegeven, zoals werken met een getrapte vergoeding in functie van de behaalde doelstellingen of het toekennen van een bonus bij het behalen van bepaald resultaat dat kan aangetoond worden door beeldmateriaal (via een app op de smartphone).
THEMA 4: MOTIVATIE EN VERTROUWEN
In de interviews vroegen we de landbouwers en jagers naar hun motivatie om al dan niet een beheerovereenkomst akkerfauna te sluiten. Aan de stakeholders vroegen we waarom zij denken dat landbouwers of jagers instappen op een beheerovereenkomst akkerfauna. Daarnaast hebben we de respondenten gevraagd naar hun houding over beheerovereenkomsten. De respondenten deden ook uitspraken die aangeven welk gevoel of vertrouwen ze hebben in de beheerovereenkomsten akkerfauna. Succesfactoren
Verschillende stakeholders vertellen dat er een groot draagvlak is bij landbouwers en stakeholders voor de beheerovereenkomsten. De stakeholders vertellen dat ze geloof hebben in het instrument van de beheerovereenkomsten, om bij te dragen in de creatie van meer en kwaliteitsvoller habitat voor akkervolgels. Ze vinden wel dat tot op vandaag de potentie van het instrument niet ten volle benut wordt. Een stakeholder zegt dat, volgens hem, beheerovereenkomsten geknipte instrumenten zijn voor akkervogels die leven in landbouwgebied. De stakeholder verklaart dit als volgt: “Het instrument beheerovereenkomsten is vlot inpasbaar in de bedrijfsvoering van de landbouwers, het biedt hen
17
de mogelijkheid om bij te dragen aan de natuur voor akkervogels en het is een instrument dat inzetbaar is in agrarisch gebied waar andere instrumenten amper toegang toe hebben”. Alle landbouwers die geïnterviewd zijn, geven aan dat het financiële aspect belangrijk is bij het sluiten van een beheerovereenkomst akkervogel. De studie van De Regt et al (2018a) bevestigt dat een hogere vergoeding 48% van de landbouwers kan overtuigen om een beheerovereenkomst op te starten. Onder de geïnterviewde landbouwers, is een groep te onderscheiden die zegt dat ze louter een beheerovereenkomst sluit voor het vaste en gegarandeerde inkomen, zeker op plaatsen met bemestingsbeperkingen. Er waren ook landbouwers die zeiden dat ze de beheerovereenkomsten akkerfauna eerder beschouwen als een onderdeel van de verkoopstrategie van hun bedrijf. Zij pakken graag uit met de beheerovereenkomst bij hun klanten. De studie van De Regt et al stelt ook dat 37% van de landbouwers vindt dat het sluiten van een beheerovereenkomst bijdraagt tot een positief imago van hun bedrijf. De meeste landbouwers met een beheerovereenkomst akkervogel die geïnterviewd zijn, vertellen bezorgd te zijn over het milieu. Sommige landbouwers vertellen ook beheerovereenkomsten te sluiten uit bezorgdheid voor de bodem. Uit eerder onderzoek (De Regt et al - 2018a) bleek ook al dat driekwart van de respondenten bezorgd is over de natuur en het milieu. De meeste landbouwers met beheerovereenkomsten, zijn fier te kunnen vertellen dat ze meer leven zien op de stroken met maatregelen en in de directe omgeving ervan. De voornaamste reden die de geïnterviewde jagers opgaven om in te stappen op een beheerovereenkomst akkervogel is het aantrekken van wild. In tweede orde spreken de jagers over biodiversiteit, natuur en landschap. Sommige jagers zijn ervan overtuigd dat zij de meest geschikte personen zijn om de beheerovereenkomst akkerfauna uit te voeren. Ze vinden dat jagers de maatregelen het best begrijpen, bv. waarom late maaidata zijn opgenomen in de maatregelen van beheerovereenkomsten akkerfauna. Jagers vertellen dat ze veel voor de natuur doen in hun omgeving, soms ook met financiering “uit eigen zak”. Jagers vertellen dat ze vaak landbouwers in hun omgeving proberen te motiveren om beheerovereenkomsten akkerfauna te sluiten. Het lukt hen echter niet altijd om landbouwers te overtuigen omdat landbouwers beheerovereenkomsten akkerfauna nog te veel beschouwen als iets wat wild aantrekt dat schade toebrengt aan hun teelten. Verbeterpunten
Bepaalde stakeholders geven aan dat de neiging bestaat om beheerovereenkomsten te gemakkelijk te maken zodat iedereen erop kan instappen. Ze vinden “beheerovereenkomsten geen recht maar een optie”. Nochtans, zeggen die stakeholders, zijn boeren het gewoon om voor hun verschillende teelten met verschillende adviseurs te werken. Enkele stakeholders vertellen dat de vergoeding als te laag wordt ervaren door landbouwers uit de “groentestreek” van West-Vlaanderen of de Kempen. Een stakeholder legt uit dat de vergoeding volgens die landbouwers uit West-Vlaanderen of de Kempen niet kan concurreren met de opbrengsten die de grond in die gebieden kan realiseren (geïnterviewde landbouwers die de vergoeding te laag vinden, gaven dit ook al aan). Een stakeholder legt verder uit dat het
18
instrument van beheerovereenkomsten niet mag aanzien worden als een instrument om de basismilieukwaliteit te behalen in een gebied. De vergoeding is daarvoor niet hoog genoeg voor de meeste regio’s. ”Een beheerovereenkomst is eerder een middel om de spreekwoordelijke kers op de taart te zetten”. Meerdere stakeholders zijn kritisch over het instrument beheerovereenkomsten. Ze stellen zich de vraag of “het aankopen van gronden geen betere manier zou zijn om het beoogde resultaat voor natuur te bereiken”. Bij een beheerovereenkomst is het zo dat op het einde van het contract de landbouwer de gecreëerde natuur kan verwijderen en de financiële investering van de overheid dus tot niets leidt. Een stakeholder vertelt dat op het terrein, naast de bedrijfsplanners ook externe adviseurs informatie geven aan landbouwers over beheerovereenkomsten. De stakeholder vertelt dat naar zijn gevoel externe adviseurs meer vertrouwen genieten bij de landbouwers dan de bedrijfsplanners van de VLM omdat, volgens de stakeholder, de externe adviseurs dichter bij de landbouwers staan en er nog altijd een vorm van wantrouwen is tegenover de overheid. Een landbouwer vertelt dat hij zijn beheerovereenkomst uitvoert op een plaats waar het rendement voor landbouw het laagst is. Volgens een grootschalige enquête in 2018, blijkt ook dat 31% van de respondenten dit argument aanbrengt om deel te nemen aan beheerovereenkomsten (De Regt et al. (2018a)). Uit de interviews blijkt dat sommige landbouwers negatief zijn en blijven tegenover beheerovereenkomsten. Die landbouwers doen uitspraken als: “ze trekken vooral houtduiven aan die zorgen voor schade”, “er zijn veel regels”, “ze leggen een claim…”.
Suggesties
Stakeholders schatten in dat “landbouwers vooral wegens financiële redenen en in beperktere mate voor milieuaspecten een beheerovereenkomst sluiten”. In de studie van Regt et al (2018a) zijn dit de twee belangrijkste redenen voor landbouwers om beheerovereenkomsten te sluiten, hoewel voor een beheerovereenkomst het milieu op de eerste plaats komt en de vergoeding op de tweede plaats. Stakeholders schatten in dat “jagers vooral instappen op een beheerovereenkomst akkervogel omwille van het positieve effect op wild”. Een landbouwer vertelt dat het belangrijk is voor hem om vrij te kunnen kiezen en dat hij aan niemand verplichtingen heeft. De meeste respondenten vinden landbouwers de meest geschikte personen om aan natuurbeheer te doen, zeker voor agrarisch natuurbeheer. In sommige gevallen zien die respondenten zelfs een win-win voor natuur en landbouw. De jagers leggen uit dat door de evolutie van de landbouw de akkers minder interessant zijn geworden voor de akkervogels. Om het tij te keren stellen de jagers voor dat alle actoren uit de open ruimte samenwerken. Volgens de jagers is het herstellen van de biodiversiteit zonder de medewerking van de landbouwers, onmogelijk.
19
THEMA 5: KENNIS EN COMMUNICATIE
Wat weten de respondenten over het instrument van de beheerovereenkomst akkerfauna, de natuur en akkervogels? De respondenten deelden graag hun kennis over het thema van de beheerovereenkomst akkerfauna en de communicatie erover. Voor de onderzoeker was het belangrijk om te achterhalen of de respondenten over de correcte informatie beschikken. Ook wilde hij weten welke kanalen ze raadplegen om hun informatie te verkrijgen. Daarnaast zocht hij uit of er voldoende interactie is tussen de landbouwers en de stakeholders onderling en tussen die beide groepen. Succesfactoren
Uit de interviews bleek dat de meeste respondenten, landbouwers en stakeholders, tevreden zijn over de dienstverlening van de bedrijfsplanners van de VLM (de Regt et al, 2018). Sommige landbouwers en jagers vertellen dat ze via de bedrijfsplanners bijleren over de natuur. Een landbouwer vertelt dat hij het positief vindt dat de bedrijfsplanner feedback geeft na een controle. De Regt et al. (2019b) bevestigt dat de landbouwers van nabij bij agronatuurbeheer betrokken willen worden en dat informatie over de maatregelen en de resultaten ervan naar de landbouwer moeten doorstromen. Een stakeholder zegt “Met de bedrijfsplanners beschikt de VLM over een groot menselijk kapitaal”. De meeste jagers zijn trots dat ze meewerken aan een betere leefomgeving voor de akkervogels. Ook landbouwers tonen graag dat zij meewerken aan het creëren van een mooie omgeving, in het bijzonder die landbouwers waar de beheerovereenkomst ‘maatregelen voor akkerfauna’ bijdraagt aan de verkoopstrategie van hun bedrijf. Zij vinden de infopanelen een goede zaak om de burgers te informeren. Respondenten geven aan dat door de beheerovereenkomsten akkervogel, er interactie is op het terrein tussen landbouwers, jagers en stakeholders. Ze leren van elkaar, vb. landbouwers ervaren dat er meer wild zit op de percelen met een beheerovereenkomst dan op de percelen zonder een beheerovereenkomst en vertellen hierover tegen collega’s. Jagers leggen uit wat het nut is van de maatregelen. Ze beïnvloeden elkaar ook. Zo proberen sommige jagers landbouwers te overtuigen om beheerovereenkomsten akkerfauna te sluiten, om samen een grotere oppervlakte aan habitat te realiseren. Verbeterpunten
Niet alle respondenten zijn tevreden over de werking van de bedrijfsplanners van de VLM. Meerdere stakeholders vertellen dat landbouwers eerder weinig kennis hebben van de noden van akkerfauna. Zij zijn van mening dat de bedrijfsplanners de maatregelen en het effect dat ze beogen onvoldoende uitleggen aan de landbouwers. Ook vinden zij dat er meer opvolging moet zijn bij het uitvoeren van de maatregelen. Een respondent vertelt dat, volgens hem, de achteruitgang van de akkerfauna veroorzaakt wordt door de predatie van de vos op de akkervogels. De respondent geeft hiermee onrechtstreeks aan dat het volgens hem niet zozeer ligt aan voldoende of kwaliteitsvol habitat maar wel aan een externe factor, namelijk de vos.
20
Bij een eigenaar leeft ook het idee dat landbouwers zeer goed “verdienen” aan beheerovereenkomsten. “De vergoeding is zelfs hoger dan de pacht die de pachter betaalt”. Tijdens de interviews wordt verteld dat landbouwers “meer geneigd” zijn om een beheerovereenkomst akkerfauna te sluiten op aanraden van een externe adviseur of collegalandbouwer dan op basis van info van een bedrijfsplanner van de VLM. Uit de interviews blijkt dat er aan negatieve berichtgeving wordt gedaan om landbouwers te ontraden om een beheerovereenkomst te sluiten. Voorbeelden zijn dat “landbouwgrond dient voor productie van voedsel en niet voor natuur”, “dat landbouwers geen vrije teeltkeuze meer zullen hebben op de strook van de beheerovereenkomst na het beëindigen van de beheerovereenkomst”. Er is soms sprake van “de onverzorgde stroken”. Op het terrein worden, als de landbouwers daarvoor hun toestemming geven, infopanelen geplaatst om de burgers te informeren over de beheerovereenkomsten. Die borden moeten ook duidelijk maken dat de stroken waarop de beheerovereenkomsten van toepassing zijn, niet mogen betreden worden. Meerdere landbouwers geven aan dat “de infoborden niet veel indruk nalaten” want hun stroken worden regelmatig gebruikt door anderen. Sommige landbouwers vinden dat dat aantoont dat er weinig maatschappelijke waardering is voor taken als beheerovereenkomsten, die ze uitvoeren. Suggesties
Meerdere stakeholders vertellen veel kennis te hebben over akkerfauna en die kennis te willen delen, bijvoorbeeld met landbouwers zodat die beter kunnen begrijpen waarom bepaalde maatregelen opgenomen zijn in de beheerpakketten voor akkerfauna, of met de overheid zodat de beheerovereenkomsten akkerfauna op de meest geschikte locaties worden gesloten, of met de beleidsmakers om het instrument van de beheerovereenkomsten akkerfauna te verbeteren. De stakeholders geven aan dat een landbouwsysteem belangrijk is voor akkervogels. Bijgevolg vinden zij dat, ook in de toekomst, landbouwers betrokken moeten worden in het beheer van natuur. Zo blijft de kennis behouden. De stakeholders hebben het gevoel dat de landbouwers te weinig op de hoogte zijn van de meerwaarde van bepaalde onderdelen van de maatregelen. De stakeholders vragen meer aangepaste informatie voor de landbouwers. De jagers vinden dat er samenwerking moet zijn tussen de spelers in de open ruimte (landbouwers, jagers en natuurverenigingen) in een gebied om tot een beter habitat te komen voor akkerfauna. “Landbouwers zouden op regelmatige tijdstippen kunnen samengebracht worden.” Er wordt gesteld dat het de taak van de bedrijfsplanner zou moeten zijn om de boer te overtuigen om iets te doen dat geen directe meerwaarde voor hem heeft maar wel een meerwaarde voor de omgeving. Een stakeholders zegt dat “een boer vooral zélf moet tevreden zijn over zijn resultaat, dan zal hij het vertellen aan zijn collega’s. Op die manier krijg je een systeem dat zichzelf propageert”.
21
Vervolg De Vlaamse resultaten worden vergeleken met de data van de andere Europese partners en nadien samengebracht in een gecompileerd internationaal rapport. Tijdens dit kwalitatieve onderzoek, stonden de opinies van de onderzochte stakeholders centraal. De volgende stap is dat we binnen het Europese partnerschap, de inhoud van het kwalitatieve onderzoek aftoetsen in een kwantitatieve bevraging bij een ruimere groep landbouwers. Daarmee willen we op basis van statistische data, de contouren van de verbeterpunten beter onderbouwen. Op die manier wil het Partridge Project breed nadenken over hoe beheerovereenkomsten voor akkerfauna beter kunnen bijdragen aan de biodiversiteitsdoelstellingen.
Referenties de Regt E., Dumez L. & Deuninck J. (2018a) Wat denkt de landbouwer over agromilieuklimaatmaatregelen? Resultaten van een grootschalige bevraging in 2018. Departement Landbouw en Visserij, Brussel. de Regt E., Rombouts W., Dumez L. & Deuninck J. (2018b) Wat denkt de landbouwer over agromilieu - en klimaatmaatregelen? Bespreking per maatregel/pakket , Departement Landbouw en Visserij, Brussel. Mortelmans D. (2013) Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Universiteit Antwerpen.
Colofon Geschreven door Nel Ghyselinck, Vlaamse Landmaatschappij Illustraties door Anne-Lieke Struijk-Faber, Vogelbescherming Nederland
22
Bijlage Vragenlijst van de interviews omtrent beheerovereenkomst akkervogels
ALGEMEEN 0. Welke rol zie jij voor landbouwers in natuurbeheer? 1. Wat weet je over BO’s akkervogels?
OVER HET SYSTEEM 2. Zijn de huidige BO’s akkervogels aangepast/passend voor akkervogels? 3. Wat vind je van het huidig systeem? 4. Dragen ze bij tot een verbetering van habitat voor akkervogels? 5. Hoe kan men de deelname verbeteren/verhogen?
OVER DE VERGOEDING 6. Wat vind je van de vergoeding? 7. Welke aspecten vind jij belangrijk? Moeten zeker vergoed worden? 8. Moet er gekeken worden voor een alternatief systeem?
OVER DE BEGELEIDING 9. Wat is je idee over de begeleiding om een BO akkervogels af te sluiten 10. Vind je dat de resultaten voldoende gemonitord worden?
LAATSTE VRAGEN 11. Nog andere ideeën? 0. Wat kan landbouwers motiveren om aan natuurbeheer te doen?
23
PARTRIDGE