BIJLAGEN BIJ DEEL 7. OPERATIONELE ELEMENTEN BIJLAGE BIJ HOOFDSTUK 1. – AFDELING 2. FISCALE AUTONOMIE Status over te hevelen fiscale uitgaven
(27/02/2013)
institutioneel akkoord (p. 47)
WIB 92
PBaangifte
Fiscaal voordeel (AJ 2013)
Basis berekening (AJ 2013)
1. Belastingsverminderingen of -kredieten voor de eigen woning
A. Woonbonus (vanaf 2005)
Opmerkingen (incl. overzicht belangrijkste bestaande gunstmaatregelen)
Zie Groenboek
Deze belastingaftrek moet nog worden omgevormd naar een belastingvermindering. Het is niet duidelijk of de federale overheid dan wel de gewesten dit zullen doen Abattement/bijabattement/ meeneembaarheid RegR Klein beschrijf RegR en OV Vrijstelling gezinswoning SucR Sociale lening Begrotingsnota Di Rupo: 45%
Deel 5
115-116
Vak VIII, A en B
Marginaal tarief
kapitaal en interest, max. 2.200 + 730 + 70 per BP
B. Gewone interestaftrek
14, eerste lid, 1°
Vak VIII, C, 3
Marginaal tarief
interest
Het is niet duidelijk in welke mate deze belastingvermindering zal overkomen naar de gewesten.
C. Bijkomende interestaftrek
Oud 115116
Vak VIII, C, 1
Marginaal tarief
interest, binnen bepaalde grenzen
Begrotingsnota Di Rupo: 45%
D. Vermindering langetermijnsparen
145/1, 3°
Vak VIII, D, 2 en E, 2 en 3
30%
kapitaal, binnen bepaalde grenzen
Begrotingsnota Di Rupo: 30%. Het is niet duidelijk in welke mate deze belastingvermindering zal overkomen naar de gewesten.
E. Verhoogde vermindering bouwsparen
145/17-20
Vak VIII, D, 1 en E, 1 en 3
Marginaal tarief
kapitaal, binnen bepaalde grenzen
Begrotingsnota Di Rupo: 45%
2. Belastingsverminderingen en -kredieten voor de uitgaven voor de beveiliging tegen diefstal of brand van een woning
145/31
Vak IX, K
30%, max. 730 per woning
uitgaven
We veronderstellen dat de gewesten deze belastingvermindering kunnen invoeren op basis van hun bevoegdheden inzake wonen
Deel 5
3. Belastingsverminderingen of -kredieten met betrekking tot de uitgaven voor het onderhoud en de restauratie van beschermde monumenten
145/36
Vak VII, 5
30%
50% uitgaven, max. 35.350
Vlaamse restauratiepremie Vlaamse onderhoudspremie Vrijstelling LeegstandsHB Vrijstelling VerkrottingsHW
Deel 5
4. Belastingsvermindering – grootstedenbeleid (renovatie van woningen)
145/25
Vak IX, I
15%, max. 730 per woning
uitgaven
Vlaamse renovatiepremie Vlaamse verbeteringspremie Renovatieabattement RegR Vermindering OV
Deel 5
1
5. Belastingvermindering – renovatie sociale huurwoningen
145/30
Vak IX, J
5% gedurende 9 jaar, max. 1.100 per woning
uitgaven
Het is niet duidelijk wat zal gebeuren met de verderzetting van engagementen uit het verleden. Vlaamse renovatiepremie Vlaamse verbeteringspremie Renovatieabattement RegR Vermindering OV Het is niet duidelijk of de PWAcheques ook zullen overkomen, dan wel het maximumbedrag wordt ontdubbeld. Federaal bestaat momenteel een belastingkrediet.
Deel 5
6. Fiscale uitgaven dienstencheques
145/21-23
Vak IX, D
30%, max. 2.650 per BP (PWAen dienstencheques samen)
uitgaven
7. Fiscale uitgaven energiebesparing
145/24, §1
Vak IX, G
30%, max. 2.930 per woning
uitgaven
Dit belastingvoordeel is aanzienlijk afgebouwd door de federale overheid. Als de gewesten de opgeheven voordelen opnieuw willen toekennen zal dit moeten gebeuren met eigen middelen. Het is niet duidelijk wat zal gebeuren met de overdracht van overschotten uit het verleden (tot 3 belastbare tijdperken, dus effecten tot AJ 2016) Groenestroom- en warmtekrachtcertificaten Maatregelen net/rioolbeheerders Maatregelen lokale besturen Federaal bestaat momenteel een beperkt belastingkrediet.
Deel 1 Hoofdstuk 6
8. Groene lening
145/24, §3
Vak VIII, C, 2
30%, gedurende looptijd lening
interesten, na aftrek interestbonificatie
Deel 1 Hoofdstuk 6
9. Elektrische voertuigen
145/28, §1 en §2
Vak IX, N
Dit belastingvoordeel geldt enkel voor leningsovereenkomsten afgesloten tussen 1 januari 2009 en 31 december 2011. Als de gewesten dit voordeel willen toekennen zal dit moeten gebeuren met eigen middelen. Het is niet duidelijk wat zal gebeuren met de verderzetting van engagementen uit het verleden. Maatregelen lokale besturen Leningen (te regionaliseren) FRGE Vrijstelling BIV voor elektrische en hybride voertuigen Dit belastingvoordeel geldt enkel voor AJ 2011, AJ 2012 en AJ 2013. Als de gewesten dit voordeel willen toekennen zal dit moeten gebeuren met eigen middelen. Dit belastingvoordeel zal mogelijks worden opgeheven door de federale overheid. Als de gewesten dit voordeel willen toekennen zal dit moeten gebeuren met eigen middelen. Dit belastingvoordeel zal mogelijks worden opgeheven door de federale overheid. Als de gewesten dit voordeel willen toekennen zal dit moeten gebeuren met eigen middelen.
Deel 4, Hoofdstuk.1. Hoofdstuk.4.
Bijzondere gevallen
A. Personenwagen/wagen dubbel gebruik/minibus
30%, max. 9.510
uitgaven
B. Andere vierwieler
15%, max. 4.800
uitgaven
C. Motorfiets/driewieler
15%, max. 2.930
uitgaven
2
Deel 1 Hoofdstuk 6
10. Lage energiewoningen, passiefwoningen en nulenergiewoningen
145/24, ยง2
Vak IX, H
440/880/1760, gedurende 10 jaar
uitgaven
11. Installatie van een oplaadpunt
145/28, ยง3
Vak IX, O
40%, max. 260
uitgaven
Dit belastingvoordeel is opgeheven door de federale overheid. Als de gewesten dit voordeel opnieuw willen toekennen zal dit moeten gebeuren met eigen middelen. Het is niet duidelijk wat zal gebeuren met de verderzetting van engagementen uit het verleden. Zie ook het arrest GwH van 8 mei 2013. Vermindering OV voor energiezuinige woningen Maatregelen netbeheerders Maatregelen lokale besturen Dit belastingvoordeel geldt enkel voor AJ 2011, AJ 2012 en AJ 2013. Als de gewesten dit voordeel willen toekennen zal dit moeten gebeuren met eigen middelen.
Deel 1 Hoofdstuk 6
Deel 1 Hoofdstuk 6.
3
BIJLAGE BIJ HOOFDSTUK 3. – AFDELING 1. PROVINCIALE INSTELLINGEN Bijkomende informatie bij de te bespreken punten Opheffing van de functie van arrondissementscommissaris en adjunct-arrondissementscommissaris Op basis van het institutioneel akkoord krijgen de gewesten volledige autonomie over de provincies en kunnen ze dus in theorie in de toekomst ook de functie van arrondissementscommissaris afschaffen. “De nodige grondwetsartikelen zullen worden gewijzigd teneinde de volledige uitoefening van de autonomie van de Gewesten ten aanzien van de provincies te garanderen, zonder afbreuk te doen aan de huidige specifieke bepalingen van de pacificatiewet en aan die van de functie van de gouverneurs.” De Pacificatiewet wijst specifieke taken toe aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Ieper in de artikelen 22, 23 en 24. Artikelen 22 en 24 betreffen wijzigingen aan het Kieswetboek, die inmiddels reeds opnieuw gewijzigd zijn in die zin dat de desbetreffende taken toegewezen aan de arrondissementscommissaris van Ieper nu toegewezen zijn aan de provinciegouverneur van West-Vlaanderen. Artikel 23 van de Pacificatiewet betreft de inschrijving van een artikel 92 bis in het Kieswetboek waarin specifieke taken worden toegewezen aan de adjunctarrondissementscommissaris van Tongeren. Dit artikel is nog steeds van toepassing. Verder krijgt de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren specifieke taken toegewezen in de Gemeentekieswet, de Wet op de regeling van de provincieraadsverkiezingen en de gecoördineerde wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken (zie bijlage). Daardoor stelt zich de vraag of het Gewest het ambt van adjunct-arrondissementscommissaris kan opheffen zonder afbreuk te doen aan de huidige specifieke bepalingen van de Wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, Het Kieswetboek, de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen B.S. 13.08.1988) (Pacificatiewet)? I n het kader van de zesde staatshervorming wordt de Vlaamse overheid bevoegd om de functie van arrondissementscommissaris af te schaffen, uitgezonderd de functie van de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren. Deze laatste kan enkel worden afgeschaft indien er op federaal niveau de specifieke taken van deze adjunctarrondissementscommissaris worden overgedragen naar de gouverneur van Limburg. In afwachting daarvan dient deze functie behouden te blijven. Vermelding van functie van arrondissementscommissaris in de Pacificatiewet: - Artikel 22: Aanpassing van artikel 15 bis van het Kieswetboek in die zin dat 2 bijkomende exemplaren van de lijst van de alfabetisch gerangschikte kiezers overgezonden worden aan respectievelijk de arrondissementscommissarissen van Verviers en Ieper, voor wat de gemeenten Voeren en Komen-Waasten betreft.
4
-
-
Inmiddels is artikel 15 bis van het Kieswetboek in die zin gewijzigd dat de verzending gebeurt aan de respectievelijke provinciegouverneurs van Luik en West-Vlaanderen. Artikel 23: Aanpassing van artikel 92 bis van het Kieswetboek in die zin dat aan respectievelijk de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen voor wat het kieskantons Voeren en Komen-Waasten betreft de lijst met wijzigingen aan de kiezerslijst (schrappingen, kennisgevingen parket, bezwaren) toegezonden dient te worden Artikel 24: Aanpassing van artikel 93 bis van het Kieswetboek, in die zin dat de arrondissementscommissarissen van Verviers en Ieper instaan voor de verzending twee bijkomende exemplaren van de lijst de alfabetisch gerangschikte kiezers aan de voorzitters van de hoofdbureaus van de kantons Aubel en Mesen. Inmiddels is artikel 93 bis van het Kieswetboek in die zin gewijzigd dat de verzending gebeurt door de respectievelijke provinciegouverneurs van Luik en West-Vlaanderen.
Toegewezen taken voor een welbepaalde arrondissementscommissaris en een adjunct-arrondissementscommissaris in het Kieswetboek: - Artikel 15 (2de lid): verzending van de kiezerslijsten van respectievelijk de gemeenten Voeren en Komen-Waasten aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen. - Artikel 91 (4de lid): bevoegdheid tot indeling van de keizers per kanton in stemafdelingen met instemming van het College van Burgemeester en Schepenen van respectievelijk de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen voor de kieskantons Voeren en KomenWaasten. - Artikel 92 (bis): toezending van de lijst met wijzigingen aan de kiezerslijst (schrappingen, kennisgevingen parket, bezwaren) aan respectievelijk de adjunctarrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen voor wat de kieskantons Voeren en Komen-Waasten betreft. - Artikel 93: Respectievelijk de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen verzenden voor wat de gemeenten Voeren en Komen-Waasten betreft, ten minste 15 dagen voor de verkiezing, in een ter post aangetekend omslag, 2 voor echt verklaarde uittreksels uit de lijst der kiezers, aan de voorzitter van het hoofdbureau. (verzending door tussenkomst van de adjunct-arrondissementscommissaris en de arrondissementscommissaris). - Artikel 102: verzending aan respectievelijk de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen van de lijst die de samenstelling van de bureaus weergeeft. - Artikel 107: De bevoegdheid van de Gouverneur om er zorg voor te dragen dat het College van Burgemeester en Schepenen, ten minste 15 dagen voor de verkiezing, aan elke kiezer een oproepingsbrief stuurt, wordt in de praktijk voor wat respectievelijk de kieskantons Voeren en Komen-Waasten betreft, uitgeoefend door de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen - Artikel 196: De verjaringstermijn van 6 maanden voor gevallen van verkiezingsfraude begint te lopen vanaf de dag dat de kiezerslijsten en de stukken voor wat respectievelijk de gemeenten Voeren en Komen-Waasten betreft, gezonden zijn aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen. De gemeentekieswet - Artikelen. 5 en 8:Toewijzing van specifieke taken aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen. De wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen 5
-
Art. 2 en 3 bis: Toewijzing van specifieke taken aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen. - Artikel 25: Onverenigbaarheid van het mandaat van provincieraadslid met dat van arrondissementscommissaris. De gecoördineerde wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken - Artikel 63: Toewijzing van specifieke taken aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen. - Artikel 64: Toewijzing van specifieke taken aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren
Bijkomende informatie bij de bespreking van de effecten van de tweede optie I. Bijdrage van de provincies aan het beleid van de Vlaamse Overheid. -
Decreet van 16 april 2004 houden het GRB:
Aanbieding van gegevens, GRB-bijhouden, aangifte GRB-heffing, bijhouden van bescheiden in het kader van de vestiging en de invordering GRB -
Decreet van 14 maart 2008 houdende de ontsluiting en de uitwisseling van informatie over ondergrondse kabels en leidingen: Registeren op het KLIP-portaal en planaanvraag uitvoeren bij graafwerken. -
GDI-decreet:
De provincies zijn gevat in zover ze gegevens hebben die onder het GDI-decreet vallen -
Beleidsnota Vlaamse Rand, samenwerkingsovereenkomst vzw “de Randprovincie-Vlaamse Gemeenschap; decreet vzw ‘de Vlaamse Rand’:
De provincie Vlaams-Brabant zit een ambtelijk overleg voor tussen de Vlaamse Gemeenschap, provincie en vzw ‘de Rand’. Provincie is ook initiatiefnemer van een platform van gemeenten in de Vlaamse Rand (politieke afstemming). -
Decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaaleconomische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités:
De provincies werken in bepaalde mate mee aan de opmaak van het streekpact. Ze zorgen gedeeltelijk voor de uitvoering van het streekpact (via POM). -
Artikel 43 en 44 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid:
De provincies vertalen dit beleid naar hun niveau toe en sensibiliseren de gemeenten voor de problematiek -
6
Artikel 42 en 43 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid Provincies staan in voor: advisering en begeleiding: het leveren van toegankelijkheidstechnisch advies overeenkomstig de wettelijke bepalingen en technische normen die van toepassing zijn;
screening: het voeren van toegankelijkheidsonderzoeken op bestaande publieke infrastructuur, met het oog op het informeren van de eindgebruiker en het sensibiliseren van eigenaars en overheden; het geven van opleidingen aan alle actoren op het terrein (architecten, ambtenaren, …); het beantwoorden van informatievragen; het ondersteunen van lokale besturen bij het opmaken en het uitvoeren van toegankelijkheidsplannen, bij voorkeur via convenantwerking. Provinciale coördinatoren -
Artikel 29 van het Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur: De provincies verlenen hun medewerking aan het gezamenlijk bestand dat door de Vlaamse overheid wordt uitgebouwd. In afwachting van de realisatie van dit bestand zijn de provincies verplicht een document ter beschikking te stellen met daarin de beschrijving van de bevoegdheden en de interne organisatie van alle administratieve overheden die onder hen ressorteren -
Kieswetgeving:
De provincies dragen bij in sommige kosten van de organisatie van de verkiezingen: namelijk: presentiegeld en reisvergoeding voor de leden van de kiesbureaus reiskosten voorgelegd door de kiezers, die op de dag van de verkiezingen niet meer in de gemeente verblijven waar ze als kiezer zijn ingeschreven. verzekeringspremies om de lichamelijke schade te dekken die de leden van het kiesbureau zijn overkomen. -
-
Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 houdende vaststelling van de criteria voor de erkenning van de plaatselijke kerk- en geloofsgemeenschappen van de erkende erediensten: De provincies moeten advies geven over de erkenningsaanvragen waarvoor ze ook bijdragen in de uitgaven (katholieke kathedrale kerkfabrieken, orthodoxe en Islamitische). De provincies moeten bijdragen in de uitgaven van die erediensten. Decreet van 19 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid “Toerisme Vlaanderen” De provincies: organiseren de algemene opleiding van gidsen en reisleiders; ontwikkelen van toeristisch-recreatieve routes; initiëren of participeren aan toeristische samenwerkingsverbanden voor het eigen grondgebied zelf projecten ontwikkelen; projecten coördineren en stimuleren; adviseren bij dossiers ontvangen door de Vlaamse overheid, voor het eigen grondgebied specifieke vormingsinitiatieven nemen; Initiëren, uitvoeren en opvolgen van strategische plannen op bovengemeentelijk niveau; participeren in planning op Vlaams niveau; promotie van het dagtoeristisch aanbod van het eigen grondgebied; intermediaire rol bij verzamelen van sommige gegevensreeksen; marktonderzoek in functie van eigen grondgebied; beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek in functie van eigen grondgebied; participeren in het informatiebeheer voor zover men geldt als ‘beste bron’. 7
Buitenland: participatie in campagnes Vlaamse overheid; ondersteuning bij onthaal van intermediairen (pers en trade); Binnenland: voeren van de marketing en promotie van de eigen provincie op de binnenlandse markt; participatie binnen Vlaanderenbreed promotioneel kader van Vlaams niveau; -
Vzw Tafelen in Vlaanderen Provinciaal (structureel samenwerkingsverband tussen de vijf provinciale toeristische organisaties en de Fed.Ho.Re.Ca Vlaanderen, met de steun van Vlaams minister voor Toerisme Geert Bourgeois en Toerisme Vlaanderen).
-
Vzw Plattelandstoerisme in Vlaanderen Opgericht door de vijf Vlaamse provinciale toeristische organisaties en de Vlaamse Federatie voor Hoeve en Plattelandstoerisme vzw en de Boerenbond Globale coördinatie, organisatie en verdediging van de toeristische groepsbelangen van de kleinschalige logiesuitbatingen met plattelandskarakter in Vlaanderen; het toekennen van kwaliteitscategorieën en het uitoefenen van controle erop; het ontwikkelen van een marketingbeleid en het voeren van gemeenschappelijke marketingacties voor leden; verstrekken van professionele voorlichting, vorming en advies aan leden.
-
Het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid, zoals gewijzigd en het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2002 ter uitvoering van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid
Ter ondersteuning van de bibliotheekwerking van elke gemeente in de provincie neemt elke provincie het initiatief tot een streekgericht bibliotheekbeleid. Elke provincie geeft autonoom invulling aan het streekgerichte bibliotheekbeleid ter ondersteuning van de bibliotheekwerking in de provincie. Speciale aandacht wordt besteed aan de schaalvergroting van de bibliotheekwerking, door provinciale bibliotheeksystemen te ontwikkelen en aan te bieden en door structurele samenwerkingsverbanden tussen gemeenten te begeleiden, te stimuleren en te ondersteunen. De provincie betrekt de gemeenten, via een ruim participatieproces, actief bij de invulling, uitvoering en evaluatie van het streekgerichte bibliotheekbeleid. De Vlaamse Regering organiseert twee keer per jaar een interbestuurlijk overleg om het Vlaamse en provinciale bibliotheekbeleid op elkaar af te stemmen. Voor het realiseren van deze opdracht moet elke provincie minimaal een bedrag van 1,6 euro per inwoner van de provincie besteden. Daarnaast nemen de provincies nog andere taken op zich in het kader van het streekgericht bibliotheekbeleid die, sinds de decreetwijziging van 13 juli 2007 niet meer expliciet vermeld zijn in het decreet: het implementeren van projecten van Bibnet inzake netwerking, centrale catalogisering en collectieve producten en diensten; ondersteuning verlenen aan de openbare bibliotheken inzake informatica, management, human resources en problemen; op basis van overleg komen tot een efficiënte taakverdeling tussen de openbare bibliotheken; 8
het coördineren van collectieafspraken tussen de bibliotheken en van het interbiblio-thecair leenverkeer; de dienstverlening organiseren voor langdurig zieken en personen die verblijven in een rustoord, een rust- en verzorgingstehuis, een ziekenhuis; promotionele activiteiten opzetten en ontwikkelen, in aansluiting op landelijke open-bare bibliotheekcampagnes; een gangmakerfunctie opnemen inzake leescultuurinitiatieven; meewerken aan een Vlaams beleid inzake cultureel erfgoed; samenwerkingsprojecten opzetten en realiseren tussen bibliotheken en culturele of andere instellingen en organisaties, onder meer met betrekking tot doelgroepen-werking en publiekswerking; het begeleiden van vernieuwende processen inzake het bibliotheekwerk. De provincies ondersteunen op vrijwillige basis de gemeenten met culturele infra-structuur aan de hand van een provinciaal reglement. Deze ondersteuning kan onderling sterk verschillen en is niet decretaal bepaald. -
Het decreet van 18 januari 2008 houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport en het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de uitvoering van het decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport: Na de inwerkingtreding van de convenants wordt een periode van zes maanden voorzien waarin de stad een afsprakennota afsluit met de provincie en de gevangenisdirectie van de gevangenis waarin alle partijen hun inbreng in de gevangenisbibliotheekwerking duidelijk vastleggen. Voor de bibliotheekwerking in gevangenissen en de projecten met het oog op een aanbod voor kansengroepen, georganiseerd door het gemeenschapscentrum is de provinciale tussenkomst niet decretaal bepaald. Om voor de subsidies voor lokale netwerken in aanmerking te komen, zal de gemeente of het samenwerkingsverband van gemeenten voor de initiatieven een bedrag inbrengen dat minstens het dubbele is van de jaarlijkse subsidie van de Vlaamse Regering. Dat bedrag kan mee worden ingebracht door de betrokken openbare centra voor maatschappelijk welzijn. De ingebrachte middelen kunnen eveneens afkomstig zijn van subsidies van andere overheden aan de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
-
Het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk, gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2008 en het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2008 houdende uitvoering van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk; Het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten, gewijzigd bij het decreet van 17 november 2006 en het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 houdende de uitvoering van het decreet van het 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten, zoals gewijzigd De provincies ondersteunen op vrijwillige basis sociaal-culturele organisaties en amateurkunstorganisaties aan de hand van een provinciaal reglement. Deze ondersteuning kan onderling sterk verschillen en is niet decretaal bepaald.
-
-
het decreet van 2 april 2004 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties, kunstenaars, organisaties voor kunsteducatie en organisaties voor sociaal-artistieke werking, internationale initiatieven, publicaties en steunpunten;
9
-
-
-
het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2004 houdende de uitvoering van het Kunstendecreet van 23 april 2004; het decreet van 3 juni 2005 tot wijziging van het decreet van 2 april 2004 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties, kunstenaars, organisaties voor kunsteducatie en organisaties voor sociaal-artistieke werking, internationale initiatieven, publicaties en steunpunten; het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2006 houdende bepaling van aanvullende beoordelingscriteria ter uitvoering van artikel 8, § 2, van het Kunstendecreet van 2 april 2004; het decreet van 22 december 2006 houdende de wijziging van het Kunstendecreet van 2 april 2004; het decreet van 20 juni 2008 tot wijziging van het Kunstendecreet; het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de uitvoering van het Kunstendecreet van 2 april 2004, gewijzigd bij de decreten van 3 juni 2005, 22 decem-ber 2006 en 20 juni 2008.
De provincies moeten met de door de Vlaamse overheid gefinancierde theatergezelschappen die door de provincies (mee)opgericht zijn in een overeenkomst een subsidieregeling bepalen. Deze overeenkomst moet worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering en wordt opgenomen in het actieplan van de organisatie. -
-
Complementair cultureel-erfgoedbeleid. Cultureel-erfgoeddecreet van 23 mei 2008 houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid (CED), art. 9. Protocol van akkoord 2009-2010 tussen de Vlaamse Gemeenschap, VVP (provincies) en VVSG (steden en gemeenten), ondertekend op 2 maart 2009.
In uitvoering van het protocol van akkoord dat de Vlaamse Regering met de VVP en de VVSG sloot, verbindt elke provincie zich er toe om: 1° informatie uit te wisselen met de VVP zodat structureel overleg tussen de drie overheden mogelijk is; 2° het kwaliteitslabel aan collectie-beherende cultureel-erfgoed-organisaties, dat toegekend wordt door de minister, te gebruiken als basis voor een cultureel-erfgoedbeleid; 3° de nadere specificaties zoals bepaald in het protocol toe te passen en de procedures te bepalen voor de indeling van musea en culturele archiefinstellingen bij het regionale niveau; 4° het ondersteuningsbeleid op elkaar af te stemmen. De provincies dragen verantwoordelijkheid voor de cultureel-erfgoedorganisaties die een regionale werking ontwikkelen en die bijdragen aan een streekgericht cultureelerfgoedbeleid. De provincies dragen verantwoordelijkheid voor de cultureel-erfgoed-organisaties die een regionale werking ontwikkelen en die bijdragen aan een streekgericht cultureelerfgoedbeleid. Zij kunnen hiervoor subsidie-reglementen of andere instrumenten (bijv. provinciale museumconsulenten) ontwikkelen. De provincies ontwikkelen een subsidiebeleid voor projecten met een regionale relevantie. Elke provincie kan een aanvraag indienen – via een cultureel-erfgoedbeleidsplan. Binnen het cultureel-erfgoedbeleid werd een gecoördineerd depotbeleid opgestart. De noden situeren zich overal te lande bij de beheerders van cultureel erfgoed, cultureel-erfgoedorganisaties en bij lokale en provinciale besturen. Om efficiënte oplossingen uit te kunnen werken is een zekere afstand en de blik van bovenuit nodig. Een afstemming tussen de noden van de verschillende cultureel-erfgoedcollecties en cultureel-erfgoedbeheerders is een eerste vereiste.
10
De provincies kregen de taak een regierol op te nemen. Aan hen wordt gevraagd om als moderator in de depotproblematiek op te treden. We verwachten dat de provincies op basis van de noden van het cultureel erfgoed, van de cultureel-erfgoed-organisaties en van de lokale besturen, een werking opzetten. Tewerkstelling hiervoor kan ondersteund worden via subsidies voor aanvullende tewerkstelling (uit normalisering DAC-subsidies). De provincies voeren het cultureel-erfgoedconvenant uit. -
Decreet van 14 februari 2003 houdende de ondersteuning en de stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid, gewijzigd bij de decreten van 23 december 2005 en 15 december 2006 Opmaak provinciaal jeugdbeleidsplan voor 6 jaar. De opdrachten van het provinciebestuur worden als volgt beschreven: Het financieel, materieel en infrastructureel ondersteunen van een divers en toegankelijk provinciaal jeugdwerkaanbod, met aandacht voor kadervorming ( 80% van verkregen subsidies) Het ondersteunen van een zo gevarieerd mogelijk provinciaal jeugdwerkaanbod dat in hoge mate gericht is op het werken met gehandicapte jeugd.
-
Provinciale subsidiëring cultuur: Toneelhuis Het Paleis NT Gent
-
Decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente en provincie-besturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen- beleid en de in uitvoering daarvan genomen uitvoeringsbesluiten.
De provinciebesturen dienen een sportbeleidsplan op te maken dat uit minstens vijf hoofdstukken dient te bestaan : 1°de beleidsmaatregelen voor de ondersteuning en stimulering van sportverenigingen op het bovenlokale niveau. 2°de beleidsmaatregelen voor de ondersteuning en stimulering van bijzondere doelgroepen, namelijk personen met een handicap. 3°de beleidsmaatregelen voor de ondersteuning en stimulering van de inter- en bovenlokale samenwerking in de sport. 4°de beleidsmaatregelen voor de organisatie van een pool van sportgekwalificeerde begeleiders die worden ingezet in het sport voor allen- beleid. 5°de beschrijving van een meerjarenplan m.b.t. de sportinfrastructuur op het provinciale grondgebied, met aandacht voor aspecten van ruimtelijke ordening en leefmilieu. Het sportbeleidsplan wordt door de provincie opgemaakt en goedgekeurd tijdens het eerste jaar van de provinciale bestuursperiode en geldt voor de daaropvolgende jaren en het eerste jaar van de volgende provinciale bestuursperiode. In het derde jaar van de sportbeleidsplanperiode en op het einde van de beleidsplanperiode wordt het geëvalueerd in overleg met de sportraad. Jaarlijks dient bij het Bloso een verslag te worden ingediend over de uitvoering van het sportbeleidsplan -
Convenant integrale jeugdhulp in uitvoering van het protocol betreffende de samenwerking tussen de minister van welzijn, volksgezondheid en gezin, de provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie:
11
Provincies zijn op de volgende wijzen betrokken: regionaal overleg; impulsbeleid: leemten in beleid aanvullen; cliëntparticipatie; gegevensverstrekking voor Regioplan Integrale Jeugdhulp; afstemmen communicatie; Deelname aan regionale stuurgroep; -
8 JUNI 1999 - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. 1 SEPTEMBER 2006 – Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Indienen van onder meer zorgstrategisch plan voor aanvraag subsidiebelofte voor de bouw van een woonzorgcentrum. Eventueel indienen reactienota na verkrijgen evaluatienota’s of wijziging plan. Indien wijziging plan: opnieuw start van procedure. Na goedkeuring zorgstrategisch plan, indienen financieel-technisch plan. -
19 DECEMBER 1997 - Besluit van de Vlaamse Regering tot ondersteuning van regionaal overleg en regionale samenwerking in de welzijnssector.
Elke provincie en de VGC heeft een permanente cel en een adviserende stuurgroep, ter ondersteuning en stimulering van de regionale samenwerking en regionaal overleg in de welzijnssector. (Permanente cel: eigen personeel van provincie.) Opstellen van het driejaarlijks beleidsplan inzake overleg en samenwerking in de welzijnssector. Dat beleidsplan bevat krachtlijnen inzake provinciaal beleid op dit vlak. Het plan wordt geadviseerd door de stuurgroep en uitgewerkt door de permanente cel en het moet door de provincie worden goedgekeurd. Jaarlijkse evaluatie van het plan door de stuurgroep in een voortgangsrapport. -
Organisatie provincie
van
het
Regionaal
Overlegnetwerk Gehandicaptenzorg
per
Het provinciebestuur sluit met het VAPH een overeenkomst voor de organisatie van een Regionaal Overlegnetwerk Gehandicaptenzorg waar de provincie of de VGC zelf deel van uit maken. De provincie activeert, stimuleert en begeleid de werking van de ROG’s. De provinciebesturen zorgen voor de logistieke, financiële en personele ondersteuning van de werking van de ROG's en voor de huisvesting van het registratie- en coördinatiepunt. De ROG wordt structureel ingepast in het provinciale beleid inzake regionaal overleg en regionale samenwerking in de welzijnssector. De permanente cel Zorgregie is samengesteld uit onder meer ambtenaren van de provincie en ambtenaren van het VAPH. -
13 JULI 2007 - Decreet houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning
De provincies kunnen een provinciaal steunpunt opvoedingsondersteuning uitbouwen: bevoegdheid van deputatie, in overleg met de Vlaamse coördinatoren, in overleg met Vlaams Expertisecentrum. -
12
Provinciale steunpunten opvoedingsondersteuning
In overleg met de Vlaamse coördinatoren opvoedingsondersteuning : - het faciliteert intergemeentelijke of regionale samenwerking rond opvoedingsondersteuning; - het stelt initiatieven inzake opvoedingsondersteuning, gelegen buiten de centrumsteden, in staat om op te starten; - het bundelt goede praktijkvoorbeelden en maakt ervaringsuitwisseling mogelijk. In overleg met het Vlaams Expertisecentrum voor Opvoedingsondersteuning : het zorgt mee voor de provinciale verspreiding van informatie en materiaal voor iedereen die professioneel of op vrijwillige basis opvoedingsondersteuning biedt. Als de Vlaamse Gemeenschapscommissie een steunpunt opvoedingsondersteuning opstart of uitbouwt, heeft dat de volgende opdrachten: - het faciliteert samenwerking rond opvoedingsondersteuning; - het stelt initiatieven inzake opvoedingsondersteuning in staat om op te starten; - het bundelt goede praktijkvoorbeelden en maakt ervaringsuitwisseling mogelijk; - In overleg met het Vlaams Expertisecentrum voor Opvoedingsondersteuning zorgt het mee voor de verspreiding in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad van informatie en materiaal voor iedereen die professioneel of op vrijwillige basis opvoedingsondersteuning biedt. -
Decreet kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, artikel 4; Besluit van de Vlaamse Regering m.b.t. de organisatie van de Vlaamse overheid van 3 juni 2005, artikels 28 en 30 50% financiering en ter beschikking stelling van het personeel van het mobiliteitspunt; Voogdij overheid voor de gemeenteraadsbeslissingen; Beroepen tegen beslissingen van College van burgemeester en schepenen; Behandeling klachten oneigenlijk gebruik vergunning in een andere gemeente.
-
Mobiliteitsconvenant De provincie is één van de betrokken actoren in het moederconvenant en desgevallend bij bepaalde modules; Ondersteuning van het bovenlokale fietsbeleid: personeel en omkadering voor het beheer van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk en de werking van een steunpunt fietsbeleid; Subsidie provincies: 40% (West-Vlaanderen: 60%); soms is de provincie trekker van het fietspadproject (voorbereiding en realisatie).
-
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Wegen en Verkeer vastleggen bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk intergemeentelijke mobiliteitsplannen
-
Art. 5 van het decreet betreffende de omzetting van de Dienst voor de Scheepvaart naar publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Scheepvaart (02/04/2004) Art. 5 Art. 5 van het decreet betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Waterwegen en Zeekanaal, naamloze vennootschap van publiek recht van 4 mei 1994. Decreet op de waterkeringen Decreet Integraal Waterbeleid
-
-
opdrachten inzake fietsinfrastructuur + evt ook adviesverlening bij MER's, RUP's, stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunningen, gebruikscertificaten, edm. 13
In mindere mate, tenzij evt dmv adviesverlening bij te doorlopen procedures + wat aspect waterafvoer betreft voor afvoer niet bevaarbare waterlopen, al dan niet via uitwateringssluizen, pompstations, etc. -
Fietsfonds
Het geld van het fietsfonds wordt ingezet samen met de middelen van de provincie (een euro voor een euro). Van het nieuwe fietsfonds krijgen de gemeenten minstens 80% subsidies voor de aanleg van fietspaden langs gemeentewegen. 40% komt van de Vlaamse overheid en minstens 40% van de provincie. Hoe meer de gemeentebesturen dus willen investeren in fietspaden, hoe meer geld ze hiervoor kunnen krijgen van de Vlaamse overheid en de provincies. -
Milieuvergunningendecreet - Vlarem verlenen MV aan klasse 1 inrichtingen; administratief beroep klasse 2 inrichtingen; schorsen en opheffen van MV als gevolg van handhavingstoezicht door provinciale toezicht-houders m.b.t. hun specifieke toezichtsopdrachten; de gouverneur kan bestuurlijke maatregelen m.b.t. zijn specifieke bevoegdheden en veilig-heidsmaatregelen opleggen; schorsen/opheffen van milieuvergunningen klasse 1-inrichtingen.
-
Opmaak van meerjaren-milieubeleidsplan met jaarlijkse rapportering over uitvoering vrijwillige opmaak van provinciaal mbp, afgestemd op Vlaams mbp; adviserende rol gemeentelijke mbp; opgenomen als verplichting in vrijwillig te ondertekenen samenwerkingsovereenkomst.
-
Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming Erosiebesluit - PDPO II – Milieurandvoorwaarden GLB
De provincie OVL heeft op eigen initiatief een cel erosiebestrijding opgericht, provincie VLB is dit ook van plan; De 4 provincies die erosiegevoelige gemeenten omvatten volgen het Vlaamse beleid op, onder meer via een halfjaarlijks structureel overleg. -
Wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet, zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij decreet van 19 juli 2002 lid van rvkscomites, coördinatiecommissies (op voorstel gouverneur); betrokken bij sommige procedurestappen (aanpassing openbaar domein, werken aan waterlopen); (eventueel) subsidiëring rvkswerken; afstemmen met provinciaal waterloopbeheer,wegenbeheer, natuurbeheer …
-
14
Decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij BVR van 6 juni 1996 houdende nadere regelen betreffende de landinrichting (pilootprojecten)
-
BVR van 28 mei 2004 betreffende de procedure tot opmaak van landinrichtingsplannen
(eventueel) lid van planbegeleidingsgroep; lid van landinrichtingscomité (pilootprojecten); stelt leden van stuurgroep voor (pilootprojecten); betrokken bij sommige procedurestappen (kennisgeving planprogramma, advies inrichtingsplan); (eventueel) uitvoerder van landinrichtingswerken; afstemmen met provinciaal waterloopbeheer,wegenbeheer, natuurbeheer …
-
Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. BVR van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 lid van projectcomité; (eventueel) medefinancier van natuurinrichtingswerken; afstemmen met provinciaal waterloopbeheer,wegenbeheer, natuurbeheer.
-
Oprichtingsdecreet VLM mogelijke initiatiefnemer; actieve deelname; begunstigde van financiering en mogelijke financiering onderdelen (Bv. lokale grondenbanken, medefinanciering maatregelen, evenementen,…).
-
-
PDPO II, oprichtingsdecreet VLM, provinciale en gemeentelijke wetgeving en besluiten, ... maken provinciale beleidsplannen op, uit, geven uitvoering aan PDPO II (organisatie projectoproepen en verstrekken subsidies), hebben eigen gebiedsgericht beleid (provincieafhankelijk); deelname IPO ; voeren praktijkgericht onderzoek uit, leggen demonstratievelden aan met betrekking tot oordeelkundige bemesting. Wet op de Riviervisserij
Zit de provinciale Visserijcommissies voor en doen voorstellen aan het Centraal Comité -
Wetgeving Stedebouw.
Uitvoeren beslissing Vlaamse Regering mbt Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen I en II Afbakenen natuurverbindingen en opmaak provinciale RUP’s -
Decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, in het bijzonder artikel 16
De provincies zijn belast met de coördinatie van de uitvoering, door de gemeenten en verenigingen op hun grondgebied, van de plannen (huishoudelijke afvalstoffen). Provincies kunnen ifv de doelstellingen van het Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen, bindend sturen.
15
-
Decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, in het bijzonder artikel 75 e.v. (schadegevallen) decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, in het bijzonder artikel 7 en het uitvoeringsbesluit Vlarebo (artikel 15, 22, 23 en 26) (grondeninformatieregister)
Provincies leveren op eerste verzoek beschikbare informatie aan de OVAM met het oog op een efficiënt beheer en volledigheid van het grondeninformatieregister bij de OVAM; Provincies leveren informatie aan de gemeente voor de gemeentelijke inventaris van Risicogronden -
Decreet Integraal waterbeleid d.d. 18/07/2003 en bijhorende uitvoeringsbesluiten opmaak deelbekkenbeheerplannen; initiatiefnemer voor oprichting waterschappen.
-
Wet onbevaarbare waterlopen d.d. 28/12/1967 en het decreet algemene bepalingen inzake milieubeleid d.d. 05/04 /1995
beheer van de onbevaarbare waterlopen van de 2e categorie; (waar polders en de wateringen actief zijn worden beheerstaken van de provincies en gemeenten inzake onbevaarbare waterlopen door deze besturen overgenomen). -
Wet bescherming oppervlaktewater tegen verontreiniging d.d. 26/03/1971, Drinkwaterdecreet d.d. 24/05/2002 en uitvoeringbesluit, besluit Vlaamse Regering met betrekking tot de subsidiëring van de aanleg door de gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties d.d. 01/02/2002
advisering uitbouw gemeentelijke rioleringsinfrastructuur. -
REG-decreet van 2 april 2004, Elektriciteitsdecreet van 17 juli 2000, Decreet economisch ondersteuningsbeleid van 31 januari 2003 en de respectievelijke uitvoeringsbesluiten en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB92).
Sommige provincies kennen eigen provinciale energiepremies toe.
16
-
Vlaamse Codex RO Adviesverlening; Initiatiefnemer voor taken van provinciaal niveau, in uitvoering van provinciaal structuurplan (vb. afbakening van de kleinstedelijke gebieden, uitwerking van de specifieke economische knooppunten); PRS Initiatiefnemer; GRS: beslisser; GRUP: adviesverlener; PRUP: Initiatiefnemer; gemRUP: beslisser; BPA: adviesverlener.
-
Codex artikelen 2.3.1 en 2.3.2
-
adviesverlener en toepassen; initiatiefnemer; beslissen Codex artikelen 4.7.1, 4.7.26 e.v.; 5.3.1 en 5.3.2 en 7.5.8.
Aanvrager of adviesverlener: in welbepaalde gevallen; adviesverlener met beroepsmogelijkheid; Reguliere Procedure - Beroepsinstanties: - In welbepaalde gevallen; adviesverlener; - Vergunningverlener bij administratief beroep. -
Decreet grond- en pandenbeleid provinciale beoordelingscommissies Wonen in Eigen Streek; verdeling provinciaal objectief voor sociale koopwoningen en sociale kavels over de gemeenten.
-
Ontwikkelen van een onroerend erfgoedbeleid
De provincies ontwikkelen op vrijwillige basis een onroerend erfgoedbeleid en kunnen een eigen instrumentarium ontwikkelen. Dit dient te passen binnen de Vlaamse krijtlijnen. Ze leveren informatie aan voor de erfgoedinventarissen. -
Aanduiden van ankerplaatsen en erfgoedlandschappen Ankerplaatsen
Advisering, bijhouden register. -
Erfgoedlandschappen
Mogelijke initiatiefnemer, advisering, bijhouden register. -
-
Decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten, art. 11-12 Decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, art. 24-28.Decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, art. 14. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
In het geval er een stedenbouwkundige vergunning vereist is: enkel rol bij beroepsdossiers tegen stedenbouwkundige aanvragen; In het geval er geen stedenbouwkundige vergunning vereist is: niet betrokken. -
Stads- en Dorpsgezichten
Enkel betrokken bij beroepsdossiers. -
Landschappen, Erfgoedlandshappen
Beheerscommissie: mogelijk initiatiefnemer, lid van beheerscommissie -
Monumenten, Stads- en Dorpsgezichten
Onderhoudspremie: niet betrokken; 17
Restauratiepremie privé: mogelijke aanwezigheid op overlegvergaderingen, betaling koppelsubsidie; Restauratiepremie openbaar en eredienst: mogelijke aanwezigheid op overlegvergaderingen, administratief en inhoudelijk nazicht en goedkeuren; dossier, betaling koppelsubsidie. -
Archeologisch erfgoed
Privé: betaling koppelsubsidie; Openbaar: administratief en inhoudelijk nazicht en goedkeuren dossier, betaling koppelsubsidie. -
Landschappen, Erfgoedlandshappen
Niet betrokken -
-
18
Voor de Vlaamse overheid : Artikel 3, 3° en 5° van het BVR van 14 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed Voor de provincies : Hoofdstuk IV Afdeling I (Artikel 62 t/m 66) van het Cultureel erfgoeddecreet van 23 mei 2008 (gewijzigd door het decreet van 13 maart 2009). Coördineren van erfgoeddepots; Provinciale erfgoedmusea Provinciale ontsluitingsinitiatieven m.b.t. onroerend erfgoed (bvb. provinciale erfgoedprojecten); Provinciale museale werking
II. De personeelsaantallen van de provincies Personeelsaantallen provincies In koppen Alle cijfers hebben betrekking op het tweede kwartaal van 2011
Provincies ANTWERPEN LIMBURG OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT WEST-VLAANDEREN Totaal
VASTBENOEMD man vrouw 413,1 185,76 157,68 131,32 224,26 105,07 191,99 101,58 261,49 155,81 1248,52 679,54
VOLTIJDS CONTRACTUELEN man vrouw 170,63 178,89 95,25 104,11 108,59 140 135,81 129,61 72,11 83,51 582,39 636,12
GESCO'S man vrouw 10 8 92,49 50,01 15,33 11,98 0 0 8,98 9,8 126,8 79,79
VASTBENOEMD man vrouw 84,94 190,91 21,78 97,32 45,43 110,03 35,33 85,81 26,35 77,95 213,83 562,02
DEELTIJDS CONTRACTUELEN man vrouw 25,41 133,86 14,65 77,07 33,94 169,32 21,56 49,72 7,74 56,41 103,3 486,38
GESCO'S man vrouw Totaal 0,8 10,77 1413,07 13,59 58,51 913,78 25,38 24,91 1014,24 0 0 751,41 0 4,8 764,95 39,77 98,99 4857,45
VASTBENOEMD man vrouw 127 293 29 152 65 159 53 129 38 111 312 844
DEELTIJDS CONTRACTUELEN man vrouw 41 226 29 140 79 305 160 109 31 92 340 872
GESCO'S man vrouw 1 16 22 108 29 32 0 0 0 9 52 165
3.2.3.2. In VTE’s Alle cijfers hebben betrekking op het tweede kwartaal van 2011
Provincies ANTWERPEN LIMBURG OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT WEST-VLAANDEREN Totaal
VASTBENOEMD man vrouw 407 188 160 136 239 109 196 107 263 161 1265 701
VOLTIJDS CONTRACTUELEN man vrouw 178 191 96 113 116 167 142 138 81 93 613 702
GESCO'S man vrouw 10 8 99 61 17 12 0 0 9 11 135 92
19
Totaal 1686 1145 1329 1034 899 6093
III. De rol van de deputatie als administratief rechtscollege Inzake lokale verkiezingsaangelegenheden is de deputatie bevoegd op het vlak van de verkiezingen van politieraden (wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikelen 18bis tot en met 18quater). Over de bij haar ingediende bezwaarschriften inzake polderbelastingen (W. 03/06/1957, art. 68) doet de deputatie uitspraak De bevoegdheid van de deputatie als administratief rechtscollege is geregeld door artikel 104 en artikel 104bis van de Provinciewet, die ten aanzien van de rechtsprekende taak van de deputatie, niet werden opgeheven door het Provinciedecreet (zie art. 261, 56° Provinciedecreet). Het koninklijk besluit van 17 september 1987 betreffende de procedure voor de deputatie in de gevallen waarin deze een rechtsprekende taak vervult, geeft verder uitvoering aan het artikel 104bis van de Provinciewet. Dit uitvoeringsbesluit is van toepassing voor zover door of krachtens de wet niet anders is bepaald. De daarin vermelde geschillen van bestuur hebben enkel betrekking op politieke rechten. Geschillen over burgerlijke rechten behoren immers uitsluitend tot de bevoegdheid van de gewone hoven en rechtbanken (art.144 gecoördineerde Grondwet). Geschillen over politieke rechten behoren ook tot de bevoegdheid van dezelfde hoven en rechtbanken van de rechterlijke orde; maar de wet kan hierop uitzonderingen stellen en de kennisname van deze geschillen aan buitengerechtelijke (administratieve) rechtscolleges opdragen (art. 145 gecoördineerde Grondwet). Een rechtsprekende handeling van de deputatie beperkt zich tot een legaliteitsoordeel en bevat geen opportuniteitsaspecten. Deze handeling heeft gezag van gewijsde. Er is geen sprake van administratief toezicht (art. 162, 6° gecoördineerde Grondwet), noch van een rechterlijk wettigheidstoezicht op de uitspraak (art. 159 gecoördineerde Grondwet). Dit alles in tegenstelling tot het optreden van de deputatie als orgaan van actief bestuur.
IV. De inkomsten van de provincies De inkomsten van de provincie bestaan grosso modo uit : -
20
Eigen opbrengsten: zoals inkomgelden: Provinciebelastingen en overdrachten: Toelagen van de VO uit het Provinciefonds Wedde- en werkingsbijdragen voor het onderwijs Overige toelagen (waaronder federale…) Interesten en dividenden
ca. 7 % ca. 55 % ca. 11 % ca. 15 % ca. 10 % ca. 2%
BIJLAGE BIJ HOOFDSTUK 3. – AFDELING 2. GEWESTELIJKE VOLKSRAADPLEGING Bijkomende informatie bij de beschrijving van de tweede optie (zie volgende pagina)
21
Te regelen in en decreet op de Gewestelijke Volksraadplegingen Burger Beraadslagend (wetgevend) orgaan Initiatief gaat uit van Initiatiefrecht: (art. 205 GD, art. 198 PD): De gemeentelijke en de provinciale volksraadpleging (VR) leggen een initiatiefrecht bij de burger. Het initiatief kan uitgaan van 20 % van de inwoners, 3.000 inwoners of 20 % van de inwoners, naargelang het inwonersaantal van de betrokken gemeenten, of van 10 % van de inwoners van de provincie voor een provinciale volksraadpleging. De wetgever (wet tot aanvulling de nieuwe gemeentewet met bepalingen betreffende de gemeentelijke volksraadpleging) heeft ervoor gekozen een opening te maken naar het volksinitiatief. Een wet kan de gemeentelijke overheid niet verplichten om een gemeentelijke VR te organiseren op basis van een verzoek van een bepaald percentage van de kiezers. De inschrijving van de gemeentelijke VR in art. 41 van de GW zorgt ervoor een correct en aan alle vormvereisten beantwoordend verzoek van de burger tot het inrichten van een VR door de GR ingewilligd moet worden.
22
Volgens het GD en het PD kan het initiatief voor een Volksraadpleging uitgaan van de respectievelijk de gemeente- of de provincieraad. (art. 205 GD en art. 198 PD). De reden die hiervoor terug te vinden is in de parlementaire besprekingen over de wet van 10 april 1995 en de wet tot wijziging ervan van 13 mei 1999 is dat het College in hoofdzaak de beslissingen van de raad louter uitvoert en dat VR over de bevoegdheden van het uitvoerend orgaan niet bijdragen tot een betere werking van de democratie en tot meer inspraak van de burger bij het gemeentebeleid. Naar analogie kunnen we stellen dat het Vlaams Parlement een initiatiefrecht heeft. Het VP bezit hiervoor ook de nodige soevereiniteit. Het beraadslagend of wetgevend orgaan is het orgaan dat de via de rechtstreekse verkiezing de bevolking vertegenwoordigt.
Uitvoer end orgaan De uitvoeren de organen College van B. en S. en de Deputatie hebben volgens het GD en het PD geen initiatiefre cht. Het verzoek tot het organiser en van een gemeente lijke VR dient bij het College van B. en
Indiening van het verzoek: De drempel van 10 %, 3000 inwoners of 20 % werd ingegeven om te verhinderen dat men lichtzinnig met organiseren van een VR zou omspringen. Verder werd vastgelegd dat het percentage van de inwoners die aan de VR dienen deelgenomen te hebben alvorens tot stemopneming over te gaan minstens gelijk dient te zijn aan het percentage inwoners die het verzoek hebben ingediend.
Bindend karakter
S. ingediend te worden en in geval van een provincial e VR bij de deputatie. Naar analogie kan gesteld worden dat de Vlaamse Regering geen initiatief kan nemen tot een gewestelij ke VR.
Neen
23
Opkoms tplicht
24
De term volksraadpleging staat voor een consultatief referendum. Dit impliceert dat een volksraadpleging aan de bevolking louter adviesbevoegdheid verleent. Organiseren(beslissend) referendum is het rechtstreeks toekennen van macht aan de bevolking. Dat is ongrondwettig volgens R. v. S., aangezien luidens de Grondwet alle machten uitgaan van de natie, maar de machten enkel op de wijze zoals door de wet voorgeschreven worden uitgeoefend. De soevereiniteit ligt niet bij het volk. Alle machten zijn ondergeschikt aan de Grondwet. De invoering van een bindend referendum veronderstelt dus een wijziging van art. 33, 2de lid van de Grondwet.
Er bestaat een spanningsveld tussen enerzijds de verantwoordelijkheid van de politieke organen de burgerparticipatie. De resultaten zijn in rechte niet bindend, maar de facto wel omdat volksvertegenwoordigers zich doorgaans gebonden achten door de uitspraak van het volk dat zij vertegenwoordigen. (Adv. R. v. St. 15 mei 1985)
Neen
Ja
Logischerwijze zou men kunnen stellen dat er geen opkomstplicht opgelegd dient te worden vermits het hier niet handelt over een beslissingsmaatregel. Er is vandaag bij de publieke opinie geen draagvlak voor het opleggen van een opkomstplicht voor een VR. Anderzijds is het aangewezen zich te verzekeren van een voldoende hoge participatie aan de VR, uit hoofde van de bekommernis om een voldoende mate van representativiteit en omwille van de hoge kostprijs van de organisatie. Dit betekent dat er een taak weggelegd is voor de overheid om de bevolking aan te sporen, te sensibiliseren om deel te nemen aan de
De participatie aan de VR in Gent (1998) leert ons dat vooral de lagere sociale klassen minder participeren. Een opkomstplicht zorgt voor een zo hoog mogelijke representativiteit van de resultaten van de VR, maar ze doet tegelijkertijd de populariteit van dit beleidsinstrument dalen. (Elchardus). De intrinsieke motivatie van "ik mag gaan stemmen" wordt dan vervangen door de extrinsieke verplichting van "ik moet gaan stemmen". De onpopulariteit van de opkomstplicht houdt het risico in van een relatief hoog aantal proteststemmen die dan weer afbreuk doen aan de representativiteit van het resultaat.
geplande VR.
Wie mag deelnem en?
Drempel voor stemopn
Ruim kiespubliek
Beperken tot gemeenteraadskiezers
Nieuwe Gemeentewet art. 322 § 1 - GD art. 209 - PD art. 202 : Om te verzoeken om of deel te nemen aan de VR moet men: 1° in het bevolkingsregister van de (een) gemeente (in de provincie) ingeschreven zijn; 2° de volle leeftijd van zestien jaar bereikt hebben; 3 ° niet het voorwerp uitmaken van een veroordeling of beslissing die voor de gemeenteraads(provincieraads)kiezer de uitsluiting of de schorsing van het kiesrecht meebrengt. Vermits de VR louter een raadpleging beoogt over aangelegenheden die tot de gemeentelijke of de provinciale bevoegdheid behoren kan men geen reden aanvoeren om de inwoners die de Belgische nationaliteit niet bezitten uit te sluiten. Ment gaat er hierbij van uit dat een ruimer deelnemersveld de representativiteit en de opkomst ten goede komt.
De resultaten van een VR op gewestelijk niveau mag dan wel juridisch niet bindend zijn, de facto zijn ze dat wel. In theorie en juridisch is het resultaat niet bindend maar uit de aard zelf van de politiek wordt ze dat wel. Vanuit die overweging zou men ervoor kunnen opteren om de voorwaarden voor deelname uit het Vlaams kiesdecreet toe te passen. Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen: Art. 8.: Om gemeenteraadskiezer te zijn, moet men :1° Belg zijn; 2° de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt; 3° in de bevolkingsregisters van de gemeente ingeschreven zijn; 4° zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing, vermeld in hoofdstuk 4 van deze titel.
Neen
Ja
Welke drempe l? 25
eming De wet van 10 april 1995 stelde in art. 322: ..Tot het opnemen van stemmen wordt slechts overgegaan indien ten minste 40 % van de gemeenteraadskiezers aan de raadpleging heeft deelgenomen. Later heeft het principe doorgang gevonden er minimaal evenveel inwoners aan de stemming dienen deelgenomen te hebben als er zich bij het verzoek tot inrichten van de VR hebben aangesloten.
26
Uit een studie van een commissie van specialisten op vraag van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken blijkt dat het principe van een drempel, waarvan de hoegrootheid kan schommelen, algemeen gangbaar is.
Over het vastlegge n van deze drempel is er m.b.t. de gemeente lijke en de provincial e VR uitgebreid gediscuss ieerd in de Kamer van Volksvert egenwoor digers en in de Senaat n.a.v. de wet van 10 april 1995 en de wijziging ervan bij wet van 13 mei 1999. De drempel die werd vastgeleg d werd later
overgeno men in het Gemeent edecreet. Na rijp beraad is men tot de huidige bepalinge n gekomen die erin bestaan dat minimaal evenveel inwoners aan de stemming deelgeno men dienen te hebben als er zich bij het verzoek tot inrichten van de VR hebben aangeslot en, dus minstens 20 % van de
27
inwoners in gemeente n met minder dan 15.000 inwoners, 3.000 inwoners in gemeente n tussen 15.000 en 30.000 inwoners en minstens 10 % van de inwoners in gemeente n met minstens dan 30.000 inwoners.
Onderw erpen
28
Nieuwe Gemeentewet/ GD/PD
Gewest. Aangelegenheden behalve betreffende: persoonlijke aangel., rekeningen, begrotingen, belastingen en retributies
Nieuwe Gemeentewet (art. 318): De VR is beperkt tot aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 117, 118, 119, 121, 122 en 135 ยง 2 (bevoegdheden van de GR (artikelen 117 - 122) en van Gemeenten in het algemeen (art. 135 ยง 2). Gemeentedecreet (art. 205): aangelegenheden van gemeentelijk belang (zoals omschreven in art. 2, 1ste lid Provin GD). ciedecreet (art. 198): Aangelegenheden waarin de provincies beogen om op het provinciale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het provinciale gebied. Met uitsluiting van: Nieuwe Gemeentewet art. 323: Persoonlijke aangelegenheden en aangelegenheden betreffende de rekeningen, de begrotingen, de gemeentebelastingen en retributies en de toepassing van art. 18bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. (deze aangelegenheid valt onder de bevoegdheid van de federale overheid) . GD/PD Respectievelijk art. 214 ยง 1 en art. 207 ยง 1. : Persoonlijke aangelegenheden en aangelegenheden betreffende de rekeningen, de
Het algemeen geldend principe is dat VR enkel mogen handelen over aangelegenheden waarvoor het bestuursniveau bevoegd is (in dit geval de gewestelijke aangelegenheden). Er bestaat een spanningsveld tussen enerzijds de verantwoordelijkheid van de politieke organen en anderzijds de inspraak van de burger. Dit spanningsveld geeft aanleiding tot het formuleren van uitzonderingen. De Nederlandse Tijdelijke Referendumwet specificeert in art. 7 de volgende uitzonderingen: het koningshuis, de begroting, de uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties en de meeste rijkswetten. De gemeenten kunnen in Nederland zelf een reglement opstellen over welke onderwerpen het voorwerp van een gemeentelijke VR kunnen zijn. Op de keper beschouwd gaat het hier over het vertrouwen dat men heeft in de burgerzin van de bevolking. Het al dan niet uitsluiten van thema's als voorwerp van een gewestelijke VR zal gebeuren op basis van een politieke overweging.
29
gemeente(provincie)belastingen, de retributies, het meerjarenplan en de aanpassingen eraan, het budget en de budgetwijzigingen. Volksraadplegingen op het gemeentelijk of provinciaal vlak die behoren tot de bevoegdheden van het College van B. en S. of van de Deputatie zijn uitgesloten. De reden die hiervoor terug te vinden is in de parlementaire besprekingen, is dat het College in hoofdzaak de beslissingen van de raad louter uitvoert en dat VR over de bevoegdheden van het uitvoerend orgaan niet bijdragen tot een betere werking van de democratie en tot meer inspraak van de burger bij het gemeentebeleid. Men heeft er ook voor gezorgd dat uitgesloten wordt dat er een VR wordt gehouden over hoe een College van B. en S. de bekendmaking van besluiten van de GR moet uitvoeren of over hoe een college de leiding over de gemeentewerken moet waarnemen, de registers van de Burgerlijke Stand dient te bij te houden of het archief dient te bewaren.
Antwoor dopties – nuanceri ng
30
Ja/Neen
Meerder opties als antwoord op 1 vraag
Ja/Nee n antwoo rden op verschi llende vragen
Bevol kingsenquĂŞ te
Gedr. st. Senaat (1994-1995) 1338 - 2: De toenmalige minister antwoordt op de vraag of er meer dan één vraag gesteld kan worden per VR, dat hiertegen geen bezwaar is. Er kunnen vragen over verschillende aspecten gesteld worden op voorwaarde dat men er telkens met een duidelijke ja of neen op kan antwoorden. GD (art. 218) en Pd (art. 211): De vraag moet zo geformuleerd zijn dat met ja of nee kan worden geantwoord.
Een VR wordt uitgeschreven om de mening van de burger te kennen met betrekking tot een te nemen besluit. Dit kan in de vorm van een ja/nee-vraag zijn (we doen het of we doen het niet?) of in de vorm van een serie alternatieven waaruit een keuze moet worden gemaakt (we doen het, maar doen we het op manier A, B of C?). Deze laatste vorm wordt ook wel keuze-referendum genoemd.
Hiertegen is geen bezwaar.
Als men evenwe l een genuan ceerder represe ntatief beeld wil van de mening van de burger is het gelet op de kostprij s van een VR, meer aangew ezen om een enquête te organis eren onder een represe ntatief staal van de bevolki ng. Een bevolki ngsenq
31
uête heeft de volgend e kenmer ken: 1° richt zich tot de volledig e bevolki ng; 2° deelna me is niet verplich t; 3° initiatief komt van de overhei d; 4° geen wettelijk e beperki ngen inzake tijdstip of frequen tie; 5° geen materiël e kiesverr ichtinge
32
n; 6° er zijn meer genuan ceerde antwoor dmogeli jkheden ; 7° geen inhoude lijke beperki ng tot een bevragi ng over bepaald e onderw erpen
Frequen tie
Waarom frequentie beperken?
33
Gelet op de relatief hoge kostprijs van de organisatie van een VR, alsook van campagnes en om verkiezingsmoeheid tegen te gaan is het aan te raden om het aantal VR per legislatuur te beperken. De decreetgever heeft inzake de regelmaat waarop VR georganiseerd kunnen worden regels vastgelegd. Er kan maximaal 1 keer om de zes maanden een gemeentelijke of provinciale VR georganiseerd worden met een maximum van zes per legislatuur. Er kan tevens geen VR georganiseerd worden met een tussenliggende periode van zes maanden. Binnen dezelfde legislatuur mag slechts 1 keer een referendum over hetzelfde onderwerp ingericht worden.
Sperperi ode
34
Neen
Ja
Samen vallen van een VR met verkiezi ngen
Mocht men er voor opteren om geen sperperiode in te lassen dan loopt men het risico dat het onderwerp van de verkiezingen de vraag van de VR zal overschaduwen of omgekeerd dat bepaalde verkiezingsthema's ondergesneeuwd zullen raken door de campagne rond de VR. Een bijkomend risico is de mogelijke lage opkomst voor een VR omwille van het feit dat men recent nog verplicht heeft deelgenomen aan een verkiezing of omdat men zich reeds in een verkiezingsperiode bevindt.
In de wet van 10 april 1995 werd gesteld dat geen gemeentelijke VR georganiseerd mag worden in een periode van zestien maanden vóór de gewone vergadering van de kiezers voor de vernieuwing van de gemeenteraden. Bovendien kan geen raadpleging georganiseerd worden in de periode van veertig dagen vóór de rechtstreeks verkiezing van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement. Gemeentedecreet art. 214 § 2: Een raadpleging kan niet worden georganiseerd in een periode van twaalf maanden voor de gewone vergadering van de kiezers voor de vernieuwing van de gemeenteraden. Bovendien kan er geen raadpleging worden georganiseerd in een periode van veertig dagen voor de rechtstreekse verkiezing van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, de gemeenschaps- en gewestparlementen en het Europees Parlement. De sperperiode werd ten aanzien van de gemeenteraadsverkiezingen verkort tot twaalf maanden.
In bijvoorbe eld de Verenigde Staten is het de gewoonte om ter gelegenh eid van een verkiezing de kiezer ook een aantal vragen in het kader van een of meerdere VR voor te leggen. Op die manier wordt er kosteneffi ciënt gewerkt vermits de kostprijs van de verkiezing en deze van de VR dekt. Hier speelt
35
echter ook het risico dat ofwel de verkiezing sthema's de VR in de schaduw stellen of omgekeer d. Het politiek debat voorafgaa nd aan de verkiezing en zou hierdoor verstoord kunnen worden en de informatie campagn e om de burger te informere n over het (de) onderwer p(en) van de VR zou aan de aandacht van de burger
36
kunnen ontsnapp en waardoor hij niet met voldoend e kennis van zaken een standpunt kan bepalen. Een ander obstakel voor dit samenvall en is het feit dat men eerst de voorwaar den om te kunnen deelneme n aan een verkiezing of een VR dient gelijk te schakelen .
37
Samenva llende verkiezin gen: In BelgiĂŤ zijn de voornaam ste argument en tegen het laten samenvall en: 1) Aparte verkiezing en respecter en de federale logica: verschille nde bevoegdh eden op verschille nde bestuursn iveaus verdienen aparte verkiezing en op aparte data. 2) Aparte verkiezing en respecter
38
en regionale autonomi e, samenvall ende verkiezing en ondergrav en dit. 3) Aparte verkiezing en zorgen ervoor dat de verkiezing scampag ne handelt over thema’s waarvoor men bevoegd is.
Geschill enbeslecht ing
Gemeentelijke en provinciale VR
Gewestelijke VR
Bevoeg dheids conflict
Advie svraa g RvS
GD art. 218bis en PD 211bis: De Raad voor Verkiezingsbetwistingen is bevoegd over de geschillen betreffende de stemopneming. Tegen de uitspraak van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen is beroep mogelijk bij de RvS.
Gelet op de politieke impact van een gewestelijke VR is het aangewezen om een scheidsrechter bevoegd te maken over de geschillen. Voor de gewestelijke VR zou hiervoor het te ontwikkelen Vlaams Bestuursrechtcollege ingeschakeld kunnen worden met een mogelijkheid tot beroep bij de RvS..
Indien aan de beslissing van een Gewest om een VR te organiser
De voorzitt er van het Vlaams Parlem ent kan of moet
39
Kostprij s
40
Kostenfactoren stemmig op papier (eerste voorlopige ramingen)
Kostenfactoren elektronische stemmig (eerste voorlopige ramingen)
en een bevoegdh eidsconfli ct ten grondslag zou kunnen liggen zou dienaang aande een procedure voor het Grondwet telijk Hof gestart kunnen worden.
naargel ang het geval advies vragen aan de RvS over de beslissi ng.
Stemm en via het internet
Verzo ek van de burge r via het intern et
Informatiebrochure informatiecampagne: ca. 0, 15 verzendingskos euro/inwoner ten: ca. 1,00 euro/inwoner Presentiegelden: ca. 0,20 euro/inwoner Catering: ca. 0,15 euro/inwoner Kies lijsten Oproepingsbrieven: ca. 0,50 euro/inwoner Overuren: ca. 0,45 euro/inwoner TOTAAL: ca. 2,45 euro/inwoner
Informatiebrochure - informatiecampagne: ca. 0,15 verzendingskosten: euro/inwoner ca. 1,00 euro/inwoner Presentiegelden: ca. 0,20 euro/inwoner Catering: ca. 0,15 euro/inwoner Kieslijsten Oproepingsbrieven: ca. 0,50 euro/inwoner Overuren: ca. 0,45 euro/inwoner Aanpassingen verkiezingssoftware: ca. 0,05 euro/inwoner ICT-materiaal per inwoner: ca. 2,00 euro/inwoner TOTAAL: ca. 4,50 euro/inwoner Ter vergelijking kostprijs gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 14 oktober 2012
Hier is vandaag nog geen waterdicht e, fraudebes tendige toepassin g beschikba ar.
De samens telling van de lijst van burgers die onder elektron ische handtek ening zich aansluit en bij het verzoek tot het organis eren van een volksra adplegi ng kan eventue el via het internet
41
De kostprijs van de verkiezingen wordt als volgt verdeeld: Kosten voor het Vlaams Gewest: verkiezingspapier Kosten voor de provincie: - het presentiegeld en de reisvergoeding waarop de leden van de kiesbureaus aanspraak kunnen maken - de reiskosten voorgelegd door de kiezers die op de dag van de verkiezing niet meer in de gemeente verblijven waar ze als kiezers zijn ingeschreven - de verkiezingspremies om de lichamelijke schade te dekken die voortvloeit uit ongevallen die de leden van de kiesbureaus zijn overkomen bij de uitkering van hun ambt. Kosten voor de gemeente: - de stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden - alle andere verkiezingsuitgaven.
42
Ter vergelijking: Kostprijs van de gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 14/10/2012: telecommunicatie: 8,624,784,27 euro IC T: 1.935.000,00 euro Verkiezingspapier: 139,045,09 euro Communi catie: 170,090,41 euro Drukwerk/ve rzendkosten: 35,806,06 euro Logistiek/diverse kosten: 33,661,49 euro Presentiegelden: ca. 700.000 euro (worden door de provincies betaald) Stemcomputers: ca. 12.000.000 euro (afschrijvingstermijn 4 TOTAAL: ca. jaar) 23.671.857 euro
verlope n. Vervolg ens zou deze lijst via het internet neergel egd kunnen worden bij de controle instanti e die dient na te gaan of alle persone n op de lijst wel degelijk beantw oorden aan de voorwa arden om een verzoek schrift in te dienen of zich daarbij aan te sluiten.
Bijkomende informatie bij de bespreking van de effecten van de tweede optie Samenstelling kostenplaatje organisatie volksraadpleging: -
Informeren van de burger: Brochure, drukwerk, maquette, media‌. o Vaste kost: ca. 100.000 euro Portkosten: ca. 0,50 euro/inwoner: 3.000.000 Presentiegelden: ca. 0,40 euro/inwoner: 2.400.000 Catering Bureaus: ca. 0,12 euro/inwoner: 720.000 Administratieve kosten: Kieslijsten, oproepingskaarten: 0,50 euro/inwoner: 3.000.000 Personeelskosten overuren: ca. 0,75 euro/inwoner: 4.500.000 Kosten voor de aanpassing van de verkiezingssoftware: o Vaste kost ca. 75.000 euro ca.: 14.000.000 euro of 2,3 euro/inwoner
Volksraadplegingen: Steden en gemeenten: Antwerpen (Oosterweelverbinding): Gent (Markt): Lier: Nijlen:
ca. 800.000 euro ca. 500.000 euro ca. 85.000 euro ca. 20.000 euro
1,8 euro/inwoner 2,0 euro/inwoner 2,4 euro/inwoner 1,0 euro/inwoner
Landen: Nederland Verenigd Koninkrijk Ierland Bulgarije Schotland
ca. 24.000.000 euro ca. 90.000.000 euro ca. 4.500.000 euro ca. 7.000.000 euro ca. 12.000.000 euro
1,5 euro/inwoner 1,5 euro/inwoner 1,0 euro/inwoner 1,0 euro/inwoner 2,4 euro/inwoner
43
BIJLAGE BIJ HOOFDSTUK 3. – AFDELING 4. FEDERAAL IMPULSFONDS Bijkomende informatie bij de beschrijving van de nuloptie I. Nota Vlaamse Regering van 13 januari 2006
44
45
46
47
48
49
II. Prioritaire actiezones van het Impulsfonds voor het Migrantenbeleid 2012 1.
Zones in de grootstedelijke centra
ANTWERPEN Zone 1 Borgerhout, Antwerpen-Noord, Antwerpen-Zuid, Berchem, Kiel, Hoboken, Luchtbal, Merksem-Dokske, Deurne, Linkeroever. BRUSSEL (19) Zone 2 Brussel-Stad: Zennewijk, Noordwijk, wijk vijfde afdeling, wijk lage Marollen, wijk Laken (Marie-Christinestraat), wijk Beysegem-Versailles Zone 3 Sint-Joost en Schaarbeek: Noordwijk en Kruidtuin, Josaphat en SintFranciscuswijk, Wijk van het station van Schaarbeek, Wijk van de Poststraat Zone 4 Molenbeek-Koekelberg: Maritiem-, "Tours et Taxis"-, Centrum-, Vierwinden-, Ransvoorde- en Hertoginnewijk, Wijk van de Jetsesteenweg Zone 5 Sint-Gillis en Vorst: Wijk Beneden Bareel van Sint Gillis, Sint-Antoniuswijk, SintDeniswijk Zone 6:
Anderlecht: Kuregem-, Peterboswijk en de wijk "het Rad"
Zone 7 Elsene – Etterbeek: Wijk van de Graystraat, Jourdanplein en Waversesteenweg, Wijk van de Tulpstraat en Wijk Volta Zone 8
Evere: Wijk van het station van Schaarbeek
CHARLEROI Zone 9
Couillet "Village" Montignies-sur-Sambre, "Roctiau", Charleroi-Nord
Zone 10
Marchienne Wijk la Docherie, Dampremy en Monceau-sur-Sambre, Marchienne-au-Pont (Etat)
GENT Zone 11 Ledeberg-sas-Bassijnwijk-Gentbrugge, Rabot, Brugse Poort, Muide, SluizekeHam, Dampoort, Macharius en de wijk Nieuw-Gent, Bloemekenswijk. LUIK
50
Zone 12
Droixhe-wijk, Vennes-wijk en Bressoux-bas
Zone 13
Glain-, Sainte-Marguerite-, Burenvillewijk
Zone 14
Sainte-Walburge- en Saint-Léonardwijk
2.
Zones in andere gemeenten ZONE 15
Beringen: Tuinwijk, Wyerdijk, Steenveld en Vogelwijk
ZONE 16
Boom
ZONE 17
Châtelet, Farciennes en Fleurus
ZONE 18
Colfontaine, Quaregnon en Boussu
ZONE 19
Courcelles, Chapelle-lez-Herlaimont en Morlanwez
ZONE 20
Diest
ZONE 21
Dilsen-Stokkem
ZONE 22 Genk: Winterslag, Waterschei, Centrum, Nieuw-Sledderlo, Zwartberg, Kolderbos ZONE 23
Hasselt
ZONE 24
Herstal en Visé (Cheratte)
ZONE 25
Heusden-Zolder
ZONE 26 Houthalen-Helchteren: Meulenburg, Standaard, Houthalen-Oost, Helchteren ZONE 27
La Louvière : Wijk van de "Bois du Luc", Tuinwijk te St-Vaast, Maurage
ZONE 28
Leopoldsburg
ZONE 29
Leuven
ZONE 30
Lier
ZONE 31
Lokeren: Centrum en Heirbrug
ZONE 32
Maasmechelen
ZONE 33 Château
Manage: Wijk Scailmont, wijk Parc de Bellecourt, wijk Briqueterie, wijk
d'eau ZONE 34 en Zuid
Mechelen: Centrum, Noord (Nekkerspoel, Nieuwendijk, Liersesteenweg)
(Hombeekse- en Brusselsesteenweg) ZONE 35
Mol
ZONE 36
Bergen: Woonkern "du Coq", Ghlin, Cuesmes - Wijk "des Tours"
ZONE 37
Namen: "Balances"-wijk, "Plomcot"-wijk 51
ZONE 38
Ronse
ZONE 39
Sambreville
ZONE 40
Seraing en Flémalle
ZONE 41
Sint-Niklaas
ZONE 42
Temse
ZONE 43
Tubize : "Les Clos de la Bruyère"-wijk, "Texas"-wijk te Clabecq, Verviers : Hodimont-, Préjavais- en Gérard- Champs-wijk
ZONE 44
Dison: Wijken Centre-Sablon,Neufmoulin, Fonds-deLoup
ZONE 45
Vilvoorde
ZONE 46
Willebroek
ZONE 47
Zele
ZONE 48
Ans
ZONE 49Saint-Nicolas (Luik) ZONE 50
Aiseau Presles
ZONE 51
Fontaine-l'Evêque
ZONE 52 Seneffe: Wijk "Jardin des Trieux", Familleureux : Wijk "Pont à la Marche" ZONE 53 Andenne: Wijk "Gouverneur Falize", Seilles : Wijk "d'Atrive".
52
ZONE 54
Oostende
ZONE 55
Aalst
ZONE 56
Sint-Truiden
ZONE 57
Halle
ZONE 58
Kortrijk
ZONE 59
Roeselare
III. Vlaamse en federale beleidsprioriteiten
53
Bijkomende informatie bij de beschrijving van de tweede optie Verdeling van de middelen van het impulsfonds volgens het BVR van 26 oktober 2012 Gemeente 1 Aalst 2 Antwerpen 3 Asse 4 Beersel 5 Beringen 6 Boom 7 Denderleeuw 8 Diest 9 Dilbeek 10 Dilsen-Stokkem 11 Geel 12 Genk 13 Gent 14 Geraardsbergen 15 Grimbergen 16 Halle 17 Ham 18 Hasselt 19 Heist-op-den-Berg 20 Heusden-Zolder 21 Houthalen-Helchteren 22 Kortrijk 23 Landen 24 Leopoldsburg 25 Leuven 26 Liedekerke 27 Lier 28 Lokeren 29 Lommel 30 Maasmechelen 31 Machelen 32 Mechelen 33 Menen 34 Mol 35 Mortsel 36 Ninove 37 Oostende 38 Roeselare 39 Ronse 40 Sint-Niklaas 41 Sint-Pieters-Leeuw 42 Sint-Truiden 43 Temse 54
38.283 € 242.098 € 39.134 € 34.595 € 49.561 € 36.640 € 19.777 € 24.784 € 34.605 € 27.275 € 8.700 € 102.971 € 115.068 € 11.573 € 38.833 € 26.932 € 19.050 € 37.566 € -€ 54.839 € 54.111 € 37.595 € -€ 29.733 € 60.448 € 23.359 € 19.861 € 35.921 € 8.745 € 73.679 € 59.141 € 65.694 € 27.398 € 18.742 € 27.944 € 19.140 € 28.258 € 14.831 € 40.924 € 38.883 € 47.701 € 26.562 € 29.068 €
44 Ternat 45 Tienen 46 Turnhout 47 Vilvoorde 48 Waregem 49 Wetteren 50 Willebroek 51 Zele 52 Zemst
3.154 € 18.902 € 28.898 € 67.201 € 14.199 € 20.009 € 33.080 € 27.045 € -€ 1.962.508 €
Bijkomende informatie bij de beschrijving van de vierde optie Besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2012 tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 28 april 1998 betreffende het Vlaamse integratiebeleid http://codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1022710.html
55