Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/053
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/053
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 16 december 2019 diende xxx, een verzoek in bij het Departement Omgeving bij de Vlaamse overheid (hierna vermeld als : departement Omgeving) om een afschrift te verlenen van de volgende documenten : - Alle beleidsadviezen inzake stikstof vanuit het departement Omgeving naar de bevoegde minister(s) - Alle vragen inzake stikstof die de bevoegde minister(s) ooit stelde aan uw departement omgeving of LNE (via brief, mail, ‌) waarin stikstof (mee) een thema is. - (Juridische) analyses die er intern zijn gemaakt over arresten of andere soorten beslissingen van rechtbanken/rechtscolleges die handelen over stikstof, bijvoorbeeld over de vernietiging van het Nederlandse stikstofbeleid. - (Interne/externe) rapporten, studies, die het Departement Omgeving of LNE ooit heeft gemaakt of laten maken over stikstof. Op 19 februari 2020 werd het openbaarheidsverzoek gedeeltelijk afgewezen door het departement Omgeving. Op 24 februari 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 19 februari 2020.
www.vlaanderen.be
Het beroep werd geregistreerd bij de beroepsinstantie op 25 februari 2020. Op 24 maart 2020 werd de termijn om uitspraak te doen in beroep conform artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet verlengd. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 16 december 2019. De bestreden beslissing van 19 februari 2020 van het departement Omgeving maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van 24 februari 2020 is dan ook tijdig en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
In antwoord op het openbaarheidsverzoek van xxx, besliste het departement Omgeving op 19 februari 2020 om de aanvraag gedeeltelijk in te willigen. Er werden vooreerst drie studies en rapporten bezorgd aan verzoeker die het departement Omgeving ooit heeft gemaakt of laten maken en die verband houden met stikstof. Daarnaast werden aan verzoeker meerdere links doorgestuurd van websites, waarop de onderzoeksprogramma’s van de voorbije zes jaar van het departement Omgeving zijn terug te vinden. Voor de overige documenten werd het openbaarheidsverzoek afgewezen. Zowel voor wat betreft de juridische analyses die er intern zijn gemaakt over arresten of andere soorten beslissingen van rechtbanken/rechtscolleges die handelen over stikstof, bijvoorbeeld over de vernietiging van het Nederlandse stikstofbeleid, alsook voor wat betreft de beleidsadviezen inzake stikstof vanuit het departement Omgeving naar de bevoegde minister en alle vragen vanuit het kabinet aan de administratie in dat verband, wordt verwezen naar de toepassing van artikel II.36, §1, 8° van het Bestuursdecreet: de bescherming van de belangen van het Vlaamse Gewest in rechtsgedingen die momenteel hangende zijn. Voor wat betreft de beleidsadviezen inzake stikstof vanuit het departement Omgeving naar de bevoegde minister en alle vragen vanuit het kabinet aan de administratie in dat verband, wordt bijkomend ook nog verwezen naar de toepassing van artikel II.36, §1, 9° van het Bestuursdecreet: de bescherming van het
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/053
pagina 2 van 8
vertrouwelijk karakter van de handelingen van de overheid omdat die vertrouwelijkheid noodzakelijk is voor de politiek besluitvorming. 2. Inhoud van het beroepschrift Beroeper voert aan, voor wat betreft de juridische analyses, dat er niet concreet wordt aangegeven welke concrete gedingen er in het gedrang zouden kunnen komen daardoor. Er zou ook geen belangenafweging met het algemene publieke belang zijn gemaakt. Stikstof is volgens beroeper een belangrijke publieke problematiek die op veel domeinen van de samenleving effecten kan hebben (denk aan de veelvuldige problemen in Nederland: de bouw, de landbouw en veeteelt, bosbeheer, ‌). Het is bij uitstek ook een internationaal verhaal, met implicaties van omgevingsvergunningen en dergelijke, ook richting buurlanden. Er lijkt dan ook een groot algemeen belang te zijn om te weten hoe overheden moeten omgaan met rechtspraak over stikstof. Wat betreft de weigering om de beleidsadviezen inzake stikstof openbaar te maken, voert beroeper aan dat het om afgewerkte documenten gaat en dat hij niet kan inzien hoe het vrijgeven van die adviezen de politieke besluitvorming zou kunnen verstoren.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met het departement Omgeving om wat meer toelichting te geven bij hun ingenomen standpunt in hun beslissing d.d. 19 februari 2020. Die gevraagde informatie werd ontvangen op 9 maart 2020 en 7 april 2020.
a) de juridische analyses die er intern zijn gemaakt over arresten of andere soorten beslissingen van rechtbanken/rechtscolleges die handelen over stikstof Uit de door de beroepsinstantie ingewonnen informatie is gebleken dat er inderdaad intern een nota en een mail voor handen is waarin een juridische analyse voorkomt naar aanleiding van een aantal recente beslissingen van rechtbanken en rechtscolleges rond stikstof: - een arrest van het Hof van Justitie d.d. 7 november 2018 waarin prejudiciĂŤle vragen (gesteld door de Nederlandse Raad van State) beantwoord worden over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in Nederland - twee Nederlandse arresten van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 over de Nederlandse PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) - een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen d.d. 5 november 2019 waarbij een omgevingsvergunning voor het bouwen van twee nieuwe pluimveestallen voor het huisvesten van slachtkuikens wordt vernietigd. Daarnaast is ook gebleken dat er momenteel liefst 11 rechtsgedingen hangende zijn, waarbij de problematiek rond stikstof aan bod komt en waarbij het Vlaams Gewest betrokken partij is. Hierna wordt een overzicht weergegeven van alle hangende rechtszaken:
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/053
pagina 3 van 8
- 1 verzoekschrift bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna vermeld als : RvVb) tegen de weigering in beroep d.d. 20/12/2018 van een omgevingsvergunning voor verdere exploitatie en verandering van een rundveehouderij; - 2 verzoekschriften bij de RvVb tegen het MB van 19/9/2019 waarbij in beroep een omgevingsvergunning werd verleend voor een nieuw mestkalverenbedrijf; - 4 verzoekschriften bij de RvVb tegen het MB dd. 30/8/2019 waarbij in beroep een omgevingsvergunning werd verleend voor het verder exploiteren en veranderen van een pluim- en rundveehouderij; - 1 verzoekschrift bij de RvVb tegen het MB dd. 27/09/2019 waarbij in beroep een omgevingsvergunning werd verleend voor het verder exploiteren en veranderen van een rundveebedrijf; - 1 verzoekschrift bij de RvVb tegen een stilzwijgende weigering door de minister dd. 03/12/2019 van een administratief beroep tegen een omgevingsvergunning m.b.t. de uitbreiding en wijziging van een pluimveebedrijf; - 1 procedure bij de Raad van State tegen een milieuvergunning verleend bij MB dd. 29/11/2017 voor de uitbreiding en wijziging van een pluimveebedrijf; - 1 bij de Raad van State ingediend annulatieberoep tegen het MB dd. 17/7/2019 houdende beslissing inzake het nut van de ruilverkaveling te Gooik, waarin eveneens de PAS-kwestie aan bod komt. De beroepsinstantie heeft kennis genomen van het feit dat er dus momenteel meerdere rechtszaken hangende zijn (zowel bij de RvVb als bij de Raad van State), waarbij een beslissing van de Vlaamse overheid omtrent het al dan niet toekennen van een omgevingsvergunning voor veehouderijen wordt aangevochten. Bij al die rechtszaken is de uitkomst van de instrumenten die in het Vlaamse gewest ingezet worden om te oordelen of er sprake kan zijn van betekenisvolle negatieve effecten op een speciale beschermingszone als gevolg van stikstofdepositie via de lucht, een centraal thema, waarbij de instrumenten van de Vlaamse overheid heel vaak in vraag worden gesteld. Het gaat om zeer technische discussies in die rechtszaken: enerzijds zijn er betwistingen over de voortoets met de zogenaamde depositiescan (op basis van een online berekeningstool) die moet uitmaken of er überhaupt wel kans bestaat op significante effecten en of er dus al dan niet een passende beoordeling in de zin van art. 36ter, §3 van het decreet Natuurbehoud moet uitgevoerd worden (wat betreft eutrofiëring door stikstofoxiden of ammoniak). Anderzijds zijn er betwistingen over uitgevoerde passende beoordelingen die opgemaakt zijn met toepassing van de door het Vlaamse Gewest ter beschikking gestelde praktische wegwijzer, die significantiekaders voor ammoniak (NH3) en voor stikstofoxiden (NOX) omvat. Zowel de resultaten van de voortoets met de depositiescan als de resultaten bij toepassing van de praktische wegwijzer met de significantiekaders worden aangevochten door de verzoekende partijen in de hiervoor vermelde rechtsgedingen. Daarbij staan o.m. de in die instrumenten gehanteerde drempels (% bijdrage tot de kritische depositiewaarde of KDW van een stikstofgevoelige habitat waarvoor een speciale beschermingszone is aangewezen) ter discussie. De juridische analyses die nu worden opgevraagd door verzoeker gaan nu juist over de impact van de hoger vermelde arresten (van het Europees Hof van Justitie, de Nederlandse Raad van State en de Raad voor Vergunningsbetwistingen) op de standpunten die momenteel worden ingenomen door de Vlaamse overheid in de diverse hangende rechtsgedingen. Heel vaak wordt door de tegenpartijen in die gedingen verwezen
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/053
pagina 4 van 8
naar de rechtspraak van het Hof van Justitie of de arresten die door de Nederlandse Raad van State werden geveld. Het is nu aan de Vlaamse overheid om haar standpunten te verdedigen in die hangende rechtszaken en verzoeker vraagt nu met dit openbaarheidsverzoek naar de interne juridische nota’s en analyses aangaande deze zeer technische materies en de mogelijke implicaties van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Nederlandse Raad van State op de standpunten die de Vlaamse overheid inneemt in de diverse rechtsgedingen. In toepassing van artikel II.36,§1, 8° Bestuursdecreet moet een aanvraag tot openbaarmaking, als die betrekking heeft op milieu-informatie, worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Deze uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. De bestaansreden van voormelde uitzonderingsgrond ligt vooral bij het verhinderen dat de openbaarheid van bestuur waaraan één partij onderworpen is, afbreuk zou doen aan de wapengelijkheid. Zonder deze uitzonderingsgrond zou één partij op grond van de openbaarheid van bestuur kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Deze uitzonderingsgrond is een correctief op de openbaarheid om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) wordt uitgespeeld. De bedoelde uitzonderingsgrond mag evenwel niet op een abstracte manier worden ingeroepen zodat concreet moet worden aangetoond dat het gevraagde bestuursdocument verband houdt met een bestaand rechtsgeding en tegen een bestuursinstantie kan worden aangewend. In casu heeft de beroepsinstantie heel duidelijk kunnen vaststellen dat het voorwerp van het huidig verzoek, zijnde de interne juridische analyses van gevelde arresten en de impact daarvan op het standpunt van de Vlaamse overheid op het vlak van PAS - de aanpak rond stikstof, duidelijk gelinkt kan worden aan het voorwerp van de verschillende rechtsgedingen die momenteel hangende zijn. De door verzoeker opgevraagde informatie zou kunnen aangewend worden in de hangende gerechtelijke procedures (die allemaal verband houden met de problematiek rond het PAS) en daarmee de posities en standpunten die het Vlaamse gewest daarin heeft ingenomen aantasten of ondermijnen. De beroepsinstantie kon ook vaststellen dat verzoeker in dit openbaarheidsverzoek al eerder een artikel over deze problematiek rond stikstof publiceerde in de pers en daarbij een specialist inzake milieurecht aan het woord liet. Nu blijkt uit de ingewonnen informatie dat die specialist ook als raadsman optreedt voor één van de verzoekers in de bovenvermelde gerechtelijke procedures. Deze vaststelling verstevigt uiteraard het standpunt van de beroepsinstantie, zoals hiervoor uiteengezet, dat er wel degelijk een duidelijke link
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/053
pagina 5 van 8
bestaat tussen de opgevraagde informatie in dit openbaarheidsverzoek en de hangende rechtsgedingen waarbij de Vlaamse overheid is betrokken. De toetsing van de concrete situatie aan de finaliteit van de betrokken uitzonderingsgrond leidt tot de conclusie dat het belang van de openbaarheid in dit specifieke geval niet opweegt tegen het belang van de ingeroepen uitzonderingsgrond. Ook de bijzondere aandacht voor emissies in het milieu, zoals voorzien in artikel II.36, §2 van het Bestuursdecreet, leidt niet tot een andere conclusie in dat verband. De beroepsinstantie is van oordeel dat de belangenafweging waartoe artikel II.36, 8° van het Bestuursdecreet als relatieve uitzonderingsgrond verplicht, met inbegrip van de bijzondere aandacht voor de emissies in het milieu, in casu niet tot een oordeel in het voordeel van de beroeper leidt. De openbaarmaking ten koste van het beschermde belang mag maar worden bevolen als daarmee het algemeen belang zou primeren, wat in casu niet het geval is. Vanuit deze overweging dient de beroepsinstantie te besluiten dat het beroep, wat dit onderdeel betreft, als ongegrond dient te worden beschouwd. b) de beleidsadviezen inzake stikstof vanuit het departement Omgeving naar de bevoegde minister en
alle vragen vanuit het kabinet aan de administratie in dat verband
Uit de door de beroepsinstantie ingewonnen informatie is gebleken dat er bij het departement omgeving een aantal documenten aanwezig zijn die in de scope vallen van dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek: - een nota van de beleidsraad (overleg departement Omgeving – bevoegde minister) over de grensproblematiek en het overleg met Nederland - kabinetsnota naar aanleiding van brief provinciegouverneur Antwerpen over de grensproblematiek - kabinetsnota inzake overleg met Nederland rond PAS - verslag van het overleg met Nederland - een juridische nota i.v.m. plan-MER plicht rond PAS-programma De beroepsinstantie is van oordeel dat de voormelde bestuursdocumenten niet openbaar kunnen worden gemaakt in toepassing van artikel II.36, §1, 6° van het Bestuursdecreet. Deze uitzonderingsgrond bepaalt dat een aanvraag tot openbaarmaking, kan worden afgewezen indien men van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het vertrouwelijk karakter van de internationale betrekkingen van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap en van de betrekkingen van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap met de supranationale instellingen, met de federale overheid en met andere gemeenschappen en gewesten. De beroepsinstantie kon vaststellen, na kennisname van de verstrekte informatie vanuit het departement Omgeving, dat de opgevraagde beleidsadviezen inzake stikstof vanuit het departement of vanuit het kabinet van de bevoegde minister allemaal betrekking hebben op de plan-MER-procedure die momenteel loopt voor het Vlaamse PAS-programma, waarbij de impact van de maatregelen van het programma op de stikstofuitstoot en -depositie in SBZ-H’s wordt onderzocht. Het plan-MER-proces volgt hierbij de grensoverschrijdende procedure (DABM art. 4.2.11 §1 en ESPOO-verdrag), m.a.w. Nederlandse instanties zullen
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/053
pagina 6 van 8
advies kunnen geven op zowel het ontwerp-plan-MER als op de Vlaamse ontwerp-PAS. De grensligging van Nederlandse en Vlaamse Natura 2000-gebieden vraagt inderdaad bijzondere aandacht en afspraken voor grensoverschrijdende bijdragen aan stikstofdepositie. De adviesprocedure bij de opmaak van een plan-MER over de mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende effecten van een plan aan de daartoe aangeduide bevoegde autoriteiten van het betrokken land, is voorzien in het DABM (Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid), meer bepaald in artikel 4.2.8, §5, lid 2 DABM en in artikel 4.2.11, §2, lid 2 DABM. Het gaat hierbij om een omzetting van artikel 7 van de plan-MER.-Richtlijn (Richtlijn 2001/42/EG van 27 juni 2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's). Het uiteindelijke definitieve PAS-programma in Vlaanderen zal rekening houden met de bevindingen uit het plan-MER (inclusief de passende beoordeling), alsook met het Arrest van het Europees Hof van Justitie van 8/11/2018 inzake de Nederlandse PAS en andere relevante arresten van het Hof van Justitie inzake de Habitatrichtlijn. De tussentijdse resultaten in het grensoverschrijdend MER-onderzoek en de interne beleidsnota’s die verband houden met de contacten met Nederlandse autoriteiten moeten daarom worden afgeschermd van openbaarmaking in toepassing van artikel II.36, §1, 6° van het Bestuursdecreet. In de memorie van toelichting van het Bestuursdecreet (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1656/1, 62) wordt deze uitzonderingsgrond als volgt toegelicht: “Op grond van artikel 167 van de Grondwet en de bijzondere wet is de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd voor het regelen van de internationale samenwerking, het sluiten van en rechtskracht verlenen aan verdragen, het doen opzeggen van verdragen die de Koning over deelstaatmateries gesloten heeft, om de staat België te vertegenwoordigen, om samenwerkingsakkoorden te sluiten over het voeren van buitenlandse betrekkingen, om mede het buitenlands beleid van België te bepalen in de procedures in de Interministeriële Conferentie en in het kader van de samenwerkingsakkoorden. In zoverre de openbaarmaking van een document de internationale betrekkingen van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap in al de bovengenoemde gevallen kan verstoren, m.a.w. dat er schade wordt toegebracht aan het internationaal belang, moet een overheid de openbaarheid weigeren op grond van deze uitzondering.” Het overleg tussen Vlaanderen en Nederland loopt nog volop momenteel en het belang van een gelijk speelveld wordt onderstreept door het departement Omgeving, alsook de erkenning dat de stikstofproblematiek in de grensstreek een gemeenschappelijke opgave is voor Vlaanderen en Nederland. Vandaar dat er een grensoverschrijdende aanpak is en een gemeenschappelijk toetsingskader. Dit overleg moet in alle sereniteit kunne plaatsvinden en moet een correcte politieke besluitvorming over het Vlaamse PAS-programma mogelijk maken. Tijdens het openbaar onderzoek later zal iedereen kunnen inspelen op zowel het ontwerp-plan-MER als het Vlaams ontwerp-PAS-programma. Na het openbaar onderzoek van het ontwerp-plan-MER en het ontwerp-PAS-programma zal het PAS-programma definitief door de Vlaamse Regering worden vastgesteld. De toetsing van deze concrete situatie aan de finaliteit van de betrokken uitzonderingsgrond leidt tot de conclusie dat het belang van de openbaarheid in dit specifieke geval niet opweegt tegen het belang van de ingeroepen uitzonderingsgrond. Ook de bijzondere aandacht voor emissies in het milieu, zoals voorzien in
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/053
pagina 7 van 8
artikel II.36, §2 van het Bestuursdecreet, leidt niet tot een ander conclusie in dat verband. De beroepsinstantie is van oordeel dat de belangenafweging waartoe artikel II.36, §1, 6° van het Bestuursdecreet als relatieve uitzonderingsgrond verplicht, met inbegrip van de bijzonder aandacht voor de emissies in het milieu, in casu niet tot een oordeel in het voordeel van de beroeper leidt. De openbaarmaking ten koste van het beschermde belang mag maar worden bevolen als daarmee het algemeen belang zou primeren, wat in casu niet het geval is. Vanuit deze overweging dient de beroepsinstantie te besluiten dat het beroep, wat dit onderdeel betreft, als ongegrond dient te worden beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 24 februari 2020 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van het Departement Omgeving bij de Vlaamse overheid wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 9 april 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/053
pagina 8 van 8