Skip to main content

Weliswaar_152_2021.pdf

Page 1

FEBRUARI-MAART 2021 NR.152

WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSMAGAZINE VOOR VLAANDEREN

Duurzaamheid in de zorgsector

De Zelfmoordlijn zoekt vrijwilligers: “WE KIEZEN BEWUST VOOR VRIJWILLIGERS OMDAT DE STAP NAAR PROFESSIONELE HULP EEN DREMPEL IS.”


VOOR MENS, MILIEU EN MAATSCHAPPIJ

4 OPGELEIDE VRIJWILLIGERS ­BEMANNEN DE ZELFMOORDLIJN “Op dit moment werkt de lijn met zo’n tweehonderd opgeleide vrijwilligers”, vertelt Kirsten Pauwels, directeur van het Centrum ter Preventie van Zelfdoding. Doorheen de jaren werden de oproepen gratis en de werking professioneler.

2

| nr. 152 - februari-maart 2021

Vaak is het bij organisaties in de zorgsector de vraag wie verantwoordelijk is voor duurzaamheid. En of er wel een draagvlak bestaat om ingrepen te doen. In een sector waar de mensen en middelen beperkt zijn, is duurzaamheid soms geen prioriteit. De zorg is ook een groeiende sector, wat impact heeft op het milieu. Hoe groter de sector, hoe groter de impact van ingrepen om energie te besparen.

12

DOSSIER

n de zorg- en welzijnssector staan een gezonde toekomst en het welzijn van de mens centraal. Dat betekent niet alleen zorgen voor mensen die ziek zijn of hulp nodig hebben, maar dat ook doen in een gezonde omgeving, op een duurzame manier. Als we willen zorgen voor morgen, mogen we daar geen zorgen voor morgen van maken. We moeten ons bij elke stap in het zorgproces afvragen of de duurzaamheid beter kan.

DE ZELFMOORDLIJN

© Stephan Vanfleteren

I

DUURZAAMHEID IN DE ZORG- EN WELZIJNSSECTOR Vzw O2 doet energiebesparende ingrepen in haar voorziening voor bijzondere jeugdhulp, huisarts Roy Remmen schrijft bewegen in de natuur voor aan zijn patiënten en bij De Biotoop in Gent pakken ze kinderopvang duurzaam aan. Stap voor stap wordt de sector duurzamer, in alle betekenissen van het woord.


Daarom was vzw O2 er als de kippen bij toen ze hoorden dat er via VIPA (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) een gratis energiescan gemaakt kon worden van hun voorziening in de bijzondere jeugdzorg. Onder het motto ‘elke euro die we niet aan energie moeten betalen, kunnen we in onze jongeren investeren’ deden ze een aantal winstgevende aanpassingen. De Biotoop in Gent pakt

kinderopvang duurzaam aan, onder andere door een eigen biologische keuken en een schrijnwerkerij voor houten meubels en pedagogisch speelgoed. En niet te vergeten: wasbare luiers. Want een kind in de opvang produceert op een jaar tijd tot een ton luierafval! Huisarts Roy Remmen schrijft dan weer regelmatig bewegen in de natuur voor in plaats van pillen. Geneeskunde – en vooral medicatie – kost de maatschappij veel geld.

Bewegen in de natuur blijkt een positieve invloed te hebben op bepaalde patiënten met psychische of cardiovasculaire aandoeningen en mensen met diabetes. Dit zijn slechts drie voorbeelden van hoe duurzame zorg er kan uitzien. Hopelijk krijgt dit in de toekomst steeds meer navolging. Want duurzame zorg is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor mens en maatschappij.

28

DENKERS IN WELZIJN

26

DE ESSENTIE

22

INTERVIEW

Liesbeth Van Braeckel, Hoofdredacteur Weliswaar

LETS CREËERT ­SOLIDAIRE BUURTEN

DE MOOIE KANTEN VAN VERPLEEGKUNDE

LUCAS WIL BETERE ZORG VOOR IEDEREN

In Vlaanderen en Brussel ontstaan steeds meer LETS-groepen: lokale gemeenschappen die elkaar helpen in ruil voor alternatieve munten. “Het is een eigentijdse manier van samenwerken”, vertelt Sabrina Bekaert van LETS Vlaanderen vzw.

Net als alle andere zorgverleners klopte Stef Vanlee dit jaar meer overuren dan ooit. “De eerste golf was echt zwaar”, vertelt hij. “We hebben hard moeten werken, maar we konden wel blijven werken. Daar ben ik dankbaar voor.”

Professor Van Audenhove leidt LUCAS, het Leuvense centrum voor zorgonderzoek en consultancy, al sinds 1996 en pleit voor een toekomst van de zorg die gebaseerd is op interdisciplinariteit en aandacht voor kwetsbaarheid.

Omslagillustratie Pieter Van Eenoge

nr. 152 - februari-maart 2021 |

3


DE ZELFMOORDLIJN

De Zelfmoordlijn zoekt vrijwilligers

“WIE ONS CONTACTEERT, HEEFT DE WENS OM TE LEVEN” Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto Jan Locus, Bob Van Mol en Pieter Clicteur

Vlaanderen heeft hoge zelfmoordcijfers in vergelijking met de rest van Europa. Het Vlaamse suïcidecijfer is maar liefst anderhalve keer hoger dan het Europese gemiddelde. Al meer dan 40 jaar zet de Zelfmoordlijn zich in om de cijfers te doen dalen. Omdat de vraag naar online gesprekken via de chat hoog is – online hulp wordt vaak als nog laagdrempeliger en anoniemer ervaren – wil de Zelfmoordlijn de openingsuren van de chat uitbreiden. Daarvoor zijn 60 extra vrijwilligers nodig.

I

n Vlaanderen zijn er naar schatting gemiddeld 27 zelfmoordpogingen per dag. Elke dag sterven bijna drie mensen door zelfdoding. Mensen die aan zelfmoord denken, kunnen via de Zelfmoordlijn gratis en anoniem bellen, chatten of mailen met vrijwilligers die daar speciaal voor zijn opgeleid. De lijn is er ook voor mensen die zich zorgen maken om iemand anders.

ANONIEME VRIJWILLIGERS

De Zelfmoordlijn is een dienst van het Vlaams Centrum ter Preventie van Zelfdoding en bestaat al sinds 1979. Sinds de opstart is er echter veel veranderd.

4

| nr. 152 - februari-maart 2021

Oproepen werden doorheen de jaren gratis, de lijn werd de klok rond bemand, het verkorte nummer 1813 werd ingevoerd en de lijn werd ook bereikbaar via e-mail en chat. Volgens Kirsten Pauwels, directeur van het Centrum ter Preventie van Zelfdoding, professionaliseerde de Zelfmoordlijn vooral, ook al wordt de lijn bijna uitsluitend door vrijwilligers bemand. “Vroeger werd er vooral geluisterd, maar nu is er een wetenschappelijk onderbouwde basis en weten we echt hoe we gesprekken over suïcide moeten voeren. We kiezen ook heel bewust voor vrijwilligers omdat onderzoek aantoont dat de stap naar professionele hulp een drempel is. Mensen praten gemakkelijker

met een anonieme vrijwilliger, een gelijke. En omdat het altijd moeilijk is om over zelfmoord te praten, willen we drempels zoveel mogelijk wegwerken.”

“ Vroeger luisterden we vooral, nu weten we echt hoe we de gesprekken moeten voeren.” Op dit moment werkt de lijn met zo’n tweehonderd vrijwilligers. Twee keer per jaar – in het voor- en najaar – krijgen nieuwelingen een intensieve opleiding die georganiseerd wordt op


KIRSTEN PAUWELS, DIRECTEUR CENTRUM TER PREVENTIE VAN ZELFDODING:

“We kiezen heel bewust voor vrijwilligers om de Zelfmoordlijn te bemannen, omdat mensen minder snel praten met professionals.”

verschillende locaties in Vlaanderen. Op zich kan iedereen vanaf 20 jaar zich kandidaat stellen en is een specifieke achtergrond in de psychologie of hulpverlening niet nodig. Maar omdat niet iedereen geschikt is om gesprekken te voeren met mensen die het erg moeilijk hebben, worden kandidaat-vrijwilligers wel gescreend vooraleer ze met de opleiding starten. “Sinds een paar jaar rekruteert de Zelfmoordlijn ook studenten om de lijn te bemannen”, vult Pauwels aan. “We werken samen met studenten (toegepaste) psychologie, orthopedagogie of studenten uit andere richtingen waarbinnen dit soort ervaring en expertise

relevant is. Zij doen dat vrijwillig en doorlopen eerst ook onze ­training, maar met hun engagement voor de Zelfmoordlijn verdienen ze studie­ punten. Op die manier kunnen we beter tegemoetkomen aan de grote vraag naar gesprekken en onze voortdurende nood aan vrijwilligers.”

JONGER PUBLIEK OP DE CHAT

Met de chat bereikt de Zelfmoordlijn een jonger publiek. Bijna 40% van de chatgebruikers is jonger dan 20. Gebruikers vinden online hulp vaak nog laagdrempeliger en anoniemer

dan telefonische hulp en de nood aan online gesprekken is hoog. Daarom wil de lijn de openingsuren van de chat verdubbelen. De chatdienst bestaat al sinds 2005 en momenteel kan er elke avond tussen 18.30 en 22 uur worden gechat. In de toekomst wil de Zelfmoordlijn elke dag zeven uur online bereikbaar zijn en om dat te realiseren zijn extra vrijwilligers nodig. “We werken nu met 60 chatvrijwilligers en als we onze openings­uren willen verdubbelen, hebben we dus nog eens 60 vrijwilligers nodig”, zegt Pauwels. “Vrijwilligers werken van thuis uit, dus we zoeken mensen van over heel Vlaanderen.” De Zelfmoordlijn hoopt de verdubbeling van de chaturen tegen 2022 te realiseren. nr. 152 - februari-maart 2021 |

5


EEN ­VRIJWILLIGER GETUIGT Peter* is al zes jaar chatvrijwilliger bij de Zelfmoordlijn. Naast zijn ‘gewone’ job wilde hij rechtstreeks contact met mensen. “Ik wist dat de Zelfmoordlijn nieuwe vrijwilligers zocht en omdat ik in mijn jeugd zelfmoord in mijn omgeving heb meegemaakt, wou ik me daarvoor inzetten. Ik stuurde een mail, werd uitgenodigd voor een gesprek en startte met de opleiding.” “Die opleiding liep over een paar maanden en was redelijk intens”, blikt Peter terug. “Eerst werden we ondergedompeld in de theorie en de wetenschap over suïcide. Daarna volgde een training van onze gespreksvaardigheden in regionale groepen. We leerden hoe je een gesprek over zelfmoord aanpakt met mensen van verschillende leeftijden en hoe je empathie en warmte kan geven aan iemand bij wie het water aan de lippen staat.” Hoe je dat concreet aanpakt? “Door het onderwerp suïcide niet te ontwijken en het daar juist wél over te hebben. Mensen zijn soms bang om over zelfmoord te praten met iemand die donkere gedachten heeft, maar door het onderwerp uit de weg te gaan wordt het taboe. Om zicht te krijgen op hoe acuut problemen zijn, is het net heel belangrijk om ze bespreekbaar te maken”, legt Peter uit. “Als mensen contact opnemen via de chat, probeer ik in de eerste plaats te weten te komen waarom ze dat doen en wat hun noden zijn, zonder iets te veronderstellen. Dus luister ik actief, bied een luisterend oor en stel vragen. Wie ons contacteert denkt aan de dood, maar heeft toch ook nog ergens de wens om te leven, alleen weten mensen vaak niet hoe. Dat proberen we samen uit te klaren. Door alles op een rij te zetten en gevoelens te bespreken, kunnen

6

| nr. 152 - februari-maart 2021

we ruimte maken in de chaos. Als daar echt nood aan is, verwijzen we door naar professionele hulp, maar dat is zeker niet het doel van de Zelfmoordlijn”, zegt Peter. “Een aantal mensen die ons contacteren heeft al een traject in de hulpverlening lopen. Soms is er dus angst voor eventuele gevolgen – gedwongen opname bijvoorbeeld – als er met professionele hulpverleners over zelfmoordgedachten of -plannen wordt gepraat.” “Het is juist mooi dat wij er als vrijwilligers voor anderen kunnen zijn”, vindt Peter. “Ik mag echtheid en empathie tonen en hoef

geen quota te halen of diagnoses te stellen. Zestien uur per maand geef ik onbekenden mijn onverdeelde aandacht. Als ik chat, probeer ik zoveel mogelijk aanwezig te zijn in het gesprek, dan geef ik anderen de ruimte om hun pijn te delen zonder meteen advies of oplossingen te willen geven. Vaak zeggen mensen dat ik de eerste ben aan wie ze alles hebben kunnen vertellen. Dan heb ik na een gesprek echt het gevoel dat ik druk van de ketel heb kunnen halen. Dat doet deugd.” “Of het niet moeilijk is om als vrijwilliger geconfronteerd te worden met zoveel


PETER, VRIJWILLIGER BIJ DE ZELFMOORDLIJN:

“Vaak zeggen mensen dat ik de eerste ben aan wie ze alles hebben kunnen vertellen. Soms heb ik na een gesprek echt het gevoel dat ik druk van de ketel heb gehaald.”

problemen? Niet iedereen is geschikt voor dit soort werk, maar ik kan het redelijk goed van me afzetten”, zegt Peter. “Door dit werk besef ik dat het gevoel van eenzaamheid groot is. Ik hoor mensen die niemand hebben, maar ook mensen die wel vrienden of een gezin hebben, maar die toch geen connectie kunnen maken. Veel mensen zeggen dat ze doen alsof, dat ze een masker dragen. Dat raakt me. Tegelijkertijd ontroert het me ook dat ze dat toegeven en hun ziel durven blootleggen tegenover mij, een wildvreemde. Heel wat mensen laten het achterste van hun tong niet zien. Achter heel wat glimlachen schuilt verdriet.”

JONGERE OPROEPERS DOOR CORONA Door de coronacrisis ziet de Zelfmoordlijn voorlopig niet opvallend meer oproepers. “Maar we krijgen wel meer acute oproepen waarbij de suïcideplannen al verder zijn gevorderd”, zegt Pauwels. “En de oproepers zijn ook een stuk jonger. In de periode van maart tot augustus was zes op de tien chatters jonger dan 30. Elk gesprek is anders. Oproepers hebben geen typisch profiel, maar de meeste mensen die ons contacteren kampen wel met eenzaamheid. Dat is de grootste risicofactor, al zien we nu ook meer problemen thuis, angst en financiële moeilijkheden. In tijden van corona kan er minder beroep gedaan worden op hulp of een sociaal netwerk. We vrezen ook voor de periode na de crisis, als financiële steunmaatregelen bijvoorbeeld wegvallen.” Pauwels roept iedereen op om alert te blijven voor mensen die het moeilijk hebben. “Wie hulp nodig heeft, moet die kunnen inroepen. Bij de Zelfmoordlijn, de professionele hulpverlening of in de eigen omgeving. Iedereen zou een gesprek over suïcide moeten kunnen voeren met een

naaste met zelfmoord­gedachten. Hoewel dat niet gemakkelijk is, moet zelfmoord bespreekbaar gemaakt worden en daar heeft iedereen een rol in op te nemen”, meent Pauwels. Het Centrum ter Preventie van Zelf­doding geeft vormingen en lezingen en sensibiliseert via sociale media. “Ieder van ons kan iets doen. Zelfmoord kan soms voorkomen worden en inzetten op preventie is van levensbelang”, zegt Pauwels nog. “Zelfmoord is een van de belangrijkste doodsoorzaken bij jongvolwassenen en veel mensen worden ooit met zelfdoding in hun omgeving geconfronteerd. Praten over zelfmoord zou daarom echt geen taboe meer mogen zijn.” �� Interesse om als chatvrijwilliger te werken?

Via www.zelfmoord1813.be/chatvrijwilliger kan je je kandidaat stellen. ��

Met vragen over zelfdoding, kan je anoniem terecht bij de Zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be

* Omwille van de privacy wenst deze ­geïnterviewde anoniem te blijven.

nr. 152 - februari-maart 2021 |

7


VLAAMS ACTIEPLAN SUÏCIDEPREVENTIE VLESP, het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie, werkt samen met de Vlaamse overheid rond de preventie van zelfdoding. VLESP zorgt voor een wetenschappelijke basis voor suïcidepreventie en -postventie in Vlaanderen. Het biedt informatie, documentatie en advies aan de overheid, organisaties en de bevolking. VLESP coördineerde het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie, dat gewezen minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen ontwikkelde voor de periode 2012-2020 en dat uitgevoerd werd door het Centrum ter Preventie van Zelfdoding. Dat actieplan was opgebouwd rond vijf strategieën. In de eerste plaats moest het plan de geestelijke gezondheid van mensen bevorderen. Daarnaast moest er laagdrempelige telefonische en online hulp worden geboden voor suïcidepreventie. Er werden ook strategieën aangereikt voor risicogroepen, zoals jongeren, ouderen of mensen die eerder een zelfmoordpoging deden. Intermediairs moesten deskundiger zijn en een netwerk uitbouwen, en aanbevelingen en hulpmiddelen voor suïcidepreventie moesten worden ontwikkeld en geïmplementeerd.

8

| nr. 152 - februari-maart 2021

Kirsten Pauwels uit zich positief over het actieplan, dat momenteel wordt geëvalueerd. “We mogen de impact van het actieplan niet onderschatten”, meent ze. “Internationaal zagen we de cijfers in stijgende lijn gaan bij crisissen, maar tijdens de kredietcrisis van 2008 nam het aantal zelfmoorden in Vlaanderen niet toe. Met het plan moest het aantal zelfdodingen in Vlaanderen in 2020 met 20% dalen ten opzichte van het jaar 2000. Die doelstelling werd behaald.” Tegelijkertijd wijst Pauwels er wel op dat Vlaanderen nog steeds hoge zelfmoordcijfers heeft. “Hoewel het aantal zelfmoorden in Vlaanderen is gedaald, blijven de cijfers helaas erg hoog. In veel Europese landen liggen de cijfers een stuk lager. In Nederland bijvoorbeeld zijn de cijfers maar half zo hoog.” Het is dan ook de bedoeling dat er een nieuw actieplan komt. De beleidsnota van huidig Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding Wouter Beke spreekt alvast van een nieuw Vlaams Actieplan Suïcidepreventie na evaluatie van het voorgaande plan.


BIJSLUITER

THUISWERKEN KAN EEN ZEGEN ZIJN

Luc was altijd een fijne collega, bijzonder gedreven in zijn job. Jaren geleden vertrouwde hij me toe dat hij de ziekte van Crohn had. Hij was 35 toen de darmziekte werd vastgesteld. Het viel me amper op dat hij regelmatig afwezig was op het werk. Pas toen hij helemaal wegbleef, ging ik me vragen stellen. Ik ging ervan uit dat hij elders een mooi aanbod had gekregen. Dat hij had afgehaakt omwille van zijn ziekte, drong niet door op de werkvloer. Luc was jong en ambitieus, maar Crohn dwarsboomde zijn carrière. Jaren later kwam ik toevallig te weten dat hij zelf een zaak had opgestart, op zijn thuisadres. De ziekte van Crohn is een chronische en ongeneeslijke darmontsteking waarvan de oorsprong niet gekend is. Het overvalt mensen meestal tussen 15 en 40 jaar. Patiënten krijgen te maken met onvoorspelbare periodes van frequente diarree, soms tot tien keer per dag, waarbij ze naar het toilet moeten hollen om op tijd te zijn. Dat leidt tot veel stress en af en toe onaangename ongelukjes, die angstvallig verzwegen worden. De on­­gemakken die gepaard gaan met de ziekte van Crohn zijn taboe: dit gaat over stoelgang. Daardoor kennen weinig mensen de ziekte en tonen ze weinig begrip. Crohnpatiënten zien er niet ziek uit. Het zijn geen klagers. Krampen en frequente vermoeidheidsklachten beletten niet dat crohnpatiënten hun job meestal wel goed aankunnen. Ze willen ook aan het werk blijven, zo lang het kan.

Enkele jaren geleden ijverden de Vlaamse en Franstalige patiëntenverenigingen voor mensen met chronische darmontstekingen voor de mogelijkheid om thuis te werken. Hun voorstel viel toen in slechte aarde. De coronacrisis bracht verandering. Sinds maart 2020 worden werknemers net aangemoedigd en soms zelfs verplicht om thuis te werken. Voor patiënten met chronische darmziekten is dat veeleer een zegen dan een vloek. De stress om tijdig een toilet te vinden valt weg. Ze staan niet meer met hoge nood in de file en hoeven geen vergadering meer uit te hollen onder niets begrijpende blikken van anderen. Zij functioneren beter dankzij telewerken. In België leven zo’n 35.000 personen met de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa, de twee meest voorkomende inflammatoire darmziekten. Ze zijn niet de enigen die graag telewerken. Personen met chronische longziekten, mensen met een verzwakt immuunsysteem,

degenen die recent een transplantatie achter de rug hebben: vaak zijn ze maar wat blij dat ze zo min mogelijk collega’s ontmoeten. De angst voor een coronabesmetting bovenop hun chronische aandoening is groot. Tijdens de eerste coronagolf is het ziekteverzuim voor de hele bevolking zo’n 40% gedaald. Geen filestress, geen vervelende baas die op je vingers kijkt, je werk zelf kunnen plannen, meer tijd voor sport … De tweede golf deed het tij helaas keren: door de aanhoudende beperkende maatregelen en de uitzichtloosheid ging het ziekteverzuim opnieuw sterk de hoogte in. We zijn niet zo goed in het omgaan met onvoorspelbare situaties zonder zicht op verbetering, zo blijkt. Op dat vlak kunnen we nog wat te leren van patiënten met de ziekte van Crohn en andere chro­nische ziekten. Marleen Finoulst, hoofdredacteur Bodytalk nr. 152 - februari-maart 2021 |

9


KORT

FAMILY JUSTICE CENTER MECHELEN BREIDT UIT Al geruime tijd werkt Vlaanderen samen met lokale besturen om gezinsgeweld aan te pakken. Verschillende Family Justice Centers (FJC) werden opgericht om gezinnen waar geweld voorkomt te omringen met hulp. Door hulpverlening te bundelen in een FJC, moeten mensen hun verhaal maar één keer doen, wordt hulp beter afgestemd en worden gezinnen sneller geholpen. Weliswaar trok naar FJC Mechelen – dat sinds kort extra ondersteuning krijgt van twaalf lokale besturen – voor een gesprek met netwerkcoördinator Karolien Boonen en Karen Casier, operationeel verantwoordelijke en FJC-regisseur. ��

Lees het interview op weliswaar.be/fjcmechelen

JEUGDHULP BLIJFT HET VERSCHIL MAKEN De impact van corona op kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen was de afgelopen maanden enorm. Ook voor medewerkers in de jeugdhulp zorgt het coronavirus voor extra uitdagingen. Dat ervaren Dirthe Van den Brande en Priya Basu, consulenten bij de sociale dienst van de jeugdrechtbank in Antwerpen, en Matthijs Waumans, psycholoog bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling, elke dag. 50% meer dan in 2019: dat was de stijging van het gemiddelde aantal oproepen per maand tijdens de eerste negen maanden van 2020 bij Nupraatikerover.be, de chatbox van de Vertrouwenscentra Kindermishandeling. ��

Lees de getuigenissen van Dirthe, Prya en Matthijs op weliswaar.be/jeugdhulpverschil

WERKEN ALS JUSTITIEASSISTENT IN TIJDEN VAN CORONA “En toen werd hetzelfde helemaal anders ...”, schrijft Hilde De Baerdemaeker, justitieassistent in Gent. “Plots was het daar: de boodschap dat we ons moesten voorzien op volledig van thuis uit werken omwille van de verspreiding van het coronavirus. Afspraken werden – eerst nog wat twijfelachtig – geannuleerd.” Ze moesten organiseren en herorganiseren. “We moesten zicht krijgen en houden op onze lopende opdrachten, contact houden met cliënten,

10 10

| nr. 152 - februari-maart 2021

met collega’s, met opdrachtgevers, met samenwerkingspartners. Stilvallen was en is geen optie. Een zoektocht diende zich aan. Dezelfde opdrachten, maar anders. Hetzelfde aanbod, maar anders. Blijven samenwerken, maar anders. Dezelfde doelen, maar anders.” ��

Hoe ze dat aanpakten, lees je op weliswaar.be/ hetzelfdemaaranders


DOSSIER DUURZAME ZORG

DUURZAAMHEID IN DE ZORG- EN WELZIJNSSECTOR Vzw O2 doet energiebesparende ingrepen in haar voorziening voor bijzondere jeugdhulp onder het motto: ‘Wat we aan energie moeten betalen, kunnen we niet in onze jongeren investeren’. Huisarts Roy Remmen schrijft bewegen in de natuur voor aan zijn patiënten. En bij De Biotoop in Gent pakken ze kinderopvang duurzaam aan. Er is een eigen biologische keuken en een eigen schrijnwerkerij voor houten speelgoed en meubels met een pedagogische meerwaarde. 11


DOSSIER DUURZAME ZORG

Dokter Roy Remmen schrijft natuur voor

“BUITEN BEWEGEN KAN EEN DUURZAAM ALTERNATIEF ZIJN VOOR PILLEN SLIKKEN” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Bob Van Mol

12

| nr. 152 - februari-maart 2021

U schrijft uw patiënten geregeld ‘beweging in de natuur’ voor. Roy Remmen: “Door de band genomen kost de geneeskunde, en dan vooral medicatie, de maatschappij enorm veel geld. Ik geloof sterk in de kracht van buiten bewegen als duurzaam alternatief. Veel patiënten reageren enthousiast, maar voor sommigen is het moeilijk – voor wie heel oud is en in een rolstoel zit bijvoorbeeld. Anderen staan er niet voor open. Binnenkort start bijvoorbeeld een nieuwe masterscriptie van een van onze studenten over hoe minderheidsgroepen gemotiveerd kunnen worden om meer


“ Als huisarts zie je dat mensen die in barre omstandigheden wonen en werken, sneller gezondheids­ problemen krijgen.” cardiovasculaire aandoeningen, hebben meer beweging nodig. Denk ook aan mensen met diabetes type 2: als ik hen kan overtuigen om gezonder te eten en meer te bewegen, raken ze soms zelfs van hun medicatie verlost. Als dat bewegen dan ook nog buiten kan in de natuur, is dat een extra troef. Er ontbreekt nog onderzoek dat een duidelijk oorzakelijk verband aantoont, maar er zijn toch al mooie projecten rond de impact van de natuur op onze mentale gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan tuinieren.” ROY REMMEN, UNIVERSITEIT ANTWERPEN EN HASSELT:

“Hoe motiveer je mensen om meer naar buiten te gaan en hoe krijg je zulke voorschriften in de pen van huisartsen? Ik pleit voor meer onderzoek hierrond.”

buiten te bewegen. Ik pleit sowieso voor meer onderzoek: hoe motiveer je mensen om meer naar buiten te gaan en hoe krijg je zulke voorschriften in de pen van huisartsen?” Voor welke patiënten is ‘buiten bewegen’ een geschikt voorschrift? “Het wetenschappelijk onderzoek is nog beperkt, maar er zijn toch al stevige aanwijzingen dat bewegen een positieve invloed kan hebben op mensen met psychische belasting of cognitieve problemen, zoals dementie. Ook mensen die lijden aan welvaartsziekten, in de eerste plaats

Alleen is natuur niet voor iedereen even toegankelijk. “Dat klopt helaas. Mijn eigen praktijk is op het platteland, waardoor het voor mijn patiënten eenvoudiger is om tussen de bomen te lopen dan voor mensen die middenin de stad wonen. Maar ik merk dat steeds meer stadsontwikkelaars hier aandacht voor krijgen. Zo is er een hele beweging rond ‘microparken’: ook een klein stukje groen kan al een verschil maken. In mijn stad Antwerpen is het in de prachtige parken erg druk bij mooi weer. Daar vinden ook nieuwe Belgen hun gading.” Hoe bent u zelf overtuigd geraakt van ‘natuur op voorschrift’? “Na mijn opleiding tot tropenarts, koos ik ervoor om huisarts te worden op het platteland. Als jonge dokter leerde ik hoe alles in onze omgeving samenhangt: het concept van one health. In mijn beginjaren als arts zag ik bijvoorbeeld veel landbouwers die hun dieren kilo’s antibiotica gaven. Dat leidde indirect tot veel resistentie tegen antibiotica bij mensen: een ernstig probleem. En anderzijds zag ik ook veel kinderen met allergieën, omdat huizen steeds beter gepoetst en slechter geventileerd werden. Als huisarts zie je

dat mensen die in barre omstandigheden wonen en werken sneller gezondheidsproblemen krijgen. Dat had ik al snel door. Maar echt natuur voorschrijven, doe ik pas sinds ik enkele jaren. Dat komt zeker ook door de samenwerking met professor Hans Keune van Universiteit Antwerpen en zijn team van de Leerstoel Zorg en Natuurlijke Leefomgeving. Die kwam er op initiatief van provincie Antwerpen, om een betere afstemming te krijgen tussen de eerstelijnsgezondheidszorg en de natuurlijke leefomgeving. Intussen zijn er heel wat onderzoeksprojecten. De invloed van bewegen in de natuur zit ook vervat in de opleiding Huisartsengeneeskunde. Steeds meer studenten maken er hun masterscriptie over. Zo plant je allerlei zaadjes die hopelijk leiden tot verandering. Er is bijvoorbeeld het project Boerenrustpunt, waarbij mensen met een burn-out terechtkunnen op zorgboerderijen.” Ook het project Buitenzorg is interessant: jullie stimuleren zorginstellingen om te vergroenen. “Het idee is dat we samen met zorg­ instellingen kijken hoe ze groener kunnen worden en dat groen bovendien bereikbaar maken voor de patiënten. Hoe je een park in de buurt van een woonzorgcentrum bijvoorbeeld kan heraanleggen om het aantrekkelijker te maken voor bewoners, met rolstoelvriendelijke wandelpaden. Maar we werken bijvoorbeeld ook samen met ziekenhuizen. Op heel wat afdelingen hebben artsen en verpleegkundigen veel stress. Door hun omgeving te transformeren van een klinisch witte zone tot een groene oase, kan je de sfeer al enorm veranderen. Zelfs als je daarmee maar één verpleegkundige per jaar een burn-out kan besparen, haal je dat er financieel waarschijnlijk al uit. Om van de psychische kost nog te zwijgen.” nr. 152 - februari-maart 2021 |

13


DOSSIER DUURZAME ZORG Duurzame kinderopvang plaatst kind centraal

“WIJ CREËREN EEN GEZONDE PLEK VOOR KINDEREN, OP ALLE VLAKKEN” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto’s Bob Van Mol

Kilo’s luiers en plastic speelgoed: een kinderdagverblijf staat doorgaans niet meteen gelijk aan duurzaamheid. Maar De Biotoop in Gent pakt het anders aan met een eigen biologische keuken, wasbare luiers, duurzaam speelgoed en een pedago­gische methode waarbij het kind centraal staat.

“I

k had altijd in de ondernemerswereld gewerkt, maar na jaren ploeteren was ik de jaloezie en het geldgewin beu. Toen mijn oudste dochter een baby kreeg en een kinderdagverblijf wilde opstarten, besloten we dat samen te doen. We hadden een duidelijke visie: een gezonde plek voor kinderen creëren, op alle vlakken.” Aan het woord is Guy Taffijn, mede-oprichter van De Biotoop in Gent. Dit verhaal begon bijna 15 jaar geleden, in 2006. Intussen groeide De Biotoop uit tot een groep van drie kinderdagverblijven in Gent met in totaal 128 kindplaatsen. Daarnaast is er de biokeuken die ook levert aan externe klanten en een atelier waar duurzaam meubilair en speelgoed worden gemaakt. Guy staat nog steeds aan het roer, samen met zijn vrouw Stefanie Meuleman. “Sommige medewerkers zijn hier al meer dan tien jaar. We werken trouwens vaak samen met het OCMW, zodat bijvoorbeeld ook langdurig werklozen of nieuwkomers de kans krijgen om hier interessante werkervaring op te doen.”

14

| nr. 152 - februari-maart 2021

Terwijl de meeste kinderdagverblijven samenwerken met een traiteurdienst, koos De Biotoop meteen voor een eigen, biologische keuken. “Het gaat in de eerste plaats om de gezondheid van de kinderen. Maar ook onze zorg voor het milieu speelt mee: wij werken alleen met biologische groenten, fruit en vlees.” Stelselmatig kwamen er extra troeven bij, vertelt Guy. “We zijn vrij snel begonnen met wasbare luiers uit biokatoen. Je moet weten dat één kindje gedurende twee jaar kinderopvang ongeveer een ton luierafval produceert. Dat wilden wij echt niet. Dus hebben we nu wasmachines op al onze locaties. De ouders kopen vijf à tien wasbare luiers aan – waarvoor ze een subsidie kunnen krijgen van Stad Gent – en geven die mee naar de kinderopvang.”

“ Tijdens twee jaar opvang, produceert één kind ongeveer een ton luierafval.”

ONTMOETINGSPLEKKEN Maar ook daar bleef het niet bij. “In 2012 zijn we gestart met ons atelier: een schrijnwerkerij waar we meubels en speelgoed maken met duurzaam hout en ecologische verf. Op maat van onze eigen kinderdagverblijven, maar ook van andere crèches en scholen. We proberen onze ontwerpen trouwens een pedagogische meerwaarde te geven. Zo hebben we kasten die tegelijk als snoezelruimte dienen: kinderen kunnen zich er op een veilige manier in verstoppen.” Guy gelooft ook in de voordelen van buiten slapen, net als in grote delen van Scandinavië gebeurt. “Onze locaties liggen middenin de stad. Helaas is onze buitenruimte dus beperkt. Daarom werken we met een rotatiesysteem, zo krijgen alle kindjes de kans om regelmatig in buitenbedjes hun dutje te doen. Intussen merken we dat steeds meer kinderdagverblijven onze buitenbedjes bestellen en ook Stad Gent buiten slapen promoot.”


GUY TAFFIJN, MEDEOPRICHTER DE BIOTOOP:

“In ons atelier maken we duurzame meubels en speelgoed met pedagogische meerwaarde. Zo hebben we kasten waarin kinderen zich kunnen verstoppen.”

Ook op pedagogisch vlak wil De Biotoop een voortrekkersrol spelen, aldus Guy. “We stelden vanaf het begin het kind centraal. Gaandeweg hebben we ons meer verdiept in de Reggio Emiliapedagogie, ook bekend als ‘de pedagogie van de honderd talen van kinderen’. Baby’s en peuters kunnen zich nog niet uitdrukken met taal, maar door hen goed te observeren, leer je hen veel beter te begrijpen. Hun gedrag wordt ook uitgebreid gedocumenteerd, waardoor we op een veel dieper niveau met ouders kunnen communiceren. Ik ben ervan overtuigd dat we veel kunnen leren van de allerkleinsten. Ze worden geboren met een koffertje, je moet alleen ontdekken hoe je dat kunt openen.”

INKOMENSGERELATEERD “Vroeger betaalden ouders hier een forfaitair bedrag dat een stuk hoger lag dan in veel andere kinderdagverblijven”, vertelt Guy. “Niet omdat we veel winst wilden maken, maar omdat

kwaliteitsvolle opvang nu eenmaal duur is. Toen kregen we soms het verwijt een ‘elitecrèche’ te zijn. Maar in 2014 kregen we van de overheid dan toch de toestemming om over te schakelen op inkomensgerelateerde financiering. Natuurlijk hebben wij hogere kosten dan kinderdagverblijven die werken met een traiteurdienst of die enkel plastic meubels gebruiken. Maar gelukkig kennen we iets van zaken: onze biokeuken levert ook soep aan verschillende externe partijen, zoals Natuurpunt, de UGent en Stad Gent. We verdienen ook iets aan het meubilair dat we verkopen. Al die middelen stoppen we in onze kinderdagverblijven, zodat we de kwaliteit kunnen waarborgen. Maar ik hoop dat dit de overheid toch tot nadenken stemt. Mocht er per dag en per kind één euro extra worden geïnvesteerd, zou er al veel ruimte zijn voor meer duurzaamheid op allerlei vlakken.”

“ Winst uit de verkoop van onze meubels en soep, investeren we terug in onze kinderdag­ verblijven.”

nr. 152 - februari-maart 2021 |

15


DOSSIER STEK DUURZAME ZORG

Den Botaniek in Ronse geeft iedereen een plek

“ DANKZIJ DE ENERGIESCANS GAAN WE OVER TOT ACTIE” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Sigrid Spinnox

Zorgvoorzieningen zijn grote energieslokoppen. Om hen te helpen, kunnen ze via het VIPA een gratis energiescan aanvragen. Vzw O2, dat een voorziening voor bijzondere jeugdzorg organiseert, was er als de kippen bij. Hannah Bohez van VIPA en Dieter Durnez van vzw O2 doen hun verhaal.

16

| nr. 152 - februari-maart 2021


“Alles wat we uitgeven aan energie, gaat niet naar onze jongeren.”

De energiescans passen binnen het klimaatengagement van de sector. Wat houdt dat in?

Vzw O2 was een van de eerste om zo’n energiescan te laten uitvoeren. Waarom wilden jullie dat zo graag?

Hannah Bohez: “In 2017 ondertekenden het beleidsdomein WVG, het Vlaams Energiebedrijf en acht koepelorganisaties in de zorg dit engagement. We wilden ons samen engageren om de maatschappelijke doelen voor 2050 te halen om de opwarming van de aarde te stoppen, in navolging van het Klimaatakkoord van Parijs. Vanuit de zorgsector sloten we een soort Green Deal bovenop de engagementen van de Vlaamse Regering. Die rol past ook bij onze sector. We hebben een voorbeeldfunctie in de samenleving en willen dus een stapje verder gaan. Zeker omdat de klimaatopwarming ook een nefast effect heeft op onze gezondheid, denk maar aan de oversterfte door zware hittegolven. Er speelt dus ook een preventieve gedachte mee.”

Dieter Durnez: “Onze organisatie was al langer begaan met duurzaamheid. Omdat we vrij recent nieuwe en energie-efficiënte gebouwen hadden gekregen, dachten we ietwat naïef dat ons energie­verbruik en de bijhorende kosten in één klap aanzienlijk zouden dalen. Maar er komen ook altijd energievreters bij, zoals ventilatiegroepen. En het aantal computers is de voorbije jaren ook exponentieel toegenomen. Bovendien zijn hier 24 uur op 24 kinderen, jongeren en personeelsleden aanwezig, wat het energieverbruik sowieso de hoogte in jaagt. Als we kijken naar onze grootste kostenposten staat bezoldiging op één, maar energie en voedsel krijgen de gedeelde tweede plaats. En alles wat we uitgeven aan energie, gaat niet naar onze jongeren. Toen ik hoorde over de gratis energiescans, was ik dus meteen enthousiast. Omdat wij verschillende gebouwen hebben, zouden die ons anders 14.000 euro gekost hebben. Een smak geld die we niet zomaar konden missen. Nadien kregen we een professionele analyse van een 200-tal pagina’s, met een hele duidelijke uitleg ter plaatse over wat we nu konden doen.”

Om zorgcentra te helpen, bieden jullie gratis energiescans aan. Bohez: “De scans zijn de eerste stap in een reeks ondersteunende maatregelen. Ze geven een gedetailleerd overzicht op maat van de voorzieningen over de energie-efficiëntie van hun gebouwen. De scan bevat ook de nodige maatregelen om zo vlot mogelijk de klimaatdoelstellingen te halen. Intussen zien we dat enkele grote noden vaak terugkeren: dakisolatie, verlichting, zonnepanelen en het vernieuwen van verwarmingsinstallaties.” “Dat lijken grote investeringen, maar het enige engagement dat de organisaties aangaan, is dat ze alle maatregelen treffen die zichzelf binnen de vijf jaar terugverdienen. Voor de andere maatregelen kunnen ze indien nodig steun aanvragen, onder meer via het VIPA. Via het Vlaams Energiebedrijf kunnen ze intekenen op raamcontracten, waardoor de voorzieningen administratief ontlast worden. En er zit ook veel potentieel in de samenwerking met burgercoöperaties voor maatregelen zoals relighting en zonnepanelen. Intussen heeft 12% van alle voorzieningen in de sector een energiescan aangevraagd, bij de ziekenhuizen zelfs al 75%.”

Jullie moesten alle maatregelen met een korte terugverdientijd wel verplicht uitvoeren. Schrok dat niet af? Durnez: “We hebben daar natuurlijk wel even over nagedacht, maar die maatregelen met een korte terugverdientijd zijn meestal niet enorm duur. Bovendien is dit het ideale moment om in zulke zaken te investeren: door de lage rentes brengt dit veel meer op dan je geld op de bank te zetten. Het kostte alvast niet veel moeite om onze raad van bestuur over de brug te krijgen.” Bohez: “Intussen zijn al 1.300 scans uitgevoerd en zien we een heel groot terugverdienpotentieel: in totaal wel 6,5 miljoen euro per jaar. Voor een sector die vaak met een tekort aan middelen kampt, lijkt me dat ook financieel mooi meegenomen. Daarnaast zijn er natuurlijk nog de maatregelen met een langere terugverdientijd, zoals vloerisolatie. We merken dat die sneller op de lange baan geschoven worden, maar met de VIPA-subsidies kunnen we die terugverdientijd halveren van gemiddeld 14 naar 7 jaar.” nr. 152 - februari-maart 2021 |

17


HANNAH BOHEZ, VIPA:

DIETER DURNEZ, VZW O2:

“Intussen heeft 12% van alle voorzieningen in de sector een energiescan aangevraagd, bij de ziekenhuizen zelfs al 75%.”

“Er waren enkele energiebesparende maatregelen waarvan ik nog nooit had gehoord, zoals een hotfill wasmachine.”

Waren jullie verrast door de resultaten van de energiescan?

waren wij al begaan met duurzaamheid: we hadden een werkgroep rond dit thema, volgden nauwgezet ons energieverbruik op enzovoort. Maar nu zijn we nog een paar stappen verder gegaan. We hebben bijvoorbeeld ook geïnvesteerd in zonnepanelen en een sorteerproject opgezet. Op die manier proberen we ook onze jongeren te sensibiliseren. We willen hen warm maken voor dit thema, want zij zijn de toekomst.”

Durnez: “Ja, er waren toch enkele energiebesparende maatregelen waarvan ik nog nooit had gehoord. Zo werd ons aangeraden om een hotfill wasmachine te installeren. Die warmt het water voor de wasmachines vooraf op met aardgas, waardoor minder elektriciteit wordt verbruikt. Maar het zit ook in hele kleine dingen: de ventilatiegroep kan je constant laten draaien of je kan een CO2-meter installeren en de groep enkel laten draaien wanneer het nodig is. Dat soort kleine ingrepen kosten niet bijster veel, maar leveren snel een verschil op. Daarnaast kozen we ook voor enkele ingrepen met een iets langere terugverdientijd, zoals zolderisolatie, hoogrendementsglas en thermostatische radiatorkranen.” Hoe blikken jullie hierop terug? Durnez: “Zeer positief! De bedoeling van VIPA was in de eerste plaats om voorzieningen te ontzorgen. Om in te tekenen op een soortgelijk voorstel, moet je als voorziening soms een heel dossier opstellen. Maar voor de energiescan was dat niet nodig. Daarnaast wilde het VIPA ook aanzetten tot actie. Bij vzw O2

18

| nr. 152 - februari-maart 2021

Zal het lukken om de doelstellingen te halen? Durnez: “We zitten op een trein die nog een lange afstand af te leggen heeft. Ik denk dat onze sector zeker bereid is om hieraan te werken, maar we mogen niet vergeten dat er nog veel andere uitdagingen zijn.” Bohez: “Dat klopt. Onlangs organiseerde VIPA een reeks webinars rond zorg en klimaat, middenin de tweede coronagolf. Ondanks het feit dat veel voorzieningen momenteel in de frontlinie staan, kwamen er heel veel inschrijvingen. We merken dat verschillende voorzieningen zorg voor het klimaat in hun doelstellingen opnemen.”


VRIJWILLIGERSWERK IN CIJFERS De Vlaamse overheid lanceerde www.vlaanderenhelpt.be, een nieuw digitaal platform om de spontane inzet van burgers in het kader van de coronacrisis te coördineren. Alle Vlamingen die zich op een of andere manier wilden inzetten voor anderen, konden zich via dit platform registreren. Meer dan 11.000 Vlamingen tekenden hierop in.

Wie?

48 jaar

92% heeft de Belgische nationaliteit. 78% heeft eerder al vrijwilligerswerk gedaan. 67% is vrouw. 62% heeft een diploma hoger onderwijs. 59% is actief op de arbeidsmarkt. 19% is gepensioneerd.

is de gemiddelde leeftijd. De meest vertegenwoordigde leeftijdsgroep is die van 56 tot 65 jaar.

42%

mondmaskers maken en/of rondbrengen

45%

boodschappen doen

Wat?

95%

anderen helpen

77%

uit medeleven

22%

sociaal contact onderhouden

Waarom? 66%

het geeft betekenis

Ook opvallend: 90% verklaart in goede gezondheid te verkeren en niet bang te zijn voor een besmetting. 32% van de 16- tot 35-jarigen doet het om minder eenzaam te zijn. En 46% kon vrijwilligerswerk opnemen in deze periode, omdat ze tijd over hadden wegens een gewijzigde werksituatie. Bron: www.vlaanderenvrijwilligt.be nr. 152 - februari-maart 2021 |

19


18:17

Saymour van Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) OostVlaanderen – rechts op de foto – helpt een handje bij daklozen die hun was komen doen in het Gentse congrescentrum ICC. Om de daklozenopvang deze winter coronaveilig te organiseren, ging Stad Gent samen met CAW Oost-Vlaanderen op zoek naar een grotere locatie als alternatief voor de twee bestaande inloopcentra. Zeker nog tot eind maart kunnen daklozen overdag en ’s avonds in het ICC terecht voor een maaltijd en douche, een warme babbel of om hun kleren te wassen. Hun situatie is deze winter extra zorgelijk omdat veel winkels, organisaties en horecazaken gesloten blijven door de coronacrisis. Door de openingsuren af te stemmen op die van de locaties voor nachtopvang, zorgt Gent de klok rond voor een warme plek voor wie geen dak boven het hoofd heeft.

20

| nr. 152 - februari-maart 2021


*Alex is een schuilnaam. nr. 152 - februari-maart 2021 |

21


LETS Werkuren ruilen met de buren

“ BIJ LETS IS ELK TALENT EVENVEEL WAARD” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto’s Bob Van Mol

In Vlaanderen en Brussel ontstaan steeds meer LETS-groepen: lokale gemeenschappen die elkaar helpen, in ruil voor alternatieve munten. Dat leidt tot warme, solidaire buurten. “Het is een investering in een sociaal weefsel dat niet wordt ontwricht door uitbuiting, verspilling en overconsumptie.” DAISY VAN ROMPAEY, LETS-LID:

“Ik sloot me zeven jaar geleden aan, intussen is LETS voor mij een way of life geworden.”

“L

ETS, kort voor Local Exchange and Trading System, is begin jaren 80 ontstaan in Canada”, vertelt Sabrina Bekaert, coördinator van LETS Vlaanderen vzw. “In die periode was daar veel werkloosheid. Michael Linton introduceerde toen LETS: een alternatief betalingssysteem. In de jaren daarna is LETS geëvolueerd en over de hele wereld verspreid. Bij ons ontstond de eerste LETS-groep in Leuven in 1994. Intussen zijn er in Vlaanderen en Brussel een 50-tal groepen en zowat 10.000 leden.” Uitleggen waar LETS nu precies voor staat, gaat het makkelijkst met de slagzin: ‘Ruil uren met je buren’. Het is een eigentijdse manier van samenwerken, legt Bekaert uit. “In een lokaal netwerk worden diensten en goederen geruild voor LETS-eenheden, die in elk netwerk een andere

“Een cake bakken is in dit systeem evenwaardig aan een belastingbrief invullen.” naam hebben: schelpjes, stropkes, enzovoort. Op een onlineplatform kan ieder lid zijn talenten

22

| nr. 152 - februari-maart 2021

aanprijzen en vragen stellen, zodat er ‘transacties’ kunnen plaatsvinden. Wie iets doet voor een ander lid, krijgt in ruil een aantal eenheden, waarmee hij zelf iets anders kan ruilen en waarderen. Maar elk uur wordt gelijk gewaardeerd, zo is een cake bakken evenwaardig aan een belastingbrief invullen. Iedereen heeft een talent en elk talent wordt gewaardeerd: dat is een belangrijk onderdeel van de LETS-filosofie.” “LETS draait niet om geld, maar om een warme samenleving”, aldus Bekaert. “We streven naar een samenleving waarin mensen sterker worden door een verbindend netwerk. Het is een investering in een sociaal weefsel dat niet wordt ontwricht door uitbuiting, verspilling en overconsumptie. Er wordt hard gewerkt aan maatschappelijke meerwaarde: niet op theoretisch niveau, maar in de praktijk.” De 10.000 LETS’ers in Vlaanderen en Brussel hebben daar verschillende redenen voor. “Sommigen worden lid uit economische over­ wegingen, anderen uit ecologisch oogpunt en nog anderen om sociale redenen. Of een combinatie van de drie. LETS bereikt jong en oud, rijk en arm. Niet alleen individuen, maar ook organisaties zoals


scholen of jeugdbewegingen kunnen zich aansluiten bij een LETS-groep. Dat verlaagt de drempel.”

EEN UUR IS EEN UUR Daisy Van Rompaey sloot zich zeven jaar geleden aan bij een LETS-groep. “Ik ben alleen en er waren regelmatig klusjes waar ik geen zin in had: een lamp ophangen of een nieuw stopcontact plaatsen. Ook aan strijken heb ik een hekel. Ik maak wel graag soep, werk met veel plezier in de tuin en zorg graag voor dieren. Aanvankelijk waren dat de belangrijkste redenen om met LETS te starten. Het leek me ook een fijne manier om nieuwe mensen te leren kennen. Ik ben namelijk niet zo sociaal en durf niet snel vreemden aanspreken. Via LETS is dat makkelijker.” De dichtstbijzijnde LETS-groep bleek zich 20 kilometer van haar woonplaats te bevinden. Daarom besloot ze in 2018 zelf een groep op te starten in Heist-op-den-Berg. Intussen zijn er een 40-tal leden die elkaar helpen in ruil voor zwaantjes, de lokale LETS-eenheid.

“ Veel mensen denken dat ze geen talent hebben. Maar door met de auto te rijden, een maaltijd te koken of een luisterend oor te bieden, kan je ook mensen helpen!” Mensen overtuigen dat ze een talent hebben. “Als ik een nieuw lid vraag wat hij of zij goed kan, hoor ik vaak: ‘Niets’. Maar door een maaltijd te koken of een luisterend oor te bieden, kan je ook mensen helpen! Door het ruilsysteem krijgt niemand het gevoel dat anderen hem helpen uit medelijden of dat hij profiteert. Zelf twijfelde ik in het begin ook: mijn kinderen vinden mijn soep lekker, maar ik ben geen chef-kok. Eenmaal ik mijn soep dan toch durfde te ‘verletsen’, bleek er interesse voor te zijn. Dat geeft mij een goed gevoel. En ik ben blij dat ik daardoor geen uur van mijn leven meer hoef te strijken (lacht)!”

SABRINA BEKAERT, COÖRDINATOR VAN LETS VLAANDEREN VZW:

“We streven naar een samenleving waarin mensen sterker worden door een verbindend netwerk.”

“Intussen is LETS voor mij een way of life geworden”, vertelt Van Rompaey. “Als mijn koffiezet stukgaat, vraag ik in de groep of iemand er nog eentje in de kast heeft staan. Dat heeft met ecologische principes te maken: ik wil geen nieuwe materialen van onze aarde verbruiken als dat niet echt nodig is. Zelf maak ik regelmatig vijf liter soep, veel te veel voor mij alleen. In de groep vraag ik dan of er interesse is, wat meestal wel zo is. Indien niet, vries ik ze in. Maar ik ‘verlets’ ook vaak groenten en fruit uit mijn eigen tuin. En ik ga regelmatig bij anderen in de tuin werken. Soms wel met tien man tegelijk, dat is efficiënt en gezellig. Ik vind het fijn dat in onze groep al het werk gewaardeerd wordt. Een uur is een uur. Dat in tegenstelling tot de reguliere samenleving, waar je voor soep maken of een fiets herstellen veel minder respect krijgt dan voor iets waarvoor je een universitair diploma nodig hebt.”

MONDMASKERTEAM Tijdens de coronacrisis werd opnieuw duidelijk hoe waardevol zo’n warm netwerk is. “Aanvankelijk aarzelden mensen uit angst voor besmetting om elkaar te zien en spullen door te geven. Maar intussen hebben we veilige manieren gevonden. En binnen de kortste keren stond hier een mondmaskerteam op poten. In totaal hebben we er 2.200 genaaid, LETS’ers en niet-LETS’ers samen.” De grootste uitdaging volgens Van Rompaey? nr. 152 - februari-maart 2021 |

23


SENIORENTHUIS SeniorenThuis: cohousing voor kwetsbare ouderen

“ EEN BEWONER ZEI OOIT: IK WOON HIER PRECIES IN DE HEMEL” Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto Bob Van Mol

Bij het Antwerpse SeniorenThuis delen vijf alleenstaande ouderen een sociale woning. Ze hebben elk een eigen appartement en ook een aantal gemeenschappelijke ruimtes zoals een keuken en een leefruimte. Ze helpen elkaar en als dat nodig is, krijgen ze zorg op maat van diensten zoals Familiehulp en gezinszorg. Ze worden ook bijgestaan door twee vrijwilligsters. Weliswaar sprak met Julia Van Gils, die het samenleven van de bewoners al sinds de opstart in 2015 in goede banen leidt.

O

p het Maarschalk Montgomeryplein in Borgerhout wonen vijf senioren – drie mannen en twee vrouwen – samen in het unieke sociale cohousingproject SeniorenThuis. Een alternatieve woonvorm voor 65-plussers die in aanmerking komen voor sociale huur en die een beperkt sociaal netwerk en een beginnende zorgbehoefte hebben.

KLEINSCHALIG, HUISELIJK ALTERNATIEF Vrijwilligster Julia Van Gils werkte voor haar pensioen voor seniorenvereniging OKRA en was al bij SeniorenThuis betrokken sinds de opstart. Al zes jaar begeleidt ze de bewoners. “Voor mensen die het financieel moeilijk hebben, is een woonzorgcentrum of assistentiewoning onbetaalbaar. Voor hen biedt SeniorenThuis een kleinschalig, huiselijk alternatief”, legt ze uit. “Doordat de bewoners elkaar helpen, kunnen ze langer zelfredzaam wonen. En omdat ze samenleven en ons hebben, de vrijwilligers, is er van eenzaamheid geen sprake. Er is ook een goed contact met de buren. Sinds de coronacrisis steekt een buurvrouw zelfs

24

| nr. 152 - februari-maart 2021

een handje toe met de boodschappen. Vroeger woonden de bewoners trouwens al in deze buurt. Het is fijn als mensen op hun oude dag in hun vertrouwde buurt kunnen blijven wonen.”

Omdat we zagen dat sommige mensen nauwelijks geld hadden voor eten, klopten we aan bij Welzijnszorg. Zo kregen we een budget waarmee we om de veertien dagen kunnen koken.”

KOFFIEKLETS

WONEN IN DE HEMEL

Vroeger woonde Julia zelf ook in Borgerhout en ging ze om de paar dagen bij de bewoners langs. En elke veertien dagen organiseerde ze koffieklets, een gezellige vergadering met koffie en een koekje om praktische afspraken te maken en samen met de bewoners te bekijken waar ze nood aan hadden. “Door de corona­crisis ga ik minder langs – alle bewoners bleven tot nu gelukkig van het coronavirus gespaard –, maar ze bellen mij bijna elke dag. Ik ben hun aanspreekpunt. Als ze specifieke hulp nodig hebben, zorg ik dat die er komt”, zegt Julia. “Soms bellen ze mij ook zomaar en om de twee weken breng ik een lekkere maaltijd.”

“De financiële situatie van de bewoners vind ik best confronterend”, bekent Julia. “Toen de bewoners in het huis trokken, hadden sommigen geen geld voor meubels. Voor het eerst zag ik echte armoede. Op dat vlak ging er een wereld voor mij open. Door dit vrijwilligerswerk ben ik me veel meer bewust geworden van mijn eigen situatie en ben ik nog gemotiveerder om deze mensen een mooie oude dag te bezorgen. Een van de bewoonsters zei ooit: ‘Ik woon hier precies in de hemel’. Een mooier compliment bestaat niet voor mij.”

“In het begin dachten we namelijk dat de bewoners samen zouden koken, maar dat gebeurt niet echt. Iedereen heeft eigen eetgewoontes en een eigen budget.

“In het begin zagen we dat de bewoners worstelden met hun wasgoed. Met hun krappe budget gingen ze naar dure wassalons. Daarom zorgden we voor een gemeenschappelijke wasmachine en een droogkast: goedkoper en handiger.”


“En om de coronacrisis het hoofd te bieden, regelden we mondmaskers en alcoholgel. Die kregen we van de Antwerpse Gasthuiszusters. De grote sterkte van SeniorenThuis is dat we, in samenwerking met beweging.net, een heel uitgebreid netwerk hebben en weten waar we terechtkunnen voor hulp.”

SENIORENTHUIS BREIDT UIT Omwille van het succes van SeniorenThuis in Borgerhout, plant de sociale huisvestingsmaatschappij De Ideale Woning twee nieuwe projecten in Antwerpen en Kontich. Op het Antwerpse Eilandje en in KontichKazerne staan twee jonge, beloftevolle architecten in voor het ontwerp in samenwerking met de Vlaamse Bouwmeester. Ook de twee vrijwilligsters van Borgerhout worden nauw bij de nieuwe projecten betrokken. “Wij deden de afgelopen zes jaar heel wat ervaring op bij SeniorenThuis. Die praktische knowhow geven we door aan de mensen die de nieuwe projecten zullen trekken.”

“ Omdat de bewoners elkaar en de vrij­ willigers hebben, is er van eenzaamheid geen sprake.” JULIA VAN GILS:

“ De sterkte van SeniorenThuis is dat we een uitgebreid netwerk hebben en weten waar we terechtkunnen voor hulp.”

Hoelang Julia zichzelf nog in de weer ziet bij SeniorenThuis? “Zolang het kan, want ik vind dat heel plezant”, lacht ze. “Ik steek er heel wat tijd in, maar ik krijg er zoveel vriendschap voor terug. En samen met de andere vrijwilligster vorm ik een hecht team. We helpen elkaar. Dus laat mij dit maar doen, zo blijf ik tijdens mijn pensioen nog nuttig bezig (lacht).” nr. 152 - februari-maart 2021 |

25


“ WIJ, ZORGVERLENERS, MOESTEN HARD WERKEN, MAAR WE WAREN WEL BLIJ DAT WE KONDEN BLIJVEN WERKEN” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Stephan Vanfleteren

Stef Vanlee ken je misschien van zijn rol als Steven in Dertigers of dokter Jan Geukens in Familie, maar niet iedereen weet dat hij daarnaast ook al 22 jaar deeltijds spoedverpleegkundige is in het ZNA Jan Palfijn in Merksem. Bij het begin van de coronacrisis viel zijn acteerwerk weg en werkte hij tijdelijk opnieuw voltijds als verpleegkundige. Hij wil dat de mooie kanten van het beroep meer aandacht krijgen.

Net als alle andere zorgverleners klopte Stef Vanlee dit jaar meer overuren dan ooit. “De eerste golf was echt zwaar en alle handen waren meer dan nodig. We maakten een opdeling tussen een ‘gewone’ spoedafdeling en een COVID-spoedafdeling en elke afdeling had zijn eigen personeel. Intussen zijn we meer ervaren in hoe we ermee moeten omgaan. Nu komen alle soorten patiënten op dezelfde spoedafdeling binnen en gebeurt de triage door een verpleegkundige op basis van verklaringen en symptomen.” “Het is pijnlijk dat mensen die stervende zijn door corona maar van een beperkt aantal mensen afscheid kunnen nemen in levenden lijve. Vaak kunnen oudere mensen hun kinderen nog zien, maar broers, zussen en kleinkinderen niet. Deze crisis heeft op iedereen een grote impact”, aldus Stef. “Mijn

26

| nr. 152 - februari-maart 2021

moeder is blij dat zij het ene nauwe contact van ons gezin is. Ze was ook leesoma op school, maar dat viel weg door corona. Veel mensen zitten eenzaam en alleen thuis.” Omdat Stef ook acteur is, komen de verhalen uit de cultuursector ook bij hem binnen. “Dat zijn grote drama’s”, zegt hij. “Veel artiesten werken als zelfstandige met losse contracten en hebben maar een klein of geen vangnet. En de artiesten zijn maar het topje van de ijsberg. De mensen van het licht en geluid, de podiumbouwers, de zaalverantwoordelijken, de mensen die de vestiaire doen: dat werk valt allemaal weg nu. Wij zorgverleners hebben hard moeten werken, maar we konden wel blijven werken. Daar ben ik dankbaar voor. Je bent bezig, komt in contact met je patiën­ ten en collega’s en blijft sociale contacten hebben.”


DE ESSENTIE VOLGENS STEF VANLEE

“Ja, verpleegkundigen verdienen te weinig en moeten extreem flexibel zijn. Maar we hebben ook een ongelooflijk mooi en tof beroep.”

��

Lees op weliswaar.be verder over Stefs blik op de toekomst, het theaterstuk over verkeersslachtoffers waarin hij speelt en de voordelen van gelukkige werknemers.

nr. 152 - februari-maart 2021 |

27


DENKERS IN WELZIJN

Wat zijn de grootste uitdagingen voor de welzijnszorg? Hoe ziet de toekomst eruit? Denkers uit binnen- en buitenland leggen hun visie voor.

Chantal Van Audenhove van KU Leuven over dertig jaar LUCAS

KENNIS VERBETERT DE WERELD Tekst Harold Polis | Foto Jan Locus

LUCAS, het Leuvense centrum voor zorgonderzoek en consultancy, vierde vorig jaar zijn dertigjarig jubileum. Professor Chantal Van Audenhove leidt LUCAS al sinds 1996. Ze pleit voor een toekomst van de zorg die gebaseerd is op interdisciplinariteit en aandacht voor de menselijke kwetsbaarheid.

HAAL SILO’S WEG Dertig jaar lang al verbindt LUCAS kennis uit de wetenschap, de praktijk en het beleid, in dialoog met alle belanghebbenden. LUCAS streeft ernaar de levenskwaliteit van mensen te verbeteren door wezenlijke vernieuwingen in de zorgpraktijk en het zorgbeleid te initiëren en te ondersteunen. Hoe heeft Chantal Van Audenhove de zorg in die dertig jaar zien veranderen? “Er waren veel positieve ontwikkelingen. Zo is er veel meer openheid ontstaan voor mensen met dementie, voor mensen met psychische problemen, voor het onderzoek naar armoede … Aan de andere kant vind ik dat we te traag vorderen. Wat houdt ons tegen om sneller de silo’s in de zorg te vervangen door integrale zorg en ondersteuning die op teamwerk gebaseerd is? We zouden ook kwetsbare mensen veel sneller kunnen helpen om

28

| nr. 152 - februari-maart 2021

een maatschappelijke context te vinden waarin ze vooral met hun sterktes tot hun recht komen. We laten mensen te lang aan de rand van de samenleving staan, wat voor niemand goed is. Net door kwetsbare mensen meer te laten participeren, doorbreek je het taboe en help je anderen inzien dat kwetsbaarheid bij het leven hoort. Daar hebben we twintig jaar veel onderzoek naar verricht. Wel, ik vind dat we vandaag verder hadden kunnen staan. Maar dat ligt misschien aan mijn karakter (lacht).”

KENNIS TOEPASSEN Het implementeren van kennis is ontzettend belangrijk in de samenleving. “Resultaten van fundamenteel onderzoek vinden wel vaker niet hun weg naar de praktijk en het beleid. Die spreidstand is een probleem en heeft tot een internationale tegenbeweging geleid met implementation science. Dit is precies waar

LUCAS sterk in is: op een wetenschappelijk verantwoorde wijze onderzoeken wat bijdraagt en wat hindert in de toepassing van goede evidence-based praktijken in real life. Wanneer we dat weten, kunnen we de nodige randvoorwaarden creëren die ervoor zorgen dat goede praktijken geïmplementeerd geraken.” “In ons onderzoek over nachtelijke onrust bij dementie stelden we vast dat de wetenschappelijke kennis over slaap alleen niet onmiddellijk leidt tot antwoorden voor de praktijk. De onrust kan immers zeer verschillende vormen aannemen, mee bepaald door de individuele toestand van de patiënt en door de ruimtelijke en de sociale context. Het is dus een complexe situatie waarbij je vanuit meerdere invalshoeken elk probleem apart moet analyseren en haalbare oplossingen moet uitproberen. Wanneer je weet dat licht en geluid een belangrijke stoorzender zijn


CHANTAL VAN AUDENHOVE, KU LEUVEN:

“Net door kwetsbare mensen meer te laten participeren, doorbreek je het taboe op die kwetsbaarheid.”

“ We moeten sterker inzetten op gezondheid­s­promotie.” voor een goede nachtrust, dan weet je nog niet hoe je dit in een organisatie kan toepassen waar mensen ook werken in de nacht. Daarom praten we in dit type van onderzoek ter plekke met de hulpverleners. Bij nachtelijke onrust zullen zorgverleners immers zelf al een aantal strategieën en hypotheses hebben geprobeerd.” Gaan we er niet te veel van uit dat we alles kunnen regelen? De coronacrisis toont dat er ook onvoorziene zorgen kunnen opduiken. “We worden met onze kwetsbaarheid geconfronteerd. Het klassieke ziekte­ genezingsmodel volstaat niet. De oplossingen zijn te vinden in ons gedrag en in onze manier van omgaan met elkaar. Deze crisis stelt ons voor enorme uitdagingen. Zwaar zieke coronapatiënten genezen niet zomaar en misschien ook niet helemaal. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor personen met kanker, een bipolaire

stoornis of dementie. Als volledig genezen geen optie is, komt er ruimte voor andere perspectieven, zoals de eigen kracht van mensen om te leven met de gevolgen van de ziekte. Bij ziekte, pijn en verdriet kan je ook onverwachte vormen van troost vinden, zoals lotgenotencontact.”

BETERE ZORG VOOR IEDEREEN U pleit wat public health betreft voor meer gezondheidspromotie. “Bij de vergrijzing kunnen we heel wat kwalen voorkomen. Zo weten we bijvoorbeeld dat het aantal personen met dementie zou kunnen afnemen, ondanks het groeiende aantal hoogbejaarde mensen. Alles wat goed is voor je hart en bloedvaten, draagt bij tot de preventie van dementie. De algemene gezondheid is ook bij corona een bepalende factor voor de impact van de ziekte. En ook voor ons mentale welbevinden is er zeer weinig

aandacht – en budget – voor gezondheidspromotie en preventie, bijvoorbeeld om eenzaamheid te voorkomen. De voormalige Vlaamse bouwmeester Leo Van Broeck heeft vaak gewezen op de lintbebouwing in Vlaanderen die de ontmoeting tussen mensen en een buurtgerichte benadering van zorg hindert. Mensen centraal stellen in een ontwerp, wat je doet bij inclusive design, is daarom bevorderend voor de maatschappelijke gezondheid.” “Via transdisciplinaire modellen en implementatie-onderzoek kennis en praktijk met elkaar in verbinding brengen, daar geloof ik in voor de toekomst. Dat zal bijdragen tot een verbetering van de (mentale) gezondheid en het welbevinden van de hele bevolking.”

�� Lees het volledige gesprek met Chantal

Van Audenhove op www.weliswaar.be

nr. 152 - februari-maart 2021 |

29


OF NIET SOMS? De mening van essayist en uitgever Harold Polis. Je kunt ermee akkoord gaan. Of niet.

NIET ZOMAAR EEN DAK BOVEN JE HOOFD

D

e toekomst is aan de thuisblijvers. Het is er gezellig en je hebt nooit meer woon-werkverkeer, tenzij je in de keuken moet aanschuiven aan de espressomachine. Werken in een echt kantoor leek voor velen van ons een ware luxe. Nu al lijkt de trend gezet om buitenshuis anders te gaan werken, op minder plaats en meer afgescheiden van elkaar – hopelijk is het landschapsbureau goed en wel op zijn retour. Leuk, op voorwaarde dat je een ruime plek ter beschikking hebt. Lang niet iedereen woont comfortabel. In Vlaanderen telt 13% van de woningen ernstige gebreken. Ruim genomen heb je dus een probleemwoning om de acht huizen en appartementen. In Brussel loopt het aantal slechte woningen op tot een onaanvaardbare 22%. Maak van een behoorlijke woning een basisrecht. Die eis stelde Welzijnszorg centraal in haar adventsactie van afgelopen december. Die terechte tijdelijke actie zou een permanent discussiepunt moeten zijn. Het recht op wonen staat in onze grondwet, maar voor een op de vijf gezinnen in Vlaanderen en Brussel blijft goed wonen onbetaalbaar. En zonder een goede woning is het moeilijker om een beroepsleven uit te bouwen, sociale contacten te hebben en een goede gezondheid te bewaren. Het is logisch dat we bij welzijn en gezondheid steeds meer de nadruk leggen op de preventie van problemen. In die logica is het bezit van een degelijke eigen woning essentieel. Die stelling past helemaal in de filosofie die Esther Duflo en haar man Abhijit Banerjee uitwerken in hun boek Hoe economie de wereld kan redden, waarvan de Nederlandse vertaling vorig jaar verscheen. Duflo en Banerjee wonnen in 2019 de Nobelprijs voor Economie. Ze voeren al jarenlang onderzoek naar de oorzaken van en remedies tegen armoede. Volgens hen denken we te snel dat alles perfect economisch berekend kan worden en dat de werkelijkheid dan wel volgt. Zo gaat het niet. Experimenten leveren betere resultaten op dan theorieën.

Bovendien vinden Duflo en Banerjee dat overheidsbeleid in het Westen te fel is bepaald door economische groei. Ze vinden dit ‘slechte economie’, omdat we eigenlijk niet zo goed weten hoe we die groei dan wel opwekken. Daarom verkiezen ze ‘goede economie’: leg meer de nadruk op beleid dat ongelijkheid tegengaat en weerbaarheid vergroot, zeker als de tijd wat tegenzit, zoals nu. Het welzijn van mensen vergroten en hun waardigheid beschermen, dat zou voor Duflo en Banerjee de kern van ons maatschappelijke streven moeten zijn. Om dat te bereiken moeten alle wetenschappelijke disciplines samenwerken. Mensen uitsluitend lokken met financiële prikkels volstaat niet. De opwaardering van de woningmarkt is zowel ecologisch, economisch als sociaal bepalend voor onze toekomst. Daarom ook is de eis van welzijnszorg de juiste: maak van een behoorlijke woning een grondrecht. Harold Polis

30

| nr. 152 - februari-maart 2021


TWEE PAAR OUDERS Bij een pleeggezinplaatsing is het noodzakelijk dat ouders en pleegouders een samenwerkingsrelatie aangaan. In het bijzonder geldt dat voor een langdurige, perspectiefbiedende pleeg­gezinplaatsing. Alleen dan kan het pleegkind opgroeien in twee families. ��

Yvonne Aartsen, e.a., Opgroeien in twee families. Pleegkind zijn samen met ouders en pleegouders, SWP, 2021, 144 p., €26,90. ISBN 9789088509780

Welzijns- en gezondheidsmagazine voor Vlaanderen uitgegeven door de Vlaamse overheid – Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jaargang 27 - nummer 1 Editie februari-maart 2021 Redactie: Liesbeth Van Braeckel, Liesbeth Van Houdt

TERUG NAAR DE ESSENTIE

Eindredactie: Harold Polis

Dit boek is geschreven door medewerkers van de vzw Oranjehuis. Het is een pleidooi voor een hulpverlening die nabij, gelijkwaardig, liefdevol en menselijk is. Terug naar de essentie. Met positieve heroriëntering willen ze gebruik maken van de kans die in elke crisis verscholen zit.

Medewerkers: Stefanie Van den Broeck

��

Tekeningen en cartoons: Pieter Van Eenoge, Nix Fotografie: Jan Locus, Bob Van Mol, Sigrid Spinnox, Peter Clicteur, Stephan Vanfleteren

Nele Becu, e.a., Positieve heroriëntering, Acco, 2020, 136 p., €30,90. ISBN 9789463798976

Verantwoordelijke uitgever: Karine Moykens, secretaris-generaal Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel

ERVARINGSKENNIS IN JE ORGANISATIE

Redactiebegeleiding en lay-out: Trendhuis

Ervaringsdeskundigheid is ‘hot’. Sommigen zijn lyrisch over de meerwaarde voor cliënten, anderen staan erg kritisch tegenover deze vorm van participatie. Ervaringsdeskundigen botsen zelf vaak op weerstand. Hoe kan je er goed mee omgaan? ��

Tijs Van Steenberghe, e.a., Ervaring werkt?! Ervaringskennis cocreatief inbedden in je organisatie, Acco, 2020, 224 p., €20. ISBN 9789463798266

Oplage: 15.036 ex Gratis abonnementen, adreswijzigingen, annuleringen: weliswaar@abonnementen.be of 078 35 33 13. Bij adreswijziging oud én nieuw adres en abonneenummer vermelden. Redactie: redactie@weliswaar.be Tel.: 02 553 33 76 Fax: 02 553 31 40 Vlaamse overheid – Departement WVG Weliswaar Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel

DE ROL VAN DE STIEFVADER In dit boek staan stiefvaders centraal: hoe voelt hun positie, welke rol willen ze innemen, waar nemen ze verantwoordelijkheid voor? Stiefvadergezinnen functioneren heel anders dan stiefmoedergezinnen. De onderliggende problematiek is gelijk, maar een stiefvader mag zijn positie in het stiefgezin veel vrijer invullen. ��

Druk en distributie: Roularta Publishing

Wil je een kort bericht plaatsen? info@weliswaar.be Weliswaar kan geen lezersbrieven opnemen. Je reactie is altijd welkom op het redactieadres of info@weliswaar.be en facebook.com/weliswaar

Johannes Mol, Stiefvadergezinnen. Hoe ze functioneren en waarom ze zo functioneren, SWP, 2020, 216 p., €24,90. ISBN 9789088509728

Weliswaar wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier.

WAT BETEKENT DIGITALISERING VOOR ARMOEDE? Deze 29ste editie van het Jaarboek onderzoekt wat digitalisering betekent voor armoede en armoedebestrijding. De samenleving digitaliseert in ijltempo en dat brengt heel wat kansen en uit­ dagingen mee op diverse levensdomeinen. ��

Jill Coene, e.a., Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2020, Acco, 2020, 320 p., €37. ISBN 9789463799218

2021

WIW 152.21 JG27/nr.1

ISSN 1371-9092

nr. 152 - februari-maart 2021 |

31


V.U.: KARINE MOYKENS, SECRETARIS-GENERAAL, DEPARTEMENT WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN, KONING ALBERT II-LAAN 35 BUS 30, 1030 BRUSSEL.

L A A I C SO KT! R E W #sterksociaalwerk Op de hoogte blijven van nieuws uit het sociale werkveld? Schrijf je in op de nieuwsbrief via departementwvg.be/ssw/nieuwsbrief en like de facebookpagina ‘Sterk Sociaal Werk’. Afgiftekantoor Gent X Roularta Media Group Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare

TIJDSCHRIFT

Weliswaar, welzijns- en gezondheidsmagazine verschijnt vijfmaal per jaar (februari, april, juni, september, november) Machtigingsnummer 2386570 Erkenningsnummer P3A8091

32


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook