Skip to main content

Rapport Groene Vaardigheden in Vlaanderen - Samenvatting NL.pdf

Page 1

Green Skills Roadmap voor Vlaanderen Rapport over de behoefte aan groene vaardigheden in Vlaanderen Samenvatting (NL) REFORM/SC2021/111

This project is carried out with funding by the European Union via the Structural Reform Support Programme and in cooperation with the Directorate General for Structural Reform Support of the European Commission


Authors Matthew Smith Pavla Cihlarova Maja Lardot Tessa Zell Rob Williams

Contact person Koen Rademaekers Koen.rademaekers@trinomics.eu Date Rotterdam, 5 September 2022 Version Version 3.0 (this report) 5 September 2022 Version 2.0 6 August 2022 Version 1.0 draft report 8 July 2022

This project is funded by the EU via the Structural Reform Support Programme and implemented by Trinomics, in collaboration with the European Commission. The views expressed herein can in no way be taken to reflect the official opinion of the European Union.

This project is carried out with funding by the European Union via the Structural Reform Support Programme and in cooperation with the Directorate General for Structural Reform Support of the European Commission


Rotterdam, 5 September 2022

Green Skills Roadmap Flanders

In association with:


Samenvatting 1. Introductie Dit rapport omvat een situationele analyse van de impact van de groene transitie op de Vlaamse arbeidsmarkt. Het gaat om een beoordeling van de huidige en toekomstige behoeften aan groene vaardigheden en jobs, en een overzicht van de Vlaamse belanghebbenden (stakeholders) die betrokken zijn en/of beïnvloed worden door de wijzigende vaardigheden voor de groene transitie. Het rapport is een onderdeel van een contract in opdracht van DG REFORM om Vlaanderen te ondersteunen bij de ontwikkeling van een strategie, alsook een implementatiestappenplan en een beleidskader om de ontwikkeling van vaardigheden voor de groene transitie te begeleiden en te ondersteunen. De belangrijkste begunstigde van het contract is het Vlaams Departement Werk en Sociale Economie (DWSE). Dit werk wordt ondersteund door DG REFORM, Europese Commissie. Het rapport baseert zich op verschillende bronnen. Ten eerste is er een uitgebreid literatuuronderzoek gedaan naar studies over de groene transitie, jobs en vaardigheden op Vlaams, internationaal en Europeesniveau. Ten tweede werden er een reeks interviews afgenomen met relevante stakeholders in Vlaanderen (Steunpunt Werk, Vlaanderen Circulair, VDAB, HIVA KU Leuven en de studiedienst van DWSE), aangevuld met interviews met toonaangevende stakeholders op Europeesniveau (DG Employment en Cedefop). In totaal zijn 13 stakeholders aangesproken en werden er 9 interviews afgenomen. Ten derde is er een enquête ontwikkeld en verstuurd naar stakeholders. Het doel van de enquête was om na te gaan welke vaardigheden sectorale vertegenwoordigers en andere stakeholders nodig achten om de groene transitie mogelijk te maken. In totaal zijn er 48 volledige en 134 gedeeltelijke antwoorden ontvangen, die allemaal opgenomen zijn in de analyse. De laatste bron van informatie is een methodologische tool die door het Trinomics-team in de loop van het project is ontwikkeld. Deze methodologie geeft een schatting van de evolutie op vlak van tewerkstelling per NACE 2 economische sector voor Vlaanderen voor 2022-2030, gebaseerd op de geschatte sectorale groei door de groene transitie. Daarnaast geeft de methodologie ramingen van de behoefte aan nieuw personeel per sector op basis van ramingen voor de uitbreiding van de sector, job-omschakelingen en de nood om gepensioneerden te vervangen. Het geeft ook een indicatie van het type groene banen per sector.

2. Situatieanalyse van de impact van de groene transitie De EU Green Deal (EGD) is het geheel van beleidsinitiatieven van de Europese Commissie met als overkoepelend doel de EU klimaatneutraal te maken tegen 2050. Het voorziet in specifieke beleidslijnen en doelstellingen voor de groene transitie, waarvan er vele rechtstreeks relevant zijn voor Vlaamse sectoren, met name de industrie, de bouwsector, de logistieke- en transportsector en de agro-voedingssector. De prognoses gaan ervan uit dat de werkgelegenheid in de EU en in Vlaanderen zal toenemen als gevolg van de initiatieven van de EGD, mits ze goed worden uitgevoerd. Zoals blijkt uit Figuur 0-1, wordt in Vlaanderen een algemene groei van de vraag naar werkgelegenheid verwacht wanneer rekening wordt gehouden met de belangrijkste economische trends, waaronder ook (maar niet alleen) de groene transitie. Negatieve effecten van de groene transitie op de werkgelegenheid zijn zeer beperkt, omdat banen in sectoren met een negatieve impact op de groene transitie -vanwege de hoge concentratie van CO2-uitstoot van die sectoren – slechts een klein aandeel van de Vlaamse werkgelegenheid vormen.

1


Figuur 0-1 Vergelijking van de lange-termijn prognoses voor de totale werkgelegenheid in Vlaanderen in 20152030

Opmerking: SW = Steunpunt Werk; FPB = Federaal Planbureau; ZZP = Zelfstandigen Zonder Personeel

3. Beoordeling van toekomstige behoeften aan groene vaardigheden en jobs Zoals in de meeste ontwikkelde economieën is de werkgelegenheid in Vlaanderen erg hoog (~80% van het totaal) in de dienstensector. De maakindustrie en energiesector (13%), de bouw (6%) en de landbouw (2%) hebben een veel kleiner aandeel in de werkgelegenheid. Verwacht wordt dat de totale werkgelegenheid in Vlaanderen tot 2026 zal toenemen en waarschijnlijk zal toenemen tot 2030. De groei is vooral voorzien in de dienstensector, hoewel ook de sectoren bouw en circulaire economie naar verwachting zullen groeien. Deze groei zou een aanhoudende en bijkomende druk leggen op de arbeidsmarkt in Vlaanderen. Er is nu al sprake van een aanzienlijke druk aangezien elke sector in de periode 2022-2030 ongeveer 25%-30% van zijn arbeidskrachten zal moeten vervangen wegens pensionering; dit probleem is bijzonder acuut voor de sectoren logistiek en transport, landbouw (en agrovoeding), bosbouw en visserij. Naast de vervanging van gepensioneerden zal de vervanging van personen die beroepsactief blijven maar binnen en tussen sectoren van baan veranderen, een belangrijke uitdaging voor sectoren en bedrijven blijven. In het algemeen zal ongeveer 26% van de banen naar verwachting aanzienlijke gevolgen ondervinden van de groene transitie, waarvoor ofwel verbeterde vaardigheden (16%), nieuwe en opkomende vaardigheden (4%) nodig zijn, ofwel de groene overgang tot een grotere vraag naar deze banen leidt (6%). Deze types groene banen zijn sterk geconcentreerd in de sectoren circulaire economie, nutsbedrijven (energie) en de bouw, en in mindere mate in maakindustrie. Naar schatting zal ongeveer 74% van de banen waarschijnlijk geen significante gevolgen ondervinden van de groene transitie; dit hoge percentage komt door het grote aantal banen in de dienstensector, die grotendeels onaangetast blijft. Zeer weinig banen zouden in gevaar komen als gevolg van de groene transitie. Figuur 0-2 toont het geschatte aandeel van (groene) jobtypes binnen elke sector. Hieruit blijkt duidelijk dat de behoefte aan meer groene banen het hoogst is in de sectoren circulaire economie, nutsbedrijven en bouw, en in mindere mate in de industrie. Deze sectoren hebben nood aan alle soorten groene jobs en bijna alle jobs in die sectoren zullen zich waarschijnlijk op de een of andere manier moeten aanpassen. In de logistieke- en transportsector gaat het minder om nieuwe en opkomende groene banen, maar wordt vergroening eerder gezien als een toename van de vraag naar bestaande banen en 2


een grotere behoefte aan vaardigheden binnen bestaande banen. De dienstensector behoort tot de sectoren die verhoudingsgewijs het minst door de groene transitie wordt getroffen, maar het is nog steeds van cruciaal belang dat er aandacht aan wordt besteed, aangezien deze sector in termen van banen verreweg de grootste groep vormt. Figuur 0-2 Overzicht van groene jobs per sector Total Services Logistics and transport Circular economy Utilities Construction Manufacturing and extractive industries Agriculture (and agri-food), forestry and fishing

0%

20%

Green Increased Demand jobs Green New and Emerging Green jobs

40%

60%

80%

100%

Green Enhanced Skills jobs Green Rival Jobs

In de volgende subsecties volgen de conclusies over de gevolgen van de groene transitie voor de werkgelegenheid en de behoefte aan groene vaardigheden in elke sector. Landbouw (en agrovoeding), bosbouw en visserij Deze sector is het meest direct verbonden met het milieu in vergelijking tot andere sectoren. De sector is belangrijk voor de groene transitie, waarbij het beleid streeft naar een beter beheer van de milieueffecten van de voedselproductie. Voor de werknemers in de sector zullen meer transversale vaardigheden nodig zijn, naast de huidige vaardigheden. Hoewel de agrovoedingssector aanzienlijke gevolgen van de klimaatverandering zal ondervinden en zich als gevolg van de groene transitie zal moeten aanpassen, is de relatieve omvang van de werkgelegenheid in de sector klein, waardoor de gevolgen voor de werkgelegenheid beperkt zullen zijn. In 2020 vertegenwoordigde deze sector 2% van de werkgelegenheid in Vlaanderen. Tegen 2030 zal de werkgelegenheid in de sector naar verwachting met 1,7% dalen ten opzichte van het niveau van 2020. Hoewel de sector weinig bewustzijn toont voor de verwachte veranderingen in de werkgelegenheidsniveaus als gevolg van de groene transitie, is de sector bijzonder kwetsbaar voor de gevolgen van de klimaatverandering en zal de sector te maken krijgen met significante veranderingen in de vraag naar vaardigheden. De agrovoedingssector faciliteert de werkgelegenheid voor laaggeschoolde werknemers. In deze context is het belangrijk ondernemingen te ondersteunen bij de opleiding van hun werknemers, aangezien de banen complexer kunnen worden door de groene transitie (behoefte aan meer administratieve, HR- en managementcompetenties, alsook meer kennis over klimaatverandering, relevant beleid en de implicaties daarvan). Bovendien zal er, naast de huidige vaardigheden, steeds meer behoefte zijn aan transversale vaardigheden zoals netwerken en teamwerk, analytische vaardigheden, ondernemerschap en probleemoplossend vermogen.

3


Maakindustrie en winningsindustrie De maakindustrie en aanverwante subsectoren zijn energie- en arbeidsintensief, en vormen daarom een kritisch aandachtspunt voor zowel het groene beleid als de uitdagingen op het gebied van groene vaardigheden. De werkgelegenheid in deze sector is zeer gevoelig voor de gevolgen van de groene transitie met een aantal sectoren die mogelijk bedreigd zijn. Hierdoor zal het belangrijk zijn om steun te bieden om de veerkracht van de sector te verbeteren. In overeenstemming met het rapport beschouwen we met name de energie-intensieve, chemische en auto-industrie als belangrijke subsectoren. De maakindustrie sector vertegenwoordigde 12% van de Vlaamse werkgelegenheid in 2020. Tegen 2030 wordt een aanzienlijke daling in de werkgelegenheid verwacht van -6,8% ten opzichte van 2020. Vooral de sectoren chemie, primaire metalen, rubber & kunststoffen en petrochemie, die nu al met een tekort aan arbeidskrachten kampen, zullen zwaar getroffen worden door de groene transitie. Voor de chemische en aanverwante sectoren geldt dat de chemische processen die van cruciaal belang zijn voor de sector, nog steeds sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. De verwachting is dat met de voortdurende innovatie in de chemische verwerkingsindustrie, gestuurd door steeds strengere regelgeving, banen zullen verschuiven van op fossiele brandstoffen gebaseerde chemicaliën naar "groenere" chemicaliën (chemicaliën met een biobasis). Voor de auto-industrie is, naast potentiële grondstoffentekorten, het kwantitatieve effect van de groene transitie op de werkgelegenheid onduidelijk. Tot 2030 zal de productie van voertuigen met verbrandingsmotoren worden voortgezet, maar er zal ook een snelle overgang naar elektrische voertuigen met batterijen plaatsvinden. Deze voertuigen vereisen minder en andere onderdelen, waardoor de banen en daarbij behorende vaardigheden in de sector zullen veranderen. Echter, als de EU een vooraanstaande rol op zich neemt bij de productie van elektrische voertuigen, zal het nettoeffect op de werkgelegenheid in de auto-industrie naar verwachting eerder neutraal of positief zijn. Wat de vaardigheden betreft die nodig zijn voor de maakindustrie, en met name de energie-intensieve industrieën, zal het een grote uitdaging zijn om voldoende werknemers met een STEM-profiel (wetenschap, technologie, ingenieur technieken en wiskunde) aan te trekken. Er zal behoefte zijn aan bijscholing van in totaal ongeveer 111 000 huidige werknemers in vier belangrijke groene thema's (duurzaam ontwerp en ingenieur technieken, (hernieuwbare) energie, efficiënte en circulaire productie, groene bedrijfsmodellen). Verder stelt de chemiesector een structureel tekort aan werknemers met een sterk technisch profiel vast. Niet alleen gespecialiseerde vaardigheden, maar ook interdisciplinaire vaardigheden zijn in toenemende mate noodzakelijk en moeilijk te vinden op de arbeidsmarkt. Tot slot, heeft de auto-industrie vastgesteld dat er behoefte is aan verschillende technische, maar ook niet-technische competenties. Bouwsector De bouwsector is, net als de maakindustrie, energie-intensief en zeer arbeidsintensief. De sector wordt vooral gekenmerkt door kleine en middelgrote ondernemingen. De werkgelegenheid in de bouwsector is zeer gevoelig voor de gevolgen van de groene transitie door de impact op het milieu van de bouw zelf en het energiegebruik van gebouwen. Na raadpleging van verschillende belanghebbenden werd de bouwsector aangewezen als een van de sectoren in Vlaanderen die de grootste impact zal ervaren van de groene transitie. De sector is zich bewust van de huidige en toekomstige gevolgen van de groene transitie en probeert zijn veerkracht te

4


vergroten om de transitie het hoofd te kunnen bieden. Het huidige aandeel van de werkgelegenheid (data voor 2020) in de bouwsector bedraagt 6% van de totale Vlaamse werkgelegenheid. Verwacht wordt dat de vraag naar arbeid in de sector tegen 2030 met 2,7% zal toenemen in vergelijking met 2020. Nieuwe groene banen zullen worden gecreëerd samen met groene gespecialiseerde bouwtechnieken en -materialen zoals isolatie en ventilatiesystemen. Daarnaast is er ook de trend om de huidige banen te "vergroenen". Aangezien deze sector nu al te kampen heeft met aanzienlijke tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden, zal dit een belangrijke uitdaging zijn om aan te pakken. Als dit niet gebeurt, kan dit de groene transitie tegenhouden of vertragen. De groene transitie zal ook leiden tot een behoefte aan bij- en herscholing in de bouwsector. De nodige hoeveelheid vaardigheden is op alle niveaus in de sector gestegen. Alle werknemers hebben meer technische en complexe vaardigheden nodig dan vroeger. Nutsbedrijven Deze sector is van cruciaal belang voor het energiegedeelte van de groene transitie. Hoewel deze sector niet het grootste aantal werknemers in dienst heeft, behoren de werknemers in deze sector tot degenen die het meest beïnvloed zullen worden door de groene transitie in termen van vaardigheden en de vraag naar arbeid. Uit studies blijkt dat per eenheid geproduceerde energie gemiddeld meer banen worden gecreëerd in een hernieuwbaar systeem dan in een systeem op basis van fossiele brandstoffen. Bijgevolg zou de groene transitie een grote impact kunnen hebben op de arbeidsmarkt in de energie-gerelateerde sectoren. De werkgelegenheid in de sector vertegenwoordigt slechts ongeveer 1% van de totale Vlaamse werkgelegenheid in 2020. Er werd een daling van de vraag naar arbeid met 0,7% tegen 2030 berekend ten opzichte van 2020. De groei in de sector zal vooral tot uiting komen via extra banen in de bouw, installatie en fabricage van hernieuwbare energiebronnen, en in mindere mate in banen in verband met exploitatie, onderhoud en brandstofverwerking. De energie- en nutssector staat centraal in de groene transitie, aangezien elektriciteit en verwarming de meest ingrijpende herziening zullen vergen van alle sectoren. Dit komt duidelijk tot uiting in de groei van de nood aan specifieke vaardigheden op het gebied van hernieuwbare energie, en bredere beroepsvaardigheden om de transitie die zal plaatsvinden, doeltreffend te beheren en uit te voeren. Circulaire economie De sector circulaire economie1 behoort tot de sectoren die het meest te maken zullen krijgen met de groene transitie, maar in tegenstelling tot sommige sectoren is de verwachting dat de impact positief zal zijn, waarbij de werkgelegenheid in de sector aanzienlijk zal toenemen als gevolg van het groene transitiebeleid. De circulaire economie transitie kan een positieve invloed hebben op de Vlaamse arbeidsmarkt als het goed wordt geïmplementeerd. Zo kan het extra job kansen creëren, arbeidsnormen verhogen en ongelijkheid verminderen. Dit komt door verschillende trends, zoals de toename van arbeidsintensieve

1

De overgang naar een circulaire economie is een verandering die in alle sectoren in meer of mindere mate moet plaatsvinden. Ten behoeve van dit werk hebben wij een sector van de circulaire economie gedefinieerd om de behoefte aan vaardigheden voor dit deel van de groene overgang te helpen vastleggen; deze sector omvat de economische sectoren (NACE-codes) die het meest bij deze overgang betrokken zijn, namelijk Reparatie en installatie van machines en apparaten; Riolering; Inzameling, verwerking en verwijdering van afval, terugwinning van materialen; Sanering en ander afvalbeheer; en Reparatie van computers en consumentenartikelen.

5


activiteiten (repareren, herfabriceren en recycleren zijn arbeidsintensiever dan traditionele fabricage en afvalverwijdering); de verplaatsing van productieactiviteiten (reshoring van productie); en de creatie van nieuwe markten (bv. lease-constructies). Risico's die gepaard gaan met het niet voorbereid zijn op de circulaire transitie hebben betrekking op baanonzekerheid, tekorten aan arbeidskrachten en tekorten aan vaardigheden. Gezien het feit dat banen in de circulaire economie in veel sectoren voorkomen, is het aandeel in de werkgelegenheid moeilijk te berekenen. In een studie van de Koning Boudewijnstichting (2022) wordt echter geschat dat er ongeveer 148 000 circulaire banen zijn in Vlaanderen, wat neerkomt op 7,5% van alle Vlaamse banen. Tegen 2030 wordt een stijging van de arbeidsvraag verwacht met 22,4% ten opzichte van 2020. Dit is de grootste stijging die is vastgesteld in alle sectoren die in deze studie zijn geanalyseerd. De circulaire economie vergt een bijscholing van de beroepsbevolking op verschillende gebieden. Het belangrijkste is dat werknemers een beter inzicht moeten krijgen in en meer betrokken moeten zijn bij de stappen die voor en na hen in de waardeketen plaatsvinden. Dit vergt nieuwe combinaties van vaardigheden van werknemers: een combinatie van traditionele vaardigheden (zoals manuele vaardigheden) en meer nieuwe vaardigheden (zoals materiaalwetenschappen); en een combinatie van ‘soft skills’ (zoals dienstverlenende vaardigheden) en ‘hard skills’ (zoals programmeren, bedienen en repareren van apparatuur). Logistieke- en transportsector De logistieke- en transportsector in Vlaanderen is arbeidsintensief en cruciaal voor de moderne economie. De groene transitie zal een aanzienlijke impact hebben op vervoerstechnologieën door de toenemende elektrificatie van voertuigen en het gebruik van alternatieve brandstoffen. De werkgelegenheid in de sector wordt beschouwd als zeer gevoelig voor de effecten van de groene transitie. De transitie naar groene mobiliteit omvat de elektrificatie van de transportsector, een ‘modal shift’, waterstoftoepassingen, laadinfrastructuur, enz. Om deze transitie mogelijk te maken is de vergrijzing van de Vlaamse bevolking een aandachtspunt. Dit veroorzaakt namelijk een tekort aan vrachtwagenchauffeurs vermits 70% van de vrachtwagenchauffeurs ouder is dan 45 jaar. Bovendien is er een lage instroom van nieuwe werknemers, wat ertoe leidt dat veel banen in de sector als knelpuntberoepen worden gecategoriseerd. In 2020 vertegenwoordigde de logistieke- en transportsector 6% van de totale werkgelegenheid in Vlaanderen. Tegen 2030 wordt een daling van de arbeidsvraag met 2,7%, ten opzichte van 2020, verwacht. De meeste werknemers in de logistieke- en transportsector zijn werkzaam als voertuigbestuurder en mobiele installatiebediener, gevolgd door administratief personeel en beroepen zoals magazijnmedewerker, en technici en aanverwante beroepen. Als onderdeel van deze sector worden de Vlaamse havens beschouwd als een van de belangrijkste economische motoren van de regio en in totaal (maritieme en niet-maritieme clusters en zowel directe als indirecte banen) bieden ze werk aan bijna 9% van de Vlaamse beroepsbevolking. De Vlaamse Havenstrategie (2022) erkent dat bijkomende inspanningen nodig zullen zijn om de nodige profielen te vinden en te behouden om de groene transitie binnen de Vlaamse havens te realiseren. De strategie focust op jobs in schone energie (o.a. waterstof), transport (‘modal shift’) en circulaire economie. De groene transitie zal niet alleen meer sociale vaardigheden vereisen, zoals teamwerk, communicatie en netwerking; maar ook meer ICT-vaardigheden, analytische vaardigheden en kennis van milieuregelgeving. Dit zal gevolgen hebben voor verschillende soorten jobs: managers, vervoersdeskundigen, planningsdeskundigen en administratief personeel. Voor vrachtwagenchauffeurs kunnen milieubewustzijn en vaardigheden om duurzaam te rijden een positieve invloed hebben op de emissies tijdens het rijden en zo de impact van de sector op het milieu verminderen. Tijdens de

6


enquête onder stakeholders achtten de respondenten alle voorgestelde soorten vaardigheden (technische beroepsspecifieke vaardigheden, beroepsvaardigheden, sectoroverschrijdende vaardigheden (STEM vaardigheden, analytische vaardigheden, managementvaardigheden, zachte vaardigheden enz.)) en vaardigheden op het gebied van milieukennis en -bewustzijn even belangrijk. Dienstensector Als kennis- en diensteneconomie heeft in Vlaanderen de dienstensector het hoogste aantal werkenden. Veel van de subsectoren van de dienstensector worden nauwelijks geraakt door de groene transitie, maar sommige belangrijke niches en subsectoren zullen grote gevolgen zien voor banen en vaardigheden. De dienstensector is veruit de grootste sector in Vlaanderen in termen van werkgelegenheid, en vertegenwoordigt ongeveer 80% van het aantal werkenden in 2020. Tegen 2030 wordt een verdere toename van de vraag naar arbeid in deze sector verwacht met 7,9% ten opzichte van 2020. Hoewel deze toenemende vraag niet wordt aangedreven door de groene transitie – zo is er bijvoorbeeld een aanzienlijke groei in de zorgsector om het hoofd te bieden aan een steeds ouder wordende bevolking zal er in sommige subsectoren, zoals financiën, recht, architectuur, wetenschap, techniek en engineering groei zijn om de uitvoering van groen beleid op nationaal niveau te ondersteunen. Veel van deze professionele diensten zullen waarschijnlijk belangrijke gevolgen ondervinden van de groene transitie. Er zijn ook verschillende opkomende beroepen op dit gebied, zoals milieuadviseurs en auditors met een groene focus. In deze subsectoren die de groene transitie zullen ondersteunen, zullen passende competenties nodig zijn. Dit varieert van planning, ontwikkeling van 'groene' normen, tot toezicht op de uitvoering van het beleid en groene aanbestedingen. Over sectoren heen Verwacht wordt dat de totale vraag naar arbeid in Vlaanderen tegen 2030 met 5,3% zal toenemen ten opzichte van 2020. Wat vaardigheden betreft, zijn er verschillende sector overschrijdende of transversale trends die in deze studie naar voor zijn gekomen. In alle sectoren moet het belang van zowel beroep specifieke- als transversale competenties worden benadrukt gezien de complementaire nood aan beide typen competenties. Het zal van cruciaal belang zijn dat werknemers dus een volledig pakket aan vaardigheden ontwikkelen. Algemene groene vaardigheden (d.w.z. transversale vaardigheden zoals hierboven aangegeven) zijn, na generieke vaardigheden, de vaardigheden waaraan het grootste deel van de beroepsbevolking behoefte heeft.

4. Overzicht van de Vlaamse actoren betrokken bij de groene transitie Het stakeholderslandschap voor competenties in Vlaanderen is zeer uitgebreid en bevat meerdere publieke, private en andere stakeholders. In deze studie zijn 61 stakeholders uit 6 stakeholdergroepen geïdentificeerd: overheidsinstanties (met inbegrip van overheidsdepartementen, als ook actoren op EUniveau); adviesorganen; sectorale organisaties; onderwijs- en opleidingsverstrekkers; maatschappelijk middenveld & NGO's; en de onderzoek & academische wereld. Enkele belangrijke organisaties zijn weergegeven in Figuur 0-3.

7


Figuur 0-3 Overzicht van de Vlaamse en internationale actoren in green skills

De bevraagde belanghebbenden hebben vastgesteld dat er nu al een groot tekort aan werknemers is. Om dit tekort te overbruggen passen sommige werkgevers al verschillende strategieën toe. De belangrijkste reacties zijn het in dienst nemen van minder gekwalificeerd personeel en hen opleiden op de werkplek; en het vergroten van de opleidingen voor bestaande werknemers. Meer dan 1/3e van de bedrijven pakt het probleem ook aan door personeel van buiten Vlaanderen aan te werven. Een grote meerderheid van de werkgevers gaf in de enquête aan dat zij zich verantwoordelijk voelen en bereid zijn interne en externe opleiding aan te bieden om het tekort aan competenties aan te pakken. Op sectorniveau is er een rol weggelegd voor het beter in kaart brengen van de noden en voor het ontwikkelen van een sectorstrategie om deze aan te pakken. In de belangrijkste Vlaamse economische strategieën en beleidsplannen wordt het tekort aan competenties als een probleem gezien. Binnen deze strategieën en het beleid ligt de nadruk vooral op het verbeteren van de cultuur en de praktijk van levenslang leren, en ook op het bevorderen van STEMvaardigheden, het verbeteren van basis- en digitale geletterdheid, en het werken met sectoren (bv. sectorconvenanten, SCOPE-studies) om de behoeften beter te begrijpen. Er zijn ook al meerdere lopende initiatieven op het gebied van groene vaardigheden actief in Vlaanderen die worden geleid door verschillende actoren, waaronder sectoren; veel van deze initiatieven richten zich op de maakindustrie en op STEM-vaardigheden. Onderwijs- en opleidingsprogramma's in Vlaanderen werken aan een aantal kleine initiatieven om de kaders en programma's beter af te stemmen op de belangrijkste kwesties voor vaardigheden voor de groene transitie, waarbij ook levenslang leren en STEM-vaardigheden tot de belangrijkste aandachtspunten behoren. Via het EU-niveau wordt het vaardighedenbeleid gevoed via initiatieven zoals GreenComp, de European Skills Agenda,

8


Skills4Climate, BuildUp Skills en andere initiatieven die de lidstaten ondersteunen om de verschillende kwesties aan te pakken.

5. Conclusies De belangrijkste conclusies die uit dit verslag kunnen worden getrokken, zijn de volgende: •

De groene transitie is noodzakelijk en zal in de komende jaren waarschijnlijk versnellen;

•

De groene transitie zal naar verwachting een algemeen positief effect hebben op banen en economische groei;

•

De groene transitie zal een ongelijke impact hebben op de verschillende sectoren; de dienstensector, veruit de grootste sector, zal grotendeels onaangetast blijven, maar energie, de maakindustrie, bouw en circulaire economie zullen veel meer impact ondervinden;

•

Toekomstprojecties voor Vlaanderen gaan uit van een banengroei tot zeker 2026 en waarschijnlijk tot 2030;

•

Ongeveer 26% van alle banen in Vlaanderen kan als groen worden gecategoriseerd, maar het aandeel groene banen is veel hoger in de sectoren circulaire economie, bouw, nutsbedrijven (energie) en industrie;

•

Ongeveer 25-30% van de huidige beroepsbevolking zal waarschijnlijk tussen 2022-2030 met pensioen gaan;

•

Er bestaan al vaardigheidstekorten in Vlaanderen, en de groene transitie kan bepaalde tekorten in sectoren nog meer onder druk zetten;

•

Er zijn specifieke behoeften aan technische vaardigheden als gevolg van de groene transitie, maar er zal een nog grotere nood zijn aan algemene STEM-vaardigheden, levenslang leren en professionele en transversale vaardigheden;

•

Het ontbreken van een cultuur van levenslang leren kan een probleem vormen, aangezien het grootste deel van de 2030-beroepsbevolking nu al deel uitmaakt van de beroepsbevolking;

•

Er zijn risico's verbonden aan het niet aanpakken van de vaardigheidsbehoeften voor de groene transitie, zoals baanonzekerheid, personeelstekorten en een gebrek aan de benodigde vaardigheden;

•

De Vlaamse beleidskaders bieden een goede basis voor actie, maar deze moeten worden geactualiseerd;

•

Vlaamse instellingen en belanghebbenden zijn actief, en sommige initiatieven lopen al - er is echter verdere mobilisatie nodig, met name voor de sectoren circulaire economie, bouw, energie en industrie, om de uitdaging aan te gaan; en

•

De sectoroverschrijdende aard van de belangrijkste uitdagingen op het gebied van vaardigheden leent zich voor intersectorale samenwerking.

9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Rapport Groene Vaardigheden in Vlaanderen - Samenvatting NL.pdf by Vlaanderen-be - Issuu