WELKE TOEKOMST WENS JIJ DE OUDLANDPOLDER?
INHOUD
Inhoud
EEN KORTE INLEIDING TOT DE SCENARIO’S �������������������� 5 SCENARIO 1: INTEGRALE DUURZAAMHEID ���������������������� 11 1. 2. 3. 4.
LANDGEBRUIK ���������������������������������������� LANDBOUW ������������������������������������������� NATUUR ��������������������������������������������� TOERISME & RECREATIE �������������������������������
15 18 24 30
SCENARIO 2: WIE NIET KIEST VERLIEST? �������������������� 37 1. 2. 3. 4.
LANDGEBRUIK ���������������������������������������� LANDBOUW ������������������������������������������� NATUUR ��������������������������������������������� TOERISME & RECREATIE �������������������������������
41 44 50 56
SCENARIO 3: STRUCTURELE ONGELIJKHEID �������������������� 61 1. 2. 3. 4.
LANDGEBRUIK ���������������������������������������� LANDBOUW ������������������������������������������� NATUUR ��������������������������������������������� TOERISME & RECREATIE �������������������������������
65 68 74 80
SCENARIO 4: TECHNOLOGISCH OPTIMISME ��������������������� 83 1. 2. 3. 4.
- II -
LANDGEBRUIK ���������������������������������������� 87 LANDBOUW ������������������������������������������� 90 NATUUR ��������������������������������������������� 96 TOERISME & RECREATIE ������������������������������ 102
REFERENTIES �������������������������������������������� 104
Beste lezer, In deze publicatie kan je 4 scenario’s vinden voor de Oudlandpolder. 4 beschrijvingen van hoe de Oudlandpolder in 2050 zou kunnen zijn. Deze scenario’s zijn geen toekomstvoorspellingen. Ook geen wensbeelden waarin het beste van alle werelden wordt samengebracht. Het zijn wel beredeneerde projecties die in woord en beeld proberen te tonen hoe we in de toekomst met ruimte, natuur, landbouw en toerisme & recreatie in dit gebied kunnen omgaan. Ze laten zien wat mogelijk is als we even doordenken in 4 zeer uiteenlopende richtingen. Op sommige vlakken kunnen de scenario’s misschien wat extreem overkomen. Omdat ze ver af staan van de huidige realiteit? Omdat ze op sommige punten sterk van elkaar verschillen? Of misschien omdat jij, als lezer, een helemaal andere visie hebt op hoe de Oudlandpolder zich zal ontwikkelen? Iedereen leest deze scenario’s op een andere manier. Desalniettemin hopen we dat iedereen er genoeg stof tot nadenken in vindt.
- 2 -
- 3 -
EEN KORTE INLEIDING TOT DE SCENARIO’S Over deze scenario’s Bij de ontwikkeling van deze scenario’s hebben we de shared socio-economic pathways (SSPs) als startpunt genomen (1). Dit zijn referentiescenario’s ontwikkeld op supra-nationaal niveau, dus voor bv. verschillende landen samen of delen van een continent. Ze brengen een logisch en samenhangend verhaal over de sociale en economische veranderingen die de komende decennia kunnen optreden. Dit betekent dat SSP1 bv. beschrijft dat we evolueren in de richting van een voornamelijk plantaardig dieet, weg van fossiele grondstoffen, en naar een samenleving waarin landgebruik strikt gereglementeerd is. In SSP5, daarentegen, zal onze vleesconsumptie niet zo veel meer veranderen, zullen fossiele grondstoffen blijven deel uitmaken van de energiemix, en zal ook het landgebruik niet zo heel veel strenger gereguleerd zijn dan vandaag. Deze algemene trends uit de SSPs hebben we niet in vraag gesteld. Je kan ze, kort samengevat, terugvinden in het inleidend narratief bij elk van de scenario’s. Wat we wel hebben gedaan, is een beeld geschetst van wat deze sociale en economische trends kunnen betekenen op het niveau van de Oudlandpolder. Belangrijk hierbij om te weten, is dat we er niet van uitgaan dat de toekomstschets voor de Oudlandpolder automatisch ook iets zegt over heel Vlaanderen. Het is bv. goed mogelijk dat in de toekomstige Oudlandpolder nog steeds veel veeteelt voorkomt, terwijl dit in de rest van Vlaanderen niet meer zo is. - 4 -
- 5 -
NIET GEBRUIKT VOOR DE OUDLANDPOLDER SCENARIO’S
In totaal zijn er 5 shared socio-economic pathways. Het belangrijkste punt waarop ze van elkaar verschillen betreft de inspanningen die worden geleverd op het vlak van klimaatmitigatie en -adaptatie. Met investeringen in klimaatmitigatie willen we de uitstoot van broeikasgassen terugdringen. Klimaatadaptatie gaat over de mate waarin we proberen ons aan te passen aan het veranderende klimaat. Het gaat dan bv. over de beslissing om meer droogteresistente gewassen te telen, het planten van bomen om hitte-eilandeffecten te temperen in dicht bebouwde gebieden, of de aanleg van waterbekkens om overstromingen tegen te gaan in periodes met intense neerslag. Het Intergovernmental Panel on Climate Change onderzocht een paar jaar geleden of het wel mogelijk is om onder elk van de SSPs de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C in 2100 (vergeleken met het pre-industriële niveau aan broeikasgassen in de atmosfeer). In het klimaatakkoord van Parijs werd dit streefdoel namelijk als kritische drempel naar voor geschoven. Onder SSP3 bleek dit niet het geval te zijn. (2) Daarom wordt dit scenario hier niet meegenomen, en werken we met 4 in plaats van 5 scenario’s.
Bron: O’Neill, B.C. et al. (2014)
- 6 -
- 7 -
Over de bevolkingsgroei in de scenario’s De SSPs geven ook informatie over de verwachte bevolkingsgroei onder elk van de scenario’s. Deze informatie werd al omgezet naar concrete cijfers voor België. (3) Deze cijfers gebruikten we om een idee te krijgen van de bevolkingsgroei die we mogen verwachten in de Oudlandpolder. Dit deden we met hulp van het Ruimtemodel Vlaanderen, dat we koppelden aan verschillende landgebruiksscenario’s. Het gaat telkens om bestaande landgebruiksscenario’s, die werden ontwikkeld in het kader van studiewerk voor de Vlaamse overheid. We selecteerden ze omdat ze gemakkelijk konden worden gelinkt aan de verschillende parameters die in de SSPs zijn opgenomen met betrekking tot urbanisatiegraad en -type. Je zal merken dat de bevolking in de Oudlandpolder volgens de projecties van het Ruimtemodel Vlaanderen (sterk) zal toenemen. Er is geen enkel scenario waarin een daling van de bevolkingscijfers mag worden verwacht. Dit komt doordat de stedelijke gebieden in Vlaanderen al vrij dicht bevolkt zijn. Afhankelijk van het landgebruiksscenario zal het Ruimtemodel daarom in meer of mindere mate de nog beschikbare (open) ruimte aansnijden om de ‘extra’ mensen die er in Vlaanderen zullen bijkomen een plek te geven.
- 8 -
- 9 -
SCENARIO 1: INTEGRALE DUURZAAMHEID
- 10 -
- 11 -
Inleidend narratief
NIET GEBRUIKT VOOR DE OUDLANDPOLDER SCENARIO’S
Voor veel innovaties ontwikkelt zich in dit scenario maar traag het nodige maatschappelijke draagvlak. Er treedt weerstand op. En niet elke innovatie leidt tot de beloofde resultaten, waardoor het soms nodig is om terug te keren op het ingeslagen pad. Toch ontstaat geleidelijk aan een zelfversterkend proces waarin de ene maatschappelijke verandering als vliegwiel fungeert voor de andere. Er wordt een hobbelig parcours afgelegd: tegenslagen en successen wisselen elkaar af. Maar uiteindelijk slagen we er wel in onze samenleving duurzaam te hervormen. De uitdagingen gelinkt aan klimaatmitigatie blijven overzichtelijk doordat de daarvoor bevoegde instanties - in Vlaanderen maar ook elders - al vrij snel beslissen in te zetten op duurzame technologieën en institutionele hervormingen. Ook al lopen die niet altijd van een leien dakje, samen met de bereidheid om te werken aan een duurzaam herstel van het leefmilieu en economische ontwikkeling gebaseerd op duurzame stedelijke groei, wordt een rem gezet op de verdere ontsporing van het klimaat. Ook de uitdagingen gelinkt aan klimaatadaptatie blijven behapbaar doordat het vergroten van de maatschappelijke veerkracht een prioriteit wordt, zowel op het individuele als het collectieve niveau; en doordat principes gericht op samenwerking en duurzame ontwikkeling leidend worden bij de hervorming van instituties en governance systemen.
Bron: O’Neill, B.C. et al. (2014)
- 12 -
- 13 -
1. LANDGEBRUIK Landgebruiksscenario hier toegepast: anti urban sprawl In dit landgebruiksscenario wordt niet enkel getracht om het extra ruimtebeslag in Vlaanderen terug te brengen naar 0 ha in 2035, maar ook om na verloop van tijd extra ruimte te maken voor natuur, landbouw, bos, ... Dit heeft een relatief grote verdichting van dorpen en steden tot gevolg.
In dit scenario wordt rekening gehouden met een bevolkingsgroei van 63.771 inwoners in 2013 naar 80.574 inwoners in 2050. De bevolking in de Oudlandpolder groeit hierdoor met 21%. Het grootste deel van deze groei komt voor rekening van de steden en de grote kustgemeentes.
- 14 -
Gemeenten
2013
2050
% groei
Blankenberge
19 018
26 172
+37,6
Brugge
118 211
145 020
+22,7
Jabbeke
13 648
15 125
+10,8
Zuienkerke
2 793
2 969
+6,3
Bredene
16 534
21 339
+29,1
Oostende
69 068
92 545
+34
Oudenburg
8 926
10 595
+18,7
De Haan
12 425
13 646
+9,8
- 15 -
Ruimtegebruik in de Oudlandpolder in 2050 volgens het Ruimtemodel Vlaanderen onder het landgebruiksscenario ‘anti urban sprawl’.
Ter vergelijking: Ruimtegebruik in de Oudlandpolder in 2013.
- 16 -
- 17 -
2. LANDBOUW
Waar wordt aan landbouw gedaan? Op de verschilkaart hieronder is alle landbouwgebied ingekleurd. Onder landbouwgebied verstaan we hier: - akkers, productiegraslanden en boomgaarden aangegeven bij de overheid voor inkomenssteun (4) geel + rood = landbouwareaal 2013 geel = landbouwareaal 2050
- niet-registreerde landbouwgronden: akkers en biologisch weinig waardevolle graslanden die niet geregistreerd zijn bij de overheid voor inkomenssteun, beheerovereenkomsten of in het kader van de milieuwetgeving (bv. mestbeleid). In de praktijk zijn dit percelen voor hobbylandbouw, paardenen schapenweiden en allerlei ruigten. - agrarische gebouwen Deze opsomming leert dat bv. graslanden in natuurbeheer waarvoor inkomenssteun wordt aangevraagd hier ook als landbouwgebied ingekleurd staan. 5000
+266%
4000 3000 2000 1000 0 -1000 -2000 -3000 -4000
-36%
-5000 Overig
- 18 -
Landbouw
Recreatie
Residentieel
Industrie
- 19 -
Handel
Diensten
Natuur
Landbouwbedrijven van de toekomst
Landbouwpraktijken van de toekomst
- Familiale bedrijven: akkerbouwbedrijven, extensieve veeteeltbedrijven en gemengde landbouwbedrijven.
- Grondgebonden landbouw voornamelijk gericht op plantaardige productie: In de Oudlandpolder worden graangewassen, suikerbieten, eiwitgewassen, vlas, aardappelen, ... verbouwd.
- Lokale landbouw: Vooral productie voor afnemers uit de omliggende stedelijke gebieden en het binnenland; export naar het buitenland vertegenwoordigt maar een klein deel omzet. - Kosten minimaliseren: Minder arbeidsintensief dan nu, minder bemesten, dieren met weinig veeartskosten, minder pesticiden, gebruik van reststromen, etc. - Exclusieve producten, zoals zilte koeien, verfijnde kazen, biologische granen,... verkocht met een (kwaliteits)keurmerk. - Rendabele bedrijven, mede door verbreding en nieuwe businessmodellen: landbouwers halen ook inkomsten uit natuurbeheer (waterbeheer, koolstofopslag in bodems, extensieve veeteelt op graslanden, etc.), hoevetoerisme, zorgboerderijen, boerderijklassen, zomerkampjes, enz. - Digitale bedrijven: Waar nodig, worden landbouwers geholpen door digitale systemen (bv. monitoren bodemvochtigheid, waterkwaliteit opvolgen, weersomstandigheden opvolgen, etc.) - Volledig geëlektrificeerd: tractoren en andere werktuigen worden elektrisch aangedreven, stallen worden verwarmd op basis van elektriciteit, etc. -
Behoud van de typische polderboerderijen - 20 -
- Teelten afgestemd op natuurlijke condities bepaald door waterbeschikbaarheid en bodemcondities doorheen het jaar. - Grote blokken landbouwgrond worden opgesplitst door het invoegen van natuurlijke elementen: Grachten met natuurlijke oevers, ruigten, bloemenstroken, speelnatuur, etc. zijn langdurig en structureel in beheer door landbouwers. - Maximaal gebruik van ‘nature based solutions’, zodat het gebruik van pesticiden, kunstmest, antibiotica, etc. tot een minimum kan worden beperkt, en daardoor verder gaat dan de streefdoelen geformuleerd door de Europese Farm to Fork Strategy. Dit wil zeggen: meer dan 20% reductie in het gebruik van kunstmest, meer dan 50% reductie in het gebruik van pesticiden, en meer dan 50% reductie in het gebruik van antibiotica. - Toename productiviteit per ha en per geïnvesteerde euro: Aan de basis hiervan liggen nieuwe teelten, teeltmethodes en andere technologische en niet-technologische innovaties. - Hoge adoptiegraad van innovaties: Nieuwe gewassen, teeltmethodes, technieken, ... uit binnen- en buitenland vinden snel en breed ingang in de Oudlandpolder. - 21 -
Snel vergelijken met wat er over landbouw wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. wie niet kiest verliest? structurele ongelijkheid technologisch optimisme
- 22 -
- 23 -
3. NATUUR
Waar liggen de natuurgebieden? Op de verschilkaart hieronder zijn bos, duinen, slikken en schorren, natuurlijk grasland en moeras ingekleurd als natuur. donkergroen = natuur 2013 lichtgroen = nieuwe natuur tegen 2050
Principe gevolgd bij het creëren van bijkomende natuur in dit scenario: Herstel van wetlands met 86% (referentiepunt: status jaren ‘50 20ste eeuw), dus het creëren van natte gebieden met een hoge biodiversiteit, volgens het ‘open (not forested) landscape scenario’ (5). In dit scenario wordt het landschap in de Oudlandpolder open gehouden met behulp van extensieve landbouwpraktijken (bv. extensieve begrazing) en conservatie (bv. maaien). Het gemiddelde grondwaterpeil in deze wetlands ligt dicht bij het maaiveld, er worden geen pesticiden gebruikt, en slechts een minimale hoeveelheid bemesting. 5000
+266%
4000 3000 2000 1000 0 -1000 -2000 -3000 -4000
-36%
-5000 Overig
- 24 -
Landbouw
Recreatie
Residentieel
Industrie
- 25 -
Handel
Diensten
Natuur
Natuurgebieden van de toekomst
Professionalisering natuurbeheer
- Grote gebieden waarin fauna en flora zoveel mogelijk met rust worden gelaten: Enkel minimale beheermaatregelen worden in deze gebieden nog uitgevoerd, zoals een gerichte introductie van soorten om biotopen te herstellen, cyclisch graasbeheer, maaien of de aanleg van regenwaterplassen. Hierdoor kunnen kwetsbare, complexe ecosystemen verder uitbreiden, wordt voldoende broedgebied gecreëerd waarin soorten niet worden gestoord, en ontstaat een rijk foerageergebied.
- Natuurbeheer uitgevoerd door gecertificeerde personen die hiervoor de nodige opleiding kregen. Dit kunnen medewerkers zijn van natuurorganisaties, landbouwers, medewerkers van bevoegde overheden, etc.
- Groot, open, aaneengesloten weidelandschap met voldoende variatie om zowel bloeiende populaties weidevogels (kievit, kluut, etc.) een thuis te geven als de populaties vriezeganzen goed de winter door te helpen. - Waterbeheer in functie van ecosysteemvereisten, bv. overstromingsbeheer, doorgedreven compartimentering, kwelbuizen, ... waardoor bv. ook de zilte vegetatie op de poldergraslanden kan toenemen. - Areaal met rietmoeras, zeggevegetaties en ruigtes is significant uitgebreid. - Buiten de zones waar recreatie wordt geweerd, zijn de natuurgebieden in de Oudlandpolder optimaal ontsloten voor zachte recreatie. Er komt een uitgebreid netwerk aan wandelen fietspaden, kanoroutes, picknickplaatsen, kijktorens en -wanden, en informatieborden die op een speelse manier de natuur en landbouw in het gebied via digitale weg ontsluiten. - 26 -
- Continuïteit in de opbouw van expertise rond landbouw en natuurbeheer in poldergebieden. Natuurliefhebbers en recreanten kunnen terecht in een bezoekerscentrum voor de Oudlandpolder, dat tegelijkertijd een educatieve werking ontwikkelt die de grenzen van de Oudlandpolder overstijgt. Dankzij de wetenschappelijke ondersteuning waar dit centrum op kan terugvallen, fungeert het ook als opleidingscentrum voor alle landbouw- en natuurprofessionals die in poldergebieden actief zijn. - Natuurbeheer gekoppeld aan verdienmodellen die ecosysteemdiensten in de Oudlandpolder waarderen zodat natuurbeheer een behoorlijk inkomen oplevert voor wie er toe bijdraagt, bv. koolstofopslag in bodems, duurzaam waterbeheer, klimaatregulatie, toename populaties bestuivers, natuurlijke plaagbestrijding, etc.
- 27 -
Snel vergelijken met wat er over natuur wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. wie niet kiest verliest? structurele ongelijkheid technologisch optimisme
- 28 -
- 29 -
4. TOERISME & RECREATIE
Wat maakt de Oudlandpolder aantrekkelijk voor toeristen en recreanten? - Het is er mooi: Een open en afwisselend landschap waarin akkers, weilanden, natuurgebieden, pittoreske polderdorpen, mooie vergezichten en traditionele boerderijen elkaar afwisselen. Je vindt er rust en ruimte, geschiedenis en een blik op een duurzame toekomst, waardoor het er aangenaam verblijven, fietsen en wandelen is. - Je kan er lekker eten en drinken: Verspreid doorheen de polder, zowel in boerderijen als dorpen, zijn er karakteristieke eetgelegenheden te vinden, gaande van terrasjes waar iets kan worden gedronken tot enkele sterrenrestaurants. Heel wat boerderijen hebben ook een hoevewinkel waar lokale specialiteiten kunnen worden geproefd en gekocht. Dit gastronomisch aanbod wordt via verschillende toegankelijke formules ontsloten. - Het is een kindvriendelijke omgeving: Er is een integraal aanbod uitgewerkt voor kinderen en jonge gezinnen, bestaande uit vakanties op de boerderij, ‘polderklassen’, speelnatuur, kindvriendelijke fiets- en wandelpaden, etc. -
Er is een ruim aanbod voor mindervaliden.
- 30 -
- Toegankelijk via een uitgebreid netwerk fiets- en wandelpaden. Ook over het water is er heel wat mogelijk voor mensen die via kajak of kano de Oudlandpolder willen verkennen. - Een divers aanbod aan logies, dat zowel cultuur- en natuurliefhebbers als gezinnen, recreatieve fietsers, wandelaars en andere mogelijke doelgroepen kan bekoren. - 31 -
Door de investeringen om de Oudlandpolder aantrekkelijk te maken bij recreanten en toeristen... ... is het verblijfstoerisme in de polder toegenomen, en dit het hele jaar door. Op het ritme van de seizoenen trekt de polder andere toeristen aan: Natuurliefhebbers die de rijke reservaten willen in duiken, cultuurliefhebbers die een rustige, landelijke uitvalsbasis willen om Brugge te bezoeken, recreatieve fietsers, gezinnen met kinderen, etc. Zowel voor korte als langere vakanties wordt de Oudlandpolder een geliefde plek. Dit vertaalt zich in een sterke stijging van het totale aantal overnachtingen en de duur van de verblijven. ... neemt het aantal recreanten in het gebied fors toe: Wandelaars, vogelspotters, recreatieve fietsers, culinaire liefhebbers, senioren die willen genieten van een aangenaam terrasje, etc. ... wordt zachte recreatie en verblijfstoerisme een belangrijke pijler in de regionale economie. Ze kan echter niet worden losgekoppeld van andere economische activiteiten in de polder. In de eerste plaats doordat de meerwaarde van de regio op toeristisch en recreatief vlak hoofdzakelijk door andere sectoren wordt gecreëerd, zoals landbouw en natuur. Anderzijds komt het toeristisch en recreatief aanbod voornamelijk voort uit de verbreding van activiteiten binnen andere sectoren.
- 32 -
- 33 -
Snel vergelijken met wat er over toerisme & recreatie wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. wie niet kiest verliest? structurele ongelijkheid technologisch optimisme
- 34 -
- 35 -
SCENARIO 2: WIE NIET KIEST VERLIEST?
- 36 -
- 37 -
Inleidend narratief
NIET GEBRUIKT VOOR DE OUDLANDPOLDER SCENARIO’S
De trends die vandaag worden waargenomen op sociaal, economisch en technologisch vlak, zetten ook de komende decennia door. Er treedt dus geen echte breuk op in ons denken en doen ten opzichte van vandaag. Dit heeft onder meer tot gevolg dat in dit scenario sociaal-economische ontwikkelingen, net zoals vandaag, sterk kunnen verschillen tussen landen, maar ook tussen regio’s. Op het vlak van mitigatie leidt dit scenario naar een samenleving waarin de kosten en inspanningen om de broeikasgasuitstoot terug te dringen ‘gemiddeld’ zijn. Dit komt doordat er in beperkte mate nog steeds gebruik wordt gemaakt van fossiele grondstoffen, de transitie naar duurzame steden niet volledig doorzet, het (technologische) innovatiepotentieel in de energie- en landbouwsector onderbenut blijven, en er (inter) nationaal onvoldoende wordt samengewerkt om milieuproblemen aan te pakken. Ook op het vlak van adaptatie wordt in dit scenario verwacht dat de kosten en inspanningen ‘gemiddeld’ zullen zijn. Uitdagingen om de maatschappelijke veerkracht aan te pakken, zijn onder meer de bevolkingsgroei, de groeiende sociale maatschappelijke ongelijkheid, de stedelijke groei – o.a. in kwetsbare gebieden zoals overstromingsgevoelig gebied – en de beperkte sociale cohesie.
Bron: O’Neill, B.C. et al. (2014)
- 38 -
- 39 -
1. LANDGEBRUIK Landgebruiksscenario hier toegepast: business as usual Het ruimtegebruik neemt toe in dit scenario a rato van de bevolkingsgroei. Relatief gezien komen er meer woningen, handelspanden, horeca, e.d. bij in de kernen dan in het buitengebied. In vergelijking met growth as usual (het landgebruiksscenario dat wordt toegpast in het volgende scenario), zijn de dichtheden in de kernen dan ook hoger in dit scenario.
In dit scenario wordt rekening gehouden met een bevolkingsgroei van 63.771 inwoners in 2013 naar 73.612 inwoners in 2050. De bevolking in de Oudlandpolder stijgt hierdoor met 11%.
- 40 -
Gemeenten
2013
2050
% groei
Blankenberge
19 018
20 913
+10
Brugge
118 211
127 173
+7,6
Jabbeke
13 648
18 089
+32,5
Zuienkerke
2 793
4 543
+62,7
Bredene
16 534
18 049
+9,2
Oostende
69 068
72 285
+4,7
Oudenburg
8 926
12 582
+41
De Haan
12 425
14 424
+16,1
- 41 -
Ruimtegebruik in 2050 in de Oudlandpolder volgens het Ruimtemodel Vlaanderen onder het landgebruiksscenario ‘business as usual’.
Ter vergelijking: Ruimtegebruik in de Oudlandpolder in 2013.
- 42 -
- 43 -
2. LANDBOUW
Waar wordt aan landbouw gedaan? Op de verschilkaart hieronder is alle landbouwgebied ingekleurd. Onder landbouwgebied verstaan we hier: - akkers, productiegraslanden en boomgaarden aangegeven bij de overheid voor inkomenssteun (4) geel + rood = landbouwareaal 2013 geel = landbouwareaal 2050
- niet-registreerde landbouwgronden: akkers en biologisch weinig waardevolle graslanden die niet geregistreerd zijn bij de overheid voor inkomenssteun, beheerovereenkomsten of in het kader van de milieuwetgeving (bv. mestbeleid). In de praktijk zijn dit percelen voor hobbylandbouw, paardenen schapenweiden en allerlei ruigten. - agrarische gebouwen Deze opsomming leert dat bv. graslanden in natuurbeheer waarvoor inkomenssteun wordt aangevraagd hier ook als landbouwgebied ingekleurd staan. +30%
500 400 300 200
+8%
100 0 -100 -200
-54%
-300 -400
-4%
-500 Overig
- 44 -
Landbouw
Recreatie
Residentieel
Industrie
- 45 -
Handel
Diensten
Natuur
Landbouwbedrijven van de toekomst
Landbouwpraktijken van de toekomst
- Vooral familiale gemengde bedrijven die produceren voor de Vlaamse en Europese markt. Ze hebben toegang tot buitenlandse kanalen die voor een aanzienlijk deel van hun afzet zorgen.
- Ongeveer dezelfde productieverhoudingen als vandaag. Dit betekent dat ongeveer 40% van het totale cultuurland wordt uitgebaat als grasland. 60% is akkerland. Er worden veel granen geteeld (23%), nijverheidsgewassen (14%) en maïs (12%).
- Voortbouwend op de unieke (zilte) locatie en uitstekende kwaliteit van hun producten, kunnen een aanzienlijk deel van de landbouwers werken met een origine- en/of kwaliteitskeurmerk. Minstens 25% van de landbouwbedrijven biede bv. ook producten aan met het bio-label. - Relatief grote bedrijven in handen van grote agroindustriële concerns komen ook in de Oudlandpolder voor. Al blijft hun aantal beperkt. - Het uitbouwen van een rendabel landbouwbedrijf is een uitdagende evenwichtsoefening, waarin evoluties op internationale markten, milieurestricties, para-agrarische activiteiten (aannemerswerk, opbergloodsen, etc.) en investeringskeuzes m.b.t. innovaties, schaalvergroting en verbreding naar zorg en toerisme een rol spelen. - Digitale bedrijven: Landbouwers worden ondersteund door IoT-systemen, satellietdata en landbouwspecifieke modellen. - Volledig geëlektrificeerd: tractoren en andere werktuigen worden elektrisch aangedreven, stallen worden verwarmd op basis van elektriciteit, etc. -
Behoud van een aantal karakteristieke polderboerderijen. - 46 -
- Pesticiden, kunstmest, antibiotica en andere chemische toevoegingen worden nog meer dan vandaag ‘op maat’ toegediend. Hierdoor daalt het gebruik van deze chemicaliën significant: 20% minder kunstmest, 50% minder gebruik pesticiden en 50% minder antibioticagebruik. - Percelen zijn gemiddeld genomen groter geworden, en zijn af en toe omgeven door natuurlijke elementen (grachten met natuurlijke oevers, rietveldjes, ...). - Nieuwe technologieën, teeltmethodes, etc. vinden wel hun weg naar de Oudlandpolder, maar innovatie zou vaak veel sneller kunnen gaan. - Doordat in dit scenario ingrijpende en grootschalige innovaties in de landbouwsector uitblijven, hebben landbouwpraktijken wel een kleinere impact op het milieu dan in 2020, maar toch kan niet worden verhinderd dat ecosystemen verder achteruit gaan. - Graslanden worden vrij intensief gebruikt (begrazen, mesten, maaien,...), tenzij ze een speciale beschermingsstatus genieten. - 47 -
Snel vergelijken met wat er over landbouw wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. integrale duurzaamheid structurele ongelijkheid technologisch optimisme
- 48 -
- 49 -
3. NATUUR
Waar liggen de natuurgebieden? Op de verschilkaart hieronder zijn bos, duinen, slikken en schorren, natuurlijk grasland en moeras ingekleurd als natuur. donkergroen = natuur 2013 lichtgroen = nieuwe natuur tegen 2050
Principe gevolgd bij het creëren van bijkomende natuur in dit scenario: Reeds geplande natuuruitbreiding in lijn met de instandhoudingsdoelstellingen wordt werkelijkheid. Dit betekent dat in 2050 van het wetlandareaal uit de jaren ‘50 van vorige eeuw nog 17% zal in stand worden gehouden. Buiten de natuurgebieden, dus in landbouwgebied, recreatiezones, woonwijken, etc., worden iets meer natuurlijke elementen aangelegd dan vandaag. Helaas vormen ze wel geen aaneengesloten natuurlijk netwerk dat de verschillende natuurgebieden met elkaar verbindt. - Op sommige plaatsen worden polderwaterlopen verbreed met natuurlijke oevers. Maar dit gebeurt niet systematisch. +30%
500 400 300
+8%
200 100 0 -100 -200
-54%
-300 -400 -500 Overig
- 50 -
-4%
Landbouw
Recreatie
Residentieel
Industrie
- 51 -
Handel
Diensten
Natuur
Natuur in de Oudlandpolder
Natuurbeheer met hulp van veel vrijwilligers
- Kleine uitbreiding van de natuurgebieden. In de kuststrook zijn de veranderingen relatief groter dan in de polder, omdat er op bepaalde plaatsen aan duinherstel werd gedaan.
Natuurbeheer in de Oudlandpolder hangt sterk af van de inzet van vrijwilligers. Landbouwers bijvoorbeeld die uit liefde voor hun polder vrijwillig beheerovereenkomsten aangaan om bloemenstroken in te zaaien, historisch permanente graslanden in stand te houden, grachten te onderhouden, enz. Ook bevoegde overheden en natuurorganisaties hebben te weinig middelen om hun natuurbeheer optimaal af te stemmen op de gestelde natuurdoelstellingen, en hangen daardoor sterk af van de inzet van burgers die als vrijwilliger helpen om alle werken die op de agenda staan uitgevoerd te krijgen.
- Het aantal landbouwers dat een beheerovereenkomst aangaat, stijgt licht in vergelijking met 2020. Hierdoor worden ook buiten de natuurgebieden snippers natuur in stand gehouden: natuurlijke akkerranden met bloemen en kruiden, rietkragen, grachten met natuurlijke oevers, etc. Er kan wel niet altijd voldoende continuïteit worden geboden: natuurontwikkeling hangt af van de bereidwilligheid van landbouwers om beheerovereenkomsten aan te gaan, en deze keer op keer te verlengen. - Door het uitblijven van ingrijpende maatregelen om de waterproblematiek in de polder op te lossen, blijft de zoetwatervraag er in droge periodes groter dan het aanbod. Dit heeft, in combinatie met andere stressfactoren zoals hete zomers, overstromingen, ziekte-uitbraken, e.d., een verdere verdroging van de natuurgebieden en achteruitgang van de biodiversiteit tot gevolg. - De kwaliteit van het oppervlaktewater in de polder neemt toe als gevolg van de sterke reductie in het gebruik van o.a. pesticiden en kunstmest. - Natuurgebieden zijn ontsloten voor wandelaars en fietsers op een manier vergelijkbaar met hoe het nu gebeurt. - 52 -
- 53 -
Snel vergelijken met wat er over natuur wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. integrale duurzaamheid structurele ongelijkheid technologisch optimisme
- 54 -
- 55 -
4. TOERISME & RECREATIE
Het potentieel wordt beter benut dan in 2020. Dankzij een betere samenwerking tussen bevoegde (overheids) diensten en een duidelijk beleidskader, dat gepaard gaat met de nodige investeringen, wordt het recreatief en toeristisch potentieel van de Oudlandpolder verder ontsloten. Er komen bewegwijzerde wandel-en fietspaden bij, mountainbikeroutes en ruiterpaden, eetgelegenheden en plekken om te overnachten, en dit alles gekoppeld aan een duidelijke informatie- en communicatiestrategie. De Oudlandpolder kan op mooie vakantiedagen dan ook heel wat fietsers en wandelaars verwelkomen die de natuur in trekken, een gezellig terrasje doen in een van de polderdorpen of al fietsend genieten van het landschap. Ook het verlijfstoerisme is in het toeristisch seizoen toegenomen ten opzichte van 2020. Toch zou het nog beter kunnen. Er zou meer uit te halen zijn met een ruimtelijk en erfgoedbeleid dat de open landschappen waardeert, de polderdorpen in ere herstelt en traditionele polderboerderijen en andere erfgoedelementen beter beschermt. Ook is het multimodaal vervoersnetwerk in het gebied niet voldoende uitgebouwd. De frequentie waarmee bussen rijden, zou beter kunnen. Net zoals er wat meer punten mogen komen waar bezoekers kunnen overstappen op deelmobiliteit. Verder heeft de polder ook nog niet zo veel te bieden voor doelgroepen met speciale noden, zoals kinderen en mindervaliden. - 56 -
- 57 -
Snel vergelijken met wat er over toerisme & recreatie wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. integrale duurzaamheid structurele ongelijkheid technologisch optimisme
- 58 -
- 59 -
SCENARIO 3: STRUCTURELE ONGELIJKHEID
- 60 -
- 61 -
Inleidend narratief
NIET GEBRUIKT VOOR DE OUDLANDPOLDER SCENARIO’S
In dit scenario neemt de ongelijkheid tussen landen, maar ook tussen regio’s, substantieel toe. De belangrijkste reden hiervoor is de ongelijke verdeling van de gerealiseerde economische groei, hetgeen de verderzetting is van een trend die ook al aan het begin van de 20ste eeuw werd waargenomen. Welvaart en macht concentreren zich bij een steeds kleiner wordende minderheid: degenen die met een goede start aan het leven kunnen beginnen. Het overgrote deel van de bevolking, ook in Vlaanderen, ziet zijn socio-economische situatie echter enkel verslechteren. Op het vlak van innovatie betekent dit bv. dat voornamelijk high-tech sectoren de voordelen plukken van verdere technologische ontwikkeling, net zoals hoger opgeleiden. De combinatie van, aan de ene kant, de ontwikkeling van economische activiteiten met een lage koolstofvraag en, anderzijds, een internationale politieke en bedrijfselite die snelle en doordachte beslissingen durft te nemen, heeft tot gevolg dat de kosten die gepaard gaan met een drastische reductie van de broeikasgasuitstoot relatief laag blijven. De uitdagingen en kosten die gepaard gaan met de adaptatie van onze maatschappelijke systemen aan het veranderende klimaat, daarentegen, zijn groot. Dit komt doordat een relatief groot deel van de bevolking weinig tot geen toegang heeft tot de middelen nodig om noodzakelijke veranderingen door te voeren.
Bron: O’Neill, B.C. et al. (2014)
- 62 -
- 63 -
1. LANDGEBRUIK Landgebruiksscenario hier toegepast: growth as usual In dit scenario blijven we aan het huidige tempo open ruimte innemen. Dit betekent dat er elke dag opnieuw ongeveer 6 ha open ruimte verdwijnt. In dit scenario zie je dan ook een sterke toename in de oppervlakte residentieel gebied.
In dit scenario wordt rekening gehouden met een bevolkingsgroei van 63.771 inwoners in 2013 naar 74.522 inwoners in 2050. De bevolking in de Oudlandpolder stijgt hierdoor met 12%. Als gevolg van de mogelijkheid om steeds nieuwe open ruimte aan te snijden, komt een relatief groot deel van deze bevolkingsgroei op conto van kleinere gemeentes zoals Zuienkerke en Oudenburg.
- 64 -
Gemeenten
2013
2050
% groei
Blankenberge
19 018
20 399
+7,3
Brugge
118 211
124 974
+5,7
Jabbeke
13 648
17 593
+28,9
Zuienkerke
2 793
5 704
+104,2
Bredene
16 534
18 515
+12
Oostende
69 068
67 521
-2,2
Oudenburg
8 926
13 543
+51,7
De Haan
12 425
13 527
+8,9
- 65 -
Ruimtegebruik in 2050 in de Oudlandpolder volgens het Ruimtemodel Vlaanderen onder het landgebruiksscenario ‘growth as usual’.
Ter vergelijking: Ruimtegebruik in de Oudlandpolder in 2013.
- 66 -
- 67 -
2. LANDBOUW
Waar wordt aan landbouw gedaan? Op de verschilkaart hieronder is alle landbouwgebied ingekleurd. Onder landbouwgebied verstaan we hier: - akkers, productiegraslanden en boomgaarden aangegeven bij de overheid voor inkomenssteun (4) geel + rood = landbouwareaal 2013 geel = landbouwareaal 2050
- niet-registreerde landbouwgronden: akkers en biologisch weinig waardevolle graslanden die niet geregistreerd zijn bij de overheid voor inkomenssteun, beheerovereenkomsten of in het kader van de milieuwetgeving (bv. mestbeleid). In de praktijk zijn dit percelen voor hobbylandbouw, paardenen schapenweiden en allerlei ruigten. - agrarische gebouwen Deze opsomming leert dat bv. graslanden in natuurbeheer waarvoor inkomenssteun wordt aangevraagd hier ook als landbouwgebied ingekleurd staan.
1500
+74% 1000
500
+8% 0
-70%
-500
-1000
-10%
-1500 Overig
- 68 -
Landbouw
Recreatie
Residentieel
- 69 -
Industrie
Handel
Diensten
Natuur
Landbouwbedrijven van de toekomst
Landbouwpraktijken van de toekomst
Landbouwbedrijven kunnen in 2 categorieën worden ingedeeld: 1. Een klein aantal zeer grote bedrijven in handen van grote agro-industriële spelers uit de veevoeder- en voedingsindustrie, die vlot toegang hebben tot kapitaal en grondstoffen. Heel hun bedrijfsvoering is toegespitst op slechts enkele producten, en staat in functie van opbrengsten winstmaximalisatie. Ze produceren voor de internationale markt, tegen heel kleine marges. De landbouwers die de operationele verantwoordelijkheid dragen in deze bedrijven worden ontzorgd: grondstoffen, plant- en irrigatieschema’s, bestrijdingsmiddelen, ...: Alles wordt kant-en-klaar aangeleverd.
- Teelten worden geoptimaliseerd en gekozen in functie van de (inter)nationale vraag.
2. Kleine, gemengde familiale landbouwbedrijven met een groot aandeel dierlijke productie, die werken volgens een performant, kostenreducerend model met hoge meerwaardecreatie. Ze leggen zich toe op de productie van exclusieve voedingsproducten die gekocht worden door de hogere inkomensklassen, zowel in binnen- als buitenland. - Digitalisatie zet door. In de familiale landbouwbedrijven wel mindere dan in de grote, industriële bedrijven. Dit komt vooral doordat (digitale) innovaties voor hen minder toegankelijk zijn (te duur, gebrek aan informatie, etc.). -
- Plantaardige productie op zeer grote, aaneengesloten percelen landbouwgrond zonder natuurlijke bufferstroken tussen, gecombineerd met serreteelt. - (Melk)veebedrijven in grootschalige, industriële stallen verspreid over het landschap. - Grote spelers gaan voluit voor high-tech, geautomatiseerde systemen. Landbouwers beheren IoT-infrastructuur en databases (onderhoud databases en sensoren, invoeren data,...), en krijgen te horen wat ze precies moeten doen, en wanneer, op basis van Artificial Intelligence gebaseerde systemen. - Kleinere landbouwbedrijven leggen zich voornamelijk toe op (melk)veeteelt op eerder extensief begraasde graslanden. Ze maken exclusieve producten, zoals verfijnde vleeswaren en speciale kazen.
Volledige elektrificatie (zoals in de andere scenario’s).
- Verbreding gebeurt fragmentarisch, bv. een boerderij met hoevewinkel of een zorgaanbod. - 70 -
- 71 -
Snel vergelijken met wat er over landbouw wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. integrale duurzaamheid wie niet kiest verliest? technologisch optimisme
- 72 -
- 73 -
3. NATUUR
Waar liggen de natuurgebieden? Op de verschilkaart hieronder zijn bos, duinen, slikken en schorren, natuurlijk grasland en moeras ingekleurd als natuur. donkergroen = natuur 2013 lichtgroen = nieuwe natuur tegen 2050
Principe gevolgd bij het creëren van bijkomende natuur in dit scenario: Reeds geplande natuuruitbreiding in lijn met de instandhoudingsdoelstellingen wordt werkelijkheid. Dit betekent dat in 2050 van het wetlandareaal uit de jaren ‘50 van vorige eeuw nog 17% zal in stand worden gehouden. - Buiten de natuurgebieden blijven de inspanningen om meer natuurlijke elementen te ontwikkelen beperkt tot fragmenten weiland op de komgronden die iets minder intensief worden bewerkt. Dit in functie van de waterbergende capaciteit van de polder. In vergelijking met de huidige situatie, gaat in dit scenario zowel de kwantiteit als de kwaliteit van natuurlijke elementen buiten de reservaten achteruit. 1500
+74%
1000
500
+8%
0
-70%
-500
-1000
-10% -1500 Overig
- 74 -
Landbouw
Recreatie
Residentieel
Industrie
- 75 -
Handel
Diensten
Natuur
Natuur in de Oudlandpolder - Kleine uitbreiding van de natuurgebieden. In de kuststrook zijn de veranderingen relatief groter dan in de polder, omdat er op bepaalde plaatsen aan duinherstel werd gewerkt. - Aaneengesloten gebieden met de status natuurreservaat zijn relatie klein en liggen verspreid in het landschap. - Buiten de natuurgebieden zijn er slechts fragmentarisch enkele snippers natuur te vinden. Hierdoor komen bepaalde plant- en diersoorten onder druk te staan (bv. ongewervelden, amfibieën en andere soorten die geen grote afstanden tussen natuurgebieden kunnen overbruggen). De veerkracht van heel wat populaties neemt af, doordat er geen migratie, en dus genetische uitwisseling, en herstel van populaties na calamiteiten meer mogelijk is. - Door het uitblijven van natuur- en milieubeleid dat de stressfactoren voor ecosystemen integraal aanpakt, zoals waterbeleid afgestemd op de plaatselijke noden van (zilte) ecosystemen, gaat de biodiversiteit in de natuurgebieden significant achteruit tegen 2050.
Natuurbeheer met hulp van veel vrijwilligers
- Natuurgebieden zijn ontsloten voor wandelaars en fietsers op een manier vergelijkbaar met hoe het nu gebeurt.
Natuurbeheer in de Oudlandpolder wordt bijna uitsluitend door vrijwilligers gedaan. De Oudlandpolder krijgt weinig aandacht binnen het natuurbeleid, waardoor bevoegde overheden en natuurorganisaties te weinig middelen hebben om er aan natuurbeheer te doen in lijn met de gestelde natuurdoelstellingen. Daarom proberen ze een uitgebreide vrijwilligerswerking op te zetten. Al vraagt dit wel een doorgedreven engagement en veel (vrije) tijd. Verder blijft ook een kleine minderheid onder de landbouwers zich inzetten voor de natuur in de Oudlandpolder, waardoor toch een deel van de historische permanente graslanden die buiten de reservaten vallen, gered kunnen worden.
- 76 -
- 77 -
Snel vergelijken met wat er over natuur wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. integrale duurzaamheid wie niet kiest verliest? technologisch optimisme
- 78 -
- 79 -
4. TOERISME & RECREATIE Weinig aandacht voor de recreatieve mogelijkheden in de Oudlandpolder.
en
toeristische
De combinatie van agro-industriële landbouw, gekenmerkt door monoteelten en industrieel ogende landbouwbedrijven, en een verder verlies aan open ruimte door de uitdijende polderdorpen, lintbebouwing en agrarische gebouwen overal uitgestrooid over het landschap, zorgen voor een drastische achteruitgang van zowel recreatie als toerisme. Mede door de toegenomen sociale ongelijkheid, hebben ook steeds minder mensen de middelen om (even) op vakantie te gaan. Als er geld is om er tussenuit te trekken, dan gaat de voorkeur bij velen naar (buitenlandse) gebieden die veel meer te bieden hebben.
Snel vergelijken met wat er over toerisme & recreatie wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. integrale duurzaamheid wie niet kiest verliest? technologisch optimisme - 80 -
- 81 -
SCENARIO 4: TECHNOLOGISCH OPTIMISME
- 82 -
- 83 -
Inleidend narratief
NIET GEBRUIKT VOOR DE OUDLANDPOLDER SCENARIO’S
De digitale revolutie zet in dit scenario sterk door, en zorgt voor een breuk met het verleden. Wereldwijd vinden steeds meer mensen de weg om zich digitaal te mengen in het maatschappelijke debat. Dit leidt - voor het eerste in de geschiedenis - tot de oprichting van organisaties die de middelen en bevoegdheden hebben gekregen om mondiale problemen op een gecoördineerde manier aan te pakken. Deze evolutie gaat samen met de ontwikkeling van een wereldbeeld waarin marktdenken en burgerparticipatie een grote rol spelen. Daarnaast zorgt deze digitale revolutie er ook voor dat precisie- en maatwerk de norm worden, met als gevolg dat natuurlijke en antropogene systemen in sterke mate van elkaar kunnen worden gescheiden. De kosten die gepaard gaan met mitigatie zijn hoog in dit scenario. Dit komt doordat mondiaal economieën nog steeds in sterke mate afhangen van fossiele grondstoffen, en een doorgedreven milieubewustzijn uitblijft. Aanhoudende economische groei, aan de andere kant, samen met verregaande technologische innovatie en infrastructurele aanpassingen, hebben als resultaat dat onze samenleving zich relatief gemakkelijk aanpast aan de veranderende klimaatomstandigheden. De adaptatiekosten blijven dus relatief laag in dit scenario.
Bron: O’Neill, B.C. et al. (2014)
- 84 -
- 85 -
1. LANDGEBRUIK Landgebruiksscenario Vlaanderen
hier
toegepast:
beleidsplan
ruimte
Dit scenario gaat uit van een sterke verdichting, gebaseerd op de strategische visie Vlaanderen (goedgekeurd op 13 juli 2018), met als doel de groei in het ruimtebeslag tegen 2040 terug te brengen tot 0 ha per dag. Dit leidt tot een verdichting van kernen en goed gelegen locaties, dus locaties met een hoge knooppuntwaarde en een hoog voorzieningenniveau. In dit scenario wordt rekening gehouden met een bevolkingsgroei van 33%: van 63.771 inwoners in 2013 naar 88.419 inwoners in 2050. Deze bevolkingstoename is vooral te situeren in de grotere steden.
- 86 -
Gemeenten
2013
2050
% groei
Blankenberge
19 018
23 329
+22,7
Brugge
118 211
142 946
+20,9
Jabbeke
13 648
19 760
+44,8
Zuienkerke
2 793
4 480
+60,4
Bredene
16 534
20 256
+22,5
Oostende
69 068
80 932
+17,2
Oudenburg
8 926
16 718
+87,3
De Haan
12 425
17 581
+41,5
- 87 -
Ruimtegebruik in 2050 in de Oudlandpolder volgens het Ruimtemodel Vlaanderen onder het landgebruiksscenario ‘beleidsplan ruimte Vlaanderen’.
Ter vergelijking: Ruimtegebruik in de Oudlandpolder in 2013.
- 88 -
- 89 -
2. LANDBOUW
Waar wordt aan landbouw gedaan? Op de verschilkaart hieronder is alle landbouwgebied ingekleurd. Onder landbouwgebied verstaan we hier: - akkers, productiegraslanden en boomgaarden aangegeven bij de overheid voor inkomenssteun (4) geel + rood = landbouwareaal 2013 geel = landbouwareaal 2050
- niet-registreerde landbouwgronden: akkers en biologisch weinig waardevolle graslanden die niet geregistreerd zijn bij de overheid voor inkomenssteun, beheerovereenkomsten of in het kader van de milieuwetgeving (bv. mestbeleid). In de praktijk zijn dit percelen voor hobbylandbouw, paardenen schapenweiden en allerlei ruigten. - agrarische gebouwen Deze opsomming leert dat bv. graslanden in natuurbeheer waarvoor inkomenssteun wordt aangevraagd hier ook als landbouwgebied ingekleurd staan. 1500
+84%
1000
+27%
500
0
-500
-1000
-1500
-14%
-2000 Overig
- 90 -
Landbouw
Recreatie
Residentieel
Industrie
- 91 -
Handel
Diensten
Natuur
Landbouwbedrijven van de toekomst
Landbouwpraktijken van de toekomst
- Gespecialiseerde, grootschalige en kapitaalintensieve bedrijven die voornamelijk produceren voor de buitenlandse markt. Consumptie - ook van dierlijke producten - en economische groei blijven internationaal op een hoog peil staan, wat kansen creëert voor de landbouwers in de Oudlandpolder. Hun kwalitatief hoogstaande producten vinden gemakkelijk afzet.
- Intensieve akkerbouw wordt afgewisseld met nietgrondgebonden landbouw bestaande uit serreteelt en grootschalige stallen voor de intensieve varkens- en rundveeteelt. Deze bedrijven zijn ontworpen als gesloten systemen, waardoor er geen emissies meer zijn naar het omliggende milieu. Het overgrote deel van de grondstoffen die deze bedrijven nodig hebben, worden van buiten de Oudlandpolder ingevoerd.
- Nog meer dan in de andere scenario’s, zetten digitalisering en automatisering door. Landbouwers worden in hun dagelijkse praktijk ondersteund door geïntegreerde sensorsystemen, modellen, robotica, tracking- en tracing systemen ... Samen met het hoge opleidingsniveau van landbouwers, geeft dit hen een zeer hoge graad van autonomie. - Snelle adoptie van landbouwinnovaties. Landbouwers kunnen niet enkel terugvallen op structuren die hen financieel zuurstof geven (bv. coöperatieve samenwerkingsvormen), maar ook op programma’s die hun kennis en kunde up to date houden. - Landbouwers zijn landbouwers: Verbreding landbouwbedrijven is een marginaal gegeven.
bij
- Computergestuurde precisielandbouw: Landbouwers telen, in stroken naast elkaar, verschillende gewassen per perceel. Door het gebruik van IoT-systemen gebeuren irrigatie, pestbestrijding, bemesting, enz. op maat van elk van de teelten. Slechts minimale hoeveelheden vervuilend effluent komen daardoor nog in de omringende grachten en het grondwater terecht. - De Oudlandpolder wordt gekenmerkt door een patchwork aan irrigatiebassins van waaruit water wordt verdeeld op basis van metingen door bodemvochtsensoren, grondwaterpeilmetingen, etc.
- Volledig geëlektrificeerd: tractoren en andere werktuigen worden elektrisch aangedreven, stallen worden verwarmd op basis van elektriciteit, etc. - Het beeld van de typische polderboerderij gaat grotendeels verloren. De oude hoeves blijven soms wel nog bewaard, maar zijn omgeven door grote stallen en serres. - 92 -
- 93 -
Snel vergelijken met wat er over landbouw wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. integrale duurzaamheid wie niet kiest verliest? structurele ongelijkheid
- 94 -
- 95 -
3. NATUUR
Waar liggen de natuurgebieden? Op de verschilkaart hieronder zijn bos, duinen, slikken en schorren, natuurlijk grasland en moeras ingekleurd als natuur. donkergroen = natuur 2013 lichtgroen = nieuwe natuur tegen 2050
Principe gevolgd bij het creëren van bijkomende natuur in dit scenario: - De natuurgebieden concentreren zich in 4 eilanden: Uitkerkse Polder, Meetkerkse Moeren, de poldergraslanden tussen Klemskerke en Vlissegem en ‘t Pompje. Dit betekent dat in 2050 van het wetlandareaal uit de jaren ‘50 van vorige eeuw nog 34% zal in stand worden gehouden. - Deze 4 natuureilanden bestaan uit gevestigde natuurreservaten en aangrenzende percelen die voorkomen in de zoekzones geïdentificeerd als mogelijke compensatiegebieden voor de uitbreiding van de haven van Zeebrugge. - Historische graslanden die buiten deze 4 natuureilanden liggen en nog geen natuurgebied zijn, worden opgegeven en worden productiegrasland. +84%
1500
1000
+27%
500
0
-500
-1000
-1500
-14%
-2000 Overig
- 96 -
Landbouw
Recreatie
Residentieel
Industrie
- 97 -
Handel
Diensten
Natuur
Natuurgebieden in de Oudlandpolder - Beheer in functie van (kwetsbare) ecosystemen die men probeert in deze gebieden in stand te houden. Er wordt geïnvesteerd in grote, aaneengesloten rietmoerassen, zeggenvegetaties en zilte graslanden. - Natuurlijke systemen worden in dit scenario maximaal afgeschermd van menselijke invloeden (= land sparing principe). Alle recreatie wordt daarom uit de natuurgebieden geweerd. - Doordat natuur in de Oudlandpolder wordt teruggedrongen naar 4 ‘eilanden’, komen sommige populaties onder druk te staan (bv. kwelgewassen en pioniers als zeekraal of zeeaster, kleine ongewervelden, amfibieën, ...). Deze populaties raken geïsoleerd doordat migratie van het ene naar het andere natuurgebied niet meer kan. Hierdoor worden ze extra kwetsbaar voor calamiteiten zoals ziekte-uitbraken, ernstige overstromingen, droogte, etc. Ondanks de relatief grote oppervlakte aan natuurreservaten, gaat als gevolg hiervan de biodiversiteit in de Oudlandpolder toch achteruit.
Professionalisering en digitalisering beheer Natuurbeheer uitgevoerd door professionals natuurorganisaties en bevoegde overheidsinstanties.
van
- Natuurbeheer uitgevoerd door gecertificeerde personen die de nodige opleiding hebben gevolgd. - Natuurbeheer gebaseerd op IoT-systemen om de toestand in natuurgebieden op de voet op te volgen, en waar nodig (met technologische middelen) in te grijpen. - 98 -
- 99 -
Snel vergelijken met wat er over natuur wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. integrale duurzaamheid wie niet kiest verliest? structurele ongelijkheid
- 100 -
- 101 -
4. TOERISME & RECREATIE Nauwelijks faciliteiten voor recreatie en toerisme
Ook in dit scenario is de landschappelijke kwaliteit van de Oudlandpolder sterk achteruit gegaan door de industrialisatie in de landbouwsector. Hoewel ruimtelijk gezien de lintbebouwing en verneveling binnen de perken blijven, gaat het traditionele open polderlandschap met zijn graslanden en karakteristieke polderhoeves grotendeels verloren. De natuurgebieden in de polder zijn afgesloten voor elke vorm van recreatie. Dit om zo veel mogelijk stressfactoren veroorzaakt door menselijke activiteiten buiten te houden. Op die manier probeert men de ruimte die beschikbaar is voor natuur maximaal te benutten voor het in stand houden en herstellen van ecosystemen (= land sparing principe).
Snel vergelijken met wat er over toerisme & recreatie wordt gezegd in de andere scenario’s? Klik dan op een van onderstaande links. integrale duurzaamheid wie niet kiest verliest structurele ongelijkheid - 102 -
- 103 -
REFERENTIES (1) O’Neill, B.C. et al. (2014) A new scenario framework for climate change research: the concept of shared socioeconomic pathways. Climatic Change 122/ 387-400.
Productie Nele D’Haese (VITO)
(2) Allen, M.R. et al. (2018) Global warming of 1.5°C. An IPCC Special Report on the impacts of global warming of 1.5°C above pre-industrial levels and related global greenhouse gas emission pathways, in the context of strengthening the global response to the threat of climate change, sustainable development, and efforts to eradicate poverty.
Tekst Nele D’Haese (VITO), op basis van input van volgende experts: Wim Van Isacker (VLM) Els Goethals (VLM) Edgard Daemen (VLM) Charlotte Geldof (Ruimte Vlaanderen) Stijn Vanderheiden (Ruimte Vlaanderen) Wim Pauwels (ANB) Frank Nevens (UGent) Lode Tanghe (Provincie West-Vlaanderen) Hannelore Maelfait (Provincie West-Vlaanderen)
(3) IIASA dataset (4) Geopunt dataset (5) Decleer, K. et al. (2016) Mapping wetland loss and restoration potential in Flanders (Belgium): an ecosystem service perspective. Ecology and Society 21(4):46. (zie ook deze link)
Fotografie VLM (p.II, 2, 4, 14, 22, 28, 34, 40, 48, 54, 58, 64, 78, 81 en 86) iStock (voorflap, p.8, 10, 27, 31, 36, 53, 57, 60, 71, 72, 82, 93, 94, 99, 100, 103) Natuurmonumenten (p.32) Natuurpunt (p.77) Natura 2000 Vlaamse Overheid (p.98) Maart 2021 Verantwoordelijke Uitgever VITO Boeretang 200 2400 Mol www.vito.be
Deze publicatie werd mogelijk dankzij het Europese Horizon 2020 onderzoeks- en innovatieprogramma onder Grant Agreement N°773782.
- 104 -