Skip to main content

weliswaar_149_2020.pdf

Page 1

JUNI-JULII 2020 NR.149

WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSMAGAZINE VOOR VLAANDEREN

NAFT strijdt tegen schooluitval

Het effect van de natuur op ons welzijn: “TIJDENS DE CORONACRISIS ZAGEN WE DE NOOD AAN GROEN VOLOP BEVESTIGD.”


EN DE ZORGVERLENERS, ZIJ WERKTEN VOORT

Maar niet iedereen heeft deze luxe. Mensen met een cruciaal beroep kunnen niet in hun kot blijven. Vakkenvullers in de supermarkt,

4 HET EFFECT VAN GROEN OP ONZE FYSIEKE EN MENTALE GEZONDHEID Natuur verlaagt stress, nodigt uit tot beweging en bevordert creativiteit. Verschillende zorgvoorzieningen maken de laatste jaren werk van meer welzijnsgroen in hun omgeving. “Verbinding met de natuur brengt rust in mijn hoofd.”

2

| nr. 149 - juni-juli 2020

vuilnisophalers, vrachtwagenbestuurders, leerkrachten … en natuurlijk zorg- en hulpverleners. In de moeilijkste omstandigheden werden in een mum van tijd afdelingen in ziekenhuizen heringericht. Artsen met een specialisatie die op dit crisismoment minder essentieel is, worden ingeschakeld als verpleegkundige op COVID-afdelingen. Stagiairs en studenten bieden zich aan om vrijwillig mee te werken.

10

INTERVIEW

huiswerken in quarantaine. Nog meer dan anders zijn we blij met wat internet, videobellen en e-mail ons te bieden hebben. Op de redactie van Weliswaar kunnen we onze job met wat kleine aanpassingen van thuis uit verderzetten.

WACHTKAMERS IN DE NATUUR

© Stephan Vanfleteren

T

BOND ZONDER NAAM BLIJFT VERBINDEN Terwijl onze fysieke afstand toenam, nodigde Bond zonder Naam uit om meer te verbinden. “Langs de ene kant zien we dat de meest kwetsbaren het hardst worden getroffen, langs de andere kant is er veel solidariteit.” Tijdens de coronacrisis zette de organisatie extra initiatieven op poten.


Om besmettingen en overbelasting van ziekenhuizen en zorgpersoneel te voorkomen, kwamen velen enkel nog buiten voor boodschappen of een wandeling of fietstocht. Plots herontdekten we bossen en parken in eigen buurt. We voelden aan dat groen een heilzaam effect heeft. Rond zorgvoorzieningen is er nog heel wat ruimte voor meer natuur en biodiversiteit. Hoe daaraan gewerkt wordt, lees je op pagina 4.

Ook leerkrachten bleven in hun kot om les te geven vanop afstand. Niet evident voor leerlingen die het zonder quarantaine al moeilijker hebben op school. Voor sommigen kan het NAFT-project uitkomst bieden. Hulpverleners maken voor kwetsbare jongeren of klassen een traject op maat. Ze versterken het school- en zorgbeleid om te voorkomen dat kwetsbare leerlingen afhaken en de verbinding kwijtraken.

Volgens velen is Bond zonder Naam de meest verbindende organisatie in ons land. Die titel houden ze ook nu in ere. Met belcirkels waarbij groepjes mensen telkens iemand opbellen, met meeneemkoffies in plaats van een praatcafé en door pennenvrienden in de gevangenis en het woonzorgcentrum aan elkaar te linken. Zorgverleners zetten volledig in op wat ze het best kunnen: zorgen voor mensen.

28

DE ESSENTIE

26

DENKERS IN WELZIJN

13

DOSSIER

Liesbeth Van Braeckel, Hoofdredacteur Weliswaar

NAFT BEHOEDT JONGEREN VOOR SCHOOLUITVAL

ONS LICHAAM IS GEEN MACHINE

JEUGDZORG OF PLEEGGEZIN?

Het onderwijs, de welzijnssector en leerlingen slaan de handen in elkaar om goede, laagdrempelige en snelle hulp te bieden aan kwetsbare jongeren. “NAFT is geslaagd als iedereen met opgeheven hoofd tot een gezamenlijke beslissing kan komen.”

Hoogleraar Jenny Slatman stelt zich vragen bij het onderscheid tussen lichaam en geest. “We reduceren lichamelijke problemen snel tot iets wat in ons hoofd zit. Wat ik dan jammer vind, is dat een lichamelijke, met name zintuiglijke dimensie ontbreekt.”

Ronny Mosuse verbleef als kind zowel in een pleeggezin als in de bijzondere jeugdzorg. “We moeten nog eens stilstaan bij onze samenleving. Volgens mij passen instellingen voor jongeren die niet in hun gezin kunnen wonen daar zo weinig mogelijk in.”

Omslagillustratie Pieter Van Eenoge

nr. 149 - juni-juli 2020 |

3


WACHTKAMERS IN DE NATUUR

Het effect van natuur op welzijn en gezondheid

HET GRAS WORDT GROENER IN DE ZORG Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto’s Agentschap voor Natuur en Bos

Dat natuur een goede invloed heeft op welzijn, hoeft niet te verbazen. En dan gaat het niet enkel over de luchtkwaliteit, maar ook over het effect dat groen heeft op onze fysieke en mentale gezondheid: het verlaagt stress, brengt rust, nodigt uit tot beweging en bevordert creativiteit en concentratie.

I

n Nederland toont het project Vitamine G al aan dat wie meer groen in de buurt heeft, minder vaak bij de huisarts terechtkomt met klachten gerelateerd aan diabetes, hartproblemen of depressie. In België onderzoekt het project GRESPH al sinds 2015 de relatie tussen groen in de leefomgeving en morbiditeit en mortaliteit. RESPIRIT onderzoekt dan weer de relatie tussen luchtweggezondheid en biodiversiteit. Eén ding is zeker: er is steeds meer aandacht voor de invloed van de natuur op welzijn en gezondheid. Het is voor iedereen belangrijk om regelmatig de natuur in te trekken, maar in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen. Daarom is de afdeling VIPA (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in 2019 een samenwerking aangegaan met het Agentschap voor Natuur en Bos om meer welzijnsgroen te realiseren in de omgeving van zorgvoorzieningen.

4

| nr. 149 - juni-juli 2020

Het AZ Sint-Lucas in Brugge gaf het afgelopen jaar al het goede voorbeeld met de ontwikkeling van een eerste wachtkamer in de natuur. Die grenst aan de Steenbrugse Bosjes en de Assebroekse Meersen, twee prachtige natuurgebieden. Aan de wachtkamer starten drie bewegwijzerde wandellussen van 20 minuten tot een uur. De korte wandeling is toegankelijk voor rolstoelen en er staan banken om even uit te rusten. Er werden ook gebeeldhouwde banken opgesteld in een cirkel en stiltehoekjes, als een echte ‘wachtkamer in de natuur’. Patiënten of bezoekers kunnen dus in het groen wachten in plaats van binnen in het ziekenhuis. Ze kunnen een wandeling maken met kinderen die niet lang kunnen stilzitten. Medewerkers kunnen er hun middagpauze houden of met hun leidinggevende een gesprek in openlucht voeren. Zelfs gesprekstherapie al wandelend is er mogelijk.

“ Tijdens de coronamaatregelen zien we de nood aan groen voor ons welzijn volop bevestigd.”


MYRIAM DE BIE, AGENTSCHAP VOOR NATUUR EN BOS:

“ Sommige Vlamingen houden van tuinieren in klassieke strakke perkjes, maar het Agentschap voor Natuur en Bos creëert – ook in stedelijke context – kansen voor meer biodiversiteit met kleine stukjes wildernis en bloemenweides waar mensen natuur kunnen beleven en bewonderen.”

Hans De Schryver van het Agentschap voor Natuur en Bos van de entiteit gebiedsgerichte werking: “Vorig jaar deden we een projectoproep met als thema ‘natuur en gezondheid’ waarbij we zorgvoorzieningen opriepen om de stukjes groen die rond de gebouwen liggen meer beleefbaar te maken. Wie daarbij ook een lokale

samenwerking aangaat met de buurt, oog heeft voor biodiversiteit of zorgt voor meer natuur waar er nog maar weinig groen is, maakt meer kans op subsidie. Heel wat zorgvoorzieningen liggen op oudere, parkachtige sites, maar maken daar niet altijd gebruik van. We proberen hen aan te

moedigen om ingrepen te doen die mensen weer dichter bij de natuur brengen: aangepaste beplanting, schaduwhoekjes voorzien met zitbanken onder bomen, een poel aanleggen waar waterplanten kunnen groeien en kikkers kunnen wonen, een stukje groen laten verwilderen tot een kleine wildernis met bloemen, of een insectenhotel plaatsen.” nr. 149 - juni-juli 2020 |

5


WACHTKAMERS IN DE NATUUR

OP ZOEK NAAR GROEN IN EIGEN OMGEVING Myriam De Bie, een collega van Hans, zit in het team Natuuroplossingen. Zij ziet het belang van groen en biodiversiteit nu volop bevestigd. “Nu iedereen ‘in zijn kot’ moet blijven, gaan we met z’n allen op zoek naar groen in onze eigen buurt.” Het team heeft een ideaalbeeld voor ogen bij de ingrepen die ze zelf doen of subsidiëren. “Idealiter zien mensen groen wanneer ze ’s morgens de gordijnen openen, fietsen of wandelen ze even later langs een groen lint naar hun werk, en in het weekend kunnen ze wat verder van huis naar de grotere natuurgebieden om zowel fysiek als mentaal tot rust te komen. Door groene linten verbinden we verschillende groene plekjes die zorgen voor koelte en schaduw op warme dagen – wadi’s (Water Afvoer Drainage Infiltratie) houden water vast – en zo dragen we ook bij tot de klimaatdoelstellingen.”

Stukken natuur rond zorgvoorzieningen openstellen voor mensen uit de buurt zorgt voor een betere integratie van ouderen en zieken in de samenleving. Er is in de zorg nog heel veel ruimte voor groen rond de voorzieningen, weet Myriam. “Door die ruimte in te richten met meer groen, zorgen we voor een meer natuurlijke leefomgeving die mensen gezonder maakt. Sommigen zijn al op de kar gesprongen, maar er is nog veel ruimte die meer mogelijkheden biedt dan er vandaag benut worden. De Vlaming houdt van tuinieren, maar vanuit het Agentschap voor Natuur en Bos streven we niet naar klassieke perkjes. In het kader van een

6

| nr. 149 - juni-juli 2020

Dahlia’s langs een wandelpad voor mensen met dementie kunnen bij sommigen herinneringen aan vervlogen tijden oproepen.

betere biodiversiteit zien we liever kleine stukjes wildernis of wilde bloemenweides. In bloemrijk grasland kan je perfect paadjes maaien, dat is heel aangenaam om in te wandelen. In Schoten heb je het park Vordenstein. Dat was een klassiek park. Dankzij de inzet van een grote groep vrijwilligers – waaronder mensen die revalideren – is onder leiding van een groenarbeider de tuin omgevormd tot een ecologisch waardevol pareltje. Naast de tuin is een woonzorgcentrum dat een pad voor mensen met dementie ontwierp langs de dahliacollectie van de tuin. Die bloemen uit vervlogen tijden roepen bij sommige mensen met dementie herinneringen aan hun jeugd op.”

VAN KLASSIEKE PERKJES NAAR BLOEMEN­ WEIDES VOL VLINDERS Sven Kemland staat in voor de infrastructuur in onder andere psychiatrisch ziekenhuis Bethanië in Zoersel. “De afgelopen jaren hebben we heel wat ingrepen gedaan op ons terrein. We braken al drie oudere gebouwen af en binnenkort volgen er nog vijf. De vrijgekomen ruimte wordt ingepalmd door groen en zal een groene gordel vormen tussen de overgebleven gebouwen die verderop aansluiting vindt met de gemeenschap langs het gemeentehuis.”

De natuur rond Bethanië kent ook een evolutie van het klassieke gazon naar een andere groene invulling. “Gazon vraagt veel maaiwerk en is best arbeidsintensief om te onderhouden”, legt Sven uit. “Daarnaast merken we ook dat ons klimaat verandert. Gazon en een aantal haagsoorten hebben het de laatste jaren moeilijk om te overleven en vragen veel extra aandacht. Daarom schakelen we stilaan over op één- en meerjarige bloemenweides. Deze trekken bijen en vlinders aan, maar ook bewoners en bezoekers van onze campus weten de bloemen te appreciëren. Bepaalde kolonies van vlinders op de Kalmthoutse Heide en het militair domein in Malle kunnen elkaar niet ontmoeten vanwege de vliegafstand. Onze campus kan vanaf nu dienen als ontmoetingsplaats.”


“Werken met natuur en dieren zorgt ook voor verbinding met de buitenwereld”, vult Dries, collega van Hildegard, aan. “De ezelwandelingen in het bos worden vaak onderbroken om een babbeltje te slaan met andere bezoekers van het bos of hen toe te laten de dieren te strelen. De knuffelstal krijgt bezoekers van zowel binnen als buiten het domein. Op woensdagnamiddag zijn het vaak ook kinderen en hun gezinnen die zich op een spontane manier mengen tussen mensen met een psychische kwetsbaarheid. Het gaat allemaal als vanzelf en wordt normaal gevonden, wat erg destigmatiserend werkt voor onze patiënten.”

De zelfgemaakte hut van wilgentakken is een gezellige plek om bezoek te ontvangen.

VERBINDING MET DE SAMENLEVING Recent bouwden patiënten in het speel­­tuintje een wiglo, een hut van wilgentakken. “Een fijne plek voor KOPP-kinderen (kinderen van ouders met een psychiatrische problematiek, n.v.d.r.) wanneer ze op bezoek komen”, vindt Hildegard. “Daarnaast zijn er nog een boel initiatieven die zorgen voor meer verbinding met de samenleving. Er werd een wandeling uitgestippeld waarbij een verkiezing van de mooiste boom gehouden werd. Deze wandeling werd ook toegevoegd aan het wandelknooppuntennetwerk, waardoor er nog steeds mensen van buiten de voorzieningen in onze buurt komen wandelen. In het bos maakten we ook een stille ruimte met therapiekuil die gebruikt wordt als relaxatie- en meditatieplek, zowel door onze patiënten als door toevallige passanten. Therapie gebeurt ook steeds meer buiten al wandelend, dan zittend aan een bureau binnen.”

VERWONDERING TEGEN VERVREEMDING In het natuuratelier van Bethanië werkt Hildegard Van Looveren. “We werken herstelgericht en benaderen mensen in functie van persoonlijke en sociale groei. We denken daarbij niet in termen van ‘hoeveel kost de zorg?’ en ‘hoeveel kost investeren in natuur?’. Inzetten op natuur helpt vervreemding tegen te gaan”, vertelt Hildegard. “De laagdrempeligheid van het natuuratelier, zoals zorgen voor een plantje, het zien groeien, vogels voederen en observeren in de winter, kan zelfs bij de meest kwetsbaren verwondering wekken. Het werk in het groen brengt mensen in een flow en doet hen hun zorgen even vergeten. Het maakt hen ‘gezond moe’ en geeft het gevoel iets van betekenis te kunnen doen.” nr. 149 - juni-juli 2020 |

7


WACHTKAMERS IN DE NATUUR

HILDEGARD VAN LOOVEREN, PZ BETHANIË:

“Werken in de natuur doet mensen hun zorgen even vergeten, maakt hen ‘gezond moe’ en geeft hen het gevoel iets betekenisvol te kunnen doen.”

“MET DE NATUUR BEZIG ZIJN, ZORGT ERVOOR DAT IK IN HET MOMENT LEEF” Patiënten van PZ Bethanië werken wekelijks mee op het bedrijf van zorgboeren, een initiatief gecoördineerd door Groene Zorg. Patiënten kunnen al dan niet onder een AMA-statuut (arbeidsmatige activiteiten) werken in tuinen en parken van voorzieningen en organisaties in de buurt. “Daarnaast helpen mensen met een psychische kwetsbaarheid in Zorgbossen, een initiatief van de Bosgroepen. Ze helpen zo bossen van privé-eigenaars beheren en onderhouden”, legt Jef uit, die ook in het natuuratelier werkt. “We dromen er verder nog van om te kunnen werken met alpaca’s. Dat zijn heel aaibare dieren. Wanneer mensen zich overgeven aan hun traagheid worden ze vanzelf rustiger. Door de verbinding met de natuur, leren mensen nieuwe vaardigheden, doen ze sociale contacten op, bewegen ze, komen ze tot rust, vinden ze verwondering, hoop, troost en doen ze iets wat betekenis geeft.” ��

www.vipa.be/welzijnsgroen

��

Tot 30 juni loopt er bij VIPA een oproep voor maatregelen tegen agressie, waar ook (her)aanleg van een groene buitenruimte deel van kan uitmaken. Kijk voor meer info op www.vipa.be

8

| nr. 149 - juni-juli 2020

Chris (50) is gevoelig voor psychoses. Zo kwam ze een tijd geleden in PZ Bethanië terecht. Zij ziet een duidelijk verband tussen geestelijke gezondheid en het gebrek aan verbinding: “Verbinding met jezelf, met de ander en bij uitbreiding met alles wat leeft en de aarde.” Daarom was ze erg blij met de activiteiten die in het natuuratelier van Bethanië aangeboden werden: werken in de moestuin, groenten en fruit verwerken tot soep of confituur, kerst- of paasversiering maken met natuurlijke materialen, zorgen voor de dieren, een takkenwal vlechten rond een meditatieplek, verse muntthee maken met munt uit de tuin en het bijhorende babbeltje … “Hildegard heeft meestal wel iets in gedachten als activiteit, maar vraagt ook elke keer wat wij willen doen of waar we behoefte aan hebben. Ze moedigt aan om zelf voorstellen te doen. Zo zijn we op mijn voorstel begonnen met het verwerken van goudsbloemen uit de tuin tot goudsbloemcrème en maakten we ook al eens een scrub. Ook mocht ik al een paar keer een workshop geven om medepatiënten te tonen hoe je zo’n crème maakt. Dat was voor mij

een uitdaging, maar met de steun van Hildegard lukte het. Ze zoekt en vindt waar mijn krachten en interesses liggen en gaat daarmee aan de slag.” Sowieso is met en in de natuur bezig zijn helend voor Chris. “Het brengt rust in mijn hoofd en zorgt ervoor dat ik in het moment leef. Je bent bezig met je handen, je maakt ze vuil en je voelt letterlijk de verbinding met de aarde. Ook het nauwer betrokken zijn bij de wisseling van de seizoenen vind ik heilzaam. En dan is er nog de verwondering voor de schoonheid, hoe vernuftig alles werkt en de kracht en veerkracht die de natuur uitstraalt.” “Het gezien en gehoord worden, en iets voor anderen kunnen betekenen, zijn dingen die ik in mijn jeugd gemist heb. Dat dat nu kan, draagt ook bij aan mijn herstel”, vertelt Chris nog. “Het feit dat ik op een zinvolle manier kan bezig zijn, waarbij ik zelf kan bepalen wat ‘zinvol’ voor mij inhoudt, is van groot belang voor mijn herstel. De workshops die ik mocht geven, gaven me echt meer zelfvertrouwen.”


WELZIJN IN CIJFERS

146.611

2.613

bezoekers trok de site gemiddeld per maand in 2019.

bezoekers maakten een account aan waarmee ze toegang krijgen tot extra functionaliteiten.

De Sociale Kaart is een overzicht van alle zorgverstrekkers en zorgvoorzieningen in Vlaanderen en Brussel. Of je nu op zoek bent naar warme maaltijden aan huis, een woonzorgcentrum voor je oma of opvang voor je kind met een handicap: alle info – waaronder ook de werking, doelgroep, kostprijs en openingsuren – vind je op www.desocialekaart.be.

5.182.664 5

meest gezochte termen zijn: jongeren, drugs, wonen, CAW en kinderopvang.

pagina’s werden in totaal opgevraagd in 2019. De gemiddelde bezoeker bezocht 2,38 pagina’s per sessie.

48.242

zorgaanbieders vond je in 2019 terug in de databank.

9.342

10.491 2.974

11.300 6.695 nr. 149 - juni-juli 2020 |

7.440

9


BOND ZONDER NAAM Verbinding in tijden van corona

“AFSTAND HOEFT GEEN AFSTANDELIJKHEID TE ZIJN” Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto’s Bond zonder Naam

Al meer dan 60 jaar sieren de gevleugelde spreuken van Bond zonder Naam de muren van Vlaamse keukens en kantoren. Minder bekend is dat de vzw ook de grondlegger was van de eerste beschutte werkplaats in Vlaanderen, of het eerste vluchthuis voor vrouwen. Volgens velen is Bond zonder Naam de meest verbindende organisatie van ons land. Maar hoe pakken ze dat aan in tijden van quarantaine?

I

n 2012 overleed pater-schrijver Phil Bosmans, het boegbeeld en de bezieler van Bond zonder Naam. Vandaag staat Anniek Gavriilakis aan het roer en telt de organisatie meer dan 105.000 abonnees, mensen die de spreuken gratis in hun bus of mailbox krijgen. “Maar Bond zonder Naam staat voor zoveel meer dan alleen voor spreuken”, steekt Gavriilakis van wal. “Al onze activiteiten nodigen uit tot meer verbinding. In de eerste plaats met mensen in armoede, dak- en thuislozen, asielzoekers en (ex-)gedetineerden: mensen die het moeilijk hebben en die vaak vergeten worden.”

KRUIDENIER EN CAFÉ “Zo kunnen mensen in armoede goedkoper winkelen bij onze sociale kruidenier in Borgerhout. Naast zeer lage prijzen, vinden ze er hulp of een luisterend oor. Het is een plek die kansen creëert”, vertelt Gavriilakis. “Door de coronacrisis verdelen

10 10

| nr. 149 - juni-juli 2020

onze collega’s in de kruidenier uitzonderlijk voedselpakketten – terwijl mensen er anders zelf gewoon hun boodschappen doen – en volgen we de 600 gezinnen die we er doorgaans ontmoeten telefonisch op. We bellen ze regelmatig om te vragen hoe het gaat en geven advies als ze dat nodig hebben.” “Door de coronacrisis moest ’t Café, een ontmoetingsplek voor dak- en thuislozen, tijdelijk de deuren sluiten. We delen nog steeds koffie en water uit vanachter een raam. Daarvoor werken we samen met Free Clinic vzw. Het zijn moeilijke, maar boeiende tijden”, vindt Gavriilakis. “Langs de ene kant zien we dat de meest kwetsbaren het hardst door de coronacrisis worden getroffen, maar langs de andere kant is de solidariteit en zorgzaamheid binnen de brede bevolking veel groter. Misschien omdat er nu tijd is om stil te staan bij wat echt belangrijk is. Wij nodigen mensen

uit om niet alleen aan hun eigen kring te denken, maar ook uit hun comfortzone te treden en de meest kwetsbaren niet te vergeten.”

OEWIST? Omdat veel mensen door de lockdown een pak minder sociaal contact hebben, zette Bond zonder Naam Oewist-belcirkels op om vereenzaming tegen te gaan: belrondjes verspreid over de week, waarin telkens zeven mensen een gesprek met elkaar aanknopen. Iedereen die meedoet, belt één iemand uit de cirkel op en wordt zelf ook één keer opgebeld. Op die manier houdt iedereen de belcirkel in stand. En er zijn meer corona-initiatieven. Gevangenissen – die Bond zonder Naam doorgaans bereikt met zijn gevangenen­ werking – lieten de organisatie weten dat gevangenen de bewoners van woonzorgcentra een hart onder riem wilden


ANNIEK GAVRIILAKIS, DIRECTEUR BOND ZONDER NAAM:

“ We nodigen uit om meer te verbinden, in de eerste plaats met mensen die het moeilijk hebben en die vaak vergeten worden.”

steken. Met hun toestemming uiteraard. “We zorgden voor toestemming en 1.000 briefsets, waardoor gedetineerden nu met rusthuisbewoners schrijven en er nieuwe verbindingen worden gelegd. Ook hier geldt samenwerken, voorbij hokjes en labels”, vertelt Gavriilakis.

“Langs de ene kant zien we dat de meest kwetsbaren het hardst door de coronacrisis worden getroffen, langs de andere kant is er veel solidariteit.”

naam Instagrannies delen ze verhalen en wijsheden van Vlaamse tachtigplussers op Instagram, ook in tijden van corona. “Tachtigplussers worden vooral op hun zorgbehoefte aangesproken, terwijl ze een leven vol waardevolle ervaringen achter de rug hebben. Zo hebben ze veel ervaring in het omgaan met crisissen. Jongeren zoeken inspiratie en reflectie. Met Instagrannies brengen we deze generaties samen”, zegt Gavriilakis. “De tachtigplussers die hun verhaal delen, krijgen achteraf prints van hun post en de reacties, zodat ze weten hoe mensen reageren. ” Met Instagrannies hoopt Bond zonder Naam te verjongen. En dat lijkt te werken, want het Instgramaccount heeft op dit moment al bijna 3.900 volgers.

GRANNIES

1.000 VRIJWILLIGERS

Bond zonder Naam werkt trouwens al langer samen met ouderen. Onder de

Hoe Bond zonder Naam dat allemaal realiseert? “Met een kleine ploeg van 19 vaste

medewerkers en een enorme ploeg van bijna 1.000 gemotiveerde vrijwilligers”, zegt Gavriilakis. Bij Bond zonder Naam kan iedereen vrijwilligerswerk doen, er zijn jobs in alle soorten en maten. En er wordt altijd vertrokken vanuit de kwaliteiten van mensen. Op de website is er een test waarmee je te weten komt welke vrijwilligersjob het beste bij je past. “Onze vrijwilligers vormen de basis, het kloppende hart van de beweging. Zonder hen zouden we nergens staan. Onze sociale kruidenier draait bijvoorbeeld voornamelijk op vrijwilligers, net zoals ons café en veel andere van onze initiatieven”, zegt Gavriilakis. En daar is de organisatie dankbaar voor. Want zoals Phil Bosmans al zei: ‘Zomaar gratis helpen, is onbetaalbaar’. ��

Meer weten of meewerken aan Bond zonder Naam? Je vindt alle info op www.bzn.be nr. 149 - juni-juli 2020 |

11


COLUMN

NIET ALLE COMPLOTDENKERS ZIJN MAFKETELS 5G-zendmasten waren de laatste tijd bij ons en elders het mikpunt van brandstichtingen. Die zijn het gevolg van de heisa van burgers en organisaties die zich kanten tegen de nieuwe communicatietechnologie 5G, die dit jaar in Europa wordt uitgerold. Tegenstanders beweren dat de inplanting van 5G-antennes zal leiden tot een wereldwijde degradatie van de gezondheid van de mens en van ecosystemen. Het is begrijpelijk dat er bezorgdheid bestaat over de nieuwe technologie die de data-uitwisseling honderd tot tweehonderd keer sneller zal maken. Studies over de mogelijke langetermijneffecten van 5G ontbreken momenteel, simpelweg omdat de technologie nog te nieuw is.

vatbaarder worden voor de gevreesde COVID-infectie. Een complot theorie wordt vaak gestuurd do or intelligente mensen met een zeer sterk wantrouwen in overheid en wetenschap, en wordt blindelings gevolgd door groepen mensen die dat wantrouwen delen. Zitten daar enkele mafketels tussen, dan kan zo’n complottheorie schade aanrichten of zelfs slachtoffers maken.

De meeste stralingsingenieurs met expertise in datacommunicatie zijn er nochtans gerust in: 5G transporteert laagfrequente elektromagnetische golven die niet de kracht hebben om de gezondheid te schaden. De angst voor het onbekende en het ongrijpbare speelt burgers parten. Voor een aantal tegenstanders van 5G was de komst van het coronavirus gefundenes Fressen. Ze koppelden gewoon het een aan het ander: de installatie van 5G-masten in Wuhan verliep min of meer simultaan met het opduiken van SARS-CoV-2.

Het zogenaamde verband tussen 5G en corona is niet de enige complottheorie die in het voorjaar opdook. Net zo absurd is het geloof dat het virus gemaakt werd in Chinese laboratoria met als doel de wereldbevolking te decimeren. Nog een andere is dat het virus werd gemaakt door farmaceutische bedrijven om straks veel geld te verdienen aan een vaccin, of nog, om de verkoop van alle vaccins een duw in de rug te geven …

Dat 5G al eerder was uitgerold in Peking en Shanghai, zonder spoor van een coronavirus, kon tegenstanders er niet van weerhouden om een nieuwe complottheorie de wereld in te sturen. 5G zou het coronavirus verspreiden of de immuniteit van de omwonenden aantasten, zodat ze

De website Gezondheid en Wetenschap is de afgelopen maanden bezig geweest met het factchecken en duiden van verhalen die over het coronavirus de ronde deden. En niet alleen deze site. Overal in de wereld werd gefactcheckt dat het een lieve lust was. Nuttig voor de grote groep twijfelaars die bang wordt van coronaberichten en die we kunnen weerhouden om

de zotste therapieën uit te testen zoals je adem tien tellen inhouden, of erger, gorgelen met zuurstofwater. Op complotdenkers heeft dat factchecken helaas geen vat. In discussie gaan is zinloos. Kom je in contact met een complotdenker, toon dan respect en interesse, informeer naar details. Vaak kunnen ze die niet geven. Complotdenkers vinden van zichzelf dat ze zeer kritisch zijn tegenover de gangbare wetenschap, maar dulden absoluut niet dat anderen hun theorie kritisch onder de loep nemen. Als je hen die spiegel kan voorhouden, dan ben je aan de winnende hand. Wie weet, kan het een zendmast redden. ��

gezondheidenwetenschap.be

��

Meer info over 5G op vlaanderen.be/ elektromagnetische-straling

Marleen Finoulst, hoofdredacteur Bodytalk

12

| nr. 149 - juni-juli 2020


DOSSIER NAFT

NAFT VERENIGT ONDERWIJS EN ­WELZIJNSZORG TEGEN SCHOOLUITVAL Naadloze Flexibele Trajecten bieden jongeren die tijdelijk intensieve begeleiding nodig hebben een positief traject op maat aan, om hen zo later weer aansluiting te laten vinden bij de school. Ook scholen en leerkrachten die met kwetsbare jongeren werken, kunnen extra ondersteund worden met een NAFT-traject, waarbij het onderwijs en de welzijnssector de handen in elkaar slaan.

nr. 148 - april-mei 2020 |

13


DOSSIER NAFT

“NAFT duurt zo kort als het kan en zo lang als het moet.”

Naadloze Flexibele Trajecten voorkomen schooluitval

“BIJ NAFT IS VERBINDING CRUCIAAL: ELKE BETROKKENE IS VERANTWOORDELIJK” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Bas Bogaerts

Alle jongeren verdienen kansen. Daarom moeten we schooluitval tegengaan. Jongeren die in de problemen komen, hebben recht op NAFT. Waarvoor staat zo’n Naadloos Flexibel Traject – kortweg NAFT – nu precies? Ellen Goovaerts (Arktos vzw) is voorzitter van de NAFT-sector en geeft tekst en uitleg. 14

| nr. 149 - juni-juli 2020

WAT IS NAFT EIGENLIJK? Ellen Goovaerts: “Het is een van de maatregelen die de Vlaamse Regering nam tegen schooluitval. We streven naar een kansrijke samenleving voor iedereen. We richten ons dus op elke leerling uit het secundair onderwijs die – om welke reden dan ook – dreigt vroegtijdig te stoppen met school. Zij hebben recht op NAFT. Maar ook klasgroepen, leerkrachten en scholen kunnen ondersteund worden. Zo’n ‘naadloos flexibel traject’ begint met een aanmelding door het CLB. Vervolgens worden alle betrokkenen – leerling, school, CLB, ouders, sleutelfiguren – samengebracht om de vraag helder te stellen en te bepalen wat het doel is en hoe intensief het traject moet zijn. Alles gebeurt op maat: ook de inhoud van het traject, van individuele begeleiding tot herstelgericht werken met de hele klas, wordt afgestemd op de interesses en noden van alle betrokkenen. Verbinding is cruciaal: tussen leerlingen, hun talenten en dromen, de school(cultuur) en de maatschappij.”


NAFT is de opvolger van de vroegere time-outprojecten. Wat zijn de grote verschillen? “NAFT biedt meer kansen en mogelijkheden dan time-out. We zijn niet meer gebonden aan een vastgelegde termijn: NAFT duurt zo kort als het kan en zo lang als het moet. Door aan de slag te gaan met klassen, leerkrachten en scholen, kunnen we meer op maat werken. Bovendien zijn er meer werkvormen mogelijk: NAFT bundelt de expertise en kennis van zowel voormalige time-outaanbieders als aanbieders van persoonlijke ontwikkelingstrajecten en voortrajecten. In totaal bieden nu 20 organisaties NAFT aan, allemaal met een rijke historiek en expertise.” Welke jongeren zien jullie vooral bij NAFT? “Dat verschilt enorm. Drie voorbeelden: een 14-jarig meisje dat slachtoffer is van cyberpesten en niet meer naar school durft, een 15-jarige jongen die de zorg voor zijn alleenstaande moeder opneemt en daardoor lessen mist, of een 13-jarige die altijd zeer explosief en brutaal is op school, maar bij wie een eerdere tuchtprocedure niet heeft geholpen. Voor al die jongeren werken we op maat. Onlangs kregen we een reactie van een 18-jarige die aan een groepsvorming van NAFT had deelgenomen, een weerbaarheidstraining. Zijn reactie: ‘De meeste van die dingen wist ik niet. Ik heb er thuis heel veel over nagedacht en bij mezelf zag ik dat wat ik in mijn verleden heb meegemaakt, de foute richting uitging. Dankzij de oefeningen wist ik weer wat mijn doel is en waar ik aan moet werken’. Wij focussen bij de trajecten altijd op de aanwezige talenten en krachten, en bouwen samen aan groei.” NAFT ondersteunt ook leerkrachten en scholen. Hoe verloopt dat in de praktijk? “Stel dat leerlingen steeds vaker uit de klas worden gestuurd door de leerkrachten, om allerlei redenen – omdat ze hun

materiaal niet bij hebben, of omdat ze verbaal agressief zijn bijvoorbeeld –, en individuele gesprekken met de leerlingenbegeleider weinig uithalen, kan het CLB zulke leerlingen aanmelden voor NAFT. Tijdens het eerste rondetafelgesprek wordt duidelijk dat er breed moet worden gewerkt, dus stellen we een werkgroep samen met daarin de leerlingenbegeleider, CLB-medewerker, leerkrachten, secretariaatsmedewerker en directie. Samen bepalen we welke richting we uit willen. We kiezen duidelijk voor een verbindende en herstellende aanpak. Tijdens een brainstorm worden mogelijke scenario’s op tafel gelegd. We kiezen er samen voor om bij elk conflict een herstelgesprek te organiseren tussen leerling en betrokken leerkracht. Als NAFT-aanbieder geven wij een vorming aan een groep leerkrachten, zodat zij de juiste methodiek voor die gesprekken onder de knie krijgen. Die wordt uitgeprobeerd en bijgestuurd door de werkgroep. Het schooljaar nadien kan dit in de hele school worden geïmplementeerd.” Hoe zorgen jullie ervoor dat de resultaten duurzaam zijn? “Het is vooral belangrijk om alle betrokkenen mede-eigenaar te maken van het traject en hen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Door hen bewust

te maken, te verbinden en te versterken, en door linken te leggen met andere contexten, blijven de effecten ook na NAFT nazinderen.” U bent ook voorzitter van de NAFT-sector. Wat zijn de grootste uitdagingen? “Sinds 1 september 2019 zijn op jaarbasis 4.000 NAFT-modules mogelijk. Maar álle leerlingen uit het secundair onderwijs komen in aanmerking: ruim 400.000 Vlaamse jongeren. De grootste bezorgdheid is dat de meest kwetsbare jongeren geen begeleiding kunnen krijgen door een tekort aan middelen. Daarom willen we expliciet aandacht vragen voor jongeren die niet meteen zicht hebben op een terugkeer naar school én voor jongeren die geen school hebben. Maar we moeten ook nadenken over NAFT voor kinderen uit het lager onderwijs. Nu riskeren we een flessenhalseffect, omdat we hen niet kunnen helpen.” “Daarnaast is het dynamische en flexibele karakter van NAFT een tweesnijdend zwaard. We kunnen veel flexibeler werken: groepsgericht of individueel, op onze eigen locatie of op school, langdurig of kort … Maar organisatorisch is dat een veel grotere uitdaging dan vroeger.”

ELLEN GOOVAERTS, VOORZITTER NAFT-SECTOR:

“Het is vooral belangrijk om alle betrokkenen mede-eigenaar te maken van het traject.”

nr. 149 - juni-juli 2020 |

15


DOSSIER STEK NAFT

Zorg- en onderwijsinspectie werkten samen voor NAFT

“ HET REFERENTIEKADER HELPT IEDEREEN OM KWALITATIEF TE KUNNEN WERKEN” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Bas Bogaerts

Er bestond al langer regelgeving rond NAFT, maar begin maart werd ook het referentiekader voor NAFT-kwaliteit officieel voorgesteld. Hilde De Nil (Zorginspectie) en Regine Vandervee (Onderwijsinspectie) waren samen met hun collega’s Vera Timmers en Hilde Ooms nauw betrokken bij het ontstaan van dit kader.

“T

oen in 2018 werd gestart met NAFT, was uiteraard kwaliteitstoezicht nodig. Omdat NAFT een samenwerking is tussen Onderwijs en Welzijn, werd beslist dat de Onderwijs- en Zorginspectie dit samen zouden opnemen. “Wij zijn toen begonnen met kennismakingsbezoeken bij de verschillende NAFT-aanbieders”, vertelt Hilde De Nil van Zorginspectie. “Maar de regelgeving rond NAFT bleek te vaag en te beperkt om zo’n diverse sector goed te kunnen beoordelen. Dus hebben wij vanuit de inspectiediensten gevraagd om een referentiekader te maken dat bepaalt wat een goede NAFT-werking nu eigenlijk is. De sector van NAFTaanbieders was trouwens zelf vragende partij: zij wilden graag weten aan welke voorwaarden hun werking moet voldoen om kwalitatief te zijn. Maar hoe ze dat precies aanpakken, blijft uiteraard hun

16

| nr. 149 - juni-juli 2020

eigen keuze: het is niet de bedoeling om te raken aan hun autonomie.”

KLEMTOON OP SAMENWERKING

“In het najaar van 2018 is iedereen in actie geschoten, vertelt onderwijs­inspecteur Regine Vandervee. “Vanuit de Onderwijs­ inspectie hebben wij al veel ervaring met zulke referentiekaders. We maakten ze onder meer al voor scholen, CLB’s en internaten. En we weten hoe belangrijk het is dat zo’n kader door alle betrokkenen wordt gedragen. Het moet echt een co-creatie zijn. Daarom zijn we aan de slag gegaan met een werk- en stuurgroep met alle stakeholders: leden van beide inspecties, het Opgroeien, het Departement Onderwijs en uiteraard een ruime afvaardiging van NAFT-aanbieders. In focusgroepen kwamen ook scholen en CLB’s aan het woord én we hebben tenslotte de jongeren zelf uitgebreid bevraagd.”

Zoveel stakeholders bij elkaar, elk met hun eigen aandachtspunten en visies: dat moet toch geregeld botsen? Helemaal niet, klinkt het bij de inspecteurs. “Eigenlijk waren er opvallend veel gelijkenissen tussen de verschillende betrokkenen, met veel begrip voor elkaars werking”, vertelt De Nil. “Natuurlijk zie je soms bepaalde cultuurverschillen: in de zorgsector wordt bijvoorbeeld ander jargon gebruikt dan in het onderwijsveld. Maar die verschillen zijn net verrijkend en inspirerend. Beide domeinen hebben hun eigen expertise en vullen elkaar aan. In het referentiekader ligt dan ook een zeer sterke klemtoon op samenwerking, met respect voor de expertise en rol van elke partner.”


Anderzijds wordt verwacht dat de aanbieders erg maatgericht werken. Dat blijft een moeilijk evenwicht.”

LUISTEREN NAAR DE JONGEREN REGINE VANDERVEE, ONDERWIJSINSPECTEUR:

“We weten hoe belangrijk het is dat zo’n kader door alle betrokkenen wordt gedragen. Het moet echt een co-creatie zijn.”

“Iedereen heeft hetzelfde doel: goede, laagdrempelige en snelle hulp voor kwetsbare jongeren die dreigen uit te vallen op school.”

Ook Vandervee benadrukt de constructieve houding van alle betrokkenen. “Iedereen wil hetzelfde: goede, laagdrempelige en snelle hulp voor kwetsbare jongeren die dreigen uit te vallen op school. In de NAFT-sector leefde er wel bezorgdheid. Zouden ze hun bestaande aanbod – zoals de vroegere time-outs en persoonlijke ontwikkelingstrajecten – wel kunnen behouden en zouden de meest kwetsbaren niet uit de boot vallen? En er kwamen uitdagingen naar boven. Scholen ondersteunen is een van de doelstellingen van NAFT. Maar hoe zorg je ervoor dat dat altijd gekoppeld blijft aan een jongere of een groep jongeren, en dat het niet louter vorming van leerkrachten wordt?” Ook de vraag naar transparantie bleek een uitdaging, vertelt De Nil. “De CLB’s, die jongeren aanmelden voor NAFT, willen weten waarvoor ze bij welke aanbieder terechtkunnen.

Maar het blijft natuurlijk cruciaal om te luisteren naar de jongeren zelf. “We zijn met groepjes jongeren gaan praten die al ervaring hadden met NAFT”, vertelt De Nil. “Ook zij waren zeer positief. Ze geven aan dat ze bij NAFT veel hebben geleerd: in groep werken, op tijd komen, beter communiceren, een cv opstellen, ‘serieus’ werken of omgaan met agressie. Vooral de positieve aandacht die ze kregen, vonden ze heel waardevol. Ook de contacten tussen NAFT en school vonden ze zeer belangrijk en ze gaven aan dat ze hierbij zeker aanwezig wilden zijn.” Het referentiekader is intussen afgewerkt, maar daarmee stopt het werk niet. “De NAFT-sector kan hier nu verder mee aan de slag”, vertelt Vandervee. “Ze kunnen onder meer bekijken hoe dit kader past in hun bestaande systemen en hoe het hun werking kan ondersteunen.” Het kan ook een hulpmiddel zijn om concrete richtlijnen op te stellen. “Hoe ga je bijvoorbeeld om met jongeren die niet komen opdagen? Er wordt ook een draaiboek opgesteld voor de samenwerking tussen CLB en NAFT-aanbieders.” Maar ook voor de inspectiediensten zit het werk er nog niet op. “Met dit referentiekader en de regelgeving gaan wij nu aan de slag om een toetsingskader voor NAFT op te stellen, waarmee we dan effectief kunnen werken tijdens onze inspecties”, legt De Nil uit. “Daar zijn we nog volop mee bezig. Binnenkort gaan we dat ook aftoetsen op de werkvloer, waardoor we hopelijk vanaf september 2021 met onze inspecties kunnen beginnen.” nr. 149 - juni-juli 2020 |

17


DOSSIER NAFT

NAFT in de praktijk

“ ALS NAFT-BEGELEIDERS ZIJN WE KRITISCHE MEDESTANDERS VAN JONGEREN, SCHOOL EN CLB” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Bas Bogaerts

In de regio Zuid-West-Vlaanderen werken verschillende ­organisaties samen om NAFT aan te bieden. Anoushka Bultinck (Aura) en Koert Rottiers (Ligand) leggen uit hoe zij praktisch te werk gaan. “NAFT is geslaagd als iedereen met ­opgeheven hoofd tot een gezamenlijke beslissing kan komen.”

“De leerling moet van de school nog een eerlijke kans krijgen, anders heeft NAFT weinig zin.” 18

| nr. 149 - juni-juli 2020

I

n de regio Zuid-West-Vlaanderen hebben vier organisaties de handen in elkaar geslagen om NAFT op maat van elke jongere te voorzien. Al die organisaties hadden een bestaande werking voor jongeren met moeilijkheden op school, die ze hebben omgevormd tot een NAFT-werking. Zo bood Ligand vroeger korte time-outs, herstel en trajecten rond klasdynamiek aan. Aura was gespecialiseerd in persoonlijke ontwikkelingstrajecten. Groep Intro bood langere time-outs en voortrajecten aan en CAW Zuid-WestVlaanderen - Aktractie had ook een aanbod met voortrajecten. Het was een hele uitdaging om die bestaande werking te vertalen naar NAFT, vertelt Anoushka Bultinck (Aura). “We hebben een aantal van onze workshops, zoals Rots en Water, kunnen behouden. Daarnaast bieden we individuele begeleiding en een programma op maat aan. Jongeren kunnen onder meer een stage volgen. Ons doelpubliek is wel enorm veranderd: vroeger waren dat bijna uitsluitend jongeren uit het deeltijds onderwijs, nu bieden we trajecten aan voor alle jongeren tussen 12 en 25 jaar. Zelf begeleid ik nu ook veel jongeren uit het buitengewoon onderwijs. Er is dus een grote vertaalslag nodig geweest.” Als er nu een aanmelding binnenkomt via het CLB, dan bekijken de vier organisaties


ANOUSHKA BULTINCK, AURA:

“De initiële vraag is meestal niet de echte vraag. Enkel als iedereen zijn kaarten open op tafel legt, kan je aan een effectief traject beginnen.”

samen wie die het best aanpakt. “Dat eerste telefoontje is cruciaal”, vertelt Koert Rottiers (Ligand). “Dan stellen we al veel kritische vragen: wat is het probleem, wat is er wél nog mogelijk, is er al gepraat met de jongere zelf? Als we een aanmelding krijgen over een jongere die de verbinding met de school dreigt te verliezen, dan zijn er vaak onderliggende problemen. Een slechte dynamiek in de klas bijvoorbeeld, of een moeilijke relatie met de leerkracht en de directie. Tijdens dat eerste gesprek proberen wij de vraag al goed uit te zuiveren. En we gaan na of er een maximale betrokkenheid is van de school en het CLB. Iedereen moet echt samenwerken. In principe gaan we op elke aanvraag in. We gaan er zelfs prat op dat we altijd binnen de maand in actie schieten, bij ons geen wachtlijsten. De voorwaarde is wel dat die betrokkenheid er is. De leerling in kwestie moet van de school nog een eerlijke kans krijgen, anders heeft NAFT weinig zin.”

DELICATE ZOEKTOCHT NAFT start met een rondetafelgesprek waar alle betrokkenen aanwezig zijn: jongere, ouders, leerkracht, directie, CLBmedewerker en NAFT-begeleider. “Daar kunnen we de vraag verder ontrafelen”, legt Bultinck uit. “Want de initiële vraag is meestal niet de echte vraag. Enkel als iedereen zijn kaarten op tafel legt, kan

je aan een effectief traject beginnen. Sommige CLB-medewerkers doen vooraf heel goed hun ‘huiswerk’ en hebben al diepgaande gesprekken gehad met de jongere, de ouders en de school. Maar soms is dat nog niet gebeurd en af en toe zijn de jongere en/of zijn ouders ook nog niet helemaal ‘mee’. Toch zien we meestal wel veel bereidwilligheid.” Ook dan is het belangrijk dat de NAFT-begeleider zich open, objectief en kritisch opstelt, vertelt Rottiers. “De jongere moet voelen dat wij echt goed naar hem luisteren. We gaan samen op zoek naar wat hij te winnen heeft bij de samenwerking. In de eerste plaats zijn we er om bij leerlingen het recht op leren te waarborgen. We streven hierbij steeds naar een oplossing waar iedereen beter van wordt. Dat is soms een delicate zoektocht, omdat er verschillende gekwetste partijen aan tafel zitten.” Eenmaal de precieze vraag uitgeklaard is, kan met de jongere worden gezocht naar een traject op maat. Als dat door Ligand wordt aangeboden, streven we ernaar om de jongere maximaal op school te houden, vertelt Rottiers. “We ondersteunen de

leerling, klas, leerkracht en directie om samen op zoek te gaan naar wat nodig is. Eigenlijk zijn zij het die het traject doen slagen, door er samen voor te gaan. Wij ondersteunen dit, bieden een nieuwe invalshoek en een aantal methodieken en zorgen voor verbreding. Zo werken we vaak met een cirkelgesprek waarbij iedereen veilig en open kan spreken in de klas. Iedereen komt even lang aan het woord en niemand onderbreekt – verbaal of non-verbaal. En ook belangrijk: leerlingen en leerkracht(en) nemen deel vanuit gelijkwaardigheid. We leggen niet alle druk bij de jongere of de leerkracht, maar verdelen die en gaan op zoek naar kansen. In een klas waar bij aanvang veel conflicten waren, ontstaat vaak opnieuw verbondenheid en groepsgevoel. Heel mooi om te zien.” Die positieve insteek is ook voor Bultinck cruciaal. “Ik wil altijd op zoek gaan naar kleine succeservaringen. Zodat mensen weer in zichzelf leren geloven. Onze jongeren hebben vaak al maanden bagger over zich heen gekregen. En ook de leerkrachten en school zitten soms diep. Het helpt enorm om iedereen te wijzen op wat goed loopt.” nr. 149 - juni-juli 2020 |

19


DOSSIER NAFT

KOERT ROTTIERS, LIGAND:

“De jongere moet kunnen voelen dat wij echt goed luisteren. We gaan samen op zoek naar wat hij te winnen heeft bij de samenwerking.”

GESLAAGD OF NIET? De duur van een traject staat niet op voorhand vast en is afhankelijk van veel factoren, legt Bultinck uit. “Soms moeten we heel laagdrempelig beginnen, soms verandert tijdens het traject de doelstelling of komen er doelen bij. Ons motto is: een traject duurt zo kort als het kan, maar zo lang als het moet.” Die flexibiliteit is een groot voordeel van NAFT, aldus Rottiers. “Vroeger waren de time-outprojecten veel meer afgelijnd. Nu kunnen we creatief zijn, met een mix van korte en lange trajecten. Soms werken we met één jongere twee weken voltijds, soms maandenlang een halve dag per week. Tegenover vroeger is er veel meer maatwerk mogelijk.” Maar wanneer is zo’n traject dan ook geslaagd? “Op het verantwoordingsdocument kunnen we aanduiden of een traject vroegtijdig afgebroken is, of dat de doelstellingen – deels of grotendeels – behaald zijn”, legt Bultinck uit. “Maar wat mij betreft is dat geen barometer van een al dan niet geslaagd traject. Er zijn nog zoveel factoren die meespelen. Stel bijvoorbeeld dat tijdens een traject een conflict hersteld is, maar dat de jongere of de school toch aangeeft dat een andere richting of school beter zou zijn. Als iedereen zich daar goed bij voelt, kan dat voor mij ook een geslaagd traject zijn. En soms wordt NAFT vroegtijdig afgebroken, omdat we merken dat andere hulp, zoals thuisbegeleiding, geschikter is. Dat voelt niet aan als falen.” Rottiers vat het mooi samen: “NAFT is geslaagd als iedereen met opgeheven hoofd tot een gezamenlijke beslissing kan komen.”

20

| nr. 149 - juni-juli 2020

“In een klas waar bij aanvang veel conflicten waren, ontstaat vaak opnieuw verbondenheid en groepsgevoel.”

“NAFT HEEFT ME MIJN ­ ZELFVERTROUWEN TERUGGEGEVEN” De 18-jarige Layka had jarenlang problemen op school. Na een moeilijk parcours heeft NAFT haar weer hoopvol gemaakt over de toekomst. “Al sinds de lagere school word ik gepest. Tijdens het middelbaar kreeg ik het steeds moeilijker. Het pesten bleef duren, maar ook de druk werd me te veel. Twee jaar geleden verbleef ik een hele tijd in het psychiatrisch centrum van Pittem. Nadien voelde ik me beter, maar ik wilde niet terug naar school. Toen kwam het idee om met NAFT te starten. Na overleg

met mijn begeleidster kon ik stage lopen in een kringloopwinkel. Dat deed ik zeer graag. Ik vond het leuk en rustgevend en kreeg mijn zelfvertrouwen terug. Nu bekijken we of er nog andere mogelijkheden zijn die ik kan uitproberen. Een stage op een kinderboerderij lijkt me super. Intussen zijn er ook een paar rondetafelgesprekken geweest met de CLB-medewerker, mijn NAFTbegeleider, psychiater en ouders. Samen bekijken we hoe alles loopt en ik kan ook mijn zegje doen. Dat voelt goed: er wordt echt rekening gehouden met mijn mening.”


KORT

BACK-ON-TRACK-PROJECT BEGELEIDT DAKLOZE JONGEREN Opgroeien lanceerde onlangs Back on Track van de Kortrijkse vzw Oranjehuis. De vzw staat jaarlijks 133 jongvolwassenen tussen 17 en 25 jaar bij die in een situatie van dreigende dakloosheid terechtkwamen. Private investeerders financieren het project. Het richt zich op jongeren zonder inkomen en huisvesting die zich aanmelden voor nachtopvang en/of opvanginitiatieven van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW). Ook jonge gevangenisverlaters behoren tot de doelgroep. De vzw wil

de jongeren in de eerste plaats onderdak bieden. Daarna worden ze begeleid naar werk of een opleiding. Door intensieve begeleiding wil Back on Track vermijden dat jongeren op straat of weer in de gevangenis belanden. Het doel is dat van de 133 begeleide jongeren 85% een huurcontract heeft. Daarnaast moet 40% een wettelijk inkomen hebben of een opleiding volgen. Als die doelen worden gehaald, betaalt de Vlaamse overheid alle private investeerders terug.

25 JAAR WELISWAAR: HOE ZOU HET NOG ZIJN MET … Dit jaar bestaat Weliswaar 25 jaar. De ideale gelegenheid om terug te blikken op alle mensen en projecten die al die jaren in de kijker stonden. Ben jij ooit aan het woord geweest in Weliswaar en wil je ons graag vertellen hoe het nu met jouw voorziening, project of zorgcarrière gaat? Of las je ooit een verhaal dat je altijd is bijgebleven, waarvan

je je afvraagt hoe dat verder is verlopen? Laat het ons weten en misschien zoeken wij het voor je uit. Het resultaat lees je in de editie van september! ��

Mail ons op info@weliswaar.be

WEEK VAN VERBONDENHEID Nog tot en met zondag 7 juni organiseert Bond zonder Naam samen met Samen­ levings­opbouw de Week van Verbondenheid. De Week roept op tot meer verbondenheid en samenhorigheid in de strijd tegen vereenzaming. Dit jaar met bijzondere aandacht voor het sociaal isolement waarmee mensen in armoede te kampen krijgen. En dat vaak bovenop hun financiële zorgen. In normale omstandigheden zou deze week De Langste Tafel georganiseerd worden waarbij 30.000 deelnemers samen eten en praten om een band te smeden met anderen. Dit jaar zal er om evidente redenen waarschijnlijk naar een (digitaal?) alternatief gezocht worden. ��

Lees er alles over op www.bzn.be nr. 149 - juni-juli 2020 |

21


22

| nr. 149 - juni-juli 2020


11:17

In woonzorgcentrum De Witte Meren in Mol fietsen de bewoners virtueel door hun oude wijk of stad. Zo krijgen ze de broodnodige beweging, zonder dat ze zich in het verkeer moeten wagen. Aanvankelijk was fysieke beweging het doel van het fietsen op de Memoride, maar al snel bleek het cognitieve en sociale aspect van deze ritjes even belangrijk. De bewoners halen herinneringen op en delen deze met veel plezier met hun medebewoners. Omdat het coronavirus sociale isolatie en gebrek aan betekenisvolle beweging met zich meebrengt, krijgen alle zorginstellingen nu de kans om Memoride een dag per week gratis te gebruiken. ��

Meer info op www.memoride.be *Alex is een schuilnaam. nr. 149 - juni-juli 2020 |

23


KIEZELPROJECT

Kiezelproject laat begeleide en niet-begeleide jongeren samen stap naar volwassenheid zetten

GROEIEN MET VALLEN EN OPSTAAN Auteur Liesbeth Van Braeckel | Foto MFC Bethanië

Jongeren die lang in een residentiële setting verblijven, moeten vaak uit noodzaak op korte termijn plots zelfstandig gaan wonen. Het drama van de 19-jarige Jordy, die in 2016 moederziel alleen stierf, deed de samenleving inzien dat er hiaten zitten in de hulpverlening voor jongeren op transitieleeftijd. De hulpverlening werkte intussen de overgang voor jongvolwassenen van residentiële woonvormen naar zelfstandig wonen verder uit. Integratie, inclusie en participatie in de maatschappij staan daarbij voorop.

B

ethanië is een Multifunctioneel Centrum voor kinderen en jongeren met gedrags- en emotionele problemen tussen 3 en 25 jaar. Het centrum wil kinderen met deze problematiek en hun gezinnen een vraaggerichte en kwaliteitsvolle zorg bieden, ingebed en verankerd in de samenleving. Dit is maatwerk waarbij het orthopedagogisch kader – inclusief therapeutisch en schools aanbod – richtinggevend is. Kinderen en hun context krijgen een stevig programma met vele diepgaande leef- en leerervaringen, dat uitgaat van de kracht om te groeien. Geïnspireerd door de slogan ‘it takes a village to raise a child’ streeft Bethanië ernaar om kinderen en jongeren in de samenleving te houden.

24

| nr. 149 - juni-juli 2020

Bethanië ging al in 2006 op zoek naar bijzondere op maat gemaakte zorg. Hieruit groeide het Villageproject Kiezel. De Villageprojecten zetten bewegingen of structuren op die de integratie van jongeren met een beperking en/of gedrags- en emotionele problemen bevorderen. Wie op eender welk vlak moeilijk(er) functioneert, moet ook sociaal en emotioneel verbonden kunnen zijn met andere mensen. De nadruk ligt op de meest noodzakelijke menselijke behoeften: het zich verbonden voelen met anderen en de samenleving. Bethanië laat jongeren opgroeien in de brede samenleving, en leren sociaal, financieel en praktisch zelfstandig worden. Villageprojecten zijn een mix tussen het gewone en het ongewone en zijn complementair aan residentiële projecten.

WERKENDE, ­STUDERENDE EN BEGELEIDE J­ ONGEREN SAMEN OP KOT Het studentenhuis op de Kiezelstraat kreeg in het kader van de Villageprojecten een specifieke invulling. Drie werkende of studerende jongeren wonen er samen met twee begeleide jongeren met extra noden die op eigen benen moeten leren staan. Elke jongere betaalt een billijke huurprijs. Vaak verbleven de twee begeleide jongeren een tijd in een orthopedagogische residentiële setting die de overgang maakt naar zelfstandig wonen. Elke jongere leeft zijn leven en gaat naar school of werkt, maar bepaalde taken, zoals koken, activiteiten organiseren en het huis onderhouden, doen ze samen.


BEWONER VAN HET KIEZELPROJECT:

“ We leren allemaal wel iets van elkaar en bouwen aan een levenslange vriendschapsband. We zijn er voor elkaar op leuke en minder leuke momenten.”

De werkende en studerende jongeren hebben geen specifieke hulpverlenende of coachende rol. Ze kiezen ervoor om zich in het samenleven te engageren en vormen het startnetwerk rond de begeleide jongeren. Met hun netwerken brengen ze nieuwe werelden en mogelijkheden binnen in het huis van de begeleide jongeren. Zo breiden hun netwerken – en hun kansen – als vanzelf uit. “Het Kiezelproject is niet zomaar een kot”, zegt een van de jongeren. “Het is een warm huis waar je met andere jongeren samenwoont en dat is echt een unieke ervaring. We leren allemaal wel iets van elkaar en bouwen aan een vriendschapsband die volgens mij ons

hele leven zal blijven bestaan. Samen kunnen we lachen en plezier maken, maar ook tegenslagen ervaren. We zijn er voor elkaar tijdens leuke en minder leuke momenten. In het Kiezelproject woon je zelfstandig, maar tegelijk toch ook samen.” “Kiezel is voor mij een gewoon kot waar kotgenoten elkaar helpen”, vult een andere bewoner aan. “Zo kan ik hulp vragen bij het oppompen van mijn fietsband, bij het koken, maar ook een babbel als het even niet goed gaat. De begeleiding hangt van de jongeren zelf af: als ik er een keer geen zin in heb, dan zeg ik dat en komt de begeleidster niet langs.”

WARME KOTMADAM IN PLAATS VAN STRENGE HUISBAAS Bij de start van het project kreeg de begeleiding de vorm zoals die er gewoonlijk uitziet in een residentiële setting: met een vaak aanwezige opvoeder die alles opvolgt en op tijd bijstuurt. Maar al snel bleek dat niet de juiste manier van werken. Jongeren gaven aan dat zij deze begeleiding buiten de reguliere hulpverlening ervoeren als ‘binnen de reguliere zorg, maar gewoon op een andere locatie’. Na deze opmerkingen werd de begeleidersrol anders ingevuld: er kwam een warme kotmadam die de combinatie van zorg en organisatie op zich nam. De bezorgde en nauwlettende huisbaas die richtlijnen voorschreef, werd vervangen door een kotmadam die steunt en stimuleert waar nodig, en de jongere bewust maakt van de eigen verantwoordelijkheden en de gevolgen van zijn gedrag en keuzes. Twee begeleiders staan elk vier uur per week klaar voor de jongeren. Ze koken dan samen, helpen met huishoudelijke en administratieve taken en hebben individuele gesprekken of groepsgesprekken. Als het nodig is gaan ze ook mee naar de bank of naar school om vragen, problemen en administratieve kwesties in orde te brengen. De verantwoordelijkheid ligt bij de jongeren zelf en de ondersteuning gebeurt op hun vraag. Hulpverleners in het Kiezelproject moeten zichzelf bewust overbodig durven maken, zodat jongeren de kans krijgen bij te leren. De overgang naar volwassenheid gaat dan met vallen en opstaan, zoals bij iedereen. ��

Vorig jaar werd het Villageproject Kiezel bekroond voor haar uitzon­derlijke werking door Cera-Rubiconproject. Kiezel kreeg de prijs voor het bieden van zorgcontinuïteit voor kwetsbare jongeren na hun achttiende levensjaar.

��

www.bethanië.be nr. 149 - juni-juli 2020 |

25


DENKERS IN WELZIJN

Wat zijn de grootste uitdagingen voor de welzijnszorg? Hoe ziet de toekomst eruit? Denkers uit binnen- en buitenland leggen hun visie voor.

Filosofe Jenny Slatman probeert anders te denken over lichamelijkheid

WE ZIJN ONS LICHAAM Tekst Harold Polis | Foto Erik van der Burgt

Jenny Slatman, hoogleraar aan Tilburg University, onderzoekt de filosofische kant van lichamelijkheid in gezondheidszorg. Wat betekent het zieke lichaam dat zo centraal staat? Wat is het verschil tussen ziek en gezond zijn? Hoe kijken mensen naar zichzelf? Weliswaar sprak met haar over een bredere kijk op lichamelijkheid.

Jenny Slatman stelt grote filosofische vragen die geen vanzelfsprekend antwoord hebben. Vooral het onderscheid tussen lichaam en geest zit volgens haar fout. Al wat we niet begrijpen, duwen we weg naar de geest. En het lichaam behandelen we als een machine.

ZIEK ZIJN BETEKENT NIET ALTIJD HETZELFDE Je vakgebied als onderzoekster heet officieel medical humanities. Wat houdt dat in? Jenny Slatman: “We kijken naar gezondheidszorg vanuit de disciplines van de geesteswetenschappen, van filosofie en literatuur tot geschiedenis. Medische ethiek is een gekender voorbeeld. Je kan op die manier wat ruimer reflecteren op gezondheidszorg.” “Medische wetenschappen zeggen heel stellig hoe ziekte en gezondheid in elkaar

26

| nr. 149 - juni-juli 2020

zitten. Het publiek neemt daardoor die duidelijkheid over: zo zit het in elkaar. De betekenis van ziekte en gezondheid is echter altijd genuanceerd en niet definitief. Medical humanities helpen om dat aspect te belichten.” De biologie heeft dus niet het laatste woord? “Niet altijd. Heel veel ontwikkelingen in de medische wetenschappen zijn ook politiek of economisch gekleurd. Dat leer je als student medische wetenschappen niet. Die kritische kijk reiken mijn collega’s en ik aan.” Onze benadering van lichamelijkheid en gezondheid is zeer rationeel en meetbaar. Hoe bepaalt ons taalgebruik dan onze houding tegenover ons lichaam? “Medische begrippen en darwinistische inzichten, zoals natuurlijke selectie, zijn opgenomen in onze cultuur. We vinden dat heel normaal om onze wereld

zo te interpreteren. Dat is ook taal. Wetenschappelijke verklaringen, medisch of psychologisch, vormen ook een manier van spreken. Als we met elkaar spreken, gebruiken we woorden waarvan we denken dan ze verwijzen naar iets in de werkelijkheid, zoals de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein heeft beschreven. Maar heel vaak gaat het over nauwelijks of helemaal niet tastbare dingen. Dat is ook het probleem met de term geest. Die wordt gebruikt alsof er een geestelijke substantie bestaat. Maar wat is dat dan? Meestal zegt men dan: dat wat niet lichamelijk is. Tja, dan houdt het gesprek op. De geest wordt dan een soort restcategorie van het niet lichamelijke. Maar dan weten we nog niets.” Beseffen we niet meer dat we onszelf als een machine bekijken? “Het lichaam is een biologisch object. Wat we niet kunnen verklaren, noemen we geest en verwijzen we naar het volgende loket.”


JENNY SLATMAN, TILBURG UNIVERSITY:

“Hoe voel je je? Hoe beweeg je je? Zulke vragen worden te weinig meegenomen in gesprekken over gezondheid.”

IK VOEL DUS IK BEN Je zegt dat psychologisering en neurologisering de omgang met ons lichaam bemoeilijken. Wat bedoel je daarmee? “We reduceren lichamelijke problemen snel tot iets wat in ons hoofd zit. De psychologisering merk je heel sterk bij obesitas. Mensen krijgen psychologische begeleiding bij een maagverkleining. Ze moeten anders leren omgaan met leef- en eetgewoontes. Ze krijgen daarvoor allerhande instrumenten aangereikt. Wat ik dan jammer vind, is dat een lichamelijke, met name zintuiglijke dimensie ontbreekt. Hoe voel je je? Hoe beweeg je je? Zulke vragen worden te weinig meegenomen.” Moeten we naar ons lichaam leren luisteren? “Ja, die vraag wordt vaak gesteld, zeker ook bij obesitaspatiënten. Maar wat betekent die vraag eigenlijk? Wie is er dan aan het luisteren? Naar wat luister je? En is het

fout als je niets hoort? Het is helemaal niet eenvoudig om te vatten wat we met die uitspraak bedoelen.”

“Veel ontwikkelingen in de medische wetenschappen zijn politiek of economisch gekleurd.” Dat is dan die fameuze geest, die je wil verwijderen uit de gezondheidszorg. “Het is absoluut niet mijn bedoeling om de mens te beperken tot zijn lichaam, want dan zouden de hersenen gewoon de rol van de geest overnemen. Het gaat er mij om dat je de lichamelijkheid breder denkt.” “Bij burn-out spreken patiënten over overprikkeling. Mensen kunnen er niet mee

omgaan. Als je goed doorvraagt, gaat het vaak over een teveel aan zintuiglijke prikkels. Het is jammer dat daar weinig aandacht voor is. Daar wil ik aan werken met mijn onderzoek.” Je probeert dus eigenlijk een andere, hedendaagse invulling te geven aan de samenhang van onze ervaring als mens? Volgens jou loopt het dus mis als we niet voldoende kritisch omgaan met de manier waarop we naar ziekte en gezondheid kijken? “Bij somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) loopt het mis omdat die ziektebeelden niet netjes in categorieën passen. Een lichamelijke klacht zonder lichamelijke oorzaak is lastig. Een infectie kan je behandelen met antibiotica. SOLK niet.” ��

Lees het volledige gesprek met Jenny Slatman op weliswaar.be

nr. 149 - juni-juli 2020 |

27


“HOE MEER GELD JE GEEFT AAN EEN SECTOR, HOE BELANGRIJKER JE IETS VINDT ALS SAMENLEVING” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Bob Van Mol

Muzikant en schrijver Ronny Mosuse bracht als kind een aantal jaren door in een pleeggezin en verbleef ook een tijdje in een instelling voor bijzondere jeugdzorg. Als hij tussen die twee zou moeten kiezen, gaat hij resoluut voor het pleeggezin. Ook al kost pleegzorg heel wat moeite en geld.

We spreken Ronny aan het begin van de coronacrisis, uiteraard op afstand en per telefoon. Doet deze crisis hem stilstaan bij jongeren die nu in een instelling voor bijzondere jeugdzorg verblijven? “Ik las getuigenissen uit een instelling in de krant: die grepen me echt naar de keel”, vertelt hij. “Omdat ik me wel kan voorstellen in wat voor situatie ze nu zitten. Ik vind het verschrikkelijk en hoop dat er toch manieren gevonden worden om het draaglijk te maken voor hen. Het is niet makkelijk als ze niet naar school kunnen, geen bezoek kunnen ontvangen, als activiteiten buitenshuis wegvallen. Ook hun opvoeders en begeleiders hebben het nu allesbehalve makkelijk. Iedereen worstelt met deze situatie.” ��

28

Kunnen we dan misschien ook iets leren uit deze crisis? “Voor mij is het vooral een signaal dat we nog eens goed moeten stilstaan bij hoe we onze samenleving misschien moeten of kunnen herorganiseren. Voor mij passen instellingen voor jongeren die niet in hun gezin kunnen wonen daar niet in, of toch zo weinig mogelijk. Als mensen vinden dat iets niet volgens de normen verloopt, dan stoppen ze het weg. Dat is met alles zo, maar ik ben daar geen voorstander van. Pleegzorg is dan een betere oplossing. En zorg op maat van gezinnen, bijstand en hulp aan huis.”

Lees op weliswaar.be verder over Ronny’s eigen ervaring met pleeg- en jeugdzorg, welke eigenschappen een goede pleegouder heeft, en de invloed van een ‘rugzakje’ als je aan je volwassen leven begint.

| nr. 149 - juni-juli 2020


DE ESSENTIE VOLGENS RONNY MOSUSE

“Om te starten met pleegzorg moet je liefde en zorg op overschot hebben. En goed ondersteund worden.”

nr. 149 - juni-juli 2020 |

29


OF NIET SOMS? De mening van essayist en uitgever Harold Polis. Je kunt ermee akkoord gaan. Of niet.

DE MUSKETIER IN ELK VAN ONS H

eldhaftigheid is terug van nooit weggeweest. Mensen doen dat nu eenmaal: hun medemensen redden, helpen en verzorgen, zonder naar zichzelf te kijken. Boven jezelf uitstijgen door jezelf weg te cijferen is een ideaal dat in onze cultuur ontelbare vormen heeft aangenomen. De drie musketiers bijvoorbeeld. Eén voor allen, allen voor één. De waanzinnig populaire negentiende-eeuwse roman van de Franse schrijver Alexandre Dumas wordt tot op vandaag driftig gekopieerd in strips en Hollywoodfilms. Actiehelden, en -heldinnen, hebben een groot hart, overwinnen tegenslagen en bestrijden het onrecht – en na afloop hebben ze amper een schrammetje op hun wang. Wie zou zich daar niet aan willen spiegelen? Zoals we intussen met zijn allen collectief hebben ondervonden, loopt het leven volgens onvoorspelbare paden. Plots zijn verplegers en verpleegsters toonbeelden van heldhaftigheid. En al die andere mensen die in de luwte hun bescheiden bijdrage aan de samenleving leveren ook. De wereld staat op zijn kop. Silicon Valley is tof. Al die grote geesten en succesvolle ondernemers zijn tof. Maar eigenlijk zijn op dit moment de mensen die onze ouders of grootouders verzorgen in het rusten verzorgingstehuis om de hoek toch vele malen toffer.

In de geschiedenis van het Westen is onbaatzuchtigheid als bron van georganiseerde hulp voor zieken en zwakkeren niet weg te denken. Dat kleurt ook de heldhaftigheid van de drie musketiers. Voor een belangrijk deel is die zorggeschiedenis te danken aan initiatieven die christenen hebben ontplooid. In het recent verschenen Heerschappij. Hoe het christendom het Westen vormde beschrijft de Britse (niet-gelovige) auteur Tom Holland hoe die christelijke moraal een revolutie teweegbracht in de Romeinse samenleving. Tegenover het recht van de sterkste plaatsten de

30

| nr. 149 - juni-juli 2020

vroege christenen het toen totaal onbegrijpelijke principe dat iedereen over hele wereld gelijk was in de ogen van de schepper. Ook de lamme, de blinde, de oude, de zieke, de verstoten en of de veroordeelde medemens. Christenen begonnen meteen opvang- en ziekenhuizen te bouwen en te pleiten voor sociale rechtvaardigheid. Tom Holland maakt het punt dat onze huidige door en door seculiere samenleving nog steeds een van oorsprong christelijke basismoraal volgt. Uiteraard heb je vele andere niet-Westerse tradities die volop inspireren tot naastenliefde, mildheid en zorg. Ook dat ervaren we nu volop: de hele wereld is aan het helpen en zorgen. Het Westen bezit niet het monopolie van het hart. De musketier in elk van ons moet op zoek naar nieuwe vormen van heldhaftigheid. In de lange, bevreemdende periode die we zijn binnengetreden, zal het er ook op neerkomen om de zorg nog beter te organiseren. Om de noden van de bevolking beter te begrijpen en de energie van de zorg beter in te zetten. Gezocht: moedige musketiers om kokers, schotten, silo’s, kortsluitingen, lekken, gaten, tekorten, misverstanden en ongelijkheden weg te werken. Harold Polis


ZELF JE GRENZEN AANGEVEN Kinderen met een lichamelijke of meervoudige beperking hebben meestal hulp nodig bij de verzorging. Dit boek leert kinderen zelf hun grenzen aan te geven. Daarbij is begrip van afstand en nabijheid tot anderen een voorwaarde. ��

Nynke Biegel-Slappendel, e.a., Cirkels van nabijheid. Hoe dicht kom jij bij mij?, SWP, 2020, 208 p., €49,5. ISBN 9789088508868

MEERDERE DIAGNOSES: WAT NU? Soms passen de problemen van patiënten niet in één vakje: een probleem komt immers zelden alleen. Wat als er sprake is van triple diagnose problematiek, oftewel het samengaan van psychische stoornissen, verslaving en een licht verstandelijke beperking? ��

Neomi van Duijvenbode, e.a., Praktijkboek triple problematiek. Psychische klachten, verslaving en licht verstandelijke beperking, SWP, 2020, 184 p., € 29. ISBN 9789088508226

GOEDE PEDAGOGIEK IN DE PRAKTIJK Wat goede, verantwoorde kinderopvang is, staat duidelijk omschreven in de wet. Maar hoe doe je dat nu precies? Hoe zorg je voor hoge pedagogische kwaliteit op de groep? De methode in dit boek helpt een evenwichtige relatie met kinderen op te bouwen. ��

Saskia Henderson, Sensitief communiceren in de kinderopvang. Versterk de pedagogische kwaliteit met de Gordonmethode, SWP, 2020, 144 p., € 21,5. ISBN 9789088509513

SLEUTELS TOT HULP EN ONDERWIJS De hulp aan uithuisgeplaatste jeugdigen staat sterk in de belangstelling. Dit boek geeft een overzicht van wat werkt in de hulpverlening. Op basis van de meest recente kennis uit wetenschap en praktijk wordt aandacht geschonken aan werkzame factoren zoals leefklimaat, samenwerking met ouders of training van professionals. ��

Annemiek Harder, e.a., Uithuisgeplaatste jeugdigen. Sleutels tot succes in behandeling en onderwijs, SWP, 2020, 264 p., € 37. ISBN 9789088509322

Welzijns- en gezondheidsmagazine voor Vlaanderen uitgegeven door de Vlaamse overheid – Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jaargang 26 - nummer 3 Editie juni - juli 2020 Redactie: Liesbeth Van Braeckel, Liesbeth Van Houdt Eindredactie: Harold Polis Medewerkers: Stefanie Van den Broeck Tekeningen en cartoons: Pieter Van Eenoge, Nix Fotografie: Jan Locus, Bob Van Mol, Stephan Vanfleteren Verantwoordelijke uitgever: Karine Moykens, secretaris-generaal Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel Redactiebegeleiding en lay-out: Trendhuis Druk en distributie: Roularta Publishing Oplage: 15.036 ex Gratis abonnementen, adreswijzigingen, annuleringen: weliswaar@abonnementen.be of 078 35 33 13. Bij adreswijziging oud én nieuw adres en abonneenummer vermelden. Redactie: redactie@weliswaar.be Tel.: 02 553 33 76 Fax: 02 553 31 40 Vlaamse overheid – Departement WVG Weliswaar Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel Wil je een kort bericht plaatsen? info@weliswaar.be Weliswaar kan geen lezersbrieven opnemen. Je reactie is altijd welkom op het redactieadres of info@weliswaar.be en facebook.com/weliswaar

Weliswaar wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier.

HULDE AAN DE ZORGVERLENERS Dit boek brengt hulde aan de duizenden medewerkers van woonzorgcentra die zich elke dag, in soms moeilijke omstandigheden, met heel veel liefde en engagement inzetten voor kwetsbare ouderen. ��

Robert Geeraert, Trots op onze ouderenzorg. Goede ­praktijkvoorbeelden van woonzorgcentra, Politeia, 2020, 260 p., € 32. ISBN 9782509036803

2020

WIW 149.20 JG26/nr.3

ISSN 1371-9092

nr. 149 - juni-juli 2020 |

31


LAAT VAN JE HOREN Kwam jij ooit aan het woord in Weliswaar en wil je vertellen hoe het nu met jouw voorziening, project of zorgcarrière gaat? Of las je ooit een verhaal dat je bijbleef, waarvan je je afvraagt hoe het verderging? Kijk dan op pagina 21 en neem contact met ons op.

Afgiftekantoor Gent X Roularta Media Group Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare

TIJDSCHRIFT

Weliswaar, welzijns- en gezondheidsmagazine verschijnt vijfmaal per jaar (februari, april, juni, september, november) Machtigingsnummer 2386570 Erkenningsnummer P3A8091

32


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
weliswaar_149_2020.pdf by Vlaanderen-be - Issuu