Advies Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet Brussel, 20 september 2021
COM_DIV_20210920_BVR Inburgering en Integratie_ADV.docx Commissie Diversiteit Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be/diversiteit
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
Adviesvraag: Adviesaanvraag voor het voorontwerp van besluit van de VlaamseRegering tot wijziging van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voorde Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, totwijziging van de regelgeving over het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleiden tot bepaling van de inwerkingtreding van artikel 3 van het decreet van 22december 2017 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 Adviesvrager: Bart Somers - Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen Ontvangst adviesvraag: 30 juli 2021 Adviestermijn: 52 dagen Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie) Goedkeuring raad: 20 september 2021
Contactpersoon: Liselotte Hedebouw – Lhedebouw@serv.be
2
De heer Bart SOMERS Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen Arenberggebouw Arenbergstraat 7 1000 Brussel contactpersoon Liselotte Hedebouw Lhedebouw@serv.be
ons kenmerk COMDIV_BR_20210920_BVR_Integratie_Inburgeringsbeleid
Brussel 20 september 2021
Adviesvraag voorontwerp BVR bij het integratie- en inburgeringsbeleid Mijnheer de minister Op 30 juli 2021 vroeg U de SERV om advies over het voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voorde Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, tot wijziging van de regelgeving over het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid en tot bepaling van de inwerkingtreding van artikel 3 van het decreet van 22december 2017 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018. Dit voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering zal uitvoering geven aan het gewijzigde decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse Integratie- en Inburgeringsbeleid. De SERV behandelde deze adviesvraag binnen de Commissie Diversiteit, waarin de sociale partners samen met LEVL en het Gebruikersoverleg Handicap, Chronische ziekte en Arbeid adviezen formuleren over evenredige arbeidsdeelname, diversiteit en gelijke behandeling. Hierbij bezorgen wij u graag het advies. Uiteraard zijn we steeds bereid om hierover met u van gedachten te wisselen. Wij hopen dat u deze aanbevelingen ter harte neemt in de verdere uitwerking van het integratie- en inburgeringsbeleid. Hoogachtend
Pieter Kerremans
Ann Vermorgen
administrateur-generaal
voorzitter
Kopie: Minister van Werk Hilde Crevits, Minister van Onderwijs Ben Weyts, Minister-president Jan Jambon
COM_DIV_20210920_BVR Inburgering en Integratie_ADV.docx Commissie Diversiteit Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be/diversiteit
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
Inhoud Inhoud ................................................................................................................................ 4 Krachtlijnen ......................................................................................................................... 5 Advies ................................................................................................................................ 7 1
Inleiding.................................................................................................................. 7
2
Geïntegreerde aanpak en intake ........................................................................... 7
3
Gestandaardiseerde testen MO ............................................................................ 10
4
Retributies .............................................................................................................. 11
5
Beperkte leercapaciteiten ..................................................................................... 12
6
Versterking taalkennis na behalen inburgeringsattest ....................................... 12
7
Participatie- en netwerktraject .............................................................................. 14
8
Horizontaal integratiebeleid .................................................................................. 15
9
Verklaring van essentiële rechten en plichten..................................................... 16
10
Sociaal tolken ........................................................................................................ 16
11
Sancties bij inbreuken ........................................................................................... 17
4
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
Krachtlijnen Op 30 juli 2021 vroeg de minister advies aan de SERV over het voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering dat uitvoering zal geven aan het gewijzigde decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse Integratie- en Inburgeringsbeleid. De SERV behandelde deze adviesvraag binnen de Commissie Diversiteit. Het is positief dat het ontwerp van besluit de verplichte inschrijving bij de VDAB, voor alle inburgeraars op beroepsactieve leeftijd die niet werken, verder uitwerkt. Actief meewerken aan een traject naar werk maakt zo deel uit van het inburgeringstraject. Een versterkte activering van nieuwkomers impliceert, volgens de VESOC-partners, ook dat de VDAB inburgeraars actief en op maat begeleidt naar een job, in nauwe samenwerking met alle betrokken instanties. De commissie vraagt duidelijkheid over hoe de VDAB deze actieve begeleiding van inburgeraars op een kwaliteitsvolle manier zal aanpakken. Inburgeraars moeten daarbij kunnen rekenen op een inschatting, begeleiding en ondersteuning op maat door de VDAB. Voor de commissie is het cruciaal dat, ook met de invoering van de gestandaardiseerde testen NT2, de aantrekkelijkheid van geïntegreerde trajecten behouden blijft. Een meer flexibel NT2-aanbod is nodig. Bij de verdere uitwerking van de regelgeving omtrent de gestandaardiseerde testen NT2 vraagt de commissie om advies te worden gevraagd. Het is positief dat een geïntegreerde aanpak, inclusief een geïntegreerde intake, tussen de Agentschappen Integratie & Inburgering, VDAB/Actiris en OCMW’s/lokale besturen in het ontwerp van besluit is opgenomen. Er moet snel werk gemaakt worden van samenwerkingsakkoorden gericht op sterke partnerschappen. De commissie vraagt om bestaande goede praktijken te bundelen, als kader aan te bieden en snel te veralgemenen. Een geïntegreerde aanpak moet sterk worden ondersteund door een goede uitwisseling van gegevens. De commissie vraagt om daarbij in te zetten op het realiseren van het only-once principe, waarbij inburgeraars dezelfde informatie slechts één keer aan de overheid moet doorgeven, en het automatisch toekennen van rechten. Verdere digitalisering moet ervoor zorgen dat trajectbegeleiders meer tijd krijgen voor een kwaliteitsvolle begeleiding van inburgeraars. Het is positief dat er naast het slagen op de gestandaardiseerde test MO ook procesevaluatie wordt meegenomen. Gezien er nog geen ervaring is met dit soort testen vraagt de commissie zeker in de beginfase enige flexibiliteit zodat procesevaluatie kan compenseren. De commissie vraagt om procesevaluatie ook mee te nemen bij het uitwerken van de regeling voor de gestandaardiseerde testen NT2. De invoering van de retributies mogen niet zorgen voor extra drempels, iedereen moet een inburgeringstraject kunnen volgen. Inburgeringstrajecten richten zich op een groep met een hoog armoederisico. Daarom vraagt de commissie om voor bepaalde groepen gehele of gedeeltelijke vrijstellingen van de retributies te voorzien, zoals bijvoorbeeld in het financieringsdecreet van het volwassenenonderwijs. Voor de mogelijkheid waarbij OCMW’s tussenkomen en garant staan vraagt de commissie om duidelijke afspraken en engagementen over deze tussenkomsten uit te werken in het te actualiseren samenwerkingsakkoord tussen de Agentschappen Integratie & Inburgering en OCMW’s. Het voorontwerp van besluit concretiseert hoe beperkte leercapaciteiten zullen worden bepaald. Het is positief dat voor MO minstens de trajectbegeleider, de docent MO en een persoon met pedagogische kennis worden betrokken.
5
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
De commissie vraagt verduidelijking bij de noodzaak van het invoering van de nieuwe verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van het inburgeringsattest voor inburgeraars die omwille van beperkte leercapaciteiten de doelstellingen van het vormingspakket niet kunnen behalen. Zo kunnen sommige alfa-cursisten ook op basis van aangepaste doelstellingen inzake NT2 een volwaardig inburgeringsattest verkrijgen. Zal de verklaring dezelfde juridische status hebben dan het inburgeringsattest? Het is positief dat in het voorontwerp van besluit naar een ruime invulling van de concepten werken en studeren is gezocht. De commissie heeft een aantal specifieke aandachtspunten bij deze concepten. Voor het behalen van het bijkomend taalniveau B1 mondeling, 2 jaar na afronden van het inburgeringstraject, geldt een uitzondering voor wie 6 maanden heeft gewerkt of gestudeerd. De commissie gaat er van uit dat dat ook geldt wanneer het gaat om een combinatie van werken en studeren en vraagt om dat toe te voegen. Afhankelijk van de specifieke situatie van de inburgeraar kan het aantonen hiervan al snel een complexe situatie worden. De commissie vraagt dat zoveel mogelijk te automatiseren en vraagt verduidelijking over hoe inburgeraars, indien nodig, hierbij zullen worden ondersteund. Bij het nieuwe luik participatie- en netwerktraject vraagt de commissie om zeker samenwerking aan te gaan met (middenveld)organisaties die reeds ervaring hebben met buddy-, mentoring- en vrijwilligerswerk. De commissie wijst op het belang van een voldoende divers aanbod zodat dit luik ook voor inburgeraars met een directe focus op werk of opleiding een belangrijke meerwaarde kan bieden. Bij het uitstel van in werking treden van het participatie- en netwerktraject moet zeker de evaluatie door het HIVA over de huidige proefprojecten worden afgewacht om op basis daarvan eerst eventuele bijsturingen door te voeren. Wat betreft het horizontaal integratiebeleid mist de commissie in de opsomming van relevante beleidsdomeinen en daarbinnen de departementen, EVA’s en IVA’s een aantal belangrijke partners. De commissie zou het een sterk signaal vinden als de Vlaamse Regering om huisvesting als belangrijk thema binnen het horizontaal integratiebeleidsplan naar voor zou schuiven. Kwaliteitsvolle en betaalbare huisvesting is immers een belangrijke basis om te kunnen inzetten op inburgering, onderwijs en/of werk. De commissie vindt het belangrijk dat de verklaring van essentiële rechten en plichten volledig en evenwichtig is samengesteld en vraagt om deze af te toetsen bij specialisten inzake mensenrechten en grondrechten. De commissie uit opnieuw haar bezorgdheid over de impact van het nieuwe financieringsmodel inzake sociaal tolken en vraagt naar een evaluatie op korte termijn. Ze wijst er op dat naast inburgeraars binnen hun inburgeringstraject ook heel wat andere groepen nood hebben aan sociaal tolken voor een kwaliteitsvolle dienstverlening, zonder dat deze kosten aan hen worden doorgerekend. De commissie ijvert ook voor een pragmatische aanpak inzake taal binnen de dienstverlening. Bijkomende onderdelen en te behalen doelstellingen impliceren ook bijkomende mogelijke inbreuken en sancties. Dit onderstreept het belang van een goed werkende geïntegreerde aanpak zodat inburgeraars niet onbedoeld inbreuken plegen en sancties oplopen.
6
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
Advies 1
Inleiding
Het voorontwerp van besluit tot wijziging van de regelgeving over het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid geeft uitvoering aan het wijzigingsdecreet Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid. Het Vlaamse Parlement nam dit wijzigingsdecreet op 7 juli 2021, waarna de Vlaamse Regering dit bekrachtigde op 9 juli 2021. Het decreet wijzigt het inburgeringsbeleid op een aantal belangrijke elementen, waaronder de onderdelen van het inburgeringstraject, de resultaatsverbintenis bij het inburgeringstraject, de kostprijs van het inburgeringstraject en het inburgeringscontract. De Commissie Diversiteit bundelde haar aanbevelingen en bezorgdheden bij dit wijzigingsdecreet in haar advies op het voorontwerp van het wijzigingsdecreet van 1 februari 2021. De Commissie Diversiteit gaf een toelichting bij dit advies tijdens een hoorzitting in de commissie Inburgering van het Vlaamse Parlement op 21 juni 2021. Het huidige advies gaat over het voorontwerp van besluit dat een aantal onderdelen van het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid verder concretiseert. De SERV behandelde deze adviesvraag eveneens binnen de Commissie Diversiteit waarin de sociale partners samen werken met LEVL en het Gebruikersoverleg Handicap en Arbeid. De Commissie Diversiteit kijkt daarbij naar het integratie- en inburgeringsbeleid vanuit de focus op werk en opleiding als belangrijke motoren voor duurzame integratie en participatie. Maatregelen binnen het integratieen inburgeringsbeleid moeten voor de commissie dan ook de arbeidsmarktintegratie van nieuwkomers versterken. Omdat het voorontwerp van besluit niet verder ingaat op de impact van de wijzigingen van het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid op de deelname van vrijwillige inburgeraars aan inburgeringstrajecten wil de Commissie Diversiteit hier nogmaals haar bezorgdheid over uiten. Momenteel zijn de helft van de inburgeringstrajecten vrijwillige inburgeringstrajecten1. Tegelijkertijd blijkt uit het VIONA-onderzoek (maart 2020) Wegwijs naar werk dat op lange termijn wel 90% van de groep van verplichte inburgeraars een inburgeringscontract ondertekent maar bij rechthebbenden dat ook op langere termijn op minder dan de helft blijft2. De commissie vraagt maatregelen om ervoor te zorgen dat de bijkomende verplichtingen en de invoering van de retributies niet zullen leiden tot afhaakgedrag bij vrijwillige inburgeraars.
2
Geïntegreerde aanpak en intake
In het VESOC-akkoord Alle Hens Aan Dek (14 december 2020) engageren de Vlaamse Regering en de Vlaamse Sociale partners zich om versterkt in te zetten op activering van nieuwkomers (speerpunt 15). Actief meewerken in een traject naar werk maakt daarbij deel uit van het inburgeringstraject, met o.a. een verplichte inschrijving bij de VDAB voor alle inburgeraars op beroepsactieve leeftijd die niet werken. De Commissie Diversiteit vindt het positief dat dit in het wijzigingsdecreet wettelijk werd verankerd en verder uitgewerkt in het voorontwerp van besluit.
1
ABB (februari 2021). Kort jaaroverzicht inburgering 2020.
2
In dit onderzoek gaat het over nieuwe inburgeraars tussen 2005-2016.
7
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
Het VESOC-akkoord Alle Hens Aan Dek geeft daarnaast aan dat het versterkt inzetten op de activering van nieuwkomers ook inhoudt dat de VDAB inburgeraars actief en op maat begeleidt naar een job, in nauwe samenwerking met alle betrokken instanties (speerpunt 15).
Activering op maat De commissie vraagt duidelijkheid over hoe de VDAB deze actieve begeleiding van inburgeraars op een kwaliteitsvolle manier zal aanpakken. De commissie gaf in haar advies bij het wijzigingsdecreet aan dat het belangrijk is dat VDAB in eerste instantie moet garanderen dat wie zich inschrijft ook de nodige begeleiding en dienstverlening krijgt. Inburgeraars moeten kunnen rekenen op een inschatting, begeleiding en ondersteuning op maat door de VDAB. Uit het VIONA-onderzoek Wegwijs naar werk3 blijkt dat deelname aan activeringsmaatregelen van VDAB (bemiddeling en begeleiding, werkplekleren, opleiding via VDAB) positieve effecten heeft voor de intrede van inburgeraars in een stabiele4 reguliere tewerkstelling. Eerder VIONA-onderzoek wees naar beroepsopleidingen als goed werkende interventies voor nieuwkomers.5 Tegelijkertijd toont het VIONA-onderzoek Wegwijs naar werk een lagere deelname aan beroepsgerichte opleidingen en IBO bij niet werkende nieuwkomers in vergelijking met residentiële werklozen met of zonder migratieachtergrond.6 Vanuit het principe integration through work dat de VDAB hanteert ten aanzien van personen met een migratieachtergrond moet er sterk worden ingezet op geïntegreerde trajecten van het leren van de Nederlandse taal en werk en/of opleiding. Een nieuwe taal leren gaat immers vaak sneller bij gebruik ervan in een concrete (werk-)context. Het is cruciaal dat de geïntegreerde trajecten, ook met de invoering van de gestandaardiseerde testen NT2, hun aantrekkelijkheid behouden. De commissie vraagt om bij de uit te weken regelgeving omtrent de gestandaardiseerde testen NT2, die niet in voorliggend voorontwerp van besluit aan bod komen, om advies te worden gevraagd. Er is nood aan een meer flexibel NT2-aanbod zodat het zetten van stappen op de arbeidsmarkt beter te combineren is met NT2. Concreet betekent dit onder meer dat lessen ’s avonds, in het weekend of op afstand kunnen plaatsvinden en digitaal en modulair uitgewerkte lesvormen. Ten slotte onderstreept de commissie ook het belang om werkgevers te ondersteunen en stimuleren bij de uitbouw van een inclusief HR-beleid. Het is daarbij ook van belang dat de VDAB zelf meer instrumenten als NT2 op de werkvloer of IBO/IBO-T voor deze groep promoot richting werkgevers.
Geïntegreerde samenwerking De commissie vindt het positief dat een geïntegreerde aanpak, inclusief een gezamenlijke en geïntegreerde intake, tussen de Agentschappen Inburgering en Integratie, de VDAB/Actiris en 3
Dit luik van het VIONA-onderzoek focust op de effectiviteit van VDAB activeringsmaatregelen om niet-werkende (inactief of werkloos volgens de nomenclatuur van KSZ) nieuwkomers aan een reguliere tewerkstelling te helpen.
4
Een stabiele tewerkstelling wordt geoperationaliseerd als ‘meer dan 1 jaar’.
5
Vandermeerschen, H., De Cuyper, P., De Blander, R. & Groenez, S. (2017). Kritische succesfactoren succesfactoren in het activeringsbeleid naar mensen met buitenlandse herkomst. HIVA, Leuven.
6
Eerder onderzoek van het Steunpunt Integratie & Inburgering wees ook al op de nood van een aangepast traject naar werk voor CBE-cursisten. Bron: De Cuyper, P. (2016). Factsheet – Het inburgeringstraject als opstap naar een vervolgaanbod naar werk? De doorstroom van inburgeraars naar VDAB in kaart gebracht. Steunpunt Inburgering & Integratie.
8
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
OCMW’s/lokale besturen in het voorontwerp van besluit is opgenomen (Art. 34). Het voorontwerp van besluit bepaalt dat er op een geïntegreerde manier, en samen met de inburgeraar, een traject wordt uitgewerkt. Een verdere uitwerking van de geïntegreerde samenwerking, inclusief de geïntegreerde intake, moet nog vorm krijgen in afspraken binnen (vernieuwde) samenwerkingsovereenkomsten tussen deze instanties. De commissie vraagt snel werk te maken van deze samenwerkingsovereenkomsten. Er moet ingezet worden op sterke partnerschappen, zowel op strategisch als operationeel niveau, vanuit een gedeelde visie. De Commissie Diversiteit ziet een meer geïntegreerde benadering immers als één van de sleutelelementen van een duurzame integratie van nieuwkomers.7 Een goede operationele samenwerking tussen de verschillende instanties is daarbij essentieel en een voorwaarde om als nieuwkomer eigenaarschap over het eigen inburgeringstraject op te nemen. Naast de Agentschappen Inburgering & Integratie, VDAB, Actiris en VVSG, zijn daarbij ook de onderwijspartners van belang. Ook het Vlaams partnerschap NT2 stoelt op zulke sterke partnerschappen. De commissie vraagt verduidelijking of ook Actiris, VVSG en het aanvullend privé-aanbod NT2 waarop in de toekomst mogelijk beroep zal worden gedaan in dit afsprakenkader worden gevat. De commissie onderstreept dat ook voor anderstalige nieuwkomers die niet verplicht zijn om een inburgeringstraject te volgen het belangrijk is om in te zetten op een taalstimuleringsbeleid. In de praktijk bestaan er vandaag al voorbeelden van geïntegreerde manieren van samenwerken tussen deze partners wat betreft de inburgeringstrajecten en de begeleiding van nieuwkomers. De commissie vraagt om deze goede praktijken te bundelen en als kader aan te bieden om deze geïntegreerde aanpak snel verder te veralgemenen. De commissie wijst er op dat de erkenning van buitenlandse studiebewijzen voor hooggeschoolde nieuwkomers een belangrijk element is dat binnen de geïntegreerde aanpak moet worden opgenomen. De commissie verwijst naar het advies van de Commissie Diversiteit en de Adviescommissie Economische Migratie om te komen tot een meer efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen. Dat moet ervoor zorgen dat nieuwkomers sneller op hun niveau inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt.
Goede gegevensuitwisseling en digitalisering Een geïntegreerde aanpak tussen de verschillende betrokken instanties, inclusief een geïntegreerde intake, moet sterk worden ondersteund door een goede uitwisseling van gegevens. Om op een geïntegreerde manier samen te kunnen werken is het cruciaal dat de Agentschappen Inburgering & Integratie, de VDAB en de lokale besturen over dezelfde informatie beschikken omtrent de inburgeraar en het inburgeringstraject. Ook moet het zorgen voor het realiseren van het only once-principe waarbij de inburgeraar dezelfde informatie slechts één keer aan de overheid moet doorgeven. Het verder inzetten op digitalisering van deze gegevens(uitwisseling) moet ervoor zorgen dat trajectbegeleiders ontlast worden van administratieve taken. Hierdoor moeten trajectbegeleiders meer tijd krijgen voor een kwaliteitsvolle begeleiding van inburgeraars. Het Persoonlijk InburgeringsPlan kan daar een belangrijk instrument bij zijn. Uit het voorontwerp van besluit blijkt dat inburgeraars om uitzonderingen te verkrijgen of om beroep te kunnen doen op bepaalde rechten nog heel wat zaken moeten aantonen (bv. voor
7
Zie Commissie Diversiteit (25 mei 2016) Advies Vluchtelingen. SERV, Brussel.
9
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
uitstel van aanmelding, voor vrijstelling van verplichte inschrijving bij de VDAB, voor vrijstelling van het te behalen taalniveau B1 mondeling, …). Dat kan een grote en onnodige belasting betekenen voor inburgeraars, zeker wanneer ze weinig vertrouwd zijn met administratieve diensten of laaggeletterd zijn. Bovendien zou ook hier het only once-principe moeten gelden waarbij inburgeraars dezelfde informatie maar één keer aan de overheid moeten doorgeven. Zo hebben de Agentschappen Inburgering & Integratie informatie over de leeftijd van inburgeraars en dus ook over wie niet meer op beroepsactieve leeftijd is. Dat zouden inburgeraars niet opnieuw moeten aantonen om een vrijstelling te krijgen voor het behalen van het taalniveau B1 mondeling, 2 jaar na het afronden van het inburgeringstraject. Ook heeft de VDAB heel wat gegevens over wie hoe lang aan het werk is (geweest). Deze gegevens zouden proactief aan de agentschappen Inburgering & Integratie kunnen worden bezorgd omdat ze belangrijk zijn om een vrijstelling te krijgen voor dezelfde verplichting inzake het behalen van het taalniveau B1 mondeling. De Commissie Diversiteit vraagt dan ook om sterk in te zetten op het meer automatisch toekennen van deze rechten door de betrokken partners.
3
Gestandaardiseerde testen MO
Het voorontwerp van besluit bevat enkel de regeling van de gestandaardiseerde testen MO. De commissie vindt het positief dat naast het slagen op de gestandaardiseerde test ook procesevaluatie wordt meegenomen. Het kan dan gaan over observaties tijdens groepswerk, praktijkobservaties, een portfolio dat de inburgeraar dient samen te stellen, kleine toetsen die de inburgeraar aflegt, enzovoort. Dat is positief want zo vermijdt men ‘teaching to the test’ en is er ook aandacht voor het leerproces van de inburgeraar. De commissie heeft daarbij volgende aanbevelingen. De commissie vraagt om procesevaluatie ook mee te nemen bij het uitwerken van de regeling voor de gestandaardiseerde testen NT2. Het voorontwerp van besluit bepaalt dat het resultaat op de gestandaardiseerde test voor ten minste 60% van het totaalresultaat voor het vormingspakket MO telt. De Nota aan de Vlaamse Regering stelt dat de gestandaardiseerde test best niet voor meer dan 70% meetelt opdat de inburgeraar de procesevaluatie nog ernstig zou nemen. De commissie vraagt om in Art. 25 van het voorontwerp van besluit ook te specifiëren dat het resultaat van de gestandaardiseerde voor maximaal 70% van het eindresultaat kan meetellen. Het voorontwerp van besluit bepaalt dat de inburgeraar moet slagen voor de gestandaardiseerde test, los van de procesevaluatie. Gezien er nog geen ervaring is met het gebruik van gestandaardiseerde testen vraagt de commissie om, zeker in de beginfase, enige flexibiliteit in te bouwen zodat procesevaluatie in de praktijk kan compenseren. Op die manier kan procesevaluatie voor personen die niet gewoon zijn om dergelijke testen af te leggen een manier zijn om aan te tonen dat ze de attitudes wel onder de knie hebben. Het is positief dat het voorontwerp van besluit (Art. 11) bepaalt dat de inburgeraar die al een inburgeringsattest heeft behaald dat is uitgereikt door de Duitstalige Gemeenschap, de Franstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, wordt vrijgesteld voor de gemeenschappelijke delen van het vormingspakket. Op deze manier wordt het traject dat deze inburgeraars al hebben afgelegd gevalideerd. De commissie vraagt naar de implicaties van deze vrijstellingen voor de retributie die inburgeraars voor de cursus moeten betalen. De commissie vraagt ook om dit soort vrijstellingen in de toekomst ook uit te werken voor de cursus MO die door Fedasil zal
10
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
worden uitgewerkt voor de periode waarin verzoekers van internationale bescherming wachten op een beslissing met betrekking tot hun verzoek. Om de toegankelijkheid van de cursus MO te versterken bepaalt het voorontwerp van besluit (Art. 24) dat deze nog steeds in de contacttaal- of moedertaal van de inburgeraar wordt aangeboden. De commissie gaat er van uit dat dit ook voor de gestandaardiseerde test geldt en vraagt om dat ook zo in het voorontwerp van besluit op te nemen.
4
Retributies
Het voorontwerp van besluit (Art. 28) legt de eenmalige retributie voor de cursus MO en de retributie voor elke deelname aan een test MO vast op €90. De regelgeving rond de retributies voor de cursus en test NT2 moet nog worden uitgewerkt. De regelgeving rond de retributies zal pas in werking treden als deze voor beide onderdelen zijn uitgewerkt (Art. 63). Inburgeringstrajecten richten zich op een groep met een hoog armoederisico8. Het is dan ook belangrijk om erover te waken dat het invoeren van de retributies geen te hoge kosten met zich meebrengen voor deze groep en/of de OCMW’s. Het voorontwerp van besluit (Art. 28) bepaalt dat er een uitstel van betaling van de retributie mogelijk is voor inburgeraars met betalingsmoeilijkheden. De concrete betekenis van betalingsmoeilijkheden moet nog verder worden vastgelegd in afspraken tussen het Agentschap Integratie & Inburgering en de stedelijke Agentschappen. • De Nota aan de Vlaamse Regering stelt dat de betaling van de retributie als voldaan wordt beschouwd als het OCMW tussenkomt én zich garant stelt voor de betaling van de retributie. De commissie onderstreept het belang van een gelijke behandeling op dat vlak door de verschillende OCMW’s. De commissie vraagt om in het te actualiseren samenwerkingsakkoord tussen de Agentschappen Integratie & Inburgering en OCMW’s hieromtrent duidelijke afspraken en engagementen voor deze tussenkomsten uit te werken. Tegelijkertijd wijst de commissie er op dat niet alle inburgeraars bekend zijn bij de OCMW’s en in aanmerking komen voor deze mogelijkheid.9 Ook mogen nieuwkomers die via gezinshereniging naar België komen op basis van de verblijfswetgeving geen beroep doen op OCMW-steun. • In het advies op het wijzigingsdecreet wees de commissie er al op dat gezinnen in armoede bovenal nood hebben aan maatregelen die het inkomen versterken en/of kostenbeheersende maatregelen waardoor hun beschikbaar gezinsinkomen vergroot10. Omdat retributies ingaan tegen deze nood, vraagt de commissie om voor bepaalde groepen gehele of gedeeltelijke vrijstellingen van de retributies te voorzien en op te nemen in het besluit en dat ook mee te nemen in de verdere concretisering van de retributies voor de cursus en test NT2. Het huidige financieringsdecreet van het volwassenenonderwijs kan daarbij als voorbeeld dienen.
8
Zie: Commissie Diversiteit (1 februari inburgeringsbeleid. SERV, Brussel.
9
Zo blijkt dat tussen de 7,9% en 15,3% van de vluchtelingen en subsidiair beschermden 5 jaar na aanmelding in het nationaal register inactief zijn zonder uitkering of leefloon. Bij geregulariseerden is tussen de 12,0% en 39,0% 5 jaar na aanmelding in het nationaal register inactief zonder uitkering of leefloon. Bron: socioeconomische monitoring 2019 - Personen nieuw ingeschreven in het RR in 2010, 2011 of 2012 van wie de eerste verblijfsreden bescherming/regularisatie is naar socio-economische positie vijf jaar later (18-64 jaar) (grafiek 102, 103)
10
Zie: SERV (26 oktober 2020). Advies VAPA. SERV, Brussel.
2021).
Advies
wijzigingsdecreet
Vlaamse
integratie-
en
11
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
Inburgeraars kunnen een vrijstelling krijgen voor (bepaalde onderdelen van de) cursus MO. Daarvoor moeten ze de gestandaardiseerde test als vrijstellingstest afleggen (Art. 25) en moeten daarvoor eveneens de retributie van €90 betalen. Het lijkt voor de commissie logisch dat aanvragen tot vrijstellingen voor de aanvrager kosteloos kunnen verlopen en vraagt om dat te wijzigen in het voorontwerp van besluit.
5
Beperkte leercapaciteiten
Het wijzigingsdecreet voorzag dat verplichte inburgeraars de doelstellingen van de vormingspakketten van het inburgeringstraject niet moeten behalen indien zij omwille van beperkte leercapaciteiten deze doelstellingen niet kunnen behalen. Het voorontwerp van besluit concretiseert hoe beperkte leercapaciteiten worden bepaalt. Voor NT2 niveau A2 en niveau B1 mondeling zal deze beoordeling door het centrum NT2 gebeuren. Voor MO zal dat gebeuren door een gemengde commissie (Art. 26). De Commissie Diversiteit vindt het positief dat daarbij minstens de trajectbegeleider, de docent MO en een persoon met pedagogische kennis zal worden betrokken. Het voorontwerp van besluit (Art. 39) voert een verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van het inburgeringsattest in voor inburgeraars die vanwege beperkte leercapaciteiten de doelstellingen van een vormingspakket niet kunnen behalen, maar wel de doelstellingen van de overige onderdelen van het inburgeringstraject, zoals opgenomen in het inburgeringscontract, hebben behaald. Het voorontwerp van besluit legt vast dat inburgeraars met deze verklaring kunnen aantonen dat zij hun inburgeringsplicht hebben voldaan. • De commissie wijst er op dat deze verklaring niet als zodanig is opgenomen in het decreet en vraagt of deze verklaring dan ook dezelfde juridische status zal hebben als het inburgeringsattest. Dit kan onder meer van belang zijn in het kader van nationaliteitsverwerving, verblijfswetgeving, het openen van sociale rechten, enzovoort. • De commissie vraagt naar een motivering van de noodzaak om een dergelijke bijkomende verklaring in te voeren. Zo wordt voor bepaalde alfa-cursisten een uitzondering gemaakt in de wijze waarop ze het behalen van de doelstellingen inzake NT2 moeten aantonen (Art. 39). Zij krijgen op basis van het behalen van deze aangepaste doelstellingen een volwaardig inburgeringsattest. De commissie vraagt of dit op een gelijkaardige manier kan worden voorzien voor inburgeraars die omwille van beperkte leercapaciteiten niet kunnen voldoen aan bepaalde doelstellingen binnen het inburgeringstraject zodat het invoeren van een bijkomende verklaring niet nodig is.
6
Versterking taalkennis na behalen inburgeringsattest
Het voorontwerp van besluit (Art. 40) concretiseert de verplichting uit het wijzigingsdecreet om 24 maanden na het succesvol afronden van het inburgeringstraject een taalniveau B1 mondeling te behalen, en dat indien men geen 6 maanden onafgebroken heeft gewerkt of gestudeerd. De Commissie Diversiteit vroeg in haar advies op het wijzigingsdecreet om bij deze uitzonderingsmaatregel rekening te houden met de arbeidsmarktrealiteit van personen met een migratieachtergrond. De commissie vindt het positief dat er in het voorontwerp van besluit naar een ruime invulling van de concepten werken en studeren is gezocht. De commissie ziet nog volgende aandachtspunten: 12
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
Art. 40 van het voorontwerp van besluit voorziet in een vrijstelling als de verplichte inburgeraar kan aantonen dat hij zes maanden onafgebroken heeft gewerkt of gestudeerd. De commissie veronderstelt dat een verplichte inburgeraar eveneens een vrijstelling zou moeten krijgen wanneer het gaat om een combinatie van werken én studeren en vraagt om dat in het voorontwerp van besluit toe te voegen. Hetzelfde artikel (Art. 40) stelt dat de verplichte inburgeraar moet aantonen dat hij werkt/heeft gewerkt met ‘een arbeidscontract’. De realiteit op de Vlaamse arbeidsmarkt leert dat het voor deze groep zal gaan over meerdere arbeidscontracten, inclusief dagcontracten. Het voorontwerp van besluit (Art. 2) definieert wat onder studeren wordt begrepen. De commissie heeft daarbij volgende bedenkingen: • een opleiding, studie of stage waarvoor VDAB een vrijstelling van beschikbaarheid of een toelating verleende - De commissie wijst er op dat heel wat nieuwkomers niet uitkeringsgerechtigd zijn en de VDAB in de feiten geen vrijstelling kan verlenen. Het is in deze context ook niet van belang of de vrijstelling effectief werd verleend, wel dat het gaat om een opleiding, studie of stage waarvoor een vrijstelling zou worden verleend. De commissie vraagt dit te herformuleren naar ‘een opleiding, studie of stage waarvoor VDAB automatisch een vrijstelling van beschikbaarheid of een toelating verleent’. De commissie vraagt eveneens om het equivalent van deze opleidingen, studies of stages waarvoor Actiris automatisch een vrijstelling van beschikbaarheid of een toelating verleent, toe te voegen aan het voorontwerp van besluit. • een voltijds studietraject als vermeld in artikel 5, 42°, van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap – Dit gaat om een traject waarbij 60 studiepunten per academiejaar worden opgenomen. In realiteit hebben nieuwkomers die een studietraject aanvatten vaak een (aantal) vrijstelling(en) en/of combineert dit traject met een (studenten-)job of NT2-opleiding. Het lijkt daarom meer realistisch om te verwijzen naar minimum een halftijds studietraject. • een diplomagerichte opleiding in het secundair volwassenenonderwijs als vermeld in bijlage IX van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de studiebekrachtiging in het volwassenenonderwijs – de commissie wijst er op dat hiermee opleidingen binnen CVO’s die toeleiden naar knelpuntberoepen én tot een certificaat maar niet een diploma leiden, niet worden gevat. • competentieontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 61 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding – voor wie woonachtig is in Brussel zou een verwijzing naar een soortgelijk traject bij Actiris best ook worden opgenomen. • De commissie ziet graag verduidelijkt of duale leerwegen, die ook voor nieuwkomers een belangrijke meerwaarde kunnen betekenen, door de opsomming in Art. 2 worden gevat. Het voorontwerp van besluit (Art. 40) concretiseert ook de mogelijke vrijstelling van het behalen van het bijkomend taalniveau B1 mondeling omwille van medische en persoonlijke redenen. Het uitstel wordt daarbij verleend voor 6 maanden. Verwijzend naar de ERK-berg Nederlands leren mondeling11 vraagt de commissie of een uitstel van 6 maanden een realistische termijn is gezien trajecten van A2 naar B1 via CVO’s verlopen via 4 trajecten van 3 maanden.
11
Bron: https://www.integratie-inburgering.be/sites/default/files/atoms/files/ERK_berg_17032021.pdf
13
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
De commissie gaf eerder al aan dat het ambitieniveau op het vlak van taal hoog moet liggen12. Tegelijkertijd mag zo een bijkomend taalniveau, na het behalen van het inburgeringsattest, tewerkstelling niet in de weg staan.13 Daarom vraagt de commissie om bij de geplande evaluatie van het nieuwe beleid ook expliciet na te gaan of deze bijkomende taalvereiste ex-inburgeraars die een intensief bemiddelingstraject volgen bij de VDAB hindert bij het zetten van stappen naar werk. Om het recht op vrijstelling voor het behalen van het bijkomend taalniveau B1 mondeling te verkrijgen, moet de verplichte inburgeraar aantonen over een periode van 9 maanden minstens 6 maanden onafgebroken te hebben gewerkt of gestudeerd. Afhankelijk van de specifieke situatie van de verplichte inburgeraar, kan dat een complexe taak worden. De commissie vraagt om dat zoveel mogelijk te automatiseren (bv. door de informatie waar VDAB inzake werk over beschikt, proactief aan de agentschappen te bezorgen). De commissie vraagt ook verduidelijking hoe inburgeraars hierbij, indien nodig, zullen worden ondersteund. Ook voor het behalen van dit bijkomend taalniveau geldt dat inburgeraars met beperkte leercapaciteiten een vrijstelling kunnen krijgen. De commissie gaat er van uit dat inburgeraars die omwille van beperkte leercapaciteiten werden vrijgesteld voor het behalen van het taalniveau A2 binnen het inburgeringstraject automatisch ook worden vrijgesteld van dit bijkomend taalniveau. Het voorontwerp van besluit voert gemeenschappelijke evaluatiereglementen van het EVA en de stedelijke EVA’s in voor onder andere het bepalen van niveau NT2 A2 (Art. 33), het behalen van de doelstellingen MO (Art. 25) en het behalen van het niveau NT2 B1 mondeling (Art. 41). Voor het bepalen van het niveau NT2 A2 en B1 mondeling zal hierin ook worden vastgelegd welke bewijzen in aanmerking komen om het behalen van het vereiste taalvaardigheidsniveau aan te tonen. De commissie pleit ervoor om de bestaande taalbewijzen van CNAVT14, ITNA-taaltesten15, Selor-taaltesten en EVK’s uit het onderwijs mee te nemen.
7
Participatie- en netwerktraject
De Commissie Diversiteit vindt de aandacht voor het creëren van een netwerk in het inburgeringstraject een goede zaak. Het voorontwerp van besluit (Art. 35) concretiseert een aantal elementen van dat nieuw en verplicht onderdeel van het inburgeringstraject. De lokale besturen werden in de Memorie van Toelichting bij het wijzigingsdecreet benoemd als regisseur van het netwerktraject. Het voorontwerp van besluit concretiseert dit enkel in de taak van het ontsluiten van het bestaande aanbod naar de inburgeraar.
12
Zie: Commissie Diversiteit (1 februari inburgeringsbeleid. SERV, Brussel.
13
Onderzoek toonde aan dat taalopleiding een meerwaarde heeft voor de arbeidsmarktkansen voor werkzoekenden tot met echt basisgebruiker is (A2). Een bijkomende algemene verhoging zou weinig rendement met zich meebrengen voor de arbeidsmarkt. Voor hooggeschoolde anderstaligen kan een hoger taalniveau wel een belangrijke sleutel zijn om door te stromen naar een job op niveau. Bron: De Cuyper, P. & Vandermeerschen, H. (2016). Helpt bijkomende taalopleiding inburgeraars op de arbeidsmarkt? Het rendement van opeenvolgende NT2-opleidingen voor inburgeraars in kaart gebracht. HIVA, Leuven/Steunpunt Inburgering en Integratie.
14
https://cnavt.org/
15
https://www.itna.be/
2021).
Advies
wijzigingsdecreet
Vlaamse
integratie-
en
14
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
De commissie herhaalt haar vraag om zeker samenwerking aan te gaan met (middenveld)organisaties die reeds ervaring hebben met buddy- (FMDO,…), mentoring(Duo for a Job, Motivation United, …) en vrijwilligersprojecten (RefuInterim, …) of die nieuwe relevante projecten opzetten16. Alle expertise moet immers benut worden om een toereikend en kwalitatief aanbod te garanderen. Het is bovendien belangrijk om te zorgen voor een voldoende divers aanbod zodat het participatie- en netwerktraject ook voor inburgeraars met een directe focus op werken en/of studeren een belangrijke meerwaarde kan bieden. De commissie vindt het positief dat het in werking treden van deze onderdelen van het voorontwerp van besluit wordt uitgesteld tot een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Art. 63). De commissie vraagt om zeker de evaluatie door het HIVA over het huidige AMIFproject proeftuinen netwerk- en participatietrajecten, in samenwerking met VVSG en het Agentschap Integratie & Inburgering, af te wachten. Een aantal elementen maken deze participatie- en netwerktrajecten immers bijzonder, waaronder de schaal van de uitrol, de regierol bij de lokale besturen, het verplichte karakter en de structurele inbedding in het inburgeringsbeleid. Het is belangrijk om de resultaten en leerpunten uit de proeftuinen af te wachten en mee te nemen in eventuele bijsturingen alvorens dit onderdeel in werking te laten treden. Het decreet (Art. 33. §2) bepaalt dat inburgeraars het participatie- en netwerktraject ook hebben behaald wanneer ze op het ogenblik van de ondertekening van het inburgeringscontract of na ondertekening maar voordat het inburgeringstraject afloopt, werken of studeren. Volgens de definitie van werken (Art. 2) betekent dat minstens halftijds tewerkgesteld zijn met een arbeidscontract hebben van minstens 3 maanden. Tewerkgesteld zijn met één of meerdere arbeidscontracten van in totaal 40u, gelijk aan de minimale duur van het participatie- en netwerktraject, zou volgens de commissie ook voldoende moeten zijn om dit onderdeel van het inburgeringstraject te behalen. De inburgeraar krijgt de verantwoordelijkheid om op zoek te gaan naar één of meerdere initiatieven die bij hem passen en de bewijslast voor dit traject ligt bij de inburgeraar. • De commissie vraagt om voor de inburgeraars die dit nodig hebben in te zetten op voldoende ondersteuning, zowel bij het vinden van de passende initiatieven als het in orde brengen van de bewijslast. • Het niet tijdig behalen van deze doelstellingen zal worden gesanctioneerd. De Nota aan de Vlaamse Regering stelt dat deze sanctionering later zal worden geregeld, wanneer ook de bepalingen van het participatie- en netwerktraject in werking zullen treden. De Commissie Diversiteit kan zich vinden in dit uitstel en onderstreept dat een garantie op een toereikend aanbod een noodzakelijke voorwaarde is om deze in werking te laten treden.
8
Horizontaal integratiebeleid
Het zetten van stappen naar werk vergt in de eerste plaats enige stabiliteit in de eigen levenssituatie van nieuwkomers. Zo is kwaliteitsvolle en betaalbare huisvesting een belangrijke basis om te kunnen inzetten op inburgering, onderwijs en/of werk17. Daarbij is ook het toeleiden van nieuwkomers naar kwaliteitsvolle huisvesting een noodzakelijke opdracht. Het zou een sterk 16
Zie: Commissie Diversiteit (1 februari inburgeringsbeleid. SERV, Brussel.
17
Zie: Commissie Diversiteit (25 mei 2016) Advies Vluchtelingen. SERV, Brussel. SAR WVG (5 februari 2016) Reflectienota Over de impact van nieuwkomers op de zorg en ondersteuning in het beleidsdomein WVG.
2021).
Advies
wijzigingsdecreet
Vlaamse
integratie-
en
15
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
signaal zijn moest de Vlaamse Regering dit als belangrijk thema binnen het horizontaal integratiebeleid naar voor schuiven. Het voorontwerp van besluit concretiseert de nieuwe aanpak van het horizontaal integratiebeleid verder. Het voorontwerp van besluit (Art. 3) bevat een opsomming van beleidsdomeinen en ook van de departementen en de intern (IVA’s) en extern verzelfstandigde (EVA’s) agentschappen van de Vlaamse overheid die als relevant worden beschouwd voor het Vlaamse integratiebeleid. De commissie ziet nog een aantal hiaten in deze opsomming. Zo wordt het beleidsdomein ‘Mobiliteit en Openbare werken’ niet benoemd. Nochtans ressorteert ook bijvoorbeeld De Lijn onder dit departement. De Lijn is volgens de commissie een relevante partner als het gaat over mobiliteitsproblematieken van nieuwkomers en het verhogen van de integratiekansen van personen met een migratieachtergrond. Ook binnen bepaalde beleidsdomeinen lijken niet alle relevante partners opgenomen. Zo ontbreekt bijvoorbeeld het Agentschap Innoveren en Ondernemen binnen het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie. Ook de Vlaamse maatschappij voor Sociaal Wonen binnen het beleidsdomein Omgeving ontbreekt. Gezien kwaliteitsvolle en betaalbare huisvesting een belangrijke basis vormt voor een goede integratie, is de Vlaamse maatschappij voor Sociaal Wonen een belangrijke partner. Naar aanleiding van de schrapping van de commissie integratiebeleid, wees de Commissie Diversiteit al op het belang van het behoud van beleidsparticipatie van kansengroepen bij de uitbouw van het horizontaal beleid.18 In lijn met prioriteit 7 uit het horizontaal doelstellingenkader integratie- en gelijke kansenbeleidsplan 2020-2024, vraagt de commissie daarom dat de beleidsdomeinspecifieke aanspreekpunten ook de taak behouden om ‘de geëigende initiatieven te nemen om de doelgroepen en het werkveld in dat beleid te laten participeren’ (art 5 §2, 2° van het BVR van 29 januari 2016 en Art. 4 van het ontwerp van besluit).
9
Verklaring van essentiële rechten en plichten
Het voorontwerp van besluit (Art. 38) legt vast dat de bepaling over de essentiële rechten en plichten, in bijlage bij het voorontwerp van besluit opgenomen, een element is van het inburgeringscontract. De commissie vindt het belangrijk dat zo een verklaring volledig en evenwichtig is opgesteld.19 Alle grondwettelijke rechten vormen immers een onlosmakelijk geheel. De commissie vraagt om de opgestelde verklaring dan ook af te toetsen bij specialisten inzake mensenrechten en grondrechten.
10
Sociaal tolken
Het voorontwerp van besluit (Art. 48) bepaalt dat voorzieningen, organisaties en openbare besturen maar beroep kunnen doen op de diensten van het sociaal tolken en vertalen wanneer zij de betaling van de tolk- en vertaalprestaties niet doorrekenen aan inburgeraars, totdat deze het inburgeringsattest heeft behaald. De commissie onderstreept dat ook heel wat andere groepen dan inburgeraars binnen hun inburgeringstraject nood kunnen hebben aan een sociaal tolk om een kwaliteitsvolle dienstverlening te voorzien, zonder dat de betaling van de tolk- en 18
Zie: Commissie Diversiteit (1 februari inburgeringsbeleid. SERV, Brussel.
19
Idem
2021).
Advies
wijzigingsdecreet
Vlaamse
integratie-
en
16
Voorontwerp BVR bij het Inburgerings- en integratiedecreet
vertaalprestaties aan hen wordt doorgerekend. Het gaat bijvoorbeeld om nieuwkomers die niet verplicht zijn om een inburgeringstraject te volgen, personen die omwille van beperkte leercapaciteiten de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen, oudkomers die in België aankwamen toen het inburgeringsbeleid nog niet zo sterk was uitgewerkt, enzovoort. De commissie uit hier opnieuw haar ruimere bezorgdheid over de impact van het nieuwe financieringsmodel dat de agentschappen sinds 1 januari 2020 hanteren20. Op basis van dat model staan de gebruikers(overheden) in voor het betalen van de te presteren tolk- en vertaalprestaties en komen de agentschappen niet meer tussen in de vergoeding van de tolken. Dit mag niet tot gevolg hebben dat de financiële drempel voor de gebruikers(overheden) zodanig hoog wordt dat er geen beroep wordt gedaan op deze dienstverlening in situaties waarin dat wel noodzakelijk is om een kwaliteitsvolle dienstverlening te garanderen. Zo kan in een sociaal tolk bij de VDAB er in belangrijke mate toe bijdragen dat het profiel en de competenties beter worden ingeschat, de persoon beter kan worden begeleid om eigenaarschap over het eigen traject naar werk op te nemen. In de gezondheidszorg kan het inzetten van een sociaal tolk noodzakelijk zijn om kwaliteitsvolle en veilige zorg te verlenen. De commissie vraagt op korte termijn een evaluatie van die financieringsmodel. Daarnaast ijvert de commissie al langer voor een pragmatische aanpak inzake taal21. De commissie verwijst daarbij naar de aanpak van de VDAB, waarin ze in haar dienstverlening ten aanzien van nieuwkomers een beroep doet op de praktische uitzondering voorzien door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, die toestaat dat vreemde talen in een dienst worden gebruikt als uitzondering en overgangsmaatregel om bepaalde doelgroepen te informeren.
11
Sancties bij inbreuken
Wat betreft de sancties bij inbreuken vraagt de commissie om de strafmaten zoveel mogelijk logisch op elkaar af te stemmen. Nu voorziet het voorontwerp van besluit een sanctie van €100 voor een niet tijdige aanmelding bij het EVA en een sanctie van €150 voor een niet tijdige inschrijving bij de VDAB. Het wijzigingsdecreet Vlaamse inburgerings- en integratiedecreet voerde bijkomende onderdelen toe aan het inburgeringstraject en bijkomende verplichtingen om bepaalde doelstellingen te behalen voor het inburgeringsattest. Dat impliceert dat er bijkomende inbreuken, en dus ook sancties, mogelijk zijn bij het niet (tijdig) behalen van deze doelstellingen. De commissie onderstreept dat hierdoor ook een goed werkende geïntegreerde aanpak nog belangrijker wordt, zodat inburgeraars niet onbedoeld inbreuken plegen en sancties oplopen. De commissie vraagt ook of een monitoring van deze sancties zal worden opgezet.
20
Idem
21
Zie bijvoorbeeld: Commissie Diversiteit (1 februari 2021). Advies wijzigingsdecreet Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid. SERV, Brussel. Commissie Diversiteit (25 mei 2016) Advies Vluchtelingen. SERV, Brussel.
17