Vlaanderen is milieu
Duurzaam gebruik van pesticiden 2015
VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ
www.vmm.be
DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015 Samenstellers Afdeling Operationeel Waterbeheer, VMM Dienst Lokaal Waterbeheer, Team Watervoorziening en -gebruik Inhoud Dit rapport brengt een overzicht van het eerste jaar waarin het besluit duurzaam gebruik van pesticiden volledig van kracht is. Het biedt een stand van zaken van de uitvoering van dit besluit aan de hand van afwijkingsaanvragen en het resterend pesticidengebruik. Dit rapport focust op de openbare besturen. Wijze van refereren Vlaamse Milieumaatschappij (2016), Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015 Verantwoordelijke uitgever Michiel Van Peteghem, Vlaamse Milieumaatschappij Vragen in verband met dit rapport Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst Tel: 053 72 62 10 info@vmm.be Depotnummer D/2016/6871/062
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 2
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
SAMENVATTING Dit rapport geeft een overzicht van het eerste jaar waarin een verbod geldt voor openbare diensten op het gebruik van pesticiden, na een afbouwperiode van 2004 tot en met 2014. Afwijken van dit verbod kan vanaf 1 januari 2015 enkel onder specifieke omstandigheden. Deze afwijkingen kunnen generieke afwijkingen zijn waarvoor geen expliciete aanvraag ingediend moet worden. Andere afwijkingen van het verbod moeten aangevraagd worden bij de VMM. De VMM evalueert de ingediende afwijkingsaanvragen en neemt een beslissing die positief, gedeeltelijk positief of negatief kan zijn. Bij goedkeuring worden altijd voorwaarden opgenomen. Met deze beslissing kan het pesticidengebruik bijgestuurd worden en is het mogelijk om maximaal in te zetten op preventie van het voorkomend probleem. Naast het afwijkingskader bestaat ook de rapporteringsplicht waarbij de openbare besturen in Vlaanderen voor 1 april van het jaar volgend op gebruik, moeten doorgeven welke pesticiden ze gebruikten, in welke hoeveelheid en onder welke afwijking. Dit biedt een extra controle op het al dan niet naleven van de bepalingen in de afwijkingsbesluiten en laat toe de evolutie van het pesticidengebruik op te volgen. Het totale pesticidengebruik in 2015 bedraagt 8,8 ton werkzame stof. Hiervan zijn 97 procent herbiciden, waarbij glyfosaat als werkzame stof goed is voor 65 procent. Voornamelijk de Federale overheid (80 %) heeft een belangrijk aandeel in het pesticidengebruik in Vlaanderen vanwege het pesticidengebruik op de spoorweginfrastructuur. De gemeenten zijn als groep de tweede grootste gebruiker van pesticiden (13%). Binnen de Vlaamse overheid is vooral het pesticidengebruik in functie van exotenbestrijding belangrijk. Het gemiddelde gebruik per gemeente gaat zeer sterk omlaag van 17 kilogram werkzame stof in 2014 naar 4 kilogram in 2015. Deze trend is minder sterk zichtbaar bij sommige andere openbare besturen. Waar bij sommigen een afbouw vrijwel volledig is gerealiseerd, zijn er anderen die pesticidengebruik niet afbouwen. Dit vraagt om extra inzet van de beheerder maar ook van het beleid om de beheerder de juiste informatie te bezorgen om ook hier pesticidenreductie verder door te voeren. In jaar 2015 maakten 198 gemeenten en 22 andere openbare dienstverleners gebruik van het afwijkingskader dat in dit rapport beschreven staat. Het gaat hier in bepaalde gevallen weliswaar over meerdere afwijkingen per instantie. 71 instanties maakten alleen gebruik van generieke afwijkingen; zij hoefden daarvoor geen aanvraag in te dienen. De overige dienden een expliciete aanvraag in. Verder in het rapport is per afwijkingsprocedure te vinden in welke mate en door wie de verschillende procedures gebruikt werden. Pesticidengebruik blijkt zich vooral voor te doen omwille van veiligheidsredenen. Dit verklaart het grootschalige gebruik op spoorwegen. Als we dit buiten beschouwing laten, zijn vooral de generieke afwijkingen belangrijk op vlak van pesticidengebruik.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
3
INHOUD 1 Inleiding ......................................................................................................................................................... 8 1.1 Situering ................................................................................................................................................. 8 1.2 Belangrijke begrippen ............................................................................................................................ 9 1.3 Leeswijzer .............................................................................................................................................10 2 Verwerken van de gegevens .......................................................................................................................11 2.1 Gebruiksgegevens ................................................................................................................................11 2.1.1 Rapporteringsverplichting ...........................................................................................................11 2.1.2 Volledigheid en verificatie ...........................................................................................................12 2.1.3 Nulgebruik in 2015 .......................................................................................................................13 2.1.4 Omrekening..................................................................................................................................14 2.1.5 Gebruikers en gebruikersgroepen ...............................................................................................15 2.1.6 Trends en evoluties ......................................................................................................................15 2.2 Afwijkingsdossiers ................................................................................................................................16 2.2.1 Proces ...........................................................................................................................................16 2.2.2 Noodzakelijke informatie .............................................................................................................16 2.2.3 Af- en/of goedkeuren van volledige dossiers ..............................................................................17 2.2.4 Databank afwijkingen ..................................................................................................................17 2.2.5 Groeperen van de soort aanvragen .............................................................................................18 3 Gebruikscijfers van pesticiden door openbare besturen ............................................................................19 3.1 Data van 2015 ......................................................................................................................................19 3.1.1 Totaal gebruik ..............................................................................................................................19 3.1.2 Gebruik per type pesticide ...........................................................................................................20 3.1.3 Gebruik per werkzame stof..........................................................................................................21 3.2 Evolutie van het pesticidengebruik ......................................................................................................23 3.2.1 Totaal gebruik 2010 - 2015 ..........................................................................................................23 3.2.2 Gemeenten ..................................................................................................................................24 3.2.3 Andere openbare besturen..........................................................................................................31 3.3 Besluit ...................................................................................................................................................42 4 Afwijkingen van het verbod ........................................................................................................................43 4.1 Inleiding ................................................................................................................................................43 4.2 Procedure 1 – Lijst met generieke afwijkingen voor het jaar 2015 .....................................................44 4.2.1 Situering afwijkingskader .............................................................................................................44 4.2.2 Opmaak van de generieke lijst voor het jaar 2015 ......................................................................44 4.2.3 Afwijkingsaanvragen ....................................................................................................................46 4.2.4 Procedure 1 in 2015 toegepast ....................................................................................................46 4.2.5 Pesticidengebruik volgens procedure 1 .......................................................................................47 4.3 Procedure 2 – Acuut gevaar in 2015 ....................................................................................................49
4.3.1 Situering afwijkingskader .............................................................................................................49 4.3.2 Afwijkingsaanvragen ....................................................................................................................49 4.3.3 Pesticidengebruik volgens procedure 2 .......................................................................................49 4.4 Procedure 3 – Probleemsoort of veiligheidsprobleem in 2015 ...........................................................50 4.4.1 Situering afwijkingskader .............................................................................................................50 4.4.2 Afwijkingsaanvragen ....................................................................................................................51 4.4.3 Pesticidengebruik volgens procedure 3 .......................................................................................52 4.5 Procedure 4 - Omvormingsprogramma voor de periode 2015-2017 ..................................................54 4.5.1 Situering .......................................................................................................................................54 4.5.2 Afwijkingsaanvragen ....................................................................................................................55 4.5.3 Pesticidengebruik volgens procedure 4 in 2015 ..........................................................................57 4.6 Procedure 5 – Probleemterrein voor 2015 ..........................................................................................58 4.6.1 Situering .......................................................................................................................................58 4.6.2 Afwijkingsaanvragen ....................................................................................................................59 4.6.3 Pesticidengebruik volgens procedure 5 in 2015 ..........................................................................61 4.7 Geen afwijking aangevraagd ................................................................................................................62 4.8 Beroepsprocedures in 2015 .................................................................................................................62 4.9 Overzicht van de procedures ...............................................................................................................63 4.9.1 Aantal afwijkingen voor 2015 ......................................................................................................63 4.9.2 Pesticidengebruik via de verschillende procedures.....................................................................63 4.10Besluit ...................................................................................................................................................64 Afwijkingen en pesticidengebruik ................................................................................................65
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
5
LIJST VAN TABELLEN tabel 1: belangrijke begrippen gebruikt in dit rapport alfabetisch geordend .................................................... 9 tabel 2: drie voorbeelden van de samenstelling van een pesticide .................................................................14 tabel 3: totaal pesticidengebruik in werkzame stof (in kilogram en procentueel) opgedeeld per instantie voor 2015..........................................................................................................................................................19 tabel 4: pesticidengebruik opgedeeld naar type pesticide gerapporteerd door de openbare besturen voor het jaar 2015 uitgedrukt in kilogram werkzame stof .......................................................................................20 tabel 5: gebruik van de openbare besturen per werkzame stof in kilogram en in percentage voor 2015 ......21 tabel 6: totaal pesticidengebruik in werkzame stof tussen 2010 en 2015 (2015 gecorrigeerd en volledig) gerapporteerd door de openbare besturen .....................................................................................................23 tabel 7: gemiddeld pesticidengebruik van de gemeenten voor de periode 2010 tot 2015 in werkzame stof (kilogram en procentueel) ................................................................................................................................28 tabel 8: gemiddeld gemeentelijk pesticidengebruik verzameld per provincie uitgedrukt in kilogram werkzame stof tussen 2010 en 2015 ................................................................................................................29 tabel 9: pesticidengebruik van de provincies in werkzame stof (kilogram ) voor 2015 ...................................31 tabel 10: overzichtstabel gebruik van pesticiden in kilogram werkzame stof bij Vlaamse instanties in 2015 33 tabel 11: procedure 1 - Lijst met generieke afwijkingen voor het gebruiksjaar 2015 zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 oktober 2014 .........................................................................................................45 tabel 12: overzichtstabel van het aantal instanties dat gebruik maakte van procedure 1 – lijst met de generieke afwijkingen voor het jaar 2015 ........................................................................................................47 tabel 13: overzicht van de gebruikscijfers per generieke afwijking in kilogram werkzame stof opgedeeld per gemeente, provincie, Vlaamse overheid, federale overheid, de groep ‘anderen’ en de totale hoeveelheid .48 tabel 14: overzicht ingediende en goedgekeurde afwijkingen volgens procedure 3 opgedeeld per instantie ............................................................................................................................................................51 tabel 15: overzicht van het aantal aanvragen voor procedure 3 en de overeenkomstige oppervlakte opgedeeld naar reden van de aanvraag. ..........................................................................................................52 tabel 16: overzicht van de gebruikscijfers volgens procedure 3 in kilogram werkzame stof opgedeeld in biodiversiteit, veiligheid en volksgezond en opgedeeld per soort instantie ....................................................53 tabel 17: overzicht van het aantal aangevraagde en toegekende afwijkingen en de bijhorende oppervlakte volgens procedure 4 opgedeeld per instantie..................................................................................................55 tabel 18: overzicht van het aantal afwijkingen volgens procedure 4 aangevraagd en toegekend opgedeeld naar terrein waarop de aanvraag betrekking heeft en de overeenkomstige oppervlakte ..............................56 tabel 19: overzicht van de gebruikscijfers volgens procedure 4 in kilogram werkzame stof opgedeeld in terreintypes en instanties.................................................................................................................................57 tabel 20: overzicht van de aangevraagde en toegekende afwijkingen volgens procedure 5 opgedeeld per instantie ............................................................................................................................................................60 tabel 21: overzicht van het aantal aangevraagde en toegekende afwijkingen volgens procedure 5 en de overeenkomstige oppervlakte opgedeeld naar terrein waarop de aanvraag betrekking heeft ......................61 tabel 22: overzicht gebruikscijfers volgens procedure 5 in kilogram werkzame stof opgedeeld per instantie ............................................................................................................................................................62
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 6
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
tabel 23. Overzicht gebruiksgegevens per procedure zowel met als zonder spoorwegexploitatie. ...............63
LIJST VAN FIGUREN figuur 1: procentueel aandeel van de verschillende werkzame stoffen in het totale pesticidengebruik gerapporteerd door de openbare besturen voor het jaar 2015 ......................................................................22 figuur 2: evolutie van het totale pesticidengebruik door openbare besturen in Vlaanderen. ........................24 figuur 3: evolutie van het pesticidengebruik per klasse voor de gemeenten tussen 2010 en 2015 ...............25 figuur 4: spreiding van het pesticidengebruik (in kilogram werkzame stof) van de gemeenten in 2015 ........26 figuur 5: inkleuring van de gebruiksgegevens van de gemeenten in klassen werkzame stof voor het gebruiksjaar 2015 met ter vergelijking ook 2010 en 2014 ...............................................................................27 figuur 6: evolutie van het gemiddeld pesticidengebruik in kilogram werkzame stof per gemeente tussen 2010 en 2015 ....................................................................................................................................................29 figuur 7: evolutie van het gemiddeld pesticidengebruik van de gemeenten verzameld per provincie tussen 2010 en 2015 ....................................................................................................................................................30 figuur 8: evolutie van het pesticidengebruik bij de vijf provincies voor de periode 2010-2015......................32 figuur 9: evolutie van het pesticidengebruik (zowel voor beheer van uitheemse soorten als voor bescherming van de collecties) in kilogram werkzame stof bij het Agentschap Natuur en Bos in de periode 2009-2015.........................................................................................................................................................34 figuur 10: evolutie van het pesticidengebruik in kilogram werkzame stof bij AWV in de periode 2010 tot 2015 ..................................................................................................................................................................35 figuur 11: evolutie van het pesticidengebruik in kilogram werkzame stof bij de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn in de periode 2010-2015 ..................................................................................36 figuur 12: evolutie van het pesticidengebruik in kilogram werkzame stof bij NV De Scheepvaart in de periode 2010-2015 ...........................................................................................................................................37 figuur 13: evolutie gebruik van pesticiden door VMM in de periode 2009-2015 ............................................38 figuur 14: evolutie pesticidengebruik door W&Z in de periode 2009 - 2015...................................................39 figuur 15: evolutie van het pesticidengebruik door Infrabel in de periode 2009-2015. ..................................40
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
7
1 INLEIDING 1.1 Situering In 2003 werd gestart met de afbouw van het gebruik aan bestrijdingsmiddelen in Vlaanderen. De overheidsdiensten vervullen hierin een belangrijke rol. Sinds 2004 mogen zij in principe geen pesticiden meer gebruiken, tenzij ze een reductieprogramma indienden en uitvoerden zoals bepaald in het pesticidenreductiedecreet. De beslissing voor deze omschakeling was in hoofdzaak terug te brengen tot de bezorgdheid voor het leefmilieu en de volksgezondheid. Omdat de publieke ruimte vaak verhard is, vormt ze een extra risico voor de bedreiging van het leefmilieu met pesticiden door afspoeling naar het watersysteem. De Europese kaderrichtlijn Water verplicht ons om tegen 2015 het gehalte aan residuen van bestrijdingsmiddelen in de waterketen terug te dringen tot een niveau nodig voor een gezond milieu. Ook de Europese richtlijn Duurzaam Gebruik van Pesticiden van 2009 vraagt een bescherming van het aquatisch milieu en van de bronnen die gebruikt worden voor de productie van drinkwater. Diezelfde Europese richtlijn Duurzaam Gebruik Pesticiden legt gebruiksbeperkingen of verbodsbepalingen op voor terreinen waar kwetsbare doelgroepen in aanraking kunnen komen met pesticiden. Daarnaast vraagt de richtlijn en het decreet duurzaam gebruik pesticiden om trends te signaleren over het gebruik van bepaalde werkzame stoffen. In 2013 werden het decreet duurzaam gebruik van pesticiden en het bijhorende besluit gepubliceerd. Deze wetgeving zorgt voor de omzetting van de Europese richtlijn Duurzaam Gebruik van Pesticiden van 2009 en paste het bestaande pesticidenreductiedecreet aan de Europese regelgeving aan. Tegelijkertijd werd de doelgroep die onder beperkingen valt ruimer: alle openbare diensten en alle commerciële activiteiten met uitzondering van de land- en tuinbouwactiviteiten vallen onder de regelgeving. Voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (zie tabel 1) voor land- en tuinbouwtoepassingen geldt sinds 2014 de geïntegreerde gewasbescherming. Dit vormt geen onderdeel van dit rapport. Vanaf 2015 geldt voor terreinen gebruikt voor openbare diensten een verbod op het gebruik van pesticiden. Ook in bepaalde kwetsbare zones zoals langsheen waterlopen, in drinkwaterbeschermingszones en op terreinen die toegankelijk zijn voor kwetsbare groepen geldt een verbod op het gebruik van pesticiden. Voor de andere terreinen die opgenomen zijn in de regelgeving geldt een minimumgebruik. Dit rapport geeft een overzicht van de uitvoering van het decreet en besluit duurzaam gebruik van pesticiden voor het jaar 2015. 2015 is het eerste jaar waarin een verbod geldt en waarin het afwijkingskader van het besluit duurzaam gebruik pesticiden inging. Het rapport heeft drie doelstellingen: 1. het bundelen van alle gegevens over het pesticidengebruik van openbare besturen in 2015; 2. het opvolgen van de evoluties van het gebruik van de openbare besturen; 3. het bundelen van alle gegevens over de afwijkingen van het pesticidenverbod voor het gebruiksjaar 2015. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 8
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
1.2 Belangrijke begrippen In dit rapport worden een aantal begrippen gebruikt die in tabel 1 omschreven worden. tabel 1: belangrijke begrippen gebruikt in dit rapport alfabetisch geordend
Term
Omschrijving
Besluit beschermingszones grondwaterwingebieden
Besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende reglementering van de handeling binnen de waterwingebieden en de beschermingszones en het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende reglementering van de handelingen die het grondwater kunnen verontreiniging, wat pesticidengebruik betreft
Besluit duurzaam gebruik pesticiden
Besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 houdende nadere regels inzake duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest voor niet-land- en tuinbouwactiviteiten en de opmaak van het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik
Biocide
Een bestrijdingsmiddel voor gebruik buiten de landbouw anders dan gewasbeschermingsmiddelen, bijvoorbeeld rattenvergif, algendodende middelen, houtbeschermingsmiddelen, ... De toegelaten biociden zijn te raadplegen op www.biocide.be.
Commerciële activiteit
Een commerciële activiteit verwijst naar de (objectieve en subjectieve) daden van koophandel opgesomd in de artikelen 2 en 3 van het Wetboek van Koophandel.
Decreet duurzaam gebruik pesticiden
Decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest
Gewasbeschermingsmiddel
Een werkzame stof en preparaat ter bescherming en/of bewaring van planten en plantaardige producten tegen schadelijke organismen, ter beïnvloeding van de levensprocessen van planten of om ongewenste planten of plantendelen te doden. Deze omvatten bestrijdingsmiddelen gebruikt in de landbouw, voor de bescherming van kamerplanten, in tuinen, in openbaar groen en op sportterreinen. De toegelaten gewasbeschermingsmiddelen zijn te raadplegen via Fytoweb of www.fytoweb.be.
Nulgebruik
Onder nulgebruik wordt verstaan dat er geen pesticiden gebruikt worden.
Omvormingsprogramma
Een vorm van afwijken van het verbod waarbij de aanvrager één of meerdere terreinen opsomt die in de huidige situatie niet pesticidenvrij te beheren zijn maar waarvoor hij het engagement aangaat om deze structureel aan te passen om een pesticidenvrij beheer mogelijk te maken.
Openbare dienst
Alle diensten uitgevoerd door een rechtspersoon in het kader van een taak van algemeen belang.
Pesticiden
Overkoepelende term die zowel de gewasbeschermingsmiddelen als de biociden omvat.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
9
Pesticidenreductiebesluit
Besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 houdende nadere regels inzake de reductieprogramma’s ter vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest.
Pesticidenreductiedecreet
Decreet van 21 december 2001 houdende vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest.
Rapporteringsverplichting
De bepaling waarbij het doorgeven van het pesticidengebruik opgelegd wordt.
Reductieprogramma
Een programma tot vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen of tot wijziging van het soort bestrijdingsmiddel dat wordt gebruikt, opgemaakt door een openbare dienst, met het oog op de bescherming van mens en milieu met als doel tot een nulgebruik te komen op 1 januari 2015.
Terrein
Alle vlakke oppervlakken die geen onderdeel van een kunstwerk of gebouw zijn.
Werkzame stof
De chemische component die instaat voor de werking van het pesticide
N.B. Enkel de gewasbeschermingsmiddelen en de biociden die in België toegelaten zijn, mogen in België op de markt komen en volgens de toelatingsvoorschriften gebruikt worden. De federale overheid is verantwoordelijk voor deze productnormering.
1.3 Leeswijzer In eerste instantie krijgt de lezer in dit rapport in hoofdstuk 2 een overzicht van de oorsprong en verwerking van de gegevens. Hoofdstuk 3 is gelijklopend met de vorige rapporten over het gebruik van pesticiden door openbare besturen. Eerst worden de data van 2015 besproken, meer bepaald het totaal gebruik, het gebruik per type pesticide en het gebruik per werkzame stof. Daarna worden de gebruikscijfers van 2015 (in werkzame stof) tegenover die van de vorige jaren geplaatst. De verschillende instanties worden daarbij afzonderlijk besproken. Dit hoofdstuk sluit af met een besluit. In 2015 is pesticidengebruik enkel nog in specifieke omstandigheden toegelaten. Hoofdstuk 4 gaat in op de verschillende afwijkingsprocedures. Per afwijkingsprocedure is uitgewerkt waarvoor deze afwijking van het verbod gebruikt kan worden, hoeveel instanties er gebruik van maakten en welke hoeveelheid aan pesticidengebruik dit met zich meebracht in 2015. Op die manier wordt een relatie gelegd tussen de gebruikscijfers van 2015 in hoofdstuk 3. Bijlage 1 bevat een overzicht van de verschillende instanties die rapporteerden, hun gebruiksgegevens voor 2015 en de afwijkingen die werden goedgekeurd.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 10
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
2 VERWERKEN VAN DE GEGEVENS 2.1 Gebruiksgegevens 2.1.1 Rapporteringsverplichting Vanaf 1 januari 2015 is het rapporteren van pesticidengebruik verplicht voor het Vlaamse Gewest, de Vlaamse gemeenschap, en alle diensten en agentschappen die ervan afhangen, de provinciale overheden, de gemeenten, de autonome gemeentebedrijven en de polders en wateringen. Voor de federale overheden, zoals Infrabel en de NMBS, werd in de beslissing met de goedkeuring van de afwijkingsaanvraag, de rapportering van het pesticidengebruik als voorwaarde opgenomen. Ook commerciële activiteiten zijn gevat door de bepalingen uit het decreet en het besluit duurzaam gebruik van pesticiden. De wetgeving voorziet geen rapporteringsplicht voor deze groep. Zij moeten de gebruiksgegevens bijhouden en ter inzage kunnen voorleggen gedurende 5 jaar. De bedoeling is om bij incidenten of bij een uitgebreide inventarisatieronde deze gegevens te kunnen opvragen. Deze gegevens werden niet opgevraagd voor het gebruiksjaar 2015. Ze maken dan ook geen deel uit van dit rapport. De openbare besturen moeten hun gegevens voor 1 april na het jaar van gebruik aan de VMM rapporteren. De gegevens van 2015 moesten dus vóór 1 april 2016 gerapporteerd worden. Vooraf stuurt de VMM een bericht aan de contactpersonen van de online-inventaris om hen te wijzen op de rapporteringsverplichting. Daarnaast gebeurt een extra sensibilisatie naar de gemeenten via de CAPLOnieuwsbrief. Deze brief is gericht aan lokale overheden en gaat uit van het centraal aanspreekpunt voor lokale overheden, de instantie die ook de samenwerkingsovereenkomsten tussen de Vlaamse overheid en de lokale overheden opvolgde. Wie niet rapporteerde vóór 1 april, heeft een herinneringsbericht ontvangen met de vraag om alsnog te rapporteren. De online-inventaris werd ongeveer een maand later afgesloten. In juni volgde een evaluatie per mail van het pesticidengebruik van de verschillende instanties en hoe dit paste binnen de verleende afwijking(en). Die evaluatie leidde vaak tot het alsnog aanvullen of verbeteren van de beschikbare gegevens. Ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen wespen moet door de openbare besturen gerapporteerd worden. In de meeste gevallen staat de brandweer hiervoor in. Nieuw voor 2015 was de rapportering door de brandweer. Met de opdeling van de hulpdiensten, en dus ook de brandweer, in hulpverleningszones hebben de gemeenten zelf geen overzicht meer van het pesticidengebruik voor wespenbestrijding. Voor 2015 werd dit dan ook gerapporteerd via de brandweerzones die daarvoor een oproep kregen van de VMM via de brandweervereniging van Vlaanderen. Deze rapportering is nieuw voor hen. Er zijn dan ook grote hiaten doordat niet alle brandweerzones het gebruik doorgaven en doordat de gerapporteerde gegevens vaak ook het gebruik bij particulieren omvatten, wat in principe niet onder de bepalingen van het besluit duurzaam gebruik van pesticiden valt.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
11
2.1.2 Volledigheid en verificatie 2.1.2.1 Ruwe data Uit de online inventaris komt een bestand dat alle ingevoerde gegevens bevat. Per pesticide of alternatieve methode die door de rapporteerder werd ingevoerd bevat dit bestand een aparte lijn. Deze gegevens bevatten nog bepaalde fouten en vragen een uitgebreide controle en verwerking. De te rapporteren gegevens voor pesticiden zijn: 1. Terreineenheid: het type terrein waarop pesticiden toegepast zijn 2. De productnaam (automatisch aangevuld wanneer het toelatingsnummer wordt ingevuld) 3. Het toelatingsnummer van het product op de Belgische markt (automatisch aangevuld wanneer de productnaam wordt ingevuld) 4. Hoeveelheid gebruikt product in kilogram of liter 5. Oppervlakte waarop het product toegepast werd 6. Afwijkingsnummer waaronder een goedkeuring voor het gebruik verleend werd 7. Opmerking waarin bijkomende informatie gegeven kan worden Verplicht in te vullen vakken zijn de nummers 1, 2, 3, 4 en 6. Oppervlakte en opmerkingen zijn geen verplichte velden omdat deze niet voor elke rapportering relevant zijn. Het toepassingsgebied is opgedeeld in: - Verhardingen: o Open verharding o Halfopen verharding o Gesloten verharding - Groenzone: o Gras o Houtige vegetatie o Kruidige vegetatie o Onbedekte grond - Ziekten en plagen: o Ziekten o Plagen o Ratten (buiten) - Specifiek terrein o Sportvelden o Begraafplaatsen 2.1.2.2 Niveau van aanlevering pesticidengebruik Via de online rapporteringstool wordt de rapportering zoveel mogelijk gestandaardiseerd. Waar mogelijk worden keuzemenu’s gebruikt. Sommige invulvakken blijven echter vrije velden waar weinig controle bestaat over de invulling. Zo is het vak ‘afwijkingsnummer’ bedoeld om slechts één afwijkingsnummer in op te nemen zodat gebruiksgegevens eenvoudig aan een bepaald terrein of een bepaalde probleemsoort gekoppeld kunnen
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 12
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
worden. Soms werden meerdere afwijkingsnummers vermeld in hetzelfde vak waardoor deze koppeling niet overal kan gemaakt worden. Oppervlakte is een belangrijke parameter om onder meer een correct productgebruik na te gaan en om een inschatting te krijgen op welke oppervlakte er in Vlaanderen nog effectief pesticiden toegepast worden. Dit vak is niet verplicht en wordt zelden ingevuld. Bepaalde openbare besturen rapporteren niet ondanks verschillende oproepen hiertoe. Deze rapportering is dan ook niet verplicht als er geen pesticiden gebruikt werden. 2.1.2.3 Uitschieters De aangeleverde ruwe data zijn door de Vlaamse Milieumaatschappij gescreend op uitschieters. Elke rapportering van meer dan 75 kilogram (ruw product, op dit punt gebeurde nog geen omrekening naar werkzame stof) van eenzelfde pesticide wordt gecontroleerd. Waar het gaat om rodenticiden wordt er vanuit gegaan dat dit gebruik klopt. Rodenticiden worden vaak in grote hoeveelheden toegepast. Waar het hoge gebruik gelijkaardig is aan dat van een eerdere, bevestigde rapportering wordt er vanuit gegaan dat deze hoeveelheid klopt. In andere gevallen is hiervoor contact opgenomen met de respectievelijke rapporteerders en zijn de gegevens door hen gevalideerd of gecorrigeerd waar nodig. De meeste uitschieters bleken toch correct gerapporteerd. Enkele fouten zoals het gebruik van een verkeerde eenheid of een verkeerde omrekening van het aantal gebruikte verpakkingen naar een gewicht zijn wel gecorrigeerd. 2.1.2.4 Terugkoppeling De gegevens die in dit rapport gepubliceerd zijn, werden teruggekoppeld met de contactpersonen die de online-inventaris invulden en in geval van de gemeenten ook via de gemeentesecretaris. Dit gebeurde via een evaluatiebericht. Op basis van de reacties hierop werd de databank gecorrigeerd en aangevuld. Deze gevalideerde gegevens zijn daarna ter beschikking gesteld op www.zonderisgezonder.be onder “openbare diensten” en zijn voorzien van een korte interpretatie. Betrouwbaarheid van de data De betrouwbaarheid van de data hangt af van de precisie en de volledigheid waarmee een openbaar bestuur rapporteert. Waar gewerkt wordt met verschillende aanbestedingen voor onderhoud of waar veel verschillende diensten instaan voor het onderhoud, blijkt het niet steeds evident om een correct overzicht van de gebruikte middelen bij te houden.
2.1.3 Nulgebruik in 2015 Onder nulgebruik wordt verstaan dat er geen pesticiden gebruikt worden. In elke communicatie met de openbare besturen, voor zover dat in verband stond met rapportering werd gevraagd om ook door te geven wanneer er geen pesticiden gebruikt werden. Sommigen vroegen een afwijking aan, maar gebruikten
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
13
ze toch niet. Anderen geven door geen pesticiden meer te gebruiken voor het onderhoud in de gemeente, maar treden nog wel op bij plagen (bv. bruine rattenbestrijding). Wie een officieel nulgebruik heeft doorgegeven en dus geen pesticiden meer gebruikt, hoeft niet te rapporteren.
2.1.4 Omrekening 2.1.4.1 Van product naar soort pesticide De openbare besturen rapporteren de hoeveelheid gebruikte producten via de naam en het toelatingsnummer (zie 2.1.). De verschillende pesticiden op de markt hebben een gebruikstoelating voor een bepaald doelwitorganisme (bv. knaagdieren, mossen, insecten, …). Op basis van dit doelwitorganisme kunnen de pesticiden opgedeeld worden in verschillende groepen. Voorbeelden zijn: - herbiciden: tegen planten - fungiciden: tegen schimmels - insecticiden: tegen insecten - acariciden: tegen spinachtigen - rodenticiden: tegen knaagdieren - mollusciciden: tegen weekdieren - agiciden: tegen algen - bryociden: tegen mossen Verschillende producten zijn werkzaam tegen meerdere soortgroepen. Een heel aantal pesticiden heeft een gecombineerde werking zoals tegen insecten en mijten (insecticide/acaricide) of tegen schimmels en bacteriën (fungicide/bactericide). Deze producten werden in dit rapport opgenomen als een afzonderlijk type. Zo is er bijvoorbeeld het type ‘fungicide/bactericide’. Het product wordt in dit geval dus niet apart opgenomen onder zowel het type fungicide als het type bactericide. 2.1.4.2 Van product naar werkzame stof De gerapporteerde gegevens komen toe als hoeveelheid gebruikt product. Deze hoeveelheden worden omgezet naar werkzame stof, de chemische component die instaat voor de werking van het pesticide. Van elk product is de samenstelling gekend. Een pesticide kan één enkele werkzame stof bevatten of kan bestaan uit een combinatie van verschillende werkzame stoffen. Ter verduidelijking is de samenstelling van enkele producten (Roundup Ultra, Bromabo Blok en Bofix) opgenomen in tabel 2. tabel 2: drie voorbeelden van de samenstelling van een pesticide
Handelsmiddel
Toelatingsnummer
Samenstelling
Roundup Ultra
8504P/B
360 g/l GLYFOSAAT
Bromabo Blok
BE2013-0021
Bofix
8171P/B
0,005% (0,05 g/kg) BROMADIOLONE 40 g/l CLOPYRALID 200 g/l MCPA 200 g/l FLUROXYPYR
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 14
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
De meest gebruikte rodenticiden bevatten een erg lage concentratie werkzame stof. Hoewel ze in de praktijk veel worden toegepast, blijft de hoeveelheid werkzame stof die wordt gebruikt zeer beperkt.
2.1.5 Gebruikers en gebruikersgroepen Een eenvoudige weergave van gegevens zorgt voor een goed overzicht. We hanteren hiervoor een opdeling in groepen: - gemeenten - provincies - Vlaamse overheid - federale overheid - andere Onder deze laatste categorie vallen de openbare besturen die een klein aandeel hebben in het pesticidengebruik en niet thuishoren onder één van de overige groepen. Het gaat onder meer over polders en wateringen, OCMW’s, havenbedrijven, universiteiten, ziekenhuizen, … Deze opdeling geeft weer hoe het pesticidengebruik verdeeld is over de verschillende bestuurlijke niveaus.
2.1.6 Trends en evoluties 2.1.6.1 Gemeenten Om een beter zicht te krijgen op de afbouw van het pesticidengebruik bij gemeenten is een klasse-indeling gemaakt op basis van de hoeveelheid gebruikte werkzame stof (in kilogram) per gemeente. De klassen zijn: - geen gebruik van pesticiden - minder dan 10 kg werkzame stof - tussen 10 en 25 kg - tussen 25 en 50 kg - tussen de 50 en 100 kg - meer dan 100 kg - geen gegevens (wegens geen rapportering) Deze klasse-indeling van de gebruikscijfers van gemeenten gebeurt sinds het gebruiksjaar 2010. Het gaat daarbij om het absolute gebruik van de gemeente in kwestie. Dit cijfer houdt geen rekening met de oppervlakte die de gemeente in beheer heeft. De te onderhouden oppervlakte door de gemeente blijkt niet voldoende nauwkeurig te achterhalen. Het gemiddelde gebruik per gemeente is een goede indicator om te evalueren of het pesticidengebruik daalt en in welke mate het daalt. Dit wordt per jaar berekend door het pesticidengebruik op te tellen van alle gemeenten die rapporteerden in dat jaar. Dit cijfer wordt gedeeld door het aantal gemeenten dat in het betreffende jaar rapporteerde, inclusief de gemeenten die een officieel nulgebruik doorgaven. 2.1.6.2 Cijferreeksen Om de evolutie van het gebruik te evalueren, start de cijferreeks bij de gebruikscijfers van het jaar 2010. Sinds 2009 gebeurde de rapportering via een online-inventaris. Vanaf 2010 zijn de gegevens relatief volledig. Als de gegevens niet gevalideerd of niet gerapporteerd zijn, is dit aangegeven bij de tabel of de figuur.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
15
2.2 Afwijkingsdossiers 2.2.1 Proces Afwijken van het verbod kan via 5 procedures. Van de 5 afwijkingsprocedures die men kan gebruiken moeten er 4 vooraf aangevraagd worden. De andere procedure omvat een lijst met generieke afwijkingen waaraan geen aanvraag vooraf gaat. Meer over de verschillende procedures is opgenomen in 4. Het verloop van een afwijkingsaanvraag bestaat steeds uit vijf stappen: 1. De aanvrager heeft een probleemplant(en), -dier(en), -terrein(en), waarvoor conform de doelstelling van het decreet en volgens de richtlijnen een afwijking kan ingediend worden. De aanvrager maakt een dossier op. 2. De aanvrager dient het dossier in bij de VMM. 3. De VMM behandelt het dossier en kan bijkomende info opvragen. 4. De VMM keurt de aanvraag om pesticiden te gebruiken goed, geeft randvoorwaarden op voor het gebruik of keurt af. 5. De aanvrager houdt de gebruiksgegevens bij gedurende 5 jaar. De openbare besturen rapporteren de gebruiksgegevens voor 1 april van het jaar na gebruik. Voor elk van de vier procedures is een apart aanvraagformulier opgemaakt dat de noodzakelijke gegevens bevraagt. De procedures en de aanvraagformulieren zijn te vinden op www.vmm.be/zonderisgezonder. De VMM vraagt om de dossiers digitaal in te dienen en te sturen naar pesticidenreductie@vmm.be. Bepaalde aanvragen komen enkel op papier binnen, sommige gemeenten dienen zowel digitaal als op papier in.
2.2.2 Noodzakelijke informatie De VMM controleert het ingediende formulier op volledigheid. Bij ontbrekende informatie wordt bijkomende info opgevraagd bij de contactpersoon vermeld op het aanvraagformulier. Regelmatig ontbreekt de handtekening van de verantwoordelijke. Bij steden en gemeenten wordt een handtekening gevraagd van de burgemeester of gemeentesecretaris. Dit vormt het bewijs dat de afwijking van het verbod gedragen wordt door de gemeente of stad. Een ander veel vastgesteld probleem is het opnemen in het formulier van een product dat niet toegelaten is voor de specifieke toepassing. Dit wordt nagegaan op www.fytoweb.be of rechtstreeks bij de bevoegde diensten van de FOD volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en milieu. Er wordt aan de aanvrager voorgesteld een product op te geven dat wel een toelating heeft voor gebruik in België. Via het doorgeven van een correct product voor de beoogde toepassing kan het dossier vervolledigd worden. Voor sportterreinen bestaat er een vereenvoudigde procedure. Voor veel voorkomende probleemsituaties werd de motivatie voor de noodzaak van pesticidengebruik ingediend door de sportsector. De individuele aanvragers moeten op die manier niet het volledige afwijkingsformulier invullen, wat zorgt voor een administratieve vereenvoudiging.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 16
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
Dossiers die onvolledig zijn en na opvragen van bijkomende informatie niet vervolledigd zijn, worden niet verder opgenomen in dit rapport. Bepaalde dossiers werden ook ingediend en daarna ingetrokken omdat het chemisch bestrijden niet (meer) nodig bleek. Ook deze worden niet verder meegenomen in dit rapport. In totaal gaat het om een 20-tal dossiers verspreid over de verschillende afwijkingen.
2.2.3 Af- en/of goedkeuren van volledige dossiers Bij aanvraag van een afwijking wordt per terrein of per probleemsituatie een evaluatie gemaakt. Als blijkt dat de aanvraag niet voldoet aan de principes van het decreet en het besluit duurzaam gebruik van pesticiden, dan wordt de aanvraag afgekeurd. Voldoet ze wel en zijn er geen doorwegende bezwaren tegen het uitzonderlijk gebruik van pesticiden op de betroken locatie dan wordt de aanvraag goedgekeurd. Een aanvraag kan ook gedeeltelijk goedgekeurd worden, bijvoorbeeld wanneer de aanvrager een enkel dossier indient met daarin verschillende terreinen waar andere omstandigheden heersen. De beslissing over een afwijkingsaanvraag gebeurt per besluit van de VMM. Het besluit bevat: - alle relevante informatie overwogen per terrein of per situatie waarvoor de aanvrager pesticidengebruik nodig acht - een overzicht van de goedgekeurde terreinen met daaraan gekoppeld een afwijkingsnummer (en oppervlaktes voor procedure 4 en 5) inclusief de randvoorwaarden voor gebruik - eventueel een overzicht van de terreinen waarvoor geen goedkeuring werd verleend - de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen de beslissing van de VMM Het besluit van de VMM wordt per mail verstuurd naar de contactpersoon en per brief naar de verantwoordelijke. Voor de steden en gemeenten is dat het College van burgemeester en schepenen.
2.2.4 Databank afwijkingen De informatie, zoals opgegeven in de aanvraagformulieren, komt in een databank terecht. Dit enerzijds om het dossier administratief te kunnen opvolgen en anderzijds om een koppeling te kunnen maken tussen de gegeven afwijking en de gebruikte pesticiden die jaarlijks gerapporteerd worden. 2.2.4.1 Administratieve opvolging De dossiers moeten binnen een wettelijk vastgelegde periode geëvalueerd worden. Bij elk dossier staat een datum van aankomst en een datum van versturen van mail en brief naar de aanvrager. Ook worden de gegevens van de contactpersoon en de stand van zaken van de dossiers bijgehouden. Deze databank bevat ook een indeling naar entiteit/provincie. 2.2.4.2 Afwijkingsnummer Het besluit van de VMM voorziet de goedgekeurde aanvragen van een afwijkingsnummer per situatie of terrein dat onderdeel vormt van de aanvraag. Bij niet-goedkeuring worden geen afwijkingsnummers toegekend. Het afwijkingsnummer laat toe om de aanvragen die ingediend werden rechtstreeks te koppelen aan de gebruiksgegevens die de openbare besturen moeten rapporteren met vermelding van het afwijkingsnummer. Op deze manier is er een vorm van controle op het gebruik ingebouwd.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
17
Voor procedure 1 moet geen afwijkingsdossier ingediend worden. Het afwijkingsnummer is opgenomen in de lijst van de generieke afwijkingen.
2.2.5 Groeperen van de soort aanvragen 2.2.5.1 Soortspecifieke aanvragen (procedures 1, 2 en 3) De soortspecifieke aanvragen (procedures 1, 2 en 3) worden gegroepeerd op soortniveau of veiligheid voor verdere verwerking. Daarna worden de aanvragen gegroepeerd onder deze drie groepen: - biodiversiteit - veiligheid - volksgezondheid Voorbeelden van aanvragen die vallen onder ‘biodiversiteit’ zijn Amerikaanse vogelkers, Witte Abeel. Onder ‘veiligheid’ past het onderhoud van de spoorbedding van Infrabel. Onder ‘volksgezondheid’ is het gebruik van het rattenvergif geplaatst. 2.2.5.2 Terreinspecifieke aanvragen (procedure 4 en 5) De terreinspecifieke aanvragen (procedure 4 en 5) zijn ingedeeld in volgende groepen: - begraafplaatsen - infrastructuur - parken en plantsoenen - parkings, pleinen en paden - sportvelden Onder ‘begraafplaatsen’ vallen de kerkhoven (gelegen naast en rondom een kerk) en begraafplaatsen. Bij de groep ‘infrastructuur’ zijn seininstallaties, overwegen, duikers, stockageplaatsen, spoorbedding van de tram geklasseerd. Onder ‘parken en plantsoenen’ zijn de groenvoorzieningen en bijhorende verhardingen geklasseerd. De groep ‘parkings, pleinen en paden’ bevat voetpaden, marktpleinen, … Ook de eilandperrons van de NMBS zijn in deze groep ondergebracht gezien hun functie gelijkaardig is aan die van een plein. De sportvelden zijn de terreinen waarop de sport beoefend wordt. Deze velden kunnen verhard zijn, bedekt zijn met een kunststof of bestaan uit natuurgras.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 18
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
3 GEBRUIKSCIJFERS VAN PESTICIDEN DOOR OPENBARE BESTUREN Dit hoofdstuk bevat een overzicht van het totale pesticidengebruik in Vlaanderen door de openbare besturen met een rapporteringsverplichting (2.1.1). In het eerste deel worden de data van 2015 besproken. Eerst komt het totaal gebruik per gebruiksgroep (2.1.5) aan bod daarna gevolgd door het gebruik opgedeeld per type pesticiden (2.1.4.1) en per type werkzame stof (2.1.4.1). Meer specifieke informatie over gebruiksgegevens gekoppeld aan het afwijkingskader is opgenomen in Hoofdstuk 4 Afwijkingen van het verbod. Meer informatie over hoe de gegevens verzameld en verwerkt zijn, is te vinden in hoofdstuk 2.1.2.
3.1 Data van 2015 3.1.1 Totaal gebruik In totaal werd 8,8 ton werkzame stof gerapporteerd voor het gebruiksjaar 2015. De tabel 3 geeft het overzicht opgedeeld in de verschillende gebruikersgroepen (2.1.5). Het pesticidengebruik in 2015 situeerde zich vooral binnen de instanties van de federale overheid. Zij staan in voor 80 procent van de hoeveelheid pesticiden die gerapporteerd werd in Vlaanderen. De gemeenten stonden in voor 13 procent van het pesticidengebruik. Een aandeel van 7 procent is afkomstig van beheer binnen de Vlaamse overheid. De provincies hebben een jarenlange voortrekkersrol gespeeld in het pesticidenvrij beheer die duidelijk loont. Het pesticidengebruik van de provincies is verwaarloosbaar. Binnen de groep ‘Andere’ vallen de openbare besturen die een klein aandeel hebben in het pesticidengebruik en niet thuishoren onder één van de overige groepen. Het gaat onder meer over polders en wateringen, OCMW’s, havenbedrijven, universiteiten, ziekenhuizen, … Dit verklaart het lage cijfer. Een volledig overzicht van het pesticidengebruik per instantie is te vinden in bijlage 1. tabel 3: totaal pesticidengebruik in werkzame stof (in kilogram en procentueel) opgedeeld per instantie voor 2015
Instantie
Pesticidengebruik Werkzame stof (kilogram)
Percentage van totaal gebruik
Gemeente Provincie Vlaamse overheid Federale overheid Andere
1114,0 41,0 597,2 7063,2 0,006
12,6% 0,5% 6,8% 80,1% <0,5%
Totaal
8816,0
100%
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
19
3.1.2 Gebruik per type pesticide Pesticiden kunnen ingedeeld worden op basis van hun werking. Bijvoorbeeld tegen ongewenste planten, tegen ongewenste insecten, … (2.1.4.1). Het bestrijden van ongewenste planten, de onkruiden, is veruit de meest voorkomende reden voor het gebruik van pesticiden. Herbicidegebruik maakt, zoals in tabel 4 weergegeven, 97 procent uit van de totale hoeveelheid werkzame stof die in Vlaanderen gebruikt werd door de openbare besturen. Insecticiden vormen de overige 2 procent. Buiten de bestrijding van wespen en eikenprocessierups werden nauwelijks insecticiden toegepast. Voor de rattenbestrijding werd 2 kilogram werkzame stof gebruikt. In de meest gebruikte rodenticiden zit slechts 0,005 procent werkzame stof. Dat wil zeggen dat er per kilogram rattenvergif 0,00005 kilogram werkzame stof te vinden is. Hoewel er dus maar 2 kilogram werkzame stof werd gebruikt over heel Vlaanderen gaat het hier om 40 ton graantjes, blokjes en pasta’s die werden uitgelegd. De fungiciden, acariciden en andere soorten pesticiden die weinig gebruikt worden, zijn klassieke gewasbeschermingsmiddelen uit de sierteelt die in plantencollecties werden ingezet.
tabel 4: pesticidengebruik opgedeeld naar type pesticide gerapporteerd door de openbare besturen voor het jaar 2015 uitgedrukt in kilogram werkzame stof
Type pesticide
Pesticidengebruik Werkzame stof (kilogram)
Percentage van totaal werkzame stof
Herbicide Insecticide Fungicide Algicide Rodenticide Molluscicide Acaricide Insecticide, Acaricide Insecticide, Acaricide, Nematicide
8559,8 210,9 39,6 2,7 2,0 0,7 0,3 <0,1 <0,1
97,1% 2,4% 0,5% <0,5% <0,5% <0,5% <0,5% <0,5% <0,5%
Totaal
8816,0
100%
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 20
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
3.1.3 Gebruik per werkzame stof In tabel 5 zijn de meest gebruikte werkzame stoffen weergegeven en het corresponderende pesticidengebruik (2.1.4.2). Uitsluitend stoffen die een bijdrage van 1 procent of meer leverden aan het totale gebruik zijn weergegeven. In 2015 kwamen er 72 verschillende werkzame stoffen voor in de rapportering. 98 procent van de totale hoeveelheid werkzame stof is afkomstig van 7 verschillende stoffen. De overige 65 die gebruikt werden in 2015 vormen slechts 2 procent van het totale pesticidengebruik. Glyfosaat vormt nog steeds het hoofdaandeel van het pesticidengebruik met zo’n 66 procent. Wel is er een procentuele terugval tegenover 2014 waar deze stof nog een aandeel van 76 procent vormde. Glyfosaat wordt gevolgd door 2,4 D, MCPA, Triclopyr, Diflufenican en Bacillus thuringiensis. Op de stof “Bacillus thuringiensis ssp. Kurstaki” (Bt) na zijn alle weergegeven stoffen actieve bestanddelen van herbiciden. Bacillus thuringiensis daarentegen is een insectendodende bacteriestam die buiten land- en tuinbouw voornamelijk gebruikt wordt voor het bestrijden van eikenprocessierups. tabel 5: gebruik van de openbare besturen per werkzame stof in kilogram en in percentage voor 2015
Werkzame stof
Pesticidengebruik kilogram
Percentage van totaal
GLYFOSAAT 2,4-D MCPA TRICLOPYR DIFLUFENICAN BACILLUS-THURINGIENSIS-ssp. KURSTAKI FLUROXYPYR Overige
5804,5 963,6 745,5 539,8 381,2 191,2 53,2 137,1
65,8% 10,9% 8,5% 6,1% 4,3% 2,2% 0,6% 1,6%
Totaal
8816,0
100%
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
21
figuur 1: procentueel aandeel van de verschillende werkzame stoffen in het totale pesticidengebruik gerapporteerd door de openbare besturen voor het jaar 2015
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 22
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
3.2 Evolutie van het pesticidengebruik Vanaf 2009 werd via een online toepassing op www.zonderisgezonder.be het rapporteren van het pesticidengebruik vereenvoudigd. De openbare besturen kunnen sinds dat jaar via deze weg hun gegevens gestructureerd doorgeven. Het eerste jaar van de invoering verliep nog stroef. Daarna gebeurde de rapportering vlotter, eenvormig en correcter. Om deze reden wordt in dit hoofdstuk vaak gestart met de evolutie van de gebruiksgegevens vanaf 2010.
3.2.1 Totaal gebruik 2010 - 2015 De evolutie van het totale pesticidengebruik in werkzame stof tussen 2010 en 2015 is opgenomen in tabel 6 en figuur 2. Opvallend is de daling van het gebruik in 2013. Ook in 2015 was er een sterke daling verwacht. Vanaf 1 januari 2015 geldt voor de openbare besturen een verbod op het gebruik van pesticiden. Afwijken van dit verbod kan enkel in specifieke omstandigheden. De sterke daling tussen 2014 en 2015 die verwacht was, is er echter niet. Voor 2014 is er een gebruik van 9,3 ton gerapporteerd en voor 2015 een hoeveelheid van 8,8 ton werkzame stof. Het gebruik van 2015 ligt dus maar 500 kilogram lager dan het gebruik in 2014. De reden hiervoor is dat Infrabel vanaf het werkjaar 2015 niet enkel de gegevens van de sproeitrein doorgeeft (hoofdsporen) maar ook de gegevens van de aannemers (bijsporen). Het gebruik van de aannemers was in 2015 goed voor 4,4 ton. Meer over het pesticidengebruik van Infrabel in 0. Om een representatieve vergelijking te maken is er voor 2015 ook een gecorrigeerd gebruik berekend (wat niet eerder gerapporteerd werd, is ook hier niet meegenomen) en opgenomen in de tabel en in de figuur. tabel 6: totaal pesticidengebruik in werkzame stof tussen 2010 en 2015 (2015 gecorrigeerd en volledig) gerapporteerd door de openbare besturen
jaartal
2010 2011 2012 2013 2014 2015 volledig 2015 gecorrigeerd
Pesticidengebruik Werkzame stof (kilogram)
Procentuele daling t.o.v. 2010
15.752 15.369 13.203 9.331 9.300
0% 2% 16% 41% 41% 44%
8.816 4.416
72%
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
23
figuur 2: evolutie van het totale pesticidengebruik door openbare besturen in Vlaanderen. In donkerblauw wordt een bijkomende rapportering weergegeven die in 2010-2014 niet gerapporteerd werd.
Bij het vergelijken van de gecorrigeerde cijfers van 2015 (dus de lichtblauwe balken in figuur 2) blijkt wel een sterke daling van het gebruik. Deze sterke daling t.o.v. 2014 is vooral gerealiseerd door de inspanningen van de gemeenten (zie 3.2.2). Waar zij in 2014 nog een aandeel van 51 procent hadden in het pesticidengebruik in Vlaanderen is dat in 2015 gedaald naar 13 procent (zie tabel 3).
3.2.2 Gemeenten De evolutie van het gebruik van de gemeenten gebeurt op twee wijzen. De gemeenten worden onderling vergeleken via een klasse-indeling. Voor het gebruiksjaar 2015 is een aparte klasse-indeling toegevoegd. Daarnaast wordt het gemiddelde gebruik van de gemeenten uitgezet voor de periode 2010 tot en met 2015. 3.2.2.1 Vergelijking van de gemeenten onderling – 2010 tot 2015 Om een beter zicht te krijgen op de afbouw van het pesticidengebruik bij gemeenten is een klasse-indeling gemaakt. De klassen zijn: ‘geen gebruik van pesticiden’, ‘minder dan 10 kilogram werkzame stof’, ‘tussen 10 en 25’, ‘tussen 25 en 50 kilogram’, ‘tussen de 50 en 100 kilogram’, ‘meer dan 100 kilogram’, ‘geen gegevens (wegens geen rapportering)’ (meer info in 2.1.6.1). Het aantal gemeenten per klasse is opgenomen in figuur 3 voor de periode tussen 2010 en 2015. Om de algemene trend zichtbaar te maken werd ervoor gekozen om de klasse-indeling van voorgaande jaren (terug in de tijd tot 2010) te behouden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 24
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
Vanwege het dalende pesticidengebruik komen steeds meer gemeenten terecht in de laagste gebruiksklassen. Het aantal nulgebruikers stijgt sterk: 87 gemeenten hebben hun terreinen een jaar volledig zonder pesticiden beheerd. De bulk van gemeenten heeft nog een afwijking gekregen of gebruikt en valt in de klasse 0-10 kilogram. De trend waarbij de grootgebruikers in de hoogste categorieën afnemen is heel duidelijk. Vanaf het verbod in 2015 gebruikt er niemand meer dan 100 kilogram werkzame stof. Drie gemeenten vallen in de klassen tussen 50 en 100 kilogram. Vijf gemeenten vallen in de klasse 20-50 kilogram. Ter duiding: al in 2012 was het gemiddeld gebruik van de Vlaamse gemeenten 26 kilogram werkzame stof. Het aantal gemeenten dat niet rapporteerden is iets gedaald ten opzichte van 2014. 30 gemeenten rapporteerden niet.
figuur 3: evolutie van het pesticidengebruik per klasse voor de gemeenten tussen 2010 en 2015
De klassen opgenomen in figuur 3 zijn vrij groot. Het gebruik door gemeenten in 2015 situeert zich vooral in de heel lage klassen wat maakt dat er veel nuance verloren gaat. Daarom werd er voor gekozen om het aantal gemeenten ook uit te zetten tegenover het aantal kilogram werkzame stof. De klassen zijn hier beperkt tot 1 kilogram.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
25
Nog duidelijker dan in figuur 3 blijkt uit figuur 4 dat het gros van de gemeenten zeer weinig pesticiden gebruikten in 2015. Zo gebruikten 177 gemeenten minder dan 1 kilogram werkzame stof: er zijn 87 nulgebruikers en 90 met minder dan 1 kilogram. De rechterkant van de grafiek bevat veel minder gemeenten. Maar 12 gemeenten bevinden zich boven 20 kilogram werkzame stof. De 5 uitschieters van meer dan 40 kilogram zijn in twee gevallen een gevolg van exotenbestrijding en in één gemeente van een verdunningsfout die de externe aannemer maakte bij het aanmaken van het pesticide (2.1.2.3). Bij de twee overige hoge cijfers gaat het om regulier onderhoud. Voor de volledigheid van de data is aan de rechterzijde van de grafiek in groen weergegeven hoeveel gemeenten niet rapporteerden. De bijlage 1 geeft de gebruiksgegevens van alle Vlaamse gemeenten voor het gebruiksjaar 2015.
figuur 4: spreiding van het pesticidengebruik (in kilogram werkzame stof) van de gemeenten in 2015 In groen staan het aantal gemeenten waarvan geen rapportering toekwam en waarvan ook geen nulgebruik werd doorgegeven aan de VMM.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 26
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
figuur 5: inkleuring van de gebruiksgegevens van de gemeenten in klassen werkzame stof voor het gebruiksjaar 2015 met ter vergelijking ook 2010 en 2014
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
27
De figuur 5 geeft de weergave met de inkleuring per gemeente voor de gebruikscijfers van 2015, met verkleinde weergaven van 2010 en 2014. Hieruit blijkt heel duidelijk de algemene daling in het pesticidengebruik van de gemeenten. Bepaalde gemeenten bouwden evenwel het pesticidengebruik weinig of niet af en dalen niet van klasse of vertonen zelfs een stijgend pesticidengebruik. Hierbij is te vermelden dat dit doorgaans gemeenten zijn die een groot areaal bos beheren. In deze bosbeheerplannen is een bestrijding van exoten opgenomen waarvoor meestal glyfosaat gebruikt en toegelaten is. 3.2.2.2 Evolutie van het gemiddeld pesticidengebruik bij gemeenten Om de evolutie van het pesticidengebruik bij gemeenten te evalueren, is - net zoals de twee vorige rapporten - gewerkt met het gemiddelde pesticidengebruik per gemeente. Dit gemiddelde pesticidengebruik per gemeente voor de jaren 2010 tot en met 2015, is uitgezet in tabel 7 en figuur 6. tabel 7: gemiddeld pesticidengebruik van de gemeenten voor de periode 2010 tot 2015 in werkzame stof (kilogram en procentueel)
Jaartal
2010 2011 2012 2013 2014 2015
Gemiddeld pesticidengebruik Werkzame stof in kilogram)
Percentage ten opzichte van 2010
31 31 26 19 17 4
100 100 84 61 55 13
In 2010 ligt het gemiddelde gebruik van een gemeente op 31 kilogram werkzame stof. De hoeveelheid daalt tot 17 kilogram werkzame stof in 2014. In 2015 gaat het om 4 kilogram werkzame stof die gemiddeld gebruikt wordt. De dalende trend is duidelijk zichtbaar met een heel sterke daling tussen de gebruikte hoeveelheid in 2014 en 2015. Dit ten gevolge van het verbod op het gebruik van pesticiden voor openbare diensten vanaf 2015.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 28
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
figuur 6: evolutie van het gemiddeld pesticidengebruik in kilogram werkzame stof per gemeente tussen 2010 en 2015
Om een mogelijke regionale verschil te herkennen, zijn voor de verschillende jaren de gebruikscijfers van de gemeenten per provincie verzameld. Zoals blijkt uit tabel 8 en figuur 7 zijn er geografische verschillen in het pesticidengebruik. tabel 8: gemiddeld gemeentelijk pesticidengebruik verzameld per provincie uitgedrukt in kilogram werkzame stof tussen 2010 en 2015
Jaartal
2010 2011 2012 2013 2014 2015
Gemiddeld gemeentelijk pesticidengebruik (kilogram werkzame stof) Antwerpen
Limburg
Oost-Vlaanderen
Vlaams-Brabant
West-Vlaanderen
17 21 18 14 14 4
36 34 31 25 24 7
30 25 23 17 11 3
44 50 37 28 26 4
33 28 23 16 14 3
Tussen 2010 en 2014 gebruikten gemeenten in Vlaams-Brabant gemiddeld genomen de grootste hoeveelheid werkzame stof, de Antwerpse gemeenten de kleinste hoeveelheid. In 2015 ligt het gemiddeld gemeentelijk gebruik erg dicht bij elkaar in absolute termen. Waar er in 2010 tussen het hoogste (44 kilogram) en laagste (17 kilogram) provinciaal gemiddelde nog een verschil bestond van 27 kilogram is dit in 2015 nog maar een verschil van 4 kilogram tussen de respectievelijke hoogste (7 kilogram bij de gemeenten gelegen in de provincie Limburg) en laagste (3 kilogram – gemeenten gelegen in de provincie Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen) provinciale gemiddelden. Hoewel de onderlinge verschillen klein geworden zijn, zijn er relatief gezien nog vrij grote verschillen waarbij de gemiddelde Limburgse gemeente meer dan dubbel zoveel gebruikt als de gemiddelde Oost-of West-Vlaamse gemeente.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
29
Een sluitende verklaring hiervoor is niet te geven maar mogelijke pistes zijn de andere bodemsamenstelling; zanderig in de Kempen en de kust tegenover lemig in Vlaams-Brabant bijvoorbeeld. Het is ook mogelijk dat een ander gemeentelijk beleid aan de basis ligt van de onderlinge verschillen.
figuur 7: evolutie van het gemiddeld pesticidengebruik van de gemeenten verzameld per provincie tussen 2010 en 2015
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 30
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
3.2.3 Andere openbare besturen Alle openbare besturen die gevestigd zijn op het grondgebied van het Vlaamse Gewest moeten de regelgeving van het decreet en het besluit duurzaam gebruik pesticiden naleven. Ook het pesticidenverbod geldt voor hen vanaf 1 januari 2015. Alle openbare besturen moeten ook conform de wetgeving hun gebruiksgegevens rapporteren, tenzij ze gekozen hebben om geen pesticiden te gebruiken (zie 2.1.3). In totaal gaat het voor alle openbare besturen (exclusief gemeenten) over 7.701 kilogram werkzame stof in 2015. Uit de gerapporteerde gegevens is een aantal instanties geselecteerd die meer in detail besproken worden in dit rapport. Dit zijn: - de vijf provincies - verschillende Vlaamse overheidsinstantie zoals ANB, AWV, Bloso, De Scheepvaart, VMM, W&Z - NMBS en Infrabel Van de andere instanties zijn de gebruikte hoeveelheden pesticiden zeer beperkt, zijn er geen gerapporteerde gegevens of zijn die onvolledig. 3.2.3.1 Provincies De provincies waren jarenlang de voortrekkers van het pesticidenvrije beleid en coördineerden en ondersteunden de gemeenten van hun provincie bij de afbouw. Dit weerspiegelt zich in de gebruikscijfers voor 2015, die verzameld zijn in tabel 9. De vijf provincies gebruikten samen in 2015 nog 41 kilogram werkzame stof. Dat is minder dan de helft van het gebruik in 2014 (91 kilogram). tabel 9: pesticidengebruik van de provincies in werkzame stof (kilogram ) voor 2015
Provincie
Pesticidengebruik Werkzame stof (kilogram)
Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
6,6 4,4 22,8 6,3 0,9
Totaal
41,0
De figuur 8 geeft een overzicht van het pesticidengebruik van de vijf provincies voor de gebruiksjaren 2010 tot en met 2015. Het hoogste gebruik in 2015 komt de provincie Oost-Vlaanderen toe. Het naar verhouding hoge gebruik van Oost-Vlaanderen ten opzichte van de vorige jaren, is te wijten aan het gebruik van een fungicide op het
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
31
golfterrein van provinciaal domein Puyenbroeck (22 kilogram werkzame stof). Hier werd geen afwijking voor aangevraagd vanwege een miscommunicatie binnen de provincie (zie 4.7). De afwijking die de provincie verkreeg voor het behandelen van de collecties van het arborteum Het Leen werd vanwege het gunstige groeiseizoen niet gebruikt (procedure 5). Een kleine hoeveelheid werd gebruikt voor ratten- en wespenbestrijding (procedure 1). Voor de jaren 2010 tot en met 2014 heeft de provincie Oost-Vlaanderen een laag verbruik tegenover de andere provincies. In de provincie Antwerpen werden pesticiden gebruikt voor het beschermen van de collecties van het arboretum Kalmthout, het Vrijbroekpark en het Vrieselhof (procedure 5). Daarnaast werden ook bruine rat en Amerikaanse vogelkers chemisch bestreden (procedure 1). Het gebruik daalt ten opzichte van de voorgaande jaren. Pesticidengebruik in de provincie Limburg gebeurde op de collecties van het domein Bokrijk (procedure 5). Daarbuiten werd ook het natuurgras van het sportcomplex Dommelhof onderhouden met pesticiden (procedure 5). De daling van het pesticidengebruik in Limburg is heel uitgesproken. De provincie Vlaams-Brabant maakte gebruik van pesticiden binnen de omvorming van de rotstuin in Huizingen(procedure 4) en voor de bestrijding volgens procedure 1 van zowel ratten, wespen als reuzenberenklauw. Buiten dit gebruik volgens een afwijking maakte ook het provinciaal recreatiedomein Halve Maan gebruik van pesticiden (0,8 kilogram werkzame stof) zonder afwijking. Desondanks is het totale gebruik van de provincie heel beperkt en betekent het een sterke daling. De provincie West-Vlaanderen gebruikte een afwijking om witte abeel te bestrijden langs de abdijenroute (procedure 3). Ook rattenbestrijding vond er plaats (procedure 1). Dit ligt in lijn met het beperkte gebruik in de vorige jaren.
figuur 8: evolutie van het pesticidengebruik bij de vijf provincies voor de periode 2010-2015
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 32
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
3.2.3.2 Vlaamse instanties Het totale gebruik van de Vlaamse overheidsinstanties (zie tabel 10) bedraagt 597,2 kilogram werkzame stof. BLOSO (Sport Vlaanderen) en Waterwegen en Zeekanaal gaven een nulgebruik door. Het beheer van uitheemse planten in de Vlaamse bos- en natuurreservaten door het Agentschap Natuur en Bos vormt de hoofdmoot van dit pesticidengebruik (438 kilogram werkzame stof). Ook de ballastbeddingen van De Lijn hebben een groot aandeel in het pesticidengebruik binnen de Vlaamse overheid (110,5 kilogram werkzame stof). Het Agentschap Wegen en Verkeer gebruikte 43 kilogram om de eikenprocessierups te bestrijden. tabel 10: overzichtstabel gebruik van pesticiden in kilogram werkzame stof bij Vlaamse instanties in 2015
Instantie
Pesticidengebruik Werkzame stof (kilogram)
ANB AWV BLOSO De Lijn De Scheepvaart VMM W&Z
437,8 42,8 0,0 110,5 5,2 0,8 0,0
Totaal
597,2
Agentschap voor Natuur en Bos Het Agentschap Natuur en Bos (ANB) beheert omvangrijke groene gebieden. Het beheer van de meeste bos- en natuurreservaten is gericht op het inrichten van habitats die voldoen aan de Europese richtlijnen. In een aantal gevallen wordt die doelstelling verhinderd door de massale aanwezigheid van invasieve uitheemse planten. ANB gebruikt bij de bestrijding van sommige invasieve, uitheemse planten producten op basis van glyfosaat. Dit is vooral het geval bij de bestrijding van Amerikaanse vogelkers (procedure 1). De bestrijding gebeurt per locatie maximum twee keer, tijdens twee opeenvolgende behandelingen. Na deze chemische bestrijding kan de invasieve exoot verder aangepakt worden zonder gebruik van chemische middelen. Ook voor de bestrijding van Japanse duizendknoop wordt glyfosaat toegepast. Overigens beheert het ANB ook de museumtuin van het kasteel van Gaasbeek en de rozentuin Coloma. Op beide terreinen worden pesticiden toegepast ter bescherming van de plantencollecties (procedure 5). Het aandeel van dit pesticidengebruik is verwaarloosbaar tegenover het gebruik voor bestrijding van uitheemse planten. In figuur 9 is een gebruik te zien van meer dan 1.000 kilogram in 2009 dat schommelend daalt naar net onder 1.000 kilogram in 2012. De schijnbare daling in 2010 en 2011 komt doordat één van de provinciale directies toen niet rapporteerde. De inspanningen die ANB doet om stelselmatig het gebruik van glyfosaat verder terug te dringen, zijn duidelijk zichtbaar aan de dalende trend vanaf 2012 over de jaren 2013 en 2014. Tussen 2014 en 2015 is er geen relevant verschil in pesticidengebruik.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
33
In 2015 wordt nog 438 kilogram werkzame stof gebruikt of ongeveer 41 procent van de hoeveelheid in 2009.
*
*
figuur 9: evolutie van het pesticidengebruik (zowel voor beheer van uitheemse soorten als voor bescherming van de collecties) in kilogram werkzame stof bij het Agentschap Natuur en Bos in de periode 2009-2015 (*) In de jaren 2010 en 2011 rapporteerde een provinciale instantie niet. Vanaf 2014 gebeurt de rapportering centraal en niet langer provinciaal.
Agentschap Wegen en Verkeer Het Agentschap Wegen en Verkeer beheert en onderhoudt heel wat kilometers aan snelwegen, gewestwegen en fietspaden. AWV bouwde het pesticidengebruik stelselmatig af tot 2014, waarin nog in beperkte mate eikenprocessierupsen bestreden werden maar deze trend breekt in 2015 wanneer het pesticidengebruik opnieuw stijgt naar 43 kilogram werkzame stof (figuur 10). In 2015 werd sterker ingezet op de bestrijding van eikenprocessierups (34,8 kilogram werkzame stof) langs de gewestwegen (procedure 1). Ook het beheer van de invasieve uitheemse planten Amerikaanse vogelkers, Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw zijn soorten waarvoor pesticiden ingezet werden volgens de voorwaarden zoals opgenomen in procedure 1.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 34
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
figuur 10: evolutie van het pesticidengebruik in kilogram werkzame stof bij AWV in de periode 2010 tot 2015
Bloso Bloso werd op 1 januari 2016 omgedoopt naar Sport Vlaanderen. De naam Bloso wordt doorheen dit rapport gebruikt gezien het gaat over de gebruiksgegevens van 2015, voor de hervorming. Elk Bloso-centrum, onder de naam Sport Vlaanderen, heeft aangegeven al haar sportinfrastructuur zonder pesticiden te hebben beheerd in 2015. De Lijn De Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn beheert stalplaatsen en infrastructuur voornamelijk op een alternatieve manier. Op de ballastbeddingen van de trams wordt in beperkte mate chemisch bestreden (in 2015 goedgekeurde afwijking via procedure 5). Via proefstroken test De Lijn verschillende alternatieve bestrijdingsmethoden uit. De ballastbeddingen zijn hoofdzakelijk te vinden in de periferie van Gent en Antwerpen en tussen de centra van de kustgemeenten die de kusttram aandoet. Dit voor een totaal van ongeveer 200 kilometer. De jaarlijkse gebruikstotalen dalen van 150 kilogram werkzame stof in 2009 naar 81 kilogram werkzame stof in 2014 (figuur 11). Op dat moment zijn drie van de vijf provinciale entiteiten van De Lijn volledig pesticidenvrij (Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant). Ook op de ballastbeddingen in Antwerpen werden dus geen pesticiden gebruikt. In 2015 stijgt het pesticidengebruik weer naar 110 kilogram. Omdat het hier uitsluitend om herbicidengebruik gaat is dit noemenswaardig. 2015 was immers een relatief droog jaar waardoor plantengroei doorgaans beperkt was. Met name op sterk doorlatende ondergronden zoals ballastbeddingen verwacht je weinig plantengroei vanwege droogtestress.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
35
Deze stijging is te herleiden naar pesticidengebruik op beddingen in Gent (3,2 kilogram werkzame stof) en aan de kust (107,3 kilogram werkzame stof). Het is daarbij op te merken dat in 2015 de gegevens op een andere manier werden opgevraagd en doorgegeven wat een mogelijke verklaring is voor de trendbreuk in 2015.
figuur 11: evolutie van het pesticidengebruik in kilogram werkzame stof bij de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn in de periode 2010-2015
De Scheepvaart NV De Scheepvaart beheert een deel van het Vlaamse waterwegennet waaronder grote kanalen als het Albertkanaal en het Kempisch kanaal. De gebruikscijfers tonen geen dalende of stijgende trend. In 2010 werd niet gerapporteerd. Daarna rapporteert NV De Scheepvaart jaarlijks een vrijwel identiek pesticidengebruik. In 2015 daalt het pesticidengebruik zeer sterk. Omdat kunst- en bouwwerken niet onder het toepassingsgebied van de wetgeving duurzaam gebruik pesticiden vallen, werd het gebruik hierop niet langer meegenomen in de hier behandelde gegevens. Dit verklaart deze plotse afname. Het gebruik dat hier wordt weergegeven voor 2015 kadert volledig binnen het omvormingsprogramma (procedure 4) dat NV De Scheepvaart uitvoert ter vernieuwing van de stockageplaatsen en magazijnen in open lucht.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 36
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
figuur 12: evolutie van het pesticidengebruik in kilogram werkzame stof bij NV De Scheepvaart in de periode 2010-2015
Vlaamse Milieumaatschappij De cijfers die de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) rapporteert zijn de rodenticiden die gebruikt worden om de bruine rat te bestrijden. Het gebruik van rodenticiden valt binnen de probleemsoorten opgenomen in de lijst met generieke afwijkingen (procedure 1). Voor andere toepassingen worden sinds 2004 geen pesticiden meer gebruikt. Naast de bestrijding van de bruine rat langs de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie, is de VMM ook verantwoordelijk voor de bestrijding van de bruine rat langs de bevaarbare waterlopen. Vanaf 2011 kwam daar ook de rattenbestrijding langsheen gewestwegen bij. Deze bestrijding gebeurt volgens de voorwaarden opgenomen in procedure 1. De figuur 13 toont deze evolutie in gebruik van rodenticiden tussen 2009 en 2015. Er is een stijging van 0,65 kilogram werkzame stof in 2009 naar 1,11 kilogram werkzame stof in 2012. Vanaf gebruiksjaar 2011 voert de VMM ook rattenbestrijding langs gewestwegen uit, aangeduid in groen, wat deze stijging verklaart. Vanaf oktober 2014 voert de VMM tevens de bruine ratbestrijding langs de provinciale waterlopen in Vlaams-Brabant uit. In 2013 daalt het pesticidengebruik langsheen waterlopen opeens sterk. De verklaring hiervoor is te vinden in de veranderde aanpak van de VMM. De laatste jaren werd het rodenticidengebruik geoptimaliseerd. Op plaatsen of in periodes met weinig of geen sporen van bruine ratten, in de zomer bijvoorbeeld, worden de gifbuizen niet meer maandelijks opgevuld. Het gebruik langs gewestwegen blijft vrijwel constant.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
37
figuur 13: evolutie gebruik van pesticiden door VMM in de periode 2009-2015
Waterwegen en Zeekanaal Waterwegen en Zeekanaal NV is één van de waterwegbeheerders in Vlaanderen. Het agentschap beheert verschillende bevaarbare waterwegen en de bijhorende infrastructuur in Vlaanderen. De totale lengte van de waterwegen die W&Z beheert, bedraagt 1.021 kilometer. Daarnaast staat W&Z in voor het beheer van 3.273 hectare (waarvan 2.957 ha onbebouwd) openbaar domein. Onderstaande figuur 14 toont een duidelijk dalende trend in het gebruik van pesticiden, die culmineert in een nulgebruik vanaf 2015. Door de bewustmaking bij het personeel werden er in 2010 veel minder pesticiden gebruikt. Deze vermindering bleek op het terrein nog niet haalbaar. Op sommige locaties was het, op dat moment, nog niet mogelijk deze pesticidenvrij te beheren met de beschikbare middelen en terreinkennis. Vandaar de toename in 2011. Met uitzondering van het jaar 2010, zien we een duidelijk dalende trend in het pesticidengebruik van 43 kilogram werkzame stof in 2009 naar een nulgebruik in 2015.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 38
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
figuur 14: evolutie pesticidengebruik door W&Z in de periode 2009 - 2015
3.2.3.3
Federale instanties
Infrabel Infrabel is als federale spoorwegbeheerder actief in Vlaanderen. Infrabel staat in 2015 in voor de aanleg, het onderhoud, de modernisering en de vernieuwing van de spoorweginfrastructuur. Het huidige patrimonium bestaat o.a. uit 3.607 kilometer spoorlijnen, 1.773 overwegen, 126 seinposten en 10.249 seinen langs het net1. Het gebruik van pesticiden bij Infrabel beperkt zich tot: - de spoorwegbedding en het naastliggende veiligheidspad. Dit zijn de oppervlakten die direct gerelateerd zijn aan de exploitatieveiligheid van het spoorwegverkeer (en waarvoor er momenteel geen alternatieven - zonder chemische bestrijdingsmiddelen - economisch rendabel zijn) via Procedure 3; - de terreinen gerelateerd aan installaties van de spoorwegexploitatie zoals seinposten – via Procedure 4. De bermen worden mechanisch onderhouden. De cijfers uit figuur 15 zijn de gegevens die Infrabel rapporteerde. In blauw zijn de cijfers weergegeven van de pesticiden die via de sproeitrein gebruikt zijn voor het chemisch bestrijden van ongewenste planten op de spoorwegbedding en de naastliggende strook van 1 meter. In de periode 2009 tot 2014 waren enkel cijfers bekend voor het gebruik door de sproeitrein. Die rijdt enkel op de hoofdsporen. De bijsporen en installaties worden door aannemers onderhouden. Op vraag van de VMM, kaderend binnen het indienen van de afwijkingsaanvraag, worden sinds 2015 ook de gegevens van de aannemers bijgehouden. Deze cijfers zijn in het groen opgenomen in de figuur. Dit maakt dat de totale gegevens van Infrabel en ook het totale pesticidengebruik op Vlaamse schaal niet te vergelijken zijn met voorgaande jaren.
1
situatie 31 december 2015
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
39
De sproeitrein rijdt in België vanaf 2002 en is sinds 2008 uitgerust met een infraroodsysteem voor onkruiddetectie. Wanneer de camera’s op de trein ‘groen’ detecteren, activeren ze het sproeisysteem enkel boven de opgemerkte plant. Zo worden de pesticiden pleksgewijs gebruikt. In het afwijkingsbesluit werd opgenomen dat de trein niet sproeit in kwetsbare drinkwaterbeschermingszones en in natura 2000 gebieden. Op deze stroken werd bij wijze van test in 2015 geen bestrijding uitgevoerd. Op die manier wordt duidelijk in welke mate het onkruid zich zal ontwikkelen in de toekomst. Daarnaast sproeit de trein ook niet op bruggen en langsheen perrons. Dit om het risico voor mens en milieu zoveel mogelijk te beperken. De gerapporteerde gegevens voor de sproeitrein variëren tussen de 2,6 ton en de 5,1 ton werkzame stof. Tussen 2010 en 2013 zien we een dalend gebruik. In 2014 ligt het gebruik weer hoger, op een gelijkaardig niveau als dat van 2009. Dit zijn doorgaans geen trends maar toevallige schommelingen in het gebruik. Omdat de sproeitrein onkruiden detecteert zal hij meer pesticiden sproeien in een goed groeiseizoen waarin er meer planten in slagen zich op de spoorwegen te vestigen. In een minder goed groeiseizoen zijn er minder planten en daalt het gebruik. De aannemers gebruikten in 2015 4,4 ton pesticiden. De komende jaren wordt een daling verwacht van het pesticidengebruik door aannemers omwille van een optimalisatie van de opvolging door Infrabel en door stelselmatige omvorming van de installaties naar een pesticidenvrij beheer, deze terreinen zullen in de toekomst mechanisch worden onderhouden.
figuur 15: evolutie van het pesticidengebruik door Infrabel in de periode 2009-2015.
NMBS NMBS staat in voor de treinen en dienstverlening naar de burger toe. Alle terreinen die een rechtstreeks raakvlak hebben met de burger zijn eigendom van NMBS en worden door hen onderhouden. Het gaat hier bijvoorbeeld over perrons, stationsomgeving, stelposten voor treinonderhoud, …
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 40
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
Er zijn geen cijfers gekend voor het pesticidengebruik in de voorgaande jaren. Vanaf 2015 is er gerapporteerd in het kader van de afwijking die verleend werd. In 2015 gold er een afwijking voor de niet-overdekte eilandperrons die in een open verharding uitgevoerd waren. Dit omdat het praktisch onhaalbaar is om onderhoudsmachines ter plaatse te brengen en omdat deze zones snel begroeien door weinig betreding. De afwijking werd verleend via procedure 5 (zie 4.6.3) en de gebruiksgegevens zijn terug te vinden bij de groep ‘parkings, pleinen en paden’. NMBS kreeg ook een afwijking volgens procedure 4 (zie 4.5.3)om een aantal stelposten, parkings en dergelijke meer aan te passen aan een pesticidenvrij onderhoud. Ook dat gebruik is opgenomen onder ‘parkings, pleinen en paden’. In 2015 werd op de eilandperrons 16,4 kilogram werkzame stof gebruikt binnen procedure 5 en 4,7 kilogram binnen procedure 4 wat het totale gebruik van NMBS in 2015 op 21,1 kilogram werkzame stof brengt.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
41
3.3 Besluit Totaal gebruik in 2015 Het totaalgebruik in 2015 bedraagt 8,8 ton werkzame stof. Dat is significant minder dan in het jaar voor het verbod waarin nog 9,3 ton gebruikt werd. Het gebruik in de voorgaande jaren werd telkens onderschat. Spoorwegaannemers rapporteerden namelijk pas vanaf 2015 en dit voor een gebruik van 4,4 ton werkzame stof. Voor een eenduidige vergelijking tussen de cijfers van voor en na het verbod kunnen we de rapportering van 2015 bijstellen naar 4,4 ton door het niet eerder gerapporteerde gebruik buiten beschouwing te laten. De daling die we dan zien tussen 2014 en 2015 betekent een duidelijke trendbreuk waarbij er 4,9 ton minder werkzame stof werd toegepast. Ongeveer 97 procent van de hoeveelheid werkzame stof die de openbare besturen gebruiken is afkomstig van herbiciden. Daarnaast worden ook kleine hoeveelheden insecticiden toegepast. Alle overige types pesticiden maken minder dan 0,5 procent uit van het pesticidengebruik. De meest gebruikte werkzame stoffen (meer dan 1 procent) zijn glyfosaat, 2,4-D, MCPA, triclopyr, diflufenican en Bacillus thuringiënsis. Glyfosaatis goed voor 66 procent van de hoeveelheid werkzame stof, 2,4-D voor 11 procent, MCPA voor 8,5 %. Evolutie van het pesticidengebruik Het verbod op het gebruik van pesticiden in 2015 zorgt voor een reductie van 4,9 ton werkzame stof tegenover 2014. Deze daling is vooral te danken aan de inspanningen van de gemeenten. Waar zij in 2014 nog een aandeel van 51 procent hadden in het pesticidengebruik in Vlaanderen is dat nu gedaald naar 13 procent. Het gemiddelde gebruik gaat naar omlaag van 17 kilogram per gemeente naar 4 kilogram. Heel wat gemeenten hebben nu namelijk een nulgebruik of gebruiken maar in heel beperkte mate nog pesticiden binnen het bestaande afwijkingskader. Bij de andere openbare besturen is de daling tussen 2014 en 2015 doorgaans minder sterk of zelfs onbestaande. Bijvoorbeeld de huidige stijging in het pesticidengebruik bij de Lijn en het gelijke gebruik bij het ANB. Op geen enkele manier kunnen we om het gebruik op spoorwegen heen. Dit is een aandeel van om en bij de 80 procent in het pesticidengebruik in Vlaanderen. Dit kan wellicht geoptimaliseerd worden door een betere aansturing van de aannemers die in opdracht van Infrabel de bijsporen behandelen. Infrabel volgt het alternatief beheer van het onderhoud van de spoorwegen op.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 42
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
4 AFWIJKINGEN VAN HET VERBOD 4.1 Inleiding Voor de terreinen waar een verbod geldt, mogen vanaf 1 januari 2015 in principe geen pesticiden toegepast worden. In specifieke omstandigheden kan er afgeweken worden van dit verbod. Om af te wijken van het verbod zijn twee types afwijkingen mogelijk. Deze onderscheiden zich op basis van de redenen die worden aangegrepen om pesticidengebruik nog te verantwoorden. Voor elk van deze types zijn meerdere afwijkingsprocedures uitgewerkt. De nodige informatie en de aanvraagformulieren zijn ontsloten via www.vmm.be/zonderisgezonder. Onder type 1-afwijkingen vallen volgende situaties, die verwoord zijn in artikel 7§1, eerste lid van het decreet duurzaam gebruik van pesticiden. In situaties waarvoor nog geen afdoende, niet-chemische bestrijdingswijze voorhanden is bij: a) plagen die een gevaar inhouden voor de mens inzake volksgezondheid of hygiëne b) plagen die een gevaar inhouden voor het milieu, de biodiversiteit of het vee c) situaties die een ernstige bedreiging vormen of kunnen vormen voor de veiligheid van de mens In het besluit duurzaam gebruik pesticiden zijn in artikel 5 drie procedures opgenomen om af te wijken van het verbod om bovenstaande redenen. Dit zijn: - Lijst met generieke afwijkingen: Procedure 1 - Acuut gevaar: Procedure 2 - Andere: Procedure 3 - Probleemsoort of veiligheidsprobleem Een type 2-afwijking geldt als een probleemterrein wél pesticidenvrij te beheren is, maar dit onevenredig hoge kosten met zich meebrengt. Het spreekt voor zich dat de kosten moeten aangetoond worden en moeten vergeleken worden met de kosten voor een alternatief beheer. In het besluit duurzaam gebruik pesticiden zijn in artikel 6 twee procedures opgenomen om af te wijken van het verbod voor bovenstaande redenen: - via Procedure 4 – Omvormingsprogramma kan geen afwijking meer ingediend worden. Deze afwijkingsaanvraag moest in 2014 ingediend zijn - via Procedure 5 - Specifiek probleemterrein Voor terreinen die gelegen zijn in beschermingszones voor grondwaterwingebieden of voor terreinen die gelegen zijn in oeverzones is een type 2– afwijking onevenredig hoge kost niet mogelijk. Een afwijking geldt voor één jaar behalve voor procedure 4 - Omvormingsprogramma. Als dit afwijkingsdossier voldoende onderbouwd wordt, kan voor drie jaar een afwijking verkregen worden voor de terreinen waarop de aanvraag betrekking heeft. In bijlage 1 is een overzichtstabel te vinden waarin voor elk openbaar bestuur is aangegeven welke afwijkingen zij hebben aangevraagd en geldt voor het werkjaar 2015. Deze gegevens zijn ook ontsloten via de website www.vmm.be/zonderisgezonder.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
43
4.2 Procedure 1 – Lijst met generieke afwijkingen voor het jaar 2015 4.2.1 Situering afwijkingskader In het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 is in artikel 5, §2 voorzien dat de Vlaamse Milieumaatschappij jaarlijks, op aanvraag en na raadpleging van de stakeholders, een lijst opstelt met daarin waarvoor, waar, door wie en onder welke omstandigheden bepaalde pesticiden gebruikt mogen worden. Het gaat hierbij specifiek om pesticidengebruik wanneer nog geen afdoende, niet-chemische bestrijdingswijze voorhanden is bij: - plagen die een gevaar inhouden voor de mens inzake volksgezondheid of hygiëne - plagen die een gevaar inhouden voor het milieu, de biodiversiteit of het vee - situaties die een ernstige bedreiging vormen of kunnen vormen voor de veiligheid van de mens De generieke lijst wordt jaarlijks in januari bekendgemaakt met uitzondering van de lijst voor 2015, die werd bekendgemaakt in september 2014. Elk jaar wordt de lijst met de generieke afwijkingen geëvalueerd op basis van input van stakeholders en van ingediende afwijkingsaanvragen. De meest actuele en bekrachtigde versie is te raadplegen via www.vmm.be/zonderisgezonder
4.2.2 Opmaak van de generieke lijst voor het jaar 2015 In overleg met de stakeholders werd beslist om de lijst met generieke afwijkingen voor 2015 beperkt te houden. De redenen zijn: - Er is onvoldoende kennis om te besluiten dat er ook voor andere planten / dieren geen goede alternatieven zijn. - Tijdens de overlegmomenten is duidelijk gebleken dat er met ‘de lijst’ zorgzaam moet omgesprongen worden. - De gekozen probleemsoorten moeten relevant zijn voor het hele Vlaamse grondgebied. - Via de afwijkingsdossiers die ingediend worden via Procedure 3 – Probleemsoort of veiligheidsprobleem wordt er bijkomende kennis opgebouwd en informatie verzameld over probleemsoorten. Op de lijst met generieke afwijkingen van 2015 stonden drie uitheemse invasieve planten en drie dieren. De tabel 11 geeft het een volledig overzicht, bestaande uit de soorten en de randvoorwaarden voor het gebruik van de generieke lijst. Het gaat om de volgende soorten: - bruine rat - kolonievormende wespen - Amerikaanse vogelkers - reuzenberenklauw - Japanse duizendknoop - eikenprocessierups
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 44
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
tabel 11: procedure 1 - Lijst met generieke afwijkingen voor het gebruiksjaar 2015 zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 oktober 2014 Afwijkingsnummer GL2015-01 Bestrijding van de bruine rat – Rattus norvegicus Product Rodenticides met als werkzame stof bromadiolone of difenacoum in 0,005%, toegelaten voor het bestrijden van bruine rat buiten, in open terrein, langs waterlopen en wegen Omstandigheden Afgeschermd uitgelegd in bakken of buizen Afwijkingsnummer GL2015-02 Bestrijding van kolonievormende wespen - Vespidae Product Biocide met een toelating voor het bestrijden van wespen. Omstandigheden Alleen op plaatsen waar er als gevolg van aanwezigheid van kolonievormende wespen een gevaar is voor mensen zoals op speelterreinen, aan gebouwen, … Afwijkingsnummer GL2015-03 Bestrijding van Amerikaanse vogelkers – Prunus serotina Product Herbicide met als werkzame stof glyfosaat. Omstandigheden Alleen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan: (1) de bestrijding is voorzien in een goedgekeurd bosbeheerplan of een goedgekeurd beheerplan voor natuurreservaat; (2) er wordt een gebruiksstrategie toegepast, die gericht is op een duurzaam resultaat en op het vermijden van een herhaalde inzet van herbicide op hetzelfde perceel; (3) het gebruik van herbicide is per perceel in de tijd beperkt tot twee opeenvolgende behandelingen; (4) niet als het regent, niet op drassige plaatsen en niet binnen een zone van 1 meter langs het water; (5) er wordt vooral gebruik gemaakt van stobbebehandeling of ringen met behandeling van het wondvlak. Bladbehandeling wordt beperkt en alleen pleksgewijs toegepast. Afwijkingsnummer GL2015-04 Bestrijding van reuzenberenklauw – Heracleum mantegazzianum Product Herbicide op basis van glyfosaat toegelaten voor bestrijding van berenklauw. Omstandigheden Alleen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan: (1) niet als het regent, niet op drassige plaatsen en niet binnen een zone van 6 meter langs het water; (2) de producten worden alleen gebruikt op plaatsen waar de aanwezigheid van de reuzenberenklauw een gevaar voor volksgezondheid en arbeidsveiligheid inhoudt zoals langs voet- en fietspaden, speelterreinen; (3) producten worden alleen gebruikt op planten die opschieten in de lente of na het maaien van volwassen planten; (4) het product wordt gebruikt via een gecoördineerde aanpak en in combinatie met alternatieve methoden. Afwijkingsnummer GL2015-05 Bestrijding van Japanse/Sachalinse duizendknoop – Fallopia japonica, F. Sachalinensis Product Herbicide toegelaten voor de bestrijding van de Japanse duizendknoop. Omstandigheden Alleen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan: (1) niet als het regent, niet op drassige plaatsen en niet binnen een zone van 6 meter langs het water; (2) het product wordt gebruikt via een gecoördineerde aanpak en in combinatie met alternatieve methoden; (3) het product wordt alleen gebruikt voor planten met een lengte van ongeveer 1 meter. In dat stadium is de behandeling met glyfosaat het meest effectief. Afwijkingsnummer GL2015-06 Bestrijding van eikenprocessierups – Thaumetopoea processionea Product
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
45
Federaal erkende producten met als werkzame stof Bacillus thuringiensis. Omstandigheden Enkel wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan: (1) Alleen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan: (2) volgens de voorwaarden in federale erkenning/tijdelijke toelating van het gebruikte product; (3) het product wordt alleen toegepast op tweede en derde larvaal stadium. De jaarlijkse omzendbrief van de provincie geeft hiervoor een termijn aan; (4) het product wordt alleen gebruikt op locaties, aangewezen volgens de beslissingsboom opgenomen in het Vademecum bestrijding eikenprocessierups van Agentschap Natuur en Bos; (5) monitoring van eiclusters wordt uitgevoerd om zones met een verwachtte hoge plaagdruk te identificeren; (6) het gebruik van de producten maakt deel uit van een gecoördineerde aanpak en in combinatie met alternatieve methoden.
4.2.3 Afwijkingsaanvragen Voor de generieke lijst moet geen afwijkingsaanvraag ingediend worden zolang de voorwaarden van de generieke afwijking nageleefd worden. Rapportering blijft wel verplicht voor de openbare besturen. Wil de beheerder één van de soorten op de generieke lijst chemisch bestrijden onder andere voorwaarden, dan moet een dossier ingediend worden volgens
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 46
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
Procedure 3 – Probleemsoort of veiligheidsprobleem.
4.2.4 Procedure 1 in 2015 toegepast De tabel 12 geeft een overzicht van de verschillende mogelijke probleemsoorten met daarnaast het aantal instanties die gebruikt maakten van deze mogelijkheid. Van de verschillende items op de generieke lijst blijkt de bestrijding van de bruine rat het meest noodzakelijk. 139 openbare besturen rapporteerden via het afwijkingsnummer GL2015-01 dat zij deze afwijking gebruikten. In aantal betekent dit een groot verschil tegenover de tweede meest gebruikte afwijking; deze voor de bestrijding van kolonievormende wespen (GL2015-02) die door 21 openbare besturen gerapporteerd werd. Hierbij is op te merken dat de brandweer, die de wespenbestrijding doorgaans uitvoert, niet langer gemeentelijk georganiseerd is maar in brandweerzones wordt gecoördineerd. Dit wil zeggen dat de rapportering niet herleid kan worden naar cijfers per gemeente. Ook betekent dit een nieuwe taak voor de zones wat onvermijdelijk rapporteringsfouten of problemen met zich meebrengt. Eikenprocessierupsenbestrijding (GL2015-06) bleek nodig bij 20 openbare besturen. Amerikaanse vogelkers (GL2015-03) en Japanse duizendknoop (GL2015-05) werden elk bestreden volgens de generieke lijst door 11 openbare besturen. De afwijking voor reuzenberenklauw (GL2015-04) vervolledigt de lijst met een gebruik door 9 besturen. Het was niet mogelijk om de gerapporteerde generieke afwijkingen te koppelen aan bijhorende oppervlakten. Voor punt- of trajectbehandelingen zoals bij de bestrijding van ratten, wespen en eikenprocessierups is het bepalen van een oppervlakte niet relevant. Voor de bestrijding van uitheemse planten werd de oppervlakte sporadisch gerapporteerd waardoor deze gegevens niet bruikbaar zijn voor verwerking. Ook hier gaat het vaak om puntbehandelingen wanneer bijvoorbeeld een stobbenbehandeling wordt toegepast waarbij stronken worden ingestreken.
tabel 12: overzichtstabel van het aantal instanties dat gebruik maakte van procedure 1 – lijst met de generieke afwijkingen voor het jaar 2015
Afwijkingsnummer GL2015-01 -bruine rat GL2015-02 -wespen GL2015-03 - Amerikaanse vogelkers GL2015-04 - reuzenberenklauw GL2015-05 - Japanse duizendknoop GL2015-06 - eikenprocessierups
Aantal instanties 139 21 11 9 11 20
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
47
4.2.5 Pesticidengebruik volgens procedure 1 In dit onderdeel komen de gebruikscijfers aan bod die werden gerapporteerd voor de verschillende generieke afwijkingen. Deze gegevens zijn opgenomen in tabel 13. Deze tabel geeft weer hoeveel werkzame stof er per afwijking gebruikt werd in Vlaanderen. De generieke afwijkingen brachten in 2015 een gebruik van ca 819,1 kilogram werkzame stof met zich mee. De meest omvangrijke bestrijding (538,9 kilogram werkzame stof) blijkt deze van Amerikaanse vogelkers (GL2015-03). Daarbij valt op dat vooral de Vlaamse overheidsinstanties bijdragen aan dit gebruik (431,6 kilogram). Dit is te wijten aan de grote bos- en natuurgebieden waarin het Agentschap voor Natuur en Bos aan uitheemse plantenbestrijding doet. Ook bij gemeenten wordt veel Amerikaanse vogelkers bestreden volgens goedgekeurde bosbeheerplannen, wat resulteert in het gebruik van 106,9 kilogram werkzame stof. In het kader van beheer van Amerikaanse vogelkers mogen alleen producten op basis van glyfosaat gebruikt worden. De strijd tegen eikenprocessierups in het kader van volksgezondheid gebeurt met producten op basis van Bacillus thuringiënsis. In totaal werd 191,4 kilogram werkzame stof gebruikt waarvan het merendeel door de gemeenten (156,6 kilogram).De Vlaamse overheid gebruikte hiervoor 34,8 kilogram werkzame stof, dit gebeurde langsheen de gewestwegen in opdracht van het Agentschap Wegen en Verkeer. Een kanttekening hierbij is dat de bestrijding zich vooral situeert in Limburg en Antwerpen. Daarbuiten blijkt de eikenprocessierups weinig problemen te geven door een beperkt voorkomen. Om Japanse duizendknoop te bestrijden was er 39,9 kilogram werkzame stof nodig waarvan 37,6 kilogram voor rekening van de gemeenten. Ook hier gaat het om de werkzame stof glyfosaat. De andere openbare besturen hebben eveneens te kampen met Japanse duizendknoop maar pasten geen of nauwelijks pesticiden toe in 2015. Reuzenberenklauw werd bekampt met 29 kilogram werkzame stof. Ook hier gebeurde dit voornamelijk door gemeenten hoewel de andere terreinbeheerders ook met reuzenberenklauw te maken hebben. De brandweer rapporteerde een gebruik van 17,6 kilogram werkzame stof voor wespenverdelging verspreid over de gemeenten. Het rapporteren is nieuw voor de brandweerzones. Heel wat zones rapporteerden niet, anderen rapporteerden ook bestrijding bij particulieren. Dit cijfer is als dusdanig niet eenduidig te interpreteren. Voor de bestrijding van de bruine rat werd 2 kilogram werkzame stof gebruikt langs wegen en waterlopen. De gebruikte rodenticiden bevatten heel lage gehaltes aan werkzame stof. In totaal werden er in Vlaanderen 41 ton blokken en korrels rattenvergif uitgelegd door de openbare besturen. Hier zit niet in verrekend wat gemeenten ter beschikking stelden van particulieren gezien het dan gaat om privaat gebruik en dit rapport alleen gebruik door openbare besturen behandelt. Het zijn vooral de gemeenten die rattenvergif uitlegden of lieten uitleggen door een gespecialiseerde firma, gevolgd door de Vlaamse overheid waarbij de Vlaamse Milieumaatschappij de voornaamste gebruiker van rodenticiden is.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 48
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
tabel 13: overzicht van de gebruikscijfers per generieke afwijking in kilogram werkzame stof opgedeeld per gemeente, provincie, Vlaamse overheid, federale overheid, de groep ‘anderen’ en de totale hoeveelheid
Afwijkings-nummer
GL2015-01 bruine rat GL2015-02 wespen GL2015-03 Amerikaanse vogelkers GL2015-04 reuzenberenklauw GL2015-05 Japanse duizendknoop GL2015-06 eikenprocessier ups Totaal
Werkzame stof (kg)
gemeente
provincie
Vlaamse overheid
Federale overheid
andere
Totaal
1,2
0,005
0,8
nvt
0,006
2,0
17,62
0,02
nvt
0,002
nvt
17,6
106,9
0,36
431,6
nvt
nvt
538,9
23,5
0,04
5,8
nvt
nvt
29,3
37,6
nvt
2,3
nvt
nvt
39,9
156,6
nvt
34,8
nvt
nvt
191,4
343,4
0,42
475,3
0,002
0,006
819,1
2
Rapportering doorgaans via de brandweerzones. Dit was de eerste keer dat zij moesten rapporteren wat steeds resulteert in fouten. Dit cijfer en alle afgeleide cijfers moeten dus met de nodige voorzichtigheid en nuance gebruikt worden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
49
4.3 Procedure 2 – Acuut gevaar in 2015 4.3.1 Situering afwijkingskader Deze procedure is van toepassing als er een acuut gevaar bestaat voor de volksgezondheid of voor de veiligheid. Het acuut gevaar is gelinkt aan een bepaald organisme en is redelijkerwijze niet te voorzien. Mogelijk kan het gaan om: -
maatregelen die verspreiding van epidemieën helpen voorkomen maatregelen om tijgermuggen, zwarte weduwe of andere gevaarlijke uitheemse soorten die met goederen werden geïmporteerd, te bestrijden
De aanvrager kan deze procedure te allen tijde gebruiken en een aanvraag indienen door middel van een digitaal invulformulier. De aanvrager wacht 24 uur. In deze tijdspanne kan de VMM reageren op de aanvraag. Krijgt de aanvrager geen reactie dan mag hij de bestrijding starten zoals aangegeven op het aanvraagformulier. Krijgt de aanvrager wel een reactie dan leeft hij de beslissing van de VMM na.
4.3.2 Afwijkingsaanvragen Er werd één enkele aanvraag ingediend volgens deze procedure. Deze aanvraag had betrekking op een keversoort (muntgoudhaantje - Chrysolina coerulans) die voorkwam in een plantsoen nabij een slagerij. De afwijkingsaanvraag was ongegrond en werd afgekeurd. Er gebeurden in 2015 geen bestrijdingen volgens deze procedure.
4.3.3 Pesticidengebruik volgens procedure 2 Er werden geen afwijkingen goedgekeurd of gerapporteerd volgens deze procedure. De enige afwijking die werd ingediend is niet goedgekeurd.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 50
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
4.4 Procedure 3 – Probleemsoort of veiligheidsprobleem in 2015 4.4.1 Situering afwijkingskader Procedure 3 bestaat uit een aanvraag voor afwijking wanneer er geen acuut gevaar is voor de volksgezondheid of veiligheid en wanneer de soort niet op de generieke lijst via procedure 1 te vinden is. De lijst met generieke afwijkingen is bewust beperkt gehouden. Het is niet ondenkbaar dat soorten die niet in de lijst voorkomen in bepaalde omstandigheden niet alternatief te bestrijden zijn. Als deze situatie zich voordoet én er is een type 1-probleem, dan kan een afwijkingsaanvraag worden ingediend volgens deze procedure 3. Mogelijk gaat het om: -
bestrijding van problemen die een veiligheidsprobleem betekenen bestrijding van bepaalde invasieve uitheemse planten bestrijding van soorten opgenomen op de generieke lijst maar onder andere voorwaarden
Dossiers volgens procedure 3 kunnen op elk moment worden ingediend. De VMM behandelt het dossier binnen een termijn van 3 maanden. Op het formulier is de mogelijkheid voorzien om een versnelde behandeling van het dossier aan te vragen. Dit dossier wordt dan met voorrang behandeld. De dossiers die worden ingediend volgens procedure 3 zijn relatief divers en hebben betrekking op heel specifieke situaties. Om deze te kunnen inschatten wordt doorgaans bijkomende informatie opgevraagd. Voor omvangrijke dossiers wordt een overleg gevraagd met de aanvrager. Dossiers die betrekking hebben op gebieden gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), erkend natuurreservaat of in openbare bossen worden standaard teruggekoppeld met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Hetzelfde geldt voor de meeste andere soortspecifieke dossiers. In bepaalde gevallen worden ook andere experts geraadpleegd, zoals bijvoorbeeld het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) of het Departement Landbouw en Visserij. Naast de soortspecifieke dossiers worden ook dossiers ingediend rond het aspect volksgezondheid en veiligheid. Een goedkeuring van aanvragen volgens deze procedure gold in regel voor 1 jaar. Omdat de bestrijding van houtige invasieve uitheemse planten ook in de wintermaanden kan doorgaan, werden waar nodig afwijkingen toegestaan voor zowel 2015 als 2016. Omdat de openbare besturen jaarlijks het pesticidengebruik moeten rapporteren, blijft het mogelijk om het pesticidengebruik op te volgen binnen een afwijking die over meerdere jaren loopt.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
51
4.4.2 Afwijkingsaanvragen Via procedure 3 werden 23 dossiers ingediend. Daarbij ging het soms om meer dan één probleemstelling, wat resulteerde in 28 soorten of situaties waarvoor de aanvrager een afwijking vroeg en die VMM bijgevolg evalueerde. Een enkel dossier kan bijvoorbeeld gaan over zowel rododendron, valse acacia en Amerikaanse eik. Dit wordt dan uitgesplitst over de drie soorten. Er wordt verder in dit hoofdstuk enkel gewerkt met het aantal soorten/-situaties en niet met het aantal ingediende dossiers. Een overzicht van de verdeling van aanvragen over de verschillende actoren in het Vlaamse landschap vindt u in tabel 14. Deze tabel geeft ook de oppervlakte weer waarop de aanvragen betrekking hebben. Merk hierbij wel op dat het zelden gaat om een gebiedsdekkende bestrijding. De afwijking werd verleend op de vermelde oppervlakken maar pesticiden worden er alleen maar pleksgewijs toegepast. Het werkelijk behandelde oppervlak is veel kleiner dan de opgegeven oppervlakken. Ter illustratie: bij de bestrijding van Amerikaanse vogelkers wordt een afwijking gevraagd om een stobbenbehandeling (instrijken van afgezaagde boomstam met pesticiden tegen opnieuw uitlopen) toe te passen op en perceel van 1000m². De afwijking wordt goedgekeurd. Er staan 10 Amerikaanse vogelkersen verspreid over het bos met een gemiddeld oppervlak van de zaagsnede van 0,5m². Dat betekent dat er effectief pesticiden gebruikt worden op die 5m². tabel 14: overzicht ingediende en goedgekeurde afwijkingen volgens procedure 3 opgedeeld per instantie
Instantie
afwijkingen aangevraagd
afwijkingen goedgekeurd
aantal
oppervlakte (ha)
aantal
oppervlakte (ha)
Gemeente
14
154,23
13
154,2
Oppervlaktepercentage goedgekeurd 100,0%
Provincie
2
52,0
2
52,0
100,0%
Vlaamse overheid
7
307,9
5
159,71
51,9%
Federale overheid
2
1.910,0
2
1.910,0
100,0%
Andere
3
9,8
2
9,7
99,0%
Totaal
28
2.433,9
24
2.285,6
93,9%
Zoals eerder gesteld kan procedure 3 enkel worden aangesproken bij problemen volgens type 1 (zie 4.1). Niet elk van de mogelijke type 1 redenen zijn terug te vinden als motivatie voor de ingediende aanvragen. We zien voornamelijk aanvragen omwille van plagen waarbij een gevaar bestaat voor biodiversiteit. Dit is de motivatie bij 20 aanvragen. Veiligheid wordt aangehaald voor 7 situaties. In één geval ging het om een situatie die een impact kan hebben op de volksgezondheid. Een overzicht is te vinden in tabel 15.
3
Doordat in 2015 oppervlakte niet werd opgevraagd in het aanvraagformulier hebben 2 gemeenten en 1 provincie (4 aanvragen samen) geen oppervlakte doorgegeven. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 52
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
Niet elke aanvraag werd goedgekeurd. In totaal zijn 4 aanvragen geweigerd omdat er zich ofwel geen reëel probleem stelde dat pesticidengebruik kon verantwoorden ofwel omdat er voldoende haalbare pesticidenvrije oplossingen voorhanden waren. Aanvragen om inheemse soorten te bestrijden in het kader van biodiversiteit werden geweigerd. Pesticidengebruik voor de bestrijding van groene aanslag omwille van veiligheidsredenen werd ook geweigerd gezien er gepaste manieren zijn waarop die eenvoudig verwijderd kunnen worden. De geweigerde aanvraag voor volksgezondheid was een aanvraag om bruine ratten te bestrijden met een risicovol product terwijl de generieke afwijking afdoende werkt en minder risico oplevert. 18 aanvragen werden goedgekeurd voor 2 jaar. Dit omdat de bestrijding startte in de herfst van 2015 en doorliep in 2016 of omdat de bestrijding te omvangrijk is om op 1 jaar te voltooien. tabel 15: overzicht van het aantal aanvragen voor procedure 3 en de overeenkomstige oppervlakte opgedeeld naar reden van de aanvraag.
Reden van aanvraag
Aantal aanvragen
Oppervlakte (ha)
GK*
AK*
totaal
GK
AK
totaal
2 12 0 2 2
0 0 1 0 0
2 12 1 2 2
nvt 227,1 0 0,3
nvt 0 87,0 0
nvt 227,1 87,0 0,3
Witte abeel Totaal biodiversiteit Veiligheid Bomen op kopbalken en taluds Groene aanslag Kruiden op kopbalken en taluds
1 19
0 1
1 20
87,0 nvt 314,4
0 nvt 87,0
87,0 nvt 401,4
3 0 0
0 1 1
3 1 1
Spoorwegexploitatie Totaal veiligheid Volksgezondheid
2 5
0 2
2 7
61,3 0 0 1910,0 1971,3
0 0,1 61,3 0 61,4
61,3 0,1 61,3 1910,0 2032,6
Bruine rat
0
1
1
nvt
nvt
nvt
1
1
nvt
nvt
nvt
Biodiversiteit Amerikaanse eik Amerikaanse vogelkers Inheems loofhout Japanse duizendknoop Valse acacia
Totaal volksgezondheid 0 * GK staat voor goedgekeurd, AK staat voor afgekeurd.
4.4.3 Pesticidengebruik volgens procedure 3 De rapportering voor de afwijkingen verleend volgens procedure 3 is niet volledig. Slechts voor 16 van de 24 toegekende afwijkingen kwamen gebruiksgegevens toe. Procedure 3 werd, zoals getoond in 4.4.2 niet door veel openbare besturen gebruikt in 2015. Het gebruik in werkzame stof toont meteen aan dat deze afwijkingsprocedure wel een belangrijk aandeel vormt van het totaal gebruik aan pesticiden. Dit door het gebruik van pesticiden voor het onderhoud van de spoorwegbedding.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
53
Doordat een deel van de afwijkingen gebruikt wordt voor de bestrijding van verschillende uitheemse planten op eenzelfde perceel blijkt het niet haalbaar om het pesticidengebruik op het terrein bij te houden per soort. Uit tabel 2 blijkt dat er grote verschillen bestaan in het gebruik van pesticiden bij de verschillende groepen openbare besturen en tussen de verschillende motivaties voor afwijking. Er werden geen afwijkingen met als reden ‘volksgezondheid’ goedgekeurd in 2015. Veiligheid kwam aan bod in twee verleende afwijkingen maar alleen bij de federale overheid (in dit geval Infrabel) werd de bestrijding ook uitgevoerd. De behandeling van de spoorwegen vroeg in 2015 een gebruik van 7.041,2 kilogram werkzame stof. De gemeenten en provincies maakten gebruik van procedure 3 om respectievelijk 2,3 en 0,9 kilogram werkzame stof te gebruiken voor de bestrijding van uitheemse planten die niet voorkomen op de generieke lijst of volgens andere voorwaarden dan deze op de generieke lijst (procedure 1). De Vlaamse overheidsinstanties en de ‘andere’ openbare besturen rapporteerden geen pesticidengebruik omdat ze geen afwijking aanvroegen of rapporteerden dat ze geen pesticiden gebruikten voor de verleende afwijking(en). tabel 16: overzicht van de gebruikscijfers volgens procedure 3 in kilogram werkzame stof opgedeeld in biodiversiteit, veiligheid en volksgezond en opgedeeld per soort instantie
Reden
Werkzame stof (kg) gemeenten
provincies
Vlaamse overheid
Federale overheid
andere
Totaal
Biodiversiteit Veiligheid Volksgezondheid
2,3 nvt nvt
0,9 nvt nvt
nvt 0 nvt
nvt 7.041,2* nvt
nvt nvt nvt
3,2 7.041,2 nvt
Totaal
2,3
0,9
nvt
7.041,2
nvt
7.044,4
*1 Gebruik van pesticiden door Infrabel om veiligheid op spoorwegen te garanderen
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 54
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
4.5 Procedure 4 - Omvormingsprogramma voor de periode 2015-2017 4.5.1 Situering Het pesticidenreductiedecreet van 2001 stelde een verbod in vanaf 1 januari 2004 voor openbare besturen voor het beheer van een hele reeks terreinen. Afwijken van dit verbod was mogelijk door het indienen van een reductieprogramma met als uiterste datum voor het gebruik van pesticiden 31 december 2014 (pesticidenreductiebesluit). De doelstelling was om vanaf 1 januari 2015 alle openbare terreinen pesticidenvrij te beheren. Eén van de pistes van dit reductieprogramma was het identificeren en aanpassen van moeilijk te onderhouden terreinen aan een pesticidenvrij beheer. Door dit te spreiden konden eventuele kosten gespreid worden of konden al geplande herinrichtingen worden aangegrepen om ook te werken aan een efficiënter te onderhouden openbare ruimte. Sommige terreinen zoals begraafplaatsen kregen vaak pas tegen het einde van het reductieprogramma de nodige aandacht vanwege de vermeende gevoeligheid van de bevolking voor werken aan begraafplaatsen. Talrijke voorbeelden in Vlaanderen tonen aan dat structurele aanpassingen aan deze terreinen leidt tot een efficiënt pesticidenvrij beheer. Dat neemt niet weg dat er begin 2015 nog altijd terreinen zijn die in de huidige toestand moeilijk zonder pesticiden te beheren zijn zonder een significante meerkost. Het omvormingsprogramma geeft de mogelijkheid om voor de terreinen een afwijking van het verbod te krijgen voor een periode van drie jaar. Dit in afwachting van de heraanleg en omvorming van de betrokken locaties. Hiermee wordt verder gebouwd op het reductieprogramma dat de openbare besturen tussen 2004 en 2014 uitvoerden. Aanvragen volgens procedure 4 konden worden ingediend tot 1 april 2014, met de mogelijkheid om ontbrekende informatie aan te leveren tot 15 juli 2014. De VMM had in 2014 een behandelingstermijn van 3 maanden voor deze afwijkingen. Afwijkingen volgens procedure 4 worden verleend vanaf het begin van het pesticidenverbod in 2015 tot wanneer de structurele aanpassing of heraanleg heeft plaatsgevonden, dit voor een maximumtermijn van 3 jaar. Concreet zijn dat de jaren 2015, 2016 en 2017. Om een afwijkingsaanvraag wegens onevenredig hoge kost te kunnen beoordelen zijn volgende principes vastgelegd: -
-
De aanvrager moet kunnen aantonen dat ook in de vorige jaren al gewerkt werd aan een vermindering van het pesticidengebruik en meer bepaald aan het omvormen van terreinen om die efficiënt pesticidenvrij te beheren. Het dossier moet een duidelijk engagement bevatten om in een beperkte tijdsperiode tot een daling in pesticidengebruik te komen. De onevenredig hoge kosten moeten worden aangetoond. De start van de werken op het terrein wordt aangegeven om een inschatting te kunnen maken van de termijn waarbinnen het volledige omvormingsprogramma gerealiseerd zal zijn.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
55
4.5.2 Afwijkingsaanvragen In zijn totaliteit startten 89 instanties een omvormingsprogramma. Het gaat daarbij over een oppervlakte van 447 hectare verspreid over 693 terreinen die omgevormd worden. De gemiddelde oppervlakte van een terrein dat omgevormd wordt is 0,64 hectare. In dit rapport wordt verder gewerkt met zowel het aantal aanvragers als met het aantal individuele terreinen. Bij elk getal wordt aangegeven over welk van beide cijfers het gaat. Twee federale overheidsinstanties, NMBS en Infrabel, vroegen voor 15 terreinen een omvormingsprogramma aan. Bij de Vlaamse overheid ging het om 11 terreinen die door NV De Scheepvaart zullen omgevormd worden. De provincies Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant vormen samen 4 terreinen om. De overige 84 aanvragers waren gemeenten die een omvormingsprogramma aanvroegen voor in totaal 663 terreinen . tabel 17: overzicht van het aantal aangevraagde en toegekende afwijkingen en de bijhorende oppervlakte volgens procedure 4 opgedeeld per instantie
Instantie
afwijkingen aangevraagd
afwijkingen toegekend
Aantal aanvragers/aantal terreinen
Oppervlakte (ha)
Aantal aanvragers/aantal terreinen
Oppervlakte (ha)
Oppervlaktepercentage goedgekeurd
Gemeente
84/663
301,2
83/559
278,3
92,4%
Provincie
2/4
10,8
2/4
10,8
100,0%
Vlaamse overheid
1/11
1,9
1/10
1,8
94,7%
Federale overheid
2/15
132,3
2/12
119,3
90,2%
Andere
0/0
0
0/0
0
0,0%
Totaal
89/693
446,2
88/585
410,2
91,9%
De omvormingsprogramma’s werden aangevraagd voor verschillende soorten terreinen. Begraafplaatsen vormen de bulk van de aanvragen maar ook stockageplaatsen en allerlei onderdelen van de openbare weg zoals pleinen en voetpaden worden aangepakt om pesticidengebruik in de toekomst te voorkomen. Alle terreinen werden ondergebracht in 5 categorieën welke omschreven zijn in 2.2.5.2. De gegevens, opgenomen in tabel 18 tonen dat begraafplaatsen inderdaad wat betreft oppervlak (187,4 hectare) de terreinen zijn waarvoor omvormingsprogramma’s werden ingediend. De categorie infrastructuur omvat ook een grote oppervlakte van 124,0 hectare. Het gaat daarbij om talloze kleine installaties langs spoorwegen (die als 1 terrein behandeld werden in het kader van dit rapport) en stockageplaatsen. Ook parkings, pleinen en paden vormen een groot aandeel (100,2 hectare) van de oppervlakte waarvoor een aanvraag ingediend werd. Doorgaans gaat het hier over terreinen met een vrij beperkte omvang zoals voetpaden, buurtwegen, … wat het hoge aantal terreinen in deze groep verklaart. Parken en plantsoenen kunnen doorgaans goed zonder pesticiden onderhouden worden. Dat weerspiegelt \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 56
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
zich in de aanvragen : 37 terreinen goed voor 27 hectare wil men opnieuw aanleggen waarna ze beter zonder pesticiden te onderhouden zullen zijn. Voor sportterreinen is een omvormingsprogramma doorgaans niet relevant. Een doorsnee sportveld zal er na heraanleg quasi hetzelfde uitzien, wat wil zeggen dat ook de problemen die er zich stellen inzake onderhoud gelijkaardig zal blijven. Toch werden er aanvragen ingediend voor 5 locaties. Daarbij ging het om wezenlijke veranderingen zoals bv. de aanleg van een kunstgrasveld of het uitbreken van klinkers voor een verharde sportlocatie. Bij 1 gemeente werd het omvormingsprogramma volledig afgekeurd maar bij alle andere aanvragers werden de aanvragen hetzij volledig, hetzij gedeeltelijk goedgekeurd. In totaal werd op 585 (410,2 hectare) van de aangevraagde 693 terreinen (446,2 hectare) een afwijking verleend. Op 8 procent van de oppervlakte waar een omvormingsprogramma voor werd aangevraagd, werd dit geweigerd. De redenen hiertoe waren divers: gelegen nabij een waterloop, toepassing van pesticiden in goten of greppels, terreinen gelegen in beschermingszone voor drinkwater, geen omvorming gepland op korte termijn, … Zoals al in vorige paragraaf vermeld, werd 92 procent van oppervlakte waarop een omvorming werd aangevraagd goedgekeurd. Bij twee categorieën wijkt het goedkeuringspercentage hier relatief sterk van af. Bijna alle aanvragen voor parken en plantsoenen werden goedgekeurd (99 procent). Bij parkings, pleinen en paden werd naar verhouding minder goedgekeurd (83 procent) wat te verklaren is door het weigeren van pesticidenbehandelingen in straatgoten om afspoeling naar hemelwaterafvoer te beperken.
tabel 18: overzicht van het aantal afwijkingen volgens procedure 4 aangevraagd en toegekend opgedeeld naar terrein waarop de aanvraag betrekking heeft en de overeenkomstige oppervlakte
Terrein
Begraafplaatsen Infrastructuur Parken en plantsoenen Parkings,pleinen en paden Sportvelden Totaal
afwijkingen aangevraagd
afwijkingen toegekend
Aantal terreinen 274
Oppervlakte (ha) 187,4
Aantal terreinen 263
Oppervlakte (ha) 174,6
Oppervlaktepercentage goedgekeurd 93,2%
18
124,0
15
118,3
95,4%
37
27,0
32
26,8
99,3%
359
100,2
272
83,6
83,4%
5
7,5
3
6,9
92,0%
693
446,1
585
410,2
92,0%
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
57
4.5.3 Pesticidengebruik volgens procedure 4 in 2015 De gebruikscijfers voor deze procedure zijn vrijwel volledig. Van de 88 openbare besturen waarvan het omvormingsprogramma (al dan niet gedeeltelijk) goedgekeurd werd zijn er 8 die hierover geen rapportering instuurden. Op 29 terreinen waarvoor een afwijking volgens Procedure 4 verleend werd, bleken pesticiden in 2015 niet nodig. De aanvragers, 14 verschillende openbare besturen, rapporteerden dat zij op deze terreinen geen pesticiden gebruikten. tabel 19: overzicht van de gebruikscijfers volgens procedure 4 in kilogram werkzame stof opgedeeld in terreintypes en instanties
Terrein
Werkzame stof (kg) gemeente
provincie
Vlaamse overheid
Federale overheid
andere
Totaal
Begraafplaatsen Infrastructuur Parken en plantsoenen
300,8 nvt 1,2
nvt nvt 5,5
nvt 5,2 nvt
nvt Onbekend* nvt
nvt nvt nvt
300,8 5,2 6,7
Parkings, pleinen en paden Sportvelden
106,6
nvt
nvt
4,7
nvt
111,3
0,2
nvt
nvt
nvt
nvt
0,2
Totaal
408,8
5,5
5,2
4,7
nvt
424,2
*Er werden heel wat installaties voor treinverkeer behandeld met pesticiden. Opvolging van dit gebruik was in 2015 niet optimaal waardoor hier geen cijfer voor gegeven kan worden. Deze cijfers zijn mee opgenomen onder de gegevens voor procedure 3.
In totaal werd 424,2 kilogram werkzame stof toegepast volgens een goedgekeurd omvormingsprogramma. Op basis van tabel 19 vindt het grootste pesticidengebruik binnen procedure 4 plaats op begraafplaatsen (300,8 kilogram werkzame stof). Doordat gemeenten de voornaamste beheerders zijn van begraafplaatsen, dragen zij ook het meeste bij aan het pesticidengebruik. 106,6 kilogram werkzame stof werd toegepast op parkings, pleinen en paden. Bij analyse van de gegevens blijkt het vooral te gaan om open en halfopen verhardingen zoals kasseien en dolomiet. Sportvelden, parken en plantsoenen vragen met respectievelijk 0,2 en 1,2 kilogram werkzame stof weinig pesticidengebruik. Het gebruik van de provincies is toe te schrijven aan de heraanleg van zones van recreatiedomeinen/tuinen. Bij de Vlaamse overheid is de geplande vernieuwing van stockageplaatsen op onverharde ondergrond de reden om pesticiden te gebruiken. De federale overheid maakt gebruik van pesticiden volgens een omvormingsprogramma voor het aanpassen van personeelsparkings en paden. Een belangrijke opmerking bij de hier besproken resultaten is dat het pesticidengebruik op infrastructuur heel klein is, hoewel tabel 18 aangaf dat het om 124 hectare gaat. De reden hiervoor is dat het pesticidengebruik op installaties i.f.v. spoorwegbeheer niet afzonderlijk gerapporteerd werd maar mee vervat zit in de algehele rapportering van Infrabel. Het bleek niet haalbaar om deze gegevens op te splitsen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 58
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
4.6 Procedure 5 – Probleemterrein voor 2015 4.6.1 Situering De afwijking ‘Probleemsoort of probleemterrein’ volgens procedure 5 biedt de mogelijkheid om een afwijking van het verbod te krijgen voor een periode van één jaar. Het opzet van deze procedure is om in bepaalde gevallen pesticidengebruik mogelijk te maken wanneer pesticidenvrij beheer onevenredig hoge kosten met zich meebrengt en een omvormingsprogramma geen optie is. De terreinen die in aanmerking komen zijn op te delen in 2 groepen: Terreinen waar zich een probleemsituatie voordoet, waar de alternatieve bestrijding onevenredig hoge kosten met zich meebrengt en waar slechts eenmaal pesticiden nodig zijn om het terrein daarna op een efficiënte manier pesticidenvrij te beheren, bijvoorbeeld op een door de aanvrager nieuw verworven terrein dat sterk begroeid is of bij ontsmetting van grond met wortelonkruiden voorafgaand aan een beplanting. - Terreinen die niet om te vormen zijn zonder onevenredig hoge kosten of waar heraanleg niet leidt tot een efficiënt pesticidenvrij onderhoud. Voorbeelden hiervan zijn sportvelden in natuurgras of botanische tuinen. Dossiers volgens procedure 5 kunnen op elk moment worden ingediend. De VMM behandelt het dossier binnen een termijn van 3 maanden. Deze dossiers worden waar nodig teruggekoppeld met het proefcentrum voor de sierteelt (PCS) in verband met plantenziekten, met de Vereniging Voor Openbaar Groen, met het Agentschap Onroerend Erfgoed voor beschermde terreinen, met Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid (ISB), Sport Vlaanderen en andere actoren uit de sportsector. -
Een goedkeuring van aanvragen volgens deze procedure geldt voor 1 jaar. Hier werden in 2015 geen uitzonderingen gemaakt. Op deze manier wordt de vinger aan de pols gehouden en kan er jaarlijks worden bijgestuurd. Specifiek voor de omvangrijke sportsector werden er afspraken gemaakt met betrekking tot het uitklaren van het wettelijk kader en het verminderen van de administratieve last. Dit heeft geleid tot een brochure waarin uitvoerig wordt besproken wat de uitgangspunten van de wetgeving zijn en op welke manier sportvelden maximaal zonder pesticiden onderhouden kunnen worden. Daarnaast zijn er specifieke situaties opgenomen waarvoor pesticidenvrij onderhoud niet altijd mogelijk is. De sportsector levert hier de nodige onderbouwing aan voor een afwijking waardoor de aanvragers die met een van deze problemen kampen een vereenvoudigde aanvraagprocedure kunnen doorlopen. Om een dergelijke afwijkingsaanvraag wegens onevenredig hoge kost te kunnen beoordelen zijn volgende principes vastgelegd: -
De aanvrager moet kunnen aantonen dat in eerste instantie werd ingezet op het voorkomen van problemen en moet aantonen waarom pesticidenvrije methoden niet toereikend zijn De onevenredig hoge kosten moeten worden aangetoond
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
59
4.6.2 Afwijkingsaanvragen 4.6.2.1 Aanvragende instantie Procedure 5 werd aangegrepen door 113 verschillende instanties, zowel van openbare besturen als van commerciële bedrijven. In 2015 werden zo op een oppervlakte van 608,5 hectare afwijkingen aangevraagd volgens procedure 5, verspreid over 539 locaties. Het gaat daarbij over een oppervlakte van 447 hectare verspreid over 693 terreinen die individueel behandeld worden. In deze tekst wordt verder gewerkt met zowel het aantal aanvragers als met het aantal individuele terreinen. Bij elke getal wordt aangegeven over welk van beide cijfers het gaat. De meest omvangrijke groep zowel in aantal terreinen (411) als in oppervlakte (382,5 hectare) van aanvragen zijn de gemeenten. Dit is logisch gezien de aanvragen volgens procedure 5 doorgaans betrekking hebben op sportvelden. De gemeenten beheren een aanzienlijk deel van de sportinfrastructuur in Vlaanderen en vallen onder de verbodsbepaling. Ook 3 provincies maken gebruik van deze procedure, weliswaar voornamelijk vanwege het beheer van collecties botanische tuinen en arboreta. De 4 entiteiten binnen de Vlaamse overheid beheren trambeddingen, gasontspanningsstations4 en plantencollecties. Bij de Federale overheid gaat het om beheer van de eilandperrons en sportinfrastructuur (sportcentrum van defensie). De groep ‘andere’ omvat in dit geval voornamelijk golfverenigingen die aanvragen indienden voor pesticidengebruik op tees en greens gelegen in de strook van 6 meter langs oppervlaktewater. In deze strook geldt een verbod ook voor de commerciële bedrijven. Op 81 procent van de oppervlakte waar een afwijking op werd aangevraagd, werd deze ook goedgekeurd. De terreinen die niet werden goedgekeurd zijn verspreid over de verschillende instanties. In 5 gevallen werd een dossier volledig geweigerd, bij de overige aanvragers werden de dossiers hetzij volledig, hetzij gedeeltelijk goedgekeurd. In totaal werd op 468 (608,5 hectare) van de aangevraagde 539 terreinen (491,2 hectare) een afwijking verleend. De redenen voor weigering zijn gelijkaardig aan deze bij het omvormingsprogramma: een ontbrekende onderbouwing, geen onevenredig hoge kosten voor pesticidenvrij beheer, terrein gelegen in beschermingszone voor drinkwater, …
4
Eandis wordt beschouwd als Vlaamse overheid gezien het openbaar nut van deze maatschappij en de strikte regulering door VREG en VEA.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 60
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
tabel 20: overzicht van de aangevraagde en toegekende afwijkingen volgens procedure 5 opgedeeld per instantie
Instantie
Afwijkingen aangevraagd
Afwijkingen toegekend
Aantal aanvragers/aantal terreinen
Oppervlakte (ha)
Aantal aanvragers/aantal terreinen
Oppervlakte (ha)
Gemeente
77/411
382,5
75/381
360,4
Provincie
3/24
92,9
3/14
24,9
Vlaamse overheid
4/25
89,6
4/23
86,8
Federale overheid
2/12
22,4
2/3
15,4
Andere
27/67
21,1
24/47
3,7
Totaal
113/539
608,5
108/468
491,2
4.6.2.2 Terreintypes Dat sportvelden de hoofdmoot uitmaken van de procedure 5 aanvragen blijkt duidelijk uit tabel 21. 409 terreinen zijn sportvelden. Samen vormen ze een oppervlak van 379,5 hectare. Het gaat hier niet altijd om individuele sportvelden. Een voetbalveld is immers maar ongeveer 0,6 hectare groot. Wat hier als terrein beschouwd wordt, is in bepaalde gevallen een cluster van sportvelden (bv. van dezelfde ploeg, in hetzelfde sportcomplex, …). Door de goede afspraken met de sportsector, met name met ISB (de vereniging die de gemeentelijke sportfunctionaris ondersteunt) en de Vereniging voor Golf werden meestal goede dossiers ingediend wat zorgt voor het hoge goedkeuringspercentage. Parken en plantsoenen vormen ook een relatief grote oppervlakte (127 hectare). Beschermen van plantencollecties tegen allerlei plagen is de meest voorkomende reden in deze groep. De goedkeuring van maar 45 procent van de oppervlakte waarvoor een afwijking werd aangevraagd is te wijten aan twee omvangrijke aanvragen die werden geweigerd: bestrijding van brandnetels en distels in recreatiedomeinen. Trambeddingen (opgehoogd in steenslag) in beheer van De Lijn (Vlaamse overheid) en stockageplaatsen, trappen en duikers van NV De Scheepvaart vormen de terreinen die de groep ‘Infrastructuur’ vormen. Voor begraafplaatsen zijn omvormingen meestal mogelijk (opgenomen via procedure 4), daarom werden deze weinig ingediend en in de helft van de gevallen ook geweigerd volgens procedure 5. Parkings, pleinen en paden zijn ofwel aan te passen aan een pesticidenvrij beheer, ofwel zijn ze relatief efficiënt pesticidenvrij te onderhouden waardoor hier op minder dan de helft van de oppervlakte effectief een afwijking verleend werd. Onder meer de eilandperrons van NMBS vallen onder deze categorie.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
61
tabel 21: overzicht van het aantal aangevraagde en toegekende afwijkingen volgens procedure 5 en de overeenkomstige oppervlakte opgedeeld naar terrein waarop de aanvraag betrekking heeft
Terrein
afwijkingen aangevraagd
afwijkingen toegekend
Aantal terreinen 11
Oppervlakte (ha) 6,4
Aantal terreinen 9
Oppervlakte (ha) 3,3
Oppervlaktepercentage goedgekeurd 51,6%
Infrastructuur
8
58,0
7
57,4
99,0%
Parken en plantsoenen Parking, pleinen en paden Sportvelden
91
127,1
75
56,9
44,8%
20
37,5
2
15,0
40,0%
409
379,5
375
358,6
94,5%
Totaal
539
608,5
468
491,2
80,7%
Begraafplaatsen
4.6.3 Pesticidengebruik volgens procedure 5 in 2015 De gebruikscijfers voor deze procedure zijn vrijwel volledig. Van de 86 openbare besturen waarvan de afwijkingsaanvraag (al dan niet gedeeltelijk) goedgekeurd werd zijn er 5 die hierover geen rapportering instuurden. Rapportering is niet verplicht voor de aanvragers die geen openbaar bestuur zijn. Deze gegevens kunnen wel opgevraagd worden. Op 71 terreinen waarvoor een afwijking Procedure 5 verleend werd, bleken pesticiden in 2015 niet nodig. De aanvragers, 10 verschillende openbare besturen, rapporteerden dat zij op deze terreinen geen pesticiden gebruikten. Globaal genomen toont tabel 22 dat er 445,8 kilogram werkzame stof gebruikt werd binnen de verleende afwijkingen volgens procedure 5. Dat de bulk daarvan gebruikt wordt door gemeenten gerapporteerd op sportvelden (295,8 kilogram werkzame stof) was te verwachten aangezien dit ook aan oppervlakte de meest omvangrijke groep is (tabel 21). Ook het beheer van infrastructuur door de Vlaamse overheid vraagt een aanzienlijk gebruik van pesticiden (110,5 kilogram werkzame stof), het gaat hier over behandeling van het tramnetwerk van De Lijn tegen kruidgroei in Oost en West-Vlaanderen. Het overige pesticidengebruik is met op parken en plantsoenen; parkings, pleinen en paden en begraafplaatsen respectievelijk 17,3 kilogram, 16,3 kilogram en 1,2 kilogram werkzame stof weinig betekenend. Omdat op begraafplaatsen weinig afwijkingen werden verleend werd er ook weinig gebruikt. Het gebruik binnen parkings, pleinen en paden is voornamelijk toe te schrijven aan gebruik op de eilandperrons in open verharding (NMBS) en dat van parken en plantsoenen aan plaagbestrijding in plantencollecties.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 62
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
tabel 22: overzicht gebruikscijfers volgens procedure 5 in kilogram werkzame stof opgedeeld per instantie
Terrein
Werkzame stof (kg) gemeenten
provincies
Vlaamse overheid
Federale overheid
andere
Totaal gebruik
1,2 nvt 4,2
nvt nvt 9,6
nvt 110,5 6,2
nvt 0 1,0
nvt nvt nvt
1,2 110,5 21,0
Begraafplaatsen Infrastructuur Parken en plantsoenen Parkings, pleinen en paden Sportvelden
nvt
nvt
nvt
16,3*
nvt
16,3
295,8
1,0
nvt
nvt
nvt
296,8
Totaal
301,2
10,6
116,7
17,3
nvt
445,8
*hieronder vallen de eilandperrons beheerd door de NMBS
4.7 Geen afwijking aangevraagd Het gesommeerde gebruik binnen de goedgekeurde afwijkingen (8.733,5 kilogram werkzame stof) ligt lager dan het totale gebruik van 8816,0 kilogram werkzame stof in 2015. Zo blijkt dat er 82,5 kilogram werkzame stof gerapporteerd werd zonder geldig afwijkingsnummer. Dit werd gemeld aan de rapporterende instantie. Meestal ligt een miscommunicatie aan de basis van dit niet-legitiem gebruik. Hier gaat het over 1 gemeente en twee provincies waar pesticiden toegepast werden zonder medeweten van de coördinator. Uit overlegmomenten met de verschillende stakeholders blijkt telkens dat het gerapporteerde pesticidengebruik een onderschatting is van wat er in de praktijk wordt toegepast. Dat neemt niet weg dat het pesticidengebruik in Vlaanderen duidelijk daalt en dat de meeste instanties op de hoogte zijn van het verbod en mee instaan voor de afbouw van het pesticidengebruik.
4.8 Beroepsprocedures in 2015 Het is mogelijk om beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de VMM over afwijkingsaanvraag die de instantie indiende. Dit staat telkens vermeld in het afwijkingsbesluit. In 2015 ontving minister Schauvliege drie beroepsdossiers, telkens tegen een beslissing in een procedure 5 aanvraag. Deze beroepen werden ingediend door een zorginstelling (UZA), een gemeente (Heers) en een autonoom gemeentebedrijf (Koksijde). Deze beroepen werden binnen de vereiste termijnen behandeld. Het beroep voor het dossier van het Autonoom gemeentebedrijf van Koksijde leidde tot een herziening van de beslissing. In beide andere dossiers werd de beslissing van de VMM bevestigd.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
63
4.9 Overzicht van de procedures 4.9.1 Aantal afwijkingen voor 2015 In 2015 gebruikten in totaal 198 gemeenten en 22 andere openbare besturen een afwijking van het verbod. Daarvan waren er 131 gemeenten die een afwijkingsaanvraag indienden (procedures 2 tot en met 5), de 67 andere maakten alleen gebruik van een generieke afwijking (procedure 1) waarvoor geen dossier ingediend moet worden. Bij de andere openbare besturen waren dat er respectievelijk 18 en 4.
4.9.2 Pesticidengebruik via de verschillende procedures In tabel 23 wordt een overzicht gegeven van de 5 procedures en het pesticidengebruik in kilogram werkzame stof. Voor de volledigheid van de gegevens is ook het pesticidengebruik waar geen procedure voor werd aangevraagd weergegeven. De tabel geeft zowel de totalen met als zonder het gebruik voor spoorwegexploitatie. Gezien dit een dergelijk groot aandeel vormt van het totale gebruik maskeert het gebruik van pesticiden op de spoorwegbedding de verhoudingen in pesticidengebruik tussen de verschillende procedures. Zo lijkt met spoorwegexploitatie inbegrepen procedure 3 veruit de belangrijkste procedure met 80% van het totale pesticidengebruik. Als spoorwegexploitatie buiten beschouwing blijft dan gaat het om de minst belangrijke procedure (<1%). Om de verhoudingen tussen de procedures onderling te bekijken is het dus beter om zonder spoorwegexploitatie te werken. Dan blijkt de procedure 1 - generieke lijst de voornaamste procedure wat betreft pesticidengebruik (46% van het totaal gebruik). Dit toont aan dat de generieke lijst gekend is en een behoorlijke administratieve vereenvoudiging betekent. Voor procedure 4 en 5 wordt een vrijwel gelijk gebruik opgetekend. Beiden vertegenwoordigen een kwart van de gebruikte pesticiden. tabel 23. Overzicht gebruiksgegevens per procedure zowel met als zonder spoorwegexploitatie.
Procedure
Pesticidengebruik (kg werkzame stof)
Percentage van totaal gebruik
Met spoorwegen
Zonder spoorwegen
Met spoorwegen
Zonder spoorwegen
819,1
819,1
9%
46%
Procedure 3
7.044,4
3,2
80%
<1%
Procedure 4
424,2
424,2
5%
24%
Procedure 5
445,8
445,8
5%
25%
Geen procedure
82,5
82,5
1%
5%
8816,0
1774,8
100%
100%
Procedure 1 Procedure 2
Totaal
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 64
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
4.10 Besluit Globaal genomen waren er 198 gemeenten en 22 andere openbare besturen die gebruik maakten van één of meerdere afwijkingsmogelijkheden. Deze waren niet allemaal even omvangrijk en lopen sterk uit elkaar van heel lokale problemen zoals overlast van wespen tot problemen op Vlaamse schaal zoals bestrijding van de plantengroei op spoorwegen. Dit geeft aan dat de afwijkingsprocedures vrij goed gekend zijn bij de doelgroepen. Probleemsituaties Het verbod en het bijhorend afwijkingskader zorgt ervoor dat heel duidelijk wordt wat de probleemsituaties zijn waarmee de openbare besturen te kampen hebben. Dit maakt het mogelijk om inspanningen op vlak van communicatie en kennisverruiming te concentreren waar nodig. De problemen situeren zich voornamelijk op begraafplaatsen en sportterreinen. Ook rattenbestrijding wordt vaak toegepast hoewel dat uit het gebruik van werkzame stof niet naar voor komt, gezien de lage concentraties in de gebruikte producten. Verschillende procedures Het proces waarbij pesticidengebruik doorheen afwijkingsaanvragen bijgestuurd wordt, werkt. Vanwege het verbod worden er effectief minder pesticiden gebruikt en de gebruiker wordt er vooraf nog op attent gemaakt welk product kan ingezet worden en hoe milieu en gezondheid optimaal gevrijwaard blijven. Het gesommeerde gebruik binnen de goedgekeurde afwijkingen ligt lager ligt dan het totale gebruik in 2015. Zo blijkt dat er 82,5 kilogram werkzame stof gerapporteerd werd zonder geldig afwijkingsnummer. Dit werd gemeld aan de rapporterende instanties. Meestal ligt een miscommunicatie aan de basis van dit niet-legitiem gebruik. Hier gaat het over 1 gemeente en twee provincies en bedraagt 1 procent van het totale gerapporteerde gebruik in Vlaanderen. Dat de bewustwording over het belang van het pesticidenverbod toeneemt, ook bij burgers is duidelijk zichtbaar aan de meldingen die toekomen over ongeoorloofd pesticidengebruik. Regelmatig krijgen we vragen van bezorgde burgers over pesticidengebruik op het openbaar domein, langs waterlopen en door buren. Waar nodig werden de bevoegde instanties gecontacteerd.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
65
Afwijkingen en pesticidengebruik Provincie
Gemeente of stad
Oost-Vlaanderen
Aalst
Pesticidengebruik in 2015 in kg werkzame stof 0,01
Officieel nulgebruik en jaartal
Goedgekeurde afwijking(en)
Oost-Vlaanderen
Aalter
0,02
2015
P1
Vlaams-Brabant
Aarschot
0,01
2015
P1
Antwerpen
Aartselaar
0,00
2014
P1
Vlaams-Brabant
Affligem
Limburg
Alken
West-Vlaanderen
Alveringem
Antwerpen
Antwerpen
West-Vlaanderen
Anzegem
West-Vlaanderen
Ardooie
Antwerpen
Arendonk
Limburg
As
Vlaams-Brabant
Asse
Oost-Vlaanderen
Assenede
0,00
West-Vlaanderen
Avelgem
2,67
Antwerpen
Baarle-hertog
Antwerpen
Balen
0,02
West-Vlaanderen
Beernem
0,01
Antwerpen
Beerse
0,00
Vlaams-Brabant
Beersel
0,02
2015
P1
Vlaams-Brabant
Begijnendijk
0,01
2015
P1
Vlaams-Brabant
Bekkevoort
7,20
Limburg
Beringen
68,77
Antwerpen
Berlaar
Oost-Vlaanderen
Berlare
Vlaams-Brabant
Bertem
Vlaams-Brabant
Bever
Oost-Vlaanderen
Beveren
13,65
Vlaams-Brabant
Bierbeek
0,00
Limburg
Bilzen
West-Vlaanderen
Blankenberge
0,09
Limburg
Bocholt
0,00
Antwerpen
Boechout
19,61
Antwerpen
Bonheiden
6,92
2015
Antwerpen
Boom
0,00
2014
Vlaams-Brabant
Boortmeerbeek
1,19
2015
Limburg
Borgloon
5,77
Antwerpen
Bornem
19,48
Antwerpen
Borsbeek
Vlaams-Brabant
Boutersem
0,00
Oost-Vlaanderen
Brakel
0,00
Antwerpen
Brasschaat
Antwerpen
Brecht
0,00
2011
P1
West-Vlaanderen
Bredene
0,00
2015
P1
P1
2015 0,30 0,00
P1,P4 2015
15,93
P1 P4
10,09
P1,P3 2015 2015
P1 P4
2015 P1,P4 2015
P1 P4,P5
P4 2013
P1,P5 P4,P5
0,00
2015
P1 P4,P5
2015
P1
2015 2015
P1,P4 P4 P1,P5 P4,P5 P1,P4
2015
P1,P5
2015 P4 2015 2015
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 66
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
Limburg
Bree
West-Vlaanderen
Brugge
0,03
Oost-Vlaanderen
Buggenhout
6,69
West-Vlaanderen
Damme
7,02
West-Vlaanderen
De Haan
0,73
P1,P4,P5
West-Vlaanderen
De Panne
0,00
P4
Oost-Vlaanderen
De Pinte
6,28
P5
West-Vlaanderen
Deerlijk
Oost-Vlaanderen
Deinze
Oost-Vlaanderen
Denderleeuw
Oost-Vlaanderen
Dendermonde
West-Vlaanderen
Dentergem
Antwerpen
Dessel
Oost-Vlaanderen
Destelbergen
Limburg
Diepenbeek
0,00
2009
P1
Vlaams-Brabant
Diest
1,80
2015
P3
West-Vlaanderen
Diksmuide
0,00
Vlaams-Brabant
Dilbeek
1,38
Limburg
Dilsen-Stokkem
5,66
Vlaams-Brabant
Drogenbos
Antwerpen
Duffel
Antwerpen
Edegem
Oost-Vlaanderen
Eeklo
Oost-Vlaanderen
Erpe-Mere
0,01
Antwerpen
Essen
3,73
Oost-Vlaanderen
Evergem
0,01
Vlaams-Brabant
Galmaarden
1,17
P1,P4
Oost-Vlaanderen
Gavere
5,81
P1,P4
Antwerpen
Geel
7,80
P5
Vlaams-Brabant
Geetbets
18,61
Limburg
Genk
31,18
2015
P1,P5
Oost-Vlaanderen
Gent
0,53
2010
P1
Oost-Vlaanderen
Geraardsbergen
Limburg
Gingelom
5,96
West-Vlaanderen
Gistel
10,92
Vlaams-Brabant
Glabbeek
Vlaams-Brabant
Gooik
Vlaams-Brabant
Grimbergen
2015
Antwerpen
Grobbendonk
2004
Vlaams-Brabant
Haacht
0,00
2015
P1
Oost-Vlaanderen
Haaltert
0,05
2015
P1
Limburg
Halen
0,01
2015
P1
Vlaams-Brabant
Halle
Limburg
Ham
0,18
P1
Oost-Vlaanderen
Hamme
12,58
P1,P5
Limburg
Hamont-Achel
7,16
P1,P4
West-Vlaanderen
Harelbeke
0,08
P5
P4 2014
P1 P1,P4
2014
P5
P5 3,38
P1,P5 2015
0,00
P5 2015
0,00
2015
P1
2005-2008
P5 P4 2005-2008
8,30
P4 2007 2014
P1 P4,P5
2011
P1
P1,P4
P1,P4 2015
P5
2015 0,03
P1
2014
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
67
Limburg
Hasselt
Limburg
Hechtel-Eksel
12,91
Limburg
Heers
0,00
2015
P1,,P5
Antwerpen
Heist-op-den-Berg
3,93
2015
P1P5
Antwerpen
Hemiksem
3,90
Vlaams-Brabant
Herent
5,80
Antwerpen
Herentals
0,00
Antwerpen
Herenthout
Limburg
Herk-de-Stad
Vlaams-Brabant
Herne
Antwerpen
Herselt
Limburg
Herstappe
Oost-Vlaanderen
Herzele
Limburg
Heusden-Zolder
West-Vlaanderen
Heuvelland
Vlaams-Brabant
Hoegaarden
Vlaams-Brabant
Hoeilaart
Limburg
Hoeselt
0,00
Vlaams-Brabant
Holsbeek
5,41
West-Vlaanderen
Hooglede
Antwerpen
Hoogstraten
0,51
2015
P1
Oost-Vlaanderen
Horebeke
0,00
2004
P1
Limburg
Houthalen-Helchteren
West-Vlaanderen
Houthulst
10,40
P5
Antwerpen
Hove
0,09
P1
Vlaams-Brabant
Huldenberg
0,73
P4
Antwerpen
Hulshout
0,01
West-Vlaanderen
Ichtegem
West-Vlaanderen
Ieper
West-Vlaanderen
Ingelmunster
2,61
2015
P1,P5
West-Vlaanderen
Izegem
0,00
2015
P5
West-Vlaanderen
Jabbeke
Antwerpen
Kalmthout
0,01
2013
P1
Vlaams-Brabant
Kampenhout
0,01
2015
P1
Antwerpen
Kapellen
Vlaams-Brabant
Kapelle-op-den-Bos
Oost-Vlaanderen
Kaprijke
4,67
Antwerpen
Kasterlee
1,13
2015
P1
Vlaams-Brabant
Keerbergen
Limburg
Kinrooi
7,69
2015
P1
Oost-Vlaanderen
Kluisbergen
Oost-Vlaanderen
Knesselare
West-Vlaanderen
Knokke-Heist
West-Vlaanderen
Koekelare
West-Vlaanderen
Koksijde
15,78
2015
Antwerpen
Kontich
0,00
2013
West-Vlaanderen
Kortemark
Vlaams-Brabant
Kortenaken
Vlaams-Brabant
Kortenberg
2004 P1,P4
P4,P5 P4,P5 2015
P1
2015 2,26 0,01
P4 2015
P1
2005-2008 3,84
P1 2014
0,60
P4 2013 2015 P1,P4,P5
2015
P1 2015 2015
2015
2015 2015 P5
6,24
P5 2015
8,90
P1
P1,P4,P5
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 68
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
Limburg
Kortessem
West-Vlaanderen
Kortrijk
2014
Vlaams-Brabant
Kraainem
2012
Oost-Vlaanderen
Kruibeke
Oost-Vlaanderen
Kruishoutem
West-Vlaanderen
Kuurne
Antwerpen
Laakdal
48,66
Oost-Vlaanderen
Laarne
7,98
Limburg
Lanaken
0,00
Vlaams-Brabant
Landen
21,62
West-Vlaanderen
Langemark-Poelkapelle
Oost-Vlaanderen
Lebbeke
7,33
Oost-Vlaanderen
Lede
4,68
West-Vlaanderen
Ledegem
West-Vlaanderen
Lendelede
Vlaams-Brabant
Lennik
Limburg Vlaams-Brabant
11,00
12,21
2015
2015
P1,P4
P1,P4,P5
2015 2012
P1 P4,P5
2015 P1,P4 2015 2015
P1,P5 P5
0,42
2015
P5
Leopoldsburg
0,00
2015
Leuven
11,54
P5
West-Vlaanderen
Lichtervelde
0,00
P1
Vlaams-Brabant
Liedekerke
0,00
2015
P1
Antwerpen
Lier
0,00
2015
P1
Oost-Vlaanderen
Lierde
0,05
2015
P1
Antwerpen
Lille
5,09
2015
P1
Vlaams-Brabant
Linkebeek
Antwerpen
Lint
14,67
P1,P4
Vlaams-Brabant
Linter
3,44
P1,P4,P5
Oost-Vlaanderen
Lochristi
7,28
P4,P5
Oost-Vlaanderen
Lokeren
29,48
Limburg
Lommel
Vlaams-Brabant
Londerzeel
West-Vlaanderen
Lo-reninge
Oost-Vlaanderen
Lovendegem
Vlaams-Brabant
Lubbeek
Limburg
Lummen
Oost-Vlaanderen
Maarkedal
Limburg
Maaseik
Limburg
Maasmechelen
57,65
Vlaams-Brabant
Machelen
7,88
2014
P5
Oost-Vlaanderen
Maldegem
0,04
2014
P1
Antwerpen
Malle
0,01
2015
P1
Antwerpen
Mechelen
0,89
Antwerpen
Meerhout
1,31
Limburg
Meeuwen-Gruitrode
27,67
Vlaams-Brabant
Meise
4,07
Oost-Vlaanderen
Melle
West-Vlaanderen
Menen
12,32
Vlaams-Brabant
Merchtem
0,01
Oost-Vlaanderen
Merelbeke
0,00
P5
Antwerpen
Merksplas
2,78
P1
P4,P5 2015
0,25
P1,P4 2015
0,16
P4 2015
0,00
P4 2015 P1,P4,P5
P1,P4,P5 2015
P1,P3,P5 P1,P4 P1,P5
2015 P5 2015
P1
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
69
West-Vlaanderen
Mesen
West-Vlaanderen
Meulebeke
0,00
West-Vlaanderen
Middelkerke
0,00
2015
P1
Oost-Vlaanderen
Moerbeke
Antwerpen
Mol
10,44
2015
P1
West-Vlaanderen
Moorslede
0,00
2015
P1
Antwerpen
Mortsel
0,00
P4
Oost-Vlaanderen
Nazareth
0,01
P1,P4
Limburg
Neerpelt
6,98
P1,P4
Oost-Vlaanderen
Nevele
Antwerpen
Niel
0,00
Limburg
Nieuwerkerken
0,00
West-Vlaanderen
Nieuwpoort
3,63
P4
Antwerpen
Nijlen
4,87
P1,P5
Oost-Vlaanderen
Ninove
0,01
2015
P1
Antwerpen
Olen
0,03
2015
P1
West-Vlaanderen
Oostende
2015
Oost-Vlaanderen
Oosterzele
2015
West-Vlaanderen
Oostkamp
2010
West-Vlaanderen
Oostrozebeke
4,76
Limburg
Opglabbeek
9,97
Vlaams-Brabant
Opwijk
Oost-Vlaanderen
Oudenaarde
West-Vlaanderen
Oudenburg
Vlaams-Brabant
Oud-Heverlee
Antwerpen
Oud-Turnhout
Vlaams-Brabant
Overijse
Limburg
Overpelt
18,94
P1,P3,P4,P5
Limburg
Peer
0,18
P1,P4,P5
Vlaams-Brabant
Pepingen
West-Vlaanderen
Pittem
18,15
P4
West-Vlaanderen
Poperinge
0,00
Antwerpen
Putte
10,48
Antwerpen
Puurs
8,58
2015
P5
Antwerpen
Ranst
0,00
2015
P1
Antwerpen
Ravels
57,22
Antwerpen
Retie
Limburg
Riemst
Antwerpen
Rijkevorsel
West-Vlaanderen
Roeselare
10,42
2010
P1
Oost-Vlaanderen
Ronse
0,00
2015
P1
Vlaams-Brabant
Roosdaal
0,01
2015
P1
Vlaams-Brabant
Rotselaar
West-Vlaanderen
Ruiselede
0,01
2015
P1
Antwerpen
Rumst
7,12
2015
P5
Antwerpen
Schelle
Vlaams-Brabant
Scherpenheuvel-Zichem
5,80
Antwerpen
Schilde
0,21
2015
P1
Antwerpen
Schoten
0,00
2015
P1
2015 P4
P4 2015
P1
P1,P4 2012
P1,P3,P5
2015 2015 0,78
P5 P4
1,67
P3P4 2015
P4,P5
P1,P4 2004
0,00
P1 P4
2015
2005-2008 P4
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 70
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
Antwerpen
Sint-Amands
Vlaams-Brabant
Sint-Genesius-Rode
Oost-Vlaanderen
9,84
P1P4P5
Sint-Gillis-Waas
13,07
P1P5
Antwerpen
Sint-Katelijne-Waver
0,39
2015
P1P3
Oost-Vlaanderen
Sint-Laureins
0,01
2015
P1
Oost-Vlaanderen
Sint-Lievens-Houtem
0,00
2015
P1
Oost-Vlaanderen
Sint-Martens-Latem
3,99
2015
P1P5
Oost-Vlaanderen
Sint-Niklaas
2015
P5
Vlaams-Brabant
Sint-Pieters-Leeuw
Limburg
Sint-Truiden
West-Vlaanderen
Spiere-Helkijn
Antwerpen
Stabroek
West-Vlaanderen
Staden
Vlaams-Brabant
Steenokkerzeel
0,00
2015
P5
Oost-Vlaanderen
Stekene
0,03
2013
P1
Oost-Vlaanderen
Temse
Vlaams-Brabant
Ternat
Vlaams-Brabant
Tervuren
Limburg
Tessenderlo
West-Vlaanderen
Tielt
0,01
Vlaams-Brabant
Tielt-Winge
0,00
Vlaams-Brabant
Tienen
49,10
Limburg
Tongeren
West-Vlaanderen
Torhout
Vlaams-Brabant
Tremelo
Antwerpen
Turnhout
9,04
West-Vlaanderen
Veurne
1,31
Vlaams-Brabant
Vilvoorde
West-Vlaanderen
Vleteren
Limburg
Voeren
2,76
Antwerpen
Vorselaar
0,42
2015
P1
Antwerpen
Vosselaar
2,34
2015
P5
Oost-Vlaanderen
Waarschoot
2,60
P1,P5
Oost-Vlaanderen
Waasmunster
7,20
P4
Oost-Vlaanderen
Wachtebeke
West-Vlaanderen
Waregem
7,47
Limburg
Wellen
0,00
Vlaams-Brabant
Wemmel
West-Vlaanderen
Wervik
5,80
Antwerpen
Westerlo
0,38
Oost-Vlaanderen
Wetteren
0,68
West-Vlaanderen
Wevelgem
2,93
Vlaams-Brabant
Wezembeek-Oppem
Oost-Vlaanderen
Wichelen
0,00
West-Vlaanderen
Wielsbeke
0,00
Antwerpen
Wijnegem
Antwerpen
Willebroek
1,09
P1,P4
West-Vlaanderen
Wingene
0,02
P1
Antwerpen
Wommelgem
0,09
P4
10,40
P5 2015
0,00
P4 2012
2015 0,00
P1P4 2015 2015
P1 P1 P4
2015 0,87
2014
P5
2015 P4 P4 2015 2014 P1,P4
P4 P4,P5 P1 2015 P1,P4 2015
P1 P1
2015
P5
2015 P1,P4 2013
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
71
Oost-Vlaanderen
Wortegem-Petegem
Antwerpen
Wuustwezel
0,00
P1,P4
Antwerpen
Zandhoven
11,60
P4
Vlaams-Brabant
Zaventem
7,23
West-Vlaanderen
Zedelgem
Oost-Vlaanderen
Zele
0,23
Oost-Vlaanderen
Zelzate
1,95
Vlaams-Brabant
Zemst
21,02
Oost-Vlaanderen
Zingem
0,00
2013
P1
Antwerpen
Zoersel
3,26
2009
P1
Oost-Vlaanderen
zomergem
3,12
2015
P1,P5
Limburg
Zonhoven
0,00
2015
P1
West-Vlaanderen
Zonnebeke
Oost-Vlaanderen
Zottegem
0,00
2015
P1
Vlaams-Brabant
Zoutleeuw
0,03
2015
P1
West-Vlaanderen
Zuienkerke
Oost-Vlaanderen
Zulte
0,00
2015
P1
Limburg
Zutendaal
Oost-Vlaanderen
Zwalm
0,02
2012
P1
West-Vlaanderen
Zwevegem
15,12
2015
P4,P5
Antwerpen
Zwijndrecht
0,01
2015
P1
nvt
ANB
437,84
P5,P3
nvt
Infrabel
7041,21
P4,P3
nvt
NMBS
21,06
nvt
Waterwegen en Zeekanaal
nvt
NV De Scheepvaart
Antwerpen
Pidpa
nvt
De Lijn
nvt
Farys
2015
nvt
De Watergroep
2015
Antwerpen
Provincie Antwerpen
6,56
P1,P5
Vlaams-Brabant
Vlaams-Brabant
6;317
P4
Limburg
Limburg
4,47
P5
West-Vlaanderen
West-Vlaanderen
0,90
P1,P3
Oost-Vlaanderen
Oost-Vlaanderen
22,77
P4
nvt
Vlaamse Milieumaatschappij
0,84
P1
nvt
Vlaamse Landmaatschappij
nvt
FOD financiën
West-Vlaanderen
OCMW Heuvelland
2015
Oost-Vlaanderen
OCMW Zele
2012
Antwerpen
Sport Vlaanderen Willebroek
2015
West-Vlaanderen
Sport Vlaanderen Blankenberge
2015
Oost-Vlaanderen
Sport Vlaanderen Gent
2015
Vlaams-Brabant
Sport Vlaanderen Liedekerke
2015
Antwerpen
Instituut voor Tropische Geneeskunde
West-Vlaanderen
Sport Vlaanderen Brugge
2015
Vlaams-Brabant
Sport Vlaanderen Hofstade
2015
Limburg
Sport Vlaanderen Hasselt
2015
West-Vlaanderen
Sport Vlaanderen Woumen
2015
2015
2015
P5
2015 P1 2004
P1,P5 P1,P4
2015
2015
P4 2015
5,16
P4,P3 2015
110,47
P5
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 72
Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
West-Vlaanderen
Sport Vlaanderen Nieuwpoort
2015
West-Vlaanderen
IWVA
2015
Antwerpen
OCMW Antwerpen
2015
Oost-Vlaanderen
UZ Gent
2015
Oost-Vlaanderen
Sport Vlaanderen Oordegem
2015
Antwerpen
Sport Vlaanderen Herentals
2015
Vlaams-Brabant
Watering Het Velpedal
2015
Vlaams-Brabant
Watering De Kleine Gete
2015
Vlaams-Brabant
Watering der Barebeek
2015
Limburg
Watering het Vereveld
2015
Limburg
Watering de Velpe
2015
Oost-Vlaanderen
Plantentuin Ugent
Vlaams-Brabant
Agentschap plantentuin Meise
Vlaams-Brabant
Defensie sport vzw
nvt
Brandweerzones
14,92
P1
nvt
Agentschap Wegen en Verkeer
42,84
P1
P5 0,97
P5 P5
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Duurzaam gebruik van pesticiden - 2015
73
Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst www.vmm.be