Skip to main content

dossier 2022-031.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/031

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/031

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 22 december 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een openbaarheidsverzoek in bij het Departement Financiën en Begroting van de Vlaamse Overheid (hierna vermeld als Departement FB), waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de volgende informatie uit de database gekoppeld aan het boekhoudprogramma (Orafin) om een overzicht te krijgen van facturen betaald voor/door het kabinet van minister-president Geert Bourgeois: Meer specifiek een overzicht van de facturen tot een maximumbedrag van 8.500 euro betaald in de periode tussen 25/07/2014 en 30/07/2017, geen afschrift van de facturen zelf, maar een overzicht van de volgende per uitgave in de database ingevoerde velden (waarvan het voorhanden zijn ons eerder werd gemeld na een openbaarheidsverzoek). - Handelspartner - Leveranciersnummer - Leveranciersvestiging - Betalingsvaluta - Voorwaarden - Ontvangstdatum - Factuurdatum - Factuurnummer - Factuurbedrag - Voorwaardendatum - Voorwaarden - Omschrijving - Betalingsgroep en betaalwijze - Dienst

www.vlaanderen.be


- Btw - Geplande betalingen Op 10 januari 2022 werd het openbaarheidsverzoek gedeeltelijk ingewilligd door het Departement FB. Op 2 februari 2022 diende verzoeker een beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde gedeeltelijke weigeringsbeslissing van het Departement FB. Het beroep werd geregistreerd bij de beroepsinstantie op 2 februari 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 22 december 2021. De beslissing van het departement FB dateert van 10 januari 2022. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 2 februari 2022 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

In de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van het departement FB d.d. 10 januari 2022 werd het volgende gesteld:

“ In bijlage kan u een overzicht vinden van de facturen tot een maximumbedrag van 8500 euro betaald in de periode tussen 25 juli 2014 en 30 juli 2017 van het kabinet van toenmalig minister-president Geert Bourgeois. Op grond van art. II.34, 2° van het Bestuursdecreet en met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kunnen we u evenwel niet de namen van de dossierbehandelaars bezorgen, en evenmin de naam van de leverancier (en bijhorend KBO-nummer) als dit om een persoonsnaam gaat (de naam van een eenmanszaak vernoemd naar de identificeerbare persoon wordt beschouwd als persoonsgegeven). 2. Inhoud beroepschrift Verzoeker stelt beroep in bij de beroepsinstantie omdat hij niet akkoord gaat met de inhoud van de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van het Departement FB. Hij verwoordt zijn beroep als volgt :

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/031

pagina 2 van 5


“ Op 10 januari 2022 kreeg ik van het Departement Financiën en Begroting van de Vlaamse Overheid

gevraagde informatie over kabinetsuitgaven toegestuurd per mail (zie onder). Waarvoor mijn appreciatie. Het oorspronkelijke verzoek aan het Departement en de beslissing staat helemaal onderaan deze mail en de gevraagde informatie zit in bijlage.

De namen van de dossierbehandelaars en, in zoverre het om persoonsnamen gaat, van de leveranciers (en de bijhorende KBO-nummers) werden evenwel niet vrijgegeven. In de mail (zie bijlage) wordt die weigering als volgt verantwoord: “Op grond van art. II.34, 2° van het Bestuursdecreet en met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kunnen we u evenwel niet de namen van de dossierbehandelaars bezorgen, en evenmin de naam van de leverancier (en bijhorend KBO-nummer) als dit om een persoonsnaam gaat (de naam van een eenmanszaak vernoemd naar de identificeerbare persoon wordt beschouwd als persoonsgegeven).” Ik wens enkel beroep in te stellen tegen de weigering om persoonsnamen van leveranciers vrij te geven. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een aanvraag tot openbaarmaking wordt afgewezen als “de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt”. Alhoewel die bepaling als een verplichting voor de overheidsinstanties is geformuleerd, mag ze slechts worden toegepast als in concreto wordt aangetoond dat het vrijgeven van die informatie effectief afbreuk zou doen aan de door die bepaling beschermde belangen. De vaststelling dat het gaat om informatie gelinkt aan de persoonlijke levenssfeer volstaat dus niet. In dat verband kan worden verwezen naar de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State: – GwH 12 maart 2020, nr. 43/2020, B.40.2: “Het ‘absolute’ karakter van de in artikel II.34 vermelde uitzonderingsgronden impliceert niet dat die uitzonderingsgronden systematisch kunnen worden aangevoerd en op een automatische wijze kunnen worden toegepast. Daarentegen dienen die uitzonderingsgronden beperkend te worden geïnterpreteerd en dient de betrokken overheidsinstantie steeds in concreto te beoordelen of de openbaarmaking afbreuk doet aan één van die in die bepaling beschermde belangen.” – Raad van State 15 mei 2014, nr. 227.394, Test-Aankoop t. FAVV: “Indien het bestuur weigert om inzage te verlenen of een afschrift te geven van een bestuursdocument op grond van een verplichte uitzonderingsgrond, moet het dit in concreto motiveren. Een uitsluiting in abstracto behoort niet tot de mogelijkheden.” Er valt overigens niet in te zien hoe het vrijgeven van de persoonsnaam van de leverancier het privéleven van de betrokkene daadwerkelijk zou kunnen aantasten. Dat een bepaalde persoon is opgetreden als leverancier van een goed of een dienst aan het kabinet van een lid van de Vlaamse Regering is geen informatie die aan de openbaarheid kan worden onttrokken louter op basis van de vaststelling dat de naam van die persoon een persoonsgegeven is waardoor het mogelijk is de betrokkene te identificeren. Artikel 32 van de Grondwet is immers precies ook in het leven geroepen om controle van buitenaf mogelijk te maken teneinde het overheidsoptreden een sterkere democratische inbedding te geven (zie de verklarende nota voor de herziening van de Grondwet, Parl.St. Kamer 1992-1993, nr. 839/1, p. 6) en ook artikel 10 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden is geconcipieerd als middel om tot een goed functionerende democratie te komen (zie J. Vande Lanotte, “Vrije meningsuiting in tijden van sociale media: tijd om een aantal uitgangspunten te herzien?”, in Liber amicorum Marnix Van Damme, Brugge, die Keure, 2021, p. 117). Als de vaststelling dat persoonsnamen zouden worden vrijgegeven in deze context zou volstaan om de administratieve transparantie uit te schakelen,

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/031

pagina 3 van 5


worden die doelstellingen in belangrijke mate niet bereikt. Het zou gaan om een onevenredige beperking van het recht op toegang tot bestuursdocumenten. Tot slot wordt nog verwezen naar de beroepstermijn, aangezien die essentieel is in de beoordeling van de ontvankelijkheid. De beslissing van het Departement Begroting en Financiën van 10 januari 2022 maakt (zie hieronder) geen melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet waardoor de termijn wordt verlengd. Ik verzoek u dan ook om te oordelen of die gegevens vrijgegeven kunnen worden. “ 3. Standpunt beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met het Departement FB om wat meer toelichting te geven bij dit dossier. Vanuit het Departement FB werd de gevraagde toelichting gegeven en tevens werd ook het integrale document bezorgd aan de Beroepsinstantie, met daarin alle gegevens uit de database van Orafin. De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker heel expliciet aangeeft dat hij enkel een beroep wenst in te stellen tegen de weigering door het Departement FB om sommige persoonsnamen van leveranciers vrij te geven. De beroepsinstantie heeft kennis kunnen nemen van alle gegevens uit de databank van Orafin, waarbij wordt vastgesteld dat in de kolom waarin de leveranciers voorkomen, van de 2982 factuurgegevens die bezorgd werden aan verzoeker (met volledige vermelding van de leveranciersgegevens) er slechts 32 velden onleesbaar werden gemaakt, waarbij de gegevens van de leverancier niet openbaar werden gemaakt. De beroepsinstantie kon zelf vaststellen dat de weggelaten gegevens uit de kolom met leveranciers van de database allemaal betrekking hebben op de namen van éénmanszaken, waarbij de naam van de eenmanszaak is vernoemd naar een identificeerbare natuurlijke persoon. De beroepsinstantie is van oordeel dat deze persoonsgegevens onleesbaar moeten worden gemaakt in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/031

pagina 4 van 5


bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. Namen van éénmanszaken, op basis waarvan ook de naam van de achterliggende natuurlijke persoon kan achterhaald worden, behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkenen en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is, na kennisname van de weggelaten gegevens uit de database van Orafin, dan ook van oordeel dat de openbaarmaking van de namen van de leveranciers die betrekking hebben op éénmanszaken, afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen, tenminste in zoverre op basis van deze namen ook de naam van de achterliggende natuurlijke persoon kan achterhaald worden. De beroepsinstantie kon vaststellen dat dit wel degelijk het geval was bij de gegevens van de 32 leveranciers die onleesbaar werden gemaakt in de Exceltabel die werd bezorgd aan verzoeker vanuit het Departement FB op 10 januari 2022. De desbetreffende namen van de betrokken leveranciers werden dan ook volkomen terecht afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken personen om toestemming aan te schrijven voor de vrijgave van de namen. In casu wordt daarvan echter afgezien, gelet op de praktische onhaalbaarheid om de betrokkenen te contacteren, bij gebrek aan contactgegevens. Het ingestelde beroep wordt bijgevolg dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 2 februari 2022 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing vanwege het Departement FB wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 1 maart 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/031

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-031.pdf by Vlaanderen-be - Issuu