Skip to main content

RHO-RHO-ADV-2021-005.pdf

Page 1

Raad Hoger Onderwijs 30 maart 2021 RHO-RHO-ADV-2021-005

Voorwaarden voor een relance van het Vlaamse hoger onderwijs Advies over de visienota ‘Voorsprongfonds hoger onderwijs’

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be


Advies op eigen initiatief Uitgebracht door de Raad Hoger Onderwijs op 30 maart 2021 met eenparigheid van de stemmen. Voorbereiding: werkgroep Relanceplannen hoger onderwijs op 15 maart 2021 en 23 maart 2021 onder voorzitterschap van Veerle Hendrickx Dossierbeheerder: Tine Degrande

Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be


1 SITUERING

2

2 WAARDERING VOOR DE INVESTERING IN HOGER ONDERWIJS

2

3 INHOUDELIJKE VERSTERKING

3

3.1 BIJKOMENDE VISIEONTWIKKELING

3

3.2 KRUISBESTUIVING

4

3.3 ANDERE DOELGROEPEN EN OPLEIDINGEN

4

4 EFFICIËNTE EN EFFECTIEVE OPERATIONALISERING

4

4.1 MAXIMALE INZET VAN MIDDELEN VOOR RELANCE

5

4.2 MONITORING VIA BESTAANDE INSTELLINGSSTRUCTUREN

5

4.3 INBEDDING IN LANGETERMIJNAANPAK

6

1


1 Situering De Vlaamse Regering keurde op 26 februari 2021 de visienota ‘Voorsprongfonds hoger onderwijs’ goed. Die visienota kadert in de uitvoering van het relanceplan Vlaamse veerkracht naar aanleiding van de coronacrisis.1 Via een investering van 60 miljoen euro wil de regering het momentum verkregen door de coronacrisis aangrijpen en ombuigen in een voorsprong. De investeringen van het Voorsprongfonds moeten leiden tot een ‘digitaler, flexibeler en eigentijdser’ hoger onderwijs dat zijn Europese toppositie kan behouden. Er worden drie speerpunten naar voren geschoven: 1 de uitbouw van een toekomstbestendig en wendbaar opleidingsportfolio 2 de verdere realisatie van het levenslang leren binnen het hoger onderwijs 3 de kwaliteitsvolle verduurzaming van digitale onderwijsvormen In dit advies reageert de Vlor op eigen initiatief op de inhoudelijke speerpunten van de visienota en op de verdere operationalisering hiervan.

2 Waardering voor de investering in hoger onderwijs Vooreerst drukt de Vlor zijn appreciatie uit voor de relancemiddelen die worden vrijgemaakt voor het hoger onderwijs. In het verleden heeft de Vlor al meermaals gewezen op de onderfinanciering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Hoewel het Voorsprongfonds geen antwoord biedt op de structurele erosie in de financiering van het hoger onderwijs, gaat het toch om een substantiële financiële injectie die potentieel heeft om het hoger onderwijs na de coronacrisis te versterken. Via de visienota erkent de Vlaamse Regering tegelijk ook de belangrijke maatschappelijke rol die het hoger onderwijs in Vlaanderen vervult, alsook zijn voortrekkersrol op Europees niveau. De Vlor waardeert dat het internationaal perspectief in het Voorsprongfonds wordt meegenomen. De Vlor is tevreden dat er al heel wat aandachtspunten en aanbevelingen uit zijn eerdere adviezen in de visienota zijn opgenomen. Zo verwijst de visienota expliciet naar het advies over een toekomstgericht hoger onderwijs.2 Ook in andere adviezen deden we aanbevelingen rond de drie speerpunten van het Voorsprongfonds: 1

Uitbouw van een toekomstbestendig en wendbaar opleidingsportfolio De Vlor stelde in het eerdergenoemde advies al vast dat het hoger onderwijs niet soepel kan inspelen op vragen van de arbeidsmarkt en maatschappelijke noden.3 De raad houdt momenteel een denkoefening rond die behoefte aan een meer wendbaar en toekomstgericht hoger onderwijs voor de diverse actoren in het hogeronderwijsveld.4 De visienota vermeldt in dat verband ten eerste de ‘heroriëntering’ van curricula. Daarvoor verwijzen we naar ons recent advies waarin we naar aanleiding van het Romecommuniqué ingaan op heel wat van de in de visienota opgenomen manieren om het curriculum kwaliteitsvol en dus internationaal aan de maat te houden.5

https://www.vlaanderen.be/publicaties/relanceplan-vlaamse-regering-vlaamse-veerkracht Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Uitdagingen en kansen voor een toekomstgericht hoger onderwijs, 11 juni 2019. 3 Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Uitdagingen en kansen voor een toekomstgericht hoger onderwijs, 11 juni 2019, p. 6 en 19. 4 Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Een wendbaar hoger onderwijs. Advies in voorbereiding. 5 Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Opvolging van het Bolognaproces: Advies over het Romecommuniqué en aandachtspunten voor Vlaanderen. 9 maart 2021; ook zie EHEA Rome 2020 (2020). Rome Ministerial Communiqué 19 november 2020. Rome: EHEA. 1 2

2


Ten tweede vermeldt de visienota de vernieuwing van het opleidingsportfolio. Hierbij merkten we al eerder op dat de procedure voor vernieuwing van het aanbod in het hoger onderwijs niet volstaat. Het opstarten van nieuwe diplomagerichte opleidingen op alle kwalificatieniveaus is een moeizaam en langdurig proces.6 Hoewel we reflectie over rationalisatie en optimalisatie van het onderwijsaanbod ondersteunen, vinden we dat die niet louter op basis van kwantitatieve normen mag gebeuren, maar veeleer rekening moet houden met de diversiteit aan factoren die het optimale opleidingsaanbod bepalen.7 2

Verdere realisatie van het levenslang leren binnen het hoger onderwijs De Vlor ondersteunt de nood aan visieontwikkeling rond levenslang leren in hoger onderwijs. We legden in een recent advies al enkele drempels bloot voor (een flexibel aanbod voor) levenslang leren in het hoger onderwijs in Vlaanderen en formuleerden aanbevelingen om het te versterken. Op die manier reikten we handvaten aan voor het Partnerschap Levenslang Leren, dat tegen juni 2021 een ambitieus actieplan moet voorleggen waarmee de Vlaamse Regering haar beleid inzake levenslang leren kan aanscherpen.8

3

Kwaliteitsvolle verduurzaming van digitale onderwijsvormen De coronacrisis bracht de digitalisering in het hoger onderwijs in een stroomversnelling. De Vlor is het ermee eens dat het momentum dat daardoor werd gecreëerd, nu moet worden omgezet in meer duurzame vormen van digitalisering in hoger onderwijs.9 Investeringen in IT en in overige infrastructuur zijn daarbij onontbeerlijk, mits er voldoende aandacht is voor digitale inclusie. Daarnaast benadrukt de Vlor ook het belang van professionalisering en competentie-ontwikkeling van docenten en didactische team.10

3 Inhoudelijke versterking Ondanks de appreciatie voor de inspanningen voor het hoger onderwijs, vraagt de Vlor om de speerpunten van de visienota inhoudelijk te versterken.

3.1 Bijkomende visieontwikkeling De visienota schuift drie speerpunten naar voren op basis van de kansen die zich postcorona voordoen en de structurele uitdagingen die moeten worden aangepakt in het hoger onderwijs. De Vlor ervaart echter de nood aan een bredere visieontwikkeling rond de drie speerpunten, wat in de visienota zelf ook wordt erkend, in het bijzonder voor het speerpunt levenslang leren.11

Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Uitdagingen en kansen voor een toekomstgericht hoger onderwijs, 11 juni 2019. Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Advies over de rationalisatie en optimalisatie van het Vlaamse hoger onderwijs, 2 juli 2015. 8 Ook zie ‘Visie’ op p. 4-6 in: Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Drempels wegwerken voor het levenslang leren in het hoger onderwijs: advies voor het Vlaams actieplan levenslang leren. 9 maart 2021. 9 Het project POWERHEAD (Empowering Higher Education in Adopting Digital Learning) wil daar op inspelen door een digitaliseringsstrategie voor het Vlaamse hoger onderwijs uit te werken, met aanbevelingen voor zowel hogeronderwijsinstellingen als voor de overheid. Zie https://www.vlor.be/powerhead-project 10 Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Opvolging van het Bolognaproces: Advies over het Romecommuniqué en aandachtspunten voor Vlaanderen 11 Ook zie ‘Visie’ op p. 4-6 in: Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Drempels wegwerken voor het levenslang leren in het hoger onderwijs: advies voor het Vlaams actieplan levenslang leren. 9 maart 2021. 6 7

3


De uitkomst van de projecten die via het Voorsprongfonds zullen worden gefinancierd, zal ongetwijfeld bijdragen aan dergelijke visieontwikkeling, maar het zou goed zijn als overheidsinitiatieven daarrond niet op zich laten wachten. De uitvoering van de visienota en een dergelijke visieontwikkeling op Vlaams niveau kunnen dus gelijktijdig lopen.

3.2 Kruisbestuiving Ondanks de appreciatie voor elk van de drie speerpunten afzonderlijk, wil de Vlor ook op de kruisbestuiving tussen de speerpunten wijzen. Die speerpunten staan immers niet op zich, maar houden met elkaar verband. Zo is bijvoorbeeld het modulair denken rond opleidingen niet enkel relevant in het kader van levenslang leren en digitalisering, maar bewijst het ook zijn nut bij een meer wendbaar en toekomstgericht hogeronderwijsaanbod. Ook zijn investeringen in digitalisering niet enkel relevant voor de organisatie van digitale leervormen in het reguliere aanbod, maar ook voor een flexibel aanbod in levenslang leren. En zo is een vernieuwing van opleidingsportfolio niet enkel relevant voor studenten die een eerste diploma hoger onderwijs willen halen en voor het evoluerende werkveld, maar ook voor lerenden die zich willen bijscholen of omscholen, met maximale kansen in de oriëntatie van hun loopbaan. Om versnippering tegen te gaan en een hoger rendement van de te besteden middelen te realiseren, vragen we dan ook om de drie speerpunten niet louter als afzonderlijke lijnen te beschouwen. Instellingen zouden dan ook de mogelijkheid moeten hebben om aanvragen te doen voor geïntegreerde projecten die inzetten op meer dan één speerpunt.

3.3 Andere doelgroepen en opleidingen De Vlor stelt vast dat het Voorsprongfonds geen aandacht heeft voor lerenden die leerachterstand hebben opgelopen in het leerplichtonderwijs omwille van de coronacrisis, noch voor kansengroepen bij wie de impact van de crisis dubbelhard aankomt. Er is, in het bijzonder voor die groepen, nood aan een gezamenlijk beleid van de hogeronderwijsinstellingen en de overheid om de doorstroom naar en instroom in het hoger onderwijs te monitoren en bij te sturen. De Vlor vraagt de Vlaamse overheid om daarvoor de nodige financiering te voorzien. Projectmatige financiering lijkt hier niet aangewezen. Het moet gaan om structurele middelen. Daarnaast merkt de Vlor op dat de focus in de visienota eenzijdig ligt op STEM-opleidingen. Toch zijn er daarnaast ook nog heel wat andere opleidingen die tot een knelpuntberoep leiden (bijvoorbeeld lerarenopleiding, verpleegkunde, etc.). Tot slot benadrukken we dat het hoger onderwijs niet puur gericht is op de noden van de arbeidsmarkt, maar ook bijdraagt tot de ontplooiing tot zelfstandige, geëngageerde en kritische burgers.12

4 Efficiënte en effectieve operationalisering De Vlor vraagt ook om de speerpunten van de visienota efficiënt en effectief te operationaliseren.

12

4

Zie o.a. Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Advies over de rationalisatie en optimalisatie van het Vlaamse hoger onderwijs, 2 juli 2015; Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Uitdagingen en kansen voor een toekomstgericht hoger onderwijs, 11 juni 2019; Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Drempels wegwerken voor het levenslang leren in het hoger onderwijs: advies voor het Vlaams actieplan levenslang leren. 9 maart 2021.


4.1 Maximale inzet van middelen voor relance De Vlor stelt zich grote vragen bij de competitieve projectgebaseerde middelenverdeling die wordt vooropgesteld. Daardoor wordt de samenwerking tussen instellingen bemoeilijkt. Nochtans staat die centraal in de visienota en wordt die ook vanuit de Vlor ondersteund.13 Bovendien lijkt het in de huidige context niet aangewezen om het personeel in de hogeronderwijsinstellingen overmatig te belasten met het uitschrijven van tal van projecten die geen garantie op slagen hebben. De uitdagingen van de coronacrisis brengen immers al heel wat werkdruk met zich mee voor het personeel van het hoger onderwijs.14 Dat geldt in het bijzonder voor diegenen die instaan voor de implementatie van digitalisering en het organiseren van de opleidingen, wat belangrijke speerpunten in de visienota zijn. Een competitieve projectgebaseerde aanpak is niet enkel nefast voor het engagement en de motivatie van de betrokken actoren in het hogeronderwijsveld, maar komt ook de kwaliteit van de in te dienen projecten niet ten goede. Daarnaast stellen we ons grote vragen rond de haalbaarheid van een transparante selectieprocedure met een onafhankelijke jury. De onderwijspartners in de Vlor zijn dan ook vragende partij om de projectmiddelen niet op een competitieve basis te verdelen, maar maximaal gebruik te maken van reeds bestaande verdeelsleutels, in overleg met de Vlaamse Interuniversitaire Raad en de Vlaamse Hogescholenraad. Die werkwijze bevordert niet alleen een vlotte opstart van de uiteindelijke uitvoering van de projecten vanaf academiejaar 2021-2022, maar laat ook toe om, zoals door de Vlaamse overheid gevraagd, acties voor te stellen op basis van samenwerking, en dit zowel op regionaal als internationaal niveau. Dat staat een transparante verantwoording naar alle belanghebbenden voor het besteden van de middelen niet in de weg.

4.2 Monitoring via bestaande instellingsstructuren De hogeronderwijspartners zijn bereid om met de overheid prestatieafspraken te maken over de middelen, wat logischerwijze gepaard gaat met a priori en a posteriori verantwoording over de besteding ervan. De Vlor vindt het belangrijk om voor de bijhorende monitoring beroep te doen op bestaande instellingsstructuren. Het opzetten van nieuwe omkadering zou niet alleen bijkomende werklast met zich meebrengen voor het personeel in de instellingen, het zou ook vertragend werken. Zeker gezien de korte termijn waarbinnen de middelen moeten worden uitgegeven is dat niet wenselijk. Tot slot is het omwille van efficiëntie- en effectiviteitsoverwegingen aangewezen om de middelen niet te spenderen voor de bekostiging van dergelijke bijkomende structuren, maar wel volledig in te zetten voor de uitbouw van het speerpunt in kwestie. De hogeronderwijsinstellingen vragen dus voldoende vertrouwen van de overheid, zodat ze hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen om de relancemiddelen optimaal te besteden.

Ook zie bijvoorbeeld: Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Uitdagingen en kansen voor een toekomstgericht hoger onderwijs, 11 juni 2019. 14 Vlor, Algemene Raad. Voluit voor weerbaar onderwijs. Wat leren we uit de coronacrisis voor onderwijsbeleid? 26 november 2020. 13

5


4.3 Inbedding in langetermijnaanpak Hoewel de visienota binnen elk speerpunt oproept tot acties op zowel korte als lange termijn, ervaart de Vlor een spanningsveld tussen beide. Dat is in het bijzonder het geval voor het eerste speerpunt, nl. het uitbouwen van een toekomstbestendig en wendbaar opleidingsportfolio. De Vlor steunt het belang van een meer wendbaar hoger onderwijs15, maar wijst erop dat dat speerpunt bij uitstek de nodige tijd en een langetermijnaanpak vraagt.16 De Vlor is van mening dat een relanceplan met eenmalige financiële middelen niet de meest aangewezen manier is om structurele uitdagingen in het hoger onderwijs aan te pakken. Het is immers niet evident om veranderingen op lange termijn te consolideren via projectgebaseerde financiering die op relatief korte termijn moet worden besteed. Dat impliceert dat het hoger onderwijs maar acties kan ambiëren, voor zover ze kunnen worden ingebed in een duurzaam beleid en dus in reguliere financiering. In dat opzicht is de Vlor vragende partij om zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen over de toekenningswijze, alsook over de uiteindelijke toekenning van de middelen. Op die manier kan de uitvoering in de hogeronderwijsinstellingen bij de start van komend academiejaar 2021-2022 van start gaan, en kunnen de middelen in twee academiejaren maximaal worden aangewend.

Tine Degrande secretaris Raad Hoger Onderwijs

15

16

6

Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Uitdagingen en kansen voor een toekomstgericht hoger onderwijs, 11 juni 2019, p. 6 en 19 Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Advies over de rationalisatie en optimalisatie van het Vlaamse hoger onderwijs, 2 juli 2015.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
RHO-RHO-ADV-2021-005.pdf by Vlaanderen-be - Issuu