Skip to main content

dossier 2020-090.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/090

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/090

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande feiten Op 20 maart 2020 diende xxx, bij de stad Aalst een verzoek in tot het verkrijgen van een afschrift van het antwoord van xxx, lokale politie, dat op 29 oktober om 09:09 als reactie werd gestuurd op de e-mail d.d. 29 oktober 2019 om 07:56 van xxx, stad Aalst, betreffende het verblijf van xxx. Per e-mail van 8 april 2020 weigerde de stad Aalst in te gaan op het openbaarheidsverzoek, omdat het bericht door de afzender uitdrukkelijk als vertrouwelijk zou zijn bestempeld. Tegen deze beslissing diende xxx een beroep in. Het beroep werd geregistreerd bij de beroepsinstantie op 8 april 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek van xxx dateert van 20 maart 2020. De weigeringsbeslissing d.d. 8 april 2020 van de stad Aalst maakt melding van de beroepstermijn en modaliteiten.

www.vlaanderen.be


Het beroepschrift d.d. 8 april 2020 is bijgevolg tijdig ingediend en wordt als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals bepaald in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Met de beslissing d.d. 8 april 2020 weigert de stad Aalst het openbaarheidsverzoek in te willigen aangezien:

“- artikel II.34.6° “het om bestuursdocumenten gaat die informatie bevatten die door een derde (politie) is verstrekt en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon (politie) met de openbaarheid instemt. - artikel II.22 § 2° “de burgers of externe overheden moeten vooraf uitdrukkelijk ingestemd hebben met de uitwisseling van gegevens via elektronische weg”. Gelet op het feit dat de gegevens afkomstig zijn van de lokale politie Aalst is het principe van transparantie van de verwerking niet van toepassing, zoals omschreven in de wet van 30 juli 2018 – art 14. Aangaande deze beslissing kan betrokkene zich wenden tot de DPO van de lokale politie Aalst – pz.denderschelde.dpo@police.belgium.eu of bij het Controleorgaan op de politionele informatie – www.controleorgaan.be” 2. Beroepschrift xxx gaat niet akkoord met die beslissing en dient op 8 april 2020 het volgende beroep in:

“Aangezien de informatie in de mail (dat hij in het verleden reeds een woonstcontrole uitvoerde en dat hij toen kon vaststellen dat ik de spelregels kende en steeds op tijd vertrok) mij reeds bekend is, is er van vertrouwelijkheid geen sprake, bovendien blijkt ook nergens in de mail te zijn vermeld dat de informatie vertrouwelijk is, handelt de mail enkel over mijn persoon en bevat de mail geen informatie die door mij niet bekend is. De stad Aalst werpt ook artikel II.22 § 2° op. Aangezien zowel ikzelf en zowel de verzender als de ontvanger elektronisch communiceren werd door alle partijen reeds de toestemming gegeven om gegevens langs elektronische weg uit te wisselen. Alle partijen hebben het immers zelf reeds gedaan. Ikzelf, door de openbaarmaking te vragen, de verzender door elektronisch informatie te delen (die door mij reeds is gekend) en de ontvanger door elektronisch een vraag te stellen (zie bijlage) die tevens informatie bevatte.”

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/090

pagina 2 van 4


3. Toelichting door de stad Aalst Per e-mail van 8 april bezorgde de stad Aalst de beroepsinstantie de e-mail in kwestie, zonder bijkomende toelichting.

4. Standpunt van de beroepsinstantie De stad Aalst beroept zich op de uitzonderingsgrond uit artikel II.34 6° van het Bestuursdecreet, waarbij bestuursdocumenten van de openbaarheid kunnen worden afgeschermd, als het gaat om documenten die informatie bevatten die door een derde is verstrekt en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarheid instemt. Uit een letterlijke lezing van deze bepaling blijkt dat deze weigeringsgrond slechts kan worden ingeroepen, voor zover voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden: ten eerste moet het gaan om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de overheid, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, en ten tweede moet die derde die vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld. Dat het om een cumulatieve voorwaarde gaat, blijkt voldoende uit het gebruik, in artikel II.36, §1, 5° van het Bestuursdecreet, van het woord “en”. De beroepsinstantie kan de stad Aalst niet volgen in de toepassing van dit artikel. De beroepsinstantie stelt vast dat de afzender de betreffende e-mail niet als vertrouwelijk heeft bestempeld. Het vertrouwelijke karakter moet uitdrukkelijk in het document zelf worden vermeld. Het volstaat dus niet om dit op een andere wijze kenbaar te maken. Aangezien daardoor niet is voldaan aan die vereiste uit het voornoemde artikel, is de door de stad Aalst ingeroepen uitzonderingsgrond bijgevolg niet aan de orde. De stad Aalst verwijst ook naar artikel II.22 §2 2° van het Bestuursdecreet. Volgens die bepaling moeten burgers of externe overheden, in het kader van de elektronische uitwisseling, vooraf uitdrukkelijk ingestemd hebben met de uitwisseling van berichten via elektronische weg. Het spreekt voor zich dat dit artikel geen relevantie heeft ten aanzien van de ontvankelijkheid van openbaarheidsverzoeken. Het bestuursdocument – de betreffende e-mail – bestaat en kan dus zonder meer gevat worden door een aanvraag tot openbaarheid. Bovendien verduidelijkt de Memorie van Toelichting dat voor procedures waarvoor het initiatief bij burgers of externe overheden ligt, indien zij bij het starten van een procedure er zelf voor kiezen gebruik te maken van uitwisseling van berichten via elektronische weg, dit wordt begrepen als een uitdrukkelijke toestemming. Als een burger er bijvoorbeeld voor kiest om een aanvraag, beroep of klacht via e-mail in te dienen, dan gaat hij/zij dus akkoord met het feit dat de volledige afhandeling van de procedure via elektronische weg zal verlopen. De openbaarheid kan volgens de stad Aalst ook niet worden toegekend omdat de gegevens afkomstig zijn van de lokale politie Aalst, waardoor het principe van transparantie van de verwerking van de gegevens niet van toepassing is. Hiervoor verwijst de stad naar artikel 14 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/090

pagina 3 van 4


De beroepsinstantie stelt vast dat beroeper een verzoek heeft ingediend tot openbaarmaking van een bestuursdocument. Beroeper heeft niet aangegeven inzage te willen verkrijgen in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Het oorspronkelijke verzoek luidde immers: “Gelet op het Bestuursdecreet van 7

december 2018, vraag ik deze mail openbaar te maken en mij een afschrift ervan te willen bezorgen, zonder weglatingen.�. Bijgevolg is artikel 14 van de wet van 30 juli 2018 niet van toepassing op dit verzoek, aangezien beroeper het heeft ingediend in toepassing van de openbaarheidsregels.

De beroepsinstantie oordeelt dat er geen andere uitzonderingsgronden aan de orde zijn. Het beroep wordt gegrond verklaard. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 8 april 2020 van xxx, tegen de weigeringsbeslissing d.d. 8 april 2020 van de stad Aalst wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de stad Aalst een afschrift aan beroeper te bezorgen van het antwoord van xxx, lokale politie, dat op 29 oktober om 09:09 als reactie werd gestuurd op de e-mail d.d. 29 oktober 2019 om 07:56 van xxx, stad Aalst.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 24 april 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/090

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook