Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/330
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/330
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 21 oktober 2020 diende xxx een verzoek in bij de provincie Antwerpen om de resultaten van de bevindingen van xxx n.a.l.v. een terreincontrole op 29 september 2016 in het kader van mogelijke inbreuken op de 5-meterzone van de onbevaarbare waterloop de Voetbeek (locatie: xxx) mee te delen. Bij beslissing d.d. 23 november 2020 werd dit verzoek door de provincie Antwerpen geweigerd. Bij brief d.d. 5 december 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze weigeringsbeslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 14 december 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 21 oktober 2020. De bestreden beslissing dateert van 23 november 2020. De beroepsinstantie stelt vast dat deze beslissing genomen werd door de directeur van de dienst Integraal Waterbeleid van de provincie Antwerpen. De beroepsinstantie heeft bij de provinciegriffier nagevraagd of er delegatie werd verleend aan de directeur van de dienst Integraal Waterbeleid in het kader van de beoordeling van openbaarheidsverzoeken. Bij mailbericht van 16 december 2020 heeft de provinciegriffier hierop geantwoord dat het antwoord inhoudelijk werd voorbereid door de dienst Integraal Waterbeleid en dat zowel de vraag van de verzoeker
www.vlaanderen.be
als het geformuleerd antwoord telkens met hem als provinciegriffier werd besproken en met zijn toestemming werd verzonden. De beroepsinstantie dient evenwel vast te stellen dat er op het ogenblik van voornoemde beslissing geen delegatiebesluit door de provinciegriffier was genomen of voorhanden was. De vraag rijst of de beroepsinstantie wel mag rekening houden met een beslissing die werd genomen door een orgaan dat daartoe niet bevoegd is. Artikel II.29, 2° van het Bestuursdecreet draagt de beslissingsbevoegdheid over een bij de provincie ingediende aanvraag tot openbaarmaking immers op aan de griffier. De beroepsinstantie kan niet anders dan oordelen dat de beslissing van 23 november 2020 in eerste aanleg strikt genomen uitging van een daartoe onbevoegd orgaan. Wat de beoordeling van de ontvankelijkheid betreft, moet de beslissing genomen door een onbevoegd orgaan worden gelijkgesteld met de afwezigheid van een beslissing. In de huidige zaak moet dan ook worden geoordeeld dat het bevoegde orgaan, dat wil zeggen de provinciegriffier, geen beslissing heeft genomen. Op grond van artikel II.48 vierde lid van het Bestuursdecreet neemt de beroepstermijn bij een ontstentenis van een beslissing geen aanvang. Het beroepschrift van 5 december 2020 werd dan ook tijdig ingediend. Het beroepschrift is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
Het verzoek tot openbaarmaking werd door de provincie afgewezen omwille van de volgende overwegingen: “ Op 13 juni 2017 werd door u echter per brief bijna exact dezelfde vraag gesteld. Er is toen
een antwoordbrief verzonden waarin u het volgende werd medegedeeld (zie bijlagen): “Op 29 september 2017 is er door de districtscontroleur, xxx, na uw melding een controle uitgevoerd op de hierboven vermelde locatie. Aangezien er echter geen overtredingen werden vastgesteld die, op deze specifieke locatie, een significant negatief effect hebben op het watersysteem, noch op het beheer van de waterloop, werd geen officieel handhavingsdossier opgesteld. Wij kunnen u bijgevolg hiervan ook geen afschrift bezorgen.” Op uw nieuwe vraag kan dan ook enkel hetzelfde antwoord worden gegeven.” 2. Inhoud van het beroepschrift In zijn beroepschrift verwijst de beroeper naar het mailbericht van de juridisch adviseur van de provincie d.d. 21 april 2020 aan de advocaat van de buren van beroeper, waarbij een antwoord werd gegeven op de vraag van diezelfde advocaat om de resultaten van de bevindingen van de door de districtscontroleur uitgevoerde terreincontrole op 29 september 2017 mee te delen, en, indien er destijds een verslag werd opgesteld, om een afschrift hiervan te ontvangen. Dit mailbericht werd ook als bijlage bij zijn beroepschrift toegevoegd. De beroeper bekritiseert hierbij de inhoudelijke elementen van dit mailbericht. De beroeper verwijst ook naar het dossier OVB/2017/187 en stelt dat de beroepsinstantie ernstig werd misleid door de
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/330
pagina 2 van 4
provincie, meer bepaald wegens schending van het Bestuursdecreet, algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het zorgvuldigheidsbeginsel. Tenslotte argumenteert de beroeper dat hij anders wordt behandeld dan voornoemde advocaat, hetgeen een schending is van het gelijkheidsbeginsel en artikel 10GW.
3. Toelichting door de provincie Antwerpen De beroepsinstantie nam op 14 december 2020 contact op met de griffier van de provincie Antwerpen om nadere toelichting te verkrijgen. Bij mailbericht d.d. 16 december 2020 ontving de beroepsinstantie bijkomende informatie. In deze toelichting repliceert de provinciegriffier vooreerst op de inhoudelijke argumentatie van de beroeper m.b.t. het onderliggend discussiepunt bij dit verzoek tot openbaarheid, nl. (al dan niet) inbreuken/overtredingen op de betrokken locatie. De provinciegriffier geeft ook aan: “In de argumentatie van de provincie Antwerpen wordt aangegeven dat
er tijdens de controle van 29 september 2016 geen overtredingen zijn vastgesteld die, op deze specifieke locatie, een significant negatief effect hebben op het watersysteem noch op het beheer van de waterloop. Deze informatie werd ook aan xxx medegedeeld. (…) In de verzoeken tot openbaarheid van bestuur vraagt xxx in 2017 naar een schriftelijk dossier van de vaststellingen d.d. 29 september 2016, en in 2020 naar de resultaten van de terreincontrole op 29 september 2016. Aangezien er geen schriftelijk verslag werd opgemaakt van deze terreincontrole, kon hiervan ook geen bestuursdocument worden overgemaakt.” 4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie dient inderdaad vast te stellen dat het voorwerp van huidig verzoek duidelijk verband houdt met het voorwerp in het door de beroepsinstantie behandeld dossier OVB/2017/187. In dit dossier werd gevraagd naar “het dossier waarin xxx, controleur der waterlopen, ter plaatse op 29 september 2016
vaststellingen heeft gedaan en deze tevens door ondergetekende, na overleg met de controleur, per brief van 4 oktober 2016 werden gemeld , t.a.v. het Meldpunt waterlopen” (dossier: inbreuken op de 5-meterzone van de onbevaarbare waterloop de Voetbeek, locatie: xxx”. In de uitspraak in het dossier OVB/2017/187 van 24 augustus 2017 heeft de beroepsinstantie overwogen dat “de beroepsinstantie uit de ontvangen toelichting van de provinciegriffier redelijkerwijze dient af te leiden
dat het gevraagde dossier niet voorhanden is; dat het openbaarheidsverzoek aldus betrekking heeft op onbestaande documenten; dat er uiteraard dan ook geen afschrift van kan verleend worden; Overwegende dat het ingestelde beroep bijgevolg als ongegrond moet worden beschouwd, daar het betrekking heeft op onbestaande documenten.” In huidig verzoek wordt gevraagd naar de resultaten van de bevindingen van xxx n.a.l.v. een terreincontrole op 29 september 2016. De beroepsinstantie stelt vast dat het voorwerp van het verzoek handelt over dezelfde terreincontrole, waarbij thans niet het dossier ervan wordt gevraagd zoals in dossier OVB/2017/187, maar de resultaten van de bevindingen door de districtscontroleur van die terreincontrole. Op grond van de huidige ontvangen informatie komt de beroepsinstantie redelijkerwijze tot het besluit dat, aangezien geen schriftelijk verslag werd gemaakt van deze terreincontrole, ook geen afschrift kan worden verleend van de resultaten van de bevindingen van de districtscontroleur van deze terreincontrole.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/330
pagina 3 van 4
In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. Aangezien het in casu een onbestaand document betreft, kan daarvan dan ook geen afschrift worden verleend. De inhoudelijke argumentatie van de beroeper doet hieraan niets af en is bij de beoordeling van het huidig verzoek tot openbaarmaking niet ter zake. Het ingestelde beroep moet bijgevolg als ongegrond worden beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 5 december 2020 tegen de weigeringsbeslissing d.d. 23 november 2020 vanwege de provincie Antwerpen wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 7 januari 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/330
pagina 4 van 4