Skip to main content

Jaarverslag_2021_VRM.pdf

Page 1

Inhoud Voorwoord

1

Het jaarverslag in een notendop

2

1. Organisatie

3

1.1. Missie

3

1.2. Structuren en taken

3

1.2.1. Raad van bestuur

3

1.2.2. Algemene kamer

4

1.2.3. Kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen

5

1.2.4. Beoordelingscommissie (i.k.v. stimuleringsregeling voor de audiovisuele sector)

6

1.2.5. Administratie

6

2. Werking van de VRM

8

2.1. Vergaderingen

8

2.2. Het reglementair kader

8

2.3. Het financieel kader

16

2.4. De VRM als aanspreekpunt en kenniscentrum

17

3. Beslissingen van de algemene kamer

19

3.1. Algemene bespreking van de beslissingen

19

3.2. Overzicht van de beslissingen

31

4. Beslissingen van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen 4.1. Beslissing 2021-031: Klacht tegen VRT onontvankelijk (uitzenden persconferentie El Kaouakibi)

5. Economische analyse van de sector

33 33

35

5.1. Mediaconcentratie

35

5.2. Marktanalyse

36

5.3. Samenwerking met andere NRI'S

38


5.4. Netneutraliteit

40

6. Toezicht beheersovereenkomst VRT

41

7. Contacten met andere instanties

42

8. Content Creator Protocol (CCP)

44

9. Nieuwe uitdagingen, bedenkingen en aanbevelingen

46

9.1. Marktanalyse: aanvang nieuwe cyclus

46

9.2. Digitalisering medialandschap maakt mediaconcentratie berekenen uitdagender

46

9.3. Stimuleringsverplichting

46

9.4. Samenwerking tussen regulatoren

47

10. Overzicht monitoring 2021

49


Jaarverslag 2021

Voorwoord Hoewel we het met z'n allen anders hadden gehoopt, domineerde de coronapandemie in 2021 nog steeds ons dagdagelijks leven. Er waren momenten waarop het normale leven, van vóór de pandemie, bijna terug was. Waar we hoopten het vervelende virus en alle voorzorgsmaatregelen eindelijk achter ons te kunnen laten. Maar evengoed waren er momenten waarop we weer dicht aanleunden tegen een (semi-) lockdown. Het voorbije jaar dienden we als samenleving en als individu wendbaar te zijn. We moesten ons continu aanpassen aan nieuwe besmettings- en ziekenhuiscijfers, aan nieuwe coronamaatregelen. Ook bij de Vlaamse Regulator voor de Media stond wendbaarheid centraal. Net zoals het voorgaande jaar kon de werking van de VRM dankzij de digitalisering probleemloos doorgaan. Maar toch snakten we naar 'echte contacten'. Tussen de golven van de coronapandemie door keerde het personeel van de VRM, binnen het kader van de toegelaten coronamaatregelen, terug naar kantoor en kon zo naar een vaste regelmaat worden gestreefd. Dat ook jullie snakten naar het hernieuwen van de contacten bleek uit de grote respons op ons jaarlijks symposium. We kozen ervoor om dit fysiek te laten doorgaan en waren verheugd jullie allen zo talrijk terug te zien. Na een jaar van digitale aanwezigheid konden we ook al gedeeltelijk terugkeren naar universiteiten en hogescholen om er onze gastlezingen te verzorgen. Door de omzetting van de aangepaste Europese Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten werd het toepassingsgebied van de Vlaamse mediaregelgeving dit jaar uitgebreid naar de sociale mediaplatformen. Hierdoor is het Mediadecreet voortaan ook van toepassing op elke in Vlaanderen gevestigde content creator, vlogger en influencer die een audiovisuele mediadienst aanbiedt. In het voorjaar van 2021 werd de administratie van de VRM uitgebreid met twee Social Media Watchers. Na veelvuldig overleg met individuele content creators, vertegenwoordigers van deze sector, betrokken organisaties en andere overheidsinstanties stelde de VRM het Content Creator Protocol (CCP) op. Dit protocol werd in december 2021 op de website gepubliceerd. De VRM stelt het ter beschikking van de content creators, vloggers en influencers die daardoor makkelijk kunnen terugvinden met welke regels ze rekening moeten houden wanneer ze een video online willen plaatsen. De Social Media Watchers van de VRM monitoren intussen de naleving van de mediaregelgeving door de content creators. Ze staan ter beschikking voor alle vragen of eventuele problemen rond de toepassing van het CCP. In het voorliggende jaarverslag stellen we graag ons agentschap aan je voor en bespreken we de belangrijkste verwezenlijkingen van de VRM in het afgelopen jaar. In het onderdeel 'nieuwe uitdagingen, bedenkingen en aanbevelingen' kijken we ook reeds vooruit en plaatsen we enkele aanbevelingen van de VRM in de kijker.

Matthias Storme (voorzitter raad van bestuur) Joris Sels (gedelegeerd bestuurder)

Pagina 1 van 49


Jaarverslag 2021

Het jaarverslag in een notendop De algemene kamer van de VRM nam in 2021 46 beslissingen. Voor het vierde jaar op rij vormen de beslsisingen in radio-gerelateerde zaken de meerheid van de beslissingen van de algemene kamer. Het aantal beslissingen in zaken omtrent misnoegde kandidaten die bij de vorige erkenningsronde in 2017 uit de boot vielen maar nauwgezet in het oog houden of de erkende radio-omroeporganisatie de regelgeving ter zake wel naleeft, blijft ook in 2021 aanzienlijk hoog en is zelfs nog licht gestegen. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen nam in 2021 1 beslissing. Het betreft een klacht tegen VRT met betrekking tot de live-uitzending op VRTNWS van de juridische verdediging van Sihame El Kaouakibi in een gerechtelijk geschil. De klacht werd door de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen onontvankelijk verklaard. Het overgrote deel van de 2021 genomen beslissingen zijn het gevolg van een ambtshalve onderzoek. Het voorbije jaar voerde de VRM maar liefst 389 monitoringsopdrachten uit bij de openbare, regionale en particuliere televisie-omroeporganisaties. Er waren 457 opnamemomenten bij de openbare en particuliere radio-omroeporganisaties. Aan het einde van dit jaarverslag situeert de VRM nog enkele bedenkingen en aanbevelingen. Deze hebben onder andere te maken met de marktanalyse, de digitalisering van het medialandschap die het berekenen van mediaconcentratie uitdagender maakt, de stimuleringsverplichting en de samenwerking tussen de regulatoren.

Pagina 2 van 49


Jaarverslag 2021

1. Organisatie

1.1. Missie De VRM is de onafhankelijke toezichthouder voor de Vlaamse audiovisuele media. In het belang van Vlaamse kijkers en luisteraars ziet hij er op toe dat de mediaregelgeving zoals beschreven in het Mediadecreet, in Vlaanderen nageleefd wordt. De VRM komt tussen bij eventuele geschillen en behandelt klachten over en meldingen van mogelijke inbreuken op de regelgeving. Voorts waakt hij specifiek over de bescherming van minderjarigen en over onpartijdigheid op de Vlaamse radio en tv. Tot slot beheert de VRM de toekenning van mediavergunningen aan Vlaamse audiovisuele media. De VRM werd in 2006, in navolging van een richtlijn van de Europese Unie, opgericht door de Vlaamse overheid. De VRM nam de taken over van het voormalige Vlaams Commissariaat voor de Media (VCM), de Vlaamse Kijk- en Luisterraad en de Vlaamse Geschillenraad voor Radio en Televisie. Met de oprichting van de VRM werd ervoor gezorgd dat het toezicht op de Vlaamse audiovisuele media door slechts één autonome instantie gebeurt. De missie van de organisatie is omschreven in artikel 218, § 1, van het Mediadecreet: ‘De Vlaamse Regulator voor de Media heeft als missie de handhaving van de mediaregelgeving binnen de Vlaamse Gemeenschap, het beslechten van geschillen over de mediaregelgeving en het uitreiken van media-erkenningen en –vergunningen, overeenkomstig de regelgeving.' Op basis van deze missie werd een visie voor de VRM ontwikkeld. De VRM wil het keurmerk zijn op het gebied van media en dé referentie binnen de Vlaamse audiovisuele sector.

1.2. Structuren en taken De Vlaamse Regulator voor de Media behoort tot het beleidsdomein Cultuur, Jeugd Sport en Media (CJSM) van de Vlaamse overheid. De VRM is een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid (EVA). Het hoogste orgaan binnen de organisatie is de raad van bestuur. Deze is bevoegd om alle handelingen te stellen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van het doel van het agentschap. De gedelegeerd bestuurder neemt het dagelijks bestuur van de VRM waar. Binnen de organisatie van de VRM zetelen twee kamers, de algemene kamer en de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen. De administratie staat in voor de ondersteuning van het agentschap.

Pagina 3 van 49


Jaarverslag 2021

1.2.1. Raad van bestuur De raad van bestuur heeft volgende opdrachten en bevoegdheden:

Sluiten van het ondernemingsplan van de VRM met de minister; Goedkeuren van de rapportering over de uitvoering van het ondernemingsplan; Opmaken van de begroting; Herverdelen begrotingskredieten; Opmaken algemene rekening; Rapporteren over de uitvoering van de begroting; Opmaken jaarverslag VRM. De raad van bestuur wordt samengesteld door de Vlaamse Regering. De gedelegeerd bestuurder is belast met het dagelijks bestuur en heeft de leiding over het personeel. Met het besluit van de Vlaamse Regering van 7 februari 2020 werden Matthias Storme en Karen Van Alsenoy aangesteld als leden van de raad van bestuur van de VRM. Matthias Storme werd aangesteld als voorzitter. Katrien Lefever werd aangesteld als regeringscommissaris. De samenstelling van de raad van bestuur ziet er alsvolgt uit:

Matthias Storme (voorzitter) Karen Van Alsenoy Joris Sels (gedelegeerd bestuurder)

1.2.2. Algemene kamer De algemene kamer heeft o.a. volgende taken:

Toezicht op de naleving van het Mediadecreet, opleggen van sancties bij inbreuken op het Mediadecreet; Uitreikingen, wijzigen, schorsen en intrekken van zendvergunningen; Toekennen, schorsen, intrekken van vergunningen voor het aanbieden van een etheromroepnetwerk; Geven en intrekken van toestemming aan dienstenverdelers om omroepprogramma's door te geven; Ontvangen van verschillende soorten kennisgevingen gericht aan de VRM; Bepalen van relevante markten en de geografische omvang ervan voor producten en diensten in de sector van de elektronische communicatienetwerken. Analyseren van die markten om te bepalen of ze daadwerkelijk concurrerend zijn; Identificeren van ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht en indien nodig opleggen van één of meer verplichtingen; De concentraties in de Vlaamse mediasector in kaart brengen (inclusief de toestand van de markt voor elektronische communicatie); Toezicht op de naleving door de openbare omroeporganisatie (VRT) van de beheersovereenkomst met de Vlaamse Gemeenschap. Hierover jaarlijks rapporteren aan de Vlaamse Regering; Verlenen van advies aan de Vlaamse Regering indien de VRT nieuwe diensten of activiteiten wil uitoefenen die niet gedekt zijn door de beheersovereenkomst; Uitvoeren van bijzondere opdrachten die de Vlaamse Regering aan de algemene kamer kan

Pagina 4 van 49


Jaarverslag 2021

toevertrouwen, voor zover die te maken hebben met de reeds opgesomde taken; Nemen van maatregelen krachtens artikel 192/12, 200 §1/1, artikel 200/1 en 200/2; Het toezicht houden op de correctheid van de bereikcijfers die door de dienstenverdelers ter beschikking worden gesteld, het berekenen van het gemiddeld procentueel dagbereik van de regionale televisieomroeporganisaties, en het berekenen van de afzonderlijke bereikvergoedingen die de dienstenverdelers verschuldigd zijn aan de regionale omroeporganisaties; De Vlaamse Regulator voor de Media onderhoudt een onlinecontactpunt om informatie te verstrekken en klachten te ontvangen met betrekking tot toegang tot televisiediensten voor personen met een handicap. Het contactpunt is gemakkelijk toegankelijk voor personen met een handicap. De algemene kamer wordt samengesteld door de Vlaamse Regering. Met het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018 werden de leden van de algemene kamer opnieuw aangesteld. Carlo Adams werd als voorzitter aangesteld, Peter Sourbron als ondervoorzitter. Volgend op dit besluit bestaat de algemene kamer uit:

Carlo Adams, voorzitter Peter Sourbron, ondervoorzitter Peggy Valcke Ronny Lannoo Katrien Van der Perre

1.2.3. Kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen doet uitspraak over:

programma's die de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen ernstig zouden kunnen aantasten; programma's die aansporen tot haat en geweld; programma's waarin discriminatie voorkomt tussen verschillende ideologische of filosofische strekkingen; commerciële communicatie met pornografische inhoud of nodeloos geweld. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen wordt samengesteld door de Vlaamse Regering en telt negen leden waarvan vier leden beroepsjournalist zijn. De kamer wordt voor de behandeling van klachten over artikel 42, 44, 45, 72, 5° en artikel 180, §6 van het Mediadecreet uitgebreid met twee deskundigen met minstens vijf jaar beroepservaring in de domeinen kinderpsychologie, kinderpsychiatrie of pedagogie en twee deskundigen vanuit hun betrokkenheid bij de belangen van gezinnen of kinderen. Op 18 juni 2021 heeft de Vlaamse Regering de bestaande leden van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen herbenoemd. In de huidige samenstelling bestaat de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen uit:

Leden Jan Kamoen, voorzitter Leen d'Haenens, ondervoorzitter

Pagina 5 van 49


Jaarverslag 2021

Hubert Van Humbeeck Tom Van Poppel Désirée De Poot Eva Lievens Luc Hellin Rik Otten Bart Sturtewagen Toegevoegde leden Nadine Balduck Frieda Fiers Hendrik Jozef Bloemen Beatrijs Nielandt

1.2.4. Beoordelingscommissie (i.k.v. stimuleringsregeling voor de audiovisuele sector) Het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2014 legt de modaliteiten vast van de stimuleringsregeling voor de Vlaamse audiovisuele sector. Artikel 9 van dit besluit stelt dat de Vlaamse Regulator voor de Media binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de aanvragen als coproductie, de ontvankelijke coproductieprojecten voor advies voorlegt aan een beoordelingscommissie die de VRM heeft benoemd. Deze beoordelingscommissie bestaat uit zes leden die het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) op een dubbele lijst voordraagt. De beoordelingscommissie geeft de VRM uiterlijk op 15 maart van elk kalenderjaar een niet-bindend advies met het oog op erkenning van coproductieprojecten. Bij beslissing 2020-026 besliste de algemene kamer van de VRM om Miel Van Hoogenbemt te benoemen als lid van de beoordelingscommissie, dit ter vervanging van Lut Vandekeybus. De leden van de beoordelingscommissie zijn:

Raf Butstraen Jan Temmerman Jeanine Hage Ilse Somers Stefan Rycken Miel Van Hoogenbemt

1.2.5. Administratie De administratie van de VRM bestaat uit 21 personeelsleden, met aan het hoofd de gedelegeerd bestuurder. De administratie kent volgende structuur: De griffie staat in voor de managementondersteuning naar de raad van bestuur en de beide kamers toe. De griffie heeft eveneens een verbindingsfunctie tussen de verschillende onderdelen van het agentschap. De ingenieur (die onderdeel uitmaakt van de griffie) verricht technische onderzoeken en doet technische berekeningen in het geval van verplaatsingen van zendinstallaties.

Pagina 6 van 49


Jaarverslag 2021

De juridisch-economische cel stelt de ontwerpen van beslissingen op en biedt juridische ondersteuning bij de afhandeling van dossiers. De personeelsleden van de juridisch-economische cel zijn ook actief op vlak van de bepaling en analyse van de relevante markten in de elektronische communicatienetwerksector, identificieren in deze sector bedrijven met aanmerkelijke marktmacht en brengen de concentraties in de Vlaamse mediasector in kaart. De onderzoekscel onderzoekt de binnenkomende dossiers en legt op eigen initiatief onderzoeksrapporten voor. De stafdienst voert een aantal managementondersteunende taken uit op het gebied van communicatie, boekhouding, logistiek, personeelsbeheer en informatica. De stafdienst is eveneens actief op het vlak van de opmaak en de opvolging van het ondernemingsplan. Ook het toezicht op de naleving van de beheersovereenkomst van de openbare omroep met de Vlaamse Gemeenschap behoort tot de werkzaamheden van de stafdienst.

Pagina 7 van 49


Jaarverslag 2021

2. Werking van de VRM

2.1. Vergaderingen De raad van bestuur kwam samen op 11 maart, 10 juni, 9 september en 16 december 2021. De algemene kamer kwam samen op 11 januari, 25 januari, 8 februari, 8 maart, 22 maart, 12 april, 26 april, 10 mei, 31 mei, 14 juni, 28 juni, 13 september, 27 september, 11 oktober, 25 oktober, 8 november, 22 november en 20 december 2021. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen kwam samen op 19 april 2021. Dossiers die worden ingediend in het kader van de stimuleringsregeling en investeringsverplichting, moeten geëvalueerd worden door de beoordelingscommissie. Zij geven een niet-bindend advies mee, waarna de algemene kamer van de VRM de bijdrage aan de productie van Vlaamse audiovisuele werken voor 2021 aanvaardt of niet. De beoordelingscommissie kwam in 2021 samen om alle dossiers in het kader van de stimuleringsregeling en investeringsverplichting te behandelen. Deze vergadering vond omwille van de coronamaatregelen virtueel plaats op 9 maart 2021. Alle ingediende coproductieprojecten kregen een gunstig advies toegekend en werden nadien aanvaard door de algemene kamer van de VRM.

2.2. Het reglementair kader 2.2.1. Europese regelgeving Het Vlaamse Mediadecreet [1] bestaat in grote mate uit bepalingen die omzettingen vormen van op EU-niveau geharmoniseerde regelgeving, met name de Europese Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten (AVMD Richtlijn) [2] en het Europees Wetboek voor Elektronische Communicatie (EWEC) [3].Zij hebben respectievelijk betrekking op omroepinhoud en (omroep)infrastructuur. Reeds in 2018 werd deze EU-regelgeving gemoderniseerd en tegen eind 2020 dienden de EU-Lidstaten (met inachtneming van de Belgische bevoegdheidsverdeling, ook de Vlaamse overheid) deze Europese regels om te zetten in eigen regelgeving.[4] In 2021 werd de omzetting van de herziene AVMD Richtlijn en het EWEC afgerond in de Vlaamse Gemeenschap. De omzetting had immers vertraging opgelopen, zoals in heel veel EU-Lidstaten, in grote mate ten gevolge van de coronacrisis. Uitzondering hierop vormden twee bepalingen uit de herziene AVMD Richtlijn die in de Vlaamse Gemeenschap wel al afzonderlijk vroeger werden omgezet, respectievelijk met betrekking tot de bevordering van Europese producties door niet-lineaire televisieomroeporganisaties [5] en het toekennen van meer flexibiliteit bij het inplannen en spreiden van reclame.[6] Bij decreet van 19 maart 2021 werd in de eerste plaats de herziene AVMD Richtlijn omgezet, wat de dwingende nog niet omgezette bepalingen betreft.[7] Het opzet van de wijzigingen aan het Mediadecreet is om een gelijk speelveld in het medialandschap te bewerkstelligen (tussen lineaire en niet-lineaire diensten), alsook een afdoende bescherming van de mediagebruikers (van onder meer videoplatformdiensten) te verzekeren.

Pagina 8 van 49


Jaarverslag 2021

Deze omzetting van de herziene AVMD Richtlijn heeft gevolgen voor verschillende bepalingen in het Mediadecreet, meer specifiek: de algemene bepalingen en definities, het verbod op aanzetten tot geweld of haat, informatieverplichtingen voor omroeporganisaties, de uitzonderingsprocedure waarin kan worden afgeweken van het vrij verkeer van omroepdiensten, de bescherming van minderjarigen, commerciële communicatie, regels met betrekking tot het bepalen van de bevoegde Lidstaat en informatie-uitwisseling hierover met de Europese Commissie en andere EU-Lidstaten, toegankelijkheid van televisiediensten voor personen met een handicap, televisiediensten van algemeen belang, nieuwe bepalingen voor videoplatformdiensten, signaalintegriteit en de taken en werking van de VRM. Zo heeft de VRM op 14 december 2021, volgend op de omzetting van de herziene AVMD Richtlijn, een Content Creator Protocol (CCP) gepubliceerd, bestemd voor content creators, vloggers en influencers. In het CCP kunnen zij op een eenvoudige wijze terugvinden hoe zij online video’s conform de regelgeving kunnen plaatsen op sociale mediaplatformen zoals Youtube, Instagram, Tiktok, Twitch en andere.[8] Bij decreet van 2 juli 2021 werd vervolgens ook het EWEC (gedeeltelijk) omgezet.[9] Hoewel telecommunicatie een federale bevoegdheid is, hebben heel wat artikelen uit het EWEC ook betrekking op omroep, zoals met name de marktregulering. Daarom heeft ook de Vlaamse Gemeenschap het EWEC gedeeltelijk omgezet. Deze omzetting van het EWEC heeft gevolgen voor verschillende bepalingen in het Mediadecreet, meer specifiek: de algemene bepalingen en definities, de bepalingen betreffende verplichte openbare raadplegingen, de criteria voor toewijzen van erkenningen, de ‘andere radio-omroeporganisaties’, de ‘may-‘ en ‘must carry’-bepalingen, de marktanalyse, het opleggen van verplichtingen aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, het aanbieden van kabel- en etheromroepnetwerken, het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen en ook hier de taken en werking van de VRM. Naast deze twee omzettingsdecreten die het Mediadecreet hebben gewijzigd, zullen er in ieder geval ook nog verschillende uitvoeringsbesluiten moeten worden gewijzigd of worden aangenomen door de Vlaamse Regering. [1] Decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, BS 30 april 2009. [2] Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie, Pb.L. 303 28 november 2018, p. 69. [3] Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, Pb.L. 321 17 december 2018, p. 36. [4] Overeenkomstig artikel 127, § 1, 1°, van de Grondwet en artikel 4, 6°, BWHI zijn de Gemeenschappen bevoegd voor: “de inhoudelijke en technische aspecten van de audiovisuele en de auditieve mediadiensten met uitzondering van het uitzenden van mededelingen van de federale regering;” [5] De omzetting van het nieuwe artikel 13 van de AVMD Richtlijn gebeurde reeds in 2018. Bij decreet van 29 juni 2018 werd, met ingang van 1 januari 2019, de afdeling uit het Mediadecreet: ‘De bevordering van Europese producties’, en met name artikel 157 met betrekking tot niet-lineaire televisieomroeporganisaties, in dit verband aangepast. [6] Het nieuwe artikel 23, eerste lid, van de AVMD Richtlijn werd op 8 mei 2020 omgezet. Daarin werden de limieten voor het aandeel televisiereclame- en telewinkelspots (de kwantitatieve reclameregels) versoepeld. Deze bepaling voorziet in meer flexibiliteit bij het inplannen en spreiden van reclame tijdens de loop van de dag. [7] Decreet van 19 maart 2021 tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende

Pagina 9 van 49


Jaarverslag 2021

radio-omroep en televisie, wat betreft de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie, BS 29 april 2021. [8] Zie https://www.vlaamseregulatormedia.be/nl/content-creator-protocol. [9] Decreet van 2 juli 2021 tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, BS 14 augustus 2021.

In 2021 werd in Vlaanderen ook gestart met de omzetting van de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn [10] in het Mediadecreet. Terwijl de AVMD Richtlijn de toegankelijkheid van de audiovisuele mediadiensten zelf regelt (door middel van onder meer gebarentaal, ondertiteling, gesproken ondertiteling en audiobeschrijving), regelt de Toegankelijkheidsrichtlijn de toegankelijkheid (onder meer) van diensten die toegang verschaffen tot audiovisuele mediadiensten (bv. websites, online toepassingen, elektronische applicaties op set-top boxen, elektronische programmagidsen, mobiele applicaties en geconnecteerde televisiediensten). Gelet op de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap voor audiovisuele en auditieve mediadiensten moet de Toegankelijkheidsrichtlijn ook worden omgezet in Vlaamse regelgeving, uiterlijk op 28 juni 2022. Op 16 juli 2021 gaf de Vlaamse Regering haar eerste principiële goedkeuring aan het voorontwerp tot omzetting van de Toegankelijkheidsrichtlijn. De betreffende eindapparatuur en diensten die vanaf 28 juni 2025 in de handel worden gebracht zullen moeten voldoen aan nieuwe toegankelijkheidsvoorschriften en aanbieders zullen informatie moeten verstrekken aan het publiek, hoewel ook wordt voorzien in uitzonderingen op deze toegankelijkheidsverplichtingen. De VRM zal bij overtredingen op de nieuwe regels ‘doeltreffende herstelmaatregelen’ kunnen nemen. Los van de omzetting van de Toegankelijkheidsrichtlijn werden in hetzelfde ontwerpdecreet ook een bepaling over productplaatsing opgenomen (‘goederen en diensten gratis ter beschikking stellen’ zal alleen als productplaatsing worden gekwalificeerd als het gaat om goederen of diensten van grote waarde) evenals een aantal bepalingen betreffende radio-omroeporganisaties. Op 13 september 2021 heeft de Sectorraad Media van de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SAR CJSM) advies uitgebracht over het voorontwerp van wijzigingsdecreet.[11] Op 26 november 2021 werd het voorontwerp van wijzigingsdecreet door de Vlaamse Regering voorgelegd voor advies aan de Raad van State. De Raad van State verleende zijn advies op 31 december 2021 [12]. Op 18 maart 2022 werd door de Vlaamse Regering beslist om het ontwerp van wijzigingsdecreet in te dienen bij het Vlaams Parlement. In ieder geval zullen na de omzetting van de Toegankelijkheidsrichtlijn in het Mediadecreet ook in dit geval nog uitvoeringsbesluiten moeten worden aangenomen door de Vlaamse Regering. [10] Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, Pb.L. 150 7 juni 2019, p. 70. [11] Advies van 13 september 2021 van de Sectorraad Media bij het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, https://www.vlaanderen.be/sarc/sites/sarc/files/2021-09/20210913_sarc_advies_toegankelijkheidsrich tlijn.pdf

Pagina 10 van 49


Jaarverslag 2021

[12] Advies van 31 december 2021 over een voorontwerp van decreet van de Vlaamse Gemeenschap 'tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten en tot wijziging van het decreet van 12 februari 2021 houdende wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie met betrekking tot de landelijke en regionale radio-omroeporganisaties en de technische eindapparatuur voor FM-radio-ontvangst van radio-omroeporganisaties', Raad van State, afdeling wetgeving, nr.70.615/3.

In 2021 werden ook verschillende Europese (regelgevende) initiatieven met betrekking tot de mediasector nieuw aangekondigd of verder behandeld. Deze initiatieven zullen in de nabije toekomst ook zeker gevolgen hebben voor de media(regelgeving) in de Vlaamse Gemeenschap en, in meer of mindere mate, ook voor de werking van de VRM. Al op 3 december 2020 heeft de Europese Commissie een Actieplan voor de Europese Democratie [13] voorgesteld dat steunt op drie pijlers:‘vrije en eerlijke verkiezingen bevorderen’, ‘vrijheid en pluriformiteit van de media’ en ‘bestrijding van desinformatie’ en ook een Media en Audiovisueel Actieplan (‘Media and Audiovisual Action Plan’ of MAAP)[14], met name om het herstel en de transformatie van de media- en audiovisuele sector in de EU te ondersteunen, aangezien deze sectoren hard werden geraakt door de coronacrisis. In de loop van 2021 heeft de Europese Commissie, meer bepaald in het kader van het Actieplan voor de Europese Democratie, onder meer voorstellen gedaan betreffende transparantie en gerichte politieke reclame [15], over de veiligheid van journalisten (met name om het misbruik van rechtszaken ter ontmoediging van burgerparticipatie (SLAPP-rechtszaken) tegen te gaan), voor een nieuwe ‘monitor voor media-eigendom’ en betreffende desinformatie. Ook de ‘European Media Freedom Act’ (EMFA), waaraan de Europese Commissie werkt, kadert daarin. De EMFA heeft als doelstelling om zowel vrije marktwerking, pluralisme als onafhankelijkheid voor mediadiensten te blijven verzekeren. Op 10 januari 2022 werd over het EMFA-voorstel een publieke raadpleging gestart.[16] Een zeer belangrijk regelgevend initiatief van de Europese Commissie is het ‘pakket digitale diensten’. Op 15 december 2020 werden meer bepaald voorstellen gedaan voor een ‘Wet inzake Digitale Diensten’[17] en een ‘Wet inzake Digitale Markten’[18] met een uitgebreide reeks nieuwe regels voor alle digitale diensten, waaronder ook sociale media, onlinemarktplaatsen en andere onlineplatforms die in de EU actief zijn. Het voorstel voor een ‘Wet inzake Digitale Diensten’ (ook ‘Digital Services Act’ of DSA) bevat onder meer algemene regels voor het verwijderen van illegale inhoud online en uitgebreide transparantiemaatregelen (zoals met betrekking tot onlinereclame en de algoritmen die worden gebruikt om inhoud aan te bevelen aan gebruikers). Met name zeer grote platforms, die meer dan 10 % van de EU-bevolking bereiken (45 miljoen gebruikers) zouden een heel pakket verplichtingen opgelegd krijgen. Het voorstel voor een ‘Wet inzake Digitale Markten’ (ook ‘Digital Markets Act’ of DMA) bevat voornamelijk regels om de negatieve gevolgen van bepaalde gedragingen van zogenaamde ‘poortwachter’-platformen aan te pakken. Het Europees Parlement en de Raad (Lidstaten) zullen de DSA- en DMA-voorstellen bespreken in het kader van de gewone wetgevingsprocedure. Verwacht wordt dat in de loop van 2022 de definitieve teksten zullen worden aangenomen, die (als Europese Verordeningen) rechtstreeks toepasselijk zullen zijn in de hele EU zonder dat omzetting vereist is in de Lidstaten. Pagina 11 van 49


Jaarverslag 2021

[13] Zie https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/new-push-european-democracy/european-de mocracy-action-plan_nl. [14] Zie https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/media-and-audiovisual-action-plan. [15] Zie https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/12826-Politieke-reclame-ver hoging-van-de-transparantie_nl. [16] Zie https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/13206-Safeguarding-media-f reedom-in-the-EU-new-rules_en. [17] Zie https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/europe-fit-digital-age/digital-services-act-ensu ring-safe-and-accountable-online-environment_nl. [18] Zie https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/europe-fit-digital-age/digital-markets-act-ensu ring-fair-and-open-digital-markets_nl.

2.2.2. Vlaamse regelgeving In 2021 werd het Mediadecreet ook, (grotendeels) los van de omzetting van de hogervermelde nieuwe Europese regelgeving, gewijzigd bij decreet van 12 februari 2021 met betrekking tot de landelijke en regionale radio-omroeporganisaties en de technische eindapparatuur voor FM-radio-ontvangst van radio-omroeporganisaties.[19] Dit wijzigingsdecreet (i) zorgde voor een verlenging met één jaar van de erkenningen van de bestaande landelijke radio-omroeporganisaties (die normaalgezien vervielen op 31 december 2021) (ii) schaft de regionale radio-omroeporganisaties af vanaf 1 januari 2023, (iii) voorziet een nieuwe erkenningstermijn van 5 jaar, verlengbaar met een eenmalige periode van maximaal 3 jaar vanaf 1 januari 2023 en (iv) verplicht conform het EWEC het inbouwen van een DAB+-ontvanger, onmiddellijk voor radio’s in nieuwe wagens en vanaf 1 januari 2023 in alle apparatuur die voor ontvangst van FM-radiosignalen van een radio-omroeporganisatie is bestemd en in Vlaanderen wordt verkocht.[20] Naar aanleiding van dit wijzigingsdecreet heeft de Vlaamse Regering ook twee besluiten met betrekking tot radio-omroeporganisaties gewijzigd op 2 juli 2021. Een eerste besluit betreft het aangepaste kader voor de erkenning van de landelijke radio-omroeporganisaties [21] en een tweede besluit betreft het definiëren van de frequentiepakketten van de landelijke radio-omroeporganisaties vanaf 1 januari 2023, het moment waarop de nieuwe erkenningen ingaan.[22] Na goedkeuring en publicatie van deze wijzigingsbesluiten werd de erkenningsprocedure voor landelijke radio-omroeporganisaties opgestart met de publicatie in het Belgisch Staatsblad van een oproep tot kandidaatstelling op 16 augustus 2021. Van vier kandidaat-landelijke radio-omroeporganisaties werd het dossier ontvankelijk bevonden: Spring - STUDIO 100 NV, Nostalgie - VLAANDEREN EEN NV, Qmusic - DPG Media NV en Joe - DPG Media NV. Op 9 februari 2022 werd bekendgemaakt dat, na beoordeling van deze ontvankelijke dossiers, de drie erkenningen voor landelijke radio-omroeporganisaties door de Vlaamse minister van Media werden uitgereikt aan Nostalgie - VLAANDEREN EEN NV, QMusic - DPG Media NV en Joe - DPG Media NV. [19] Decreet van 12 februari 2021 houdende wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie met betrekking tot de landelijke en regionale

Pagina 12 van 49


Jaarverslag 2021

radio-omroeporganisaties en de technische eindapparatuur voor FM-radio-ontvangst van radio-omroeporganisaties, BS 4 maart 2021. [20] Wat de groei van digitale radio en DAB+ betreft kan ook worden verwezen naar het tweejaarlijkse monitoringrapport in opdracht van de Vlaamse Overheid dat overeenkomstig artikel 133, § 1, van het Mediadecreet wordt uitgevoerd en het sectorgedragen overleg via de “(Stuurgroep) Digital Radio Vlaanderen”. Het laatste rapport werd midden november 2021 bekendgemaakt. Zie https://www.dabplus.be/wp-content/uploads/sites/5/2021/11/Ipsos_DigitaliseringRadio_Rapport_2021 _V4.pdf. [21] Besluit van 2 juli 2021 van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten over radio-omroep, BS 4 augustus 2021. [22] Besluit van 2 juli 2021 van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2019 houdende bepaling van het aantal particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties, BS 4 augustus 2021.

In 2021 werd, wat de publieke omroeporganisatie VRT betreft, niet alleen de nieuwe beheersovereenkomst 2021-2025 van kracht, maar werd ook een initiatief tot wijziging van het Mediadecreet gestart aangaande deugdelijk bestuur (‘good governance’) bij VRT. Het opzet is een meer doorgedreven toepassing van de principes van deugdelijk bestuur bij VRT realiseren. Ook de aanwijzing van onafhankelijke bestuursleden kadert in deze principes en de grotere betrokkenheid van de raad van bestuur bij de benoeming en het ontslag van de gedelegeerd bestuurder moet op haar beurt leiden tot een positieve wisselwerking en een optimale interactie tussen de raad van bestuur en de gedelegeerd bestuurder. Op 16 juli 2021 keurde de Vlaamse Regering een eerste voorontwerp goed. Hierover werd het advies ingewonnen en verkregen op 31 augustus 2021 van de Sectorraad Media van de SAR CJSM [23], op 7 september 2021 van de Vlaamse Toezichtcommissie [24] en op 28 oktober 2021 van de Raad van State [25]. Op 26 november 2021 werd door de Vlaamse Regering beslist om het ontwerp van wijzigingsdecreet in te dienen bij het Vlaams Parlement, waar het op 13 januari 2022 werd aangenomen in de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media.[26] Het decreet werd ten slotte op 4 februari 2022 bekrachtigd en afgekondigd en op 21 februari 2022 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het trad in werking op 3 maart 2022. Bovendien heeft de Vlaamse Regering op 17 december 2021 nog beslist om Frieda Brepoels voor te dragen als nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van VRT om Luc Van den Brande, die sinds 2010 voorzitter is, op te volgen.[27] [23] Advies van 31 augustus 2021 van de Sectorraad Media bij het voorontwerp van decreet tot wijziging van de artikelen 10,12,13 en 14 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, https://www.vlaanderen.be/sarc/sites/sarc/files/2021-09/20210831_advies_governancevrt.pdf [24] Advies wetgeving Vlaamse Toezichtcommissie nr. 2021/76 van 7 september 2021 over het ontwerp van decreet van de Vlaamse Regering ontwerp van decreet tot wijziging van artikel 10, 12, 13 en 14 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, https://overheid.vlaanderen.be/sites/default/files/media/VTC/VTC_A_W_2021_76_advies.pdf?timestam p=1632744834 [25] Advies van 28 oktober 2021 over een voorontwerp van decreet van de Vlaamse Gemeenschap

Pagina 13 van 49


Jaarverslag 2021

‘tot wijziging van artikel 10, 12, 13 en 14 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie’, Raad van State, afdeling wetgeving, nr. 70.207/03, http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/70207.pdf#search=70.207%2F3. [26] Ontwerp van decreet tot wijziging van artikel 10, 12, 13 en 14 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, Parl.St. Vl.Parl. 2021-2022, nr. 1050/1, https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementaire-documenten/parlementaire-initiatieven/1581579. [27] Zie https://www.vrt.be/nl/over-de-vrt/nieuws/2021/12/17/frieda-brepoels-voorgedragen-als-voorzitter-van -de-vrt/.

In 2021 werden ook verder maatregelen genomen om de Vlaamse mediasector te ondersteunen in de COVID-19 pandemie. Eind 2020 al lanceerde de Vlaamse Regering meer algemeen het relanceplan: ‘Vlaamse Veerkracht’, een investeringsplan dat 4,3 miljard euro omvat en rust op 7 pijlers.[28] Binnen de pijler ‘digitale transformatie’ gaat er specifieke aandacht naar de Vlaamse mediasector. Op 5 februari 2021 werd zo eerst een Garantiefonds gelanceerd voor Vlaamse onafhankelijke audiovisuele producties, om bepaalde risico’s specifiek verbonden aan de COVID-19-pandemie af te dekken en op 2 april 2021 heeft de Vlaamse Regering ook drie addenda goedgekeurd bij de beheersovereenkomsten 2018-2021 met het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) met betrekking tot het Filmfonds, het Gamefonds en het Mediafonds, met het oog op bijkomende investeringen voor de heropstart van de audiovisuele sector. Op 17 december 2021 heeft de Vlaamse Regering dan ook nieuwe beheersovereenkomsten met het VAF voor 2022-2025 goedgekeurd die onder meer een eenmalige impulspremie bevatten in het kader van het relanceplan Vlaamse Veerkracht.[29] De Vlaamse Regering hechtte op 2 april 2021 ook haar goedkeuring aan een digitaal transformatieprogramma voor de Vlaamse mediasector, met als doel om de technologische weerbaarheid en de economische leefbaarheid van het Vlaamse media-ecosysteem te versterken.[30] Voor het digitaal transformatieprogramma werd in een totaalbudget van 35 miljoen euro voorzien over zes projectlijnen: cross-mediaal en multiplatform meetsysteem, media hub, desinformatie, digitale transformatie regionale omroeporganisaties, projectoproep digitale transformatie en instrumentarium/projectoproep media-innovatie. De verschillende projectlijnen zullen nog verder worden uitgewerkt. Op 17 december 2021 keurde de Vlaamse Regering alvast de reglementen goed voor de 'Projectoproep desinformatie' en de 'Projectoproep digitale transformatie'. Deze projecten moeten plaatsvinden tussen respectievelijk 1 oktober 2022 en 30 juni 2024 en 1 juli 2022 en 30 juni 2024. Eveneens op 2 april 2021, keurde de Vlaamse Regering, in het kader van het project ‘Investeren in mediawijsheid van de Vlaming’ en het relanceplan Vlaamse Veerkracht, twee projecten goed om te ontwikkelen en uit te voeren door het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid: een flankerend traject bij ‘Nieuws in de Klas’ en het digitaal inclusiebeleidsplan ‘Iedereen Digitaal’, gericht op kwetsbare jongeren, mensen met een beperking en senioren. Hiervoor werd 1 miljoen euro voorzien. Op 15 januari 2021 werd ook al een addendum goedgekeurd bij de subsidieovereenkomst 2018-2020 (die werd verlengd met één jaar tot eind 2021) tussen de Vlaamse Gemeenschap en imec vzw met betrekking tot Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid, dat 150.000 euro extra subsidie ontvangt. Het Vlaamse mediawijsheidsbeleid werd ook doorgelicht via een externe opdracht uitgevoerd door het Instituut voor Mediastudies (KU Leuven).[31] Op 12 november 2021 heeft de Vlaamse Regering een subsidie toegekend van 2 miljoen euro aan Niet-Openbare Regionale Televisieverenigingen Vlaanderen (NORTV) vzw, voor de realisatie van het project 'De Vlaamse regionale zenders, hefboom van de Vlaamse Veerkracht'. Deze subsidie zorgt voor de uitvoering van het digitaal transformatieplan voor de regionale Pagina 14 van 49


Jaarverslag 2021

televisieomroeporganisaties, om een digitale inhaalbeweging te maken op het vlak van onder andere contentproductie, opslag en distributie. Acht besluiten ten slotte die de Vlaamse Regering had genomen in uitvoering van het decreet van 19 juni 2020 tot het nemen van dringende maatregelen met betrekking tot de noodfondsen en armoedebestrijding naar aanleiding van de COVID-19-pandemie dienden nog te worden bekrachtigd bij decreet. Deze bekrachtiging gebeurde bij decreet van 25 juni 2021.[32] Het gaat onder meer om de bekrachtiging van de besluiten van 10 juli 2020 betreffende de toekenning van steun aan regionale televisieomroeporganisaties en aan de lokale radio-omroeporganisaties en de netwerkradio-omroeporganisaties. [28] Zie https://www.vlaanderen.be/publicaties/relanceplan-vlaamse-regering-vlaamse-veerkracht. [29] Zie in dat verband ook het voorstel van decreet van 11 januari 2022 tot wijziging van het decreet van 13 april 1999 houdende machtiging van de Vlaamse regering om toe te treden tot en om mee te werken aan de oprichting van de vereniging zonder winstgevend doel Vlaams Audiovisueel Fonds, wat de opdracht van het Vlaams Audiovisueel Fonds betreft, Parl.St. Vl.Parl. 2021-2022, nr. 1090/1., https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementaire-documenten/parlementaire-initiatieven/1590303. Hiermee zouden onder meer ook de makers van ‘audiocreaties’, zoals podcasts, ondersteuning kunnen aanvragen bij het VAF. [30] Zie https://www.vlaanderen.be/cjm/nl/nieuws/35-miljoen-voor-relanceplan-mediasector. [31] Algemene rapport ‘Naar een mediawijs Vlaanderen – Doorlichting van het Vlaams mediawijsheidsbeleid’, april 2021, IMS (KU Leuven), https://www.vlaanderen.be/cjm/sites/default/files/2021-05/Hoofdrapport%20Naar%20een%20Mediaw ijs%20Vlaanderen_FINAL_April2021.pdf, Deelrapport ‘Advies over implementatie Kijkwijzersysteem bij (niet-)lineaire TV-diensten’, april 2021, IMS (KU Leuven), https://www.vlaanderen.be/cjm/sites/default/files/2021-05/Deelrapport%20advies%20Kijkwijzer_FINA L_April2021.pdf, en Deelrapport ‘Advies over Nieuws in de Klas’, april 2021, IMS (KU Leuven), https://www.vlaanderen.be/cjm/sites/default/files/2021-05/Deelrapport%20advies%20Nieuws%20in% 20de%20Klas_FINAL_April2021.pdf. [32] Decreet van 25 juni 2021 tot bekrachtiging van de besluiten van de Vlaamse Regering inzake de noodfondsen cultuur, jeugd, sport en media naar aanleiding van de COVID-19-pandemie, BS 5 juli 2021.

Verder liep midden juli 2021 de erkenningsperiode van de regionale televisieomroeporganisatie vzw Regionale Televisie Vlaams-Brabant - Halle-Vilvoorde (RTVB vzw), beter gekend als RINGtv, af. De Vlaamse Regering heeft op 18 juni 2021 de erkenning van RINGtv verlengd voor de periode 15 juli 2021 tot en met 14 juli 2030. Voor ‘Het Beste van Vlaanderen en Nederland’ (BVN) besliste de Vlaamse Regering op 2 april 2021 om een uitdoofscenario toe te passen. BVN zond voor Vlamingen en Nederlanders in het buitenland via satelliet, streaming en andere distributiekanalen een selectie uit het aanbod van de Nederlandse en de Vlaamse publieke omroepen wereldwijd uit, met bijzondere aandacht voor nieuws en achtergrondinformatie. De overeenkomst (2017-2020) werd wel nog verlengd, maar slechts tot 30 juni 2021. Wat meer specifiek de werking van de VRM zelf betreft, heeft de Vlaamse Regering op 18 juni 2021 de bestaande leden van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen bij de VRM herbenoemd.

Pagina 15 van 49


Jaarverslag 2021

2.3. Het financieel kader Het financieel kader (begroting) van de VRM zag er in 2021 als volgt uit: Aan ontvangstenzijde: Begrotingsartikel

Programma

HF0-BHEIALA-OW

BHH002

HF0-BHEIALA-OW

BHH003

HF0-BHEIALA-OW

BHH004

HF0-BHEIALA-OW

BHH005

HF0-BHEIALA-OW

BHH006

HF0-BHEIAZZ-OG

BHH000

HF0-BHEIAZZ-OI

BHH001

Programma omschrijving Aan bedrijven, kredietinstellingen en ve rzekeringsmaatschappij en Aan privaatrechtelijke instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. gezinnen en aan gezinnen Verkopen van niet-duurzame goederen en diensten binnen de sector overheid inkomensoverdrachten van bedrijven inkomensoverdrachten van vzw's t.b.v. de gezinnen overgedragen overschot vorige boekjaren dotatie HB0-1HEI2LY-IS

Budget 1.100.000

82.000

130.000

70.000 2.000

6.439.000 1.595.000

De inkomsten uit de administratieve geldboetes die door de VRM worden opgelegd, komen terecht in de algemene middelenbegroting van de Vlaamse overheid. Het bedrag van de opgelegde boetes heeft bijgevolg geen rechtstreekse invloed op de werkingsmiddelen van de VRM. Aan uitgavenzijde: Begrotingsartikel

Programma

HF0-AHEI2LA-LO HF0-AHEI2LA-LO

AHA002 AHA003

HF0-AHEI2LA-LO

AHH003

Programma omschrijving Lonen Algemene werkingskosten Algemene werkingskosten beleid

Budget VEK

Budget VAK

2.311.000 280.000

2.311.000 280.000

261.000

261.000

Pagina 16 van 49


Jaarverslag 2021

HF0-AHEI2LA-LO

AHH004

HF0-AHEI2LA-LO

AHH006

HF0-AHEI2ZZ-IS

AHH001

HF0-AHEI2ZZ-OV

AHH000

Indirecte 5.000 belastingen betaald aan subsectoren van de overheidssector Verwervingen van 10.000 overige investering sgoederen, waaronder onlichamelijke zaken Doorstorting 113.000 boetes Over te dragen 6.438.000 overschot van het boekjaar

5.000

10.000

113.000 0

2.4. De VRM als aanspreekpunt en kenniscentrum 2.4.1. Vragen/meldingen bij de VRM De VRM ontvangt jaarlijks tal van vragen en meldingen via verschillende kanalen (onder andere het contactformulier op de website, e-mail, telefoon en sociale media). Al deze vragen en meldingen worden bijgehouden in een contactregistratiedocument. In 2021 ontving de VRM 296 vragen en meldingen. Het gaat hierbij om zowel vragen en meldingen m.b.t. uitzendingen op radio en televisie, het Mediadecreet, andere regelgeving, de organisatie, de dienstverlening van de VRM, ... Uit onderstaande tabel blijkt de grote diversiteit van personen en organisaties die bij de VRM aankloppen. Groep Burger Omroepen, dienstenverdelers, productiehuizen, broadcastleveranciers Overheid Onderwijs Regulator Andere Advocaat Pers Totaal

aantal vragen/meldingen 88 86

% vragen/meldingen 30% 29%

33 27 25 18 11 8 296

11% 9% 8% 6% 4% 3% 100%

Op alle vragen en meldingen wordt door de administratie van de VRM een antwoord geformuleerd. Vaak voorkomende vragen worden toegevoegd bij de veelgestelde vragen op de website van de VRM.

Pagina 17 van 49


Jaarverslag 2021

2.4.2. Communicatiebeleid van de VRM De VRM profileert zich reeds lange tijd als kenniscentrum binnen de Vlaamse audiovisuele sector. Het communicatiebeleid van de VRM ondersteunt deze doelstelling. In 2021 werden onder meer volgende acties uitgevoerd: Op 11 maart 2021 werd het Mediaconcentratierapport 2020 voorgesteld in de Commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement. Op 1 juli 2021 was er een toelichting door de VRM in de Commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement bij het toezichtsrapport 2020 op de naleving van de beheersovereenkomst door de openbare omroep (VRT). Tussen de verschillende coronagolven door, organiseerde de VRM op 18 november zijn jaarlijks symposium. Onderwerp was 'de strijd om de kijker van vandaag én morgen: streamingplatformen in Vlaanderen'. Er was onder meer een paneldebat voorzien met vertegenwoordigers van Netflix, VRT, Streamz en IMEC-MICT-UGent. Het slotwoord werd verzorgd door Vlaams minister van Media, Benjamin Dalle. In december 2021 werd door de VRM het Content Creator Protocol gepubliceerd. Ter voorbereiding van het CCP werden verschillende overlegmomenten georganiseerd met agentschappen en individuele content creators, influencers en vloggers. In het kader van de opmaak van het Content Creator Protocol is de onderzoekscel van de VRM tijdens het najaar van 2021 meermaals in overleg gegaan met andere instanties, die eveneens betrokken zijn bij de reglementering van de activiteiten van influencers en content creators, die online video verspreiden via de sociale media. Tijdens deze overlegmomenten, die grotendeels via digitale sessies verliepen, werd duidelijk gemaakt op welke wijze de Vlaamse mediaregelgeving voortaan zal moeten worden toegepast door de actoren binnen deze nieuwe, groeiende sector. Zo waren er o.a. overlegmomenten met de Conseil Supérieur de l'Audiovisuel (CSA), de FOD Economie, Feweb (de Belgische beroepsvereniging van digitale bedrijven) en de JEP (Jury voor Ethische Praktijken). Het CCP werd ook voorgesteld aan de kabinetten van de Vlaamse minister van Media en de federale staatssecretaris voor Begroting en Consumentenzaken. Ook het departement CJM (Cultuur, Jeugd en Media) kreeg een voorstelling van het nieuwe protocol. Doorheen het jaar verzorgde de VRM verschillende gastlezingen aan Vlaamse universiteiten en hogescholen. Het merendeel van deze gastlezingen gingen digitaal door. Zo was de VRM o.a. te gast bij de VUB, Universiteit Gent en hogeschool Howest. De VRM is reeds verscheidene jaren actief op verschillende socialemediakanalen. Via Twitter, Linkedin en Facebook worden het nieuws van de VRM, interessante studies en evoluties uit de (Vlaamse) mediasector gedeeld. Daarnaast beschikt de VRM ook over een eigen verzendlijst op Whatsapp. Al deze kanalen kenden het voorbije jaar een groei wat betreft het aantal volgers. Samen met de nieuwsbrief slagen deze kanalen erin om steeds meer geïnteresseerden naar de website van de VRM te brengen. Het voorbije jaar haalde de VRM-website een recordaantal bezoeken (74.796).

Pagina 18 van 49


Jaarverslag 2021

3. Beslissingen van de algemene kamer

3.1. Algemene bespreking van de beslissingen Voor het vierde jaar op rij vormen de beslissingen in radio-gerelateerde zaken de meerderheid van de beslissingen van de algemene kamer van de VRM en niet de beslissingen over commerciële communicatie. Het aantal beslissingen in zaken omtrent misnoegde kandidaten die bij de vorige erkenningsronde in 2017 uit de boot vielen maar nauwgezet in het oog houden of de erkende radio-omroeporganisatie de regelgeving ter zake wel naleeft, blijft ook in 2021 aanzienlijk hoog en is zelfs nog licht gestegen.

3.1.1. Tweëndertig beslissingen handelen in 2021 niet over commerciële communicatie Er zijn vierentwintig beslissingen genomen in radio-gerelateerde zaken. De VRM nam één beslissing in opvolging van vier klachtdossiers gestart in 2020 (beslissing 2021/016). De klachten betroffen telkens de erkenning van een andere erkende radio-omroeporganisatie. De klachten resulteerden in de intrekking van de erkenning van een netwerkradio. Vooraf Bij de VRM zijn op verschillende tijdstippen klachten ingediend tegen BV BNL Radio. Dit door VZW FamilyRadio Vlaanderen, zowel alleen als gezamenlijk met BVBA Ment Media. Bij VRM-beslissingen 2020/047 en 2020/048 werd BNL, ingevolge de behandeling van de voornoemde klachten, in gebreke gesteld en de tijd gegeven tot uiterlijk 31 januari 2021 om de vastgestelde inbreuken te regulariseren door aan alle voorschriften te voldoen. De huidige beslissing betreft de opvolging van deze twee beslissingen, dit na het verstrijken van de regularisatietermijn. Bij de opvolging van VRM-beslissingen 2020/047 en 2020/048 voerde de onderzoekscel van de VRM meerdere luisteronderzoeken uit na het verlopen van de opgelegde regularisatietermijn. Beoordeling door de VRM: uitzending Meerhout 106.7 FM Artikel 143/3 van het Mediadecreet bepaalt dat netwerkradio-omroeporganisaties zich gedurende de hele duur van de erkenning aan de basisvoorwaarden moeten houden en aan de ingediende offerte, tenzij ze – waar toegestaan – via kennisgeving aan de VRM en desgevallend na goedkeuring van de Vlaamse Regering wijzigingen aanbrengen. Voor frequentie Meerhout 106.7 FM stelt de onderzoekscel vast dat er geen uitzendingen zijn en dat BNL zich dus niet geconformeerd heeft. Beoordeling door de VRM: uitzending via DAB+ Artikel 133, § 1, vierde lid, van het Mediadecreet schrijft voor dat netwerkradio-omroeporganisaties uiterlijk op 1 september 2019 hun omroepprogramma’s moeten doorgeven via etheromroepnetwerken die bestemd zijn voor het aanbod van vrij te ontvangen radio-omroepprogramma’s. Ook op BNL, als erkende netwerkradio-omroeporganisatie, rust bijgevolg de verplichting om haar omroepprogramma in digitale vorm via de ether te (laten) verspreiden. Uit de vaststellingen van de onderzoekscel blijkt dat BNL, na het verstrijken van de toegekende regularisatietermijn, nog steeds niet via DAB+ wordt doorgegeven. Pagina 19 van 49


Jaarverslag 2021

Beoordeling door de VRM: uitzending via FM De verplichting voor netwerkradio-omroeporganisaties, zoals BNL, om binnen het toegewezen zendgebied in FM uit te zenden, is opgenomen in artikel 133, § 1, eerste lid, van het Mediadecreet. Uit de vaststellingen van de onderzoekscel blijkt dat BNL na het verstrijken van de regularisatietermijn, op 7 van de haar toegewezen frequenties nog steeds niet uitzendt. Sanctie: Aan BNL werd meermaals kansen en termijn geboden om aan alle voorschriften te voldoen. Zoals blijkt uit bovenstaande tekst, is ook na de laatste regularisatietermijn niet aan deze voorwaarden voldaan. Daarenboven stelt de VRM ook vast dat de radio-omroeporganisatie ook een eerder bij de VRM opgelopen administratieve geldboete niet betaald heeft. Ook de jaarlijkse vergoeding als netwerkradio werd niet betaald. Ter vrijwaring van de transparantie van het audiovisuele landschap, waarop de VRM toezicht uitoefent, is het dan ook noodzakelijk om de erkenning voor het frequentiepakket netwerkradio-omroeporganisatie 2 – Nederlandstalig en Vlaams profiel (toegekend aan BVBA Vrije Brugse Radio Omroep, intussen gewijzigd in BV BNL Radio), in te trekken.

De VRM nam zeven beslissingen in acht nieuwe klachtendossiers, die allemaal ontvankelijk werden bevonden. Alle acht klachten betreffen eveneens de erkenning van een andere erkende radio-omroeporganisatie (beslissing 2021/014 - 2021/026 – 2021/027 - 2021/039 – 2021/041 – 2021/042, betreft 2 klachten - 2021/043). De eerste beslissing behandelt de klacht van R.J. tegen VZW Radio Mid West Limburg (beslissing 2021/014). Volgens de klager zou sinds half december 2019 niet continu zijn uitgezonden op één van beide frequenties uit het frequentiepakket (107.6 MHz) en zou sinds april 2020 helemaal niet meer worden uitgezonden op die frequentie. De klager wijst erop dat de radio nochtans reeds 3 jaar over een erkenning beschikt om op beide frequenties uit te zenden. Radio Hasselt 1 ontkent met klem dat er geen uitzendingen zouden geweest zijn sinds begin april 2020 maar erkent wel dat er onderbrekingen zijn geweest ten gevolge van technische problemen. De radio-omroeporganisatie geeft aan intussen uit te zenden. Tijdens een luistercontrole op 5 januari 2021 stelt de onderzoekscel van de VRM vast dat Radio Hasselt 1, in tegenstelling tot een eerdere controle op 15 december 2020, uitzendingen verzorgt op frequentie 107.6 MHz te Kortessem. Radio Hasselt 1 maakt in haar verweer aannemelijk waarom zich onderbrekingen in de uitzendingen hebben voorgedaan die buiten haar wil plaatsvonden. Daardoor kan verklaard worden waarom er op 15 december 2020 geen uitzendingen door de onderzoekscel werden vastgesteld. De VRM kan verder enkel vaststellen dat Radio Hasselt 1 minstens sinds 5 januari 2021 uitzendingen verzorgt op de frequentie 107.6 MHz te Kortessem. De radio-omroeporganisatie zendt dus binnen het haar toegewezen zendgebied uit waardoor haar dan ook geen inbreuk op het Mediadecreet kan worden verweten. De klacht tegen VZW Radio Mid West Limburg wordt bijgevolg ontvankelijk doch ongegrond verklaard. Pagina 20 van 49


Jaarverslag 2021

Een tweede beslissing betreft een eventuele overtreding van het Mediadecreet door radio Ninove door 1 jaar na de erkenning nog steeds niet uit te zenden evenmin aan de destijds ingediende technische offerte te voldoen (beslissing 2021/026). De klager heeft destijds ook gekandideerd voor dit frequentiepakket. Bij een eventuele intrekking van de erkenning ziet de klager een mogelijkheid om zich opnieuw kandidaat te stellen wanneer een nieuwe erkenningsronde voor dit pakket zou worden georganiseerd. De algemene kamer van de VRM behandelt de zaak ter zitting van 8 februari 2021 en stelt daarbij radio Ninove in gebreke wegens het ongebruikt laten van de toegewezen zendmogelijkheden. Radio Ninove krijgt tot 31 maart 2021 de kans om de toestand te regulariseren. Op 23 maart 2021 brengt radio Ninove de VRM op de hoogte van de ingebruikname van haar frequentiepakket. Op 24 maart 2021 stelt de onderzoekscel van de VRM vast dat de uitzendingen van radio Ninove gestart zijn. Bijgevolg beslist de algemene kamer om geen verder gevolg te geven aan de klacht van VZW Radio Pros. Een derde beslissing behandelt een nieuwe klacht van VZW FamilyRadio Vlaanderen en BVBA Ment Media tegen BV BNL Radio (beslissing 2021/027). De klacht heeft betrekking op het ontbreken van uitzendingen in FM op verschillende frequenties en op het ontbreken van uitzendingen in DAB+. Volgens de klagers voldoet BNL bijgevolg niet aan haar decretale uitzendverplichtingen. Ze vragen dan ook de intrekking van de erkenning van BNL. De klagers hebben, zowel alleen als gezamenlijk, op verschillende tijdstippen klachten tegen BNL ingediend. Naar aanleiding van die klachten heeft de VRM de erkenning van BVBA Brugse Vrije Radio (intussen gewijzigd in BV BNL Radio), voor het frequentiepakket netwerkradio-omroeporganisatie 2 – Nederlandstalig en Vlaams profiel, ingetrokken (beslissing 2021/016). Bijgevolg is de voorliggende klacht zonder voorwerp geworden. Een vierde beslissing handelt over een klacht van VZW Radio Uilenspiegel tegen lokale radio-omroeporganisatie VZW Vrije Radio Aarschot (beslissing 2021/039). Ontvankelijkheid van de klacht Overeenkomstig artikel 220, § 1, eerste lid, van het Mediadecreet, en nader uitgewerkt in artikel 12, eerste lid, van het Procedurebesluit, is een klacht bij de VRM slechts ontvankelijk wanneer die wordt ingediend door een belanghebbende. Het gegeven dat VZW Radio Uilenspiegel bij intrekking van de erkenning van VZW Vrije Radio Aarschot een nieuwe kans op een erkenning krijgt, volstaat als belang voor het indienen van een klacht. Beslissing ten gronde Lokale radio-omroeporganisaties moeten zich gedurende de hele duur van de erkenning aan de basisvoorwaarden en het erkenningsdossier houden, tenzij ze – waar toegestaan – via kennisgeving aan de VRM wijzigingen aanbrengen. Wijzigingen mogen er in ieder geval nooit toe leiden dat wordt afgeweken van het profiel waarvoor de lokale radio-omroeporganisatie is erkend (artikel 146, § 2, van het Mediadecreet). Pagina 21 van 49


Jaarverslag 2021

Lokale radio-omroeporganisaties hebben alleszins tot taak, nadat ze hun erkenning hebben ontvangen, om een verscheidenheid van programma’s te brengen en in FM uit te zenden voor het toegewezen verzorgingsgebied, gebruikmakend van de hen toegewezen zendmogelijkheden (artikel 133, § 1 , eerste lid, en artikel 144, eerste lid, van het Mediadecreet). VZW Vrije Radio Aarschot is erkend als lokale radio-omroeporganisatie voor frequentiepakket 92 – Kampenhout [107.0 FM]; Keerbergen [105.2 FM] bij ministerieel besluit van 5 april 2019. Deze erkenning is gebeurd op basis van het kandidaatstellingdossier dat VZW Vrije Radio Aarschot had ingediend na publicatie van de oproep op 13 februari 2018. Sindsdien heeft de VRM geen kennisgevingen of aanvragen ontvangen van VZW Vrije Radio Aarschot dat zij wijzigingen zou willen aanbrengen in de gegevens vermeld in het erkenningsdossier. Dit betekent dat vzw Vrije Radio Aarschot zich dus niet alleen aan de basisvoorwaarden dient te houden, maar ook aan alle andere gegevens uit haar oorspronkelijke erkenningsdossier. In het kader van de voorliggende klacht heeft de onderzoekscel van de VRM op 28 juli en 7 september 2021 controles uitgevoerd met betrekking tot de uitzendingen van VZW Vrije Radio Aarschot. Op 28 juli 2021 stelde de onderzoekscel vast dat er enkel uitzendingen te beluisteren waren op Kalmthout 107.0 FM, en dus niet op Keerbergen 105.2 FM. Wat de inhoud van de uitzendingen betreft, werd vastgesteld dat er geen actieve programmatie te horen was, maar enkel non-stop muziek zonder presentatie. De muziek werd wel onderbroken voor ‘stationcalls’ of voor reclame en om het uur was er ook nieuws te horen op de zender. Op 7 september 2021 stelde de onderzoekscel vast dat de situatie ongewijzigd was. Op 12 april 2021 werd een procedure op tegenspraak van de VRM tegen VZW Vrije Radio Aarschot wegens het niet aanwenden van de zendmogelijkheden stopgezet. Er was immers op 16 februari 2021 vastgesteld dat VZW Vrije Radio Aarschot op de haar toegewezen frequenties uitzond. Uit de latere vaststellingen van de onderzoekscel blijkt dat zij daarna echter te zijn gestopt met het uitzenden te Keerbergen 105.2 FM. De tijdelijke problemen tijdens de zomer, die VZW Vrije Radio Aarschot aanhaalt, blijken zich minstens op 7 september 2021 nog steeds te hebben voorgedaan. Bijgevolg is het onderdeel van de klacht dat VZW Vrije Radio Aarschot geen (correct) gebruik maakt van de toegewezen zendmogelijkheden gegrond. De onderzoekscel heeft daarenboven vastgesteld dat er non-stop muziek wordt gedraaid door VZW Vrije Radio Aarschot. Dit stemt duidelijk niet overeen met de basisvoorwaarden voor erkenning, noch met de inhoud en het profiel uit het erkenningsdossier waarop het erkenningsbesluit is gesteund. De aangekondigde programma’s met lokale binding en de actieve programmatie ontbreken volledig. Dat er om het uur nieuws is te horen op de zender, doet daaraan geen afbreuk. Het onderdeel van de klacht dat VZW Vrije Radio Aarschot volledig is afgeweken van het erkenningsdossier en zich niet houdt aan de beloofde taak, specifiek profiel en het programma-aanbod is dan ook gegrond, met name wat het ontbreken van programma’s met lokale binding of actieve programma betreft. De VRM stelt hiervoor VZW Vrije Radio Aarschot in gebreke, de lokale radio-omroeporganisatie krijgt uiterlijk tot 1 januari 2022 de tijd om zich te conformeren aan de erkenningsvoorwaarden. In een vijfde beslissing spreekt de VRM zich uit over een klacht van VZW Radio Tele Randstad tegen lokale radio-omroeporganisatie vzw Radio Expres (beslissing 2021/041). Volgens de klagende partij leeft vzw Radio Expres haar erkenningsdossier en de daarbij horende erkenning voor frequentiepakket 012 niet na. Pagina 22 van 49


Jaarverslag 2021

Op 26 augustus 2021 heeft de onderzoekscel van de VRM in het kader van de voorliggende klacht een controleverslag voorgelegd met betrekking tot de uitzendingen van vzw Radio Expres op frequentie 105.4 FM te Antwerpen. Volgens de onderzoekscel van de VRM zendt vzw Radio Expres programma’s uit met presentatie, met om het uur een nieuwsbulletin en brengt de radio-omroeporganisatie geregeld lokaal nieuws en aankondigingen. Op 19 oktober 2021 heeft de onderzoekscel van de VRM nog een controleverslag voorgelegd. De onderzoekscel heeft daarbij op 19 oktober 2021 (8u-19u) de uitzendingen beluisterd en ziet daarbij haar bevindingen van de vorige controle bevestigd. Beoordeling ten gronde Lokale radio-omroeporganisaties moeten zich gedurende de hele duur van de erkenning aan de basisvoorwaarden en het erkenningsdossier houden, tenzij ze – waar toegestaan – via kennisgeving aan de VRM wijzigingen aanbrengen. Wijzigingen mogen er in ieder geval nooit toe leiden dat wordt afgeweken van het profiel waarvoor de lokale radio-omroeporganisatie is erkend. VZW Radio Expres is erkend als lokale radio-omroeporganisatie voor frequentiepakket 012 – Antwerpen [105.4 FM] bij ministerieel besluit van 5 april 2019. De erkenning is gebeurd op basis van het kandidaatstellingsdossier dat vzw Radio Expres had ingediend na publicatie van de oproep op 13 februari 2018. Sindsdien heeft de VRM geen kennisgevingen of aanvragen ontvangen van vzw Radio Expres dat zij wijzigingen zou willen aanbrengen in de gegevens zoals vermeld in het erkenningsdossier. Dit betekent dat vzw Radio Expres zich dus niet alleen aan de basisvoorwaarden dient te houden, maar ook aan alle andere gegevens uit haar oorspronkelijke erkenningsdossier. De vaststellingen door de onderzoekscel van de VRM stemmen overeen met de basisvoorwaarden voor erkenning en de inhoud en het profiel uit het erkenningsdossier van vzw Radio Expres waarop het erkenningsbesluit is gesteund. Bijgevolg heeft vzw Radio Expres geen inbreuk op artikel 146, § 2, eerste lid, van het Mediadecreet begaan. Tijdens de hoorzitting geeft VZW Radio Expres toe dat haar studio niet langer gevestigd is op het oorspronkelijke adres en dat zij op zoek is naar een nieuwe geschikte locatie. Deze wijziging betreft geen verboden wijziging aan de basisvoorwaarden van de erkenning. De (locatie van de) radiostudio moet wel worden beschouwd als (informatie over de) technische (zend)infrastructuur in de ruime zin, en vormt dan ook een aanvullend kwalificatiecriterium. Hieraan mogen wijzigingen worden aangebracht, maar de VRM moet ook steeds van deze wijzigingen op de hoogte worden gebracht. VZW Radio Expres heeft echter nagelaten om dit te doen. Voor deze tekortkoming aan haar kennisgevingsplicht wordt VZW Radio Expres gewaarschuwd. De klacht van VZW Radio Tele Randstad tegen vzw Radio Expres wordt door de VRM ontvankelijk maar ongegrond verklaard, behalve wat het onderdeel over de wijziging van de locatie van de studio betreft. Een zesde beslissing handelt over twee klachten van vzw Radio Tele Randstad tegen gcv Oorstrelend beslissing 2021/042). De klachten hebben betrekking op de erkenning van gcv Oorstrelend als lokale radio-omroeporganisatie (roepnaam: Radio 77) voor het frequentiepakket 130 (Sint-Niklaas 102.6 FM). In de eerste klacht geeft de klager aan dat gcv Oorstrelend het erkenningsdossier en de daarbij horende erkenningen voor frequentiepakket 130 niet naleeft. In de tweede klacht geeft de klager aan dat gcv Oorstrelend de uitzendingen volledig gestaakt zou hebben. Op 20 oktober 2021 heeft de onderzoekscel van de VRM een controleverslag voorgelegd met betrekking tot de uitzendingen op Radio 77 op de frequentie 102.6 FM te Sint-Niklaas. Op die datum Pagina 23 van 49


Jaarverslag 2021

konden geen uitzendingen van Radio 77 op de vermelde frequentie worden waargenomen. Ook tijdens eerdere controles (25 augustus, 2, 8, 17 en 28 september en 13 en 20 oktober 2021) konden geen uitzendingen worden waargenomen. De onderzoekscel besluit dan ook dat de zender al minstens twee maanden uit de lucht is. Beoordeling ten gronde Lokale radio-omroeporganisaties moeten zich gedurende de hele duur van de erkenning aan de basisvoorwaarden en het erkenningsdossier houden, tenzij ze – waar toegestaan – via kennisgeving aan de VRM wijzigingen aanbrengen. Wijzigingen mogen er in ieder geval nooit toe leiden dat wordt afgeweken van het profiel waarvoor de lokale radio-omroeporganisatie is erkend. Lokale radio-omroeporganisaties hebben ook tot taak om een verscheidenheid van programma’s te brengen en in FM uit te zenden voor het toegewezen verzorgingsgebied, gebruikmakend van de hen toegewezen zendmogelijkheden. Uit de controles door de onderzoekscel van de VRM blijkt dat er helemaal geen uitzendingen van Radio 77 kunnen worden waargenomen op 102.6 FM in Sint-Niklaas. Op de hoorzitting geeft gcv Oorstrelend toe dat zij sedert het begin van de zomer niet langer uitzending verzorgt op de frequentie 102.6 FM – Sint-Niklaas. De reden hiervoor ligt in een blikseminslag die de zendinstallatie heeft beschadigd. Vooralsnog blijken de financiële middelen te ontbreken om de nodige herstellingen uit te voeren. Gcv Oorstrelend geeft aan tegen 1 januari 2022, of uiterlijk tegen 31 januari 2022 opnieuw te zullen kunnen uitzenden. De klachten van vzw Radio Tele Randstad tegen gcv Oorstrelend zijn bijgevolg ontvankelijk en gegrond, gelet op het niet voldoen aan de uitzendverplichtingen. Het ontbreken van enige vorm van uitzendingen, betekent dat verder onderzoek naar de andere onderdelen van de klachten niet meer vereist is. Artikel 39 van het Procedurebesluit bepaalt dat de VRM de erkenningen van de particuliere radio-omroeporganisaties kan intrekken als de betrokkene zich niet houdt aan de bepalingen van het Mediadecreet, Procedurebesluit of de erkenningsvoorwaarden. Een intrekking wordt altijd voorafgegaan door een ingebrekestelling door de VRM die de omroeporganisatie de kans biedt, ten vroegste binnen de maand, aan alle voorschriften te voldoen. Gcv Oorstrelend krijgt bijgevolg uiterlijk tot 15 januari 2022 de tijd om zich te conformeren aan de regelgeving. Een zevende beslissing betreft een klacht van VZW Tele Randstad tegen lokale radio-omroeporganisatie gcv 107FM (beslissing 2021/043). Volgens de klagende partij leeft gcv 107FM haar erkenningsdossier en de daarbij horende erkenning voor frequentiepakket 014 niet na. Op 5 oktober 2021 heeft de onderzoekscel van de VRM in het kader van de voorliggende klacht een controleverslag voorgelegd met betrekking tot de uitzendingen van FG-Xtra op de frequentie 107.0 FM (Antwerpen). De onderzoekscel van de VRM heeft op 5 oktober 2021 (9u-15u, 18u-19u30 en 22u-23u30) de uitzendingen beluisterd. De vaststellingen van de onderzoekscel komen overeen met deze op andere momenten waarop de zender werd beluisterd, namelijk: 31 augustus (voormiddag) + 23 september (voormiddag) + 28 september (namiddag) + 6 oktober (avond). Volgens de onderzoekscel van de VRM staan de vaststellingen haaks op de oorspronkelijke programmatie zoals deze voorgesteld werd in de aanvraag, waarin wordt verwezen naar jongerenprogramma’s, redactionele programma’s met cultuur, lokale info en sport, muziekprogramma’s en hitlijsten en live-uitzendingen. Beoordeling ten gronde Pagina 24 van 49


Jaarverslag 2021

Lokale radio-omroeporganisaties moeten zich gedurende de hele duur van de erkenning aan de basisvoorwaarden en het erkenningsdossier houden, tenzij ze – waar toegestaan – via kennisgeving aan de VRM wijzigingen aanbrengen. Wijzigingen mogen er in ieder geval nooit toe leiden dat wordt afgeweken van het profiel waarvoor de lokale radio-omroeporganisatie is erkend. Gcv 107FM is erkend als lokale radio-omroeporganisatie voor frequentiepakket 014 – Antwerpen [107.0 FM] bij ministerieel besluit van 5 april 2019. Deze erkenning is gebeurd op basis van het kandidaatstellingsdossier dat gcv 107FM had ingediend na publicatie van de oproep op 13 februari 2018. Sindsdien heeft de VRM, hoewel gcv 107FM het tegendeel beweert, geen kennisgevingen of aanvragen ontvangen dat zij wijzigingen zou willen aanbrengen in de gegevens vermeld in het erkenningsdossier. Dit betekent dat gcv 107FM zich dus niet alleen aan de basisvoorwaarden dient te houden, maar ook aan alle andere gegevens uit haar oorspronkelijke erkenningsdossier. De onderzoekscel van de VRM heeft naar aanleiding van de klacht vastgesteld dat FG-Xtra overdag enkel muziek uitzendt, zonder nieuwsblokken en presentatie. Dit wordt ook toegegeven door gcv 107FM. Dergelijke uitzendingen stemmen duidelijk niet overeen met de basisvoorwaarden voor erkenning, noch met de inhoud en het profiel uit het erkenningsdossier van gcv 107FM waarop het erkenningsbesluit is gesteund. Hieruit volgt dat gcv 107FM inbreuken heeft begaan op artikel 146, § 2, van het Mediadecreet. Artikel 39 van het Procedurebesluit bepaalt dat de VRM de erkenningen van de particuliere radio-omroeporganisaties kan intrekken als de betrokkene zich niet houdt aan de bepalingen van het Mediadecreet, Procedurebesluit of de erkenningsvoorwaarden. Een intrekking wordt altijd voorafgegaan door een ingebrekestelling door de VRM die de omroeporganisatie de kans biedt, ten vroegste binnen de maand, aan alle voorschriften te voldoen. De VRM besluit dat de klacht van VZW Radio Tele Randstad tegen gcv 107FM ontvankelijk en gegrond is. Gcv 107FM krijgt uiterlijk tot 15 januari 2022 de tijd om zich te conformeren aan de regelgeving.

Van de overige zestien beslissingen zijn er vijftien genomen na het ambtshalve opstarten van een procedure. Elf beslissingen zijn genomen in het kader van de controle op het ongebruikt laten van de toegewezen zendmogelijkheden na het verkrijgen van een erkenning. Zeven procedures werden stopgezet omdat de betrokken radio’s alsnog zijn beginnen uitzenden (beslissing 2021/011 – 2021/012 – 2021/015 – 2021/024 – 2021/025 – 2021/029 - 2021/030). Drie procedures leidden wel degelijk tot een intrekking van de erkenning (beslissing 2021/013 – beslissing 2021/037 - 2021/044 2021/045). In het eerste dossier wenste de betrokken lokale radio-omroeporganisatie zelf geen aanspraak meer te maken op het haar toegewezen frequentiepakket (beslissing 2021/013) en in het derde dossier gebeurde de intrekking na 2 beslissingen (beslissing 2021/037 en 2021/045). Een twaalfde beslissing sanctioneert een lokale radio die met een te hoog vermogen uitzond (beslissing 2021/010). In een dertiende beslissing heeft de VRM een netwerkradio-omroeporganisatie gesanctioneerd wegens het niet naleven van het erkenningsdossier. De omroeporganisatie kreeg een administratieve geldboete en een ingebrekestelling met de verplichting zich tegen een bepaalde datum te conformeren (beslissing 2021/036). In een veertiende beslissing werd een lokale radio-omroeporganisatie met een administratieve Pagina 25 van 49


Jaarverslag 2021

geldboete gesanctioneerd wegens het ontbreken van een geldige maatschappelijke zetel (beslissing 2021/038). Een laatste ambtshalve genomen (vijftiende) beslissing betreft de intrekking van de erkenning van een lokale radio-omroeporganisatie die had meegedeeld de uitzendingen stop te zetten (beslissing 2021/047). De resterende beslissing is genomen in het kader van de aanvraag van dertien tijdelijke zendvergunningen die werd geweigerd omdat dergelijke tijdelijke zendvergunningen niet voor onbepaalde duur of onbeperkt in de tijd kunnen worden aangevraagd en verleend (beslissing 2021/040).

In het kader van de stimuleringsregeling voor investeringsverplichting in de audiovisuele sector nam de VRM in 2021 zeven beslissingen. In het kader van de stimuleringsregeling voor de audiovisuele sector verplicht artikel 184/1 van het Mediadecreet dienstenverdelers deel te nemen aan de productie voor audiovisuele diensten. De coproductieprojecten worden voor beoordeling van de ontvankelijkheid en de erkenning aan de VRM voorgelegd. In 2021 heeft de VRM de zes ingediende producties als coproductieproject erkend (beslissing 2021/017 –2021/018 – 2021/019 - 2021/020 – 2021/021 – 2021/022). Sinds 2019 worden ook de particuliere niet-lineaire televisie-omroeporganisaties aan een stimuleringsregeling voor de audiovisuele sector onderworpen. Deze verplichting tot deelname aan de stimulering van de productie van Vlaamse audiovisuele werken is ook van toepassing op niet-lineaire televisie-omroeporganisaties die gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie en een aanbod hebben van niet-lineaire televisiediensten gericht op het Nederlandstalig grondgebied [33]. In het kader van deze regelgeving erkende de VRM bij beslissing 2021/023 één coproductieproject.

Tot slot behandelt één beslissing van 2021 een in 2019 ontvangen klacht van Broadcast Technology & Development (B.T.D.) B.V. (intussen gewijzigd in On Tower Netherlands 6 BV) tegen Norkring België NV. De klacht had betrekking op de niet-naleving van artikel 28 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunningen (hierna: het Procedurebesluit) door het niet (tijdig) in gebruik nemen voor digitale televisie-uitzendingen van pakket 7 (bestaande uit kanaal 10) dat deel is van de licentie voor het aanbieden van een televisieomroepnetwerk door de VRM toegekend aan Norkring bij beslissing 2009/051. Bij beslissing 2019/015 stelt de VRM vast dat de licentie voor wat betreft frequentiekanaal 10, niet in gebruik is genomen en dat er reeds meer dan twee jaar verstreken is na het verwerven van de licentie. Een intrekking van de licentie is overeenkomstig artikel 28 van het Procedurebesluit slechts mogelijk na herhaaldelijke schendingen van het Mediadecreet of het Procedurebesluit, wat in deze zaak niet het geval is. Overeenkomstig datzelfde artikel kon de VRM de licentiehouder wel in gebreke stellen voor wat betreft het gebruik van frequentiekanaal 10 van de licentie, waarbij hij tijd kreeg om de toestand uiterlijk op 30 september 2019 te hebben geregulariseerd door aan alle voorschriften te voldoen. Na het verstrijken van die termijn heeft de VRM in beslissing 2019/043 opnieuw vastgesteld dat de licentie niet in gebruik is genomen door via één zendlocatie met een maximaal zendbereik van zestig kilometer uit te zenden. Dit terwijl er reeds meer dan twee jaar verstreken is na het verwerven van de licentie. Norkring werd opnieuw in gebreke gesteld en diende de toestand uiterlijk op 31 juli Pagina 26 van 49


Jaarverslag 2021

2020 geregulariseerd te hebben door aan alle voorschriften te voldoen. Na het verstrijken van die laatst genoemde termijn stelt de VRM begin 2021 vast dat de licentie nog steeds niet in gebruik is genomen voor wat betreft frequentiekanaal 10 met als theoretisch beoogd gebied het Nederlandse taalgebied en het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, door via één zendlocatie met een zendbereik van maximaal zestig kilometer uit te zenden, terwijl er reeds meer dan twee jaar verstreken is na het verwerven van de licentie. De VRM stelt vast dat de feitelijke situatie dezelfde is gebleven als op het ogenblik dat de beslissing 2019/043 werd genomen. Norkring heeft aldus geen enkele actie ondernomen om iets te wijzigen aan de situatie sinds de ingebrekestelling bij beslissing 2019/043. Aangezien Norkring zelf aanvoert geen business-case meer te hebben voor frequentiekanaal 10 en geen verdere acties meer te ondernemen acht de VRM een nieuwe regularisatietermijn niet meer nuttig en heeft de licentie voor wat betreft dat kanaal 10 ingetrokken (beslissing 2021/001). [33] Zie hieromtrent onder meer artikel 157, §§ 2 en 4, van het Mediadecreet en het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2019 betreffende de deelname van de particuliere niet-lineaire televisieomroeporganisaties aan de productie van Vlaamse audiovisuele werken, bekrachtigd bij decreet van 26 april 2019, (hierna : het Uitvoeringsbesluit).

3.1.2. In 2021 hebben veertien beslissingen van de VRM betrekking op commerciële communicatie. De sancties waarmee de inbreuken daarbij gesanctioneerd worden, variëren van een waarschuwing tot administratieve geldboetes. In 2021 zijn twee klachten ingediend die commerciële communicatie als voorwerp hadden (beslissing 2021/028 – 2021/033). Beide klachten zijn ongegrond verklaard. In beslissing 2021/028 behandelt de VRM een gezamenlijke klacht van BWIN en Ladbrokes tegen NV SBS Belgium. De klacht heeft betrekking op de reclameblokken bij het programma ‘Sports Late Night’, uitgezonden op zaterdag- en zondagavond 30 en 31 januari 2021 op ‘Play4’. Volgens de klagende partijen werden op beide dagen zowel voor, tijdens als na het programma twee reclamespots voor aanbieders van sportweddenschappen uitgezonden in één reclameblok. Het zou hierbij gaan om een ‘gewone’ reclamespot en, op het einde een korte reclamespot voor een andere aanbieder van online sportweddenschappen, maar dit slechts voor enkele seconden. Volgens de klagende partijen wordt deze laatste reclamespot voorafgegaan door een reclamemededeling over het TV-kanaal, maar is de spot toch een integraal onderdeel van het volledige reclameblok. Dit is volgens hen in strijd met het artikel 3, §1, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2018 betreffende de voorwaarden voor het uitbaten van kansspelen en weddenschappen via informatiemaatschappij-instrumenten (het koninklijk besluit van 25 oktober 2018). De klagende partijen zijn van oordeel dat er minstens ook een schending was van artikel 79 van het Mediadecreet, aangezien het reclameblok niet afdoende werd onderbroken of afgescheiden. Beoordeling door de VRM: bevoegdheid van de algemene kamer Artikel 52 van het Mediadecreet bepaalt dat “de aanbieders van omroepdiensten […] geen commerciële communicatie en boodschappen van algemeen nut [mogen] uitzenden die in strijd zijn met wettelijke bepalingen”. De bepalingen uit het koninklijk besluit van 25 oktober 2018 met betrekking tot het uitzenden van commerciële communicatie worden op die manier uitdrukkelijk van toepassing gemaakt op aanbieders van omroepdiensten. Beoordeling door de VRM: ontvankelijkheid van de klacht Om ontvankelijk te zijn dient een klacht bij de algemene kamer van de VRM te voldoen aan de

Pagina 27 van 49


Jaarverslag 2021

ontvankelijkheidsvoorwaarden opgesomd in artikel 220, § 1, van het Mediadecreet, en nader uitgewerkt in artikel 12, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media. Bij klachten met betrekking tot de bepalingen over commerciële communicatie is niet vereist om blijk te geven van een benadeling of belang. Dergelijke klachten kunnen dan ook worden ingediend “door elke natuurlijke persoon of rechtspersoon.” De voorliggende klacht is bijgevolg ontvankelijk. Beoordeling door de VRM: ten gronde Op basis van de beelden kan duidelijk worden vastgesteld dat de spot voor ‘BWIN’ een reclamespot betreft. Dit wordt door nv SBS Belgium ook niet betwist. Het gaat onmiskenbaar om een spot met een verkoopsbevorderende boodschap die rechtstreeks aanspoort tot consumptie. Wat de kwalificatie van de spot voor ‘UNIBET’ betreft, kan op basis van de beelden worden vastgesteld dat deze spot, in tegenstelling tot wat de klagende partijen aanvoeren, geen reclame in de zin van het Mediadecreet betreft en het dus wel degelijk gaat om een sponsorvermelding. Bijgevolg zijn er dan ook geen twee reclamespots voor aanbieders van sportweddenschappen uitgezonden maar wel een reclamespot en een sponsorvermelding. Er is dus geen inbreuk op artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2018. Deze bepaling verbiedt namelijk niet uitdrukkelijk dat een reclamespot voor een aanbieder van online sportweddenschappen wordt gevolgd door een sponsorvermelding voor een aanbieder van online sportweddenschappen. Waar de klagende partijen nog aanvoeren dat er minstens een schending zou zijn van artikel 79 van het Mediadecreet, blijkt uit de beelden dat bij de reclameblokken gebruik werd gemaakt van beginen eindbumpers, dit in overeenstemming met het standpunt van de VRM van 23 februari 2015. Hierdoor is het scheidingsprincipe tussen reclame en redactionele inhoud gerespecteerd. De klacht is bijgevolg ongegrond. In beslissing 2021/033 buigt de VRM zich over een klacht volgens dewelke de VRT een reclamespot op televisie zou hebben uitgezonden. Volgens de klager zou er op 23 mei 2021 voor en na het programma "Great American Railroad Journeys" een "(weliswaar zeer korte)" reclamespot zijn uitgezonden. Artikel 50, eerste lid, van het Mediadecreet bepaalt dat het de omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap verboden is om reclame te brengen, met uitzondering van radiocreclame en van reclame die gericht is op zelfpromotie. De VRM oordeelt dat de betrokken spot volgens het Mediadecreet geen reclamespot is, maar een sponsorboodschap. Deze voldoet aan de decretale voorwaarden. Bijgevolg wordt de klacht tegen de VRT ongegrond verklaard. De overige twaalf beslissingen zijn het resultaat van ambtshalve procedures op tegenspraak. Net zoals de voorgaande jaren heeft de VRM in 2021 geen beslissingen genomen over alleenstaande reclameboodschappen. Er waren evenmin beslissingen over beïnvloeding en aantasting van de verantwoordelijkheid en de redactionele onafhankelijkheid van een omroeporganisatie door een programmasponsor of overtreding van de vijfminutenregel voor sponsoring rond kinderprogramma’s of de sponsoring van een kinderprogramma door een verboden sponsor.

Pagina 28 van 49


Jaarverslag 2021

De VRM is ook niet sanctionerend moeten optreden tegen het ontbreken van een gestileerde afbeelding van een tandenborstel bij het uitzenden van commerciële communicatie over suikerhoudend snoepgoed. Het afgelopen jaar heeft de VRM opnieuw één keer een overschrijding van het toegelaten percentage zendtijd besteed aan televisiereclame- en telewinkelspots vastgesteld (beslissing 2021/007). Er werd ook één keer een overschrijding van de maximale duur van één en/of meer sponsorvermeldingen gesanctioneerd (beslissing 2021/006). Ook in 2021 hoefde slechts één keer sanctionerend te worden opgetreden tegen een inbreuk op de verplichting tot herkenbaarheid van reclame. De VRM stelt vast dat op het einde van elke onderbreking een bumper of afscheiding tussen de publi-reportage en het programma ontbreekt (beslissing 2021/008). Het ontbreken van het logo voor sponsoridentificatie werd in 2021 drie keer gesanctioneerd met een waarschuwing (2021/009 – 2021/032 – 2021/046). Verder kunnen de beslissingen in volgorde van grootte in twee groepen worden onderverdeeld : de regels in verband met productplaatsing (beslissing 2021/002 – 2021/003 - 2021/004 - 2021/008 – 2021/009 – 2021/034 - 2021/035) en sponsorvermeldingen die aanzetten tot consumptie (beslissing 2021/002 - 2021/005 - 2021/032)

3.1.3. Productplaatsing Bij productplaatsing geven het ontbreken van het PP-logo (2021/003 – 2021/004 – 2021/009 – 2021/035), overmatige aandacht (beslissing 2021/002 – 2021/008 – 2021/034 - 2021/035) en het rechtstreeks aansporen tot aankoop of huur van goederen en diensten, in het bijzonder door die producten of diensten specifiek aan te prijzen (beslissing 2021/002 – 2021/008 - 2021/035) allemaal ongeveer evenveel aanleiding tot een beslissing omtrent productplaatsing. In 2021 heeft slechts één van de vier beslissingen inzake overmatige aandacht betrekking op een grote (commerciële) televisieomroeporganisatie die gesanctioneerd werd met een administratieve geldboete van 20.000 euro (beslissing 2021/034). In beslissing 2021/034 controleerde de VRM de uitzending van het programma ‘The Voice van Vlaanderen’ (VTM - 28 mei 2021). Het programma bevat productplaatsing. De omroeporganisatie toont dan ook het PP-logo bij het begin, na de onderbrekingen en aan het einde van de uitzending. Het Mediadecreet laat productplaatsing toe. Programma’s met productplaatsing moeten wel voldoen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 100, § 1, van het Mediadecreet. Zo wordt onder meer bepaald dat in programma’s die productplaatsing bevatten, de producten of diensten in kwestie geen overmatige aandacht mogen krijgen. Uit de beelden van de desbetreffende uitzending blijkt tijdens de gesprekken in de backstageruimte de veelvuldige, opvallende visuele aandacht voor de benamingen van merken en logo’s. Zowel een merk van frisdrank, een elektrohandel, een kledingzaak als huishoudapparaten komen daarbij in beeld. Dit gebeurt aan de hand van onder andere een lichtreclame, een grote koelbox, een desk voor de presentator met bijbehorende frisdrank, … De VRM meent dat hierdoor sprake is van overmatige aandacht.

Pagina 29 van 49


Jaarverslag 2021

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het gegeven dat inbreuken op de voorwaarden m.b.t. productplaatsing, ernstige inbreuken zijn. Bovendien heeft de omroeporganisatie bij een eerdere vergelijkbare inbreuk reeds een administratieve geldboete van 15.000 euro opgelegd gekregen. Gelet op de aard van de inbreuk en de eerdere beslissing van de VRM, wordt nu een administratieve geldboete van 20.000 euro opgelegd. Hier kan worden opgemerkt dat het bedrag van de opgelegde administratieve geldboetes niet toekomt aan de werkingsmiddelen van de Vlaamse Regulator voor de Media, maar wordt toegevoegd aan de algemene inkomsten van de Vlaamse overheid. In beslissing 2021/035 besluit de VRM dan weer dat er geen sprake is van overmatige aandacht of rechtstreeks aansporen tot aankopen of huren. De VRM stelt wel het ontbreken van een PP-logo in een ander programma vast en sanctioneert die inbreuk met een administratieve geldboete van 500 euro omdat de omroeporganisatie al een waarschuwing had gekregen voor gelijkaardige inbreuken. Naar aanleiding van deze beslissing controleerde VRM de uitzendingen van de particuliere regionale televisieomroeporganisaties (2 mei 2021, 17u-20u), waaronder TV Limburg (vzw Tele-Visie-Limburg). Programma ‘Het blijft in de familie’ Tijdens de onderzochte periode wordt het programma ‘Het blijft in de familie’ uitgezonden. In de uitzending in kwestie wordt een Limburgs familiebouwbedrijf in de kijker gezet. Het programma duurt iets meer dan 15 minuten. Op een kort item na (duurtijd ongeveer 2 minuten), gaat het gehele programma over het familiebouwbedrijf. De zaakvoerster krijgt daarbij de mogelijkheid om de specialisatie van het bedrijf voor te stellen en uit te leggen waarin het bouwbedrijf zich onderscheidt van andere bedrijven. Volgens de onderzoekscel van de VRM zou het programma door de verwevenheid van redactionele inhoud en commerciële communicatie als geheel enkel onder de vorm van een publi-reportage kunnen worden uitgezonden. Na het herbekijken van de beelden en rekening houdend met het verweer van de betrokken omroeporganisatie, oordeelt de algemene kamer van de VRM dat herhaalde overmatige aanprijzingen in de betrokken reportage ontbreken. De algemene kamer acht het dan ook onvoldoende bewezen dat de omroeporganisatie enige betaling voor de reportage heeft ontvangen. Bijgevolg wordt geen inbreuk vastgesteld. Programma ‘Score’ In het programma ‘Score’ staat de sportactualiteit uit de regio centraal. Telkens de presentator in beeld komt, komt ook centraal op het scherm een flesje frisdrank in beeld. Het gaat volgens de onderzoekscel duidelijk om de plaatsing (centraal op de presenteerdesk) van een product in een programma, in de meest letterlijke zin van het woord. De aanwezigheid van productplaatsing in het programma wordt echter niet op de voorgeschreven manier aangegeven. Noch aan het begin, noch aan het einde van de uitzending wordt een PP-logo getoond. Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM er rekening mee dat TV Limburg reeds bij een eerdere beslissing een waarschuwing heeft gekregen voor gelijkaardige inbreuken. De VRM legt TV Limburg nu een administratieve geldboete van 500 euro op.

Pagina 30 van 49


Jaarverslag 2021

3.1.4. Sponsorvermeldingen In 2021 handelen toch nog steeds drie beslissingen over sponsorvermeldingen die niet beantwoorden aan de definitie van sponsoring omdat in de vermelding werd aangezet tot consumptie (zie hoger punt 3.1.2.). In alle gevallen oordeelde de VRM dat er sprake was van een inbreuk op het Mediadecreet. In twee zaken werd een administratieve geldboete opgelegd (2021/002 – 2021/005) en in één zaak een waarschuwing (2021/032).

3.1.5. Herkenbaarheid van commerciële communicatie De VRM blijft hier aandacht voor hebben, of het nu gaat om reclame/publireportage (beslissing 2021/008 – 2021/028) of sponsoridentificatie (beslissing 2021/009 – 2021/032 – 2021/046) of PP-logo (2021/003 – 2021/004 – 2021/009 – 2021/035). Het gegeven dat er bij de kijkers/luisteraars verwarring kan ontstaan tussen commerciële communicatie en redactionele inhoud, is daarbij de voornaamste bezorgdheid. In beslissing 2021/028 komt de VRM tot het besluit dat de omroeporganisatie het scheidingsprincipe tussen reclame en redactionele inhoud wel degelijk gerespecteerd had.

3.2. Overzicht van de beslissingen Opgelegde sancties televisie: Naam één Kanaal Z Plattelands TV Play Sports Open ROB TV TV Limburg TV Oost VIJF VTM Totaal

Aantal waarschuwingen 2 1 1 1 1 6

Geldboete (euro) 2.500 1.000 500 3.000 35.000 42.000

Opgelegde sancties radio: Naam BV BNL Radio GCV EKW Media Stadsradio Vlaanderen VZW Planet Rock VZW Radio Expres VZW Speedy VZW Totaal Radio

Aantal waarschuwingen 1 -

Geldboete (euro) 2.000 2.000 -

Intrekking erkenning 1 1 1 1 1

Pagina 31 van 49


Jaarverslag 2021

VZW Vrije Lokale Radio Canteclaer Deinze Totaal

-

750

-

1

4.750

5

De algemene kamer van de VRM kende ook in een aantal radioprocedures een regularisatieperiode toe. Voorts was er ook de intrekking van de licentie (Nokring België NV) voor het aanbieden van een televisieomroepnetwerk, voor wat betreft pakket 7 / frequentiekanaal 10.

Pagina 32 van 49


Jaarverslag 2021

4. Beslissingen van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen

4.1. Beslissing 2021-031: Klacht tegen VRT onontvankelijk (uitzenden persconferentie El Kaouakibi) De VRM ontving een klacht tegen NV Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie (VRT). De klacht heeft betrekking op de “live-uitzending op […] VRTNWS van de juridische verdediging van Sihame El Kaouakibi in een gerechtelijk geschil”, op 22 februari 2021 omstreeks 13u30. Volgens de klager schond VRT door deze uitzending haar plicht tot onpartijdige berichtgeving en vertoonde zij een gebrek aan redactionele onafhankelijkheid, met name omdat de uitzending stopte toen de vragenronde begon. Als volksvertegenwoordiger voor de politieke fractie Vlaams Belang stelt de klager vast dat “een dergelijk forum [zijn] politieke fractie nooit wordt gegund.” Volgens de klager blijkt deze ongelijke behandeling ook uit een recente studie van de Universiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel. Beoordeling door de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen Klachten die bij de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen worden ingediend zijn slechts ontvankelijk indien ze voldoen aan de voorwaarden, voorgeschreven in artikel 220, § 2, van het Mediadecreet, en nader uitgewerkt in artikel 12, eerste lid, van het Procedurebesluit. De klager dient blijkt te geven van een benadeling of belang, wat wil zeggen dat hij niet louter kan optreden in het algemeen belang. Hij moet aantonen over een persoonlijk, specifieker dan het algemeen belang of het belang van elke kijker of burger, te beschikken bij de aangeklaagde schending van de decretale bepalingen waarop deze kamer toezicht houdt. Bovendien dient de benadeling of het belang een actueel en niet louter een hypothetisch karakter te hebben. Als een klacht niet in eigen naam wordt ingediend, dient de klager daarenboven over de hoedanigheid en bevoegdheid te beschikken om de andere persoon of entiteit te vertegenwoordigen. Ook politieke partijen kunnen op die manier klachten indienen bij deze kamer, maar dit dient bijgevolg steeds te gebeuren door een door de leden gemachtigd persoon (doorgaans de partijvoorzitter). Voor zover de klager daadwerkelijk ook in naam van zijn partij klacht zou hebben willen indienen, geeft hij in ieder geval niet aan gemachtigd te zijn om namens Vlaams Belang klacht in te dienen. Zijn klacht wordt dan ook beschouwd als een klacht die louter in eigen naam is ingediend. Hij kan weliswaar als politiek mandataris, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Vlaams Belang, in eigen naam over een belang beschikken bij de wijze waarop over zijn partij in de media wordt bericht. Wat in de eerste plaats het onderdeel van de klacht betreft over de vermeende partijdigheid en de eenzijdigheid van de gewraakte uitzending, blijkt uit de beelden dat er geen politieke of ideologische strekkingen in aan bod komen, zoals bedoeld in artikel 39, tweede lid, van het Mediadecreet. Noch K.S., noch het Vlaams Belang vormen op enige wijze het onderwerp van de uitzending en zij kunnen er, zoals de klager bevestigt, geenszins rechtstreeks mee in verband worden gebracht. De klager kan op basis van de inhoud van de uitzending dan ook niet het vereiste belang laten gelden. K.S. beschikt in deze, weze het in persoonlijke naam dan wel in zijn hoedanigheid van Vlaams volksvertegenwoordiger zetelend in de Commissie Media niet over een voldoende

Pagina 33 van 49


Jaarverslag 2021

geïndividualiseerd belang dat specifieker is dan het belang dat elke kijker of burger kan inroepen ten opzichte van de onpartijdigheidsverplichtingen die gelden voor VRT. De klager beschikt bijgevolg niet over een persoonlijk belang, noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks via zijn partij, bij de grief dat niet enkel de inhoud maar ook de keuze van VRT om de persontmoeting te streamen gebaseerd was op partijdige motieven. In een tweede onderdeel van de klacht voert de klager aan dat zijn politieke partij systematisch wordt gediscrimineerd door VRT, hetgeen ook zou blijken uit academisch onderzoek. K.S. toont geen actuele benadeling of belang aan en beroept zich veeleer op een hypothetisch belang. Dergelijk belang volstaat niet om een ontvankelijke klacht tegen een bepaalde uitzending in te dienen voor deze kamer. Dit geldt ook voor het argument dat de politieke hoedanigheid van mevr. El Kaouakibi doorslaggevend zou zijn geweest bij de bepaling van de nieuwswaardigheid van de persontmoeting en de uitzending niet zou hebben plaatsgevonden indien mevr. El Kaouakibi geen politica was geweest. Dit betreft een hypothetische situatie die niet volstaat voor het aantonen van een actueel belang, nodig voor het indienen van een klacht bij deze Kamer. Waar de klager stelt dat “een dergelijk forum zijn politieke fractie nooit wordt gegund, laat staan dat dit het geval zou zijn in situaties waarin iemand van zijn fractie in een gerechtelijk geschil zou zitten” beroept hij zich eveneens op een hypothetisch belang. Aangezien de klager niet over het decretaal vereiste belang beschikt om de persconferentie, uitgezonden op 22 februari 2021 op vrtnws.be, voor deze Kamer aan te klagen op basis van artikel 39 van het Mediadecreet, kan deze uitzending ook niet worden aangegrepen als een zogenaamde voorbeeldcasus om vermeende systematische discriminatie van Vlaams Belang door VRT aan te klagen, zoals de klager aangeeft te willen doen. De klager duidt immers geen andere concrete uitzendingen aan die op zichzelf als voorwerp van de klacht zouden kunnen worden beschouwd of als vergelijkingspunten uit het ruimere programma-aanbod zouden kunnen worden gebruikt door deze kamer voor de beoordeling van mogelijke discriminatie. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen is bijgevolg van oordeel dat de klager niet beschikt over het rechtens vereiste belang of enige benadeling bij de ingediende klacht. Bijgevolg wordt de klacht onontvankelijk verklaard.

Pagina 34 van 49


Jaarverslag 2021

5. Economische analyse van de sector

5.1. Mediaconcentratie 5.1.1. Wettelijk kader De toezichthouder heeft in het Mediadecreet de opdracht gekregen om concentraties in de audiovisuele en geschreven media in kaart te brengen. Verschuivingen en evoluties binnen de Vlaamse mediasector moeten worden geregistreerd en gesignaleerd. Eigendomsstructuren en marktaandelen van de verschillende mediaspelers vormen daarbij het uitgangspunt voor verdere analyse.

5.1.2. Werkwijze Informatieverzameling In het kader van deze opdracht werd in 2007 een instrumentarium uitgewerkt voor het systematisch verzamelen van relevante data. In eerste instantie werd getracht alle bedrijven te identificeren die instaan voor of verbonden zijn met het Vlaamse media-aanbod. Vertrekkende vanuit de erkende televisie- en radio-omroepen werd de lijst van mediaondernemingen aangevuld met andere bedrijven zoals krantengroepen, distributeurs, telecomoperatoren en reclameregies. Dankzij een samenwerking met de Vlaamse coördinatiecel e-government kunnen de financiële gegevens van de betrokken ondernemingen uit de Verrijkte Kruispuntenbank voor Ondernemingen overgenomen worden. Mediadatabank Al deze gegevens werden gestructureerd en in een eigen databank gegoten die het uitgangspunt vormt voor verder onderzoek naar mediaconcentratie in Vlaanderen. De “mediadatabank” is een relationele databank opgebouwd rond het unieke KBO-nummer. De databank stelt de toezichthouder in staat om op regelmatige en gestructureerde wijze relevante rapporten op te stellen. Ondertussen is het bestand gestoffeerd met gegevens die tot ten vroegste 2003 teruggaan in de tijd. Omwille van een nieuw aspect van de rapportering, namelijk de cumulatie van mandaten, werd deze databank in 2016 uitgebreid. Rapportering 2021 Sinds eind 2008 publiceert de VRM jaarlijks een rapport over mediaconcentratie in Vlaanderen. Op 1 december 2021 werd het rapport “Mediaconcentratie in Vlaanderen 2021” gepubliceerd. Om evoluties in de tijd mogelijk te maken, bleef de basisstructuur van het rapport grotendeels gelijk aan die van de vorige versies. In een eerste hoofdstuk wordt de Vlaamse mediasector afgebakend. De waardeketens van radio, televisie, internet en geschreven pers worden uitgetekend en er wordt nagegaan welke spelers aanwezig zijn in alle schakels van de keten. Dit geeft reeds een eerste indicatie van de horizontale concentratie. Nieuw in het rapport 2021 is de vermelding van Vlaamse content creators (op basis van informatie verzameld door de social media watchers van de VRM). In hoofdstuk 2 wordt nagegaan hoe de in hoofdstuk 1 beschreven spelers zich tot elkaar verhouden en kunnen gerekend worden tot een bepaalde mediagroep.

Pagina 35 van 49


Jaarverslag 2021

In een derde hoofdstuk wordt meer cijfermateriaal gegeven en worden de verschillende vormen van mediaconcentratie aan de hand van een aantal indicatoren gekwantificeerd. In een vierde hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van bestaande en mogelijke nieuwe wettelijke initiatieven rond de bevordering van diversiteit en pluriformiteit in de media. Sommige daarvan worden als beleidsaanbeveling extra onderlijnd. Actuele feiten en toelichting bij deelaspecten van bepaalde mediasegmenten worden vermeld in de vorm van infofragmenten. Zo wordt het mogelijk om aandacht te schenken aan specifieke gebeurtenissen die zich voordeden sinds de publicatie van het vorige rapport, zonder de algemene structuur van het rapport uit balans te trekken. De tastbare gevolgen van de coronacrisis, die in het rapport 2020 reeds waren vermeld, werden aan de hand van de in 2021 gepubliceerde financiële resultaten gekwantificeerd.

5.2. Marktanalyse 5.2.1. Algemeen kader Het Europees regelgevend kader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten geeft de nationale regelgevende instanties (NRI’s) een aantal opdrachten, onder meer met betrekking tot het aflijnen van de relevante markten, het analyseren van deze relevante markten, en het opleggen (waar passend) van verplichtingen, met name inzake toegang en interconnectie, aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een aantal deelmarkten binnen de telecomsector. Als gevolg van de federale staatsstructuur en de organisatie van de bevoegdheidsverdeling zijn er in België meerdere NRI’s actief. Van het Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie (BIPT), de Vlaamse Regulator voor de Media, de Conseil Supérieur de l’Audiovisuel (CSA) van de Franse Gemeenschap en de Medienrat van de Duitstalige Gemeenschap wordt verwacht dat zij deze markten analyseren. Op basis van rechtspraak van het Grondwettelijk Hof (met name het arrest nr. 128/2005 van 13 juli 2005, BS 5 augustus 2005) dienen de NRI’s in België hiervoor samen te werken. Het samenwerkingsakkoord van 17 november 2006, is in werking getreden na de publicatie van de instemming door het federale Parlement, het Vlaams Parlement en de parlementen van de Duitstalige en de Franse Gemeenschap op respectievelijk 28 december 2006, 2 juli 2007, 6 augustus 2007 en 19 september 2007. Het samenwerkingsakkoord voorziet in de oprichting van een Conferentie voor Regulatoren voor de Elektronische Communicatiediensten (CRC).

5.2.2. Historiek en nieuwe marktanalyse Marktanalyse 2011 Op 1 juli 2011 heeft de CRC o.a. een eerste beslissing genomen over de analyse van de markt voor televisieomroep in het Nederlandse taalgebied, op basis van de ontwerpbeslissing van de VRM. In die beslissing werden een aantal verplichtingen opgelegd aan de operatoren met een sterke machtspositie: Telenet, Tecteo en Numericable. Op 3 september 2013 heeft de CRC aansluitend bij het besluit van 1 juli 2011 beslissingen aangenomen betreffende de kwalitatieve aspecten van de referentieaanbiedingen van Brutélé, Coditel (Numericable), Tecteo en Telenet, en op 11 december 2013 heeft de CRC beslissingen aangenomen die de tarieven vastleggen die de operatoren mochten aanrekenen aan de operatoren

Pagina 36 van 49


Jaarverslag 2021

die via de kabel televisie- en breedbanddiensten willen verstrekken. In maart 2016 ging Orange (vroegere Mobistar) van start met een commercieel aanbod op basis van de regulering. De voormelde tariefbeslissing van 2013, in het kader van de implementatie van de eerste ronde van de marktanalyse, werd in 2016 herzien met een kwantitatieve beslissing (= over de herziening van de prijszetting) die werd aangenomen op 19 februari 2016. Bij arrest van 25 oktober 2017 heeft het Hof van Beroep te Brussel echter zowel de tariefbeslissing van 2013 als 2016 vernietigd. Deze vernietiging leidde onvermijdelijk ook tot de vernietiging van de daarop steunende tariefbeslissing van 19 februari 2016. De vernietiging sorteerde pas effect op 30 april 2018, aangezien het Hof rekening hield met mogelijke ernstige gevolgen van onmiddellijke vernietiging voor de businessmodellen van de operatoren en met de lopende procedure voor een nieuwe, in 2018 af te ronden, marktanalyse. Marktanalyse 2018 Op 29 juni 2018 heeft de CRC onder meer een nieuwe beslissing genomen over de analyse van de markt voor televisieomroep in het Nederlandse taalgebied, op basis van de ontwerpbeslissing van de VRM. Na grondige analyse bleek dat er nog steeds een gebrek aan concurrentie is op deze markt. De CRC stelde vast dat Telenet, Brutélé en Nethys nog steeds een aanmerkelijke marktmacht hadden op de zogenaamde wholesalemarkt. De CRC besloot daarom dat hun netwerken open moeten blijven voor concurrerende operatoren die toegang vragen en ontwikkelde een hele reeks maatregelen ter bevordering van de concurrentie. De operatoren werden o.a. verplicht om billijke prijzen te hanteren voor hun diensten inzake wholesaletoegang tot omroep. Er werd gesteld dat deze verplichtingen zullen worden geverifieerd aan de hand van een bottom-up LRIC-kostenmodel (of BULRIC) dat de kosten van een efficiënte operator weerspiegelt, waarbij zoveel mogelijk rekening zal gehouden worden met de methode voor de berekening van de kosten die de Europese Commissie aanbeveelt. Er werd gestart op 13 december 2018 met een raadpleging aan geïnteresseerde partijen om commentaar en observaties te geven over een methodologie die gehanteerd wordt om een theoretisch kostenmodel uit te werken. Een ontwerp van prijsbeslissing doorliep de nodige formaliteiten, en de CRC heeft daarop volgend in mei 2020 een aantal beslissingen genomen over de wholesaletoegangstarieven voor de kabelnetwerken van Telenet, Brutélé en Voo NV. De VRM organiseerde op 8 oktober 2020 ook een raadpleging over het ontwerp van beslissing betreffende analyse van de enige heffingen (one-time fees) en maandelijkse huurprijs "SLA Repair" van de referentieaanbiedingen van Telenet en VOO NV in Nederlandse taalgebied voor wholesaletoegang tot digitale en analoge tv-aanbod. Deze raadpleging liep tot 12 november 2020, en het verslag van de raadpleging werd op 23 december 2020 gepubliceerd op de VRM-website en aan de decretaal voorziene bestemmelingen bezorgd. De VRM zag er ook op toe dat de marktanalysebeslissing correct werd uitgevoerd. In dat licht volgde de VRM de verschillende implementatieprojecten (voornamelijk single installer en broadband only) op regelmatige tijdstippen en met alle betrokken partijen van dichtbij op, zodat de beoogde maatregelen binnen de vastgelegde termijnen werden uitgevoerd. Tegelijkertijd werd aan een besluit rond de referentie-aanbiedingen gewerkt.

Pagina 37 van 49


Jaarverslag 2021

De beslissingen die de CRC nam op 29 juni 2018 leggen aan de operatoren met aanmerkelijke marktmacht onder meer verplichtingen op met betrekking tot het uitwerken van een referentieaanbod:

voor de doorverkoop van de analoge en toegang tot Brutélé’s, Nethys en Telenet’s digitale signalen in haar basis televisieaanbod aan derden; voor het uitwerken van een referentieaanbod voor centrale toegang tot het kabelnetwerk met het oog op het aanbieden van breedbanddiensten op het kabelnetwerk door derden. Er werd aan geïnteresseerde partijen gevraagd om commentaar en observaties te geven betreffende de voorstellen die ingediend werden door de operatoren. In de loop van 2020 werd er door de VRM in samenwerking met de andere regulatoren gewerkt aan een aangepast ontwerp van beslissing en in 2021 werden door de CRC dan de laatste implementatiebeslissingen van het analysetraject 2018 genomen. Op 25 maart 2021 werd de beslissing genomen betreffende de goedkeuring van de referentieaanbiedingen van Telenet en VOO NV in het Nederlandse taalgebied - wholesaletoegang tot het digitale en analoge tv-aanbod, en op 24 juni 2021 een beslissing over de nieuwe eenmalige tarieven voor toegang tot de kabelnetwerken (Telenet, Brutélé en VOO nv). Nieuw marktanalysetraject Zoals binnen het Europees kader voorzien zijn de marktanalyses nu aan herziening toe, en daarvoor werden in 2021 de eerste voorbereidingen aangevat. De eerste etappe in de nieuwe marktanalysecyclus is een enquête bij de operatoren en geïnteresseerde partijen die het BIPT in het voorjaar 2021 gestart is, en waarop we 11 reacties ontvingen. Deze werden bestudeerd binnen een werkgroep bestaande uit leden van de administraties van de verschillende regulatoren die deel uitmaken van de CRC. Een volgende stap is een consumentenenquête. De voorbereiding daarvan werd gestart. In december 2021 is de werkgoep hierover bijeen gekomen. Daarna volgt nog een economisch-technische analyse. Verwacht wordt dat die studie in het eerste trimester van 2022 van start zal gaan.

5.3. Samenwerking met andere NRI'S In het kader van het samenwerkingsakkoord werden in 2021 door het BIPT, de CSA en de Medienrat aan de VRM een aantal ontwerpbeslissingen voorgelegd, namelijk:

Ontwerp van besluit van de Raad van het BIPT betreffende de maandelijkse tarieven voor wholesaletoegang tot het FTTH-netwerk van Proximus; Ontwerp van de MEDIENRAT betreffende de goedkeuring van de referentieaanbiedingen van VOO nv in het Duitse taalgebied; Ontwerpbesluit van het BIPT betreffende de goedkeuring van de referentieaanbiedingen van Telenet voor toegang tot het televisieaanbod in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en voor toegang tot het breedbandaanbod;

Pagina 38 van 49


Jaarverslag 2021

Ontwerpbesluit van het BIPT betreffende de goedkeuring van de referentieaanbiedingen van Brutélé voor toegang tot het televisieaanbod in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en voor toegang tot het breedbandaanbod; Ontwerpbesluit van het BIPT betreffende de goedkeuring van de referentieaanbiedingen van VOO voor toegang tot het breedbandaanbod; PROJET DE DÉCISION du CSA concernant l’approbation de l’offre de référence de Telenet S.A. pour l’accès à l’offre de télévision dans la région de langue française; PROJET DE DÉCISION du CSA concernant l’approbation de l’offre de référence de VOO S.A. pour l’accès à l’offre de télévision dans la région de langue française; Ontwerpbesluit van de Raad van het BIPT betreffende de verlenging van de 2G- en 3G-vergunningen; Ontwerpbesluit van de Raad van het BIPT - toewijzing van exclusieve frequentiebanden voor het gebruik van straalverbindingen; Ontwerpbesluit betreffende de toekenning aan Tranzcom N.V. van een vergunning voor de exploitatie van een openbaar netwerk; Ontwerpbesluit aangaande de uitbreiding van de gebruiksrechten van Citymesh in de 3.5 GHz frequentieband; Ontwerp van beslissing betreffende de analyse van de enige heffingen (“one-time fees”) en de maandelijkse huurprijs “sla repair” van de referentieaanbiedingen van Telenet en Voo nv in het Nederlandse taalgebied; Projet de décision l’analyse des redevances uniques (« one-time fees ») des offres de référence des câblo-opérateurs pour l’accès à l’offre de télévision dans la région de langue française; Ontwerp van beslissing betreffende de analyse van de enige heffingen (“one-time fees”) en de maandelijkse huurprijs “sla repair” van de referentieaanbiedingen van Telenet en Voo nv in het Nederlandse taalgebied; Ontwerpbesluit betreffende de toekenning aan Entropia critical networks N.V. van een vergunning voor de exploitatie van een openbaar netwerk voor radiocommunicatie; Besluit van de Raad betreffende de technische en operationele voorwaarden nodig om schadelijke storingen in de frequentieband 2500-2690 MHz te vermijden; Samenwerkingsakkoord - Ontwerpbesluit betreffende de technische en operationele voorwaarden nodig om schadelijke storingen in de 1920-1980 - en de 2110-2170 MHz frequentiebanden te vermijden; ontwerpbesluit van de Raad van het BIPT van [dd/mm/2021] met betrekking tot de verificatie en goedkeuring van de door het Fonds van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden vergoedbare kosten voor de periode van 01 januari 2020 tot 31 december 2020; Ontwerpbesluit van de Raad van het BIPT van DD MM JJ met betrekking tot de analyse van het BROTSoLL-referentieaanbod van Proximus voor hoogwaardige toegangsdiensten; ontwerpbesluit betreffende de toekenning aan LJ Network Holding BV van de vergunning voor de exploitatie van een openbaar radionetwerk; ontwerpbesluit van de Raad van het BIPT betreffende de verlenging van de 2G- en 3G-vergunningen; Ontwerpbesluit van de Raad van het BIPT met betrekking tot het afsluiten van de inbreukprocedure ten opzichte van Proximus voor het niet waarborgen van een ononderbroken toegang tot de nooddiensten; Ontwerpbesluit van de Raad van het BIPT - technische en operationele voorwaarden nodig om schadelijke storingen - 3400-3800MHz-ban te vermijden Ontwerpbesluit van het BIPT betreffende een geschil ingesteld door VOO en Brutélé tegen Orange Belgium; Ontwerpbesluit van de Raad van het BIPT inzake de toekenning van spectrum op 700MHz en 800 MHz voor het opzetten en exploiteren van een zendinstallatie in de Belgische exclusieve economische zone in de Noordzee. Bij de meeste van deze dossiers heeft de VRM geen inhoudelijke opmerkingen geformuleerd bij het overgezonden ontwerpbesluit. Voor een aantal marktanalysedossiers werd de CRC gevat door de regulatoren die hier deel van uitmaken. Pagina 39 van 49


Jaarverslag 2021

5.4. Netneutraliteit Nationale regelgevende instanties moeten jaarlijks verslagen publiceren over hun toezicht op de Verordening (EU) 2015/2120 van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open internettoegang en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten, en Verordening (EU) nr. 531/2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie (= netneutraliteit). Omdat de netneutraliteit ook aspecten met betrekking tot media bevat, voert het Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie (BIPT) haar toezichthoudende functie uit in samenwerking met de toezichthouders van de audiovisuele media (CSA, Medienrat en VRM). Het BIPT heeft in juli 2021 het Belgische jaarlijks rapport over netneutraliteit ingediend bij de Europese Commissie en BEREC en op haar website gepubliceerd. Het rapport kan u via volgende link raadplegen: https://www.bipt.be/operatoren/publicatie/verslag-betreffende-het-toezicht-op-netneutraliteit-in-belgi e-2020-2021

Pagina 40 van 49


Jaarverslag 2021

6. Toezicht beheersovereenkomst VRT 6.1. Rapportering werkingsjaar 2020 In 2021 publiceerde de VRM het jaarlijkse toezichtsrapport op de naleving van de beheersovereenkomst met de Vlaamse Gemeenschap door de openbare omroep VRT. Het rapport had betrekking op het werkingsjaar 2020, het laatste jaar van de beheersovereenkomst 2016-2020. In het rapport beoordeelt de VRM de mate waarin de openbare omroep in 2020 zijn strategische en operationele doelstellingen heeft behaald. De VRM heeft vastgesteld dat de VRT in het kader van het opvolgen van de performantiemaatstaven in 2020 goede resultaten heeft neergezet. Op donderdag 1 juli 2021 organiseerde de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement een hoorzitting met de VRT en de VRM over het jaarverslag van de openbare omroep en het toezichtsrapport van de VRM.

6.2. Toezicht werkingsjaar 2021 De VRM is gestart met de voorbereidingen voor het rapport betreffende het werkingsjaar 2021, het eerste jaar van de beheersovereenkomst 2021-2025. Samen met de VRT zijn de methodiek en bijhorende meetinstrumenten voor de opvolging van de doelstellingen afgesproken. Net zoals bij de vorige beheersovereenkomst zullen, afhankelijk van de doelstellingen, door de VRT zowel cijfergegevens als descriptieve passages worden overgemaakt. Deze cijfergegevens zijn afkomstig van de studiedienst van de VRT, van externe instanties en van onderzoeksbureaus. De cijfergegevens van de studiedienst zullen door de VRM steekproefsgewijs worden getoetst aan controlegegevens. Voor de monitoring van de onpartijdigheid van de nieuwsprogramma’s van de VRT in het kader van het toezicht op de VRT-beheersovereenkomst voor 2021 zal de VRM zich laten bijstaan door de Universiteit Antwerpen.

Pagina 41 van 49


Jaarverslag 2021

7. Contacten met andere instanties 7.1. European Platform of Regulatory Authorities (EPRA) EPRA is een koepelorganisatie waartoe de meeste Europese omroepregulatoren behoren. Ze beoogt de permanente uitwisseling van ervaringen en het aanreiken van oplossingen voor problemen gerelateerd aan de interpretatie en toepassing van de omroepregelgeving. Door de Covid-pandemie werd de 53ste vergadering van EPRA vervangen door volgende digitale sessies op 20 en 21 mei 2021:

een plenaire sessie over de activiteiten van EPRA; een thematische sessie over aanzetten tot haat. Ook de 54ste vergadering van EPRA werd door de Covid-pandemie vervangen door volgende digitale sessies op 14, 15 en 21 oktober 2021:

een plenaire sessie over de activiteiten van EPRA; een plenaire sessie over sectoroverschrijdende samenwerking tussen regulatoren; een thematische sessie over regulering van videoplatformdiensten; twee rondetafelgesprekken over artificiële intelligentie en het EDU Media Test Project.

7.2. European Regulators Group for Audiovisual Media Services (ERGA) De Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten brengt de regelgevende instanties op het vlak van audiovisuele diensten bijeen om de Europese Commissie te adviseren over de uitvoering van de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten van de EU. De doelstellingen van ERGA zijn:

met het oog op een consistente toepassing van de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten het adviseren en bijstaan van de Europese Commissie bij haar werkzaamheden alsook bij alle andere aangelegenheden in verband met audiovisuele mediadiensten voor zover ze onder de bevoegdheid van de Europese Commissie vallen; het faciliteren van de samenwerking tussen de regelgevende instanties in de EU; de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken. Op 1 juni 2021 nam een delegatie van de VRM deel aan de 15de plenaire vergadering van ERGA. Deze vergadering ging digitaal door. Op deze vergadering keurden de leden een nota goed met een gemeenschappelijk standpunt m.b.t. de Digital Services Act (DSA). Andere thema's die aan bod kwamen waren het Actieplan voor Europese Democratie, de sectoroverschrijdende samenwerking op het gebied van mediaregulering, pers- en mediavrijheid en desinformatie. Ook een eerste aanzet voor het werkprogramma 2022 werd gegeven. De zestiende plenaire vergadering van ERGA vond plaats op donderdag 2 december 2021. Ook deze vergadering ging online door. Op deze vergadering werden de eindrapporten van alle sub- en actiegroepen toegelicht en goedgekeurd. Deze eindrapporten gingen over de implementatie van de

Pagina 42 van 49


Jaarverslag 2021

AVMD-richtlijn, de voltooiing van het regelgevend kader voor media binnen de Europese Unie, desinformatie, implementatie van de ERGA-intentieverklaring, economische effecten van de covid19-crisis, en mediageletterdheid. Er werd een nieuw bestuur verkozen. Karim Ibourki van de mediaregulator van de Franse Gemeenschap CSA werd verkozen tot voorzitter. Ook werd het werkprogramma voor 2022 aangenomen. In het kader van zijn werkprogramma voor 2022 zal ERGA zijn werkzaamheden verderzetten over de implementatie van de AVMD-richtlijn, over de toekomstige “Europese Wet inzake Mediavrijheid” (European Media Freedom Act / EMFA), over de toekomstige “Wet inzake Digitale Diensten” (Digital Services Act / DSA) en over desinformatie.

Pagina 43 van 49


Jaarverslag 2021

8. Content Creator Protocol (CCP) Door de omzetting van de aangepaste Europese Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten bij decreet van 19 maart 2021, dat op 9 mei 2021 in werking is getreden, werd het toepassingsgebied van de Vlaamse mediaregelgeving uitgebreid naar de sociale mediaplatformen. Daardoor is het Vlaams Mediadecreet voortaan ook van toepassing op elke in Vlaanderen gevestigde content creator, vlogger en/of influencer die een audiovisuele mediadienst aanbiedt. Sociale media maken het eenvoudig om met user generated content een groot publiek te bereiken, waardoor bedrijven het commercieel interessant vinden om samen te werken met content creators, die in Vlaanderen voornamelijk actief zijn op Youtube, TikTok, Instagram en Twitch. Het gaat om een jonge maar sterk groeiende sector, waaraan ook specifieke aandacht wordt besteed in het Rapport ‘Mediaconcentratie in Vlaanderen 2021’ van de VRM (1.4.1. Contentleveranciers). Er is sprake van zowel professionele als niet-professionele content creators en er is momenteel ook nog geen beroepsvereniging voor deze nieuwe sector. Om de professionalisering, de transparantie en duidelijkheid op de sociale mediaplatformen te bevorderen, stelt de VRM het Content Creator Protocol (CCP) ter beschikking voor content creators, influencers en vloggers, die daardoor gemakkelijk terugvinden met welke regels ze rekening moeten houden wanneer ze een video online willen plaatsen. Het CCP is tot stand gekomen na gesprekken met vertegenwoordigers van deze sector, overheidsinstanties en betrokken organisaties. De VRM nam hiervoor contact op met de grootste influencer agencies, met know-how en actuele kennis van de verscheidene platformen, die content creators vertegenwoordigen (cijfers december 2021: 20 miljoen volgers op TikTok, 5 miljoen volgers op Instagram en 1 miljoen volgers op YouTube). Bij het overleg over het CCP werden ook 50 onafhankelijke content creators met hoge volgersaantallen betrokken, een gemengde groep van zowel artiesten, momfluencers, foodbloggers, modebloggers en andere categorieën, die een divers publiek vertegenwoordigen (cijfers december 2021: 14 miljoen volgers op TikTok, 1.5 miljoen volgers op Instagram en 700.000 volgers op YouTube). Door deze benadering kreeg de VRM feedback over het CCP vanuit zowel een overkoepelende als een persoonlijke invalshoek. Daarnaast ging de VRM in overleg met de Conseil supérieur de l’Audiovisuel (CSA), de mediaregulator voor de Franse Gemeenschap, waar ook een aanpassing van de huidige regelgeving m.b.t. de sociale mediaplatformen wordt verwacht. De VRM heeft ook meermaals samengezeten voor overleg over het CCP met de Economische Inspectie van de FOD Economie. Ter vermijding van onduidelijkheid voor de content creators is het belangrijk dat er geen tegenstrijdigheden zijn of afwijkende benaderingen tussen de regelgeving waar de FOD Economie toezicht op uitoefent en het CCP van de VRM. Tenslotte waren er ook constructieve gespreken met FeWeb, de beroepsvereniging voor de Belgische digitale bedrijven en met het Communicatie Centrum, de vereniging die de zelfregulering inzake reclame in België organiseert. Op basis van de verkregen input en feedback van de verschillende gesprekspartners, verkreeg het CCP zijn huidige vorm en werd het op 14 december 2021 bekend gemaakt.

Pagina 44 van 49


Jaarverslag 2021

Het CCP is van toepassing op elke audiovisuele mediadienst, dus ook op elke influencer of content creator die een AVMD-dienst aanbiedt, en die gevestigd is in Vlaanderen. Het CCP is niet van toepassing op elke persoon die sporadisch een filmpje maakt en dat op een social media platform zet, doch enkel van toepassing op degenen die een dienst aanbieden, die beantwoordt aan deze vier voorwaarden die het Mediadecreet vooropstelt om beschouwd te worden als een audiovisuele mediadienst: 1) er is sprake van een economisch karakter; 2) er is sprake van uitoefening van redactionele verantwoordelijkheid; 3) het doel bestaat erin om video’s te verspreiden, en dit 4) voor een algemeen publiek. Het CCP behandelt inhoudelijk 3 thema’s: commerciële communicatie, minderjarigen en het verbod op haatspraak. Het thema, dat rond commerciële communicatie werd uitgewerkt, verduidelijkt wanneer er sprake is van commerciële communicatie en omvat praktische richtlijnen hoe commerciële communicatie in online video op de verschillende sociale mediaplatformen duidelijk herkenbaar aangegeven moet worden. In het thema rond minderjarigen wordt enerzijds het aspect inzake commerciële communicatie die gericht is op kinderen en jongeren belicht en anderzijds de maatregelen die content creators moeten in acht nemen wanneer content die zij willen plaatsen niet geschikt is voor minderjarigen. Het derde thema van het CCP betreft verbod op haatspraak en geweld. Online video’s mogen niet aanzetten tot geweld of haat en elke vorm van discriminatie moet worden geweerd. Het CCP en alle relevante informatie rond het protocol is terug te vinden op de website onder https://www.vlaamseregulatormedia.be/nl/content-creator-protocol. Sedert mei 2021 heeft de VRM ook 2 social media watchers in dienst, die de naleving van de mediaregelgeving door de content creators monitoren en die bereikbaar zijn voor alle vragen of eventuele problemen rond de toepassing van het CCP.

Pagina 45 van 49


Jaarverslag 2021

9. Nieuwe uitdagingen, bedenkingen en aanbevelingen

9.1. Marktanalyse: aanvang nieuwe cyclus Op 29 juni 2018 nam de CRC een aantal beslissingen in verband met de analyse van de breedbanden omroepmarkten. In 2021 werden de laatste implementatiebeslissingen genomen waarmee de cyclus van 2018 werd afgerond. In 2021 werden reeds de eerste voorbereidende stappen in het volgende marktanalysetraject gezet. De eerste etappe in de cyclus van de nieuwe marktanalyse is een enquête bij de operatoren, die in het voorjaar 2021 door het BIPT gestart is. We hebben 11 reacties ontvangen, die worden bestudeerd in de werkgroep. Een volgende stap is een consumentenenquête om de productmarkt te bepalen (welke producten beschouwen consumenten als substituten): met de voorbereiding van de vragenlijst werd eind 2021 gestart, en de bevraging zal begin 2022 worden uitgevoerd. Daarna volgt nog een economisch-technische analyse. Verwacht wordt dat de studie in het eerste trimester van 2022 van start zal gaan.

9.2. Digitalisering medialandschap maakt mediaconcentratie berekenen uitdagender In ons jaarlijkse rapport over mediaconcentratie beperken we de scope op het vlak van digitale media tot “de op het Vlaamse publiek gerichte informatie die beschikbaar gesteld wordt via de website die ofwel het equivalent zijn van een klassiek mediaproduct, aangeboden worden door een onderneming die reeds op andere wijze actief is in de Vlaamse mediasector ofwel wiens inhoud vergelijkbaar is met die van een ‘klassiek’ mediaproduct.” Het is moeilijk een goed overzicht van deze markt te krijgen. Er is slechts beperkt cijfermateriaal beschikbaar. Dit komt onder andere omdat Vlaamse mediabedrijven actief zijn binnen internationale platformen die karig zijn met informatie. Doordat de Vlaamse mediamarkt steeds meer digitaal wordt, is het verzamelen en aggregeren van data een van de grootste uitdagingen voor de VRM. Specifiek over 'televisie kijken' zorgt het toenemend aanbod van platformen ervoor dat het moeilijker wordt om een goed beeld te krijgen van de kijkcijfers. Er is geen neutrale instantie die zulke cijfers verzamelt (al werkt het CIM aan een manier om deze cijfers in kaart te brengen) en bovendien is er geen door de sector algemeen aanvaarde standaard om die cijfers te meten. De VRM volgt deze evolutie van dichtbij op en organiseerde de vorige jaren overleg met verschillende aanbieders omtrent rapportagemogelijkheden. In het mediaconcentratierapport van 2021 konden we daardoor voor het eerst een duidelijke evolutie schetsen van verschillende tendensen in de VOD-markt. In de toekomst proberen we deze analyse nog te verdiepen met gegevens van video sharing platformen.

Pagina 46 van 49


Jaarverslag 2021

9.3. Stimuleringsverplichting In 2014 werd middels het decreet van 17 januari 2014 tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie (hierna: het Mediadecreet) een artikel 184/1 geïmplementeerd in het Mediadecreet, waarmee het zogenaamde ‘stimuleringsdecreet’ [34] geïntroduceerd werd in de Vlaamse regelgeving. Sindsdien horen de dienstenverdelers een bijdrage te leveren aan de productie van Vlaamse audiovisuele werken, hetzij via een bijdrage aan het VAF, hetzij via een rechtstreekse investering middels een coproductie. In 2018 werd door het decreet van 29 juni 2018 houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie artikel 157 van het Mediadecreet gewijzigd, waardoor een investeringsverplichting voor niet-lineaire televisieomroeporganisaties mogelijk gemaakt werd. Via dit decreet werd artikel 13 van de nieuwe Audiovisuele Mediadienstenrichtlijn [35] op een proactieve manier omgezet door de Vlaamse decreetgever en dienen niet-lineaire televisieomroeporganisaties, die voldoen aan de nadere voorwaarden die opgelegd worden door de Vlaamse Regering in het uitvoeringsbesluit (m.b.t. de criteria, de procedure, de vrijstellingen,…), vanaf 2019 een bijdrage te leveren aan de stimulering van Vlaamse audiovisuele producties. De algemene kamer van de VRM werd belast met de opdracht om de stimuleringsbijdrage van niet-lineaire televisieomroeporganisaties vanaf 2019 te implementeren. Dit stelt de VRM de komende jaren voor een aantal uitdagingen. Zo bleek het geen sinecure om een exhaustieve lijst samen te stellen van niet-lineaire televisieomroeporganisaties die mogelijkerwijze onder het toepassingsgebied van artikel 157 van het Mediadecreet zouden kunnen vallen. Daarnaast herhaalt de VRM zijn opmerkingen, zoals ook geformuleerd in het rapport Mediaconcentratie 2019, 2020 en 2021, dat het, om een level playing-field te creëren tussen enerzijds de dienstenverdelers (art. 184/1 Mediadecreet) en de niet-lineaire televisieomroeporganisaties (art. 157) aangewezen is om ook de huidige procedures en voorwaarden t.a.v. de dienstenverdelers te evalueren, aangezien deze ingevoerd werden op basis van het toenmalige media-ecosysteem. Ondertussen heeft het media-ecosysteem heel wat transities ondergaan. Het beleid is ondertussen bezig met een evaluatie van deze regelgeving. [34] https://www.vlaamseregulatormedia.be/sites/default/files/decreet_invoering_stimuleringsregeling_au diovisuele_sector.pdf [35] De AVMD-richtlijn werd aangenomen door de Raad van Ministers van de Europese Unie op 6 november 2018.

9.4. Samenwerking tussen regulatoren De VRM, de FOD Economie en de Belgische Mededingingsautoriteit zijn verschillende instanties die (beleids)informatie verzamelen over media. Wanneer er omwille van convergentie moet samengewerkt worden tussen de verschillende beleidsniveaus en instanties verloopt dit soms stroef, omdat de instanties gebonden zijn aan strikte regels m.b.t. het uitwisselen van informatie, met name als die een vertrouwelijk karakter heeft. Ook met de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) zijn er bepaalde bevoegdheidsraakvlakken, wat betreft het beschermen van de gegevens van Vlaamse mediaconsumenten. In de buurlanden zien we steeds meer voorbeelden van regulatoren die samenwerkingsverbanden

Pagina 47 van 49


Jaarverslag 2021

opstarten. Zo werd in juli 2020 in het Verenigd Koninkrijk het Digital Regulation Cooperation Forum (DRCF) gelanceerd. Dit forum, dat de mededingingsautoriteit (CMA), de geconvergeerde media- en telecomtoezichthouder (Ofcom) en de gegevensbeschermingsautoriteit (ICO) bijeenbrengt, heeft tot doel de samenwerking en coördinatie tussen deze drie autoriteiten te ondersteunen en coherente, geïnformeerde en responsieve regulering van de Britse digitale economie tot stand te brengen en tegelijkertijd de wereldwijde impact en positie van het Verenigd Koninkrijk te versterken. De drie autoriteiten bundelen hun krachten om hun vaardigheden en expertise met betrekking tot het online landschap te verbeteren om beleidsvorming beter te informeren, te anticiperen op veranderingen en innovatie te bevorderen en tegelijkertijd de internationale samenwerking te versterken. In 2021 gingen in Nederland ook de Autoriteit Consument & Markt, de Autoriteit Persoonsgegevens, de Autoriteit Financiële Markten en het Commissariaat voor de Media intensiever samenwerken om zo het toezicht op digitale activiteiten te versterken. Ze starten daarvoor het Samenwerkingsplatform Digitale Toezichthouders (SDT). Binnen SDT wisselen de regulatoren kennis en ervaring uit op gebieden als kunstmatige intelligentie, algoritmen, gegevensverwerking, online design, personalisatie, manipulatie en misleidende praktijken. Ze investeren gezamenlijk in kennis, expertise en skills en gaan na waar zij elkaars werk in handhavingprocedures kunnen versterken, bijvoorbeeld door gezamenlijk digitale marktproblemen aan te pakken. Per 1 januari 2022 heeft in Frankrijk de mediaregulator (CSA) de online copyrightautoriteit (Hadopi) opgeslorpt. Dat leidde tot een regulator met een bredere autoriteit: l’autorité de régulation de la communication audiovisuelle et numérique (Arcom). Naast het voortzetten van de eerdere missies van de CSA, bv. het behoud van mediapluralisme, is het ontworpen om passende antwoorden te bieden op de uitdagingen die gesteld worden bij de regulering en het systemisch toezicht op de onlinesfeer en onlineplatforms. Dergelijke samenwerking is essentieel omdat nieuwe Europese regels kunnen leiden tot verplichtingen voor bedrijven, wat gevolgen zal hebben voor meerdere toezichthouders. Het lijkt dan ook aangewezen om samenwerking tussen verschillende regulatoren te faciliteren. In dit kader is het aangewezen om decretaal te verduidelijken dat de VRM informatie kan uitwisselen met andere bevoegde instanties, zoals onder meer bepaald in de nieuwe Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten.

Pagina 48 van 49


Jaarverslag 2021

10. Overzicht monitoring 2021 Het overzicht van de monitoringsopdrachten televisie kan je raadplegen op https://www.vlaamseregulatormedia.be/nl/radio-tv-en-netwerken/tv/monitoring-van-televisieuitzendi ngen. Het overzicht van de monitoringsopdrachten radio kan je raadplegen op https://www.vlaamseregulatormedia.be/nl/radio-tv-en-netwerken/radio/monitoring-van-radio-uitzendi ngen.

Pagina 49 van 49

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag_2021_VRM.pdf by Vlaanderen-be - Issuu