JAARVERSLAG 2016-2017
Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid De Vlor brengt verslag uit van zijn werkjaar aan de hand van de zes strategische doelen van de beleidsnota die onderwijsminister Hilde Crevits indiende voor de beleidsperiode 2014-2019 Vol vertrouwen en in dialoog bouwen aan onderwijs: • Talenten van elke lerende ten volle ontwikkelen • Voldoende, deskundig en gemotiveerd onderwijspersoneel garanderen • Onderwijsinstellingen versterken • Werk maken van een Masterplan Scholenbouw • Topkwaliteit realiseren • Aandacht voor transversaal beleid Een zevende deel geeft een overzicht van de adviezen die de Vlor daarbovenop zelf op de agenda plaatste. Het overige advieswerk is gebundeld in een laatste onderdeel dat een overzicht geeft van de adviezen van het afgelopen werkjaar m.b.t. beleidsmethoden, onderwijsonderzoek en onderwijsaanbod en -organisatie.
INHOUD STRATEGISCH DOEL 1 ‘TALENTEN VAN ELKE LERENDE TEN VOLLE ONTWIKKELEN’ ........................... 5 1
‘ALLE KINDEREN STEVIGE FUNDAMENTEN GEVEN DOOR EEN STERK BASISONDERWIJS’ .......... 5 UITKIJKEN NAAR EEN TOEKOMSTPLAN VOOR HET BASISONDERWIJS .................................................................... 5 (HOE) KAN ACTIEPLAN KLEUTERPARTICIPATIE VERSCHIL MAKEN? ....................................................................... 5
2 ‘DE LAT HOOG LEGGEN VOOR ALLE LEERLINGEN DOOR HET SECUNDAIR ONDERWIJS TE MODERNISEREN’ ............................................................................................................................. 6 MAATREGELEN BASISONDERWIJS EN EERSTE GRAAD ....................................................................................... 6 MODERNISERING VAN HET AANBOD ............................................................................................................ 7 3 ‘STUDENTEN IN HET HOGER ONDERWIJS MAXIMALE KANSEN OP SLAGEN EN INTERNATIONALE ERVARING GEVEN’ .............................................................................................. 7 HOE DEELNAME STUDENTEN IN ARMOEDE VERHOGEN? ................................................................................... 7 STIMULI VOOR STUDENTENPARTICIPATIE ...................................................................................................... 8 4
‘VOLWASSENENONDERWIJS ALS PARTNER IN LEVENSLANG LEREN’ ......................................... 8 HERTEKENING VOLWASSENENONDERWIJS ..................................................................................................... 8 STIMULEREN VAN DEELNAME ..................................................................................................................... 9 MEER MIDDELEN VOOR NT2 IN HET KADER VAN DE ASIELCRISIS ........................................................................ 9
5
‘SAMENWERKING TUSSEN HET KUNSTONDERWIJS EN DE CULTUURACTOREN’ ........................ 9
DE HERVORMING VAN HET DKO .................................................................................................................. 9 6
‘LEERDOELEN SCHERPSTELLEN OM STERKE PERSOONLIJKHEDEN TE VORMEN’ ...................... 10 ADVIES OVER HET EINDRAPPORT VAN HET MAATSCHAPPELIJK DEBAT EINDTERMEN .............................................. 10 SLEUTELCOMPETENTIES .......................................................................................................................... 11
7
‘COMPETENTIES VAN NEDERLANDS EN MODERNE VREEMDE TALEN BLIJVEND VERBETEREN’ 11 MEERTALIGHEID ALS REALITEIT OP SCHOOL ................................................................................................. 11 TAALBELEID HOGER ONDERWIJS: INZETTEN OP NEDERLANDS ÉN ANDERE TALEN ................................................. 11
8
‘VAN LEREN EN WERKEN EEN VOLWAARDIG ONDERWIJSTRAJECT MAKEN’ ........................... 12 GEEN DECREET DUAAL LEREN ZONDER EVALUATIE TIJDELIJKE PROJECTEN ........................................................... 12
9
‘EEN VLOTTE DOORSTROOM VAN HET ONDERWIJS NAAR DE ARBEIDSMARKT REALISEREN’ . 12 PROCEDURES ACTUALISERING BEROEPSKWALIFICATIES................................................................................... 12 AANSLUITING ONDERWIJS-ARBEIDSMARKT .................................................................................................. 13
10
‘EEN BETERE STUDIEKEUZEBEGELEIDING REALISEREN’ ....................................................... 14
KLANKBORDFUNCTIE BIJ DE ONTWIKKELING VAN COLUMBUS .......................................................................... 14 11
‘ONDERSTEUNING VAN LERENDEN VERSTERKEN’ ............................................................... 14
KADERS VOOR EEN NIEUW DECREET LEERLINGENBEGELEIDING......................................................................... 14 WELBEVINDEN OP SCHOOL ...................................................................................................................... 15 GEZONDHEIDSBELEID OP SCHOOL.............................................................................................................. 15 12 ‘HET UITROLLEN VAN HET BELEID VOOR LEERLINGEN MET SPECIFIEKE ONDERWIJSBEHOEFTEN’ ................................................................................................................ 16 NIEUW ONDERSTEUNINGSMODEL INCLUSIEF ONDERWIJS: VOORZICHTIGE STAP VOORWAARTS ............................... 16 13 ‘DE FINANCIËLE DREMPEL TOT PARTICIPATIE AAN ONDERWIJS AANPAKKEN VIA SCHOOLEN STUDIETOELAGEN’ .................................................................................................................... 16 TWIJFELS BIJ DE INTEGRATIE VAN DE SCHOOLTOELAGEN IN DE KINDERBIJSLAG .................................................... 16 FINANCIËLE DREMPELS HOGER ONDERWIJS ................................................................................................. 17 14
‘DE (DIGITALE) GELETTERDHEID EN MEDIAWIJSHEID VERHOGEN’ ...................................... 17
STRATEGISCH DOEL 2: ‘VOLDOENDE, DESKUNDIG EN GEMOTIVEERD ONDERWIJSPERSONEEL GARANDEREN’ ............................................................................................................................... 18 MASTERS EN VAKLERAREN IN HET BASISONDERWIJS? .................................................................................... 18 LERAREN IN HET BASISONDERWIJS VERSTERKEN............................................................................................ 18 STRATEGISCH DOEL 3: ‘ONDERWIJSINSTELLINGEN VERSTERKEN’ .................................................. 19 1
‘HET INSCHRIJVINGSBELEID VEREENVOUDIGEN EN VERNIEUWEN’ ........................................ 19
2
‘EEN OPTIMALISATIE VAN HET ONDERWIJSLANDSCHAP MOGELIJK MAKEN’ ......................... 19 KRIJTLIJNEN VOOR BESTUURLIJKE OPTIMALISATIE.......................................................................................... 19 BEZORGDHEID OVER SCHAALVERGROTING VOLWASSENENONDERWIJS .............................................................. 19
3
‘DE WERKINGSMIDDELEN IN HET LEERPLICHTONDERWIJS EVALUEREN’................................. 20 VOOR HET DERDE JAAR OP RIJ BESPARINGEN OP WERKING.............................................................................. 20
4
‘HET AANBOD EN DE FINANCIERING IN HET HOGER ONDERWIJS BIJSTUREN’ ........................ 20 OVERHEVELING HBO5 EN SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING............................................................................... 20 WERKSTUDENTEN IN HBO5...................................................................................................................... 21
5
‘INTERNATIONALE ONTWIKKELINGEN VERTALEN IN VLAAMS ONDERWIJSBELEID’ ................ 21 GEVOLGEN EN TOEKOMST BOLOGNAPROCES ............................................................................................... 21 OPVOLGING INTERNATIONAAL ONDERWIJSBELEID......................................................................................... 21 NETWERK EUROPESE ONDERWIJSRADEN: EUNEC........................................................................................ 21
6
‘JURIDISERING, REGELDRUK EN PLANLAST TERUGDRINGEN’ .................................................. 22
STRATEGISCH DOEL 4: ‘WERK MAKEN VAN EEN MASTERPLAN SCHOLENBOUW’ ........................... 23 BELEIDSPLAN RUIMTE: HEFBOMEN OM CAPACITEITSPROBLEEM AAN TE PAKKEN ................................................. 23 HUURSUBSIDIES VOOR SCHOOLINFRASTRUCTUUR: EEN GOEDE OPLOSSING OP KORTE TERMIJN .............................. 23 STRATEGISCH DOEL 5: ‘TOPKWALITEIT REALISEREN’ ...................................................................... 23 INSPECTIE 2.0 ....................................................................................................................................... 23 ‘AANDACHT VOOR TRANSVERSAAL BELEID’ ................................................................................... 24 PLEIDOOI VOOR EEN LAAGDREMPELIG VRIJWILLIGERSBELEID IN ONDERWIJS ....................................................... 24 THEMA’S OP EIGEN INITIATIEF ....................................................................................................... 25 1
INTERNATIONALISERING: HOOG OP DE AGENDA VAN DE VLOR ............................................. 25 STERKERE IMPULSEN VOOR INTERNATIONALISERING LEERPLICHTONDERWIJS ...................................................... 25 INTERNATIONALISERINGSBELEID IS BREDER DAN MOBILITEIT ........................................................................... 25 NIEUW ELAN VOOR INTERNATIONALISERINGSSTRATEGIE HOGER ONDERWIJS ...................................................... 25
2
VLUCHTELINGEN IN ONDERWIJS ............................................................................................ 26 STRATEGISCHE VERKENNING .................................................................................................................... 26 HOGER ONDERWIJS ................................................................................................................................ 26
OVERIGE ADVIESWERK VAN DE VLOR ............................................................................................ 27 1
BELEIDSMETHODEN ............................................................................................................... 27 RECHTSTREEKSE INSPRAAK BURGERS EN/OF STRUCTURELE DIALOOG MIDDENVELD? ............................................ 27 BELEIDSDESIGN ..................................................................................................................................... 27 GELIJKEKANSENPERSPECTIEF .................................................................................................................... 27 GEEN INGRIJPENDE WIJZIGINGEN VIA VERZAMELDECRETEN ............................................................................. 28
2
ONDERWIJSONDERZOEK ........................................................................................................ 28 BOUWSTENEN VOOR EEN STIMULEREND BELEID ........................................................................................... 28
3
ONDERWIJSAANBOD EN -ORGANISATIE ................................................................................. 28 BUITENGEWOON ONDERWIJS ................................................................................................................... 28 SECUNDAIR ONDERWIJS .......................................................................................................................... 29 VOLWASSENENONDERWIJS ...................................................................................................................... 29 AFWIJKINGEN PROGRAMMATIESTOP DKO ................................................................................................... 30
Strategisch doel 1
‘Talenten van elke lerende ten volle ontwikkelen’ 1 ‘Alle kinderen stevige fundamenten geven door een sterk basisonderwijs’ Uitkijken naar een toekomstplan voor het basisonderwijs De Vlor vraagt al langer naar een toekomstgerichte en legislatuuroverschrijdende visie voor het basisonderwijs. Afgelopen werkjaar ging de minister in op die vraag met de aankondiging van een strategisch plan voor een sterk basisonderwijs tegen 2025. De raad gaf alvast zijn input voor de opmaak van dat actieplan en formuleerde voorstellen van concrete maatregelen. Het toekomstige beleid moet zeker ook de huidige sterktes van het basisonderwijs die nu onder druk staan, behouden: de ruime differentiatiemogelijkheden, klas- of groepsleraren (en geen vakleraren), de eindtermen die enkel op het einde van het basisonderwijs worden voorzien, de mogelijkheid voor kinderen om dicht bij hun woonplaats naar de basisschool van hun keuze te gaan, gespecialiseerde settings binnen een continuüm van zorg en de omkadering op basis van leerlingenkenmerken. Om het basisonderwijs te versterken, zijn volgens de Vlor onder meer volgende maatregelen nodig: Structureel meer tijd in de opdracht van leraren voor overleg en voor professionele groei; De opportuniteit en de meerwaarde onderzoeken van een specifieke masteropleiding voor het basisonderwijs; Instrumenten voor kleinere leerlingengroepen; Schoolleiding versterken via bijkomende omkadering op leidinggevend-, beleids- en ondersteunend vlak, een directeur zonder onderwijsopdracht in elke basisschool en directieopleidingen; Een financiële versterking die de jarenlange onderfinanciering van het basisonderwijs opheft; Een optrekking van de werkingsmiddelen van de kleuterschool tot minstens het huidige niveau van het lager onderwijs. Om het basisonderwijs echt kosteloos te maken, is het ook nodig dat de werkingsmiddelen van het gehele basisonderwijs verhoogd worden. Lees hier het advies over het toekomstplan basisonderwijs (08/03/2017)
(Hoe) kan actieplan kleuterparticipatie verschil maken? De Vlor vestigde dit jaar ook nog eens de aandacht op het belang van kwaliteitsvol kleuteronderwijs. Op basis van het eindrapport kleuterparticipatie werkte de minister het actieplan 'Elke dag kleuteronderwijs telt’ uit. Dat moet nieuwe impulsen creëren om kleuters meer naar de kleuterschool te krijgen. Het plan zet in op maximale participatie, zowel voor inschrijving als voor aanwezigheid. De Vlor begrijpt dat kleuterparticipatie stapsgewijs moet worden aangepakt, maar vindt de voornamelijk kwantitatieve insteek van het actieplan een beperking. Om meer kleuters te laten
participeren, moet tegelijk worden ingezet op kwaliteitsvol kleuteronderwijs. Maximale aanwezigheid van kleuters mag geen doel op zich zijn. De raad vroeg de minister ook om niet verder in te zetten op bijkomende algemene reglementering en om voluit te gaan voor lokale antwoorden en maatwerk. Hij drong ook aan op een grondig maatschappelijk debat over de verhouding tussen school en gezin en over de specifieke uitdagingen in het evenwicht tussen leren en zorg. Lees hier het advies over het eindrapport en het actieplan kleuterparticipatie (08/02/2017)
2 ‘De lat hoog leggen voor alle leerlingen door het secundair onderwijs te moderniseren’ Sinds het rapport van de commissie Monard van 2009 discussiëren opeenvolgende regeringen over een hervorming, later de modernisering, van het secundair onderwijs. De verschillende ministers hebben hierover ook beleidsteksten geschreven en voor advies voorgelegd aan de Vlor. Doorheen die verschillende adviezen ontstond tussen de partners in de Vlor steeds meer eensgezindheid over belangrijke aspecten. Daarbij was er altijd veel aandacht voor de gevolgen van de voorstellen over het secundair onderwijs voor de andere onderwijsniveaus en voor de doorstromingsmogelijkheden van de leerlingen.
Maatregelen basisonderwijs en eerste graad Vorig werkjaar trok de Vlor nog aan de alarmbel over het uitblijven van de plannen voor de modernisering van het secundair onderwijs. De raad toonde zich dan ook tevreden dat de Vlaamse Regering op het einde van vorig schooljaar een conceptnota uitbracht met concrete maatregelen voor het basisonderwijs en voor de eerste graad van het secundair onderwijs. Daarbij pleitte de Vlor voor aandacht voor de eigenheid van het basisonderwijs. Het is positief dat er maatregelen worden genomen om leerlingen vlot de overgang te laten maken van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs. Maar die zorg mag niet leiden tot een hervorming van het basisonderwijs of ingrijpen op de geïntegreerde werking die er eigen aan is. De Vlor pleit voor een nieuwe vorm van attestering op het einde van het basisonderwijs: alle kinderen krijgen hetzelfde getuigschrift met een niet-bindend advies over het vervolg van hun onderwijsloopbaan. Het getuigschrift mag wel niet worden gekoppeld aan de resultaten van gevalideerde toetsen. Leerlingen evalueren, is een ontwikkelingsgericht proces en is niet te vatten in een toets. Een verplichting voor scholen om in het kader van hun kwaliteitszorg voor minstens een leergebied gevalideerde toetsen af te nemen, is enkel aanvaardbaar indien de scholen zelf mogen kiezen welke toets ze hanteren en voor welke vakken ze die inzetten. Om de huidige OVSG-toetsen, interdiocesane proeven en paralleltoetsen te leren kennen, organiseerde de Vlor een ervaringswisseling tussen de leden van de Raad Basisonderwijs. Dit werd gekoppeld aan een toelichting over het valideringsonderzoek van deze OVSG-toetsen en interdiocesane proeven. De raad vroeg ook om de mogelijkheden voor vreemde talen in het basisonderwijs voorlopig niet uit te breiden, maar eerst de evaluatie af te wachten van wat vandaag al mogelijk is in het basisonderwijs. Invulling eerste graad: kansen maar geen garanties voor vermijden te vroege keuze De modernisering van het secundair onderwijs moet uitgaan van de kracht van jongeren. Scholen
moeten jongeren uitdagen en ruimte geven om te experimenteren, keuzes te maken, zich te vergissen en terug positieve keuzes te maken. Enkele voorstellen uit de conceptnota bieden daarvoor kansen. Maar scholen blijven de mogelijkheid behouden om hun eerste graad zo te organiseren dat leerlingen daar al keuzes moeten maken die bepalend kunnen zijn voor de rest van hun schoolloopbaan. De kans bestaat dat daardoor de verschillen tussen scholen nog groter worden. Terwijl net het gebrek aan gelijke onderwijskansen een belangrijk motief was voor de modernisering van het secundair onderwijs. Lees hier het advies over de conceptnota modernisering secundair onderwijs: maatregelen basisonderwijs en eerste graad (15/09/2016)
Modernisering van het aanbod Op 13 januari 2017 keurde de Vlaamse Regering dan de conceptnota goed die het toekomstig studieaanbod van het gemoderniseerde secundair onderwijs vastlegt en ordent: de basisopties in de eerste graad en de matrix voor de tweede en derde graad. Om dat nieuwe studieaanbod en de ordening ervan te beoordelen, toetste de Vlor het aan de doelstellingen van de conceptnota en de principes van het masterplan: een transparant en rationeel studieaanbod, een herwaardering van het technisch georiënteerd onderwijs, mogelijkheden voor een getrapte studiekeuze, het tegengaan van de waterval en voldoende ruimte voor scholen voor de invulling van het studieaanbod. Op basis van die toetsing, vindt de Vlor dat er een aantal stappen zijn gezet. Er blijven echter belangrijke pijnpunten en gemiste kansen in de beslissing van de Vlaamse Regering die de realisatie van de doelstellingen van het masterplan over de modernisering van het secundair onderwijs hypothekeren. In zijn advies over de conceptnota pleitte de Vlor er o.a. voor dat: leerlingen zowel in de A- als in de B-stroom kunnen kiezen voor verschillende en voldoende brede basisopties om te garanderen dat de eerste graad echt oriënteert en voorbereidt op een meer bewuste en gerichte studiekeuze in de tweede graad; de studierichtingen in de tweede graad breder worden ingericht en dat de coherentie met de fijnmazigere studierichtingen in de derde graad beter wordt bewaakt; de studiedomeinen uit de matrix evenwaardiger aan bod komen en de band wordt verstevigd tussen de studierichtingen derde graad en de onderliggende brede studierichtingen in de tweede graad. De raad drong er dan ook op aan om die pijnpunten weg te werken en om de strakke timing van 1 september 2018 op te geven. De Vlaamse Regering ging deels in op die vraag door se-n-se en de opleidingsvormen van het buitengewoon en het deeltijds beroepssecundair onderwijs ook een plaats te geven in de matrix. Lees hier het advies over de modernisering van het aanbod in het secundair onderwijs (21/02/2017)
3 ‘Studenten in het hoger onderwijs maximale kansen op slagen en internationale ervaring geven’ Hoe deelname studenten in armoede verhogen? Afgelopen werkjaar bracht de Vlor de armoedeproblematiek in het hoger onderwijs opnieuw onder de aandacht. Het thema blijkt immers nog te weinig gekend en berichten in de media
blijven aangeven dat armoede een schrijnend probleem in onze samenleving is, ook in het hoger onderwijs. In een workshop gaf de Vlor samen met het Netwerk tegen Armoede tips en ideeën mee om in het eigen instellingsbeleid te integreren. Lees meer over de workshop armoede en hoger onderwijs (21/11/2016)
Stimuli voor studentenparticipatie De laatste jaren klinkt het steeds meer dat studentenparticipatie moeizamer loopt. Mandaten raken op Vlaams en lokaal niveau moeilijker ingevuld en studentenvertegenwoordigers geven aan dat het moeilijker wordt om hun engagement met hun studies te combineren. De Vlor bracht daarom een advies uit waarin hij ingaat op een aantal drempels voor die participatie en waarin hij een aantal oplossingen voorstelt: een afdwingbaar statuut voor studentenvertegenwoordigers, faciliteiten voor activiteiten gerelateerd aan het mandaat, infrastructurele, financiële en administratieve ondersteuning en een participatiecoach die studenten wegwijs maakt in studentenvertegenwoordiging. Studentenparticipatie moet voor instellingen echter meer zijn dan enkel het verlenen van het studentenstatuut. Elke instelling moet nadenken over de visie, ondersteuning, specifieke acties en middelen die zij hiertegenover zet. In dat beleid(-splan) zijn visie, middelen en ondersteuning belangrijk. Lees hier het advies over het stimuleren van studentenparticipatie (09/05/2017)
4 ‘Volwassenenonderwijs als partner in levenslang leren’ Hertekening volwassenenonderwijs De overheid heeft de ambitie om het volwassenenonderwijs te versterken en duidelijk te positioneren binnen het onderwijslandschap door middel van een nieuw decreet. Als eerste stap in de uitrol van een conceptnota (maart 2016), regelde een spoeddecreet in december 2016 enkele bewarende en faciliterende maatregelen. In zijn advies over het voorontwerp van dat spoeddecreet toonde de Vlor zich alvast sceptisch. Omwille van de overheveling van het hoger beroepsonderwijs en de lerarenopleiding naar het hoger onderwijs, moeten de centra voor volwassenenonderwijs hun aanbod grondig aanpassen. Daarbij is de toekomst van het NT2- aanbod in de centra onzeker en plant de Vlaamse overheid ook voor het volwassenenonderwijs een schaalvergroting. Deze context vraagt om een samenhangende visie op de toekomst van het volwassenenonderwijs. Het spoeddecreet is echter een eerste stap in een gefragmenteerde aanpak. De nieuwe programmatieregeling hindert de centra om hun aanbod aan te passen aan de nieuwe context en om de schaalvergroting voor te bereiden. Zo verplicht de koppeling van de onderwijsbevoegdheid aan een vestigingsplaats hen om dezelfde onderwijsbevoegdheid voor al hun vestigingsplaatsen telkens opnieuw aan te vragen. De afschaffing van de werkingsgebieden en de toekenning van de onderwijsbevoegdheid per studiegebied in plaats van per opleiding, zijn wel een stap in de goede richting. Lees hier het advies over de wijziging regelgeving volwassenenonderwijs en hbo5 (29/09/2016)
Stimuleren van deelname Niet waargemaakt door hervorming opleidingsincentives De sociale partners bereikten een akkoord over de hervorming van de opleidingsincentives voor werknemers: het betaald educatief verlof, de opleidingscheques en de aanmoedigingspremies voor een opleiding. De Vlaamse Regering antwoordde op dat akkoord met een aantal maatregelen voor het hervormen van de opleidingsincentives. De Vlor bekeek de mogelijke effecten van deze voorstellen op het opleidingsaanbod in het volwassenenonderwijs en stelde vast dat de ambitie om de deelname aan opleiding en vorming van alle werknemers te verhogen, niet wordt waargemaakt. De raad vroeg daarbij meer aandacht voor kansengroepen, levensbrede dimensie en de brede toegang. Lees hier het advies over de hervorming van de opleidingsincentives voor werknemers (28/03/2017) Opportuniteiten vrijstelling van beschikbaarheid De Vlor ziet wel kansen in het besluit van de Vlaamse Regering dat onder meer de vrijstelling regelt van de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt voor werkzoekenden om een studie, opleiding of stage te volgen. Door de overheveling van die bevoegdheid kan de Vlaamse overheid nu zelf regelen wie in aanmerking komt voor de vrijstelling en voor welke opleidingen en kan dat vrijstellingenbeleid worden ingepast in het onderwijsbeleid. Bovendien is het erg belangrijk voor de opleidingskansen en de kansen op de arbeidsmarkt van werkzoekenden. Lees hier het advies over de vrijstelling van beschikbaarheid voor een opleiding (22/11/2016)
Meer middelen voor NT2 in het kader van de asielcrisis Met het programmadecreet bij de begrotingsaanpassing 2017 werden de middelen voor NT2 in het kader van de asielcrisis verhoogd. Die verhoging is positief omdat ze aangeeft dat de Vlaamse Regering het inburgeringsbeleid daadwerkelijk kansen wil geven. Toch vindt de Vlor dat de middelen voor de verhoogde taalvereisten moeten worden ingekanteld in de reguliere middelen voor NT2. Nu worden ze al vier opeenvolgende schooljaren ingeschreven als ‘projectmiddelen’. Een inkanteling in de reguliere middelen zou het Vlaamse inburgeringsbeleid ten goede komen. Het biedt de centra meer rechtszekerheid en laat hen toe om op lange termijn te plannen, de nodige infrastructuur te voorzien en hun personeel een stabiele tewerkstelling aan te bieden.
5 ‘Samenwerking tussen het kunstonderwijs en de cultuuractoren’ De hervorming van het dko De hervorming die het deeltijds kunstonderwijs moet 'verankeren, vereenvoudigen en verbinden’ is al langer aangekondigd in de vorige legislaturen. Met een niveaudecreet werd op het einde van het werkjaar 2016-17 hier definitief werk van gemaakt. De Vlaamse Regering bepaalde tien krachtlijnen voor het niveaudecreet: 1 2 3
Een sober en helder niveaudecreet realiseren De einddoelen actualiseren en concretiseren De opleidingsstructuur actualiseren
4 5 6 7 8 9 10
De onderwijsvrijheid respecteren door de programmatiestop op te heffen en te vervangen door een doelmatige programmatieregelgeving De huidige budgettaire ruimte optimaler benutten Samenwerking met kleuter- en leerplichtonderwijs stimuleren Samenwerking met lokale culturele actoren, amateurkunsten, kunsteducatieve organisaties en kunstinstellingen stimuleren Planlast aanpakken: verminderen van de bewijslast voor leerlingen en academies Planlast aanpakken: de geldstromen tussen de Vlaamse overheid en academies vereenvoudigen en reduceren Anticiperen op personeelsgevolgen
De Vlor ging na in welke mate die tien krachtlijnen gerealiseerd werden in het voorontwerp van decreet. De raad toonde zich tevreden met de verankering van het dko in Onderwijs via een niveaudecreet, de globale hervorming, het feit dat er opnieuw geprogrammeerd kan worden en de instapleeftijd vanaf zes jaar. Hij formuleerde wel opmerkingen over het gebrek aan transparantie en flexibiliteit en over de financiering. Lees hier het advies over het voorontwerp van decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs (27/06/2017)
6 ‘Leerdoelen scherpstellen om sterke persoonlijkheden te vormen’ Advies over het eindrapport van het maatschappelijk debat eindtermen Het Vlaams Parlement vroeg de Vlor om advies over de conclusies van het participatief debat over de eindtermen. De raad formuleerde enkele vuistregels om de verwachtingen van de samenleving en van de scholieren ernstig te nemen en ze een plaats te geven in een hernieuwde kijk op brede basisvorming. De nieuwe eindtermen, ‘kerndoelen’ volgens de Vlor, moeten ingevuld worden volgens een brede visie op vorming die jongeren wapent om zichzelf te positioneren ten opzichte van wat hen beïnvloedt. De raad vindt het terecht dat er maatschappelijk bijzonder groot belang wordt gehecht aan zelfkennis, zelfsturing en persoonlijke ontwikkeling en aan maatschappelijke integratie. Vooraleer de overheid de eindtermen aanpast, moeten er nog enkele principiële vragen uitgeklaard worden waarvoor ze moeten dienen. De Vlor ziet ze als een instrument voor het kwaliteitstoezicht door de overheid. Een gevolg van die optie is dat ze allemaal eenzelfde statuut kunnen krijgen: te bereiken door de school op populatieniveau (dus niet op het niveau van de leerling); geformuleerd voor de kernmomenten in de schoolloopbaan: het einde van het basisonderwijs, de eerste graad en de derde graad (en dus niet langer voor de 2de graad van het secundair onderwijs). Lees hier het advies over het eindrapport van het maatschappelijk debat eindtermen (24/11/2016)
Sleutelcompetenties De Europese Commissie plant een actualisering van het kader voor sleutelcompetenties dat vorm kreeg in 2006. Om de mening van de verschillende partners in de lidstaten te kennen, lanceerde de commissie een publieke consultatie. Ook de Vlor werkte een standpunt uit over hoe de partners uit het Vlaamse onderwijs de sleutelcompetenties in de toekomst willen zien evolueren. Daarin bevestigde en onderschreef de raad de drie principes die aan de grondslag liggen van het Europees kader voor sleutelcompetenties: de focus ligt op competenties voor levenslang leren en het is een inspiratiebron voor curriculumdesign in onderwijs, maar geen dwingend juridisch kader. In dat verband kan de raad zich vinden in de open coördinatiemethode. Ook inhoudelijk pleit de raad niet voor grondige veranderingen. Er is wel wat bijsturing nodig voor de competenties over ‘moedertaal’, de sociale en burgerschapscompetenties en het culturele bewustzijn. Lees hier het standpunt over de herziening van de Europese sleutelcompetenties (27/04/2017)
7 ‘Competenties van Nederlands en moderne vreemde talen blijvend verbeteren’ Meertaligheid als realiteit op school Naar aanleiding van het OBPWO-onderzoek over het gebruik van thuistalen op school vroeg de minister de Vlor om een breed kader te ontwikkelen voor een actief taalbeleid. Daarin pleit de raad voor een plaats voor thuistalen op school en voor onderwijs dat thuistalen positief benadert én dat alle talige competenties van leerlingen inzet om het leerproces te versterken. Om positief aan de slag te gaan met die dynamische meertalige identiteit en competenties van leerlingen, is zowel bereidheid als expertise nodig bij alle schoolactoren. Aan de overheid vraagt de Vlor om dit te stimuleren door in het Referentiekader Onderwijskwaliteit (ROK) duidelijke kwaliteitscriteria op te nemen die peilen naar positief omgaan met de aanwezige (talige) diversiteit. Ook moet de open dialoog tussen school en ouders over dit thema gestimuleerd worden. In zijn advies pleit de Vlor ervoor dat scholen meer tolken(uren) kunnen inzetten voor gesprekken met ouders. Lees hier het advies over meertaligheid als realiteit op school (27/10/2016)
Taalbeleid hoger onderwijs: inzetten op Nederlands én andere talen De Vlor boog zich afgelopen werkjaar ook over het evenwicht tussen het Nederlands als primaire onderwijstaal en het anderstalige aanbod in het hoger onderwijs. In zijn advies daarover pleit hij voor een taalbeleid van de instellingen dat inzet op zowel het Nederlands als op anderstaligheid. De raad is dus geen vragende partij om te raken aan de status van het Nederlands als primaire onderwijstaal, maar vindt het wel essentieel dat de studenten in het Vlaamse hoger onderwijs goed voorbereid worden op een rol in de internationale kennismaatschappij. Naast een goede Nederlandse taalvaardigheid, zijn kennis en gebruik van vreemde talen, in het bijzonder het Engels, daarbij minstens even belangrijk. Omwille van dat evenwicht is er nood aan een taalbeleid dat deel uitmaakt van de institutionele kwaliteitszorg en waarbij de instellingen aandacht besteden aan beide pijlers. Zo is het belangrijk dat studenten voldoende Nederlands kennen als zij zich in een opleiding inschrijven en dat
docenten de instructietaal ook op een voldoende hoog niveau beheersen. Als dat niet het geval is, moeten de instelling hen daarin ondersteunen. De Vlor ging cijfermatig na wat de stand van zaken is van het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs in Europa. De conclusie is dat het aanbod nog erg beperkt blijft. Enkel in Nederland dreigt de slinger over te slaan, maar dat is zeker niet het voorbeeld dat de Vlor wil volgen. De Vlor pleit voor een uitbreiding van het aantal anderstalige opleidingen om de internationale aantrekkingskracht van het Vlaamse hoger onderwijs te stimuleren. Hij is ervan overtuigd dat dit niet zal leiden tot een overaanbod omdat het inrichten van dergelijke opleidingen nu eenmaal ook veel inspanningen van de instellingen vraagt. Het Vlor-advies was aanleiding tot heel wat discussie in de media. Uit dat debat bleek alvast dat de eensgezindheid binnen de raad nog niet vertaald is in een maatschappelijke consensus over het te volgen taalbeleid in het hoger onderwijs. De Vlor is in elk geval bereid om dit debat ook in de toekomst verder te voeren. Lees hier het advies over taalbeleid hoger onderwijs (14/02/2017)
8 ‘Van leren en werken een volwaardig onderwijstraject maken’ Geen decreet duaal leren zonder evaluatie tijdelijke projecten Naar aanleiding van de advisering over de leertijd en de uitbreiding van de tijdelijke projecten ‘Schoolbank op de werkplek’ voor het schooljaar 2017-2018, herhaalde de Vlor dat de timing die de Vlaamse Regering voorop stelt voor het decreet duaal leren niet haalbaar is. De tijdelijke projecten in de leertijd en het secundair onderwijs startten pas op in het schooljaar 2016-2017 en lopen drie schooljaren. Het is dan ook onmogelijk om beleidsconclusies te trekken die kunnen meegenomen worden in het decreet. Bij de uitbreiding van de tijdelijke projecten vroeg de Vlor meer flexibiliteit in de toewijzing van de plaatsen en een verruiming van de onderwijsvormen waar duaal leren kan aangeboden worden. Daarnaast betreurt de raad dat er minder stimuli zullen zijn voor de scholen om deel te nemen aan de tijdelijke projecten, terwijl er net vraag is naar extra incentives om tegemoet te komen aan de bijkomende vraag naar ondersteuning die duaal leren met zich mee brengt. Lees hier het advies over de tijdelijke projecten duaal leren: 'Schoolbank op de werkplek': bepalingen leertijd (06/09/2016) Lees hier het advies over de uitbreiding van het tijdelijk project duaal leren en diverse maatregelen voor het secundair onderwijs (09/05/2017)
9 ‘Een vlotte doorstroom van het onderwijs naar de arbeidsmarkt realiseren’ Procedures actualisering beroepskwalificaties De huidige procedures voor beroepskwalificaties voorzien momenteel enkel in het ontwikkelen van nieuwe beroepskwalificaties. De Vlaamse Regering wil daarom de bestaande regelgeving
uitbreiden met een procedure voor het actualiseren of schrappen van reeds erkende beroepskwalificaties. De Vlor vindt het belangrijk dat die procedures toegevoegd worden, ze zijn broodnodig voor een performante kwalificatiestructuur. In zijn advies over de nieuwe procedure vroeg de Vlor aandacht voor systematiek en draagvlak bij de aanpassing en schrapping van beroepskwalificaties. Uit het antwoord van de minister bleek dat er in definitieve versie van het besluit van de Vlaamse Regering heel wat opmerkingen van de Vlor werden meegenomen. Lees hier het advies over de procedure voor de actualisering en schrapping van beroepskwalificaties (30/03/2017)
Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Input voor nieuwe sectorconvenants De nieuwe lichting sectorconvenants 2018-2019 wordt in de steigers gezet. Omdat een van de decretale kapstokken van de sectorconvenants de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is, volgt de Vlor dit van nabij op. Het afgelopen werkjaar boog de commissie OnderwijsArbeidsmarkt zich over de inhoudelijke prioriteiten voor de nieuwe sectorconvenants. Reflectie De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt was op 7 juni 2017 het onderwerp van de eerste Zenitdialoog, een nieuw Vlor-concept dat de thema’s op de agenda van de raad inhoudelijk wil stofferen door ze vanuit een bredere hoek en meer in de diepte te bekijken en te bespreken. Ter introductie van de dialoog schetste Ive Marx (Universiteit Antwerpen) hoe we kunnen evolueren naar een meer inclusieve arbeidsmarkt voor laaggekwalificeerden. Op 20 juni 2017 organiseerde de Vlor een rondetafeldiscussie over de nota 'Levenslang leren en de dynamische levensloopbaan', een van de zeven transitieprioriteiten voor 'Visie 2050’, de langetermijnstrategie van de Vlaamse Regering. De leden van de Vlor reflecteerden samen met de transitiemanager en de onderzoekers die het rapport ‘Toekomstverkenningen arbeidsmarkt opmaakten, over een nieuwe visie op de lerende levensloopbaan op basis van de impact van technologie op jobs, kwalificaties en vaardigheden; hoe trends als individualisering en flexibilisering de loopbanen en arbeidsrelaties kunnen herdefiniëren en de verwachte evoluties in het onderwijs- en vormingslandschap. De ronde tafel maakt deel uit van tweejarig traject gericht op de ontwikkeling van een toekomststrategie en beleidsvisie voor Vlaanderen 2050. Lees hier het verslag van de Zenitdialoog met Ive Marx Commissie RTC De regionale technologische centra (RTC's) moeten zorgen voor een betere afstemming van onderwijs en opleiding met de noden van de arbeidsmarkt. In de beheersovereenkomst die tussen de RTC’s en de Vlaamse overheid werd afgesloten voor 2015-2020, kreeg de Vlor de opdracht om jaarlijks een klankbordgroep te organiseren. Daarin zetelen de geledingen van de Vlor, de sectorale en interprofessionele sociale partners, de VDAB en Syntra Vlaanderen. De commissie RTC toetst de werking van de RTC’s aan het bredere strategische onderwijs- en socio-economische kader en geeft opportuniteiten mee voor de jaaractieplannen. Afgelopen werkjaar werd samen met de RTC’s ook nagegaan welke pistes er zijn om de lopende projecten van de RTC’s te verduurzamen. Jongeren begeleiden die willen doorstromen naar arbeidsmarkt
Om het studiekeuzeproces te versterken voor leerlingen van de derde graad die willen verder studeren, wordt momenteel het exploratie-instrument Columbus ontwikkeld. Op vraag van de minister ging de Vlor na in welke mate dat instrument ook een rol kan spelen bij jongeren die meteen willen doorstromen naar de arbeidsmarkt. Daarbij vond de raad het belangrijk om ook een aantal aanbevelingen voor het bredere traject van onderwijsloopbaanbegeleiding voor die jongeren te formuleren. Dat bredere traject is cruciaal: onderwijsloopbaanbegeleiding kan niet gereduceerd worden tot het aanbieden van een of meerdere instrumenten (zoals Columbus). Lees hier het advies over onderwijsloopbaanbegeleiding voor jongeren die (willen) doorstromen naar de arbeidsmarkt (29/06/2017) Begeleidingscommissie convenant Onderwijs-Horeca In 1996 werd het convenant Onderwijs-Horeca afgesloten om de samenwerking te verbeteren tussen scholen met studierichtingen van het studiegebied Voeding-Hotel en de sector. Sindsdien neemt de Vlor het secretariaat van de begeleidingscommissie van dit onderwijsconvenant op.
10 ‘Een betere studiekeuzebegeleiding realiseren’ Klankbordfunctie bij de ontwikkeling van Columbus In 2015 startte de Vlor een structureel overleg op tussen actoren uit het secundair en hoger onderwijs. In dat platform zetelen de vertegenwoordigers van alle betrokken onderwijspartners, zowel uit het secundair onderwijs als uit het hoger onderwijs: de leerlingen, de studenten, de ouders, de leraren, de onderwijsverstrekkers, de centra voor leerlingenbegeleiding, het hoger onderwijs, het kabinet Onderwijs en het Departement Onderwijs en Vorming. Omdat het belangrijk is om een breed draagvlak te hebben bij verschillende actoren, kreeg het overlegplatform van de Vlor de taak de ontwikkeling en implementatie van het exploratieinstrument Columbus mee te begeleiden. Het platform werkte een draaiboek uit voor het concrete gebruik van Columbus door scholen.
11 ‘Ondersteuning van lerenden versterken’ Kaders voor een nieuw decreet leerlingenbegeleiding In zijn krijtlijnennota over een hervorming van de leerlingenbegeleiding had de Vlor vorig werkjaar gepleit om naast een decreet, ook te werken aan een strategische planning met de verschillende actoren en partners. Op vraag van de minister werkte de raad afgelopen werkjaar een voorstel daarvoor uit. Daarin pleit hij voor een gemeenschappelijk denkkader voor de leerlingenbegeleiding, zowel voor de scholen als voor de centra voor leerlingenbegeleiding (clb) en de pedagogische begeleidingsdiensten. De Vlor vindt dat elke school voortaan op elk van de begeleidingsdomeinen een basisaanbod zal moeten garanderen, alsook een aanbod voor leerlingen voor wie dit basisaanbod niet volstaat. Het nieuwe decreet leerlingenbegeleiding moet leiden tot een grotere duidelijkheid voor de lerende en zijn ouders, tot een betere afstemming tussen de interne leerlingenbegeleiding op school en die in het clb, tot meer onafhankelijkheid van het clb en tot een betere samenwerking tussen onderwijs en de welzijns- en arbeidsmarktpartners.
Lees hier de nota over kaders voor een nieuw decreet leerlingenbegeleiding (24/11/2016)
Welbevinden op school De onderwijspartners binnen de Vlor maken samen met de betrokken overheden en experts een topprioriteit van een beleid tegen pesten, dat sinds het schooljaar 2015-2016 vorm krijgt in een overlegplatform binnen de Vlor. Om scholen te ondersteunen hiermee aan de slag te gaan, lanceerde de Vlor, samen met de samenwerking met CANON Cultuurcel en Iedereen Leest, ’t Zal WELzijn. Dat cultuurproject geeft scholen de kans om het welbevinden van hun leerlingen in kaart te brengen vanuit een boek en via creatieve activiteiten. Het project helpt een klas of groep leerlingen nadenken over het welbevinden op school. Lees meer over het project 't Zal WELzijn Tijdens de Vlaamse Week tegen Pesten organiseerde het overlegplatform op 22 februari 2017 een seminarie over welbevinden. Lees meer over het seminarie Welbevinden
Gezondheidsbeleid op school De Vlor vindt het positief dat de overheid een prioriteit maakt van gezondheidsbevordering in onderwijs. Eind 2016 lanceerde minister Crevits het plan ‘Hoog tijd voor geZONtijd’ dat jongeren op weg moeten helpen naar een gezonde levensstijl via beweging, voeding, EHBO en reanimatie en schoolsportinfrastructuur. In zijn advies over het ontwerpplan formuleerde de Vlor enkele suggesties voor bijsturing, met de bedoeling het actieplan krachtiger te maken. Lees hier het advies over het actieplan 'Hoog tijd voor geZONtijd' (23/02/2017) Op 16 februari 2017 organiseerde de Vlor i.s.m. het Departement Onderwijs een studiedag voor iedereen die betrokken is bij gezondheidsbeleid op school over o.a. organisaties die daarbij kunnen ondersteunen en integratie van gezondheidsbeleid in het schoolbeleid. Lees meer over de studiedag Broodnodig. Stap voor stap naar een gezondheidsbeleid op school De Vlor bracht ook advies uit over het strategisch plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’, waarin subdoelstellingen per setting worden voorgesteld, onder meer voor Onderwijs. De Vlor is het eens met de subdoelstellingen voor Onderwijs, maar dringt aan op coherentie tussen de strategieën en acties in de verschillende settings, en vraagt ook aandacht voor dwarsverbanden met andere maatschappelijke uitdagingen. Lees hier het advies over het strategisch plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’ (29/06/2017)
12 ‘Het uitrollen van het beleid voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’ Nieuw ondersteuningsmodel inclusief onderwijs: voorzichtige stap voorwaarts Het nieuwe ondersteuningsmodel moet ervoor zorgen dat er beter kan ingespeeld worden op de specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen en de daarmee samenhangende ondersteuningsbehoeften van hun leraren. In de nota van de minister zag de Vlor alvast enkele elementen om beter in te spelen op de onderwijsbehoeften van leerlingen en de ermee samenhangende ondersteuningsbehoeften van hun leraren: het bundelen van de middelen voor GON/ION en de waarborgregeling, ondersteuning op basis van de ondersteuningsbehoeften van leerlingen in plaats van het medisch model, leraargerichte en meer handicapspecifieke ondersteuning en flexibiliteit voor de lokale actoren die zelf de duur, intensiteit en focus van de ondersteuning bepalen. Maar de Vlor acht de uitrol van het nieuw ondersteuningsmodel in een budgetneutraal kader onhaalbaar. Bovendien is het niet realistisch om een volledig operationeel ondersteuningsmodel te laten ingaan op 1 september 2017. Er moeten eerst nog te veel elementen opgehelderd en geregeld worden, ook in verwante dossiers zoals leerlingenbegeleiding, bestuurlijke optimalisatie en het loopbaandebat. Bovendien is er tijd nodig om samenwerkingsverbanden en ondersteuningsteams te laten groeien en operationeel te maken. Ook moeten ouders en leerlingen tijdig kunnen geïnformeerd worden over de veranderingen die op til zijn. In zijn advies over het ondersteuningsmodel gaf de Vlor enkele krijtlijnen mee waarbinnen de discussie over de verdere operationalisering gevoerd kan worden. Daarvan werden er door de minister een aantal meegenomen in de definitieve regeling. De raad vroeg ook om een specifiek model voor het hoger onderwijs omwille van de specifieke context die sterk verschilt van het leerplichtonderwijs. Dat voorstel van de Vlor werd gevolgd en verder uitgewerkt als amendement bij het onderwijsdecreet XXVII. Lees hier het advies over het ondersteuningsmodel (23/02/2017)
13 ‘De financiële drempel tot participatie aan onderwijs aanpakken via school- en studietoelagen’ Twijfels bij de integratie van de schooltoelagen in de kinderbijslag Door de hervorming van de kinderbijslag wil de overheid vanaf 1 januari 2019 de schoolpremies rechtstreeks linken aan de participatie aan onderwijs en de schooltoelagen automatisch toekennen. De Vlor werd daarover om advies gevraagd en sprak zich positief uit over de vooropgestelde automatische toekenning van de schooltoelage, iets waar de raad al langer vragende partij voor was. Maar de Vlor formuleerde wel zijn bedenkingen bij de intentie om terugvorderingen te doen van schooltoelagen bij onvoldoende aanwezigheid en bij het nut van een universele participatietoelage van 300 euro voor 3-4-jarige kleuters. De raad pleitte verder voor het vrijwaren van de doelgroep van de huidige schooltoelage en voor een betere afstemming van school- en studietoelagen op de reële studiekost.
In zijn advies uitte de Vlor ook zijn twijfels over de slaagkansen van de vooropgestelde doelstelling van bestrijding van de kinderarmoede, of de hervorming een vereenvoudiging zal inhouden en over de budgetneutraliteit van de operatie. Lees hier het advies over de integratie van de schooltoelagen in de kinderbijslag (15/09/2016) Ondertussen werd het voorontwerp van decreet voor advies aan de Vlor voorgelegd. Daarin toont de raad zich tevreden over het vrijmaken van meer middelen voor de schooltoelagen en studietoelagen hbo5. Anderzijds betreurt hij dat na uitvoering van de armoedetoets bleek dat het decreet geen sterke impact zal hebben op het verminderen van de kinderarmoede. Lees hier het advies over het decreet gezinsbeleid (29/06/2017)
Financiële drempels hoger onderwijs Studiekosten De Vlor bracht advies uit over het rapport van de regeringscommissarissen hoger onderwijs over de facturatie van extra studiekosten in het hoger onderwijs. Die vallen buiten het studiegeld en kunnen voor sommige studierichtingen oplopen tot enkele honderden euro’s. Die bijkomende financiële drempel komt de verdere democratisering van het hoger onderwijs niet ten goede. De raad pleit daarom voor transparantie over de totale opleidingskost en voor een inschatting vooraf op basis van een modeltraject. Lees hier het advies over studiekosten in het hoger onderwijs (11/10/2016) Tariefstructuur studiegelden bij klein aantal studiepunten In het antwoord op de adviezen van de Vlor over de conceptnota’s hbo5 en lerarenopleiding, vroeg de minister om een bijkomend advies over de tariefstructuur van de studiegelden in het hoger onderwijs, in het bijzonder voor studenten die slechts een klein aantal studiepunten opnemen. Voor deze groep, i.c. de hbo5- studenten stelde de Vlor een tegemoetkoming voor in de vorm van tussenkomst van studentenvoorzieningen en een vermindering van het variabele studiegeld voor minvermogende studenten zonder studiebeurs. De raad vroeg de overheid ook om op langere termijn structureel voor het hele hoger onderwijs, na te denken over oplossingen voor het hoge studiegeld voor studenten die tussen de 0 en 27 studiepunten opnemen en over het recht op studietoelage voor deze groep studenten. De minister ging daar op in en vroeg de Vlor om daar specifiek een advies rond te formuleren. Dat zal worden uitgebracht in het werkjaar 2017-2018. Lees hier het advies over de tariefstructuur studiegelden bij klein aantal studiepunten (13/12/2016)
14 ‘De (digitale) geletterdheid en mediawijsheid verhogen’ De Vlor maakt deel uit van het overlegplatform Onderwijs Mediawijsheid van het Kenniscentrum Mediawijsheid. Dat maakt overleg mogelijk tussen partners uit onderwijs en mediawijsheid en geeft de kans aan onderwijspartners om input te geven voor de acties en producten van het Kenniscentrum Mediawijsheid.
Strategisch doel 2: ‘Voldoende, deskundig en gemotiveerd onderwijspersoneel garanderen’ De beleidsnota Onderwijs focust op vier operationele doelstellingen: (1) de lerarenopleiding versterken, (2) de basiscompetenties en het beroepsprofiel actualiseren, (3) een professionele, uitdagende en meer gevarieerde onderwijsloopbaan realiseren, (4) een loopbaanlange professionalisering en ondersteuning van leraren realiseren. De beleidsvoorbereiding daarvan gebeurt momenteel in werkgroepen van het beleidsdomein Onderwijs. Over de onderwijsloopbaan verloopt het overleg met de onderwijsverstrekkers en – vakbonden. In zijn advies over het toekomstplan voor het basisonderwijs (zie pagina 5) uitte de Vlor zijn bekommernissen over de inzet van masters en vakleraren en over de versterking van de leraren in het basisonderwijs.
Masters en vakleraren in het basisonderwijs? De Vlor ziet mogelijkheden in een specifieke masteropleiding voor het basisonderwijs. Hij vroeg de minister dan ook om versneld werk te maken van het onderzoek naar de opportuniteit en de meerwaarde. De raad kan zich wel niet vinden in de piste van de Vlaamse Regering om bijkomende bijzondere leermeesters (als vakleraren) in het basisonderwijs te introduceren. Dat gaat immers in tegen een fundamenteel kenmerk van het basisonderwijs, nl. de geïntegreerde werking. De klas- of groepsleraar zorgt voor continuïteit en is een duidelijk ankerfiguur. Hij is inzetbaar in alle leerlingengroepen en alle leergebieden. Dit zorgt voor heel wat didactische en praktische mogelijkheden die sleutelvoorwaarden vormen om een sterk basisonderwijs te realiseren. Lees punt 3.3 in het advies over het toekomstplan basisonderwijs (08/03/2017)
Leraren in het basisonderwijs versterken In datzelfde advies over een toekomstplan voor het basisonderwijs pleitte de Vlor ook om voluit in te zetten op het verder versterken van professionele schoolteams. Zo stelde de raad voor om leraren structureel meer tijd te geven voor overleg en voor professionele groei. Ook pleitte de Vlor voor een significante uitbreiding van de uren kinderverzorging in het kleuteronderwijs. Lees punt 4.5 in het advies over het toekomstplan basisonderwijs (08/03/2017)
Strategisch doel 3:
‘Onderwijsinstellingen versterken’ 1 ‘Het inschrijvingsbeleid vereenvoudigen en vernieuwen’ De Vlor heeft in 2016-2017 geen adviesvraag ontvangen over de vereenvoudiging en vernieuwing van het inschrijvingsdecreet.
2 ‘Een optimalisatie van het onderwijslandschap mogelijk maken’ Krijtlijnen voor bestuurlijke optimalisatie Een conceptnota gaf het onderwijsveld aan het einde van het vorige werkjaar een zicht op drie modellen voor bestuurlijke optimalisatie: het individueel schoolbestuur, de vereniging van schoolbesturen (VVS) en het schoolbestuur met bijzondere kenmerken (SBK). Op basis van de conceptnota is het niet eenvoudig om alle gevolgen van de bestuurlijke optimalisatie in te schatten. Daarom gaf de raad een aantal krijtlijnen mee waarbinnen de overheid de conceptnota verder kan uitwerken. Om bestuurlijke optimalisatie te doen slagen, moet elke school over voldoende basisomkadering beschikken, moeten schoolbesturen vrij kunnen kiezen in welke bestuurlijke figuur ze stappen en moeten ze die keuze kunnen bijsturen. Een inwerkingtreding van de bestuurlijke optimalisatie in 2018 vindt de Vlor te snel. Lees hier het advies over de conceptnota bestuurlijke optimalisatie (15/09/2016)
Bezorgdheid over schaalvergroting volwassenenonderwijs Via het onderwijsdecreet XXVII werden enkele ingrijpende veranderingen in het landschap van het volwassenenonderwijs ingevoerd. In zijn advies over het voorontwerp van dat onderwijsdecreet sprak de Vlor zich uit tegen de nieuwe rationalisatienormen. Door de norm op 850.000 lesurencursist te leggen, ging de overheid in tegen haar eigen voornemen om via een schaalvergroting de slagkracht van de centra voor volwassenenonderwijs te vergroten. Op basis van een dergelijke norm zouden er nog nauwelijks centra over blijven en zou het recht op levenslang en levensbreed leren niet meer gegarandeerd zijn. Zo’n schaalvergroting biedt ook geen enkele garantie op een gevarieerd en kwaliteitsvol aanbod. Onder meer op basis van het advies van de Vlor, werd de norm uiteindelijk verlaagd naar 700.000 lesurencursist. Uitzonderingen zijn: 360.000 lesuren in zeer dunbevolkt gebieden en 525.000 lesurencursist in het Brussels hoofdstedelijk gewest, de faciliteitengemeenten en de Limburgse mijngemeenten. Centra die ervoor kiezen om zich te specialiseren in slechts 1 studiegebied, zullen een norm van 200.000 lesurencursist moeten halen. De voorziene ingangsdatum voor de nieuwe rationalisatienormen is 1 september 2019. Lees hier het advies over onderwijsdecreet XXVII (26/01/2017)
3 ‘De werkingsmiddelen in het leerplichtonderwijs evalueren’ Voor het derde jaar op rij besparingen op werking De Vlor vraagt al langer aan de Vlaamse Regering om de volgende jaren van onderwijs een speerpunt te blijven maken door te blijven investeren in onderwijs en te zorgen voor voldoende middelen voor de basisfinanciering voor de verschillende onderwijsniveaus. In het programmadecreet bij de begroting 2017 stelde de raad opnieuw vast dat de regering voor het derde jaar op rij besparingen inschrijft op de werkingsmiddelen voor onderwijs. De meest ingrijpende besparingsmaatregel is opnieuw de niet-indexering van de werkingsmiddelen die ze meteen, uitgezonderd voor het basisonderwijs, voor drie opeenvolgende jaren inschrijft, dus tot het einde van deze legislatuur. Daarnaast bestendigde en indexeerde het programmadecreet enkele andere besparingen uit het verleden. Omdat de regering niets wijzigde aan besparingen uit eerdere besparingsrondes, blijven die ook gewoon doorlopen de volgende jaren. In het programmadecreet voor 2017 was wel niet langer sprake van een bevriezing van het ‘Klik’-systeem voor de stijging van de budgetten voor het hoger onderwijs. Lees hier het advies over het programmadecreet bij de begroting 2017 (28/10/2016) Bij de aanpassing van de begroting 2017 toonde de Vlor zich wel tevreden over de maatregelen voor onderwijs: de gelijkschakeling coëfficiënt administratieve omkadering tussen het GO! en het gesubsidieerd onderwijs, meer middelen NT2 in het kader van de asielcrisis, huursubsidies voor schoolinfrastructuur, de financiering voor de groei van hbo5-opleidingen, en de versoepeling van de aanwending van de uren voor persoonlijke ontwikkelingstrajecten (POT). Lees hier het advies over het programmadecreet bij begrotingsaanpassing 2017 (27/04/2017)
4 ‘Het aanbod en de financiering in het hoger onderwijs bijsturen’ Overheveling hbo5 en specifieke lerarenopleiding In maart 2016 keurde de Vlaamse Regering vier conceptnota’s goed waarin zij naast haar plannen voor het volwassenenonderwijs en NT2, ook die voor het hoger beroepsonderwijs (hbo5) en de lerarenopleiding verduidelijkte. Hbo5 en de specifieke lerarenopleiding zullen worden overgeheveld naar het hoger onderwijs. Als eerste stap in de uitrol daarvan, regelde een spoeddecreet enkele bewarende en faciliterende maatregelen. De Vlor kon zich wel vinden in de voorgestelde maatregelen, maar vroeg dat er middelen werden voorzien om de omvorming en actualisering uit te werken. Lees hier het advies over het spoeddecreet tot wijziging van regelgeving volwassenenonderwijs en hbo5 (29/09/2016)
Werkstudenten in hbo5 De minister vroeg de Vlor om te bekijken of de definitie van werkstudenten ook kan toegepast worden voor studenten in het hoger beroepsonderwijs. Die definitie is belangrijk voor de financiering van de instellingen hoger onderwijs. De Vlor stelde voor om voorlopig twee aparte financieringsmechanismen te behouden: dat voor de BaMa-opleidingen en dat voor hbo5-opleidingen. Het samenvoegen van de middelen vandaag zou erg veel onbedoelde neveneffecten met zich meebrengen. Als in 2026 de hele financiering van hbo5 volledig in het hoger onderwijs inkantelt, dan moet het hele financieringsmodel hoger onderwijs herbekeken worden. De minister ging in op die vraag en vroeg de Vlor om een nieuw advies te formuleren over de tariefstructuur voor studiegelden voor 0-27 studiepunten. Lees hier het advies over de definitie van werkstudenten in hbo5 (13/12/2016)
5 ‘Internationale ontwikkelingen vertalen in Vlaams onderwijsbeleid’ Gevolgen en toekomst Bolognaproces De Bolognaverklaring van 1999 is de aanleiding geweest voor een grondige hervorming van het Vlaamse hogeronderwijslandschap. De Vlor heeft het Bolognaproces altijd nauw opgevolgd en bracht het afgelopen werkjaar opnieuw in de aandacht met een seminariereeks. De raad gaat binnenkort aan de slag met de ideeën van dit seminarie en brengt in het najaar een nieuw advies uit ter voorbereiding van de ministeriële conferentie in Parijs in 2018. Lees hier de verslagen van de seminaries over het Bolognaproces
Opvolging internationaal onderwijsbeleid De Vlor volgt de belangrijke ontwikkelingen in het internationale onderwijsbeleid systematisch en grondig op en stelt zijn partners in de gelegenheid om mee op de hoogte te blijven. De raad verzamelt onderwijsgebonden informatie van de Europese Unie (Raden, Commissie, Parlement) volgt de agenda op van onder meer de Oeso en de Unesco. Op die manier kunnen de Vlaamse stakeholders zich een idee vormen van de impact van Europese beleidslijnen op het Vlaams onderwijsbeleid, van de links tussen beide niveaus of, soms, het ontbreken van die links. Zo bracht de raad afgelopen werkjaar een standpunt uit over de herziening van het kader voor sleutelcompetenties (zie pagina 11). De Vlor-commissie Internationaal Onderwijs- en Vormingsbeleid inventariseert ook jaarlijks de ontwikkelingen in het internationale onderwijsbeleid en is doorgeefluik voor informatie naar de verschillende raden en geledingen van de Vlor opdat die waar relevant kan worden gebruikt bij de advieswerking.
Netwerk Europese onderwijsraden: EUNEC Ook dit jaar was de Vlor een actief lid van EUNEC, het Europees netwerk van onderwijsraden. Op 18 en 19 mei 2017 organiseerde het netwerk in Boekarest een seminarie met als thema 'Making education more inclusive’. Deelnemers uit 13 landen, experts en stakeholders in onderwijs en vorming, wisselden ervaringen en expertise uit. Keynotesprekers waren professor Mark M. Alter
(Universiteit New York) en Paula Frederica Hunt (adviseur inclusief onderwijs bij UNICEF). Tijdens een schoolbezoek konden de deelnemers vaststellen hoe inclusie in de praktijk wordt gebracht. De tweede dag van het seminarie was gewijd aan debat, op basis van recent werk rond inclusie uit Roemenië, Portugal en Litouwen. Lees hier het verslag van het EUNEC-seminarie over inclusief onderwijs
6 ‘Juridisering, regeldruk en planlast terugdringen’ Onder de naam ‘Operatie Tarra’ lanceerde de minister een actieplan dat de planlast voor scholen en leraren moet verminderen. De Vlor volgt die bezorgdheid om de regel- en administratieve druk te verlichten. In verschillende van zijn adviezen vroeg hij dan ook aandacht voor de gevolgen van nieuwe beleidsmaatregelen voor de planlast, onder meer in het advies over een toekomstplan voor het basisonderwijs, het advies over Onderwijsdecreet XXVII en het advies over het voorontwerp van decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs.
Strategisch doel 4: ‘Werk maken van een Masterplan Scholenbouw’ Beleidsplan Ruimte: hefbomen om capaciteitsprobleem aan te pakken Het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) is een beleidsverklaring van de Vlaamse Regering die de strategische krachtlijnen schetst voor de ruimtelijke ontwikkeling van de komende decennia. Daarin zitten een aantal hefbomen om het capaciteitsprobleem in het Vlaams onderwijs aan te pakken. In zijn reactie op dat witboek pleitte de Vlor voor een kindgerichte leefomgeving, een sectoroverstijgende planning, het multifunctioneel gebruik en duurzame inzetbaarheid van publieke sociaal-culturele gebouwen, monitoring en bovenlokale gebiedsgerichte werking. Lees hier het advies over het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (23/02/2017)
Huursubsidies voor schoolinfrastructuur: een goede oplossing op korte termijn In het kader van de aanpassing van de begroting 2017 (zie pagina 20) voorzag de overheid de mogelijkheid om huur te subsidiëren. De Vlor sprak zich daar zeer positief over uit. De maatregel van een jaarlijkse machtiging van 3.600.000 euro aan AGION komt immers tegemoet aan een reële nood van de scholen. De mogelijkheid voor huursubsidiëring kan dus zeker helpen in het wegwerken van de achterstand in schoolinfrastructuur op korte termijn, maar mag in geen geval als alternatief beschouwd worden voor de financiering van nieuwbouw- of renovatieprojecten.
Strategisch doel 5: ‘Topkwaliteit realiseren’ Inspectie 2.0 In februari 2015 kreeg de onderwijsinspectie de opdracht van de minister om een nieuw referentiekader voor onderwijskwaliteit (ROK) uit te werken. Het uiteindelijke doel daarvan was om de kwaliteitszorg van scholen en de inspectie meer op elkaar af te stemmen opdat de onderwijsinspectie vanaf januari 2018 kan werken met een vernieuwd kwaliteitstoezicht. Op 9 juni ontving de Vlor de vraag om advies uit te brengen over het voorontwerp van decreet betreffende de onderwijsinspectie 2.0. De raad zal zijn advies uitbrengen op 28 september 2017.
‘Aandacht voor transversaal beleid’ In haar beleidsnota 2014-2019 voegde de minister na haar strategische doelstellingen een extra punt toe over transversaal beleid. De Vlor is al langer voorstander van een breed transversaal beleid en pleit voor afstemming en transparantie in de verschillende beleidsdomeinen. De raad volgt dan ook de prioriteiten van de andere beleidsniveaus buiten Onderwijs. Zo bracht de raad enkele adviezen uit over het beleidsdomein Werk: over het ontwerp van besluit over de vrijstelling van beschikbaarheid voor een opleiding en over de hervorming van opleidingsincentives voor werknemers. De Vlor bracht ook verschillende keren advies uit over beleidsdossiers die een samenwerking zijn tussen verschillende beleidsdomeinen: gezondheidsbeleid (Onderwijs - Welzijn) vrijwilligersbeleid (Cultuur, Jeugd, Media en Brussel – Onroerend Erfgoed)
Pleidooi voor een laagdrempelig vrijwilligersbeleid in onderwijs De Vlaamse regering ontwikkelde een actieplan over het Vlaamse vrijwilligerswerk dat inzet op wetgeving en statuut, informatie en ondersteuning en overregulering. Het actieplan speelt in op de brede en diverse praktijk van het vrijwilligerswerk in onderwijs: de ouderwerkingen, schoolbesturen, participatieorganen, … In zijn advies over dat actieplan vroeg de Vlor om de toegankelijkheid en de laagdrempeligheid van vrijwilligerswerk als een belangrijk aandachtspunt te hanteren bij de verdere uitrol ervan. De raad pleitte ook voor een vereenvoudiging van de regelgeving en het wegwerken van onduidelijkheden of moeilijkheden op vlak van interpretatie. Ook vroeg hij aandacht voor de bescherming van vrijwilligers. Door de grote verscheidenheid van vrijwilligerswerk in onderwijs, gaande van occasionele hulp tot een meer langdurig engagement, is dit een pijnpunt.
Thema’s op eigen initiatief 1 Internationalisering: hoog op de agenda van de Vlor Sterkere impulsen voor internationalisering leerplichtonderwijs De Vlor bracht in september 2016 op eigen initiatief een advies uit waarin hij pleit voor sterkere impulsen voor een internationaliseringsbeleid in Vlaamse scholen. Dat verrijkt immers de leerprocessen van de leerlingen. Ze verruimen hun horizon en oefenen competenties in andere leersettings (binnen of buiten de eigen school). Maar internationalisering is ook een krachtige hefboom om het beleid binnen de school te versterken: het team kan zich professionaliseren door het bevragen van de eigen praktijk, door projectmatige vernieuwingen, door contacten met beleidservaringen uit andere scholen en andere onderwijssystemen. Internationale projecten bieden ook heel wat leerkansen voor scholen om innovaties vorm te geven. Lees hier het advies over sterkere impulsen voor een internationaliseringsbeleid in Vlaamse scholen (29/09/2016)
Internationaliseringsbeleid is breder dan mobiliteit Om internationale competenties te ontwikkelen bij alle lerenden, is mobiliteit een van de mogelijke werkvormen. Het streefdoel dat alle lerenden in alle onderwijsniveaus daaraan kunnen deelnemen, is moeilijk haalbaar. Er zijn immers zowel financiële, fysieke (bijv. ziekte of handicap) als sociale en culturele barrières waarom lerenden niet deelnemen aan mobiliteit. Internationalisering hoeft daarom niet noodzakelijk gepaard te gaan met fysieke mobiliteit. Er zijn heel wat alternatieve werkwijzen om toch intensief in contact te komen met andere culturen en talen: virtuele communicatie, interculturele activiteiten op school, binnenkomende mobiliteit. De school kan ervoor kiezen om internationale, interculturele en globale competenties te integreren binnen het lessenpakket of het curriculum van de leerlingen. Tijdens een seminarie over internationalisation@home op 23 mei 2017 bekeek de Vlor die alternatieven. Lees hier het verslag van het seminarie-internationaliseringhome
Nieuw elan voor internationaliseringsstrategie hoger onderwijs De raad bracht ook een advies uit waarin hij pleitte voor een sterkere internationalisering in het hoger onderwijs. Als Vlaamse hogeronderwijsinstellingen een voorlopersrol willen blijven spelen in het ontwikkelen van kennis en als ze hun studenten willen voorbereiden op hun professioneel en persoonlijk functioneren in een steeds meer globale en multiculturele samenleving, moeten zij verder blijven internationaliseren. De Vlor pleit voor een nieuw elan en een nieuwe stimulans waarbij de overheid samen met de instellingen een internationaliseringsstrategie voor het Vlaamse hoger onderwijs opstelt. Die moet instellingsoverschrijdend tot stand komen en de instellingen moeten hierbij de leidende actoren zijn. De overheid heeft een coördinerende rol en zorgt voor de invulling van de randvoorwaarden (zoals middelen en regelgeving). Op dit moment is er te veel versnippering van het aanbod en is er geen gezamenlijke aanpak. Internationalisering wordt zowel door de overheid
als de instellingen vaak herleid tot mobiliteit. Het Vlaamse hoger onderwijs heeft nood aan een visieontwikkeling over internationalisering. Lees hier het advies over een internationaliseringsstrategie voor het Vlaamse hoger onderwijs (14/03/2017)
2 Vluchtelingen in onderwijs Een ander thema dat de Vlor op de agenda plaatste, is dat van vluchtelingen in onderwijs. In september 2015 had de raad al naar aanleiding van de vluchtelingen- en opvangcrisis een spoedadvies uitgebracht over maatregelen die nodig zijn om als onderwijssector de verantwoordelijkheid op te nemen t.a.v. vluchtelingen. Hij had daarbij ook gepleit voor versnelde programmatieprocedures. Het is voor anderstalige nieuwkomers immers belangrijk om vlug terecht te kunnen in een school met een onthaalklas. De overheid gaf daaraan gevolg en sinds 1 november 2015 kunnen schoolgemeenschappen secundair onderwijs doorheen heel het schooljaar de programmatie van een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) aanvragen. De Vlor adviseerde ondertussen al 31 van die programmatieaanvragen (zie Onderwijsaanbod en -organisatie).
Strategische verkenning Dit werkjaar startte de Vlor ook een strategische verkenning op over het thema. Een werkgroep buigt zich momenteel een werkgroep over vragen als: Wat is de impact van de vluchtelingeninstroom voor onderwijs op lange termijn? Voor welke uitdagingen stelt dit onderwijs? Wat is het antwoord van onderwijs? Hoe kan onderwijs nieuwkomers van alle leeftijden en op alle niveaus wapenen voor de toekomst? Wat kunnen we leren van de aanpak en de ervaringen in de ons omringende landen? In de seminaries worden verschillende actoren betrokken: vluchtelingen, deskundigen, directies en leerkrachten, leerlingen, studenten, ouders, ... De denkoefening over de sterktes en zwaktes, valkuilen en uitdagingen moet leiden tot een toekomstvisie voor het onderwijs aan vluchtelingen in Vlaanderen.
Hoger onderwijs Aangezien heel wat vluchtelingen 18 jaar of ouder zijn, heeft ook het hoger onderwijs een rol in het bieden van een (educatief) perspectief aan vluchtelingen. De Vlor stelt vast dat er al heel wat gebeurt rond vluchtelingen en hoger onderwijs, maar dat een geĂŻntegreerde visie en afstemming tussen de verschillende beleidsdomeinen ontbreekt. In een advies over de vluchtelingenproblematiek in het hoger onderwijs vroeg de raad aan de overheid en de instellingen om daar dringend werk van te maken. Lees hier het advies over de vluchtelingenproblematiek in het hoger onderwijs (14/03/2017)
Overige advieswerk van de Vlor 1 Beleidsmethoden Rechtstreekse inspraak burgers en/of structurele dialoog middenveld? In december formuleerde de Vlor een advies over het groenboek bestuur. Dat bevat de principes en voorstellen voor een vernieuwing van de werking en taken van de Vlaamse overheid. Een van die voorstellen gaat over de manier waarop burgers kunnen worden geconsulteerd en over de werking van de strategische adviesraden. De Vlor ziet veel kansen in het optimaliseren van consultatie- en adviseringsprocessen, maar formuleerde toch ook heel wat kritische bedenkingen bij de voorgestelde hervormingen in het groenboek. Er is een goed evenwicht nodig tussen consultatie van burgers en een structurele dialoog met het georganiseerde middenveld. Zeker in een sector als onderwijs waar diverse partners mee verantwoordelijkheid nemen voor het organiseren van het onderwijs is een dergelijke dialoog met het middenveld cruciaal. Consultatie en strategische advisering is in de ogen van de Vlor geen of-of- maar een en-enverhaal. Het advies van de Vlor bevat een paar concrete voorstellen om beide processen op elkaar af te stemmen en elkaar te doen versterken. De Vlor kijkt uit naar een witboek dat de voorstellen van het groenboek verder uitwerkt in overleg met het middenveld. Lees hier het advies over het groenboek bestuur (22/12/2016)
Beleidsdesign In zijn advies over de beleidsbrief Onderwijs 2016-2017 gaf de Vlor ook een aantal aanbevelingen over de manier waarop onderwijsbeleid tot stand zou moeten komen. De raad pleitte voor: een afstemming tussen de verschillende beleidsinitiatieven, zoals de vernieuwing van het aanbod in het secundair onderwijs en de ontwikkelingen op het vlak van eindtermen, de invulling van de matrix en het format van de onderwijskwalificaties; voldoende tijd voor de evaluatie van pilootfases voordat die wordt vertaald in regelgeving, bijvoorbeeld voor de proefprojecten duaal leren en vreemde talen in het basisonderwijs; Vlor-adviezen voldoende valoriseren: uit de beleidsbrief bleek alvast dat er voor een aantal dossiers te weinig rekening werd gehouden met fundamentele bedenkingen van de Vlor, zoals bij de toevoeging van vreemde talen in het basisonderwijs en het aanhouden van de drie niveaus van eindtermen. Lees hier het advies over de beleidsbrief onderwijs 2016-2017 (24/11/2016)
Gelijkekansenperspectief In zijn adviezen over de beleidsnota en de eerste beleidsbrief Onderwijs had de Vlor al eerder het ontbreken van een actielijn voor gelijke onderwijskansen betreurd. De raad blijft daarom vragen aan de minister om het gelijkekansenperspectief structureel te verankeren in de beleidsmaatregelen en bij de vertaling van de verschillende dossiers in de regelgeving.
Geen ingrijpende wijzigingen via verzameldecreten Ook dit jaar bevatte het onderwijsdecreet veel meer dan wijzigingen dan noodzakelijk. Dergelijk verzameldecreet mag enkel een aantal wijzigingen aan de regelgeving doorvoeren die administratieve processen vereenvoudigen. In zijn advies over het voorontwerp van onderwijsdecreet XXVII stelde de Vlor echter opnieuw vast dat heel wat maatregelen werden voorgesteld met een verregaande impact: de rationalisatie van het volwassenenonderwijs, de uitrol van de maatregelen basisonderwijs uit de conceptnota modernisering secundair onderwijs, tot zelfs maatregelen die fundamentele wijzigingen aanbrengen aan de onderwijswetgeving, zoals de invoering van het begrip ‘facultatieve leergebieden’. Lees hier het advies over onderwijsdecreet XXVII (26/01/2017)
2 Onderwijsonderzoek Bouwstenen voor een stimulerend beleid In haar beleidsnota en beleidsbrief 2016-2017 formuleerde de minister het voornemen om tot een meer coherente en afgestemde inzet van de bestaande middelen en een meer efficiënte organisatie van het praktijkgericht onderwijsonderzoek te komen, met het oog op een versterkte professionalisering van leerkrachtenteams en interne kwaliteitszorg van scholen. In dat licht heeft de Vlor zijn advies ‘Kennisontwikkeling voor de onderwijspraktijk: bouwstenen voor praktijk en beleid’ uit 2010 onder de loep genomen en vastgesteld dat het in grote mate stand houdt. Met een geactualiseerde versie bracht de raad het advies opnieuw onder de aandacht van de minister. Het nieuwe advies gaat in op de voorwaarden om praktijkgericht onderwijsonderzoek alle kansen te geven en doet aanbevelingen voor een structureel beleid. Daarbij wordt de rol van de overheid, maar ook die van de andere betrokken actoren beschreven. Lees hier het advies over praktijkgericht onderwijsonderzoek: bouwstenen voor een stimulerend beleid (29/06/2017)
3 Onderwijsaanbod en -organisatie Omwille van zijn unieke samenstelling maken onder meer alle onderwijsverstrekkers deel uit van de Vlor. Om die reden gaf de decreetgever de opdracht aan de Vlor om te overleggen en advies te verlenen over nieuw en bijkomend onderwijsaanbod in de verschillende onderwijsniveaus. De onderwijsverstrekkers overleggen eerst onderling over de oprichting van nieuw en bijkomend aanbod. In de uiteindelijke adviesverlening worden ook de andere stakeholders binnen de Vlor betrokken.
Buitengewoon onderwijs Als gevolg van het M-decreet is de bevoegdheid van de Vlor voor overleg en advies over nieuw en bijkomend onderwijsaanbod uitgebreid met de programmatieaanvragen in het buitengewoon onderwijs. De raad ontving 13 programmatieaanvragen voor de oprichting van nieuwe types in scholen voor buitengewoon basisonderwijs. Hij gaf aan de Vlaamse Regering advies op basis van volgende
beoordelingscriteria: administratieve voorschriften, omgevingsanalyse, expertise en professionalisering, infrastructuur en materiële voorzieningen. Lees hier het advies over de programmatieaanvragen buitengewoon basisonderwijs 2017-2018 (18/01/2017) Voor het buitengewoon secundair onderwijs bracht de raad advies uit over 16 dossiers met aanvragen voor een nieuw type binnen een bestaande opleidingsvorm of een nieuwe opleidingsvorm. Bij die advisering hanteerde de raad beoordelingscriteria op basis van administratieve voorschriften, omgevingsanalyse, expertise en professionalisering, infrastructuur en materiële voorzieningen. Lees hier het advies over programmaties in het buitengewoon secundair onderwijs 2017-2018 (09/02/2017)
Secundair onderwijs De Vlor beraadde zich over 38 programmatieaanvragen voor het voltijds secundair onderwijs voor het schooljaar 2017–2018: een eerste reeks met acht aanvragen op basis van studiecontinuïteit en een tweede reeks met dertig aanvragen voor programmatie van een nieuw structuuronderdeel op basis van inruil waarbij een bestaand structuuronderdeel gelijktijdig wordt opgeheven. Bekijk hier de programmatiecriteria De Vlor gaf een positief advies voor het ontwikkelen van een onderwijskwalificatie voor het structuuronderdeel Energietechnieken (Se-n-Se) en ging daarmee principieel in tegen een negatief advies van AHOVOKS. Lees hier het advies over het voorstel van onderwijskwalificatie Se-n-Se Energietechnieken (09/05/2017) De Vlor beoordeelde ook de voorstellen voor nieuwe opleidingen in het deeltijds beroepsonderwijs (dbso) voor de groensector en de textielverzorging. Het betrof enerzijds het schrappen van een aantal bestaande opleidingen en het oprichten van een aantal nieuwe als gevolg van de screening van het aanbod voor het dbso; en anderzijds de modulaire opleidingenstructuren voor de nieuwe opleidingen. Lees hier het advies over nieuwe opleidingen in het dbso voor textielverzorging en de groensector (09/03/2017) De raad gaf ook een positief advies over 2 programmatieaanvragen voor een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. Bekijk het overzicht op www.vlor.be/programmatieOKAN
Volwassenenonderwijs Opleidingsprofielen In de modulaire onderwijsorganisatie werkt ook het volwassenenonderwijs met opleidingsprofielen. Die omvatten, naast de benaming en het volume van de opleiding, ook de basiscompetenties. In de opleidingsprofielen zijn ook de modules en leertrajecten opgenomen. De Vlor adviseert de eindvoorstellen op basis van een algemeen toetsingskader en specifieke beoordelingscriteria zoals de interne samenhang van het opleidingsaanbod, gedragenheid en de relatie tot de arbeidsmarkt of tot andere relevante maatschappelijke ontwikkelingen. Bij de
advisering van die opleidingsprofielen wordt systematisch gekeken naar de beroepsprofielen of andere relevante referentiekaders en wordt hierover overlegd met de betrokken sectoren. De Vlor beoordeelde dit werkjaar alle voorstellen gunstig. -
Lees hier het advies over de opleidingsprofielen voor Kraamzorg en Begeleider in de kinderopvang), Uitvaartmedewerker, Uitvaartassistent, Uitvaartmanager (20/12/2016) Lees hier het advies over het opleidingsprofiel Bibliotheekmedewerkerinformatiebemiddelaar (14/03/2017)
Onderwijsbevoegdheid Indien een centrum voor volwassenenonderwijs daartoe de onderwijsbevoegdheid heeft, kan het opleidingen organiseren die behoren tot de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs of de specifieke lerarenopleiding. Dat laat de centra toe in te spelen op nieuwe opleidingsbehoeften. De wijze van toekenning van onderwijsbevoegdheid wijzigde in de loop van dit werkjaar: de onderwijsbevoegdheid wordt niet langer toegekend op het niveau van de opleiding, maar op het niveau van het studiegebied. De Vlor adviseerde dit werkjaar 140 aanvragen tot uitbreiding van de onderwijsbevoegdheid en 10 aanvragen tot overheveling van onderwijsbevoegdheid: Advies over de aanvragen voor onderwijsbevoegdheid volwassenenonderwijs 2017 (22/11/2016) Advies over de aanvragen voor onderwijsbevoegdheid volwassenenonderwijs 20172018 (28/03/2017) Afwijkingen rationalisatienorm In het volwassenenonderwijs bestaat er een rationalisatienorm voor zowel de centra voor volwassenenonderwijs als de centra voor basiseducatie. Het gaat hierbij om een minimaal aantal lesurencursist dat een centrum tijdens een bepaalde referteperiode moet behalen om in aanmerking te komen voor financiering of subsidiĂŤring. De subsidiĂŤring of financiering van de centra die deze rationalisatienorm niet halen, wordt binnen een periode van drie schooljaren afgebouwd tot nul. In de regelgeving is voorzien dat een centrum een aanvraag tot afwijking van de rationalisatienorm kan aanvragen. Indien een centrumbestuur uiterlijk op 15 april een gemotiveerde aanvraag indient bij de administratie, kan na advies van de Vlor een tijdelijke afwijking op de rationalisatienorm worden toegestaan. De Vlor adviseerde twee aanvragen tot afwijking op de rationalisatienorm van centra voor volwassenenonderwijs: Advies over een aanvraag tot afwijking van de rationalisatienorm van een centrum voor volwassenenonderwijs (16 mei 2017) Advies over een aanvraag tot afwijking van de rationalisatienorm van een centrum voor volwassenenonderwijs (29 mei 2017)
Afwijkingen programmatiestop dko Sinds het schooljaar 2011-2012 geldt in het deeltijds kunstonderwijs een programmatiestop. Academies kunnen in uitzonderlijke gevallen daarop een afwijking krijgen. Ze moeten daarvoor een gemotiveerde aanvraag indienen bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi). De Vlor bracht dit jaar over 112 van die aanvragen tot afwijking zijn advies uit. Hij beoordeelde die aanvragen op basis van vooraf vastgelegde criteria met betrekking tot de principes van het
onderwijsbeleid en de geplande hervorming van het dko; de uitzonderlijkheid van de aanvraag en de volledigheid en haalbaarheid van de aanvraag: Advies over een aanvraag tot afwijking van de programmatiestop dko (17/01/2017) Advies over de aanvragen voor afwijkingen van de programmatiestop dko (18/04/2017)