SOLIDARITEIT EN ARMOEDE
Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be
Adviesvraag
Tweejaarlijks verslag – Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting
Adviesvrager
Benjamin Dalle - Vlaams minister van Brussel, Jeugd en Media
Ontvangst adviesvraag
18 juli 2022
Decretale opdracht
SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie)
Goedkeuring raad
26 september 2022
Contactpersoon
Kristel Bogaerts
kbogaerts@serv.be
De heer Benjamin DALLE Vlaams minister van Brussel, Jeugd en Media Koolstraat 35 B-1000 Brussel
Solidariteit en armoede Mijnheer de minister Het Interfederaal Steunpunt tot Bestrijding van Armoede, Bestaansonzekerheid en Sociale Uitsluiting bracht een verslag uit over solidariteit en armoede als bijdrage aan het politieke debat en politieke actie. De SERV apprecieert sterk het werk en de analyses van het steunpunt. De SERV ondersteunt de vraag om solidariteit structureel te verankeren in het (armoede)beleid. De COVID-19 crisis en de huidige energiecrisis zijn op dat punt uitgelezen voorbeelden. De SERV brengt in dit advies verschillende aanbevelingen op basis van recent advieswerk van de SERV samen die aansluiten bij de analyse van dit verslag. De SERV wil naar aanleiding van deze advisering ook de werking en expertise van de SERV onder de aandacht brengen. De SERV is dé ontmoetingsplaats van de Vlaamse werkgeversorganisaties (Voka, Unizo, Boerenbond en Verso) en werknemersorganisaties (ACV, ABVV, ACLVB). Ze werken er samen en in consensus aan adviezen en akkoorden over belangrijke sociaal-economische onderwerpen met als doel meer welzijn en welvaart creëren voor iedereen in Vlaanderen. De SERV heeft daarbij een stevig draagvlak met de achterban van de verschillende werkgevers- en werknemersorganisaties. De SERV adviseert de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement over het te voeren sociaal-economische beleid. Het speelveld is heel ruim: het gaat over arbeidsmarkt, economie, onderwijs, begroting, energie, sociale bescherming … De SERV gebruikt daarvoor de ruime deskundigheid in huis om adviezen en akkoorden van goede kwaliteit af te leveren. Naast het eigen studie- en onderzoekswerk betrekt de SERV regelmatig experts en andere middenveldorganisaties en legt de SERV zijn oor te luister bij stakeholders en burgerpanels. Met betrekking tot uw beleidsdomein volgen we voornamelijk het thema armoedebestrijding op. Dit transversale thema komt aan bod in expliciete adviezen over het armoedebestrijdingsbeleid maar vormt ook regelmatig een aandachtspunt in thematische adviezen bijvoorbeeld op de domeinen arbeid,
energie, welzijn en gezin en onderwijs. Dit advies is daar een sprekend voorbeeld van. De SERV houdt eraan u in de toekomst ook op de hoogte te houden over thematische adviezen die de link maken met armoedebestrijding. Alle bestaande SERV-adviezen en publicaties zijn trouwens terug te vinden op onze website: www.serv.be.
Hoogachtend Pieter Kerremans
Hans Maertens
administrateur-generaal
voorzitter
Inhoud Krachtlijnen
6
Advies
8
1.
Situering
8
2.
Nood aan coherent beleid
9
3.
Armoede en solidariteit vanuit sociaal-economisch standpunt
10
4.
Noodzakelijke hefbomen voor meer solidariteit
12
4.1
Werk en onderwijs
12
4.2
Inclusief ondernemerschap
15
4.3
E-inclusieve digitalisering
16
4.4
Sociale bescherming
17
4.5
Energie en water
20
4.6
Mobiliteit
22
4.7
Beter beleid en publieke diensten
23
Bibliografie
26
5
Krachtlijnen Het Interfederaal Steunpunt tot Bestrijding van Armoede, Bestaansonzekerheid en Sociale Uitsluiting bracht een verslag uit over solidariteit en armoede als bijdrage aan het politieke debat en politieke actie. Het verslag ziet solidariteit als een cruciaal element in de armoedebestrijding. De COVID-19 crisis en de energiecrisis nu brengen die noodzaak extra onder de aandacht. De SERV apprecieert sterk het werk en de analyses van het steunpunt. Het verslag toont het belang aan van solidariteit in het armoedebeleid. Het wijst o.a. op de verschillende stromen van bijdragen die alle lagen van de bevolking leveren, het belang van de erkenning voor deze bijdragen en de nood aan organisatie van verschillende vormen van solidariteit. De SERV ondersteunt het relevante verband tussen armoede en solidariteit. Het is van belang om solidariteit structureel te verankeren in het (armoede)beleid. Er is daarbij nood aan coherentie, zodat solidariteit over de verschillende beleidsdomeinen heen complementair werkt. De SERV brengt in dit advies verschillende aanbevelingen op basis van recent advieswerk van de SERV samen. De raad ziet volgende speerpunten: •
Gevolgen van toenemende voorwaardelijkheid. Meer voorwaardelijkheid bij de toegang tot sociale rechten zorgt voor meer complexiteit, met een verhoogd risico op non-take-up. De SERV vraagt volgehouden inspanningen naar meer automatische toekenning van rechten.
•
Structurele financiering. Structurele financiering van initiatieven is van belang om een blijvende impact te hebben. De projectmatige financiering is aanvullend.
•
Een inclusieve arbeidsmarkt. Iedereen moet zijn recht op werk kunnen realiseren. Een inclusief arbeidsmarktbeleid kan onbenut arbeidspotentieel aanspreken met het oog op het realiseren van maximale tewerkstelling en het vermijden van structurele werkloosheid. Het ondersteunen van kwetsbare groepen en de sociale economie is essentieel.
•
E-inclusieve digitalisering. Het aanpakken van de digitale kloof draagt bij aan het vermijden van verdere sociale uitsluiting van kwetsbare groepen.
6
•
Betere ondersteuning voor wie solidair opstelt. De SERV vraagt voor mantelzorgers aandacht voor gepaste verlofstelsels, aanmoedigingspremies, administratieve eenvoud en herintreders op de arbeidsmarkt.
•
Armoedetoetsen en beleidsevaluatie. Het consequent uitvoeren van armoedetoetsen en beleidsevaluatie is van belang om de effectiviteit en efficiëntie van het armoedebestrijdingsbeleid en de werking van de betrokken diensten te verhogen.
7
Advies 1. Situering Elke twee jaar brengt het Interfederaal Steunpunt tot Bestrijding van Armoede, Bestaansonzekerheid en Sociale Uitsluiting een verslag uit met als doel bij te dragen aan het politieke debat en de politieke actie. In de editie 2020-2021 staat het thema ‘solidariteit en armoede’ centraal. Solidariteit is een cruciaal element in de strijd tegen armoede. Het verslag vertrekt vanuit drie dimensies van solidariteit: bijdragen, herverdelen en collectiviteit. Wanneer iemand bijdraagt, is deze solidair met anderen in de samenleving. De persoon vormt met andere woorden de actor van solidariteit. Iedereen draagt op een of andere manier bij aan de samenleving bv. via het betalen van belastingen of BTW maar ook door het helpen van vrienden en familie of door simpelweg ouder te zijn. Niet alle vormen van bijdrage zijn even zichtbaar of worden even snel erkend. Dat leidt tot een gevoel van schaamte bij mensen in armoede. Herverdeling verwijst naar de verschillende soorten ondersteuning die een persoon kan ontvangen. In dat geval vormt de persoon het voorwerp van solidariteit. Er zijn verschillende geïnstitutionaliseerde mechanismen die zorgen voor herverdeling. Er zijn bijvoorbeeld fiscale instrumenten zoals belastingkredieten en sociale correcties, de sociale zekerheid en publieke diensten (bv. gratis onderwijs). Tot slot kan solidariteit worden gezien als collectief project in de samenleving. Solidariteit is meer dan enkel geven en nemen. Mensen laten samenkomen in een gemeenschap en het bundelen van middelen is nodig om solidariteit te bereiken. Hiervoor is het gevoel van verbondenheid noodzakelijk. Er wordt ook verwezen naar het onderscheid tussen directe (warme) en indirecte (koude) solidariteit. Directe solidariteit staat voor de solidariteit die (spontaan) tot stand komt tussen burgers. Een voorbeeld hiervan is het uitvoeren van vrijwilligerswerk. Indirecte solidariteit is de solidariteit die georganiseerd wordt de overheid. Dit zijn de geïnstitutionaliseerde vormen van solidariteit zoals bijvoorbeeld de sociale zekerheid. Het verslag zoomt in op aanbevelingen om meer solidariteit te creëren in de samenleving en in het armoedebeleid. De aanbevelingen focussen op de domeinen werk en fiscaliteit. De SERV adviseert over dit tweejaarlijks verslag overeenkomstig artikel 4§2 van het ‘Samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende de bestendiging van het armoedebeleid’. Daarin wordt bepaald dat de Gemeenschappen en de Gewesten het engagement nemen om advies te vragen aan de regionale adviesorganen.
8
2. Nood aan coherent beleid De SERV ondersteunt het relevante verband tussen armoede en solidariteit. Het belang van deze samenhang werd onder andere duidelijk tijdens de coronacrisis en de overstromingen in de zomer van 2021, waarbij veel burgers elkaar vrijwillig hulp aanboden. Deze directe vorm van solidariteit is belangrijk maar volstaat zeker niet om (armoede)beleid op te voeren. Solidariteit moet ook verankerd zitten in het globale beleid, voor de indirecte vormen van solidariteit en in instituties. Er is hierbij nood aan een coherent beleid, waarbij solidariteit over verschillende beleidsdomeinen heen complementair werkt. De SERV apprecieert sterk het werk en de analyses van het steunpunt en de neerslag ervan in dit verslag. Het verslag toont het belang aan van solidariteit in het armoedebeleid. Het verslag wijst o.a. op de verschillende stromen van bijdragen die alle lagen van de bevolking leveren, het belang van de erkenning voor deze bijdragen en de nood aan organisatie van verschillende vormen van solidariteit. De SERV wil in dit kader ook de huidige energiecrisis aanhalen die onze hele samenleving treft. Deze crisis zorgt voor een grote onzekerheid (ook financieel) voor de burgers en de gezinnen, de ondernemingen, de zorg- en welzijnsorganisaties, het maatschappelijk middenveld en de overheid. De crisis zal ook (tijdelijk?) tot hogere armoederisico’s leiden. Deze onzekerheden leggen een extra druk op de overheid om de samenleving als geheel hier door te loodsen en de meest gepaste maatregelen te nemen. Dit gaat gepaard met een grote roep om solidariteit met al wie het door deze crisis (nog) moeilijker heeft. In de SERV-adviezen zijn aanbevelingen terug te vinden die inzetten op het creëren of ondersteunen van de drie vernoemde dimensies van solidariteit. Dit advies brengt thematisch voor de domeinen werk, onderwijs, welzijn, gezin, energie, economie, mobiliteit, beleid en bestuur een selectie van recente aanbevelingen van de SERV onder de aandacht. Ze sluiten aan bij de analyses en beleidsaanbevelingen van het verslag over duurzaamheid en armoede. De hier gebruikte aanbevelingen uit de SERV-adviezen maken altijd deel uit van een ruimer geheel. Het blijft nodig om de SERV-aanbevelingen in dit ruimere geheel te hanteren. De nodige verwijzingen naar de integrale adviezen zijn opgenomen in de tekst.
9
3. Armoede en solidariteit vanuit sociaal-economisch standpunt Armoede en armoedebestrijding zijn vanuit sociaal-economische en Vlaamse focus voor de SERV een relevant thema vanuit verschillende standpunten. •
Tewerkstelling is een belangrijke garantie tegen armoede, maar toch stelt de SERV vast dat er ook (ex-)werknemers en (ex-)zelfstandigen met armoede geconfronteerd worden. De huidige energiecrisis zorgt er voor dat de groep werkende armen nog verder groeit.
•
Mensen in armoede ervaren vaak drempels om werk te vinden of te behouden. Deze drempels bevinden zich op verschillende niveaus, namelijk individueel (bv. opleiding, gezondheid, huisvesting), samenleving (bv. beschikbare kinderopvang, mobiliteit) en overheid (bv. regelgeving, administratieve procedures, afgeleide rechten).
•
Volgens de SERV is het noodzakelijk dat alle aanwezige talenten worden ingezet zonder of met zo weinig mogelijk hinder van externe factoren. Het is belangrijk dat iedereen zijn recht op werk duurzaam kan realiseren.
Armoede blijft een probleem Armoede blijft ondanks alle inspanningen in onze samenleving een belangrijk sociaal en ook economisch probleem. In België leeft 12,2% van de huishoudens met een hoofdactiviteit als zelfstandige en 3,2% van de huishoudens met een inkomen als werknemer onder de armoedegrens (EUSILC-gegevens van 2020, op basis van het inkomen van 2019).1 Na een lichte daling tussen 2019 en 2021 van het aandeel personen onder de armoededrempel, bedraagt het aandeel in 2021 nog steeds 8,5%2 in Vlaanderen. De lichte daling toont echter meteen het belang van solidariteit aan in de strijd tegen armoede. Volgens Statistiek Vlaanderen (2022)3 lijkt de daling namelijk deels het effect te zijn van de uitgewerkte steunmaatregelen tijdens de coronacrisis. Deze steunmaatregelen kunnen we plaatsen onder de indirecte solidariteit.
1
Zie bv. https://www.kbs-frb.be/nl/zelfstandigen-moeilijkheden-aanbevelingen-voor-een-efficient-ondersteuningsbeleid
2
De cijfers opgenomen in de figuur werden berekend op basis van de huishoudinkomens in het voorgaande jaar. Het gaat om schattingen gebaseerd op de EU-SILC enquête. Daardoor moet rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge (aangegeven in de figuur in lichtblauw). De EU-SILC-enquête werd in 2019 ingrijpend vernieuwd waardoor voorzichtigheid geboden is bij het maken van vergelijkingen met voorgaande jaren. Zie: https://www.vlaande-
ren.be/statistiek-vlaanderen/inkomen-en-armoede/bevolking-onder-de-armoededrempel/metadata-bevolkingonder-de-armoededrempel 3
Statistiek Vlaanderen (2022). Bevolking onder de armoededrempel. Geraadpleegd uit https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/inkomen-en-armoede/bevolking-onder-de-armoededrempel
10
Figuur 1
Aandeel bevolking onder armoedegrens in Vlaanderen, 2004-2021
Vlaanderen presteert relatief beter dan Brussel, Wallonië en het gemiddelde van de Europese Unie (EU). Zo heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een armoederisico van 28%. In het Waals gewest is dit 18%. Het EU-gemiddelde ligt op 17%. In vergelijking met andere regio’s en landen doet Vlaanderen het dus niet slecht, maar een aandeel van 8,5% blijft te hoog. Energiecrisis zet ongelijkheden en kwetsbaarheid extra op scherp Op dit moment versterkt de huidige energiecrisis de kwetsbaarheid van bepaalde groepen sterk. Dit komt bovenop de impact van de COVID-194.Tegelijk komen heel wat nieuwe groepen in financiële problemen door de sterk stijgende energiefacturen. Volgens de Koning Boudewijnstichting (2022) 5 leefde in 2020 al 15,9% van de huishoudens in Vlaanderen in energiearmoede6. De meest kwetsbare groepen zijn sociale huurders, ouderen (met een oververtegenwoordiging van vrouwen) en alleenstaanden. Algemeen genomen hebben mensen met een laag inkomen een hoger risico op energiearmoede.
4
Zie bv https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20200921_Armoede_en_duurzaamheid_ADV.pdf voor een analyse
5
Koning Boudewijnstichting (2022). Barometers energie- en waterarmoede – data 2020. Geraadpleegd uit https://www.kbs-frb.be/nl/barometers-energie-en-waterarmoede-data-2020
6
Energiearmoede betekent dat een gezin meer dan tien procent van het inkomen spendeert aan energiekosten.
11
4. Noodzakelijke hefbomen voor meer solidariteit Een aantal recente adviezen van de SERV bevatten aanbevelingen die inspelen op het thema solidariteit. De raad verwijst hier naar een selectie van de recente SERV-aanbevelingen. De test bevat ook telkens verwijzingen naar de integrale teksten van de adviezen voor meer context, detail en onderbouwing.
4.1 Werk en onderwijs In de strijd tegen armoede moet er belangstelling zijn voor de creatie van een inclusieve arbeidsmarkt. Gelijke onderwijskansen creëren Een inclusieve arbeidsmarkt begint bij het creëren van gelijke onderwijskansen. Onderwijs kan namelijk gezien worden als de basis voor gelijke kansen en speelt dan ook een belangrijke preventieve rol voor de arbeidsmarktpositie van kwetsbare groepen. In 2018 schreef de Commissie Diversiteit een advies ‘laaggeschoolde vrouwen met een migratieachtergrond’. Volgende aanbevelingen vragen aandacht voor een uitgebouwde studiekeuzebegeleiding voor kansengroepen: •
scholen moeten een plek zijn waar jongeren graag naar toe komen omdat er kwaliteitsvol onderwijs wordt geboden en ze er dus erkenning en begeleiding op maat krijgen, er uitgedaagd en geprikkeld worden, er zich kunnen uit- en inleven en er perspectieven voor de toekomst leren zien
•
het best mogelijke onderwijs moet op maat zijn van de talenten, interesses en mogelijkheden van élke leerling
•
studieoriëntering en studiebegeleiding moeten uitstekend uitgebouwd zijn, in het bijzonder voor jongeren en ouders uit kwetsbare groepen
•
er moet meer diversiteit zijn bij het personeel betrokken binnen het onderwijslandschap, als voorwaarde opdat het onderwijs zou kunnen functioneren als een sociale lift voor meisjes met een migratieachtergrond
•
de kracht van de methodiek van leren en werken moet ook ten volle ingezet worden voor meisjes met een migratieachtergrond
•
meisjes met een migratieachtergrond moeten tijdens het secundair onderwijs positieve ervaringen met de arbeidsmarkt ((snuffel)stages, vakantiewerk, …) opdoen.
•
transparante en up-to-date cijfers moeten over de schoolloopbanen naar gelang diverse kenmerken van leerlingen, waaronder geslacht en migratieachtergrond, beschikbaar zijn
•
(kwalitatief) onderzoek moet gevoerd worden naar de oriëntering, studiekeuzes en vroegtijdig schoolverlaten bij meisjes met een migratieachtergrond zowel bij de leerlingen zelf als de ouders, leerkrachten, … voor een diepgaander zicht op wat er speelt
12
Kwetsbare groepen stimuleren en ondersteunen De SERV vraagt ook een sterkere stimulering en ondersteuning voor kortgeschoolden en andere kwetsbare groepen om de stap naar de arbeidsmarkt te zetten. Het is belangrijk dat ook kortgeschoolden meer arbeidskansen krijgen. Het is van groot belang dat kortgeschoolden en andere kwetsbare groepen een goede startbegeleiding krijgen met regelmatige opleiding op de werkvloer. Dit is noodzakelijk voor het opbouwen van een duurzame tewerkstelling. Opleidingen op maat zijn hierin specifiek van belang om kwetsbare groepen (duurzaam) te activeren. De SERV vraagt ook aandacht voor het aanwervingsbeleid van ondernemingen en het vermijden van de verdringing van kortgeschoolden in functie van het creëren van een inclusieve arbeidsmarkt. Dezelfde ondersteuning is nodig voor laaggeletterden of burgers met geletterdheidsnoden. Een inclusieve arbeidsmarkt betekent dat er structureel geïnvesteerd wordt in de (digitale) geletterdheid op de werkvloer. Investeren in geletterdheid heeft een grote meerwaarde voor zowel werkzoekenden en werknemers als ondernemingen en de samenleving. De SERV duidt in het advies ‘Iedereen geletterd, iedereen mee’ ook op het belang van de uitbouw van een sterk en kwalitatief beroepsonderwijs. Dit is belangrijk zodat alle jongeren geletterd en vakbekwaam uit het onderwijs komen en op zoek kunnen gaan naar kwalitatief en duurzaam werk. Tot slot is een focus op digitale geletterdheid nodig. De Vlaamse sociale partners vragen blijvende ingrepen en investeringen op vlak van digitale geletterdheid. De werkzaamheidsgraad en werkbaarheidsgraad van mensen met een arbeidsbeperking ligt in Vlaanderen al jaren erg laag en kent een grote en structurele kloof met personen zonder arbeidsbeperking. In de ‘Actielijst arbeidsbeperking 2030’ stelde de SERV enkele actiepunten samen in zeven domeinen met betrekking tot het ondersteunen van deze kwetsbare groep: •
Benut data en onderzoek voor een evidence-based beleid
•
Zet blijvend in op beleidsparticipatie
•
Werk het model van de participatieladder verder uit
•
Maak werk van een meer structurele en doorgedreven ondersteuning van werkgevers
•
Ondersteun een duurzame loopbaanontwikkeling
•
Versterk transities vanuit onderwijs naar werk
•
Stimuleer transities naar werk vanuit een uitkeringsstatuut
Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van verschillende beleidsdomeinen en niveaus om deze kwetsbare groepen kansen te geven (Werk, Onderwijs, Gelijke kansen, Binnenlands Bestuur, VDAB, sociale partners, vertegenwoordigers van personen met een arbeidsbeperking etc.). Lees meer : 13
https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-gekwalificeerd-loopt-je-toekomst-gesmeerd https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20220905_Geletterdheid_ADV.pdf https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/COM_DIV_20201124_Actielijst_arbeidsbeperking_2030_ADV.pdf Sociale economie stimuleren en ondersteunen De SERV vindt het belangrijk om de sociale economie verder te ondersteunen. Dit helpt om mensen met een arbeidsbeperking op te nemen in de arbeidsmarkt. Op deze manier kan een meer inclusieve arbeidsmarkt worden gecreëerd. De SERV apprecieert het werk dat al verricht is op het domein sociale economie. Zo is de SERV erg tevreden over de harmonisatie van de maatwerksector. De harmonisatie van de maatwerksector biedt namelijk een opportuniteit voor mensen met een arbeidsbeperking om een duurzame en inclusieve tewerkstelling te bekomen. De SERV vraagt aandacht voor het gebrek aan plaatsen binnen het collectief maatwerk en de geografische en/of inhoudelijke mismatch. Een blijvende investering in een groeipad voor het collectief maatwerk blijft dan ook aangewezen. Door een wisselwerking van collectief en individueel maatwerk en met de mogelijkheid van de terugvalpositie kan ook de doorstroom uit sociale economie naar het reguliere circuit worden versterkt. De sociale partners bekijken hoe ze hier zelf actief toe kunnen bijdragen. Een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle uitvoering van de sociale economie is het garanderen van kwalitatieve begeleiding. Binnen deze begeleiding vraagt de SERV dat er aandacht wordt besteed aan de heterogeniteit van de groep die in aanmerking komt voor de sociale economie en de nodige differentiatie in de begeleidingsnood van personen. Het is dan ook belangrijk dat de werknemer betrokken wordt in het gehele traject. Deze kwaliteitsvolle begeleiding moet regelmatig onderworpen worden aan controle- en feedbackmechanismen. Lees meer : https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-individueel-maatwerk https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/VESOC_20220701_Werkgelegenheidsakkoord.pdf Streven naar evenredige arbeidsdeelname Een diversiteitsbeleid met evenredige arbeidsdeelname als onderliggend doel is voor de SERV belangrijk om een inclusieve arbeidsmarkt te creëren. Het realiseren van een evenredige arbeidsdeelname kan enkel gebeuren door bijzondere aandacht te brengen naar personen met een migratieachtergrond. De Vlaamse overheid en lokale besturen hebben een voorbeeldrol om het principe van evenredige arbeidsdeelname te realiseren. Naast competenties, het zichtbaar 14
maken en ondersteunen van talenten en het vraaggestuurd stimuleren en ondersteunen van een strategisch HR-beleid op ondernemingsniveau is er nood aan: •
De aanpak van structurele drempels die verhinderen dat de talenten van bepaalde groepen ook effectief een plaats krijgen op de Vlaamse arbeidsmarkt,
•
Sensibilisering en toeleiding van ondernemingen en organisaties die de weg naar de voorziene vraaggestuurde ondersteuning niet vinden,
•
Het creëren van draagvlak voor evenredige arbeidsdeelname bij bedrijven en organisaties, werknemers, andere collega-werknemers op de werkvloer, vakbonden, sectoren, de ruime arbeidsmarkt en de maatschappij,
•
Een ruimere focus dan de activering van niet-werkende werkzoekenden.
Lees meer : https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/COM_DIV_actielijst%20migratieachtergrond_ADV.pdf https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/COMD_20180523_vrouwen_migratieachtergrond_ADV.pdf
4.2 Inclusief ondernemerschap Ook in het ondernemerschap moet de Vlaamse overheid streven naar inclusiviteit. Iedereen moet de kans krijgen om zich te kunnen ontplooien als ondernemer in eender welke economisch-maatschappelijke sector. De SERV schreef in zijn advies ‘Vonken voor ondernemerschap post COVID-19' aanbevelingen om ondernemerschap zo inclusief mogelijk te maken. De Vlaamse overheid zou op de volgende actiepunten moeten focussen: •
ondernemerscultuur aanwakkeren door middel van het onderwijs, ondernemerschapstrajecten en –opleidingen
•
er moet extra aandacht gaan naar bepaalde doelgroepen met knelpunten zoals bijvoorbeeld vrouwen, personen met een arbeidshandicap en personen met een migratieachtergrond
•
ondernemerschap binnen de sociale economie en andere social profitsectoren stimuleren
•
intrapreneurship stimuleren
•
de transitie van werkloosheid naar ondernemerschap aanmoedigen en werklozen meer bekend maken met bestaande steunmogelijkheden
•
er moet aandacht zijn voor de levenscyclusbenadering, waarin er aangepaste begeleiding is voor verschillende fases
•
Inzetten op meer duurzame loopbanen voor zelfstandigen en ondernemers
•
een competentiebeleid is nodig
•
een gunstig ondernemings- en investeringsklimaat creëren 15
•
een nieuw actieplan ondernemerschap is noodzakelijk met aandacht voor alle doelgroepen en economisch-maatschappelijke sectoren
Lees meer : https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-vonken-ondernemerschap-post-covid-19
4.3 E-inclusieve digitalisering De SERV pleit blijvend om werk te maken van een e-inclusief digitaliseringsbeleid. COVID-19 heeft gezorgd voor een versnelde digitalisering, waardoor de vraag naar een e-inclusief beleid groot is. De Vlaamse overheid moet meer inzetten op het verhelpen van de digitale kloof om verdere sociale uitsluiting van kwetsbare groepen te vermijden. Dat iedereen mee is met de digitalisering is belangrijk voor het realiseren van sociale grondrechten. Een e-inclusieve digitalisering zorgt voor sterkere en inclusieve publieke diensten. De SERV vraagt dat de Vlaamse overheid een sturende en coördinerende rol opneemt om een coherente overheidsbrede uitvoering van e-inclusieve digitalisering te garanderen. Voor een doorgedreven samenwerking en afstemming tussen beleidsniveaus en over beleidsdomeinen heen moet een overkoepelend e-inclusiebeleid onder andere gelinkt worden aan Vlaanderen Radicaal Digitaal, het bestuursdecreet en het diversiteitsbeleid. In een samenwerkingsgerichte cultuur moet dit beleid binnen de Vlaamse overheid, binnen de verschillende entiteiten en naar de lokale besturen toe, uitgerold en begeleid worden. Specifiek naar de burgers toe zijn volgende hefbomen belangrijk : •
Inzetten op meer digitale geletterdheid. Onder andere door het behouden van digitale geletterdheid in de eindtermen, de versterking van digitale vaardigheden bij leerkrachten, specifieke opleidingen op maat van bepaalde digitale noden en voor het up-to-date houden van digitale competenties. Het aanbieden van publieke computerruimten (bv. in bibliotheken) is ook van belang in de strijd tegen de digitale kloof. Het voorzien van ondersteuning en begeleiding in deze openbare ruimtes, versterkt de digitale geletterdheid van de gebruikers.
•
Toegankelijke informatie voor iedereen. De digitalisering mag er niet voor zorgen dat bepaalde (kwetsbare) groepen informatie mislopen. Het is daarom belangrijk dat de Vlaamse Overheid de digitale toegang voor iedereen garandeert. Toegankelijkheid van informatie of publieke diensten moet steeds het vertrekpunt zijn. De SERV beschreef in zijn advies ‘De transitie naar een digitale samenleving: aanbevelingen en acties’ verschillende opties om de digitale toegang te garanderen: een minimum datavolume voor internetgebruik, openbare digitale contactpunten, sociaal tarief voor internet …
•
Een inclusieve dienstverleningsmix voorziet naast contactmogelijkheden via digitale weg ook in contacten via telefoon, via loket of eventueel thuis. Dat moet garanderen dat iedereen toegang heeft tot informatie en publieke diensten. De digitalisering van een publieke 16
dienst moet altijd gepaard gaan met een reflectie over mogelijke uitsluitingsmechanismen. Dit kan bijvoorbeeld door het uitvoeren van een e-inclusietoets. •
Digitaal ontzorgen en administratieve vereenvoudiging met meer automatische toekenning van rechten. Door deze administratieve ontzorging realiseert de overheid de rechten van kwetsbare groepen. Het pakt de non-take-up van rechten aan als een belangrijk aspect in de strijd tegen armoede en het realiseren van solidariteit.
Lees meer : https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20190513_e-inclusie_ADV.pdf https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/20180703%20Digitalisering%20-%20aanbevelingen%20en%20acties.pdf https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20220905_Geletterdheid_ADV.pdf https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20201026_VAPA_2020-2024_ADV.pdf
4.4 Sociale bescherming Binnen het beleidsdomein WVG zijn de Vlaamse Sociale Bescherming, het Groeipakket en de kinderopvang belangrijke instrumenten waarin gewerkt wordt aan de solidariteit tussen burgers en gezinnen. Solidaire sociale bescherming De Vlaamse Sociale Bescherming moet een solidair verzekeringsmodel zijn. In het advies ‘wijziging regelgeving Vlaamse Sociale Bescherming’ gaf de SERV opmerkingen bij de toenemende voorwaardelijkheid voor de toegang tot de VSB. De SERV vindt de drempels die ingebouwd worden voor het verkrijgen van sociale rechten, via het voornemen om bijkomende verblijfs- en inburgeringsvoorwaarden op te leggen en de aangekondigde dossiertaks voor het instellen van een administratief beroep, niet gerechtvaardigd. Deze wijzigingen beperken volgens de SERV de solidariteit en de financiële toegankelijk van kwalitatieve zorg en vergroten het risico op mattheuseffecten. De SERV formuleert ook fundamentele bedenkingen bij de toekenning van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood in een woonzorgcentrum op basis van gemiddelde zorgzwaarte. Het raakt aan de rechtszekerheid van de betrokken zorgbehoevenden en werkt op bepaalde vlakken discriminerend. Naast de inkomenstoetsing moet ook de graad van zorgzwaarte als criterium behouden blijven voor de toekenning van de zorgbudgetten in de WZC. De SERV herinnert daarbij aan de het basisprincipe van een zorgbudget: “een vrij besteedbare tegemoetkoming, die door de zorgkas cash wordt uitbetaald aan de cliënt, voor kosten die gepaard gaan met zorgbehoevendheid”. Lees meer : 17
https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20201130_ontwerpdecreet_wijziging_VSB_ADV.pdf Efficiënter groeipakket De SERV ziet in het groeipakket nog opportuniteiten die de effectiviteit van de ingezette middelen verhogen en zo ook de efficiëntie ten goede komen. De automatische rechtentoekenning moet nog meer een speerpunt worden. Op deze manier kan de maximale opname van rechten binnen het Groeipakket worden gegarandeerd. Een betere implementatie van de automatische toekenning start bij de vertaling en operationalisering van beleidsconcepten in procedures die werken met actuele administratieve gegevens. De SERV benadrukt ook het belang van meer verfijnde gezins- en inkomensselectiviteit. Dit is nodig om de selectieve toeslagen doeltreffend en doelmatig toe te kennen en het risico op inkomensvallen te vermijden. Lees meer : https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20170710_decreet_toelagen_gezinsbeleid_ADV.pdf Nood aan flexibele kinderopvang Kinderopvang is voor de Vlaamse sociale partners een belangrijk element in de strijd tegen armoede én als solidariteitsmechanisme. Het faciliteert tewerkstelling en zet in op het creëren van gelijke kansen. Om dat te realiseren is er nood aan een behoeftedekkend, betaalbaar, voldoende flexibel en kwaliteitsvol aanbod voor baby’s en peuters en aan buitenschoolse opvang voor schoolkinderen via een verdere uitbouw van de inkomensgerelateerde kinderopvang met aandacht voor werkbaar werk van de begeleiders. Volgende hefbomen zijn belangrijk: •
Aandacht voor onbedoelde drempels die zorgen dat gezinnen met lagere inkomens geen gebruik (kunnen) maken van kinderopvang. Zo is het vaak niet duidelijk voor ouders wat de precieze kostprijs gaat zijn of weten ze niet wat de verschillende opties zijn met betrekking tot tussenkomsten van het ziekenfonds, verlaagde tarieven etc. Het is dus belangrijk dat er transparante en op maat gemaakte informatie beschikbaar is voor alle typen gezinnen over deze zaken. Bij het beschikbaar maken van de informatie moet ook rekening worden gehouden met e-inclusie. Enkel een digitaal loket zal niet volstaan.
•
Meer flexibiliteit in de kinderopvang. Er moeten vlot aanpasbare contracten beschikbaar zijn voor het regelen van een meer flexibele en occasionele opvang. Dit is nodig voor 18
mensen met onregelmatige werkuren en werkweken, avond- en weekendwerk, complexe gezinssituaties, etc. De flexibiliteit is op dit moment niet voldoende aanwezig. •
Voldoende betaalbare kinderopvang. De kostprijs is voor 11,9% van de gezinnen zonder opvang één van de drie belangrijkste redenen om nu geen opvang te gebruiken. Opvangplaatsen die werken volgens een inkomenstarief helpen gezinnen met een armoederisico om kinderopvang te gebruiken. De SERV vraagt een toereikend aantal inkomensgerelateerde plaatsen.
•
Om kwaliteitsvolle, flexibele, voldoend ondersteunende en duurzame kinderopvang te realiseren is een structurele basisfinanciering van de opvanginitiatieven noodzakelijk volgens de SERV. Deze financiering moet in de reële noden van de opvanginitiatieven dekken en werkbaar werk voor de kindbegeleiders garanderen.
Lees meer : https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-kinderopvang-olie-raderwerk-gezin-arbeidsmarkt-ensamenleving https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20210621_Buitenschoolse_opvang_en_activiteiten_ADV.pdf Ondersteunen van mantelzorgers Mantelzorg is belangrijk op het vlak van solidariteit voor personen in een kwetsbare positie, aan de vraag- én aan de aanbodszijde. Om mantelzorg te faciliteren is er nood aan voldoende en flexibele verlofstelsels en aanmoedigingspremies met een uitgebreid toepassingsgebied en voorwaarden. Zonder deze ondersteuning vergroot het risico dat de mantelzorger zijn rechten niet opneemt en/of noodgedwongen of oneigenlijk gebruik gaat maken van andere uitkeringsstelsels voor werkloosheid en ziekte. De SERV benadrukt het belang van voldoende en toereikende maatregelen voor alle werknemers, werkgevers en zelfstandigen, ook in functie van de werking van de krappe arbeidsmarkt. Rekening houdend met de federale bevoegdheden op dit vlak, is verder overleg met de federale overheid en een verdere verduidelijking voor en betrokkenheid van de sociale partners aangewezen. Een vraag naar mantelzorg kan een impact hebben op de arbeidsorganisatie en de werkdruk in een onderneming. Ook ondernemers en zelfstandigen moeten ondersteund worden om de solidariteit van mantelzorgers te faciliteren. Via mantelzorgers.be kan hierover de nodige informatie verstrekt worden. Ook hier is aandacht voor administratieve eenvoud en e-inclusie bij het beschikbaar stellen van informatie over de rechten van mantelzorgers en de administratieve procedures voor aanvragen belangrijk.
19
De (her)intreders na of met mantelzorg hebben een interessant potentieel op een krappe arbeidsmarkt met veel openstaande vacatures in de zorg. Zij vormen een groep die bijzondere aandacht verdient van de VDAB. Lees meer : https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20220620_Mantelzorgplan_ADV.pdf https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-sociale-en-solide-maatschappelijke-herstart
4.5 Energie en water In de context van de huidige energiecrisis is er nog meer aandacht nodig voor de sociale, solidaire aspecten van het energiebeleid. Watertarieven Het is belangrijk voor de SERV dat watertarieven rekening houden met sociale aspecten. Mensen hebben een bepaalde hoeveelheid drinkwater nodig om menswaardig te leven en te werken. Het gaat dus om een recht, waardoor de afsluiting van water zoveel mogelijk vermeden moet worden. Drinkwater en sanering moeten dan ook betaalbaar zijn voor iedereen. Daarnaast is het ook belangrijk dat armoedetoetsen worden uitgevoerd bij het wijzigen van de tariefstructuur. De SERV en Minaraad deden in het advies ‘Tariefstructuur drinkwaterfactuur’ volgende aanbevelingen met een link naar de strijd tegen armoede en het vergroten van de solidariteit: •
De aanpassing van de tariefstructuur moet rekening houden met
•
Ex ante inschatting
•
Toepassing van het principe vervuiler betaalt
•
Duidelijke & transparante tarieven
•
Voldoende ruimte voor praktische implementatie
•
Duidelijke communicatie en sensibilisering
•
Het vastrecht moet zo laag mogelijk zijn om de toegang tot water voor iedereen te bevorderen
•
Een sterkere progressiviteit moet bijkomend worden onderzocht
•
Slim watergebruik moet worden gestimuleerd aan de hand van sensibilisering en gedragsverandering
•
Meeropbrengsten moeten worden gebruikt voor specifieke acties en investeringen om slim en circulair watergebruik bij huishoudens te bevorderen 20
•
Ruimere solidarisering van sociale correcties moet worden onderzocht
•
De doelgroep die recht heeft op sociale correcties moet worden herbekeken
Lees meer : https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_ADV_20130710_SODV_drinkwater.pdf https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20220502_watertarieven_ADV.pdf https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20180924_verzameldecreet%20omg_ADV.pdf Integrale aanpak nodig voor het bestrijden van energiearmoede De SERV verwijst naar maatregelen om de uptake van het bestaande instrumentarium in de strijd tegen energiearmoede te verhogen. De meeste maatregelen slagen er niet in om kwetsbare doelgroepen te bereiken of worden opgenomen door doelgroepen die het minder nodig hebben. Er is dus een andere aanpak nodig die de hinderpalen voor de uptake in beschouwing neemt en inzet op een combinatie van geïntegreerde maatregelen in het armoede-, woon- en energiebeleid met een aanpak op maat van het individu. Er is bijzondere aandacht nodig voor: •
een instrumentarium op maat van specifieke doelgroepen: alleenstaande ouders, huishoudens die verwarmen met elektriciteit, (private) huurders, ouderen, allochtonen, alleenstaanden (ook inzake eenmanszaken), plattelandsbewoners, stedelingen enz.
•
ontzorging bv. door gespecialiseerde hulpverleners en organisaties
•
een wervende aanpak die doelgroepen aanspreekt en laagdrempelig is
•
innovatieve aanpakken en experimenten
•
een eenvoudige aanpak, zonder complexiteit en administratieve rompslomp en met een zo groot mogelijke integratie van diverse steunregelingen
•
automatische toekenning van voordelen en de automatische afschakeling van sluipverbruikers
•
een snelle overmaking van de tegemoetkomingen om prefinancieringsproblemen bij kwetsbare groepen aan te pakken. Reguliere premies en belastingverminderingen kennen het financiële voordeel achteraf (na enkele maanden) toe. Dat kan vermeden worden bv. door de premie vooraf uit te betalen, in plaats van achteraf ná de uitvoering van de investering. Gebeurt de investering niet (tijdig), dan wordt de premie teruggevorderd. Andere mogelijkheden zijn een ‘korting-op-factuur’-mechanisme, dat de initiële investeringslast verkleint 21
•
de opvolging van de effectiviteit en efficiëntie van de aanpak van energiearmoede.
•
belang van een meer collectieve aanpak (bv. collectieve renovatieprojecten)
•
koppeling met het woonbeleid (energie-efficiëntie en gebouwenisolatie bij sociale woningen, private huurwoningen, appartementsgebouwen en situatie vereniging mede-eigenaars, enz.)
Lees meer : https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20211014_Fitfor55_ADV.pdf
4.6 Mobiliteit De MORA, waarin ook de SERV-partners vertegenwoordigd zijn, pleit voor een sociaal en inclusief mobiliteitsbeleid. Nu heeft niet iedereen even gemakkelijk toegang tot verschillende mobiliteitsopties. Mobiliteit is belangrijk voor o.a. onderwijs- en tewerkstellingskansen. De bereikbaarheidsnoden van alle gebruikers, ongeacht leeftijd, sociaal-economische status, woonplaats in een stedelijke of landelijke omgeving en toegankelijkheidsbeperkingen moeten centraal staan in het beleid. De Vlaamse sociale partners vragen hierin extra aandacht voor de noden van sociaal zwakke doelgroepen, waarin betaalbaarheid van het vervoersaanbod voor elke gebruiker gegarandeerd is en waarbij de toegankelijkheid van de infrastructuur (o.a. voor wie minder mobiel is) in het oog wordt gehouden. Op dit moment bestaat er een te sterke focus op digitale informatie- en betaalsystemen. Dit kan vervoersarmoede in de hand werken. E-inclusieve dienstverlening is ook hier belangrijk. Daarnaast zorgt de versnipperde oplevering van het wettelijke kader basisbeschikbaarheid voor onduidelijkheid bij zowel het mobiliteitsmiddenveld als bij de reiziger. De SERV vraagt om actief te communiceren naar de reiziger zodat hij weet welke toekomstige veranderingen basisbereikbaarheid voor hem zullen teweegbrengen en tot wie hij zich moet richten voor informatie, klachten etc. Het Mobiliteitsverslag 2022 (‘Basisbeschikbaarheid, goederenvervoerbeleid en modal shift’) stipt drie belangrijke doelstellingen aan voor een inclusiever mobiliteitsbeleid : •
Vervoersarmoede in Vlaanderen, ook in buitengebieden, wegwerken
•
Beantwoorden aan de noden van doelgroepen die fysieke, financiële en sociale problemen ervaren aan de hand van kwalitatieve en betrouwbare diensten
•
Een verhoogde vervoersautonomie nastreven voor mensen die voor hun verplaatsingen afhankelijk zijn van derden
Lees meer : https://www.mobiliteitsraad.be/sites/default/files/documenten/MORA_20220228_ADV_besluit%20mobiliteitsmonitoring%20en%20voortgangsrapportage.pdf 22
https://www.mobiliteitsraad.be/sites/default/files/documenten/MORA_20210917_BriefADV_haltes%20en%20halte-infrastructuur.pdf https://www.mobiliteitsraad.be/sites/default/files/documenten/MORA%20Advies%20Voorontwerp%20van%20Decreet%20Basisbereikbaarheid.pdf https://www.mobiliteitsraad.be/sites/default/files/documenten/MORA_20220617_mobiliteitsverslag_RAP.pdf
4.7 Beter beleid en publieke diensten Er is meer beleidsevaluatie nodig om de effectiviteit en efficiëntie van het beleid en de publieke diensten te verhogen. Een doelmatig en doeltreffend beleid is belangrijk voor het bestrijden van armoede. Voor beleidskeuzes met een grote impact moet het systeem van reguleringsimpactanalyses, inclusief een armoedetoets, worden gehanteerd in functie van een betere beleidsvoorbereiding. Kwaliteitsvolle en snelle databeschikbaarheid is nodig De beschikbaarheid van kwaliteitsvolle data is een noodzakelijke voorwaarde voor op evidence gebaseerde beleidskeuzes. De Vlaamse sociale partners roepen de Vlaamse overheid dan ook op om verder te investeren in de beschikbaarheid, kwaliteit, vindbaarheid en ontsluiting van overheidsdata. Beleidsevaluatie vraagt structurele initiatieven gericht op een hoge beschikbaarheid van prestatie- en evaluatie-informatie. In het advies ‘Betere overheidsdata voor evidence informed arbeidsmarktonderzoek en –beleid'’ werden de meest gesignaleerde vragen opgenomen: •
Zet verdere stappen om in het domein van arbeidsmarktbeleid een data- en evidencecultuur te verankeren
•
Werk structureel aan het opsporen en wegwerken van datalacunes en gebreken in datakwaliteit
•
Maak werk van de verdere uitbouw van het DWH AM&SB
•
Investeer in survey-infrastructuur
•
Vergroot de vindbaarheid en ontsluiting van data
•
Vereenvoudig en versnel de machtigingsprocedures
Verder drukt de SERV er in het advies ‘Vlaamse datastrategie en data-actieplan 2022’ op om versneld werk te maken van de ontwikkeling en implementatie van een gelinkt en interoperabel systeem van beleidsinformatiedatabanken. Zo wordt beleidsinformatie makkelijk beschikbaar en vindbaar voor beleidsontwikkeling en -evaluatie. Het verhoogt de transparantie van de beschikbare data. Het actieplan legt actiepunten uit voor vijf domeinen: •
Verdiep en verbreed de strategische analyse en aanpak
•
Intensiveer de link tussen strategie en acties
•
Stimuleer en ondersteun beleidsdomeinen en entiteiten 23
•
Organiseer meer externe samenwerking en overleg
•
Maak de financiering effectiever en transparanter
Ook snelle beschikbaarheid van data blijft van groot belang. Zeker in tijden van crisis merken we de noodzakelijkheid van die snelle beschikbaarheid. Cijfers die enkel jaarlijks en vaak met een vertraging van één of twee jaar beschikbaar komen, beantwoorden wellicht aan hoge standaarden inzake betrouwbaarheid en kwaliteit, maar scoren laag op relevantie voor ex ante beleidsonderbouwing, zeker in het geval van een crisis. Er is nood aan betrouwbare databronnen die op een snellere manier relevante informatie kunnen verschaffen. Enkel door data kan de huidige situatie en het crisisbeleid goed worden gemonitord en de crisismaatregelen worden geëvalueerd. Op die manier kan men de beleidsaandacht richten op de meest urgente noden en worden beleidsbeslissingen goed onderbouwd. De SERV vraagt dan ook om betrouwbare en snellere databronnen uit te bouwen en uit te breiden. Betrokkenheid van wetenschappers, sociale partners en andere stakeholders is essentieel, zowel om kennis en data aan te leveren als om mee beleidsvragen en prioritaire (data)behoefen te inventariseren. De SERV en de strategische adviesraden zijn goede fora voor een gestructureerde en transparante maatschappelijke inbreng over de nodige informatie voor beleidsanalyse en -onderbouwing. Lees meer : https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-vlaamse-datastrategie-en-data-actieplan-2022 https://www.serv.be/serv/publicatie/nota-betere-overheidsdata-evidence-informed-arbeidsmarktonderzoek-en-beleid
Betere en frequentere beleidsevaluatie De SERV hoopt dat beleidsevaluaties, uitgaventoetsingen en heroverwegingen structureel verankerd worden in het beleids- en begrotingsproces. Vraagstellingen naar doelmatigheid en doeltreffendheid moeten steeds onderdeel zijn van het beleidsproces. In zijn advies en achtergrondrapport ‘De Vlaamse brede heroverweging als opstap naar een structureel evaluatiebeleid’ stelt de SERV een jaarlijkse verantwoordingsdag voor die evaluatie meer structureel moet maken. De timing en frequentie van toekomstige brede heroverwegingen en uitgaventoetsingen is op dit moment niet duidelijk. Dit is echter wel nodig om te kunnen zorgen voor een goede agenda van uitgaventoetsingen en beleidsevaluaties en voor een betere planning en voldoende tijd voor een brede heroverweging. De Vlaamse sociale partners vragen daarnaast ook om uitgaventoetsingen en brede heroverwegingen meer te laten samengaan met de beleidsevaluaties. De scheiding tussen deze onderdelen zorgt voor versnippering en inefficiënties. 24
De SERV vraagt de Vlaamse overheid een organisatiestructuur uit te bouwen die het evaluatiebeleid verder uitwerkt, organiseert en opvolgt. Lees meer : https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-en-achtergrondrapport-vlaamse-brede-heroverweging-opstap-structureel-evaluatiebeleid https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-wijzigingen-besluit-vlaamse-codex-overheidsfinancien
25
Bibliografie Koning Boudewijnstichting (2022). Barometers energie- en waterarmoede – data 2020. Geraadpleegd uit https://www.kbs-frb.be/nl/barometers-energie-en-waterarmoede-data-2020 Statistiek Vlaanderen (2022). Bevolking onder de armoededrempel. Geraadpleegd uit https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/inkomen-en-armoede/bevolking-onder-de-armoededrempel
26