Skip to main content

dossier 2021-446.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/446

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/446

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 8 november 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de Vlaamse Overheid, beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur, waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van het bestuursdocument waaruit de beroepsinstantie openbaarheid in haar beslissing 2020/57 concludeert dat met een zorgvolmacht (via een lastgeving) de betrokken persoon die wil anticiperen op zijn wilsonbekwaamheid enkel de bevoegdheid geeft aan één of meerdere personen om specifieke of algemene handelingen te stellen met betrekking tot zijn vermogen en dat dit iets geheel anders is dan het verlenen van een toestemming om toegang te verkrijgen tot een zorgdossier. Op 16 november 2021 werd het openbaarheidsverzoek afgewezen door de beroepsinstantie. Op 9 december 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde weigeringsbeslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 9 december 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 8 november 2021.

www.vlaanderen.be


De weigeringsbeslissing van de beroepsinstantie d.d. 16 november 2021 beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals bepaald in het Bestuursdecreet.

maakt melding van de

Het beroepschrift d.d. 9 december 2021 werd tijdig ingediend en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Het openbaarheidsverzoek van verzoeker werd afgewezen omdat de opgevraagde informatie kadert in de afhandeling van een beroepsdossier van de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, meer bepaald dossier OVB/2020/057. Artikel II.34, 3° Bestuursdecreet voorziet dat een aanvraag tot openbaarmaking moet afgewezen worden als die openbaarmaking afbreuk doet aan het geheim van de beraadslagingen van de Vlaamse Regering en van de verantwoordelijke overheden die ervan afhangen.

2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker tekent beroep aan tegen de voormelde weigeringsbeslissing en verwijst daarbij naar de volgende argumenten: Verzoeker benadrukt de ogenschijnlijke problematiek inzake de onafhankelijkheid en onpartijdigheid inzoverre (1) enerzijds de Beroepsinstantie zelf het te openbare document heeft aangehaald in eerdere dossiers zonder dit document nader te identificeren en te openbaren en (2) anderzijds dat de beslissing van de Kanselarij meegedeeld is via de communicatie‐e‐mail van de Beroepsinstantie. Verzoeker stelt dat in de weigeringsbeslissing ten onrechte wordt verwezen naar de toepassing van artikel II.34, 3° van het Bestuursdecreet. Het inwilligen van de openbaarheids‐aanvraag dd. 8 november 2021 doet immers geen enkele afbreuk “aan het geheim van de beraadslagingen van de Vlaamse Regering en van de verantwoordelijke overheden die ervan afhangen, aan het geheim van de beraadslagingen van de organen van het Vlaams Parlement evenals aan het bij wet of decreet bepaalde geheim van beraadslagingen van de organen van de instanties, genoemd in artikel II.28, §1 van het Bestuursdecreet”.’ Door de openbaarheid‐ aanvraag in te willigen onthult de overheid immers “Het bestuursdocument waaruit de beroepsinstantie openbaarheid in haar beslissing 2020/57 concludeert dat met een zorgvolmacht (via een lastgeving) de betrokken persoon die wil anticiperen op zijn wilsonbekwaamheid enkel de bevoegdheid geeft aan één of meerdere personen om specifieke of algemene handelingen te stellen met betrekking tot zijn vermogen en dat dit iets geheel anders is dan het verlenen van een toestemming om toegang te verkrijgen tot een zorgdossier”. Als dusdanig is dat bestuursdocument geen document, gedekt door het geheim van de

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/446

pagina 2 van 5


beraadslagingen, maar is dat document hét document dat inzicht geeft in de grondslag van beweegredenen van de Vlaamse overheid, inclusief de Kanselarij en de Beroepsinstantie, Verzoeker stelt dat het gevraagde bestuursdocument van algemeen belang is: het betreft het bestuursdocument waaruit de Beroepsinstantie op het tijdstip van de beslissing 2020/57 besluit dat het toepassingsgebied ratione materiae van de zorgvolmacht zich strikt beperkt tot vermogensrechtelijke handelingen. In de memorie van toelichting betreffende de openbaarheid van bestuur wordt het volgende principe aangevoerd: ‘Het beheersen, het transparant maken en het onderlinge afstemmen van regels en procedures zijn essentieel om de dienstverlening van de overheid klantvriendelijker te maken.’ Hieruit volgt dat het openbaar maken van het gevraagde bestuursdocument eveneens te beschouwen is als een dienstverlening vanwege de Beroepsinstantie ter beheersing van, het transparant maken van en het afstemmen van regels en procedures naar de geest van het Bestuursdecreet. Verzoeker stelt tenslotte dat de verwijzing naar artikel 11 van het BVR van 19 juli 2007, niet correct is omdat het aangevraagde bestuursdocument niet is onder te brengen onder het feit dat “alle informatie die verkregen wordt in het kader van de werking van de beroepsinstantie is vertrouwelijk”. Ex absurdo zou dit betekenen dat de Kanselarij en de Beroepsinstantie geen enkele openbaarheid van bestuur zouden moeten leveren dankzij het voorwendsel van de beweerde vertrouwelijkheid van alle informatie die verkregen wordt in het kader van de werking van de beroepsinstantie. Dergelijke zienswijze strijdt alvast met artikel 32 van de Grondwet en tevens met het Bestuursdecreet.

3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie wenst vooraf eerst duidelijk te stellen dat er zich absoluut geen probleem stelt wat betreft de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de beroepsinstantie. In artikel 4, tweede lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie is heel expliciet bepaald dat het de leden van de beroepsinstantie verboden is om tegenwoordig te zijn bij een beraadslaging over zaken als zij rechtsreeks betrokken zijn geweest bij het nemen van de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld. Die casus heeft zich hier nu voorgedaan: de ambtenaar van het departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken die de beslissing heeft genomen op 16 november 2021, en die in dit beroepsdossier wordt aangevochten, is tevens plaatsvervangend lid van de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur (die als onafhankelijke beroepscommissie is ondergebracht bij het departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken). Bij de afhandeling van dit beroepsdossier is er wel degelijk over gewaakt dat de desbetreffende ambtenaar daar niet werd bij betrokken en bij de beraadslaging was de betrokken persoon evenmin aanwezig, volkomen conform de bepaling van artikel 4, tweede lid van voormeld BVR van 19 juli 2007. Er stelt zich dus geen enkel probleem wat betreft de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de beroepsinstantie. De beroepsinstantie stelt voorts vast dat verzoeker in zijn oorspronkelijke aanvraag d.d. 8 november 2021, gericht aan de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur, verzocht om een afschrift te verlenen van een specifiek document dat verband houdt met de afhandeling van een beroepsdossier van de beroepsinstantie, meer bepaald dossier OVB/2020/057. De beroepsinstantie kan zich enkel maar kan aansluiten bij de redenering, zoals deze werd uiteengezet in de voormelde beslissing d.d. 16 november 2021. Artikel II.34, 3° Bestuursdecreet voorziet immers dat een aanvraag tot openbaarmaking moet afgewezen worden als die openbaarmaking afbreuk doet aan het geheim van de beraadslagingen van de Vlaamse Regering en van de verantwoordelijke overheden die ervan afhangen, aan het geheim van de

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/446

pagina 3 van 5


beraadslagingen van de organen van het Vlaams Parlement evenals aan het bij wet of decreet bepaalde geheim van beraadslagingen van de organen van de instanties, genoemd in artikel II.28, §1 van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie wijst erop dat in artikel II.34, 3° Bestuursdecreet het geheim van de beraadslagingen van de verantwoordelijke overheden en organen die afhangen van de Vlaamse Regering wordt vastgesteld. De beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, is een bij decreet opgerichte interne administratieve beroepscommissie binnen de Vlaamse overheid en wordt derhalve als een orgaan beschouwd dat afhangt van de Vlaamse Regering. Alle stukken die de beroepsinstantie gebruikt en opvraagt bij de afhandeling van een concreet beroepsdossier maken deel uit van de beraadslaging door de beroepsinstantie bij een beroepsdossier. Bovendien is het zo dat ook impliciet, omwille van de taakstelling zoals omschreven in het Bestuursdecreet en het uitvoeringsbesluit van 19 juli 2007, dient te worden uitgegaan van de geheimhouding van de beraadslagingen van de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur. Daarnaast is eveneens uitdrukkelijk in artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie voorzien dat de beraadslagingen alsook alle informatie die verkregen wordt in het kader van de werking van de beroepsinstantie vertrouwelijk zijn. In de voormelde bepaling wordt dus heel expliciet aangegeven dat dus niet enkel de beraadslaging van de beroepsinstantie als vertrouwelijk is te bestempelen, doch dat dit evenzeer geldt voor alle informatie die verkregen wordt in het kader van de werking van de beroepsinstantie. De beroepsinstantie stelt vast dat in casu door verzoeker werd gevraagd naar de openbaarmaking van een document dat verband houdt met de afhandeling van een beroepsdossier van de beroepsinstantie, meer bepaald dossier OVB/2020/057. In artikel 11 van het BVR van 19 juli 2007 is niet enkel het geheim van de beraadslaging van de beroepsinstantie voorzien, doch ook van alle informatie die wordt verkregen in het kader van de werking van de beroepsinstantie. Doordat verzoeker in casu vraagt naar een afschrift van het bestuursdocument waaruit de beroepsinstantie openbaarheid in haar beslissing 2020/57 concludeert dat met een zorgvolmacht (via een lastgeving) de betrokken persoon die wil anticiperen op zijn wilsonbekwaamheid enkel de bevoegdheid geeft aan één of meerdere personen om specifieke of algemene handelingen te stellen met betrekking tot zijn vermogen en dat dit iets geheel anders is dan het verlenen van een toestemming om toegang te verkrijgen tot een zorgdossier, wordt wel degelijk gevraagd naar informatie die de beroepsinstantie heeft vergaard bij de afhandeling van het concrete beroepsdossier OVB/2020/57. Over die informatie wordt in artikel 11 van voormeld besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 heel duidelijk gesteld dat die strikt vertrouwelijk is. Daarom is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat deze informatie dan ook dient afgeschermd te worden, aangezien het gaat om informatie die wel degelijk werd verkregen in het kader van de werking van de beroepsinstantie en de afhandeling van een concreet beroepsdossier. Daarmee herhaalt de beroepsinstantie nogmaals haar standpunt, zoals ze dit reeds eerder kenbaar had gemaakt ten aanzien van verzoeker in dossier OVB/2021/397, waarbij eveneens werd gevraagd naar de openbaarmaking van stukken uit datzelfde beroepsdossier OVB/2020/57. De beroepsinstantie concludeert daarom, op grond van artikel II.34, 3° Bestuursdecreet, in samenhang met artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/446

pagina 4 van 5


inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie, dat het openbaarheidsverzoek van verzoeker niet kan worden ingewilligd. Het ingestelde beroep moet dan ook als ongegrond worden beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 9 december 2021 tegen de weigeringsbeslissing van de beroepsinstantie d.d. 16 november 2021 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 21 december 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/446

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-446.pdf by Vlaanderen-be - Issuu