21_010_1 WL rapporten
Sigmaplan Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn Ontwerp dissipatiegracht DEPARTEMENT MOBILITEIT & OPENBARE WERKEN
waterbouwkundiglaboratorium.be
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn Ontwerp dissipatiegracht
Vercruysse, J.; Verelst, K
Cover figuur © Vlaamse overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Waterbouwkundig Laboratorium Juridische kennisgeving Het Waterbouwkundig Laboratorium is van mening dat de informatie en standpunten in dit rapport onderbouwd worden door de op het moment van schrijven beschikbare gegevens en kennis. De standpunten in deze publicatie zijn deze van het Waterbouwkundig Laboratorium en geven niet noodzakelijk de mening weer van de Vlaamse overheid of één van haar instellingen. Het Waterbouwkundig Laboratorium noch iedere persoon of bedrijf optredend namens het Waterbouwkundig Laboratorium is aansprakelijk voor het gebruik dat gemaakt wordt van de informatie uit dit rapport of voor verlies of schade die eruit voortvloeit. Copyright en wijze van citeren © Vlaamse overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Waterbouwkundig Laboratorium 2022 D/2022/3241/077 Deze publicatie dient als volgt geciteerd te worden: Vercruysse, J.; Verelst, K (2022). Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn: Ontwerp dissipatiegracht. Versie 4.0. WL Rapporten, 21_010_1. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen Overname uit en verwijzingen naar deze publicatie worden aangemoedigd, mits correcte bronvermelding. Documentidentificatie Opdrachtgever: Trefwoorden (3-5): Kennisdomeinen:
De Vlaamse Waterweg nv Ref.: WL2022R21_010_1 Afdeling Regio Centraal Sigmaplan, FCA, energy dissipation structure, overflow levee Dijken > erosiebescherming Stuwen > Energiedissipatiestructuur > Literatuur- en desktoponderzoek Stuwen > Energiedissipatiestructuur > Schaalmodelproeven
Tekst (p.): Vertrouwelijk:
17 ܈Nee
Auteur(s):
Vercruysse, J.
Bijlagen (p.): ܈Online beschikbaar
/
Controle Naam Revisor(en):
Handtekening
Getekend door:Kristof Verelst (Signature) Getekend op:2022-04-21 15:51:00 +02:0 Reden:Ik keur dit document goed
Verelst, K. Getekend door:Jeroen Vercruysse (Signa Getekend op:2022-04-21 15:02:38 +02:0 Reden:Ik keur dit document goed
Projectleider:
Vercruysse, J.
Goedkeuring Getekend door:Abdelkarim Bellafkih (Sig Getekend op:2022-04-21 13:19:40 +02:0 Reden:Ik keur dit document goed
Afdelingshoofd:
F-WL-PP10-1 Versie 6 Geldig vanaf 01/10/2016
Bellafkih, K.
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
Abstract In kader van het Sigmaplan worden Gecontroleerde Overstromingsgebieden aangelegd langsheen de Schelde en haar getijderivieren. Het vullen van deze gebieden gebeurd door middel van een overloopdijk. Bij overloop versnelt het water op het talud naar superkritische stroming. Bij lage waterpeilen in het GOG-GGG kan hierdoor een watersprong ontstaan in de polder, bij hoge waterpeilen in het GOG-GGG ontstaat deze watersprong op het dijktalud. Om te vermijden dat de watersprong in de polder ontstaat en zich daar overmatige erosie voordoet, wordt aan de teen van de overloopdijk een dissipatiegracht voorzien. Voor de overloopdijk van de gebieden Wal en Zwijn vraagt De Vlaamse Waterweg afdeling Regio Centraal aan de afdeling Waterbouwkundig Laboratorium ondersteuning bij het ontwerp van de dissipatiegracht. Op het ogenblik van het opstellen van dit advies liep op WL een studie voor de verificatie en optimalisatie van de toegepaste ontwerpmethodologie voor een dissipatiegracht. Deze studie was echter nog niet voltooid bij opstellen van dit advies. Voor het bepalen van de grachtdiepte was al een aangepaste ontwerpmethodologie beschikbaar, voor het bepalen van de grachtbreedte was er nog geen ontwerpmethodologie beschikbaar. Uit de met MIKE11 simulaties uitgevoerde hydraulische modellering van deze gebieden werden tijdreeksen gegenereerd van het waterpeil in de Schelde en het waterpeil in het GOG. Gebruik makend van deze rivieren polderpeilen, van de helling en de ingeschatte ruwheid van het talud van de overloopdijk werd voor elke tijdstip van overloop bepaald of een dissipatiegracht nodig is en indien positief wat de benodigde grachtdiepte is. Omdat het maaiveldpeil bij opstellen van het advies nog niet bepaald was werd deze berekening uitgevoerd voor een range aan maaiveldpeilen. Vervolgens werd voor de overloophoogte horende bij de maatgevende grachtdiepte en de theoretische maatgevende grachtbreedte een vergelijking uitgevoerd met de schaalmodelproeven uitgevoerd in kader van het onderzoek naar de optimalisatie van de ontwerpmethodologie van de dissipatiegracht. Uit deze vergelijking volgt dat voor de maatgevende overloophoogtes een grachtbreedte van 0.50 m volstaat. Op basis van bovenstaande voorgestelde grachtdiepte en grachtbreedte wordt een type geometrie voorgesteld waarbij het talud doorloopt tot in de dissipatiegracht.
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
III
F-WL-PP10-1 Versie 6 Geldig vanaf 01/10/2016
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
Inhoudstafel Abstract ............................................................................................................................................................ III Inhoudstafel....................................................................................................................................................... V Lijst van de tabellen .......................................................................................................................................... VI Lijst van de figuren .......................................................................................................................................... VII 1
Inleiding ..................................................................................................................................................... 1
2
Gegevens ................................................................................................................................................... 2 2.1
Relatie rivierpeil ten opzichte van polderpeil en kruinpeil overloopdijk .......................................... 2
2.2
Talud polderzijde ............................................................................................................................... 2
2.3
Maaiveldpeil aan polderzijde overloopdijk ....................................................................................... 2
2.4
Type dissipatiegracht ......................................................................................................................... 4
3
Methodologie dimensionering energiedissipatiegracht overloopdijk ...................................................... 5
4
Ontwerp dissipatiegracht ........................................................................................................................ 10
5
Besluit ...................................................................................................................................................... 15
6
Referenties .............................................................................................................................................. 17
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
V
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
Lijst van de tabellen Tabel 1 – Minimum en maximum maaiveldpeil aan polderzijde overloopdijk (ontwerp 2011) ....................... 3 Tabel 2 – Beschouwde maaiveldpeilen (m TAW) .............................................................................................. 3 Tabel 3 – GOG/GGG Wal: maatgevende grachtdiepte in functie van maaiveldpeil ....................................... 10 Tabel 4 – GOG/GGG Zwijn: maatgevende grachtdiepte in functie van maaiveldpeil ..................................... 10 Tabel 5 – GOG/GGG Wal maatgevende grachtbreedte in functie van maaiveldpeil ...................................... 11 Tabel 6 – GOG/GGG Zwijn maatgevende grachtbreedte in functie van maaiveldpeil .................................... 12 Tabel 7 – Benodigde grachtdiepte van de overloopdijk in functie van maaiveldpeil Wal en Zwijn................ 15
VI
WL2022R21_010_1
Definitieve versie
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
Lijst van de figuren Figuur 1 – GOG-GGG Gebieden Wal en Zwijn ................................................................................................... 1 Figuur 2 – Voorbeeld dissipatiegracht volgens typeprofiel overloopdijk.......................................................... 4 Figuur 3 – Voorbeeld dissipatiegracht waarbij talud doorloopt tot aan de bodem van de dissipatiegracht ... 4 Figuur 4 – Typeschets berekening lengte L en diepte d van de dissipatiegracht (Berlamont, 1980). .............. 7 Figuur 5 – Vergelijking corresponderende waterhoogte formules met schaalmodelonderzoek ..................... 8 Figuur 6 – Vergelijking stromingscondities ter hoogte van teen overloopdijk bij een overloophoogte 0.35 m ......................................................................................................................................................................... 13 Figuur 7 – Vergelijking met schaalmodelonderzoek – overloophoogte 0.35 m en een extreem laag polderpeil ......................................................................................................................................................................... 14 Figuur 8 – Voorstel dissipatiegracht Wal en Zwijn .......................................................................................... 14 Figuur 9 – Voorgesteld ontwerp dissipatiegracht GOG/GGG Wal en GOG/GGG Zwijn .................................. 16
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
VII
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
1 Inleiding De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio Centraal (dVW; contactpersoon: Sander Belmans) vraagt advies aan het Waterbouwkundig Laboratorium met betrekking tot het hydraulisch ontwerp van de dissipatiegracht voor de gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG) met gereduceerd getijde (GGG) Wal en Zwijn. De GOG-GGG gebieden Wal en Zwijn behoren tot de cluster Vlassenbroek op de Schelde afwaarts Dendermonde. Een overzichtsfiguur uit de modellering voor het inrichtingsontwerp van beide gebieden wordt gegeven in Figuur 1.
Bron: Coen et al. (2009) Figuur 1 – GOG-GGG Gebieden Wal en Zwijn
De overloopgebieden capteren de top van een stormtij door middel van overloop over verlaagde overloopdijken. Het ledigen van de overstroomgebieden gebeurt doorheen uitwateringskokers. Bij overloop is de stroming op het talud aan polderzijde superkritisch. Om erosie van het talud te voorkomen worden de overloopdijken aan polderzijde bekleed met Open Steen Asfalt. Bij lage waterpeilen in het GOG-GGG kan hierdoor een watersprong ontstaan in de polder, bij hoge waterpeilen in het GOG-GGG ontstaat deze watersprong op het dijktalud. Om te vermijden dat de watersprong in de polder ontstaat en zich daar overmatige erosie voordoet, wordt aan de teen van de overloopdijk een dissipatiegracht voorzien. Onderhavig advies is als volgt opgebouwd: •
de gegevens worden beschreven in hoofdstuk 2,
•
de toegepaste methodiek wordt beschreven in hoofdstuk 3,
•
het ontwerp van de dissipatiegracht wordt uitgevoerd in hoofdstuk 4,
•
de conclusies worden samengevat in hoofdstuk 5.
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
1
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
2 Gegevens Voor het ontwerp van de dissipatiegracht zijn volgende parameters nodig: -
relatie rivierpeil ten opzichte van polderpeil voor een maatgevende stormconditie en kruinpeil overloopdijk, zie paragraaf 2.1. helling en hydraulisch ruwheid van het talud aan polderzijde, zie paragraaf 2.2. maaiveldpeil aan polderzijde overloopdijk, zie paragraaf 2.3. type dissipatiegracht, zie paragraaf 2.4.
2.1 Relatie rivierpeil ten opzichte van polderpeil en kruinpeil overloopdijk Het hydraulisch ontwerp van de GOG-GGG gebieden Wal en Zwijn werd door WL uitgevoerd aan de hand van MIKE11 modellering. Een eerste ontwerp werd uitgevoerd in 2009 (Coen et al., 2009). Dit ontwerp bevat voor beide gebieden een overloopdijk met twee verschillende kruinhoogtes (+6.90 m TAW en +6.70 m TAW). In 2020 werd dit ontwerp geoptimaliseerd (Coen et al., 2020). De totale lengte van de overloopdijk voor beide gebieden uit het initiële ontwerp werd hierbij gereduceerd van 4.1 km tot 1.9 km met een uniforme kruinhoogte (+6.70 m TAW). Uit deze modellering werden voor Wal en Zwijn tijdreeksen aangeleverd van het peil in de Schelde en het peil in het gebied voor het T1000 en T4000 scenario.
2.2 Talud polderzijde De helling van het talud aan polderzijde bedraagt 20/4. Deze helling stemt overeen met het typeprofiel voor een overloopdijk. Voor de ruwheid van OSA wordt door WL een Manning-coëfficiënt 0.017 s.m-1/3 gehanteerd. Bemerk dat de ruwheid van een met gras bekleedde dijk hoger zal zijn maar dat aangenomen wordt dat bij maatgevende overloopcondities de grasbekleding reeds geërodeerd is.
2.3 Maaiveldpeil aan polderzijde overloopdijk De dissipatiegracht heeft als doel om een sprong te initiëren aan de teen van het talud op de ogenblikken dat er nog niet voldoende waterhoogte aanwezig is in het gebied. Bemerk dat bij de delen van de overloopdijk waar het maaiveldpeil hoger ligt er minder snel voldoende waterhoogte opgebouwd wordt waardoor de zones met hogere maaiveldpeilen maatgevend zijn voor het ontwerp van de dissipatiegracht. In 2011 werd een ontwerp opgemaakt van de gebieden Wal en Zwijn door de studiebureaus Soresma en SBE (Soresma et al., 2011a; b; c; d; e; f). Dit ontwerp werd uitgevoerd op basis van het hydraulisch ontwerp van de cluster Vlassenbroek uitgevoerd in 2009 (Coen et al., 2009). De Vlaamse Waterweg is dit ontwerp aan het bijwerken op basis van de optimalisatiestudie van de overloopdijken (Coen et al., 2020). Ook zal het ontwerp grondneutraal uitgevoerd worden. Bij opstellen van dit advies was het verloop van de maaiveldpeil aan polderzijde van de overloopdijken nog niet vastgelegd. Uit de ontwerpplannen opgemaakt in 2011 worden de minima en maxima van de maaiveldpeilen aan polderzijde van de overloopdijken van Wal en Zwijn bepaald, zie Tabel 1.
2
WL2022R21_010_1
Definitieve versie
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
Tabel 1 – Minimum en maximum maaiveldpeil aan polderzijde overloopdijk (ontwerp 2011)
Maaiveldpeil Minimum Maximum
Wal Zwijn 2.08 m TAW 2.00 m TAW 3.69 m TAW 2.91 m TAW
Op basis van deze minima en maxima wordt een range aan te beschouwen maaiveldpeilen opgesteld, zie Tabel 2. Een ontwerp van de dissipatiegracht zal opgemaakt worden voor deze range aan maaiveldpeilen.
Tabel 2 – Beschouwde maaiveldpeilen (m TAW)
Wal
Zwijn
kruinhoogte maaiveldpeil dijkhoogte kruinhoogte maaiveldpeil dijkhoogte [m TAW]
6.70
Definitieve versie
[m TAW] 2.00 2.25 2.50 2.75 3.00 3.25 3.50 3.75
[m] 4.70 4.45 4.20 3.95 3.70 3.45 3.20 2.95
[m TAW]
6.70
WL2022R21_010_1
[m TAW] 2.00 2.25 2.50 2.75 3.00
[m] 4.70 4.45 4.20 3.95 3.70
3
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
2.4 Type dissipatiegracht Het typeprofiel bevat een tussenplateau van 1.00 m tussen de teen en begin van de gracht. De gracht heeft een diepte 1.00 m en de taluds van de gracht hebben een helling 6/4. Dit profiel werd ook gehanteerd in het door Soresma en SBE uitgewerkte ontwerp uit 2011, zie Figuur 2.
DP29 uit Soresma et al. (2011b) Figuur 2 – Voorbeeld dissipatiegracht volgens typeprofiel overloopdijk
Voor het nieuwe ontwerp van de dissipatiegracht wordt door dVW een geometrie voorgesteld waarbij het talud doorloopt tot in de bodem van de dissipatiegracht. Een dergelijke geometrie werd ook door WL beschouwd in de studie naar de optimalisatie van de ontwerpmethodiek van een dissipatiegracht, zie Figuur 3.
Figuur 3 – Voorbeeld dissipatiegracht waarbij talud doorloopt tot aan de bodem van de dissipatiegracht
4
WL2022R21_010_1
Definitieve versie
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
3 Methodologie dimensionering energiedissipatiegracht overloopdijk Het ontwerp van de dissipatiegracht wordt uitgevoerd aan de hand van de methodologie beschreven in THV Sigma Dijle (2008). De ontwerpmethodologie is gebaseerd op de verhanglijntheorie en formules voor een woelkomontwerp uit de literatuur. Bemerk dat de specifieke situatie van het typeontwerp waarbij een tussenplateau gehanteerd wordt tussen talud en gracht niet overeenkomt met de hydraulische condities uit de literatuurformules. Om die reden heeft WL op vraag van dVW een studie opgestart voor de verificatie en optimalisatie van de ontwerpmethodologie voor een dissipatiegracht aan de teen van een overloopdijk (WL project 18_049). In kader van deze studie werden proeven uitgevoerd met verschillende types en lengtes van de dissipatiegracht in een schaalmodel. Bij opstellen van dit advies was het proevenprogramma afgerond maar diende de verificatie en optimalisatie van de ontwerpmethodologie nog verder uitgewerkt te worden. Op basis van de resultaten uit deze studie werd de bepaling van de benodigde grachtdiepte al geoptimaliseerd. Voor de benodigde breedte van de dissipatiegracht was de verificatie en optimalisatie nog niet voltooid. Hierom zal voor het bepalen van de benodigde breedte van de dissipatiegracht in hoofdstuk 4 rechtstreeks vergeleken worden met schaalmodelproeven uitgevoerd in kader van de studie naar de verificatie en optimalisatie van de ontwerpmethodologie van een dissipatiegracht aan de teen van een overloopdijk. Voor de dimensionering van de energiedissipatiegracht aan de teen van de overloopdijk wordt eerst de verhanglijn op het talud van de overloopdijk aan GOG/GGG-zijde berekend. De berekening van de verhanglijn wordt als volgt uitgevoerd: 1. Aan de hand van de tijdsreeksen van waterstand in de /Schelde wordt voor elk beschouwd dwarsprofiel van de overloopdijk de variatie van het overloopdebiet in functie van de tijd berekend aan de hand van volgende formulering uit IMDC & WL (2010): Met: -
q h hkruin
𝑞𝑞 = 1.36 (ℎ − ℎ𝑘𝑘𝑘𝑘𝑘𝑘𝑘𝑘𝑘𝑘 )1.5
Overloopdebiet per strekkende meter Waterpeil Kruinpeil overloopdijk
[m³/s/m] [m TAW] [m TAW]
2. De verhanglijn op het talud aan GOG/GGG-zijde betreft een opwaarts bepaalde B2-verhanglijn (Berlamont, 1980). De berekening van de ogenblikkelijke verhanglijn op het landtalud wordt uitgevoerd door integratie van de vergelijking van Bresse (voor een brede rechthoekige sectie) voor elke tijdstap (om de 10 min) in de tijdreeksen van waterstand in de Schelde en in het GOG/GGG met een constante dh = 0.001 m in de verticale richting . Hierbij wordt volgend randvoorwaardeprobleem opgelost: 𝑞𝑞 2 𝑆𝑆0 − 𝑛𝑛2 10/3 𝑑𝑑ℎ ℎ ϕ(ℎ) = = 𝑞𝑞 2 𝑑𝑑𝑑𝑑 �1 − 𝑆𝑆02 − 𝑔𝑔 ℎ3 𝑚𝑚𝑚𝑚𝑚𝑚: 𝑠𝑠 = 𝑠𝑠0 𝑒𝑒𝑒𝑒 ℎ = ℎ0
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
5
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
Met: -
ϕ(ℎ) S0 n q h s g s0 h0
Vergelijking Helling overloopdijk Ruwheid (n = 0.017 s/m-1/3) Overloopdebiet per strekkende meter Waterdiepte Afstand op het landtalud tot de kruin van de overloopdijk Valversnelling (= 9.81 m/s²) Initiële waarde voor de afstand tot de kruin (s0=0) Initiële waarde voor waterdiepte ter plaatse van s=s0
[-] [-] [s/m-1/3] [m2/s] [m] [m] [m/s²] [m] [m]
Als initialisatie voor de oplossing van dit randvoorwaardeprobleem wordt de kritische waterhoogte op de kruin beschouwd. Deze wordt als volgt berekend: 3 𝑞𝑞 2 ℎ0 = � 𝑔𝑔
Met: -
h0 q g
Initiële waarde voor waterdiepte ter plaatse van s=s0 Overloopdebiet per strekkende meter Valversnelling (= 9.81 m/s²)
[m] [m2/s] [m/s²]
3. De stroomsnelheid op het talud aan GOG/GGG-zijde wordt berekend door in elk punt van het talud het debiet over de overloopdijk te delen door de natte sectie die volgt uit de berekende verhanglijn. Daarna wordt de dimensionering van de energiedissipatiegracht uitgevoerd. Hiervoor wordt eerst gecontroleerd of zich een watersprong voordoet op het talud van de overloopdijk aan GOG/GGG-zijde of dat deze zich voordoet in het GOG/GGG. Na de berekening van de verhanglijn op het landtalud van de overloopdijk wordt voor elke punt i op het dijktalud de bijbehorende waterhoogte na sprong berekend aan de hand van de volgende uitdrukking (Bélanger, 1828): ℎ𝐻𝐻𝐻𝐻𝐻𝐻,𝑖𝑖 = ℎ 𝑖𝑖 �
Met: -
hHNS,i hi Fri
−1 + �1 + 8 𝐹𝐹𝐹𝐹2𝑖𝑖 2
�
Waterhoogte na sprong in punt i van het dijktalud Waterhoogte in punt i van het dijktalud Waarde van het Froudegetal in punt i van het dijktalud
[m] [m] [-]
Voor een brede rechthoekige sectie geldt:
-
Ui g q
𝐹𝐹𝐹𝐹𝑖𝑖2 =
𝑈𝑈𝑖𝑖2 𝑞𝑞 2 = 𝑔𝑔 ℎ𝑖𝑖 𝑔𝑔 ℎ𝑖𝑖3
Stroomsnelheid in punt i van het dijktalud Valversnelling (= 9.81 m/s²) Debiet in punt i op het dijktalud
[m/s] [m/s²] [m2/s]
Op basis van het verloop van de waterhoogte na sprong op het dijktalud en de waterhoogte in het GOG kan daarna bepaald worden of de watersprong zich voordoet op het dijktalud zelf of in het GOG.
6
WL2022R21_010_1
Definitieve versie
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
Wanneer de waterhoogte na sprong ter plaatse van de teen van de dijk hoger is dan de waterhoogte in het GOG/GGG, doet de watersprong zich voor in het GOG/GGG (i.e. afwaarts van de gracht). Voor deze tijdstippen wordt de dimensionering van de energiedissipatiegracht uitgevoerd. In het initieel ontwerp werd hiervoor een formule uit Berlamont (1980) toegepast. Voor het bijgewerkte ontwerp wordt een formule uit Novak et al. (2007) toegepast. Bemerk dat beide formules afgeleid zijn voor een geometrie zoals in Figuur 4, waarbij het talud doorloopt tot in de bodem van de gracht. a.
b.
Berlamont (1980)
Novak (2007)
𝑑𝑑 = ℎ1 �−
2 3 ℎ2 1 ℎ1 3 2 (𝐹𝐹𝐹𝐹1 )3 + �𝑚𝑚 + � � 𝐹𝐹𝐹𝐹1 �� ℎ1 2 2𝑚𝑚2 ℎ2
𝑑𝑑 = ℎ2′ − ℎ𝑎𝑎𝑎𝑎𝑎𝑎 = 𝑚𝑚ℎ2 − ℎ𝑎𝑎𝑎𝑎𝑎𝑎
Met: -
d h1 h2 Fr1 hafw m
Diepte gracht / hoogte drempel Waterdiepte opwaarts van watersprong Waterdiepte afwaarts van de watersprong Froudegetal opwaarts van watersprong Waterhoogte afwaarts ten opzichte van maaiveldpeil Parameter;de waterhoogte na een ontaarde watersprong wordt gegeven door ℎ2′ = 𝑚𝑚 ℎ2 Berlamont (1980) m =1.20 Novak et al. (2007) 1.10 <m< 1.25
[m] [m] [m] [-] [m]
[-]
Figuur 4 – Typeschets berekening lengte L en diepte d van de dissipatiegracht (Berlamont, 1980).
In het WL onderzoeksproject voor het optimaliseren van de dissipatiegracht werd door middel van schaalmodelproeven de corresponderende waterhoogte bepaald. De corresponderende waterhoogte betreft de minimum waterhoogte in de polder waarbij voor een gegeven geometrie van de overloopdijk en gracht en een gegeven overloopdebiet de watersprong in de gracht ontstaat. Voor een grachtdiepte 0.50 m en een grachtbreedte 1.00 m, 2.00 m, 4.00 m, 6.00 m en 8.00 m wordt in Figuur 5 de opgemeten corresponderende waterhoogte uit het schaalmodelonderzoek vergeleken met de berekende corresponderende waterhoogte (Bélanger, 1828; Berlamont, 1980; Novak et al., 2007). Voor een overloophoogte 0.44 m werd vastgesteld dat een watersprong ontstaat in de woelkom onafhankelijk van de waterhoogte in de polder. Vanaf een overloophoogte 0.70 m wordt vastgesteld dat de opgemeten corresponderende waterhoogte goed samenvalt met de berekende waterhoogte volgens Novak et al. (2007). De opgemeten corresponderende waterhoogtes liggen hierbij tussen de waarden berekend met een
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
7
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
coëfficiënt m=1.10 en deze met een coëfficiënt m=1.25. De corresponderende waterhoogte berekend aan de hand van de formulering volgens Berlamont wijkt daarentegen merkelijk af van zowel de experimenteel bepaalde corresponderende waterhoogte als van de corresponderende waterhoogte bepaald volgens Bélanger (1828) en Novak et al. (2007).
Opgesteld op basis van een voorlopige verwerking van resultaten uit WL onderzoeksproject 18_049 Figuur 5 – Vergelijking corresponderende waterhoogte formules met schaalmodelonderzoek
De breedte van de gracht wordt berekend door toepassen van de formules van Certussov en Smetana (Berlamont, 1980), Bradley en Peterka (1957) en Novak (2007): a. Certussov: 𝐿𝐿 = 5.4ℎ1 (𝐹𝐹𝐹𝐹1 − 1)
b. Smetana:
c. Bradley en Peterka:
d. Novak
𝐿𝐿 = 5(ℎ2 − ℎ1 )
𝑎𝑎𝑎𝑎𝑎𝑎 𝐹𝐹𝐹𝐹1 > 6
𝐿𝐿 = 8(ℎ2 − ℎ1 ) 𝐿𝐿 = 220 ℎ1 𝑡𝑡𝑡𝑡𝑡𝑡ℎ �
𝑎𝑎𝑎𝑎𝑎𝑎 𝐹𝐹𝐹𝐹1 ≤ 6 (𝐹𝐹𝐹𝐹1 − 1) � 22
𝐿𝐿 = 𝐾𝐾 ∙ (ℎ2 − ℎ1 ) Met:
8
𝐾𝐾 = 4.5 𝑡𝑡𝑡𝑡𝑡𝑡 5.5
-
L h1 h2 Fr1
Breedte gracht Waterdiepte opwaarts van watersprong Waterdiepte afwaarts van de watersprong Froudegetal opwaarts van watersprong
WL2022R21_010_1
[m] [m] [m] [-]
Definitieve versie
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
De formules van Certussov en Smetana (Berlamont, 1980), Bradley en Peterka (1957) werden ook toegepast bij het initiële ontwerp. De formule van Novak is opgesteld geweest voor de specifieke situatie waarbij het talud aansluit op de bodem van de gracht, zie Figuur 4. Met betrekking tot de grachtbreedte volgen uit de tussentijdse resultaten van het onderzoeksproject 18_049 nog geen concrete aanbevelingen. In hoofdstuk 4 zal hierom vergeleken worden met proefresultaten bij een gelijkaardig overloopdebiet en gelijkaardige grachtdiepte.
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
9
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
4 Ontwerp dissipatiegracht Gebruik makend van de in hoofdstuk 3 beschreven ontwerpmethodologie wordt voor de overloopdijk en voor hydraulische randvoorwaarden beschreven in hoofdstuk 2 per tijdstap van de beschouwde stormcondities (T1000 en T4000) bepaald of een dissipatiegracht nodig is en indien positief wat de benodigde breedte en diepte van deze gracht is. De hieruit volgende maatgevende grachtdiepte wordt gegeven in Tabel 3 voor Wal en in Tabel 4 voor Zwijn. Bijkomend wordt ook de overloophoogte gegeven voor het tijdstip waarop de maatgevende grachtdiepte bepaald werd. Tabel 3 – GOG/GGG Wal: maatgevende grachtdiepte in functie van maaiveldpeil
T1000 maaiveldpeil overloophoogte grachtdiepte [m TAW] [m] [m] 2.00 0.07 0.10 2.25 0.16 0.16 2.50 0.22 0.31 2.75 0.24 0.38 3.00 0.25 0.39 3.25 0.25 0.39 3.50 0.26 0.42 3.75 0.30 0.49
T4000 overloophoogte grachtdiepte [m] [m] 0.10 0.14 0.15 0.14 0.15 0.23 0.24 0.38 0.27 0.43 0.28 0.44 0.28 0.44 0.27 0.43
Tabel 4 – GOG/GGG Zwijn: maatgevende grachtdiepte in functie van maaiveldpeil
T1000 maaiveldpeil overloophoogte grachtdiepte [m TAW] [m] [m] 2.00 0.07 0.10 2.25 0.16 0.16 2.50 0.22 0.31 2.75 0.24 0.38 3.00 0.25 0.39
T4000 overloophoogte grachtdiepte [m] [m] 0.10 0.14 0.15 0.14 0.15 0.23 0.24 0.38 0.27 0.43
Uit de bepaling van de maatgevende grachtdiepte in functie van het maaiveldpeil volgt dat de benodigde grachtdiepte toeneemt met het maaiveldpeil. Voor Wal bedraagt de maximale grachtdiepte 0.49 m en bij Zwijn 0.39 m. Bij de laagste beschouwde maaiveldpeilen bedraagt de maatgevende grachtdiepte slechts 0.10 m tot 0.16 m, de hierbij horende overloophoogtes zijn beperkt tot 0.16 m. Ook voor de hogere maaiveldpeilen is de overloophoogte beperkt tot ca. 0.30 m. Dit is aanzienlijk lager dan de maximale
10
WL2022R21_010_1
Definitieve versie
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
overloophoogte die voor Zwijn 0.64 m bedraagt en voor Wal 0.68 m bedraagt 1. De gracht is dus nodig in de eerste fase van overloop. Bij hogere overloophoogtes is het gebied al gevuld waarbij de watersprong op het talud van de overloopdijk ontstaat. Aan de hand van de formules in hoofdstuk 3 is ook de lengte van de dissipatiegracht berekend. De resultaten hiervan zijn voor het T1000 en het T4000 scenario gegeven in Tabel 5 voor GOG/GGG Wal en in Tabel 6 voor GOG/GGG Zwijn. Bemerk dat naast de overloophoogte horende bij de maatgevende grachtbreedte ook de overloophoogte bij de maatgevende grachtdiepte gegeven wordt.
Tabel 5 – GOG/GGG Wal maatgevende grachtbreedte in functie van maaiveldpeil
overloophoogte grachtbreedte Maaiveldbij Bij Bradley en Novak Novak peil scenario maatgevende maatgevende Certussov Smetana Peterka K=4.5 K=5.5 grachtbreedte grachtdiepte [m TAW] [m] [m] [m] [m] [m] [m] [m] 2.00 0.05 0.07 0.17 0.34 0.31 0.19 0.24 2.25 0.16 0.16 0.66 1.37 1.21 0.77 0.94 2.50 0.24 0.22 1.03 2.14 1.89 1.20 1.47 2.75 0.25 0.24 1.04 2.16 1.91 1.21 1.48 T1000 3.00 0.25 0.25 1.04 2.16 1.91 1.21 1.48 3.25 0.28 0.25 1.21 2.50 2.21 1.41 1.72 3.50 0.30 0.26 1.29 2.67 2.36 1.50 1.84 3.75 0.34 0.30 1.48 3.06 2.70 1.72 2.10 2.00 0.10 0.10 0.38 0.78 0.69 0.44 0.54 2.25 0.15 0.15 0.62 1.28 1.13 0.72 0.88 2.50 0.24 0.15 1.02 2.12 1.87 1.19 1.45 2.75 0.28 0.24 1.18 2.44 2.16 1.37 1.68 T4000 3.00 0.28 0.27 1.18 2.44 2.16 1.37 1.68 3.25 0.28 0.28 1.18 2.44 2.16 1.37 1.68 3.50 0.28 0.28 1.18 2.44 2.16 1.37 1.68 3.75 0.31 0.27 1.36 2.81 2.48 1.58 1.93
Afgeleid uit de resultaten van het T4000 scenario als het maximum verschil tussen rivierpeil en kruinpeil overloopdijk over de periode waarbij het peil in het GOG lager is dan het kruinpeil van de overloopdijk.
1
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
11
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht Tabel 6 – GOG/GGG Zwijn maatgevende grachtbreedte in functie van maaiveldpeil
overloophoogte Maai bij bij veld maatgevende maatgevende peil grachtbreedte grachtdiepte scenario [m TAW] [m] [m] 2.00 0.05 0.07 2.25 0.16 0.16 T1000 2.50 0.24 0.22 2.75 0.25 0.24 3.00 0.25 0.25 2.00 0.10 0.10 2.25 0.15 0.15 T4000 2.50 0.24 0.15 2.75 0.28 0.24 3.00 0.28 0.27
grachtbreedte Certussov Smetana [m] 0.17 0.66 1.03 1.04 1.04 0.38 0.62 1.02 1.18 1.18
[m] 0.34 1.37 2.14 2.16 2.16 0.78 1.28 2.12 2.44 2.44
Bradley en Novak Novak Peterka K=4.5 K=5.5 [m] 0.31 1.21 1.89 1.91 1.91 0.69 1.13 1.87 2.16 2.16
[m] 0.19 0.77 1.20 1.21 1.21 0.44 0.72 1.19 1.37 1.37
[m] 0.24 0.94 1.47 1.48 1.48 0.54 0.88 1.45 1.68 1.68
Uit Tabel 5 voor GOG/GGG Wal en Tabel 6 voor GOG/GGG Zwijn volgt dat vanaf een maaiveldpeil +2.50 m TAW een grachtbreedte 1.00 m tot 3.10 m bepaald wordt en dat de spreiding tussen de formuleringen groter is dan de spreiding bij een gegeven formulering in functie van het maaiveldpeil. Het is eveneens niet duidelijk of hier de grachtbreedte aan de bodem van de dissipatiegracht of de grachtbreedte bovenaan de dissipatiegracht beschouwd dient te worden. Om die reden wordt vergeleken met de resultaten van de schaalmodelproeven. Een geometrie met een talud doorlopend tot in de bodem van de dissipatiegracht met een grachtdiepte 1.00 m werd beproefd in het schaalmodel. Door verschalen van de proeven met een schaalfactor 1.5 in plaats van 3.0 zijn deze proeven ook van toepassing voor een grachtdiepte 0.50 m. De maximale overloophoogte maatgevend voor de diepte en breedte van de gracht, zie Tabel 5 en Tabel 6 bedraagt 0.34 m voor Wal en 0.28 m voor Zwijn. Bij toepassen van de schaalfactor 1.5 komt dit overeen met een overloophoogte 0.227 m voor Wal en 0.187 m voor Zwijn in schaalmodelafmetingen. De eerstvolgende overloophoogte die in het schaalmodel beproefd is bedraagt 0.23 m model of 0.35 m in situ. Deze overloophoogte wordt gebruikt voor de vergelijking. Bij toepassen van een schaalfactor 1.5 wordt de dijkhoogte in schaalmodel gereduceerd tot 2.50 m, ten opzichte van 5.00 m bij een schaalfactor 3.0. Doordat de proeven zijn uitgevoerd met een gladde bodem is de ruwheid in model (Manning-coëfficiënt 0.017 s.m-1/3), ook na verschaling, lager dan in situ (Manning-coëfficiënt 0.017 s.m-1/3). Een vergelijking van de condities ter hoogte van de teen van de overloopdijk wordt gegeven in Figuur 6. Bemerk dat de waterhoogte aan de teen in schaalmodel (na verschaling met schaalfactor 1.5) lager is dan in situ en dat de schaalmodelresultaten hierom conservatief zijn.
12
WL2022R21_010_1
Definitieve versie
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
Figuur 6 – Vergelijking stromingscondities ter hoogte van teen overloopdijk bij een overloophoogte 0.35 m
Voor een overloophoogte 0.35 m en een extreem laag polderpeil wordt in Figuur 7 een opname gegeven van het stromingspatroon in de dissipatiegracht gegeven voor een grachtbreedte 0.50 m, 1.00 m en 2.00 m (gemeten op de bodem van de dissipatiegracht). Bemerk uit deze opnames dat voor de drie grachtbreedtes steeds een sprong ontstaat in de gracht onafhankelijk van het polderpeil. Een methodiek voor de bepaling van de benodigde grachtbreedte op basis van het uitgevoerde schaalmodelonderzoek is nog niet opgesteld. Uit een visuele interpretatie van deze opnames volgt dat voor de beschouwde overloophoogte bij een grachtbreedte 2.00 m de lengte van de gracht groter is dan de lengte van de watersprong. Een grachtbreedte 0.50 m en 1.00 m volstaan bijgevolg. Bemerk hierbij dat onderstaande opnames dienen geïnterpreteerd te worden als conservatief enerzijds doordat de overloophoogte enigszins hoger is dan de overloophoogte uit de numerieke modellering (0.35 m ten opzichte van 0.30 m) en anderzijds doordat de proeven uitgevoerd zijn met een glad talud.
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
13
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
Grachtdiepte 0.50 m; Breedte dissipatiegracht: 0.50 m (boven)/ 1.0 m (midden)/ 2.0 m (onder) Figuur 7 – Vergelijking met schaalmodelonderzoek – overloophoogte 0.35 m en een extreem laag polderpeil
Een voorstel voor een dissipatiegracht met breedte 0.50 m aan de bodem wordt gegeven in Figuur 8. Door het laten doorlopen van het talud met helling 20/4 bedraagt de grachtbreedte op het niveau van het maaiveld 3.80 m. Bemerk dat voor GOG/GGG Wal bij het meest conservatieve maaiveldpeil (i.e. het hoogst beschouwde maaiveldpeil van 3.75 m TAW) op basis van de spronglengte een grachtbreedte 1.50 m tot 3.10 m bepaald, zie Tabel 5. Voor het GOG/GGG Zwijn werd bij het meest conservatieve maaiveldpeil (i.e. het hoogst beschouwde maaiveldpeil van 3.00 m TAW) op basis van de spronglengte een grachtbreedte 1.20 m tot 2.40 m bepaald, zie Tabel 6.
Figuur 8 – Voorstel dissipatiegracht Wal en Zwijn
14
WL2022R21_010_1
Definitieve versie
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
5 Besluit In kader van het Sigmaplan worden Gecontroleerde Overstromingsgebieden aangelegd langsheen de Schelde en haar getijderivieren. Het vullen van deze gebieden gebeurd door middel van een overloopdijk. Bij overloop versnelt het water op het talud naar superkritische stroming. Bij lage waterpeilen in het GOG-GGG kan hierdoor een watersprong ontstaan in de polder, bij hoge waterpeilen in het GOG-GGG ontstaat deze watersprong op het dijktalud. Om te vermijden dat de watersprong in de polder ontstaat en zich daar overmatige erosie voordoet, wordt aan de teen van de overloopdijk een dissipatiegracht voorzien.. Voor de overloopdijk van de GOG/GGG-gebieden Wal en Zwijn vraagt dVW afdeling Centraal (dVW; contactpersoon Sander Belmans) aan afdeling Waterbouwkundig Laboratorium (WL) ondersteuning bij het ontwerp van de dissipatiegracht. Op het ogenblik van opstellen van dit advies liep op WL een onderzoek voor de verificatie en optimalisatie van de toegepaste ontwerpmethodologie voor een dissipatiegracht. Dit onderzoek op basis van schaalmodelonderzoek was echter nog niet voltooid bij opstellen van dit advies. Voor het bepalen van de grachtdiepte was vanuit dit onderzoek al een aangepaste ontwerpmethodologie beschikbaar, voor het bepalen van de grachtbreedte was er nog geen ontwerpmethodologie beschikbaar. Met behulp van MIKE11 simulaties uitgevoerde hydraulische modellering van deze gebieden werden tijdreeksen gegenereerd van waterpeil in de Schelde en het waterpeil in het GOG/GGG. Aan de hand van deze rivier- en polderpeilen, de taludhelling en de ingeschatte ruwheid van het talud werd voor elke tijdstip van overloop bepaald of een dissipatiegracht nodig is en indien positief wat de benodigde grachtdiepte is. Omdat het maaiveldpeil bij opstellen van het advies nog niet bepaald was werd deze berekening uitgevoerd voor een range aan maaiveldpeilen. De benodigde grachtdiepte in functie van het maaiveldpeil wordt gegeven in Tabel 7 voor de overloopdijken van GOG/GGG Wal en GOG/GGG Zwijn.
Tabel 7 – Benodigde grachtdiepte van de overloopdijk in functie van maaiveldpeil Wal en Zwijn
Wal Zwijn maaiveldpeil grachtdiepte maaiveldpeil grachtdiepte [m TAW] [m] [m TAW] [m] 2.00 0.14 2.00 0.14 2.25 0.16 2.25 0.16 2.50 0.31 2.50 0.23 2.75 0.38 2.75 0.38 3.00 0.43 3.00 0.43 3.25 0.44 3.50 0.44 3.75 0.49 Vervolgens werd voor de overloophoogte horende bij de maatgevende grachtdiepte en theoretische maatgevende grachtbreedte een vergelijking uitgevoerd met de schaalmodelproeven uitgevoerd in kader van het onderzoek naar de optimalisatie van de ontwerpmethodologie. Uit deze vergelijking volgt dat voor de maatgevende overloophoogtes een grachtbreedte 0.50 m volstaat.
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
15
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
Op basis van bovenstaande voorgestelde grachtdiepte en grachtbreedte wordt de geometrie uit Figuur 9 aanbevolen voor de dissipatiegracht aan de teen van de overloopdijk van GOG/GGG Wal en GOG/GGG Zwijn.
Figuur 9 – Voorgesteld ontwerp dissipatiegracht GOG/GGG Wal en GOG/GGG Zwijn
16
WL2022R21_010_1
Definitieve versie
Sigmaplan – Gereduceerde Getijdegebieden – Wal Zwijn - Ontwerp dissipatiegracht
6 Referenties Bélanger, J.B. (1828). Essai sur la Solution Numérique de quelques Problèmes Relatifs au Mouvement Permanent des Eaux Courantes. Berlamont, J. (1980). Theorie van de verhanglijnen: de permanente, turbulente stroming in open kanalen met vaste bodem [CURSUS], 2de uitgav. Katholieke Universiteit Leuven. Afdeling Bouwkunde: Leuven. 224 pp. Bradley; Peterka. (1957). The hydraulic design of stilling basins: hydraulic jumps on an horizontal apron (Basin I). Asce J. Hydraul. Div. (83) Coen, L.; Pereira, F.; Taverniers, E.; Peeters, P.; Mostaert, F. (2009). Studie ten behoeve van aanleg van overstromingsgebieden en natuurgebieden in het kader van het Sigmaplan - Ondersteunende studies: bijkomende informatie t.b.v. MER’s van de 2010-Sigmagebieden. WL Rapporten, 713_15. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen Coen, L.; Vanderkimpen, P.; Mostaert, F. (2020). Optimalisatie overloopdijk Wal-Zwijn: scenarioberekeningen. Versie 4.0. WL Rapporten, 20_039_1. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. Available at: http://documentatiecentrum.watlab.be/owa/imis.php?module=ref&refid=331706 International Marine and Dredging Consultants; Waterbouwkundig Laboratorium. (2010). Onderzoek naar de bresgevoeligheid van de Vlaamse winterdijken: deelopdracht 2. Literatuuronderzoek van de grondmechanische faalmechanismen met beschrijving van de relevante parameters. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen Novak, P.; Moffat, A.I.B.; Nalluri, C.; Narayanan, R. (2007). Hydraulic structures. E & FN Spon: London. ISBN 978-0-415-38626-5 Soresma; SBE; W&Z, A.Z. (2011a). Zeeschelde L.O. te Hamme GOG Wal-Zwijn & Groot Schoor Dwarsprofielen 1/12 Overloopdijk (as1) DP1-DP15 rev3 c4 9369-A12 Soresma; SBE; W&Z, A.Z. (2011b). Zeeschelde L.O. te Hamme GOG Wal-Zwijn & Groot Schoor Dwarsprofielen 2/12 Overloopdijk (as1) DP16-DP30 rev3 c4 9369-A13 Soresma; SBE; W&Z, A.Z. (2011c). Zeeschelde L.O. te Hamme GOG Wal-Zwijn & Groot Schoor Dwarsprofielen 3/12 Overloopdijk (as1) DP31-DP45 rev3 c4 9369-A14 Soresma; SBE; W&Z, A.Z. (2011d). Zeeschelde L.O. te Hamme GOG Wal-Zwijn & Groot Schoor Dwarsprofielen 4/12 Overloopdijk (as1) DP46-DP60 rev3 c4 9369-A15 Soresma; SBE; W&Z, A.Z. (2011e). Zeeschelde L.O. te Hamme GOG Wal-Zwijn & Groot Schoor Dwarsprofielen 5/12 Overloopdijk (as1) DP61-DP75 rev3 c4 9369-A16 Soresma; SBE; W&Z, A.Z. (2011f). Zeeschelde L.O. te Hamme GOG Wal-Zwijn & Groot Schoor Dwarsprofielen 6/12 Overloopdijk (as1) DP76-DP90 rev3 c4 9369-A17 THV Sigma Dijle. (2008). Sigmaplan. Studie t.b.v. aanleg van overstromings- en natuurgebieden i.h.k.v. het Geactualiseerde Sigmaplan. Bestek nr. 16/EI/06/16: Deelopdracht 11 Onderzoek naar bekledingen van waterkeringen.
Definitieve versie
WL2022R21_010_1
17
DEPARTEMENT MOBILITEIT & OPENBARE WERKEN Waterbouwkundig Laboratorium Berchemlei 115, 2140 Antwerpen T +32 (0)3 224 60 35 F +32 (0)3 224 60 36 waterbouwkundiglabo@vlaanderen.be www.waterbouwkundiglaboratorium.be