Skip to main content

Kleinschalige_erosiebestrijding_deel5_2002.pdf

Page 1

2.3.3. Toetsing op de haalbaarheid Aangezien de meeste problemen van bodemerosie en modderoverlast ontstaan op akkers, zal een brongerichte aanpak in vele gevallen betekenen dat de gemeente erosiebestrijdingswerken uitvoert op gronden van derden, eerder dan op haar eigen gronden. Daarom is het overleg met de landbouwers, liefst in een vroeg stadium van het voorontwerp, noodzakelijk voor het welslagen van het project. Immers, erosiebestrijdingsprogramma’s kunnen slechts slagen als ze door de landbouwers worden gedragen. Dit overleg kan het best gebeuren via het organiseren van informatiesessies voor de landbouwers. Tijdens deze sessies kan men discussiëren over de ingrepenkaarten met de voorstellen. Om die discussies zo vlot mogelijk en tevens overzichtelijk te laten verlopen, is een beperkt aantal deelnemers aangeraden. Men kan bijv. sessies organiseren per deelgebiedje. Het is soms niet evident om een lijst te bekomen met de namen van alle landbouwers (en hun adressen). In Gingelom werd een lijst opgesteld op basis van de kennis in de gemeentediensten.

Landbouwers en ontwerpers bespreken de ingrepenkaart.

Volgende zaken kunnen in de informatiesessies aan bod komen: ▲

principe van kleinschalige erosiebestrijding (algemeen);

▲

informatie m.b.t. kader, vergoedingen en dergelijke;

▲

informatie m.b.t. huidige problemen in het gebied (bijv. foto’s van erosiekanalen in deelgebied, uittreksel bodemerosiekaart-Land, afbakening gebieden van geconcentreerde afstroming op de topografische basiskaart…);

▲

voorleggen van kaart met voorstel van concrete ingrepen per perceel (ingrepenkaart). Die kaart wordt op A4- of A3-formaat aan de landbouwers gegeven (in kleur);

▲

discussie en eventuele aanpassingen van de ingrepenkaart. Op basis van een kaart op A0-formaat kunnen de landbouwers hun bemerkingen kwijt. Tijdens de informatiesessies in Gingelom kwamen o.a. volgende bemerkingen aan bod:

▲

24

●

onnauwkeurige topografische basiskaart;

●

onnauwkeurige afstromingsrichting;

●

onnauwkeurige locatie erosiekanalen;

●

…

informatie i.v.m. het verder traject.


Ervaringen van infosessies in Gingelom Tijdens de informatiesessies zijn er altijd landbouwers die het erosieprobleem minimaliseren en het nut van erosiebestrijdingswerken niet inzien. Deze landbouwers gebruiken alle onnauwkeurigheden en/of fouten op de ingrepenkaart om de voorstellen af te zwakken en/of te verhinderen. De ingrepenkaart moet daarom doordacht en met de nodige expertise worden opgesteld. De voorstelling en verdediging van de ingrepenkaart door een groep van deskundigen (o.a. op vlak van terreinkennis, vergoedingen, erosie, water- en modderellende,….) is daarom essentieel voor het welslagen van het project. Reeds tijdens de informatiesessies komen een aantal praktische vragen naar boven: wat is het belastingsregime voor de vergoeding, is het verenigbaar met andere overeenkomsten, wat mogen we doen op een grasstrook, wie staat in voor het onderhoud…?

Volgende personen nemen het best deel aan de informatiesessies: ▲

bevoegde schepen;

▲

verantwoordelijke ambtenaar bij de gemeentelijke diensten;

▲

opsteller van de ingrepenkaart (bijv. studiebureau);

▲

eventueel verantwoordelijke ambtenaar bij de afdeling Land van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;

▲

eventueel afgevaardigde van watering of polder;

▲

eventueel verantwoordelijke ambtenaar bij de provinciale diensten;

▲

eventueel vertegenwoordiger van de landbouwraad;

▲

…

In Gingelom volgde dan een individueel terreinbezoek met de landbouwers die tijdens de informatiesessie eerder gunstig reageerden. Bij die gelegenheid kan men de specifieke ingrepen bespreken en eventueel bijsturen, zodat de landbouwer akkoord kan gaan met het voorstel. Mogelijke bijsturingen kunnen o.a. zijn: ❚

de breedte van een grasbufferstrook op een welbepaalde plaats;

❚

de vorm van een grasbufferstrook aanpassen zodat de bewerkbaarheid van het perceel niet in het gedrang komt;

❚

de omvang van een dam;

❚

…

Eventueel kan men de originele ingrepenkaart aanpassen aan de resultaten van het bezoek aan de landbouwers. Het organiseren van informatiesessies voor de eigenaars De eigendomsstructuur kan achterhaald worden door een overlay te maken van de voorgestelde ingrepenkaart met de kadasterkaart (bijv. kadscan die iedere gemeente bezit). De gemeente kan vervolgens alle eigenaars via hun databank opzoeken. Volgende zaken zouden aan bod kunnen komen: ▲

principe van kleinschalige erosiebestrijding (algemeen);

▲

informatie m.b.t. kader, vergoedingen, en dergelijke;

▲

informatie m.b.t. huidige problemen in het gebied (bijv. foto’s van erosiekanalen in deelgebied, uittreksel bodemerosiekaart-Land, afbakening gebieden van geconcentreerde afstroming op de topografische basiskaart…);

▲

voorleggen van kaart met voorstel van concrete ingrepen per perceel (ingrepenkaart). Die kaart

25


wordt op A4- of A3-formaat aan de eigenaars gegeven (in kleur); ▲

discussie;

▲

informatie i.v.m. het verder traject.

De eigenaars worden vervolgens individueel gecontacteerd met de vraag of ze bereid zijn om hun gronden ter beschikking te stellen voor het uitvoeren van de geplande werken. Diegenen die niet mee willen doen, kunnen eventueel onteigend worden of kunnen hun gronden rechtstreeks verkopen.

Op basis van de resultaten van al de verschillende overlegmomenten komt een definitieve ingrepenkaart tot stand met alle weerhouden ingrepen. D.w.z. een kaart met alle ingrepen die ‘haalbaar’ zijn, zowel voor de landbouwers als voor de eigenaars als voor de gemeente.

Definitieve ingrepenkaart Borloberg (Gingelom).

26


27

Detail 1

Detail 2


A B

B

A Detail 1: grasbufferstrook met dam in de thalweg.

28


A B

A

B

Detail 2: grasbufferbekkentje.

29


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Kleinschalige_erosiebestrijding_deel5_2002.pdf by Vlaanderen-be - Issuu