Algemene Raad 10 juni 2021 AR-AR-ADV-2021-018
Kwetsbaarheid aanpakken via weerbaar onderwijs Advies over de visienota ‘Van kwetsbaar naar weerbaar – deel 1 – beter leren, beter voelen’, plan voor een kwalitatief versterkt onderwijs in uitvoering van het relanceplan ‘Vlaamse Veerkracht’ (VV17)
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Advies op eigen initiatief Uitgebracht door de Algemene Raad op 10 juni 2021 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep Crisisbestendig Onderwijs op 19 mei en 2 juni 2021 onder voorzitterschap van Luc De Man Werden geconsulteerd: Overlegplatform Welbevinden op 25 mei, Raad Basisonderwijs op 26 mei, Raad Hoger Onderwijs op 27 mei, commissie Leerlingenbegeleiding op 27 mei 2021, Raad Secundair Onderwijs op 1 juni 2021 Dossierbeheerder: Marleen Colpin
Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be
INHOUD SITUERING
2
EEN BLIK OP HET GEHEEL
2
Nood aan coherente beleidsvisie op lange termijn en structurele investeringen
3
Tijdskader verhelderen en bijstellen
3
(Gemiste) accenten
4
1 SPEERPUNT 1. LEERVERTRAGING AANPAKKEN
4
ZET DE MIDDELEN VOOR EXTRA PERSONEEL IN VIA BESTAANDE SYSTEMEN 4 1.1 ‘STRUCTUREEL MEER HANDEN IN DE KLAS’
5
1.2 ‘BIJSPRONG: BIJKOMENDE OMKADERING IN HET LEERPLICHTONDERWIJS’
5
1.3 ‘VERSTERKEN VAN DE B-STROOM, TSO, (D)BSO, BUSO (OV1 EN OV2) EN DE LEERTIJD’ 5 1.3.1 ‘Goede praktijken delen’
6
1.3.2 ‘ICT-versterking in het BuSO, het DBSO en de Leertijd’
6
1.3.3 ‘Virtual Reality in TSO en BSO’
6
1.4 ‘ZOMERSCHOLEN STRUCTUREEL VERANKEREN’ 2 SPEERPUNT 2. MENTAAL WELZIJN VAN LEERLINGEN, SCHOLIEREN EN STUDENTEN BEVORDEREN
7 8
ZORG DAT IEDEREEN INBEGREPEN IS
8
ZET IN OP SAMENWERKING ONDERWIJS-WELZIJN
8
2.1 ‘WELZIJN VAN LEERLINGEN EN SCHOLIEREN VERHOGEN VIA CLB ‘
8
2.1.1 ‘Versterking CLB-sector ter ondersteuning scholen en leerlingen’
8
2.1.2 ‘Digitaal platform CLB’
9
2.2 ‘DIGITALE TOOL WELBEVINDEN’
9
2.3 ‘DUURZAAM VERSTERKEN STUDENTENWELZIJN TIJDENS EN IN DE NASLEEP VAN DE CORONAPANDEMIE’
10
3 SPEERPUNT 3. LERAREN, LERARENOPLEIDERS EN SCHOOLLEIDERS VERSTERKEN
11
1
Situering In uitvoering van het relanceplan ‘Vlaamse veerkracht’ werkte de Vlaamse Regering een vierde visienota uit voor een kwalitatief versterkt onderwijs, onder de titel ‘Van kwetsbaar naar weerbaar – deel 1 – beter leren, beter voelen’.1 Dit luik van het plan focust op de aanpak van kwetsbaarheid en schetst de visie en bijbehorende acties voor school- en academiejaren 2021-2022 en 2022-2023 op basis van drie speerpunten: 1 2 3
Van achterstand naar voorsprong: aanpakken leerachterstand; Bevorderen van het mentaal welzijn van leerlingen, scholieren en studenten; Versterking van leraren, lerarenopleiders en schoolleiders.
De visienota-deel 1 behandelt enkel de eerste twee speerpunten in detail. Dat is dan ook de focus van dit advies. Maar omdat de drie speerpunten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, gaan we ook kort in op het derde. Voor de Vlor is de belangrijkste toetssteen voor de visienota het recente advies ‘Voluit voor weerbaar onderwijs’.2 In dat advies vragen we om de structurele problemen in onderwijs die door de crisis op scherp gesteld zijn, aan te pakken. Vooral hoofdstuk 3 (Recht op leren en noden van lerenden erkennen en compenseren), hoofdstuk 4 (Investeren in onderwijsorganisatie, personeel, begeleiding) en hoofdstuk 6 (Bevorder de samenwerking tussen onderwijs en andere beleidsdomeinen en sectoren) zijn relevant in het kader van dit nieuwe advies. We gaan voor elk van de maatregelen in de visienota na of ze wenselijk, haalbaar en aanvaardbaar zijn én of alle groepen (kwetsbare) lerenden inbegrepen zijn.
Een blik op het geheel De Vlor waardeert de extra impulsen om de kwetsbaarheid aan te pakken die door de crisis blootgelegd en versterkt werd. Die impulsen kunnen er in eerste instantie toe bijdragen om de ‘leervertraging’ – we geven de voorkeur aan die term 3 – en het bedreigde mentaal welbevinden aan te pakken. Dat kan echter niet zonder de versterking van leraren, schoolleiders en lerarenopleiders. We krijgen er nog onvoldoende zicht op wat daarvoor de plannen zijn. Het was beter geweest als we het geheel van de drie speerpunten hadden kunnen overschouwen en adviseren.
De Vlor gaf eerder al advies over de visienota’s Digisprong, Edusprong en Voorsprongfonds: Vlor, Algemene Raad. Voorwaarden voor succesvolle ICT-integratie in onderwijs. Advies over de visienota ‘Digisprong: van achterstand naar voorsprong’, 21 januari 2021 Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Kiem voor een sterk relance van het volwassenenonderwijs. Advies over de visienota Edusprong, 30 maart 2021 Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Voorwaarden voor een relance van het Vlaamse hoger onderwijs. Advies over de visienota ‘Voorsprongfonds hoger onderwijs’, 30 maart 2021 2 Vlor, Algemene Raad. Voluit voor weerbaar onderwijs. Wat leren we uit de coronacrisis voor onderwijsbeleid? 26 november 2020. 3 Ook de pedagogische taskforce over leervertraging en welbevinden gebruikt die term. Zie Vlaamse Overheid (2021). Advies pedagogische taskforce over leervertraging en welbevinden (vlaanderen.be). Geraadpleegd op 20 mei 2021. 1
2
Nood aan coherente beleidsvisie op lange termijn en structurele investeringen De kwetsbaarheden zijn versterkt door de crisis, maar ze zijn niet nieuw. De impulsen op korte termijn zullen dan ook niet volstaan. De ambitie om binnen een bestek van twee jaar een voorsprong te realiseren, lijkt met deze maatregelen te hoog gegrepen. Het discours van de Digisprong ‘van achterstand naar voorsprong’ past niet in de context van leervertraging en welbevinden. We wijzen op het belang van een langetermijnvisie op de speerpunten, voorbij het crisismanagement.4 Dat vinden we niet terug in de nota. Het doel is dat scholen vanuit sterk leiderschap, met sterke teams en in samenwerking met clb kwetsbaarheid duurzaam aanpakken en doorheen de verschillende fasen van het zorgcontinuüm inzetten op preventie en remediëring. Er is dan ook nood aan voldoende investeringen om het reguliere onderwijs structureel te versterken. Daarom stellen we bij speerpunt 1 voor om de extra impulsen in te zetten via bestaande systemen. Leervertraging en welbevinden duurzaam aanpakken met effect op lange termijn, vraagt om een coherente beleidsvisie waarin de maatregelen ingebed worden. Dat missen we in dit geheel. Het gaat om een pakket maatregelen, voornamelijk gericht op structuren en infrastructuur, waarvan de doelgerichtheid en de samenhang niet altijd duidelijk is. We verwachten dan ook dat scholen aan zet zijn om vanuit hun pedagogisch-didactische visie en concrete noden te kunnen bepalen hoe ze de verhoogde kwetsbaarheid bij hun leerlingen aanpakken en de effecten van hun aanpak monitoren. Dat moet sterk naar voren komen uit speerpunt 3. Tijdskader verhelderen en bijstellen Sommige maatregelen zijn al ingezet. De termijn wordt bepaald op twee school-/academiejaren, maar sommige maatregelen worden op langere termijn verankerd. We vragen dat de overheid in haar communicatie transparant is over de aanleiding en het tijdskader van de maatregelen én de middelen die er tegenover staan. Scholen bereiden zich nu voor op volgend schooljaar en vragen om een duidelijk zicht op de middelen waarover ze zullen kunnen beschikken. Anderzijds moet de inzet van extra middelen ook niet overhaast worden. Als we een duurzaam effect willen genereren op het niveau van het onderwijssysteem, personeel en lerenden, is er tijd nodig om doelen te bepalen en de haalbaarheid af te toetsen. We gaan verderop in dit advies ook in op het termijnperspectief van enkele maatregelen. Soms is de aanpak op korte termijn niet altijd de beste keuze op lange termijn (zie o.a. 1.2 en 2.3). Bovendien mogen we niet verwachten dat we nu alle gevolgen van de crisis op lange termijn kunnen voorspellen. Misschien zal pas in de loop van de volgende jaren blijken wat de gevolgen voor de leerloopbaan en het welbevinden zijn van periodes van weinig onderwijs, afstandsonderwijs, een andere aanpak van de evaluatie, oriëntering en doorstroom, enzovoort. Dat moet dus voortdurend opgevolgd worden en vertaald naar gepast beleid.
4
Ook de pedagogische taskforce (zie voetnoot 3) pleit voor een korte- én langetermijnaanpak.
3
(Gemiste) accenten Digitalisering vormt een rode draad doorheen de nota. De Vlor kan dat plaatsen in de tijdsgeest, maar wijst op zijn voorwaarden voor succesvolle ICT-integratie in onderwijs via de Digisprong. 5 Digitale tools en platformen vormen niet het antwoord op alles. We gaan daar verder op in bij de concrete maatregelen. Het is hoe dan ook belangrijk om aandacht te hebben voor een gezonde balans ‘online-offline’, zo leren de ervaringen vandaag de dag. Iedereen, lerenden, ouders, personeel en ondersteuners, heeft recht op ‘ontkoppeling’, wat het welbevinden ten goede zal komen. Het partnerschap tussen school en ouders vinden we niet terug in het geheel van maatregelen. De impact van het thuismilieu op de preventie en aanpak van kwetsbaarheid kan nochtans niet onderschat worden. Het partnerschap ouders-school is zowel belangrijk voor het leren, als voor het welbevinden. Tijdens de lockdown en afstandsonderwijs is gebleken dat scholen die al sterk inzetten op ouderbetrokkenheid, daarvan de vruchten geplukt hebben. Daar valt nog veel winst te boeken voor veel scholen. Zullen we die focus terugvinden in speerpunt 3? Ook missen we in deze maatregelen een expliciete verwijzing naar leerlingen met specifieke noden of in een inclusietraject. We verwijzen naar onderzoek waaruit blijkt dat de zorglast voor ouders van die doelgroep tijdens de lockdown zeer groot was en dat corona een aanval is op inclusie.6 We willen die groep dus extra benoemd zien en vragen of ze voldoende gevat zijn onder ‘kwetsbaar’. De baseline van de visienota is ‘beter leren, beter voelen’. Daarin herkennen we de twee speerpunten. De Vlor benadrukt dat die spreuk in twee richtingen werkt, dus ook ‘beter voelen, beter leren’.7
1 Speerpunt 1. Leervertraging aanpakken Zet de middelen voor extra personeel in via bestaande systemen Het is goed dat er extra inspanningen gedaan worden voor bijkomende inzet van personeel, zeker structureel (1.1). Om dat te maximaliseren en op die manier tegemoet te komen aan de vraag om het reguliere onderwijs structureel te versterken om kwetsbaarheid aan te pakken, stellen we voor om de middelen die voorzien worden voor de Bijsprong (1.2) en de zomerscholen (1.4) duurzaam in te zetten via bestaande systemen zoals het aanwendingspercentage en het lerarenplatform. Er wordt al jaren structureel bespaard op het aanwendingspercentage. Deze middelen bieden de kans om scholen alleszins tijdelijk te geven waar ze recht op hebben. Die wijze van toekenning brengt bovendien geen aanvraagprocedure met zich mee, wat zowel de scholen als de administratie minder planlast bezorgt.
Vlor, Algemene Raad. Voorwaarden voor succesvolle ICT-integratie in onderwijs. Advies over de visienota ‘Digisprong: van achterstand naar voorsprong’, 21 januari 2021 6 Baten, E., Warreyn, P., Vlaeminck, F., Mués, M., & Desoete, A. (2020). Thuisleren extra zwaar voor kinderen met ontwikkelingsstoornis en hun ouders en Steunpunt voor inclusie (2021). Corona is een aanval op inclusie. Geraadpleegd op 20 mei 2021. 7 Zie ook pedagogische taskforce: ‘Leervertraging aanpakken kan niet zonder tegelijk te werken aan het welbevinden van leerlingen.’ En zie: Vlor, Algemene Raad. Advies over welbevinden en preventie van pesten op school, 20 december 2018, § 2. 5
4
We mogen niet voorbijgaan aan het nijpende lerarentekort waarmee vele scholen geconfronteerd worden. Het is dan ook een topprioriteit om dat aan te pakken. We vragen dat de minister dringend werk maakt van het loopbaanpact dat in het regeerakkoord aangekondigd wordt. Belangrijke principes daarbij zijn de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep, zowel inhoudelijk als qua arbeidsvoorwaarden, en het vergroten van de hoofdstroom vanuit de reguliere lerarenopleiding. De Vlor wil een bijdrage leveren aan dat debat via het project ‘De leraar op school en in de samenleving’.8 Daarnaast is het ook zinvol om in te zetten op andere kanalen om mensen aan te trekken, maar zij-instromers moeten kwalitatief opgeleid en dus pedagogisch bekwaam zijn. In een schoolteam kunnen verschillende profielen elk hun plaats hebben, maar er is tijd nodig om dat samenspel vorm te geven, om samen sterk schoolbeleid te ontwikkelen. Hieronder gaan we in op de concrete maatregelen van speerpunt 1. We benoemen de maatregelen zoals in de visienota.
1.1 ‘Structureel meer handen in de klas’ De Vlor waardeert deze structurele maatregel en begrijpt de richting die aan de middelen gegeven wordt tegen de achtergrond van de maatregelen voor SES- en GOK-beleid in Onderwijsdecreet XXXI. We verwachten evenwel dat scholen voldoende ruimte krijgen om keuzes te maken voor de begeleiding van hun leerlingen met verhoogde kwetsbaarheid. We komen daarop terug bij 2.1.1. Kwetsbare leerlingen begeleiden vraagt om inzicht in kansarmoede. Ruimte is nodig voor schoolteams om zich daarin te professionaliseren en voor de pedagogische begeleidingsdiensten om hen daarin te begeleiden.
1.2 ‘Bijsprong: bijkomende omkadering in het leerplichtonderwijs’ De Bijsprong als tijdelijke maatregel tijdens het aflopende schooljaar werd als waardevol ervaren. Nu is het echter tijd om onderwijs structureel te versterken, eerder dan verder te investeren in crisisbeleid. We pleiten ervoor om de relancemiddelen te kaderen in een langetermijnvisie met blijvende aandacht voor kwetsbaarheid en tijd en ruimte voor preventie en differentiatie door het schoolteam. Daarnaast kan het in functie van toekomstig beleid interessant zijn om te onderzoeken wat de ‘bijspringers’ in 2020-2021 gemotiveerd heeft om de stap te zetten.
1.3 ‘Versterken van de B-stroom, TSO, (D)BSO, BuSO (OV1 en OV2) en de Leertijd’ Door deze cluster aan maatregelen voor een aantal onderwijsvormen bestaat het risico op stigmatisering. We mogen de B-stroom, BSO, … niet als structureel problematisch bestempelen. Die perceptie willen we te allen prijze vermijden, ook al zijn er bij de modernisering kansen
8
Zie website van het project ‘De leraar’: De leraar | Vlor
5
gemist voor deze onderwijsvormen. Daarom pleiten we voor de loskoppeling van kwetsbaarheid aan specifieke studierichtingen. Elke kwetsbare leerling moet ondersteund worden, in welke studierichting dan ook. En scholen met bepaalde studierichtingen kunnen extra ondersteuning nodig hebben. De ICT-versterking van BuSO (OV1 en OV 2), DBSO en de Leertijd (1.3.2) is een evidentie. Zij waren immers nog niet meegenomen in de Digisprong. Eenmalige ICT-investeringen zullen echter niet volstaan om ongekwalificeerde uitstroom te voorkomen of de aantrekkelijkheid van deze onderwijsvormen te vergroten. De drie maatregelen samen dekken dus geenszins de ambitie die uit de titel spreekt. De maatregelen voor DBSO staan ook in schril contrast met de onduidelijkheid die er momenteel heerst over de inkanteling van leren en werken in duaal leren. We wijzen nogmaals op onze bezorgdheden daarover.9 Hierna staan we stil bij de drie maatregelen. 1.3.1
‘Goede praktijken delen’
De Vlor geeft de voorkeur aan het gebruik van ‘goede praktijkvoorbeelden’ of ‘inspirerende praktijken’. Er is nooit een een-op-eenrelatie tussen een wetenschappelijke bevinding en de praktijk. Wat in de ene school goed werkt, doet dat niet noodzakelijk op dezelfde wijze in een andere school.10 1.3.2
‘ICT-versterking in het BuSO (OV1 en OV2), het DBSO en de Leertijd’
Het is goed dat deze onderwijsvormen nu ook aanspraak kunnen maken op extra middelen. Dat neemt niet weg dat ook voor deze groepen alle voorwaarden gelden die de Vlor in zijn advies over de Digisprong geformuleerd heeft en recent nog in de verf zette in een boodschap aan de minister, samen met de SERV: ‘Meer geld voor computers doet scholen niet automatisch de digitale sprong maken’.11 De toekenning van de middelen moet hetzelfde tijdspad volgen als de Digisprong. BuSO-scholen hebben meestal meerdere onderwijsvormen. Als er verschillende snelheden zijn voor OV3 en 4 (Digisprong) en OV1 en 2, stelt dat scholen voor problemen bij hun beslissingen en investeringen. De tijd dringt voor schooljaar 21-22. 1.3.3
‘Virtual Reality in TSO en BSO’
Eerder dan een eenmalige investering in een specifieke technologie, pleit de Vlor voor duurzame innovatie in arbeidsmarktgericht onderwijs. 12 We hebben daar recent een advies rond uitgebracht, waarvoor InnoVET de aanleiding was. Het advies expliciteert de voorwaarden om
Zie o.a. Vlor, Raad Secundair Onderwijs. Bezorgdheden over de omzetting van leren en werken naar duaal leren en aanloopfase. Advies over de mededeling aan de Vlaamse Regering ‘Van leren en werken naar duaal leren: een veilige haven voor elke leerling’, 21 januari 2021. 10 Zie ook Kelchtermans, G. & Ballet, K. (2009). Geef eens een voorbeeld. Werken met praktijkvoorbeelden in opleiding en nascholing. Geraadpleegd op 20 mei 2021. 11 Vlor & Serv (2021). Gezamelijke brief aan minister Ben Weyts. Meer geld voor computers doet scholen niet automatisch digitale sprong maken. 21 januari 2021. 12 Vlor, Raad Secundair Onderwijs. Duurzame innovatie en professionalisering in arbeidsmarktgericht onderwijs. Advies naar aanleiding van InnoVET, 1 april 2021. 9
6
innovatie binnen te brengen én ervoor te zorgen dat ze structureel verankerd wordt door van meet af aan in te zetten op duurzame professionalisering. Die voorwaarden zijn: een langetermijnvisie en voldoende langdurige financiering, regie bij onderwijs, samenwerking in een netwerk van onderwijs- en arbeidsmarktpartners met complementaire rollen en een evenwaardige toegang tot innovatie voor alle scholen.
1.4 ‘Zomerscholen structureel verankeren’ De kwetsbaarheid van leerlingen en de kansenongelijkheid die dat met zich meebrengt, moet maximaal aangepakt worden binnen het reguliere onderwijs en de tijd die daarvoor voorzien is. Het is dus essentieel om onderwijs daartoe te versterken (zie eerder in dit advies). De overheid mag niet de illusie creëren dat twee weken zomerschool alle problemen zal oplossen. De Vlor beschouwt zomerscholen niet als formeel onderwijs, maar als een vorm van niet-formele educatie.13 Het gebruik van ‘school’ is dan ook verwarrend. ‘School’ is verbonden aan erkenningsvoorwaarden en kwaliteitscontrole. Dat geldt niet voor zomerscholen, waarvan het aanbod bovendien afhankelijk is van vrijwillig initiatief op lokaal niveau. Zomerscholen kunnen verrijkend zijn, bijvoorbeeld voor anderstalige nieuwkomers, maar ze vormen niet hét antwoord op kwetsbaarheid in onderwijs. Ze maken deel uit van het vrijetijdsaanbod en kunnen dus waardevol zijn voor de ontwikkeling, net zoals andere vrijetijdsinitiatieven. Elke ouder, kind en jongere moet daarin zelf keuzes kunnen maken. Zomerscholen mogen geen verplichte of aanbevolen verlenging van de onderwijstijd worden voor kwetsbare leerlingen. Ze mogen ouders niet voor een dilemma plaatsen door impliciet of expliciet verwachtingen te creëren. Iedereen heeft recht op vrije tijd en de vrije invulling ervan. Die vrije invulling kan het best gegarandeerd worden als het vrijetijdsaanbod maximaal toegankelijk is voor iedereen. Daar is nog heel wat werk aan de winkel en we richten ons dan ook tot de minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen (Samenleven) en de lokale besturen om daarop in te zetten. Maak werk van structureel inclusief domeinoverschrijdend beleid dat inzet op een breed toegankelijk vrijetijdsaanbod voor iedereen.
13
Taalunieversum Zoek een onderwijsterm, Eurostat Niet-formeel onderwijs, Kids4Dreams Formele, non-formele en informele educatie uitgelegd. Geraadpleegd op 2 juni 2021.
7
2 Speerpunt 2. Mentaal welzijn van leerlingen, scholieren en studenten bevorderen Zorg dat iedereen inbegrepen is Dit speerpunt heeft de ambitie om het welbevinden van hele Vlaamse onderwijs op te volgen en te ondersteunen. Toch zien we alleen maatregelen voor het leerplichtonderwijs en het hoger onderwijs. We dringen erop aan dat ook acties ondernomen worden voor de cursisten in het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. We verwijzen naar het advies over de Edusprong waar we inzoomen op de rol die deeltijds kunstonderwijs kan vervullen om rust en stabiliteit te bieden, maar dan moet het daartoe wel uitgerust zijn.14 Anderzijds kampt het deeltijds kunstonderwijs ook met veel zorgvragen waarop het geen antwoord kan bieden. Het zou goed zijn als de clb ook extra middelen krijgen voor ondersteuning van het deeltijds kunstonderwijs.15
Zet in op samenwerking Onderwijs-Welzijn Nergens in dit speerpunt is er sprake van samenwerking met partners buiten onderwijs. Nochtans zijn die samenwerkingen essentieel, want onderwijs kan de welzijnsproblematiek niet alleen aan.16 Denk aan samenwerking met jeugdhulp, preventieve gezondheidszorg, lokaal sociaal-cultureel werk, … Onderwijs- en welzijnspartners versterken elkaar, zo bewijzen de vele reële praktijken, maar het komt te weinig aan bod in deze nota. En de enorme wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg vormen een groot maatschappelijk probleem. Die schaarste moet vandaag te veel gecompenseerd worden door clb. Pak de wachtlijsten aan, zodat clb weer meer preventief en dichtbij de leerling en de school ondersteuning kunnen bieden. Op die manier kan iedereen ingezet worden daar waar die het sterkt is. We missen ook aanzetten voor een structurele aanpak van kinderarmoede. Hierna zoomen we in op de maatregelen uit de visienota.
2.1 ‘Welzijn van leerlingen en scholieren verhogen via CLB’ 2.1.1
‘Versterking CLB-sector ter ondersteuning van scholen en leerlingen’
Het is meer dan terecht dat de clb versterkt worden om na corona en de verschuiving van hun focus naar contactopsporing, terug volop te kunnen focussen op hun reguliere kerntaken. Scholen hebben die nabijheid van de clb gemist. Ook voor leerlingen en hun ouders moeten zij ten volle beschikbaar zijn als aanspreekpunt bij hulpvragen. Een eenmalige versterking zal evenwel niet volstaan. De clb waren voor de coronacrisis al overbevraagd en de psychosociale
Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Kiem voor een sterk relance van het volwassenenonderwijs. Advies over de visienota Edusprong, 30 maart 2021, § 5. 15 Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Aanvragen voor bijkomende onderwijsbevoegdheid voor dko – voorjaar 2021, 30 maart 2021. 16 Zie ook Vlor, Algemene Raad. Voluit voor weerbaar onderwijs. Wat leren we uit de coronacrisis voor onderwijsbeleid? 26 november 2020, § 6.2.3 ‘Zet in op samenwerking Onderwijs-Welzijn’. 14
8
gevolgen van die crisis zullen nog lang doorwerken. Er zijn dan ook structurele maatregelen nodig voor een passende omkadering van de clb. We missen in de nota het begeleidingsdomein ‘preventieve gezondheidszorg’. Ook dat kwam sterk onder druk te staan door de coronacrisis. Nochtans zijn de systematische contactmomenten (medisch onderzoek) een belangrijk middel om te werken aan preventie en psychosociaal welbevinden. Naast de clb hebben ook scholen een decretaal bepaalde verantwoordelijkheid inzake leerlingenbegeleiding. We missen dan ook maatregelen voor de versterking van de scholen om hun rol in het zorgcontinuüm op te nemen en preventief te kunnen werken om de gevolgen van de coronacrisis op het welbevinden op te vangen. Denk aan de inzet van zorgcoördinatoren, leerlingenbegeleiders en paramedische profielen, hun professionalisering en de rol van de pedagogische begeleiding daarbij. De ‘extra handen in de klas’ uit speerpunt 1 (1.1) bieden kansen. We vragen dan ook om de mogelijkheid te voorzien dat scholen die middelen breed kunnen inzetten voor leerlingenbegeleiding en het uitbouwen van hun expertise daarin. 2.1.2
‘Digitaal platform CLB’
De CLBch@t heeft, zeker tijdens de coronacrisis, duidelijk gemaakt dat mensen hun weg vinden naar een laagdrempelige, digitale ingang voor hulpverlening. De clb willen dat verder uitbouwen tot een volwaardig online begeleidingsplatform, waarmee ze de toegankelijkheid en effectiviteit van de hulpverlening kunnen verhogen. De Vlor ziet daar kansen in, maar wijst ook op een aantal aandachtspunten bij de uitbouw van zo’n digitaal platform. Het platform moet heel gebruiksvriendelijk zijn, ook voor ouders en leerlingen die kwetsbaar zijn wat hun digitale geletterdheid betreft. Brugfiguren kunnen hen daarbij begeleiden. Maar het is vooral belangrijk dat voor wie de digitale drempel te hoog is of voor wie digitaal contact minder goed werkt, de mogelijkheid op fysieke gesprekken en begeleiding gegarandeerd blijft. Het hoeft ook niet altijd het ene of het andere te zijn. Dit initiatief kan leiden tot een vorm van blended hulpverlening die we nu ook al zien groeien in de praktijk. Ook voor een digitaal platform zijn mensen nodig. We wijzen dan ook nogmaals op de overbevraging van de clb en de uitdagingen die dat met zich meebrengt op lange termijn. Het kan geenszins de bedoeling zijn dat de werking van het platform moet bogen op vrijwillige inzet.
2.2 ‘Digitale tool welbevinden’ De Vlor benadrukt het belang van een kwalitatief welzijnsbeleid van scholen. Scholen zijn daarvoor de eerste verantwoordelijke en moeten hun beleid autonoom kunnen vormgeven, in samenwerking met het clb en andere partners. Opvolging van welbevinden is essentieel om te vermijden dat problemen niet gedetecteerd worden en na verloop van tijd escaleren. Een digitale tool of app kan een hulpmiddel zijn voor systematische opvolging die de basis vormt voor beleidsontwikkeling. Momenteel roept deze maatregel vooralsnog veel vragen en bedenkingen op. Waar worden de data geregistreerd en bewaard? Hoe verhoudt dat zich tot bestaande platformen en leerlingendossiers? Worden de data geregistreerd op individueel niveau (niet wenselijk) of op
9
populatieniveau (basis voor beleidsontwikkeling)? Hoe verhoudt de tool zich tot de vragenlijst van de onderwijsinspectie? Wat vraagt de interpretatie van alle data van schoolteams? Zijn er garanties dat zij kunnen rekenen op expertiseontwikkeling en begeleiding om de resultaten te vertalen naar duurzaam en kwalitatief beleid? Is het mogelijk om leerlingen voldoende gemotiveerd te krijgen om de tool te gebruiken? Dat lijken ons allemaal vragen die moeten beantwoord worden en omgezet naar randvoorwaarden voor correct en effectief gebruik van dergelijke tools, alvorens ze breed uit te rollen. Een digitale tool kan nooit in de plaats komen van gesprekken met leerlingen en ouders om het welbevinden te bewaken en stimuleren. Of in de plaats van de leraar in de klas die bij het lesgeven werkt aan het welbevinden van de leerlingen. Het is dan ook in de eerste plaats daar dat de versterking moet komen voor een effectieve opvolging en inzet op welbevinden.
2.3 ‘Duurzaam versterken studentenwelzijn tijdens en in de nasleep van de coronapandemie’ Het is goed dat er participatief wordt toegewerkt naar nieuw beleid voor studentenwelzijn. De verschillende fases vragen echter om een zorgvuldige en grondige aanpak, waarbij de keuzes op korte termijn niet per se het beleid moeten bepalen op langere termijn. Voor fase 1 (VVS-project) benadrukt de Vlor het belang van overleg met de instellingen in de vertaling van resultaten naar concrete beleidsaanbevelingen. De bestaande resonantiegroep is hét kanaal waarin de eerste bevindingen en pistes voor toekomstig beleid kunnen afgetoetst en met diepgang doorgesproken worden. Bij fase 2 (opstart uitrol Vlaanderenbreed beleid) stelt de Vlor vast dat de gemaakte keuze om te werken met een steunpunt en verbindingsofficieren, voorbijgaat aan het feit dat de instellingen zelf ook ingezet hebben op expertise en kanalen om mentaal welzijn te ondersteunen. De mate waarin zij dat kunnen doen, hangt wel af van hun schaalgrootte. Kleinere instellingen zijn gebaat bij de omgevingsanalyse en verbinding met actoren buiten de instelling. We vragen om in de toekomst de bestaande kanalen en expertise te valoriseren en het beleid maximaal daar in te bedden. Dat brengt ons bij de laatste fase (implementeren nieuw beleid). Die vraagt extra aandacht. Het volstaat niet om nieuw Vlaams beleid te hebben en dat top-down op te leggen. Voor de implementatie zijn de instellingen aan zet en dat zal tijd en grondigheid vragen. Het beleid moet immers elke kwetsbare student bereiken, ermee rekening houdend dat het aandeel kwetsbare studenten in elke opleiding verschillend is. Naast de diensten voor studentenvoorzieningen zijn docenten vaak het eerste aanspreekpunt voor studenten. Zij moeten dan ook over de nodige expertise beschikken om preventief te kunnen werken aan mentaal welzijn en in te spelen op de signalen die ze van studenten krijgen. Iedereen moet meegenomen worden in het verhaal, en dat zal tijd en aandacht vragen. Ook hier pleiten we dus voor een langeretermijnperspectief.
10
3 Speerpunt 3. Leraren, lerarenopleiders en schoolleiders versterken De Vlor wil dringend zicht krijgen op de invulling van dit speerpunt. Er zijn al pilootprojecten ter versterking van de lerarenopleidingen opgestart en professionaliseringstrajecten met het oog op het versterken van schoolleiderschap in de steigers gezet. Welke maatregelen kunnen we nog verwachten? Als referentiekader voor de verdere uitwerking van dit speerpunt wijzen we op de aanbevelingen in het advies ‘Voluit voor weerbaar onderwijs’, met name in hoofdstuk 4 ‘Investeren in onderwijsorganisatie, personeel en begeleiding’. 17 We herhalen onze verwachting dat scholen aan zet zijn om vanuit hun pedagogisch-didactische visie en concrete noden te kunnen bepalen hoe ze de verhoogde kwetsbaarheid bij hun leerlingen aanpakken en de effecten van hun aanpak monitoren. Het partnerschap schoolouders maakt daar deel van uit. Daartoe moeten scholen structureel versterkt worden. Dat moet sterk naar voren komen uit speerpunt 3. We benadrukken het belang van professionalisering en de cruciale rol van de pedagogische begeleidingsdiensten daarin. De Vlor hoopt dat de Vlaamse Regering vanuit de huidige crisis nieuwe inzichten verwerft over het belang van de pedagogische begeleidingsdiensten en van hieruit ook besluit om die diensten te herwaarderen. 18 Ook de lerarenopleidingen betrekken biedt sterke garanties op een duurzaam effect. Daar zijn tijdens de crisis ook inzichten en goede praktijkvoorbeelden ontwikkeld waarop kan voortgebouwd worden. 19 Naast welbevinden van leerlingen en professionalisering is ook het welbevinden van leraren essentieel als motor om dingen in gang te zetten, zo leren de ervaringen uit de coronacrisis. Dat is dan ook een belangrijke voorwaarde voor dit speerpunt.
Vlor, Algemene Raad. Voluit voor weerbaar onderwijs. Wat leren we uit de coronacrisis voor onderwijsbeleid? 26 november 2020, hoofdstuk 4. 18 Vlor, Algemene Raad. Programmadecreet bij de begrotingsaanpassing 2021. 11 mei 2021. 19 Zie bijvoorbeeld EHBO-stage | Kleine Kinderen Grote Kansen. Geraadpleegd op 28 mei 2021. 17
11