KNELPUNTEN INGEDIENDE CURRICULUMDOSSIERS
Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be
Adviesvraag
Knelpunten ingediende curriculumdossiers.
Adviesvrager
Ben Weyts - Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand
Ontvangst adviesvraag
3 oktober 2022
Decretale opdracht
SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie)
Goedkeuring raad
24 oktober 2022
Contactpersoon
Mieke Valcke
mvalcke@serv.be
De heer Ben WEYTS Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand Kreupelenstraat 2 B-1000 Brussel
Knelpunten ingediende curriculumdossiers Mijnheer de minister De SERV bezorgt u hierbij het advies waar u met uw brief van 3 oktober 2022 om verzocht; meer concreet vroeg u om de knelpunten bij de ingediende curriculumdossiers op te lijsten. De SERV bracht op 12 juni 2022 een briefadvies ‘Curriculumdossiers en de samenwerking tussen onderwijs en werk’ uit op eigen initiatief over de ontwikkeling van de curriculumdossiers. Dat advies blijft voor de Vlaamse sociale partners volledig van kracht. De SERV stelt daarin •
dat in het ontwikkelproces van de curriculumdossiers veel te weinig tijd was uitgetrokken voor een grondige input door sectoren;
•
dat er fundamentele inhoudelijke bemerkingen zijn bij de ontwerpcurriculumdossiers die aan de sectoren werden voorgelegd;
•
dat de manier van werken risico’s inhoudt voor de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt;
•
dat er niet minder maar meer wisselwerking nodig is tussen onderwijs en werk.
De tijd die kon voorzien worden voor dit tweede advies is kort: de Vlaamse Regering dient nl. op 28 oktober 2022 een beslissing te nemen over de ingediende curriculumdossiers. De SERV kan in die korte periode vooral vaststellen dat de knelpunten bij de ingediende curriculumdossiers herbevestigd worden. De Vlaamse sociale partners gaan in dit 2de advies over de curriculumdossiers kort in op de inhoudelijke bedenkingen van sectoren, op het verder verloop van het ontwikkelproces en op de betekenis van de beroepskwalificaties om af te sluiten met een aantal vragen voor het verder verloop van dit dossier. Hoogachtend Pieter Kerremans
Hans Maertens
administrateur-generaal
voorzitter
Inhoud Krachtlijnen
5
Advies
6
1.
Fundamentele bedenkingen bij de ingediende curriculumdossiers 6
2.
Regelgeving voor interpretatie vatbaar en wegens tijdsgebrek onhaalbaar
8
3.
Rol van beroepskwalificaties erkennen en versterken, in dialoog 10
4.
Tijdige en ernstige betrokkenheid van sectoren
4
11
Krachtlijnen •
De SERV werd gevraagd om de knelpunten bij de ingediende curriculumdossiers op te lijsten in een advies. De SERV kon vooral vaststellen dat knelpunten bij de ingediende curriculumdossiers herbevestigd worden. •
De curriculumdossiers bieden te weinig houvast om de kwaliteit van beroepsgerichte opleidingen te beoordelen.
•
Verregaande generalisaties leiden tot vervaging van het VKSniveau van opleidingen.
•
Een koepel/net of school kan naar eigen aanvoelen een beroep invullen.
•
De praktijkervaring kan door de aanpassingen overhellen naar een te theoretische aanpak.
•
De regelgeving is voor interpretatie vatbaar en door tijdsgebrek niet gevolgd. •
Er werden bijkomende en constructieve gesprekken gevoerd om tot bijsturingen te komen.
•
Niet alle aanvullingen van sectoren werden verwerkt. Bovendien kregen niet alle (relevante) sectoren de curriculumdossiers voorgelegd.
•
De impact van onderwijskundige vertalingen van beroepsgerichte competenties is niet altijd makkelijk in te schatten.
•
De regelgeving is niet duidelijk over de wijze waarop de sectoren hun akkoord moeten verlenen. Het is voor de SERV voor de hand liggend dat dat op basis van definitieve dossiers is en dat een stilzwijgend akkoord niet volstaat.
•
De SERV grijpt dit advies aan om de betekenis van de beroepskwalifi-caties nog eens duidelijk onder de aandacht te brengen als belangrijk referentiekader voor onderwijs en vorming én als kwalificatie die een bouwsteen kan en moet zijn voor het initieel en het levenslang leren.
•
De SERV vraag dat de Vlaamse Regering maximaal rekening houdt met de adviezen van de administraties en de SERV. De sectoren worden erkend als geëngageerde en beslagen partners voor een sterk technisch- en beroepsgericht onderwijs en er worden lessen getrokken uit deze eerste indieningsronde van de curriculumdossiers.
5
Advies De SERV werd op 3 oktober 2022 om advies gevraagd over de curriculumdossiers; meer concreet om de knelpunten bij de ingediende curriculumdossiers op te lijsten. De tijd die kon voorzien worden voor dit tweede advies is kort: de Vlaamse Regering dient nl. op 28 oktober 2022 een beslissing te nemen over de ingediende curriculumdossiers. De SERV bracht immers op 12 juni 2022 een briefadvies ‘Curriculumdossiers en de samenwerking tussen onderwijs en werk’ uit op eigen initiatief over de ontwikkeling van de curriculumdossiers. Dat advies blijft voor de Vlaamse sociale partners volledig van kracht. De SERV stelt in het advies vast •
dat er veel te weinig tijd uitgetrokken is in het ontwikkelproces van de curriculumdossiers voor een grondige input van sectoren;
•
dat er fundamentele inhoudelijke bemerkingen zijn bij de ontwerpcurriculumdossiers die aan de sectoren werden voorgelegd;
•
dat de manier van werken risico’s inhoudt voor de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt.
De Vlaamse sociale partners gaan in dit 2de advies over de curriculumdossiers opnieuw kort in op de inhoudelijke bedenkingen van sectoren, op het verder verloop van het ontwikkelproces en op de betekenis van de beroepskwalificaties om af te sluiten met een aantal vragen voor het verder verloop van dit dossier. De SERV kon in de korte termijn die voorzien werd voor dit advies vooral vaststellen dat de knelpunten bij de ingediende curriculumdossiers herbevestigd worden.
1. Fundamentele bedenkingen bij de ingediende curriculumdossiers De SERV vermeldt enkele van de fundamentele inhoudelijke bedenkingen opgelijst in het vorig advies en illustreert ze met enkele reacties uit sectoren. Curriculumdossiers bieden weinig houvast om kwaliteit te beoordelen De specifieke vorming met de doelen die leiden tot één of meer erkende beroepskwalificaties is heel beperkt uitgeschreven. De onderliggende competenties, waaronder vaardigheden, zijn geschrapt. De curriculumdossiers bieden door de schrappingen weinig houvast om de inhoudelijke kwaliteit van het beroepsgerichte gedeelte van een opleiding te beoordelen. 6
•
De sector Paper Pack Skills twijfelt of de vaardigheden en kennis uit de beroepskwalificatie voldoende kunnen worden gegarandeerd. De sector vermeldt in de beroepskwalificaties met welke machines er wordt gewerkt. In het curriculumdossier wordt dat ‘de machine’. Sectoren erkennen dat omzettingen nodig kunnen zijn voor de schoolcontext, maar er kan onder meer als het gaat over infrastructuur nog veel meer ingezet worden op werkplekleren.
Generalisaties leiden tot vervagingen van het niveau, VKS-niveaus kunnen fout worden ingeschat Beroepskwalificatiedossiers worden ingeschaald op een bepaald niveau van de Vlaams Kwalificatiestructuur (niveau 1 t.e.m. 8). Het te verregaand clusteren van competenties en het weglaten van beschrijvende werkwoorden en kenniselementen maakt dat de doelen in het curriculumdossier niet meer overeen stemmen met de inhoud van (de competenties in) de beroepskwalificaties. Generalisaties leiden tot vervagingen van het niveau, VKS-niveaus kunnen fout worden ingeschat. •
Voor de bouwsector, via Constructiv, heeft het weglaten van beschrijvende werkwoorden eenzelfde impact. Zal het voor een leraar nog duidelijk zijn wat een leerling moet kennen en kunnen (‘ondersteunen’ heeft een andere inhoudelijke lading dan ‘uitvoeren’)? In de beroepskwalificatie ‘Schilder-decorateur’ wordt de competentie ‘Bereidt de oppervlakken voor i.f.v. de te plaatsen wandbekleding’ geduid met 14 onderliggende vaardigheden. In het curriculumdossier ‘Decoratie-schilderwerk’ wordt daarvan geen enkele opgenomen. Waarop zullen de koepels en netten zich baseren om, elk afzonderlijk, leerplannen te maken? In welke mate zullen leerlingen in verschillende scholen en klassen dezelfde opleiding krijgen?
Een beroep kan naar ieders eigen inschatting ingevuld worden De contexten uit de beroepskwalificaties worden niet (altijd) opgenomen in de curriculumdossiers. Die contexten geven immers duiding bij competenties en bij de verwachtingen die er zijn op vlak van autonomie en verantwoordelijkheid, deze verschillen naargelang het VKS-niveau van een opleiding. Daardoor kan de inhoud van een beroep naar ieders eigen inschatting ingevuld worden. •
Een voorbeeld hierbij is de opleiding ‘Afwerking bouw’. In de duale opleiding moet de leerling zowel de context van dekvloeren, tegelzetwerken als pleisterwerken doorlopen. Deze vergen echter telkens een specifieke toepassing van algemene kenniselementen. In het curriculumdossier zijn deze drie contexten niet vermeld.
Praktijkervaring van leerlingen dreigt over te hellen naar een louter theoretische aanpak Essentiële kenniselementen en beschrijvende handelingen uit de beroepskwalificaties worden herverdeeld, generalistisch vertaald en opgenomen onder de categorie ‘aanvullende onderliggende kennis’, net als competenties die in de beroepskwalificaties duidelijk actief omschreven worden. Daardoor dreigt onder meer de praktijkervaring van leerlingen over te hellen naar een louter theoretische aanpak. 7
•
Voor de autosector, via Educam, moeten de specifieke competenties minstens aangevuld worden met de onderliggende activiteiten, zoals vermeld in de beroepskwalificatie(s). Zo niet zijn de curriculumdossiers te vrijblijvend en te generalistisch.
2. Regelgeving voor interpretatie vatbaar en wegens tijdsgebrek onhaalbaar De SERV meent dat er bij de onderwijsverstrekkers zeker bereidheid was om de sectoren te informeren en te beluisteren. De tijd die uitgetrokken werd voor de eigenlijke analyse én de schriftelijke reactie door sectoren was echter te kort. Ook de timing was ongelukkig: net voor en tijdens het zomerverlof én er werd geen rekening gehouden met andere afspraken in de agenda van sectoren. De SERV vroeg in zijn advies van 12 juni dan ook dat de resterende tijd (de curriculumdossiers moesten op 1 september ingediend worden) benut zou worden om in onderlinge dialoog alle input van sectoren te bespreken en te verwerken. Bijkomende gesprekken maar bijsturingen kwamen te laat Met enkele sectoren werden bijkomende, intensieve en constructieve gesprekken gevoerd om tot een vergelijk te komen. Enkele sectoren geven te kennen dat er dat met hun bemerkingen is rekening gehouden. Maar de timing voor bijsturingen bleek, zoals verwacht, te krap. De onderwijsverstrekkers dienden op 30 september nog enkele errata in, die echter niet ontvankelijk waren. •
Voor Woodwize, de houtsector, ontbraken de contexten, deze werden toegevoegd. De sector merkt wel nog op dat onderliggende competenties/gedragsindicatoren niet zijn overgenomen, wat tot een verenging van opleidingen kan leiden.
•
VIVO, de social-profit sector stelt dat de grote lijnen van competenties zijn opgenomen in de dossiers, maar nuances en verdiepende competenties niet, bv. wel ‘een maaltijd bereiden’, maar niet ‘een maaltijd bereiden voor kinderen’ of ‘een maaltijd bereiden rekening houdend met een ziektebeeld’.
•
Volta, de sector van de electriciens, stelt dat binnen de gegeven bewegingsvrijheid rekening gehouden werd met de grootste inhoudelijke struikelblokken. Verkeerde inschattingen in bevoegdheid werden weggewerkt. ‘Werken op hoogte’ werd opgenomen in de specifieke competenties en toegevoegd aan de aanvullende kennis. De tijd was echter te kort om de kwaliteit van alle dossiers in detail te kunnen doornemen. De bezorgdheden over de procedure, de aanpak en de onderwijskundige vertalingen met een verlies aan context en duiding uit de beroepskwalificaties blijven overeind.
8
Niet alle aanvullingen van sectoren werden verwerkt in de ingediende curriculumdossiers Misschien komt het door tijdsgebrek maar niet alle opmerkingen van sectoren, hoe beperkt ook, werden overgenomen in de definitieve curriculumdossiers, zonder dat de sectoren daarvan op de hoogte waren. •
De voedingssector, via Alimento, stelt vast dat de twee specifieke competenties die de sector wou laten toevoegen nl. ‘leerlingen handelen volgens de principes van voedselveiligheid en hygiëne’ en ‘leerlingen passen het autocontrolesysteem toe’ niet opgenomen zijn.
•
Volta merkt op dat door de aanpassingen de nummering van de specifieke competenties niet meer klopt in de concordantietabellen.
Niet alle (definitieve) curriculumdossiers werden aan sectoren voorgelegd, Niet alle curriculumdossiers werden aan een sector of aan alle relevante sectoren voorgelegd. Dat geldt voor curriculumdossiers uit kleinere of ‘niche’-sectoren en voor sectoroverschrijdende curriculumdossiers. •
Alimento werd niet geconsulteerd voor de studierichting Chemische en Biotechnologische Technieken ondanks dat die opleiding zich baseert op de beroepskwalificatie ‘Operator voedings-, chemische en farmaceutische industrie‘.
•
VIVO werd niet gecontacteerd voor het curriculum van optiektechnieken en orthopedietechnieken.
Impact van onderwijskundige vertalingen moeilijk in te schatten Voor een aantal sectoren is de impact op leeruitkomsten van een onderwijskundige en pedagogische vertaling van de beroepskwalificaties moeilijk in te schatten. Een uitgebreide duiding is wenselijk, maar vraagt tijd. De SERV wijst er op dat het analyseren van curriculumdossiers een bijkomende opdracht is voor sectorconsulenten. Sommige sectoren stellen zonder meer vertrouwen in de toelichting die de onderwijsverstrekkers hebben gegeven. Meerdere sectoren, waaronder Constructiv, verwijzen naar de standaardtrajecten die onderwijs en werk samen opmaakten. De curriculumdossiers houden in zekere mate rekening met de eerder onderhandelde standaardtrajecten. Met de komst van de curriculumdossiers vervallen de standaardtrajecten als gezamenlijk referentiekader. Andere sectoren willen de samenwerking met het onderwijs niet hypothekeren door een afwijzende houding t.a.v. de curriculumdossiers. Het ‘akkoord’ van de sectoren is niet duidelijk omschreven Niet alle sectoren hebben de definitieve curriculumdossiers ontvangen, voor ze werden ingediend bij de bevoegde dienst. De SERV stelt vast dat te weinig duidelijk is in de regelgeving op 9
welke wijze de sectoren hun akkoord moesten verlenen. Het is voor de SERV voor de hand liggend dat dat op basis van definitieve dossiers is. Het ‘akkoord’ van sectoren is niet geëxpliciteerd. Voor de SERV volstaat een stilzwijgend akkoord niet.
3. Rol van beroepskwalificaties erkennen en versterken, in dialoog De SERV grijpt dit advies over de curriculumdossiers aan om de betekenis van de beroepskwalificaties nog eens duidelijk onder de aandacht te brengen. •
De Europese commissie gelastte de lidstaten om een kwalificatiestructuur te ontwikkelen om de transparantie en uitwisselbaarheid van kwalificaties te bevorderen. Tien jaar geleden was de eerste beroepskwalificatie in Vlaanderen een feit, ondertussen zijn er 558 beroepskwalificaties ontwikkeld. De beroepskwalificatiedossiers worden opgesteld door vertegenwoordigers van de arbeidsmarkt. Vertegenwoordigers van onderwijs en werk valideren en schalen die dossiers in op een bepaald VKS-niveau.
•
De beroepskwalificaties vormen de basis voor de opleidingen uit de matrix voor het secundair onderwijs, voor de standaardtrajecten in het Duaal Leren, voor de opleidingsprofielen in het secundair volwassenenonderwijs, in de graduaatsopleidingen (HBO5) en in beroepskwalificerende opleidingstrajecten. Het opzet is dat, waar een individu ook een bepaalde opleiding volgt, het beroepsgerichte gedeelte gelijklopend is en eenvormigheid in verworven competenties gegarandeerd kan worden. Dat biedt garanties voor de lerende en voor de onderneming die hem of haar aanwerft.
•
Ook organisaties buiten het onderwijs zoals sectoren en ondernemingen kunnen beroepskwalificerende trajecten aanbieden. De lerende krijgt na de opleiding een bewijs van beroepskwalificatie uitgereikt, net zoals dat het geval is voor alle hierboven vermelde leerwegen.
Een afzwakking van de beroepskwalificaties in de curriculumdossiers kan volgens de SERV voor een domino-effect zorgen en voor een forse stap terug wat betreft de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. De beroepskwalificaties zijn een belangrijk referentiekader voor onderwijs en vorming. Daarvan zijn niet enkel de Vlaamse sociale partners overtuigd maar dat blijkt ook uit het evaluatieonderzoek dat Ahovoks door Idea Consult liet uitvoeren. De beroepskwalificaties zijn daarnaast ook een kwalificatie die een bouwsteen kan en moet zijn voor het initieel en het levenslang leren.
10
4. Tijdige en ernstige betrokkenheid van sectoren Op basis van alle bevindingen vragen de Vlaamse sociale partners voor het verder verloop van dit belangrijk onderwijsdossier: •
de beroepskwalificaties blijven het referentiekader voor onderwijs- en opleidingscurricula én worden verder uitgebouwd als bewijs van certificering;
•
de Vlaamse Regering houdt bij zijn beslissing over de ingediende curriculumdossiers maximaal rekening met de adviezen van de administraties (DWSE, Ahovoks, Onderwijsinspectie) en van de strategische adviesraad SERV;
•
de sectoren worden erkend als geëngageerde en beslagen partners voor een sterk technisch- en beroepsgericht onderwijs; er worden lessen getrokken uit deze eerste indieningsronde van de curriculumdossiers bv. dat meer tijd moet worden uitgetrokken voor de input van sectoren (was nu beperkt tot 1 week, zie ook SERV-advies van 12 juni); de sectoren worden tijdig en ernstig betrokken bij de invulling van het specifieke gedeelte van beroepsgerichte opleidingen in het onderwijs (via de curriculumdossiers).
11