Activiteitenverslag
2015
www.vlm.be
Inhoud Voorwoord - Toon Denys, gedelegeerd bestuurder
3
Samen-werken voor een duurzame open ruimte en platteland
VLM zet het plattelandsbeleid op de kaart Buurten op den Buiten geeft steun aan bewoners in Vlaanderen die zich engageren voor hun buurt of dorp Twaalf regio’s ontvangen 33 miljoen subsidies voor sociale en economische plattelandsprojecten Vijftig plattelandsgemeenten kunnen in 2015 opnieuw rekenen op middelen uit het Plattelandsfonds Dertig nieuwe initiatieven voor volkstuinparken in 2015
VLM dringt de nutriëntenbelasting van de waterlopen en het grondwater terug en ondersteunt het duurzaam bodembeheer Openbaar onderzoek over het Vlaamse ontwerp-mestactieprogramma 2015 -2018 (MAP 5) Begeleiding is hoeksteen van MAP 5 2,5 miljoen euro voor terugbetaling fosforstalen aan land- en tuinbouwers Vlaanderen krijgt Europese derogatie voor MAP 5 De Vlaamse Landmaatschappij stelt het Mestrapport 2015 voor Evaluatie nitraatresidumetingen 2014
4 5 6 6 7
9 9 10 10 10 12 14
VODKA-actie 2015
15
VLM geeft via de programmatorische aanpak stikstof het herstructureringsbeleid voor landbouwbedrijven met significante immissie impact op Europese natuur, vorm op terrein
16
Herstructureringsprogramma “rode” landbouwbedrijven in stikstofaanpak goedgekeurd 16 VLM begeleidt landbouwbedrijven met een impactscore ammoniak groter dan vijftig procent bij herstructurering 17
VLM realiseert waardevolle landbouwgebieden in consensus met landschapsdoelen Ruilverkavelingsproject Sint-Lievens-Houtem financieel afgerond
VLM realiseert in een sterke bottom-up benadering een ruimtelijk, sociaal en economisch programma binnen plattelandsgebieden 1,4 miljoen euro voor investering in de omgeving abdij van Averbode
VLM versterkt de open ruimte en verbetert de omgevingskwaliteit in randstedelijke omgevingen onder sterke druk Landbouwers in de Vlaamse rand zien bedreigingen en kansen voor de toekomst Schoolkinderen Dworp planten hagen en fruitbomen
VLM realiseert een waardevolle omgeving en oplossingen voor open ruimte eigenaars en gebruikers, gekoppeld aan havenuitbreidingen Meer dan 400.000 euro voor grondverwerving in het koppelingsgebied Langerbrugge-Zuid
VLM investeert in het agronatuurbeheer in samenwerking met de landbouwers Vergoedingen beheerovereenkomsten VLM uitbetaald 990 landbouwers gaan van start met een nieuwe beheerovereenkomst
2
18 18
20 20
21 21 23
24 24
25 25 26
VLM ontwikkelt een Strategisch Informaticaplan 2015-2018
27
VLM start pilootprojecten PTOW in voorbereiding van een entiteitseigen visie
28
VLM ontwikkelt een corporate website als draaischijf voor digitale externe communicatie
29
VLM in cijfers
32
Samen-werken voor een duurzame open ruimte en platteland
Het voorbije jaar ben ik in voorbereiding van het nieuwe Beleidsdomein Omgeving – als fusie van het Beleids domein Leefmilieu, Natuur en Energie met het Beleidsdomein Ruimte, Wonen en Erfgoed – bij veel gesprekken betrokken geweest. De discussie start bij het definiëren van de inhoudelijke thema’s die in het Beleidsdomein Omgeving thuishoren.
Bij de reflectie en de discussie daarover is het me des te duidelijker geworden dat een organisatie als de Vlaamse Landmaatschappij in Vlaanderen broodnodig is. De open ruimte in Vlaanderen staat immers meer dan ooit onder sterke druk. Elke dag verdwijnt er in Vlaanderen 6 hectare aan open ruimte. Vlaanderen staat bovendien voor grote uitdagingen die nog heel wat stedelijke en economische ontwikkelingen genereren. Zo groeit de bevolking in Vlaanderen de komende decennia van 6,4 naar 7,2 miljoen mensen. Als we deze uitdagingen op dezelfde manier aanpakken als in het verleden voorspellen ruimtemodellen een nog sterkere inname van open ruimte in de toekomst en een nog grotere versnippering van de resterende open ruimte. Tegelijk weten we dat ook de open ruimte zelf voor grote opdrachten staat: opvangen van de gevolgen van klimaatverandering, voorzien van voedselproductie en energie, behouden van de biodiversiteit, het voorzien van ecosysteemdiensten zoals proper water …. Deze opdrachten veronderstellen nu net grotere samenhangende openruimtegehelen. De huidige werking, methodieken, aanpakken, benaderingen binnen Vlaanderen gewoon doortrekken naar de toekomst lijkt dus geen optie. We moeten leren op een andere manier naar open ruimte te kijken. We moeten open ruimte niet langer zien als de restruimte die overblijft na de ontwikkelingen in een gebied. Open ruimte moet daarentegen meer en meer de leiding nemen bij nieuwe ontwikkelingen. Dergelijke zienswijze veronderstelt een meer doorgedreven vorm van samenwerking tussen de verschillende actoren die actief zijn in de Vlaamse ruimte dan momenteel het geval is. Hierbij heeft VLM een traditie van samenwerken. We opereren immers niet in gebieden waar er een duidelijke hoofddoelstelling is die een andere partij op eigen initiatief kan realiseren. We treden dus niet in de plaats van het Agentschap Natuur en Bos, de Vlaamse Milieumaatschappij, het departement Landbouw, een provincie of een gemeente. De toegevoegde waarde van VLM zit precies in die gebieden en problematieken waar meerdere doelstellingen gelijktijdig spelen en een afstemming bij uitvoering aan de orde is. VLM is vooral actief in gebieden waar verschillende doelen samenvallen, waar een hoge techniciteit van ingrepen vereist is en waar heel wat impact te verwachten is op het niveau van particuliere grondeigendom en -gebruik. We brengen partijen samen, verkennen samen met hen de mogelijkheden om de verschillende doelstellingen onderling versterkend te realiseren en voeren ze samen met de verschillende partners uit. Het vergt een uitgebreide technische en inhoudelijke bagage om de verschillende belangen en doelstellingen die spelen te begrijpen, het overleg met de verschillende belangen en sectoren te kunnen aangaan en inhoudelijke integratie tot stand te brengen. Het vereist heel wat vaardigheden
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
3
om alle partijen te betrekken en met hen tot echte cocreatie te komen. Maar het vraagt ook kennis van eigendom en gebruik, waarde van gronden, betekenis van gronden in een bedrijf, kennis van bodem en bodemvruchtbaarheid, kennis van landschappen, kennis van nutriëntenbeheer. Die kennis is nodig om met eigenaars en gebruikers concrete oplossingsrichtingen voor hun percelen of bedrijf te bespreken en nieuwe landschappen vorm te geven. Tot slot is een uitgebreid instrumentarium nodig dat ingrepen tot op het niveau van eigendom en gebruik mogelijk maakt. De competenties van de VLM zijn broodnodig in het nieuwe beleidsdomein Omgeving. Samengevat maakt de unieke combinatie van volgende expertise ons uniek: 1. de juridische kennis van eigendom en gebruik in de open ruimte of het platteland 2. de functionele en technische kennis van open ruimte 3. de kennis van en interactie met de actoren VLM was tot nog toe vooral actief in de ‘echte’ openruimtegebieden. Meer en meer zien we een verschuiving van de werking van VLM naar de randstedelijke gebieden zoals de Vlaamse rand rond Brussel, waar de open ruimte sterk onder druk staat en er een sterke urgentie is om kwaliteitsvolle en functionele leefomgevingen in te richten. Maar de laatste tien jaar zien we dat VLM ook meer wordt ingezet bij grote investeringsprojecten zoals havenuitbreidingen, infrastructuurprojecten om de kernkwaliteiten van de open ruimte ter harte te nemen. In deze laatste projecten zit een belangrijke uitdaging om ook de ‘hardere’ ontwikkelingen in Vlaanderen, die zich zullen verderzetten, meer en meer te sturen vanuit de open ruimte. Daarvoor dient wel een aantal essentiële randvoorwaarden vervuld te zijn. Het is essentieel dat de VLM, als neutrale partij naast de infrastructuur- en stedelijke partners, de openruimtebelangen goed in beeld brengt, oplossingsrichtingen zoekt en ‘binnenbrengt’ in de projecten. Het is dus essentieel dat bij de prille aanvang van een dergelijk project de openruimtedoelstellingen volwaardig worden meegenomen en meesturend kunnen zijn voor de ontwikkeling van het geheel. VLM organiseert daarom ook mee het openruimtecongres op 17 en 18 maart 2016, om actoren en beleidsmakers te overtuigen van de structurerende werking van open ruimte ten aanzien van de gehele ruimtelijke ontwikkeling in Vlaanderen. In het toekomstig beleidsdomein Omgeving is de Vlaamse Landmaatschappij een centrale speler om toekomstig Vlaanderen mee vorm te geven door in samenwerking met de stedelijke en infrastructuurontwikkelingen in te zetten op plattelandsbeleid, openruimtelandschappen vorm te geven en te zorgen voor een goede openruimtemilieukwaliteit.
Toon Denys
Gedelegeerd bestuurder 8 januari 2016
4
Buurten op den Buiten geeft steun aan bewoners in Vlaanderen die zich engageren voor hun buurt of dorp Met de oproep “Buurten op den Buiten” ondersteunen de Koning Boudewijnstichting en de Vlaamse Landmaatschappij bewoners die een concreet project willen realiseren voor hun buurt of dorp. Het gaat om projecten die de kwaliteit van het leven in een dorp of buurt verbeteren en de contacten bevorderen tussen een ruime en diverse groep van bewoners. De Koning Boudewijnstichting wil vooral projecten ondersteunen die alle buurt- of dorpsbewoners aanspreken. “Buurten op den Buiten” richt zich niet tot de stedelijke centra, maar wel tot meer landelijke gemeenten, deelgemeenten of gehuchten. Buurten of dorpen met een landelijk karakter die deel uitmaken van een stedelijk gebied komen wel in aanmerking.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
Met “Buurten op den Buiten” worden initiatieven ondersteund die de kwaliteit van het samenleven op lokaal niveau in rurale gebieden bevorderen. Hiervoor komen zowel initiatieven van (informele) groepen in aanmerking die voor de eerste maal iets in hun dorp opzetten, als bestaande dorpscomités die nieuwe of vernieuwende acties willen opstarten. Voor vele burgers betekent participatie in deze projecten hun eerste concrete ervaring met maatschappelijk engagement. Het gaat bewust om een laagdrempelige campagne met bescheiden steun (maximaal 5.000 euro per project).
5
Vlaams minister Joke Schauvliege ondersteunt “Buurten op den Buiten”. Dergelijke projecten in landelijk gebied dragen bij tot het dorpenbeleid van de minister, dat een bijzondere plaats inneemt in haar recente beleidsnota. “Het project Buurten op den Buiten van de Koning Boudewijnstichting is belangrijk voor het bevorderen van de kwaliteit van het samenleven op het platteland en in randstedelijke gebieden met een landelijk karakter”, zegt Vlaams
minister Joke Schauvliege. “Het feit dat buurtbewoners, lokale verenigingen en organisaties projecten kunnen indienen, draagt bij tot een belangrijk maatschappelijk draagvlak. Op die manier worden de mensen uit het gebied in staat gesteld om de zaken die zijzelf belangrijk vinden, aan te pakken via concrete projecten”.
Twaalf regio’s ontvangen 33 miljoen subsidies voor sociale en economische plattelandsprojecten De Vlaamse Regering keurde op 22 mei 2015 de selectie goed van twaalf Vlaamse plattelandsgebieden die in aanmerking komen voor Leader-steun (Liaisons Entre Actions de Développement de l’Economie Rurale). Het Leader-programma verleent subsidies aan initiatieven die de sociale inclusie, de armoedebestrijding en de economische ontwikkeling in plattelandsgebieden bevorderen. Het biedt een regio de kans om vernieuwende oplossingen uit te werken op maat van het eigen gebied. Overheden, verenigingen en ondernemers uit die regio kunnen projecten indienen rond diverse thema’s op het platteland als zorg, educatie, ecologie, armoede, huisvesting, erfgoed, toerisme, enz. Voor de periode 2015-2020 is 33,6 miljoen euro beschikbaar, afkomstig uit Europese, Vlaamse en provinciale geldmiddelen. Van deze cofinanciering dragen Vlaanderen en de provincies elk ongeveer een kwart en Europa ongeveer de helft.
6
Een Plaatselijke Groep, waarin publieke en private actoren uit verschillende sociaaleconomische sectoren en verenigingen samenwerken, beheert in elke regio de middelen. De Plaatselijke Groep bepaalt de procedure voor indiening en goedkeuring van projecten. Het is dus aan de Plaatselijke Groepen om de vele plannen en ideeën om te zetten in concrete realisaties op het plattelandsterrein. Het Leader-programma is belangrijk voor het bevorderen van de omgevingskwaliteit op het platteland. Het feit dat de Leader-aanpak erop gericht is om initiatieven vanuit de regio zelf te stimuleren en dus een aanpak ‘van onderuit’ voorstaat, draagt bij tot een belangrijk maatschappelijk draagvlak. Op die manier worden de mensen uit het gebied in staat gesteld om de zaken die zijzelf belangrijk vinden, aan te pakken via concrete projecten.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
Vijftig plattelandsgemeenten kunnen in 2015 opnieuw rekenen op middelen uit het Plattelandsfonds Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege voorzag in 2015 financiële ondersteuning van vijftig plattelandsgemeenten voor de uitvoering van projecten die één of meer plattelandsdoelstellingen realiseren. Het totale budget van het plattelandsfonds bedraagt voor 2015 circa 8 miljoen euro. De vijftig gemeenten konden tot en met 1 augustus 2015 hun projecten indienen bij de Vlaamse Landmaatschappij. De vijftig plattelandsgemeenten krijgen in het Vlaams Plattelandsfonds een trekkingsrecht toegewezen dat maximaal 250.000 euro per gemeente per jaar bedraagt. Om dit trekkingsrecht te activeren dienden de gemeenten projecten in te dienen die bijdragen aan één van de volgende plattelandsdoelstellingen:
-- inspanningen leveren tot het vrijwaren en ontwikkelen van de open ruimte, -- bijzondere aandacht hebben voor de kwetsbare gebieden, meer bepaald de natuurgebieden, -- een functioneel wegennet op het platteland verder onderhouden, herstellen of heraanleggen, -- bijdragen tot het beheren en onderhouden van het waterstelsel van lokaal belang, -- rurale ondernemers ondersteunen, -- de landbouw op het platteland versterken en verbreden, -- toerisme en recreatie op het platteland kansen geven, -- aandacht hebben voor kwetsbare groepen op het platteland, -- de leefbaarheid van de dorpen stimuleren. In één project kunnen meerdere plattelandsdoelstellingen gerealiseerd worden. De volledige lijst van begunstigde plattelandsgemeenten en hun trekkingsrechten is beschikbaar op www.vlm.be.
Dertig nieuwe initiatieven voor volkstuinparken in 2015 In 2015 werd een budget van 350.000 euro beschikbaar gesteld voor dertig kwaliteitsvolle volkstuinprojecten. Na twee eerdere succesvolle projectoproepen in 2012 en 2014, werden in het najaar van 2015 opnieuw 65 ingediende dossiers beoordeeld. Een kleine helft kan rekenen op een toelage. Voor het eerst hebben ook diverse scholen originele projectideeën ingediend. Voor de projectoproep 2015 konden gemeenten en verenigingen tot 15 september 2015 subsidies aanvragen voor volkstuinen. Aan die projectoproep werd enthousiast gevolg gegeven.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
Bij de Vlaamse Landmaatschappij werden 65 dossiers ingediend, waaronder heel wat innovatieve en kwalitatieve projectideeën. De subsidies dekken maximaal 75 procent van de totale kostprijs van het project. Zestien projecten ontvangen ongeveer het plafondbedrag van 15.000 euro. De overige projecten kregen een lagere subsidie van maximaal 7.000 euro, in overeenstemming met het ingediende dossier of omdat het om een project van tijdelijke aard gaat door een instabiele eigendomssituatie.
7
De jury beoordeelde de kwaliteit van de projecten op basis van de beoordelingscriteria die werden vastgelegd in de projectoproep, zoals de theoretische en reële behoefte aan volkstuinen, de vergunningen, de bijdrage tot de verhoging van de omgevingskwaliteit door aandacht voor bodem, gezondheid, sociale cohesie, specifieke doelgroepen, landschappelijke inkleding en de voorbeeldfunctie van de projecten. Hoofddoel van de projectoproep 2015 was de aanleg van nieuwe volkstuinen een boost te geven, om zo aan de stijgende vraag van burgers tegemoet te komen. In tweede instantie ging de aandacht naar de modernisering van bestaande volkstuinen. Daarbij gaat het onder meer over de afbouw van het pesticidengebruik, de evolutie naar een ecologisch beheer, de uitbouw van de gemeenschappelijke delen, aandacht voor gezonde voeding en de uitbreiding van het aantal percelen … De centrale doelstelling bij zowel bestaande als nieuwe volkstuinen is de verhoging van de sociale cohesie, de realisatie van een ontmoetingsplaats tussen verschillende generaties en culturen en het creëren van een goede groepsdynamiek, met een zelfstandig voortbestaan als eindstreven. Met dit initiatief voor nieuwe volkstuinen wil de VLM mensen voeling laten krijgen met gezonde voeding, met smaken, met de eigen productie van voedsel met nutritionele waarde, met actief leven in de buitenlucht, met alternatieve vormen van lichaamsbeweging (tuinieren) en met een actieve levensstijl. Tot slot is het heel belangrijk dat ook enkele scholen initiatieven hebben genomen. Op die manier kan het belang van onze voeding reeds van jongs af aan bij de kinderen onder de aandacht gebracht worden.
8
Openbaar onderzoek over het Vlaamse ontwerp-mestactieprogramma 2015 -2018 (MAP 5) In uitvoering van de Europese Nitraatrichtlijn (91/676/EEG) heeft de Vlaamse overheid een ontwerp-mestactieprogramma (MAP 5) opgesteld voor de periode 2015-2018. Het mestactieprogramma omvat maatregelen om de verontreiniging van water door nitraten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. Het openbaar onderzoek over het ontwerp-MAP 5 liep van 6 maart 2015 tot en met 4 mei 2015. Een van de stappen in de totstandkoming van het vijfde mestactieprogramma is de uitvoering van een plan-milieueffectrapportage (plan-MER) waarin de effecten van het
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
ontwerp-mestactieprogramma op het leefmilieu onderzocht worden. Tussen 6 maart en 4 mei 2015 kon iedereen het ontwerp-mestactieprogramma 2015-2018 en het planMER inkijken via de website van de VLM (www.vlm.be). Opmerkingen op het ontwerp-MAP 5 en het plan-MER werden via het digitale inspraakformulier op de website van de VLM ingediend. De opmerkingen uit het openbaar onderzoek werden in overweging genomen bij de vaststelling van het definitieve mestactieprogramma 2015-2018.
9
Begeleiding is hoeksteen van MAP 5 Het flankerend beleid van MAP 5 werd in 2015 verder op punt gesteld. Minister Joke Schauvliege kende een subsidie van 2.200.000 euro tot aan het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding Duurzame Bemesting vzw (CVBB). Nu MAP 5 en de derogatie werden goedgekeurd, kan de Vlaamse land- en tuinbouwsector gericht en bedrijfszeker verder werken aan het verbeteren van de waterkwaliteit. In die regio’s waar de nitraatkwaliteit van het oppervlakteen grondwater onvoldoende is, worden extra maatregelen ingezet en dit zowel gebiedsgericht (focusgebied) als bedrijfsgericht (focusbedrijven). Hierdoor wordt de uitspoeling van nitraat naar het grond- en oppervlaktewater versneld beperkt. Om de nieuwe en reeds bestaande maatregelen vlot in te lassen in de dagelijkse bedrijfsvoering is begeleiding van de land- en tuinbouwers primordiaal. Minister Schauvliege
rekent hiervoor niet alleen op het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding Duurzame Bemesting (CVBB) en de ondersteunende praktijkcentra, maar ook op de dienst Bedrijfsadvies van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), die de landbouwers wegwijs maakt in de nieuwe mestwetgeving, en het Onderzoeksplatform Duurzame Bemesting. Dit laatste kan rekenen op een jaarlijkse subsidie van 900.000 euro om het noodzakelijke onderzoek te coördineren en te vertalen in de praktijk. Het CVBB zal werken aan twee pijlers: waterkwaliteitsgroepen en individuele begeleiding. In de waterkwaliteitsgroepen bespreken de CVBB-medewerkers de knelpunten van de waterkwaliteit met de lokale landbouwers en worden verbetermogelijkheden aangereikt om de bemesting bij te sturen. Als land- en tuinbouwers bemestingsproblemen ervaren (bv. overschrijding nitraatresidu) kunnen ze bij het CVBB terecht voor het nemen van bodemstalen genomen op een of meerdere percelen.
2,5 miljoen euro voor terugbetaling fosforstalen aan land- en tuinbouwers
10
Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, maakt de komende drie jaar 2,5 miljoen euro vrij voor de terugbetaling van fosforstalen aan land- en tuinbouwers. Het vernieuwde Mestdecreet (MAP 5) pakt het teveel aan fosfaat in bodem en water aan. Landbouwers worden gestimuleerd om het fosfaatgehalte van hun landbouwpercelen te analyseren. Om hen hierin tegemoet te komen, voorziet de minister in de terugbetaling van fosforstalen onder specifieke voorwaarden.
2016 worden alle percelen automatisch ingedeeld in klasse III. Vanaf 2017 is klasse IV de referentieklasse. Land- en tuinbouwers kunnen met een bodemanalyse aantonen dat het gehalte aan plantbeschikbaar fosfaat van hun percelen tot een lagere klasse behoort. Op basis van het resultaat van de analyse wijst de Mestbank het bemonsterde perceel dan toe aan een bepaalde klasse.
MAP 5 stelt dat de fosforbemestingsnormen, die vroeger per teelt generiek waren bepaald voor heel Vlaanderen, verder worden gedifferentieerd in functie van het fosfaat dat voor de planten beschikbaar is in de bodem. Er worden vier fosforklassen (I-IV) vooropgesteld. De fosforbemestingsnorm is afhankelijk van de teelt en de klasse. Voor de jaren 2015 en
mogelijk wanneer het bodemstaal genomen is in het jaar 2015 of later. Het perceel moet minstens een klasse lager worden ingedeeld dan de klasse die van toepassing is én moet zijn ingedeeld in klasse I of II. Er is per analyse een forfaitair bedrag vastgelegd van 50 euro voor grasland en 25 euro voor akkerland.
Een financiële tegemoetkoming voor de fosfaatanalyse is
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
Vlaanderen krijgt Europese derogatie voor MAP 5 Het Europese Nitraatcomité gaf op 25 juni 2015 zijn goedkeuring voor een Vlaamse derogatie. Die derogatie laat toe om onder strikte voorwaarden een hoger aandeel van de bemesting in te vullen met dierlijke mest. Nieuw is dat de derogatie nu ook kan toegepast worden op grasklaver. Het Europese Nitraatcomité stemde in met de Vlaamse derogatie voor de periode van 2015 tot 2018. Na de derogatiebeslissingen van 2007 en 2011 laat Europa de Vlaamse landbouwers voor de derde maal toe af te wijken van de bemestingsnorm voor dierlijke mest van 170 kilogram stikstof per hectare, zoals bepaald door de Nitraatrichtlijn. Derogatie biedt landbouwers de mogelijkheid om onder strikte voorwaarden een groter deel van de bemestingsnormen in te vullen met dierlijke mest zonder dat de totale bemestingsnormen verhogen. Dit laat vooral rundveebedrijven toe om meer eigen geproduceerde dierlijke mest te gebruiken voor hun ruwvoederwinning. Op deze manier kunnen derogatiebedrijven het gebruik van kunstmeststoffen beperken en werken ze aan een gesloten nutriëntenkringloop.
Wetenschappelijk onderzoek dat de impact naging tussen 2008 en 2014 toont aan dat het toepassen van derogatie geen invloed heeft op bodem en waterkwaliteit. De derogatie laat immers enkel toe om de bemesting met dierlijke mest te verhogen op teelten met een hoge stikstofopname en een lang groeiseizoen. Voor Vlaanderen waren dit grasland, maïs voorafgegaan door een snede gras of snijrogge, wintertarwe of triticale gevolgd door een vanggewas en suiker- en voederbieten. Een gebruik van dierlijke mest tot 250 kg N/ ha is toegestaan op grasland en maïs onder derogatie, voor wintertarwe, triticale en bieten is dit 200 kg N/ha. Nieuw in de derogatiebeslissing is dat derogatie ook kan worden toegepast op de teelt van grasklaver tot een gebruik van 250 kg N/ha. Een alternatief voor de snede grasland voor maïs is het onderzaaien van gras. In 2014 maakten bijna 2.900 landbouwers gebruik van derogatie, goed voor een totaal areaal van 82.757 hectare. Meer dan negentig procent van het derogatieareaal bestaat uit grasland of de combinatie van gras/snijrogge en maïs. Het bekomen van de derogatie geeft duidelijkheid en zekerheid aan de 3.000 landbouwers die de derogatie toepassen, maar is ook belangrijk voor de hele land- en tuinbouwsector. Landbouwers die de derogatie in 2015 wilden toepassen moesten voor 1 augustus 2015 een aanvraag indienen bij de Vlaamse Landmaatschappij via het Mestbankloket. Via het Mestbankloket kunnen ze eveneens de voorwaarden raadplegen waaraan een derogatiebedrijf moet voldoen.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
11
De Vlaamse Landmaatschappij stelt het Mestrapport 2015 voor Uit het Mestrapport 2015 blijkt dat het mestaanbod in Vlaanderen oordeelkundig afgezet kan worden dankzij het gebruik van nutriëntenarme voeders, de verwerking en export en de extra afzetmogelijkheid door derogatie. Maar ondanks de duidelijke vooruitgang van de waterkwaliteit de voorbije 15 jaar verbetert de waterkwaliteit niet overal voldoende snel. In sommige regio’s komen nog te veel nutriënten in het grond- en oppervlaktewater terecht door inefficiënt gebruik van meststoffen. Het is een grote uitdaging om via de maatregelen van MAP 5 de waterkwaliteitsdoelstellingen te halen.
12
Sinds 2001 rapporteert de Vlaamse Landmaatschappij jaarlijks over de mestproblematiek in Vlaanderen via het ‘Voortgangsrapport’. Omdat sinds 2015 extra gerapporteerd wordt over de begeleiding door de dienst Bedrijfsadvies van de Vlaamse Landmaatschappij en het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB) is de titel van het nieuw rapport omgedoopt tot ‘Mestrapport’. In lijn met de gebiedsgerichte aanpak van MAP 5 worden vanaf dit jaar de gegevens over mestproductie, mestgebruik, landbouwareaal … niet enkel op Vlaams niveau gerapporteerd, maar worden ook regionale verschillen tussen de bekkens weergegeven.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
Met de strengere, gebiedsgerichte maatregelen van MAP 5 wil de Vlaamse overheid een betere waterkwaliteit halen.
Uit de evolutie van de waterkwaliteit van het oppervlaktewater blijkt dat, ondanks de vele geleverde inspanningen, de effecten van inefficiënt gebruik van nutriënten uit bemesting nog niet in alle regio’s van de baan zijn. De waterkwaliteit verbetert niet overal voldoende snel. In het winterjaar 2014-2015 vertoonde 21 procent van de meetpunten van het MAP-meetnet oppervlaktewater een overschrijding van de nitraatnorm van 50 mg nitraat per liter. Met de strengere, gebiedsgerichte maat regelen van MAP 5 wil de Vlaamse overheid een betere waterkwaliteit halen. De positieve effecten van het mestbeleid worden zichtbaar in het grondwatermeetnet. In het najaar van 2014 daalt de nitraatconcentratie in de bovenste filter van het meetnet onder de 32 mg nitraat per liter, wat de Vlaamse doelstelling is uit MAP 5 voor grondwater tegen 2018. Net zoals voor oppervlaktewater zijn er ook voor grondwater regionale verschillen. Uit de evolutie van de fosfaatgehalten in het MAP-meetnet oppervlaktewater blijkt dat de gemiddelde fosfaatconcentraties en het percentage meetpunten met norm overschrijding weinig of geen variatie vertonen. Maatregelen zoals die uit MAP 5 zijn nodig om het fosfaatprobleem aan te pakken. U kunt het Mestrapport 2015 digitaal raadplegen op de website van de Vlaamse Landmaatschappij, www.vlm.be.
13
Evaluatie nitraatresidumetingen 2014 Tussen 1 oktober en 15 november 2014 moest bij 12.000 landen tuinbouwers het nitraatresidu bepaald worden van een of meerdere percelen. Begin 2015 heeft de Mestbank alle meet resultaten verwerkt en getoetst aan de drempelwaarden. Elke landbouwer bij wie het nitraatresidu is gemeten, kon de resultaten op het Mestbankloket bekijken. De Mestbank stuurde begin februari een aangetekende brief naar de landbouwers bij wie een of meerdere drempelwaarden werden overschreden en die in 2015 een maatregelenpakket opgelegd kregen.
MEETCAMPAGNE Voor de algemene opvolging van het nitraatresidu in Vlaanderen werden tussen 1 oktober en 15 november 2014 ruim 7.700 percelen bemonsterd in opdracht en op kosten van de Mestbank. Bepaalde land- of tuinbouwers moesten ook in eigen opdracht het nitraatresidu van sommige percelen laten bepalen: de land- of tuinbouwers die in 2014 derogatie aanvroegen of een maatregelenpakket moesten toepassen omdat het voorgaande jaar te hoge nitraatresidu’s werden gemeten (5.300 percelen). Ook land- of tuinbouwers met een beheerovereenkomst water moesten van elk perceel waarop die beheerovereenkomst werd toegepast, het nitraatresidu laten bepalen om in aanmerking te komen voor de beheervergoeding (7.300 percelen).
NITRAATRESIDU VERSUS DREMPELWAARDE Van alle gekende en geldige analyseresultaten van een perceel heeft de Mestbank alleen het laagste analyseresultaat afgetoetst aan de drempelwaarde die op het perceel van
14
toepassing was. De land- of tuinbouwers konden de percelen waarvan ze het nitraatresidu in eigen opdracht moesten laten bepalen (opvolg-, derogatie of BO-stalen) meerdere keren laten bemonsteren. Van de percelen die geselecteerd werden voor een nitraatresidubepaling in opdracht en op kosten van de Mestbank (controlestalen) konden ze tegenstalen laten nemen.
MAATREGELENPAKKETTEN 2015 Zodra de drempelwaarde op één perceel is overschreden, moet de land- of tuinbouwer begeleidende maatregelen toepassen om toekomstige overschrijdingen te vermijden. Het perceel met de hoogste overschrijding bepaalt de maatregelen die in 2015 moesten worden toegepast. Ook land- of tuinbouwers die in 2014 begeleidende maatregelen moesten toepassen, maar die niet hebben nageleefd, kregen maatregelen opgelegd in 2015. Dat geldt ook voor land- of tuinbouwers die verplichte bemonsteringen niet hebben uitgevoerd. De maatregelen worden gebundeld in vier verschillende maatregelenpakketten. Hoe hoger de overschrijding, hoe hoger het toe te passen maatregelenpakket. Het niet naleven van maatregelen of het niet nemen van verplichte opvolg- of derogatiestalen heeft een verstrengd maatregelenpakket tot gevolg. In totaal moesten 2.942 landbouwers maatregelen toepassen.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
VODKA-actie 2015 Overzicht gebieden VODKA actie voorjaar 2014 ORANJE GEMEENTEN: GEMEENTEN MET VERHOOGDE AANWEZIGHEID ADVISEURS EN HANDHAVERS VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ.
Antwerpen
West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Limburg Vlaams Brabant Brussel
Voor 2015 werd door de dienst Handhaving van de Mestbank een nieuwe VODKA-actie aangekondigd. VODKA staat voor het Verantwoord Omgaan met Dierlijke mest, Kunstmest en Andere meststoffen. Met die actie wil de dienst Handhaving zich voornamelijk toespitsen op die gebieden waarvan de waterkwaliteit nog onvoldoende is. In die gebieden wordt de kans op een controle door de Mestbankinspecteurs gevoelig verhoogd doordat onze middelen in een beperktere ruimte worden ingezet. De gebieden buiten de VODKA-zones worden uiteraard niet vergeten, want ook hier blijven de Mestbank inspecteurs controles uitvoeren. Zestig tot zeventig procent van onze capaciteit wordt ingezet in de VODKA-gebieden. Uit de resultaten van de voorgaande jaren is gebleken dat de VODKA-actie daadwerkelijk zijn nut telkens bewezen heeft.
In 2014 organiseerde de VLM voor het eerst een VODKA-actie. Deze actie situeerde zich rond 22 MAP-meetplaatsen waar de nitraatnorm van 50 mg nitraat per liter in het winterjaar 2011 - 2012 of 2012 - 2013 licht werd overschreden en waar de nitraatnorm vlak voor het begin van het bemestingsseizoen goed was. In de algemene mestuitrijperiode 2014 is toen slechts in één van de 22 MAP-meetpunten meer dan 50 mg nitraat per liter gemeten, in de betreffende VODKA-gebieden. In 2015 lag het accent op de sterk overschreden rode MAP-meetpunten in het winterjaar 2013 - 2014. Van de 49 door de VODKA-actie opgevolgde rode MAP-meetpunten zijn er tien groen geworden tijdens onze actie en werden zes procent minder metingen met een overschrijding vastgesteld.
Uit de resultaten van de voorgaande jaren is gebleken dat de VODKA-actie daadwerkelijk zijn nut telkens bewezen heeft. VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
15
Herstructureringsprogramma “rode” landbouwbedrijven in stikstofaanpak goedgekeurd De Vlaamse regering keurde op 30 januari 2015 een herstructureringsprogramma goed voor de zogenaamde ‘rode’ landbouwbedrijven in het kader van de stikstofaanpak. De Habitatrichtlijn (1979) en de Vogelrichtlijn (1992) bepalen dat elke Europese lidstaat de noodzakelijke maatregelen moet nemen om de beschermde soorten en habitats op zijn grondgebied duurzaam in stand te houden. De Europese regels bepalen dat activiteiten die een belangrijke negatieve impact kunnen hebben op het realiseren van deze natuurdoelen geen vergunning meer kunnen krijgen, tenzij de negatieve effecten worden weggenomen. De Vlaamse Regering werkt sedert april 2014 aan een programmatische stikstofaanpak om te vermijden dat de vergunningverlening vastloopt (zoals bijvoorbeeld in Nederland is gebeurd). Die aanpak heeft tot doel de
16
stikstofneerslag afkomstig van landbouw, verkeer en industrie te verminderen. Aangezien de landbouw, met ongeveer 25.000 veeteeltbedrijven, een belangrijke bijdrage levert aan de stikstofneerslag, heeft de Vlaamse overheid in oktober 2014 een brief gestuurd naar elke individuele veehouder. Deze brieven en kleurencodes zijn gebaseerd op de aanwezige dierenaantallen uit de mestbankaangifte van 2013 en op de voorlopige vaststelling van de zoekzones waarbinnen de natuurdoelen moeten worden gehaald. Zij hebben een informatieve, maar geen juridische waarde. De aantallen kunnen mogelijk nog naar beneden worden bijgesteld, na de definitieve vaststelling van de zoekzones. De ‘rode’ bedrijven worden individueel begeleid door een ambtenaar van de Vlaamse Landmaatschappij.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
Op 30 januari 2015 heeft de Vlaamse Regering het herstructureringsprogramma goedgekeurd voor de “rode” landbouwbedrijven. De maatregelen uit het herstructureringsprogramma worden vrijwillig ingezet op vraag van de landbouwer. De Vlaamse Regering voorziet in vijf maatregelen: -- bedrijfsverplaatsing: starten van een nieuw bedrijf op een geschikte locatie -- bedrijfsreconversie: omschakeling van bedrijfsactiviteit of drastische investering binnen dezelfde bedrijfsactiviteit -- bedrijfsbeëindiging: stopzetting van de bedrijfsactiviteit -- uitgestelde bedrijfsbeëindiging: stopzetting van de bedrijfsactiviteit na verloop van tijd -- koopplicht: verplichte aankoop van het bedrijf door de overheid (onteigening)
VLM begeleidt landbouwbedrijven met een impactscore ammoniak groter dan vijftig procent bij herstructurering Sinds 18 september 2015 is de onlinetool beschikbaar waarmee landbouwbedrijven hun impactscore ammoniak kunnen berekenen. Landbouwbedrijven met een impactscore die hoger of gelijk is aan vijftig procent ten opzichte van een habitat, kunnen nu gebruikmaken van de maatregelen uit het herstructureringsprogramma: bedrijfsbegeleiding, bedrijfsverplaatsing, bedrijfsreconversie, bedrijfsbeëindiging en koopplicht. De VLM ondersteunt en begeleidt de landbouwers bij het aanvragen en toepassen van die maatregelen. De VLM contacteert sinds 18 september 2015 alle landbouwbedrijven waarvan ze weet of vermoedt dat die een impactscore hebben die hoger is dan vijftig procent. Met veel van die bedrijven had de VLM al eerder contact. Die bedrijven werden al in het najaar 2014 of in het voorjaar 2015 bezocht. Voor elk van die bedrijven werd de bedrijfsspecifieke situatie in kaart gebracht.
Sinds 18 september 2015 is de onlinetool beschikbaar waarmee landbouwbedrijven hun impactscore ammoniak kunnen berekenen.
17
ONLINETOOL IMPACTSCORE AMMONIAK Een eerste element dat de VLM met de landbouwbedrijven overloopt, is de berekening van de impactscore ammoniak. Als die nog niet berekend is, stelt de VLM voor om een berekening te doen met de onlinetool impactscore ammoniak. De landbouwer kan daarvoor een beroep doen op de VLM of een erkend adviesbureau. Daarbij is voorzien in een financiële tegemoetkoming van maximaal 400 euro.
BEGELEIDING HERSTRUCTURERINGSMAATREGELEN Bedrijven waarvan uit de onlinetool blijkt dat de impactscore hoger is dan vijftig procent ten aanzien van een actuele habitat en hun vergunning vervalt voor 2024 komen in aanmerking voor de herstructureringsmaatregelen. De verdere begeleiding van de landbouwer verloopt dan op maat en op vraag van de landbouwer zelf. De VLM plant een bezoek aan het bedrijf van de landbouwers die meer informatie willen over de herstructureringsmaatregelen of bezorgt een infobrochure met de herstructureringsmaatregelen. De landbouwer kan zijn bedrijfssituatie ook laten analyseren vooraleer een maatregel toe te passen. Dat gebeurt door
een team van medewerkers van de VLM, het Agentschap voor Natuur en Bos, het Departement Landbouw en Visserij en het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie - afdeling Milieuvergunning. Zij bekijken de huidige situatie van het landbouwbedrijf en de mogelijke oplossingen, of ze onderzoeken een specifieke vraag van de landbouwer. Bijkomend kan een landbouwer door een erkend advies bureau een oriënterend bedrijfsadvies laten opmaken. Dat is een onderzoek naar de beste opties en maatregelen voor het landbouwbedrijf waarbij verschillende alternatieven kunnen worden afgewogen met behulp van onder meer milieukundige en economische criteria. Het oriënterende bedrijfsadvies kan resulteren in de opmaak van een plan van aanpak voor het toepassen van een maatregel. Voor dat onderzoek is een financiële tegemoetkoming van maximaal 5.000 euro voorzien. Het effectief aanvragen van een bedrijfsverplaatsing, bedrijfsreconversie of een bedrijfsbeëindiging gebeurt bij de landcommissie. De VLM begeleidt de landbouwers bij het indienen van hun aanvraag en het doorlopen van de procedure.
Ruilverkavelingsproject Sint-Lievens-Houtem financieel afgerond Op 30 november 2015 werd met de ondertekening van de aanvullende akte het ruilverkavelingsproject Sint-LievensHoutem definitief afgerond. Zeven landbouwers kregen het landbouwereteken voor hun inzet tijdens de realisatie van het project.
HISTORIEK Aan de uitvoering van de ruilverkaveling Sint-Lievens-Houtem ging een lang proces vooraf van inventariseren, overleggen, plannen en beslissen. Op verzoek van een aantal landbouwers werd al in 1995 het onderzoek naar het nut van een ruilverkaveling opgestart. Na een uitgebreide inventarisatie werden doelstellingen en maatregelen uitgewerkt in een ruilverkavelingsplan. De opmaak van het milieueffectenrapport (MER) en de openbare onderzoeken over het plan liepen van 2001 tot 2003. In 2004 werd het project nuttig verklaard. De effectieve uitvoering ging in 2007 van start na de instelling van het ruilverkavelingscomité door de Vlaamse regering en de oprichting van een commissie van advies.
18
AANVULLENDE RUILVERKAVELINGSAKTE De eigendoms- en gebruiksoverdracht gebeurden bij het verlijden van de ruilverkavelingsakte op 12 december 2013. Deze akte geeft ook een overzicht van de te ontvangen of te betalen bedragen voor gebruiksverlies, onder- of overbedeling, minder- en meerwaarden of nieuwe erfdienstbaarheden. Deze bedragen en de financiële bijdragen van de eigenaars in de kosten voor de ruilverkavelingswerken vormen samen de eindrekening. Voor eigenaars en gebruikers wordt de ruilverkaveling volledig afgerond met het verlijden van de aanvullende ruilverkavelingsakte op 30 november 2015. Het aantal gebruikers en eigenaars in een ruilverkavelingsproject is te groot om dit op het moment van het verlijden van de akte al de volledige administratie van de betalingen rond te hebben. Deze aanvullende akte beschrijft alle uitgevoerde financiële transacties. De voorbereiding en de uitvoering van de ruilverkaveling Sint-Lievens-Houtem ging gepaard met een investering van ruim 10 miljoen euro. Ruim zeventig procent daarvan werd gesubsidieerd door het Vlaamse Gewest. Ook de gemeenten Sint-Lievens-Houtem, Oosterzele, Erpe-Mere en Lede en de
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
provincie Oost-Vlaanderen droegen bij. Het Ruilverkavelingscomité Sint-Lievens-Houtem heeft vastgesteld dat dankzij deze subsidies de eigenaars en vruchtgebruikers niet moeten tussenkomen in de kosten van de ruilverkavelingswerken. De eindrekening werd in september 2015 naar de eigenaars en gebruikers verstuurd. De VLM heeft vervolgens de bedragen ten bate uitbetaald of gevraagd de verschuldigde bedragen te betalen. Na het verlijden van deze aanvullende ruilverkavelingsakte zullen eigenaars en gebruikers hiervan een uittreksel ontvangen.
MONOGRAFIE Ter gelegenheid van de ondertekening van de ruilverkavelingsakte lanceerde de VLM ook een brochure met het verloop en de resultaten van het ruilverkavelingsproject Sint-Lievens-Houtem. Het is een naslagwerk met een overzicht van de gebiedskenmerken, de visie, doelstellingen en uitgevoerde werken. De verschillende fasen in de herverkaveling worden in detail besproken. Een fotoverslag geeft een overzicht van een aantal realisaties.
LANDBOUWERETEKENS Zeven landbouwers krijgen ter gelegenheid van de ondertekening van de aanvullende ruilverkavelingsakte een landbouwereteken. Hun inzet en expertise als lid van de commissie en comité waren uiterst waardevol en onmisbaar bij de uitvoering. De voorzitter van het ruilverkavelingscomité, Paul Kouckuyt, benadrukt dat dergelijke grote projecten slechts mogelijk zijn door de verregaande samenwerking tussen heel wat medespelers. De inbreng van de vier betrokken gemeenten was niet alleen financieel maar ook inhoudelijk en ging bijvoorbeeld over tracés en verhardingen van landbouwwegen en recreatieve paden of over maatregelen in het kader van de waterbeheersing en van de natuur- en bosontwikkeling. De investeringen hebben fundamenten gelegd voor een nieuwe dynamiek in de regio.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
https://www.vlm.be/nl/SiteCollectionDocuments/ Sint-Lievens-Houtem/monografie%20SLH_LR_spread.pdf
19
1,4 miljoen euro voor investering in de omgeving abdij van Averbode Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, investeert ruim 1,4 miljoen euro in de omgeving van de Abdij van Averbode. De eerste werken gingen van start in 2015. In 2016 wordt in een ruim samenwerkingskader verder gewerkt aan de verfraaiing en de economische en toeristische ontsluiting van de abdijomgeving.
DE CENTRALE ONTHAALZONE TOT HET GEBIED DE MERODE OPENT IN 2016. In het plattelandsproject de Merode wordt breed ingezet op de economische en toeristische ontwikkeling van de streek tussen de abdijen van Averbode en Tongerlo. Binnen dit project wordt onder andere voorzien in enkele onthaalzones, waar bezoekers in een aangename omgeving kunnen toekomen en de nodige informatie vinden om hun bezoek aan de streek in alle comfort aan te vatten. In 2015 werd reeds de poort van Gerhagen in Tessenderlo geopend. In 2016 is het de beurt aan de centrale onthaalzone rond de Abdij van Averbode.
VLAANDEREN EN PARTNERS ZORGEN VOOR IMPULS IN ONTWIKKELING ABDIJOMGEVING. De ruime omgeving van de Abdij van Averbode was al een hele tijd toe aan een grondige opknapbeurt, nadat de abdijgemeenschap eerder de binnenomgeving vernieuwde. Vermits de abdij op de provinciegrenzen van Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg ligt, is er ook een groot samenwerkingsverband dat de ontwikkelingen zal uitvoeren. De gemeenten Scherpenheuvel-Zichem, Laakdal en Tessenderlo, Agentschap Wegen en Verkeer, de vzw’s Natuurpunt en Kempens Landschap en de Abdij der Norbertijnen, werken binnen dit landinrichtingsproject Poort Averbode samen met het Vlaamse Gewest (uitvoering door de Vlaamse Landmaatschappij) aan een totaalbeeld voor de abdijomgeving. Minister Schauvliege, bevoegd voor Omgeving, Natuur en Landbouw, investeert € 1.423.815 via landinrichting in dit project. De andere partners dragen € 679.864 bij, waardoor de abdijomgeving in totaal een impuls krijgt van ongeveer 2,1 miljoen euro.
20
DE LAATSTE RECHTE LIJN NAAR HERINRICHTING VAN DE ABDIJOMGEVING. In 2015 werd, aansluitend op de herinrichting van het binnenplein van de abdij, gestart met de eerste omgevingswerken. De dreef naar de Kroningskapel werd heringericht en uitgerust met de nodige banken. Aan de andere kant van de abdij werd het Uitgeverijplein volledig heraangelegd en voorzien van een veilige wandelverbinding naar hoeve den Eik en het Klompenmuseum. Ook de fietsverbinding tussen Averbode en Gerhagen, de Luikerdreef, werd volledig heraangelegd en ondertussen al feestelijk ingefietst. In het voorjaar van 2016 staan nog enkele werken gepland. Het meest ingrijpend zal de herinrichting zijn van het verkeersplein voor de poort van de abdij. Hier wordt een verkeersremmend plateau gecreëerd. De befaamde ijskarretjes krijgen een nieuw uitgeruste standplaats op dezelfde locatie, maar de Abdijstraat (Lekdreef in de volksmond) wordt autovrij gemaakt, zodat de bezoekers in de zomer rustig kunnen genieten van een stofvrij ijsje. De bomen krijgen een hoognodige verzorgingsbeurt. Vanuit de heraangelegde Luikerdreef wordt nog een zichtas vrijgemaakt voor een beter zicht op de abdij. Daarom worden enkele populieren gekapt. Ter compensatie wordt vlakbij nieuw bos aangeplant. De Kroningskapel wordt gerestaureerd en de eerder dit jaar aangeplante bomen die de droge zomer van 2015 niet hebben overleefd worden vervangen. Het Uitgeverijplein is klaar, maar de verbinding langs de abdijmuur wordt nog afgewerkt. In het naastliggende Mariapark wordt een rolstoelpad aangelegd en worden de nodige snoeiwerken uitgevoerd. Iets verderop wordt de buitenomgeving van de Bierhoeve nog opgewaardeerd en wordt een schaapskooi opgetrokken.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
Landbouwers in de Vlaamse Rand zien bedreigingen en kansen voor de toekomst De meeste landbouwers in de Vlaamse Rand zien meer nadelen dan voordelen aan hun ligging in de stadsrand. Dat blijkt uit een landbouwstudie uitgevoerd door de Vlaamse Landmaatschappij in opdracht van het departement Landbouw en Visserij. Toch zien ze ook voordelen: de centrale ligging, de nabijheid van een grote afzetmarkt en de mogelijkheden om seizoenarbeiders aan te trekken bieden kansen voor de toekomst.
De afgelopen twee jaar heeft de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) in opdracht van het Departement Landbouw en Visserij een uitgebreide landbouwstudie voor de Vlaamse Rand rond Brussel uitgevoerd. De studie geeft een beeld van de aanwezige landbouwers en doet aanbevelingen om de landbouw in het gebied te ondersteunen. De resultaten werden op 12 mei 2015 voorgesteld op het landbouwbedrijf van Guy Lemaire in Mollem (Asse).
VLAAMSE RAND NOG VERRASSEND LANDELIJK
300 HA AGRARISCH GEBIED KREGEN EEN ANDERE BESTEMMING
De Vlaamse Rand omvat de negentien Vlaamse gemeenten rondom Brussel. Ondanks de nabijheid van de stad is dit een gebied met nog verrassend veel landelijke zones. Meer dan 1.000 landbouwers bewerken er nog meer dan 17.000 ha grond en beheren tegelijkertijd de open ruimte. De nabijheid van de stad is zowel een probleem als een kans voor de landbouwers.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
Eind 2011 keurde de Vlaamse regering het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) voor het Vlaams strategisch gebied rond Brussel goed. Daardoor kregen meer dan 300 ha agrarisch gebied een andere (vaak groene) bestemming. In totaal 68 landbouwbedrijven zijn daarbij betrokken. Voor enkele bedrijven gaat het om zeer aanzienlijke oppervlaktes. Het zwaarst getroffen bedrijf ziet meer dan 25 ha omgezet naar natuurgebied.
21
171 LANDBOUWERS IN DE VLAAMSE RAND SPREKEN ZICH UIT OVER DE TOEKOMST Om een beeld te krijgen van de gevolgen van de bestemmingswijzingen op de aanwezige bedrijven en om voorstellen te doen voor een flankerend beleid, gaf het departement Landbouw en Visserij aan de VLM de opdracht een uitgebreide landbouwstudie uit te voeren. De studie wil meteen ook een aanzet geven om de hele landbouwsector in de Vlaamse Rand te ondersteunen. Medewerkers van de VLM namen 171 interviews af bij landbouwers aan huis waarbij gepeild werd naar hun toekomstverwachtingen. Ook werd gepolst naar de houding van de landbouwers ten aanzien van Brussel en hun ligging in de Vlaamse Rand.
HOGE GRONDPRIJZEN, DRUK VERKEER, VERSNIPPERDE LANDBOUWPERCELEN De meeste landbouwers zien meer nadelen dan voordelen aan hun ligging in de stadsrand: de hoge grondprijzen, deels veroorzaakt door speculatie op landbouwgronden, het drukke verkeer dat het moeilijk maakt om aan de percelen te geraken, de kleine en versnipperde landbouwpercelen. Vaak vragen ze ook om meer begrip van recreanten en omwonen-
den. Bij veel landbouwers leeft het gevoel dat de landbouw in de Vlaamse Rand in de verdrukking zit. Toch ziet men ook voordelen: de centrale ligging, de nabijheid van een grote afzetmarkt en de mogelijkheden om seizoenarbeiders aan te trekken.
MOGELIJKHEDEN VERBREDE LANDBOUW, KORTEKETENINITIATIEVEN EN BIOLANDBOUW ONVOLDOENDE GEKEND Ook werd nagegaan in hoeverre de landbouwers geïnteresseerd zijn in verbrede landbouw, korteketeninitiatieven en biolandbouw. Tijdens een aantal infovergaderingen konden de landbouwers onderling discussiëren. Vaak zien ze wel mogelijkheden in de nabijheid van Brussel. In de praktijk blijft de gewestgrens echter een belangrijke barrière. Meestal weten ze niet waar ze terechtkunnen. De landbouwstudie trekt conclusies en formuleert aanbevelingen om de landbouwers in de Vlaamse Rand beter te ondersteunen. De resultaten werden verwerkt in een algemeen eindrapport en samengevat in een bondige brochure. Beide kunnen worden geraadpleegd op www.vlaanderen.be en www.vlm.be.
Voordelen van de Vlaamse Rand? De centrale ligging, de nabijheid van een grote afzetmarkt en de mogelijkheden om seizoenarbeiders aan te trekken.
22
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
Schoolkinderen Dworp planten hagen en fruitbomen Na een zorgvuldige voorbereidingsperiode zijn in het voorjaar 2015 de werken aan en rond de Kapittelbeek in Dworp gestart. Dit is meteen de start van de realisatie van het landinrichtingsproject Land van Teirlinck. Het eerste dossier focust op de aanplanting van hoogstamfruitbomen, houtkanten en hagen. Tussen het Krabbospad en de Alsembergsesteenweg komt er een weide met hoogstamfruitbomen en picknickbanken. Bij de aanplanting van de fruitbomen is er ook ruimte voor plukfruit: fruit dat toevallige voorbijgangers naar believen zelf mogen plukken. De wijk ‘het Geer’ krijgt er in de onmiddellijke omgeving een kriekenboomgaard bij en ziet de bestaande bosrand in de buurt uitbreiden. Houtkanten en hagen langs de perceelgrenzen zullen fungeren als erosieremmers: ze moeten onder meer voorkomen dat modder en water afstroomt naar de lagergelegen gebieden. De sociale werkplaats Pro Natura vzw voert de werken uit. De totale kostprijs van de beplantingswerken bedraagt 64.500 euro. Van dat bedrag betaalt de gemeente Beersel 9.700 euro. De Vlaamse Landmaatschappij subsidieert voor 22.500 euro met middelen van het landinrichtingsproject Land van Teirlinck. De overige 32.300 euro neemt de Europese Unie voor haar rekening in het kader van een Life+-project.
dat samen met de oorspronkelijke initiatiefnemers van het project, Hugo Casaer, Piet Onnockx en Jan Steyaert. Begin 2016 volgen ook de inrichtingswerken aan de Kapittelbeek en aan het Consciencepad in de wijk het Geer. Meteen staat ook een vernieuwing van de speeltuin in de wijk op het programma. Het Landinrichtingsproject Land van Teirlinck omvat de gemeenten Beersel en Linkebeek. Het project is genoemd naar de schrijver Herman Teirlinck die in beide gemeenten heeft gewoond en geïnspireerd werd door het gevarieerde landschap. Met dit project wil de VLM dat aantrekkelijke en afwisselende landschap behouden en versterken. Een eerste plan werd uitgewerkt voor de Kapittelbeek in Dworp. Dit project is een samenwerkingsverband tussen de Vlaamse Overheid (VLM), de provincie Vlaams-Brabant, Natuurpunt en de gemeente Beersel. Het wordt mee gefinancierd vanuit Life-Europa Green4Grey.
Op 12 maart 2015 plantten de kinderen van de nabijgelegen lagere scholen van Dworp de eerste bomen aan. Ze deden
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
23
Meer dan 400.000 euro voor grondverwerving in het koppelingsgebied Langerbrugge-Zuid Het koppelingsgebied Langerbrugge-Zuid staat opnieuw een stap dichter bij de realisatie. Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, kent een subsidie van 405.600 euro toe voor de verwerving van 17 hectare grond. Hierdoor kan een parkgebied in Langerbrugge tot stand komen. Het koppelingsgebied Langerbrugge-Zuid ligt op de linker oever van het kanaal Gent-Terneuzen, op het grondgebied van de gemeente Evergem en de stad Gent. De percelen betrokken bij deze aankoop liggen op grondgebied van Evergem en zullen worden omgevormd tot een bosrijk park voor de bewoners van Kerkbrugge en Langerbrugge.
Om dit park te realiseren wordt ruim 9 hectare bos aangeplant. Een deel van dit bos krijgt een inrichting als speelbos voor de jonge bewoners. Er is ook aandacht voor het versterken van de natuur. De oevers van de Hospicieloop en de nattere zones in het parkgebied krijgen een natuurlijke inrichting. Er komt ook een fijnmazig patroon van wandelen fietspaden in het park om de woonkernen van Langerbrugge en Kerkbrugge en het industriegebied te verbinden. Daarnaast wordt het parkgebied een recreatieve schakel van groen in de Gentse haven. Het verbindt de nabijgelegen koppelingsgebieden en industriegebieden via een lange afstandsfietspad, dat verder vorm krijgt bij deze inrichting. Het parkgebied krijgt zijn definitieve vorm op het terrein vanaf 2018.
24
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
Vergoedingen beheerovereenkomsten VLM uitbetaald Landbouwers die na 1 januari 2009 een beheerovereenkomst met de VLM sloten, kregen eind april 2015 hun vergoeding uitbetaald. In totaal werd een bedrag van ruim 12.146.000 euro uitgekeerd. Met de vergoedingen voor beheerovereenkomsten ondersteunen de Vlaamse en de Europese overheid landbouwers die investeren in agrarisch natuurbeheer en in een leefbaar platteland. In totaal ontvangen 3.687 landbouwers een vergoeding voor één of meerdere beheerovereenkomsten. Van de circa 12.146.000 euro aan vergoedingen die worden uitgekeerd, betaalt Vlaanderen ruim 8.064.000 euro, de rest draagt Europa bij. Het grootste deel van de vergoedingen gaat naar de beheerovereenkomst voor verminderde bemesting op
landbouwgronden gelegen in kwetsbaar gebied water. 907 landbouwers ontvangen samen voor deze beheer overeenkomst ruim 6.474.900 euro. Voor het aanleggen en onderhouden van kleine landschapselementen ontvangen 1.789 landbouwers samen ruim 1.380.200 euro. Voor de beheerovereenkomst perceelsrandenbeheer ontvangen 1.170 landbouwers samen circa 1.738.800 euro. 907 landbouwers krijgen een vergoeding voor het bestrijden van erosie, samen ontvangen ze ruim 1.183.500 euro. Voor het beschermen van weidevogels, akkervogels en hamsters (soortenbescherming) wordt circa 1.098.100 euro uitbetaald aan 463 landbouwers en voor het natuurvriendelijk beheren van akkers en graslanden (botanisch beheer) ontvangen 123 landbouwers ongeveer 271.000 euro.
2%
Verdeling vergoedingen per beheersdoelstelling
9% 10% VERMINDERDE BEMESTING BEHEER KLE PERCEELSRANDENBEHEER EROSIEBESTRIJDING
14%
2014
53%
SOORTENBESCHERMING BOTANISCH BEHEER
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
12%
25
990 landbouwers gaan van start met een nieuwe beheerovereenkomst Door de overgang van de tweede naar de derde programmaperiode voor plattelandsontwikkeling liep het sluiten van beheerovereenkomsten met startdatum 1 januari 2015 vertraging op. In juli 2015 bezorgde de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) aan 990 landbouwers hun definitieve overeenkomst. Samen zullen zij de komende jaren meer dan 4.000 percelen, kleine landschapselementen, gras- en bloemenstroken op een milieu- en natuurvriendelijke manier beheren. In totaal zullen zij hiervoor jaarlijks een bedrag van 2.552.046 euro ontvangen. Vooral het onderhoud van kleine landschapselementen is in trek bij de landbouwers. Er werd een beheerovereenkomst gesloten voor 1.356 (kap)hagen, heggen, houtkanten en knotbomenrijen met een totale lengte van bijna 185 km. De landbouwers zullen hiervoor jaarlijks een totaalbedrag van 353.941 euro ontvangen. Ook het bufferen van kwetsbare natuurelementen zoals waterlopen, holle wegen en bossen kan op veel belangstelling rekenen bij de landbouwers. Door middel van 1.205 graskruidenstroken zullen dergelijke natuurelementen gebufferd worden over een totale lengte van ongeveer 320 km (totale oppervlakte stroken: 364 ha). De totale jaarlijkse vergoeding hiervoor bedraagt 624.719 euro. Langs meer dan 4 km houtige landschapselementen (bossen, houtkanten, ‌) zullen landbouwers door middel van bloemenstroken voedsel voorzien voor onder meer bijen en vlinders (totale oppervlakte stroken: 4,6 ha). Zij zullen hiervoor jaarlijks een totale vergoeding van 9.032 euro ontvangen. Ook voor de bescherming van akker- en weidefauna tonen de landbouwers heel wat interesse. In totaal nemen zij op 879 percelen of stroken met een totale oppervlakte van bijna 765 ha faunavriendelijke maatregelen zoals het uitstellen van het maaibeheer op graslanden of de teelt van wintervoedsel voor akkervogels. Hiervoor ontvangen de landbouwers jaarlijks een totaalbedrag van 1.249.279 euro. Daarnaast nemen de landbouwers ook maatregelen voor erosiebestrijding (totale oppervlakte: 142 ha, totale jaarlijkse vergoeding: 207.975 euro), de ontwikkeling en instandhouding van soortenrijke graslanden (totale oppervlakte: 89 ha, totale jaarlijkse vergoeding: 89.215 euro) en de verbetering van de waterkwaliteit (totale oppervlakte: 73 ha, totale jaarlijkse vergoeding: 17.885 euro). De meest gegeerde beheerpakketten voor gras(kruiden)stroken zijn die voor de aanleg en/of het onderhoud van gemengde grasstroken en gemengde grasstroken plus (meer dan tachtig procent van alle gras(kruiden)stroken). Voor deze pakketten werden 1.779 overeenkomsten gesloten voor een totale oppervlakte van 742 ha. Gemengde grasstroken (plus) vormen door een aangepast beheer niet alleen een aantrekkelijk leefgebied voor allerlei fauna, maar kunnen tegelijkertijd worden ingezet voor erosiebestrijding en de buffering van kwetsbare natuurelementen.
26
STIP Strategisch Informaticaplan INTERNE ANALYSE
UITWERKING VAN RESULTATEN
In september 2014 startte de VLM een nieuw Strategisch Informaticaplan (STIP) op voor de periode 2015-2018. Dat plan moet de afdeling Informatica en GIS performanter maken voor alle VLM-medewerkers, door IT-toepassingen efficiënter in te zetten en voor een vlotte opvolging van projecten te zorgen.
De resultaten van de interne analyse werden in een tweede fase verder uitgewerkt. De afdeling Informatica en GIS stelde in maart 2015 een roadmap voor met daarin een aantal concrete projecten. Uit de analyse blijkt dat het belangrijk is om vragen duidelijk te laten formuleren, zodat de afdeling Informatica en GIS werklast en tijdsbesteding beter kan inschatten en zo een duidelijker engagement kan bieden aan de klantendiensten (‘push en pull’-principe).
In een eerste fase werd de interne stand van zaken bij ICT geëvalueerd. Op basis van de ervaringen en verwachtingen van een dertigtal VLM-medewerkers bleek dat de ondersteuning en realisaties van de informaticadienst op zich positief beoordeeld werden. Een structurele benadering op managementsniveau zou voor de afdeling Informatica en GIS wel verbetering kunnen brengen op lange termijn. Medewerkers kunnen in de toekomst bijvoorbeeld beter geïnformeerd en meer betrokken worden bij de vraag welke beslissingen waar en door wie genomen worden. Ook de opvolging en het tijdsbeheer van projecten kunnen verder geoptimaliseerd worden.
DEMAND- EN RELEASEMANAGEMENT BIJ DE VLM Met de goedkeuring van het Strategisch Informaticaplan van de VLM (STIP) werden ook nieuwe projecten gelanceerd. Twee projecten die eind 2015 werden opgestart bij de VLM zijn demandmanagement en releasemanagement. De afdeling Informatica en GIS werkt in partnerschap samen met de andere VLM-afdelingen (‘de business’). De zes andere VLM-afdelingen zijn dan ook nauw betrokken bij STIP en de twee nieuwe projecten. Demands zijn alle vragen aan de afdeling Informatica en GIS waarvan de ingeschatte werktijd meer dan vijf dagen bedraagt. Voortaan formuleren we onze vraag in een projectvoorstel, dat kan uitmonden in een projectfiche. Het interne ICT-comité brengt advies uit over de project fiches. De directieraad keurt de projectfiches goed.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG ACTIVITEITENVERSLAG2015 2015
27
Plaats- en Tijdsonafhankelijk Werken (PTOW) Voor het VLM-organisatieproject “Implementatie van de Omzendbrief Plaats- en Tijdsonafhankelijk Werken” werd met medewerking van het Agentschap Overheidspersoneel een omgevingsanalyse uitgevoerd. Hiermee werd beoogd om de ervaringen, standpunten en verwachtingen van de leidinggevenden van de VLM over de principes van het plaats- en tijdsonafhankelijk werken (PTOW) in relatie tot de bestaande richtlijnen en evoluties binnen de Vlaamse overheid (Omzendbrief, Modern HR-Beleid, …) in kaart te brengen en de huidige werkpraktijk rond telewerken bij VLM te schetsen. De omgevingsanalyse zal mee input geven voor de randvoorwaarden en krijtlijnen waarmee de VLM rekening moet houden bij het implementeren van PTOW.
28
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
PILOOTPROJECTEN PTOW VAN START Ter voorbereiding van het uitwerken van een entiteitseigen visie rond plaats- en tijdsonafhankelijk werken (PTOW) stemde de directieraad in met de opstart van drie pilootprojecten: dienst Werken VLM Regio Oost, dienst Werken VLM Regio West en cel OOB in de VLM centrale diensten. De pilootprojecten lopen van 1 oktober 2015 tot 31 maart 2016 en worden opgevolgd door een gemengde werkgroep. Na evaluatie van de projecten wordt beslist of er nieuwe pilootprojecten worden opgestart.
Nieuwe VLM corporate website online Begin juli 2015 ging de nieuwe VLM corporate website online. De website werd gebouwd in Sharepoint 2013 en is één van de projecten uit het Sharepoint Governance Plan dat werd goedgekeurd door de directieraad op 16 juli 2015.
SOBERE STARTPAGINA De startpagina werd bewust sober gehouden en is ontwikkeld volgens usability principes en inzichten verworven met Google Analytics. De meest recente inzichten bevelen aan om de startpagina in te richten met de toptaken voor de belangrijkste doelgroepen. Daarom staan projecten, loketten, formulieren en registers en rekenprogramma’s op een prominente plaats. Uit analyse van zoektermen blijkt dat klanten van VLM vaak zoeken naar contactgegevens en naar vacatures (‘werken bij de VLM’). Daarbij komen we tegemoet aan zoekverwachtingen van klanten en de zoekervaring van potentiële medewerkers, ook al zijn er momenteel nauwelijks of geen vacatures bij de VLM. De thema’ s en de doelgroepen in de hoofdnavigatie werden eerder vastgelegd in een zeer uitgebreide studie.
Uit analyse van zoektermen blijkt dat klanten van VLM vaak zoeken naar contactgegevens en naar vacatures (‘werken bij de VLM’).
29
30
DESIGN IN NIEUWE HUISSTIJL VLAANDEREN
VLM VOLGEN OP SOCIALE MEDIA
De website werd opgemaakt in de nieuwe huisstijl Vlaanderen. Die huisstijl werd door de Vlaamse regering goedgekeurd in februari 2014 en verplicht de departementen en agentschappen van de Vlaamse Overheid om nieuwe communicatiedragers en -platformen onmiddellijk in de nieuwe huisstijl op te maken.
Nieuw is dat bezoekers van de website de VLM op sociale media kunnen volgen. De VLM heeft bedrijfsaccounts op Facebook, Twitter, YouTube en LinkedIn. Het Twitter-icoon is gekoppeld aan de nieuwe VLM-account @VLMtweet en niet langer aan @woordvoerderVLM. Surfers die de website bezoeken kunnen bovendien een bepaalde pagina, nieuwsitem of aankondiging zelf delen op hun favoriete socialemediakanaal.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
DE TOEKOMST Voor de toekomst staan geen grote uitbreidingen of nieuwe apps op het programma, vooral om budgettaire redenen. Uiteraard wordt de corporate website regelmatig inhoudelijk geactualiseerd door een team van redacteurs. Het Sharepoint Governance Plan voorziet ook in de samenstelling van een ‘redactieraad website’, met een vertegenwoordiger van elke afdeling. Die zal zich – op basis van onderzoek en metingen – buigen over de ideale navigatiestructuur en een contentplan opmaken: welke nieuwe inhoud wordt door wie wanneer gepubliceerd, welke sites zijn verouderd en moeten verwijderd worden, welke sites moeten geactualiseerd worden?
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
31
VLM in cijfers
7
33
Personeel AANTAL PERSONEN (M/V) IN DIENST, GESPREID OVER DE ZEVEN AFDELINGEN
331
349
324
42
50
340
35
84
200
213
680
664
2014
2015
7
% 1,05 4,97 5,27 6,33 7,53 12,65 30,12 32,08
AFDELINGEN
3 tot 4
BUDGET BESTEED AAN VORMING
Vorming
LEIDEND AMBTENAREN EN STAF PLATTELAND EN MESTBELEID PROJECTREALISATIE INFORMATICA & GIS-VLM ALGEMENE DIENSTEN MESTBANK REGIO WEST REGIO OOST
IN TOTAAL GEMIDDELD 3,28 DAGEN
vormingen per
- € 33.750
22u
25u
A 88%
210.066
176.316
€ 308,92 € 265,54 per
per
B 89%
VOOR HET EERST VOLGDEN PROCENTUEEL GEZIEN MEER PERSONEELSLEDEN VAN NIVEAU B DAN VAN NIVEAU A EEN VORMING
+3 UUR
GEMIDDELDE VORMINGSDUUR
79%
84% +5%
% PERSONEEL DAT EEN VORMING VOLGT
32
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2015
COLOFON Verantwoordelijke uitgever Toon Denys, gedelegeerd bestuurder VLM Vlaamse Landmaatschappij Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel Contact info@vlm.be Meer informatie www.vlm.be Copyrights Kris Jacobs, milo-profi, Michel Vaerewijck, Jan D’Hondt, Jan Darthet Ontwerp & lay-out www.magelaan.be Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welk wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever.
​VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ VLM Centrale Directie Gulden Vlieslaan 72 1060 Brussel www.vlm.be